CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF - Jaarstukken 2020_1.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Jaarstukken 202032.284 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De benodigde weerstandscapaciteit is het totaal van de financiële vertaling van alle projectspecifieke en generieke (conjuncturele) risico’s die in beeld zijn gebracht. De beschikbare weerstandscapaciteit, de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), geeft aan in hoeverre de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) hieruit gedekt kan worden. In het volgende schema is de weerstandscapaciteit van de GBf weergegeven. De stand van de ABG minus de risico’s geeft het weerstandsvermogen weer. Tabel 2 Weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) 31-12-2019

31-12-2020

ABG

2.298

2.424

Verschil t.o.v. 31-122019 126

Risico’s Actief grondbeleid

1.350

2.662

1.312

Risico’s Verbonden partijen

2.450

2.450

0

-1.502 Voor de risico’s wordt verwezen naar de geheime bijlage.

-2.688

-1.186

Weerstandscapaciteit

87

Weerstandsvermogen Verschil Na vaststelling van de jaarrekening 2020 door de gemeenteraad bedraagt de verwachte beschikbare weerstandscapaciteit (het saldo van de ABG) per 1 januari 2021 € 2,4 mln. De risico’s in de grondexploitatie projecten plus Verbonden partijen bedraagt € 5,1 mln. per 1-1-2021. Het tekort op de weerstandscapaciteit van de grondbedrijffunctie wordt gecompenseerd door een overschot bij de algemene dienst. Zie hiervoor paragraaf 2.

Prognoses per portefeuilleonderdeel Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken worden de grondexploitaties geactualiseerd (ontwikkeling conform actief grondbeleid) en de facilitaire projecten (ontwikkeling conform facilitair grondbeleid) tegen het licht gehouden. De resultaten van en risico’s bij de verbonden partijen worden beoordeeld. Hierbij wordt beoordeeld in hoeverre de resultaten in financieel opzicht en qua voortgang moeten worden bijgesteld ten opzichte van de vorige analyse bij begroting of jaarrekening. In deze paragraaf worden de mutaties, voorzieningen en risico’s per onderdeel beschreven.

Actief Grondbeleid Parameters Jaarlijks worden de grondexploitaties bij jaarrekening en begroting geactualiseerd. Dit betekent dat de grondexploitaties marktconform worden gemaakt zodat we in staat zijn de te verwachten investeringen te kunnen plegen. Ook wordt opnieuw gekeken naar de te verwachten opbrengsten als tegenhanger van de te verwachten investeringen. Om de investeringen en opbrengsten in de toekomstige jaren vanaf 1-1-2021 op peil te houden worden deze bedragen geïndexeerd (Tabel 3 Parameters per 1-1-2021 Investeringen). De toe te passen indexatie betreft een percentage welke “parameters” worden genoemd. De toe te passen parameters zijn indexcijfers voor kosten- en opbrengststijging, rentekosten en -opbrengsten en de verplicht te hanteren discontovoet (voorschrift Commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). Ten aanzien van de te verwachten investeringen is met name gekeken naar de nog te investeren budgetten van eventueel te verwerven gronden, plan- en overige kosten vanaf 1-1-2021. Ook is beoordeeld of de beschikbare budgetten voor de te verwachten civieltechnische kosten voldoende aanwezig zijn om de te verwachten werken te kunnen uitvoeren.

Met betrekking tot de opbrengsten zijn in de rekentechnische uitgangspunten 2021 de te hanteren grondprijzen opgenomen die zijn verwerkt in de actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties per 1-1-2021. De grondprijzen per 1-1-2020 zijn in 2020 geïndexeerd met 2% opbrengstenstijging. Dit percentage wordt de komende jaren in de actualisatie toegepast (Zie tabel 4 Parameters per 1-1-2021 Grondopbrengsten). Bij actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties wordt rekening gehouden met de volgende parameters: Tabel 3 Parameters per 1-1-2021 Investeringen

1 2 3 4

Totaal beeld parameters

2021

2022

2023 en verder

Verwerving, civiele kosten en plankosten Rente over de te verwachten kosten en opbrengsten (o.b.v. BBV richtlijnen) Opbrengsten woningbouw en bedrijventerreinen Discontovoet ten behoeve van netto contant maken van de eindwaarde per 1-1-2020 conform BBV- regelgeving

1,50% 1,50%

2,00% 1,50%

2,00% 1,50%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

88

Tabel 4 Parameters per 1-1-2020 Grondopbrengsten Opbrengstensoort

2020

2021

2022

2023 en verder

1 2

2% 2%

2% 2%

2% 2%

2% 2%

Woningbouw Bedrijven

De te hanteren parameters zijn begin 2021 door ons college van burgemeester & wethouders vastgesteld via het document “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2021” en verwerkt in alle gemeentelijk te actualiseren grondexploitatiebegrotingen per 1-1-2021. Voor een nadere analyse, onderbouwing en detaillering van bovengenoemde parameters en te hanteren grondprijzen per 1-1-2021 verwijzen wij naar de “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2021”. Mutaties Algemeen Het doorberekende rentepercentage voor actief grondbeleid is 1,5% zoals ook in tabel 3 hiervoor is opgenomen. Dit percentage is gerelateerd aan het percentage van de vreemd vermogen portefeuille. De gehanteerde jaarlijkse kostenindexatie is aangepast van 3,0% naar 1,5% voor 2021 als gevolg van de stabilisatie van het kostenniveau in de GWW-sector in 2021 . De verwachting is dat de stabilisatie zal doorzetten vanaf 2022. Echter is er voorzichtigheidshalve voor gekozen om vanaf 2022 een jaarlijks te hanteren kostenindexcijfer van 2,0% op te nemen.. Zie ook tabel 3 “Parameters per 1-1-2021 Investeringen”. Centrum De gemeente heeft met ontwikkelaar ASR en met ontwikkelaar MRP een overeenkomst, waarin de resterende realisatie van het centrum is vastgelegd.

Het centrum bestaat uit 3 fases, te weten: • • •

Fase 1A (reeds gerealiseerd), Fase 1B programma: 23 spoorwoningen en ca. 4.700 m² b.v.o. appartementencomplex (ter plaatse van het beoogde kantoor), (MRP) Fase 2 programma: 108 woningen (ASR)

Fase 1B Voor de realisatie van fase 1B is MRP verantwoordelijk. In deze fase worden 23 spoorwoningen en 4.700 m² appartementencomplex gerealiseerd. In november 2019 heeft het college een koopovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van het appartementencomplex. In juli 2020 heeft het college het voorlopig ontwerp voor de kantoorkavel goedgekeurd. In plaats van een kantoor is hier ruimte voor 38 koopappartementen. Na deze goedkeuring Is eind 2020 een taxatie uitgevoerd. De getaxeerde waarde gaf een fors lagere grondwaarde aan dan in de GREX opgenomen. In de eerste helft van 2021 is een concept allonge opgesteld met de ontwikkelaar. Met de ontwikkelaar is een hogere grondwaarde bedongen dan in de taxatie opgenomen, Hiermee is het negatieve effect ten opzichte van de GREX enigszins beperkt gebleven. Ten opzichte van de GREX jaarrekening 2019 betreft dit een negatief nominaal financieel effect van ca. € 0,4 mln. De allonge moet nog door beide paritjen worden ondertekend. Vooruitlopend op ondertekening zijn de financiële effecten al verwerkt in de GERX van de jaarrekening 2020. In 2020 is ook gestart met de verkoop van 23 spoorwoningen. Naar verwachting zal in 2021 worden gestart met de bouw van deze woningen. Fase 2 Voor fase 2 is middels de vaststellingsovereenkomst met ASR (vastgesteld door gemeenteraad in februari 2019) het volgende bepaald.

Er komt geen ruimte voor detailhandel voor fase 2. Het woningaantal wordt verhoogd van 64 woningen naar 108 woningen. Dit maakt dat de grondwaarde voor fase 2 niet veranderd ten opzichte van de jaarrekening 2019. Uit de vaststellingsovereenkomst met ASR, getekend in februari 2019, is afgesproken dat ASR tot november 2019 heeft om tot een alternatief haalbaar plan voor fase 2 te komen. ASR heeft deze deadline niet gehaald, waarna de gemeente ASR in gebreke heeft gesteld. In 2020 geeft ASR aan de overeenkomst met de gemeente te willen ontbinden. De gemeente is met ASR in gesprek over deze ontbindingsmogelijkheid. Verwachting is dat in 2021 de helderheid komt over fase 2. Echter is vooruitlopend op de daadwerkelijke ontbinding het financiële effect wel verwerkt in de grondexploitatie. De financiële effecten betreffen het vervallen van het uitbetalen van de historische plankosten (voordeel) en het betalen van een afkoop som door ASR (voordeel). Daarnaast moet de gemeente fase 89

2 opnieuw gaan aanbesteden. Hierdoor treedt er vertraging op in de planvorming en moet de gemeente aanvullende plankosten maken om het aanbestedingsproces te begeleiden. Per saldo betreft het effect van de ontbinding ca. € 0,27 mln. Positief, Het totaal betreft het financieel resultaat van de grondexploitatiebegroting Centrum circa € 5.089.000,- mln. (eindwaarde per 31-12-2025) negatief/ nadelig. Bij de administratieve afsluiting (2025) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 742.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. Coenecoop III In 2020 zijn 3 kavels verkocht op het bedrijventerrein Coenecoop III. Deze kavels worden naar verwachting in 2021 geleverd en betaald.Aangezien de civieltechnische werkzaamheden grotendeels gerelateerd zijn aan de uitgifte van bedrijfskavels, zijn ter hoogte van deze kavels nog geen overige werkzaamheden voor het bouw-en woonrijp maken van deze kavels verricht. Er wordt ingezet op stimulering van de verkoop van de resterende 5 kavels, hiervan zijn 3 kavels in optie genomen door geïnteresseerde ondernemers. In 2020 zijn 2 kavels bouwrijp gemaakt en overgedragen aan de eigenaren.

Eind 2020 is het gebied rondom deze kavels woonrijp gemaakt. Na de realisatie van de bedrijfspanden is het buitenterrein behorende bij de bedrijfspanden door middel van de aanleg van inritten aangesloten op het openbaar gebied. In 2019 is kavel 21 (de Campuskavel) verkocht en in 2020 geleverd. Het terrein is voorbelast en bouwrijp gemaakt inclusief de openbare toegangsweg naar de kavel. Vervolgens is de kavel in eigendom overgedragen aan de bouwacademie en is de realisatie van het schoolgebouw gestart. De locatie en gronden bestemd als openbaar gebied zijn deels woonrijp gemaakt, inclusief de werkzaamheden i.v.m. de aanleg van het fietspad. Het overige deel wordt in 2021 woonrijp gemaakt. Deze ontwikkeling volgt het bouwtraject van het schoolgebouw. Begin 2019 is mede ten behoeve van de nog te verkopen kavels binnen het bedrijventerrein Coenecoop III door Gloudemans een grondprijsadvies per 17 januari 2019 opgesteld. De in dit rapport aangegeven grondprijzen betreffen nog steeds de verkoopprijzen van de kavels en zijn bij de actualisatie dan ook gehandhaafd. In 2020 is de campuskavel geleverd. Dit betreft de enige opbrengst die in 2020 is gerealiseerd. De resterende acht kavels worden naar verwachting in 2021 t/m 2023 geleverd. e. Het totaal financiële resultaat van de grondexploitatie Coenecoop III bedraagt € 680.000 (eindwaarde per 31-12-2023) positief.

Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 283.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. ’t Suyt fase I Op het moment van actualiseren zijn reeds alle kavels verkocht. De laatste kavels zijn in de jaarschijf 2019 geleverd. In 2020 zijn er werkzaamheden uitgevoerd aan het woonrijp maken van het overige gebied. Voor 2021 is de verwachting dat er een aantal afrondende werkzaamheden zullen worden verricht waarna de GREX medio 2021 zal worden afgesloten. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase I bedraagt circa € 2.031.000,- positief (eindwaarde per 31 december 2021). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 311.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. ’t Suyt Fase II De grondexploitatie en het stedenbouwkundig plan zijn op 14 oktober 2020 vastgesteld. Vanwege de vertraging door Covid19 is besloten om deze vaststelling van mei 2020 naar oktober 2020 te verplaatsen. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase 2 bedraagt circa € 1.114.000,- positief (eindwaarde per 31 december 2026).

Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 930.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats Gemeentelijk deel Park Triangel De ontwikkeling van Park Triangel vordert gestaag. Vanwege de huidige woningtekorten draait de woningmarkt volop. Dit is, ondanks de coronacrisis, ook de verwachting voor de komende jaren. De gemiddelde verwachte bouwproductie voor 2021 en de komende jaren ligt op ongeveer 250 tot 300 woningen per jaar. In 2020 zijn circa 300 woningen gebouwd of in aanbouw genomen. De verdere voorbereidingen van de tweede fase van Park Triangel (ten zuiden van de Maaltocht) lopen inmiddels al volop. In 2020 is er daarnaast verder gewerkt aan de ontwikkeling van het geluidscherm langs de A12, de inrichting van de Vredenburghzone en heeft de huisarts een definitieve plek gekregen in het pand bij het station. Bij een voorspoedige voortgang zou de afronding van de gehele bouwlocatie kunnen plaatsvinden in het jaar 2028. Het resultaat van Park Triangel is op eindwaarde nu bepaald op een bedrag van €13.566.000,--. Hierbij is uitgegaan 90

van een financiële en administratieve afronding ultimo 2028. Ten opzichte van de jaarrekening 2019 is het resultaat op eindwaarde afgenomen met name door de aanpassing van de fasering van de afname van de gronden en aangepaste rente.

Sleutelkwartier Binnen de exploitatie wordt voorzien in de bouw van circa 125 woningen. De grondexploitatie bestaat uit zeven deelexploitaties, te weten: • • • • • • •

Overall (plankosten en hoofdinfrastructuur) Locatie 3 Oude gemeentehuis Locatie 4 Kerkweg oost 221 Locatie 6 Beukenhof Locatie 7 Passage noordzijde Locatie 8 Voormalige Spijsfabriek Locatie 9 Passage zuidzijde

De taakstelling van € 0,8 mln. (middels de Kaderbrief van 10-7-2019) is vorige jaar middels de jaarrekening van 2019 verwerkt door de volgende optimalisaties: actualisatie van de grondopbrengsten, buffers van de budgetten deellocaties en optimalisatie van het inrichtingsplan openbare ruimte. In 2020 zijn diverse werkzaamheden verricht die tot wijzigingen in de deelexploitaties hebben geleid. Deze worden hieronder puntsgewijs toegelicht: • • • • •

Overall verhoging plankosten Locatie 3 Oude gemeentehuis hogere sloopkosten en correctie grondwaarde sociaal Locatie 6 Beukehof uitwerking budget openbare ruimte en kosten verlegging riool Locatie 7,8 & 9 Passage noord/zuid en Spijsfabriek correctie grondwaarde sociaal Totaal nominaal effect

€ 0,16 mln. (N) € 0,34 mln. (N) € 0,06 mln. (V) € 0,03 mln. (N) € 0,47 mln. (N)

Totaal effect en resultaat Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Sleutelkwartier bedraagt circa € 5.636.000 negatief (op eindwaarde per 31 december 2024). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 107.000 ten laste van dit financieel resultaat. Het resultaat van de grondexploitatie op eindwaarde wordt met ca. € 0,5 mln. negatiever In 2021 zien wij kansen voor optimalisaties in de woningbouwprogrammering en het woningaantal om het financiële resultaat te verbeteren. Dit zal met het vaststellen van de grondexploitatie begroting 2022 – 2025 worden verwerkt.

91

Overzicht boekwaarde, exclusief winstneming actieve grondexploitaties Tabel 5 Boekwaarde per 31-12-2020 (Bedragen x € 1.000)

Project Centrum

Boekwaarde excl. winstneming t/m 31-12-2020 10.450

Winstneming tot en met 2019

Winstneming

N

0

0

0

Boekwaarde ná winstneming t/m 31-12-2020 10.450

V/N

2020

Winstneming totaal t/m 2020

V/N N

Sleutelkwartier

3.302

N

0

0

0

3.302

N

Coenecoop III

0.982

N

249

111

360

1.342

N

’t Suyt

2.105

V

1.787

191

1.978

127

V

Triangel gemeente

17.958

N

5.073

683

5.756

23.615

N

‘t Suyt fase II

4.015.

N

0

0

0

4.015

N

Totaal

34.602

N

7.109

985

8.094

42.598

N

Hierna treft u de tabellen 6 en 7 aan waarbij de grex per 1-1-2021 wordt vergeleken met de gegevens van de grex bij opmaak begroting 2021 -2024. Tabel 6 Eindwaarde (Bedragen x € 1.000)

Project

Begroting 2021 – 2024

Jaarstukken 2020

Saldo contante waarde per 01-012020

V / N

Eind datum

Centrum

4.539

N

2023

Saldo contante waarde per 01-012021 4.609

Sleutelkwartier

4.664

N

2024

Coenecoop III

618

V

t Suyt Triangel gemeente ’t Suyt fase II

1.838 12.197

Totaal

5.450

Verschil

Eindwaarde jaarrekening 2020

V / N

Eind datum

Saldo contante waarde

V / N

Resultaat op eindwaarde

V/N

N

2023

70

N

5.089

N

5.207

N

2024

543

N

5.636

N

2023

641

V

2023

23

V

680

V

V

2021

1.991

V

2021

153

V

2.030

V

V

2028

11.936

V

2028

261

N

13.668

V

n.v.t.

990

V

2026

n.v.t

1114

V

5.809

V

6.767

V

n.v.t. V

698

N

Let op dat bij de eindwaarde van de grondexploitaties de tussentijdse winstnemingen niet gecorrigeerd zijn. Vanzelfsprekend maken de tussentijdse winstnemingen de winst aan het einde van de grondexploitatie kleiner.

Tussentijdse winstneming In de Notitie Grondexploitatie 2016 van het BBV welke in augustus 2019 geactualiseerd, is aangegeven op welke wijze rekening gehouden moet worden met tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitatiecomplexen. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode (POC-methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien.

92

Voor de grondexploitaties binnen de gemeente Waddinxveen zijn de navolgende tussentijdse winsten genomen tot en met jaarrekening 2020 (zie tabel 7 op de volgende bladzijde): Tabel 7 Tussentijdse winstneming (Bedragen x € 1.000)

Project

Cumulatieve winstneming tot en met 31/12/2019

Vermeerdering winstneming in 2020 (de winstneming in het jaar 2020

Centrum

0

0

0

Sleutelkwartier

0

0

0

Coenecoop III

249

111

360

‘t Suyt

1.787

191

1.978

Triangel gemeente

5.073

683

5.756

0

0

0

7.109

985

8.094

’t Suyt fase II Totaal

Cumulatieve winstneming 31/12/2020 (zie ook tabel 5)

Voorzieningen en risico’s Vanuit het BBV bestaat de verplichting om voorzieningen te treffen voor grondexploitaties met een geprognotiseerd verlies. Bij de projecten van de gemeente Waddinxveen geldt dit voor de grondexploitatie Centrum (circa € 4,8 mln.) en voor Sleutelkwartier (circa € 5.6 mln.). De verliesvoorziening van € 10,0 mln. op eindwaarde is verhoogd naar € 10,4 mln. op eindwaarde respectievelijk 2023 en 2024. Bij de projecten actief grondbeleid maken we onderscheid in generieke (conjuncturele) risico’s en projectspecifieke risico’s. De risico’s in de grondexploitatie Coenecoop is verlaagd ten opzichte van jaarrekening 2019 (met circa € 13K), de risico’s van Centrum zijn toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2019 met circa € 181K, de risico’s van het Sleutelkwartier zijn afgenomen ten opzichte van de jaarrekening 2019 met circa € 234K. Daarnaast is het project ’t Suyt fase 2 in grondexploitatie genomen en hierbij wordt ook in deze grondexploitatiebegroting rekening gehouden met risico’s die zich voor kunnen doen (totaal zijnde ca. € 1,44 mln.). De risico’s van het Centrumproject zijn toegenomen als een eventuele lagere grondwaarde voor de kantoorkavel fase 1b. De verliesvoorziening van de Grondbank is in 2019 voor een gedeelte ingelopen van € 24 mln. naar € 21 mln., Waddinxveen is hier voor 5% verantwoordelijk voor.

In 2020 is hierdoor een bijstelling geweest van de verliesvoorziening. Een verdere bijstelling hiervan wordt verwacht in 2021 als er duidelijkheid komt over het ontwikkelperspectief door de gemeente Zuidplas, het is de verwachting dat de verliesvoorziening volledig wordt ingelopen. Tabel 8 Voorzieningenoverzicht (Bedragen x € 1.000) Portefeuilleonderdeel

Begroting 2021 2024 *) 10.034

Jaarrekening 2020 *) 10.456

Verbonden Partijen (Grondbank)

1.054

863

-191

Totaal

11.084

11.506

231

Actief Grondbeleid

Verschil *) 422

*) afgerond

Vennootschapsbelasting. Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten conform de “Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen” verplicht om vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen over winstgevende activiteiten. Gemeenten zijn onder de nieuwe wet in principe Vpb-plichtig voor alle werkzaamheden, die als ondernemingsactiviteit kunnen worden aangemerkt. Voor de begroting 2021 – 2024 is de gemeente uitgegaan van de meest actuele data uit de grondexploitaties (1-72020). 93

De getallen geven een indicatie aan van de te verwachten Vpb-last hetgeen aangemerkt kan worden als een voorlopig te betalen bedrag in het kader van de vigerende wetgeving Vpb. Bij opmaak van deze paragraaf 7 Grondbeleid voor de jaarrekening 2020 is een definitieve aangifte gedaan voor de boekjaren 2016 en 2017. De aangifte voor het boekjaar 2018 staat gepland voor het 2e kwartaal 2020. De beide aangiften voor de boekjaren 2016 en 2017 waren negatief. Gezien het incidentele karakter van de GBf wordt de Vpb-druk gedekt uit de ABG. De onderstaande tabel is exclusief het aandeel van de Vpb druk van de C.V. Triangel (Vpb transparant). Over het boekjaar 2018 is Vpb verschuldigd. Over het jaar 2019 wordt een fors fiscaal verlies geleden, wat inhoudt dat het fiscaal verlies verrekend kan worden met de Vpb-last over het boekjaar 2018. Per saldo is er dan geen VPB verschuldigd. Tabel 9 Vennootschapsbelasting (Bedragen x € 1.000) Boekjaar 2017 2018

2019

2020

2021

2022

Vpb *)

0

0

0

0

0

0

*) afgerond Vanuit de berekende voorlopige getallen op basis van de laatst gehanteerde uitgangspunten van de fiscus is te zien dat conform de laatste berekeningen over de periode 2016 t/m 2021 geen Vpb verschuldigd is. Dit is thans gebaseerd op de voorlopige verwachtingen en keuze in uitgangspunten.

Facilitair Grondbeleid Mutaties Conform de richtlijnen van de commissie BBV dienen alle kosten die bij facilitaire projecten worden gemaakt en welke niet kunnen worden verhaald direct te worden afgeboekt. Op het moment dat er aanvullende kosten gemaakt worden, dienen deze in het jaar dat ze worden gemaakt ten laste te worden gebracht van de ABG. Er is in het begrotingsjaar 2020 een saldo van circa € 59.000 welke ten laste komt van de ABG. Dit is een saldotrekking van projectverliezen en voordelige projectresultaten (o.a. afgesloten projecten).

Verbonden partijen In deze paragraaf is slechts beperkt ingegaan op de financiële resultaten van de drie verbonden partijen die betrekking hebben op het gemeentelijke grondbeleid. Verdere informatie is opgenomen in Programma 4 – Dorp in ontwikkeling en Paragraaf 6 – Verbonden Partijen.

94

Paragraaf 8 Corona 2020 was het jaar van corona. Dit heeft ingrijpende gevolgen gehad voor ons inwoners, maar ook voor de gemeentefinanciën. Wij gaan in deze paragraaf in op de financiële effecten van Corona. De meer beleidsmatige gevolgen worden bij de programma’s en paragrafen weergegeven. Bij de 1ste en 2e Burap 2020 is de Raad geïnformeerd over de financiële gevolgen van de Coronacrisis. We gaven echter toen ook al aan dat er nog veel onzekerheden waren. De totale extra lasten en gederfde inkomsten als gevolg van corona was in 2020 € 1.096.000. Dit is € 53.000 meer dan bij de 2e Burap gedacht. Onder de tabel zullen de wijzigingen ten opzichte van de 2e Burap worden toegelicht. Hieronder een samenvattend overzicht van de extra lasten en gederfde baten door de coronacrisis. In het overzicht is in een aparte kolom zichtbaar gemaakt wat de verschillen zijn ten opzichte van de 2e Burap. Hierbij is mingetal een nadeel voor de exploitatie. Wat

Zwembad Boa’s en handhavingsregisseur Huren sport Promen Minder lasten arbeidsparticipatie Afval Inhaalzorg Jeugd en Wmo Bedrijfsvoering Buitendienst Eigen bijdrage Wmo 2e Kamerverkiezingen 2021 Culturele instellingen Overig TOTAAL

Totaal gemeld bij de 2e Burap 2020 -351 -196 -90 -168 100 -66 0 -89 -59 -30 -5 -62 -28 -1.044

Wijzigingen sinds de 2e Burap 2020 63 0 -86 0 47 -45 -100 -5 0 0 0 62 -8 -71

Totaal in 2020

-288 -196 -176 -168 147 -111 -100 -94 -59 -30 -5 0 -37 -1.114

In 2020 heeft Waddinxveen in totaal € 900.000 aan compensatie ontvangen van de Rijksoverheid. Hiervan hebben we € 547.000 gebruikt om lasten als gevolg van corona te dekken. Per 31-12-2020 dient de Reserve Corona € 353.000 te zijn. Bij de 2e Burap is aangekondigd dat er in 2020 € 332.560 in de Reserve Corona zou worden gestort. Bij de resultaatbestemming van de jaarrekening zal daarom worden voorgesteld om € 20.000 aan de Reserve Corona toe te voegen. Gouwebad de Sniep

Gouwebad de Sniep is in 2020 een periode gesloten geweest vanwege de coronamaatregelen. Ook is er een periode geweest dat er maar een beperkt aantal bezoekers kon worden toegelaten. Dit heeft ervoor gezorgd dat er veel minder inkomsten binnenkwamen. Ten opzichte van 2019 daalde de inkomsten in 2020 met € 470.000. Bij de 1ste en 2e Burap waren de inkomsten al af geraamd. Ten opzichte van de prognose bij 2e Burap is er € 61.000 minder ontvangen. Tegelijkertijd zijn ook de lasten van het zwembad gedaald. Zo is er minder personeel ingehuurd is er minder water verbruikt en is er minder geld uitgegeven aan zwemactiviteiten. In totaal zijn de lasten van het zwembad € 124.000 lager dan begroot. Ten opzichte van de prognose bij de 2e Burap is het saldo van de totale baten en lasten van het zwembad € 63.000 positiever. Huurinkomsten sport

De binnensportaccommodaties zijn in 2020 veel minder verhuurd. Ten opzichte van de prognose bij de 2e Burap zijn de huurinkomsten € 72.000 lager dan begroot. Ook is in 2021 besloten om de buitensportverenigingen een huurkorting te geven van 45% voor het vierde kwartaal van 2020. Dit zorgt voor een nadeel van € 15.000.

95

De gemeente wordt in 2021 gecompenseerd voor gederfde huurinkomsten in het 4e kwartaal 2020. Het precieze bedrag was op het moment van schrijven nog niet definitief. Arbeidsparticipatie

Als gevolg van corona zijn veel trajecten en arbeidsplaatsingen niet van de grond gekomen. Trainingen voor werkzoekenden werden niet gegeven en bemiddelingstrajecten, uitstroompremies of werkgeverspremies zijn nagenoeg niet ingezet. Bij de 2e Burap was nog de verwachting dat in het vierde kwartaal er meer mogelijk te zijn. Dat was niet het geval, vandaar dat er alsnog een overschot is. Afval

Tijdens de coronacrisis is er een verschuiving geweest van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval omdat mensen meer thuiswerken. Ook werd er meer afval aangeboden bij het afvalbrengstation. Hierdoor zijn de kosten voor afval gestegen. Inhaalzorg jeugd en Wmo.

Het Rijk heeft een compensatieregeling voor de extra lasten met betrekking tot inhaalzorg bij de Jeugdwet en de Wmo. Doordat de zorg tijdelijk heeft stilgelegen hebben cliënten mogelijk meer en intensievere zorg nodig. In totaal ontvangt Waddinxveen hiervoor € 100.000. We kunnen niet vaststellen welk geleverde zorg we hebben als gevolg van corona. Er is daarom voor gekozen om het volledige bedrag dat we ontvangen hebben van het Rijk in te zetten als compensatie. Culturele instellingen

Bij de 2e Burap 2020 is aangekondigd dat culturele instellingen voor € 62.000 gecompenseerd zouden worden voor geleden coronaschade. Daarna is pas bekend geworden dat het uitbetalen van dit bedrag pas in 2021 zal plaatsvinden. De € 62.000 wordt daarom bij de resultaatbestemming weer teruggestort in de bestemmingsreserve Corona. In 2021 zal worden voorgesteld om het bedrag opnieuw te onttrekken uit de bestemmingsreserve. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

In maart 2020 heeft het Rijk de Tozo-regeling in het leven geroepen. De Tozo-regeling is een uitkering voor zelfstandig ondernemers waar het inkomen vanwege de coronacrisis is gedaald. Ook kunnen zelfstandig ondernemers via de Tozo-regeling een lening voor bedrijfskrediet aanvragen. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten, maar bekostigd door het Rijk. In 2020 zijn er in Waddinxveen 492 aanvragen gedaan voor de Tozo-uitkering levensonderhoud. Hiervan zijn er 422 toegekend. Er zijn 30 aanvragen gedaan voor een Tozo-bedrijfskrediet. Hiervan zijn er 29 toegekend. Waddinxveen ontving in 2020 4,9 miljoen euro van het Rijk van de uitvoeringslasten en de uitkeringslasten van de Tozo-regelingen. De uitkeringslasten bedroegen in 2020 1,8 miljoen euro. Voor de uitvoeringslasten krijgen wij een bedrag per aanvraag. De gemeente heeft recht op € 245.000 aan uitvoeringslasten. De daadwerkelijke uitvoeringslasten bedroegen in 2020 € 49.000. Van het verschil van € 203.000 is bij de 2e Burap 2020 een bedrag van € 181.000 toegevoegd aan de reserve uitvoeringslasten TOZO. Bij de resultaatbestemming zal worden voorgesteld om het restantbedrag van € 16.000 toe te voegen aan deze reserve.

96

97

98

Jaarrekening : Balans 31-12-2020

31 december 2020

Activa (b edragen x € 1.000) Vaste activa Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling Bijdragen aan activa in eigendom van derden

18 182

Totaal materiële activa Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: - Deelnemingen - Overige verbonden partijen Overige langlopende leningen Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal financiële vaste activa Totaal vaste activa

27 192 201

Totaal immateriële activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut waarvoor heffing kan worden geheven Investeringen met een maatschappelijk nut

31 december 2019

48.474 27.033 20.931

220

47.378 26.332 18.544 96.437

5.115 53 821 0

92.253

5.115 53 812 0 5.989 102.626

5.980 98.453

Vlottende activa Voorraden Grond- en hulpstofffen, gespecificeerd naar: - Niet in exploitatie genomen bouwgronden - Gereed product en handelsgoederen Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Totaal voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquidemiddelen Kassaldi Banksaldi Totaal liquidemiddelen Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa

0 4 34.208

0 0 35.433 34.211

4.818 13.870 3.696

35.433 5.498 13.786 4.185

22.384 11 265

23.469 9 346

276

355

-

-

3.561

3.693 3.561 60.432

3.693 62.950

163.058

161.403

99

Passiva (b edragen x € 1.000)

31 december 2020

31 december 2019

Vaste passiva Eigen vermogen Reserves: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

22.692 27.512 5.111

Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - overige binnenlandse sectoren Totaal vaste schulden Totaal vaste passiva

22.558 24.949 853 55.315

48.358

10.928

13.422

70.719 13.551

76.094 15.885 84.269 150.513

91.979 153.759

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd <1 jaar Banksaldi Overige schulden Totaal Netto vlottende schulden Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva

0 3.594

0 3.061 3.594

3.061

4.859

4.381

4.027

148

66

53 8.952 12.545

4.583 7.644

Totaal passiva

163.058

161.403

Borg- en garantstellingen

115.672

112.531

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10246769/1