Bijlage 16 EINDRAPPORTAGE-BBG-Verkenning Ruimte en Economie
Tekst van het document
39
Regionale dynamiek
Centrale vraag is of het gebied toe gaat/wil bewegen naar meer ruimtelijke en economische samenhang op deze as.
Dynamiek op de as Alphen-Gouda De Gouwe en N207 (bestaand en nieuwe N207-Zuid; in samenhang met een deel van de N209) dragen als belangrijke Noord-Zuid-assen de economie van het gebied en verbinden verschillende woonmilieus met elkaar en wonen met werken (Figuur 16). De regionale treinverbinding ondersteunt de relatie, maar sluit niet naadloos aan op het bovenregionaal niveau. De Gouwe en N207 staan voor een grote onderhoudsopgave. Greenports Oostland, de A12-zone en Boskoop raken steeds meer met elkaar verweven, hoewel de signalen daarover niet eenduidig zijn. Binnenstedelijke ontwikkeling leidt tot nieuwe vragen over de toekomst van stedelijke werkgelegenheid in dit gebied; diverse gemeenten zijn bezig met zoeklocaties voor bedrijvigheid die uit de steden zal verdwijnen. De recreatieve kwaliteit draait om routes en gebiedsbeleving op regionaal niveau. Gemeenten verwachten meer initiatieven voor winden zonne-energie in het gebied hoewel deze tegen grenzen van het netwerk aanlopen. Men verwacht op termijn daardoor ook een boeggolf van projecten als dat is opgelost.
Figuur 16 - Regionale ruimtelijk-economische dynamiek voor verstedelijking op as Alphen-Gouda. De regionale dynamiek volgt uit de combinatie van stedelijke ontwikkelingen, in en rondom Gouda, Waddinxveen en Alphen a/d Rijn. Rondom Gouda en Waddinxveen ontstaat een bevolkingsconcentratie van ca. 140.000 inwoners. (Nieuwe) OV stations, werkgelegenheid in het logistieke werklandschap rondom, realisatie van energieambities en hoogwaardige groengebieden rondom de steden zijn belangrijk voor het functioneren.
Dynamiek in het tussengebied Centrale vraag is wat de toekomst van Greenport Boskoop is en welke rol oost-west relaties over de Gouwe heen op lange termijn nog zullen spelen.
Bodemdaling en klimaatverandering vragen om een economische – en daarmee ook ruimtelijke – transformatie van het gebied tussen N11 en A12, met name van Greenport Boskoop en naar verwachting ook in de rest het veenweidegebied (Figuur 17). Op dit moment is sprake van een intensief intern verbonden sierteeltgebied met veel kriskrasbeweging én regionale en bovenregionale/internationale relaties. Het PCT-terrein speelt een centrale rol in de schakel tussen gebied en regionale dynamiek. Economisch is sprake van onzekerheid. Sierteeltondernemers ten oosten en ten westen van de Gouwe investeren in uitbreiding van teeltruimte door overname van vrijkomende percelen en in hun handel- en logistiekfuncties. De laatste concentreren zich rondom infrastructuurassen door het gebied. Opschaling, modernisering en verduurzaming (energie, water, milieu) staan voor de deur. De Gouwe is een barrière, de hefbruggen zijn knelpunten voor de oost-west relaties en noord-zuid transport over water. De N207, N209 en N206 vormen in samenhang het verkeerskundige raamwerk van het tussengebied. De leefbaarheid in de kernen staat onder druk door vervoer en transport binnen het gebied.
Figuur 17 - Ruimtelijk-economische dynamiek in het tussengebied: Het Tussengebied staat voor grote transitieopgaven, zowel in het open veenweidegebied als in de Greenport Boskoop en de landbouw in de droogmakerijen. De Gouwe en huidige N207 snijden dwars door deze productielandschappen heen, maar de productielandschappen ten westen van de Gouwe zijn matige aangesloten op deze as en het huidig functioneren leidt lokaal tot knelpunten.
41
Greenport Boskoop Greenport Boskoop heeft een bijzondere positie in de economie van het gebied. Veel van de wegmaatregelen binnen het programma Beter Bereikbaar gouwe liggen direct in of aan het sierteeltgebied. De recente economische strategische visie van het bedrijfsleven in Greenport Boskoop (2020-2025) legt de basis voor een nieuwe koers naar een circulair Boskoop. De hiermee samenhangende herstructurering, modernisering en opschaling van de teelt en handel zal nieuwe ruimtelijke patronen teweeg gaan brengen. Welke vorm dat gaat krijgen is echter nog veel onduidelijkheid over. Wij zijn de volgende trends en karakteristieken: 1. Het toekomstbeeld van forse groei op het PCTterrein verandert het zwaartepunt en deze ruimtelijk-economische structuur van de Greenport. Er is daarbij druk om het ITC-terrein van sierteeltgerelateerd naar een algemeen bedrijventerrein te laten ‘verkleuren’. Verschillende maatregelen zullen deze ontwikkeling in meer of mindere mate ondersteunen. Er bestaat onduidelijkheid over de
positie van logistiek rondom dit knooppunt t.o.v. de logistiek in de A12-zone. 2. De sierteelt in de Greenport Boskoop kent een grote diversiteit in economische structuur. Laatste cijfers over logistiek stammen uit 2014. Belangrijk onderscheid is dat tussen de daghandel (75% van de transportbewegingen) en de ‘actie’-handel (25% van de transportbewegingen) waarbij het voorjaar een piek in handel en transportbeweging geeft. 3. De sierteelt lijkt in toenemende mate niet grondgebonden en een deel van de productie voor ‘actiehandel’ (bulk) de laatste tijd is verhuisd naar de glastuinbouw van het Oostland. Hierbij speelt ook de prijs van de kavels een rol. De trend op korte tot middellange termijn is gefragmenteerde opschaling: stoppende bedrijven worden overgenomen en de teeltlocatie toegevoegd aan de bedrijfsvoering van bedrijven die teelt en handel op meerdere locaties omvatten. Maatregelen zullen in verschillende mate de verschillende soorten bedrijfsvoering ondersteunen. Hierbij kan verwacht worden dat het aantal kleinschalige transportbewegingen toeneemt.
4. Het centrale deel van het sierteeltgebied, op de Oost-West-as rondom de hefbrug Boskoop is een verandering gaande waarin er steeds meer ruimte is voor andere functies. Met een programma gericht op transformatiegebieden probeert de gemeente dit proces te stroomlijnen en lokale schuurpunten tussen functies op te lossen. 5. De bodemdalingsproblematiek en klimaatverandering stellen, in samenhang met opvolgingsproblemen bij individuele bedrijven, de Greenport Boskoop voor een aantal grote vragen
over duurzaamheid en economische houdbaarheid van bedrijfsvoering en van de waterhuishouding (zie Figuur 18) . De combinatie van klimaatverandering, bodemdaling en verzilting zal in dit gebied nadrukkelijk een rol gaan spelen. Men verwacht meer wateroverlast. Telers zullen mede daardoor mogelijk minder grondgebonden gaan telen: potten en containers.
43
Figuur 18 - Greenport Boskoop kent bodemdaling. Bodemdaling, waterhuishouding, droogte en pieken in regen, watervraag en landgebruik hangen nauw met elkaar samen. Bron: Ontwerpend Onderzoek Groene Hart (2019)
BOX - Een vingeroefening met verschillende toekomsten De toekomst van Greenport Boskoop is onzeker, hoewel de ambitie blijft om deze als krachtig cluster door te ontwikkelen. De coronacrisis van 2020 laat weer zien hoe gevoelig de sector is voor veranderingen in de omstandigheden waaronder telers en handel rondom sierteelt opereren. In de werksessie voor deze ruimtelijke verkenning (oktober 2019) is daarom geoefend met mogelijke toekomstbeelden voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van de Greenport Boskoop. Hierbij zijn trends extreem doorgetrokken om ter verkennen hoe het gebruik van uiteenlopende toekomstbeelden argumenten oplevert voor of tegen BBGmaatregelen. Uit de discussie kwamen vier toekomstbeelden naar voren: A. Opschaling sierteelt en logistiek n.a.v. bovenregionale economische trends B. Eindigheid van de huidige bedrijfsvoering in de boomsierteelt als gevolg van bodemdaling en klimaatverandering (met nieuwe inzichten zou de kwetsbaarheid voor de corona-crisis en plantziekten kunnen toegevoegd als risicofactoren) C. Aanpassing, en voortzetting, van de boomsierteelt als gevolg van bodemdaling D. Geleidelijke transformatie van de boomsierteelt naar (menging met) andere functies als gevolg van ruimtedruk en klimaatverandering De verschillende toekomstbeelden zijn echter nog niet rijp om definitief gebruikt te worden om BBG-maatregelen te beoordelen.
Zo zouden bijvoorbeeld verschillende beelden van circulaire bedrijfsvoering verwerkt moeten worden en ontbreekt nog een doorwrochte redenering van trends en trendbreuken als basis voor de toekomstbeelden. Het denken in scenario’s en in beeld brengen van ruimtelijke en economische ontwikkeling leidt wel tot de voorzichtige conclusie dat ook in de Greenport het gebied ten westen van de Gouwe en ten oosten van de Gouwe waarschijnlijk een andere toekomstige ontwikkeling gaan kennen. Een noordelijke verbinding vanaf het PCT-terrein lijkt in veel scenario’s relevant. Nieuwe wegverbindingen ten oosten van de Gouwe zijn niet in alle scenario’s no-regret. Nieuwe Oost-West-verbindingen lijken in alle scenario’s relevant, maar wel op verschillende wijzen.
45
Lokale ruimtelijke ontwikkelingen Tijdens een werksessie met gemeenten (oktober 2019) en op basis van desk research is de ruimtelijke dynamiek op lokaal niveau verder onderzocht. Het eerdere beeld van grootschalige ontwikkelingen rondom de A12, het zwaartepunt tussen Alphen en Waddinxveen ten westen van de Gouwe en het ontstaan van een stedelijke agglomeratie rondom Waddinxveen en Gouda is hierin bevestigd (Figuur 20). Een actueel overzicht van woningbouwontwikkelingen voor de middellange termijn zijn in meer detail te vinden in regionale woonvisies. Het gebied ten oosten van de Gouwe kent gebiedsopgaven die met name gerelateerd zijn aan bodemproblematiek. Deze is, vanuit functie én bodemgesteldheid in te delen naar sierteeltgebied Boskoop, open veenweidegebied en diepe droogmakerij van de Middelburg- en Tempelpolder. De provincie werkt in deze gebieden in lokale gebiedsprocessen samen met belanghebbenden aan toekomstbestendige landschapsontwikkeling en agrarische bedrijfsvoering, mede in het licht van klimaatverandering.
Vanuit bovenregionaal niveau vinden ook verkennende studies plaats voor nieuwe kabels en leidingen in bovenregionale netwerken, met name voor warmte en elektriciteit. Ook in de huidige situatie (Figuur 19) doorsnijden verschillende leidingen het gebied.
Figuur 19 - Signaleringskaarten Bodem en Ondergrond: kabels en leidingen. Bron: www.signaleringskaarten.nl
Figuur 20 -Visueel verslag van werksessie in oktober 2019 met gemeenten en provincie: lokale ontwikkelingen. Bronnen: workshop met gemeenten oktober 2019 - teksten en locaties zijn indicaties van mogelijke ontwikkelingen en geen beleid; plan van aanpak 2e fase BBG: trechteringsproces; inventarisatie LTV Boskoop 2016; bedrijventerreinmonitor, w.o. bestemmingsplannen / informatie regio-accounts wonen PZH; Bouwagenda (kaart Zuid-Holland);- Planmonitor Zuid-Holland / informatie regio-accounts wonen PZH;- Visiedocument “Een Nieuwe Waarde”
47
Bevindingen De analyse in dit hoofdstuk is een trendanalyse. Wij hebben hierin niet op bovenregionaal niveau onderzocht wat mogelijke toekomstscenario’s zijn voorbij de huidige trend. Een aantal opgaven zouden kunnen leiden tot nieuwe ruimtelijke programma’s, zoals klimaatadaptatie, bodemdaling, energietransitie, circulaire en digitale economie. Voor verstedelijking geldt dat binnenstedelijke intensivering de belangrijkste strategie is. In het studiegebied is echter ook sprake van stedelijke uitbreiding of, deels controversiële, initiatieven daartoe. Handel en logistiek worden op meerdere schaalniveaus steeds belangrijker in de economie van het gebied. Op basis van de analyse van ruimtelijk-economische dynamiek is een aantal conclusies te trekken. De N207corridor is nog steeds relevant als sturend planconcept, maar kent op regionaal en lokaal niveau enkele nuances ten opzichte van het planconcept uit 2005. De mogelijke maatregelen van de BBG krijgen een plek in een regio in beweging op meerdere schaalniveaus: Greenport Boskoop, het gebied tussen N11 en A12 en op bovenregionaal niveau. Het gaat dan om economische ontwikkelingen, ruimtelijke
ontwikkelingen, klimaatverandering en bodemdaling. De maatregelen zijn daarom meer dan een ‘optimalisatie’ van de huidige ruimtelijk-economische structuur vanuit verkeerskundig oogpunt. De maatregelen die in N207-Zuid en Beter Bereikbaar Gouwe onderzocht worden, vinden tegelijkertijd plaats met ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk vragen om integraal gebiedsontwerp. Bestaande ruimtelijke kwaliteit (en het ontwerpen van nieuwe kwaliteiten) kunnen drager zijn voor dat integrale ontwerp. Ook zullen (een deel van) de maatregelen de ruimtelijke en economische structuur van de regio veranderen. Tegelijkertijd volgt infrastructuur ontwikkelingen én brengt infrastructuur nieuwe ontwikkelingen teweeg. Tegelijkertijd komen er andere opgaven op het gebied af die op langere termijn zullen leiden tot veranderingen (klimaatadaptatie, nieuwe economie, energietransitie, kringlooplandbouw). De maatregelen moeten ook dan nog steeds werken en toekomstbestendig zijn. De ruimtelijk-economische dynamiek ten westen van de Gouwe lijkt op middellange termijn wezenlijk anders dan aan de oostkant van de Gouwe. Met name ontwikkelingen rondom de A12 en het PCT-terrein zullen een andere
ruimtelijke en economische structuur voor het gebied opleveren. Keuzes voor specifieke maatregelen of maatregelpakketten kunnen deze trend versterken of afzwakken. Er zijn drie samenhangende gebiedsopgaven te onderscheiden met verschillende ruimtelijk-economische dynamiek en opgaven: Westzone, Gouwezone en Oostzone; Greenport Boskoop en de veenweidezone ten zuiden van Alphen hebben een bijzondere positie als regionale dwarsstructuren met eigen lokale, economische logica.
49
4. Drie zones, één gebied: Ruimtelijkeconomische opgaven
Dit hoofdstuk vormt het centrale deel van onze verkenning. We identificeren op regionaal niveau de gebiedsopgaven waar het programma Beter Bereikbaar Gouwe aan bijdraagt. We onderscheiden daarbij drie, met elkaar samenhangende gebiedsopgaven. Deze verschillen van elkaar in ruimtelijk-economische dynamiek: ten westen van de Gouwe, de bundel van Oude Rijnzone, Gouwe en N207 en de gebiedsopgave ten oosten de Gouwe. Het zwaartepunt van de economische opgaven ligt aan de westkant van de Gouwe terwijl daar de hoofdverbinding noord-zuid aan de oostkant ligt. Dit is een van de hoofdoorzaken van de verkeerskundige en leefbaarheidsknelpunten waar de BBG voor gesteld staat. Wij pleiten voor een blik op zowel de korte als de lange termijn.
Integrale ruimtelijk-economische opgavenkaart De meerwaarde van deze verkenning is dat we de achterliggende doelen van het programma Beter Bereikbaar Gouwe – een combinaties van ambities en het oplossen van knelpunten – vertalen naar een ruimtelijk beeld waarin de opgaven zijn samengevat. Dit integrale beeld van ruimtelijk-
economische opgaven en daaruit voortvloeiende infrastructuuropgaven laat zien hoe we door een integrale aanpak de doelen zouden kunnen bereiken, meebewegend met de huidige trends (Figuur 21). De opgavenkaart biedt daarmee de basis voor een redeneerlijn waarmee infrastructuuropgave onderdeel is van de integrale visie op het gebied.
De trendvolgende, integrale opgavenkaart (Figuur 22) is nog geen integrale visiekaart (ruimtelijk wensbeeld) met een visie op (of scenario’s voor) toekomstige ruimtelijke programma’s en ruimtelijke transformatie geeft. Nieuwe wegen zullen nieuwe ontwikkelingen teweeg brengen, en daarmee structurerend zijn voor het gebied. Een doorkijk naar de nieuwe dynamiek ná realisatie van BBG-maatregelen wordt met deze visie nog niet uitputtend in beeld gebracht. De opgavenkaart maakt ambities, knelpunten en overwegingen vooral explicieter, zoals deze tot nu toe reeds onderdeel waren van het BBG-proces. Vanuit een analyse van de ruimtelijke dynamiek en ruimtelijke trends geven we met de opgavenkaart nieuwe argumenten om richtinggevende keuzes te maken over oplossingsrichtingen voor infrastructuur. We lichten hieronder per deelgebied de opgaven toe. Deze deelopgaven dienen echter ook in samenhang gezien te worden.
Figuur 21 - De opgavenkaart is een product dat antwoord geeft op hoe een integrale aanpak helpt de doelen van BBG te bereiken.
51
Figuur 22 - De integrale opgavenkaart voor Beter Bereikbaar Gouwe. De opgavenkaart en de bijbehorende legenda structureren de ruimtelijk-economische en infrastructuuropgaven voor het BBG-programma in drie zones die samen één gebied omvatten.
Figuur 23 - Legenda bij Integrale Opgavenkaart Beter Bereikbaar Gouwe; deze legenda is ook de legenda voor figuren 24 -26.
53
Opgaven voor ‘Westzone’ We zien ten westen van de Gouwe een ruimtelijk-economisch hoog-dynamische zone binnen de invloedssfeer van de Zuidelijke Randstad dat ook integraal onderdeel is van het bovenregionale logistiek-industriële systeem van ZuidHolland (Figuur 24). Dit uit zich ook in de ruimtelijke dynamiek van de afgelopen jaren welke zich naar verwachting verder door zal zetten. Deze dynamiek is ruimtelijk een optelling van ontwikkelingen in twee ‘systemen’: a) een productielandschap met grootschalige landbouw, tuinbouw en handel en logistiek, b) een woon- en werklandschap van steden en dorpen met OV en hoofdwegen als bovenregionale en regionale dragers.
Figuur 24 - De ruimtelijk-economische opgaven in de Westzone
55
Productief landschap In het eerste deelsysteem van deze Westzone is de opkomst van grootschalige logistiek en tuinbouw rond de A12 de meest toonaangevende verandering in het gebied. Deze kent ook steeds meer overloop naar het gebied verder ten noorden van de A12 via de huidige N209 en de huidige N207. Vanuit het noorden zien we ook druk op dit systeem (zie deelopgave Gouwe-zone). Het zwaartepunt van nietstedelijke economische ontwikkelingen komt daarmee steeds nadrukkelijker tussen de Gouwe en de Rotte te liggen.
beperkte mate robuust is. Met name de ontsluiting naar het noorden loopt aan tegen knelpunten omdat huidige routes door dorpen lopen en daar tot leefbaarheidsknelpunten leiden: richting Schiphol en noordelijke Randstad; en richting de N11 als oost-west-alternatief voor de A12 bij calamiteiten. De reeds geplande onderdelen van de N207 Zuid geven daar slechts beperkt antwoord op.
Wij zien in de doelstellingen van Beter Bereikbaar Gouwe t.a.v. ‘versterken regionale economie’ de ambitie om dit productielandschap verder door te ontwikkelen: te moderniseren, te verduurzamen én op te schalen. Mogelijk ligt er ook een ontwikkelopgave voor de droogmakerij met nieuwe ruimtelijke programma’s. Dit gaat verder dan de huidige plannen voor de A12-zone en zou in het verlengde liggen van de huidige trends. We onderzoeken hier nieuwe programma’s voor de droogmakerij niet verder.
Woon- en werklandschap Het tweede deelsysteem in de Westzone is het woon- en werklandschap in de steden en de dorpen. Het studiegebied raakt aan drie middelgrote steden of stedelijke agglomeraties welke de komende tien jaar fors zullen groeien. Het ontwikkelen van voldoende werkgelegenheid in de steden is daarbij een aandachtspunt. In lijn met de bovenregionale verstedelijkingsstrategie verwachten we veel binnenstedelijke ontwikkelingen. In de omliggende dorpen draait het met name om het op orde houden en brengen van de leefbaarheid: sociaal, qua voorzieningen en veiligheid en milieu.
We zien dat bij deze ambitie de huidige regionale infrastructuur verder onder druk komt te staan; en slechts in
Rondom Gouda en Waddinxveen is iets bijzonders gaande. Met de realisatie van grootschalige post-Vinex
uitbreidingsplannen (Westergouwe, Triangel en mogelijk delen van de Zuidplaspolder-plannen) groeit hier over gemeentegrenzen heen de derde stad van Zuid-Holland: ca. 140.000 inwoners binnen een straal van 5km. Zoetermeer kent nu 125.000 inwoners en de stedelijke kern van Alphen ca. 73.000 inwoners. Voorlopig vormen de gemeentegrenzen echter nog ‘achterkanten’ van ontwikkelingen en is samenhang in de agglomeratie nog ondermaats. De inwoners van deze stedelijke agglomeratie zullen naar verwachting relatief sterk bovenregionaal georiënteerd zijn voor werk en sociaal leven.
programma zal zich echter wel moeten verhouden tot ambities die elders zijn geformuleerd: versnelling woningbouw, klimaatadaptief en energieneutraal bouwen, en daarbij OV-georiënteerd ontwikkelen, geoptimaliseerd voor fietsen. De ambities t.a.v. bereikbaarheid binnen Beter Bereikbaar Gouwe zullen sterk beïnvloed worden door de stedelijke ontwikkeling in de omliggende drie stedelijke concentratiegebieden. De relaties naar de noordelijke Randstad zullen voor de inwoners en werknemers belangrijk zijn, evenals een vroegtijdige, hoogwaardige bereikbaarheid per OV en fiets.
Voor een kwalitatief hoogwaardig woon- en werklandschap zijn ook regionale groen- en waterstructuren van belang. Zo is het versterken van de Rotte-wig onderdeel van het Landschapspark Zuidvleugel. En is het open landschap van duinen tot Groene Hart blijvend van belang. Deze laatste staat echter ook voor de uitdaging van een toekomstbestendig veenweidegebied waarin CO2-uitstoot beperkt is en een antwoord komt op bodemdaling.
Opgaven Westzone Wij identificeren op basis van bovenstaande in de opgavenkaart de volgende ruimtelijk-economische opgaven voor de Westzone (zie Figuur 24 voor nummering): -
Het programma Beter Bereikbaar Gouwe kent slechts zeer beperkt ambities voor dit woon- en werklandschap. Het
-
57
Modernisering (schaal, circulair): versterken Greenport Boskoop-West en Oostland/A12 i.c.m. PCT/ITC incl. wateropgave (berging, kwaliteit) en bodemdaling (1) Duurzaam ontwikkelen logistieke corridor A12 Zoetermeer-Gouda (2)
-
-
Hoge ruimtelijke kwaliteit in veenweidegebied nabij steden; open landschap van duinen tot Groene Hart (3) Groen-blauwe ontwikkelopgave in de buurt van steden (4) Verstedelijkingsopgave gekoppeld aan OV en goede fietsverbindingen (5)
Daaruit vloeien drie infrastructuuropgaven die al onderdeel van Beter Bereikbaar Gouwe waren: -
-
-
Verbeteren Noord-Zuid-verbinding voor ontsluiting Greenport Boskoop en Zoetermeer naar N11 t.b.v. hoog-dynamische, moderniserende economie en tegelijkertijd verbetering leefkwaliteit kernen OV opgaven: faciliteren comfortabele ketenmobiliteit naar stations t.b.v. realiseren 2% modal shift van weg naar OV Leefbaarheidsknelpunten in de woonkernen door zwaar verkeer, sluipverkeer en opstoppingen
Opgaven voor ‘Oostzone’ We zien ten oosten van de Gouwe een ruimtelijk relatief laagdynamische zone (Figuur 25): het aantal functieveranderingen is de afgelopen en de komende jaren beperkt. Qua identiteit is dit nadrukkelijk onderdeel van het grote open, waterrijke landschap van het Groene Hart, ondanks de doorsnijding door de A12 en de N11. Deze wegen zijn van belang om bovenregionaal verkeer via de hoofdweginfrastructuur af te kunnen wikkelen. Ondernemers die hier gevestigd zijn, zijn op zoek naar optimalisatie van hun bedrijfsvoering. Dit krijgt verschillende vormen. In de Greenport is sprake van modernisering en opschaling, wat zich met name uit in uitbreiding in de handelen logistiek-functie langs lokale infrastructuur met goede verbinding naar buiten het gebied. Ondernemers geven aan steeds meer toe te bewegen naar een circulaire sierteeltsector. In de agrarische gebieden is sprake van een zoektocht naar een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Dit hangt nauw samen met bodem en watersysteem én de klimaatopgaven (adaptatie en CO2-reductie) voor het veengebied en diepliggende polders. Hier lopen gebiedsprocessen waar met agrariërs en overheden naar
nieuwe vormen van bedrijfsvoering, mogelijke gebiedstransformatie en innovatief gebiedsbeheer wordt gezocht. De afgelopen jaren is in delen van het gebied een kwaliteitsimpuls in de recreatiefunctie van het landschap gerealiseerd. De ontsluiting – intern en naar buiten het gebied – is opvallend goed voor een laag-dynamisch gebied met lokaal een fijnmazig net van lokale wegen, en de N207 aan de oostkant van de Gouwe als directe verbinding naar N11 en A12. De knelpunten voor Greenport Oost zitten in de relatie naar de Westzone voor kriskrasbewegingen (zie opgaven in de Gouwezone) over de hefbruggen. Recente investeringen in de handel- en logistiekfuncties bij de grote sierteeltbedrijven in de Oostzone wijzen erop dat dit een blijvende uitdaging is. Er liggen nog onbenutte kansen voor het versterken van de recreatiefunctie in de verschillende delen van de Oostzone, o.a. door vaar- en fietsroutes te realiseren of te verbeteren.
Figuur 25 - De ruimtelijk-economische opgaven in de Oostzone
59
Opgaven Oostzone Wij identificeren op basis van bovenstaande in de opgavenkaart de volgende ruimtelijk-economische opgaven voor de Oostzone: -
-
Toekomstbestendige, circulaire Greenport BoskoopOost met hoge belevingskwaliteit en aanpak bodemdaling als onderdeel van het Groene Hart; gedeeltelijke herstructurering en transformatie Aanpak bodemdaling in open veenweidegebied en Middelburg-Tempelpolder incl. toekomstbestendige landbouw en landschapsontwikkeling; met aandacht voor recreatie(vaart), natuur, waterberging en waterkwaliteitsopgave
De gebiedsspecifieke infrastructuuropgave die hierbij hoort is met name het vergroten van het aanbod van aantrekkelijke, doorgaande vaarroutes voor recreatie. Vanuit bovenregionaal functioneren van de deelgebieden Westzone, Oostzone en Gouwezone ligt er daarnaast ook de opgave om bovenregionaal verkeer ook echt via de hoofdwegen af te wikkelen. Daarvoor is het verbeteren van de aansluiting tussen N11 en A12 van belang.
Opgaven voor de ‘Gouwe-zone’ Opgaven Gouwezone We zien langs de Oude Rijn en de Gouwe een grote concentratie bedrijven die afhankelijk zijn van de infrastructuurbundeling van water, weg en rail voor hun bedrijfsvoering. De Gouwezone hangt nauw samen met de bovenregionale distributienetwerken van de bedrijven gevestigd in deze bundel (Figuur 26). Een brede coalitie van bedrijven en overheden hebben eerder al gezamenlijk de ambitie omarmt om hier samen te werken aan een Groene Corridor (Figuur 10). Het realiseren van een klimaatneutrale logistieke corridor tussen Zoeterwoude en de haven van Rotterdam staat daarin centraal. De productieketen van Heineken, gevestigd in Zoeterwoude staat daarin centraal. Alpherium en Steekterpoort zijn een belangrijke draaischijf tussen oostwest-vervoer over en langs de Oude Rijn en noord-zuidvervoer langs de Gouwe. Maar Heineken is niet de enige producent en distributeur op deze as. Zo heeft Electrolux heeft in de jaren 90 haar
distributie voor witgoed geconcentreerd in Alphen en wil dat ook de komende jaren zo houden. Samen met de gemeente is zij op zoek naar optimalisering van de aan- en afvoer over spoor. Ook Dirk van den Broek en Zeeman hebben hier distributiecentra. Supermarktketen Hoogvliet verhuist in 2020 uit Alphen naar de A12-corridor bij Bleiswijk: hier bouwen zij een groot nieuw distributiecentrum. Aanvullend speelt bouwlogistiek, waaronder vervoer van zand en grind over water, een belangrijk rol in de Gouwezone. De bedrijventerreinen Molenwetering en Rijnhaven zijn grote concentraties van werkgelegenheid met een belangrijk aandeel industrie, handel en logistiek. Onderzoeksbureau Stec schat in dat het gebied in en rond Alphen ook de komende jaren aantrekkelijk zal blijven voor bedrijven in de logistieke sector (HollandRijnland, 2019), hoewel het vertrek van Hoogvliet daarvan ook de grenzen laat zien. Binnen het studiegebied van de BBG bestaat dus concurrentie tussen locaties om logistieke vestiging.
Figuur 26 - De Gouwezone als bundeling van infrastructuur en economische activiteit
61
De Greenport Boskoop is afhankelijk van de N207 als transportas binnen de Gouwezone. Vervoer over water via de Gouwe speelt geen rol voor de sierteelt. Daarmee vormt de Gouwe met name een barrière voor het intern functioneren van de Greenport. Een grote concentratie van werkgelegenheid, handel en distributie en teelt vindt tegenwoordig plaats rondom het ITC/PCT-terrein aan de westkant. De hefbruggen zijn kwetsbare verbindingen. Waar de Gouwe de A12 ontmoet op de grens van GoudaWaddinxveen bevindt zich een cluster van bedrijvigheid. Een deel daarvan is watergebonden. Dit cluster is van vrij recente datum en bevestigt de strategische locatie aan de A12 voor bedrijven. Ook is de nabijheid van arbeidskrachten in Waddinxveen en Gouda, zeker bij de bouw van meer woningen, van belang voor deze bedrijven. De Gouwe (net als de Oude Rijnzone) heeft naast een puur economische functie ook een belangrijke functie als identiteitsdrager in het gebied. De noord-zuid-as (bundel van rail, weg en water) is een herkenbaar oriëntatiepunt en uitvalsweg voor dagelijks leven en recreatieve activiteiten. De bundeling van activiteiten langs deze as biedt ook de mogelijkheid om elders landschappen open te houden.
Uit deze karakteristieken van de Gouwezone volgen verschillende ruimtelijk-economische opgaven: - Ruimtelijke bundeling van economische ontwikkelingen en water- en weginfrastructuur - Economische samenhang van Greenport Boskoop over de Gouwe heen faciliteren - Versterken en verduurzamen economie rond de ‘Groene Corridor’ Oude Rijnzone-GouweHollandsche IJssel, inclusief knooppunt Alpherium/Steekterpoort en versterken (watergebonden) werklocaties Hieruit volgt concreet de volgende infrastructuuropgave: - Vaarweg Gouwe: veiligheid, capaciteit, doorstroming en geschiktheid recreatie - Onderhoud bestaande N207, veiligheid en comfort; (snel)fietsroute en verhogen ruimtelijke kwaliteit rondom weg - Toekomstbestendige oplossing voor bruggen als knelpunten weg- en watervervoer: robuuste, veilige en betrouwbare ontsluiting kernen en kriskrasbewegingen Greenport
Conclusie: Twee hoofdopgaven voor infrastructuur Gouwe. Deze zal echter niet op korte termijn gerealiseerd zijn. In de tussentijd zijn al wel no regret maatregelen te nemen om fiets en OV aantrekkelijker te maken voor inwoners en werknemers in het gebied.
De drie gebiedsopgaven voor de Westzone, de Oostzone en de Gouwezone kunnen niet los van elkaar en van de bovenregionale dynamiek gezien worden. In de samenhang zien we verschil tussen de opgaven ten westen en ten oosten van de Gouwe. De Gouwe en daarlangs liggende N207 zijn tegelijk barrière en verbinding. De knelpunten voor leefbaarheid in de dorpen zitten op verschillende punten in het gebied en het oplossen hiervan is een randvoorwaarde voor de keuzes in maatregelen.
Het goed functioneren van de Greenport Boskoop met een toekomstperspectief van modernisering, verduurzaming en opschaling vraagt om een goede lokale verbinding tussen teelt en handel aan de oostkant en aan de westkant van de Gouwe. Het gaat hier om lokaal problemen op te lossen om bovenregionaal te kunnen presteren. De uitdaging zit hier om lokaal knelpunten van leefbaarheid op te lossen veroorzaakt door logistiek verkeer uit de Greenport en een structurele oplossing te vinden waarbij varend verkeer en wegverkeer elkaar minder in de weg zitten. Een hogere ruimtelijke kwaliteit voor de huidige N207 is een belangrijke meekoppelkans.
Om de regionale economie te versterken is er ten westen van de Gouwe nadrukkelijk sprake van een ambitie voor groei met bijbehorende nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Om een sterkere economie op basis hiervan waar te maken moet de infrastructuur lokaal, regionaal én bovenregionaal goed, leesbaar en logisch functioneren. Dat is nu niet zo. Bovendien kruist bovenregionaal verkeer kwetsbare dorpsomgevingen waar leefbaarheid en verkeersveiligheid onder druk staat. Buiten de Westzone en de Gouwezone biedt een verbeterde verbinding tussen N11 en A12 mogelijkheden voor optimalisering van oplossingen rond en ten westen van de
Uit deze samenvatting van de gebiedsopgave en de bijbehorende infrastructuuropgaven trekken wij de conclusie dat het Programma Beter Bereikbaar Gouwe voor twee belangrijke keuzes staat. Op beide zal een antwoord op 63
gegeven moeten worden om de doelen van het programma te bereiken (ambities én knelpunten): 1. De opgave om de Noord-Zuid-verbinding te verbeteren waarmee het hoog-dynamische gebied ten westen van de Gouwe beter wordt verbonden aan de N11 en daarmee een lokaal, regionaal én bovenregionaal een robuustere basis ontstaat voor economische groei 2. De opgave om de Oost-West-verbinding te verbeteren waarmee intern de Greenport Boskoop wordt ontsloten met minder hinder voor de dorpen zodat de Greenport bovenregionaal beter kan presteren De mogelijke oplossingsrichtingen voor deze twee infrastructuuropgaven worden in hoofdstuk 5 verder uitgewerkt.
5. Een heldere opdracht voor BBG: twee hoofdopgaven infrastructuur In dit hoofdstuk geven we verder invulling aan het advies van de provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit om de opgave voor Beter Bereikbaar Gouwe te reduceren tot een heldere opdracht die aansluit bij de ruimtelijk-economische visie op het gebied. We identificeerden in het vorige hoofdstuk twee hoofdopgaven: verbeteren van de noordzuid-relatie tussen Boskoop en de N11 en het verbeteren van de oost-west relatie tussen beide kanten van de Gouwe. In dit hoofdstuk duiden we de verschillende oplossingsrichtingen per infrastructurele hoofdopgave.
Figuur 27 - In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de concrete oplossingsrichtingen: wat we kunnen doen in de BBG
65
De rol van infrastructuurmaatregelen De voorgaande hoofdstukken waren gericht op de vertaling van de abstracte hoofddoelen van het programma Beter Bereikbaar Gouwe naar een integraal beeld van de gebiedsopgave. De integrale aanpak vormt het ‘hoe’ we denken de bovenliggende doelen (het ‘waarom’) van BBG te bereiken. In dit hoofdstuk zoomen we verder in naar het ‘wat’: wat moeten we concreet doen in termen van infrastructuur om bij te dragen aan het bereiken van de doelen. De opties en schema’s op de kaarten in dit hoofdstuk zijn geabstraheerd vanuit alle bekende, onderzochte opties in de BBG én andere trajecten voor het studiegebied. Infrastructuur is slechts één middel om de doelen van de BBG te bereiken. Om de regionale economie te versterken en een aantrekkelijk leefmilieu te realiseren zullen ook andere ruimtelijke en economische maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen vallen grotendeels buiten de scope van deze verkenning. In hoofdstuk 6 gaan we dieper in op de rol van ruimtelijke kwaliteit.
Twee infrastructurele hoofdopgaven op basis van ruimtelijk-economische verkenning Vanuit deze verkenning zien we, als afgeleide van de ruimtelijk-economische opgavenkaart twee infrastructurele hoofdopgaven waar het BBG-programma voor staat: een Noord-Zuid-verbinding en een Oost-West-verbinding als antwoord op het stelsel van BBG-doelen. Een verbeterde Noord-Zuid-verbinding geeft antwoord op bovenregionale behoefte aan een verbonden Zuidvleugel en ondersteunt de lokale en regionale economie als onderdeel van het economisch systeem op Randstadniveau. Een verbeterde Oost-West-verbinding versterkt met name de interne werking op lokaal en regionaal niveau van de Greenport Boskoop enerzijds en de bereikbaarheid van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op regionaal niveau anderzijds. Maatregelen die goed zijn voor de economie zullen in het kader van de B.B.G. tegelijkertijd ook de lokale leefbaarheidsknelpunten op moeten lossen. Maatregelen voor verkeersmanagement, fiets en OV zijn vanuit dit perspectief no-regret optimalisaties. Maatregelen voor de hoofdwegen (Verbinding N11-A12 bij Bodegraven) dragen sowieso bij aan een robuuster wegennet op
bovenregionaal niveau en vormen een randvoorwaarde om op langere termijn de omgeving van de bestaande N207 extra ruimtelijke kwaliteit te kunnen geven. In de bundeling van de twee hoofdopgaven voor de BBG is ervanuit gegaan dat grootschalige verbreding van de Gouwe niet aan de orde is, deze maatregel lijkt immers niet kansrijk. Lokale maatregelen voor de Gouwe dienen wel integraal mee-ontworpen te worden in een eventuele herprofilering van N207, Gouwe en fietsroutes en zullen afhankelijk zijn van overige keuzes in de BBG.
Oplossingsrichtingen noord-zuid-opgave Voor de noord-zuid-opgave zien we een viertal clusters van maatregelen die we hier beschrijven als ruwe oplossingsrichtingen (Figuur 28a).
Oplossingsrichting I – Bundeling van infrastructuur Een eerste oplossingsrichting voor aanpak van de noordzuid—opgave met (deels) nieuwe infrastructuur is een verbinding tussen N455 en N11 die gelegen in de bestaande bundel van Noord-Zuid-verbindingen van rail, water en huidige N207. Door bundeling van infrastructuur kunnen elders grotere open landschappen open gehouden worden. Een infrastructuuroplossing kan relatief goed aangesloten worden op de kruising van N455 en de al geplande N207-Zuid. Deze oplossingsrichting omvat varianten zoals een nieuwe N207-Noord (W18 in BBG), een Noordwestelijke randweg Boskoop (W12 in BBG), een mogelijk nieuwe oeververbinding (O3 in BBG, 4b in de 2005-Planstudie N207-Zuid), een nieuwe verbinding ten westen van het spoor (3a uit 1e fase 2005Planstudie N207-Zuid), of een (deels) nieuwe verbinding gelegen tussen het spoor en de Gouwe (idee 44/51/68; zie ook 3c uit Planstudie N207-Zuid). Specifieke tracévarianten zullen in de volgende stap van Beter Bereikbaar Gouwe geïdentificeerd moeten worden.
Eerst oplossingsrichtingen, dán pas tracés In het proces rondom Beter Bereikbaar Gouwe draait het trechteringsproces rondom maatregelen waarin uit de best beoordeelde maatregelen een maatregelenpakket wordt samengesteld. In deze verkenning pleiten wij ervoor dat voor de door ons benoemde twee infrastructurele hoofdopgaven in het maatregelenpakket eerst een keuze wordt gemaakt voor een oplossingsrichting. Sommige maatregelen kunnen vanuit ons perspectief namelijk gelezen worden als tracévarianten van eenzelfde oplossingsrichting. Het eerst onderbouwd kiezen voor een oplossingsrichting kan een robuustere keus voor een tracé later in het proces betekenen.
67
Oplossingsrichting II – Rondom Hazerswoude Een tweede oplossingsrichting is gericht op het verbeteren van de Noord-Zuid-verbinding met (deels) nieuwe infrastructuur rondom Hazerswoude. Hiermee kan met name een structurele oplossing voor knelpunten in Hazerswoudedorp gevonden worden. Voor het bovenregionale, economische systeem doet een dergelijke oplossingsrichting minder. Deze oplossingsrichting omvat varianten zoals Westelijke randweg Hazerswoude (BBG-idee 53), Tunnel Hazerswoude (BBG-idee 9&52), Oostelijke randweg Hazerswoude (2d uit 1e Fase Planstudie N207-Zuid) en Verbinding Hoogeveenseweg – N11 (2e uit 1e Fase Planstudie N207-Zuid). Specifieke tracévarianten zullen in de volgende stap van Beter Bereikbaar Gouwe geïdentificeerd moeten worden.
randweg Hazerswoude (BBG-idee 53) of een nieuwe verlengde N209 (ingebracht door Gemeente Zoetermeer in verkenning N206-N209; en dus geen onderdeel van BBG). Varianten in deze oplossingsrichting zullen al snel waardevolle, grote open landschappen doorsnijden (zie hoofdstuk 6).
Oplossingsrichting IV – N11-A12-verbinding Een vierde oplossingsrichting is in feite geen alternatieve oplossingsrichting, maar een aanvullende, ondersteunende oplossingsrichting in combinatie met oplossingsrichtingen I t/m III. Het gaat hierbij om een nieuwe, directere verbinding tussen N11 en A12 bij Bodegraven-Reeuwijk. Er wordt onderzocht of het nuttig, noodzakelijk en wenselijk is om dit te combineren met een verlenging van de parallelweg langs de A12 tussen Gouda en Bodegraven.
Oplossingsrichting III – In verlengde van N209-Zuid Een derde oplossingsrichting is een nog westelijker verbinding tussen N11 en N455 waarbij de N209 komende van de A12 de belangrijkste Noord-Zuid-verbinding is waarop wordt aangesloten. Zo wordt ook Zoetermeer en het cluster logistiek en glastuinbouw rondom Zoetermeer directer verbonden richting N11 en richting Leiden. Deze oplossingsrichting omvat varianten zoals een westelijke
Optimalisatie bestaande infrastructuur Bij elk van bovenstaande oplossingsrichtingen heeft het meerwaarde om noord-zuid-fietsverbindingen en bereikbaarheid van stations op de noord-zuid-railverbinding te verbeteren.
Oplossingsrichtingen oost-west-opgave
opnieuw ingebrachte idee om een nieuwe brug te realiseren is aangenomen dat hiervoor een oplossing wordt gevonden.
Voor de oost-west-opgave zien we een drietal oplossingsrichtingen die zich richten op nieuwe infrastructuur (Figuur 28b). In Fase 1 is de oplossingsrichting om een nieuwe oeververbinding te realiseren tussen Waddinxveen en Boskoop al afgevallen.
Oplossingsrichting III. Via N11-aquaduct met nieuwe N-Zverbinding Een derde oplossingsrichting omvat geen nieuwe oost-westinfrastructuur, maar richt zich op realisatie van een NoordZuid-verbinding tussen N11 en N455 om de N11 optimaal te gebruiken als Oost-West-verbinding. Hiermee is dit een oplossingsrichting die zou samen vallen met de oplossingsrichting voor gebundelde infrastructuur voor de noord-zuid-opgave.
Oplossingsrichting I. Nieuwe oeververbinding Noord Een eerste oplossingsrichting voor de oost-west-opgave is een nieuwe oeververbinding aan de noordkant van het sierteeltgebied van Greenport Boskoop. Deze zal dan gecombineerd moeten worden met een aansluiting op N455 via een noord-zuid-route door het sierteeltgebied. Dit is tevens een van de varianten binnen de oplossingsrichting van gebundelde infrastructuur voor de noord-zuid-opgave.
Optimalisatie bestaande infrastructuur Voor de oost-west-opgave is het van belang om in eerste instantie of ook in te zetten op optimalisatie van de bestaande infrastructuur om knelpunten (deels) aan te pakken. Het gaat dan bijvoorbeeld om: 1. Verkeersmanagement maatregelen op de hefbruggen 2. Verbetering bereikbaarheid stations voor fiets 3. Snelfietsverbindingen tussen Alphen en Waddinxveen/Gouda en tussen Waddinxveen/Gouda en Zoetermeer 4. Onderhoud lokale ‘haarvaten’ van wegen
Oplossingsrichting II. Nieuwe brug in Boskoop Een tweede oplossingsrichting is het vervangen van de hefbrug bij Boskoop door een nieuwe brug. In fase 1 is het idee om de hefbruggen te verwijderen in eerste instantie afgevallen vanwege de monumentale status van de hefbruggen en omdat dit te zeer zou ingrijpen op de herkenbaarheid van de kernen. Bij de analyse van het
69
Figuur 28a en 28b - De opdracht voor het BBG-programma kan gereduceerd worden tot twee infrastructurele hoofdopgaven waarvoor elk meerdere keuzeopties bestaan. Sommige keuzeopties hebben oplossend vermogen voor beide opgaven. Deze optie-kaarten brengen de opties in beeld
71
6. Ruimtelijke kwaliteiten In dit hoofdstuk werken we het kader uit voor de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit uit voor maatregelen uit het programma Beter Bereikbaar Gouwe. Aanvullend ontwikkelen een breder begrip van ruimtelijke kwaliteit als basis voor een strategische aanpak van ruimtelijke kwaliteit in nauwe samenhang met oplossingsrichtingen vóór de definitieve tracékeuzes. Ruimtelijke kwaliteit kan alleen versterkt worden als we durven te ontwikkelen, als wee durven te ontwerpen. Er zijn meer mogelijkheden dan beschermen en inpassen. Wij houden hiermee een pleidooi om nieuwe landschapsontwikkeling integraal mee te nemen in (de onderhandelingen rondom) het maatregelenpakket voor de BBG. Daarmee kunnen klimaatopgaven, ruimtelijke kwaliteit op regionaal niveau en de transitie in het landelijk gebied en stadsranden meekoppelopgaven worden op gebiedsniveau en niet pas bij inpassing van een tracé.
Figuur 29 - Kwaliteitskaart Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland
73
Bouwstenen voor keuzes In deze verkenning geven wij, o.a. vanuit het perspectief van ruimtelijke kwaliteit, bouwstenen om oplossingsrichtingen vanuit ruimtelijk-economisch perspectief te kunnen beoordelen binnen de, hiervoor toegelichte, twee infrastructurele hoofdopgaven. Wij doen op dit moment geen aanbevelingen voor best passende oplossingsrichtingen. In lijn met het advies van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit ‘durf te ontwerpen’ adviseren wij om niet bij voorbaat maatregelen af te voeren, omdat zij landschappen met waardevolle kwaliteiten doorkruisen. Van hoogwaardig inpassen tot het collectief investeren in landschapsontwikkeling op gebiedsniveau zijn meerdere kwaliteitsstrategieën mogelijk die recht doen aan zowel de infrastructuuropgave als de ruimtelijke kwaliteitsopgaven: zonder ontwikkeling geen verhoging van de ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke kwaliteit in het provinciaal omgevingsbeleid Systematiek De provincie Zuid-Holland heeft een manier ontwikkeld waarmee ruimtelijke kwaliteit in de omgevingsvisie samenhangend en systematisch terugkomt in de manier van werken met gemeenten en in de omgevingsverordening. “De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De
kwaliteitskaart [zie Figuur 29] en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.”
Inpassen en beschermen De provincie heeft landschappen met specifieke waarden aangewezen waar in principe ‘inpassen’ de voorkeursstrategie is: Beschermingscategorie I (zie Figuur 31). Een nieuwe weg, bijvoorbeeld, maakt daarbij ‘contact’ met het landschap en wordt zo goed mogelijk (met zo hoog mogelijke gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde) uitgewerkt vanuit de bestaande waarden. Bij hoge uitzondering en groot publiek belang is ook de strategie van ‘aanpassen’ mogelijk.
Bron: https://www.zuidholland.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/kwaliteitskaart/
Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid is niet alleen van toepassing op de gemeenten, maar ook richtsnoer voor projecten en programma’s van de provincie of waarin de provincie een van de partners is, zoals Beter Bereikbaar Gouwe. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid is uitgewerkt in samenspraak met gemeenten.
Aanpassen en versterken Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar een wijziging op structuurniveau inhoudt, noemen we dat het ‘aanpassen’ van het gebied. Uitgangspunt is dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgevingen door eventueel aanvullende ruimtelijke maatregelen. Kwaliteiten kunnen daarbij ook versterkt worden en tot hun recht komen door beleefbaar verschil op overgangen tussen landschappen te ontwerpen en de gebruikswaarde van gebieden te vergroten door logische ontsluiting. De strategie van ‘aanpassen’ is mogelijk binnen landschappen met waarden zoals geduid in
Ontwikkelingsgericht provinciaal omgevingsbeleid: ruimtelijke kwaliteit Het provinciale omgevingsbeleid is gericht op ‘ja, mits…’ bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen, zoals wegen, zijn vervolgens drie strategieën mogelijk binnen de kaders van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid: inpassen, aanpassen en transformeren. Uit stakeholder-processen kan daaraan ook nog een vierde strategie worden toegevoegd: compenseren en/of uitruilen van belangen en waarden.
75
Beschermingscategorie 2 in het ruimtelijke kwaliteitsbeleid (zie Figuur 31).
Transformeren en verbeteren Wanneer een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit is sprake van transformeren. Vaak gaat het dan ook om functieverandering waarmee gebiedsstructuur én identiteit verandert. Ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling kan dan gewaarborgd worden door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd. Relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn bouwstenen voor een dergelijk ontwerp. Hierbij kunnen ook aanvullende ruimtelijke maatregelen mogelijk zijn. Figuur 32 geeft een gebiedsspecifieke duiding van bouwstenen en structuren die daarbij relevant zij voor Beter Bereikbaar Gouwe. Uitgangspunt blijft dat het gebied verandert ten goede wat betreft belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde.
Compenseren en uitruilen Naast ontwerp binnen de locatie of het gebied van een nieuwe ontwikkeling biedt het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en natuurbeleid ook aanvullende mogelijkheden. Bij aantasting van specifieke waarden kan ‘compenseren’ van dergelijke waarden op een andere plek soms de beste oplossing zijn.
Richtpunten ruimtelijke kwaliteit in Provinciale Omgevingsbeleid
Als uitwerking van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid op provinciaal niveau is samen met gemeenten per gebied een gebiedsprofiel ruimtelijke kwaliteit samengesteld. Het provinciaal beleid t.a.v. nieuwe infrastructuur beoogt bij deze gebiedsprofielen aan te sluiten. In het studiegebied van het BBG-programma is sprake van vier gebiedsprofielen. De specifieke richtpunten per gebied zijn daarin terug te vinden:
Uit: Programma Mobiliteit 9 juli 2014 (pdf) ongewijzigd overgenomen bij Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland (2019) Het voorliggend Programma mobiliteit operationaliseert de strategische doelstellingen voor mobiliteit en beschrijft concrete maatregelen. Het Programma ruimte operationaliseert parallel aan dit programma de strategische doelen voor ruimte. Voor mobiliteit heeft de provincie de volgende drie strategische doelen: 1. Op orde brengen van het mobiliteitsnetwerk, zodat mensen en goederen doelmatig de juiste plaats kunnen bereiken. 2. Verbeteren van de balans tussen mobiliteit en de kwaliteit van de omgeving, zodat mobiliteit veilig is, de omgeving leefbaar is en bijgedragen wordt aan energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. 3. Beter aansluiten van het aanbod van openbaar vervoer bij de maatschappelijke vraag.
Provincie Zuid-Holland, 2014, Gebiedsprofiel Ruimtelijke Kwaliteit Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas Provincie Zuid-Holland, 2014, Gebiedsprofiel Ruimtelijke Kwaliteit Boskoop Provincie Zuid-Holland, 2014, Gebiedsprofiel Ruimtelijke Kwaliteit Gouwe Wiericke Provincie Zuid-Holland, 2014, Gebiedsprofiel Ruimtelijke Kwaliteit Wijk en Wouden
77
Uit: Bijlage Ruimtelijke Kwaliteit bij Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland - GEWIJZIGD ONTWERP | GS 22 januari 2019, p.306 – 307 (pdf-versie); selectie van teksten m.b.t. provinciale wegen Naast onderstaande tekst bevat de Bijlage Ruimtelijke Kwaliteit een uitgebreid palet aan richtpunten gericht op de specifieke landschappen en landschappelijke opgaven in het studiegebied van programma Beter Bereikbaar Gouwe. Deze zijn hier te vinden: https://www.zuidholland.nl/actueel/omgevingsbeleid/ > [Omgevingsvisie (pdf)] Provinciale wegen De samenhang tussen weg(ontwerp) en landschap is bij een provinciale weg groter dan bij een rijksweg. Veelal zijn deze wegen ontstaan door opwaardering van oude infrastructuurlijnen. Bij het ontwerp van de weg moet gezorgd worden voor een balans tussen eisen vanuit verkeerstechniek, verkeersveiligheid, inpassing en vormgeving. Een integrale benaderingswijze van de infrastructuurprojecten is nodig om tot de best mogelijke oplossingen (binnen het beschikbare budget) te komen voor
nu en later. Het gaat hierbij om een logische en functionele ligging van de weg vanuit de weggebruiker, maar ook om de belevings- en gebruikswaarden van de omgeving daaromheen. Een goede inpassing van (nieuwe) infrastructuur is belangrijk. Bij bestaande wegen kunnen inpassingsmaatregelen overwogen worden, bij voorkeur in combinatie met groot onderhoud. Per project en weg zal steeds maatwerk geleverd moeten worden om tot een goede inpassing te komen. Belangrijk daarbij is het vroegtijdig meenemen van ruimtelijke kwaliteit in het ontwerpproces en ruimtelijke kwaliteit als afwegingscriterium meenemen bij de beoordeling van inschrijvingen van projecten door aannemers. Daarbij spelen omgeving, landschap, barrièrewerking en de hoge verstedelijkingsgraad van ZuidHolland een grote rol. Richtpunten infrastructuur: Nieuwe infrastructuur wordt aangelegd als een logische verbinding van A naar B die ook na langere tijd nog begrijpbaar is. Bij nieuwe provinciale wegen beweegt de weg waar mogelijk mee met de hoofdrichting van het landschap.
Karakteristiek BBG-studiegebied: vier gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit
Nieuwe of aan te passen infrastructuur wordt altijd beschouwd als een integrale gebiedsopgave inclusief inpassingsvraagstukken. Hieronder wordt naast ligging in het landschap ook verstaan; zorgvuldig omgaan met doorlopende landschappelijke structuren, logische oplossingen voor doorgaande ecologische en recreatieve verbindingen en behoud van gebruiks- en belevingswaarde van het omliggend gebied en logische verbinding met aansluitende infrastructuur.
De vier gebiedsprofielen De ruimtelijke kwaliteitskaart is samen met gemeenten uitgewerkt in gebiedsprofielen. Het studiegebied van deze ruimtelijke verkenning voor Beter Bereikbaar Gouwe raakt aan vier verschillende gebiedsprofielen met elk karakteristieke landschappen en structuren. In elk gebiedsprofiel is een ‘kwaliteitsbeeld’ opgenomen (Figuur 30) waarin de legenda het verhaal van het gebiedsprofiel structureert. Hieronder geven we zeer beknopte samenvattingen van de gebiedsprofielen.
Een visuele relatie tussen weg en omgeving is gewenst. Waar wegen landschappelijke hoofdstructuren kruisen, dient de landschappelijke lijn als afzonderlijke structuur zichtbaar en herkenbaar te blijven. Deze ‘contactpunten’ (bijvoorbeeld tunnels, viaducten, aquaducten) worden met zorg ontworpen en komen terug in de beeldkwaliteitsparagraaf.
Greenport Boskoop Het gebiedsprofiel van Greenport Boskoop besteedt veel aandacht aan de historisch ontwikkeling van het gebied en hoe daaruit de waterstructuur, gebiedsstructuur, verkaveling en ruimtelijke elementen met specifieke waarde uit voort zijn gekomen. Relatief veel aandacht is er ook voor de kwaliteit van de overgangen en randen tussen het sierteeltgebied en de andere landschappen. Er is nadrukkelijk aandacht voor toekomstige opgaven zoals de positie en toekomst van PCT/ITC-terrein en het zoekgebied van een Noord-Zuid-
Buiten het stedelijk gebied worden rijks- en provinciale -wegen niet als verstedelijkingsas benut. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen die een relatie met de weg hebben concentreren zich bij de op –en afritten van de weg. 79
verbinding tussen de N455 en de N11 welke onderdeel is van de denkrichtingen voor BBG. In het unieke veengebied van Boskoop wordt het landschapsbeeld al van oudsher door boomkwekerijen bepaald. De slagenverkaveling met een half open karakter is kenmerkend voor deze veenontginning. De Greenportregio staat aan de vooravond van een grote herstructureringsopgave. De schaalvergroting speelt hierin een grote rol, maar met behoud van de identiteit. De kwaliteitsambities voor dit gebied zijn: 1. Rendabele bedrijfsvoering voor de sierteelt met respect voor de gebiedseigen karakteristieken. 2. Bewaren van het karakteristieke verkavelingspatroon, waterstructuur, houtakkers en kades en dijken. 3. Behoud van het veenlandschap door het afremmen van de bodemdaling. 4. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen het half open landschap van de sierteelt enerzijds en het omliggende open veenweidelandschap anderzijds. Wijk en Wouden Het van west naar oost lopende gebiedsprofiel Wijk en Wouden omvat een drietal type landschappen vanaf de
Oude Rijn naar het zuiden: de Oude Rijnzone, het veenweidelandschap en de overgang naar de droogmakerijen. Het gebied is onderdeel van het Groene Hart. Het gebiedsprofiel richt zich op vier ambities: 1. Versterken van de randen van het gebied, en de mate van kwaliteit en diversiteit binnen die randen, en het behouden en versterken van het herkenbare open middengebied van de polders, met relaties met de landschappen buiten Wijk en Wouden. 2. Behouden van het karakteristieke ‘Oud Hollandse’ landschap van de veenpolders, het versterken van de randen en de lange lijnen en verkavelingspatronen in de droogmakerijen, en het herkenbaar en beleefbaar maken van de overgang tussen het veenweide en de droogmakerijen. 3. Het behouden en versterken van de grote mate van diversiteit tussen de verschillende bebouwingslinten. 4. Versterken van de recreatieve mogelijkheden, en met name de mogelijkheden om dit landschap vanaf het water te beleven. Hier kunnen verbindingen worden gemaakt tussen de polders en de Oude Rijn, tussen stad en land, en tussen strandwallen en polders. Het vergroten van de recreatieve mogelijkheden van het gebied moet gebeuren in evenwicht met de ecologische draagkracht ter plaatse en met behoud van de rust en stilte in het gebied.
Figuur 30 - Ambitiebeelden uit de vier gebiedsprofielen voor het studiegebied van deze verkenning
81
Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas Dit gebiedsprofiel richt zich op het benoemen van verschillende lagen die drager kunnen zijn voor ruimtelijke kwaliteit terwijl het gebied de komende jaren ruimtelijke veranderingen zal ondergaan. Het doel van het gebiedsprofiel is richting te geven aan die ontwikkelingen zodanig dat zij bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de streek. De kwaliteiten van het gebied zijn evident maar vaak verdrukt in de verrommeling. De hoofdambitie is dan ook de herkenbaarheid van de gebiedsidentiteit terug te brengen. Identiteitsdragers zijn: 1. Ringvaart met dorpen als typologie voor ruimtelijke ontwikkeling 2. Rottewig en Bentwoud als ruggengraat voor het gebied 3. De kwaliteit van rivieren en bovenland (Hollandsche IJssel en Gouwe) te behouden en waar mogelijk en waar aanleiding is, middels paden, beter beleefbaar te maken. 4. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied is de verkavelingsstructuur als uitgangspunt 5. Een nieuw snelweglandschap waar op de plekken waar bedrijventerreinen aan de snelweg liggen, nieuwe dynamiek gestimuleerd wordt zodat een duidelijk contrast ontstaat tussen de hoog dynamische snelwegomgeving en haar landschappelijke context. Uitgangspunt daarbij is concentratie van bedrijventerreinen rondom knooppunten.
6. De ‘vertelkracht’ van parels met een bijzondere functie (gemaal, uitkijktoren, skiberg, molenviergang etc.) en kenmerkende uitstraling versterken en verankeren in het gebied. Gouwe Wiericke Belangrijk is dat Gouwe Wiericke deel uitmaakt van het grotere geheel van het Groene Hart. Vervolgens vormen de polders binnen Gouwe Wiericke een palet met vele nuances. Lange lijnen met een oostwest-oriëntatie doorkruisen het gebied: de rivieren, de A12, N11 en de spoorlijnen. De linten, waaraan de verschillende polders ‘hangen’, zijn de structuurdragers van het gebied. Gouwe Wiericke wordt dooraderd door boezemwater en de waterpatronen van de polders met daartussen de opstrekkende verkaveling. De ambities van het gebiedsprofiel richten zich op: 1. het behouden van de grote openheid en uitgestrektheid van het veenweidelandschap van Gouwe Wiericke, het versterken van de samenhang met de andere gebieden van het Groene Hart, en het behoud van de polders, met de daarbij horende verkavelings- en waterpatronen, als dominante ruimtelijke eenheden, 2. het behouden van de nuances tussen de polders en de beleefbaarheid van de verschillende stadia van veenontwikkeling,
3. het behoud van de gevarieerde opbouw van de bebouwing langs de Oude Rijn en de panorama’s vanaf de A12, N11 en de spoorlijnen, 4. het behouden en versterken van de grote mate van diversiteit tussen de verschillende bebouwingslinten, 5. versterken van de recreatieve mogelijkheden, met name voor de landschapsbeleving zowel vanaf het water als vanaf het land.
83
Gebiedsspecifiek beeld van ruimtelijk kwaliteit
Ruimtelijke kwaliteit voor BBG: Beleid
De provinciale kwaliteitskaart (Figuur 29) is samen met gemeenten uitgewerkt in gebiedsprofielen die verderop in dit hoofdstuk kort zijn samengevat. Op basis van de vier gebiedsprofielen en het provinciaal omgevingsbeleid ontwikkelen we in deze verkenning een set van twee referentiebeelden voor ruimtelijke kwaliteit voor Beter Bereikbaar Gouwe: - Kaart 1 - Ruimtelijke kwaliteit: Beleid (Figuur 31) - Kaart 2 – Ruimtelijke kwaliteit: Structuren en bouwstenen (Figuur 32)