CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 16 EINDRAPPORTAGE-BBG-Verkenning Ruimte en Economie

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Maatregelenpakket Beter Bereikbaar Gouwe19.783 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNING RUIMTELIJK-ECONOMISCHE OPGAVEN voor het programma Beter Bereikbaar Gouwe Eindrapportage

1

COLOFON Versie 1.4 – Definitief concept 27 mei 2020 Provincie Zuid-Holland Francisco Colombo, Jeroen van Schaick Begeleidingsgroep Sacha Altena, Wouter Edzes, Sylvia Stadt, Linneke van Heemskerck Duker, Petra de Jong (provincie Zuid-Holland) Paul Manders, Karsten Schipperheijn, Marijke Wassens, Robert Jan Aartsen (Movares-P2) Deze verkenning is tot stand gekomen met input van gemeentelijke vertegenwoordigers van de kernpartners op 1 oktober 2019 en 12 maart 2020.

HET GEBIED IS EEN ONTMOETINGSPUNT VAN CORRIDORS … 1. Het gebied omsloten door N11, A4 en A12 is een ontmoetingspunt van nationale en internationale corridors. De economische kansen en ruimtelijke druk die hieruit ontstaat is de basis voor de lokale knelpunten én voor de economische kansen die we nu in het gebied zien.

MANAGEMENTSAMENVATTING Waarom deze ruimtelijk-economische verkenning? – Gedurende het trechteringsproces voor een maatregelenpakket Beter Bereikbaar Gouwe (B.B.G.) ontstond eind 2019 behoefte om de gebiedsvisie uit de 1e fase van B.B.G. aan te scherpen. Daarmee kunnen we scherper invulling geven aan de B.B.G.-doelstelling om de economie te versterken. Ook de provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit adviseerde om de bestaande gebiedsvisie te verdiepen.

… MET DRIE VERSCHILLENDE GEBIEDSOPGAVEN … 2. We zien binnen het gebied drie verschillende gebiedsopgaven: a. Ten westen van de Gouwe zien we een relatief hoog dynamisch gebied dat tegen bereikbaarheidsproblemen aan loopt. Er is hier ruimtelijk al veel veranderd en het gebied gaat zich verder ontwikkelen. De Gouwe (zelf onderdeel van een bovenregionale goederencorridor) is een barrière om dit hoog-dynamische gebied via de huidige N207 goed aan te sluiten op het economisch systeem ten noorden en ten zuiden van het gebied. b. Ten oosten van de Gouwe zien we, ruimtelijk-economisch gezien, een relatief laag-dynamisch gebied waarbij de economische functies relatief goed zijn ontsloten met interne infrastructuur en de huidige N207. OostWestverbindingen en toegang tot A12 blijven aandachtspunten. c. Rondom de Gouwe – van Oude Rijnzone tot in Rotterdam – ligt een bundel van infrastructuur (water, rail, weg, fiets) waaromheen stedelijke functies, én economische functies, waaronder Greenport zich clusteren. Lokaal mist een fijnmaziger net van oost-west verbindingen om deze

Wat hebben we daarvoor gedaan – De BAG heeft het ontwerpteam van de provincie Zuid-Holland gevraagd een verdiepende ruimtelijke verkenning uit te voeren. Daarvoor zijn een ruimtelijk-economische opgavenkaart en ruimtelijke kwaliteitenkaarten gemaakt. Vervolgens is geïdentificeerd wat de kern van de (toekomstige) infrastructuuropgave voor het gebied is. Hiervan kan het programma Beter Bereikbaar Gouwe gebruik van maken. Het ontwerpteam functioneert in die zin als adviseur voor BBG. Wat komt daar uit – Naast de knelpuntenaanpak - die sowieso van groot belang is in de B.B.G. - hebben we gekeken naar ruimtelijke trends, kansen en ambities die er in het gebied bestaan. Uit die verkenning is een toekomstbeeld samengesteld. Dat beeld bestaat uit vijf denkstappen:

3

bundel optimaal te laten functioneren en leefbaarheidsknelpunten op te kunnen lossen. … DIE VRAGEN OM ZOWEL EEN GOEDE N-Z ONTSLUITING ALS EEN GOEDE O-W ONTSLUITING. 3. Hieruit volgt dat om de ruimtelijk-economische ambities waar te maken – ook na realisatie van de N207-Zuid - er voor het bovenregionaal functioneren een goede verbinding tussen N11 en N455 ontbreekt. En dat er voor het beter lokaal functioneren een nieuwe, alternatieve oost-west route over de Gouwe ontbreekt. DAARVOOR BESTAAN DIVERSE OPTIES … 4. Voor zowel Noord-Zuid-verbinding als voor Oost-Westverbinding zijn er verschillende ruimtelijke oplossingsrichtingen in beeld (zonder nu al exacte tracés te kiezen). Fase 2 van BBG bestaat daarbij uit twee stappen. We werken van grof naar fijn. Aan het einde van stap 1 nemen beslissers een besluit op hoofdlijnen voor een samenhangend pakket. In stap 2 worden schetsontwerpen gemaakt en tracés ingetekend. Het is van belang om aan die werkwijze vast te houden en niet te vroeg definitieve tracés vast te stellen. Zo ontstaat meer ruimte voor discussie, wensen en bedenkingen. De ruwe oplossingsrichtingen zijn o.b.v. de ruimtelijke verkenning: a. Noord-Zuid i. Realisatie van nieuwe infrastructuur binnen bestaande bundel tussen PCT/ITC en langs de Gouwe

ii. Nieuwe of verbeterde infrastructuur in/rondom Hazerswoude (west, oost of door Hazerswoude-Dorp). iii. Vanaf Zoetermeer richting N11/A4 (niet onderzocht in BBG, maar in N206-N209) iv. Aanvullend op bovenstaande: verbinding N11-A12 bij Bodegraven (Bodegravenboog) b. Oost-West i. Nieuwe oeververbinding aan noordkant van sierteeltgebied (i.c.m. een Noord-Zuid-verbinding vanaf N455) ii. Nieuwe brug in Boskoop iii. Een Noord-Zuid-verbinding tussen N455 en N11 i.c.m. betere benutting van het N11-aquaduct … WAARBIJ NIEUWE INFRASTRUCTUUR OOK KAN BIJDRAGEN AAN RUIMTELIJKE KWALITEIT 5. Bij alle opties wijzen we naast de beoordeling van het effect van nieuwe infrastructuur op ruimtelijke kwaliteit op de mogelijkheden om met nieuwe infrastructuur ruimtelijke kwaliteit in het gebied te vergroten. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie, samen met gemeenten uitgewerkt in gebiedsprofielen, is naast bescherming juist óók gericht op het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit via een integrale gebiedsaanpak. Dan zijn twee type maatregelen mogelijk: a. Beleidsmaatregelen zoals compenseren van waarden op een andere plek b. Architectonische maatregelen, d.w.z. het goed ontwerpen c.q. aanpassen van het gebied en zorgvuldig inpassen van nieuwe infrastructuur

Inhoud 1. Inleiding ....................................................................................................... 9 Programma Beter Bereikbaar Gouwe........................................................................................................................................ 10 Aanleiding voor deze verkenning .............................................................................................................................................. 10 Hoofdboodschap ruimtelijk-economische verkenning ............................................................................................................... 11 Context: Afweging van maatregelen binnen trechteringsproces BBG ........................................................................................ 13 Opdracht voor deze verkenning ................................................................................................................................................ 15 Uitwerking: opgavenkaart en ruimtelijke kwaliteit .................................................................................................................... 16 Context en historie van Beter Bereikbaar Gouwe ......................................................................................................................

17 Bouwstenen voor een robuuste keuze ...................................................................................................................................... 17

2. Beter Bereikbaar Gouwe - terugblik op ontstaan van de opgave ............. 20 Gebiedsafbakening ................................................................................................................................................................... 20 Doorstart van bovenregionale strategie .................................................................................................................................... 23 Ontwikkelingen sinds 2005 ....................................................................................................................................................... 25 Voormalig vierluik van beleid en strategie ................................................................................................................................ 26 De N207-corridor als planconcept ............................................................................................................................................. 28 Ambitie binnen Gebiedsvisie Beter Bereikbaar Gouwe.............................................................................................................. 31 Meer dynamiek ten westen van de Gouwe ............................................................................................................................... 33 5

Nieuwe ruimtelijke opgaven ..................................................................................................................................................... 33 Energietransitie .................................................................................................................................................................... 34 Klimaatverandering, bodemdaling en veen ........................................................................................................................... 34 Klimaatadaptatie .................................................................................................................................................................. 34

3. Ruimtelijke dynamiek rondom en in het studiegebied van Beter Bereikbaar Gouwe: update planconcept N207-corridor .............................................................................. 35 Ruimte en infrastructuur .......................................................................................................................................................... 36 Bovenregionale dynamiek......................................................................................................................................................... 38 Regionale dynamiek.................................................................................................................................................................. 40 Dynamiek op de as Alphen-Gouda ........................................................................................................................................ 40 Dynamiek in het tussengebied .............................................................................................................................................. 41 Greenport Boskoop...............................................................................................................................................................

42 Lokale ruimtelijke ontwikkelingen............................................................................................................................................. 46 Bevindingen.............................................................................................................................................................................. 48

4. Drie zones, één gebied: Ruimtelijk-economische opgaven ....................... 50 Integrale ruimtelijk-economische opgavenkaart ....................................................................................................................... 50 Opgaven voor ‘Westzone’ ......................................................................................................................................................... 55 Opgaven voor ‘Oostzone’.......................................................................................................................................................... 58 Opgaven voor de ‘Gouwe-zone’ ................................................................................................................................................ 60 Conclusie: Twee hoofdopgaven voor infrastructuur .................................................................................................................. 63

5. Een heldere opdracht voor BBG: twee hoofdopgaven infrastructuur ...... 65 De rol van infrastructuurmaatregelen ....................................................................................................................................... 66 Twee infrastructurele hoofdopgaven op basis van ruimtelijk-economische verkenning ......................................................... 66 Eerst oplossingsrichtingen, dán pas tracés ................................................................................................................................ 67 Oplossingsrichtingen noord-zuid-opgave .................................................................................................................................. 67 Oplossingsrichting I – Bundeling van infrastructuur ............................................................................................................... 67 Oplossingsrichting II – Rondom Hazerswoude ....................................................................................................................... 68 Oplossingsrichting III – In verlengde van N209-Zuid...............................................................................................................

68 Oplossingsrichting IV – N11-A12-verbinding .......................................................................................................................... 68 Optimalisatie bestaande infrastructuur ................................................................................................................................. 68 Oplossingsrichtingen oost-west-opgave .................................................................................................................................... 69 Oplossingsrichting I. Nieuwe oeververbinding Noord ............................................................................................................ 69 Oplossingsrichting II. Nieuwe brug in Boskoop ...................................................................................................................... 69 Oplossingsrichting III. Via N11-aquaduct met nieuwe N-Z-verbinding .................................................................................... 69 Optimalisatie bestaande infrastructuur ................................................................................................................................. 69

6. Ruimtelijke kwaliteiten ............................................................................. 73 Bouwstenen voor keuzes .......................................................................................................................................................... 74 Ruimtelijke kwaliteit in het provinciaal omgevingsbeleid ......................................................................................................... 74 Ontwikkelingsgericht provinciaal omgevingsbeleid: ruimtelijke kwaliteit .................................................................................. 75 Inpassen en beschermen ...................................................................................................................................................... 75 Aanpassen en versterken ...................................................................................................................................................... 75 Transformeren en verbeteren ............................................................................................................................................... 76 7

Compenseren en uitruilen..................................................................................................................................................... 76 Richtpunten ruimtelijke kwaliteit in Provinciale Omgevingsbeleid ............................................................................................. 77 Karakteristiek BBG-studiegebied: vier gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit ............................................................................ 79 De vier gebiedsprofielen ....................................................................................................................................................... 79 Gebiedsspecifiek beeld van ruimtelijk kwaliteit ......................................................................................................................... 84 Ruimtelijke kwaliteit voor BBG: Beleid .................................................................................................................................. 84 Beschermingscategorie 1 ...................................................................................................................................................... 86 Beschermingscategorie 2 ......................................................................................................................................................

86 Gebiedsoverschrijdende kwaliteiten ...................................................................................................................................... 88 Ruimtelijke kwaliteit voor BBG: structuren en bouwstenen ................................................................................................... 90

7. Bouwstenen voor ruimtelijke argumentatie bij oplossingsrichtingen ...... 93 De zevensprong van Verdaas .................................................................................................................................................... 93 Argumenten op drie schaalniveaus ........................................................................................................................................... 94 Aanscherping van criteria bij effectbeoordeling t.a.v. ruimte en economie ............................................................................... 97 Algemene aanbevelingen vanuit ruimtelijk perspectief ........................................................................................................... 100

Lijst van figuren ............................................................................................. 103

1.

Inleiding

In dit hoofdstuk laten we zien hoe de ruimtelijk-economische doelstelling voor het programma Beter Bereikbare Gouwe samenhangt met mogelijke infrastructuur-maatregelen. We lichten toe hoe een recent advies van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit en signalen over de ruimtelijk-economische argumentatie in het trechteringsproces naar een maatregelenpakket binnen Beter Bereikbaar Gouwe noodzaakte tot een verdiepende ruimtelijke verkenning. Deze rapportage is het resultaat van deze verkenning.

Figuur 1 - In deze verkenning geven we een aanscherping van het waarom, hoe en wat van het programma Beter Bereikbaar Gouwe. De opgavenkaart en de kwaliteitenkaarten slaan een nieuwe brug tussen het ‘waarom’ en het ‘hoe’ van BBG.

9

Programma Beter Bereikbaar Gouwe Het Programma Beter Bereikbaar Gouwe heeft als doel om de regionale economie en de concurrentiekracht van de regio te versterken. Ook willen de partners de leefkwaliteit in steden, dorpen en het buitengebied verbeteren. Specifiek gaat het bij dat laatste om het oplossen van knelpunten voor leefbaarheid rondom de bruggen over de Gouwe en in Hazerswoude. Om daaraan te werken ontwikkelt de provincie Zuid-Holland in nauwe samenwerking met partners een integrale strategie voor het gebied waarin opgaven in samenhang worden aangepakt en problemen structureel worden opgelost. Daarbinnen ontwikkelen de partners van het programma Beter Bereikbaar Gouwe een pakket aan infrastructuurmaatregelen die eraan bijdragen de doelen te bereiken. De voorliggende verkenning richt zich met name op ‘hoe’ een integrale benaderingswijze meerwaarde oplevert voor het bepalen van de eerder gestelde doelen over economie en leefbaarheid (zie Figuur 1).

Aanleiding voor deze verkenning Eind 2019 is de opdracht voor de voorliggende ruimtelijkeconomische verkenning geformuleerd. De aanleiding is tweeledig, Enerzijds ontstond binnen het trechteringsproces naar een maatregelenpakket voor het programma Beter Bereikbaar Gouwe behoefte aan aanscherping van de beoordeling van ruimtelijk-economische criteria per maatregel. Anderzijds gaf de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke

Kwaliteit een signaal af om vanuit ruimtelijk perspectief een bredere, gebiedsgerichte blik op de opgave te ontwikkelen. Uit deze twee behoeften volgt de opdracht. Aan het einde van Fase1 van het programma BBG is de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) om een advies gevraagd voor het trechteringsproces in de tweede fase. De kernpartners van BBG hebben in Fase 2 het advies omarmt. Deze verkenning probeert daarom ook antwoord te geven op dit advies. De hoofdlijnen van het advies zijn: 1. Schrap een nieuwe oostelijke verbinding, uitbreiding en opwaardering van de oostelijke ring lijkt eerder een nieuw leefbaarheidsprobleem te geven. 2. Reduceer de uitkomsten van de verkenning tot een heldere opdracht, hanteer vier opgaven die voorlopig betrekkelijk onafhankelijk van elkaar kunnen worden opgepakt. 3. Hanteer eerst een fase van verkenning, de alternatieven, de voorkeursoplossing en de ontwerpopgave zijn nu aan bod en moeten breed bezien worden. De PARK verwijst hierbij naar de fasering van de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit bij Infrastructurele Werken, die hieronder is weergegeven. 4. Zet in op een structurele oplossing, denk vanuit een beeld en koers voor de langere termijn.

5. Vul de Gebiedsvisie aan, er mist een meer integrale aanpak alsook duiding van de betekenis van de gekozen koers voor de na te streven mobiliteit. 6. Voeg waarde toe, denk vanuit de waarde die de nieuwe infrastructuur kan hebben voor de ontwikkeling, gebruik en beleving van het gebied. 7. Durf te ontwerpen, zowel bij de keuze van het tracé als het vormgeven van routes middels een nieuwe inrichting. 8. Breng cruciale details in beeld, belangrijke aspecten als dwarsprofielen en aansluitingen en locaties ‘waar het knelt’ moeten nu worden weergegeven en verbeeld.

Stap 2 – Bovenregionale positionering van de opgave: naast lokale knelpunten laten we zien dat maatregelen binnen B.B.G. werken op regionale en bovenregionale schaal. Dit is zowel binnen het doelbereik als wat betreft de effecten buiten het doelbereik van het programma. Stap 3 – Typering ruimtelijke opgave in drie deelgebieden: We laten zien hoe in het werkingsgebied van Beter Bereikbaar Gouw de ruimtelijk-economische opgave verschilt ten westen van de Gouwe, rondom de Gouwe en ten oosten van de Gouwe. De verschillen in ruimtelijke dynamiek laten zien op welke wijze infrastructuur aansluit bij de karakteristieke dynamiek van de deelgebieden.

Hoofdboodschap ruimtelijk-economische verkenning

Stap 4 – Infrastructurele hoofdopgaven: Vanuit ruimtelijkeconomisch perspectief verhelderen we de infrastructuuropgave. De infrastructurele hoofdopgaven zijn, vanuit deze verkenning gezien, een verbeterde Noord-Zuidverbinding en een verbeterde Oost-West-verbinding in het gebied.

In deze verkenning geven we in vijf stappen ruimtelijke bouwstenen voor keuzes t.a.v. infrastructuuropgaven binnen het programma Beter Bereikbaar Gouwe: Stap 1 – De aanleiding en context van deze verkenning: deze verkenning werkt de ruimtelijk-economische visie uit Fase 1 verder uit om het trechteringsproces naar een maatregelenpakket voor B.B.G. te voeden met ruimtelijke argumenten. De verkenning geeft zo ook antwoord op advies van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit.

Stap 5 – Randvoorwaarden ruimtelijke kwaliteit – We laten in deze verkenning zien wat de gebiedsspecifieke bouwstenen zijn voor het beoordelen én het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit als integraal onderdeel van het programma Beter Bereikbaar Gouwe.

11

De nadere uitwerking van de gebiedsvisie maakt inzichtelijk dat het gebied vanuit het perspectief van drie schaalniveaus (lokaal, regionaal én bovenregionaal) vraagt om zowel een (nieuwe) Noord-Zuid-verbinding als een (nieuwe) Oost-Westverbinding. De huidige ruimtelijke-economische ontwikkelingen en trends in het gebied laten zien dat de Greenport zowel aan de oostkant van de Gouwe én de westkant door ontwikkelt en dat vraagt om een oost-west verbinding die niet dwars door dorpskernen loopt. Aan de westkant vraagt ook de uitbreiding van het ITC/PCT en de druk vanuit de A12-zone én bedrijvigheid rondom de Oude Rijn om een goed Noord-Zuid ontsluiting. Ook de komst van een flink aantal nieuwe woningen in het zuiden van het gebied en in Zoetermeer maken dit noodzakelijk: veel werkgelegenheid ligt ten noorden van het onderzoeksgebied. Doordat we nu – meer dan in de Gebiedsvisie in de 1e Fase van Beter Bereikbaar Gouwe - bovenregionale, regionale en lokale ontwikkelingen in samenhang bezien is het toekomstbeeld robuust voor de komende decennia. Voorbehoud is dat de (nog op te stellen) lokale visies nog niet zijn verwerkt en dat het beeld geen toekomstvisie met einddatum 2040 of verder is. Nieuwe ontwikkelingen als energietransitie, bodemdaling en circulaire economie geven we met dit toekomstbeeld nog

niet veel richting. Wel is het een logische vertaling van recente trends en ontwikkelingen, met de kanttekening dat dit vóór de corona-crisis is verkend. Voldoende robuust betekent dat dit toekomstbeeld verdedigbaar en geldig is voor het BBG-programma met scope en tijdshorizon 2030. Wij doen in deze verkenning de volgende acht aanbevelingen (zie slothoofdstuk voor nadere toelichting): A. Verschil maken: Durf onderscheid te maken tussen de economische opgave aan de westkant en de oostkant van de Gouwe en de huidige kwaliteit en robuustheid van daarbij passende regionale infrastructuur (Zie Opgavenkaart - Figuur 22). B. Bovenregionaal ‘leitbild’: Bezie de opgave van Beter Bereikbaar Gouwe op bovenregionaal niveau, voortbouwend op een geactualiseerd N207corridor-concept (Zie Figuur 15). C. Ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit: Weeg naast ‘aantasting’ van bestaande ruimtelijke kwaliteiten ook de ontwikkelpotentie voor ruimtelijke kwaliteit mee in de totstandkoming van en onderhandeling over het maatregelenpakket. D. Basisprincipes ruimtelijke kwaliteit: Bouw door op het provinciale ruimtelijke kwaliteitsbeleid. E. Twee infrastructurele hoofdopgaven: Reduceer op basis van de ruimtelijk-economische opgavenkaart de hoofdkeuzes voor BBG t.a.v. weg-maatregelen

tot twee hoofdkeuzes: structureel oplossen van de noord-zuid-opgave en structureel oplossen van de oost-west-opgave. F. No regret: Fietsverbindingen (snelfiets en bereikbaarheid stations) en recreatieve verbindingen (varen en fiets) zijn vanuit de opgavenkaart no regret-maatregelen waar sowieso voor gekozen kan worden. G. Eerst oplossingsrichting, dan pas tracés: Durf exacte tracékeuze uit te stellen tot de volgende fase; kies nu op hoofdlijnen voor oplossingsrichtingen passend bij de ruimtelijk-economische opgave die in de volgende fase uitgewerkt kunnen worden. H. Nieuwe opgaven en onzekerheid: Heb bij keuzes oog voor onzekerheden die op het gebied afkomen vanuit opgaven die nog geen ruimtelijk programma of toekomstbeeld voor ruimtelijke transformatie hebben.

Context: Afweging van trechteringsproces BBG

maatregelen

binnen

Binnen het programma Beter Bereikbare Gouwe (BBG) is de tweede fase gestart. In de eerste fase van het programma zijn mobiliteitsscenario’s ontwikkeld. Op basis van de mobiliteitsscenario’s zijn voor het gebied tussen Alphen en Waddinxveen/Gouda 26 maatregelen voor verkeer en vervoer per fiets en OV, water en weg geïdentificeerd. Deze zijn gedurende het proces met ideeën uit het gebied uitgebreid tot een verzameling van 40 mogelijke matregelen (Figuur 2 – www.beterbereikbaargouwe.nl/maatregelen ). De partners in de BBG beoordelen de maatregelen op basis van een afwegingskader dat in de eerste fase is vastgesteld.

13

De beoordeling van maatregelen naar ruimtelijke en economische criteria is een kwalitatieve beoordeling. De kernvraag is hoe we ervoor zorgen dat keuzes in het Programma Beter Bereikbaar Gouwe ook op lange termijn nog passen bij de ambities in het gebied én bij autonome ontwikkelingen waar we als overheden weinig of geen invloed op hebben. In Fase 2 is vanaf juni 2019 een Verkenningsfase gestart waarbij voorlopig de volgende planning wordt aangehouden: 0. Alle maatregelen eerst per maatregel kritisch worden beschouwd;

Figuur 2 - Deze kaart laat de 40 maatregelen zien die op dit moment onderdeel zijn van de afweging binnen het programma Beter Bereikbaar Gouwe. Deze verkenning liep gedurende het proces waarin een eerste set van 26 maatregelen werd uitgebreid naar 40 maatregelen.

1. De maatregelen zijn voorgelegd aan belangen- en bewonersvertegenwoordigers, met als doel elke maatregel te verrijken en nieuwe ideeën of alternatieven aan te reiken. De PARK adviseerde om niet alleen de getekende maatregelen te hanteren, maar ook alternatieve maatregelen in beeld te brengen. Tot begin januari 2020 hebben bestuurlijke- en gebiedspartijen gelegenheid gekregen om nieuwe maatregelen aan te reiken. Deze lijst met maatregelen ligt in BAG3 op 14 februari voor aan de bestuurders met een advies voor nadere uitwerking;

2. De ruimtelijk-economische criteria, die in Fase1 zijn vastgesteld, in diverse werkbijeenkomsten met vertegenwoordigers van kernpartners goed tegen het licht worden gehouden en geconcretiseerd in de periode tussen oktober 2019 en april 2020, aangevuld met actuele visietrajecten uit de omgeving en resulterend in een integrale gebiedsgerichte opgavenkaart.

Opdracht voor deze verkenning Formuleer ruimtelijke en economische randvoorwaarden in relatie tot de mogelijke infrastructurele maatregelen in het Gouwe gebied. Scherp de gebiedsvisie aan, laat zien hoe op gebiedsniveau met de BBG waarde toegevoegd kan worden en wat mogelijk structurele infrastructuuroplossingen zijn bij de ruimtelijk-economische opgaven. Verwerk de bevindingen in een aangescherpt afwegingskader binnen het programma Beter Bereikbaar Gouwe (BBG).

3. Stapsgewijs een keuzeproces wordt ingezet, zodat bestuurders met steeds meer inzicht dankzij inhoudelijke input en na herhaaldelijke consultatie met omgevingspartijen, kunnen komen tot een logisch samenhangend maatregelenpakket: een voorkeursbesluit.

Deze verkenning is gestart vóór de corona-crisis. De in de verkenning benoemde opgaven vloeien voort uit een trendmatige benadering van ontwikkelingen in het studiegebied. Van ca. 10-15 jaar terug is ongeveer tien jaar vooruit gekeken. Het vormt een uitwerking van de gebiedsvisie uit de eerste fase van Beter Bereikbaar Gouwe. De economische crisis als gevolg van corona brengt nieuwe onzekerheden mee voor de economische sectoren waar het gebied op drijft en de randvoorwaarden voor deze sectoren om door de crisis heen te komen en om optimaal en duurzaam te functioneren in de periode daarna. Vooral het lokaal, regionaal en bovenregionaal functioneren van de Greenport Boskoop in de toekomst kan grote impact hebben op wat gezamenlijke overheden als infrastructuuropgave voor het gebied zullen zien. In hoeverre dit de gebiedsvisie ter discussie stelt is een politieke keuze waar we in deze verkenning niet op voorsorteren.

4. Rond de zomer 2020 start de nadere planuitwerking van het samenhangend maatregelenpakket, zodat eind 2020 een gefundeerd uitvoeringsprogramma voorgesteld kan worden.

15

Uitwerking: opgavenkaart en ruimtelijke kwaliteit De hoofdvraagstelling van deze verkenning is welke ruimtelijk-economische opgaven het gebied vanuit de trendmatige ontwikkeling op middellange (2030) tot lange termijn (2040) kent; en wat dat mogelijk betekent voor de afwegingen die worden gemaakt rondom de infrastructuuropgaven waar Beter Bereikbaar Gouwe voor staat. De opdracht is erop gericht om de bouwstenen uit deze verkenning te gebruiken binnen het trechteringsproces van het BBG-programma dat in 2020 doorlopen wordt. Het is met name gericht op: - De aanscherping van de invulling van het beoordelingskader voor de onderzochte maatregelen in de tweede fase van Beter Bereikbaar Gouwe - Een bredere redeneerlijn op gebiedsniveau waarmee de gebiedsvisie uit fase 1 verder wordt aangescherpt - Het vanuit deze twee invalshoeken ontwikkelen van ruimtelijk-economische randvoorwaarden voor de keuzes binnen Beter Bereikbaar Gouwe We doen in deze verkenning geen uitspraken over keuzes op tracéniveau. We leveren met deze rapportage een redeneerlijn rondom oplossingsrichtingen voor infrastructuur

op basis van een schets van de ruimtelijk-economische opgaven waar dit gebied voor staat. We bieden daarmee beslisinformatie voor bestuurders welke een integrale, brede afweging van opgaven en belangen in het gebied vooronderstelt. De omarming, eind 2019, van het advies van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit door de Bestuurlijke Adviesgroep (BAG) vormt de bestuurlijke basis voor deze verkenning. In het studiegebied hebben we met de kernpartners van het programma Beter Bereikbaar Gouwe vanaf oktober 2020 een proces doorlopen. Het proces bestond uit: a. Twee workshops met kernpartners BBG: oktober 2019 (inventariseren ruimtelijke ontwikkelingen) en maart 2020 (toetsen bevindingen en verrijken argumentatie) b. Productarticulatie met het kernteam van Beter Bereikbare Gouwe en het ingenieursbureau dat adviseert over de tweede fase van BBG c. Verdiepende interviews met experts van gemeente Alphen aan den Rijn en Stichting Greenport Regio Boskoop om kennislacunes t.a.v. trends in de Greenport te vullen d. Verwerken informatie uit gemeentelijke toekomstbeelden e. Een ontwerpende-verkennende aanpak door een ontwerpteam van provinciale medewerkers

Context en historie van Beter Bereikbaar Gouwe

Deze dynamiek noodzaakt tot een herijking van het bovenregionale planconcept. We doen daarvoor in deze verkenning een eerste aanzet (Figuur 15). De uitdaging voor de N207-corridor is om te komen tot een toekomstbestendige ontwikkeling die recht doet aan de ontmoeting van drie bovenregionale systemen die elk de komende jaren in ontwikkeling zullen zijn: de opgave om de stedelijke economie en leefkwaliteit van de Zuidvleugel te versterken, de veenweide-opgave voor het Groene Hart en een robuuste en duurzame ontwikkeling van het logistiekindustrieel systeem waarbinnen ook de Greenports een rol spelen.

Voor een robuuste keuze binnen het BBG-programma is het van belang om met partners en belanghebbenden een gedeeld beeld te hebben van de achtergrond van het programma. Het programma Beter Bereikbaar Gouwe is een direct uitvloeisel van de keuze rond 2005 om op bovenregionaal niveau het planconcept N207-corridor te omarmen en als ruimtelijk-economische ‘leitbild’ voor ontwikkeling en infrastructuuropgaven te nemen. Het concept van deze corridor gaat dus niet in eerste instantie over het wegtracé van de N207, maar over de concentratie van economische functies rondom de bundel van infrastructuur van Schiphol tot Rotterdam via Alphen en Gouda, en dan met name daar waar het de oost-west assen van de N11 en de A12 ontmoet. Aan dit ‘leitbild’ is de afgelopen jaren hard gewerkt. Concrete projecten zoals de N207-Zuid geven al deels invulling aan het toen geschetste toekomstbeeld, evenals de economische strategie voor A12corridor, de Greenports-strategie en de ‘Groene Corridor’ langs Oude Rijnzone en Gouwe.

Bouwstenen voor een robuuste keuze Met deze verkenning rijken we als uitwerking van het bovenregionale ‘leitbild’ een viertal bouwstenen aan voor een robuustere keuze binnen het programma Beter Bereikbaar Gouwe: -

Ook woningbouwontwikkelingen versterken de komende jaren deze corridor. Tegelijkertijd komen er nieuwe en hernieuwde opgaven op het gebied af: circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie.

-

17

Een aangescherpte redeneerlijn over het waarom, hoe en wat van het programma Beter Bereikbaar Gouwe (Figuur 1); hierin kan onderscheid gemaakt worden tussen lokale, regionale en bovenregionale doelen. Een integrale opgavenkaart (Figuur 22) voor het studiegebied met oog voor bovenregionale, regionale én lokale dynamiek (trendvolgend); de

-

legenda structureert de opgaven waar de BBG een antwoord op geeft en verbindt infrastructuuropgaven aan de ruimtelijkeconomische opgaven (Figuur 23). Een opgavenkaart kan in het BBG-proces bij de belanghebbenden een gedeeld beeld scheppen van de opgaven waar het maatregelenpakket een antwoord opgeeft. Deze opgavenkaart vormt een aanscherping van de gebiedsvisie uit Fase 1 van de BBG en is de basis voor aanscherping van de infrastructurele opgaven in deze verkenningsfase. Twee kwaliteitenkaarten met een legenda waarmee wij faciliteren: (a) beoordeling van maatregelen op basis van provinciaal ruimtelijk beleid over ruimtelijke kwaliteit, (b) een breder, ontwikkelgericht gesprek over ruimtelijke kwaliteitsstrategieën om mee te nemen in de onderbouwing van en

-

onderhandelingen over het maatregelenpakket (Figuur 31 - Figuur 32). De bundeling van de ‘opdracht’ aan het BBGprogramma tot een tweetal hoofdkeuzes verbeeld in twee ‘opties-kaarten’ met oplossingsrichtingen bij deze hoofdkeuzes: verbeteren van de noordzuidverbinding tussen N455 en N11 en het verbeteren van de oost-westverbinding over de Gouwe (Figuur 28a en 28b).

Figuur 3 - Bovenregionale duiding gebiedsopgave. Het gebied ligt op de kruising van Zuidvleugel, Groene Hart en Industrieel-Logistiek systeem. Dit veroorzaakt een gebiedseigen kwaliteit en dynamiek. De Gouwe-N207-bundel vormt een markante scheidslijn én verbinding tussen de systemen.

19

2. Beter Bereikbaar Gouwe - terugblik op ontstaan van de opgave

In dit hoofdstuk laten we zien dat de opgaven en varianten waarop we in Beter Bereikbaar Gouwe studeren een lange voorgeschiedenis kennen. We bouwen met dit programma door op het planconcept van de N207-corridor. De onderliggende ruimtelijk-economische opgaven uit de periode 2005-2010 spelen deels nog steeds. Tegelijkertijd komen er nieuwe opgaven op het gebied af.

Gebiedsafbakening Deze ruimtelijk-economische verkenning richt zich op de trendmatige ontwikkeling van het gebied tussen A4, N11 en A12 (Figuur 4). De nadruk ligt daarbij op het gebied ten

oosten van Zoetermeer: een gebied dat continu verandert (Figuur 5). Deze verkenning positioneert dit studiegebied op bovenregionaal niveau als onderdeel van een gebied van Schiphol tot aan de haven van Rotterdam (Figuur 3). In Figuur 3 - Bovenregionale duiding gebiedsopgave. Het gebied ligt op de kruising van Zuidvleugel, Groene Hart en Industrieel-Logistiek systeem. Dit veroorzaakt een gebiedseigen kwaliteit en dynamiek. De Gouwe-N207-bundel vormt een markante scheidslijn én verbinding tussen de systemen. laten we zien dat het gebied ligt tussen tot het Groene Hart en Zuidvleugel. De centrale ligging in relatie tot grote steden in de Randstad en het Groene Hart met twee middelgrote steden (Alphen en Gouda) en veel dorpen. De kleine steden zijn goed bereikbaar zowel per auto als per OV. Deze locatie legt druk op het gebied en heeft de afgelopen decennia geleid tot veel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zie Figuur 5). En dit zet zich voorlopig ook door. Ten zuiden van Alphen ligt het gebied van Wijk en Wouden, een fijnmazig veengebied dat in tweeën wordt gedeeld door de logistieke as Alphen-Gouda met gevolgen voor de langzame en recreatieve routes. Een derde deel van het gebied ligt slechts deels in het Groene Hart en wordt gevormd door droogmakerijen, hierin ligt de

Zuidplaspolder waar al lange tijd naar gekeken wordt voor grootschalige ontwikkelingen. Het tweede beeld in Figuur 3 laat zien dat het gebied een enigszins perifeer gelegen onderdeel is van de logistieke as van Zuid Holland. Productie en handel vinden elkaar op deze strategische locatie tussen mondiale aanvoer- en exportstromen, regionale afzetmarkt in de Randstad en het achterland richting oostelijk en zuidelijk Nederland en Duitsland. De as Alphen-Gouda is met de Greenports en logistieke hubs rondom de A12 feitelijk onderdeel van het industrieel systeem en de logistieke as van Zuid Holland. De infrastructuur-as die de basis is voor deze positie wordt gevormd door de combinatie van vaarwater de Gouwe-IJsselOude Rijn, N207-N207 Zuid en R-net; Binnen het gebied: Greenportsierteelt, PCT terrein, Oostland-GlasParel, container terminal Alpherium. Ook Heineken (als onderdeel van de ‘Groene Corridor’) en Bleizo (als onderdeel van de A12-zone) maken onderdeel uit van dit systeem, ook al liggen zij aan de randen van het studiegebied van deze verkenning.

Figuur 4 - Het studiegebied van de ruimtelijk-economische verkenning: het gebied tussen A4, N11 en A12.

21

Figuur 5 - Nieuwbouw naar bouwjaar tot en met 2019

Doorstart van bovenregionale strategie Daaropvolgend is bestuurlijk gekozen voor een scherpere focus op de stapeling van mobiliteitsvraagstukken (varen, fiets, weg en OV) in de Programmatische Aanpak Gouwe. In deze fase is een globale, bovenregionale gebiedsvisie opgesteld in samenhang met scenario’s voor de aanpak van bereikbaarheidsopgaven (RHDHV i.o.v. provincie ZuidHolland en kernpartners).

Het programma Beter Bereikbaar Gouwe is het resultaat van een doorstart van bovenregionale gebiedsstudies voor de N207-corridor uit de periode 2005-2010. Het toenmalig Streekplan-Oost gaf een integrale, ontwikkelgerichte gebiedsvisie op dit gebied dat de overgang vormt tussen Zuidvleugel en Groene Hart. Na de crisis waarin integrale gebiedsprogramma’s deels tot uitvoer kwamen en deels strandden bleek de problematiek van een toekomstbestendige infrastructuur nog steeds op tafel te liggen.

Met de vaststelling van de visie en het afwegingskader voor maatregelen is de eerste fase afgerond. Het programma Beter Bereikbaar Gouwe geeft vorm aan de 2e fase van het proces en richt zich op de samenstelling van een maatregelenpakket voor infrastructuur tussen de N11 en de A12 rondom de Gouwe. Gelijktijdig is begin 2020 op initiatief van gemeenten een gezamenlijk proces gestart rondom de N206 en N209 tussen Zoetermeer en de A4-N11.

De eerste stap in deze doorstart was de gebiedsinventarisatie in 2016 onder de noemer ‘Lange Termijnverkenning Boskoop en omgeving’ (Posad i.o.v. provincie Zuid-Holland) (Figuur 6). In deze verkenning werden ruimtelijke ontwikkelingen in beeld gebracht in het studiegebied tussen N11, A4 en A12. In 2017 tekenen de provincie en gebiedspartners daarnaast de Intentieovereenkomst Groene Corridor.

23

Figuur 6 - Inventarisatie ruimtelijke ontwikkelingen in Lange Termijnverkenning Boskoop e.o. (2016). Deze kaart is inmiddels deels gedateerd.

Ontwikkelingen sinds 2005 In een samenhangende aanpak van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen is het gebied rondom de N207 in die context al langer onderwerp van studie. Planvorming voor de N207-corridor van de A4 bij Schiphol tot de A12 bij Gouda is al gaande sinds de vroege jaren 2000. Voor de periode na de VINEX-operatie (vanaf ca. 2005) is er in die tijd een nieuwe groeiambitie voor Zuid-Holland ontwikkeld (Figuur 7). Uitbreidingsplannen voor Waddinxveen, Gouda en Zuidplaspolder kwamen tot stand – en zijn inmiddels deels in uitvoering. Glastuinbouw en bedrijventerreinen werden gemoderniseerd. De provincie hanteert voor (glas)tuinbouw en sierteelt een concentratiestrategie voor teeltareaal. Onder invloed van modernisering en digitalisering werden en worden in lijn daarmee nieuwe terreinen voor glastuinbouw en (logistieke) bedrijvigheid rond de A12 ontwikkeld. Met Integrale Ruimtelijke Projecten zoals Zuidplaspolder en de Oude Rijnzone en de daarin gerelateerde Rijn-Gouwe-lijn zetten provincie en gemeenten een ontwikkelgerichte, integrale koers uit. Als onderdeel van deze strategie is

Figuur 7 - Inventarisatie ruimtelijke ontwikkelingen in corridorstudie N207 (2006)

25

daarnaast het Bentwoud aangelegd - hoewel in kleinere omvang dan gepland. Greenport Boskoop heeft roerige jaren meegemaakt met een groeispurt voor de crisis uitbrak in 2007 – waaruit de groei van het PCT-ITC-terrein is voortgekomen (Pot- en Containerteelt Terrein - International Trade Centre). Tijdens de crisis had de Greenport het moeilijk en werd met name aan de oostkant van de Gouwe gezicht naar alternatieve ontwikkelpaden met een grotere rol voor verbreding van de bedrijfsvoering en recreatie. Sinds het eind van de economische crisis rond 2015 zit de sector weer in de lift en zet het proces van opschaling (minder, maar grotere teelt- en handelsbedrijven) en modernisering door. Met de corona-crisis van 2020 krijgt de sector weer zware klappen.

Voormalig vierluik van beleid en strategie Het ruimtelijk-economische toekomstbeeld voor dit gebied is dus ca. 15-20 jaar oud. De zoektocht naar het bijbehorende infrastructuurnetwerk van wegen en openbaar vervoer is net zo oud met de Corridorstudie N207 als basis. Het toenmalige toekomstbeeld bestond uit strategie, beleid en maatregelenpakket voor infrastructuur (Figuur 8).

Figuur 8 - Van links naar rechts: strategiekaart streekplan-Oost (2006), Functiekaart streekplan-Oost (2006), maatregelenpakket Corridorstudie N207 (2006), Landschappen in de studie de Mooi Zuid-Holland Route (2007)

27

De N207-corridor als planconcept Met Beter Bereikbaar Gouwe bouwen we door op het planconcept van de N207-corridor zoals ontwikkeld in de Corridorstudie N207. In deze corridorstudie is voor het eerst een breed scala aan scenario’s en (pakketten van) oplossingsrichtingen voor infrastructuur verkend (Figuur 9). Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen de N207-Noord (ten noorden van Alphen) en de N207-Zuid (tussen Alphen en Waddinxveen/Gouda).

Figuur 9 - Alternatieve oplossingsrichtingen voor opgaven langs de N207corridor uit de Corridorstudie N207 (2006)

Een deel van de scenario’s en oplossingsrichtingen zijn toen afgevoerd, zoals de A3 door het Groene Hart. Een deel van de maatregelen – uit verschillende ‘alternatieven’ (oplossingsrichtingen) komt in vervolgprojecten en – programma’s steeds opnieuw terug. Het gaat daarbij steeds om: 

Hoe N455 te verbinden aan de A12 c.q. de ‘Gouweknoop’ (het cluster aan ruimtelijke ontwikkelingen rondom de A12 op de gemeentegrens tussen Gouda, Waddinxveen en Zuidplas) Hoe de N455 toekomstbestendig wordt verbonden aan de N11, aansluitend bij de ruimtelijkeconomische dynamiek ten westen van de Gouwe van A12 tot N11 en met oog voor leefkwaliteit in kernen en landschappen. Er is de afgelopen jaren een tiental varianten bestudeerd (Figuur 11) Welk toekomstperspectief er is voor de ontwikkeling van landschapskwaliteit voor de leefomgeving van de steden, voor recreatie en in relatie tot wateropgaven; en hoe zich dat verhoudt tot infrastructuuropgaven

Wat de ontwikkelrichting is voor stedelijke ontwikkeling (woon- én werklocaties) en wat daarvoor aan infrastructuur nodig is op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau Wat het duurzaam toekomstperspectief is van de sierteelt, van de landbouw (op veen en in de droogmakerij) en van de tuinbouw in dit gebied; en wat daar aan infrastructuur voor nodig is

Na de oplevering van de N207-corridorstudie is daar nadrukkelijker bijgekomen: 

29

Hoe de barrière van de Gouwe voor oost-westverkeer wordt aangepakt i.r.t. optimaal functioneren van de Gouwe als vaarweg (‘groene corridor’; zie Figuur 10) en leefkwaliteit in woongebieden

Figuur 10 - Planconcept Groene Corridor

Figuur 12 - Lopende projecten N207-Zuid (2020) Figuur 11 - Er zijn sinds 2005 veel alternatieven bestudeerd voor het verbinden van de N455 en de N11 (eigen inventarisatie)

Als uitwerking van de Corridorstudie N207 is een eerste pakket van maatregelen voor de N207-Zuid (tussen N11 en A12) inmiddels in een vergevorderd stadium van planstudies: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/verkeervervoer/wegverkeer/alle-n-wegen/wegen/n207/n207zuid/planstudie-n207zuid/n207-zuid-fase-1

Ambitie binnen Gebiedsvisie Beter Bereikbaar Gouwe Startpunt voor deze verkenning is de gebiedsvisie zoals die is vastgesteld in de eerste fase van het programma Beter Bereikbaar Gouwe. In de gebiedsvisie staan drie kernwaarden centraal: 1. Sociaal en landelijk karakter 2. Economie en duurzaamheid 3. Landschap en recreatie.

Concrete lopende projecten zijn:  Onderhoud en veiligheid rondom de bestaande N207 langs de Gouwe: https://www.zuidholland.nl/onderwerpen/verkeervervoer/wegverkeer/alle-n-wegen/wegen/n207/n207zuid/n207-gouda-boskoop/  N207-Zuid met maatregelen bij Hazerswoude-Dorp, bij Waddinxveen en tussen Waddinxveen en Boskoop: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/verkeervervoer/wegverkeer/alle-n-wegen/wegen/n207/n207zuid/

Ambities Voor het studiegebied van de BBG hebben partners ambitie. De gebiedsvisie kan als volgt samengevat worden: - Aantrekkelijk leefmilieu op de rand van Groene Hart én Zuidvleugel - Versterken regionale economie en concurrentiekracht van de regio die o.a. in (stedelijke) kernen, aan de Oude Rijn, in de A12zone en Greenport Boskoop zit - Transitie naar een toekomstbestendige landbouw en aantrekkelijk landschap in het veengebied en de droogmakerijen; recreëren in een landschap met kwaliteit

De uitvoering van deze projecten is startpunt voor het Programma Beter Bereikbaar Gouwe.

31

-

Versterken en moderniseren Greenport Boskoop (circulair, duurzame logistiek, innovatieve bedrijfsvoering w.o. digitalisering) -

Knelpunten Naast deze ambitie voor middellange tot lange termijn kent het gebied knelpunten voor de korte tot middellange termijn. Hier beoogt het programma Beter Bereikbar Gouwe óók een antwoord op te geven. We kunnen deze knelpunten als volgt samenvatten uit de gebiedsvisie en andere onderzoeken: - Leefbaarheid op orde (milieu, veiligheid) - Bereikbaarheid voor huidige functies verbeteren (inwoners, tuinders, overige bedrijven) - Bovenregionale bereikbaarheid: doorgaand verkeer zoveel mogelijk via hoofdwegen afwikkelen - Oplossen van tegengestelde belangen botsen rondom de Gouwe: a. rondom hefbruggen: twee kruisende logistieke stromen bete rop elkaar afstemmen en bij voorkeur ontvlechten b. kwaliteit van het open landschap op orde houden

-

c. oplossingen zoeken om de spanning tussen hoog-dynamische bedrijvigheid en leefkwaliteit op te lossen Greenport Boskoop staat voor een uitdaging om zijn positie te behouden door gecombineerde opgaven van bodemdaling, waterkwaliteit, bereikbaarheid en veranderende markten Noodzakelijk onderhoud (vaar)wegen

Uit het samenspel van deze ambities en de knelpunten volgt de doelstelling – het ‘waarom’ - van het programma Beter Bereikbaar Gouwe. Waarom ‘Beter Bereikbaar Gouwe’ Met het programma Beter Bereikbaar Gouwe verbeteren we de bereikbaarheid en de leefbaarheid in het gebied; en daarmee de leefkwaliteit in steden en dorpen. Tegelijk versterken we de regionale economie in het gebied, waaronder de duurzame ontwikkeling van de Greenport Boskoop en versterking van handel en logistiek. Dit alles doen we op basis van een knelpuntenanalyse en een gebiedsvisie.

economisch zwaartepunt verschuift, ook in Greenport Boskoop naar het gebied ten westen van de Gouwe. Dit deel van het gebied wordt steeds nadrukkelijker onderdeel van de Zuidvleugel. Ten oosten van de Gouwe is en blijft veel meer sprake van een Groene Hart-identiteit.

Meer dynamiek ten westen van de Gouwe Al in 2005 werd duidelijk dat de meerjarige gebiedsstrategie voor het gebied tussen Zoetermeer, Alphen en Gouda; tussen A4, N11 en A12 onderscheid maakt in dynamiek in verschillende deelgebieden. Uit zowel de inventarisatie van plannen in 2006 en in 2016 als een analyse van feitelijke ruimtelijke ontwikkelingen leidt tot het beeld dat ten westen van de Gouwe de ruimtelijke dynamiek veel groter is dan ten oosten van de Gouwe. Er is sprake van een stapeling van opgaven. Het gaat daarbij om opgaven die al langer bekend zijn (ruimte voor wonen, economie en recreatie; samenhangende ontwikkeling van OV en verstedelijking), maar ook om nieuwe opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire en digitale economie, bodemdaling, duurzame land- en tuinbouw).

De N207-corridor raakt tegelijkertijd steeds meer ingebed in het bovenregionale, internationale systeem van industrie en logistiek. Gouda, Waddinxveen en Zuidplas lijken ruimtelijk gezien, met de huidige bouwplannen tot 2030, steeds verder aaneen te groeien tot een stedelijke agglomeratie met ruim 140.000 inwoners, de vierde stad van Zuid-Holland.

Nieuwe ruimtelijke opgaven Op het studiegebied van Beter Bereikbaar Gouwe komen ook nieuwe opgaven af. Voor een deel van de nieuwe opgaven is nog onduidelijk hoe dat uitpakt in de ruimte en welke ruimtelijke programma’s gaan of kunnen neerdalen in dit gebied. Keuzes in infrastructuur, landschapsontwikkeling en economische ontwikkeling zullen het raamwerk bieden om ook deze opgave ruimte te geven.

De ruimtelijke strategie uit 2005 heeft werkelijk geleid tot ruimtelijke ontwikkelingen rondom de A12 en in het middengebied tussen Alphen en Waddinxveen. We kunnen concluderen dat de N207-Zuid deels antwoorden biedt op deze ontwikkelingen en tegelijkertijd het gebied voor nieuwe uitdagingen stelt; nieuwe ontwikkelingen teweeg brengt. Het 33

In deze verkenning was beperkt ruimte om deze nieuwe ontwikkelrichtingen te verkennen. Voor Beter Bereikbaar Gouwe kan het wat betreft ruimtelijke kwaliteit betekenen dat er meekoppelkansen of concurrerende ruimteclaims ontstaan.

Energietransitie In 2020 zijn de concepten voor de regionale energiestrategieën (RES-sen) bekend. Het gaat in het studiegebied in ieder geval om de RES-sen voor HollandRijnland (Alphen a/d Rijn e.o.) en Midden-Holland (o.a. Gouda, Waddinxveen en Bodegraven-Reeuwijk) en in mindere mate die van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (m.b.t Zoetermeer). Bij het schrijven van deze rapportage waren alleen voor Holland-Rijnland nog voorlopige kaartbeelden bekend.

Klimaatverandering, bodemdaling en veen In het Klimaatakkoord voor Nederland is de CO2-reductie bij bodemdaling en veenoxidatie, evenals het gebruik van veenweidegebieden voor melkveehouderij een belangrijke opgave. Dit kan mogelijk tot nieuwe keuzes in peilbeheer en functioneel gebruik van veenweidegebieden leiden. Ontwerpend onderzoek uitgevoerd in opdracht van de drie adviseurs ruimtelijke kwaliteit van de drie Groene Hart provincies bracht verschillende scenario’s in beeld. Het is nog

niet duidelijk waartoe dat in het studiegebied van de BBG zou kunnen leiden.

Klimaatadaptatie Voor klimaatadaptatie zijn nog geen regionale uitwerkingen bekend met concrete ruimtelijke programma’s. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om aanleg van nieuwe waterbuffers, groenblauwe structuren in, door en vanuit stedelijk gebied (bijvoorbeeld doortrekken van de Rottestructuur als onderdeel van Landschapspark Zuidvleugel).

In dit hoofdstuk analyseren we de ruimtelijke dynamiek in het studiegebied verder. We laten zien hoe bovenregionale corridors ervoor zorgen dat er spanning ontstaat tussen belangen op lokaal en regionaal niveau. Deze spanning tussen bovenregionale, regionale en lokale economische systemen leidt direct tot de dilemma’s waar het programma Beter Bereikbare Gouwe oplossingen probeert te genereren: huidige economie faciliteren vs. toekomstige ontwikkelingen op gang brengen, oost-west-relaties in de Greenport Boskoop op lokaal niveau vs. noord-zuid-relaties van een economie die op bovenregionaal niveau functioneert. Het huidige wegennet sluit niet goed aan op de ruimtelijke en economische dynamiek. Dit leidt tot spanning op het regionale/provinciale wegennet en lokaal tot leefbaarheidsproblemen (o.a. luchtkwaliteit, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit).

3. Ruimtelijke dynamiek rondom en in het studiegebied van Beter Bereikbaar Gouwe: update planconcept N207corridor

35

Ruimte en infrastructuur In de Corridorstudie N207 speelden ruimtelijke ontwikkelingen (gebiedsontwikkeling) een belangrijke rol op twee manieren: - Om uitvoering haalbaar te maken en te versnellen - Om tot een integrale visie te komen voor het gebied In de Corridorstudie N207 (2006) is dat als volgt verwoord: “De studie naar de verkeersinfrastructuur hangt direct samen met de ruimtelijke structuur van het gebied en de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. De komende jaren worden binnen en buiten de corridor op vele plaatsen woningen en arbeidsplaatsen toegevoegd. In het modelonderzoek wordt in het referentiealternatief (alternatief 0, zie bijlage) uitgegaan van alle ruimtelijke ontwikkelingen op basis van bestaande planvorming. In een aanvullend ruimtelijk scenario is bovendien gekeken naar de effecten van extra ontwikkelingen (bijvoorbeeld een grootschalige ontwikkeling van de Gnephoek van Alphen aan den Rijn). In het zoeken naar gewenste toekomstige ontwikkelingen in de verkeersinfrastructuur kan het begrip ‘gebiedsontwikkeling’ op twee manieren een belangrijke rol spelen:

– Om uitvoering haalbaar te maken en te versnellen. Realisering van infrastructuur kan worden gezien als onderdeel van een integrale gebiedsontwikkeling. De verschillende functies in deze ontwikkeling, zoals wonen, werken, groen, water en infrastructuur kunnen integraal opgepakt worden. De functies kunnen elkaar versterken. Ook kan gebiedsontwikkeling andere financieringsmogelijkheden in beeld brengen. – Om tot een integrale visie te komen voor een gebied. De wenselijkheid van met name grotere verkeerskundige ingrepen hangt nauw samen met de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van een gebied. Het één staat niet los van het ander. Alleen binnen een integrale visie op de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied kunnen keuzes worden gemaakt in de gewenste ontwikkeling van de verkeersinfrastructuur.” Deze uitgangspunten zijn nog steeds geldig. Met deze verkenning verdiepen we met name de integrale visie en, in mindere mate, de mogelijkheden voor integrale ontwikkeling. Daar voegen we in deze verkenning nog een extra dimensie toe: de mogelijkheid om met infrastructuurinvesteringen ruimtelijke kwaliteit te versterken. Dit werken we uit in hoofdstuk 6.

In de gebiedsvisie uit de eerste fase BBG is de opgave nog slechts bovenregionaal op kaart geduid (Figuur 13). De meerwaarde van deze verkenning zit: a) in de meer gedetailleerdere uitwerking van de ruimtelijk-economische opgaven op regionaal en lokaal niveau waarmee we de ambities op drie schaalniveaus met elkaar verbinden,

b) de verbinding van de gebiedsvisie aan het gebiedsconcept van de N207-coriidor, c) het onderscheid in bovenregionaal, regionaal en lokaal schaalniveau en het ontwikkelen van argumenten voor infrastructuuropgaven bij deze schaalniveaus

Figuur 13 - Bovenregionale duiding gebiedsopgave uit de Gebiedsvisie 1e Fase BBG: tussen stad en Groene Hart, verbonden met regionale assen en ingebed in het logistieke systeem van Zuid-Holland.

37

Bovenregionale dynamiek Er zijn drie assen die ruimtelijke ontwikkelingen en economische activiteit op bovenregionaal niveau structureren (Figuur 14): een as langs de N11 en de Oude Rijn, een as langs de A12 en het spoor Den Haag-Utrecht en een as rondom de N207 en de Gouw en Hollandsche IJssel. Met name langs de A12 is sprake van een grote groei aan economische activiteit en verstedelijking. Vanaf de A12 ontstaat steeds grotere druk voor economische ontwikkeling (handel en logistiek) richting Boskoop en Alphen. Het gebied is ruimtelijk dus een knooppunt van drie economische corridors. Dit gebied zien als een dergelijk knooppunt is het ‘leitbild’ voor Beter Bereikbaar Gouwe op bovenregionale schaal (Figuur 15). In het gebied ontstaan ook veel initiatieven om duurzame energiewinning (wind en zon) te realiseren. Vanuit Greenport Boskoop is daarnaast sprake van opschaling, modernisering en, gedeeltelijk, lokale heroriëntatie en concentratie van handelsactiviteiten naar nieuwe infrastructuur en nieuwe knooppunten. De Greenport sluit daarmee aan op de bovenregionale dynamiek vanuit lokale kwaliteiten zoals bodem en economische cultuur en historie.

Figuur 14 Bovenregionale dynamiek: Oude Rijn zone, Groene cirkels/Heineken, containerterminals, Beter Bereikbaar Gouwe, N207 Zuid, Transitie Greenport Sierteelt, Glas Parel-Oostland, A12 corridor/ distributie en logistiek, Gouda bovenregionaal knooppunt. Deze bouwstenen vormen drie assen waarlangs ruimtelijke en economisch activiteiten zich organiseren.

Figuur 15 – Combinatie van de drie assen leidt tot het beeld dat het studiegebied van deze verkenning op bovenregionaal niveau een strategische knooppunt van productielocaties en logistieke locaties vormt. Dit knooppunt-concept is een eerste aanzet tot herijking van het bovenregionale leitbild voor de N207corridor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801926/1