Bijlage 2 Koersdocument Duurzaam Waddinxveen dd 6-12-2021
Tekst van het document
56. Dit is ambitieuzer dan de planning in de Transitievisie Warmte, maar noodzakelijk om het doel 49% CO2 besparing in 2030 te realiseren.
37,5%
4 bedrijventerreinen
45%
Alle bedrijventerreinen
6.2.3 Wat moet er gebeuren? Innovatie als natuurlijk moment benutten Zonder innovatie geen toekomst. Bedrijven zijn dagelijks bezig met het verbeteren en vernieuwen van hun bedrijfsprocessen en bedrijfsmiddelen en de grondstoffen voor de producten die ze verkopen. In dat vernieuwingsproces zijn er tal van natuurlijke momenten om na te denken over circulariteit en productieprocessen met minder milieu-impact. Of hoe ze kunnen inspelen in (toekomstige) schaarse leveringsvraagstukken. En over energiebesparing en de opwek van schone energie. Deze ‘natuurlijke momenten moeten zo goed mogelijk ontdekt en benut worden. Een mooi aanknopingspunt is de controlerende en faciliterende taak van de ODMH bij de uitvoering van de Informatieen Energiebesparing verplichting57. Het fungeert als een eerste trigger bij ondernemers. De gemeente faciliteert Er ligt een belangrijke taak om samen met ondernemers op alle transities inzicht en bewustwording en kennis te vergroten en oplossingsrichtingen aan te dragen. We moeten ervoor zorgen dat expertise en ondersteuning eenvoudig beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld via een expertise- en serviceloket voor ondernemers, waar zij met al hun vragen en ondersteuning terecht kunnen. Verder kunnen de koplopers ondersteund worden met specifieke kennis en ontwikkeling of door gespecialiseerde adviseurs.
Veelbelovende innovatieve startups die kunnen bijdragen aan de vraagstukken in Waddinxveen en de regio kunnen we ondersteunen in werkplekken, coaches en een netwerk van samenwerkingspartners van andere ondernemers, scholen en de gemeente. De gemeente zet haar instrumenten in Waar mogelijk kan de gemeente (en ODMH) lokale en wettelijke instrumenten inzetten om de transitie op gang én verder te brengen. Bijvoorbeeld door handhaving op de informatie- en energiebesparingsplicht. Of door het aanpassen van bestemmingsplannen of het toepassen van het bouwbesluit58. Samenwerkingsverbanden verstevigen en uitbreiden De bestuurlijke samenwerking Regionale Energie Strategie Midden- Holland (RES Midden- Holland) is een samenwerkingsverband van gemeenten, waterschappen, provincie, netbeheerders en maatschappelijke partners. De samenwerking heeft tot doel om samen te (blijven) werken aan de opgave van de energietransitie, de energiebesparing, energie-opwek en de warmtetransitie. De glastuinbouw is goed verenigd in de Greenport-West Holland (en Boskoop). In het overleg Warmte Samenwerking Oostland zijn gemeenten en glastuinbouw al enige jaren verenigd in hun ambitie om de glastuinbouw en delen van de gebouwde omgeving te verduurzamen door op bovenregionale restwarmte aan te sluiten.
Daarnaast is verdere lokale samenwerking met partijen zoals platfora voor ondernemers en duurzaamheid, kennisinstellingen en financiële instellingen nodig. Dat is een belangrijke stap om gezamenlijk alle ondernemers te bereiken. We maken met hen afspraken en leggen vast in convenanten welke resultaten verschillende partijen willen bereiken. Voor de circulaire economie is het belangrijk om ook regionale samenwerkingsverbanden tussen bedrijventerreinen aan te gaan. Op die manier kan bekeken worden hoe grondstofstromen binnen de regio kunnen blijven. Daarvoor is gedetailleerder inzicht in de grondstof- en materiaalstromen nodig. De Transitietafel (opgericht ter ondersteuning van het ontwikkelen van de Transitievisie Warmte) biedt al een goed platform om diverse partijen in de energietransitie bijeen te brengen.
57. Een bedrijf of instelling (Wet milieubeheer-inrichting) die per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) verbruikt is verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Dit is de energiebesparingsplicht. Dit op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer 58. Medio 2022 krijgt de gemeenten via de omgevingswet naar waarschijnlijkheid meer bevoegdheden om zon op bedrijfstaken proportioneel te verplichten.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
51 van 68
Een plan per bedrijventerrein ontwikkelen Met de besturen van de bedrijventerreinen maken we een meerjaren plan per bedrijventerrein (gebiedsvisie). Zoals beschreven in het Economisch Koersdocument worden hierin de vraagstukken van circulaire economie, energietransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteit opgenomen. Tevens worden ook de andere onderwerpen uit het Economisch Koersdocument in zo’n gebiedsvisie opgenomen. De acties kunnen in de tijd die het plan omvat worden uitgesmeerd. Zo wordt op meerdere vlakken waarde gecreëerd. Immers, alleen al de vergroening op en in een bedrijventerrein zorgt voor daling van het ziekteverzuim en vergroot de arbeidsproductiviteit59. In figuur 20 hebben we de bovenstaande activiteiten gevisualiseerd in een hoofdlijnen uitvoeringsprogramma. 2020
2025
2030
2035
2040
2045
Uitvoeringsplan bedrijventerrein
Uitvoering plan
2050
Energieke buurtaanpak
Uitvoeringsagenda Economisch Koersdocument; aspect Duurzaamheid
Uitvoering plan
Samenwerking en faciliteren
Samenwerking en faciliteren
Uitvoeringsplan bedrijventerrein
Uitvoeringsplan bedrijventerrein
Uitvoering plan
Handhaving Informatie- en energiebesparingsplicht
Publiek/Private Samenwerking en ondersteunend Serviceloket Transities Bedrijfsleven
Serviceloket Transities Bedrijfsleven
Warmte Samenwerking Oostland: bovenregionale restwarmte
Zon op Dak grote Daken in Waddinxveen
Aanvullende schonene energie opwek in Waddinxveen
Figuur 20: Schematische planning hoofdlijnen uitvoeringsagenda “Ondernemers”
6.2.4 Wat kan ik als bedrijf of bedrijventerrein zelf al doen? Ieder bedrijf of ondernemer kan zelf al aan de slag met de transities. Dat beschrijven we kort hieronder. Energietransitie • • • •
Energie besparen: ledverlichting, isoleren, erkende maatregelen lijst Zonnepanelen op dak plaatsen Aardgasvrij: overgaan op een warmtepomp, elektriciteit of collectieve warmtesystemen Schone mobiliteit: elektrisch rijden of minder kilometers in eigen bedrijfsvoering maken en minder kilometers door medewerkers
59. https://weblog.wur.nl/uitgelicht/groen-bedrijventerrein-werkt-beter/
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
52 van 68
Klimaatadaptatie en biodiversiteit Om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan is het belangrijk dat bedrijventerreinen een rol krijgen. Door de grote mate van verharding is er vaak veel last van hitte en wateroverlast. In het Economisch Koersdocument Waddinxveen (2021) is groen een van de speerpunten. Wanneer er fysieke aanpassingen worden gedaan op bedrijventerreinen, moeten er ook maatregelen worden opgenomen om de duurzaamheid en de gezondheid van medewerkers te verbeteren. Het groener maken van bedrijventerreinen biedt hiervoor mooie kansen. Duurzame en gezonde bedrijventerreinen zijn bij uitstek geschikt voor klimaatadaptatie en een natuur-inclusieve inrichting. Kleine en betaalbare maatregelen kunnen al een verrassend groot effect hebben. Groen voegt immers waarde toe op allerlei fronten: de werknemerstevredenheid neemt toe, het ziekteverzuim daalt en de waarde van vastgoed stijgt tot wel 16%. In tabel 11 zetten we een aantal mogelijkheden op een rij.
Maatregelen van vergroening en de effecten op schaal 1-3
Wateropvang
Waterafvoer
Biodiversiteit
Beleefgroen
Verkoeling
Open water
3
3
2
1
3
Groen/blauw dak
3
3
2
1
3
Gevelbeplanting
1
1
1
3
3
Inheemse bomen
2
2
3
3
3
Faunavoorzieningen
3
(half) open verharding
2
2
1
1
2
Kruidenrijke berm
3
3
3
3
3
Tijdelijke natuur
3
3
2
2
3
Vaste planten
2
2
2
3
2
Natuurlijke bedrijfskavel
3
3
2
3
3
Droogtebestendige beplanting
2
2
1
3
3
Groene bomenspiegel
3
2
3
2
3
Tabel 11: Handelingsperspectief klimaatadaptatie en biodiversiteit ‘bedrijventerreinen’
Circulair ondernemen • • • •
Circulaire verdienmodellen Hoogwaardige verwerking Reststromen Reductie impact van materialen
Voor een circulaire economie moeten we anders kijken naar productie en consumptie. Met circulaire verdienmodellen zoals ‘pay per use’, ‘koop & terugkoop’ of lease kunnen ondernemers geld verdienen en impact maken. De maakindustrie in Waddinxveen en de regio kunnen grondstoffen uitwisselen om deze restgrondstoffen (vroeger afval) hoogwaardig te verwaarden. Zo verkleinen ze de impact van het productiesysteem Door te sturen op materialen met een kleinere klimaatimpact, zoals biobased materialen of secundaire materialen, kan de huidige maakindustrie bijdragen aan een economie die in balans is met het ecologisch systeem van de aarde. We geven prioriteit aan de volgende grondstoffen: metalen (maakindustrie), kunststoffen, textiel.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
53 van 68
Circulaire glastuinbouw • • • •
Gesloten waterkringloop Kortere keten en duurzaam productiesysteem Verwaarding organisch afval Reductie impact materialen
In een circulair systeem vindt geen onttrekking van grondwater plaats en wordt optimaal gebruik gemaakt van lokaal beschikbaar water uit regenval. Om de impact van logistiek te verminderen wordt ingezet op een minimale afstand tussen producent en afnemer. Dit vraagt om coördinatie tussen vraag en aanbod. De glastuinbouw produceert veel organisch afval, voornamelijk in de vorm van stammen, bladeren en in mindere mate afgekeurd voedsel. Dit organisch afval kan op een zo hoogwaardig mogelijk manier worden verwerkt, bijvoorbeeld in bio-raffinaderij. Momenteel worden ook grote hoeveelheid plastic gebruikt in de glastuinbouw. Door deze materialen te vervangen door bio-plastics of andere te recyclen materialen kan de impact van de glastuinbouw worden gereduceerd. We geven prioriteit aan de volgende grondstoffen: plantaardige voedselproducten, organisch afval, plastic verpakkingsmateriaal.
6.3 Gemeente als organisatie 6.3.1 Illustratieve schets van de mogelijke toekomst Hoe zou onze wereld er in 2050 uit kunnen zien? Als we met elkaar met de uitvoering van dit koersdocument Duurzaamheid aan de slag gaan, dan misschien wel als volgt: In 2050 is de bedrijfsvoering en het vastgoed (inclusief scholen) van de gemeente al lange tijd energieneutraal, aardgasvrij, circulair en natuur-inclusief. Vanaf 2025 wordt alle nieuwe openbare ruimte (en herinrichting) en gebiedsontwikkeling klimaat-adaptief, natuur-inclusief, circulair en minimaal energieneutraal ingericht. In 2050 is de openbare ruimte in Waddinxveen klimaatbesteding en water-robuust ingericht. We zien veel meer groen en water in onze directe leefomgeving. Effecten zien we in 2050 terug.
6.3.2 Welke resultaten moeten we halen? Bij het formuleren van de resultaten hebben we er rekening mee gehouden dat de gemeentelijke organisatie op diverse manier impact kan maken. Namelijk via bedrijfsvoering, maatschappelijk vastgoed, inrichting en beheer openbare ruimte en via gebiedsontwikkeling.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
54 van 68
Circulaire economie
Thema
2025 Duurzame integrale beleidsontwikkeling
Donut als kompas voor al gemeentelijk beleid
Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)
50% kringlopen sluiten
Circulair inkopen
40% circulaire inkoop mbt bedrijfsvoering
Duurzaam Voedsel
Vanaf 2023 fairtrade en duurzaam voedsel meer plantaardig i.p.v. dierlijke eiwitten) in bedrijfsrestaurant Gemeente Waddinxveen
Bouwen (gemeentelijke huisvesting, maatschappelijk vastgoed en gebiedsontwikkeling) Milieudruk verlagen bouwen
Circulaire gebiedsontwikkeling en gronduitgifte Materialen paspoort
MPG=0,6
2030
2035
2040
2045
2050
100% kringlopen gesloten 100% circulaire inkoop bedrijfsvoering 50% minder grondstoffen
70% demontabel bouwen
100% demontabel bouwen
MPG=0,5
Grondstoffen-gebruik bouwen
100% betonafval hoofwaardig hergebruikt
Biobased materialen gebruiken
50% secundair of biobased materialen
80% secundair of biobased materialen
100% 50% secundair of bio-based materialen
Energietransitie
Thema
2025
2030
Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)
49% CO2 (equivalenten) reductie (klimaatneutraal)
Gebouwen
Kantoren minimaal label C (2023) Nieuwe gebouwen, woningen energieneutraal ontwikkelen. Bestaande gemeentelijke huisvesting, maatschappelijk vastgoed (behalve gemeentehuis) aardgasvrij, Label A
Mobiliteit
Eigen voertuigen (blijft) emissievrij Doelgroepenvervoer (blijft) emissie-loos)
Emissies mobiliteit van gemeentelijke medewerkers 50% gereduceerd Emissie-loze bouwmobiliteit
7,5% energiereductie
15% energiereductie
Openbare verlichting LED
Energiezuinige verlichting (LED) openbare ruimte
100% energiezuinige verlichting (LED) openbare ruimte
Bij plannen gebiedsontwikkeling en herinrichting rekening houden met ondergrond en mogelijk toekomstig gebruik van collectieve warmteoplossingen.
Overzicht ondergronds ruimtebeslag (2027)
Overzicht ondergronds ruimtebeslag.(voor klimaatadaptatie, woningen enz).
2040
2045
2050
100% CO2 (equivalenten) reductie (klimaatneutraal)
Gemeentehuis aardgasvrij
Energiebesparing 1,5% per jaar
Bodem en energietransitie
2035
Emissies mobiliteit van gemeentelijke medewerkers 75% gereduceerd
Gemeentelijke mobiliteit (eigen medewerkers) volledig emissievrij
Thema
2025
Klimaatadaptatie
Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)
Klimaatbesteding en water robuust
5% bestaande gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed KA en WR Klimaat-adaptief handelen ingebed in beleid en aanbestedingen
2030
2035
Meest urgente risico’s aangepakt Verwachte schadelast en effecten vlakken af.
Klimaatadaptief en waterrobuust ingericht
meest urgente openbare ruimte KA en WR aangepast
50% openbare ruimte WR en KA ingericht
40% bestaande gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed KA en WR
100% bestaande gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed KA en WR
2040
2045
2050
Volledig KA en WR ingerichte openbare ruimte
Thema
2025 Overall doelstelling (uit hoofdstuk 5)
Biodiversiteit
Natuur-inclusief Ontwikkelen
2030
Afname biodiversiteit tot stilstand Alle aanbestedingen bij land en ‘stedelijk groen gebied’ overwogen natuurinclusief 5% bestaande gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed
40% bestaande gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed
3000 bomen geplant
Icoonsoorten Biodiversiteit bermen, watergangen en oevers
2040
2045
2050
Verbeteren biodiversiteit
100% bestaande gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed natuur inclusief
RBVA60 =45% Verstening openbare ruimte van 80% naar 60%
Vergroting groenopper-vlak
invasieve uitheemse soorten
2035
RBVA=45% Verstening openmbare ruimte van 60 naar 30% Bijplaatsen bomen met groei inwonersaantal
Ontwikkelen beleid (op basis van en in samenhang met provinciaal beleid)
Reductie 20%
Reductie 50%
eductie 100%
Toename nog vast te stellen
Toename nog vast te stellen
Toename nog vast te stellen
50% van de bermen, 50% van watergangen en 50% oevers ecologisch beheerd (waar mogelijk)
100% van de bermen, 100% van watergangen en 100% oevers ecologisch beheerd (waar mogelijk)
Tabel 12: Te behalen resultaten voor ‘gemeentelijke organisatie’
60. De Ratio of Biologically Vital Areas (RBVA) geeft de verhouding weer tussen de door vegetatie of open water bedekte oppervlakten (niet de afgesloten oppervlakten) en de perceelgrootte. Op basis van deze waarden werd een drempel van 45% RBVA aanbevolen als minimum, dat de milieuprestaties in de wijken tot op zekere hoogte garandeert. Bron: How much green is needed for a vital neighbourhood? In search for empirical evidence; Barbara Szulczewska; 2014.
6.3.3 Wat moet er gebeuren? De opgaven worden niet groter door toedoen van de gemeente Het duurzaamheidskompas als basis voor toetsing gemeentelijk beleid De opgaven mogen door de invloed van de gemeente niet toenemen. De gemeente moet daarin het goede voorbeeld geven. Het duurzaamheidskompas zoals beschreven in hoofdstuk 4 wordt gebruikt om alle initiatieven aan te toetsen. Dit wordt ook dan ook (impliciet)onderdeel van raadsvoorstellen61. Aanvullend beleid voor gebiedsontwikkeling, openbare ruimte en maatschappelijk vastgoed Er wordt tot 2025 waar nodig (aanvullend) beleid geformuleerd om ervoor te zorgen dat de opgaven voor klimaat- en biodiversiteit worden verwerkt in gewone taken van de gemeente. Bijvoorbeeld op gebied van gebiedsontwikkeling, beheer en inrichting openbare ruimte, maatschappelijk vastgoedontwikkeling en de eigen bedrijfsvoering. We maken een handboek voor gebiedsontwikkeling (en bouwen inclusief maatschappelijk vastgoed), geïnspireerd op verschillende voorbeelden. Zoals over circulaire gronduitgifte (Amsterdam), circulair bouwen (Platform CB’23), convenant klimaatadaptief bouwen (voorbeeld Provincie Zuid Holland), natuur inclusief bouwen (storymap natuurinclusief bouwen, RVO), waarbij we gebieds-specifieke kenmerken zoals bouwen op veengebied meenemen.
Ook passen we de leidraad Inrichting Beheer Openbare Ruimte aan, waarin we beschrijven welke inrichtingsmaatregelen we toepassen rondom hitte, droogte, wateroverlast en overstroming in de openbare ruimte. Verder kijken we hoe we bestemmingsplannen en lokale verordeningen zo kunnen inrichten dat het de 4 transities ondersteunt. Uiteindelijk moeten de effecten van de 4 transities meegewogen worden bij de keuzes die College en gemeenteraad maken. Projecten als instrument van verandering en beleidsevaluatie en -bijstelling Projecten zijn instrumenten om te veranderen, te innoveren en te leren. Projecten krijgen daarom naast de normale projectresultaten ook de opdracht om hun bijdrage aan de opgaven en de implicaties en concrete veranderingen duidelijk te maken. Daarnaast moeten projecten ook concrete veranderingen aan beleid formuleren (en waar mogelijk realiseren) in het kader van de gedachtegang van de omgevingswet. Gemeentelijke bedrijfsvoering aangepast Binnen de eigen gemeentelijke bedrijfsvoering stuurt de gemeentelijke organisatie op circulariteit, waarbij voor alle uitgaven wordt gestuurd op optimaal grondstoffengebruik en positieve bijdrage aan maatschappelijke opgaven. Er wordt prioriteit gegeven aan de volgende grondstoffen: eigen vastgoed, catering en meubilair.
Duurzaam en circulair inkopen en aanbesteden De gemeente heeft met haar aanbestedings- en inkoopfunctie een belangrijke mogelijkheid om innovatieve ontwikkeling te stimuleren. Deze gebruiken we dan ook. Meer kennis, leren en lobby Transities vragen steeds meer om symbiose tussen onderwijs, overheid en ondernemers. Deze triple helix zoeken we op en proberen we rondom specifieke thema’s vorm te geven. We maken een onderzoeksagenda. In de regio zorgen we goede samenwerking om van en met elkaar te leren. Op sommige onderwerpen hebben we onvoldoende inzicht om een koers voor de uitvoering goed vorm te geven. Zo is er nog beperkte informatie beschikbaar over de gevolgen van droogte in het stedelijk gebied. Daarom is bijvoorbeeld aanvullend onderzoek belangrijk naar verzakkingen van panden en schade aan funderingen. Op het moment dat we voldoende zicht hebben op de risicovolle locaties voor droogte, kunnen we zinvolle maatregelen bepalen. Belangrijk is wel dat de eigenaren van de panden zelf verantwoordelijk zijn (en blijven) voor de fundering van hun panden. Veel randvoorwaarden voor de transities en concrete projecten en initiatieven moeten gerealiseerd worden door de Provincie en Rijksoverheid. Daarom is ambtelijke en bestuurlijke lobby via VNG en ministeries belangrijk.
Gebiedspaspoorten opstellen en opnemen in bestaande en nieuwe projecten Bij gebiedsontwikkeling en ontwikkelingen openbare ruimte wordt meteen gewerkt aan de klimaat- en biodiversiteit opgave. Voor Waddinxveen maken we voor klimaatadaptatie en biodiversiteit klimaat- en biodiversiteitbuurtpaspoorten62: We delen Waddinxveen op in buurten. Per buurt brengen we aan de hand van de omgevingskenmerken de locaties voor verschillende typen van maatregelen in beeld. Dat is op het gebied van wateroverlast, hitte en droogte (zeg maar de Transitievisie klimaatadaptatie) en de mogelijkheden om de natuur te vergroten en meer divers in te richten (biodiversiteit).
61. Het gaat om de integrale afweging. Het kan later ook een ander instrument worden, zoals de Regionale Monitor Brede Welvaart waaraan onder andere het CBS werkt (https:// dashboards.cbs.nl/rmbw/regionalemonitorbredewelvaart/) 62. Dit naar voorbeeld van gemeente Leeuwarden, inzichtelijk via: https://sway.office.com/HWLj0GtzjJRM0api?ref=Link en https://sway.office.com/AHuLlQjB01bqVtdJ?ref=Link
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
59 van 68
Buurtpaspoorten vertalen in detailplanning De knelpunten worden in een planning gezet die bestaat uit drie fases: 2022-2030, 2030-2040 en 2040-2050. We sluiten daarbij zoveel mogelijk aan bij de fasering van de Transitievisie Warmte. De prioriteiten stellen we door te kijken naar onder meer urgentie (is er overlast geweest op deze locatie), mee-koppelkansen (zijn er projecten gepland in de omgeving) en samenhang (liggen knelpunten dichtbij elkaar). Met deze indeling streven we naar het oplossen van 8090% van deze knelpunten in mee-koppelprojecten, de overige 10-20% van de knelpunten pakken we apart op. Als we ergens aan de slag gaan betrekken we inwoners, gebruikers en partners. Bouwen aan de beweging In hoofdstuk 4 is aangegeven dat we stapsgewijs aan een nieuwe samenleving bouwen. Transities starten met koplopers en we streven ernaar dat deze koplopers de ambassadeurs worden en zo langzaam anderen in hun netwerk meenemen. Speciale aandacht gaat uit naar jongeren en scholen op dit vlak. Vanuit de gemeente betrekken en ondersteunen we de koplopers en ondersteunen we ze waar nodig met training en (beperkte) middelen. We onderzoeken of we gerichte subsidieregelingen kunnen opzetten om koplopers te helpen de eerste maatregelen te nemen.
Om bijvoorbeeld om op eigen terrein tegels weg te halen, beplanting toe te voegen en waterbergingen zoals vijvers en regentonnen en groene daken aan te leggen. Sociale impact risico’s onderkennen en beheersen We moeten de effecten van de transities op het maatschappelijk domein (wonen, inkomen, energiearmoede) verder uitwerken en vaststellen hoe en wanneer we met de risico’s en kansen willen omgaan. In hoofdstuk 4 is beschreven wat de effecten zijn van de 4 transities op de ruimtelijke en sociale aspecten van de donut. Met name de (negatieve) effecten van de transities op maatschappelijke waarden worden onderzocht en van passende reactie voorzien. Er moet een strategie ontwikkeld worden waarin we bijvoorbeeld kiezen tussen vooraf voorkomen dan wel achteraf repareren.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
60 van 68
Monitoren en bijsturen: Periodieke update TVW, RES, Klimaatstresstest We monitoren jaarlijks de voortgang van de projecten, de behaalde resultaten en de te verwachte effecten op de opgaven. Daarnaast maken we iedere drie jaar de balans van de transitie in Waddinxveen op: zien we meer initiatieven en innovaties, zien we al versnellingen, zien we al nieuw gedrag als het nieuwe normaal ontstaan en verdwijnen oude gewoontes? Wettelijk moeten de Transitievisie Warmte (iedere 5 jaar), de Regionale Energiestrategie (iedere 2 jaar) en de Klimaatstress test en risicodialoog (iedere 6 jaar) geactualiseerd worden. In figuur 21 hebben we de bovenstaande activiteiten gevisualiseerd in een hoofdlijnen uitvoeringsprogramma. 2025
Onderzoek
2030
Beleid gebiedsontwikkeling en IBOR
2040
2045
2050
Gebiedspaspoorten
Uitvoering KA en Bio OR Fase 1
Uitvoering KA en Bio OR Fase 2
Uitvoering KA en Bio OR Fase 3
M-Vastgoed aardgasvrij, natuurinclusief en klimaatadaptief Vervanging LED-openbare Ruimte
Bedrijfsvoering: duurzaam voedsel, schone kilometers eigen medewerkers, doelgroepen vervoer
Onderzoek droogte Sociale risico’s uitwerken
TVW Monitoren
2035
Gebiedsontwikkeling op de juiste manier
Bedrijfsvoering
Aanpak openbare ruimte en vastgoed
Opgave niet groter
2020
KST
TVW KST
TVW KST
Figuur 21: Schematische planning hoofdlijnen uitvoeringsagenda “Gemeentelijke organisatie”
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
TVW KST
TVW KST
KST
Legenda: TVW = Transitievisie Warmte KST = Klimaatstresstest en risicodialoog Rode Pijltje = staat van de transitie
61 van 68
7. Participatie en communicatie
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
62 van 68
7 Participatie en communicatie Dit koersdocument beschrijft 4 maatschappelijke transities. Dat zijn transities die iedereen in de samenleving raken. Iedereen moet ermee aan de slag. Naast de zelfstandige rol die de gemeente in deze opgave heeft, is de rol van de gemeente regisserend en ondersteunend. Het gaat erom de transitie op gang te brengen en het proces te begeleiden, zoals met de energieke buurt aanpak. We hebben dat in de uitgangspunten in hoofdstuk 1 verwoord als ‘bouwen aan de beweging’. Bouwen aan de beweging We zien het ‘bouwen aan de beweging’ als de succesfactor van deze transities. Actieve communicatie, leren en participatie zijn belangrijke bouwstenen om in het algemeen de beweging bij alle doelgroepen op gang te brengen. Dat geldt specifiek ook voor de projecten die invulling geven aan de transities. Strategische Communicatie Plan nodig Hiervoor wordt nog een Strategisch Communicatieplan Duurzaamheid opgesteld. Hieruit voortvloeiend worden later aparte participatie- en communicatieplannen opgesteld. Daarnaast moeten de projecten en ook de participatie en communicatie worden afgestemd met andere projecten in de omgevingsprogramma’s. Leidraad Samenlevingsparticipatie is de basis Bij de participatie gaan we uit van de participatieprincipes van de gemeente Waddinxveen, de Leidraad Samenlevingsparticipatie (2019).
Hierbij houden we ook in de besluitvorming rekening met het gekozen participatieniveau. Goede participatie kan namelijk zorgen voor kwalitatief betere besluitvorming en helpt om ‘de beweging op gang te brengen’ Wij moeten het tenslotte met elkaar gaan waarmaken. Koersdocument vertalen naar begrijpelijke boodschappen per doelgroep In het Strategisch Communicatieplan Duurzaamheid worden de kernboodschap en het gebruik van specifieke communicatiekanalen zoals gemeenterubriek, themapagina’s, gemeentelijke website, sociale media, online participatieplatform Waddsup, participatie app Blikopener, digitale nieuwsbrieven, inwonersbijeenkomsten, Podcasts, vlogs, lokale en regionale media nader beschreven. De communicatie is in begrijpelijke taal (B1) en digitaal toegankelijk. Ook zal in de komende 30 jaar communicatie verder ontwikkelen met het gebruik van andere communicatiekanalen, maar daar hebben wij nu nog geen zicht op. Participatie voor dit koersdocument Duurzaamheid steunt op eerdere participatie trajecten Dit koersdocument is mede gebaseerd op de omgevingsvisie (vast te stellen in 2022), de transitievisie warmte (vastgesteld in 2021), de regionale energiestrategie (vastgesteld in 2021) en de klimaatstress test en risico dialoog (uitgevoerd in 2019). Bij de totstandkoming van deze rapporten heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden.
De participatie voor dit koersdocument maakt hier gebruik van. Wel is de input van een aantal maatschappelijke partners, zoals het Duurzaamheidsplatform Waddinxveen (DPW), Woonpartners Midden-Holland, WaddGroen en de energie coöperatie Waddinxveen en de Fairtrade werkgroep Waddinxveen meegenomen.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
63 van 68
8. Raming kosten
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
64 van 68
8 Raming kosten In de voorgaande hoofdstukken zijn de 4 transities met de wettelijke en nationale doelen zo goed mogelijk vertaald naar wat we tot 2050 te doen hebben in Waddinxveen. Oplossingsvrij, want de transities zijn een opgave van iedereen in de samenleving: inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en natuurlijk ook de gemeentelijke organisatie zelf. Van uitvoeringsagenda naar geld voor het proces De gemeentelijke organisatie heeft een regisserende en initiërende en ondersteunende rol. De Raad voor het Openbaar bestuur heeft onderzoek gedaan naar de uitvoeringskosten van de energietransitie. Zij identificeerden al 44 nieuwe of sterk verzwaarde taken voor de gemeente. Gemiddeld heeft de gemeente Waddinxveen volgens dit ROB onderzoek tot 2030 7 FTE extra nodig voor de energietransitie. We staan dus voor een zware, langdurige taak. Voor de andere transities zijn (nog) geen nationale schattingen gemaakt. We hebben in het koersdocument de bijbehorende aanvullende financiële middelen inzichtelijk gemaakt. We gaan daarbij uit dat de huidige bezetting anno 2022 beschikbaar is en blijft. We hebben hier alleen gekeken naar proceskosten, dus niet naar de kosten voor bijvoorbeeld aanpassingen in de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie.
We maken de benodigde middelen inzichtelijk voor 2 tijdsvakken Het geld splitsen we per tijdvak uit voor de periode tot 2025 en de periode tot 2030. De inschatting hiervoor kent een (grote) mate van onzekerheid. Na 2030 worden de onzekerheden zo groot dat een voorspelling van de benodigde middelen niet goed mogelijk is, De transities zijn langdurig en kennen een structureel karakter. Zonder middelen zijn doelen niet haalbaar De doelen voor 2030 (en ook daarna) zijn ambitieus. De transities komen niet vanzelf op gang en de gemeente heeft in veel gevallen een regierol. De doorlooptijden van veel projecten zijn lang en we hebben ieder jaar nodig om (tussendoelen) te realiseren. Daarvoor zijn dan ook tijdig financiële middelen nodig. Het handelingsperspectief van ieder beleidsterrein verandert Met het koersdocument hebben we inzichtelijk gemaakt dat ‘duurzaamheid’ het handelingsperspectief van ieder beleidsterrein verandert. Het willen realiseren/oplossen van de opgaven heeft gevolgen voor de activiteiten en capaciteit van deze beleidsterreinen als wonen, economie, beheer openbare ruimte, gezondheid en maatschappij. Daarom zijn de uitvoeringskosten ook te koppelen aan de beleidsterreinen en niet alleen aan ‘duurzaamheid’ in het algemeen. Dat is alleen relevant voor overkoepelende en overstijgende onderdelen.
Onderbouwing van de kostenschatting: Per transitie zijn de schattingen gebaseerd op diverse bronnen. • Voor de energietransitie maken we gebruik van de onderzoeken van de uitvoeringskosten Energietransitie door de Raad voor Openbaar bestuur. • Voor klimaatadaptatie hebben we in de eerste jaren extra capaciteit gerekend om dit onderwerp goed op de kaart te zetten en in te richten. • Voor de circulaire economie zijn we uitgegaan van een aanjaagfunctie waarvoor we extra capaciteit inzetten en wat materiele kosten. • Een de circulaire economie zijn we uitgegaan van een aanjaagfunctie waarvoor we extra capaciteit nodig hebben en wat materiele kosten. • Een van de pijlers is het bouwen aan de beweging, daarvoor is een inschatting gemaakt in termen van capaciteit en (communicatie)middelen.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
65 van 68
Kostenoverzicht
projecten voor inwoners
projecten voor ondernemers
projecten voor gemeentelijke organisatie
Bouwen aan de beweging
Energie aanpak bedrijventerreinen
Doorontwikkeling gemeentelijk beleid
Gemeentebrede aanpak
Warmte Samenwerking Oostland (bovenregionale restwarmte)
Aantal onderzoeken
Energiebuurt aanpak (startbuurt, buurten korte termijn)
Samenwerking Serviceloket Transities Bedrijven
Actualisatie Tranistie Visie Warmte (per 5 jaar) Doorontwikkeling Regionale Energiestrategie (per 5 jaar)
Schone en deel mobiliteit
Actualiseren klimaatstress test en risico dialoog (6 jaarlijks) Verduurzamen bedrijfsvoering Verduurzamen maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed Monitoren en voortgang Periode 1 2023-2025 (3 jaar)
€ 1,7 miljoen
€ 0,7 miljoen
€ 1,1 miljoen
Periode 2 2026-2030 ()5 jaar) Bedragen X€1000
€ 3,8 miljoen
€ 1,1 miljoen
€ 1,35 miljoen
Gemiddeld per jaar in periode (2023-2025) (afgerond)
€1,2 miljoen
Gemiddeld per jaar in periode 2 (2026-2030) Afgerond
€ 1,3 miljoen
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
66 van 68
Baten Wat leveren deze transities de maatschappij op? Niets doen zal óf grote klimaatschade veroorzaken óf impact hebben op de leefbaarheid in onze omgeving. De (wereldwijde) transities brengen de aarde binnen de grenzen van het ecologisch draagvermogen en dat creëert natuurlijk enorme publieke waarde! De reis gaat gepaard met onzekerheden Deze transities zijn met recht een reis te noemen. In het algemeen zijn transities niet te ‘sturen’, hoogstens te beïnvloeden. Een transitie kan zomaar in een versnelling geraken, maar kan ook plotseling vertragen of niet bewegen. Dat heeft effect op de kosten die we als gemeente maken. In transities is wel altijd sprake van dynamiek: er gebeurt plotseling iets waarop ingespeeld kan of moet worden of er gebeurt juist even niets. Die dynamiek levert een spanningsveld op met de op voorspelbaarheid gebaseerde bestuurlijke planning en control cyclus. Meerjarig vertrouwen voor de energieke buurt aanpak nodig Buurten aardgasvrij maken vraagt nogal wat van inwoners. Het starten van een proces in een buurt is een weloverwogen besluit, dat de gemeente vanuit beschikbare capaciteit moet kunnen afmaken, ook wanneer dit langer duurt dan voorzien. Garantie op beschikbaar maken van middelen is daarvoor belangrijk en vereist.
Schaarste aan talent is een faalfactor Financiële middelen zijn wel een voorwaarde, maar het draait uiteindelijk om kundige en gedreven (nieuwe) medewerkers bij de gemeente en andere partners. Er wordt al lang gewaarschuwd voor het toekomstig gebrek aan technisch personeel voor de uitvoering van de energietransitie. Ook het werven van gekwalificeerde projectleiders, communicatie- en participatiedeskundigen en technische experts zal in de (nabije) toekomst een risico vormen voor de kosten en het tempo van de lokale transitie.
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
67 van 68
Bijlage 1 Analyse score Waddinxveen in Duurzaamheidsindex De Gemeentelijke Duurzaamheidsindex63 laat in een oogopslag zien hoe duurzaam een gemeente is. Waddinxveen scoort laag in de ranking. In het Groene Hart Rekenkamer onderzoek (2020) is de aanbeveling gegeven om de scores in de gemeentelijke duurzaamheidsindex te analyseren. De gemeentelijke Duurzaamheidsindex De gemeentelijke duurzaamheidsindex is gebaseerd op drie hoofdonderdelen: Mens & Maatschappij, Milieu & Energie, en Economie. In totaal zijn er 24 indicatoren. Vanuit de verzamelde gegevens zijn de waarden voor elk van de indicatoren berekend, op een schaal van 0 tot 10. Daarvoor zijn berekeningsformules opgesteld die zo eenvoudig mogelijk zijn. Indien mogelijk is hierbij rekening gehouden met het te bereiken doel van de indicator. In veel andere gevallen zijn het vooral lineaire minimum/maximum formules. Waar nodig is de formule verbijzonderd, gelet op de specifieke kenmerken van de indicator. Hoe scoort Waddinxveen op de hoofdonderdelen ten opzichte van Nederland? • • •
Bij Mens en Maatschappij scoort Waddinxveen hoger dan het gemiddelde in Nederland (6,9 vs 6,4; 8% verschil) Bij Milieu en Energie scoort Waddinxveen hoger dan het gemiddelde in Nederland (5,7 vs 5,5; 4% verschil) Bij Economie scoort Waddinxveen lager dan het gemiddelde in Nederland (6,3 vs 6,6; -5% verschil).
Waddinxveen scoorde ‘zeer goed’ op de thema’s • • •
Onderwijs (cijfers 2019-2020) en ook 14% hoger dan landelijk gemiddelde Huishoudelijk afval (cijfers 2019) en ook 22% boven landelijk gemiddelde Werkloosheid (2020) en ook 5% boven landelijk gemiddelde
Waddinxveen scoort ‘zeer slecht’ op de thema’s • Waterkwaliteit (cijfers 2015) en ook 32% lager dan landelijk gemiddelde • Natuur (cijfers 2015) en ook 63% lager dan landelijk gemiddelde • Solvabiliteit (cijfers 2019) en ook 24% lager dan landelijk gemiddelde Zeer slecht is de laagst haalbare score categorie in de GDI.
63. https://beta-gdi.databank.nl/content/mijn-gemeente
Koers voor duurzaam Waddinxveen 2022-2050
68 van 68