DEF - Jaarstukken 2020_1.pdf
Tekst van het document
Opbrengst afvalstoffenheffing
Begroting 2020 voor wijziging na wijziging 3.708 3.817
Rekening 2020 3.877
Bedragen x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing
3.107
Realisatie 3.410 -387 86 3.109
204 577
198 570
Totale kosten afvalverwerking
3.889
3.877
afvalstoffenheffing Dekking Algemene dienst Totale opbrengst afvalverwerking
3.817 72 3.889
3.877 0 3.877
Dekkingspercentage
100%
100%
Begroting Kosten afvalverwerking inclusief omslagrente inkomsten afvalverwerking exclusief heffingen Storting egalisatievoorziening Netto kosten afvalverwerking Toe te rekenen kosten afvalverwerking: Overhead Compensabele BTW
3.349 -242
64
Voor 2020 is de mutatie in de Voorziening egalisatie afvalstoffenheffing een storting van € 86.000. Het saldo van de Voorziening egalisatie afvalstoffenheffing bedraagt per 31 december 2020 € 86.000.
Rioolheffing Bedragen x € 1.000 Opbrengst rioolheffing
Begroting 2020 voor wijziging 2.375
Rekening 2020
na wijziging 2.375
2.419
Bedragen x € 1.000
De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing ziet er voor 2020 als volgt uit:
Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Begroting 2.302
Realisatie 2.318
1
45
2.301
2.274
Overhead
335
315
BTW
223
241
Totale kosten rioleringstaak
2.859
2.830
Rioolheffing
2.375
2.419
484
411
Totale opbrengst rioolstaak
2.859
2.830
Dekkingspercentage
100%
100%
Kosten rioleringstaak exclusief heffingen Inkomsten rioleringstaak exclusief heffingen Netto kosten rioleringstaak Toe te rekenen kosten rioleringstaak:
Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten
Bedragen x € 1.000
Voor 2020 is de mutatie in de Voorziening egalisatie tarieven rioolrechten een onttrekking van € 411.000 (begroot € 603.000 onttrekking). Het saldo van de Voorziening egalisatie tarieven rioolrechten bedraagt per 31 december 2020 € 2.380.000.
Begraafrechten Bedragen x € 1.000 Opbrengst begraafrechten
Begroting 2020 voor wijziging na wijziging 300 300
Rekening 2020 306
Bedragen x € 1.000
65
De berekening van de kostendekkendheid van de begraafrechten ziet er voor 2020 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Begroting
Realisatie
228
237
-
-
228
237
100
94
-
-
328
331
Opbrengsten begraafplaats
300
306
Ontrekking egalisatievoorziening begraafplaatsen
28
25
328
306
100%
100%
Kosten begraafplaats inclusief omslagrente Inkomsten begraafplaats exclusief heffingen Netto kosten begraafplaats
Toe te rekenen kosten begraafplaats: Overhead BTW Totale kosten begraafplaats
Totale opbrengst begraafplaats
Dekkingspercentage Bedragen x € 1.000
Voor 2020 is de mutatie in de Voorziening egalisatie begraafplaatsen een onttrekking van € 25.000 (begroot onttrekking van € 36.000). Het saldo van de Egalisatiereserve begraafplaatsen bedraagt per 31 december 2020 € 295.000.
Kostendekkendheid leges De kostendekkendheid van de leges is als volgt: Kostendekkendheid van leges Titel I: BEGROTING Hoofdstuk Huwelijk Persoonsdocumenten Verstrekkingen en Nasporingen Huisvesting Handel en (APV-)vergunningen Telecommunicatie Verkeer en vervoer Rioolaansluiting Totaal
Lasten 17.175 290.715 20.225 225 4.342 15.206 2.100 1.204 351.192
Baten 16.030 257.662 14.723 176 2.201 17.972 1.170 309.934
Kostendekking % 93,33% 88,63% 72,80% 78,22% 50,69% 118,19% 0,00% 97,18% 88,25%
Kostendekkendheid van leges Titel I: REALISATIE Hoofdstuk Huwelijk Persoonsdocumenten Verstrekkingen en Nasporingen Huisvesting Handel en (APV-)vergunningen Telecommunicatie Verkeer en vervoer Rioolaansluiting Totaal
Lasten 21.123 274.462 18.309 271 3.502 28.085 5.424 1.149 352.325
Baten 24.887 228.371 14.260 0 5.450 62.653 1.845 3.840 341.306
Kostendekking % 117,82% 83,21% 77,89% 0,00% 155,63% 223,08% 34,02% 334,20% 96,87%
66
Kostendekkendheid van leges Titel II: BEGROTING Hoofdstuk Conceptaanvraag Omgevingsvergunning Totaal
Lasten 1.112.000 1.112.000
Baten 1.112.000 1.112.000
Kostendekking % 0,00% 100,00% 100,00%
Kostendekkendheid van leges Titel II: REALISATIE Hoofdstuk Conceptaanvraag Omgevingsvergunning Totaal
Lasten 1.579.000 1.579.000
Baten 1.579.000 1.579.000
Kostendekking % 0,00% 100,00% 100,00%
-
Kwijtscheldingsbeleid In de begroting 2020 is bij de afvalstoffenheffing € 138.000 geraamd voor het verlenen van kwijtschelding. De werkelijke lasten bedragen € 132.000.
Lokale lastendruk Onderstaande tabellen geven inzicht in de belastingdruk in 2020 in de gemeente Waddinxveen t.o.v. de andere gemeenten in de regio: Gemeente
Gemiddelde taxatiewaarde
Waddinxveen Bodegraven - Reeuwijk Gouda Zuidplas Gemiddelde
Tarief OZB woningen eigenaren
Tarief afvalstoffenheffing
Tarief rioolheffing
0,1204% 0,1296% 0,1005% 0,1074% 0,1145%
328 316 289 293 307
182 321 534 229 317
Waarde 250.000
Waarde 300.000
262.000 328.000 222.000 289.000 275.250
Totale belastingdruk bij regiogemeenten in 2020: Gemeente Waddinxveen Bodegraven – Reeuwijk Gouda Zuidplas
Gemiddelde taxatiewaarde 859 969 1.101 804
Waarde 225.000 802 907 1.049 750
831 938 1.075 777
887 999 1.127 830
933
877
905
961
Gemiddelde Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2020
Voor de gemeente Waddinxveen geldt dat de totale belastingdruk lager is dan in Bodegraven-Reeuwijk en Gouda en lager dan het regiogemiddelde.
67
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017 bevat de kaders voor het risicomanagement. Er moet worden gezorgd dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarbij beoordeelt de gemeente het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente mogelijke risico’s op kan vangen zonder dat de continuïteit van beleid of bedrijfsvoering in gevaar komt. Risicomanagement is een dynamisch proces. Gedurende het jaar worden de risico’s en beheersmaatregelen geactualiseerd. Hierover wordt gerapporteerd in de jaarstukken en in de programmabegroting. Risico’s met financiële effecten nemen we mee bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Deze risico-inventarisatie heeft ook plaatsgevonden tijdens het opstellen van de rekening. De resultaten zijn opgenomen in deze paragraaf. Volgens het beleid zijn risico’s van het grondbedrijf niet in deze paragraaf opgenomen wegens de geheel eigen methodiek. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 7 Grondbeleid. Wel is het weerstandsvermogen van het grondbedrijf gecorrigeerd op de beschikbare weerstandscapaciteit van de algemene dienst, zodat het beschikbare weerstandsvermogen, opgenomen in deze paragraaf, een totaalbeeld geeft. Deze paragraaf is als volgt opgebouwd.
Allereerst rapporteren we over de risico-inventarisatie. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Daarnaast hebben we de beschikbare weerstandscapaciteit in kaart gebracht. Op basis van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen berekend. Tenslotte worden de kengetallen over de financiële positie van de gemeente weergegeven. Corona De coronacrisis brengt ook in 2021 financiële risico’s met zich mee. We moeten bijvoorbeeld in 2021 het zwembad voor een periode sluiten vanwege de maatregelen. Hierdoor lopen we onder andere inkomsten mis. Een ander voorbeeld is de inhuur van extra BOA’s om de coronamaatregelen, zoals de avondklok, te handhaven. De landelijke overheid heeft verschillende regelingen waarmee financiële coronaschade van gemeenten (voor een deel) wordt vergoed. De compensatieregelingen kunnen worden ingedeeld in twee soorten uitkeringsregelingen; via het gemeentefonds en specifieke uitkeringsregelingen. Bijdragen via het gemeentefonds zijn in ieder geval vrij inzetbaar en hoeven niet te worden verantwoord. Via het gemeentefonds is tot en met de Decembercirculaire 2020 voor 2021 aan Waddinxveen circa € 427.000 aan compensatiemaatregelen toegezegd. Het bijbehorende schadebedrag 2021 is nog erg onzeker. De maatregelen en uitgaven zijn nog steeds in beweging en een einde is nog niet in zicht.
Door de onzekerheid is het niet mogelijk een (netto) financieel risico voor corona voor 2021 in de risicoparagraaf op te nemen. Ook op de lange termijn kunnen er financiële risico’s zijn zoals bijvoorbeeld een stijging van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering en/of een stijging aantal inwoners onder de 18 die gebruiken maken van de voorzieningen Jeugdzorg. Hierbij zal op termijn de relatie met corona steeds moeilijker zijn aan te tonen. Voor het risico van de stijging van de uitgaven binnen het sociale domein was al een afzonderlijk risico opgenomen, die bij deze jaarstukken is geactualiseerd. Hierin is ook het risico vanwege Corona voor de jaren 2021 en 2022 opgenomen.
Risico-inventarisatie Het risicoprofiel omvat nu 50 risico’s, dit is 2 risico’s meer dan bij de vorige inventarisatie bij de Programmabegroting 2021-2024. Hieronder staan de financiële risico´s met een gewogen risico vanaf € 100.000. Daarbij hebben we ook – conform de nota – de beheersmaatregel weergegeven. Er zijn 5 risico’s met een gewogen risico vanaf € 100.000. Deze golden ook al bij de vorige risico-inventarisatie, alleen is het bedrag in een aantal gevallen geactualiseerd. De bij dit risico genoemde investeringsbedragen betreffen – conform de afgesproken systematiek - de kalenderjaren 2021 en 2022. Het ‘gewogen risicobedrag’ geeft de vermenigvuldiging van kans en financieel gevolg weer. Dit is het bedrag waar in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit rekening mee wordt gehouden.
68
Positie
1
2
Risico
Hogere uitgaven dan geraamd voor het sociale domein
Kans (in %)
Financieel gevolg (in €)
Gewogen risicobedrag
Programma risico
21%
3.870.000
812.700
Participatie in samenhang
Beheersmaatregelen Een behoudende raming in de begroting dekt een deel van de risico’s al af. Bestuurlijke invloed verbonden partijen Heldere contractafspraken met uitvoerders Interne beheer op uitgaven sociale domein Zo nodig beleidskader en/of regelingen aanpassen1 Deelneming van € 4.900.000 via 10% 4.900.000 490.000 Commandiet Triangel B.V. in C.V. Triangel.
Algemeen (Treasury)
Beheersmaatregel: Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 3
Mogelijk beroep op gemeentegaranties bij de ingebrekestelling terugbetaling € 15 miljoen (geldleningen) door C.V. Triangel aan BNG.
4%
7.500.000
300.000
Algemeen (Treasury)
125.000
Mens in ontwikkeling
Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 4
5
De uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs (IHP) 2016 loopt anders dan verwacht.
50%
250.000
Beheersmaatregel: Vóór aanbestedingen worden de te verwachten kosten berekend en indien noodzakelijk wordt het ontwerp aangepast (versobering e.d.). Risico´s worden vooraf goed onderzocht (technisch, projectrisico’s e.d.) De gemeente kan invloed uitoefenen door vertegenwoordiging in stuurgroep/projectgroep en/of bouwteam. De gemeente neemt het bouwheerschap op zich indien zinvol. Mogelijk beroep op gemeentegarantie 4% 5.000.000 200.000 Algemeen bij de ingebrekestelling terugbetaling (Treasury) € 15 miljoen (kredietfaciliteit) door C.V. Triangel aan BNG. Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd.
Het eerste risico: “Hogere uitgaven dan geraamd voor het sociale domein” is door Corona duidelijk verhoogd. Door voortgang van het IHP, het 4e risico, is het risicobedrag daar verlaagd. Het risico voor afval, dat in de vorige inventarisatie meer dan € 100.000 is nu kleiner dan € 100.000. Dit komt omdat er inmiddels deels dekking is vanuit de egalisatievoorziening. Dit verlaagt het netto risico. De 5 risico´s vanaf € 100.000 bepalen gezamenlijk voor driekwart het gewogen risico van alle risico’s totaal. Er is een aantal onderwerpen waarvoor (nog) geen financieel gevolg bij de risico-inventarisatie is meegenomen, maar die wel van belang zijn om als risico te herkennen. 1.
Na de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2016 zijn er nog drie belangrijke projecten met betrekking tot de onderwijshuisvesting: de vervangende nieuwbouw Coenecoop College,
69
2.
3.
de realisatie van aanvullende gebouwelijke capaciteit (incl. gymnastieklokaal en kinderopvang) voor de scholen in Park Triangel en de aanvullende ruimtebehoefte Th Thijssenschool. Hiervan zijn de risico’s nog niet goed in te schatten. Een belangrijk risico bij deze projecten is dat de ruimtebehoefte duidelijk lager of hoger komt te liggen dan eerder aangenomen. Voor de laatste twee genoemde projecten is dit een reëel risico, dat op dit moment onderzocht wordt. Hierover zal de raad in 2021 oworden geïnformeerd. Bij het Coenecoop College speelt ook het risico van extra kosten voor het bouwrijp opleveren van het bouwkavel. Er is nog een aantal beleidsvoornemens op het gebied van circulaire economie en biodiversiteit waarbij nog geen wettelijk kader beschikbaar is en/of ondersteunende rijksmiddelen zijn toegekend. Wel heeft Waddinxveen in 2015 ambitieuze doelen geformuleerd op deze onderwerpen, waarbij met de kennis van vandaag actualisatie van dat beleid verklaarbaar en noodzakelijk is. Omdat er voor wat betreft het wettelijk kader en rijksmiddelen nog geen duidelijkheid is, zijn de financiële risico’s ten opzichte van het geformuleerde beleid niet opgenomen in de tabel. Er is er dus nog geen financieel risico meegenomen in deze risico-inventarisatie. In het kader van de uitvoering van de duurzaamheidsvisie gaat het in 2021 om duurzame woningen en de opwek van duurzame energie.
Hier wordt intensief aan gewerkt in de vorm van de Regionale Energie Strategie en de Transitievisie Warmte. We stellen samen met de andere gemeenten en partners de Regionale Energie Strategie 1.0 op. Lokaal stellen we in samenwerking met partners en inwoners de Transitievisie Warmte op. Beide hebben een grote ruimtelijke én maatschappelijke impact. Het is thans nog niet duidelijk of er financiële risico’s zijn – en zo ja- welke omvang deze hebben.
In de Paragraaf verbonden partijen worden ook de risico’s voor de verbonden partijen weergegeven. Deze analyse leidt niet tot de opneming van gewogen risico-bedragen van meer dan € 100.000 in de risico-inventarisatie.
Benodigde weerstandscapaciteit Financieel gevolg De ontwikkeling van het aantal risico’s en het totaal aan maximaal financieel gevolg is als volgt.
Jaarrekening 2019
Begroting 2021-2024
Jaarrekening 2020
43
48
50
€ 24.017.000
€ 23.805.000
€ 24.736.000
Aantal geïnventariseerde risico’s Maximaal financieel gevolg alle risico’s
Risicosimulatie Natuurlijk zullen de risico´s zich niet allemaal tegelijk voordoen. Van alle risico´s is de kans bepaald dat het risico zich zal voordoen. Volgens een statistische berekening kan vervolgens bepaald worden welk bedrag nodig is om de risico´s af te dekken. Met een zekerheid van 90% kunnen de risico's worden afgedekt met een bedrag van € 3.364.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Dit was bij inventarisatie voor de begroting € 3.380.000.
Jaarrekening 2019 Benodigde weerstandscapaciteit
€ 3.380.000
Begroting 20212024 € 3.396.000
Jaarrekening 2020 € 3.864.000
Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele en structurele weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden onderscheiden in incidentele weerstandscapaciteit (vermogen om eenmalige financiële gevolgen van risico’s op te vangen) en structurele weerstandscapaciteit (vermogen om structureel de financiële gevolgen van risico’s op te vangen). We gebruiken in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Indien zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan worden deze eerst incidenteel afgedekt vanuit de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens wordt hiervoor bij de samenstelling van de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht binnen de structurele begrotingsruimte. Indien dit niet lukt dan kan de structurele weerstandscapaciteit ingezet worden als dekkingsmiddel.
70
Incidentele weerstandscapaciteit De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan incidentele middelen van de algemene dienst vermeerderd met het saldo in de incidentele weerstandscapaciteit van het grondbedrijf. Dit wordt hieronder weergegeven. Met ingang van de 1e Burap 2020 wordt er bij de bepaling van de hoogte van de algemene bedrijfsreserve rekening houden met toekomstige beslagen tot en met het einde van de begrotingsperiode. De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is als volgt: Jaarrekening 2020 Algemene bedrijfsreserve algemene dienst, saldo 31-12-2020
20.005.000
Begrote mutaties 2021-2024
-2.564.000
Vrije algemene bedrijfsreserve algemene dienst
17.441.000
Elementen incidentele weerstandscapaciteit
Jaarrekening 2019
Vrije algemene bedrijfsreserve algemene dienst
14.948.000
15.908.000
17.441.000
262.000
262.000
262.000
€-
€ -
-
20.000
20.000
10.000
Totale incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst
15.230.000
16.190.000
17.713.000
Saldo weerstandscapaciteit Grondbedrijf, zie Par. 7 Grondbeleid
-1.502.000
-1.630.000
-2.688.000
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
13.728.000
14.560.000
15.025.000
Algemene bedrijfsreserve Zwembad Post onvoorzien (met ingang van 2020 € 1) Stille reserve
Begroting 2021-2024
Jaarrekening 2020
In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is opgenomen dat ook stille reserves in de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen. De mogelijke stille reserves zijn onderzocht. De stille reserves betreffen het positieve verschil tussen de directe verkoopwaarde (actuele waarde) en de boekwaarde (waardering). Het kan hierbij gaan om materiële bezittingen en/of financiële bezittingen (deelnemingen). Van een stille reserve in materiële bezittingen kan pas worden uitgegaan als de bijbehorende activa niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden en dat de activa vrij verhandelbaar zijn. Voor de gemeente doet dat zich alleen voor bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De stille reserves zijn geactualiseerd met de jaarrekening 2020. Er is 1 kleine stille reserve. Een aantal gebouwen is in het kader van het IHP niet meer voor onderwijs in gebruik en toegevoegd aan de voorraad ‘(strategisch) vastgoed’. Mogelijk zijn hier stille reserves. Maar gezien de hoge mate van onzekerheid van toekomstig gebruik en bijbehorende waarde, zijn deze niet in de weerstandscapaciteit opgenomen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit van onze gemeente wordt toegelicht in de paragraaf Kengetallen.
Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening maakt het mogelijk om een ratio voor het weerstandsvermogen te bepalen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van normen die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Universiteit Twente en bij meerdere gemeenten worden toegepast.
71
ratio Betekenis
>2.0 uitstekend
1.4-2.0 ruim voldoende
1.0-1.4 Voldoende
0.8-1.0 matig
0.6-0.8 onvoldoende
<0.6 ruim onvoldoende
Jaarrekening 2019
Begroting
Jaarrekening 2020
13.728.000
14.560.000
15.025.000
3.380.000
3.396.000
€ 3.864.000
4,1
4,3
3.9
uitstekend
uitstekend
Uitstekend
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Ratio betekenis
Kengetallen financiële positie De kengetallen moeten worden opgenomen in deze paragraaf om de raad in onderlinge samenhang eenvoudig inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente en daarmee een bijdrage te leveren aan de (verdere) invulling van de kaderstellende en controlerende rollen van de raad. Ze moeten inzichtelijker maken over hoeveel (financiële) ruimte een gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Door de Provincie Zuid-Holland zijn normen gedefinieerd, die in het vervolg als referentie worden gebruikt. De kleuren van de verschillende ratio’s per kengetal zijn groen, oranje (volgens website geel) en rood (volgens website oranje). Bij de toelichting op de kengetallen worden de ratio’s per kengetal verklaard. Het verloop van de kengetallen kan als volgt worden samengevat:
JR 2019
B 2021
JR 2020
Netto schuldquote
88%
83%
76%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
87%
82%
75%
Solvabiliteitsratio
29%
31%
34%
Grondexploitatieratio
43%
19%
37%
Structurele exploitatieruimte
2,6%
1%
1,1%
Belastingcapaciteit
107%
107%
111%
Kengetallen
Toelichting: Netto schuldquote Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de schuld. Daarmee kan een oordeel worden gevormd over de mate waarin de baten, exclusief reservemutaties, van de gemeente toereikend zijn om de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het percentage komt tot stand door de aangetrokken gelden minus de uitgezette gelden te delen door de jaarinkomsten. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 90% groen, bij 90% - 130% oranje (volgens website geel) en bij > 130% rood (volgens website oranje). De netto schuldquote is in 2020 verbeterd. De schuldquote is de verhouding tussen schulden en het totaal van de baten. De schulquote verbetert door hogere baten. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
72
Bij dit kengetal worden de doorgeleende gelden van de financiële activa gecorrigeerd op de netto schuldquote. Verder is de toelichting op de netto schuldquote van toepassing, inclusief referentiewaarden. Solvabiliteitsratio Kengetal dat weergeeft in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd vanuit het eigen vermogen. De ratio wordt berekend door het eigen Vermogen (de reserves) te delen door het balanstotaal. Volgens de website “staatvan.zuid-holland.nl” is de kleur bij een ratio van > 50% groen, bij 20% - 50% oranje (volgens website geel) en bij < 20% rood (volgens website oranje). De solvabiliteit is in 2020 toegenomen. Grondexploitatieratio Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de voorraad bouwgrond en de stand van het onderhanden werk bouwgrondexploitatie. De balanswaarde hiervan minus de voorzieningen voor negatieve grondexploitaties wordt gedeeld door de jaarinkomsten om tot deze ratio te komen. De hoogte van dit kengetal geeft aan wat het terugverdienrisico is op de grondexploitaties ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 20% groen, bij 20% - 35% oranje (volgens website geel) en bij > 35% rood (volgens website oranje). Volgens de eerdergenoemde website is de bandbreedte van deze ratio bij de diverse gemeenten groot.
Of een gemeente een beheers- of een ontwikkelgemeente is heeft een grote invloed op deze ratio. Ten opzichte van de jaarrekening 2019 is deze ratio gedaald en daarmee verbeterd. Ook deze ratio verbetert, net als de schuldquote door hogere baten. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Dit kengetal brengt de structurele weerstandscapaciteit of robuustheid van de meerjarenbegroting tot uitdrukking. De structurele exploitatieruimte heeft een positieve invloed op de solvabiliteit als hiermee het eigen vermogen wordt versterkt. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van > 0% groen, 0% oranje (volgens website geel) en bij < 0% rood (volgens website oranje). De score is ppositief (groen) en ook toegenomen ten opzichte van jaarrekenng 2019. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (jaar t) in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (jaar t-1). Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 95% groen, bij 95% - 105% oranje (volgens website geel) en bij > 105% rood (volgens website oranje). De tarieven zijn bij de gemeente Waddinxveen hoger dan gemiddeld in Nederland.
Financiële kengetallen begroting 2021 – 2024 in samenhang De gemeente Waddinxveen is een ontwikkelgemeente. Dit betekent dat de financiële begroting jaarlijks sterk kan wisselen. Dit is van invloed op het verloop van de Netto schuldquote, de Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de Solvabiliteit en de Grondexploitatieratio, die hierdoor een grillig karakter kunnen vertonen. Door hogere baten, verbeteren de schuldquote en de grondexploitatieratio. De hogere baten worden onder meer veroorzaakt door hogere opbrengsten uit grondverkoop.
73
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de openbare ruimte van onze gemeente vinden allerlei activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Onze kapitaalgoederen faciliteren deze activiteiten. Te denken valt aan wegen, bruggen, lantarenpalen, bomen, speelplaatsen, watergangen, sportvelden, het rioolstelsel en gemeentelijke gebouwen. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen te onderhouden. De kwaliteit en het onderhoud van deze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. De raad heeft op basis van de Visie Beheer Openbare Ruimte het beheerniveau en de daaraan gekoppelde financiële gevolgen vastgesteld voor alle kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Om het beoogde beheerniveau te waarborgen stellen we voor de verschillende kapitaalgoederen beheerplannen op. De beheerniveaus, zoals vastgelegd in de Visie Beheer Openbare Ruimte, zijn als volgt onderverdeeld: Centra Hoofdwegen Woonwijken Bedrijven Buitengebied Jaarlijks onderhoud A B B B C Groot onderhoud A B B B C Vervangingsinvesteringen A B B B C
Deze beheerniveaus kunnen als volgt worden toegelicht: Code Kwaliteit Technische staat A Hoog Weinig op aan te merken B Basis Lichte schade, een en ander op aan te merken C Laag Duidelijke schade, veel op aan te merken
Verzorging Schoon Matig schoon, niet storend Vuil, storend
Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen binnen de exploitatiebegroting van het programma. Deze paragraaf richt zich op het groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt cyclisch plaats. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen. Als kapitaalgoederen aan het eind van de levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed.
Onderhoud kapitaalgoederen Binnen de kapitaalgoederen zijn onze beheerdisciplines onderverdeeld in wegen, groen, riolering en gebouwen. Om de kapitaalgoederen te beheren en onderhouden stellen we beheerplannen op. Programma 4 Leefbaar Dorp gaat ook in op het beheer van de openbare ruimte. De disciplines wegen en groen hebben we verwerkt in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2016-2020. In het Gemeentelijk Rioleringsplan wordt ingegaan op de discipline riolering. Voor de discipline gebouwen hanteren we het Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijk vastgoed 2020-2023 als basis. Wegen Onder de beheerdiscipline wegen vallen de disciplines wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte, slappe bodem, mobiliteit, parkeren en de Duurzaamheidvisie. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen die worden opgesteld door het CROW, zoals de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Ook het politiekeurmerk Veilig Wonen is een richtlijn die we voor openbare verlichting hanteren. In 2020 hebben we naast de integrale projecten ook groot onderhoud gepleegd aan onze asfaltwegen en de bruggen.
74
Wegen
edragen * € 1.000
Investeringen en onderhoud 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 Som van Krediet t/m 2020 Som van Besteed t/m 2020 Som van Restant 2020 Som van Doorsch. 2021
investering 4.458 4.090 368 368
voorziening 2.100 1.335 764 725
Groen Onder de beheerdiscipline groen vallen de disciplines openbaar groen, spelen, stedelijk water en buitensport. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte, Groenstructuur en groenbeleid, Speelruimteplan, Gemeentelijk Waterplan en de Duurzaamheidvisie. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van de LIOR en de richtlijnen uit het Handboek Bomen 2018 van het Norminstituut Bomen. Ook hanteren we voor onze speeltoestellen de eisen van het Warenbesluit Attractie- en speeltoestellen. Voor spelen geldt dat veiligheid leidend is en niet de beeldkwaliteit. Voor buitensport geldt een minimale cultuurtechnische en sporttechnische kwaliteit met betrekking tot de buitensportvelden. In 2020 hebben we naast de integrale projecten ook geïnvesteerd in de aanleg van natuurvriendelijke oevers, hebben we op diverse locaties op verzoek van bewoners beplanting vervangen en zijn er 3 speelplekken opnieuw ingericht.
Groen Investeringen en onderhoud 900 800 Bedragen * € 1.000
700 600 500
400 300 200 100 0 Som van Krediet t/m 2020 Som van Besteed t/m 2020 Som van Restant 2020 Som van Doorsch. 2021
investering 177 152 25 21
voorziening 835 494 340 258
75
Riolering Voor het beheer en onderhoud van de riolering sturen we op twee aspecten, namelijk de technische staat en de afvoercapaciteit. Beheer op basis van een verschillende beheerniveaus is dan ook niet aan de orde. We beheren en onderhouden de riolering op basis van het beleid uit het Gemeentelijk Waterplan (GWP) en de Duurzaamheidsvisie. In het GWP wordt voor de periode 2021-2025 ingegaan op manier waarop we invulling geven aan onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. In dit plan is tevens op hoofdlijnen beschreven hoe we ons rioolstelsel in stand houden. Het beheer van ons rioolstelsel is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het integrale beheerplan openbare ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van de LIOR. In 2020 hebben we naast de integrale projecten ook de riolering aan de Willem de Zwijgerlaan vervangen, hebben het ontstane sinkhole aan de Kerkweg-West verholpen en hebben we geïnvesteerd in onze gemalen.
Riolering Investeringen en onderhoud 4.000
3.500 Bedragen * € 1.000
3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 Som van Krediet t/m 2020 Som van Besteed t/m 2020 Som van Restant 2020 Som van Doorsch. 2021
investering 3.616 2.248 1.368 1.368
voorziening
Gebouwen Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen hanteren we het Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijk vastgoed 2020-2023. Hiervoor zijn de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma, waarbij het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 is aangehouden. Door de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed zijn in 2024 en 2025 renovaties gepland voor de sportzalen Groenswaard en De Duikelaar. Wij anticiperen op deze geplande renovaties door beschikbare middelen spaarzaam en alleen indien noodzakelijk in te zetten, waardoor enige achterstand in het onderhoud kan ontstaan. Dit heeft geen gevolgen voor het aan te houden beheerniveau.
76
Gemeentelijke Gebouwen
edragen * € 1.000
Investeringen en onderhoud 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 Som van Krediet t/m 2020 Som van Besteed t/m 2020 Som van Restant 2020 Som van Doorsch. 2021
investering 3.903 1.128 2.775 2.775
voorziening 588 400 188 188
77
Paragraaf 4 Financiering Inleiding Bij de opstelling van de paragraaf Financiering is rekening gehouden met het rentebeleid op basis van de Notities Grondexploitaties 2016 en Rente 2017 van de commissie BBV. Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2017 die op 5 juli 2017 door de raad is vastgesteld. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen, met één uitzondering, alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie.
Renteomslag 2020 De renteomslag kan voor het jaar 2020 als volgt worden samengevat:
Rentelasten kort- en langlopende geldleningen Rentebaten kort- en langlopende vorderingen Saldo rentelasten en baten Doorberekende rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
Begroting 2020 -1.962 -1.962 531 -1.431 -1.431 1.391 -40
Jaarrekening 2020 -1.975 0 -1.975 577 -1.398 -1.398 1.231 -167
Bedragen x € 1.000 Doorberekende rente aan grondexploitatie Bij de grondaankopen Bouwfonds Property Development (BPD) in het kader van het actief grondbeleid gemeentelijke grondexploitatie Triangel is er sprake van ‘projectfinanciering’ door een langlopende geldlening van BPD voor hetzelfde bedrag. Hiervoor wordt met ingang van 2020 een rentepercentage gehanteerd van 1,8%. Deze rentelast wordt doorberekend aan de gemeentelijke grondexploitatie Triangel. Bij de overige langlopende geldleningen is er sprake van ‘integrale financiering’. Bij deze vorm van financiering worden alle activa van de gemeente beschouwd bij het aantrekken van een langlopende geldlening. Het in de grondexploitaties actief grondbeleid te hanteren rentepercentage wordt bij ‘integrale financiering’ bepaald uit het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Hierbij blijven de eerdergenoemde langlopende geldlening BPD en de uitgestelde betalingsregeling Centrum dus buiten beschouwing. De rente aan een grondexploitatie actief grondbeleid wordt toegerekend over de boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1 januari van het betreffende boekjaar, waarbij rente tijdens het boekjaar met ingang van de begroting 2017 – 2020 is komen te vervallen.
Er wordt gekozen voor een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2016 het percentage worden bijgesteld. Rente over eigen vermogen Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen, met één uitzondering, alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie. Er wordt bij het belegde eigen vermogen, op basis van de Nota kostenverhaal 2017, alleen rente toegevoegd aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen. De besluitvormende raad heeft op 13 december 2017 ingestemd met deze afwijking van de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2017. Doorberekende rente aan taakvelden De aan de taakvelden (programma’s en overzicht Overhead), als onderdeel van de kapitaallasten (Staat van vaste activa) toe te rekenen rente is met ingang van 2017 de sluitpost van de renteomslag. Indien de werkelijke rentelasten in Euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro’s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. 78
Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido heeft een gezonde financiering van openbare lichamen, waaronder gemeenten, als centrale bedrijfseconomische doelstelling. Mede naar aanleiding van de kredietcrisis zijn begin 2009 de eisen verscherpt en is de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) aangepast, waarbij voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet nieuwe normeringen zijn bepaald. Naast het beheersen van de financieringsrisico’s kent de Wet fido ook een macro-budgettaire doelstelling. Dit betreft de beheersing van de grenswaarde van het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP).
Wet Houdbare overheidsfinanciën De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof) is op 15 december 2013 van kracht geworden. De wet Hof regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden lagere overheden gebonden aan een maximaal begrotingstekort (macronorm) op kasbasis. Wordt de macronorm toch overschreden, dan volgen sancties of boetes. Er blijft te allen tijde ruimte voor bestuurlijk overleg op basis van gelijkwaardigheid. Volgens het bestuursakkoord dat is afgesloten met VNG, IPO en de Unie van waterschappen mogen de lagere overheden een tekort hebben van 0,5%.
Verloop financieringstekort/overschot In de onderliggende investerings- en financieringsstaat wordt het verloop van het financieringsoverschot in 2020 inzichtelijk gemaakt en de mutaties hierin: Investerings- en financieringsstaat (x € 1.000)
1-1-2020
Mutaties
31-12-2020
Activa Boekwaarde vaste activa Boekwaarde grondexploitaties Totaal activa
98.453 35.433 133.886
4.173 - 1.225 2.948
102.626 34.208 136.834
Passiva Algemene Reserves Bestemmingsreserves Voorzieningen Langlopende geldleningen (boekwaarden) Totaal passiva Financieringssaldo
22.558 24.949 13.422 91.979 152.908 19.022
134 2.563 -2.494 -7.710 -7.507 -10.455
22.692 27.512 10.928 84.269 145.401 8.567
Risicobeheer Voor het risicobeheer worden als risico’s onderscheiden het renterisico van de korte termijnfinanciering, het renterisico voor de lange termijnfinanciering en het kredietrisico voor uitgezette gelden. In de Wet fido zijn voor het beperken en beheersen van de genoemde risico’s concrete normen opgenomen, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze worden in het vervolg verder uitgewerkt.
Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Daarom is voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn (ten hoogste 12 maanden) aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – de zogenaamde kasgeldlimiet van belang. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen.
79
Voor 2020 ziet het verloop van de kasgeldlimiet er als volgt uit: Kasgeldlimiet Omvang begroting (=grondslag)
per
1
januari
2020
Bedragen per kwartaal Kw. 1 Kw. 2 92.311 92.311
(1) Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag (2) Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
Kw. 3 92.311
Kw. 4 92.311
8,5 % 7.846
8,5 % 7.846
8,5 % 7.846
8,5 % 7.846
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
10 319 9.137
13 300 23.565
15 328 19.413
11 265 13.870
Toets kasgeldlimiet (4) Totaal netto vlottende schuld (2) – (3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) – (4)
-9.466 7.846 17.312
-23.878 7.846 31.724
-19.756 7.846 27.602
-14.146 7.846 21.992
Bedragen x € 1.000
Renterisiconorm De renterisiconorm is van belang om de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente te beperken. Met de renterisiconorm stelt de Wet fido een limiet aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een zeker jaar moet worden aangepast aan de dan geldende markttarieven. Dergelijke aanpassingen doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. De jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen voor gemeenten mogen volgens deze norm niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm is een nuttig instrument bij het beheersen van renterisico’s. Dit betekent niet dat deze norm alle risico’s van de organisatie bestrijkt. Bijvoorbeeld de renterisico’s op nieuw af te sluiten leningen voor zover deze niet worden aangegaan om andere leningen af te lossen, maken geen deel uit van de berekening van de renterisiconorm.
Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld (bedragen x
Begroot
Werkelijk
€ 1.000) 1
Renteherziening op vaste schuld o/g
0
0
2
Te betalen aflossingen
7.781
7.995
3
Renterisico op vaste schuld (1+2)
7.781
7.995
92.311
107.057
Renterisiconorm 4a
Begrotingstotaal (lasten) jaar 2020
4b
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
4
Renterisiconorm (minimumbedrag)
20%
20%
18.462
21.411
10.681
13.416
Toets renterisiconorm 5a
Ruimte onder renterisiconorm (indien 4>3)
5b
Overschrijding renterisiconorm (indien 3>4)
80
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Inleiding De Gemeente Waddinxveen speelt dagelijks in op vragen en ontwikkelingen van het dorp en levert dagelijkse producten en diensten voor het dorp. Bedrijfsvoering zorgt dat deze taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
Doelstellingen We werken aan een organisatie die klaar is voor de toekomst In kleine stappen maken we onze organisatie klaar voor de toekomst. Zo kunnen we publieke waarde blijven toevoegen. We hebben duidelijk in beeld wat we moeten veranderen. Door de Coronamaatregelen liep dat niet altijd zo vlot als we wilden. Toch hebben we met meer nadruk aan opgaves kunnen werken. Medewerkers hebben samen afspraken gemaakt hoe ze dat aanpakten. Ook zijn we aan de slag geweest met de cultuur in de organisatie. We zorgen dat onze medewerkers klaar zijn voor de toekomst Strategische Personeelsplanning (SPP) helpt ons te bepalen of onze medewerkers klaar zijn voor de toekomst. En wat we daar nog voor moeten doen. We werken aan het gebruik van “Business Intelligence” in het SPP-proces. Op deze manier verzamelen en onderzoeken we grote hoeveelheden informatie. Zo zorgen we dat medewerkers kunnen meebewegen met de ontwikkelingen van de toekomst. Daarmee voorkomen we verloop. Ondanks dat medewerkers zoveel mogelijk thuis hebben gewerkt, hebben ze waar mogelijk hun kennis op peil gehouden of vergroot. We werken nog meer digitaal en slimmer We hebben een nieuw financieel systeem ingevoerd. Hierdoor krijgen we nog meer grip op onze financiële situatie. We hebben een aantal systemen gekoppeld aan ons zaaksysteem. Hierdoor wordt archivering beter geborgd.
We hebben ons verder voorbereid op de invoering van de Wet open overheid. Wij vinden de bescherming van persoonsgegevens en de veiligheid van alle informatie belangrijk Hoe houden we de bescherming van persoonsgegevens vast We controleren regelmatig per proces of de maatregelen nog voldoende zijn. We passen ze aan indien nodig. We hebben bij verschillende doelgroepen het belang van privacy onder de aandacht gebracht door online bijeenkomsten. We hebben voorbereidingen getroffen om actief openbaar te delen welke persoonsgegevens we verwerken en waarom. Hoe houden we alle informatie veilig We hebben ons beleid voor informatieveiligheid bijgewerkt en maatregelen getroffen voor de grootste risico’s. Zo hebben we voorbereidingen getroffen om ons netwerk altijd te controleren op dreigingen en vreemde gegevens en gebeurtenissen. En de proef om te regelen wie toegang krijgt tot welke informatie is gestart. Tot slot hebben we onze maatregelen uitgelegd aan de verschillende toezichthouders. Hoe voorkomen we dat persoonsgegevens komen waar ze niet horen Wij krijgen ook allerlei kwaadaardige mails die bedoeld zijn om onze gegevens of gegevens van inwoners te stelen of misbruiken. Deze mails hebben niet tot vervelende gebeurtenissen geleid. Ze werden door technologie tegengehouden. Of ze werden als kwaadaardig herkend dankzij de aandacht die we hieraan hebben besteed.
Als persoonsgegevens door andere oorzaken kwamen waar ze niet horen, hebben we dat volgens afspraken afgehandeld. En als dat nodig was hebben we dat met de Autoriteit Persoonsgegevens en betrokken personen besproken.
Jaarverslag Ondernemingsraad gemeente Waddinxveen 2020 De OR wordt vroegtijdig betrokken bij relevante ontwikkelingen in de organisatie. Op die wijze kan de inbreng van de OR in de stukken worden verwerkt en leidt dit tot een snelle en efficiënte besluitvorming. De OR heeft vanwege de coronamaatregelen de jaarlijkse 2-daagse training teruggebracht naar 1 dag. Diverse individuele leden hebben daarnaast cursussen gevolgd. In 2020 hebben 6 overlegvergaderingen plaatsgevonden met de WOR-bestuurder (gemeentesecretaris).
81
Vertrouwenspersoon In 2020 heeft de externe vertrouwenspersoon 4 signalen ontvangen. Deze signalen zijn op een passende manier behandeld. De belangrijkste onderwerpen waar de OR over heeft geadviseerd of mee heeft ingestemd zijn: • Beleid uitgifte IPhone’s en beveiliging; • Voorstel RI&E Gemeentewerf; • Personeelshandboek versie 1.1; • Beleid beeldschermbril; • Piketregeling Midden-Holland voor de functie van Officier van Dienst Bevolkingszorg (OvD-Bz) en Adviseur Crisisbeheersing (ACB) 2020; • Aanvullende RI&E-module in verband met het Coronavirus en aangepast Plan van Aanpak. De onderwerpen die ter informatie zijn besproken: • Verzuim- en verlofprotocol; • Corona-maatregelen en thuiswerken; • Positionering binnensport. Overige onderwerpen die aan de orde zijn gekomen: • Organisatieontwikkeling; • Ziekteverzuimcijfers; • Individueel keuzebudget. Tot slot heeft op basis van artikel 24 van de Wet op de Ondernemingsraden overleg plaatsgevonden met de WORbestuurder en de burgemeester over de algemene gang van zaken in de “onderneming”. In dit overleg is onder andere gesproken over de groei van de gemeente en de gevolgen van de Corona-maatregelen voor de organisatie.
Bereikte resultaten op doelstellingen en inspanningen Indicator Personeel Verzuimpercentage meldingsfrequentie
/
Percentage medewerkers <35 jaar Percentage medewerkers >55 jaar Percentage mannen Percentage vrouwen Instroompercentage Uitstroompercentage Percentage voltijd Percentage deeltijd Aantal fte per 1000 inwoners
Financiën Goed budgetbeheer
Informatie Beschikbaarheid van computers, programma’s en netwerk
Informatiebeveiliging
Doel/inspanning 2020
Resultaat 2020
4,5% inclusief langdurig verzuim frequentie 0,9 (landelijk beeld 2019 5,4%)
5,5%, inclusief langdurig verzuim frequentie 0,7 (2019 verzuim 5,5%, landelijk beeld 2019 5,4%) Dit komt vooral door medewerkers die lang ziek zijn.
-
22,9 32,5 44,9 55,1 6,48 6,94 57 43 6,7
Maximale afwijking van € 500.000 tussen het voorspelde resultaat in de 2e Burap en de verantwoording in de jaarrekening. (exclusief resultaat op openeinde regelingen).
In de jaarrekening over 2020 blijkt een voordelig saldo van € 5.111.000. Ten opzichte van de Burap-2 betekent dit een voordeel van € 3.852.000.
De computers, programma’s en netwerk zijn voor 99,5% beschikbaar met uitzondering van vooraf geplande werkzaamheden. We voldoen aan de belangrijkste regels van de Baseline
De computers, programma’s en netwerk waren voor 99,5% beschikbaar, met uitzondering van vooraf geplande werkzaamheden. We voldoen aan de belangrijkste regels van de Baseline
82
Juridisch advies Zorgvuldige juridische procedure
Inkoop
Informatiebeveiliging Overheid (BIO), zoals de technische regels. En we regelen dat iedereen weet waarom informatieveiligheid belangrijk is.
Informatiebeveiliging Overheid (BIO). We hebben ons beleid bijgewerkt en maatregelen getroffen voor de grootste risico’s. Zo hebben we voorbereidingen getroffen om ons netwerk altijd te controleren op dreigingen en vreemde gegevens en gebeurtenissen. En de proef om te regelen wie toegang krijgt tot welke informatie is gestart. Tot slot hebben we geregeld dat iedereen weet waarom informatieveiligheid belangrijk is.
We proberen zoveel mogelijk ingekomen bezwaren op te lossen met pre-mediation. In minimaal 20% van de ingekomen bezwaarschriften voeren we premediation gesprekken, waarbij vervolgens in minimaal 30% het meningsverschil wordt opgelost met pre-mediation. We kopen rechtmatig en doelmatig in en voorkomen het aangaan van onrechtmatige overeenkomsten. We vergroten de inkoopkennis van de inkopende medewerkers. We voeren het beleid Social Return en de bijbehorende software in.
In 2020 zijn er 101 bezwaren ontvangen. Bij 26,7% van deze bezwaren is een pre-mediation gesprek gevoerd. Bij 55,6% van deze gesprekken is het meningsverschil opgelost met premediation.
Duurzaamheid
We maken al onze gebouwen uiterlijk in 2025 CO2 neutraal.
Gebouwen
Er is een aantal samenhangende ontwikkelingen op het gebied van gebouwen met een maatschappelijk doel. Daarvoor is een totaalaanpak nodig.
Door het gebruik van programma’s hebben we het inkoopproces verbeterd. Door het geven van instructies en uitleg over inkopen en aanbesteden is de kennis van het inkoopproces bij de inkopende medewerkers vergroot. De afspraken en regels over Social Return zijn bijna klaar. Hierbij worden (lokale) ondernemers betrokken. In 2020 is de Lijsterbesstraat 18, “De Paddenstoel“, gasloos gemaakt en komt daarmee op energielabel A. In het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed, wat op 8 juli 2020 door de raad is vastgesteld, is een omvattende aanpak van gebouwen met een maatschappelijk doel vastgesteld en is gestart met de voorbereiding van de uitvoering .
83
Paragraaf 6 Verbonden partijen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor de taken die zij door verbonden partijen laat uitvoeren. Het is daarom van belang de bijdrage van verbonden partijen aan de realisatie van de programma’s en daarmee gepaard gaande risico’s te kunnen beoordelen. In de programma’s is beschreven hoe de verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s. Om te kunnen sturen op hoe verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s is ook de financiële positie van belang. In deze paragraaf is per verbonden partij vermeld op welke wijze de gemeente financieel en bestuurlijk is verbonden. Ook is opgenomen of er sprake is van risico’s voor de gemeente waarvoor geen maatregelen bij de verbonden partij zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie. De ‘Leidraad sturing en grip op verbonden partijen 2017’ schetst de wijze waarop raad, college en ambtelijke organisatie – ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – zorgen voor sturing en grip.
Gegevens per verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen
Soort regeling/ rechtsvorm
Veiligheidsregio Hollands Midden (Leiden) Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg (Leiden) Regio Midden-Holland (Gouda) Omgevingsdienst MiddenHolland (Gouda) Werkvoorzieningschap Promen (Gouda)
College Openbaar lichaam Gemengd Openbaar lichaam
Financieel belang (omvang werkelijke deelnemersbijdrage) € 1.473.975 € 1.557.000
Eigen vermogen begin en einde 2020
Vreemd vermogen begin en einde 2020
Verwachte omvang financiële resultaat
Omvang risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
1-1-2020: € 6.222.000 31-12-2020: € 7.519.000 1-1-2020: € 3.948.000 31-12-2020: € 6.577.000
1-1-2020: € 35.932.000 31-12-2020: € 34.497.000 1-1-2020: € 29.237.000 31-12-2020: € 40.621.000
€ 1.758.000
De weerstandscapaciteit is € 917.000. Het weerstandsvermogen is afgenomen van 1,58 naar 1,00. Het weerstandsvermogen bedraagt € 4,5 miljoen. De weerstandsratio is 88%.
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen 2 collegeleden stemverhouding 14/164e
1-1-2020: € 628.000,31-12-2020: € 633.000,1-1-2020: € 3.179.000,31-12-2020: € 2.469.000,-
1-1-2020: € 401.000,31-12-2020: € 487.000,1-1-2020: € 3.352.000,31-12-2020: € 4.119.000,-
€ 171.849.-
Bestuurlijk (vertegenwoordiging stemverhouding in AB) 1 collegelid 1 van 19 stemmen 1 collegelid 2 stemmen
belang en
€ 2.808.000
Gemengd Openbaar lichaam College Openbaar lichaam
€ 48.537,-
College Openbaar lichaam
€ 2.412.000,-; dit is inclusief beide begrotingswijzigingen
1 collegelid
1-1-2020: € 2.524.000,31-12-2020: € 4.052.000,-
1-1-2020: € 9.749.000,31-12-2020: € 7.952.000,-
€ 641.000,-
€ 2,3 mln. risico’s t.o.v. € 2,3 mln. weerstandsvermogen.
Streekarchief MiddenHolland (Gouda) Grondbank RZG Zuidplas (Den Haag)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 140.366,-
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
1-1-2020: € 221.882,31-12-2020: € 289.227,-
1-1-2020: € 369.493,31-12-2020: € 280.033,-
€ 76.904,-
College Openbaar lichaam
€ 113.000,-
2 collegeleden 2 van de 40 stemmen (= 5%)
1-1-2020: - € 17.250.000 31-12-2020: - € 16.825.000
1-1-2020: € 92.500.000 31-12-2020: € 91.500.000
€ 400.000,-
Bedrijvenschap Regio Gouda (Gouwe Park) (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 0,-
2 collegeleden
1-1-2020: € 10.369.100,31-12-2020: € 8.306.500,-
1-1-2020: € 632.000,31-12-2020: € 428.000,-
€ 1.242.300,-
Groenalliantie MiddenHolland en omstreken (Gouda) Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (Leiden)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 194.700,-
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
1-1-2020: € 8.201.750,31-12-2020: € 9.036.890,-
1-1-2020: € 4.633.100,31-12-2020: € 3.683.600,-
€ 179.000,-
Het weerstandsvermogen bedraagt € 289.227,-. Dit dekt 22,2% van de totale jaarlijkse subsidie die het Streekarchief ontvangt. Dit is een stijging ten opzichte van 2019. Verliesvoorziening is momenteel € 21,0 mln. Indien gehele ontwikkeling niet door gaat dan afboeken naar agrarische waarde wat risico geeft van € 65,0 mln. Verwachting is ontwikkelperspectief Q2 2021 waardoor verliesvoorziening kan afbouwen. De risico’s zijn vanwege de geringe omvang niet gekwantificeerd. Het resultaat van € 11,8 mln. positief is voldoende om alle mogelijke risico’s ruimschoots op te vangen. Volgens BBV kengetal: uitstekend.
College Openbaar lichaam
€ 484.154,-
1 collegelid 3,99% van het stemrecht
1-1-2020: € 1.524.000,31-12-2020: € 909.000,-
1-1-2020: € 10.871.000,31-12-2020: € 10.899.000,-
€ -144.000
Vennootschappen
Rechtsvorm
Vreemd vermogen begin en einde 2020
Verwachte omvang financiële resultaat
N.V.
Bestuurlijk (vertegenwoordiging stemverhouding in AB) 1 collegelid in de AVA 17.823 aandelen
Eigen vermogen begin en einde 2020
Bank Nederlandse Gemeenten
Financieel belang (omvang deelnemersbijdrage) N.v.t.
Oasen
N.V.
N.v.t.
Cyclus
N.V.
€ 2.628.500,-
1 collegelid in de AVA 27 van de 748 aandelen 1 collegelid in de AVA 5,5% van de aandelen
1-1-2020: € 112.000.000,31-12-2020; NB 31-12-2020: € 9.502.000,(prognose)
1-1-2020: € 169.000.000,31-12-2020; NB 31-12-2020: € 31.551.000,(prognose)
Triangel
C.V./B.V.
1 collegelid en 1 directielid in de AVA 50% van de aandelen
CV begin: € 10.162.000,-CV Einde: € 10.162.000,-BV begin: € 18.000,00 BV einde: € 18.000,00
CV begin: € 28.199.700,-CV Einde: € 24.266.300,-BV begin: € 192.300,-BV einde: € 192.100,--
€ 2.037.000
belang en
€ 152.000,-
De netto winst over het boekjaar 2020 bedroeg € 221.000.000,2019: € 3.693.000,€ 125.000,(prognose) Verwacht resultaat totale deelneming circa € 0,9 mln.
Totale weerstandscapaciteit bedraagt € 100.000,-. Dit is conform AB-besluit. Omvang risico’s: € 1.805.000,Omvang weerstandsvermogen: € 1.403.000,-
De minimumhoogte van de algemene reserve is 3% en maximaal 5% van de totaal begrote jaarlijkse lasten. Dit is conform AB besluit. Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
De bank heeft een laag risicoprofiel, hetgeen ook blijkt uit de ratings. Risico betreft de waarde van de aandelen. Er is een systeem van risicomanagement bij Oasen. Het risico voor Cyclus is beperkt tot het aandeel van € 188.000,- in de NV. De solvabiliteit is voldoende, zodat de risico’s beperkt zijn. De GEM CV heeft zelf een uitgebreide risicoparagraaf. Daarnaast zijn in de gemeentelijke grondexploitatie gekwantificeerde risico’s opgenomen.
84
Stichtingen Verenigingen
en
Stichting Greenport regio Boskoop
Rechtsvorm
Stichting
Financieel belang (omvang deelnemersbijdrage)
Bestuurlijk (vertegenwoordiging stemverhouding in AB) 1 collegelid 1 stem per lid
belang en
Verwachte omvang financiële resultaat
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
85
Paragraaf 7 Grondbeleid Inleiding In deze paragraaf geven we een financieel totaalbeeld van de portefeuille van de Grondbedrijfsfunctie (GBf). Dit doen we op basis van de per 31 december 2020 geactualiseerde grondexploitaties en recente beoordelingen van de lopende facilitaire projecten. De effecten van deze actualisaties hebben een directe invloed op de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfs-functie (ABG), de voorzieningen en de weerstandscapaciteit. In deze paragraaf grondbeleid wordt een verdere toelichting gegeven op de mutaties.
Visie en uitvoering grondbeleid in relatie tot doelstellingen uit programma’s Het grondbeleid van de gemeente is geen doel op zich, maar een middel om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. In de Structuurvisie Waddinxveen 2030, beleidsnota’s en bestemmingsplannen is vastgelegd hoe we ruimtelijk ontwikkelen. Vanuit risicobeheersing doen we dit primair vanuit facilitair grondbeleid, we geven de ruimte om andere partijen te laten ontwikkelen binnen de gestelde kaders. Echter de gemeente heeft de mogelijkheid om actief grondbeleid te voeren als dat vanuit een strategisch belang gewenst is. Daarnaast voert de gemeente grondbeleid uit via een deelname in Verbonden partijen. Facilitaire projecten. Zoals hiervoor is aangegeven streven wij in principe de vastgestelde doelstellingen na, door middel van facilitair grondbeleid. We geven bij facilitaire projecten de ruimte aan andere partijen om te ontwikkelen binnen de gestelde kaders. De aankoop en uitgifte van gronden wordt bij facilitair grondbeleid uitgevoerd voor rekening en risico door andere partijen. De invloed van de gemeente Waddinxveen loopt dan niet via het grondeigendom, maar via bestemmingsplannen, overeenkomsten en/of een exploitatieplan. In de volgende tabel, tabel 1, zijn facilitaire projecten aangegeven die bij opmaak van deze paragraaf en jaarrekening 2020 in ontwikkeling zijn in de gemeente Waddinxveen.
Deze facilitaire projecten lopen veelal door in 2021 en verder. Tabel 1 Facilitaire projecten in ontwikkeling R.6808 Locatie Alblas R.6820 Noordeinde 65 Zuidkade R.6809 Locatie Onderweg R.6824 GEM Triangel 8-12 R.6810 Locatie Postkantoor R.6825 Esdoornlaan 26 (Kerkweg Oost 161)
R.8804 Plasweg 4 R.8805 Exportweg 50
R.9801 Jan Dorrekenskade Oost 65 71a R.6811 Noordpark R.7801 Pluimveehouderij R.9802 Noordeinde 4, Zesde Tochtweg 46, 46bis, 46a tegenover 6 R.6812 Glasparel+ fase 1 R.7807 Kanaalweg 2-4 R.9803 Noordeinde 74, verk.kn.Kameleon 122a en 134 R.6812.1 Glasparel+ fase 2 R.7809 Kerkweg-Oost R.9804 Noordeinde 214-216 130 R.6813 Noordpunt Triangel R.8802 Plasweg 39 - 41 R.9806 Otweg 3 R.9814 Matrix Locatie R.8803 Noordeinde 136, R.9814 Tweede Roskam 136A Bloksweg 2/2bis
R.9816 Zorgboerderij Noordkade 108 R.9817 Kanaaldijk 6 R.0801 PostNL locatie
R.0802 Onderweg 10
R.0804 Middelburgseweg 5 R.0806 OverslagwegTruckparking
Actieve gemeentelijke projecten. Naast de bovengenoemde facilitaire projecten zijn ook projecten in ontwikkeling genomen die onder 100% regierol van de gemeente Waddinxveen worden ontwikkeld, Hierbij hebben wij een actieve rol waarbij we voor eigen rekening en risico ruimtelijke plannen ontwikkelen. Actief grondbeleid wordt alleen gevoerd indien dit van strategisch belang is voor de gemeente, in een dergelijk geval verwerven en ontwikkelen wij zelf de benodigde gronden. Per 31 december 2020 bestaan de volgende gemeentelijke actieve grondexploitaties: het Centrum, het Sleutelkwartier, Coenecoop III, ’t Suyt fase I en Park Triangel. In het boekjaar 2020 is een nieuwe grondexploitatie, ’t Suyt fase II, hieraan toegevoegd.
86
Verbonden partijen. Naast facilitaire projecten en gemeentelijke grondexploitaties maken we binnen het GBf deel uit van een drietal Verbonden Partijen. Verbonden Partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. De drie Verbonden Partijen zijn: 1. Grondbank RZG Zuidplas, 2. GEM CV Park Triangel en 3. Bedrijvenschap Regio Gouda (Gouwe Park 1).
Prognose resultaten Grondbedrijfsfunctie Portefeuillerisico Voor de beheersing van de portefeuille van de Grondbedrijfsfunctie (GBf) is het noodzakelijk een inschatting te maken van risico’s die zich enerzijds in de verschillende portefeuilleonderdelen kunnen voordoen en anderzijds in de portefeuille als totaal. De risico’s worden op het niveau van de gehele portefeuille alsmede op het niveau per onderdeel in beeld gebracht. De belangrijkste risico’s vloeien voort uit de woningbouwprogrammering versus de woningbehoefte-raming op langere termijn. De gemeente heeft een forse woningbouwprogrammering ten opzichte van de woningbehoefteraming die door de provincie Zuid-Holland is opgesteld. In de Regionale Agenda Wonen en de bijbehorende woningbouwprogrammering worden hier regionaal afspraken over gemaakt. De huidige projecten zijn allemaal afgestemd met de regio. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate we in staat zijn om nadelige gevolgen van niet-afgedekte risico’s op te vangen. Ook is van belang te weten welke grootte de ABG moet hebben om de risico’s in de portefeuille te kunnen dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit.