b. BSGR Concept jaarrekening 2022
Tekst van het document
De Waarderingskamer heeft in april en oktober haar terugkoppeling op de jaarlijkse rapportages aan de BSGR gedaan. Wederom is met name aan de aansluiting van gegevens veel aandacht besteed. De aanlevering en afname van de gegevens uit de LV-WOZ leidt op dit moment, net als in 2021, nog tot onverklaarbare en in voorkomende gevallen tot niet oplosbare verschillen. In de beschikbare confrontatietool van Centric zijn nog steeds een aantal software-issues aanwezig welke moeten worden opgelost om de aansluiting c.q. het kunnen oplossen van de fouten te verbeteren. Centric geeft aan hier in 2023 wederom aandacht voor te hebben.
Pagina 27 Jaarstukken 2022 BSGR ✓
Voor de kwaliteitsrapportage Herwaardering belastingjaar 2022 heeft de Waarderingskamer dit jaar geen onderzoek ‘ter plaatse’ uitgevoerd. De kengetallen van alle gemeenten worden middels een digitale opgave, gebaseerd op een voortgangspercentage van minimaal 90%, aan de Waarderingskamer aangeboden. Vanzelfsprekend hebben voorafgaand aan de aanlevering onze interne controles plaatsgevonden. De algemene toestemming om de aanslagen voor belastingjaar 2022 te mogen verzenden is eind januari 2023 ontvangen. De bijbehorende rapportages zijn inmiddels aan individuele gemeenten ter beschikking gesteld.
✓
In 2022 is een aanvang gemaakt met het opstellen van een verantwoordingsdocument voor alle deelnemende gemeenten. Deze zijn voorafgaande aan de aanslagoplegging 2023 op de website van de BSGR geplaatst. Dit document heeft als doel om de transparantie over hoe de WOZ-waarde tot stand is gekomen te vergroten; ook worden een aantal actuele ontwikkelingen opgenomen. Samen met de Waarderingskamer en een aantal andere grote gemeenten en samenwerkingsverbanden is de opzet vastgesteld en zijn de inhoudelijkheden besproken (‘best practice').
✓
Belastingjaar 2022 is het eerste jaar waarin alle woningen, conform wettelijk voorschrift, op gebruiksoppervlakte gewaardeerd zijn. Het project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ is voor de meeste gemeenten, op de gemeente Leiden na, (nagenoeg) volledig afgerond. Daarmee zijn we, voor wat betreft de afstemming van het gebruiksoppervlakte met de BAG-afdelingen van de gemeenten, in de (aanloopfase van de )beheerfase beland. We hebben hiermee een belangrijke stap gemaakt in het bereiken van meer uniforme registratie van kenmerken (van woningen) binnen de gehele overheidsinformatie (toekomstige SOR). Afspraken zoals deze gemaakt zijn in het beheerdocument en periodieke uitlevering van geconstateerde verschillen leiden in verschillende gemeenten al tot een betere afstemming en het overnemen van elkaars gegevens. Goede samenwerkingsafspraken (‘wie doet wat’ en het vooraf inventariseren van elkaars informatiebehoefte) bij bijvoorbeeld de jaarlijkse mutatiesignalering hebben in voorkomende gevallen mooie kwaliteit- en ook efficiencyslagen voor zowel de BAG als de WOZ opgeleverd wanneer de gegevens maar eenmalig worden bewerkt en daarna worden overgenomen.
Hierbij is duidelijk geworden dat een gezamenlijke Portal waarin ‘echt’ samengewerkt kan worden en informatie kan worden gedeeld op (kortere) termijn een wenselijke situatie is die bijdraagt aan efficiënt werken aan zowel de gemeentekant als de zijde van de BSGR. Op het gebied van de Samenhangende Objectenregistratie (SOR) zijn in 2022 geen belangrijke ontwikkelingen geweest.
✓
Het restant van de ‘achterstallige’ additionele werkzaamheden vanuit de toetreding van de gemeente Velsen, voornamelijk op het gebied van gegevensbeheer, is in 2022 afgerond. Door een gebrek aan beschikbare externe inzet zijn deze werkzaamheden gedeeltelijk door eigen medewerkers uitgevoerd. Deze inzet is ten koste gegaan van de reguliere werkzaamheden van deze medewerkers welke (mede) is terug te zien in het oplopend aantal nog te waarderen objecten. Veelal zijn dit namelijk objecten waarvoor nog een onderzoeksvraag open staat welke door de gegevensbeheerders moeten worden opgelost.
✓
De aangekondigde inhaalslag op het aantal nog te waarderen objecten in de Belastingrapportage van 2021 is helaas niet haalbaar gebleken en zelfs fors verder opgelopen. Afronding van additionele werkzaamheden vanuit de toetreding van de gemeente Velsen en de afronding van het project over naar gebruiksoppervlakte kunnen als belangrijkste oorzaken worden benoemd. Voor de meeste gemeenten is de toename van het aantal nog te waarderen objecten gering opgelopen; de forse toename heeft voornamelijk betrekking op de gemeente Leiden. Doordat vanaf de zomer van 2022 de directe beschikbaarheid van bouwtekeningen vanuit ServicePunt 71 (SP71) voor de medewerkers van de BSGR niet meer functioneerde, is de werkvoorraad enorm opgelopen. Meer dan 50% van de nog te waarderen objecten is gelegen in deze gemeente. De (BAG) medewerkers van Leiden hebben ondersteuning geboden maar de beschikbare capaciteit is bij de gemeente Leiden voor het handmatig opvragen van de noodzakelijke informatie onvoldoende gebleken. Vanaf 1 januari 2023 worden de werkzaamheden welke voorheen door SP71 werden uitgevoerd weer
Pagina 28 Jaarstukken 2022 BSGR vanuit de gemeente Leiden zelf opgepakt en wordt er gewerkt aan een oplossing van het voorliggende probleem.
(*) Vanaf 1 januari 2022 inclusief de gemeente Velsen
Daarnaast is het lastig gebleken om op het gebied van gegevensbeheer voldoende externe capaciteit/inhuur ter beschikking te krijgen, welke over voldoende kwalitatieve kennis beschikt. ✓
Op het gebied van de waardering van niet-woningen is het aantal beschikbare verkoop- en verhuurtransacties voor de marktanalyse niet-woningen verder teruggelopen. Nadat in 2021 voor het onderdeel Courante Niet-Woningen een grote uitschrijving was uitgaan naar zittende huurders en vastgoedeigenaren is voor de herwaardering van belastingjaar 2023 een aanschrijving gedaan voor diverse categorieën Incourante objecten. Na analyse kan de conclusie getrokken worden dat de restwaarde en levensduur – als onderdeel van de waardebepaling - moeten worden aangepast. Dit leidt tot een daling van de waardeontwikkeling aan het einde van 2022 ten opzichte van eerder in het jaar uitgegeven kengetallen. Deze zijn echter tijdig aan de gemeenten kenbaar gemaakt. De analyses en het pro-actief inspelen op actualiteiten in het WOZ-domein op dit procesonderdeel hebben onder andere als resultaat dat de onderbouwing van de waarde zodanig ‘strak’ is dat beroepszaken betreffende incourante objecten allemaal worden gewonnen.
✓
De woningmarkt is vanaf het 2e/3e kwartaal van 2022 enorm in beweging; van een sterk oplopende markt naar een afvlakkende markt en volgens de meest recente cijfers van de NVM (www.nvm.nl/wonen/marktinformatie) zelfs naar een dalende markt aan het einde van 2022. De tussenwoningen lijken het minst 'geraakt’ te worden. De rapportages van de NVM zijn gebaseerd op de gerealiseerde verkopen, zijnde datum koopcontract, terwijl de rapportages van partijen die de datum van overdracht als uitgangspunt nemen nog spreken van een gematigde stijging aan het einde van 2022. Dat is mogelijk het gevolg van het ‘na-ijleffect' tussen deze beide uitgangspunten. Duidelijk is wel dat de WOZ-waarden voor belastingjaar 2023, welke gebaseerd zijn op waardepeildatum 1 januari 2022, nog een sterke opgaande lijn laten zien terwijl de markt op het moment van ontvangst van de WOZ-beschikking duidelijk anders is. De hogere hypotheekrente en de oplopende woninglasten (inflatie en energiekosten) worden genoemd voor de verslechterde betaalbaarheid. Het aantal transacties ten opzichte van 2021 liep in 2022 fors terug.
✓
De afgelopen jaren heeft het aantal ingediende WOZ-bezwaren een stijgende lijn laten zien. Afgelopen jaar is deze stijgende lijn doorbroken en zijn voor het eerst sinds jaren minder bezwaarschriften ingediend; een daling van ongeveer 11%.
Pagina 29 Jaarstukken 2022 BSGR
(*) Aantal bezwaren per 31 december van het desbetreffende belastingjaar. Het aantal bezwaarschriften neemt in de loop van het jaar nog toe, als gevolg van objecten die later op aanslag gaan.
Het verloop van het aantal ingediende bezwaarschriften is conform het landelijk gemiddelde: belastingjaar 2022 levert fors minder bezwaren op dan belastingjaar 2021. Deze tendens is in alle gemeenten, behoudens de gemeente Waddinxveen en Zoeterwoude, zichtbaar. Voor de niet-woningen zitten we daarbij wederom onder het landelijk gemiddelde. Voor de woningen loopt het procentuele verschil tussen het landelijke cijfer en het aantal ingediende bezwaren ten opzichte van het totaal aantal objecten bij de BSGR iets terug; van 0,9% (2020) naar 0,8% (2021) naar 0,5% in 2022.
(*) Het landelijke percentage in onderstaande grafiek is samengesteld uit het voorlopige cijfer met een stijgingscorrectie (gebaseerd op de gemiddelde stijging van de afgelopen 3 jaar: bron: www.waarderingskamer.nl – Feiten over de WOZ).
✓
Ondanks de afname (op totaal BSGR-niveau) van het aantal bezwaarschriften en ook een daling van het absolute aantal NCNP-bezwaarschriften is het aandeel van de NCNP/gemachtigdenbezwaarschriften, nadat dit vorig jaar voor het eerst meer was dan het aantal particuliere bezwaren, voor belastingjaar 2022 verder toegenomen tot bijna 60%.van het totaal. De afname van het aantal (NCNP) bezwaren heeft (nog) niet geleid tot een afname van de druk op het bezwaarproces. De omvang van benoemde grieven en aanvullende stukken welke in een later stadium nog worden toegezonden blijft de afdeling WOZ parten spelen in de vorm van een lange/uitgebreide afhandelingstijd waarbij het niet uitmaakt of het bezwaar uiteindelijk gegrond of ongegrond verklaard wordt.
Pagina 30 Jaarstukken 2022 BSGR
✓
Het aantal gegronde bezwaren op objectniveau, dit kunnen zowel vernietigingen als verminderingen als verhogingen betreffen, is ten opzichte van de vorige jaren gedaald (circa 7-8%). De inzet van laagdrempelige aanschrijvingen, zoals deze afgelopen ja(a)r(en) zijn uitgevoerd, lijkt mogelijk haar vruchten af te gaan werpen. Ook in 2023 zullen we deze tendens voortzetten; bij elk bezwaar (ook bij de bezwaren welke zijn ingediend door NCNP-bureaus) zal een digitale gegevensuitvraag aan de inwoner verzonden worden.
Pagina 31 Jaarstukken 2022 BSGR
✓
In 2022 hebben we, net als in voorgaande jaren, bij de aanslag van februari 2022 een informatiekaartje voor deelname aan het informele bezwaartraject toegevoegd. De inwoners van onze deelnemende gemeenten hadden de mogelijkheid om zelf, digitaal, een afspraak voor een belverzoek (‘de beller is sneller’) in te plannen. Voor de inwoners die niet digitaal konden of wilden inloggen, was er een mogelijkheid om telefonisch contact op te nemen waarbij WOZ-medewerkers ondersteuning hebben geboden bij het maken van de afspraak. Na een eerder teruglopende belangstelling voor het informele bezwaartraject (-10% in 2021) is deze voor belastingjaar 2022 verder afgenomen; we hebben circa 30% minder aanvragen voor deze vorm van bezwaarafhandeling ontvangen. Er hebben 1208 informele gesprekken plaatsgevonden. Voor belastingjaar 2023 blijven wij deze vorm van contact met de overheid aanbieden waarbij ruimte is voor het afhandelen van circa 2000 terugbelverzoeken over een periode van 4 weken. Deze kortere periode is mede het gevolg van de overgang van de hosting van de belastingapplicaties van Centric naar KPN, maar lijkt in deze vorm nog zeker aan te sluiten op de behoefte vanuit de inwoners van onze deelnemende gemeenten. Het inzetten van de voormeldingen als extra en voortijdig middel in de communicatie naar de inwoners is in de laatste maanden van december 2022 niet mogelijk gebleken.
Het afhandelen van de openstaande werkvoorraden van de bezwaar- en beroepsschriften heeft hierbij prioriteit gekregen.
✓
Op 31 december 2022 is ongeveer 92% van de bezwaarschriften belastingjaar 2022 afgerond en was voor 792 objecten met een bezwaar voor belastingjaar 2022 de uitspraak op bezwaar nog niet verzonden. Daarnaast stonden er nog 66 objecten voor oude belastingjaren open voor uitspraak; deze bezwaren zijn in 2022 ingediend. Met dagtekening 20 december 2022 zijn er 879 verdagingsbrieven verzonden. De uitspraken zullen voor deze WOZ-objecten, op grond van artikel 7:10 lid 3 Algemene wet bestuursrecht, binnen 6 weken dus uiterlijk 10 februari 2023 verzonden moeten zijn, ter voorkoming van ingebrekestellingen.
✓
In tegenstelling tot het aantal teruggelopen bezwaarschriften is het aantal ingediende beroepsschriften in 2022 explosief gestegen. Stonden er eind 2021 nog 488 beroepszaken WOZ in de werkvoorraad, wachtend op verwerking door de taxateurs of juridisch medewerkers bij de BSGR maar grotendeels wachtend op de planning van de zitting van de rechtbank, einde 2022 is dit aantal opgelopen tot 715 objecten waarvoor een beroepszaak open staat. Het aandeel van de NCNP/gemachtigden bureaus blijft enigszins stabiel van 75% in 2019 oplopend tot bijna 80% (in 2021 en 2022) van de ingediende beroepsschriften.
Pagina 32 Jaarstukken 2022 BSGR
(*) 2022 nog niet volledig, nog niet alle uitspraken belastingjaar 2022 zijn verzonden en/of niet voor alle uitspraken is de beroepstermijn reeds verstreken
De opgelopen achterstand bij de afhandeling van de beroepszaken door de rechtbank, als gevolg van de maatregelen rondom Corona maar zeker ook door het opgelopen aantal ingediende beroepschriften, is echter nog zeker niet ingelopen. Ook in 2022 vond een deel van de zittingen op de rechtbank en een deel van de zittingen via beeldbellen plaats. Momenteel staan er nog voor 493 objecten/plichten beroepsdossiers open (vergelijking met 2021: 149 beroepsdossiers). Opgemerkt kan worden dat meer dan 40% van de openstaande beroepsschriften zijn ingediend door één NCNP/gemachtigdenbureau waarbij tot op heden- na zitting – meer dan 90% ongegrond wordt verklaard.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000
Primaire begroting 2022
Gewijzigde Realisatie 2022 begroting december 2022
Realisatie versus begroting
Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Project resterende opschoningsact. Leiderdorp Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Velsen
3.137 890 455 0 0 0
3.364 972 514 -1 0 40
3.418 815 400 -1 0 40
-54 157 114 0 0 0
Project resterende opschoningsact. Velsen LV WOZ Totaal Lasten Bijdragen deelnemers
0 0 4.482 -4.482
31 0 4.920 -4.880
31 0 4.703 -4.663
0 0 217 -217
Totaal Baten
-4.482
-4.880
-4.663
-217
Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten
0
40
40
0
Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves
0 0
0 -40
-40
0 -40 -40
0 0 0
0
0
0
Mutaties reserve/resultaat Gerealiseerde resultaat
0
Het programma Waarderen kent in totaal een behaald voordeel op de lasten van € 217K. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere proceskosten en lagere doorbelastingen automatisering. De personeelslasten zijn licht hoger. Er vindt een onttrekking plaats aan de bestemmingsreserve GO Velsen van € 40K. Deze bestemmingsreserve is hiermee leeg en vervalt per 31 december 2022.
Pagina 33 Jaarstukken 2022 BSGR 3.2.9 Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur & beleid en de P&O werkzaamheden. Ook zijn de kosten van de leidinggevenden van de afdelingen in het primaire proces onder dit programma verantwoord conform in het BBV over het taakveld overhead staat beschreven.
Wat hebben we gedaan? In maart 2023 is de ISAE3402 type II-rapportage over 2022 opgesteld en voorzien van een verklaring van de accountant. Er zijn in 2022 zes Europese aanbestedingen gehouden. Dit betreft de hosting van de infrastructuur en de kantoorautomatisering, de telefonie, drukwerk en verzending, het kaartmateriaal voor de WOZ en de accountantsdiensten. Tevens is samen met de gemeente Katwijk een DAS in de markt gezet ten behoeve van de inhuur van gekwalificeerd personeel voor de primaire processen. De hosting van de applicaties, de kantoorautomatisering en de telefonie zijn overgegaan naar KPN. Drukwerk en verzending is bij Jetmail gebleven. Ook het kaartmateriaal ten behoeve van de WOZ is bij Cyclomedia gebleven. De DAS wordt onderhouden en beheert door het bedrijf Poolz. Ten behoeve van de accountantsdiensten is de ISAE controle overgegaan naar Avensus. In april-mei 2022 zijn daarnaast alle op dat moment lopende contracten die eerder Europees zijn aanbesteed in detail beoordeeld op rechtmatigheid teneinde risico’s voor de jaarrekening zoveel als mogelijk te voorkomen. Tevens is het normenkader voor de VIC aangepast en op een hoger plan gebracht. Vanuit P&O is er verder uitvoering gegeven aan personeelsontwikkeling binnen de BSGR (zie verder onder paragraaf 3.3.3).
De taken van bestuur en beleid hebben zich met name geconcentreerd op bestuursondersteuning, informatiebeveiliging en privacy (zie paragraaf 3.2.1).
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Kapitaalslasten Automatiseringskosten Huisvestingslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire begroting 2022 1.186 249 609 803 346 3.193 -3.193 -3.193 0 0 0 0 0
Gewijzigde Realisatie 2022 Realisatie versus begroting begroting december 2022 1.157 1.154 3 237 232 4 1.053 1.015 38 785 748 37 338 285 53 3.571 3.435 136 -3.571 -3.571 0 0 0 0 0
-3.435 -3.435 0 0 0 0 0
-136 -136 0 0 0 0 0
Het programma Overhead laat aan de lastenkant een voordeel zien ad € 136K. Dit wordt veroorzaakt door lagere automatiseringskosten, lagere huisvestingskosten en een lagere uitputting van de post overige goederen en diensten met name de externe advieskosten. De lagere automatiseringskosten worden veroorzaakt doordat de migratie van Centric naar KPN nog niet is afgerond. Het gevolg hiervan is wel dat we voor een deel van 2023 dubbele automatiseringslasten hebben.
Pagina 34 Jaarstukken 2022 BSGR 3.2.10 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 8) voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Binnen dit programma zijn ook de deelnemersbijdragen en de post Flankerend Beleid ondergebracht. Daarnaast komen de financieringslasten en -baten in dit programma tot uitdrukking.
Wat hebben we gedaan? De post Flankerend Beleid wordt vanwege de privacy van de betrokken medewerkers verantwoord in het programma “Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien”. De onttrekking aan de bestemmingsreserve Flankerend beleid vindt eveneens plaats binnen dit programma. De einddatum van deze bestemmingsreserve was 31 december 2022. Het restant van € 199K is daarmee vrij gevallen.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Onvoorzien Flankerend beleid Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Overige opbrengsten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Gewijzigde Realisatie 2022 Begroting Begroting 2022 december 2022 109 81 0 185 1 -4
Realisatie versus begroting 81 5
294
82
-4
86
-109 0 -109 185
639 -8 631 713
127 -9 118 115
512 1 513 599
-185 0
-1 712
-200 -86
199 798
Het totale voordeel op de lasten bedraagt € 86K, waarbij de resterende post Onvoorzien niet is aangewend en de uitgaven voor flankerend beleid een voordeel laten zien als gevolg van een lagere factuur over 2021 van de gemeente Velsen. Deze kosten waren reeds transitorisch in de jaarrekening 2021 meegenomen. De overige opbrengsten betreffen hier uitsluitend de rentebaten. Het saldo aan de batenkant is het gevolg van de realisaties per programma. .
Pagina 35 Jaarstukken 2022 BSGR 3.3
Paragrafen
3.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. De BSGR heeft een totaal eigen vermogen per 1 januari 2022 van € 1.286K. Dit bestaat uit de Algemene Reserve van € 480K, de bestemmingsreserve Flankerend Beleid van € 334K, de bestemmingsreserve GO Velsen van € 40K en het nog te bestemmen rekeningresultaat van € 431K. Van het eigen vermogen is alleen de algemene reserve van € 695K vrij besteedbaar. Dit is het saldo na bestemming van het rekeningresultaat 2021. Vanuit de bestemmingsreserve Flankerend beleid is € 134K teruggestort naar de deelnemers. In de loop van het jaar is voor € 41K onttrokken aan de bestemmingsreserves, einde jaar is de bestemmingsreserve Flankerend beleid vrijgevallen van € 199K. De BSGR beschikt over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, niet uitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt € 81K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR.
Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢
De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen, ICT, samenstellen belastingrapportage en privacy zijn ingericht. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.
Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven, is het raamwerk voor 2022 bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage.
Pagina 36 Jaarstukken 2022 BSGR Ultimo 2022 worden de volgende risico’s onderkend: Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd.
Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen. Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal tot kostenstijging en vermindering van de beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit.
Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden ontstaan in de gegevensverwerking en de belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve uitwerking hebben op de reputatie en goede naam.
De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.
Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt.
gemitigeerd
Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. Desalnietemin leveren de nieuwe basisregistraties plus bijbehorende software een op voorhand niet te becijferen risico op vertraging op.
grotendeels gemitigeerd
De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan.
vrijwel nihil
De nieuwe wet op de Gemeenschappelijke Regelingen gaat waarborgen bieden ter beperking van het financiële risico bij uittreding.
wordt gemitigeerd
De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe dienen de website en management informatie.
gemitigeerd
Pagina 37 Jaarstukken 2022 BSGR Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat.
Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling
Vervanging belastingapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd.
ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.
Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zijn niet zonder meer mogen delen met derden. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MT-vergaderingen) en via intranet wordt hierover gecommuniceerd.
De BSGR stuurt sterk op de kosten. Echter de kosten van de inflatie van het afgelopen jaar kunnen niet meer gemitigeerd worden.
€ 700K
Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 € 1.500K in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande jaarlijks voor de koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, deelnemers voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn in 2022 geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is. Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in € 1.500K in 5 de eenmalige licentiekosten.
Omdat er nog geen sprake is van een concrete jaar af te casus kan in de kwantificering uitlsuitend uitgegaan worden van een schrijven schatting. De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.
p.m.
De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.
Pagina 38 Jaarstukken 2022 BSGR Risico's (vervolg)
Getroffen maatregelen
Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer
Kwantificering
Voorgesteld wordt vanaf begrotingsjaar 2024 de areealuitbreiding structureel Ca. 650K in de deelnemersbijdragen structureel mee te nemen voor zowel Heffen, Innen als de WOZ. Voor 2023 is dit risico niet gemitgeerd.
NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.
De ultieme wettelijke beperking voor ongewenste effecten NCNP-bureaus laat nog op zich wachten. Zorg is dat vanaf 2024 NCNP bezwaren zich mogelijk ook gaan uitbreiden naar andere domeinen, zoals de Kwijtschelding.
p.m.
Op basis van de benoemde risico’s is door middel van een risicoweging, op grond van een in gemeenteland gangbare methodiek, een inschatting gemaakt van het financiële risico dat wordt gelopen. Risico's
risicobedrag
jaar
Niet voldoen aan wet- en regelgeving Personeelskosten
p.m.
2023 e.v.
€
Vervanging belastingapplicatie € Landelijke ontwikkelingen ICT p.m. zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk p.m. Areaaluitbreidingen € NCNP bezwaren p.m. Berekend risico 2023 af: Algemene Reserve* Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.
kans
gewogen 0,1 p.m.
700.000 2023 e.v.
0,9 €
300.000 2025 e.v. 2023 e.v.
0,50 € 150.000 0,75 p.m.
2024 2023 2024
0,75 p.m. 1 € 650.000 0,75 p.m. € 1.280.000 € 781.000 € 499.000
650.000
630.000
* Op basis van een toevoeging van € 86K vanuit het rekeningresultaat
Pagina 39 Jaarstukken 2022 BSGR Verplichte kengetallen Conform de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: Jaarverslag 2022 Kengetallen Netto schuldquote
Verloop van de kengetallen Real. 2022 -1,4%
Begr. 2022 -0,4%
Real. 2021 -7,1%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-1,4%
-0,4%
-7,1%
4,6%
10,8%
16,5%
Structurele exploitatieruimte
-1,1%
-1,8%
2,7%
Grondexploitatie
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bovenstaande kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de BSGR in staat is om aan de financiële verplichtingen op langere termijn te kunnen voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een kengetal van 0,3 tot 0,8 wordt doorgaans als matig tot voldoende gezien. Een lagere ratio geeft aan dat er relatief veel vreemd vermogen is. Gezien de aard van de BSGR, die gelegen is in het innen en het doorstorten van gelden, en de keuze voor een beperkt eigen vermogen is een solvabiliteit van 4,6% acceptabel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen.
Een kengetal groter dan nihil duidt op structurele ruimte.
Pagina 40 Jaarstukken 2022 BSGR 3.3.2 Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het treasurybeheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut. Het Treasurystatuut is in 2021 geactualiseerd naar aanleiding van de wijziging van huisbankier en de gemiddelde rating en in de vergadering van 17 november 2021 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het Treasurystatuut zijn tevens de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Krediet- (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koers-, valuta- en debiteurenrisico’s worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk.
De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom binnen de BSGR zijn strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier en daaraan gekoppeld, vanwege het schatkistbankieren, op twee rekeningen courant bij het agentschap van het Ministerie van Financiën. Kasgeldlimiet en renterisiconorm De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. In 2022 is, net als in de voorgaande jaren, geen gebruik gemaakt van kortlopende of langlopende financiering. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren moet de BSGR een rekening-courant bij de Schatkist aanhouden waar de overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden.
De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met de Schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze in de Schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt voor 2022 2,0% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000K. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht.
x € 1.000 Drempelbedrag Drempelbedrag Gemiddeld werkelijk Verschil
1e kwartaal 2022 1.000 0 1.000
2e kwartaal 2022 1.000 0 1.000
3e kwartaal 2022 1.000 0 1.000
4e kwartaal 2022 1.000 0 1.000
Totaal 2022 1.000 0 1.000
Pagina 41 Jaarstukken 2022 BSGR Huisbankier ING Bank is vanaf 1 januari 2016 de huisbankier. EMU-saldo Als gevolg van de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Dit maximale tekort van 3% van Nederland geldt ook voor de decentrale overheden. Aangezien er sprake is van een negatief saldo draagt de BSGR in gunstige zin bij aan het EMU-saldo van de decentrale overheden. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: EMU saldo 2022 Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo
Realisatie 2022 Begroting 2022 Realisatie 2021 155 753 -377 232 237 137 -528
-592
-82
-141
398
-322
3.3.3 Prognose EMU-saldo Conform de artikelen 3 en 4 BBV onderstaand een meerjarige doorwerking van het EMU saldo. Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo
Realisatie 2022 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 155 753 232 237 249 249 249 249 528-
592-
125-
125-
125-
125-
-141
398
124
124
124
124
Pagina 42 Jaarstukken 2022 BSGR 3.3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Begin 2021 is de formele functieformatie uitgebreid met 25 fte als gevolg van de toetreding van de gemeente Velsen (8 fte) per 1 januari 2021 en het herijken van de functieformatie. De formele formatie bedraagt daarmee 117,95. Per 31 december 2022 is deze formele formatie ingevuld met 110,22 fte, waarvan 96,19 fte in dienst en 14,03 fte inhuur. Met name de afdeling Waarderen heeft een forse onderbezetting veroorzaakt door de krapte van deze kennis op de arbeidsmarkt. De tarieven voor inhuur zijn dan ook explosief gestegen voor deze categorie. De afdeling Heffen zit boven de formele formatie. Hierin zijn echter tevens de fte’s meegenomen die ingehuurd zijn voor de afhandeling van de parkeerbezwaren Gouda. Het vele handmatige werk als gevolg van onvoldoende functioneren basisregistraties en software leidt hier tot extra inzet. Als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt is er een enorme vraag naar personeel ontstaan in allerlei sectoren. Gekwalificeerde medewerkers zijn schaars en lastig vast te houden. Dit is ook terug te zien in de cijfers. Dit jaar heeft de BSGR nog 17 medewerkers weten aan te trekken, 10 medewerkers daarentegen hebben de organisatie verlaten. Van een aantal medewerkers dat uit dienst is getreden is bekend dat zij zich financieel zeer aanzienlijk hebben kunnen verbeteren.
Het verloop is daarmee onder de 10% en steekt daarmee zeer gunstig af ten opzichte van het verloop op de arbeidsmarkt als totaal, 20% wordt genoemd! De vraag is of de nieuwe CAO een kentering kan betekenen in het behoud van gekwalificeerd personeel. In voorkomende gevallen maakt de BSGR steeds meer gebruik van toelagen om medewerkers aan te trekken en te behouden. Het bezettingsoverzicht inclusief inhuur/ per eind december 2022 ziet er als volgt uit:
Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totalen
Formele formatie 01-01-2022 31,2 26,6 49,5 10,65 117,95
Aantal FTE ingevuld Bezetting (FTE) 31medewerkers 31- middels inhuur 3112-2022 12-2022 12-2022 27,72 30 8,50 24,19 29 0,00 37,65 42 5,20 6,63 7 0,33 96,19 108 14,03
** de inhuur bij Heffen betreft tevens Applicatiebeheer. Als gevolg van de transitie naar de SaaS zijn deze nog wel als structurele vacatures meegenomen maar de verwachting is dat deze vacatures na SaaS niet meer nodig zijn. Flankerend beleid In september 2018 is door het algemeen bestuur het BSGR Strategisch Personeelsplan 2019-2022 vastgesteld. Als gevolg van de vergaande ontwikkelingen in digitalisering van het belastingdomein was destijds de verwachting dat er op termijn, bij gelijkblijvende omstandigheden, mogelijk minder medewerkers nodig waren. Helaas hebben de basisregistraties nog niet geleid tot vergaande efficiency en een gewenste kwaliteitsslag. Mede dankzij forse investeringen in opleidingen hebben veel medewerkers de digitale slag gelukkig de afgelopen jaren kunnen maken waardoor het volledige budget flankerend beleid tot en met 2022 niet meer geheel nodig was. De bestemmingsreserve Flankerend beleid is per 31 december 2022 opgehouden te bestaan. De vrijval van deze bestemmingsreserve is meegenomen in het resultaat. Hybride werken In het jaar 2022 heeft het hybride werken een vaste plek gekregen binnen de BSGR, waarbij veel aandacht is voor de persoonlijke voorkeuren van medewerkers: afspraken op maat.
De sociale binding met collega's en het liever ‘face-to-face' uitwisselen van informatie vormt voor de persoonlijke keuze, naast de persoonlijke situatie thuis, hierin een belangrijk aspect. Bij nieuwe medewerkers wordt het hybride werken voorafgegaan door een periode van volledig inwerken op kantoor.
Pagina 43 Jaarstukken 2022 BSGR Verzuim Eind december 2022 bedroeg het ziekteverzuim 4,75%. Ook dit percentage steekt gunstig af ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Wel zien we dat de meldingsfrequentie fors is opgelopen. Vooral corona en griep zijn hier debet aan. Het ziekteverzuim per afdeling tot en met 31 december 2022 ziet er als volgt uit: Ziekteverzuim % Meldingsfrequentie Ziekteverzuim % Meldingsfrequentie tot en met 31 tot en met 31 tot en met 31 tot en met 31 december 2022 december 2022 december 2021 december 2021
Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totalen
9,28 3,58 2,47 3,49 4,75
1,39 1,4 1,24 1,33 1,33
3,49 2,04 6,98 0,22 3,49
0,91 0,68 0,82 0,2 0,76
Klachten
Op basis van de Klachtenregeling BSGR is er sprake van een klacht indien men vindt dat men door (één van de medewerkers van) de BSGR verkeerd is behandeld, of als men foutief is geïnformeerd vanuit de BSGR. Klachten kunnen op verschillende wijzen naar de BSGR worden geuit: • telefonisch, • schriftelijk, middels een fysieke brief of via de mail. Daarnaast kunnen klachten ook via de afzonderlijke deelnemers bij de BSGR aanhangig worden gemaakt. Medio 2017 is besloten om op de website van de BSGR geen ‘digitaal’ klachtenformulier 1 meer beschikbaar te stellen. Reden hiertoe was dat het merendeel van de reacties die via het digitale klachtenformulier werden ingediend geen klacht was, maar een bezwaarschrift of vraag met betrekking tot een aanslag, de invordering of kwijtschelding daarvan. Dit liet na afschaffing daarvan dan ook een dalend verloop zien in het aantal reacties dat onder de vlag met beschrijving ‘klacht’ werd ingediend. Het aantal reacties dat sindsdien als ‘klacht’ wordt aangemeld is stabiel. Ook in 2022 ligt dit aantal weer op een vergelijkbaar niveau als in voorgaande jaren. Jaar 2018 2019 2020 2021 2022
Reacties 42 44 43 51 51
Klachten 21 29 21 26 15
Gegrond 5 18 11 11 5
1 Er is via de website van de BSGR wel een handmatig in te vullen klachtenformulier beschikbaar gesteld.
Pagina 44 Jaarstukken 2022 BSGR
Evenals in 2021 zijn er in 2022 ook 51 reacties ingekomen, die door de indieners of medewerkers van de BSGR als ‘klacht’ werden bestempeld. Vijftien van deze reacties kunnen, in meer of mindere mate, ook daadwerkelijk als klacht worden gecategoriseerd. De overige ingekomen reacties betroffen vragen of bezwaarschriften, waarbij het opvalt dat steeds meer ‘klagers’ zich beroepen op het feit dat zij individueel geen overeenkomst hebben gesloten met de BSGR om een aan hen opgelegde belastingaanslag te betalen (Nb. Dit soort acties is niet beperkt tot de BSGR, maar lijkt een bredere landelijke tendens te zijn geworden). Intern is afgesproken dat deze ‘klachten’ als bezwaarschrift tegen een opgelegde belastingaanslag worden behandeld. Van de ingediende klachten waren er twee niet bestemd voor de BSGR. Deze zijn ter behandeling doorgezet naar één van de deelnemers, vijf klachten waren deels of geheel gegrond. Eén klacht is nog in behandeling en daarvoor heeft inmiddels een hoorzitting plaatsgehad waarbij de klacht deels is toegewezen..
Klachten die deels of geheel gegrond zijn verklaard, hadden betrekking op: • Het uitblijven van een reactie op een brief, • Het ten onrechte in behandeling nemen van gestelde vragen als zijnde een bezwaarschrift, waardoor de looptijd van beantwoording van de vragen onredelijk lang uitbleef en aanslagen met vertraging werden opgelegd, • Het feit dat, zoals blijkbaar eerder wel was afgesproken, niet alle aanslagen op één aanslagbiljet werden vermeld, • Het, alhoewel wettelijk correct, bijna gelijktijdig (één maand verschil) opleggen van belastingaanslagen over twee jaar zonder daarbij enige nadere toelichting te geven, • De tekst op de achterzijde van het aanslagbiljet van de parkeerbelasting die in vergelijking met de tekst op de combi-aanslagen beperkter was qua informatie. Externe klachtafhandeling Indien men het niet eens is met de wijze waarop een klacht is afgedaan door de BSGR, dan kan men zich wenden tot de Nationale ombudsman. In 2022 zijn er door de Nationale ombudsman zeven dossiers aangekaart bij de BSGR. Twee dossiers waren een vervolg op dossiers die in 2021 al bij de BSGR waren aangekaart. Eén dossier heeft geleid tot een tekstuele aanpassing van de Leidraad Invordering waarbij meer specifiek is aangegeven hoe wordt omgegaan met een verzoek tot kwijtschelding door een student in relatie tot opgebouwd vermogen in het kader van aflossing van een studiegeldlening.
Het tweede dossier was de afronding van een casus uit 2021. De klager werd hierbij in het ongelijk gesteld.
Pagina 45 Jaarstukken 2022 BSGR Daarnaast zijn er vier dossiers die betrekking hadden op afgewezen kwijtscheldingsverzoeken; slechts één daarvan is door tussenkomst van de Nationale ombudsman alsnog toegekend op basis van door de belanghebbende aanvullend verstrekte gegevens. In de laatste casus speelde het uitblijven van de beantwoording van schriftelijk gestelde vragen, welke door de BSGR per abuis als bezwaarschrift werd opgevat. Als gevolg daarvan werd ook de aanslagoplegging aangehouden over meerdere jaren. Pas na het besluit op het ‘bezwaarschrift’ werd deze weer hervat. Deze casus is in eerst instantie als klacht behandeld en gegrond verklaard. Het uitblijven van de aanslagen (en als gevolg daarvan het aanhouden van de automatische incasso), de niet volledig schriftelijke en tijdige beantwoording – ook in de klachtfase- van de vragen en de in de ogen van de burger ontoereikend voorgestelde betalingsregeling waren aanleiding om de klacht aanhangig te maken bij de Nationale ombudsman. Deze stelde belanghebbende in het gelijk voor wat betreft het uitblijven van een adequate reactie op de vragen.
Pagina 46 Jaarstukken 2022 BSGR 3.3.5 Beleidsindicatoren Voor de BSGR onderscheiden we de volgende beleidsindicatoren behorende bij artikel 1 van de REGELING VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES VAN 24 MAART 2016, NR. 2016-0000177572.
Pagina 47 Jaarstukken 2022 BSGR
4.
Jaarrekening 2022
4.1
Overzicht van baten en lasten 2022
Onderstaand is een samenvattend overzicht opgenomen over de opbouw van het programmaresultaat. De baten worden weergegeven met een negatief teken. De kolom ‘Realisatie versus begroting’ geeft het resultaat weer per programma. Het totale resultaat bedraagt € 86K positief over 2022. Ten opzichte van de begrotingswijziging december 2022 is er sprake van een positief saldo ad € 798K. x € 1.000 Lasten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead (v/h Directie & Bedrijfsvoering) Algemene dekking en onvoorzien Totaal Lasten Baten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead (v/h Directie & Bedrijfsvoering) Algemene dekking en onvoorzien Totaal Baten Saldo van baten en lasten Programma 1 - Heffen Programma 2 - Informatie & Inning Programma 3 - Waarderen Programma 4 - Overhead (v/h Directie & Bedrijfsvoering) Algemene dekking en onvoorzien Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserves Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan/ vrijval bestemmingsreserves Saldo mutaties reserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Gewijzigde Realisatie 2022 Begroting 2022 Begroting december 2.959 3.251 3.161 2.977 2.946 2.905 4.482 4.920 4.703 3.193 3.571 3.435 294 82 -4 13.905 14.771 14.200
Realisatie versus begroting 90 42 217 136 86 571
-2.959 -2.977 -4.482 -3.193 -109 -13.720
-3.251 -2.946 -4.880 -3.571 631 -14.017
-3.161 -2.905 -4.663 -3.435 118 -14.046
-90 -42 -217 -136 513 28
0 0 0 0 185 185
0 0 40 0 713 753
0 0 40 0 115 155
0 0 0 0 599 599
0 0 -185 -185 0
0 0 -41 -41 712
0 0 -240 -240 -86
0 0 199 199 798
De lasten op programmaniveau worden in de basis volledig gedekt door de baten (deelnemersbijdragen) en de onttrekkingen uit de bestemmingsreserves. Wanneer het totaalsaldo van bijdragen van deelnemers en de onttrekkingen aan bestemmingsreserves lager c.q. hoger is dan de gerealiseerde lasten, wordt dit zichtbaar gemaakt middels de post Algemene dekking en onvoorzien. In boekjaar 2022 hebben wij een positief resultaat behaald van € 86K. Dit bedrag is opgenomen bij de post Algemene dekking en onvoorzien als correctie op de opbrengsten van de programma’s.
Pagina 48 Jaarstukken 2022 BSGR 4.2
Balans per 31 december 2022
De balans geeft de stand per 31 december weer over de jaren 2022 en 2021. Activa x € 1.000
31 december 2022
31 december 2021
Vaste activa Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut
590
Totaal vaste activa
294
294
590 590
294
15.944
7.239
Vlottende activa De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige uitzettingen Vorderingen op openbaar lichaam Uitzettingen in 's Rijks schatkist
3.161 12.783
Liquide middelen
4.508 1
Kas
1
Banksaldi
0
Kruisposten
0
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
2.731
3
4 0 0 451
242
242
451
Totaal vlottende activa
16.396
7.484
Totaal activa
16.986
7.778
Passiva x € 1.000
31 december 2022
31 december 2021
Vaste passiva Eigen vermogen
781
Gerealiseerde resultaat
86
Algemene reserve
695
Bestemmingsreserve
0
Totaal vaste passiva
1.286
431 480 375 781
1.286
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden
12.602
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
2.730
2.730
12.602
3.603
3.761
136
561
3.467
3.200
Totaal vlottende passiva
16.205
6.491
Totaal passiva
16.986
7.778
Pagina 49 Jaarstukken 2022 BSGR 4.3
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen Naast de algemeen geldende gemeentelijke verslaggevingsregels opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de volgende aanvullende besluiten van toepassing: • Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland. • Controleprotocol/normenkader 2022. • Nota reserves en voorzieningen (juni 2019 en addendum juni 2020). • Nota waardering en afschrijving vaste activa (december 2017). • Treasurystatuut 2021. • Regeling financiële verordening 2019. • Verordening vaststelling financiële bijdragen deelnemers BSGR 2017. De specifieke afspraken tussen deelnemer en BSGR met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden zijn vastgelegd in de DVO (Dienstverleningsovereenkomst).
4.3.1 Waarderingsgrondslagen Materiële vaste activa Op basis van de hiervoor genoemde regelingen alsmede de BBV zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: ➢ alle verkregen activa met een economisch nut worden geactiveerd; ➢ voor zover niet anders vermeld, zijn activa en passiva gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs; ➢ afschrijving van activa vindt plaats op basis van de lineaire methode; ➢ rente waarmee het geïnvesteerd vermogen moet worden belast wordt voorcalculatorisch bepaald voor de boekwaarde van de gehele activa; het voorcalculatorische percentage wordt niet nagecalculeerd; ➢ de rentetoerekening en afschrijving op de nieuwe investeringen vinden pas plaats direct na ingebruikname. Materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van bijdragen en subsidies (netto waardering), verminderd met afschrijvingen. Afschrijving vindt plaats op basis van de te verwachten toekomstige nuttigheids- of gebruiksduur.
Daarbij worden in het algemeen de volgende termijnen gehanteerd: ➢ 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; ➢ 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen; ➢ 20 jaar: stenen bergplaatsen en loodsen; ➢ 15 jaar: centrale verwarming; ➢ 12 jaar: inbouwpakket ➢ 10 jaar: houten bergplaatsen en loodsen; technische- en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, motorvoertuigen en machines; ➢ 5 jaar: personenauto’s; lichte motorvoertuigen; automatiseringsapparatuur, -software en telefonieapparatuur; ➢ niet: gronden en terreinen. Liquide middelen Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Pagina 50 Jaarstukken 2022 BSGR Vorderingen en overlopende activa Vorderingen worden, evenals de overlopende activa, gewaardeerd tegen de nominale waarde onder aftrek van voorzieningen wegens oninbaarheid. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen algemene- en bestemmingsreserves alsmede het saldo van de rekening van baten en lasten. Kortlopende schulden en overlopende passiva Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Van de vooruit gefactureerde bedragen die ten gunste van het volgende begrotingsjaar komen is per ultimo 2022 reeds € 836K ontvangen.
4.3.2 Grondslagen van resultaatbepaling Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben (stelsel van baten en lasten). Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Omdat geen voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume mogen worden opgenomen worden sommige personeelslasten toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals bijvoorbeeld verlofaanspraken die uitbetaald worden. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten wordt wel een verplichting dan wel voorziening gevormd.
Pagina 51 Jaarstukken 2022 BSGR 4.4
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
4.4.1 Economische kosten categorieën Het begrotingsjaar 2022 kent een totaal aan deelnemersbijdragen ad € 13,6 mln., gebaseerd op begrote uitgaven van € 14,8 mln. x € 1.000 Onderdeel Personeelslasten Flankerend beleid Kapitaalslasten Automatiseringslasten Huisvestingslasten Overige goederen en diensten Bijdrage GDI Overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Leiderdorp Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Velsen Project resterende opschoningsact. Velsen Onvoorzien Bijdragen deelnemers Doorbelasting GDI Overige Opbrengsten Uitvoeringskosten KTA Totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan bestemmingsreserves GO Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Flankerend beleid Vrijval bestemmingsreserve Flankerend beleid Totaal na mutaties in reserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting 2022 8.307 185 249 1.711 803 2.346 195 0 0 0 109 -13.525 -195
13.905
-13.720 -185
13.905
-13.905
Begroting 2022 na wijziging december 8.919 1 237 2.142 785 2.396 140 -1 40 31 81 -13.635 -140 -8 -234 14.770 -14.017 -40 -1 14.770
0
-14.059 712
Realisatie 2022 8.918 -4 232 1.987 744 2.104 149 -1 40 31 0
14.200
14.200
-13.635 -149 -9 -252 -14.046 -40 -1 -199 -14.286 -86
De afwikkeling van 2022 laat een totaal aan baten zien van € 14,0 mln. en een totaal aan lasten van € 14,2 mln. Er vindt een onttrekking/vrijval plaats aan de bestemmingsreserves over 2022 van € 240K. Per saldo is er sprake van een positief resultaat van € 86K, met name veroorzaakt door een vrijval van de bestemmingsreserve Flankerend beleid van € 199K. Personeelslasten (€ 1K voordeel) De totale personeelslasten bedragen € 8,9 miljoen. In 2021 waren de lasten nog € 8,1 miljoen. O.a. de CAO-stijging en fors hogere inhuur tarieven zijn hier debet aan. Flankerend beleid (€ 5K voordeel) Deze € 5K is de resultante van een lager dan verwachte factuur over 2021 vanuit de gemeente Velsen, betreffende kosten van detachering. Daarnaast is het restant van de bestemmingsreserve Flankerend beleid vrijgevallen in verband met het bereiken van het einde van de looptijd van de bestemmingsreserve. Kapitaalslasten (€ 5K voordeel) De kapitaallasten zijn lager in verband met verlate oplevering van software. Automatiseringslasten (€ 155K voordeel) Dit voordeel wordt veroorzaakt door de vertraging in de migratie, de lagere kosten Overige automatisering en lagere softwarekosten Centric en Bakerware.
Pagina 52 Jaarstukken 2022 BSGR Huisvestingslasten (€ 41K voordeel) De huisvestingslasten bestaan voornamelijk uit de huur van het pand, de servicekosten, de lokale heffingen en schoonmaakkosten. De onderschrijding met betrekking tot de huisvestingslasten bedraagt € 41K met name vanwege voordelige huurkosten naar aanleiding van contractverlenging. Overige goederen en diensten (€ 292K voordeel) De grootste positieve afwijking betreft lagere uitgaven aan proceskostenvergoedingen. Daarnaast is sprake van lagere kosten gegevens verstrekkingen, advieskosten en lagere bankkosten. Bijdrage en doorbelasting GDI (€ 9K voordeel/ € 9K nadeel) Het verschil wordt veroorzaakt doordat een verwachte creditfactuur nog niet is ontvangen. Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Velsen De uitgaven bedroegen € 40K en dit zelfde is bedrag is onttrokken aan de bestemmingsreserve. Project resterende opschoningsactiviteiten Velsen Er is op deze post € 31K aan inhuur geboekt. De overige kosten zijn meegenomen in de personeelslasten bij Waarderen aangezien uiteindelijk een deel van de werkzaamheden door eigen personeel is verricht. Onvoorzien (€ 81K voordeel) De post onvoorzien is niet aangewend in 2022 waardoor er ten opzichte van de laatste begrotingswijziging een voordeel van € 81K resteert. Overige opbrengsten (€ 1K voordeel) Deze post betreft iets hogere rente inkomsten dan begroot.