Bijlage 1 Businesspark Vredenburgh fase 2_vastgesteld_1_Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Figuur 3.1: Intensiteiten in motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal in de huidige situatie
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
8
3.4
Verkeersstromen referentie 2040 met N207-Zuid
Naar de toekomst toe valt op dat de verkeersstromen in de omgeving sterk toenemen. Met name de plannen van de N207-Zuid lijken veel extra verkeer aan te trekken. Zo bevat de Vredenburghlaan naar schatting circa 10.000 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal, waar dit in de huidige situatie (zie figuur 3.1) nog circa 1.600 motorvoertuigbewegingen zijn. Ook op de Piet Stuurmanweg is een sterke toename te zien. Hier neemt het verkeer toe van circa 500 motorvoertuigbewegingen naar circa 5.500 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal (het aantal personenautobewegingen en vrachtautobewegingen bij elkaar opgeteld). Er lijkt daarmee een sluiproute te ontstaan voor verkeer vanaf de A12 bij de aansluiting Zevenhuizen dat via de Bredeweg en de Piet Stuurmanweg richting de verlengde Vredenburghlaan rijdt, met name voor personenauto’s. In deze referentiesituatie is de ontwikkeling van businesspark Vredenburgh fase 2 nog niet meegenomen. Dat betekent dat ook zonder het bedrijventerrein, de verkeersstromen in de toekomst sterk zullen toenemen.
Figuur 3.2: Intensiteiten in personenautobewegingen per werkdagetmaal in de referentiesituatie 2040 met N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
9
Figuur 3.3: Intensiteiten in vrachtautobewegingen per werkdagetmaal in de referentiesituatie 2040 met N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
10
3.5
Verkeersstromen plan 2040 met N207-Zuid
Als gevolg van de ontwikkeling van businesspark Vredenburgh fase 2 nemen de verkeersstromen verder toe ten opzichte van de referentiesituatie 2040. Wel zijn de toenames minder groot vergeleken met de toenames tussen de huidige situatie en de referentiesituatie 2040. Zo neemt de intensiteit op de Piet Stuurmanweg toe van circa 5.500 motorvoertuigbewegingen in de referentiesituatie naar circa 7.500 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal in de plansituatie. Personenauto’s rijden vanaf de ontsluiting aan de Piet Stuurmanweg zowel van/naar de Bredeweg als van/naar de (verlengde) Vredenburghlaan. Al het vrachtverkeer met als herkomst/bestemming het nieuwe bedrijventerrein rijdt via de (verlengde) Vredenburghlaan als gevolg van het gedeeltelijke vrachtverbod op de Piet Stuurmanweg. Daardoor is op het westelijke deel van de Piet Stuurmanweg een laag aandeel vrachtverkeer zichtbaar.
Figuur 3.4: Intensiteiten in personenautobewegingen per werkdagetmaal in de plansituatie met N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
11
Figuur 3.5: Intensiteiten in vrachtautobewegingen per werkdagetmaal in de plansituatie met N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
12
3.6
Verkeersstromen referentie 2040 zonder N207-Zuid
In de referentiesituatie zonder de N207-Zuid valt op dat de Piet Stuurmanweg fors minder verkeer verwerkt dan in de referentiesituatie met N207-Zuid. Zonder de doortrekking van de provinciale weg is de Piet Stuurmanweg geen interessante route voor doorgaand verkeer. Enkel bestemmingsverkeer dat in de buurt van de Piet Stuurmanweg moet zijn zal dan gebruik maken van de weg. Zo rijdt er in 2040 zonder N207-Zuid circa 1.500 motorvoertuigbewegingen over de Piet Stuurmanweg in plaats van 5.500 motorvoertuigbewegingen met de N207-Zuid. De toename van verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie wordt verklaard door ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving.
Figuur 3.6: Intensiteiten in personenautobewegingen per werkdagetmaal in de referentiesituatie 2040 zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
13
Figuur 3.7: Intensiteiten in vrachtautobewegingen per werkdagetmaal in de referentiesituatie 2040 zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
14
3.7
Verkeersstromen plan 2040 zonder N207-Zuid
Omdat de plannen van de N207-Zuid zorgen voor een sterke toename van verkeer op de Piet Stuurmanweg (nog vóórdat businesspark Vredenburgh fase 2 is toegevoegd) is ook een scenario inzichtelijk gemaakt zonder de plannen van de N207-Zuid (maar wel met de toevoeging van businesspark Vredenburgh fase 2). Daaruit is af te leiden dat de intensiteit op de Piet Stuurmanweg met circa 4.000 motorvoertuigbewegingen fors lager is dan in de situatie met N207-Zuid (dan gaat het om circa 7.500 motorvoertuigbewegingen). In de resultaten is ook terug te zien dat al het vrachtverkeer in de plansituatie via de (verlengde) Vredenburghlaan aankomt en vertrekt.
Figuur 3.8: Intensiteiten in personenautobewegingen per werkdagetmaal in de plansituatie 2040 zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
15
Figuur 3.9: Intensiteiten in vrachtautobewegingen per werkdagetmaal in de plansituatie 2040 zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
16
4. Verkeersafwikkeling 4.1
Aanpak en uitgangspunten
Met behulp van de resultaten uit het verkeersmodel zijn kruispuntstromen voor 3 relevante kruispunten1 in de omgeving van businesspark Vredenburgh fase 2 afgeleid. De beoordeelde kruispunten zijn: •
Bredeweg – Piet Stuurmanweg
•
Vredenburghlaan – Polderweg – Piet Stuurmanweg
•
Vredenburghlaan – Beijerincklaan.
Op deze kruispunten is de grootste toename van verkeer te verwachten en de verkeersafwikkeling op deze kruispunten is zodoende cruciaal om te beoordelen of het extra verkeer in de toekomst goed kan worden gefaciliteerd. Hiervoor is zowel de verkeersafwikkeling beoordeeld voor de referentiesituatie als de plansituatie (met en zonder N207-Zuid) om het verschil inzichtelijk te maken. Binnen het onderzoek is sprake van de volgende kruispuntvormgevingen: •
geregelde kruispunten (VRI’s/ verkeerslichten);
•
ongeregelde kruispunten (rotonde en gelijkwaardig kruispunt).
Iedere kruispuntvormgeving is met behulp van verschillende analysetools beoordeeld. De VRI’s zijn binnen deze studie beoordeeld met behulp van COCON2. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling wordt bij de geregelde kruispunten bepaald op basis van de cyclustijd en wachtrijlengte. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling van de voorrangskruispunten zijn beoordeeld met VISSIM3 en beoordeeld op gemiddelde verliestijd. De beoordelingscriteria die gehanteerd zijn om de kwaliteit van de verkeersafwikkeling te beoordelen zijn: de wachtrijlengte per richting, de verliestijd en de cyclustijden. De grenswaarden zijn gebaseerd op ervaringscijfers van Goudappel. Hierna zijn de beoordelingscriteria afzonderlijk toegelicht.
1
De rotonde Bredeweg – N219 ter hoogte van de afrit naar de A12 is ook een relevant kruispunt. Deze
rotonde vormt in de huidige situatie al een knelpunt waarbij wachtrijen tot aan de Piet Stuurmanweg reiken en is ook in beeld bij de Provincie om nader te onderzoeken. Daarom is deze rotonde in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. 2
COCON is een softwaretool waarmee de kwaliteit van de verkeersafwikkeling voor geregelde
kruispunten kan worden geanalyseerd. 3
VISSIM is een dynamisch microsimulatiemodel waarmee het mogelijk is om op voertuigenniveau de
verkeersafwikkeling in stedelijk en buitenstedelijk gebied te onderzoeken.
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
17
Cyclustijd De cyclustijd is de benodigde tijd om op een geregeld kruispunt alle rijrichtingen minstens één keer groen licht te geven. De gehanteerde grenswaarden voor de cyclustijd voor een volledig kruispunt met fietsers zijn weergegeven in tabel 4.1. beoordeling afwikkeling
cyclustijd
goed
<90 seconden
redelijk/matig
90-120 seconden
slecht
>120 seconden
Tabel 4.1: Grenswaarden cyclustijd Gemiddelde verliestijd Een andere indicator voor het beoordelen van de kwaliteit van de verkeersafwikkeling is de gemiddelde verliestijd. Verliestijd betreft het verschil in tijd tussen een free-flow situatie (zonder te hoeven wachten door ander verkeer) en de benodigde tijd in een spitsuur met verkeer. Anders gezegd, de tijd die een voertuig ‘verliest’ ten opzichte van een situatie zonder verkeer. In tabel 4.2 zijn de grenswaarden (in seconden) opgenomen die binnen de beoordeling van de verliestijden zijn gehanteerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in de verliestijd voor een hoofdrichting en een zijrichting en naar auto’s en fietsers/voetgangers. hoofdrichting
zijrichting
motorvoertuigen
voetganger/fiets
motorvoertuigen
goed
0-25 seconden
0-10 seconden
0-40 seconden
0-20 seconden
redelijk/matig
25-45 seconden
10-20 seconden
40-60 seconden
20-40 seconden
>45 seconden
>20 seconden
>60 seconden
>40 seconden
slecht
voetganger/fiets
Tabel 4.2: Grenswaarden gemiddelde verliestijd voorrangskruispunten Wachtrijlengte Binnen dit criterium is getoetst of de wachtrij die ontstaat gefaciliteerd kan worden, zonder dat een andere rijrichting hierdoor wordt geblokkeerd. Met andere woorden; is er voldoende opstelruimte? Voor de wachtrijlengte is de grenswaarde gelijk aan de lengte van de opstelstrook of opstelruimte. De wachtrijlengtes zijn afgerond naar boven op 5-tallen. De lengte van de opstelstroken worden per kruispunt toegelicht in de volgende paragraaf.
4.2
Kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg
Het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg ligt buiten de bebouwde kom. Op beide wegen geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Het kruispunt is vormgegeven als gelijkwaardig kruispunt, wat wil zeggen dat verkeer van rechts voorrang heeft. Het kruispunt ligt op een verhoogd plateau om daarmee de attentie te verhogen en de snelheid af te remmen. Een impressie van het kruispunt is in figuur 4.1 weergegeven.
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
18
Figuur 4.1: Impressie kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg Om de verkeersveiligheid op het kruispunt te verbeteren is het aan te raden om het kruispunt te herinrichten tot een voorrangskruispunt. De Bredeweg wordt dan een voorrangsweg waardoor de voorrangssituatie op het kruispunt duidelijker wordt. Verkeer vanaf de Piet Stuurmanweg of het Zaaipad dient dan voorrang te verlenen aan doorgaand verkeer op de Bredeweg. Daarvoor dienen haaientanden aangebracht te worden inclusief de juiste bebording. Het fietsverkeer kan uit de voorrang blijven, aangezien dit buiten de bebouwde kom gebruikelijk is. Wel is het aan te bevelen om tussen het fietspad en de Bredeweg voldoende opstelruimte te hebben voor één auto zodat deze zich kan opstellen tussen het fietspad en de Bredeweg. Om eenduidigheid te creëren worden idealiter alle kruispunten langs de Bredeweg op eenzelfde manier vormgegeven, zodat de voorrangssituatie op alle kruispunten hetzelfde is.
De analyse naar de verliestijden en wachtrijlengtes (uitgaande van een voorrangskruispunt) is hierna in de tabellen weergegeven. referentie 2040 met N207-Zuid
plan 2040 met N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
Bredeweg Noord
5 seconden
5 seconden
5 seconden
5 seconden
Piet Stuurmanweg
>60 seconden
>60 seconden
>60 seconden
>60 seconden
5 seconden
5 seconden
10 seconden
10 seconden
Bredeweg Zuid
Tabel 4.3: Verliestijden op het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg met N207-Zuid referentie 2040 zonder N207-Zuid
plan 2040 zonder N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
Bredeweg Noord
10 seconden
10 seconden
10 seconden
10 seconden
Piet Stuurmanweg
15 seconden
20 seconden
15 seconden
40 seconden
Bredeweg Zuid
10 seconden
10 seconden
10 seconden
10 seconden
Tabel 4.4: Verliestijden op het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
19
referentie 2040 met N207-Zuid
plan 2040 met N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
Bredeweg Noord
5 meter
5 meter
5 meter
10 meter
Piet Stuurmanweg
>200 meter
>200 meter
>200 meter
>200 meter
15 meter
10 meter
20 meter
15 meter
Bredeweg Zuid
Tabel 4.5: Wachtrijlengtes op het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg met N207-Zuid referentie 2040 zonder N207-Zuid
plan 2040 zonder N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
Bredeweg Noord
5 meter
35 meter
15 meter
10 meter
Piet Stuurmanweg
20 meter
10 meter
20 meter
70 meter
Bredeweg Zuid
15 meter
0 meter
10 meter
5 meter
Tabel 4.6: Wachtrijlengtes op het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg zonder N207-Zuid Uit de analyse blijkt dat het kruispunt de verkeersstromen in de toekomst met een doorgetrokken provinciale weg niet goed kan verwerken. In dat geval ontstaan lange verliestijden en wachtrijen die niet langer acceptabel zijn. De slechte verkeersafwikkeling is een gevolg van de grote verkeersstromen van de Bredeweg Zuid naar de Piet Stuurmanweg en vice versa. Deze verkeersstroom wordt hier met name bepaald door de doortrekking van de Vredenburghlaan waardoor de Piet Stuurmanweg een sluiproute wordt. In de situatie zonder doortrekking van de Vredenburghlaan is de verkeersafwikkeling op het kruispunt wel acceptabel (zowel met als zonder de ontwikkeling van businesspark Vredenburgh fase 2). De wachtrijen nemen ten opzichte van de referentiesituatie veelal toe, maar zorgen niet voor terugslag tot andere kruispunten. Daarmee zijn door de wachtrijlengtes geen knelpunten te verwachten. Om de verkeersafwikkeling in de situatie met doortrekking van de Vredenburghlaan wel goed te laten verlopen is een andere kruispuntvormgeving benodigd. Een VRI of een turborotonde is dan nodig om de verkeersafwikkeling vlot te laten verlopen. Het aanpassen van de vormgeving op dit kruispunt zorgt er echter wel voor dat het sluipverkeer beter gefaciliteerd wordt.
Idealiter wordt sluipverkeer via de Bredeweg/Piet Stuurmanweg niet gefaciliteerd of zelfs voorkomen. Daarom is het aan te bevelen om nader onderzoek te doen naar de gevolgen van de N207-Zuid voor de Bredeweg en Piet Stuurmanweg ten aanzien van de verwachte hoeveelheid sluipverkeer.
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
20
4.3
Rotonde Vredenburghlaan – Piet Stuurmanweg – Polderweg
Het kruispunt Vredenburghlaan – Piet Stuurmanweg – Polderweg is vormgegeven als rotonde buiten de bebouwde kom. Op de Vredenburghlaan geldt een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. Op de zijwegen geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Een impressie van het kruispunt is in figuur 4.2 weergegeven.
Figuur 4.2: Impressie van de rotonde Vredenburghlaan – Piet Stuurmanweg – Polderweg in de huidige situatie. Aan de noordzijde is in de toekomst een doortrekking van de provinciale weg beoogd referentie 2040 met N207-Zuid
plan 2040 met N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
Vredenburghlaan Noord
20 seconden
30 seconden
35 seconden
40 seconden
Polderweg
10 seconden
10 seconden
15 seconden
10 seconden
Vredenburghlaan Zuid
15 seconden
20 seconden
20 seconden
30 seconden
Piet Stuurmanweg
15 seconden
15 seconden
15 seconden
30 seconden
Tabel 4.6: Verliestijden op de rotonde met N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
21
referentie 2040 zonder N207-Zuid
plan 2040 zonder N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Polderweg
5 seconden
5 seconden
10 seconden
10 seconden
Vredenburghlaan Zuid
5 seconden
10 seconden
10 seconden
10 seconden
Piet Stuurmanweg
5 seconden
5 seconden
5 seconden
10 seconden
Vredenburghlaan Noord
Tabel 4.7: Verliestijden op de rotonde zonder N207-Zuid referentie 2040 met N207-Zuid
plan 2040 met N207-Zuid
ochtendspits
Avondspits
ochtendspits
avondspits
Vredenburghlaan Noord
60 meter
100 meter
105 meter
135 meter
Polderweg
10 meter
10 meter
10 meter
10 meter
Vredenburghlaan Zuid
50 meter
70 meter
85 meter
100 meter
Piet Stuurmanweg
40 meter
50 meter
50 meter
90 meter
Tabel 4.8: Wachtrijlengtes op de rotonde met N207-Zuid
Vredenburghlaan Noord
referentie 2040 zonder N207-Zuid
plan 2040 zonder N207-Zuid
ochtendspits
ochtendspits
avondspits
avondspits
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Polderweg
10 meter
10 meter
20 meter
10 meter
Vredenburghlaan Zuid
15 meter
25 meter
30 meter
30 meter
Piet Stuurmanweg
15 meter
15 meter
25 meter
30 meter
Tabel 4.9: Wachtrijlengtes op de rotonde zonder N207-Zuid Uit de berekeningen blijkt dat de verliestijden in het scenario zonder doorgetrokken Vredenburghlaan overal acceptabel zijn, zowel met als zonder businesspark Vredenburgh fase 2. In de situatie met de doorgetrokken Vredenburghlaan is soms een matige verkeersafwikkeling geconstateerd. De impact van het plan is hierbij echter relatief gering, aangezien de verliestijden op de rotonde als gevolg van het plan met maximaal 10 seconden toeneemt. Het is dan ook niet noodzakelijk om als gevolg van businesspark Vredenburgh fase 2 maatregelen te treffen ten aanzien van de verkeersafwikkeling op de rotonde (in de variant waarbij de plannen van de N207-Zuid zijn meegenomen). De wachtrijlengtes zijn met name in de variant met doorgetrokken Vredenburghlaan relatief lang. Meerdere wachtrijen zijn circa 100 meter lang, soms ook al in de referentiesituatie zonder businesspark Vredenburgh fase 2. Omdat er weinig andere kruispunten in de directe omgeving van de rotonde liggen, leiden de (lange) wachtrijlengtes echter niet tot terugslag (en daarmee overlast) op andere kruispunten.
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
22
4.4
Kruispunt Vredenburghlaan – Beijerincklaan
Het kruispunt Vredenburghlaan – Beijerincklaan is een geregeld kruispunt met verkeerslichten. Iedere rijrichting op het kruispunt heeft ten minste één eigen opstelstrook, wat wil zeggen dat er geen gecombineerde opstelstroken zijn (bijvoorbeeld rechtdoor en rechtsaf gecombineerd). Daardoor is het kruispunt efficiënter te regelen. Een impressie van het kruispunt is in figuur 4.3 weergegeven.
Figuur 4.3: Impressie kruispunt Vredenburghlaan - Beijerincklaan referentie 2040 met N207-Zuid cyclustijd
plan 2040 met N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
70 seconden
91 seconden
74 seconden
106 seconden
Tabel 4.10: Cyclustijden op het kruispunt met N207-Zuid
cyclustijd
referentie 2040 zonder N207-Zuid
plan 2040 zonder N207-Zuid
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
72 seconden
101 seconden
70 seconden
100 seconden
Tabel 4.11: Cyclustijden op het kruispunt zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
23
signaalgroep
referentie 2040 met N207-Zuid
plan 2040 met N207-Zuid
# stroken
beschikbaar
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
1
1
120
24
36
30
36
2
2
120
54
54
54
42
3
1
110
96
132
102
144
4
1
100
30
90
36
90
5
2
100
84
96
108
102
6
1
100
18
12
12
12
7
1
125
12
18
12
24
8
2
125
114
102
114
120
9
1
125
18
24
24
42
10
1
115
18
12
24
24
11
1
115
78
114
78
132
12
1
115
30
30
36
36
13
1
18
18
18
18
14
1
18
18
18
18
15
1
18
18
18
18
16
1
18
18
18
18
Tabel 4.12: Wachtrijlengtes op het kruispunt met N207-Zuid referentie 2040 zonder N207-Zuid signaalgroep
plan 2040 zonder N207-Zuid
# stroken
beschikbaar
ochtendspits
avondspits
ochtendspits
avondspits
1
1
120
18
24
24
30
2
2
120
108
60
108
60
3
1
110
108
144
108
150
4
1
100
36
78
36
90
5
2
100
48
78
66
84
6
1
100
18
12
18
12
7
1
125
12
18
12
18
8
2
125
120
174
126
132
9
1
125
6
18
18
24
10
1
115
6
12
12
18
11
1
115
30
54
36
66
12
1
115
30
30
30
30
13
1
18
18
18
18
14
1
18
18
18
18
15
1
18
18
18
18
16
1
18
18
18
18
Tabel 4.13: Wachtrijlengtes op het kruispunt zonder N207-Zuid
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
24
Uit de berekeningen blijkt dat de cyclustijden in de ochtendspits in alle situaties acceptabel zijn, waardoor dan sprake is van een goede verkeersafwikkeling. In de avondspits is sprake van een matige verkeersafwikkeling, door een redelijk hoge cyclustijd. Dat is echter ook al het geval in de referentiesituatie (zowel met als zonder N207-Zuid). In de variant met N207Zuid neemt de cyclustijd met circa 15 seconden toe, terwijl die in de variant zonder N207Zuid ongeveer gelijk blijft. Het plan van businesspark Vredenburgh fase 2 zorgt zodoende niet voor een dusdanige verslechtering van de verkeersafwikkeling op dit kruispunt. In de onderzochte varianten zijn er enkele richtingen op het kruispunt die een wachtrij hebben die langer is dan de beschikbare opstellengte. Dat wil zeggen dat mogelijk enkele richtingen geblokkeerd worden door lange wachtrijen bij een naastgelegen opstelstrook. In de variant zonder N207-Zuid is dit bij twee richtingen het geval, zowel met als zonder businesspark Vredenburgh fase 2. Daarin zorgt het plan dus niet voor het veroorzaken van een knelpunt. In de variant met N207-Zuid wordt op twee richtingen als gevolg van het plan een te lange wachtrij veroorzaakt. De toename is echter relatief beperkt tot maximaal 15 meter (wat ongeveer gelijk staat aan drie opgestelde auto’s).
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
25
5. Conclusies en aanbevelingen Wayland Developments heeft Goudappel gevraagd om de impact van businesspark Vredenburgh fase 2 op de verkeersafwikkeling inzichtelijk te maken. Uit dit onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: •
In de referentiesituatie 2040 ontstaat een sterke toename van verkeer op de Bredeweg, Piet Stuurmanweg en Vredenburghlaan. Dat komt door de plannen van de N207-Zuid die de Piet Stuurmanweg een interessante route maakt voor verkeer van/naar de A12 en de N207-Zuid. Op de omliggende kruispunten ontstaan dan meerdere knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling.
•
De verkeersgeneratie van het bedrijventerrein bedraagt circa 5.300 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal.
•
Wanneer de verkeersgeneratie wordt opgeteld bij de verkeersstromen uit de referentiesituatie nemen de verkeersstromen in de omgeving verder toe. Op de omliggende kruispunten ontstaan net als in de referentiesituatie meerdere knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling. De knelpunten worden nauwelijks veroorzaakt door de komst van businesspark Vredenburgh fase 2.
•
Wanneer de plannen voor de N207-Zuid niet worden meegenomen blijven de verliestijden, cyclustijden en wachtrijlengtes op de kruispunten in het algemeen acceptabel. Ook dan is de impact van businesspark Vredenburgh fase 2 op de verkeersafwikkeling relatief gering.
Aanbevelingen: •
Het is aan te bevelen om het kruispunt Bredeweg – Piet Stuurmanweg te herinrichten tot een voorrangskruispunt zodat de voorrangssituatie daarmee duidelijker wordt. Dit draagt positief bij aan de verkeersveiligheid. Idealiter wordt dezelfde vormgeving langs de hele Bredeweg toegepast zodat de voorrangssituatie op alle kruispunten hetzelfde is.
•
Ook is het aan te bevelen om de impact van de N207-Zuid op sluipverkeer rondom de Piet Stuurmanweg nader te onderzoeken. Mogelijk kunnen maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er sluipverkeer door het gebied tussen de N207-Zuid en de Bredeweg rijdt.
Verkeersonderzoek businesspark Vredenburgh fase 2 - 18 april 2025
26
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW
NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
3801 7479
Nederland
Nederland
Verkeersonderzoek fase 2 -3218 april 2025 www.goudappel.nl businesspark IBAN Vredenburgh NL09 INGB 0001 2746
27
bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 2
Bijlage 3 Ladder voor duurzame verstedelijking
Bijlagen bij toelichting
77
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase
Stec Groep aan Wayland Developments
David van Doesburg 19 april 2022
2
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2
2
3
4.2
5
5.2 5.3
6
6.2
14
Circ 0,9 hectare relevant planaanbod op bedrijventerreinen binnen de marktregio ............................................................................ 14 Meerdere zachte plannen voor bedrijventerreinontwikkeling in marktregio .............................................................................................. 14 Opvang in bestaande voorraad op bedrijventerreinen slechts beperkt mogelijk ..................................................................................... 15
Confrontatie vraag-aanbod 6.1
11
Autonome uitbreidingsvraag op basis van provinciale behoefteraming ...................................................................................... 11 Additionele ruimtevraag door vervangingsvraag binnen marktregio .............................................................................................. 13
Aanbod binnen marktregio 5.1
7
Bedrijfsruimtemarkt grotendeels lokaal qua verhuisradius ................. 7 Tweekoppigheid zichtbaar in verhuisbewegingen Waddinxveen ....... 8 Ruimtelijk verzorgingsgebied: gemeenten Waddinxveen, Gouda en Zuidplas ............................................................................................... 9
Ruimtevraag binnen marktregio 4.1
4
Locatieprofiel BPVB 2e fase ..................................................................... 4 Ladder als motiveringsvereiste voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen ......................................................................................... 5
Marktregio: Waddinxveen, Gouda en Zuidplas 3.1 3.2 3.3
4
Achtergrond.............................................................................................. 3 Leeswijzer ................................................................................................. 3
Uitgangspunten 2.1 2.2
3
16
In de marktregio is er de komende 10 jaar een behoefte aan middelgrote bedrijventerreinen van 9,1 tot 26 hectare, daarmee aantoonbare behoefte aan ontwikkeling BPVB 2e fase ....................... 16 Geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten door ontwikkeling BPVB 2e fase ........................................................................................... 17
Bijlage A: indicatieve doorkijk naar grootschalige bedrijfskavels
18
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
3
1 Inleiding 1.1 Achtergrond Vraag naar bedrijfskavels flink aangetrokken De gemeente Waddinxveen merkt dat de vraag naar bedrijfskavels in de gemeente in de afgelopen jaren flink is aantrokken. Op diverse bedrijventerreinen heeft zich de afgelopen jaren uitgifte van hectaren bedrijventerreinen voorgedaan. Mede daardoor is nog maar een beperkt aantal hectare voor nieuwvestiging en/of uitbreiding beschikbaar. Daarnaast is de gemeente Waddinxveen actief aan de slag met de herontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein Noordkade. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dienen bedrijfsverplaatsingen van diverse bedrijven uit dit gebied plaats te vinden. Momenteel zijn er echter geen verplaatsingsmogelijkheden voor de zittende bedrijven. Binnen de gemeente zijn alle bestaande terreinen gevuld en ook in de regio is zo goed als niks meer beschikbaar. Om plaats te kunnen bieden aan deze te verplaatsen bedrijven heeft Wayland Developments een principeverzoek ingediend om een perceel van circa 30 hectare (bruto) die in het vigerende bestemmingplan ‘Glasparel+’ bestemd is voor glastuinbouw – aansluitend aan het bestaande Businesspark Vredenburgh – om te zetten naar bedrijventerrein.
Ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh 2e fase te Waddinxveen Om in te spelen op de ruimtevraag van de (mogelijke) herontwikkeling van Noordkade en de krapte op de bedrijfskavelmarkt in de regio in algemene zin, is Wayland Developments bezig met de ontwikkeling van Businesspark Vredenburgh 2e fase (hierna: BPVB 2e fase). Het gaat om een plangebied van circa 30 hectare bruto. Hiervan zal circa 26 hectare (netto oppervlak) bedrijfsgrond in de toekomst uitgeefbaar zijn. De locatie moet ruimte bieden aan kleine tot middelgrote lokale/regionale bedrijvigheid met een maximale kavelomvang van circa 3 hectare. Ladderonderbouwing verplicht onderdeel van ruimtelijk plan Om het nieuwe bedrijventerrein mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Een verplicht onderdeel hiervan is een behoefteonderbouwing en ruimtelijke effectenanalyse aan de hand van de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder).
1.2 Leeswijzer We doorlopen de Ladder zoals dat wordt vereist in het Bro. De Ladderonderbouwing baseert zich daarbij op de beoogde ontwikkeling, regionale vraagramingen, de aanbodsituatie in de regio. We gaan in op de methodiek van de Ladder en bepalen in hoeverre de Ladder van toepassing is voor het plan. Ook schetsen we de beleidscontext. We brengen de marktregio (ruimtelijk verzorgingsgebied) van het plan in beeld en bepalen vervolgens in hoeverre bedrijventerreinontwikkeling BPVB 2e fase voorziet in een behoefte.
4
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
2 Uitgangspunten 2.1 Locatieprofiel BPVB 2e fase Hieronder beschrijven we de belangrijkste locatiekenmerken van de beoogde ontwikkeling: Tabel 1: Locatiekenmerken bedrijventerrein BPVB 2e fase Kenmerk Kaartweergave & bestemmingsplan
Ligging & omvang
Omschrijving Ligging
•
•
Type bedrijvigheid
• • • • •
Bereikbaarheid
• • • •
Bestemmingsplan
• • • •
Ruimtelijke opzet
•
•
Huidig bestemmingsplan
Het plan is om ten zuidwesten van het bestaande bedrijventerrein ‘Businesspark Vredenburgh’ de uitbreiding ‘ Businesspark Vredenburgh 2e fase’ mogelijk te maken. Het plangebied zal dan ook aansluiten op het bestaande bedrijventerrein en hier een logische afronding van vormen. Ten oosten grenst het plangebied aan woningen gelegen aan de Cornelis Broerweg. Door middel van reeds aanwezige grondwallen wordt het plangebied ingepast in de omgeving. Ten zuiden en noorden grenst het plangebied aan bestaande glastuinbouwgebieden. Het beoogde plangebied heeft een netto uitgeefbaar oppervlak van circa 26 hectare. Het terrein richt zich op bedrijvigheid met een kavelgrootte tot en met maximaal 3 hectare. Er geldt geen ondergrens in de kavelomvang op het terrein. Er is (nog) geen typering of sectorprofiel opgesteld voor de beoogde bedrijvigheid op BPVB 2e fase. Ontwikkeling van BPVB 2e fase is ook beoogd om de vervangings- en verplaatsingsvraag vanaf het bestaande bedrijventerrein Noordkade in de gemeente Waddinxveen op te vangen. Voor dit terrein zijn al geruime tijd organische transformatieplannen. BPVB 2e fase wordt via de N457 ontsloten. Via deze weg is de A12 binnen circa 5 minuten bereikbaar. Ontsluiting via water of spoor is niet mogelijk in de directe omgeving van het terrein. Openbaar vervoer is (vooralsnog) niet aanwezig op het terrein.
De meest dichtbij gelegen bushalte (gelegen bij het Zuidplascentrum in Waddinxveen) ligt op circa 25 minuten loopafstand. Er zal een maximale milieucategorie van 3.2 gelden. Er is nog geen maximale bouwhoogte vastgesteld. Er is geen minimaal of maximaal bebouwingspercentage vastgesteld. De gronden hebben momenteel een agrarische enkelbestemming als glastuinbouwgebied. Een wijziging van het bestaande bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Glasparel+’ is dan ook noodzakelijk. BPVB 2e fase is naar verwachting goed verkavelbaar. Er is een hoog percentage uitgeefbare grond te realiseren en relatief grote rechthoekige kavels zijn mogelijk. Hierbij zal een maximale omvang van de uit te geven bedrijfskavels van 3 hectare gelden. Er is naar verwachting geen zichtlocatie op het terrein.
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
5
2.2 Ladder als motiveringsvereiste voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen De Ladder is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van de Rijksoverheid en geldt sinds eind 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Overheden moeten op grond van het Bro alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. Lid 2 Bro en luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Is dit het geval dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.
Om de vereisten van de Ladder te bepalen gaan we hierna achtereenvolgens in op de vraag (1) of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en (2) of de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied is gelegen. Het beoogde bedrijventerrein De BPVB 2e fase maakt een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO), dan is een plan Ladderplichtig. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’. De Ladder is alleen van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijk plan meer bebouwing mogelijk maakt of een functiewijziging van zodanige aard en omvang dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aan beide voorwaarden wordt bij het beoogde bedrijventerreinontwikkeling BPVB 2e fase voldaan. De bebouwingsmogelijkheden nemen toe en er wordt een bedrijventerreinbestemming toegekend aan de gronden waar dit op basis van het vigerende bestemmingsplan (enkelbestemming ‘agrarisch - glastuinbouw’) niet mogelijk is. Ofwel: het plan is Ladderplichtig. Dit betekent dat een beschrijving van de behoefte in ieder geval nodig is.
BPVB 2e fase is een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijke gebied (BSG) is extra motivering vereist. Daarom checken we hier of de ontwikkeling van BPVB 2e fase een ontwikkeling binnen BSG betreft. Artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Naast de hiervoor genoemde definitie van bestaand stedelijk gebied, blijkt uit jurisprudentie dat ook de geldende bestemming van een plangebied relevant kan zijn. Geldt er bijvoorbeeld een agrarische bestemming die de ontwikkeling ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt, dan is veelal geen sprake van BSG 1. 1
zie bijvoorbeeld: ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1340.
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
6
In onderstaand figuur is globaal de beoogde locatie voor BPVB 2e fase weergegeven. Het nieuwe ruimtelijk plan maakt een ontwikkeling van een buitenstedelijk gebied mogelijk naar een plan met een bedrijfsfunctie (bedrijventerrein). De ligging van het beoogde plan – het grenst direct aan het bestaande bedrijventerrein Businesspark Vredenburgh – kan mogelijk gezien worden als ‘binnen het bestaand stedelijk weefsel’ maar het vigerende bestemmingsplan maakt geen stedelijke functie mogelijk. We concluderen dan ook dat er sprake is van een ontwikkeling buiten BSG. Een extra afweging van alternatieven binnen BSG is daarom noodzakelijk. Figuur 1: Beoogde locatie BPVB 2e fase
Bron: Pdok, 2022. Bewerking Stec Groep
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
7
3 Marktregio: Waddinxveen, Gouda en Zuidplas Om de vraag (en de daarvan afgeleide behoefte) naar bedrijventerreinen te bepalen is het allereerst van belang het ruimtelijk verzorgingsgebied (ook wel marktregio) van de beoogde ontwikkeling af te bakenen. Binnen deze regio worden vraag en aanbod ten opzichte van elkaar afgewogen. We bepalen het ruimtelijk verzorgingsgebied op basis van de uitgangspunten van de ontwikkeling (wat wordt maximaal planologisch mogelijk gemaakt op de locatie). We kijken naar de bedrijfsruimtemarkt in Nederland en gemeente Waddinxveen en plaatsen dit in perspectief van de beoogde ontwikkeling.
3.1 Bedrijfsruimtemarkt grotendeels lokaal qua verhuisradius De bedrijfsruimtemarkt in Nederland is grotendeels een lokale markt, blijkt ook uit onderzoek van het PBL. Bijna 95% van de bedrijven verhuist binnen de eigen (COROP-)regio. Een groot deel, 75%, blijft daarbij ook binnen de gemeentegrenzen, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Specifiek voor bedrijventerreinen blijkt ook dat het grootste deel van de werkgelegenheid (ook zo’n 75%) neerstrijkt op bedrijventerreinen, afkomstig is van bedrijven uit de eigen gemeente (PBL, 2009). Onderzoek van het CBS (2013) en Stec Groep (2022) bevestigt het beeld dat het merendeel van bedrijven binnen de eigen gemeente verhuist (ruim twee derde). Zij concluderen dat de gemiddelde verhuisafstand van bedrijven acht kilometer is. Voor de gemeente Waddinxveen (gelegen in de COROP Oost-Zuid-Holland) geldt ook deze gemiddelde verhuisafstand van circa 7 kilometer. Figuur 2: Bovenregionale locatiebeslissingen logistiek per COROP (links) & gemiddelde verhuisafstand bedrijven per COROP (aantal bedrijfsruimtegebruikers) (rechts)
Bron: Stec Groep, 2020 en CBS, 2013
8
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
Toenemende tweekoppigheid op bedrijventerreinenmarkt zichtbaar Er is echter sprake van een toenemende tweekoppigheid op de bedrijventerreinenmarkt. In hoofdzaak zijn er twee groepen bedrijven: die met een lokale marktregio en die met een ruimere regionale marktregio.
Figuur 3: tweekoppigheid bedrijfsruimtemarkt
Tot de eerste groep, met een lokale marktregio, behoort het gros van de bedrijvigheid in Nederland: met name het MKB. Denk aan loodgietersbedrijven, aannemers, metaalbewerkers en transportbedrijven. Deze groep is doorgaans lokaal geworteld, doordat bijvoorbeeld de eigenaar in de buurt wonen, leveranciers in de directe omgeving zijn gevestigd en personeel in de omgeving woont. De groep met een groot ruimtelijk zoekgebied en dus een (boven)regionale oriëntatie (bredere regionale marktregio) is klein in aantal maar fors in ruimtebehoefte. Denk aan grootschalige industrie of logistieke partijen. Deze bedrijven hebben veelal – in tegenstelling tot het MKB – een zeer grote ruimtevraag of hebben zeer specifieke/bijzondere vestigingseisen.
3.2 Tweekoppigheid zichtbaar in verhuisbewegingen Waddinxveen De markt van bedrijfsverhuizingen in Waddinxveen toont de eerder genoemde tweekoppigheid. Enerzijds zien we een sterk lokaal georiënteerde markt met voornamelijk verhuizingen binnen de eigen gemeente, of hoogstens binnen Midden-Holland of direct aangrenzende gemeenten. Anderzijds zien we ook dat in het recente verleden enkele grootschalige (logistieke) bedrijven voor vestiging in Waddinxveen hebben gekozen hebben vanwege specifieke vestigingseisen (zoals een excellente snelwegontsluiting, grotere kavels) en locatievoorkeuren. Meeste verhuizende bedrijven blijven binnen de gemeente Waddinxveen Sinds 2012 hebben 92 bedrijven een (geregistreerde) verhuisbeweging gemaakt richting de gemeente Waddinxveen (bron: Vastgoeddata, 2022). Dit genoemde aantal omvat zowel de interne (binnen de gemeente zelf) als inkomende (vanuit een andere gemeente) verhuisbewegingen van bedrijven met minimaal 2 arbeidsplaatsen. Circa 60% van deze verhuisbewegingen betrof een verhuizing binnen de gemeente Waddinxveen zelf.
Het gaat zowel om de verhuizing van bedrijven vanuit een bedrijf aan huis naar een bedrijventerrein, maar ook de verplaatsing van bedrijven die op een bedrijventerrein zijn gevestigd en opteren voor een andere locatie, bijvoorbeeld door de groei van bedrijfsactiviteiten en/of een groei in het personeelsbestand waardoor ruimtegebrek ontstaat op de huidige locatie. Verplaatsers vanuit buiten de gemeente Waddinxveen voornamelijk afkomstig uit buurgemeenten Sinds 2012 verhuisden 36 bedrijven vanuit een andere gemeente richting de gemeente Waddinxveen. Hiermee heeft de groep ‘inkomende verhuizers’ een aandeel van circa 40% binnen het totaal aantal verplaatsers. Kenmerkend is het lokale karakter van de inkomende verhuisbewegingen: het gros is afkomstig uit de naastgelegen gemeenten Gouda en Zuidplas. De meeste verhuizingen (die geregistreerd staan), betreft de verhuizing van een bedrijf naar een bedrijventerrein. Tabel 2: Inkomende verhuisbewegingen Waddinxveen (sinds 2012, minimaal 2 arbeidsplaatsen) Gemeente van herkomst Waddinxveen Gouda Zuidplas Overige gemeenten Totaal
Absoluut aantal 55 13 10 14 92
Bron: Vastgoeddata, 2022. Bewerking Stec Groep, 2022
Procentueel 60% 14% 10% 16% 100%
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
9
Figuur 4: Verdeling herkomst inkomende bedrijfsverplaatsingen Waddinxveen (periode 2012 – heden)
Bron: Vastgoeddata, 2022. Bewerking Stec Groep
We zien binnen deze groep lokale verhuizers niet alleen kleinschalige bedrijfsverplaatsingen: ook meerdere bedrijven met een kavelomvang tussen 0,5 – 3 hectare hebben de afgelopen jaren een verplaatsing gemaakt binnen de gemeente Waddinxveen zelf, of vanuit de directe buurgemeenten. Zo is bijvoorbeeld Eosta (2,5 hectare) verhuisd van Distripark A12 naar Logistiek Park A12, is HTC (1 hectare) vanuit Moerkapelle verhuisd naar een zichtlocatie langs de A12 naar het Milieupark A12 en Holland Haag (0,8 hectare) verhuisd van Goudse Poort naar Coenecoop III. MEERDERE GROOTSCHALIGE BEDRIJVEN NIEUW OPGERICHT Naast inkomende verhuisbewegingen van bedrijven – waarbij de oude locatie ook daadwerkelijk achter gelaten wordt – zijn recent meerdere grootschalige bedrijven nieuw opgericht in Waddinxveen. Onder deze groep vallen grote (logistieke) bedrijven, die een nieuwe / extra vestiging hebben geopend, zonder een ander pand achter te laten. Denk aan de logistieke vestigingen van Lidl of NedCargo. Deze landelijk opererende bedrijven hebben voor een nieuwe vestiging in Waddinxveen gekozen door de gunstige geografische ligging en infrastructurele ontsluiting via de A12. De locatiebeslissing voor deze bedrijven wordt vanuit landelijk oogpunt bekeken. Bij dit type locatiebeslissingen worden vaak meerdere regio’s en vestigingslocaties overwogen.
3.3 Ruimtelijk verzorgingsgebied: gemeenten Waddinxveen, Gouda en Zuidplas De uiteindelijke marktregio – of ruimtelijk verzorgingsgebied – van BPVB 2e fase is afhankelijk van de beoogde doelgroep en maximale kavelomvang op het terrein. Met de huidige maximale kavelomvang van 3 hectare op het gehele terrein, is het in principe geschikt voor de vestiging van lokale tot bovenlokale bedrijvigheid. Grootschalige bedrijvigheid (groter dan 3 hectare) is vooralsnog uitgesloten.
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
10
Circa 10 kilometer als relevant verzorgingsgebied BPVB 2e fase We concluderen op basis van verhuisgegevens van Vastgoeddata dat de bedrijfsruimtemarkt binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied voornamelijk een lokale markt is. Circa 60% van de bedrijven verhuist binnen de gemeente Waddinxveen zelf. Van de bedrijven die verhuizen van- en naar de gemeente Waddinxveen, zien we dat dit overwegend van- en naar de buurgemeenten Gouda en Zuidplas betreft. BPVB 2e fase wordt in zijn geheel ontwikkeld voor kleinschalige tot middelgrote bedrijvigheid met een maximale kavelomvang van 3 hectare. Middelgrote bedrijven maken regelmatiger hun locatiekeuze op een hoger schaalniveau en zijn minder afhankelijk van lokale locatiefactoren. Echter: deze locatiekeuze vindt vaak wel op een meer lokaal schaalniveau plaats in relatie tot de grootschalige (logistieke) bedrijvigheid in de gemeente (zoals Lidl, NedCargo of Greenyard). Op basis van de analyse van Vastgoeddata (lokaal karakter van de bedrijfsruimtemarkt in de gemeente Waddinxveen), de gemiddelde verhuisafstand van bedrijven op basis van het CBS in de regio (circa 7 kilometer) en de maximale kavelomvang van 3 hectare op BPVB 2e fase hanteren we een reikwijdte van de ontwikkeling van circa 10 kilometer. Hierbinnen valt – naast de gemeente Waddinxveen ook buurgemeenten Gouda en Zuidplas.
Hoewel de gemeente Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk en Lansingerland voor een klein deel binnen de 10 kilometer-zone vanaf BPVB 2e fase vallen, rekenen we deze gemeenten niet mee tot de relevante marktregio. De grotere woonkernen van deze gemeenten (Berkel, Bodegraven en Alphen aan den Rijn) vallen niet binnen de 10 kilometer-zone, en ook de voornaamste bedrijventerreinen binnen deze gemeenten vallen buiten de 10 kilometer-zone. Figuur 5: Afgebakende marktregio (kavelomvang tot 3 hectare) BPVB 2e fase
Bron: IBIS, 2022. Bewerking Stec Groep, 2022
11
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
4 Ruimtevraag binnen marktregio De Ladder vraagt om een beschrijving van de behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied (marktregio) van de beoogde ontwikkeling. Voor het bepalen van de behoefte aan bedrijventerrein hanteren we een periode van 10 jaar. Uit jurisprudentie blijkt dat dit een gangbare periode is. De behoefte bepalen we door de ruimtevraag binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied (en binnen de doelgroep van het plan) te verminderen met het harde planaanbod binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. We maken in dit hoofdstuk gebruik van langjarige regionale prognoses, de uitgifte van bedrijventerreinen, het totaal uitgegeven bedrijventerrein en werkgelegenheid op bedrijventerreinen in de marktregio (het ruimtelijk verzorgingsgebied). Hierbij stellen we – op basis van de in hoofdstuk drie bepaalde marktregio – een toegespitste vraagraming op. In paragraaf 4.1 geven we inzicht in de ruimtevraag in de gehele regio Midden-Holland, om vervolgens de vraagraming voor de marktregio te bepalen.
4.1 Autonome uitbreidingsvraag op basis van provinciale behoefteraming In de provinciale behoefteraming wordt de uitbreidingsvraag geraamd in twee perioden: voor de periode tot en met 2030, en een doorkijk naar 2040. Totale toekomstige ruimtevraag in de regio Midden-Holland: 39 tot 83 hectare t/m 2031 De bandbreedte van de uitbreidingsvraag in Midden-Holland in de periode 2021 tot en met 2030 is 43 tot 86 hectare bedrijventerrein. Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 4,3 tot 8,6 hectare in de periode 2021 tot en met 2030. In de periode 2031 tot en met 2040 is er een uitbreidingsvraag van circa 3 tot 56 hectare in MiddenHolland. De uitbreidingsvraag in deze periode ligt op een lager niveau vanwege een afvlakkende werkgelegenheidsontwikkeling (negatief in WLO laag scenario) en naar verwachting minder harde stijging van de terreinquotiënt. Tabel 3: Uitbreidingsvraag in Midden-Holland in netto hectare Tijdsperiode ▼ 2021 tot en met 2030 2031 tot en met 2040
Scenario ►
WLO laag 43 3
WLO hoog 86 56
46
141
2021 tot en met 2040 Bron: Stec Groep 2021, behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland
PROGNOSE RUIMTEVRAAG VOOR PLANPERIODE VAN 10 JAAR Voor een gedegen onderbouwing van de te verwachten ruimtevraag in de Ladder is een periode van 10 jaar benodigd. Dit conform jurisprudentie. De periode waarmee in bovenstaande analyse gerekend wordt, heeft betrekking over de periode 2021 t/m 2030. Een prognose t/m 2030 sluit niet aan op de planperiode die nodig is voor de onderbouwing. Voor de beoogde planontwikkeling dienen we uit te gaan van een prognose van de ruimtevraag t/m 2031. Voor de berekening hanteren we de hierboven genoemde jaarlijks geprognosticeerde jaarlijkse ruimtevraag van de periode 2031 t/m 2040.
12
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
Op basis van bovenstaande tabel 3 komen we in de gehele regio Midden-Holland tot een totale uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen in de periode 2022 t/m 2031 van circa 39 tot 83 hectare. Dit baseren we ons op de volgende jaarlijkse uitbreidingsvraag voor de verschillende periodes: • •
Periode 2022 t/m 2030: circa 4,3 tot 8,6 hectare per jaar Periode 2031 t/m 2040: circa 0,3 tot 5,6 hectare per jaar
Vertaling regionale ruimtevraag naar marktregio BPVB 2e fase: circa 25 tot 55 hectare De verwachte ruimtevraag van circa 39 tot 83 hectare in de periode 2022 t/m 2031 beslaat de gehele regio Midden-Holland. Om deze ruimtevraag te kristalliseren tot de marktregio van BPVB 2e fase (de gemeenten Waddinxveen, Gouda en Zuidplas) verdelen we de uitbreidingsvraag indicatief naar de individuele gemeenten op basis van een verdeelsleutel. We gebruiken daarvoor drie indicatoren: het aandeel in de recente uitgifte van bedrijventerreinen, de totale netto uitgegeven voorraad en het aandeel in werkgelegenheid op bedrijventerreinen. 1.
2.
3.
Aandeel uitgifte bedrijventerreinen: In de periode 2011-2020 is er in de regio Midden-Holland circa 120 hectare nieuw bedrijventerrein uitgegeven. Hiervan werd circa 75 hectare uitgegeven in de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda (bron: IBIS, 2022). Hiermee is het aandeel van de marktregio binnen de regio Midden-Holland op basis van recente uitgifte circa 62,5%. Aandeel voorraad bedrijventerreinen: De totale (netto uitgegeven) bedrijventerreinenvoorraad in de regio Midden-Holland is circa 735 hectare. Hiervan ligt circa 470 hectare in de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda (bron: IBIS, 2022). Hiermee is het aandeel van de marktregio binnen de regio Midden-Holland op basis van de totale bedrijventerreinenvoorraad circa 65%. Aandeel werkgelegenheid op bedrijventerreinen: In totaal werken er in de regio Midden-Holland circa 39.000 personen op een bedrijventerreinen (bron: provincie Zuid-Holland, 2021). Binnen de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda werken circa 25.100 personen op een bedrijventerrein. Hiermee is het aandeel van de marktregio binnen de regio Midden-Holland op basis van de werkgelegenheid circa 65%.
Op basis van bovenstaande parameters schatten we het aandeel van de afgebakende marktregio van BPVB 2e fase binnen de regionale bedrijventerreinenprognose op circa 65%. Uitgaande van een verwachte ruimtevraag van 39 tot 83 hectare de gehele regio Midden-Holland, betekent dit een verwachte ruimtevraag in de marktregio voor BPVB 2e fase van circa 25 tot 55 hectare in de periode 2022-2031. Indicatieve vertaling ruimtevraag naar werkmilieus De uitbreidingsvraag in de provinciale prognose is vertaald naar vijf typen werkmilieus. Gezien de maximale kavelomvang op BPVB 2e fase kristalliseren we de ruimtevraag op de werkmilieus ‘gemengd stedelijk’ en ‘regulier’. Uit de behoefteraming blijkt dat in Midden-Holland de vraag het grootst is naar het reguliere segment en grootschalige distributie. Tabel 4: uitbreidingsvraag naar werkmilieu in Midden-Holland in netto hectare, 2021 t/m 2030 Werkmilieu ▼ Scenario ► Gemengd stedelijk Regulier Grootschalige distributie (XXL > 3 ha) Grootschalige productie (HMC) Totaal Bron: Stec Groep 2021, behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland
WLO - Laag 3 15 20 5 43
WLO - Hoog 7 31 35 12 86
13
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
De indicatieve vertaling van de uitbreidingsvraag naar werkmilieus in de provinciale prognose is opgesteld voor de periode t/m 2030. We gaan er in deze Ladderonderbouwing van uit dat de procentuele verdeling naar de diverse werkmilieus in 2031 ook gelijk is aan de verdeling in de periode 2021 t/m 2030. Ruimtevraag naar ‘gemengd stedelijk’ en ‘regulier’ werkmilieu: 10 tot 25 hectare t/m 2031 Op basis van de verdeling naar werkmilieus zien we een aandeel van de relevante werkmilieus ‘gemengd stedelijk’ en ‘regulier’ van circa 40% (WLO- laag) tot 45% (WLO-hoog). Vertalen we deze percentages door naar de totale ruimtevraag binnen de marktregio, dan zien we een ruimtevraag van circa 10 tot 25 hectare naar ‘gemengd stedelijk’ en ‘reguliere’ bedrijventerreinen in de periode 2022 t/m 2031. Vanuit de provinciale behoefteraming wordt nadrukkelijk dat de vraag vanuit het WLO-hoog scenario het meest realistisch zal zijn.
4.2 Additionele ruimtevraag door vervangingsvraag binnen marktregio Er kan ook vraag naar bedrijventerreinen ontstaan doordat een gemeente een bestaand bedrijventerrein omzet naar een andere functie, zoals woningen. Voor de (actieve) bedrijven op het bedrijventerrein moet dan vervangende ruimte worden aangeboden. Daarom noemen we dit vervangingsvraag. In de provinciale behoefteraming is bij alle regiogemeenten geïnventariseerd of dit soort plannen er zijn, om hoeveel hectare het precies gaat, om welk type bedrijven en bovenal hoe concreet de plannen zijn. Tabel 5: Transformatieplannen relevante marktregio BPVB 2e fase t/m 2040 Gemeente
Transformatielocatie Antwerpseweg
Start transformatie 5 tot 10 jaar
Te transformeren oppervlakte (netto) 2,5 hectare
Verwachte vervangingsvraag 1,3 hectare
Goudse Poort (Blokker) Goudse Poort (Oost) Kromme Gouwe – oost
0 tot 5 jaar
4,2 hectare
3,8 hectare
Onbekend
Onbekend
Onbekend
5 tot 10 jaar
3,8 hectare
1,9 hectare
Gouda
Lomboklocatie
0 tot 5 jaar
1,1 hectare
1,1 hectare
Waddinxveen
Noordkade
0 tot 5 jaar
14,0 hectare
8,4 hectare
Waddinxveen Zuidplas
Zuid Nijverheidscentrum
Onbekend Onbekend
Onbekend Onbekend
Onbekend Onbekend
Gouda
Gouda Gouda Gouda
Ambitie Gemengd wonen en werken, wonen met lichtere werkfunctie Vooral wonen, wonen met lichtere werkfunctie Gemengd wonen en werken, wonen met vergelijkbare werkfunctie Gehele transformatie naar wonen Gemengd wonen en werken, wonen met lichtere werkfunctie -
Bron: Stec Groep 2021, provinciale behoefteraming Zuid-Holland op basis van input gemeenten regio Midden-Holland, 2021.
Circa 16,5 hectare vervangingsvraag verwacht binnen de marktregio de komende 10 jaar… In totaal wordt er op basis van geïnventariseerde plannen de komende 10 jaar een vervangingsvraag binnen de marktregio van 16,5 hectare verwacht. De onzekerheid van het daadwerkelijk uitvoeren van deze plannen maakt dat de vervangingsvraag niet één op één kan worden toegerekend in deze Ladderonderbouwing. Alleen plannen waarvan (vrijwel) zeker is dat deze (op korte termijn) worden doorgezet kunnen worden meegerekend. … maar circa 1,1 hectare vervangingsvraag zeer concreet Alleen voor de Lomboklocatie in Gouda (1,1 hectare) geldt een concrete transformatiebehoefte die kan worden meegenomen in deze Ladderonderbouwing. Hoewel plannen voor de transformatie van Noordkade steeds concreter worden, zal dit voornamelijk organisch (vanuit de ondernemers zelf) moeten plaatsvinden. Een verwachte vervangingsvraag is dan ook niet concreet te maken in deze analyse.
14
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
5 Aanbod binnen marktregio Om het (plan)aanbod te bepalen maken we in dit hoofdstuk gebruik van het IBIS-bestand van de provincie Zuid-Holland en eigen deskresearch van het planaanbod. Ook kijken we naar vestigingsmogelijkheden in het bestaand (relevant) vastgoedaanbod op bedrijventerreinen.
5.1 Circ 0,9 hectare relevant planaanbod op bedrijventerreinen binnen de marktregio Op twee bedrijventerreinen in de marktregio nog planaanbod beschikbaar Bij het beoordelen van het relevante (harde) planaanbod in de marktregio houden we rekening met het type planaanbod: sommige bedrijventerreinen hebben een specifieke (bedrijfs)bestemming, waardoor het aanbod op het terrein niet relevant is voor de beoogde doelgroep van de bedrijventerreinontwikkeling BPVB 2e fase. Het opgegeven planaanbod in de provinciale monitor bedrijventerreinen (IBIS) is als bron gehanteerd, waarbij een verdere verdieping heeft plaatsgevonden op basis van een inventarisatie bij een private ontwikkelaar, een check bij de Basisregistratie Kadaster (BRK) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Circa 0,9 hectare relevant planaanbod We stellen vast dat de gemeenten vallend binnen het marktgebied in totaal beschikken over circa 0,9 hectare aan uitgeefbare bedrijventerreinen, geschikt om de ruimtevraag van bedrijven naar kleine tot middelgrote bedrijfskavels (tot 3 hectare) op te kunnen vangen. Tabel 6: Planaanbod binnen verzorgingsgebied Gemeente
Plannaam
Type terrein
Waddinxveen Waddinxveen
Distripark A12 Coenecoop I + II
Regionaal Regionaal
Netto hectare uitgeefbaar
Totaal
0,7 ha 0,2 ha 0,9 ha
Bron: IBIS Zuid-Holland, BAG en Kadaster. Peildatum februari 2022
5.2 Meerdere zachte plannen voor bedrijventerreinontwikkeling in marktregio Binnen de marktregio van BPVB 2e fase (de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda) zijn er verschillende zachte plannen voor bedrijventerreinontwikkeling. In lijn met de motivering van de Ladder voor de duurzame verstedelijking hoeven alleen harde plannen (met een onherroepelijk vastgesteld bestemmingsplan) worden meegewogen in het beschikbare aanbod. Voor de volledigheid sommen we hieronder wel de verschillende zachte plannen op. Deze plannen staan opgenomen in de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen. Tabel 7: Zachte plannen voor kleinschalige bedrijventerreinontwikkeling in de marktregio Gemeente
Bedrijventerrein
Waddinxveen Zuidplas Zuidplas
ZPP A12 Noord incl HMC Gouwe Knoop Knibbelweg-Oost, Zevenhuizen
Totaal
Te verwachten omvang in ha 30 45 19
Opmerking
BP in ontwikkeling, primair gericht op de huisvesting van grootschalige logistieke bedrijvigheid. Voor 15,0 hectare geldt dat reeds afspraken zijn gemaakt voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek. De overige 4,0 hectare moet nog regionaal afgestemd worden
127
Bron: Stec Groep 2021, behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
15
5.3 Opvang in bestaande voorraad op bedrijventerreinen slechts beperkt mogelijk Opvang in bestaande voorraad binnen marktregio beperkt mogelijk In het ruimtelijk verzorgingsgebied (marktregio) worden er circa 50 bedrijfspanden aangeboden die qua bruto vloeroppervlak 2 overeen komen met de beoogde kavels op BPVB 2e fase (bron: Funda in Business en lokale bedrijfsmakelaars, peildatum februari 2022). Hieronder vallen voornamelijk meerdere kleinschalige units (100 tot 200 m²) in bedrijfsverzamelgebouwen. Ook wordt een drietal grotere logistieke panden (circa 20.000m² BVO) aangeboden. Ook enkele van de aangeboden relevante panden nog onder constructie: mogelijk zijn deze reeds verhuurd voor ze daadwerkelijk ‘op de markt komen’. Het totale bedrijfsaanbod binnen de marktregio bedraagt circa 130.000 m². op basis van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) concluderen we dat de totale voorraad bedrijfspanden op bedrijventerreinen binnen de marktregio circa 4.100.000m² bedraagt. Hiermee komt het leegstandspercentage uit op circa 3%. We schatten in dat de ruimtevraag naar bedrijfsruimte slechts beperkt kan worden opgevangen in de bestaande voorraad. Het totale aanbod van bedrijfspanden op bedrijventerreinen in de marktregio (de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda) bedraagt ongeveer 3% van de totale voorraad.
De totale leegstand in de relevante marktregio is dus relatief laag en onder frictieniveau. Een frictieleegstand van circa 5% betekent een gezonde leegstand: bedrijven met een acute ruimtevraag of bedrijven die een ander pand zoeken, hebben bij frictieleegstand enige schuifruimte. De beoogde ontwikkeling die circa 26 hectare (netto) nieuw bedrijventerrein – met kavels van maximaal 3 hectare – mogelijk maakt, zal naar verwachting dan ook niet leiden tot onacceptabele leegstand in bestaand bedrijfsvastgoed. Sterker: de leegstand in de marktregio bevindt zich (ver) onder frictie, dus enige extra leegstand kan zelfs wenselijk zijn. Ter indicatie: om het ‘gezonde’ frictieniveau van 5% te bereiken, kan er in het verzorgingsgebied nog circa 70.000 m² bedrijfsvastgoed worden toegevoegd.
2
Hierbij hebben we voor het bruto vloeroppervlak (BVO) een bandbreedte van 100 tot 25.000 m² gehanteerd.
Ladderonderbouwing Businesspark Vredenburgh 2e fase 21.373
16
6 Confrontatie vraag-aanbod We bepalen de behoefte aan de beoogde ontwikkeling binnen de marktregio op basis van de rekensom: vraag – aanbod = behoefte. We maken hierbij gebruik van de uitkomsten uit voorgaande hoofdstukken.
6.1 In de marktregio is er de komende 10 jaar een behoefte aan middelgrote bedrijventerreinen van 9,1 tot 26 hectare, daarmee aantoonbare behoefte aan ontwikkeling BPVB 2e fase We constateerden het volgende: • Binnen de marktregio (het ruimtelijk verzorgingsgebied bestaande de gemeenten Waddinxveen, Zuidplas en Gouda) is een totale ruimtevraag van circa 10 tot 25 hectare aan kleine tot middelgrote bedrijfskavels (tot 3 hectare) in de periode tot en met 2031. • Als gevolg van concrete transformatieplannen rondom het Lombokterrein (Gouda) rekenen we een additionele 1,1 hectare ruimtevraag binnen de marktregio van BPVB 2e fase. • De totale ruimtevraag binnen de marktregio (uitbreidingsvraag + vervangingsvraag) bedraagt hiermee circa 11,1 tot 26,1 hectare tot en met 2031. • Hierbij is de verwachting – in lijn met constatering vanuit de provinciale behoefteraming – dat het hoge scenario (26,1 hectare ruimtevraag in dit geval) het meest realistische toekomstbeeld is. • Het relevante planaanbod in de marktregio bedraagt circa 0,9 hectare. • Op basis van de vraag-aanbod confrontatie lijkt er een tekort aan kleine tot middelgrote bedrijfskavels (tot 3 hectare) binnen de marktregio van circa 10,2 tot 25,2 hectare te zijn de komende 10 jaar. We concluderen dat vraag en aanbod niet in evenwicht zijn.