CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verordening SD Waddinveen 2022 versie DEF

Besluitvormende raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen Samenredzaam 202226.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.5.14 Detacheringsbaan 1. 2.

3. 4.

[PW] Het college kan zorgen voor toeleiding van een inwoner die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever. Het doel hiervan is arbeidsinschakeling. De inwoner wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in twee schriftelijke overeenkomsten: één tussen de werkgever en de inlenende organisatie en één tussen de inwoner en de inlenende organisatie. De totale duur van een detachering bedraagt per werkgever/werknemer relatie maximaal 36 maanden. De detachering vindt plaats bij externe partijen.

3.5.15 Job coaching [PW]

17 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

Jobcoaching is tijdelijke of structurele ondersteuning op de werkplek door het bieden van persoonlijke begeleiding bij de uitvoering van taken die zijn opgedragen. 1. Het college verstrekt jobcoaching aan een inwoner die: a. behoort tot de doelgroep; b. een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft; c. zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten . 2. Er moet sprake zijn van een dienstverband van minimaal 6 maanden voor in ieder geval 12 uur per week, tenzij sprake is van een werkervaringsplaats of een proefplaatsing. 3. Toekenning is voor maximaal 2 jaar, met een optie tot verlenging van 1 jaar bij bijzondere omstandigheden. 4. De jobcoach moet gecertificeerd zijn. 5. Er kan sprake zijn van een interne- of een externe jobcoach. 5. De bovengrens van het tarief is het UWV-tarief. 3.5.16 Aanpassing werkplek / Vervoersvoorziening (Doelgroepers) 1.

2.

3.

4.

[PW] Het college kan een werkplekaanpassing bieden aan een werkgever die een inwoner uit de doelgroep met een arbeidsbeperking in dienst neemt. Hierbij geldt dat die aanpassing naar het oordeel van het college noodzakelijk is om aan het werk te komen dan wel te blijven. De regels hierbij zijn: a. Het gaat om een dienstverband van minimaal 6 maanden, 12 uur per week en 4 uur per dag; b. Meeneembare voorzieningen worden toegekend aan de werknemer; c. Niet meeneembare voorzieningen worden toegekend aan de werkgever; d. De investering moet opwegen tegen de kans op uitstroom; e. Er is sprake van een budgetplafond. Onder een inwoner (werknemer) met een arbeidsbeperking wordt volgens verordening Nr. 651/2014 van de Europese Unie verstaan: iemand die volgens het nationale recht als werknemer met een handicap is erkend of die een langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperking heeft die haar/hem in wisselwerking met diverse drempels kan beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving. De werkplekaanpassing wordt niet verstrekt aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat als gevolg van een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt.

Het college kan een vervoersvoorziening voor woon-werkverkeer toekennen aan een persoon met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Het college stelt hiervoor regels op.

3.5.17 Functiecreatie 1.

[PW] Het college geeft indien gewenst, informatie aan werkgevers over mogelijkheden die functiecreatie biedt.

3.4.18 Reiskosten (anders dan vervoersvoorziening) [PW] 1. Het college verstrekt een tegemoetkoming voor regelmatig terugkerende reiskosten die verbonden zijn aan activiteiten in het kader van re-integratie, participatie of inburgering. Het gaat hier om een inwoner die: a. behoort tot de doelgroep; b. een reisafstand heeft van minimaal 5 kilometer met de fiets; c. waarvoor de Ferm Wijzer een afstand hanteert van minimaal 8 kilometer; d. De ANWB routeplanning het aantal kilometers bepaalt; e. De vergoeding bedraagt de kosten openbaar vervoer of de belastingvrije vergoeding van de belastingdienst; f. Bij een beperking is het mogelijk een deeltaxi in te zetten.

3.6 Tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ]

18 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

3.6.1 1.

2.

Doel van de tegenprestatie

De gemeente legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving. De gemeente legt inwoners met een grote kans op werk alleen een tegenprestatie op in bijzondere situaties. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.

3.6.2

Inhoud van de tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ] De werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden opgedragen: a. passen bij de persoonlijke ontwikkeling van de inwoner; b. zijn geen werkzaamheden die als betaald werk worden gedaan binnen de organisatie waarvoor de inwoner de tegenprestatie uitvoert; c. zijn activiteiten die het algemeen belang dienen.

3.6.3

Duur en omvang tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ]

De tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden per jaar en is maximaal 10 uur per week.

3.6.4

Voorwaarden tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ] Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met de mogelijkheden en de persoonlijke situatie van de inwoner. De gemeente legt geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie of als de inwoner vrijwilligerswerk doet.

3.7 Meedoen in de samenleving [Wmo] Inwoners die vanwege een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners. Zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval de volgende vormen van hulp geven:

3.7.1 1.

Dagbesteding en begeleiding

[Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-op-maat krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding.

2.

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn om de dag veilig door te komen hulp-op-maat krijgen (begeleiding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-opeen of in een groep plaatsvinden. Dit betekent dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten zoals het indelen van de dag, administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over.

3.

De normen uit het handboek ‘Inzet ondersteuning en behandeling Midden-Holland’ zijn de uitgangspunten voor het bepalen van de aard en de frequentie van de begeleiding en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.

19 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

3.7.2 1.

2.

3.

Verplaatsen in en om het huis

[Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking onvoldoende kunnen verplaatsen in en om de woning hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om - binnen redelijke grenzen - contact met anderen te hebben hulp-op-maat kunnen krijgen. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer; b. een taxi; c. een scootmobiel; d. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. De gemeente geeft inwoners als dat nodig is daarnaast een bijdrage in de kosten voor: a. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel of andere sportvoorziening; b. het gebruik van een auto; c. het gebruik van een taxi; d. het gebruik van een rolstoeltaxi. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. Als het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekt vervoermiddel doet de gemeente dit alleen als: a. het eerder verstrekte vervoermiddel technisch is afgeschreven; b. het eerder verstrekte vervoermiddel verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; c. het vervoermiddel geen oplossing meer is voor de vervoersproblemen van de inwoner.

3.7.3 Sportvoorzieningen

[Wmo] De inwoner kan in aanmerking komen voor een sportvoorziening als er is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

de inwoner maakt ook in het dagelijks leven gebruik van een loophulpmiddel of een verplaatsingshulpmiddel; de inwoner is zonder sportvoorziening niet in staat tot het beoefenen van een sport; beoefening van de gekozen sport is alleen mogelijk met een specifieke sportvoorziening, beoefening van de sport is niet op een andere manier mogelijk; de maximale bijdrage van de sportvoorziening is opgenomen in het tarievenoverzicht.

20 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

3.8

Inburgering

3.8.1

Kernpunten van het inburgeringstraject

De gemeente heeft een centrale rol in de begeleiding en ondersteuning van de inburgeringsplichtige. Hierbij gelden de volgende kernpunten: a. De gemeente bevordert dat de inburgeringsplichtige tijdig kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start). b. De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af. De gemeente let erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid). c. De gemeente stelt voor iedere inburgeringsplichtige een passend traject vast (maatwerk). d. De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij (dualiteit). e. De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van het aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de continuïteit daarvan gewaarborgd is (kwaliteit).

3.8.2

Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen

1. De gemeente zorgt ervoor dat de inburgeringsplichtige passend wordt geïnformeerd over: a. zijn of haar wettelijke rechten en plichten; b. de aanspraken op ondersteuning en begeleiding; c. het aanbod aan inburgeringsvoorzieningen en de toegang hiertoe. 2. De gemeente kan bij de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen gebruikmaken van de volgende middelen: a. een informatiepunt op de gemeentelijke website; b. voorlichtingsbijeenkomsten; c. persoonlijke gesprekken, waarbij zo nodig een tolk wordt ingeschakeld; d. schriftelijke informatie in begrijpelijk Nederlands (niveau B1 of lager); e. telefonische informatie; f. de inzet van een taalmaatje en/of personen uit het netwerk van de inburgeringsplichtige. 3. De gemeente beoordeelt of de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen, vooral die aan asielstatushouders, passend en effectief is. Hierover wordt aan de gemeenteraad gerapporteerd.

3.8.3

Brede intake

1. De gemeente neemt bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake krijgt de gemeente een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. De gemeente geeft samen met de inburgeringsplichtige en op basis van de uitkomsten van de brede intake invulling aan het inburgeringstraject. 2. De brede intake wordt zo snel mogelijk afgenomen. Dit is bij voorkeur zodra de inburgeringsplichtige bekend is bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente. Voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de gemeente. 3. De brede intake bestaat in ieder geval uit: a. een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige; b. een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder de fysieke en mentale gezondheid; c. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie (volgens artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs);

21 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

d. een leerbaarheidstoets. Deze toets wordt uitgevoerd door het leerwerkloket MiddenHolland. 4. De gemeente brengt met de brede intake in ieder geval in kaart: a. het taalniveau van de inburgeringsplichtige; b. de mogelijkheden tot (arbeids)participatie; c. de mate van zelfredzaamheid; d. de wensen van de inburgeringsplichtige over inburgering en arbeidsparticipatie. 5. De gemeente legt de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast.

3.8.4

Werkwijze brede intake

1. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige schriftelijk uit voor de brede intake. In de uitnodiging vermeldt de gemeente behalve informatie over dag, plaats en tijdstip van de intake ook: a. het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject; b. de optie om de gesprekken met de gemeente alleen te voeren of in de aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner; c. de gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan onvoldoende meewerkt. 2. Wanneer de inburgeringsplichtige - ook na drie oproepen - niet bij de brede intake verschijnt of onvoldoende medewerking verleent, voltooit de gemeente de intake zonder de inburgeringsplichtige. In dat geval onderzoekt de gemeente de omstandigheden van de inburgeringsplichtige aan de hand van de gegevens die wel bekend zijn, zoals: a. de uitkomsten van de leerbaarheidstoets (als de inburgeringsplichtige daaraan heeft meegewerkt); b. voor asielstatushouders: de gegevens uit het Taakstelling Volg Systeem (TVS); c. informatie uit het uitkeringsdossier.

3.8.5

Persoonlijk plan Inburgering en Participatie

1. De gemeente stelt na afronding van de brede intake het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Dit gebeurt zoveel mogelijk samen met de inburgeringsplichtige. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige uit voor een gesprek hierover. In ieder geval worden in dat gesprek de volgende onderwerpen besproken: a. de uitkomsten van de brede intake; b. de persoonlijke einddoelen van de inburgeringsplichtige in het inburgeringstraject; c. welke leerroute als passend wordt gezien en waarom; d. de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject; e. de verwachtingen van de inburgeringsplichtige over het traject; f. de rol van de gemeente bij dit traject; g. voor gezinsmigranten en overige migranten: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien. 2. In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject. De gemeente stemt het plan af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige. 3. Het PIP heeft de vorm van een officieel besluit (beschikking). Hierin staat vermeld: a.

wat de vastgestelde leerroute is (en voor de asielstatushouder ook de intensiteit hiervan); b. welke afspraken er zijn gemaakt over (arbeids)participatie; c. welke ondersteuning en begeleiding de inburgeringsplichtige bij de leerroute krijgt en van welke organisatie(s); d. welke afspraken er zijn gemaakt over vroeg- en voorschoolse educatie;

22 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

e. welke onderdelen het PVT en de MAP bevatten en de intensiteit hiervan; f. de duur van het inburgeringstraject en het aantal voortgangsgesprekken dat de gemeente met de inburgeringsplichtige heeft gedurende het traject; g. wanneer de inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering: een verwijzing naar de relevante beschikking(en) op grond van de Participatiewet. Het gaat hierbij om een verwijzing naar de toekenningsbeschikking van de uitkering voor levensonderhoud en het financieel ontzorgen (voor asielstatushouders) en om de beschikking waarin de arbeids- en reintegratieverplichtingen van de inburgeringsplichtige staan vermeld. 4. De beschikkingen op grond van de Participatiewet - genoemd in artikel 3.7.6 onder g - worden gevoegd bij de beschikking waarmee het PIP wordt vastgesteld. Als de gemeente op een later moment (nog) een besluit neemt op grond van de Participatiewet, voegt de gemeente ook deze beschikking bij. 5. De gemeente stelt het PIP uiterlijk binnen 10 weken vast na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het azc. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige het PIP daarna zo snel mogelijk per post en/of digitaal toe. 6.

Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar de gemeente Waddinxveen, stelt de gemeente het PIP opnieuw vast binnen 10 weken na de inschrijving van de inburgeringsplichtige in het BRP. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld.

3.8.6

Leerroutes

1. De gemeente bepaalt samen met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Er zijn 3 routes: a. de B1-route; b. de onderwijsroute; c. de zelfredzaamheidsroute (Z-route). 2. De leerroute is erop gericht dat de inburgeringsplichtige: a. de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau afrondt; b. zo snel mogelijk meedoet in de Nederlandse samenleving en op de arbeidsmarkt. 3. Een alfabetiseringstraject is onderdeel van de leerroute als uit de brede intake blijkt dat de inburgeringsplichtige analfabeet of anders gealfabetiseerd is. 4. De gemeente stelt de leerroute vast op basis van: a. de uitkomst van de leerbaarheidstoets; b. alle overige informatie die tijdens de brede intake is verkregen.

3.8.7

Inhoud van de leerroutes

1. De gemeente zorgt ervoor dat de inhoud van de leerroutes aansluit op de overige onderdelen van het inburgeringstraject.

3.8.8

Participatieverklaringstraject

1. De gemeente biedt de inburgeringsplichtige het PVT aan. Het traject duurt minimaal 12 uur en bestaat uit twee onderdelen: a. een inleiding in de Nederlandse kernwaarden; b. de ondertekening van de participatieverklaring (zoals omschreven in bijlage 1 van het Besluit). 2. De inburgeringsplichtige doet in het onderdeel ‘Inleiding in de Nederlandse kernwaarden’ kennis op van de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Het

23 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

3.

4.

5. 6.

7. 8.

3.8.9

doel hiervan is het krijgen van een beter beeld van en begrip voor de Nederlandse samenleving. De gemeente bepaalt de manier waarop deze kennis wordt overgedragen. Onderwerpen waaraan het PVT aandacht besteedt zijn in ieder geval: a. het thema democratie; b. de Nederlandse rechtsstaat; c. het recht op zelfbeschikking; d. de vrijheid van meningsuiting; e. gelijkwaardige behandeling; f. het verbod op discriminatie; g. sociale rechten, zoals het recht op medische zorg en onderwijs; h. de wijze waarop inwoners in Nederland met elkaar omgaan; i. participatie en wat de samenleving hiervan verwacht; j. overige sociale regels en plichten in Nederland. Minimaal één van de onderwerpen van het PVT krijgt een praktische invulling in de vorm van een excursie of activiteit. Door deze activiteit leert de inburgeringsplichtige de opgedane kennis te vertalen naar de praktijk. De gemeente stemt het PVT af op de lokale situatie en behoefte, op de overige onderdelen van de inburgering en op de specifieke behoeften van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige voltooit het PVT en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring. Dit gebeurt tijdens een ondertekenmoment. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige hiervoor een uitnodiging.

De gemeente registreert of de inburgeringsplichtige aanwezig is bij de inleiding op de Nederlandse kernwaarden en bij de ondertekening van de participatieverklaring. De gemeente legt de afspraken over de invulling van het PVT schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige.

Module Arbeidsmarkt en Participatie

1. De gemeente biedt de inburgeringsplichtige de MAP aan. Het doel van deze module is dat de inburgeringsplichtige: a. kennismaakt met de Nederlandse arbeidsmarkt; b. inzicht krijgt in de eigen competenties en arbeidskansen; c. een concrete beroepswens formuleert; d. beroeps- en werknemerscompetenties aanleert; e. leert hoe hij of zij een netwerk opbouwt; f. praktische ervaring opdoet op de (lokale) arbeidsmarkt; g. werk vindt. 2. De gemeente houdt bij het vaststellen van de inhoud en het aantal uren van de MAP rekening met de vermogens, capaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeringsplichtige en de situatie op de lokale arbeidsmarkt. 3. De gemeente legt de afspraken over de invulling van de MAP schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige. 4. De inburgeringsplichtige besteedt tenminste 40 uur van de MAP aan het opdoen van praktische ervaring op de arbeidsmarkt. 5. De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en de gemeente. Besproken worden de opgedane kennis, vaardigheden en praktijkervaring van de inburgeringsplichtige. 6. De gemeente beoordeelt op basis van dit gesprek of de inburgeringsplichtige voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm van de MAP. De gemeente houdt bij deze beoordeling rekening met de capaciteiten en vermogens van de inburgeringsplichtige. 7.

De inburgeringsplichtige ontvangt een schriftelijk verslag van het eindgesprek.

24 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

3.8.10 Inburgeringsaanbod asielstatushouders 1. De gemeente biedt de asielstatushouder zo spoedig mogelijk na vaststelling van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee de asielstatushouder kan voldoen aan de vastgestelde leerroute. 2. Met het inburgeringsaanbod kan de asielstatushouder: a. de Nederlandse taal leren op het voor hem of haar hoogst mogelijke niveau; b. kennis opdoen over de Nederlandse maatschappij zoals over normen en waarden, omgangsregels, de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem en de gezondheidszorg; c. zich voorbereiden op actieve participatie in de samenleving en op de arbeidsmarkt. 3. Het inburgeringsaanbod sluit aan bij de capaciteiten, persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de asielstatushouder.

3.8.11 Kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes 1. Voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor asielstatushouders gelden de volgende uitgangspunten: a. De gemeente zorgt voor een kwalitatief goed aanbod aan cursussen, opleidingen en andere (participatie)activiteiten waarmee de asielstatushouder aan de leerroute kan voldoen. De gemeente zorgt ook voor continuïteit in het aanbod. b. Cursusinstellingen die het taalonderwijs binnen de B1-route en de Z-route verzorgen moeten in het bezit zijn van een certificaat of keurmerk (zoals bedoeld in artikel 16 lid 3 van de wet). Taalschakeltrajecten moeten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit artikel 8 lid 2 van de wet. 2. De gemeente legt in een beleidsregel aanvullende kwaliteitscriteria vast voor het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders. Dit zijn bijvoorbeeld: a. het minimum aantal contacturen dat de inburgeringsplichtige per week heeft met docenten en begeleiders; b. de maximale groepsgrootte bij de inburgeringscursussen; c. de wijze waarop de cursusinstellingen de gemeente informeren over de voortgang van de inburgeringsplichtige; en d. de combinatie van formeel en informeel onderwijs. 3. De gemeente legt in een beleidsregel vast hoe zij de kwaliteit van het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders en de leerroutes gaat controleren en wat zij doet als de kwaliteit onvoldoende is.

3.8.12 Voortgang inburgering 1. De gemeente volgt de vorderingen van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject en controleert of het traject nog passend is. De gemeente voert hiervoor periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt. Het aantal gesprekken gedurende het inburgeringstraject wordt afgestemd op het niveau van de inburgeringsplichtige (maatwerk). 2. Gedurende de eerste 12 maanden na aanvang van de inburgeringstermijn vinden minimaal 2 voortgangsgesprekken plaats. 3. Ter voorbereiding op deze gesprekken wint de gemeente informatie in bij de organisaties die bij het traject betrokken zijn, zoals cursusinstellingen, werkgevers en andere personen. 4. Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij om: a. de afgesproken leerroute; b. de ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject;

25 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

c. d. e. f. 5.

6.

7. 8.

de intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject; de participatie-activiteiten; de vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige; voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt: of het taalniveau van deze leerroute voldoende aansluit. De gemeente kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, - zoals bedoeld in artikel 11 eerste lid van de wet - nog geen 1,5 jaar verstreken is. Wegens bijzondere omstandigheden van de inburgeringsplichtige kan van deze termijn worden afgeweken. Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan de gemeente voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden getoetst. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige: a. ten minste 600 uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet; b. zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen, zoals onder andere de betrokken cursusinstelling aangeeft; De gemeente maakt een verslag van ieder voortgangsgesprek en deelt dit met de inburgeringsplichtige. Op basis van de uitkomst van deze gesprekken past de gemeente zo nodig (onderdelen van) het PIP aan en stelt dan het PIP opnieuw per beschikking vast.

3.8.13 Maatschappelijke begeleiding van de asielstatushouder 1. De gemeente zorgt ervoor dat de asielstatushouder maatschappelijke begeleiding krijgt. Deze begeleiding is erop gericht: a. de asielstatushouder kennis over de praktische organisatie van de Nederlandse samenleving te geven; b. de asielstatushouder te begeleiden en te ondersteunen om daarmee zijn of haar zelfredzaamheid en participatie te vergroten; c. randvoorwaarden te scheppen zodat de asielstatushouder tijdig met het inburgeringstraject kan starten. 2. De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit: a. praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen en onderwijs; b. een kennismaking met de woonomgeving; c. passende voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving; d. een kennismaking met maatschappelijke organisaties die voor de inburgeringsplichtige van belang zijn. 3. De maatschappelijke begeleiding komt van medewerkers van een organisatie die hiervoor door de gemeente is aangewezen. De asielstatushouder krijgt waar mogelijk een vaste begeleider toegewezen. 4. De begeleiding start zo spoedig mogelijk na koppeling van de asielstatushouder aan de gemeente, maar in ieder geval op de dag dat de asielstatushouder in de basisregistratie personen (BRP) in de gemeente staat ingeschreven en in de gemeente woont. 5.

De gemeente stemt de inhoud en duur van de maatschappelijke begeleiding af op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de asielstatushouder.

3.8.14 Handhaving 1. De inburgeringsplichtige is verplicht om: a. na de oproep te verschijnen bij de brede intake en hieraan mee te werken;

26 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

b. de afspraken in het PIP na te komen, waaronder deelname aan voortgangsgesprekken en aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT. 2. De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel te nemen aan de taallessen en andere activiteiten van de gevolgde leerroute.

3.8.15 Handhaving verplichtingen bij de brede intake 1. Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2 weken te verschijnen. 2. Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt de gemeente de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit. 3. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid om dit binnen 2 weken alsnog te doen. 4. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. 5.

De gemeente legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is. 6. In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2 weken te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt de gemeente weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit.

3.8.16 Handhaving tijdens het inburgeringstraject 1. De gemeente legt een boete op als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt. 2. De gemeente legt de asielstatushouder een boete op als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute. 3. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid hierover binnen twee weken uitleg te geven. 4. Op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke uitleg bepaalt de gemeente de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt de gemeente de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit. 5. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.

3.8.17 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet 1. Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP - waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt -, vindt bij

27 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

2.

3.

4.

5.

voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a Participatiewet. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de MAP. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de wet op. Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP - waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP-, legt de gemeente bij voorkeur een boete op grond van de wet op. De gemeente verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet. Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en ii) handhaving op grond van de wet via een boete weegt de gemeente ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde doel. Dit doel is het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.

Wanneer de inburgeringsplichtige een boete op grond van de wet wordt opgelegd in de periode dat de gemeente verantwoordelijk is voor het financieel ontzorgen - op grond van artikel 56a Participatiewet-, dan kan de gemeente de boete met de uitkering verrekenen. De gemeente houdt hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.

28 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

4. Gezond en veilig opgroeien Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op hulp van de gemeente. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18 e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Kernwaarden: 

De jeugdige moet gezond en veilig kunnen opgroeien.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De inwoner zoekt samen met de gemeente naar een oplossing voor de problemen van de inwoner.

De gemeente biedt hulp aan inwoners om problemen zo vroeg mogelijk op te lossen.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp.

Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat. [Jeugdwet]

4.1 Algemene voorzieningen jeugd De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken zijn in ieder geval de volgende algemene voorzieningen beschikbaar: a. informatie en (opvoed)advies door het CJG; b. algemeen maatschappelijk werk; c. jeugdgezondheidszorg; d. opvoedondersteuning; e. integrale crisisdienst; f. vertrouwenspersoon; g. kindertelefoon; h. schoolmaatschappelijk werk. Deze hulp is vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft hiervoor geen verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.

4.2 Individuele voorzieningen (Hulp-op-maat) De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar : a. Jeugdzorg plus; b. Jeugdbescherming; c. Jeugdreclassering; d. Jeugd en opvoedhulp, waaronder:  ambulante jeugdhulp;  dagbesteding;  dagbehandeling;  verblijf pleegzorg;  verblijf 24-uurs zorg;

29 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

 spoedeisende zorg (ambulant en verblijf);  vervoer;  ernstig enkelvoudige dyslexie zorg. e. Jeugd GGZ, tweedelijns met en zonder verblijf. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.

4.3 Overgang van 18- naar 18+ 1. 2.

3. 4.

De gemeente blijft verantwoordelijk voor ondersteuning van jeugdigen als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente of zorgaanbieder voor een plan zorgt voor de jeugdige op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie; b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. het netwerk van de jeugdige. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan verlengd worden tot en met maximaal het 23 e levensjaar. De jeugdhulp moet gestart zijn voor het 18e levensjaar. Pleegzorg kan worden ingezet tot de dag dat de jeugdige 21 jaar wordt. De jeugdzorg kan eventueel worden verlengd totdat de jeugdige 23 jaar wordt.

4.4 Kinderopvang om sociaal-medische redenen (SMI) 1.

2. 3.

Een inwoner kan een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang voor een thuisinwonend kind van maximaal 12 jaar (dan wel de laatste groep van de basisschool) als is vastgesteld dat : a. één of meer lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder opvang van het kind of de kinderen noodzakelijk maken; b. kinderopvang voor een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is; c. voorliggende voorzieningen of eigen netwerk geen passende oplossing kunnen bieden. De bijdrage kan verstrekt worden voor maximaal 12 weken en voor maximaal 2 dagdelen van 4 uur per week. Overige voorwaarden zijn te vinden in de Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie.

30 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psycho-sociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven. Kernwaarden: De inwoner en de gemeente zoeken samen naar een langdurige oplossing

voor de problemen van de inwoner. Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen

wonen en leven. 

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. [Wmo]

5.1 Uitgangspunten De gemeente zet zich ervoor in dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dat zij de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.

5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 1.

2.

3.

4.

Geschikte woning

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is (woonvoorziening). De hulp-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Voor het bezoekbaar maken van de woningen van inwoners die (tijdelijk) in instellingen verblijven, verstrekt de gemeente een geldbedrag. Deze vergoeding is gelijk aan de verhuiskostenvergoeding. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. Als de kosten van de woonvoorzieningen gelijk zijn aan of hoger zijn dan de verhuiskostenvergoeding, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning. De inwoner kan dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. De gemeente verstrekt geen woonvoorzieningen in de volgende situaties: a. De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerwoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen. c.

De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort - bijvoorbeeld een complex voor ouderen - en de voorziening is bedoeld voor gemeenschappelijke ruimten zoals elektrische deuropeners.

31 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

d.

5.

Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw en renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. e. Het gaat om voorzieningen die reeds afgeschreven zijn en nog niet vervangen zijn. f. De inwoner zonder dringende reden verhuisd is vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. g. De inwoner een indicatie heeft voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. h. De inwoner verhuisd is naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, mits de gemeente daar toestemming voor heeft verleend. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om.

5.2.2 1. 2. 3.

4.

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. De hulp op maat houdt in dat de inwoner schoonmaakhulp aangeboden krijgt. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. De normen zoals deze zijn beschreven in de handreiking indicatiestelling hulp bij het huishouden van KPMG zijn het uitgangspunt voor de bepaling van de aard en de frequentie van de te verrichten taken en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.

5.2.3 1.

2.

2.

Beschermd wonen

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zich (weer) te kunnen handhaven in de samenleving. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Gouda.

5.2.4 1.

Een schone en leefbare woning

Maatschappelijke opvang

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en de opvang nodig heeft omdat de inwoner zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Gouda.

5.3 Mantelzorg 5.3.1

Ondersteuning mantelzorger

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, hulp-op-maat kunnen krijgen als het voor een korte periode niet meer lukt om de mantelzorg te geven en de zorg niet overgenomen kan worden door vrijwilligers of een voorliggende voorziening. De hulp-op-maat houdt in dat de mantelzorg tijdelijk wordt overgenomen door een betaalde kracht (professional).

32 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

5.3.2

Mantelzorgwaardering

De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking die wonen in de gemeente Waddinxveen. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers te onderstrepen.

5.3.3 1.

2.

Voorwaarden mantelzorgwaardering

Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door degene die mantelzorg verleent. Om in aanmerking te komen voor een mantelzorgwaardering moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. de mantelzorger zorgt in ieder geval voor een periode van 3 maanden en voor tenminste gemiddeld 8 uur per week onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, kind of vriend(in); b. de persoon die zorg krijgt is een inwoner van de gemeente Waddinxveen. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd voor 1 november.

33 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

6. Vervoer naar school

Ieder kind heeft recht op onderwijs dat bij zijn talenten en mogelijkheden past en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school groot voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan vaak een beroep doen op leerlingenvervoer, zodat de vrijheid van onderwijs gerealiseerd kan worden. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. Kernwaarden: 

Kinderen hebben recht op onderwijs dat bij hun talenten en mogelijkheden past.

Kinderen moeten veilig kunnen reizen naar de school die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders.

Ouders zijn verantwoordelijk, de gemeente ondersteunt.

De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. [Llv]

6.1 Uitgangspunten 1.

2.

3. 4.

De gemeente ondersteunt ouders als dat nodig is bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp is erop gericht dat kinderen naar de school kunnen gaan die past bij hun talenten en mogelijkheden, en die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders. Ouders kunnen hulp krijgen bij het vervoer van hun kind als voldaan is aan de voorwaarden van dit hoofdstuk. Deze hulp heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een bijdrage in de reiskosten of om aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente, zoals een taxibusje. Het is mogelijk dat ouders van kinderen op de (speciale) basisschool een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage. Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of een vervoersvoorziening voor het kind nodig is. Als het kind meerderjarig is geworden, wordt een vervoersvoorziening aan het kind verstrekt en niet langer aan de ouders. Dat kan alleen als het kind dan zelf aan de voorwaarden voldoet.

6.2 Onderzoek 1.

2.

3. 4.

De gemeente onderzoekt of ouders hulp nodig hebben bij het vervoer van hun kind naar school. Als er hulp nodig is, gaat de gemeente na om welke hulp dat gaat. De gemeente onderzoekt dan met welk vervoermiddel het kind kan reizen, welke route naar school de kortste veilige route is en met welk vervoermiddel het kind kan reizen. Ook onderzoekt de gemeente of er begeleiding nodig is bij het reizen. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. De gemeente berekent wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind. De gemeente betrekt bij het onderzoek het ondersteuningsplan voor het kind. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen na overleg met de gemeente. Voor kinderen op de basisschool onderzoekt de gemeente ook hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is nodig om te bepalen of de ouders een eigen bijdrage moeten betalen.

6.3 Voorwaarden 1.

De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind: a. minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud is als het om dove of slechthorende kinderen gaat die speciaal onderwijs volgen b. in de gemeente Waddinxveen woont; c. naar de basisschool gaat, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs volgt;

34 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

d. 2.

3. 4. 5.

vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig met het openbaar vervoer of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft. De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening als het kind: a. minimaal vier jaar oud is; b. naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; c. de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind meer dan 6 kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt; Het kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan die dichtstbijzijnde passende school en de ouders hun keuze van de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. Als het kind meereist met een andere ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind, krijgen ouders geen vergoeding voor het vervoer van hun kind, De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening hebben.

6.3.1 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer 1.

2.

De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a. het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie; b. het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 2, onderdeel a.

6.4 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 1.

2.

3. 4.

5.

De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen, kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV). Ouders kunnen gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar ouders kunnen er in dat geval ook voor kiezen om het kind zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de basisschool, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.1). Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a. Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van die reistijd. b. OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). c. Het kind kan niet begeleid worden door de ouders of anderen of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk. d. Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding). Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperkt de gemeente de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider.

De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de ouders in rekening.

35 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

6. 7.

De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de Reisregeling binnenland. Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

6.4.1 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool 1.

2.

3. 4. 5.

Is het inkomen van de ouders hoger dan € 27.450,- dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste 6 kilometer met het OV af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage). Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). De eigen bijdrage is maximaal € 521 per schooljaar. Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het inkomen van de ouders. De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen jaarlijks aan. De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft. De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de gemeente.

Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.

6.5 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening Een vervoersvoorziening gaat in op de door de ouders aangegeven datum. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat.

36 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

7. Inkomen en schulden Voor inwoners die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, heeft de gemeente een financieel vangnet. Dit is de maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Ook staan de basisregels beschreven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem. Kernwaarden: 

De inwoner en de gemeente zoeken samen naar een langdurige oplossing voor de problemen van de inwoner.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De gemeente neemt maatregelen, die de inwoner helpen om problemen zo vroeg mogelijk op te lossen.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

Iedereen doet mee aan de samenleving.

De gemeente helpt de inwoner om de zelfredzaamheid te vergroten.

7.1 Armoedebeleid [PW, Gemeentewet] In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden te voorkomen en tegen te gaan.

7.1.1 Wat wil de gemeente? 1.

2.

3.

4. 5. 6. 7.

De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie). De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben, hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties, die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. De gemeente legt het armoedebeleid vast in een beleidsplan. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen voldoende ondersteund worden en dat het starten met betaald werk niet leidt tot een armoedeval. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.

7.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is een hulpmiddel waarmee de gemeente inwoners kan helpen om noodzakelijke kosten te kunnen betalen die door bijzondere omstandigheden zijn ontstaan. Deze kosten kunnen niet uit eigen middelen of aanvullende toeslagen betaald worden. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand.

37 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

7.3 Individuele Studietoeslag [PW] Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met de individuele Studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. De regeling is bedoeld om een student, die door zijn beperking naast zijn studie niet kan werken, te compenseren. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.

7.3.1 1.

Doelgroep

Het UWV bepaalt wie er tot de doelgroep behoort. De studietoeslag is bedoeld voor de student die aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de student moet 18 jaar of ouder zijn; b. beschikt niet over een goede financiële buffer; c. volgt een MBO- HBO- of WO-opleiding; d. krijgt/kan krijgen een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO; e. wel kan werken, maar door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.

7.3.2

Vaststellen beperking

Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.

7.3.3 1. 2.

Hoogte en duur van de toeslag

De hoogte van de inkomenstoeslag is te vinden in het tarievenoverzicht. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, stopt de studietoeslag vanaf de volgende maand.

7.4 Individuele Inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat eens per 12 maanden kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de individuele inkomenstoeslag bedoeld is en aan welke aanvullende voorwaarden er moet worden voldaan.

7.4.1

Doelgroep

De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners van 21 jaar of ouder en jonger dan de AOW-leeftijd, die in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hadden dat niet hoger was dan 130% van de bijstandsnorm. Studenten komen niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag.

7.4.2 1. 2. 3.

Hoogte van de toeslag

De hoogte van de inkomenstoeslag kan jaarlijks wijzigen door indexering. De bedragen zijn te vinden in het tarievenoverzicht. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092167/1