Bijlage 3 Inpassingsplan N207-Zuid 20220518
Tekst van het document
De Alphense variant heeft geen linksaf verbod waardoor de toename van verkeer op de Voorweg beperkt blijft tot 10% en de toename van de geluidsbelasting minder dan 2 dB bedraagt. Daarnaast geldt er een toename van de geluidsbelasting op woningen langs bestaande wegen naar de nieuwe wijkontsluitingswegen. Bij het Maatregelpakket N207 Zuid is dit bijvoorbeeld het geval bij de Frans Halsstraat. En bij de varianten met een zuidwestelijke wijkontsluitingsweg bij de Breitnerlaan. De absolute verkeersintensiteit op deze wegen blijft echter bijna altijd onder de Toetswaarde en ook de toename van de geluidsbelasting blijft daarom beperkt tot 0-2 dB. Ter indicatie geldt dat 30% meer verkeer een geluidstoename betekent van circa 1,5 dB. Een dergelijke toename is door het menselijk gehoor nog net hoorbaar. Daarnaast geldt dat bij een verkeersintensiteit van minder dan 1.500 het geluid van voertuigen hoorbaar kan zijn maar vrijwel zeker niet leidt tot (ernstige) hinder voor aanwonenden. Deze richtlijnen geven, samen met Figuur 5.2, een indicatie van het effect op individuele straten in Hazerswoude-Dorp. Ter illustratie van de verschillen tussen de varianten is tabel 5.5 opgenomen met daarin het aantal (ernstig) gehinderde personen.
Deze uitkomsten gelden voor het hele studiegebied maar de verschillen tussen de uitkomsten worden veroorzaakt door de verschillen tussen de varianten in Hazerswoude-Dorp. Hieruit blijkt dat het aantal (ernstig) gehinderde personen iets meer afneemt bij de Alphense variant (met respectievelijk 133 en 66 personen) dan bij dan bij de andere varianten. Het Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg resulteert in de kleinste afname (met respectievelijk 103 en 52 personen). De overige varianten zitten daar tussen in. De verschillen in rijroutes tussen de varianten leiden dus tot een verschil in de lokale geluidsbelasting. Daarbij geldt dat vooral nieuwe wegen en omrijden resulteren in extra geluidsbelasting. Op sommige wegen is sprake van een duidelijke toe- of afname van het geluid. Voor Hazerswoude-Dorp als geheel zijn de verschillen tussen de varianten echter gering; alle varianten leiden tot een afname tussen de 2% en 4%.
Hoofdstuk 5
63
Tabel 5.5 Aantallen (ernstig) gehinderde personen Effecten aantal gehinderden/ernstig gehinderde personen Geluid-
Referentie
belastings-
situatie
X-Robuust
Alphense
MP N207 Zuid
variant
klasse
MP N207 Zuid
MP N207 Zuid
met ZW wijkont-
met NW afslag
sluitingsweg
N209-Dorpsstraat
50-54 dB
654/228
544/189
550/191
554/189
562/195
550/191
55-59 dB
806/307
917/348
931/353
923/350
921/350
916/348
60-64 dB
992/418
1.071/451
1.032/435
1.058/445
1.020/428
1.054/443
65 of meer
1.112/548
905/450
919/456
917/456
961/477
942/468
Totaal
3.564/1.502
3.437/1.438
3.431/1.436
3.442/1.440
3.464/1.450
3.461/1.450
Percentage
100%/100%
96,4%/95,7%
96,3%/95,6%
96,6%/95,9%
97,2%/96,6%
97,1%/96,5%
Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit in het studiegebied wordt vooral bepaald door de al aanwezige achtergrondconcentraties en in mindere mate door de nabijgelegen wegen. De verandering van de luchtkwaliteit als gevolg van het project N207 Zuid is gering (zie paragraaf 7.3) en verschillen tussen de varianten zijn nihil. Specifiek voor Hazerswoude-Dorp geldt dat er een geringe toename van de concentraties is te verwachten bij straten waar het verkeer toeneemt en een geringe afname bij de straten waar het verkeer afneemt (zie figuur 5.2). Deze verandering bedraagt voor de onderzochte stoffen maximaal 0,5 µg/m3. Dat is een geringe verandering ten opzichte van de wettelijke norm (40 µg/m 3). Om inzicht te geven in het (geringe) verschil tussen de varianten wordt verwezen naar het criterium ‘voertuigkilometers per dag’ in tabel 5.4. Daarbij geldt dat meer kilometers in en nabij de bebouwde kom van Hazerswoude-Dorp ook betekent dat de (gemiddelde) concentraties iets hoger zijn. Er is zowel op straatniveau als voor het dorp als geheel geen sprake van grote verschillen tussen de varianten. De concentraties vallen ruim onder de wettelijke norm. Externe Veiligheid Er is geen significant verschil tussen de varianten met betrekking tot externe veiligheid. De realisatie van de N207 zal voor Hazerswoude-Dorp geen effect hebben op risico’s externe veiligheid.
De transportaantallen blijven nagenoeg gelijk, het tracé ligt op dezelfde plaats als in de referentiesituatie en de aanpassingen aan de weginfrastructuur hebben geen invloed op de ongevalskans. Gezondheid Voor het thema gezondheid zijn allereerst de effecten op geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid beschouwd. Ook is onderzoek gedaan naar de mate waarin het project bijdraagt aan een gezonde leefomgeving. Hierbij kan worden gedacht aan verandering in het gebied met betrekking tot recreatiemogelijkheden, landschap en aanwezig groen. Met betrekking tot het aanwezige groen vinden er geen wezenlijke veranderingen plaats. Ten aanzien van landschap neemt de barrièrewerking van de N209 toe door de voorgenomen maatregelen in Hazerswoude-Dorp, voornamelijk ter hoogte van de Dorpsstraat. De voorgenomen keerrotondes in XRobuust en Maatregelpakket N207 Zuid zorgen voor een verstoring van de lijnstructuur van de N209 en het dorpse karakter van Hazerswoude-Dorp. Aan de noordzijde van Hazerswoude-Dorp wordt een nieuwe rotonde geplaatst, deze ingrepen zullen een minimaal effect teweeg brengen op het uitzicht
Hoofdstuk 5
64
vanuit dit gebied. Bij Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg en Maatregelpakket N207 Zuid met noordwest afslag resulteert de verplaatsing van de rotonde bij de Weidelanden in enige verbetering, omdat de grens van de bebouwde kom wat verder van de bebouwing komt te liggen. Ten aanzien van de recreatiemogelijkheden geldt dat voor variant X-Robuust de noordoostelijke verbindingsweg in de huidige situatie de functie fietspad heeft, en wordt vervangen door een weg voor gemotoriseerd verkeer. Fietsers en wandelaars delen daarbij de weg met het autoverkeer. Voor de Alphense variant blijft het fietspad tussen de sporthal en sportvelden behouden, terwijl bij het Maatregelenpakket N207 Zuid, het Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluiting en het Maatregelpakket N207 Zuid met noordwest afslag N209-Dorpsstraat de nieuwe fietsbrug nabij de sportvelden zorgt voor een heldere en overzichtelijke fietsroute welke het fietsgebruik kan stimuleren. Landschap Het verschil in effecten op landschap in en nabij Hazerswoude-Dorp heeft vooral te maken met de lokale wijkontsluitingswegen, de zuidelijke keerrotonde en de rotonde bij de Weidelanden. Er is geen significant verschil tussen de varianten voor de noordelijke keerrotonde omdat hiervan bij alle varianten is uitgegaan.
De zuidwestelijke wijkontsluitingsweg om de Weidelanden tast het lokale open landschap aan. Deze weg is onderdeel van alle varianten behalve van het Maatregelpakket N207 Zuid. In het noordoosten is bij de varianten X-Robuust en het Maatregelpakket N207 Zuid sprake van een ontsluitingsweg vanaf de nieuwe noordelijke rotonde naar de Dorpsstraat via de Heerenlaan/Gerelaan. Ook deze nieuwe weg leidt tot aantasting van het landschap, vooral nabij de Heerenlaan. Twee varianten hebben een zuidelijke keerrotonde. Bij X-Robuust ligt deze nabij de Provincialeweg maar blijkt hier moeilijk inpasbaar vanwege de nabijheid van de begraafplaats en de woningen langs de Provincialeweg. Bij het Maatregelpakket N207 Zuid ligt de keerrotonde nabij de Zuiddijk. Op deze plek tast de rotonde de groenzone aan. Ten slotte is er een verschil in landschappelijke effecten bij de rotonde Weidelanden. Bij alle varianten wordt de bestaande rotonde verbreed op de huidige plek behalve bij het Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg en het Maatregelpakket N207 Zuid met noordwest afslag N209Dorpsstraat. Bij deze laatste twee varianten wordt de rotonde circa 110 m naar het zuiden verplaatst om in het verlengde van de nieuwe wijkontsluitingsweg te liggen. Er is hierdoor sprake van een meer logische rechtdoor gaande route naar de nieuwe wijkontsluitingsweg.
Ook zal het verplaatsen van de rotonde Weidelanden ervoor zorgen dat al het verkeer dat naar de zuidwestelijke dorpskern wil gaan niet meer door de nieuwbouwwijk Weidelanden gaat. De zuidelijke ligging van de rotonde heeft als nadelig effect dat de rotonde nu ten zuiden van de Eerste Tocht in Hazerswoude-Dorp komt te liggen, waardoor deze historische waterloop zijn functie als ultieme grens tussen dorp/bebouwing en open landschap verliest. Hierdoor ontstaat landschappelijk gezien een aantasting van het open gebied dat nu nog buiten de bebouwde kom van het Dorp ligt.
Hoofdstuk 5
65
Tabel 5.6 samenvatting van de verschillen tussen de 5 varianten voor Hazerswoude-Dorp voor het thema Landschap. De gehanteerde kleuren zijn een weergave van de onderlinge verschillen tussen de varianten. Rood=veel slechter dan andere varianten. Zwart=het effect is min of meer gemiddeld ten opzichte van de andere varianten. ReferentieX-Robuust Alphense MP N207 Zuid MP N207 Zuid MP N207 Zuid situatie
Variant
met ZW wijk-
met NW afslag
ontsluitings-
N209-Dorps-
weg
straat
N.v.t.
2 (ZW en NO)
1 (ZW)
1 (NO)
1 (ZW)
1 (ZW)
Aantasting
Huidige locatie
Huidige locatie
Huidige locatie
Huidige locatie
Buiten de be-
Buiten de be-
open gebied:
(binnen be-
(binnen be-
(binnen be-
(binnen be-
bouwde kom
bouwde kom
rotonde Wei-
bouwde kom)
bouwde kom)
bouwde kom)
bouwde kom)
N.v.t.
Ja, aantasting
Nee
Ja, aantasting
Nee
Nee
Aantasting open gebied: nieuwe wijkontsluitingswegen
delanden
Aantasting bebouwde kom:
nabij Provin-
groenzone
zuidelijke keer-
cialeweg
Zuiddijk.
rotonde
Cultuurhistorie Voor de beoordeling van cultuurhistorie is gekeken naar de historische geografie en historische (steden)bouwkunde. Alle varianten voorzien in het verbreden van de huidige N209. Hierdoor worden de historische kades waarop het dorp is ontstaan licht aangetast. De huidige doorbreking van de kenmerkende lintstructuur van Hazerswoude-Dorp wordt hierdoor versterkt. De monumenten in het dorp alsook de aanwezige historische windmolen worden niet geraakt door de voorgenomen ingreep. De voorgenomen ingreep ligt wel binnen de molenbiotoop van de historische molen. Deze molenbiotoop is, gezien de hoeveelheid bebouwing binnen een straal van 400m, niet langer functioneel. Er is zodoende geen negatief effect op deze molenbiotoop. Het grootste verschil is de zuidelijke keerrotonde die wordt gerealiseerd op de Zuiddijk in Maatregelpakket N207 Zuid. Dit is de historische steilrand waarop het historische deel van Hazerswoude-Dorp is ontstaan. In de huidige situatie loopt de N209 geleidelijk omhoog naar de Zuiddijk. In het Maatregelpakket N207 Zuid komt de rotonde op deze locatie te liggen. Hiervoor wordt het bestaande talud uitgebreid wat de vorm van de Zuiddijk aantast. Waarbij alle varianten effecten op cultuurhistorie hebben zijn deze beperkt van omvang uitgezonderd het Maatregelpakket N207 Zuid.
Archeologie Er is een verschil tussen de varianten bij de effecten op archeologische verwachting. De aanpassing van de verkeersstructuur binnen de bebouwde kom van Hazerswoude-Dorp vinden grotendeels binnen de historische dorpskern van Hazerswoude-Dorp. Hiervoor geldt een beperkt negatief effect bij ingrepen dieper dan 30 cm -mv. Dit houdt in dat bodemingrepen leiden tot een vermoedelijke verstoring van archeologische waarden. Bij de Alphense variant zullen binnen de bebouwde kom van Hazerswoude-Dorps geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Bij de andere varianten is hier wel sprake van. Ook geldt voor Maatregelpakket N207 Zuid, Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg en Maatregelpakket N207 zuid met noordwest afslag N209-Dorpsstraat dat ten aanzien
Hoofdstuk 5
66
van onderzoeksmeldingen een zone ter hoogte van de Ridder van Montfoortlaan een beperkt negatief effect geldt bij ingrepen dieper dan 30 cm -mv. Ten aanzien van archeologische vondstlocaties geldt dat in een zone ter hoogte van de Ridder van Montfoortlaan een negatief effect ontstaat bij ingrepen dieper dan 100 cm -mv. Concluderend heeft de Alphense variant geen effecten op archeologie. Bij de andere varianten is sprake van beperkte negatieve effecten. Aardkunde Voor de beoordeling van aardkundige waarden is gekeken naar de verandering van aardkundige waarden en gebieden. Deze waarden kunnen worden aangetast door de ingrepen zoals de realisatie van een nieuwe wijkontsluitingsweg. Bij de aanpassingen aan de noordelijke rotonde en de noordoostelijke ontsluitingsweg wordt ontgonnen veenvlakte aangetast. In de bebouwde kom leidt het project N207 Zuid tot een beperkt negatief effect voor alle varianten. De aanpassing van de verkeersstructuur binnen de bebouwde kom van Hazerswoude-Dorp vinden plaats binnen het morfo-element van een lage veenrest-dijk (4K35), welke aardkundig weinig waardevol is. Aangezien de veranderingen plaatsvinden in een aardkundig weinig waardevol gebied, is er slechts sprake van een beperkt negatief effect op aardkundige waarden.
In de Alphense variant worden geen aanpassingen gedaan binnen de bebouwde kom in Hazerswoude-Dorp waardoor hier geen aantasting is van aardkundige waarden. Recreatie Bij het Maatregelpakket N207 Zuid wordt bij de rotonde Rembrandtlaan een extra ontsluiting voor de woonwijk gerealiseerd. Deze rotonde ligt in de parkzone van de Zuiddijk. De N209 vormde hier reeds een barrière voor recreatieve fietsers en wandelaars in het park. Het toevoegen van de rotonde zorgt voor een verbreding van het wegvak en zodoende de vergroting van de fysieke barrière. Door toename van het verkeer op de N209 kan het potentieel moeilijker zijn voor fietsers en wandelaars om over te steken wanneer men het fiets- of wandelnetwerk volgt. Dit wordt gezien als negatief effect op recreatie en geldt voor alle varianten. In het noorden/noordoosten van Hazerswoude-Dorp wordt de Noordelijke rotonde en de Noordoostelijke ontsluitingsweg aangelegd. Hierdoor verslechtert de recreatieve aantrekkingskracht, omdat fietspaden worden verlegd. Wel wordt de verkeerssituatie bij de sportvelden meer gestructureerd en kunnen fietsers en voetgangers op een veiligere wijze de sportvelden bereiken. Hierdoor is er sprake van een licht positief effect. De lokale verbindingsweg in het noordoosten van Hazerswoude-Dorp zorgt voor een betere bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer richting de sportvelden.
De voorgenomen weg tussen de sportvelden is momenteel een fietspad en wordt opgewaardeerd tot een weg waar zowel gemotoriseerd verkeer als fietsers en wandelaars gebruik van kunnen maken. In Hazerswoude-Dorp hebben de Alphense variant, Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg en Maatregelpakket N207 Zuid noordwest afslag N209-Dorpsstraat geen noordoostelijke verbindingsweg. Hierdoor blijft het huidige fietspad bestaan, wat lokaal leidt tot minder negatieve effecten. Uiteindelijk zijn de verschillen in effecten op recreatie gering, mede omdat Hazerswoude-Dorp geen aangewezen recreatiegebied is. Ruimtegebruik De varianten zijn gelijk aan elkaar in het zuidelijk deelgebied, maar verschillen qua ruimtebeslag in het noordelijk deelgebied. Voornamelijk de toevoeging van de zuidelijke keerrotonde en de aanpassingen in de kern van Hazerswoude-Dorp leiden tot (kleine) verschillen tussen de varianten. De Alphense variant vereist het minste ruimtebeslag, Maatregelpakket N207 Zuid het meeste.
Hoofdstuk 5
67
Tabel 5.7 Ruimtebeslag van de verschillende varianten Referentie-
X-Robuust
situatie
Alphense
MP N207 Zuid
Variant
MP N207 Zuid
MP N207 Zuid
met ZW wijk-
met NW afslag
ontsluitingsweg
N209-Dorpsstraat
(Verlengde)
N.v.t.
245.500 m2
240.000 m2
247.000 m2
242.500 m2
243.000 m2
N.v.t.,
31.500 m2
31.500 m2
n.v.t.
31.500 m2
31.500 m2
N.v.t.
7.900 m2
3.700 m2
5.400
3.700 m2
3.700 m2
Bentwoudlaan, Verlengde Beethovenlaan en HazerswoudeDorp exclusief ontsluitingswegen Zuidwestelijke Wijkontsluitingsweg Noordoostelijke wijkontsluitingsweg
Natuur De effecten die optreden op natuuraspecten, zoals op NNN en soortenbescherming, vinden grotendeels plaats door de inpassing van de (Verlengde) Bentwoudlaan. De verschillen in effecten in Hazerswoude-Dorp worden hieronder beschreven. Bij de noordelijke rotonde en bij de kruising met de Dorpsstraat is er geen significant verschil in effecten op natuur tussen de vijf varianten. Van een verschil is wel sprake bij de zuidelijke rotondes. De zuidelijke keerrotonde bij de Zuiddijk bij het Maatregelpakket N207 tast een belangrijke route voor vleermuizen aan. In paragraaf 7.4.7 wordt nader ingegaan op het aspect Natuur en beschermde soorten. Bij de andere varianten leiden de nieuwe maatregelen ook tot enige natuureffecten, maar die zijn kleiner dan de effecten op de hierboven genoemde route voor vleermuizen. Tabel 5.8 Samenvatting van de verschillen tussen de 5 varianten voor Hazerswoude-Dorp voor het thema Natuur. De gehanteerde kleurtjes zijn een weergave van de onderlinge verschillen tussen de varianten. Rood=veel slechter dan andere varianten. Zwart=het effect is min of meer gemiddeld ten opzichte van de andere varianten. Referentie-
X-Robuust
situatie
Alphense Vari-
MP N207 Zuid
ant
MP N207 Zuid
MP N207 Zuid
met ZW wijk-
met NW afslag
ontsluitingsweg
N209-Dorpsstraat
Effecten op soorten
N.v.t.
Beperkt effect
Beperkt effect
Groot effect op
Beperkt effect
Beperkt effect
op enkele soor-
op enkele soor-
route voor
op enkele soor-
op enkele soor-
ten.
ten.
vleermuizen én
ten.
ten.
beperkt effect op enkele andere soorten.
Hoofdstuk 5
68
Bodem Er zijn zes bekende locaties aanwezig in het noordelijk deelgebied met ernstige bodemverontreiniging. De meeste van deze locaties bevinden zich in de oude kern van Hazerswoude-Dorp. Voor de zuidwestelijke wijkontsluitingsweg is er 1 locatie bekend waar sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Deze verontreiniging wordt niet geraakt door Maatregelpakket N207 Zuid. Voor de noordoostelijke lokale verbindingsweg in Hazerswoude-Dorp zijn geen locaties bekend waarbij de bodem ernstig vervuild is. De vervuilende bodem wordt naar verwachting gesaneerd. Bij de vier varianten met een zuidwestelijke wijkontsluitingsweg wordt er 1 sanering meer uitgevoerd dan bij Maatregelpakket N207 Zuid. Water Waterveiligheid – waterkeringen Bij de aanpassingen in Hazerswoude-Dorp blijft de waterkerende functie van de noordelijke- en zuidelijke kering in stand. Er is dus geen sprake van aantasting van de kering en noch van vermindering van de waterveiligheid. Waterhuishouding De varianten verschillen in extra verhard oppervlak. Meer verhard oppervlak kan, zonder compenserende maatregelen, leiden tot meer wateroverlast. In de Alphense variant is in Hazerswoude-Dorp sprake van minder toename van verhard oppervlak dan bij de andere vier varianten.
Bij de Alphense variant wordt namelijk geen Zuidelijke keerrotonde aangelegd, hoeft de kruising met de Dorpsstraat niet te worden aangepast en wordt de noordoostelijke verbindingsweg slechts gedeeltelijk gerealiseerd. Bij de andere vier varianten is sprake van meer verharding dan bij de Alphense variant. Bij geen van de varianten treden wijzigingen in grondwaterstanden en -stromen op Waterkwaliteit Verkeer kan resulteren in verwaaiing en verschroeiing van vervuild wegwater. In Hazerswoude-Dorp bevinden de aanpassingen zich echter in of nabij de bebouwde kom waar geen kwetsbare oppervlaktewateren zijn gelegen. Het effect op de waterkwaliteit is daarom gering. En ook worden er geen effecten verwacht op de grondwaterkwaliteit. Duurzaamheid Bij het thema ‘Duurzaamheid’ is er voornamelijk een verschil tussen de varianten ten aanzien van de hoeveelheid te gebruiken en hergebruiken materialen bij aanleg. Het effect op gebruik en hergebruik van grondstoffen is voor de Alphense variant, Maatregelpakket N207 Zuid met zuidwestelijke wijkontsluitingsweg en Maatregelpakket N207 zuid met noordwest afslag N209-Dorpsstraat iets minder dan voor variant X-Robuust en Maatregelpakket N207 Zuid. Bij deze varianten wordt namelijk geen Zuidelijke keerrotonde aangelegd en wordt er geen volledige noordoostelijke verbindingsweg gerealiseerd.
Klimaat Bij het thema Klimaat is klimaatmitigatie onderzocht door de CO 2 uitstoot van voertuigen te berekenen. Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden voor klimaatadaptatie. Bij alle varianten is er sprake van meer voertuigkilometers en zodanig meer CO2 uitstoot. Maatregelpakket N207 Zuid met noordwest afslag N209-Dorpsstraat leidt tot de minste toename aan voertuigkilometers en daarmee CO2 uitstoot. Echter het verschil tussen de varianten is minimaal.
Hoofdstuk 5
69
Met betrekking tot klimaatadaptatie zullen alle varianten leiden tot een toename van het verhard oppervlak, waardoor de kans op hitteophoping toeneemt en regenwater minder efficiënt kan wegstromen. De extra verhard oppervlakte is bij de Alphense variant het laagst. Conclusie Verkeerskundig leiden alle varianten tot een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Wel is er een verschil waar te nemen tussen de Alphense variant en de andere varianten. Bij de Alphense variant moet het verkeer op het kruispunt N209-Dorpsstraat te lang wachten voor het verkeerslicht. Hierdoor wordt een van de doelstellingen van het project niet gehaald. De Alphense variant voldoet dus niet aan een belangrijke projectdoelstelling om de doorstroming op het kruispunt N209-Dorpsstraat te verbeteren. Een keuze voor deze variant ligt daarom niet voor de hand. Voor de andere varianten geldt dat er lokaal verschillen zijn in de onderzochte effecten, maar er geen variant is die over de hele linie beter scoort dan de andere varianten. 5.2.5 Mitigerende en compenserende maatregelen Uit paragraaf 5.2.3 blijkt dat er soms sprake is van een negatief milieueffect door de realisatie van het maatregelenpakket. In het MER worden verschillende mitigerende en eventuele compenserende maatregelen voorgesteld. Daarvan zijn sommige verplicht op grond van wetgeving. Andere zijn zogenaamd bovenwettelijk.
In bijlage 26 is een overzicht gegeven van alle mitigerende en compenserende maatregelen, die onderdeel uitmaken van het maatregelenpakket, zoals verwerkt in dit inpassingsplan. Deze maatregelen worden hieronder ook nog een keer kort beschreven per thema. Landschap In het ontwerp zijn veel maatregelen genomen om het landschap te versterken en negatieve effecten op het landschap zoveel mogelijk te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de aanplant van bomen en een natuurvriendelijke oever bij de Maaltocht. Cultuurhistorie In het ontwerp zijn veel maatregelen genomen om negatieve effecten op de cultuurhistorie te beperken. Het gaat daarbij om: De toepassing van haakse structuren zoals beplanting of gebruik maken van materialisatie om de helften te verbinden. Het iets verschuiven van de nieuwe noordoostelijke ontsluitingsweg Hazerswoude-Dorp, zodat het aantasten van de cultuurhistorische waarde beperkt blijft. Het benadrukken van verkavelingsstructuren door middel van beplanting, waterlopen of andere elementen. Het ontwerpen van een harde doorsnijding van de Kleikade in tegenstelling tot grondlichamen. Door een harde rand, met opvallend materiaal, te gebruiken visualiseert het ontwerp dat een daadwerkelijke dijk doorsneden is. Archeologie Er zijn gebieden met archeologische verwachtingen. Deze gebieden kennen een dubbelbestemming Archeologie.
Hier dient eerst archeologisch onderzoek plaats te vinden voordat bepaalde werkzaamheden mogen plaatsvinden. Aangegeven moet worden op welke wijze gevonden archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
Hoofdstuk 5
70
Recreatie In paragraaf 7.4.5 worden mitigerende maatregelen benoemd, die meegenomen zijn in het Maatregelpakket N207 Zuid met NW afslag N209-Dorpsstraat. Conform de geldende provinciale regeling wordt de doorsnijding van het recreatiegebied Bentwoud gecompenseerd. De aanleg van de Verlengde Bentwoudlaan door het Bentwoud wordt gecompenseerd door in de directe omgeving minimaal dezelfde hoeveelheid oppervlakte aan recreatie toe te voegen (fietspad en EVZ Kleikade). Het verlies van kwaliteit van recreatie en versnippering wordt gecompenseerd door extra recreatieve kwaliteit aan het gebied toe te voegen en de verbinding tussen de delen te optimaliseren. Verder wordt op het deel van de Verlengde Bentwoudlaan dat in het Bentwoud ligt stiller asfalt aangelegd dan het reguliere asfalt. En aan de oostzijde van de Verlengde Bentwoudlaan komt een talud te liggen dat niet alleen zorg draagt dat de recreatieve passage kan worden bereikt maar ook een geluiden licht afschermende werking heeft. Hierdoor is de geluidsbelasting ten gevolge van de weg in het oostelijk deel van het Bentwoud beperkter. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 7.4.5. Ruimtegebruik Om barrièrewerking in Hazerswoude-Dorp tegen te gaan worden zoveel mogelijk haakse structuren toegepast waardoor beide dorpshelften meer met elkaar worden verbonden.
De taluds die geplaatst worden rondom de (Verlengde) Bentwoudlaan zijn zo ontwikkeld dat ze zo minimaal mogelijk grondgebruik nodig hebben en waar dat kan en logisch is zijn ze onderdeel van het ontwerp geworden en hebben ze een recreatieve functie als wandel- of fietspad gekregen. In paragraaf 7.4.6 worden nog meer mitigerende maatregelen genoemd. Geluid Er worden meerdere geluid reducerende maatregelen genomen: zie tabel 7.2 van deze toelichting. Natuur In paragraf 7.4.7 worden alle mitigerende en compenserende maatregelen genoemd die zullen worden uitgevoerd vanwege negatieve effecten op de natuur. Verwezen wordt naar deze paragraaf. Water Alle effecten op het thema ‘Water’ worden gecompenseerd en/of gemitigeerd. Bijvoorbeeld door middel van het verleggen of verbreden van belangrijke watergangen. Verwezen wordt naar paragraaf 7.4.9.
5.3 Ingebrachte zienswijzen op het MER Het MER wordt gelijktijdig met het ontwerp PIP 6 weken ter visie gelegd. Ook wordt het MER gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan voor de gemeentelijke maatregelen in Hazerswoude-Dorp 6 weken ter visie gelegd. De zienswijzen die in deze periode worden ingebracht zullen worden samengevat en van een reactie van de provincie c.q. gemeente worden voorzien. De nota van beantwoording zienswijzen zal gevoegd worden bij het vast te stellen PIP c.q. bestemmingsplan. Indien besloten
Hoofdstuk 5
71
wordt delen van het ontwerp PIP of ontwerp bestemmingsplan aan te passen zullen deze aanpassingen worden doorgevoerd in het vast te stellen PIP en bestemmingsplan.
5.4 Toetsingsadvies en aanbevelingen Commissie m.e.r. De Commissie voor de milieueffectrapportage wordt advies gevraagd over het ontwerp-MER. Het advies en eventuele aanbevelingen worden aan het bevoegd gezag voorgelegd waarna wordt besloten wat met het advies te doen.
Hoofdstuk 5
72
6.
BELEIDSKADER
6.1 Inleiding Zowel op nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau zijn diverse beleidsnota's verschenen, die kaderstellend zijn voor het onderhavige PIP. Alle van toepassing zijnde beleidsdocumenten worden hieronder kort besproken, met bijbehorende conclusies over de betekenis van het beleid voor onderhavig project. In de achtergrondrapporten die zijn opgesteld voor de verschillende effecten is waar nodig een uitgebreide beschrijving van het beleid opgenomen. Naast het algemene beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening en verkeer zijn er vanuit sectoraal (inter)nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (wettelijke) verplichtingen die van invloed kunnen zijn op onderhavig PIP. Bijvoorbeeld op het gebied van ecologie, archeologie en water. Deze onderwerpen worden beschreven in Hoofdstuk 7.
6.2 Nationaal beleid 6.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
Hoofdstuk 6
73
Afwentelen wordt voorkomen.
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Doorwerking plangebied Er worden geen concrete uitspraken gedaan ten aanzien van de Bentwoudlaan, Verlengde Bentwoudlaan, Verlengde Beethovenlaan of Hazerswoude-Dorp. Deze projecten passen in de algemene visie dat Nederland goed bereikbaar dient te zijn en natuurgebieden met elkaar verbonden worden. 6.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in de AMvB Ruimte, uitgewerkt in het Barro en Rarro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Doorwerking plangebied Een gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland ligt binnen het plangebied. Voor het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe.
Dit betekent dat nieuwe plannen of projecten niet zijn toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Uitzonderingen hierop zijn wanneer sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. Het NNN en de ecologische verbindingszones zijn planologisch beschermd in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In de Verordening staat aangegeven aan welke voorwaarden bij ruimtelijke ingrepen in en langs het NNN moet worden voldaan. Ook is het compensatiebeleid bij aantastingen van het Natuurnetwerk Nederland hierin opgenomen. Hierop wordt nader ingegaan in hoofdstuk 7 en het provinciale beleid in paragraaf 6.3. 6.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in lid 2 een motiveringsplicht opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in ruimtelijke plannen. In de toelichting van het ruimtelijk plan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de “ladder duurzame verstedelijking”). De eerste trede in deze ladder is een beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.
Hierbij kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. De beide vervolgstappen uit de genoemde ladder hebben betrekking op vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden en als dat niet mogelijk is op andere locaties, die vooral goed ontsloten moeten zijn. Doorwerking plangebied De ladder moet worden toegepast als sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Infrastructurele voorzieningen komen in de toelichting op artikel 3.1.6 Bro niet voor. De Handreiking die door het ministerie
Hoofdstuk 6
74
van I&M is opgesteld besteedt evenmin aandacht aan wegen. Die Handreiking gaat in op verschillende functies waarop de ladder moet worden toegepast: wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen. Als voorbeelden van overige stedelijke voorzieningen noemt de Handreiking “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure”, over infrastructurele voorzieningen wordt niet gesproken. In een uitspraak van 18 februari 2015 (201400570/1/R6) komt de Raad van State onder punt 6.4 tot de conclusie, dat “gelet op de nota van toelichting en de strekking van de regeling die mede gericht is op het tegengaan van leegstand, de in het plan voorziene weg niet aangemerkt wordt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro”. Zie ook de uitspraken van 24 februari 2016 (20150142511/1/R6) en mei 2016 (201503924/1/R6). De aanleg van de ecologische verbindingszone en recreatieve routes zijn ook geen stedelijke ontwikkelingen. Dit gelet op de nota van toelichting op de Bro en de strekking van de regeling, die mede gericht is op het tegengaan van leegstand. Geconcludeerd kan daarom worden dat er met het PIP geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, zodat een toetsing aan de treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is.
6.2.4 Duurzaam veilig verkeer Duurzaam Veilig is een verkeersveiligheidsvisie die begin jaren negentig in Nederland is ontwikkeld. De visie neemt de mens als ‘maat der dingen’: de mens die kwetsbaar is, fouten maakt en zich bewust niet altijd aan regels houdt. De verkeersomgeving moet zó worden vormgegeven dat ongevallen moeten worden voorkomen. Mocht er tóch een ongeval plaatsvinden, dan moet de ernst van de afloop beperkt worden gehouden. In deze visie wordt een integrale benadering voorgestaan waarbij functie, vorm en gebruik van de weg op elkaar zijn afgestemd. Voor de weggebruiker zal duidelijk moeten zijn tot welke categorie een weg behoort. Er worden drie wegcategorieën onderscheiden: Stroomwegen (bubeko4 100, 120 en 130 km/h): gericht op een zo veilig en betrouwbaar mogelijke afwikkeling van relatief grote hoeveelheden verkeer met een hoge (gemiddelde) snelheid. Gebiedsontsluitingswegen (bibeko5 50 en 70 km/h en bubeko 80 km/h): gericht op zowel stromen als uitwisselen. Deze zijn echter deels gescheiden: stromen op de wegvakken en uitwisselen op de kruispunten. De gebiedsontsluitingsweg vormt vaak de verbindende schakel tussen stroomwegen en erftoegangswegen; Erftoegangswegen (bibeko 30 km/h en bubeko 60 km/h): gericht op het toegankelijk maken van erven. Verblijven en recreëren, spelen een belangrijke rol.
Op zowel de wegvakken als kruispunten is sprake van uitwisseling en daarom moet de snelheid hier laag zijn. Per wegcategorie is een aantal operationele richtlijnen opgenomen voor wegvakken en kruispunten binnen en buiten de bebouwde kom.
4 5
Buiten de bebouwde kom (bubeko) Binnen de bebouwde kom (bibeko)
Hoofdstuk 6
75
Doorwerking plangebied Uitgangspunt is dat de nieuw aan te leggen wegen volgens bovenstaande principes worden ingericht. Er is ook gekeken naar de effecten van de nieuwe wegen op de verkeersveiligheid op bestaande wegen. Uitgangspunt is ook daar dat na aanleg van het project N207 Zuid de bestaande wegen voldoen aan de in het kader van Duurzaam Veilig geldende streefwaardes voor de maximale intensiteit per wegtype. 6.2.5 Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport De overheid kijkt samen met provincies en gemeentes naar de vraag hoe de schaarse ruimte in Nederland het beste ingericht kan worden. In het Meerjarenprogramma Ruimte, Infrastructuur en Transport (MIRT) staat welke ruimtelijke opgaven er zijn voor een bepaald gebied, wat de gezamenlijke oplossingen (programma’s en projecten) zijn en welke investeringen hiervoor nodig zijn. De MIRT-regio Zuidvleugel omvat de provincie Zuid-Holland. Hoofdopgaven van nationaal belang in dit gebied zijn: De overgang (transitie) naar nieuwe economie faciliteren en het vergroten van de samenhang met de diensteneconomie, gekoppeld aan bewezen en opkomende economische sectoren in de Zuidelijke Randstad. Het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan stedelijk gebied door het stimuleren van interactie en verstedelijking en het optimaliseren van de bereikbaarheid en de groenblauwe structuur.
Het stimuleren van een circulaire economie en een duurzame energie- en zoetwatervoorziening en het minimaliseren van de gevolgen van overstroming vormen de opgaven voor de Zuidelijke Randstad. De nota beschrijft de unieke ligging van Zuidwest-Nederland, de aanwezigheid van waardevolle landschappen samen met een mooie mix aan stedelijke milieus, plus de aanwezigheid van het havencomplex en de greenport. Dit maakt van Zuidwest-Nederland een veelzijdig gebied met veel potentieel. Daarom wordt gewerkt aan een goede connectiviteit en bereikbaarheid tussen gebieden in de regio. Doorwerking plangebied Hoewel de N207 Zuid niet als specifiek project is opgenomen in het MIRT-projectenoverzicht, kan geconcludeerd worden dat de doelstellingen van het programma overeenkomen met de achtergrond en doelstellingen vanuit het MIRT. Het project levert een waardevolle bijdrage aan de invulling van de regionale hoofdopgave en de gebiedsopgave, zoals geformuleerd in het MIRT.
6.3 Provinciaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland Gedeputeerde Staten hebben het Omgevingsbeleid Zuid-Holland vastgesteld dat bestaat uit de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en het Programma ruimte. Het Omgevingsbeleid vervangt alle voorgaande beleidsplannen en verordeningen voor de fysieke leefomgeving. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
Hoofdstuk 6
76
De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Het omgevingsbeleid betreft een beleidsneutrale omzetting van bestaand beleid. De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn op 7 augustus 2021 geconsolideerd gepubliceerd. Tevens hebben Gedeputeerde Staten op 23 maart 2021 het ontwerp van de Herziening 2021 van het Omgevingsbeleid Zuid-Holland vastgesteld. Het gaat om een partiele wijziging van: - de Omgevingsvisie Zuid-Holland, - de Omgevingsverordening Zuid-Holland, - het Omgevingsprogramma Zuid-Holland. In deze paragraaf is een toets opgenomen aan de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van 7 augustus 2021. Inmiddels is De Herziening 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Er was geen gelegenheid meer om onderstaande toets naar aanleiding daarvan te updaten in dit ontwerp PIP. In de toelichting van het door Provinciale Staten vast te stellen definitieve PIP zal een update plaatsvinden aan de hand van de dan meest recente versie van het provinciale omgevingsbeleid.
Behouden en versterken landschappen Zuid-Holland bestaat uit een groot aantal kenmerkende landschappen. Elk landschap heeft zijn eigen karakteristieken en grondgebruik. Het is wenselijk de ruimtevragen op een vergelijkbare manier af te wegen in relatie tot de landschappelijke en bovenregionale context en dit niet per gemeente op verschillende wijze in te vullen. Elke ontwikkeling op zich vraagt om een maatwerkafweging. Op deze wijze ontstaat een goede balans tussen het belang van gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van de Zuid-Hollandse landschappen en het belang van ruimte voor ontwikkeling. De provincie zet in op een betere, gebiedsgerichte verweving van de verschillende ‘klassieke’ functies in de groene ruimte (landbouw, natuur, recreatie, water, cultuurhistorie) en een betere relatie tussen stad en land. Daarmee wil de provincie gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van de verschillende Zuid-Hollandse landschappen behouden en versterken. De klimaat- en energie-efficiente samenleving stelt nieuwe eisen aan de groene ruimte. Deze worden zo veel mogelijk ingepast met behoud of zelfs verbetering van bestaande functies.
De provincie wil samen met haar partners een kwaliteitsslag maken in de groene ruimte binnen en buiten de stad, zodanig dat de intrinsieke waarden worden beschermd en versterkt, en dat de groene ruimte aansluit bij de vraag van de gebruikers en bewoners, toekomstbestendig is en bijdraagt aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).
Hoofdstuk 6
77
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. De gebiedsprofielen, die gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio zijn opgesteld, spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van zo’n gedeelde opvatting. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving.
Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Deze bepalingen zijn beschreven in de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Compleet mobiliteitsnetwerk De provincie wil Zuid-Holland de best bereikbare provincie maken. Voor mobiliteit stelt de provincie de behoefte van de mobiliteitsgebruiker centraal. Daartoe stelt de provincie kaders op en zorgt de provincie voor vertegenwoordiging in diverse gremia voor het compleet maken van het mobiliteitsnetwerk, het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Zuid-Holland, en het verbeteren van de keuzemogelijkheden tussen vervoersalternatieven en de combinatie van vervoermiddelen. De provincie wil deur-tot-deurverplaatsingen optimaliseren. De provincie wil het eigen netwerk op orde krijgen, opwaarderen en goed beheren en onderhouden. Daarbij ligt het primaat voor het verbeteren van personenvervoer in de dichtbevolkte gebieden bij de auto, het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en de fiets. In dunbevolkte gebieden ligt het primaat bij de auto en wordt het OV-aanbod afgestemd op de vraag en de specifieke doelgroepen.
Voor de mainport en greenport stimuleert de provincie multimodaal goederenvervoer. Mobiliteitspatronen zijn aan verandering onderhevig, bijvoorbeeld door ontwikkelingen als internetshoppen. Innovaties zoals voertuiggeleiding en elektrisch vervoer kunnen zorgen voor schoner, stiller, veiliger en efficiënter vervoer, ook als mobiliteitspatronen veranderen. Erfgoedlijnen ontwikkelen en beleefbaar maken De provincie draagt zorg voor het ontwikkelen en beleefbaar maken van Erfgoedlijnen De provincie doet dit om te zorgen voor beschermd, benut, en beleefbaar cultureel erfgoed. Een erfgoedlijn is een geografische structuur (kust, trekvaart, oude duinenrij, eiland, etc.), die meerdere monumentale stippen met één gemeenschappelijk historisch verhaal verbindt tot één streep of lijn op de kaart. De erfgoedlijnen zijn ensembles van erfgoed, landschap en water, die kwaliteit verschaffen aan de ruimte en beschikken over groot recreatief en toeristisch potentieel. Let wel: de bij de erfgoedlijnen behorende netwerken van monumenten en daarbij behorende belanghebbende partijen zijn hiermee dus op twee manieren afgegrensd: via de geografie én het verhaal van de erfgoedlijn.
Hoofdstuk 6
78
De provincie geeft uitvoering aan de decentralisatie van restauratiemiddelen voor rijksmonumenten. Hiermee wordt de restauratie van rijksmonumenten verbonden met gebiedsontwikkeling. Het provinciaal beleid voor erfgoedlijnen gaat over het behoud en beleefbaar maken van grote monumentale structuren die gemeentegrenzen overschrijden en de geschiedenis van Zuid-Holland vertellen. Versterking groenblauwe structuur De groenblauwe structuur is een samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes en routes die stad en land met elkaar verbinden: de grote parken en groenblauwe dooradering in de stad, recreatieve stad-land verbindingen en poorten, recreatiegebieden om de stad, de groene buffers en belangrijke recreatieve routes in het landelijk gebied. Er ligt een opgave om deze structuur te behouden en waar nodig te versterken, zodat er voldoende ruimte is voor groen en water binnen steden en dorpen en er voldoende verbindingen zijn met groen en water in het landelijk gebied. Er ligt een opgave om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. De provincie zet daarom in op de groenblauwe structuur.
Dat is een samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes en routes die stad en land met elkaar verbinden: de grote parken en groenblauwe dooradering in de stad, recreatieve stad-land verbindingen en poorten, recreatiegebieden om de stad, de groene buffers en belangrijke recreatieve routes in het landelijk gebied. De groenblauwe structuur staat in verbinding met de gebieden van bijzondere kwaliteit (natuur en kroonjuwelen), de erfgoedlijnen en de overige landschappen in de provincie. Het fietsnetwerk, waarvan ook de veren in de provincie deel uitmaken, vormt een belangrijke drager van de groenblauwe structuur. Het is een gezamenlijke opgave van provincie, gemeenten en andere partijen om deze structuur in stand te houden, waar nodig verder te ontwikkelen en barrières op te heffen, om zo de kwaliteit en samenhang te verbeteren. De provincie zet in op een toename van kwalitatief hoogwaardige recreatiemogelijkheden in en nabij de stad. Deze opgave richt zich met name op verbetering van het groenblauwe routenetwerk en het verbeteren en voltooien van het aanbod aan recreatiegebieden. De recreatiegebieden vallen onder categorie 2 van het handelingskader ruimtelijke kwaliteit.
De provincie Zuid-Holland stelt als uitgangspunt dat de groene ruimte in en om de stad voor alle inwoners van het stedelijk netwerk op maximaal vijftien minuten fietsen op een aantrekkelijke manier bereikbaar is. De provincie ziet de stedelijke groen- en waterstructuur als een integraal onderdeel van de (boven)regionale groenblauwe structuur. De stedelijke parken en de groenblauwe dooradering vormen als het ware de uitlopers en haarvaten van de landschappen buiten de stad. Met de verdichtingsopgave van het bestaand stads- en dorpsgebied wordt de groene ruimte als tegenhanger van de stedelijke dynamiek nog belangrijker voor rust, ruimte en leefkwaliteit. De stedelijke groen- en waterstructuur kan met het oog op klimaatverandering dienen als klimaatbuffer bij hittestress, droogte en wateroverlast. De regulatiefunctie van de bodem kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Diverse projecten vallen onder de noemer van de Rijke Groenblauwe Leefomgeving. Het Bentwoud maakt hier deel van uit. Doorwerking plangebied Ten westen van Waddinxveen, ter hoogte van de Kleikade, ligt binnen het plangebied een onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Het betreft hier een ecologische verbindingszone (EVZ), die al wel is aangegeven op de provinciale beleidskaart, maar nog niet als zodanig is bestemd en ingericht. De gronden zijn ook nog niet in eigendom.
In de huidige situatie bestaat dit gebied uit open weiland en akkers. Besloten is om de ontwikkeling van deel van de EVZ mee te nemen in het
Hoofdstuk 6
79
project N207 Zuid (‘realisatie plus’) om zo de kans te grijpen om het ontwerp van de EVZ en de nieuwe weg geïntegreerd op te pakken. Ter hoogte van de Kleikade kruist de nieuwe EVZ de toekomstige Bentwoudlaan. N207 Zuid6. De nieuwe ecologische verbindingszone draagt bij aan de regionale groenblauwe structuur. Het potentiële effect hiervan is beschreven in de achtergrondrapporten voor Landschap/recreatie en Natuur. Volgens de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013 dienen de negatieve effecten voor natuur te worden gecompenseerd. De wijze van compensatie komt in paragraaf 7.4.7 aan de orde.
Figuur 6.1 De ligging van NNN-gebieden (groen) ten opzichte van het wegontwerp
6
Op dit moment wordt onderzocht of het beter is de EVZ te verleggen evenwijdig aan de oostzijde van de Verlengde Bentwoudlaan. Zie ook paragraaf 3.3.5.
Hoofdstuk 6
80
Figuur 6.2 Ligging NNN (groen) t.o.v. het wegontwerp (blauw), ingezoomd op de locatie van het ruimtebeslag ter hoogte van de Kleikade.
6.3.2 Visie Ruimte en Mobiliteit De Visie ruimte en mobiliteit (VRM), onderdeel van de Omgevingsvisie, is een structuurvisie op provinciaal niveau en bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid tot 2030. De VRM bestaat uit meerdere onderdelen: de visie, het Programma ruimte, het Programma mobiliteit en de Verordening ruimte. Het beleid voor ruimte en mobiliteit bevat geen eindbeeld, maar wel ambities en doelen die de provincie samen met anderen wil realiseren. De VRM beschrijft dat het regionale verkeer in Boskoop, Waddinxveen en Hazerswoude-Dorp plaatselijk voor leefbaarheidsproblemen zorgt. Ook de bereikbaarheid van de Greenport Boskoop is niet optimaal. Voor de corridor N207 zijn verbetermaatregelen onderzocht. De provincie beschrijft in het programma Mobiliteit de volgende drie strategische doelen: Het op orde brengen van het mobiliteitsnetwerk, zodat mensen en goederen doelmatig de juiste plaats kunnen bereiken. Het verbeteren van de balans tussen mobiliteit en de kwaliteit van de omgeving, zodat mobiliteit veilig is, de omgeving leefbaar is en bijgedragen wordt aan energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Het beter aansluiten van het aanbod van openbaar vervoer bij de maatschappelijke vraag.
Doorwerking plangebied Op 16 september 2015 is door de Provinciale Staten een Uitvoeringsbesluit is genomen voor de tracédelen Bentwoudlaan, Verlengde Beethovenlaan en Vredenburghlaan. Op 25 april 2018 is door Provinciale Staten een uitvoeringsbesluit genomen voor de Verlengde Bentwoudlaan en de maatregelen N209 Hazerswoude-Dorp.
Hoofdstuk 6
81
In het programma Mobiliteit is de toekomstige (Verlengde) Bentwoudlaan aangewezen als capaciteitsvergroting en uitbreiding van het bestaande netwerk. Het Bentwoud is in de VRM aangewezen als recreatiegebied rond de stad. De Verlengde Bentwoudlaan doorsnijdt een deel van dit recreatiegebied. Volgens de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013 dienen de negatieve effecten voor recreatie te worden gecompenseerd. De wijze van compensatie komt in paragraaf 7.4.5 aan de orde. 6.3.3 Beleidsvisie Groen In de beleidsvisie groen staan de drie ambities van de provincie Zuid-Holland op het gebied van groen beschreven. Deze ambities zijn: Meer en beter groen om de stad en meer en betere recreatieve routes om zo de groenbeleving in de provincie te versterken. Agrarische structuurversterking en systeeminnovaties een gezonde basis voor agrariërs creëren door middel van agrarisch ondernemerschap. Door aanleg en beheer van NNN gebieden in combinatie met Natura 2000-gebieden de biodiversiteit in de provincie vergroten. Doorwerking plangebied Het project N207 Zuid draagt bij aan de vergroting van de beleving van het gebied en betere recreatieve routes. Tevens wordt een ecologische verbindingszone aangelegd en zijn er twee landschapsplannen opgesteld waardoor het tracé landschappelijk ingepast wordt.
6.3.4 Perspectief Toerisme Zuid-Holland 2030 De provincie kijkt in dit document vooruit op hoe de verwachte groei van het toerisme in Nederland een plek te kunnen geven en deze groei optimaal te kunnen benutten. Dit wordt gedaan op de volgende manieren: Benutten van toeristische troeven. Bestaande toeristische en recreatieve elementen moeten beter worden verbonden aan het aanbod en de identiteit van de provincie. Door deze elementen beter te benutten kunnen toeristen langer verbonden worden aan de provincie. Versterken van omgevingskwaliteit om zo het algehele beeld van de provincie te versterken. Deze totaalbeleving wordt gedragen door vervoer, verblijf en vermaak. Verbeteren mobiliteit. Er wordt door de provincie gestreefd naar een fijnmazig fiets- en vaarnetwerk dat stad en land verbindt. Concepten en verhaallijnen verder ontwikkelen. Denk hierbij aan samenhangende thema’s die verschillende delen van de provincie verbinden. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld ‘Nederland Waterland’ en ‘Bloemen’. Versterken van duurzaam toerisme. Om aan te sluiten op de vraag van de markt, maar ook op duurzaamheidsthema’s als energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie welke belangrijke speerpunten zijn van de provincie. Doorwerking plangebied Het project N207 Zuid heeft tot doel een betere kwaliteit van de leefomgeving en een veilige en bereikbare regio te realiseren.
Bij de uitvoering van het project is veel aandacht voor een vergroting van de beleving van het gebied en betere recreatieve routes. Ook dit draagt immers bij aan een betere leefbaarheid.
Hoofdstuk 6
82
6.3.5 Beleidsvisie Cultureel Erfgoed 2017-2020 Het ruimtelijk beleid van de provincie Zuid-Holland is vastgelegd in de ‘Beleidsvisie Cultureel Erfgoed 2017-2020’. De belangrijkste taken betreffende archeologie van de provincie Zuid-Holland zijn: bescherming van provinciale archeologische waarden met behulp van haar RO-instrumenten; alle archeologische vondsten inclusief documentatie vakkundig bewaren en beschrijven (met uitzondering van gemeenten die zelf over een gemeentelijk depot beschikken); zorgen voor meer draagvlak onder de bevolking voor het archeologisch erfgoed. Door de provincie worden drie strategieën ingezet die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De provincie wil het erfgoed: beschermen via het provinciale ruimtelijk instrumentarium; beleefbaar maken via de erfgoedlijnen; benutten door herbestemming te faciliteren. Doorwerking plangebied Via de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) heeft de provincie Zuid-Holland aangegeven welke archeologische vindplaatsen en terreinen van (zeer) hoge waarde zijn. Deze terreinen zijn grotendeels afkomstig van de voormalige archeologische monumentenkaart. Binnen het plangebied zijn dergelijke terreinen niet aanwezig.
6.4 Regionaal beleid 6.4.1 Regionaal Verkeers- en Vervoersplan In het najaar van 2014 is begonnen met het opstellen van een Regionaal Verkeers- en Vervoersplan (RVVP) Regio Midden-Holland. Het nieuwe RVVP heeft een tijdshorizon van 2025 met een doorkijk naar 2030 en vervangt het oude RVVP uit 1995. Het plan bestaat uit een drietal onderdelen: een strategisch kader, een beleidsvisie en een operationeel uitvoeringsprogramma met concrete en kansrijke regionale projecten. Ambitie voor mobiliteit in de regio Midden-Holland In dit RVVP is zo veel mogelijk gefocust op een beperkt aantal speerpunten. Het is daarmee niet een alomvattend verkeer en vervoerplan voor de regio. Vanuit een inventarisatie van trends en ontwikkelingen is de ambitie op het gebied van mobiliteit voor de regio Midden-Holland uitgewerkt in drie hoofdopgaven: Concurrerend: het bevorderen van de concurrerende regio. Het ondersteunen van de economisch gewenste bereikbaarheidskwaliteit en ontwikkelingen in met name verstedelijkte gebieden. Leefbaar, groen en veilig: het bewaken van de groene, leefbare en ook veilige regio. Mobiliteit moet gewenste leefkwaliteiten ondersteunen en mag niet ten koste van het karakter van onze regio gaan. Adaptief: het benutten van kansen die voorbijkomen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie om de bereikbaarheid van de regio te vergroten of de mobiliteit te verbeteren.
Het uitvoeringsprogramma van het RVVP bevat 25 projecten waar de regionale partijen in de periode tot 2025 mee aan de slag gaan.
Hoofdstuk 6
83
Doorwerking plangebied De corridorstudie N207 Zuid is opgenomen in het uitvoeringsprogramma van het RVVP. Het project N207 Zuid heeft tot doel een betere kwaliteit van de leefomgeving en een veilige en bereikbare regio te realiseren. Bij de uitvoering van het project is veel aandacht voor een vergroting van de beleving van het gebied. Ook dit draagt immers bij aan een betere leefbaarheid. 6.4.2 Gebiedsprofielen Bentwoud Rottemeren Zuidplas, Greenport Boskoop, Wijk en Wouden Gebiedsprofielen beschrijven en visualiseren de kenmerkende ruimtelijke elementen en geven hier een waardeoordeel aan. Ook zijn gebied specifieke ambities opgenomen. Het gebiedsprofiel is samen met gemeenten, andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis en handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit in dit gebied. Hieronder korte samenvattingen van de geformuleerde ambities per gebiedsprofiel. Bentwoud, Rottemeren, Zuidplas Nieuwe ontwikkelingen worden beschouwd als integrale gebiedsopgaven. Logische oplossingen, voor bijvoorbeeld verbindingen en relaties, hebben hierbij altijd de prioriteit. Er wordt grote waarde gehecht aan het behouden en versterken van bestaande structuren, zoals kavel- en slotenpatronen, en kwaliteiten. Ook herkenbaarheid dient te worden behouden en waar mogelijk versterkt.
Greenport Boskoop Het gebiedsprofiel van Greenport Boskoop is een doorzetting van de bestaande visie voor het gebied. Als geheel komt uit de karakterisering en de schets van de ontwikkelingen het volgende ruimtelijke ambitiebeeld naar voren: Greenport op veenlandschap. Schaalvergroting en modernisering van de sierteelt vragen om aanpassingen. Huidige kenmerken, zoals slotenpatronen kunnen worden gebruikt bij nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor de overgangen tussen sierteelt en de (open) omgeving en dienen duidelijke entrees te worden gerealiseerd. Bereikbaar en leefbaar Boskoop, Waddinxveen en Greenport. Het gebied moet beter bereikbaar worden waarbij een maximale doorstroming wordt nagestreefd. Linten als structuurdragers. Voortbouwen op ontwikkelingsprincipe, maat en schaal van de lintstructuren. Behoud van de diversiteit is de belangrijkste geformuleerde ambitie. Een duurzame en beleefbare water- en groenstructuur. De ambitie is om voor Boskoop als geheel een robuuste groenblauwe structuur te ontwikkelen met daaraan gekoppeld recreatieve routes. Er dient te worden vermeld dat de N207 Zuid niet direct binnen het gebied Greenport Boskoop valt. De N455 begrenst het gebied. De N207 Zuid sluit aan op de N455 en is zodoende wel belangrijk voor de ontsluiting van het gebied.