BI7210 Fase II Klimaatadaptatie en Biodiversiteit eindrapport
Tekst van het document
RAPPORT Klimaatadaptatie en biodiversiteit Waddinxveen Versie 1.0 Maatregelen biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid Klant:
Gemeente Waddinxveen
Referentie: BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001 Status:
Definitief/0001
Datum:
29 november 2022
Vertrouwelijk
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Water & Maritime Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Klimaatadaptatie en biodiversiteit Waddinxveen Sub titel: Versie 1.0 Maatregelen biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid Referentie: BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001 Status: Concept versie maatregelen 1.Definitief Datum: 29 november 2022 Projectnaam: Projectnummer: BI7210 Auteur(s): Jerry Olthuis, Martin Droog, Nienke Ansems, Maarten Wansink Opgesteld door: Gecontroleerd door: Datum: 29 november 2022 Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Vertrouwelijk
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
1
Vertrouwelijk
Inhoud 1
Introductie
4
1.1
Leeswijzer
6
2
Bebouwd Noord
7
2.1
Biodiversiteit
7
2.2
Klimaatadaptatie
9
2.3
Integraliteit en voorbeelden
13
3
Bebouwd Zuidwest
17
3.1
Biodiversiteit
17
3.2
Klimaatadaptatie
19
3.3
Integraliteit en voorbeelden
21
4
Bebouwd Zuidoost
29
4.1
Biodiversiteit
29
4.2
Klimaatadaptatie
31
4.3
Integraliteit en voorbeelden
34
5
Park Noord
35
5.1
Biodiversiteit
35
5.2
Klimaatadaptatie
38
5.3
Integraliteit en voorbeelden
39
6
Agrarisch West
41
6.1
Biodiversiteit
41
6.2
Klimaatadaptatie
44
6.3
Integraliteit en voorbeelden
46
7
Bentwoud
47
7.1
Biodiversiteit
47
7.2
Klimaatadaptatie
49
7.3
Integraliteit en voorbeelden
49
8
Veenweide
51
8.1
Biodiversiteit
51
8.2
Klimaatadaptatie
53
8.3
Integraliteit en voorbeelden
53
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
2
Vertrouwelijk
9
’t Weegje
55
9.1
Biodiversiteit
55
9.2
Klimaatadaptatie
56
9.3
Integraliteit en voorbeelden
57
10
Implementatie en impulsregeling
58
11
Conclusies
65
12
Aanbevelingen
66
Bijlagen Bijlage I – Gidssoorten en doelsoorten Bijlage II– Suggesties en vervolg gezondheid
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
3
Vertrouwelijk
1
Introductie
Vanuit het ‘koersdocument duurzaam Waddinxveen’ worden verschillende thema’s uitgewerkt om vervolgens te landen in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid (zoals schematisch weergegeven in de figuur). De thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit liggen dicht bij elkaar omdat ‘vergroenen en groen’ voor beide thema’s erg belangrijk is en vaak als oplossing wordt gezien. Deze thema’s integraal behandelen biedt kansen voor integraal werken en win-win oplossingen. De mogelijke maatregelen van beide thema’s hebben betrekking op dezelfde ‘fysieke’ ruimte. Ook raken klimaatverandering en biodiversiteit de gezondheid van inwoners en de arbeidsproductiviteit van ondernemers. Gemeente Waddinxveen wil daarom de bestaande leefomgeving aanpassen en de gebiedsontwikkeling erop voorbereiden. Gemeente Waddinxveen wil een aantrekkelijke openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is. In de eerste fase van dit project is een feiten- en risicoanalyse voor biodiversiteit en klimaatadaptatie uitgevoerd. Uit deze analyse is per gebied naar voren gekomen wat de huidige status is van biodiversiteit en klimaatadaptatie (op basis van de klimaatlabels weergegeven in tabel x). Aanvullend is een werksessie georganiseerd rondom het thema gezondheid om de koppeling tussen biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid zichtbaar te maken. Risico
A. Zeer laag B. Laag C. Matig D. Hoog E. Zeer hoog
Hittestress Stedelijk hitte eiland (UHI) UHI tussen 0 - 0,5 graden UHI tussen 0,5 - 0,9 graden UHI tussen 0,9 - 1,9 graden UHI tussen 1,9 - 2,8 graden UHI meer dan 2,8 graden
Gevoelstemperatuur (PET) 2050
PET waarde van < 29°C PET waarde tussen de 29 - 35°C PET waarde tussen de 35 - 41°C PET waarde tussen de 41 - 46°C PET waarde van > 46°C
Droogte en bodemdaling Bodemdaling Grondwaterdaling (2050) (GLG 2050)
< 10 cm
Nauwelijks verandering < 0,1 m
10 – 25 cm
Lichte daling 0,10,25 m
25 – 50 cm
0,25 – 0,5 m
50 – 75 cm
0,5 - 0,75 m
> 75 cm
> 0,75 m
Wateroverlast Water tegen de panden 70 mm in 2 uur (T100) % van woningen met meer dan 10 cm tegen de gevel
Water op straat per wijk70 mm in 2 uur (T100) % per wijk met meer dan 15 cm water op straat
Bij geen van de panden in de straat
Bij geen van de straten
> 40% van de buurt
Bij maximaal 0 10% van de panden in de straat Bij maximaal 10 20% van de panden in de straat Bij maximaal 20 30% van de panden in de straat Bij meer dan 30% van de panden in de straat
Bij maximaal 0 10% van de straten Bij maximaal 10 20% van de straten Bij maximaal 20 30% van de straten
Tussen 30 – 40% van de buurt Tussen 20 30% van de buurt Tussen 10 20% van de buurt Minder dan 10% van de buurt
Bij meer dan 30% van de straten
Tabel x. Overzicht van toegepaste labelsystematiek zoals beschreven in de rapportage van fase 1
Groen Percentage groen (openbaar terrein)
In de tweede fase, met het voorliggende document als resultaat, is per gebied gekeken naar passende maatregelen en kansen aansluitend op de feitenanalyse. Voor biodiversiteit zijn de maatregelen per buurtcluster omschreven (zie Figuur 1-1). Uitgangspunt hierbij waren de doeltabellen uit fase I, waarvoor een selectie is gemaakt van doelsoorten per buurtcluster 1. Waddinxveen is opgedeeld in 7 buurtclusters. Voor het onderdeel klimaatadaptatie is de analyse op buurtniveau uitgevoerd. De bestaande ruimtelijke functies en eventuele toekomstige plannen bepalen de impact van klimaatfactoren, maar ook de 1 De oordeeltabellen bevatten voor álle buurtclusters álle soorten, terwijl redelijkerwijs niet ieder buurtcluster geschikt mag worden geacht voor iedere soort. In de in dit document getoonde tabel is een selectie van doelsoorten per buurtcluster uitgevoerd, waarbij de belangrijkste afweging de haalbaarheid van randvoorwaarden voor een habitat is (bijvoorbeeld: veenweide is niet realiseerbaar in het westen vanwege een te hoge drooglegging, en ook niet in stedelijk gebied vanwege bebouwing). In de los meegeleverde complete oordeeltabel zijn alle selecties toegelicht met onderbouwing.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
4
Vertrouwelijk
oplossingsruimte. Dit betekent dat met name in het bebouwd gebied extra detail is toegebracht omdat de klimaatopgaven en kansen met name in deze gebieden, sterk kunnen verschillen. Voor biodiversiteit is gekeken naar doelen op korte termijn en lange termijn. Hierin is gekeken naar de wenselijkheid en haalbaarheid van specifieke habitats en omgevingskenmerken voor de in de eerste fase vastgestelde doelsoorten. Voor klimaatadaptatie is de ambitie dat alle labels in 2050 ‘label A’ worden, voor bodemdaling en waterveiligheid (overstromingen) is dit niet haalbaar. Dit vraagt een bredere aanpak met gebiedspartijen. In plaats van richten op het voorkómen van bodemdaling kan, wanneer dit een groot risico is, worden gekeken naar het voorkómen van schade door bebouwing en infrastructuur hierop aan te passen. Bij grootschalige (her)inrichtingen in de bestaande openbare ruimte moet het label voor elk thema minimaal twee labels omhoog tot label A voor dat thema is bereikt. Wanneer de ambitie niet gehaald wordt zal expliciet onderbouwd moeten worden waarom de ambitie niet gehaald wordt en waarom bijvoorbeeld de keuze is gemaakt om de mogelijk beperkte ruimte anders in te zetten.
Per buurtcluster is in de paragraaf ‘Integraliteit’ gekeken naar voorbeelden en maatregelen waarbij klimaatadaptatie en biodiversiteit gekoppeld zijn aan geplande onderhoudsprojecten van de gemeente uit het projectenboek (Projectenboek Openbare Ruimte 2021 – 2024, gemeente Waddinxveen). Er is specifiek gekeken naar kansen bij nog niet gerealiseerde projecten (2023 en 2024). In dit document zijn naast deze projecten aanvullende voorbeelden opgenomen voor het verbeteren van de biodiversiteit en klimaatadaptieve inrichting. Er is niet gekeken naar geplande gebiedsontwikkelingen.
Figuur 1-1: De buurtclusters binnen Gemeente Waddinxveen en extra onderverdeling van buurten in bebouwd gebied.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
5
Vertrouwelijk
Figuur 1-2: De buurtnamen binnen Gemeente Waddinxveen
1.1
Leeswijzer
De in de vorige paragraaf beschreven onderdelen worden per buurtcluster besproken, waarbinnen voor klimaatadaptatie de buurten binnen het buurtcluster aan bod komen. De structuur van het rapport is dus als volgt: - in ieder hoofdstuk is een buurtcluster behandeld; - per buurcluster wordt voor biodiversiteit de tabel met oordeel, doelen korte termijn en doelen lange termijn getoond, met daaronder een puntsgewijze lijst van maatregelen die het doelgat helpen overbruggen; - klimaatadaptatie kom daarna aan bod, waarbij per buurt de risico’s worden genoemd, gevolgd door een puntsgewijze lijst van maatregelen; - onder integratie en voorbeelden worden projecten, kansen en voorbeelden genoemd; - hoofdstuk 11 heeft betrekking op de in het kader van dit onderzoek relevante impulsregeling; - tot slot bevat hoofdstuk 11 conclusies en 12 de aanbevelingen.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
6
Vertrouwelijk
2
Bebouwd Noord
2.1
Biodiversiteit
In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Bebouwd Noord genomen kunnen worden om de korte termijn (010 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort
Habitat
Oordeel
Doelen korte termijn
bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel egel egel glassnijder glassnijder huismus huismus huismus huismus kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis merel merel merel merel weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel
bloemrijk (schraal) grasland kale zandbodem bebouwd met groenstructuren bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages lijnvormige elementen parkgrasland struikvegetatie bebouwd met groenstructuren lijnvormige elementen parkgrasland struikvegetatie natuurvriendelijke oever sloten en vaarten bebouwd met groenstructuren kale zandbodem kunstmatige nestruimte parkgrasland rietkragen sloten en vaarten kunstmatige nestruimte bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages parkgrasland struikvegetatie bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages kale zandbodem struikvegetatie
slecht onbekend slecht slecht matig matig matig slecht matig matig matig slecht slecht matig matig onbekend onbekend matig slecht slecht onbekend slecht matig matig slecht slecht matig onbekend slecht
matig onbekend matig matig matig matig matig matig matig matig matig matig slecht matig matig onbekend onbekend matig matig slecht onbekend matig matig matig matig matig matig onbekend matig
29 november 2022
Doelen lange termijn matig onbekend goed matig goed goed goed matig goed goed goed matig matig matig goed onbekend onbekend goed goed matig onbekend matig goed goed matig matig goed onbekend matig
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
7
Vertrouwelijk
Maatregelen korte termijn: • Graslanden (bermen en parkgrasland) met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Aanplanten inheemse struikvegetatie door bestaande bermen en plantsoenen te herinrichten en zo substantiële oppervlaktes te realiseren. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel. • Het, waar mogelijk, verflauwen van oevers binnen de wijk, om natuurvriendelijke oevers te creëren. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet en weidehommel. • Bredere rietkragen realiseren waar mogelijk tussen de Natuurvriendelijke oevers, in een afwisselend patroon. Maatregel van invloed op: glassnijder en kleine karekiet. • Ophangen van nestkasten (vogel- en vleermuiskasten) en plaatsen van insectenhotels. Maatregel van invloed op: huismus en meervleermuis. Maatregelen lange termijn • Structuurrijke aaneengesloten groenstroken realiseren, waarbij nieuwe groenstructuren worden aangebracht en bestaande structuren worden versterkt. Dit kan door het uitbreiden van de inheemse soortenrijkdom binnen deze groenstructuren. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel.
• Verbindingsroutes realiseren door groen binnen de wijk te verbinden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, meervleermuis en weidehommel. • Aanplanten struikvegetatie door bestaande bermen en plantsoenen te herinrichten en zo substantiële oppervlaktes te realiseren. Op lange termijn kan dit door dit mee te nemen in bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij is het belangrijk dat er een combinatie van kruidlaag, struiklaag en boomlaag aanwezig is. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Bestaand graslanden en gemeentelijk plantsoen langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch beheer onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Stimuleren van inwoners en bedrijven tot het groen inrichten van tuinen (Operatie Steenbreek). Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
8
Vertrouwelijk
2.2
Klimaatadaptatie
De klimaatopgaven en kansen kunnen met name in het bebouwd gebied per buurt sterk verschillen. Voor het onderdeel klimaatadaptatie is de beschrijving van de huidige situatie uitgevoerd op buurtniveau. Gebied Bebouwd Noord bestaat uit de volgende buurten (zie figuur): Groenswaard 1, Groenswaard 2, Groenswaard 3, Peter Zuidlaan Horstenbuurt, Vondelwijk, Oranjewijk Noord, Oranjewijk Zuid. De opgaven voor een klimaatadaptieve inrichting en kansen zijn per buurt omschreven. In Bebouwd Noord wonen relatief veel ouderen. Dit betekent dat de risico’s van hittestress extra aandacht vragen om gezondheidsrisico’s te beperken. De wijktypologie in Noord kenmerkt zich door naoorlogse wijken en bloemkoolwijken. In de wijken met nog een gemengd riool kan worden voorbereid op extreme neerslag door meer berging te realiseren en eventueel extra berging in tuinen creëren. De gevoeligheid voor extreme neerslag kan ook worden verminderd door beter gebruik te maken van de al aanwezige waterbergingsmogelijkheden. Deze mogelijkheden liggen vooral in het afvoeren van regenwater naar de aanwezige groen- en waterstructuur.
2.2.1
Groenswaard 1
Hitte, wateroverlast en bodemdaling zijn hier urgente problemen die aandacht vragen voor een klimaatadaptieve inrichting. Het stedelijk hitte eiland effect leidt mogelijk tot gezondheidsrisico’s. Er wonen relatief veel ouderen die extra kwetsbaar zijn voor hittestress. Ook is er in Groenswaard 1 een risico voor bodemdaling. Dit zorgt voor een verhoogd risico van ongelijke zetting van verharding. ~350 woningen zijn gebouwd voor 1970 en zijn mogelijk niet onderheid (of onderheid met houten palen, met houtrot door grondwaterdaling als extra risico), met risico op zettingsschade door bodemdaling. Kans: Koele plek en (schaduwrijke, bij voorkeur groene) looproutes realiseren met extra waterberging tegen wateroverlast.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
9
Vertrouwelijk
2.2.2
Groenswaard 2
Hitte en wateroverlast vragen aandacht voor een klimaatrobuuste inrichting. In meer dan 30 % van de straten kan er bij een hevige bui veel water op straat komen te staan, met risico voor gezondheidsklachten door vervuild water op straat. De bebouwing in deze buurt houdt veel warmte vast. Hierdoor zullen er vaker warme nachten voorkomen met risico’s voor de gezondheid. Voor sommige inwoners is een koele plek niet nabij. Kans: Koele plek realiseren met extra waterberging.
2.2.3
Groenswaard 3
Hittestress in combinatie met relatief oudere bewoners in Groenswaard 3 is een aandachtspunt. Daarnaast is er risico op water op straat bij een hevige bui. Kans: Aanleg van natuurvriendelijke oevers. Ook vormt het hoge percentage wooncorporatiebezit (>50%) een kans om samen op te trekken voor een klimaatadaptieve inrichting. Met corporatie en bewoners invulling geven aan lokaal water vasthouden herinrichting open plekken, inclusief een koele looproute daar naartoe, bijvoorbeeld met gevelgroen.
2.2.4
Peter Zuidlaan en Horstenbuurt
Hittestress en wateroverlast zijn een aandachtspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve inrichting voor de Peter Zuidlaan en Horstenbuurt. Kans: Het hoge percentage corporatiebezit (>70%) is in een kans om samen op te trekken. Met corporatie en bewoners invulling geven aan lokaal water vasthouden, herinrichting open plekken, inclusief een koele looproute daar naartoe, bijvoorbeeld met gevelgroen.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
10
Vertrouwelijk
2.2.5
Vondelwijk
Hitte, wateroverlast en bodemdaling zijn hier urgente problemen die aandacht vragen voor een klimaatrobuuste inrichtingen. Het merendeel van de woningen in Vondelwijk zijn gebouwd voor 1970 die mogelijk niet onderheid zijn (of op houten palen, met houtrot door grondwaterdaling als extra risico). Dit maakt deze buurt mogelijk extra kwetsbaar voor bodemdaling. Ook zorgt bodemdaling mogelijk tot een verhoogd risico’s van ongelijke zetting van verharding. Kans: Koele plek en (schaduwrijke, bij voorkeur groene) looproutes realiseren met extra waterberging tegen wateroverlast (op straat).
2.2.6
Oranjewijk Noord
Hittestress en wateroverlast zijn een aandachtspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve inrichting in Oranjewijk noord. Het stedelijk hitte eiland effect leidt mogelijk tot gezondheidsrisico’s. Er wonen relatief veel ouderen die extra kwetsbaar zijn voor hittestress. Kans: Koele plek en (schaduwrijke, bij voorkeur groene) looproutes (vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen) realiseren met extra waterberging tegen wateroverlast (op straat).
2.2.7
Oranjewijk Zuid
Hittestress en wateroverlast zijn een aandachtspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve inrichting in Oranjewijk noord. Het stedelijk hitte eiland effect leidt mogelijk tot gezondheidsrisico’s. Er wonen relatief veel ouderen die extra kwetsbaar zijn voor hittestress. Kans: Koele plek en (schaduwrijke, bij voorkeur groene) looproutes (vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen) realiseren met extra waterberging tegen wateroverlast (op straat).
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
11
Vertrouwelijk
2.2.8
Klimaatadaptieve maatregelen Bebouwd Noord.
Maatregelen korte termijn: • Aanleg van natuurvriendelijke oevers in Groenswaard 3 is een kans (ook de overs op privé grond hierin meenemen); • Aanleggen van waterpasserende bestrating bij parkeerplaatsen; • Hemelwater afkoppelen, laten infiltreren (in principe; infiltreren tenzij toepassen) en vertraagd afvoeren; • Inwoners stimuleren tot ontharden en groen inrichten van tuinen (Operatie Steenbreek); • Stimuleren van groene daken; • In samenwerking met ProRail kansen onderzoeken rond het spoor voor natuurvriendelijke oevers, maar ook mogelijkheden voor waterberging of juist niet? • In samenwerking met veiligheidsregio evacuatieplannen verbeteren door route en hoogteligging van de calamiteitenroutes herijken. Als evacuatie door bijvoorbeeld beperkt transportcapaciteit niet mogelijk is een plan maken voor- en bewustwording vergroten over de mogelijkheden van verticale (naar een hogere verdieping of droge plek in het overstroomde gebied) evacuatiemogelijkheden (resultaat risicodialoog); • Samen optrekken met wooncoöperaties in Groenswaard en Peter Zuidlaan & Horstenbuurt voor maatregelen zoals schaduwplekken en routes, verwijderen verharding & vergroenen, groene daken (met zonnepanelen), gevel vergroenen en afkoppelen + infiltreren.
Maatregelen lange termijn: • Groen/blauwe combinatie biedt kansen om water te infiltreren (gemeente breed het principe; infiltreren tenzij toepassen) en hittestress te beperken; • Creëer een koele plek en schaduwrijke langzaamverkeersroutes (fiets een wandelpaden); • Kansen rond het spoor uitvoeren met bijbehorende maatregelen;
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
12
Vertrouwelijk
2.3
Integraliteit en voorbeelden
Projecten (2023): Willem de Zwijgerlaan (Groenswaard) en Esdoornlaan Chopinlaan (Groenswaard / Bomenwijk) De Willem de Zwijgerlaan ligt in de wijken Groenswaard, Oranjewijk en Noordkade (zie onderstaande kaart).
Het project Willem de Zwijgerlaan vindt plaats tussen de rotonde met de Chopinlaan en de Noordkade. Langs de weg ligt aan een kant een vrijliggend fietspad en aan de andere kant een watergang. Om de rijbaan langdurig in stand te houden is een grootonderhoudsmaatregel noodzakelijk waarbij de gemeente ook het hemelwaterstelsel wil verbeteren. Het project bij de Esdoornlaan-Chopinlaan ligt in de wijken Groenswaard en Bomenwijk. Tussen de rotondes met de Beethovenlaan en de Sniepweg. Langs de weg ligt een vrijliggend fietspad. Het beeld langs de weg is divers te noemen. Aan de oostzijde van de weg is vanwege de Petteplas en een singel ter hoogte van de Peter Zuidlaan veel water en groen aanwezig, waardoor hier een veel ruimer profiel ontstaat.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
13
Vertrouwelijk
Wat is al onderdeel van de projecten: • Verharding vervangen; • Verkeer en parkeren herzien; • Openbare verlichting; • Riolering: de kolken en kolkleidingen worden vervangen, waar mogelijk koppelen we het hemelwater af. De aanwezige putten worden op hoogte gebracht.
Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen • Waterpasserende bestrating toepassen voor de parkeerplaatsen; • Groenstrook als infiltratiezone met een inheems soortenmengsel; • Er is ruimte voor afgekoppelde afvoer naar infiltratie zones of velden; • Bij de Esdoornlaan-Chopinlaan is afvoer mogelijk naar het bestaande oppervlaktewater, hier kan ingezet worden op vergroten bergingscapaciteit door watergang te verbreden, waarbij ook kan worden ingezet op het toevoegen en goed beheren van natuurvriendelijke oevers; • Inheemse bomen en struweel langs de weg/fietspad toevoegen (groene en schaduwrijke weg- en fietsroute); • Hemelwater afkoppelen en laten infiltreren (in principe; infiltreren tenzij toepassen); • Bestaand groen langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch onderhouden.
Project (2024) Vondelwijk en Noordkade: Staringlaan De Staringlaan verbindt de buurten Vondelwijk en Noordkade met een onderdoorgang met het spoor. Langs de weg liggen fietspaden. Het beeld langs de weg is divers. Ter hoogte van Noordkade ligt de weg in een bedrijventerrein en ter hoogte van Vondelwijk in een woongebied. In het woongebied is sprake van een ruim profiel. Dit komt omdat de afstand tussen weg en woningbouw wat groter is en doordat langs de weg groen en water aanwezig is. Om de rijbaan langdurig in stand te houden is een groot onderhouds-maatregel noodzakelijk.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
14
Vertrouwelijk
Wat is al onderdeel van het project: • Verharding vervangen en waar nodig herstraten van het fietspad en het trottoir; • Verkeer en parkeren: streven naar een eenduidig beeld tussen de Brederolaan en de Noordkade; • Riolering: waar nodig vervangt de gemeente de kolken en de kolkenleiding. Waar mogelijk wordt het hemelwater van het vuilwater afgekoppeld; • Openbare verlichting. Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen: Staringlaan • Groenstrook als infiltratiestrook en met een inheemse bloemmengsels inzaaien en/of door extensief maaibeheer graslanden verschralen; • Er zijn kansen voor het afkoppelen van regenwater naar bestaand oppervlaktewater (met waterschap moet onderzocht worden hoe om te gaan met waterkwaliteit, dit omdat water van de weg vervuild kan zijn), dit kan voor zowel de wegen als voor de afvoer vanaf de gebouwen. Er kan ingezet worden op vergroten bergingscapaciteit door watergang te verbreden, waarbij ook kan worden ingezet op het toevoegen en goed beheren van natuurvriendelijke oevers; • Bomen en struweel langs de weg/fietspad toevoegen (groene en schaduwrijke fietsroute); o Zeker het industrie/bedrijfsgebied is zeer versteend, hier kan gekeken worden of er met de ondernemers een groene kwaliteitsimpuls mogelijk is waarbij openbaar en privaat gebied ontsteend wordt, bijvoorbeeld middels operatie Steenbreek.
• Er staan grote gebouwen met plat dak, dit biedt kansen voor groene daken mits de constructie dit kan dragen. Hierbij kan als meekoppelkans worden gekeken naar groen wat de biodiversiteit stimuleert en naar zonnepanelen op de groene daken. o Een alternatief tegen warmteoverlast is het toepassen van lichtere kleuren (met hogere reflectie, albedo waarde) op de daken. Voorbeelden Groenswaard 2: Voorbeeld van een parkje binnen Groenswaard 2. Hier kan meerwaarde voor biodiversiteit worden behaald door waar dit mogelijk is struikvegetatie aan te planten (aan de randen bijvoorbeeld) en hieromheen een zoom met een inheems kruidmengsel in te zaaien en/of te laten verschralen. Zo blijft de functie van het park als deels speelplaats behouden en levert het een bijdrage voor biodiversiteit.
Figuur 2-1 Groenswaard 2 29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
15
Vertrouwelijk
Voor bestaande speelplekken en parkeerplaatsen is het advies waterpasserende bestrating aan te leggen en de buurt verder vergroenen om hitte eiland effect te verminderen. Waar mogelijk open ruimtes benutten om extra koele plekken te realiseren.
Figuur 2-2 Groenswaard 2: Voorbeeld van verharding van parkeerplaatsen en speelplekken bij de Groensvoorde.
Voorbeeld Groenswaard 3: Als voorbeeld binnen Groenswaard 3 nemen we de groenstrook ten noorden van de buurt. Deze groenstrook bestaat nu voornamelijk uit gemaaid grasland (parkgrasland) met solitaire bomen. De oever langs de watergang ten noorden van de groenstrook heeft een rietstrook, maar heeft relatief steile oevers. Ook hier zou pluksgewijs over de gehele lengte van de groenstrook struikvegetatie aangeplant kunnen worden en kan een zoom worden ingezaaid met een inheems kruidenmengsel en/of kan deze verschraald worden door ecologisch beheer. Door de oever te verflauwen en de aanwezige rietstrook te verbreden wordt deze daarnaast geschikter als leefgebied voor bijvoorbeeld de doelsoort kleine karekiet. Op kleinere schaal zou er bij de ruimtelijke ontwikkeling gericht kunnen worden op het kiezen voor inheemse soorten, zoals struweelsoorten als rode kornoelje, wilde liguster en gewone vlier, en op zo veel mogelijk plekken struweel en bloemrijke bermen aan te leggen.
Figuur 2-3: Groenswaard 3
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
16
Vertrouwelijk
3
Bebouwd Zuidwest
3.1
Biodiversiteit
In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Bebouwd Zuidwest genomen kunnen worden om de korte termijn (0-10 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort
Habitat
Oordeel
Doelen korte termijn
bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel egel egel glassnijder glassnijder huismus huismus huismus huismus kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel merel weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel
bloemrijk (schraal) grasland kale zandbodem bloemrijk (schraal) grasland struikvegetatie bossen en bosschages lijnvormige elementen bebouwd met groenstructuren parkgrasland bebouwd met groenstructuren struikvegetatie lijnvormige elementen parkgrasland natuurvriendelijke oever sloten en vaarten bebouwd met groenstructuren kunstmatige nestruimte kale zandbodem parkgrasland rietkragen sloten en vaarten lijnvormige elementen natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte sloten en vaarten bossen en bosschages bloemrijk (schraal) grasland struikvegetatie parkgrasland bloemrijk (schraal) grasland struikvegetatie bossen en bosschages kale zandbodem
slecht onbekend slecht slecht slecht matig slecht matig matig slecht matig matig slecht matig matig onbekend onbekend matig slecht matig matig slecht onbekend matig slecht slecht slecht matig slecht slecht slecht onbekend
matig onbekend matig matig slecht goed matig matig matig matig goed matig slecht matig matig onbekend onbekend matig matig matig matig slecht onbekend matig slecht matig matig matig matig matig slecht onbekend
29 november 2022
Doelen lange termijn matig onbekend matig matig matig goed goed goed goed matig goed goed matig matig goed onbekend onbekend goed goed matig goed matig onbekend goed matig matig matig goed matig matig matig onbekend
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
17
Vertrouwelijk
Oordeel huidige kwaliteit: • Bloemrijk grasland (bermen en in parken) vrijwel niet aanwezig • Struikvegetatie is nauwelijks aanwezig en is losstaand • Bosschages zeer gefragmenteerd en weinig aanwezig • Parkgrasland is ruim aanwezig, maar slecht verbonden met elkaar en zonder struiken en bosschages (bosjes) • Voldoende oppervlakte in sloten, maar voedselrijk en niet goed ontwikkelde oever en watervegetatie. Van het bebouwde gebied binnen de gemeente Waddinxveen heeft dit deelgebied over het algemeen de beste oevers. Veel zijn niet beschoeid en er is voldoende ruimte voor het realiseren van natuurvriendelijke oevers. Maatregelen korte termijn: • Graslanden (bermen en parkgrasland) met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Bijvoorbeeld zomen om recreatief groen heen. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Aanplanten inheemse struikvegetatie door bestaande bermen en plantsoenen te herinrichten en zo substantiële oppervlaktes te realiseren. Eventueel aanplanten van extra inheemse boom- en struweelsoorten. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel.
• Inrichten van natuurvriendelijke oevers (oevers verflauwen, verschralen door maaien en afvoeren en ecologisch beheer). Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet en weidehommel. • Ophangen van nestkasten (vogel- en vleermuiskasten) en plaatsen van insectenhotellen. Maatregel van invloed op: huismus en meervleermuis. Maatregelen lange termijn: • Bestaand groen langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch beheer onderhouden; Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Rondom en vanaf centrale watergang groenstructuur uitbreiden, met inheemse struikvegetatie, heggen, hoge bermen. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Structuurrijke aaneengesloten groenstroken realiseren, waarbij nieuwe groenstructuren worden aangebracht en bestaande structuren worden versterkt. Dit kan door het uitbreiden van de inheemse soortenrijkdom binnen deze groenstructuren. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Bestaand graslanden en gemeentelijk plantsoen langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien.
Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch beheer onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Verbindingsroutes realiseren door groen binnen de wijk te verbinden. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, meervleermuis en weidehommel. • Bredere rietkragen realiseren in de nieuw te ontwikkelen wijk, bijvoorbeeld rondom het ‘eiland’ langs de Parklaan. Maatregel van invloed op: glassnijder en kleine karekiet. • Stimuleren van inwoners en bedrijven tot het groen inrichten van tuinen (Operatie Steenbreek). Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
18
Vertrouwelijk
3.2
Klimaatadaptatie
Voor het onderdeel klimaatadaptatie is de beschrijving van de huidige situatie en maatregelen in bebouwd Zuidwest uitgevoerd op buurtniveau. Het gebied bestaat uit de volgende buurten: Zuidplas 80, Zuidplas 90, Bomenwijk en Triangel. Dit gedeelte van Waddinxveen is volop in ontwikkeling met veel geplande nieuwbouw. Deze nieuwbouwprojecten vormen zowel een risico als een kans voor een klimaatbestendige inrichting. De extra bebouwing (verstening) kan het stedelijk hitte eiland vergroten. Door bij de aanleg te kiezen voor een klimaatbestendige inrichting kunnen risico’s voor hittestress juist worden verminderd. In deze buurten is het hemelwater reeds afgekoppeld of staan er werkzaamheden gepland om deze af te koppelen. Uit de eerste feitenanalyse blijkt dat deze informatie nog onvoldoende is geland in de wateroverlastkaarten van gemeente Waddinxveen. Dit betekent dat de effecten van een hevige regenbui lager kunnen zijn. De labels geven dus mogelijk een vertekend beeld van de opgaven.
3.2.1
Zuidplas 80
Hitte en wateroverlast zijn aandachtspunten voor de wijk Zuidplas 80. Voor sommige woningen is een koele plek niet nabij. Meerdere straten hebben een grote kans op wateroverlast met meer dan 15 cm water op straat. (Kanttekening: In Zuidplas 80 is men bezig met het afkoppelen van hemelwater) Kans: Koele plek en (schaduwrijke, bij voorkeur groene) looproutes realiseren met extra waterberging tegen wateroverlast op straat.
3.2.2
Zuidplas 90
Wateroverlast, hitte en groen zijn aandachtspunten voor de wijk Zuidplas 90. Voor de woningen in het noorden van Zuidplas 90 is een koele plek niet nabij. Het percentage groen is t.o.v. van andere buurten in Waddinxveen laag, met name in de openbare ruimte. De wijk Zuidplas 90 is al geheel afgekoppeld, dit betekent dat de getoonde labels voor wateroverlast mogelijk een vertekend beeld geven. Kans: Creëren van koele plek en aanleg van extra groen. 87% van woningen zijn koopwoningen. Stimuleren van inwoners voor het groen inrichten van tuinen (Operatie Steenbreek).
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
19
Vertrouwelijk
3.2.3
Bomenwijk
Hittestress, wateroverlast en bodemdaling zijn een aandachtspunt. In de Bomenwijk staan ~700 woningen gebouwd voor 1970 die mogelijk niet onderheid zijn (of onderheid met houten palen, met houtrot door grondwaterdaling als extra risico), met verhoogd risico op zettingsschade door bodemdaling. In de Bomenwijk is een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig. Dit betekent dat de labels mogelijk een vertekend beeld m.b.t. wateroverlast. Kans: Het hoge percentage huurcoöperatie (45%) vormt een kans om samen op te trekken met de coöperatie om hittestress te verminderen (door bijvoorbeeld groene schaduwrijke plekken te maken of groene daken en gevels toe te passen).
3.2.4
Triangel
Hittestress en wateroverlast zijn een aandachtspunt voor Triangel. Het percentage groen is relatief laag, met name in de niet openbare ruimte. Triangel is al geheel afgekoppeld waardoor de resultaten van de analyse mogelijk een vertekend beeld geven. Kans: - De nieuwbouwplannen (in totaal 2890 extra woningen) vormen zowel een risico en een kans. De extra bebouwing kan leiden tot een toename van hittestress. Door bij de aanleg te kiezen voor een klimaatbestendige inrichting van zowel openbare ruimte als private gronden kunnen risico’s voor hittestress juist worden verminderd. - Bewoners stimuleren voor- of verplichten van het vergroenen van tuinen. - De nog te ontwikkelen wijkgroenstructuur in Triangel biedt kansen voor biodiversiteit, inclusief beleefgroen en een koele plek.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
20
Vertrouwelijk
3.2.5
Klimaatadaptieve maatregelen
Maatregelen korte termijn: • Groen/blauwe combinatie biedt kansen om water te infiltreren (gemeente breed het principe; infiltreren tenzij toepassen) en hittestress te beperken; • Aanleg van infiltratie zones in nieuwbouwprojecten om hemelwater op te vangen; • Aanleggen van waterpasserende bestrating bij parkeerplaatsen; • Stimuleren van inwoners tot ontharden en groen inrichten van tuinen (Operatie Steenbreek). • Onderzoeken kansen voor klimaat adatief sportveld, zijn er kansen voor waterberging • Onderzoeken van kansen voor de herontwikkeling van het sportpark in bomenwijk te denken valt aan infiltratiezones, toevoegen van oppervlaktewater, groene daken (werken ook isolerend), groene gevels, schaduwrijke looproutes en waterpasserende bestrating voor de parkeervoorzieningen. Maatregelen lange termijn: • Creëren van een koele plek en schaduwrijke langzaam verkeerroutes (fiets een wandelpaden); • De nieuwbouw ontwikkeling Zuid II klimaat adaptief en natuurinclusief inrichten
3.3
Integraliteit en voorbeelden
Project (2023) Bomenwijk: Limaweg en omgeving
Uit de inspecties van de verharding blijkt dat de verharding aan vervanging toe is. Er is sprake van ongelijke zetting van de verharding, waardoor wateroverlast ontstaat en het rijcomfort is afgenomen. Verder wil de gemeente het hemelwaterstelsel verbeteren door waar mogelijk af te koppelen en vertraagd af te voeren. Waar mogelijk passen de gemeente openbaar groen toe om de leefbaarheid en de uitstraling van de buurt te verbeteren. Wat is al onderdeel van het project: • Verharding vervangen; • Verkeer en parkeren: Aan de hand van een parkeeronderzoek zal worden gekeken naar de noodzaak om extra parkeerplekken te realiseren; • Riolering: kolken en kolkenleidingen worden vervangen en afgekoppeld. Tevens onderzoeken we de mogelijkheden om meer ruimte te creëren voor tijdelijke waterberging in combinatie met natuurvriendelijke oevers. De aanwezige putten worden op hoogte gebracht; 29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
21
Vertrouwelijk
• •
Openbare verlichting; Openbaar groen: we streven ernaar openbaar groen toe te voegen en het huidige groen een kwaliteitsimpuls geven door meer diversiteit aan te brengen. Bomen van onvoldoende kwaliteit worden vervangen.
Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen - Limaweg en omgeving Een deel van deze kansen zijn al opgenomen in het plan: • Waterpasserende bestrating voor de parkeerplaatsen • Groenstrook als infiltratiestrook en verschralen door ecologisch beheer en/of inzaaien met een inheems kruidmengsel; • Er is ruimte voor afgekoppelde afvoer in infiltratiezones en de bestaande sloten • Bomen en struweel langs de wegen toevoegen (groene en schaduwrijke straten realiseren) o Inheemse bomen en struweel tussen de bestaande parkeerplekken toevoegen (zoals ook te zien op de foto van de bestaande situatie) met mogelijk verlaagde groene boomspiegel • Hemelwater afkoppelen, laten infiltreren (in principe; infiltreren tenzij toepassen) en verhogen afvoercapaciteit • Aanpassen maaibeheer naar een ecologisch maaibeheer, waar dit mogelijk is binnen het project. • Stimuleren van vergroenen van de tuinen (pak naast het openbaar gebied meteen de gronden van de eigenaren mee, laat zien dat samen meer impact kan worden gemaakt en dat samen meer kwaliteit kan worden toegevoegd)
Project (2023) Zuidplas 80: Woubrechterf & Otto-erf Op onderstaande afbeelding is de watergang te zien die de wijken Otto-erf en Woudbrechterf doorsnijdt. De watergang en omliggende groenstrook bestaat nu uit een dunne strook oeverbegroeiing, gemaaid grasland en enkele solitaire bomen. Hier zou de oeverbegroeiing kunnen worden verbreed. Ook het omliggend grasland zou anders beheerd kunnen worden. Hier zouden stroken ingezaaid kunnen worden met een inheems kruidmengsel of het terrein zou ecologisch beheerd kunnen worden, waardoor deze verschraald en verruigd wordt. Hierbij kan gedacht worden aan ecologisch maaibeheer, maaien gefaseerd in ruimte en tijd en een variatie aan hoogtestructuur creëren. Ook zou hier pluksgewijs struikvegetatie aangeplant kunnen worden. Binnen de ruimtelijke ontwikkeling binnen de wijk is het doel om het openbaar groen een kwaliteitsimpuls te geven, dit kan bereikt worden door bovenstaande. Ook zouden vleermuiskasten en/of vogelhuizen opgehangen kunnen worden aan de bomen.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
22
Vertrouwelijk
Figuur 3-1 Watergang die de wijken Otto-erf en Woudbrechterf doorsnijdt
Onderstaand een ander voorbeeld uit de buurt waar bovenstaande maatregelen (ecologisch maaibeheer en aanplanten struweel) toegepast kunnen worden. Dit is aan de andere zijde van de watergang.
Figuur 3-2 Groenstructuur in Zuidplas
De projecten Woubrechterf en Otto-erf bevinden zich rond bovenstaande voorbeelden. De locatie van de bovenstaande foto’s is in de projectkaarten weergegeven. De voorbeelden zijn goede koppelkansen om mee te nemen in deze projecten.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
23
Vertrouwelijk
Project Woubrechterf
Project Otto-erf
Uit de inspecties van de verharding blijkt dat de verharding aan vervanging toe is. Er is sprake van ongelijke zetting van de verharding, waardoor wateroverlast ontstaat en het rijcomfort is afgenomen. Verder wil de gemeente het hemelwaterstelsel verbeteren door waar mogelijk af te koppelen en vertraagd af te voeren. Tot slot geeft de gemeente het plantsoen een kwaliteitsimpuls. Wat is al onderdeel van het project: • Verharding vervangen; • Verkeer en parkeren: aan de hand van een parkeeronderzoek zal worden gekeken naar de noodzaak om extra parkeerplekken te realiseren; • Riolering: kolken en kolkenleidingen worden vervangen en afgekoppeld. Tevens onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om meer ruimte te creëren voor tijdelijke waterberging in combinatie met natuurvriendelijke oevers;
• •
Openbare verlichting;
•
Speelvoorziening: in het plantsoen is één speelvoorziening opgenomen. We onderzoeken de speelbehoefte in de buurt en voegen indien nodig speeltoestellen toe of laten de speelplek vervallen.
Openbaar groen: de gemeente wil het huidige groen een kwaliteitsimpuls geven door meer diversiteit aan te brengen. Bomen van onvoldoende kwaliteit worden vervangen;
Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen - Woubrechterf & Otto-erf Een deel van deze kansen zijn al opgenomen in het plan ook wordt een deel beschreven in het voorbeeld hierboven: • Waterplein of waterspeelplaats met ruimte voor wateropvang; • Waterpasserende bestrating voor de parkeerplaatsen; • Groenstrook als infiltratiestrook en inzaaien met een inheems kruidmengsel en/of verschralen middels ecologisch beheer; • Er is ruimte voor afgekoppelde afvoer in infiltratiezones; • Er zijn ook kansen voor meer waterberging in de bestaande watergang, ook kunnen hier natuurlijke oevers worden toegepast met extra aandacht voor oevers in privébezit; • Bomen en struweel langs de wegen toevoegen (groene en schaduwrijke straten realiseren) o Bomen tussen de bestaande parkeerplekken toevoegen met verlaagde groene boomspiegel • Hemelwater afkoppelen, laten infiltreren (in principe; infiltreren tenzij toepassen) en verhogen afvoercapaciteit;
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
24
Vertrouwelijk
•
Stimuleren van vergroenen van de tuinen (pak naast het openbaar gebied meteen de gronden van de eigenaren mee, laat zien dat samen meer impact kan worden gemaakt en dat samen meer kwaliteit kan worden toegevoegd).
Project (2024) Zuidplas 80: Machtelderf-Gijsberterf Het Machtelderf-Gijsbrechterf ligt in de wijk Zuidplas en is in Waddinxveen één van uitbreidingswijken na de jaren tachtig. De ruimtelijke structuur kent een grote diversiteit, waarbij de bebouwing het patroon van de woonstraten, woonerven en woonpaden volgt. In het gebied staan zowel rijwoningen, twee-onder-éénkappers, vrijstaande woningen als gestapelde woningen.
Wat is al onderdeel van het project: • Verharding vervangen; • Verkeer en parkeren: aan de hand van een parkeeronderzoek zal worden gekeken naar de noodzaak om extra parkeerplekken te realiseren; • Riolering: kolken en kolkenleidingen worden vervangen en afgekoppeld. Tevens onderzoeken we de mogelijkheden om meer ruimte te creëren voor tijdelijke waterberging in combinatie met natuurvriendelijke oevers; • Openbare verlichting; • Openbaar groen: we willen het huidige groen een kwaliteitsimpuls geven door meer diversiteit aan te brengen. Bomen van onvoldoende kwaliteit worden vervangen; • Speelvoorziening: de speelplaats wordt gerenoveerd en in samenspraak met de gebruikers ingericht. De doelgroep voor deze speelplaats zijn kinderen in de leeftijd van 0 tot 7.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
25
Vertrouwelijk
Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen - Machtelderf-Gijsberterf Een deel van deze kansen zijn al opgenomen in het plan zoals ontkoppelen en een kwaliteitsimpuls voor het openbaar groen: • Waterpasserende bestrating voor de parkeerplaatsen; • Groenstrook als infiltratiestrook en inzaaien met een inheems kruidmengsel en/of verschralen middels ecologisch beheer; • Er zijn kansen om regenwater af te voeren naar de bestaande sloten, hierbij kan ook gekeken worden naar het afvoeren van regenwater van de daken. • Bomen en struweel langs de wegen toevoegen (groene en schaduwrijke straten realiseren). De randen van het projectgebied zijn al vrij groen en boomrijk, het is een kans dit te verbeteren binnen het plangebied; o Bomen tussen de bestaande parkeerplekken toevoegen met mogelijk verlaagde groene boomspiegel • Aanpassen van het maaibeheer naar een ecologisch maaibeheer, waarbij ingezet wordt op het verruigen en verschralen van groenstroken; • Het stimuleren van groene daken op vooral de garages (dit is het merendeel van de platte daken in de buurt); • De speelvoorziening biedt kansen om water zichtbaar te maken (voor bewustwording) met een water speelelement. Bij speelplaatsen moet er extra aandacht worden besteed aan gezondheid en waterveiligheid, zeker voor de doelgroep 0 tot 7 jaar.
Project (2024) Zuidplas 80: Dreef-Oude Dreef Het projectgebied bestaat uit de Dreef en de Oude Dreef. De Dreef loopt langs het sportcomplex de Sniep. Woonbebouwing ligt op wat ruimere afstand. Aan de zuidkant ligt een brede groenstrook tussen de Dreef en de woningen in de wijk Zuidplas. Langs de weg ligt een vrijliggend fietspad. Om de rijbaan langdurig in stand te houden is een grootonderhoudsmaatregel noodzakelijk.
Wat is al onderdeel van het project: • Verharding vervangen en waar nodig herstraten we het fietspad en het trottoir; • Verkeer: waar nodig aanpassen oversteekvoorzieningen; • Riolering: waar nodig vervangen we de kolken en de kolkenleiding. Waar mogelijk wordt het hemelwater van het vuilwater afgekoppeld; • Openbare verlichting.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
26
Vertrouwelijk
Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen - Dreef-Oude Dreef Een deel van deze kansen zijn al opgenomen in het plan: • Groenstrook als infiltratiestrook en inzaaien met een inheems kruidmengsel en/of verschralen middels ecologisch beheer; • Er zijn kansen om regenwater af te voeren naar de bestaande sloten; • Er kan variatie in de bomen worden toegevoegd hiernaast kan er kwaliteit worden toegevoegd door struweel langs de wegen toe te voegen; • Aanpassen van het maaibeheer naar een ecologisch maaibeheer, waarbij ingezet wordt op het verruigen en verschralen van groenstroken.
Project (2024) Zuidplas 80: Fietspad Roosje Voshoeve Het projectgebied is een vrij liggend fietspad in de wijk Zuidplas 80 en vormt een verbinding met de Plasweg. Deels is het fietspad gecombineerd met groen- en watervoorzieningen in de wijk. Voor het overige deel loopt het fietspad direct langs woningen. Door de vele verzakkingen is het noodzakelijk om groot onderhoud aan het fietspad uit te voeren. Daarnaast is het openbaar groen aan vervanging toe.
Wat is al onderdeel van het project: • Verharding: het gehele fietspad wordt vervangen door rood asfalt; • Riolering: waar nodig vervangen we de kolken en de kolkenleiding. Waar mogelijk wordt het hemelwater van het vuilwater afgekoppeld; • Openbare verlichting; • Openbaar groen: het huidige groen een kwaliteitsimpuls geven door meer diversiteit aan te brengen. Bomen van onvoldoende kwaliteit worden vervangen. Kansen voor klimaatadaptieve en biodiversiteit maatregelen - Dreef-Oude Dreef Een deel van deze kansen zijn al opgenomen in het plan zoals ontkoppelen en een kwaliteitsimpuls voor het openbaar groen: • Groenstrook als infiltratiestrook waarbij ecologisch beheer wordt toegepast, met inheems struweel en bomen; o Zoals in het plan beschreven staat biedt het project kansen om meer diversiteit aan te brengen en bomen van kwaliteit toe te voegen. 29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
27
Vertrouwelijk
Ook op het speel-en sportveld op de foto hierboven kan inheems struweel worden toegevoegd of kan een deel worden ingezaaid met een inheems kruidmengsel. Aanpassen van het maaibeheer naar een ecologisch maaibeheer, waarbij ingezet wordt op het verruigen en verschralen van groenstroken; Voor het westelijke deel kan worden afgekoppeld naar de naastgelegen watergang. o
• •
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
28
Vertrouwelijk
4
Bebouwd Zuidoost
4.1
Biodiversiteit
In dit hoofdstuk worden de maatregelen behandeld welke binnen Bebouwd Zuidoost genomen kunnen worden om de korte termijn (0-10 jaar) en lange termijn (30 jaar) doelen voor biodiversiteit te halen. Deze doelen zijn per soort en per habitattype weergegeven in onderstaande tabel. Deze zijn puntsgewijs weergegeven, waarbij aangegeven is op welke doelsoort deze maatregel effect heeft. In Bijlage I is dit samenvattend per maatregelen weergegeven in een matrix. Soort
Habitat
Oordeel
Doelen korte termijn
bruin blauwtje bruin blauwtje bunzing bunzing bunzing bunzing egel egel glassnijder glassnijder huismus huismus kleine karekiet kleine karekiet meervleermuis meervleermuis meervleermuis meervleermuis merel merel merel steenuil weidehommel weidehommel weidehommel weidehommel
bloemrijk (schraal) grasland kale zandbodem bloemrijk (schraal) grasland lijnvormige elementen struikvegetatie bossen en bosschages lijnvormige elementen struikvegetatie natuurvriendelijke oever sloten en vaarten kunstmatige nestruimte kale zandbodem sloten en vaarten rietkragen lijnvormige elementen natuurvriendelijke oever kunstmatige nestruimte sloten en vaarten bloemrijk (schraal) grasland bossen en bosschages struikvegetatie bloemrijk (schraal) grasland bloemrijk (schraal) grasland kale zandbodem struikvegetatie bossen en bosschages
matig onbekend matig goed slecht slecht goed slecht slecht matig onbekend onbekend matig slecht matig slecht onbekend matig matig slecht slecht matig matig onbekend slecht slecht
matig onbekend goed goed matig slecht goed matig slecht matig onbekend onbekend goed matig matig slecht onbekend matig goed slecht matig goed matig onbekend matig slecht
29 november 2022
Doelen lange termijn goed onbekend goed goed matig matig goed matig matig matig onbekend onbekend goed goed goed matig onbekend goed goed matig matig goed goed onbekend matig matig
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
29
Vertrouwelijk
Oordeel huidige kwaliteit: • Delen van grasland zijn ingezaaid, maar matig bloemrijk. Ook zijn nog intensief gemaaide bermen aanwezig. • Het parkgrasland binnen de buurt is ruim aanwezig en goed aaneengesloten, bijvoorbeeld de groenstrook aan de oostzijde van de buurt. Hier zijn ook bomen en enkele struiken aanwezig. Hier is ook ruimte voor verruiging. Kwaliteit van het parkgrasland binnen de buurt is goed. • Dit deelgebied heeft een van de meest struikrijke/ ruige delen binnen Waddinxveen, maar dit loopt specifiek over een strook ten oosten van het deelgebied, langs de Kanaaldijk. Verdere struikvegetatie is nauwelijks aanwezig en is niet goed met elkaar verbonden. • Het groen binnen het bebouwde gebied heeft voldoende oppervlak maar is te kaal en heeft te weinig heggen en struikvegetatie. Het biedt daardoor onvoldoende beschutting voor verstoringsgevoelige soorten zoals bunzing en egel. • De sloten binnen de buurt hebben een voldoende oppervlak maar ogen op basis van de vegetatie te voedselrijk=met slecht/niet ontwikkelde oevervegetatie. • De grotere wateren binnen de buurt missen bredere rietkragen/oevervegetatie. • Lijnvormige elementen binnen de buurt zijn verstoringsgevoelig (bredere watergangen), voornamelijk door verlichting en afwezigheid van bomen. Ze zijn wel goed aaneengesloten en bieden dus potentie voor een geschikte lijnvormige structuur door het gebied.
Maatregelen korte termijn: • Graslanden (bermen, parkgrasland, groenstroken) met inheemse kruidmengsels inzaaien en/of door ecologisch maaibeheer verschralen. Ook kunnen inheemse vaste planten worden aangeplant of bloembollen van inheemse planten worden gepoot. Vooral binnen het bedrijventerrein liggen hier kansen, door de aanwezigheid van lange aaneengesloten bermen. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, steenuil en weidehommel. • Aanplanten inheemse struikvegetatie, bestaande bermen en plantsoenen herinrichten, substantiële oppervlaktes realiseren. Hierbij (voornamelijk) inheemse soorten gebruiken. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel. • Inrichten van natuurvriendelijke oevers, met flauwe oevers en een soortenrijke plasdrasvegetatie. Maatregel van invloed op: glassnijder, kleine karekiet en weidehommel. • Bredere rietkragen realiseren tussen de Natuurvriendelijke oevers, in een afwisselend patroon door het gebied. Maatregel van invloed op: glassnijder en kleine karekiet. • Plaatsen van nestkasten voor vleermuizen en vogels. Maatregel van invloed op: merel, huismus en, steenuil, meervleermuis. • Braakliggende terrein inzaaien met inheemse kruidenmengsels en/of laten verruigen door ecologisch beheer. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, steenuil en weidehommel.
Maatregelen lange termijn: • Bosschages aanplanten, samen met mantelzoom van struikvegetatie en kruidenvegetatie. Hierbij kansen benutten bij herinrichting. De zone tussen Coenecoop en Kanaaldijk is hiervoor een goed voorbeeld. Maatregel van invloed op: bunzing, egel, merel, steenuil en weidehommel. • Bestaande graslanden en gemeentelijk plantsoen langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch beheer onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus en weidehommel. • Sloten uitbreiden waar mogelijk en rietkragen aanleggen, tenminste 2 m breed. Maatregel van invloed op: glassnijder en kleine karekiet.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
30
Vertrouwelijk
•
• •
4.2
Lichtverstoring aanpakken, Gouwe van bomenrij voorzien. Aanplanten van bomenrij langs bredere watergangen en lichtvervuiling richting watergang minimaliseren. Hiervoor zijn aangepaste armaturen van bestaande verlichting een veelgebruikte oplossing. Maatregel van invloed op: meervleermuis Aaneengesloten akkerstroken extensief beheren en inzaaien met inheems akkerkruidenmengsel. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, weidehommel, bunzing, steenuil. Ophangen van nestkasten (vogel- en vleermuiskasten) en plaatsen van insectenhotellen. Maatregel van invloed op: huismus en meervleermuis.
Klimaatadaptatie
Voor het onderdeel klimaatadaptatie is de beschrijving van de huidige situatie in bebouwd zuidoost uitgevoerd op buurtniveau. Het gebied bestaat uit de volgende buurten: Centrum, Oostpolderwijk, Coenecoop, Bedrijventerrein Mercuriusweg, Zuid, en Zeeheldenbuurt.
4.2.1
Centrum
Hitte, wateroverlast en bodemdaling zijn aandachtspunten voor het centrum. Meerdere straten hebben grote kans op wateroverlast met meer dan 15 cm water op straat. Toegang tot winkels zonder niveauverschil tussen de buitenruimte en entree met leidt mogelijk tot problemen bij extreme neerslag, omdat regenwater dan eenvoudig het pand in kan stromen. In het winkelcentrum zijn elektriciteitsvoorzieningen in kelders met risico op uitval Tot slot is hittestress een aandachtspunt voor de winkelfunctie in de vorm van koele looproutes Voor sommige woningen is een koele plek niet nabij. Kans • Het Gouweplein kan worden gebruikt voor waterberging. • Groene en schaduwrijke wandelroutes.
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
31
Vertrouwelijk
4.2.2
Oostpolderwijk
Hitte, wateroverlast en bodemdaling zijn aandachtspunten voor Oostpolderwijk. Van alle buurten in Waddinxveen zijn in de Oostpolderwijk de minste koele plekken aanwezig voor de inwoners. Ook is het percentage groen relatief laag. Dit geldt voor zowel openbaar als niet openbaar gebied. Bodemdaling is mogelijk een probleem voor de ~100 woningen gebouwd voor 1970. Kans: Aanleg van koele plek en toevoegen van extra groen en inwoners stimuleren tot het vergroenen van tuinen.
4.2.3
Coenecoop
Hitte en wateroverlast zijn aandachtspunten voor Coenecoop. Meerdere straten hebben grote kans op wateroverlast met meer dan 15 cm water op straat. Het percentage groen is relatief laag, met name in niet-openbare terrein (15%). Kans: • •
Aanleg van koele plek Bedrijven stimuleren tot vergroenen van percelen en daken.
4.2.4
Bedrijventerrein Mercuriusweg
Hitte en wateroverlast zijn aandachtspunten voor bedrijventerrein Mercuriusweg. Meerdere straten hebben grote kans op wateroverlast met meer dan 15 cm water op straat. Voor sommige woningen is een koele plek niet nabij. % groen is relatief laag, met name in niet openbare terrein. Kans: samen met bedrijven kijken naar risico’s en kansen van klimaatadaptatie voor klimaatbestendig bedrijventerrein De impact van hittestress op bedrijven kan onder andere worden beperkt met isolatie, slimme ventilatie, groene gevels of groene daken ( of witte daken). Bedrijventerreinen kunnen als oplossing dienen tegen hittestress in omliggende
29 november 2022
BI7210-RHD-XX-XX-RP-EO-0001
32
Vertrouwelijk
woonwijken, door bijvoorbeeld de aanleg van parken of wandelpaden met veel schaduw. Het valt op dat vooral het bedrijventerrein veel potentie heeft voor groene daken. Hierbij zal wel moeten worden gekeken naar de haalbaarheid die ook afhankelijk is van gebouwconstructie.
4.2.5
Zeeheldenbuurt
Hittestress en bodemdaling zijn aandachtspunten in deze wijk. De 200 woningen gebouwd voor 1970 zijn mogelijk kwetsbaar voor verschilzetting. Ook is er een verhoogd risico’s van ongelijke zetting van de verharding. Kans: Het hoge percentage corporatiebezit (~50%) vormt een kans om samen op te trekken voor een klimaatadaptieve inrichting. Met corporatie en bewoners invulling geven aan herinrichting open plekken, inclusief een koele looproute daar naartoe, bijvoorbeeld met gevelgroen.
4.2.6
Zuid
Hitte, wateroverlast en bodemdaling zijn aandachtspunten voor Zuid. Het % groen in deze buurt is relatief laag en een koele plek is niet altijd nabij. Bodemdaling is mogelijk een probleem voor de ~170 woningen gebouwd voor 1970. Kans:
•
4.2.7
Creëren van koele plek met extra waterbergende functie
Klimaatadaptieve maatregelen
Maatregelen korte termijn: • Groen/blauwe combinatie biedt kansen om water te infiltreren (gemeente breed het principe; infiltreren tenzij toepassen) en hittestress te beperken; • Hemelwater afkoppelen, laten infiltreren (in principe; infiltreren tenzij toepassen) en vertraagd afvoeren; • Aanleggen van waterpasserende bestrating bij parkeerplaatsen; • Stimuleren van inwoners tot ontharden en groen inrichten van tuinen (operatie steenbreek).