CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BI7210 Fase II Klimaatadaptatie en Biodiversiteit eindrapport

Overige evenementen 10 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Klimaatadaptatie en Biodiversiteit19.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

33

Vertrouwelijk

Maatregelen lange termijn: • Creëren van een koele plek en schaduwrijke langzaamverkeersroutes (fiets en wandelpaden); • Bewustwording creëren door bijvoorbeeld de kinderboerderij klimaat adatief en natuurinclusief in te richten, bijvoorbeeld aan de hand van de handreiking Alle Kinderboerderijen en bezoekers klimaatbestendig en waterbewust: https://www.kinderboerderijgouda.nl/uploads/documenten/HANDREIKING-Alle-Kinderboerderijenen-bezoekers-klimaatbestendig-en-waterbewust-1.pdf \

• 4.3

Klimaat adaptief en natuurinclusief bedrijventerrein Coenecoop

Integraliteit en voorbeelden

Voor bebouwd zuidoost staan er geen projecten gepland voor de periode 2023 en 2024. De Zuidelijke Rondweg is hier als voorbeeld genomen om de mogelijke maatregelen te schetsen. Op onderstaande afbeelding is een deel van de noordberm te zien van de Zuidelijke Rondweg. Hier bestaat de berm grotendeels uit gemaaid grasland met enkele bomen. Door dit soort bermen in te zaaien met een inheems kruidenmengsel en/of ecologisch te beheren kan hier een meerwaarde voor biodiversiteit worden gecreëerd. Het gefaseerd maaien in ruimte en tijd zorgt voor een jaarrond geschikt habitat. Daarnaast kunnen, bijvoorbeeld tussen of langs de bomen, zomen met struikvegetatie worden aangeplant. Zo kan langs dit deel van de Zuidelijke Rondweg en de N451 een groene verbindingszone gecreëerd worden. Ook zouden meer bomen aangeplant kunnen worden langs de watergangen om een groter lijnvormig element te creëren.

Figuur 4-1 Noordelijke berm van de Zuidelijke Rondweg

De bestaande zone tussen Coenecoop en Kanaaldijk is in de huidige situatie een belangrijk verbindend element voor biodiversiteit, maar ook voor recreatie, fietsers en het uitlaten van honden. Deze wijze van aaneensluiting is een belangrijke waarde die versterkt moet worden, door de ruimte te zoeken voor verlenging en/of uitbreiding, maar ook door in de bestaande ruimte de gedeelde functies te optimaliseren. Dit kan bijvoorbeeld door in te zetten op een rijke afwisseling aan hoogtestructuren, (bijvoorbeeld van weg naar kruiden en grassen, naar struiken, naar bosschages), door gefaseerd maaibeheer en door een luwtegradiënt van wandel- en fietspad naar watergang en berm.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

34

Vertrouwelijk

5

Park Noord

5.1

Biodiversiteit

In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Park Noord genomen kunnen worden om de korte termijn (0-10 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort

Habitat

Oordeel

Doelen korte termijn

bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel egel egel glassnijder glassnijder glassnijder grutto grutto grutto huismus huismus huismus huismus kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel merel rietorchis

bloemrijk (schraal) grasland kale zandbodem parkgrasland bebouwd met groenstructuren bossen en bosschages bloemrijk (schraal) grasland agrarisch gras lijnvormige elementen struikvegetatie parkgrasland bebouwd met groenstructuren lijnvormige elementen struikvegetatie sloten en vaarten natuurvriendelijke oever veenweide sloten en vaarten natuurvriendelijke oever veenweide parkgrasland bebouwd met groenstructuren kunstmatige nestruimte kale zandbodem sloten en vaarten rietkragen natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte lijnvormige elementen bossen en bosschages parkgrasland bloemrijk (schraal) grasland struikvegetatie bloemrijk (schraal) grasland

slecht onbekend goed slecht matig slecht goed slecht matig goed matig slecht matig goed matig matig goed matig matig goed matig onbekend onbekend matig matig matig onbekend matig matig goed slecht matig slecht

matig onbekend goed matig matig matig goed slecht matig goed matig slecht matig goed matig matig goed matig matig goed matig onbekend onbekend matig matig matig onbekend matig matig goed matig matig matig

29 november 2022

Doelen lange termijn matig onbekend goed goed goed matig goed matig goed goed goed matig goed goed matig matig goed matig matig goed goed onbekend onbekend matig goed matig onbekend goed goed goed matig goed matig

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

35

Vertrouwelijk

rietorchis ringslang ringslang ringslang ringslang steenuil weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel

veenweide natuurvriendelijke oever sloten en vaarten kunstmatige nestruimte rietkragen bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages bloemrijk (schraal) grasland kale zandbodem veenweide struikvegetatie

onbekend matig matig onbekend matig slecht goed slecht onbekend matig matig

onbekend matig matig onbekend matig matig goed matig onbekend matig matig

onbekend matig matig onbekend goed matig goed matig onbekend matig goed

Oordeel huidige kwaliteit: • Binnen het buurtcluster is bloemrijk (schraal) grasland nauwelijks aanwezig. Binnen het Gouwebos zijn echter wel enkele ruigere graslanden aanwezig. De meeste graslanden zijn volledig vergrast en soortenarm. • Parkgrasland is ruim aanwezig, in combinatie met struikvegetatie en bosschages. Vooral in het Gouwebos. • Agrarisch grasland binnen buurtcluster is in geschikte oppervlakte aanwezig, met aangrenzende struikvegetatie en bosschages. • Groenstructuren binnen het bebouwde gebied is beperkt in oppervlak aanwezig, te verstoringsgevoelig (door ontbreken voldoende struikvegetatie) en gefragmenteerd. Zuidelijk deel van het buurtcluster is wel van goede kwaliteit. • Bosschages zijn lokaal geschikt, maar beperkt in oppervlakte. • Struikvegetatie is beperkt aanwezig binnen het buurtcluster, maar is in combinatie met andere benodigde habitats pluksgewijs aanwezig. • Veenweidegebied is minder weids aanwezig dan in het buurtcluster veenweide, maar wel aaneengesloten. Hier zijn bredere en ruige oeverzones/vegetaties weinig aanwezig en is op basis van het beeld van de vegetatie sprake van een voedselrijk, soortenarm systeem. • Grotere wateren missen grotendeels bredere rietstroken/oevervegetaties. • Rietkragen zijn enkel lokaal aanwezig, maar wel goed ontwikkeld.

• Sloten en vaarten zijn ruim aanwezig met overwegend een goede kwaliteit, maar natuurvriendelijke oevers zijn niet overal aanwezig. Maatregelen korte termijn: • Bermen, parkgraslanden en plantsoenen binnen het bebouwde gebied met (zomen) met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Lokaal inzetten op hoge kwaliteit, door gedeelde functies ook genoegen nemen met matig bloemrijk grasland. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, rietorchis (zeer lokaal), steenuil en weidehommel. • Het aanplanten van inheemse struikvegetatie (o.a. in zomen om bosschages heen) binnen groenstructuren binnen het buurtcluster. Bestaande bermen en plantsoenen herinrichten en meer divers in inheemse soorten maken, substantiële oppervlaktes realiseren. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel. • Het informeren en aansporen van burgers en bedrijven tot het vergroenen en verbinden van tuinen, met initiatieven zoals bijvoorbeeld het initiatief De Egelsnelweg, van Natuurmonumenten en De Zoogdiervereniging. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel. 29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

36

Vertrouwelijk

•

•

•

Het, waar mogelijk, verflauwen van oevers binnen de wijk, om natuurvriendelijke oevers te creëren. Maatregel van invloed op: glassnijder, ringslang (mogelijk ten noorden van Park Noord, gezien populatie nabij Boskoop), rietorchis, grutto, kleine karekiet en weidehommel. Bredere rietkragen realiseren waar mogelijk tussen de Natuurvriendelijke oevers, in een afwisselend patroon. Het, waar mogelijk, verflauwen van oevers binnen de wijk, om natuurvriendelijke oevers te creëren. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet en weidehommel. Lichtverstoring langs de Gouwe aanpakken en van bomenrij voorzien. Maatregel van invloed op: meervleermuis.

Maatregelen lange termijn: • Bestaande graslanden en gemeentelijk plantsoen langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch beheer onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, steenuil, ringslang, huismus en weidehommel. • Groenstroken door gebied realiseren, waarbij het industriegebied aandachtsgebied is; dit is zeer versteend en is een fysieke barrière voor de doelsoorten (en biodiversiteit in het algemeen). Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel, steenuil, ringslang, huismus en weidehommel. • Op lange termijn het oppervlak aan bosschage vergroten door bosschages aan te planten (met mantels van inheemse struikvegetatie). Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel, steenuil en weidehommel. • Lokaal inzetten op oeverzones binnen de polder, water- en oeverplanten stimuleren en waterkwaliteit verbeteren. Maatregel van invloed op: glassnijder, ringslang, rietorchis, grutto, kleine karekiet en weidehommel. • Ruimere peilmarge in veenweidegedeelte, om periodiek te vernatten voor veenweidevogels. Maatregel van invloed op: glassnijder, ringslang, rietorchis en grutto.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

37

Vertrouwelijk

5.2

Klimaatadaptatie

Hitte, wateroverlast en bodemdaling zijn aandachtspunten voor Noordkade. Meerdere woningen lopen risico op waterschade bij een hevige bui. De 180 woningen gebouwd voor 1970 zijn mogelijk kwetsbaar voor verschilzetting. Ook is er een verhoogd risico’s van ongelijke zetting van de verharding. Voor niet alle inwoners is een koele plek in de buurt. Het % groen in de niet-openbare ruimte is relatief laag. De transformatie van bedrijventerrein naar woningen vormt zowel een risico als een kans voor hittestress. Kans: - Noordkade kenmerkt zich door hoge percentage particulieren woningen. Inwoners stimuleren en begeleiden voor het vergroenen van tuinen en aanleg van groene daken. - In de Noordkade vindt momenteel een transformatie plaats van een bedrijventerrein naar een woongebied van ca. 1.400 woningen. Zorgen voor voldoende groen en schaduwrijke loop- en fietsroutes.

5.2.1

Klimaatadaptieve maatregelen

Maatregelen korte termijn: • Groen/blauwe combinatie biedt kansen om water te infiltreren (gemeente breed het principe; infiltreren tenzij toepassen) en hittestress te beperken; • Creëer een koele plek en schaduwrijke langzaamverkeersroutes (fiets en wandelpaden) • Aanleggen van waterpasserende bestrating bij parkeerplaatsen; • Hemelwater afkoppelen, laten infiltreren (in principe; infiltreren tenzij toepassen) en vertraagd afvoeren; • Samen optrekken met particulieren om te vergroenen (Operatie Steenbreek) en om wateroverlast te reduceren. Maatregelen lange termijn: - In samenwerking met de beheer stichting het veenweidegebied klimaat adaptief en natuurinclusief inrichten.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

38

Vertrouwelijk

5.3

Integraliteit en voorbeelden

Project (2024) Noordkade: Parkeerplaats Noordkade Zuid Het projectgebied is de parkeerplaats Noordkade Zuid die wordt omsloten door het zuidelijke deel van de Noordkade, de Gouwe en woningen. Er wordt parkeergelegenheid geboden voor de loswal aan de Gouwe, de horeca aan de Nesse en dient als uitloper voor de aanwezige bedrijven aan de Noordkade. Uit de inspecties van de verharding blijkt dat de verharding aan onderhoud toe is. Er is sprake van ongelijke zetting van de verharding, waardoor wateroverlast ontstaat en het rijcomfort is afgenomen. Daarnaast willen we de waterhuishouding verbeteren door tijdelijke berging of vertraagde afvoer te realiseren op de parkeerplaats.

Wat is al onderdeel van het project: • Verharding: we vervangen de verharding op de parkeerplaats en herstraten de aansluiting met het fietspad en de toegangsweg; • Verkeer en parkeren: we berekenen het aantal parkeerplaatsen dat noodzakelijke is op deze parkeerplaats. Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is hier een keerlus te creëren voor vrachtverkeer; • Riolering: we onderzoeken welke klimaatadaptieve maatregelen we kunnen toepassen om het hemelwater zo lang mogelijk vast te houden voordat het naar het oppervlaktewater gaat; • Openbare verlichting.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

39

Vertrouwelijk

Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen - Parkeerplaats Noordkade Zuid Een deel van deze kansen zijn al opgenomen in het plan met ook de ambitie om klimaatadaptieve maatregelen toe te passen om het hemelwater zo lang mogelijk vast te houden: • Waterpasserende bestrating toepassen voor de parkeerplaats. • De groenstrook tussen de weg en de parkeerplaats (mogelijk vergroten) verlagen waardoor het een infiltratiestrook zal worden. Het is ook mogelijk om hier een infiltratiezones te realiseren. o Er kunnen mogelijk parkeerplekken worden opgegeven om groenstroken toe te passen o Bomen tussen de bestaande parkeerplekken toevoegen met mogelijk verlaagde groene boomspiegel. Hierbij kunnen ook inheemse soorten aangeplant worden (met bijvoorbeeld ook inheemse kruidsoorten die strooizout resistent zijn). • Er kan gekeken worden naar mogelijkheden voor ondergrondse waterberging, deze berging moet wel afgesloten zijn omdat anders het omliggende (grond)water zal infiltreren. Deze berging zal slim moeten afwateren om zo weer bergingscapaciteit te realiseren. Voorbeeld Gouwebos Op onderstaande afbeelding is een luchtfoto van een deel van het Gouwebos te zien. Hier zijn parkgrasland en bosschages van voldoende oppervlakte en kwaliteit aanwezig, maar ontbreken grotendeels ruige en kruiden- en bloemrijke stroken grasland.

Ook is struikvegetatie tussen de bosschages aanwezig, maar hierbuiten minder. Hier kan de biodiversiteit worden vergroot door zomen struikvegetatie aan te planten en delen van het parkgrasland extensief te beheren/ te verschralen en in te zaaien met een bloemmengsel. Het Gouwebos heeft nadrukkelijk een recreatieve functie die samengaat met de waarde voor biodiversiteit. De gemeente wil dit versterken onder de noemer ‘beleefgroen’. Hierbij is voor grotere soorten (bunzing, egel) belangrijk dat er naast recreatieruimte voldoende luwte aanwezig is. Denk hierbij aan dichte struikvegetaties of structuurrijke graslanden van voldoende oppervlak, die niet door recreanten gebruikt worden.

Figuur 5-1 Luchtfoto van het Gouwebos

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

40

Vertrouwelijk

6

Agrarisch West

6.1

Biodiversiteit

In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Agrarisch West genomen kunnen worden om de korte termijn (010 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort

Habitat

Oordeel

Doelen korte termijn

bruin blauwtje bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel egel egel glassnijder glassnijder huismus huismus huismus huismus kleine karekiet kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel merel ringslang ringslang

bloemrijk (schraal) grasland bloemrijke akkerranden kale zandbodem bloemrijk (schraal) grasland lijnvormige elementen agrarisch gras bebouwd met groenstructuren bossen en bosschages parkgrasland struikvegetatie lijnvormige elementen bebouwd met groenstructuren parkgrasland struikvegetatie natuurvriendelijke oever sloten en vaarten bebouwd met groenstructuren kunstmatige nestruimte kale zandbodem parkgrasland groot open water sloten en vaarten rietkragen natuurvriendelijke oever lijnvormige elementen kunstmatige nestruimte sloten en vaarten bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages parkgrasland struikvegetatie natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte

onbekend slecht onbekend matig matig matig matig matig slecht matig matig matig slecht matig slecht matig matig onbekend onbekend slecht matig matig matig slecht slecht onbekend matig matig matig slecht matig slecht onbekend

onbekend matig onbekend matig matig matig matig matig slecht matig matig matig slecht matig slecht matig matig onbekend onbekend slecht matig matig matig slecht matig onbekend matig matig matig slecht matig slecht onbekend

29 november 2022

Doelen lange termijn onbekend goed onbekend goed goed matig matig goed goed goed goed matig goed goed matig matig matig onbekend onbekend goed goed matig goed matig goed onbekend matig goed goed goed goed matig onbekend

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

41

Vertrouwelijk

ringslang ringslang steenuil steenuil steenuil weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel

sloten en vaarten rietkragen bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages agrarisch gras bloemrijk (schraal) grasland bloemrijke akkerranden kale zandbodem bossen en bosschages struikvegetatie

slecht matig matig matig goed onbekend slecht onbekend goed matig

slecht matig matig matig goed onbekend matig onbekend goed matig

matig goed goed goed goed onbekend goed onbekend goed goed

Oordeel huidige kwaliteit: • (Agrarisch) grasland is in grote oppervlaktes, maar gefragmenteerd aanwezig, zonder aansluiting bij overig habitat in het buurtcluster. Voor de steenuil is echter wel voldoende oppervlakte aanwezig met voldoende aangrenzende uitkijkplaatsen. • De huizen en tuinen binnen het buurtcluster zijn groen ingericht en zijn o.a. geschikt als leefgebied voor de bunzing en egel. Bij de kassen en het Distripark Doelwijk ontbreekt het aan groenstructuren of is sprake van een matige kwaliteit. • Bloemrijke graslanden zijn beperkt aanwezig binnen het buurtcluster. De (niet agrarische) graslanden welke aanwezig zijn binnen het buurtcluster zijn wel (matig) geschikt als leefgebied voor de bunzing en steenuil, maar het ontbreekt veelal aan een opgaande en bloemrijke begroeiing. • Binnen het buurtcluster zijn nergens waardevolle akkerranden of akkerland aanwezig, ondanks het feit dat er wel akkers aanwezig zijn in het gebied. • Binnen het buurtcluster zijn bosschages weinig en gefragmenteerd aanwezig. • De bredere watergangen binnen het buurtcluster zijn beperkt van omvang, maar lokaal (matig) geschikt als leefgebied voor de meervleermuis en kleine karekiet door aangrenzende rietkragen. • De kanten van de watergang en randen van de graslanden bieden enige verbinding door het gebied, maar heggen of ruigtes ontbreken. Ook missen aaneengesloten bomenrijen.

• Natuurvriendelijke oevers ontbreken binnen het buurtcluster, lokaal zijn wel rietkragen aanwezig. • De sloten binnen het gebied zijn in voldoende oppervlak aanwezig, maar zijn te eutroof en hebben een slecht ontwikkelde oevervegetatie. • Struikvegetatie is zeer schaars en te gefragmenteerd aanwezig binnen het buurtcluster. Het habitat is voornamelijk aanwezig in tuinen op particulier terrein. Maatregelen korte termijn: • Aanwezige (niet agrarische) graslanden of braakliggende terreinen, of randen langs agrarische graslanden met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, steenuil en weidehommel. • Aaneengesloten akkerstroken inzaaien met inheems akkerkruidenmengsel en ecologisch beheren. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, bunzing, steenuil en weidehommel. • Het, waar mogelijk, verflauwen van oevers binnen de wijk, om natuurvriendelijke oevers te creëren. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet, ringslang en weidehommel. • Bredere rietkragen realiseren tussen de natuurvriendelijke oevers, in een afwisselend patroon door het gebied. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet en ringslang.

• Aanplanten inheemse struikvegetatie, bestaande bermen en plantsoenen herinrichten, substantiële oppervlaktes realiseren. Dit habitattype is zeer schaars, zorg voor voldoende dichte struikvegetatie, waar mogelijk als mantel om bosschages. Door herinrichting in kwaliteitsverbetering snel haalbaar,

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

42

Vertrouwelijk

• • •

maar vanwege gedeelde functies wordt beperkte kwaliteit verwacht. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel, steenuil, en weidehommel. Ophangen van nestkasten voor vleermuizen en vogels, bijvoorbeeld uilenkasten. Maatregel van invloed op: huismus, merel, meervleermuis en steenuil. Realiseren van paaltjes of hoogtes rondom graslanden, als uitkijkpunt voor steenuil. Aanpassen verlichting op het industrieterrein zodat gericht (naar beneden en alleen op de weg) verlicht wordt en, waar mogelijk, s’-nachts (een deel) uit is. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, steenuil en meervleermuis

Maatregelen lange termijn: • Het industriegebied kleinschaliger/groener inrichten met struweel/heggen langs hekwerken, begeleidende opgaande vegetatie langs sloten, wegen en onder grote barrières. Gezien de huidige inrichting van het gebied is het creëren van groenstructuren lastig. Ook kansen voor kleinere oppervlaktes. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel. • Aanwezige (niet agrarische) graslanden, of randen langs agrarische graslanden langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, steenuil en weidehommel. • Aaneengesloten akkerstroken langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels sinusbeheer onderhouden (en inzaaien met inheems akkerkruidenmengsel en aanplanten struweel). Inzetten op verbindende routes, ontwikkeling heeft tijd nodig. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, bunzing, steenuil en weidehommel. • Het areaal aan bosschages vergroten binnen de buurt door bosschages aan te planten.

Bij aanleggen van bosschages waar mogelijk variatie in boomsoorten aanbrengen. Hierdoor grotere variatie en minder uitval van bomen bij bepaalde ziekten. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel, steenuil, en weidehommel. • Natuurlijke lijnvormige ruimtestructuren realiseren, heggen, hoge bermen, sloten. Bestaande barrières verzachten waar mogelijk. Ruimte zoeken rondom bestaande lijnen, zoals sloten en wegen. Maatregel heeft tijd nodig. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel, steenuil, meervleermuis en weidehommel. • Eventueel inzetten op parkgebied dat in verbinding komt met Bentwoud en graslanden bebouwd zuidwest. Dit betekent mogelijk een herbestemming van een deel van het gebied, moeilijk realiseerbaar, maar indien mogelijk is het direct effectief. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, ringslang, bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel. • Sloten uitbreiden en natuurvriendelijk inrichten waar mogelijk, langetermijnplan. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet, ringslang en weidehommel.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

43

Vertrouwelijk

6.2

Klimaatadaptatie

Hitte en wateroverlast zijn aandachtspunten. Veel gebouwen hebben kans op waterschade bij een hevige bui. Daarnaast is dit gebied gevoelig voor wateroverlast door overstroming. Buiten het agrarische weilanden om is het percentage groen relatief laag. Er zijn weinig schaduwrijke koele plekken op het bedrijventerrein. Kans: - Samen met bedrijven optrekken om deze buurt klimaatadaptiever in te richten. - Het valt op dat vooral het bedrijventerrein veel potentie heeft voor groene daken. Hierbij zal wel moeten worden gekeken naar de haalbaarheid die ook afhankelijk is van gebouwconstructie. - De watercompensatie die voor de buurt Triangel in het noord oosten van West 2 wordt uitgevoerd is een kans voor een mooi, klimaatadaptief landschap met biodiversiteit. Dit landschap kan bijdragen aan waterberging, verkoeling, bewustwording, gezondheid en recreatie.

6.2.1

Klimaatadaptieve maatregelen

Maatregelen korte termijn: • Samen met bedrijven bedrijventerrein en bedrijfskavels klimaatadaptief richten (zie figuur 6-1). Er liggen mogelijk kansen in de huidige situatie rond de beheersituatie waarbij het bedrijventerrein nu in eigen beheer is, echter is er de wens om het beheer over te dragen aan de gemeente; • Er liggen veel kansen binnen gebied Doelwijk om hitte aan te pakken: het planten van bomen langs wegen, de aanleg van sedumdaken etc; • Opstellen van evacuatieplannen bij overstroming, en bereikbaarheid van de A12 tijdens overstromingen, en gevolgen van overstromen beperken van de vitale en kwetsbare functies. • Vanuit het PIP (provinciaal inpassingsplan) loopt er een groene zone door West 2, dit kan worden benut als kans om deze zone klimaat adaptief en met de juiste biodiversiteit te ontwikkelen.

Maatregelen lange termijn: • Waterberging meenemen in nieuwe Vredenburghzone. 29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

44

Vertrouwelijk

Figuur 6-1 Voorbeeld van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen voor bedrijventerreinen

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

45

Vertrouwelijk

6.3

Integraliteit en voorbeelden

Voorbeeld van de groenstroken welke door het Distripark Doelwijk lopen. Deze groenstroken zijn veelal kort gemaaid en soortenarm. Ook de enkele watergangen hebben relatief steile oevers met weinig oever- en watervegetatie. Een meerwaarde voor biodiversiteit kan hier gerealiseerd worden door deze groenstroken bloemrijk in te zaaien en extensiever te beheren. Ook kunnen hier, langs bijvoorbeeld de vele hekwerken, struwelen/struweelranden worden aangeplant. Daarnaast kunnen de oeverzones van de watergangen extensiever worden beheerd waardoor ruigere oever- en watervegetaties ontstaan en rietkragen kunnen ontwikkelen. Door de groene ‘lintjes’ door het gebied structuur- en soortenrijker in te richten wordt het gebied beter passeerbaar voor verschillende doelsoorten (en vele andere soorten), zoals de bunzing en egel. Ook worden de omliggende graslanden zo beter met elkaar verbonden. Ten slotte bieden de muren van de vele grote gebouwen binnen het gebied potentie voor grote heggen/ en struikvegetaties. Deze kunnen het terrein/ bebouwing verkoelen en tegelijkertijd voor verbinding/habitat/structuur zorgen voor doelsoorten, zoals de egel, merel en bunzing.

Figuur 6-2 Voorbeeld groenstrook in Doelwijk.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

46

Vertrouwelijk

7

Bentwoud

7.1

Biodiversiteit

In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Bentwoud genomen kunnen worden om de korte termijn (0-10 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort

Habitat

Oordeel

bruin blauwtje bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel egel egel glassnijder glassnijder huismus huismus huismus huismus kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel merel ringslang ringslang ringslang

bloemrijk (schraal) grasland bloemrijke akkerranden kale zandbodem parkgrasland bloemrijk (schraal) grasland agrarisch gras bossen en bosschages bebouwd met groenstructuren struikvegetatie lijnvormige elementen parkgrasland bebouwd met groenstructuren struikvegetatie lijnvormige elementen natuurvriendelijke oever sloten en vaarten parkgrasland bebouwd met groenstructuren kunstmatige nestruimte kale zandbodem rietkragen sloten en vaarten natuurvriendelijke oever lijnvormige elementen kunstmatige nestruimte sloten en vaarten bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages struikvegetatie parkgrasland rietkragen natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte

onbekend slecht onbekend goed onbekend goed goed goed goed matig goed goed goed matig matig matig goed goed onbekend onbekend slecht matig matig slecht onbekend matig onbekend goed goed goed slecht matig onbekend

29 november 2022

Doelen korte termijn onbekend matig onbekend goed onbekend goed goed goed goed matig goed goed goed matig matig matig goed goed onbekend onbekend matig matig matig matig onbekend matig onbekend goed goed goed matig matig onbekend

Doelen lange termijn onbekend goed onbekend goed onbekend goed goed goed goed goed goed goed goed goed matig matig goed goed onbekend onbekend goed matig matig goed onbekend goed onbekend goed goed goed goed matig onbekend

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

47

Vertrouwelijk

ringslang steenuil steenuil steenuil weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel

sloten en vaarten bloemrijk (schraal) grasland agrarisch gras bossen en bosschages bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages bloemrijke akkerranden struikvegetatie kale zandbodem

matig onbekend goed goed onbekend goed slecht goed onbekend

matig onbekend goed goed onbekend goed matig goed onbekend

matig onbekend goed goed onbekend goed goed goed onbekend

Oordeel huidige kwaliteit: • De kwaliteit van eventueel aanwezig bloemrijk grasland in het Bentwoud is onbekend. Hiervoor is mogelijk input van Staatsbosbeheer nodig. • Agrarisch grasland is in voldoende oppervlakte aanwezig met aangrenzende struikvegetatie en bosschages voor de bunzing (voornamelijk in het Bentwoud) en open grasland en aangrenzende uitkijkplaatsen voor de steenuil. • Groenstructuren binnen bebouwd gebied zijn eveneens van goede kwaliteit en komt voor in combinatie met andere habitats. • Bloemrijke akkerranden ontbreken binnen het buurtcluster, nergens is waardevol akkerland aanwezig. • Bosschages en bossen zijn in voldoende oppervlak aanwezig binnen het buurtcluster, voornamelijk binnen het Bentwoud. Deze zijn aanwezig met gras- en struikvegetaties. • Lijnvormige elementen zijn aanwezig, maar van matige tot slechte kwaliteit door ontbreken ruige vegetatie of bomenrijen. • Sloten komen voldoende in oppervlak voor, maar zijn grotendeels eutroof met slecht/niet ontwikkelde oevervegetatie. Natuurvriendelijke oevers komen lokaal voor en zijn dan ook enkel lokaal matig tot slecht geschikt voor de kleine karekiet. Bredere rietkragen zijn echter zeer beperkt en dun aanwezig. • Geschikt parkgrasland is ruim aanwezig en in combinatie met struikvegetatie en bosschages.

• Struikvegetaties zijn binnen het buurtcluster, voornamelijk in het Bentwoud, voldoende en samen met andere habitats aanwezig, in mooie randzones. Maatregelen korte termijn: • Aanwezige (niet agrarische) graslanden of braakliggende terreinen, of randen langs agrarische graslanden, met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, steenuil, ringslang en weidehommel. • Aaneengesloten akkerstroken inzaaien met inheems akkerkruidenmengsel en struweel aanplanten. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, steenuil en weidehommel. • Inrichten natuurvriendelijke oevers. Ruimte benutten waar mogelijk, kwaliteit mogelijk beperkt door andere gebiedsfuncties. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet, meervleermuis, ringslang en weidehommel. • Bredere rietkragen realiseren tussen de natuurvriendelijke oevers, in een afwisselend patroon door het gebied. Maatregel van invloed op: glassnijder, meervleermuis, kleine karekiet en ringslang. • Ophangen van nestkasten (vogel- en vleermuiskasten) en plaatsen van insectenhotellen. Maatregel van invloed op: huismus en meervleermuis.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

48

Vertrouwelijk

Maatregelen lange termijn: • Aaneengesloten akkerstroken langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch beheer onderhouden (en/of inzaaien met inheems akkerkruidenmengsel en aanplanten struweel). Inzetten op verbindende routes, ontwikkeling heeft tijd nodig. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, steenuil en weidehommel. • Bomenrijen in het plangebied aanplanten welke kunnen dienen als lijnvormige element voor de meervleermuis (en andere vleermuissoorten). Kansrijk, omdat lijnen (sloten) al aanwezig zijn. Heeft wel tijd nodig. Bij aanleggen van bomenrijen waar mogelijk variatie in boomsoorten aanbrengen. Hierdoor grotere variatie en minder uitval van bomen bij bepaalde ziekten. Maatregel van invloed op: meervleermuis, merel. • Bestaand parkgrasland nog verder optimaliseren en uitbreiden naar recreatie-luwe plekken. Optimalisatie parkgrasland is mogelijk door recreatie te concentreren en daarbuiten luwere stukken te creëren. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, steenuil, ringslang en weidehommel.

7.2

Klimaatadaptatie

Dit gebied omvat het bosgebied Gouwebos en de polder Achterofse Polder en fungeerd als een groene buffer. Het gebied is al klimaatadaptief ingericht. Kansen op korte termijn: • Er kan extra worden gebufferd in het Bentwoud tijdens natte perioden. • Bentwoud gebruiken als koele plek tijdens extreme hitte.

Kansen op lange termijn:

•

•

7.3

Samen met Groenalliantie Midden-Holland en Staatsbosbeheer afstemmen/ meebewegen dat Gouwebos een belangrijkere rol kan invullen als beleefgroen waarbij ecologische waarden en recreatieve waarden samen komen met het bevorderen van gezondheid van de inwoners van Waddinxveen (koppelkans). De ontsluitingsweg die mogelijk door dit gebied komt klimaat adaptief en met hoge biodiversiteitswaarde inrichten (en/of compenseren).

Integraliteit en voorbeelden

Op onderstaande afbeelding is een voorbeeld te zien van een akkerrand binnen het buurtcluster, welke representatief is voor alle akkerranden binnen het gebied. Door hier een structuurrijke akkerrand aan te leggen van enkele meters aan weerszijden van de watergang, met struweel en een ingezaaid ruderaal kruidenmengsel (bijvoorbeeld mengsel B1 van Cruydthoeck), wordt een zeer grote meerwaarde voor biodiversiteit gerealiseerd in het gebied. Deze ruige akkerranden zijn een toevluchtsoord voor een grote verscheidenheid aan soorten, waaronder verschillende kleine zoogdieren en broedvogels.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

49

Vertrouwelijk

Figuur 7-1 Voorbeeld van akkerrand in Bentwoud

De wens van de gemeente is om het Bentwoud in te richten als beleefgroen. Hierin combinatie met natuurdoel specificeren. Daarvoor is nadrukkelijk nodig dat er wordt gekozen welke delen NIET voor recreatie bereikbaar of bedoeld zijn. Zeker voor bloemrijkgrasland is nodig dat het kan verschralen (geen honden uitlaten), dat het tot bloei kan komen (niet hier picknicken) en dat het niet verstoord wordt (geen schreeuwende kinderen, geen afval etc. Aan de gemeente dus de taak om dit bij de (her)inrichting mee te nemen.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

50

Vertrouwelijk

8

Veenweide

8.1

Biodiversiteit

In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Veenweide genomen kunnen worden om de korte termijn (0-10 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort

Habitat

Oordeel

Doelen korte termijn

bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing egel glassnijder glassnijder glassnijder grutto grutto grutto kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel rietorchis rietorchis ringslang ringslang ringslang ringslang weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel

bloemrijk (schraal) grasland bloemrijke akkerranden agrarisch gras bossen en bosschages bloemrijk (schraal) grasland struikvegetatie struikvegetatie veenweide sloten en vaarten natuurvriendelijke oever veenweide sloten en vaarten natuurvriendelijke oever sloten en vaarten rietkragen sloten en vaarten natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages struikvegetatie bloemrijk (schraal) grasland veenweide sloten en vaarten rietkragen natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte bossen en bosschages bloemrijk (schraal) grasland veenweide struikvegetatie bloemrijke akkerranden

slecht slecht matig matig onbekend slecht slecht goed goed slecht goed goed slecht matig matig matig slecht onbekend onbekend matig slecht onbekend onbekend matig matig slecht onbekend matig slecht goed slecht slecht

matig matig matig matig onbekend matig matig goed goed matig goed goed matig matig matig matig matig onbekend onbekend matig matig onbekend onbekend matig matig matig onbekend matig matig goed matig matig

29 november 2022

Doelen lange termijn matig goed matig goed onbekend matig matig goed goed goed goed goed goed matig goed matig goed onbekend onbekend goed matig onbekend onbekend goed goed goed onbekend goed matig goed matig goed

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

51

Vertrouwelijk

Oordeel huidige kwaliteit: • Agrarisch gras is aanwezig in geschikt aaneengesloten karakter, maar te vochtig en weinig struikvegetatie en bosschages voor de bunzing. Openheid van het veenweidegebied moet echter voor weidevogels behouden blijven. • Bestaande graslanden, naast het agrarische grasland, is veelal soortenarm. Verdere kwaliteit van het grasland is niet voldoende in beeld voor de bunzing, merel en rietorchis. • De aanwezige bosschages binnen het buurtcluster zijn lokaal geschikt, maar beperkt in oppervlak. • Grote open wateren zijn geschikt door bereikbaarheid en verstoringsarme ligging, rietkragen slechts lokaal geschikt. • Natuurvriendelijke oevers zijn binnen dit gebied nauwelijks tot niet aanwezig. • Rietkragen zijn lokaal aanwezig, maar wel goed ontwikkeld op deze locaties. • Binnen het gebied zijn is een voldoende oppervlak aan sloten aanwezig van overwegend goede kwaliteit voor de glassnijder en grutto. Voldoende water- en oevervegetatie ontbreekt om van goede kwaliteit of geschikt te zijn voor de ringslang en kleine karekiet. De aangrenzende rietvegetatie is lokaal wel geschikt voor kleine karekiet. • Struikvegetatie is nauwelijks aanwezig en komt losstaand voor. • Veenweide is van voldoende oppervlak en aaneengesloten aanwezig.

Maatregelen korte termijn: • Aanwezige (niet agrarische) graslanden of braakliggende terreinen, of randen langs agrarische graslanden, met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, ringslang en weidehommel. • Inrichten natuurvriendelijke oevers. Ruimte benutten waar mogelijk, kwaliteit mogelijk beperkt door andere gebiedsfuncties. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet, meervleermuis, ringslang, grutto en weidehommel. • Bredere rietkragen realiseren tussen de natuurvriendelijke oevers, in een afwisselend patroon door het gebied. De aanleg van rietkragen (tenminste 2 meter breed) moet in strijd zijn met de weidsheid van het gebied. Kansen liggen aan de randen van het gebied. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet en ringslang. • Aanplanten struikvegetatie waar dit niet in strijd is met openheid veenweidegebied, bestaande bermen en plantsoenen herinrichten, substantiële oppervlaktes realiseren. Dit habitattype is zeer schaars, zorg voor voldoende dichte struikvegetatie, waar mogelijk als mantel om bosschages. Door herinrichting snel haalbaar, maar vanwege gedeelde functies wordt beperkte kwaliteit verwacht.

Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel en weidehommel.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

52

Vertrouwelijk

Maatregelen lange termijn: • Aanwezige (niet agrarische) graslanden, of randen langs agrarische graslanden, inzaaien met een inheems kruidmengsel en de graslanden langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, rietorchis, huismus, ringslang en weidehommel. • Oppervlak aan bosschage uitbreiden, bosschages aanplanten. Waar dit niet in strijd is met openheid veenweidegebied. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel en weidehommel. • Eventueel meer waterpartijen aanleggen met brede rietkragen en oeverzones. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet, meervleermuis, ringslang en weidehommel. • Inzetten op openheid en geschiktheid voor weidevogels binnen het veenweidegebied. Maatregel van invloed op grutto. • Waterkwaliteit eveneens verbeteren door ecologisch beheer en oever- en waterplanten realiseren. Maatregel van invloed op grutto, ringslang en glassnijder.

8.2

Klimaatadaptatie

Het gebied is al grotendeels klimaatadaptief ingericht. In het veenweidegebied kan met name de gevoelstemperatuur op hete zomerdagen hoog zijn door de open velden met weinig schaduw. Kans op korte en lange termijn: samen met gebiedspartners het veenweidegebied monitoren op grondwaterdaling om mogelijke uitstoot van CO2 te mitigeren. Hierbij ook samen met de gebiedspartners een plan maken hoe we natuur en begrazing kunnen combineren en hier de benodigde maatregelen voor nemen.

8.3

Integraliteit en voorbeelden

Onderstaande afbeelding laat een watergang zien ten westen van de Henegouwernesse. Hier zijn de oevers aan beide kanten beschoeid en is vrijwel geen water- en oevervegetatie aanwezig. Door aan een zijde bijvoorbeeld de beschoeiing te verwijderen en een natuurvriendelijke over te ontwikkelen kan hier meerwaarde ontstaan voor biodiversiteit. Bijvoorbeeld voor de glassnijder en weidehommel. Dit deelgebied is relatief luw, in de zin dat er één fiets/wandelpad midden door het gebied loopt, waar veel gerecreëerd wordt, maar dat een groot deel niet toegankelijk is. De combinatie met gezondheid kan zitten in het optimaliseren van de beleving vanaf dat pad, bijvoorbeeld door lokaal meer rietvegetatie of

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

53

Vertrouwelijk

natuurvriendelijke oevers te creëren en/of door zicht te bieden op weidevogels. De combinatie met klimaatadaptatie zit wellicht in het waterbeheer, toestaan van ruimere peilmarge is zeer waardevol voor weidevogels doordat periodiek plasdras situaties kunnen ontstaan. Dit is echter wel in strijd met de huidige agrarische functie, maar kan wel ruimte bieden voor hoogwateropvang, én voor tegengaan verdroging door grotere bufferfunctie.

Figuur 8-1 Watergang in veenweidegebied ten zuiden van een teler aan de Henegouwernesse

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

54

Vertrouwelijk

9

’t Weegje

9.1

Biodiversiteit

In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen ‘t Weegje genomen kunnen worden om de korte termijn (0-10 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort

Habitat

Oordeel

Doelen korte termijn

bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel egel glassnijder glassnijder kleine karekiet kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel ringslang ringslang ringslang ringslang weidehommel weidehommel weidehommel

kale zandbodem parkgrasland struikvegetatie bossen en bosschages lijnvormige elementen parkgrasland struikvegetatie lijnvormige elementen sloten en vaarten natuurvriendelijke oever sloten en vaarten groot open water rietkragen sloten en vaarten groot open water natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte bossen en bosschages parkgrasland struikvegetatie sloten en vaarten natuurvriendelijke oever rietkragen kunstmatige nestruimte struikvegetatie bossen en bosschages kale zandbodem

onbekend goed matig goed goed goed matig goed goed goed goed goed goed goed goed goed onbekend goed goed matig goed goed goed onbekend matig goed onbekend

onbekend goed matig goed goed goed matig goed goed goed goed goed goed goed goed goed onbekend goed goed matig goed goed goed onbekend matig goed onbekend

Doelen lange termijn onbekend goed goed goed goed goed goed goed goed goed goed goed goed goed goed goed onbekend goed goed goed goed goed goed onbekend goed goed onbekend

Oordeel huidige kwaliteit: • Binnen het gebied is voldoende bloemrijk grasland aanwezig, met nabijheid van overig geschikt habitat. Voor de rietorchis en weidehommel is de kwaliteit onvoldoende in beeld. • Bosschages en bos zijn in voldoende oppervlak aanwezig met nabijheid van overig geschikt habitat voor doelsoorten. 29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

55

Vertrouwelijk

Het open water is zeer geschikt voor de kleine karekiet en meervleermuis door bereikbaarheid, aangrenzende habitats en verstoringsarme ligging. Binnen het gebied zijn goed ontwikkelde, flauwe en vegetatierijke taluds aanwezig. Natuurvriendelijke oevers zijn dus van goede kwaliteit en in voldoende aantallen aanwezig. Parkgrasland is ruim aanwezig, goed aaneengesloten, met ruimte voor verruiging. De sloten en watergangen binnen het gebied zijn in voldoende oppervlak aanwezig met overwegend goede kwaliteit en in combinatie met overig habitat, en zo geschikt voor de glassnijder, kleine karekiet en ringslang. Voor de meervleermuis zijn ze functioneel door de bereikbaarheid en luwte. Struikvegetatie is beperkt aanwezig, maar in combinatie met andere benodigde habitats.

• • • •

•

Maatregelen korte termijn: • Aanplanten inheemse struikvegetatie, bestaande bermen en plantsoenen herinrichten, substantiële oppervlaktes realiseren. Dit habitattype is zeer schaars, zorg voor voldoende dichte struikvegetatie, waar mogelijk als mantel om bosschages. Door herinrichting in kwaliteitsverbetering snel haalbaar, maar vanwege gedeelde functies wordt beperkte kwaliteit verwacht. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel en weidehommel. • Bestaande groenstructuren herinrichten of Aanwezige (niet agrarische) graslanden, of randen langs agrarische graslanden, eventueel inzaaien met een inheems kruidenmengsel en langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. • Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch onderhouden. Dit idealiter in een mantel om bosschages heen. Maatregelen van invloed op alle doelsoorten. Maatregelen lange termijn: • Het gebied verbinden met groenstructuren en groen van de buurten ten noorden van ’t Weegje. Maatregelen van invloed op alle doelsoorten.

9.2

Klimaatadaptatie

‘t Weegje is een belangrijk natuur- en recreatiegebied voor Waddinxveen. Er is een afwisseling van bos, water, open groen. Het gebied is al klimaatadaptief ingericht. Vanwege grote delen open groen, kan de gevoelstemperatuur in dit gebied alsnog hoog zijn. Langs het water en de fiets- en wandelpaden is voldoende verkoeling en schaduw aanwezig waardoor de gevoelstemperatuur op deze plekken lager zijn.

Kansen op de korte en lange termijn: •

De woningbouwontwikkeling in het noorden van ’t Weegje klimaatadaptief en natuurinclusief uitvoeren. Hierbij de verbinding met het groen goed inzetten waarbij dit kan bijdragen aan waterberging, verkoeling, gezondheid en recreatie.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

56

Vertrouwelijk

•

9.3

Samen met Groenalliantie MiddenHolland (eigenaar en beheerder van ’t Weegje) en Staatsbosbeheer (beheer en onderhoud) afstemmen hoe ‘t Weegje de belangrijke rol kan behouden en de verbinding verbeteren ten behoeve van gezondheid en beleefgroen waarbij ecologische waarden en recreatieve waarden samen komen.

Integraliteit en voorbeelden

De wens van de gemeente is om ‘t Weegje in te richten als beleefgroen. Hierin combinatie met natuurdoel specificeren. Dit terrein is uniek binnen de gemeente vanwege de natte natuurwaarden, de beter ontwikkelde Natuurvriendelijke oevers, de luwe plekken die niet toegankelijk zijn voor publiek en de rijke variatie aan structuren. Uitbreiding van deze kwaliteit is wenselijk, en dit trekt ook recreanten aan (voordeel vanuit gezondheid). Hierbij moeten keuzes gemaakt worden over welke kwaliteiten hoe versterkt moeten worden.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

57

Vertrouwelijk

10

Implementatie en impulsregeling

Implementatie Voor de buurten, wijken en de voorgenomen projecten in het projectenboek zijn maatregelen aangedragen die bijdragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. Deze maatregelen moeten echter verder uitgewerkt worden om richting daadwerkelijke implementatie te gaan. Deze uitwerking reikt van het aanpassen van het maaibeheer naar de daadwerkelijke uitwerking van vergroening en het toevoegen van waterberging. De maatregelen kunnen naast de gedefinieerde projecten uit het projectenboek ook worden toegepast bij initiatieven, gebiedsontwikkelingen en (her)inrichtingen, hierbij moeten ook zeker de projectleiders betrokken worden. Voor de uitwerking is onderstaand stroomschema opgesteld. Onderzoek klimaat en biodiversiteit labels met bijbehorende ambities risico’s en kansen

Gedefinieerde projecten in het projectenboek – aanvullen met kansen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie

Uitwerking voor specifieke locatie met specifieke maatregelen

Nieuwe projecten op basis van bevindingen, kansen en ambities

Uitwerking op basis van ambitieniveau en karakteristieken van de wijk/buurt

Onderzo eken of impulsreg eling kan bijdragen

Projecten uitvoeren en effecten monitoren met klimaat labelsystem atiek/mon. biodiversiteit

Bron: IMOSS Klimaatadaptatieplan gemeente west maast en waal juni 2022

Figuur 10-1 Een voorbeeld van (inspirerende) uitwerking maatregelen op basis van ambitieniveau en karakteristieken van de straat en/of buurt

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

58

Vertrouwelijk

Impulsregeling Sinds 2021 kunnen gemeenten, waterschappen en provincies aanspraak maken op de Impulsregeling Ruimtelijke Adaptatie. Met de Impulsregeling wordt een derde van de klimaatadaptieve maatregel gefinancierd door het Rijk. De maatregelen waarvoor financiering toegekend kan worden dienen te voldoen aan de kaders van en de scope van het Deltafonds en DPRA. Dat betekent dat alleen maatregelen tegen wateroverlast, droogte of ter beperking van gevolgen van overstromingen (dus geen hitte maatregelen), getroffen door overheden in het kader van hun waterbeheertaken in de openbare ruimte gesubsidieerd kunnen worden. Het uitgeven van de impulsgelden gaat via werkregio’s. De werkregio Midden-Holland heeft al stappen gezet met onder andere de memo: Maatregelprogramma Klimaatadaptatie “Op weg naar een klimaatrobuust en waterbestendig Midden Holland” (Februari 2021). Dit maatregelenprogramma dient ter onderbouwing van de subsidieaanvraag, die in een latere fase plaats zal vinden. Vanuit de landelijke impulsregeling is er 3 miljoen euro beschikbaar voor Regio Midden Holland. Met een subsidiepercentage van 33 % leidt dit tot een regionale bijdrage van 6 miljoen euro, en een totale investering van 9 miljoen euro. De ambitie van de werkregio, aangeleverd door de gemeenten, ligt echter op 30 miljoen euro. Er is dus sprake van een forse overprogrammering.

Vanuit de werkgroep is er een unanieme voorkeur naar het streven naar een eerlijke verdeling op basis van inwoneraantal. Waddinxveen kan met haar 29.291 inwoners aanspraak maken op € 260.000 subsidiegelden waarbij de eigen/regionale bijdrage op basis van het maximale subsidie percentage van 33% € 520.000 is. Er kan op drie momenten een aanvraag voor subsidie worden gedaan: in 2021, 2022 en 2023. In het reeds meegenomen maatregelenprogramma staan voor Waddinxveen projecten waarbij de maximale subsidiebijdrage van € 260.000 gehaald kan worden. De projecten uit het projectenboek projectenboek (Projectenboek Openbare Ruimte 2021 – 2024, gemeente Waddinxveen) worden deels (zie dikgedrukt) meegenomen in de lijst met projecten (maatregelenprogramma versie 28-01-2021, inclusief planning van uitvoering – ook hieronder weergegeven) die al zijn doorgegeven aan de regio in het kader van de impulsregeling: − − − − − −

Reconstructie Otto-erf (2023) Reconstructie Woubrechterf (2023) Reconstructie Machtelderf-Gijsberterf (2024) Parkeerplaats Willem de Rijkelaan (2022) Reconstructie Limaweg e.o. (2023) Fazantdreef (2021)

− − − − − − −

Staringlaan Wadde Fietspad Avondster Beethovenlaan Chopinlaan Dreef Minervalaan

(2024) (2022) (2025) (2022) (2023) (2024) (2026)

Om gebruik te maken van de impulsregeling moeten de projecten inhoudelijk en in de tijd aansluiten bij de impulsregeling. Voor de impulsregeling worden de volgende aandachtpunten gezien: - Zoals beschreven in het maatregelprogramma zijn er drie momenten voor een aanvraag voor de subsidie (2021, 2022 en 2023). De aanvraag wordt uitgevoerd met de regio waarbij de regio maximaal 1 keer per jaar de subsidie kan aanvragen. Dit betekent dat wanneer Waddinxveen een subsidie wil aanvragen begin 2023 dit waarschijnlijk niet kan omdat de gemeente moet wachten op de andere gemeenten in de regio die hun aanvragen voor 2023 nog niet klaar hebben. o Om aanspraak te maken op de impulsregeling mogen de projecten nog niet in uitvoering zijn. 29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

59

Vertrouwelijk

-

-

-

Zoals beschreven in het maatregelprogramma is geconcludeerd dat “de maatregelen in Midden Holland gaan over de bebouwde kom”. Dit zou betekenen dat maatregelen in het buitengebied geen aanspraak kunnen maken op de impulsregeling. De huidige lijst met projecten die aanspraak maken op de subsidie sluit hierbij aan. 2023 is het laatste jaar om aanspraak te maken op de subsidiegelden. Binnen de regio kunnen er gemeenten zijn die het voor hen aangewezen deel niet rond/mee krijgen in projecten. Deze subsidiegelden kunnen herverdeeld worden naar gemeenten die aanspraakmogelijkheden hebben. Vanuit de regeling en in de regionale uitwerking wordt uitdrukkelijk gevraagd om prioritering. De regio geeft hierbij wel een regionale kleuring mee, op basis waarvan de gemeenten de maatregelen zullen prioriteren. De regionale kleuring betekent: Aandacht voor urgentie: gebruik de resultaten van de stresstesten om maatregelen te selecteren; o De klimaat- (en biodiversiteit) labels helpen bij het vinden van prioriteit en de onderbouwing daarvan. Aandacht voor regionale opgave: de voorkeur gaat uit naar maatregelen die ook bodemdaling tegengaan. Bodemdaling vergroot de opgave voor ruimtelijke adaptatie en maakt daarom integraal deel uit van deze aanpak; o Zoals beschreven vormt bodemdaling in Waddinxveen mogelijk een groot risico.

Het tegengaan van bodemdaling en verminderen van de risico’s vraagt om samen op te trekken met gebiedspartners om bijvoorbeeld het waterpeil (gedeeltelijk) te verhogen of door innovatieve maatregelen toe te passen. Aandacht voor vernieuwing: de subsidie moet een impuls geven waarmee innovatieve, klimaatadaptieve methoden ontwikkeld kunnen worden. Hiermee heeft de impulsregeling ook op lange termijn impact. o Het integraal werken door te kijken naar de gecombineerde kansen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit is vernieuwend. Vanuit de impulsregeling moet wel focus liggen op wateroverlast, want hitte en vergroening is géén onderdeel van de impulsregeling.  Ook de Rijksregeling roept op om, waar mogelijk, te streven naar integrale maatregelen. Dit betekent dat de maatregelen bij voorkeur ook bijdragen aan de doelstellingen voor zoetwater beschikbaarheid, waterkwaliteit, vergroening, natuur, biodiversiteit, energietransitie en volksgezondheid.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

64

Vertrouwelijk

11

Conclusies

Op basis van deze feitenstudie klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn de korte en lange termijn doelen en ambities van beide thema’s benoemd in relatie tot de ambities in het Koersdocument. Het verwezenlijken van de lange termijn ambities in het Koersdocument vraagt een aantal processtappen. Daar is deze feitenstudie een onderdeel van. Voor beide thema’s betreft deze feitenstudie een nul meting. Voor klimaatadaptatie is deze nulmeting gedaan aan de hand van bestaande gegevens en de labelsytematiek. Voor biodiversiteit is dit gedaan aan hand van doelsoorten (en de meeliftende soorten) die de mate van biodiversiteit representeren. Er is daarbij gekeken naar de aanwezige kwantiteit en kwaliteit van habitats voor deze soorten. Deze studie laat zien dat in Waddinxveen in bijna alle wijken hitte en wateroverlast een aandachtspunt is voor een klimaatrobuuste inrichting. Bodemdaling speelt ook een (bredere) relevante rol en dient met meerdere partijen breder te worden opgepakt. In alle wijken is ruimte voor verbetering van de habitatinrichting voor de doelsoorten voor het bevorderen van de biodiversiteit op lange termijn. Er is gelukkig ook veel potentie om de kwantiteit en kwaliteit van de habitats te bevorderen, hoewel de bestaande ruimte in sommige buurten makkelijker te benutten is dan in andere.

Uit de gezondheidsessies kwam naar voren dat gezondheid van grote waarde is en er volop kansen zijn binnen de ontwikkelingen die spelen in Waddinxveen. Er zijn diverse methoden beschikbaar om de waarde van natuur of gezondheid te sturen en te berekenen. Methodisch werken wordt sterk aanbevolen, maar dit kan bijvoorbeeld ook worden toegepast door het eigen beleid te vertalen naar doelen en maatregelen. Er is per buurt een overzicht gemaakt van de maatregelen die aan zowel klimaatadaptatie, biodiversiteit én gezondheid bij zullen dragen. Daarbij is als onderdeel van dit onderzoek de verbinding gelegd met lopende en geplande onderhoudsprojecten (projectenboek). Hiermee wordt al inzichtelijk bij welke projecten de voorgestelde maatregelen meegenomen kunnen worden in het ontwerp. Tot slot is de conclusie dat er met behulp van deze feitenstudie “bouwblokken” kunnen worden gedefinieerd in de uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie, biodiversiteit én gezondheid. Deze worden in het volgende hoofdstuk geformuleerd.

29 november 2022

BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001

65

Vertrouwelijk

12

Aanbevelingen

Het advies voor de gemeente Waddinxveen is om de komende jaren bij onderhoudsprojecten, gebiedsontwikkelingen, beleid en het beheer de opgaven voor klimaatadaptatie, biodiversiteit én gezondheid integraal mee te nemen bij de uitgangspunten voor het ontwerp en bij de uitvoering en beheer. Daarbij helpt het om een uitvoeringsagenda op te stellen waarin de acties staan benoemd die uitgevoerd moeten worden om dit te kunnen realiseren. Het advies is dan ook om onder andere de volgende categoriën op te nemen in de uitvoeringsagenda en daar de acties aan verbinden en te beleggen bij een eigenaar in de organisatie: • • • • • • •

Aanvullende kennis en inzichten Klimaatadaptatie, Biodiversiteit en Gezondheid; Benoemde maatregelen per buurtcluster vertalen naar ontwerp (gebiedsontwikkeling/onderhoud); Formuleren ontwerpprincipes; Communicatie en participatie inwoners; Herziening en ontwikkeling van beleid; Implementeren en betrekken organisatie; Overige (gesubsidieerde-) acties.

Aanvullende kennis en inzichten • Analyse wateroverlast: het advies is om een uitgebreidere wateroverlastanalyse uit te voeren waarbij riolering, oppervlakkige afstroming en watergangen worden meegenomen. Omdat deze nu onvoldoende zijn meegenomen in de modelberekeningen geven de huidige wateroverlastkaarten op sommige buurten mogelijk een vertekend beeld. Daarnaast kunnen juist in gebieden met bodemdaling de risico’s voor wateroverlast groter worden. • Analyse bodemdaling: Bodemdaling vormt in sommige buurten in Waddinxveen mogelijk een groot risico, met name in bebouwd noord en bebouwd zuidoost. Er is op dit moment echter zeer beperkte informatie over het funderingstype van woningen en daarmee nadere duiding van de impact van bodemdaling op bestaande bouw. Het advies is een (archief)studie van funderingstype in kwetsbare buurten uit te voeren. Hierin kan onderscheid worden gemaakt in niet onderheid, onderheid op houten palen, onderheid op houten palen met betonnen opleggers en onderheid op betonnen palen. Dit helpt om gerichter te kijken naar risico’s én selecteren van passende maatregelen. • Aanpak bodemdaling: Aanpak bodemdaling vraagt om goed te kijken naar de oorzaken en verwachte ontwikkeling van een gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12705924/1