CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verordening SD Waddinveen 2022 versie DEF

Besluitvormende raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen Samenredzaam 202226.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

7.5 Bijdrage voor maatschappelijke kosten [Gemeentewet]

38 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Enkele groepen inwoners met een laag inkomen kunnen een bijdrage krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele en maatschappelijke activiteiten. Ouders met kinderen kunnen een bijdrage in de schoolkosten krijgen. De bijdrage voor maatschappelijke kosten is bedoeld voor inwoners uit de volgende groepen: a. Kinderen tot 18 jaar; b. Inwoners die de pensioengerechtigde leeftijd hebben; en c. Inwoners van 18 jaar of ouder en jonger dan de AOW-leeftijd, die chronisch ziek zijn of een beperking hebben.

7.5.1

Bijdrage maatschappelijke kosten

Een inwoner die valt onder de doelgroep kan een bijdrage krijgen als hij: a. bij de aanvraag in het kalenderjaar een inkomen heeft dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm; b. geen goede financiële buffer heeft; c. kosten maakt op het gebied van sport, cultuur, recreatie of andere maatschappelijke activiteiten.

7.5.2 1. 2. 3. 4.

Aanvraag

De inwoner moet bij de aanvraag verklaren dat de bijdrage wordt gebruikt om kosten voor maatschappelijke activiteiten of schoolkosten te betalen, en instemmen met een controle van de besteding. Een bijdrage voor een kind moet worden aangevraagd door de ouder of verzorger bij wie het kind woont en staat ingeschreven. Een aanvraag dient betrekking te hebben op kosten gemaakt in het lopende kalenderjaar. De gemeente is bevoegd nadere regels te stellen inzake kosten voor maatschappelijke activiteiten of schoolkosten. De gemeente kan er voor kiezen om de bijdrage door een derde partij te laten verstrekken.

7.5.3 Hoogte van de bijdrage 1. 2.

3. 4.

5. 6.

De gemeente levert per persoon per kalenderjaar een bijdrage in de kosten voor maatschappelijke activiteiten. In aanvulling op het eerste lid, vergoedt de gemeente voor inwoners tot 18 jaar ook het lidmaatschap voor één sport of één cursus per kalenderjaar. Voor inwoners van 18 jaar of ouder vergoedt de gemeente 50% van de kosten per persoon per kalenderjaar. Voor alle bijdragen genoemd in lid 2 geldt dat er per persoon per kalenderjaar maximaal voor één lidmaatschap een vergoeding kan worden aangevraagd bij de gemeente. De gemeente levert per persoon per kalenderjaar tot een maximaal bedrag een bijdrage in de kosten voor maatschappelijke activiteiten. In aanvulling op het eerste lid, vergoedt de gemeente voor inwoners tot 18 jaar ook het lidmaatschap voor één sport of één cursus per kalenderjaar. Voor inwoners van 18 jaar of ouder vergoedt de gemeente 50% van de kosten per persoon per kalenderjaar. Voor de bijdrage geldt een maximum bedrag. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het sportlidmaatschap en het cultureel lidmaatschap. De kosten voor zwemles voor het diploma A, B en C worden voor kinderen vanaf 4 jaar volledig vergoed. Voor alle bijdragen genoemd in lid 2 geldt dat er per persoon per kalenderjaar maximaal voor één lidmaatschap een vergoeding kan worden aangevraagd bij de gemeente.

De gemeente vergoedt de schoolkosten tot een maximaal bedrag per kind per kalenderjaar. De bedragen zijn opgenomen in het tarievenoverzicht en worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

7.6 Zorgkosten [Wmo, PW] Voor inwoners met een inkomen op maximaal 130% van de bijstandsnorm en veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a.

Een collectieve zorgverzekering;

39 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

b.

Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten.

7.6.1 Collectieve zorgverzekering 1. 2. 3.

[PW] De gemeente biedt een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering biedt een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. Inwoners die al verzekerd zijn bij Zorg en Zekerheid kunnen zich tijdens het kalenderjaar aanmelden om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering. Inwoners die ergens anders verzekerd zijn kunnen pas het volgende kalenderjaar meedoen. Zij moeten zich voor 31 december van het lopende kalenderjaar aanmelden. Inwoners met een betalingsachterstand in de zorgpremie kunnen niet overstappen naar de collectieve zorgverzekering.

7.6.2 1.

2.

Bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking

Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen. Deze bijdrage is bedoeld voor de extra kosten die een inwoner heeft, door zijn ziekte of beperking. Het gaat om de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen, dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. De inwoner kan een bijdrage krijgen als hij: a. een uitkering voor arbeidsongeschiktheid van het UWV heeft (WIA, WAO, WAZ of Wajong); b. hulp-op-maat op grond van de Wmo ontvangt van de gemeente; c. een indicatie van het CIZ heeft, die langer dan zes maanden geldig is; d. een verklaring van een onafhankelijk indicatie-orgaan heeft, waaruit blijkt dat de inwoner een chronische ziekte of beperking heeft.

7.7 Schuldhulpverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het zoeken naar een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd, die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. De gemeente is bevoegd nadere regels te stellen over de schulhupverlening. Aanvullende informatie is terug te vinden in de beleidsregels.

7.7.1

Doelgroep

Alle inwoners van 18 jaar en ouder kunnen schuldhulpverlening vragen. De gemeente sluit geen enkele volwassen inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.

7.7.2 1. 2. 3. 4.

Toegang tot schuldhulpverlening

De gemeente biedt schuldhulpverlening laagdrempelig aan. Hoe eerder inwoners zich melden met financiële problemen, hoe beter deze problemen meestal oplosbaar zijn. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp op korte termijn beschikbaar is. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen, of om er voor te zorgen dat de situatie verslechtert.

40 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

7.7.3

Aanbod voor schuldhulpverlening

Inwoners hebben via het preventieteam laagdrempelig toegang tot een financieel specialist. De financieel specialist geeft ondersteuning aan inwoners die moeite hebben met rondkomen of al schulden hebben. De financieel specialist kan bijvoorbeeld ondersteunen bij het op orde brengen van het budget of het maken van betalingsafspraken met schuldeisers. Naast de diensten van de financieel specialist kunnen inwoners via het sociaal team gebruik maken van de ondersteuning van een schuldregelaar. De schuldregelaar geeft ondersteuning aan het vervolgtraject als de situatie van de inwoner voldoende stabiel is en een schuldregeling gewenst en noodzakelijk.

7.7.4 1. 2.

Besluit

De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen bij het regelen van zijn schulden een beschikking waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.

41 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

8. De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft, is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een woningaanpassing) of in bruikleen (een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen voor Wmo-hulp. Kernwaarden: 

De hulpvraag van de inwoner staat centraal.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.

De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

De gemeente helpt inwoners om hun zelfredzaamheid te vergroten.

8.1 Hulp in natura [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Producten worden in bruikleen of in eigendom verstrekt.

8.2 Hulp in geld 1.

2.

3.

4. 5. 6.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Wko,Awb] De inwoner kan hulp van de gemeente krijgen in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Het geld moet wel worden terugbetaald als: a. in de wet of in deze verordening iets anders is bepaald; b. dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een betaling aan een aanbieder of een betaling in contant geld in het geval dat de inwoner geen bankrekening heeft. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van dezelfde wet. De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd. De gemeente kan een voorschot verstrekken op een vergoeding voor kosten die de inwoner maakt, als dat nodig is om de kosten te kunnen betalen.

De gemeente kan de inwoner een bewijs vragen van de kosten waarvoor de inwoner al een vergoeding heeft gekregen.

42 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

8.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]

8.3.1 1.

2.

3.

4.

5. 6.

In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmohulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen die in deze paragraaf staan. De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij de pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De gemeente kan een pgb weigeren als: a. de inwoner een verslavingsprobleem heeft; b. de inwoner problematische schulden heeft; c. de inwoner eerder ten onrechte een pgb heeft ontvangen omdat het toekenningsbesluit van dit pgb is herzien of ingetrokken; d. volgens de gemeente niet voldoende vaststaat dat de hulp waarvoor het pgb is bedoeld kwalitatief goed is (veilig, doeltreffend en cliëntgericht). De gemeente weigert een pgb voor een roerende woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel in ieder geval, als te voorzien is dat de medische situatie van de inwoner zich tijdens de looptijd van het pgb ingrijpend wijzigt. Het pgb kan niet worden besteed aan kosten voor bemiddeling, tussenpersonen, belangenbehartigers, hulp bij pgb-administratie of lidmaatschap van belangenorganisaties. De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn.

Deze persoon moet in staat is om voldoende planmatige hulp van goede kwaliteit te bieden, zodat het gewenste effect wordt bereikt. De volgende aspecten spelen daarbij een rol: a. de soort hulp; b. hoe vaak de hulp wordt gegeven; c. hoe lang de hulp duurt; d. heeft de hulpverlener een opleiding nodig om passende hulp te kunnen verlenen?; e. raakt de hulpverlener niet overbelast? Als het om gaat om jeugdhulp, dan blijft deze hulp beperkt tot die activiteiten die het karakter hebben van gebruikelijke zorg (begeleiding, dagactiviteiten, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en vervoer). Deze hulp komt alleen in aanmerking voor een pgb als deze in tijd, duur of intensiteit verder gaat dan wat gebruikelijk is in een huishouden.

8.3.2 1.

2.

3.

4. 5.

Voorwaarden

Hoogte en tarief pgb

De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb als het gaat om de diensten begeleiding, dagbesteding en/of hulp bij het huishouden. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. De gemeente baseert de hoogte van het pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor de die dienst of dat product. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van die offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zal betalen voor de hulp die nodig is (laagste hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Voor een product houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. Als het gaat om een tweedehands product dan wordt het pgb daarop gebaseerd. De looptijd is gelijk aan de verkorte termijn waarop het product technisch is afgeschreven.

43 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

6.

7.

Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk - geen onbetaalde vrijwilliger -, dan wordt een uurtarief gehanteerd dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Zolang de hulp duurt blijft het pgb-tarief dat de gemeente heeft vastgesteld blijft gelijk.

8.3.3 1. 2.

Verantwoording pgb

De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.

8.3.4

Opschorten pgb

De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het Pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het Pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het Pgb; of c. de inwoner het Pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.

8.4 Bijdrage in de kosten [Wmo] 1.

2.

3. 4. 5.

6.

7.

De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat (maatwerkvoorziening), zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor het pgb is verstrekt. Gaat het om een product en of woningaanpassing, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het CAK. De hoogte van deze maandelijkse bijdrage is gemaximaliseerd (abonnementstarief) ongeacht of er 1 of meer Wmo maatwerkvoorzieningen zijn verstrekt, het inkomen en vermogen van client. Uitzondering geldt voor degenen die gebruik maken van beschermd wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang. De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van hulpmiddelen is gelijk aan de kostprijs die de laagst gecontracteerde aanbieder berekent voor het betreffende hulpmiddel. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.

Lid 1 is niet van toepassing op Wmo-hulp op maat in de vorm van een voorziening voor collectief (openbaar) vervoer. Voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt een bijdrage per rit gevraagd. Deze bijdrage kan jaarlijks worden aangepast en is toegevoegd in het tarievenoverzicht in de bijlage. De inwoner betaalt geen bijdrage voor: a. hulp-op-maat aan minderjarigen, met uitzondering van woningaanpassingen; b. een rolstoel en het onderhoud daarvan. De inwoner betaalt wel een bijdrage als de rolstoel door aanpassingen geschikt gemaakt is voor het vervoer buitenshuis.

44 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, staan daar vaak plichten tegenover. Als de inwoner daar onvoldoende rekening mee houdt kan dit gevolgen hebben. Kernwaarden: 

De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.

De hulpvraag van de inwoner staat centraal.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.

De inwoner werkt mee aan het oplossen van zijn probleem.

9.1 Hoe gaan we met elkaar om?

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet, Awb]

9.1.1 1.

2.

De rol van de gemeente

De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner kan zijn hulpvraag bespreken met een medewerker. c. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. d. De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. e. Afspraken met een inwoner legt de medewerker vast in een document dat voor de inwoner leesbaar en toegankelijk is. De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt geïnformeerd over:  zijn rechten en plichten;  wat er van hem wordt verwacht;  welk gedrag niet deugt;  wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt;  waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. c.

De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij:  de ernst van het gedrag;  de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden;  de persoonlijke situatie van de inwoner. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief waarin duidelijk staat wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag en wat dit betekent voor de inwoner. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk dat hij het gedrag moet aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).

45 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9.1.2 1.

2.

De rol van de inwoner

De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente kijkt samen met de inwoner naar mogelijkheden om tot een oplossing van de hulpvraag te komen, al dan niet met inschakeling van het sociale netwerk. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen. b. Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c. De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren. d. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft van de inwoner. c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen 9.2.1

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ]

1. 2.

3.

De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; c. de persoonlijke situatie van de inwoner. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner een waarschuwing en de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen:  schriftelijk;  in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis;  via e-mail.

9.2.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente verlaagt de uitkering niet als het gedrag van de inwoner meer dan een jaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden of als het gedrag hem niet te verwijten is.

9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

De gemeente maakt het besluit tot verlaging schriftelijk aan de inwoner bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. De verlaging kan eerder ingaan als de uitkering over die voorgaande maand staat opgeschort en nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen een jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

46 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9.2.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ] De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner.

9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen PW [PW] 1.

2. 3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner een arbeidsverplichting uit artikel 18 - vierde lid met uitzondering van artikel 18 lid 4 sub b van de Participatiewet - niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. De verlaging wordt ingehouden over de maand van oplegging en de 2 daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden. Als de inwoner binnen een jaar na de datum van een besluit tot verlaging opnieuw een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid PW niet nakomt, wordt de uitkering voor drie maanden verlaagd met 100% van de bijstandsnorm. De gemeente kan een verlaging voor drie maanden tussentijds op verzoek van de inwoner herzien, als uit zijn houding en gedrag blijkt dat hij alsnog de verplichtingen nakomt.

9.2.6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen PW en IOAW/IOAZ [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

3.

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringssnorm voor het volgende gedrag: a. het niet voldoende meewerken aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet; b. het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; c. bij de alleenstaande ouder: het geen gebruik willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm als de inwoner: a. onvoldoende meewerkt bij het vinden van een baan; b. aangeboden werk niet aanvaardt; c. zich niet houdt aan gemaakte afspraken en gestelde verplichtingen. De gemeente verlaagt de uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag: a. het niet voldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening; b. het niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken; c. het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; d.

bij de alleenstaande ouder: het onvoldoende gebruik willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet.

9.2.7 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt 3 maanden verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm als het gaat om lichamelijk geweld tegen personen, en één maand met 50% van de uitkeringsnorm als het gaat om lichamelijk geweld tegen zaken of bedreiging van personen.

47 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW] 1.

2.

3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft betaald of zou gaan betalen (benadelingsbedrag). De verlaging wordt vastgesteld op 20% van de uitkeringsnorm, als de inwoner zijn eigen middelen onverantwoord heeft besteed en daardoor eerder bijstand heeft aangevraagd. De verlaging duurt maximaal zolang als de periode waarover de inwoner geen beroep op bijstand had hoeven doen, in het geval dat hij zijn middelen verantwoord had besteed. De verlaging wordt vastgesteld op 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner een andere voorziening had kunnen aanspreken in plaats van een bijstandsuitkering om in zijn levensonderhoud te voorzien. De verlaging duurt maximaal 3 maanden. De verlaging wordt vastgesteld op 100% voor maximaal drie maanden als de inwoner voorafgaand aan zijn aanvraag ontslag heeft genomen uit een diensbetrekking waarmee hij in zijn levensonderhoud kon voorzien.

9.2.9 Tijdelijke of blijvende weigering IOAW/IOAZ [PW] Als de inwoner verwijtbaar werkloos is, wordt de IOAW- of IOAZ-uitkering geweigerd. De uitkering wordt dan geweigerd naar de mate waarin de inwoner inkomen zou hebben kunnen ontvangen als hij niet verwijtbaar werkloos was geworden of gebleven. De uitkering wordt tijdelijk geweigerd, als de inwoner: a. op staande voet is ontslagen, b. een dienstverband heeft beëindigd, zonder dat er grote bezwaren waren verbonden aan de voortzetting. De uitkering wordt blijvend geweigerd, als de inwoner: a. een aanbod voor een dienstverband heeft afgewezen, b. door zijn houding of gedrag geen dienstverband verkrijgt.

9.2.10 Niet nakomen van verplichtingen PW/ IOAW/IOAZ [PW] 1. 2.

3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die een aanvullende opgelegde verplichting - als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet - niet voldoende nakomt. De verlaging is 20% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om: a. verplichtingen in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt; De verlaging is 40% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om: a. een opgelegde verplichting om een noodzakelijke medische behandeling te volgen; b. verplichtingen die zijn gericht op vermindering van de bijstand. De verlaging is 100% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de bijstand.

48 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9.2.11 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. Daarbij geldt de hoogste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt, evenals de duur die bij die verlaging hoort. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

9.2.12 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ] Als binnen een jaar na de datum van een besluit tot verlaging opnieuw tot een verlaging wordt besloten wegens het niet nakomen van de zelfde verplichting, dan wordt de duur van de verlaging verdubbeld. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft vastgesteld op € 0,- (nihil). Voor herhaling bij het niet nakomen van de wettelijke arbeidsvoorwaarden heeft artikel 9.2.5 een afwijkende regeling

9.2.13 Boete bij niet nakomen inlichtingenplicht

[PW, IOAW, IOAZ] Als de inwoner de aan de uitkering verbonden inlichtingenplicht niet nakomt en er daardoor teveel of onterecht bijstand is verstrekt, legt de gemeente een boete op. De hoogte van de boete wordt met toepassing van landelijke regels afgestemd op a. het bedrag dat door het niet nakomen van de verplichting teveel is uitbetaald; b. de mate waarin de gedraging de inwoner kan worden verweten; c. de financiële situatie van de inwoner. Bij een eerste schending van de inlichtingenplicht kan de gemeente in plaats van een boete een waarschuwing geven. Bij herhaling binnen een termijn van 5 jaar wordt de boete verhoogd naar 150%. De gemeente kan afzien van een boete als daarvoor dringende redenen zijn. Financiële gevolgen horen bij een boete en vormen geen dringende redenen.

9.3 Herzien, intrekken en beëindigen voorziening 9.3.1 Herzien [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet] De gemeente kan een besluit tot verstrekking van een voorziening herzien: a. met terugwerkende kracht als de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het recht op de voorziening of de uitkering anders vastgesteld zou zijn als de juiste gegevens bekend waren geweest; b. voor de toekomst als omstandigheden die van belang zijn voor de vaststelling van het recht op een voorziening of voor de aard of de hoogte van de voorziening wijzigen.

49 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9.3.2 Intrekken [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet] De gemeente kan een besluit tot verstrekking van een voorziening intrekken als: a. als de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het verstrekken van de juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot afwijzing van de aanvraag of beëindiging van het recht op de voorziening of de uitkering; b. het om een Pgb gaat en het Pgb niet binnen 6 maanden na uitbetaling is gebruikt om een voorziening te betalen waarvoor het Pgb is toegekend.

9.3.3 Beëindigen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet]

De gemeente kan de verstrekking van een voorziening of uitkering beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; c. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; d. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; e. de ontvanger van de voorziening geen inwoner van de gemeente meer is; f. het gaat om Wmo-hulp en de inwoner langer dan 13 weken verblijft in een Wlz-instelling of een instelling in het kader van de Zorgverzekeringswet.

9.4 Terugvorderen 9.4.1 Terugvordering en invordering [PW, IOAW, IOAZ] 1. 2. 3. 4.

5.

De gemeente vordert een uitkering terug en verhaalt een uitkering op anderen in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug en verhaalt niet als dit onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner of voor degene op wie de kosten worden verhaald. Bij een klein bedrag kan de gemeente besluiten om niet terug te vorderen of te verhalen, tenzij de wet iets anders voorschrijft. Bij het invorderen of het verrekenen met een lopende uitkering zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner een inkomen blijft houden dat past bij de persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval niet lager dan de beslagvrije voet. De gemeente heeft beleidsregels gemaakt voor terugvordering en verhaal.

9.4.2 Terugvordering voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet, Burgerlijk Wetboek] 1.

2.

Als de gemeente een besluit om een voorziening toe te kennen heeft ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, dan kan de gemeente de geldswaarde van de voorziening die ten onrechte is verstrekt, terugvorderen van de inwoner. Als de gemeente een besluit om een voorziening in eigendom of in bruikleen toe te kennen heeft ingetrokken, dan kan deze voorziening van de inwoner worden teruggevorderd.

50 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

9.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 9.5.1 Controle 1.

2. 3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente controleert na toekenning regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening. Zij controleert of de inwoner de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt en of hij zich aan de verplichtingen houdt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. heimelijke waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd; c. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; d. samenwerking met andere organisaties, zoals UWV, maatschappelijke organisaties en andere gemeenten; e. signalen en tips van organisaties of particulieren; f. andere passende onderzoeksmethoden. De controle is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.

Bij beëindiging van de uitkering of voorziening, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

9.5.2 Voorkomen van fraude 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. De gemeente doet aangifte bij het Openbaar Ministerie, als de inwoner door fraude teveel uitkering heeft ontvangen en er aangifte moet worden gedaan volgens de regels die daarvoor gelden.

9.5.3 Beleidsplan en beleidsverslag 1. 2.

3.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt een beleidsplan vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. De gemeente stelt na afloop van de looptijd van het beleidsplan een beleidsverslag vast. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.

9.5.4 Privacy 1.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen (stappenplan) op. Het gaat in ieder geval om protocollen voor de inzet van huisbezoeken en buurtonderzoeken.

51 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

2. 3.

De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. De gemeente maakt de protocollen openbaar. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten - zoals op de bescherming van het privéleven - niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

9.5.5 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente wijst in een openbaar besluit één of meer ambtenaren aan als toezichthouder. Zij hebben als taak erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

52 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

10. Inwoners en gemeente in gesprek Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. De gemeente gaat dan graag in gesprek met haar inwoners. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken, een vertrouwenspersoon te spreken of te proberen om er samen uit te komen in een mediationgesprek. Hierbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale Ombudsman. Met de ervaringen van de inwoners, zowel positief als negatief, kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. Inwoners kunnen hiervoor gevraagd en ongevraagd advies over geven via vertegenwoordigers in de Participatie Advies Raad (PAR). Ook zijn er vormen van inspraak mogelijk die in dit hoofdstuk worden weergegeven.

Kernwaarden: 

De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner.

De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.

De gemeente zorgt voor mogelijkheden voor de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven.

10.1 Inwoners betrekken bij beleid 1.

2.

3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Ook betrekt de gemeente inwoners bij de voorbereiding van nieuw beleid binnen het sociaal domein. Hiervoor zijn een aantal documenten van toepassing: a. De regels van de ‘Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraak- en communicatieverordening)’. b. de “Verordening participatieadviesraad sociaal domein Waddinxveen 2015”. Door de Raad van de Gemeente vastgesteld op 16 december 2015. c. de ´Leidraad samenlevingsparticipatie 2019-2022´, vastgesteld in de raad van 12 juni 2019. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de participatieadviesraad; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c. op andere passende manieren. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. De gemeente doet dit bij voorkeur in overleg met de Participatie Advies Raad. Volgens de regels uit de ‘Verordening participatieadviesraad sociaal domein Waddinxveen 2015’ zorgt de gemeente er in ieder geval voor dat de Participatie Advies Raad: a. op tijd advies kan geven; b. deskundige ondersteuning krijgt; c.

voldoende middelen heeft om goed inspraak te kunnen geven; d. regelmatig met de gemeente in gesprek kan gaan over nieuw beleid.

10.2 1.

Inspraak bij aanbieders

[Jeugdwet, Wmo] Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft.

53 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

2.

De gemeente controleert of de aanbieder zich houdt aan de regels voor inspraak.

10.3

Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet]

1.

2. 3. 4. 5.

De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk - in ieder geval binnen de wettelijke termijnen - worden afgehandeld. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.

10.4 1.

2.

[Awb, Gemeentewet] De inwoner kan bij de klachtenfunctionaris een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c. de manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft uitgevoerd. De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente informeert de inwoner hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.

10.5 1.

2.

3. 4.

Klachten over de gemeente

Klachten over andere personen of organisaties

[Awb, Gemeentewet] De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die hulp verleent op grond van een besluit van de gemeente, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. De gemeente controleert of de klachtenregeling van deze persoon of organisatie wordt nageleefd en doet dit door regelmatig met die persoon of organisatie te overleggen en door jaarlijks een onderzoek te doen naar de ervaringen van inwoners met deze hulpverleners. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld.

10.6

Vertrouwenspersoon [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Awb]

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp van de gemeente krijgt een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. De inwoner kan bij deze vertrouwenspersoon terecht voor een vertrouwelijk gesprek over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen in verband met de geboden hulpverlening.

54 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

10.7

Bezwaar [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Awb]

Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening kan daartegen bezwaar maken. Hierbij gelden de regels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht. Nadat de gemeente een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker contact op met de inwoner om navraag te doen of de inwoner ervoor open staat om het bezwaar te bespreken (pre-mediationgesprek). De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar nieuwe argumenten, feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming en om te beoordelen of alle feiten en omstandigheden bekend waren om een zorgvuldig besluit te nemen.

55 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden: 

Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner.

De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.

De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. [Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]

11.1 Kwaliteit 1. 2.

3.

Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. De diensten en producten: a. passen bij de persoonlijke situatie van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard (keurmerken); d. voldoen aan de voorwaarden en kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten in de daarbij horende sector erkende keurmerken; e. respecteren de rechten van de inwoner; f. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; g. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld . De gemeente kan beleidsregels vaststellen waarin de kwaliteitseisen worden uitgewerkt en controleert of deze eisen door aanbieders worden nageleefd.

11.2 Inkoop en aanbesteding 1.

2.

3.

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] De gemeente zorgt er voor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 12.1, het tweede lid. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder. De gemeente houdt bij het vaststellen van tarieven rekening met: a. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskracht; b. een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel;

56 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

d. e. f.

4.

5.

reis- en opleidingskosten; het jaarlijks aanpassen van de (reële) kostprijs in verband met stijging van de kosten; andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. De gemeente zorgt ervoor dat met de tarieven diensten kunnen worden ingekocht die voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor die diensten, waaronder de eisen aan de deskundigheid die aan hulpverleners worden gesteld. De gemeente kan besluiten om geen vaste of reële prijs te bepalen op basis van de genoemde kostprijselementen maar de bepaling van de hoogte van een reële prijs over te laten aan de inschrijvende partijen. De gemeente legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad.

57 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

12. Begrippen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?  Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.  Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.  Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.  Er worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.  De begrippen over inburgering zijn op het laatste moment toegevoegd vanwege de recent ingevoerde wet. Ze staan onderaan deze lijst. Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi; Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente, ter uitvoering van een wettelijke verlpichting. AGGV: verordening over (vrijstelling van) staatssteun aan bedrijven.

Deze verordening zegt dat werkgeverregelingen geen verboden staatssteun zijn als hiermee kwetsbare of zeer kwetsbare werkzoekenden worden geholpen. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW en artikel 37 van de IOAZ. . Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Basisschool: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.

Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, waardoor een belemmering ontstaat in het sociaal-maatschappelijk functioneren, of, als het om vervoer naar school gaat, het vervoer naar school. Besluit: een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.

58 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. CAK: Centraal administratiekantoor. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Dichtstbijzijnde school: school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale basisschool gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school de dichtstbijzijnde speciale basisschool in het samenwerkingsverband van de basisschool dat het kind eerst bezocht, of een andere speciale basisschool binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is. Effect: het resultaat of het doel. Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of dat hij mag gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel dat de gebruiker ter beschikking staat, zoals een deel-, leen- of lease-auto. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet.

Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of bijstand als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, inkomensondersteuning op grond van artikel 147 Gemeentewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs, of een vervoersvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 6 (vervoer naar school). Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.  Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening.

 Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand.  Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden.  Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.

59 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. In hoofdstuk 6 (vervoer naar school) wordt onder inkomen verstaan: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente Waddinxveen meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente Waddinxveen als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente Waddinxveen heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente Waddinxveen.

IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Llv: de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dwz. de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging.

Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Openbaar vervoer (OV): openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Opstapplaats: plaats die is aangewezen door de gemeente, vanaf waar het kind (de leerling) gebruik kan maken van het vervoer naar school. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere.

60 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2022

Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Pgb: persoonsgebonden budget

Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. PW: Participatiewet. Reistijd: de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd mag maximaal 10 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 10 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor OV of aangepast vervoer. Samenwerkingsverband: 1. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092167/1