CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Koersdocument Duurzaam Waddinxveen dd 6-12-2021

Besluitvormende raadsvergadering 26 januari 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Koersdocument Duurzaam Waddinxveen22.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bouwnijverheid

10%

8%

11%

3%

Publieke dienstverlening

Mobiele werktuigen

2%

1%

13%

22%

21%

Uitstoot van methaan en koel installaties

2%

Binnenvaart en recreatievaart Figuur 11: De CO2 opgave voor Waddinxveen

0,5%

CO2 uitstoot Waddinxveen is de afgelopen jaren stabiel gebleven In figuur 12 is de ontwikkeling van de CO2 uitstoot in de afgelopen jaren weergegeven. De figuur toont een redelijk stabiel patroon, Er is wel een scherpe daling te zien bij landbouw in 2018 en zo’n 10.000 ton daling bij de gebouwde omgeving.

25. Klimaatakkoord van Parijs (2015) 26. Klimaatakkoord Nederland (2019)

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

Figuur 12: De ontwikkeling van CO2 uitstoot in Waddinxveen in de afgelopen jaren

26 van 68

5.2.2 Wat willen we bereiken? Het doel voor de energietransitie neemt Waddinxveen over uit het nationaal Klimaatakkoord (2019). 2030: een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met 49%27 CO2-equivalenten. 2050: een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met 95% CO2-equivalenten De huidige verdeling van CO2-uitstoot door verschillende sectoren is weergegeven in onderstaande grafiek bij 2020 (figuur 13). De grafiek laat tevens de gestelde doelen voor 2030 en 2050 zien.

31%

8%

32%

5% 25%

-49% (-55%) -95%

Figuur 13: De verdeling van de CO2 uitstoot naar sectoren en de beoogde daling in de komende jaren

5.2.3 Hoe pakken we dat aan? De CO2 van iedere sector moet gereduceerd worden. De aanpak bestaat uit vier onderdelen: • • • •

Vervangen van aardgas en fossiele brandstoffen De opwek van schone elektriciteit en aansluiten op (bovenregionale) restwarmte Klimaat-neutrale groei van Waddinxveen Aanpak overige broeikasgassen

Vervangen van aardgas en fossiele brandstoffen Aardgasvrije gebouwde omgeving De gebouwde omgeving (inclusief de bedrijventerreinen) moet uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn. In de Transitievisie Warmte (TVW) is uitgewerkt wat de duurzame warmte-alternatieven per buurt zijn. En wanneer buurten aan de beurt zijn voor de transitie. Het aardgasvrij maken van Waddinxveen gebeurt buurt voor buurt. Dat verloopt via een integrale energieke-buurt-aanpak waarin ook andere opgaven worden meegenomen. De transitie moeten inwoners, VvE’s, woningcorpo¬ratie, netwerkbedrijven, ondernemers, maatschappelijke organisaties en (toekomstige) warmtebedrijven samen doen. In het Klimaatakkoord staat de doelstelling om 1,5 miljoen woningen (19,5%) te verduurzamen voor 2030. Ook de gemeente Waddinxveen wil dit percentage halen. Er zijn in Waddinxveen voldoende lokale warmtebronnen aanwezig voor de gebouwde omgeving (exclusief glastuinbouw). Hoe we deze gaan benutten voor de warmtetransitie, is onderdeel van de energieke buurt aanpak die is geformuleerd in de Transitievisie Warmte. Hierop gaan we verder in bij hoofdstuk 6. Energiezuinige woningen en bedrijven Energie besparen is altijd goed, want wat je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken. Het verbruik van elektriciteit en warmte moet omlaag om het doel (een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050) te bereiken.

Dat kan bereikt worden met goede isolatie en door er voor te zorgen dat gebouwen klaar zijn voor duurzame vormen van verwarming en koken. Een bijkomend voordeel is dat energiezuinige gebouwen vaak comfortabeler zijn en lagere energiekosten hebben. Wet- en regelgeving helpt om dit bereiken. Zo moeten kantoorgebouwen vanaf 2023 verplicht mini¬maal label C zijn. In de gemeente-brede aanpak (onderdeel van de TVW) helpt de gemeente inwoners en ondernemers die hun gebouwen willen verduurzamen met handreikingen. We streven de nationale ambitie na van 1,5% energiebesparing per jaar. Dit doel geldt voor alle sectoren en doelgroepen en moet binnen de eigen gemeentegrenzen behaald worden28. Het gaat over het volledige energiegebruik, dus elektriciteit, aardgas en brandstoffen. Ook met economische groei en een groeiend inwoneraantal moet deze besparing gerealiseerd worden.

27. De EU zet in op 55% CO2 reductie in 2030. Dit is nog niet vastgelegd in nationale/wettelijke doelen. 28. In de TVW is berekend dat het besparingspotentieel van de bestaande woningbouw 22% is en van bedrijven ongeveer 30%.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

27 van 68

Minder en schone mobiliteit Er komen steeds meer inwoners, bezoekers en banen bij in Waddinxveen. Meer mensen betekent ook meer verplaatsingen, op de weg, op het spoor en op het water. Als we niets doen leidt dit tot meer CO2-uitstoot. We willen minder en schonere voertuigkilometers realiseren door de overstap naar duurzame vormen van mobiliteit te stimuleren, te ondersteunen en waar nodig te reguleren. We nemen de landelijke ambitie uit het klimaatakkoord, 17% CO2 reductie in de mobiliteit ten opzichte van 1990 over. Dit is bovenop de energiebesparingsambitie van 1,5% per jaar. De gemeente wil dit bereiken door deelmobiliteit te vergroten en door meer schone (bestel)auto’s en minder zakelijke kilometers binnen de gemeentegrens te laten rijden. Verder verwachten we dat we de landelijke voorspellingen ten aanzien van elektrisch vervoer ook in Waddinxveen realiseren. Opwek van schone elektriciteit en aansluiten op (bovenregionale) restwarmte Elektriciteit speelt een sleutelrol in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Door de overgang naar een aardgasvrij Waddinxveen is er meer elektriciteit nodig om onze gebouwen te verwarmen en om anders te gaan koken. Ook de verdere digitalisering en de groei van het aantal elektrische voertuigen leidt tot een forse toename van de vraag naar elektriciteit. Om klimaatneutraal te worden moet elektriciteit duurzaam worden opgewekt.

We gaan in 2030 in de regio Midden-Holland29 0,435 TWh (1,567 PJ) aan hernieuwbare elektriciteit opwekken30. Dat is 1,24% van de landelijke opgave van 35 TWh (127 PJ). Dat is een factor zeven meer dan de huidige productie van duurzame elektriciteit in de regio. In Waddinxveen staan vier windmolens, daarmee draagt de gemeente al flink bij aan de regionale duurzame opwek. Waddinxveen zet tot 2030 vooral in op het ontwikkelen van zonnedaken bij inwoners en bedrijven en onderzoekt ruimte voor zonnevelden. Na 2030 zal een aanvullend doel geformuleerd moeten worden, gebaseerd op de verwachte toekomstige vraag naar elektriciteit. Die kan mogelijk ook ingevuld worden met extra windmolens. Het grootste deel van het energieverbruik van de land- en tuinbouw komt voort uit de glastuinbouw. Daarom is een speerpunt voor de energietransitie om een overstap van de glastuinbouw op duurzame bronnen voor verwarming en CO2 te bewerkstelliggen. Dat kan door gebruik te maken van restwarmte en CO2-levering uit de haven van Rotterdam. Daardoor kan het aardgasverbruik in de glastuinbouw uiteindelijk volledig beëindigd worden. Klimaat-neutrale groei van Waddinxveen Het beste moment om de gebouwen en bedrijven in Waddinxveen de kwaliteit te geven die nodig is, is als deze worden gebouwd. De opgave om CO2 te reduceren aan bestaande woningen is al groot genoeg.

En het mag niet zo zijn dat deze opgave nog groter wordt door ook nieuwe gebouwen aan te moeten passen. Daarom zetten we waar contractueel nog mogelijk, in op energieneutraal bouwen. In de toekomst bouwen we uitsluitend energieneutraal of zelfs energieleverend: goed geïsoleerd, voorzien van zonnepanelen en aangesloten op een duurzame warmtebro31. Aanpak overige broeikasgassen Ook andere emissies dan CO2 veroorzaken opwarming van de aarde: methaan, lachgas en fluorhoudende gassen zijn de voornaamste niet-CO2-broeikasgassen. In totaal levert deze groep 8% van de uitstoot in Waddinxveen. Methaanemissies en lachgas zijn onder andere afkomstig van veeteelt. Er zijn overigens relatief weinig veeteeltbedrijven in Waddinxveen. Ook de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallaties) stoot broeikasgassen uit bij de verwerking van afvalwater. Fluorhoudende gassen worden vooral toegepast als koelvloeistoffen. Door streng toezicht op de regels voor onderhoud en door het voorkomen van lekverliezen dringen we de emissies terug. Tot slot het Schone Lucht Akkoord. Waddinxveen heeft het Schone Lucht akkoord ondertekend. Het doel van het Schone Lucht Akkoord is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren. Deelnemende partijen nemen maatregelen om de luchtverontreiniging van binnenlandse bronnen te beperken.

De ambitie is om daarmee 50% gezondheidswinst te bereiken in 2030 ten opzichte van 2016. Oftewel: een halvering van de gezondheidsschade als gevolg van binnenlandse bronnen. Dat betekent dat mensen langer, gezonder en met meer kwaliteit leven. De belangrijkste luchtverontreinigende stoffen zijn stikstofoxiden (NO x), fijn stof (PM 10 en PM 2,5), ammoniak (NH 3) en zwaveldioxide (SO 2). Verbeteringen op gebied van energietransitie hebben effect op schone lucht en omgekeerd.

29. Gemeenten Waddinxveen, Zuidplas, Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard. 30. Regionale Energiestrategie Midden-Holland (2021) 31. Sinds 1 juli 2018 mogen er geen vergunningen meer afgegeven worden voor nieuwbouw die op aardgas aangesloten wordt.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

28 van 68

5.3 Klimaatadaptatie Ondanks internationale afspraken om de opwarming van de aarde te beperken, zal deze toch opwarmen. Dit heeft effect op onze leefomgeving. We zullen ons moeten aanpassen aan deze veranderende omstandigheden. Dit noemen we klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering zijn nationaal geadresseerd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA, 2018). Hierbij hebben het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen de gezamenlijke ambitie vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust is ingericht.

5.3.1 Opgave klimaatadaptatie In Nederland steeg de temperatuur sinds 1901 zo’n 1,8 graad. Door klimaatverandering wordt het in 2050 in Nederland 1 tot 2,3 graden warmer ten opzichte van het huidige klimaat. De gevolgen van klimaatverandering komen sneller en zijn heviger dan gedacht32. In Waddinxveen is in 2019 een Klimaatstresstest en risicodialoog gehouden. De resultaten hiervan zijn op een website gepubliceerd33. De belangrijkste gevolgen zijn wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. In Waddinxveen krijgt naar verwachting zo’n 50% van de inwoners, 10% van de ouderen (en andere kwetsbaren), zeker 1 bedrijventerrein en meerdere agrariërs te maken met ernstige hittestress, droogte en/of wateroverlast34. Daarnaast is schade te verwachten aan (bedrijfs-)panden, riolering en openbare ruimte. De totale kosten van de gevolgen van wateroverlast, hitte en droogte tot 2050 worden in Waddinxveen geschat tussen de 112 en 369 miljoen euro35. Hitte Hittestress wordt veroorzaakt door extreme hitte, die zich uit in diverse lichamelijke klachten bij mensen en dieren. Zij kunnen dan onvoldoende hun warmte kwijt. Een belangrijke oorzaak van hittestress is de verstening van de gebouwde omgeving. De 13.089 tuinen in Waddinxveen zijn gemiddeld zo’n 65% versteend36. Zo’n 40% van de tuinen is voor meer dan 80% versteend.

Hittestress kan al op korte termijn zeer grote gevolgen hebben voor mensen en dieren. Vooral bij kwetsbare groepen (ouderen boven de 75, kinderen jonger dan 3 jaar en kwetsbare ouderen) kan hittestress leiden tot ziekenhuisopnamen en vervroegde sterfte. Het betreft hier tussen 10% en 15% van de inwoners37 . Het aantal ouderen (ouder dan Figuur 14a: Hitte kaart Waddinxveen 75) is in 2050 waarschijnlijk bijna verdubbeld38. Het KNMI verwacht (bron: klimaatscenario’s KNMI) dat de aaneengesloten periode van hitte toeneemt van enkele dagen nu, naar drie weken in 2050. De inschatting is dat de helft van onze inwoners te maken met ernstige hittestress in 2050. In figuur 14 wordt de hittestress kaart van Waddinxveen getoond39. Ook bedrijven ondervinden last van hitte. Hittestress leidt tot productiviteitsverlies en ziekteverzuim. Daarnaast kan het de toekomstige energievraag van bedrijven doen stijgen en heeft het invloed op de aantrekkelijkheid van een bedrijventerrein. In Waddinxveen is het bedrijventerrein Distripark Doelwijk extra gevoelig voor hittestress40. Ook in de natuur zijn de effecten van hitte merkbaar. Blauwalg groeit bijvoorbeeld veel beter bij temperaturen boven 20°C en ook ziekteverwekkers groeien vaak makkelijker in warm water.

In de hele gemeente resulteert hittestress (tot 2050) in een maatschappelijke schade van ongeveer 10 miljoen euro41 (extra sterfte, verlies arbeidsproductiviteit) en toename energieverbruik.

32. Klimaatsignaal 21, KNMI, 2021 33. https://waddinxveen.klimaatatlas.net/ 34. Klimaatstresstest en risicodialoog Waddinxveen (2019) 35. www.klimaatschadeschatter.nl 36. Via stichting steenbreek, cijfers 2019 37. https://eengezonderhollandsmidden.nl/dashboard/leeftijdsgroepen/kwetsbare-ouderen-2 38. https://waddinxveen.incijfers.nl/dashboard/bevolking-3 39. https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/ 40. Klimaatstress test en risicodialoog Waddinxveen (2019) 41. www.klimaatschadeschatter.nl op basis van sterke klimaatverandering (scenario WH KNMI’14-klimaatscenario)

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

29 van 68

Wateroverlast Hoosbuien gaan vaker voorkomen. Een hoosbui is een bui waarbij in korte tijd (2 uur) meer dan 100 mm neerslag valt. Hoosbuien zijn zeer lokaal; de kans dat ze vaker gaan plaatsvinden neemt toe, maar of en waar ze vallen is vooral moeilijk te voorspellen. Een hoosbui met deze omvang is in Amsterdam in 2009 gevallen. Waddinxveen heeft ruim 18.000 panden. Dat zijn woningen, schuren, bedrijfspanden en maatschappelijk vastgoed. Op basis van modellen42 is afgeleid dat, bij een hoosbui van 100 mm neerslag, zo’n 6500 panden beperkt last hebben van waterwateroverlast. Dat betekent dat het water over de drempel kan komen. Zo’n 2400 paden hebben middelmatig last van wateroverlast. Dat betekent dat het water zo’n 25cm hoog kan komen te staan. Een kleine 400 panden zullen mogelijk heel veel wateroverlast hebben (water staat hoger dan 25 cm).

Figuur 14b: Begaanbaarheid wegen bij hoosbui

Zo’n 36% van de inwoners, met name in de buurten Zuidplas en Park Triangel, heeft kans op wateroverlast. Ook het bedrijventerrein Distripark Doelwijk is gevoelig voor wateroverlast. Waddinxveen heeft twee spoortunnels die bij hoosbuien onbegaanbaar kunnen worden. De maatschappelijke schade tot 2050 bedraagt mogelijk tussen 49 en 127 miljoen euro43. Wateroverlast heeft ook gevolgen voor de begaanbaarheid van wegen. In totaal heeft Waddinxveen 85 km aan wegen. Bij een hoosbui (100 mm in 2 uur) zal 11,7 km volledig onbegaanbaar zijn (voor normaal verkeer), 14,6 km is ook onbegaanbaar voor calamiteitenvervoer dat normaal een hogere wielbasis heeft. Droogte Naast wateroverlast krijgen we in Nederland ook te maken met langere periodes van droogte. Het neerslagtekort neemt toe met 30% in 2050. Dat is van150mm nu naar 193 mm in 2050. Droogte raakt inwoners vooral indirect door de toename van hitte en bijvoorbeeld in de vorm van verdorring van groen. Ook kan de kwaliteit van oppervlaktewater afnemen door de opwarming hiervan. De mogelijkheden voor verversing en het watervolume nemen af. Opwarming van oppervlaktewater heeft invloed op planten en dieren en de kwaliteit van het water. Daarnaast is er een aantal panden dat nog op houten palen (met of zonder betonnen oplegger) is gebouwd.

Deze zijn extra gevoelig voor droogte aangezien bij lagere waterstanden de palen droogvallen en kunnen gaan rotten. Dit kan leiden tot verzakkingen en schade aan vastgoed. Welke woningen op palen zijn gebouwd is niet exact bekend. Als vuistregel geldt dat Figuur 14c: Droogte. Gemiddeld Laagste Grondwaterstanden (GLG) van het dergelijke funderingen met name bij woningen van voor Nationaal Watermodel (resultaten september 2017) voor toekomstig klimaat (KNMIklimaatscenario WH2050) 1970 voorkomen. In Waddinxveen zijn er een kleine 3000 woningen (2887) voor 1970 gebouwd. Ook ongefundeerde panden lopen grote risico’s op (ongelijke) zettingen. De totale maatschappelijke kosten tot 2050 bedraagt mogelijk tussen 63-232 miljoen44. Voor bepaalde bedrijven is het risico groter. Door droogte ontstaat een neerslagtekort in de bodem en als het grondwaterpeil daalt. Er is een risico op een tekort aan zoet water voor glastuinbouw, landbouw en natuur. Brakke en zoute kwel zal in de lage polders (Zuidplaspolder en Polder Achterof) toenemen. Uitdroging van de bodem kan in veenweidegebied leiden tot het versneld inklinken van de bodem en tot extra bodemdaling. Zo’n 25% van de oppervlakte van Waddinxveen is veengebied, vooral ten oosten van de Gouwe. Bij veenoxidatie komt (veel) CO2 vrij. Ook veendijken hebben te leiden onder droogte.

Deze dijken, die vaak ook een rol hebben als regionale kering, zijn kwetsbaar voor uitdroging. Zij kunnen instabiel worden en afschuiven met binnendijkse overstromingen als gevolg. 42. Check referentie bij ODMH 43. www.klimaatschadeschatter.nl op basis van ondergrens bij ongewijzigd klimaat en bovengrens sterkte klimaatverandering (scenario WH KNMI’14-klimaatscenario) 44. www.klimaatschadeschatter.nl; op basis van ondergrens bij ongewijzigd klimaat en bovengrens sterkte klimaatverandering (scenario WH KNMI’14-klimaatscenario)

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

30 van 68

Overstroming Waddinxveen ligt zo’n 5 meter onder de zeespiegel (diepste punt op 7 meter) en is met gemeente Zuidplas een van de meest laaggelegen delen van Nederland. De kans op een overstroming is klein, maar wel aanwezig. Met name in het noordwesten is de impact groot. De kades, dijken en keringen kunnen kwetsbaar zijn bij droogte en bij hoge waterstanden. De overstromingskans neemt toe (1/300 – 1/3000 per jaar). Een overstroming is niet een op zichzelf staande gebeurtenis. Er zijn tal van keteneffecten die grote gevolgen kunnen hebben (figuur 15). Denk aan het wegvallen van elektriciteit, de levering van aardgas en drinkwater en het falen van ICT.

5.3.2 Wat willen we bereiken?

Figuur 15: Keteneffecten overstromingen

In de onderstaande figuur 16 is de ontwikkeling van de klimaatveranderingsopgave weergegeven. Wanneer we ons niet aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, dan zullen we daar in de toekomst steeds meer last en hinder ervaren. Door klimaat-adaptieve maatregelen te nemen, willen we ervoor zorgen dat we er minder last van hebben of dat de ervaren last vergelijkbaar blijft met nu.

Illustratieve Ontwikkeling effect klimaat verandering / op leefomgeving

Ongewijzigd beleid

Klimaatadaptatie maatregelen

Figuur 16: Scenario’s klimaatadaptieve maatregelen

We formuleren de volgende doelen: • In 2025 handelt de gemeente klimaat-adaptief en water-robuust bij eigen ontwikkelingen (openbare ruimte, gebiedsontwikkeling, vastgoed). Dit doen we zodat de opgave niet groter wordt en om het goede voorbeeld te geven. • In 2030 hebben we de (negatieve) ontwikkelingen als gevolg van klimaatverandering in Waddinxveen tot stilstand gebracht. We zijn goed op weg naar een beheersbare situatie, omdat de eerste inwoners en bedrijven aan de slag zijn gegaan. • In 2050 is Waddinxveen klimaatbestendig en water-robuust ingericht. De effecten zijn terug op het huidige niveau of lager.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

31 van 68

In het convenant ‘Klimaat-adaptief bouwen’ is kwalitatief beschreven wat klimaat-adaptief en water-robuust betekent (tabel 2). Thema

Kwalitatieve formulering

Wateroverlast

Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in de gebouwde omgeving

Droogte

Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving

Hitte

Tijdens hitte biedt de bebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Overstroming

De bebouwde omgeving is bestand tegen overstroming

Tabel 2: kwalitatieve formulering van de klimaat-adaptieve thema’s.

We zullen normen of streefwaarden moeten definiëren voor hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. Deze normen worden in een latere uitwerking gedaan (zie hoofdstuk 6; de gemeentelijke organisatie; buurtpaspoorten).

5.3.3 Hoe pakken we het aan? Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2016) is een nationaal plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het is bedoeld om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken. Dit doen we door de methodiek van weten, willen en werken toe te passen. Het weten is gebaseerd op de klimaatstress test en hiervoor beschreven in de opgave Klimaatadaptatie. Deze inzichten moeten vertaald worden naar een klimaatadaptatiestrategie (willen), waarvan we de hoofdlijnen hieronder uiteenzetten. De kernwoorden ‘samen oppakken, mee-koppelen, samen onderzoek doen en communicatie zijn nader uitgewerkt in een aanpak op hoofdlijnen. De uitvoeringsagenda van deze hoofdlijnen (het werken) werken we uit in hoofdstuk 6. Samen vaststellen van de normen en streefwaarden voor klimaatadaptatie en waterrobuustheid We definiëren de normen en streefwaarden voor hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. We pakken de meest kwetsbare situaties zo snel mogelijk aan Op basis van openbare informatie gaan we aan de slag om de meest kwetsbare functies, inwoners, bedrijven, bedrijventerreinen en onderdelen van de openbare ruimte aan te pakken. Uit de stresstesten is gebleken dat in Waddinxveen hittestress in de gebouwde omgeving en openbare ruimte de hoogste prioriteit heeft.

We gebruiken natuurlijke momenten en mee-koppelkansen om hieraan te werken en in samenhang met andere transities. Bijvoorbeeld door het verminderen van verstening in tuinen en openbare ruimte, en het toevoegen van schaduwplekken. We werken samen met gebiedspartners Gebiedspartners zijn Rijkswaterstaat, waterschappen, de provincie, het recreatieschap (Groenalliantie) en de veiligheidsregio. Al deze organisaties hebben hun eigen verantwoordelijkheid in het tegengaan van de effecten van klimaatverandering. Door samen te werken verhogen we de effectiviteit van de maatregelen en borgen we de veiligheid van de inwoners en bedrijven in Waddinxveen. Klimaat-adaptief en water-robuust handelen opnemen bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en besluitvorming van gemeente, bedrijven, organisaties en inwoners We willen voorkomen dat er in de toekomst klimaatschade kan ontstaan door nieuwe ontwikkelingen. Daarvoor is het nodig dat het bewustzijn en de bereidheid om klimaat-adaptieve en water-robuuste acties te nemen in de gemeente worden vergroot. Bijvoorbeeld bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners zoals de woningbouwcoöperatie. Iedereen kan klimaat-adaptieve maatregelen nemen om de klimaatopgave niet nog groter te laten worden en om er zelf minder last van te ervaren.

De oplossingen moeten bij voorkeur worden gevonden zonder extra verbruik van energie van bijvoorbeeld airco’s, omdat we zuinig met onze energie willen omgaan. De gemeente neemt klimaat-adaptieve maatregelen bij Gebiedsontwikkeling (klimaatadaptief bouwen) en onderhoud in de openbare ruimte.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

32 van 68

5.4 Biodiversiteitsherstel De laatste jaren neemt de biodiversiteit, de verscheidenheid aan levende organismen op aarde - drastisch af. Dit wordt vooral veroorzaakt door menselijke activiteiten zoals: • Verandering in de leefomgeving van dieren en planten (habitatverandering) • Klimaatverandering • Planten en dieren die van oorsprong niet voorkomen in gebieden en een bedreiging vormen voor inheemse planten en dieren (Invasieve soorten) • Bovenmatig gebruik van natuurlijke grondstoffen (overexploitatie van kapitaal en/of ecosysteemdiensten) • Verontreiniging (zoals fosfor) • Versnippering van natuurgebieden • Verzuring (zoals stikstof) Een grote biodiversiteit is van essentieel belang voor de leefomgeving van mensen. Gezonde ecosystemen zorgen voor essentiële behoeften of diensten die wij als vanzelfsprekend beschouwen. Deze diensten, ecosysteemdiensten genoemd, zijn soms zichtbaar, zoals de productie van voedsel en hout. Soms zijn ze minder zichtbaar, zoals de zuivering van oppervlaktewater door een rietmoeras. In figuur 17, staan de ecosysteemdiensten benoemd. Bacteriën breken bijvoorbeeld organisch materiaal af tot voedingsstoffen die zorgen voor een gezonde bodem voor planten om in te groeien. Planten, waaronder eetbare gewassen, gebruiken zonne-energie om te groeien, waardoor andere levensvormen ze kunnen benutten.

Bestuivers, zoals bijen en andere insecten zijn essentieel voor de voortplanting van planten, die garant staat voor onze voedselvoorziening. Wanneer er genoeg soorten en ecosystemen zijn, kan de natuur veel (klimaat)veranderingen opvangen. Een grote biodiversiteit maakt de natuur dus veerkrachtiger.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

Figuur 17: Ecosysteemdiensten (bron, PBL)

33 van 68

5.4.1 Opgave Biodiversiteit Om te bepalen hoe het staat met de biodiversiteit in Waddinxveen maken we gebruik van publieke data van een aantal indicatoren45. In de onderstaande tabel 3 zijn de indicatoren opgenomen en de status beschreven. Indicator

Schaalniveau van de beoordeling

Wijken Waddinxveen46

Beweging NL47

Diersoorten land

Waddinxveen

Laag

Stabiel

Diersoorten stedelijk

Waddinxveen

Laag

Afname

Diersoorten agrarisch

Waddinxveen

Laag

Afname

Soorten op rode lijst

Waddinxveen

Laag

Stabiel

Ecosysteem kwaliteit gemiddeld

Provincie

Laag

Stabiel

Ecosysteem kwaliteit areaal

Nederland

Niet inzichtelijk

Toename

Trend vogels vogelrichtlijn

Nederland

Niet inzichtelijk

Afname

Staat instandhouding soorten Habitatrichtlijn

Nederland

25% is gunstig, 75% is matig tot zeer ongunstig

Toename

Staat instandhouding habitattypen Habitatrichtlijn

Nederland

12% goed; 88% is matig tot zeer ongunstig

Stabiel

Biologische kwaliteit KRWwateren

Provincie

Laag

Toename

Geschiktheid ruimtelijke condities

Nederland

Onbekend

Stabiel

Geschiktheid stikstof depositie

Nederland

Niet negatief

Stabiel

Geschiktheid grondwaterstand

Nederland

Niet inzichtelijk

Afname

Geschiktheid zuurgraad bodem

Nederland

Niet inzichtelijk

Afname

Fysisch/chemische kwaliteit KRW Wateren

Nederland

Niet inzichtelijk

Toename

Bijen

Waddinxveen

Laag

Onbekend

Tabel 3: Indicatoren die status biodiversiteit in Waddinxveen weergeven 45. Dashboard beleidsrelevante natuurindicatoren 2020, PBL (2020) 46. Informatie per wijk beschikbaar, maar de status is gelijk. bron: atlasnatuurlijkkapitaal.nl 47. CLO-data

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

34 van 68

5.4.2 Wat willen we bereiken? In figuur 18 zijn 3 scenario’s48 weergegeven die de mogelijke ontwikkeling van biodiversiteit laten zien. Als we niets doen zal de biodiversiteit nog verder achteruit gaan, zoals te zien is aan de grijze lijn in het figuur 18.

Figuur 18: Scenario’s ontwikkeling biodiversiteit

Biodiversiteit is een opgave in een regionaal gebied, maar Waddinxveen kan lokaal bijdragen Het verbeteren van de biodiversiteit is een internationale en ook regionale opgave. De gemeente Waddinxveen ligt aan de rand van Groene Hart, op 6 km afstand van een Natura2000 gebied en de Ecologische Hoofdstructuur loopt langs Waddinxveen. Door de biodiversiteit te stimuleren kan Waddinxveen bijdragen aan de diversiteit van de regio. Die verbetering kan zowel in het landelijke als het meer stedelijke gebied worden gerealiseerd. De maatschappelijke opgave is om het verlies aan biodiversiteit (en daarmee de kwaliteit van onderliggende natuur en ecosystemen) af te remmen en vervolgens om te buigen in een positieve groei. Voor de korte en middellange termijn (tot 2030) richten we ons op het behouden van de biodiversiteit die er nu is en mag de afname niet toenemen. Mede op basis van de Europese strategie voor biodiversiteit komen we tot de volgende doelstelling voor 2030 en 2050 • In 2025 handelt de gemeente ‘natuur-inclusief’ bij eigen ontwikkelingen; dat betekent dat we bij ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de lokale biodiversiteit, bijvoorbeeld bij ontwikkelingen in de openbare ruimte, gebiedsontwikkeling en de realisatie van vastgoed), zodat de opgave niet groter wordt (en om het goede voorbeeld te geven).

• In 2030 moeten we op weg zijn naar herstel van de ecosystemen en mag er geen afname meer zijn van biodiversiteit. • In 2050 moeten alle ecosystemen zijn hersteld en gaat biodiversiteit weer toenemen.

5.4.3 Hoe pakken we het aan? Dat er veel moet gebeuren staat vast. Waarmee we moeten beginnen, is ook bekend. Hieronder zijn vanuit de indicatoren vier actiepunten opgesteld om het herstel van de biodiversiteit te starten. Toch zijn er ook onduidelijkheden over het eindbeeld. Hoe ziet Waddinxveen eruit wanneer alle ecosystemen hersteld zijn? En waar baseren we dat op? Dit zal verder onderzocht moeten worden. Focus op enkele ‘icoonsoorten’ Uit de opgave blijkt dat het aantal diersoorten in stedelijk gebied afnemend is. Er zijn veel verschillende diersoorten en het is onmogelijk om deze allemaal te monitoren. Daarom kiezen we als graadmeter voor Waddinxveen een aantal ‘icoonsoorten’. Dit zijn soorten die goed in een stedelijk gebied kunnen leven. Ze worden vandaag de dag al regelmatig waargenomen en zijn goed te monitoren. Denk hierbij aan: weidehommel, rietgors, merel, huismus, steenuil, meervleermuis. Voor deze soorten zijn bepaalde omstandigheden nodig om ze niet te laten verdwijnen. Als de leefcondities voor deze dieren verbetert, zal dat ook andere soorten aantrekken.

48. Bending the curve of terrestrial biodiversity needs an integrated strategy, Leclere et al. (2020)

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

35 van 68

Vergroten van de natuur door kleine gebieden te verbinden en gelijktijdig te versterken De natuur in Waddinxveen wordt vergroot door kleinere groenvlakken te verbinden tot grotere gebieden van minimaal 50 ha. In deze gebieden moet voldoende beplanting aanwezig zijn. De variatie van deze vegetatie is belangrijk voor de biodiversiteit. Betere verbindingen en grotere variatie zijn eerste vereisten om de biodiversiteit te verbeteren. Dit wordt onder andere bereikt door de verstening van Waddinxveen in de openbare ruimte, rond de woningen van de inwoners en bedrijven van ondernemers te verminderen. Stringent(er) handhaven en toepassen wet- en regelgeving en lokale instrumenten De achteruitgang van biodiversiteit wordt ook veroorzaakt door (dier- en planten)soorten die niet in Zuid Holland (Waddinxveen) thuis horen. En ook door het gebruik van niet toegestane chemische bestrijdingsmiddelen. We moeten beter in beeld krijgen om welke soorten het precies gaat. We willen de inwoners en ondernemers beter informeren en meer inzetten op toezicht en handhaving van de Habitatrichtlijn en vogelrichtlijn via de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

Waarde van biodiversiteit maakt onderdeel uit van (ruimtelijke) processen en besluitvorming van gemeente, bedrijven, organisaties en inwoners De biodiversiteit zal blijven afnemen wanneer niemand bij toekomstige beslissingen rekening houdt met het effect op biodiversiteit. Zo neemt biodiversiteit af wanneer ‘braakliggend terrein en natuur wordt ontwikkeld naar woningbouw. De woningbouwopgave in Waddinxveen en de versterking van biodiversiteit zijn in dat geval ‘concurrenten’. Voor de gemeente Waddinxveen betekent dit dat we (aanvullend) beleid moeten maken op diverse terreinen, zoals natuur inclusieve gebiedsontwikkeling of een nieuw maaibeleid. Bedrijven moeten zich bewust zijn van de overgang naar de circulaire economie bijvoorbeeld over de manier waarop zij omgaan met grondstoffen. Voor inwoners betekent dit dat ze meer bewust moeten zijn van het belang en hun eigen rol. Samen moeten we komen tot een ander gedrag om de biodiversiteit te versterken.

5.5 Samenvattend: de prioriteiten tot 2030 Alle wettelijke en (inter)nationale doelen hebben 2050 als eindpunt. 2030 ligt al dichterbij in de toekomst en dat jaar wordt voor veel (inter)nationale acties als tussenmijlpaal gebruikt. Op basis van de inzichten uit dit hoofdstuk formuleren we per transitie de belangrijkste prioriteiten tot 2030. Circulaire economie • Kennisontwikkeling en kennisdelen • Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen • Circulaire verdienmodellen op en tussenbedrijventerreinen in Waddinxveen en in de regio • Circulair leven Energietransitie • Verduurzamen van de glastuinbouw • Opwek van schone energie • Stimuleren van schone mobiliteit • Energiebesparing realiseren • Aardgas vrij maken van woningen Klimaatadaptatie • Bepalen en oplossen van de meest kwetsbare situaties in de openbare ruimte en bij individuele inwoners en ondernemers/bedrijventerreinen • Onttegelen en vergroenen van woningen en daken • Beleid maken voor Klimaat-adaptief bouwen en deze toepassen Biodiversiteit • Onttegelen en vergroenen van woningen en daken • Verbinden van stukjes natuur (inclusief tuinen) tot grotere natuureenheden • (Beleid voor en toepassen van) Natuur inclusief bouwen • Bomen planten; bomen leggen CO2 vast, houden water vast, helpen hittestress te voorkomen en zuiveren de lucht.

Overall • Door participatie en communicatie de transities op gang krijgen • Ervoor zorgen dat er meer koplopers en ambassadeurs voor duurzaamheid komen

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

36 van 68

5.6 Wat is het effect van de 4 transities op het duurzaamheidskompas? De vier transities hebben in eerste instantie als doel om een bijdrage te leveren aan een specifiek onderdeel van het duurzaamheidskompas. Maar tijdens en door uitvoering van deze transities worden ook andere elementen van het duurzaamheidskompas beïnvloed. Het inzicht daarin is relevant omdat dat aangeeft met welke aspecten een transitie allemaal rekening moet houden. De effecten van de 4 transities op het duurzaamheidskompas brengen we in deze paragraaf in kaart (tabel 4). Deze invloeden zijn vooral illustratief en bedoeld om ons aan het denken te zetten. We kijken in deze paragraaf vooral naar het lokale eindbeeld. Vaak zijn invloeden positief en negatief en vergen ze uitgebreide studie om de exacte (lokale) gevolgen in kaart te brengen. Conform ons uitgangspunt blijven we wel actief op zoek naar de meetbaarheid van maatregelen en effecten.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

37 van 68

Donut thema’s

Energietransitie

Positief, reduceren Klimaat verandering van CO2-uitstoot

Klimaatadaptatie

Biodiversiteit

Positief, bijdragen aan minder CO2uitstoot door vervangen van fossiele grondstoffen door duurzaam geproduceerde grondstoffen

Positief omdat we zo de impact van de opwarming van de aarde beperken

Oceaan verzuring

Positief, reduceren van CO2-uitstoot

Positief, reduceren van CO2-uitstoot

Chemische verontreiniging

Negatief, door productie van windmolens en zonnepanelen

Positief, terug afnamen benodigde grondstoffen

Stikstof en fosfaat

Positief, door vermindering van stikstof via verbranding van fossiele brandstoffen voor auto’s

Positief, door minder grondstoffen te gebruiken, bijvoorbeeld efficiënter te werken bij voedselproductie Positief, via circualire glastuinbouw

Schoon water onttrekking Ecologisch draagvermogen

Circulaire Economie

Land conversie

Biodiversiteitverlies

Luchtverontreiniging

Negatief / positief, door plaatsen van zonnevelden. Grasland (monocultuur) kan verbeteren. Gebied met diversiteit kan verslechteren door schaduwwerking zonnepanelen Negatief, via de inzet van windmolens, zonnepalen of isolatie van spouwmuren (broedplaatsen) kan er een negatief effect op zijn op biodiversiteit

Positief, want minder CO2-uitstoot levert een betere luchtkwaliteit. Waddinxveen heeft

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

Positief, door vergroten van natuurgebieden

Positief, veel maatregelen voor klimaatadaptatie (zoals minder tegels en meer groen) hebben positief effect op biodiversiteit

Positief, meer ruimte voor (dorps) natuur heeft positief effect op biodiversiteitsherstel

Positief, in een circulaire economie is grondstoffenverbruik van de aarde overeenkomstig de capaciteit van de aarde. Dat maakt dat landgebruik verkleind en dat meer ruimte is voor de natuur

Positief, meer groen in de leefomgeving heeft een positief effect op de luchtverontreiniging.

Positief, door minder grondstofverbruik is er minder milieudruk in de productketen, van grondstofwinning tot en met afvalverwerking. Hierdoor is er minder uitstoot van schadelijke stoffen

38 van 68

Energietransitie

Klimaatadaptatie

Biodiversiteit

Circulaire Economie

Gezondheid

Positief, door sterke daling van de emissies verbetert de luchtkwaliteit wat een positief effect heeft op gezondheid

Positief, beter bestand zijn tegen hitte, droogte, overstromingen en wateroverlast is goed voor de gezondheid.

Positief, biodiversiteit verbeteren maakt dat er meer ruimte komt voor (dorps) natuur. Natuur en groen verbetert de gezondheid.

Positief, o.a. door betere luchtwaterkwaliteit door minder uitstoot van schadelijke stoffen

Inkomen/werk

Positief, want verschuiven van werk naar installeren en onderhouden van nieuwe energiesystemen

Woningen

stijging vastgoedwaarde van goed geïsoleerde woningen. Lagere inkomens kunnen minder goede woningen kopen.

Donut thema’s

Sociaal fundament

Aantasting ozonlaag

Netwerken

Positief, lokaal eigenaarschap van lokale energievoorziening kan de community gevoel versterken

Energie

Negatief, de kosten van energie kunnen stijgen waardoor meer mensen hun energierekening niet kunnen betalen.

Water

Positief, want naar verwachting veel werk in de circulaire economie.

Mogelijk negatief, wanneer ruimte voor (dorps)natuur ten koste gaat van woningbouw. Positief, lokaal of regionaal geproduceerd voedsel en lokale/regionale reparatiediensten kunnen mogelijk community gevoel versterken.

Positief door het sluiten van waterkringlopen zodat toegang tot vers water blijft.

Tabel 4: De invloed van de transities op de thema’s van het duurzaamheidskompas

Er is voor gekozen om enkele donutthema’s niet op te nemen in deze tabel. Dit is gedaan omdat deze niet of in mindere mate worden beïnvloed door de vier transities in Waddinxveen. Zo hebben de transities voor zover we nu kunnen overzien geen grote invloed op toegang tot voedsel en de kans om een opleiding te volgen. Ook heerst er vrede in Nederland, heeft iedereen stemrecht en hebben de transities geen effect op sociale of gender gelijkheid.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

39 van 68

6. Wat betekent het voor jou?

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

40 van 68

6 Wat betekent het voor jou? Wat betekenen de vier transities nu voor de inwoner? En wat betekent het voor de ondernemer? Waarmee moet de gemeentelijke organisatie aan de slag? Hoe kunnen we de te behalen resultaten nu globaal in de tijd verdelen? Hoe passen we de kaders voor deze transities, die we hebben beschreven in hoofdstuk 4, nu toe in de praktijk? Dat staat centraal in dit hoofdstuk. Wat beschrijven we in dit hoofdstuk? We schetsen voor iedere doelgroep wat er in 2050 veranderd kan zijn. We beschrijven welke resultaten we wanneer als samenleving moeten halen om de geformuleerde opgaven uit hoofdstuk 5 in te vullen. En hoe we dat voor iedere doelgroep aanpakken. De resultaten beschrijven we in termen van ‘wat’, ‘hoeveel’ en ‘wanneer (ongeveer)’. We beschrijven resultaten niet in termen van ‘de oplossing’. We beschrijven bijvoorbeeld voor de inwoners dat we in 2030 een kleine 2000 woningen aardgasvrij willen maken, niet ‘waar’ en ook niet ‘welk alternatief’ wordt ingezet. Dat is (en wordt) namelijk nog uitgewerkt in de energieke buurtaanpak die in de Transitievisie Warmte is beschreven. In sommige gevallen weten we nog niet precies hoe we een bepaald doel moeten gaan bereiken. Wellicht veranderen de oplossingsrichtingen ook nog in de tijd. Aan het einde van iedere paragraaf geven we nog concrete acties per de doelgroep.

In overleg met de samenleving invulling geven De resultaten die in dit hoofdstuk worden beschreven kan de gemeente niet zelf behalen. We gaan hieraan dus samen met de samenleving invulling aan geven. Dat betekent ook iets voor de planning en planbaarheid ervan. Die is namelijk niet op voorhand ‘afspreekbaar’. Monitoren Door te beschrijven ‘wat’, ‘hoeveel’ en ‘wanneer ‘kunnen we in de komende tijd zien of we op koers liggen. Natuurlijk monitoren we ook of de oplossingen ook (voldoende) bijdrage aan het invullen van de opgaven zoals beschreven in hoofdstuk 5. We hebben de verdeling in de tijd als volgt vastgesteld. Voor sommige onderwerpen zijn voorspellingen gemaakt over hoe het waarschijnlijk gaat verlopen, bijvoorbeeld over de toename van elektrisch vervoer in de buurten. Als dergelijke informatie niet beschikbaar is (bijvoorbeeld het aantal woningen dat energiebesparende maatregelen neemt), hebben we de uitvoering van de actie verdeeld over de transitieperiode via een vaste verdeling. Daarbij gaan we er vanuit dat in het begin weinig voortgang wordt geboekt, in het midden veel (de transitie komt op gang) en dat aan het einde nog veel inspanning moet worden verricht om het laatste deel van de opgave in te vullen.

6.1 Inwoner 6.1.1 Illustratieve schets van de mogelijke toekomst Hoe zou onze wereld er in 2050 uit kunnen zien? Als we met elkaar met de uitvoering van dit koersdocument Duurzaamheid aan de slag gaan, dan misschien wel als volgt: in 2050 zien onze woningen er anders uit: beter geïsoleerd en prettiger om in te leven, we hebben zonnepanelen, gebruiken geen aardgas meer, we koken elektrisch. We eten vooral plantaardig voedsel dat meer uit de regio komt. We hebben bijna geen restafval meer. Onze tuin is groener en bevat minder tegels. De regenpijpen zijn allemaal afgekoppeld van het riool, we verbruiken veel minder water. We zien meer vogels, vlinders, insecten en dieren rondom ons huis en tuin. Ook op straat zijn er minder tegels en meer groen en watervoorzieningen. We hebben steeds minder in ons bezit, delen gereedschap met de buren en wisselen kinderkleding en speelgoed uit. Onze auto’s stoten geen schadelijke stoffen uit en we laden ze thuis op. Auto’s hebben een batterijfunctie voor tijdelijke energieopslag. De meeste mensen hebben waarschijnlijk geen vaste auto meer, maar delen deze met anderen. Verder gebruiken we het openbaarvervoer en snelle fietspaden met e-bikes om ons te verplaatsen. We voelen ons meer een gemeenschap en zijn bijvoorbeeld samen in een buurt of wijk eigenaar van onze energievoorziening.

We gebruiken onze spullen langer omdat we ze vaker tegen redelijke kosten laten repareren. We vinden werk in andere sectoren zoals het installeren en onderhouden van installaties voor de energietransitie en het onderhouden, repareren en aanpassen van onze spullen.

6.1.2 Welke resultaten moeten we halen? In de onderstaande tabel hebben we de opgave in de tijd uitgezet. We gaan er daarbij vanuit dat iedere inwoner, ieder huis te maken krijgt met de transities.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

41 van 68

Circulair leven

Klimaatadaptatie

Thema

2025

2030

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

Klimaatadaptief handelen.

Meest urgente risico’s aangepakt. Verwachte schadelast en effecten vlakken af.

Algemeen

100% inwoners bewust

Meest urgente en kwetsbare situaties opgelost

Woningen klimaatadaptief en waterrobuust ingericht

200

600

Verstening priveterrein

Daling van gemiddeld versteend oppervlakte van 68% naar 40%

Daling van gemiddeld versteend oppervlakte 40% naar 25%

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

50% kringlopen gesloten

100% kringlopen gesloten

Algemeen

100% inwoners bekend met circulaire Onderhouden kennisniveau inwoners economie en handelingsperspectief

Scheiding en recycling

Afval naar 50kg

1.800

2040

2045

2050

Waddinxveen is klimaatadaptief en waterrobuust ingericht.

6.000

9.500

Alle woningen

Afval naar nihil

30% inwoners repareert 2 producten meer dan normaal (bijv. door bezoek aan repaircafé)

30% inwoners 2x per jaar naar repaircafé

100% inwoners probeert producten eerst te repareren vooraf aan vervangen

Ecologische voetafdruk inwoners

50% kleiner

80% kleiner

100% circulaire producten gebruiken

Vers water consumptie

40% minder

Regionaal voedsel

40% regionaal

Verlengen levensduur (consumenten-) producten

5% inwoners repareert 2 producten meer dan normaal (bijv. door bezoek aan repaircafé)

2035

80% minder 60% regionaal

80% regionaal

Biodiversiteit

Energietransitie

Thema

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

49% CO2 (equivalenten) reductie (klimaatneutraal)

100% CO2 (equivalenten) reductie (klimaatneutraal)

Aantal woningen aardgasvrij

0

2000

5500

8000

9500

Alle woningen

Energiebesparing aantal woningen49

200

1200

4200

7200

8700

9100

Energiebesparing / zonnepanelen op particulier dak

7,5%

15%

22,5%

30%

37,5%

45%

Aantal elektrische auto’s50

500

2000

4500

7750

11750

16250

Deelmobiliteit beschikbaar

175

Ontwikkeling onduidelijk

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

Afname biodiversiteit stoppen

Biodiversiteit verbeteren

Aantal woningen ingericht voor biodiversiteit

200

1800

7500

9000

600

Tabel 5: Overzicht te behalen resultaten ‘inwoners’

49. Op basis van aantal te verwachten Energie-label bewegingen uit Transitievisie Warmte (2021) 50. Bron: Voorspelling toename electrisch vervoer via RES-MH

6000

6.1.3 Wat moet er gebeuren? Natuurlijke momenten benutten Elke dag verhuizen er mensen naar of binnen Waddinxveen. We veranderen regelmatig iets aan ons interieur en we vernieuwen weleens onze tuin. De CV-ketel is op een gegeven moment aan vervanging toe en we kopen een nieuwe (gebruikte) auto. Ook als de straat opengaat voor onderhoud of specifieke klimaat-adaptieve maatregelen in openbare ruimte is dat vaak een goed moment om ook voor inwoners om na te denken om tegels uit de tuin te halen. Of als de woningcoöperatie een renovatie bij mensen uitvoert. Deze ‘natuurlijke momenten’ moeten we zo goed benutten. Er zijn tal van natuurlijke momenten waarop we (kunnen) nadenken over meer groen en minder tegels in de tuin, over zonnepanelen, warmtepompen, nieuwe apparatuur en inrichting van onze woning. De gemeente legt bijvoorbeeld maximaal 50% verharding vast in de bestemmingsplannen bij nieuwbouwprojecten. Kleine momenten maken gedragsverandering Naast al deze grote momenten zijn er ook kleinere beslissingen die we dagelijks of wekelijks nemen. Welke kleding kopen we en hoe vaak? Pakken we de auto of de fiets? Ook keuzes die we maken over ons eten tijdens de wekelijkse boodschappen doen er toe. Het is van belang om bij deze activiteiten en bij natuurlijke momenten bewust duurzamere keuzes te maken. Daarvoor is bewustwording nodig om de gedragsverandering tot stand te laten komen.

Dit doe je niet van de ene op de andere dag, maar langzaam en stap voor stap. Samenwerking met partners Vanuit de gemeente willen we de samenwerkingen continueren en waar nodig initiëren Woonpartners MiddenHolland, Vereniging van Eigenaren, en lokale tuinbedrijven, installatiebedrijven, makelaars, financiële instellingen en autobedrijven om samen de bewustwording te vergroten en oplossingen te bedenken. Ook willen we ‘bouwen aan beweging’ waarin we duurzame koplopers een podium geven als inspiratie voor inwoners en bedrijven, We willen daarbij lokale initiatieven ondersteunen om hun ideeën uit te werken. Gemeente-brede aanpak Via een gemeente-brede aanpak, zoals beschreven in de Transitievisie Warmte, helpen we inwoners met bewustwording, energiebesparing (isolatiemaatregelen) en oplossingen in de energietransitie (zoals hybride warmtepompen of ‘all- electric’ oplossingen). Ook kijken we naar mee-koppelkansen met de andere transities. De gemeente neemt de regie hierin.

In de Transitievise Warmte is Waddinxveen opgedeeld in 11 buurten en 5 bedrijventerreinen51. Via een integrale ‘energieke buurt aanpak’, die in de Transitievisie Warmte is beschreven, komen deze woningen per buurt binnen 25 tot 30 jaar aan de beurt voor de overstap naar aardgasloos wonen. Samen met onder andere de inwoners wordt daarvoor een integraal buurtuitvoeringsplan opgesteld. Zoals vastgelegd in het klimaatakkoord (2019) neemt de gemeente hierin de regie.

2020

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Korte termijn (2 buurten,

Energieke buurtaanpak

Energieke buurt aanpak

Bedrijventerrein en glastuinbouw).

Middellange termijn (7 buurten). Natuurlijk tempo (8 buurten, 2 bedrijventerreinen). Lange termijn (6 buurten). Gemeentebrede aanpak. Samenwerking met Partners | Bouwen aan de beweging.

Omdat we niet in alle buurten tegelijkertijd aan Figuur 19: Schematische planning hoofdlijnen uitvoeringsagenda “Inwoners” de slag kunnen zijn er in de TVW vier tijdsvakken geïdentificeerd: korte termijn (2022-2035), middellange termijn (2025-2040), lange termijn (2035-2050) en natuurlijk tempo. Vooral het tijdvak natuurlijk tempo speelt in op de hierboven beschreven benadering om natuurlijke momenten te benutten. De planning toont aan dat we de komende 30 jaar altijd wel in een deel van een buurt bezig kunnen (en moeten) zijn met deze transities om de nationale doelstellingen te kunnen halen. In de Transitievisie Warmte is beschreven dat we willen starten in het buurtcluster Groenswaard-Vondelwijk-Peter, Zuidlaan-Horstenbuurt. In de uitvoering staan de warmtetransitie en het aardgasvrij maken niet centraal. Inwoners zullen ook informatie ontvangen en in gesprek gaan over de andere onderwerpen, zoals economie, klimaatadaptatie, circulaire economie, sociale opgaven en openbare ruimte. We passen de ‘Energieke buurt aanpak’ toe. Bewoners uit de buurt maken samen het verhaal en bepalen wat ‘energiek’ is. We doen dit door initiatieven van inwoners te stimuleren en door samen te leren. Het ‘Energieke buurten’ concept geeft ruimte om de energietransitie integraal, inclusief en lerend uit te voeren.

De onderwerpen kunnen in de tijd die het buurtuitvoeringsplan omvat worden uitgesmeerd. Zo wordt op meerdere vlakken waarde gecreëerd. In figuur 19 is de hoofdlijnen van een uitvoeringsprogramma voor de inwoner gevisualiseerd. 51. Cluster Groenswaard 3, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt. Groenswaard 3, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt, Groenswaard 1 en 2, Centrum, Oostpolderwijk, Gouwe Plein, Coenecoop 3, Bomenwijk, Zuidplas, Park Triangel, Zeeheldenbuurt, Buitengebied (West, Oost, Zuid, ’t Weegje), Glasparel+, Distripark Doelwijk A12, Mercuriusweg Noord & Coenecoop III, Noordkade, Overige bedrijventerreinen: (Mercuriusweg; Zuid; Coenecoop I en II; Langs de A12).

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

44 van 68

6.1.4 Wat kan ik als inwoner zelf al doen? Iedereen kan zelf al aan de slag met de transities. Dat beschrijven we kort hieronder. De energietransitie In de Transitievisie Warmte in per buurt beschreven wat een inwoner al kan doen. De vereenvoudigde tabel (tabel 6) is hieronder opgenomen52. Buurtoverzicht en handelingsperspectief Gebied

Aantal bestaande woningen

Handelingsperspectief •

Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt (GVPH)

• 3.283

• • •

Zoveel mogelijk op natuurlijke momenten isoleren naar minimaal schillabel53 C-D; Voor het grootste deel van GVPH komt mogelijk binnen tien jaar een warmtenet; Gebouweigenaren die liever een individuele oplossing kiezen, moeten zoveel mogelijk op natuurlijke momenten isoleren naar schilniveau A-B; Voor de eigenaren van de oudere gebouwen, isolatie naar minimaal schillabel C-D. In de komende 3 jaar duidelijkheid over wel of geen kans voor een warmtenet (voorwaarden: kostprijs is gunstig voor inwoners en er is voldoende draagvlak); Isolatie naar energielabel A-B op natuurlijk moment; Een hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Zuidplas 80

2.262

Park Triangel

617

Bij het vervangmoment van de Cv-ketel direct overstappen naar aardgasvrije oplossingen.

Oostpolderwijk, GouwePlein en Coenecoop 3

952

Isolatie zoveel mogelijk op natuurlijke momenten naar energielabel B (schilniveau) voor gebouwen gebouwd voor 2005. Cv-ketel vervangen: • (Hybride) warmtepomp voor na 2005 gebouwde of goed na geïsoleerde woningen; • HR-gasketel voor overige.

Oranjewijk Noord en Zuid

1.327

Isolatie zoveel mogelijk op natuurlijke momenten naar energielabel C/D (schilniveau). Hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Noordkade

275

Isolatie naar energielabel C/D (schilniveau) op natuurlijk momenten. Hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Centrum

698

Isolatie naar energielabel C/D (schilniveau) op natuurlijke momenten. Hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Bomenwijk

828

Isolatie naar energielabel C/D (schilniveau) op natuurlijke momenten. Hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Zuidplas 90

622

Isolatie naar energielabel A (voornamelijk glas/kierdichting) op een natuurlijk moment. Een hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Zeeheldenbuurt

270

Isolatie naar energielabel C/D (schilniveau) op natuurlijke momenten.

Buitengebied (West, Oost, Zuid, ’t Weegje)

816

• •

• •

Isolatie naar minimaal energielabel C/D (schilniveau); Voor de meeste recente woningen (jaren ‘60 en later), isolatie naar energielabel A/B (schilniveau). Hybride warmtepomp is een mogelijke tussenoplossing.

Tabel 6: Handelingsperspectief inwoners aardgasvrij

52. De gegeven adviezen zijn vrijblijvend. De gemeente is niet aansprakelijk voor kosten die in de toekomst kunnen ontstaan door uw gemaakte keuzes in het verduurzamen van uw woning 53. Schilniveau betekent het energielabel, maar zonder een labelbonus voor het aanleggen van zonnepanelen of ander opwekapparatuur. Dus het label door alleen te kijken naar het isolatieniveau.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

45 van 68

Klimaatadaptatie en biodiversiteit Een groene wijk levert veel voordelen op. Als inwoner voel je je gelukkiger, gezonder en rustiger in een wijk waar veel bomen en planten staan. Ook de effecten van klimaatverandering (hitte, droogte, wateroverlast) zijn minder aanwezig in een groene wijk. Vegetatie geeft koelte, schaduw en de neerslag wordt sneller opgenomen door de bodem. In tabel 7 is de mate van verstening opgenomen.

Verstening tuinen 54

Wijk Bomenwijk/ Groenswaard

Wijk Vondelwijk/ Oranjewijk

Wijk Zuid & Oost

Wijk Zuidplas/ Triangel

Percentage verstening van de tuinen

60%

63%

68%

70%

Tabel 7: Overzicht oppervlakte en verstening tuinen in Waddinxveen

Er zijn veel manieren om je eigen woning en omgeving te groener te maken. Hieronder worden in tabel 8 een aantal voorbeelden gegeven met de effecten die je ermee kan bereiken. Maatregelen

Wateropvang

Groen beleving

Biodiversiteit

Levende tuin aanleggen

X

X

X

Tegels verwijderen uit tuinen

X

Half open verharding in tuin plaatsen (grind)

X

Groen/blauw dak aanleggen op platte daken

X

Geveltuin aanleggen Droogte bestendige beplanting in tuin Groene boomspiegel beheren Nestkasten aan gevels

Verkoeling X X

X X X

X

X

X

X

X

X

X X

Tabel 8: Handelingsperspectief klimaatadaptatie en biodiversiteit ‘inwoners’

54. bron: steenbreek.nl september 2020

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

46 van 68

Circulair leven Bewoners zijn met hun gedrag direct en indirect verantwoordelijk voor klimaatimpact, een zogeheten ‘ecologische voetafdruk’. Ze kunnen in hun dagelijks leven ook circulariteit stimuleren door circulair te consumeren: minder, met minder impact, meer delen en met hoogwaardig hergebruik van producten en materialen na het gebruik. Hoe kun je als inwoner nu al circulair leven? Hieronder in tabel 9 staan tips55 voor consumenten die je nu al kan toepassen. Zo kan het zijn

Term circulaire R-ladder

Tips voor consumenten

Aanschaffen: producten slimmer maken en gebruiken en consuminderen

Delen = het nieuwe hebben. Consuminderen = het nieuwe genieten

Weigeren (refuse)

Koop producten onverpakt Koop niets wat je niet nodig hebt Weiger eenmalige tassen

Verminderen (reduce)

Leen of deel producten in plaats van kopen (deeleconomie) Kies afvalarme alternatieven: van papier krant naar digitale Koop tweedehands of refurbished Gebruik producten die zich lenen voor meermalig gebruik (ipv eenmalig/wegwerp) WEer reclame en ander drukwerk Koop producten die lang meegaan (degelijk, repareerbaar) Print minder en dubbelzijdig

Gebruiksfase: levensduur verlengen van producten en onderdelen Hergebruiken (re-use)

Gebruik een boodschappentas zo vaak mogelijk Geef producten door aan anderen

Repareren (repair)

Repareer defecte producten of laat ze repareren

Repareren en vernieuwen Vernieuwen (refurbish) = het nieuwe gebruiken

Vernieuw een product of laat het opknappen. Gebruikte producten zoals smartphones of tablets worden steeds vaker hersteld of vernieuwd om verkocht te worden tegen lagere prijzen dan een gloednieuw product

Delen vermaken (remanufacture)

Maak nieuwe producten (van onderdelen van) oude of defecte producten

Hergebruiken (repurpose)

Hergebruik een product met een ander doel: koffieblikken, plastic doosjes hebben ook ander nut

Afdankfase: nuttig toepassen van materialen Grondstoffen scheiden = het nieuwe recyclen

Recycle

Scheidt producten of materialen die je niet meer gebruikt

Terugwinnen (recover)

Dit is aan de industrie, hierbij gaat het om energieterugwinning uit materialen

Tabel 9: Handelingsperspectief circulair leven voor inwoners

55. https://www.milieucentraal.nl/media/hwrpegfj/factsheet-circulaire-economie.pdf

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

47 van 68

6.2 Bedrijven en bedrijventerreinen 6.2.1 Illustratieve schets van de mogelijke toekomst Hoe zou onze wereld er in 2050 uit kunnen zien? Als we met elkaar met de uitvoering van dit koersdocument Duurzaamheid aan de slag gaan, dan misschien wel als volgt: In 2050 hebben alle ondernemers in gemeente Waddinxveen circulaire verdienmodellen (zoals deelplatform, pay-peruse, lease and take back, enz.). Daarmee wordt het grondstofverbruik geminimaliseerd in gesloten kringlopen. De producent van het product blijft verantwoordelijk voor het product, ook na het einde van de levensduur. De producent kiest zelf een geschikt businessmodel, zoals terugname na verkoop of leasen van producten. Ondernemers hebben op lokale en regionale schaal grondstofketens ingericht zodat restgrondstoffen weer waardevol gebruikt worden door andere bedrijven. Net als inwoners gebruiken ondernemers schone energie (elektriciteit en warmte) voor hun werkzaamheden. Via bijvoorbeeld lokale energiecoöperaties wordt energie die niet zelf gebruikt wordt gedeeld met de inwoners en andere organisaties in Waddinxveen. De glastuinbouw gebruikt daarnaast geen plastic en drinkwater meer in haar productieproces. De privé-gronden van onze bedrijven en de bedrijventerreinen zijn groen, verbonden met omliggende natuur en kennen veel watergebieden.

We zien er veel minder tegels en verharding en juist veel meer vogels, insecten en dieren. De bedrijven en bedrijventerreinen zijn daarom aantrekkelijk en gezonder voor ondernemers en medewerkers.

6.2.2 Welke resultaten moeten we halen? In de onderstaande tabel hebben we de opgave in de tijd uitgezet. We gaan er daarbij vanuit dat iedere ondernemer, ieder bedrijf te maken krijgt met de transities.

Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050

48 van 68

Circulaire glastuinbouw

Circulair ondernemen

Klimaatadaptatie

Thema

2025

2030

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

Klimaatadaptief handelen

Meest urgente risico’s aangepakt Verwachte schadelast en effecten vlakken af.

Klimaatadaptief en waterrobuust ingericht

Bewustzijn

100% bedrijven bewust 1 Bedrijventerrein (Distripark Doelwijk A12) ingericht

3 bedrijven-terreinen

Alle bedrijventerreinen

50% overige utiliteit

100% overige utiliteit

Klimaatbesteding en water robuust

2035

2040

2045

2050

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

100% bedrijven weet wat Circulair ondernemen is

50% kringlopen gesloten

Circulair verdienmodel

10% van bedrijven

50% van bedrijven

80% van bedrijven

100% van bedrijven

Storten en verbranden bedrijfsafval

50% minder

80% minder

100% minder

Plastic gebruik

50% reductie plastic

Organisch afval verwaarden Waterkringlopen gesloten

3 bedrijven

100% kringlopen gesloten

80% reductie

3 bedrijven 50% gesloten; 50% minder wateronttrekking

100% 75% gesloten; 75% minder wateronttrekking

100 gesloten; 100% minder wateronttrekking

Thema

2025

Biodiversiteit

Energietransitie

Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)

2030

49% CO2 (equivalenten) reductie (klimaatneutraal)

2035

2040

2045

2050

100% CO2 (equivalenten) reductie (klimaatneutraal)

Glastuinbouw E-reductie

E-reductie GTB

Glastuinbouw Aardgasvrij

GTB ZPP (vrijwel) Aardgasvrij56

Glastuinbouw Waddinxveen volledig aardgasvrij

15%

22,5%

30%

1 bedrijventerreinen

3 bedrijventerreinen

Alle bedrijventerreinen aardgasvrij

Additionele schone energieopwek.

Additioneel benodigde opwek nog te bepalen

Overige ondernemers E-besparing

7,5% Kantoorgebouwen Label C (2023)

Bedrijventerreinen aardgasvrij Schone E-opwek (zon- op groot dak)

0,435 TWh (1,567 PJ) in regio MH (Wveen rekenkundig 0,079 TWh)

Mobiliteit, minder zakelijke kilometers (17,5% CO2 reductie in 2030)

Naar rato van 1,5 miljoen minder zakelijke km voor Waddinxveen.

Ambitie

Natuurinclusief handelen

Bewustzijn

100% bedrijven bewust

Natuur inclusieve inrichting bedrijventerreinen

1 Bedrijventerrein

2 bedrijventerreinen

Tabel 10: Overzicht te behalen resultaten ‘ondernemers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10953619/1