CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisatie Historisch vooronderzoek-OO

Commissie Maatschappij + Financiën 18 maart 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen29.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

ANALYSE BOMBARDEMENT OP BRUG, 5 DECEMBER 1944

In de ORB’s van 257 Squadron van de Second Tactical Airforce is een melding aangetroffen dat op 5 december 1944 acht Typhoon jachtbommenwerpers zijn uitgevlogen voor een aanval op de spoorweg te Dordrecht. In de bombardementsgegevens duiden de piloten aan dat deze brug niet is aangetroffen, en derhalve niet is gebombardeerd. Wel is melding aangetroffen van een aanval op een spoorbrug elders, hier werden 4 x 500 lbs bommen afgeworpen. In de ORB’s op HQ-niveau wordt gesproken van de spoorbrug te qD.8988. Op kaartvierkant qD.8988 was echter geen spoorbrug gelegen (zie Figuur 38). In de ORB’s op Squadron-niveau wordt gesproken van een aanval op een spoorbrug te qD.8985. Ook in dit kaartvierkant was geen spoorbrug gelegen, hier lag echter wel een brug geschikt voor motorvoertuigen. De dichtstbijzijnde spoorbruggen zijn gelegen op ongeveer 1 km ten zuiden van qD.8985. De genoemde kaartvierkanten liggen beide binnen de gemeente Waddinxveen.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 61 van 166

Figuur 38: Geallieerde stafkaart met daarop aangegeven kaartvierkanten waar volgens HQ-niveau (qD.8988) en Squadron-niveau (qD.8985) aanvallen plaatsvonden op een spoorbrug. Enkel te qD.8985 was een brug gelegen. De spoorbruggen zijn tevens aangeduid. (Bron ondergrond: Kadaster).

Uit bovenstaande informatie kan niet met zekerheid worden vastgesteld welke brug exact is aangevallen. Aangenomen wordt dat de omgeving van qD.8988 niet is getroffen. Dit omdat hier geen bruggen waren gelegen. Aanvallen op de spoorbruggen grenzend aan de gemeente Gouda zijn reeds in Hoofdstuk 4 behandeld. Zekerheidshalve is een luchtfoto van de omgeving van de brug te qD.8985 geraadpleegd om vast te stellen of de bommen mogelijk hier terecht zijn gekomen. In Figuur 39 is een luchtfoto van 1 januari 1945 weergegeven.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 62 van 166

Figuur 39: Luchtfoto d.d. 1 januari 1945 van de omgeving van de brug te qD.8985. Op de luchtfoto zijn geen verstoringen waargenomen die duiden op een bombardement. (Bron ondergrond: Kadaster).

Op de bovenstaande luchtfoto zijn op- of nabij de brug geen verstoringen waarneembaar die mogelijk verband houden met een plaatsgevonden bombardement. In het overig geraadpleegde bronmateriaal zijn tevens geen aanwijzingen aangetroffen dat bommen nabij dit dichtbebouwde stuk zijn terechtgekomen. Naar aanleiding van het plaatsgevonden bombardement op 5 december 1944 wordt derhalve geen Verdacht gebied OO afgebakend ter plaatse van de brug te qD.8985. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op de ‘spoorbrug’ te qD.8985 wordt ter plaatse van het kaartvierkant qD.8985 geen Verdacht gebied OO afgebakend. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat hier daadwerkelijk bommen zijn neergekomen. 6.5

ANALYSE LUCHTAANVAL QD.8585, 10 FEBRUARI 1945

In de ORB’s van 332 Squadron van de Second Tactical Airforce is een melding aangetroffen dat deze dag elf Spitfire jachtbommenwerpers zijn uitgevlogen voor gewapende verkenningen in de omgeving van UtrechtApeldoorn. Tijdens deze verkenning is één Duitse stafauto aangevallen in het kaartvierkant qD.8585. Het voertuig is aangegeven als vernietigd. Deze aanval betrof een strafing, wat inhoud dat het doel met boordgeschut is aangevallen. Het is onbekend hoeveel vliegtuigen hierbij hebben geholpen. Spitfires waren uitgerust met .50 cal M2 machinegeweren en/of 20 mm boordkanonnen. Binnen kaartvierkanten waren drie wegen gelegen, de Bredeweg, de Plasweg en de Noordelijke Dwarsweg. Uit het bronnenmateriaal is echter niet op te maken op welke van deze twee wegen de stafauto zich bevond tijdens de aanval. Daarbij bieden luchtfoto’s binnen dit kaartvierkant geen aanvulling, aangezien inslagen door beschietingen met boordgeschut geen tot nagenoeg geen zichtbare kraters veroorzaken die waargenomen kunnen worden. Hierdoor is het niet mogelijk om een Verdacht gebied OO af te bakenen naar aanleiding van deze luchtaanval. De exacte locatie van de stafauto ten tijde van de aanval is onbekend.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 63 van 166

Figuur 40: Geallieerde stafkaart met hierop het kaartvierkant qD.8585 aangegeven (Bron: Kadaster).

Conclusie Naar aanleiding van de luchtaanval op een stafauto in kaartvierkant qD.8585 op 10 februari 1945 kan geen Verdacht gebied OO worden afgebakend. De locatie van de luchtaanval is niet bekend. 6.6

ANALYSE LUCHTAANVAL QD.8585, 28 FEBRUARI 1945

Uit de bombardementsgegevens van 602 Squadron Fighter Command is gebleken dat op 28 februari 1945 een luchtaanval heeft plaatsgevonden ten westen van Gouda. Vier Spitfire XVI jachtbommenwerpers vielen om 12.20 uur allereerst het Haagsche Bosch met per vliegtuig twee 250 lbs airburst bommen aan. Vervolgens werd een verkenning uitgevoerd ter plaatse van Gouda en omgeving. In het kaartvierkant qD.8585 werd een vrachtwagen met voorraden waargenomen en aangevallen met boordwapens door twee vliegtuigen, zie het figuur in paragraaf 6.5. Spitfire XVI jachtbommenwerpers waren uitgerust met .50 cal M2 machinegeweren en/of 20 mm boordkanonnen. Vier keer werd de vrachtwagen beschoten waarna deze stopte en rokend werd achtergelaten. De exacte locatie van deze luchtaanval is echter niet duidelijk op te maken uit de ORB. De vrachtwagen reed waarschijnlijk op de Bredeweg, de Plasweg of de Noordelijke Dwarsweg aangezien dit de enige wegen waren binnen dit betreffende kaartvierkant. Luchtfoto’s van deze locatie kunnen echter geen aanvulling bieden om de beschoten locatie te achterhalen, aangezien inslagen van boordgeschut geen tot nagenoeg geen zichtbare kraters veroorzaken die waargenomen kunnen worden. Derhalve is het niet mogelijk om een Verdacht gebied OO af te bakenen, de exacte locatie van de luchtaanval is niet bekend.

Conclusie Naar aanleiding van de luchtaanval op een vrachtauto in kaartvierkant qD.8585 op 28 februari 1945 kan geen Verdacht gebied OO worden afgebakend. De locatie van de luchtaanval is niet bekend.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 64 van 166

6.7

ANALYSE BOMBARDEMENT QD.8486, 24 MAART 1945

In de ORB’s van 303 Squadron Fighter Command is gemeld dat vier Spitfire IX jachtbommenwerpers om 11.55 uur zijn uitgevlogen om de spoorweg Gouda-Den Haag aan te vallen. De vliegtuigen waren uitgerust met één 500 lbs brisantbom per vliegtuig. De spoorweg in het kaartvierkant qD.8486 is aangevallen vanaf een hoogte van 8.000 tot 3.000 feet vanuit het westen naar het oosten. Eén bom heeft de spoorlijn direct geraakt, de overige drie kwamen hier dichtbij neer. Het is echter onbekend of de spoorweg daadwerkelijk is aangevallen of dat per abuis een normale doorgaande weg is gebombardeerd. Binnen het kaartvierkant qD.8486 is namelijk geen spoorlijn gesitueerd. Deze is op een kilometer zuidelijker in het kaartvierkant qD.8485 gelegen en buiten de gemeentegrenzen van Waddinxveen. Aangezien niet bekend is of deze spoorlijn of de doorgaande weg is gebombardeerd, is ter controle een luchtfoto van de weg geraadpleegd. Deze luchtfoto is op 11 april 1945 genomen. Binnen het kaartvierkant qD.8486 zijn echter geen verstoringen waargenomen die kunnen duiden op een bombardement. Derhalve is het niet mogelijk gebleken om een Verdacht gebied OO af te bakenen. De informatie omtrent dit bombardement is te summier. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement in kaartvierkant qD.8486 op 24 maart 1945 kan geen Verdacht gebied OO worden afgebakend.

De informatie omtrent dit bombardement is te summier. 6.8

ANALYSE LUCHTAANVAL QD.870865, 30 MAART 1945

In de ORB’s van 602 Squadron van de Fighter Command is een melding aangetroffen dat op 30 maart 1945 vier Spitfire jachtbommenwerpers zijn uitgevlogen voor aanvallen op de spoorweg Utrecht-Portengen. Vanwege zware bewolking kon deze spoorweg niet worden gebombardeerd. De bommenlast werd derhalve op een kruispunt te kaartvierkant qD.945895 afgeworpen. Dit kaartvierkant is gelegen op ruim 3 km afstand van de gemeente Waddinxveen. In de ORB’s meldden de piloten wel dat een aanval is uitgevoerd op een halfrupsvoertuig binnen het kaartvierkant qD.870865 (dat wel gelegen is binnen de gemeente Waddinxveen), ten westen van de brug. Hoewel niet gespecificeerd wordt wat voor aanval er werd uitgevoerd, wordt aangenomen dat de boordwapens bij deze aanval zijn ingezet. De bommenlast was immers elders afgeworpen. Tevens wordt in de ORB vermeld dat ‘Many strikes and smoke’ werden waargenomen tijdens de aanval. Onderstaand zijn de relevante locaties zoals vermeld in de ORB aangegeven op een geallieerde stafkaart.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 65 van 166

Figuur 41: Locatieaanduidingen zoals vermeld in de ORB (Bron ondergrond: Kadaster).

Zoals vermeld wordt aangenomen dat de aanval met boordwapens (strafing) werd uitgevoerd. Het is onbekend hoeveel vliegtuigen hierbij hebben geholpen. Spitfires waren uitgerust met .50 cal M2 machinegeweren en/of 20 mm boordkanonnen. Binnen het in de ORB vermeldde kaartvierkant was geen weg gelegen. Het is echter mogelijk dat het rupsvoertuig zich buiten de wegen om verplaatste. De exacte locatie van het voertuig ten tijde van de aanval is echter onbekend. Uit het bronnenmateriaal is niet op te maken waar het voertuig zich bevond tijdens de aanval. Daarbij bieden luchtfoto’s binnen dit kaartvierkant geen aanvulling, aangezien inslagen door beschietingen met boordgeschut geen tot nagenoeg geen zichtbare kraters veroorzaken die waargenomen kunnen worden. Hierdoor is het niet mogelijk om een Verdacht gebied OO af te bakenen naar aanleiding van deze luchtaanval. Conclusie Naar aanleiding van de luchtaanval op een halfrupsvoertuig in kaartvierkant qD. 870865 op 30 maart 1945 kan geen Verdacht gebied OO worden afgebakend. De locatie van de luchtaanval is niet bekend. 6.9

WAARGENOMEN KRATER

Aanvullend op de bombardementen vermeld in bovengenoemde paragrafen en hoofdstukken kan op luchtfoto’s één krater worden waargenomen die niet direct aan de plaatsgevonden oorlogshandelingen kan worden verbonden. Het betreft een krater in een weiland die op een luchtfoto van 11 april 1945 kan worden waargenomen. Op deze locatie is op 11 oktober 1944 nog geen verstoring waarneembaar. Het gebied waar de krater is waargenomen is in onderstaande figuren geduid.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 66 van 166

Figuur 42: Luchtfoto d.d. 11 oktober 1944 waarop nog geen verstoringen in het landschap zichtbaar zijn (Bron luchtfoto: Kadaster).

Figuur 43: Luchtfoto d.d. 11 april 1945 waarop een verstoringen in het landschap waarneembaar is (Bron luchtfoto: Wageningen UR).

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 67 van 166

Vanwege de grote hoeveelheid bombardementen te Waddinxveen gedurende de maanden november 1944 – april 1945, kan niet worden uitgesloten dat deze verstoring is ontstaan naar aanleiding van een bombardement. Zoals reeds in de hoofdstukken 4 en 5 is aangeduid, werden de bombardementen in Waddinxveen gedurende deze maanden uitgevoerd door jachtbommenwerpers voorzien van één, twee of drie bommen. Aan de hand van deze enkele krater kan niet worden vastgesteld of er één, twee of drie bommen waren afgeworpen bij het bombardement dat tot deze krater leidde. Om deze reden wordt van worst-case scenario uitgegaan: de afworp van drie bommen door één toestel. Om te bepalen waar deze blindgangers kunnen liggen in verhouding tot de waargenomen bomkraters is gebruik gemaakt van een recent onderzoek naar de effectiviteit van bombardementen die zijn uitgevoerd door Spitfire jachtbommenwerpers. 16 Hieruit is gebleken een straal van 87 meter rondom vastgestelde kraters dient te worden geprojecteerd. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de horizontale verplaatsing van de vliegtuigbom in de bodem (maximaal 8 meter) en cartografische onnauwkeurigheid (5 meter). Rondom de vastgestelde krater wordt om deze redenen een op Verdacht gebied OO geprojecteerd van 100 meter. Uit hoofdstukken 4 en 5 is gebleken dat binnen Waddinxveen bommen van de kalibers 250 lbs en/of 500 lbs zijn ingezet.

Derhalve wordt gesteld dat binnen het Verdachte gebied OO naar aanleiding van deze waargenomen bomkrater mogelijk OO van de kalibers 250 lbs en/of 500 lbs kunnen worden aangetroffen.

Figuur 44: Verdacht gebied OO naar aanleiding van een op luchtfoto waargenomen bomkrater (Bron: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van een waargenomen krater wordt een Verdacht gebied OO afgebakend waarbinnen mogelijk OO van afwerpmunitie van de kalibers 250 lbs en/of 500 lbs kunnen worden aangetroffen. Sivoon, Richtlijn voor het opstellen van een deel Risico-Inventarisatie en Evaluatie Ontplofbare Oorlogsresten, 9 april 2021, Conceptversie 1.05, bijlage 3

16

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 68 van 166

7

OVERIGE OORLOGSHANDELINGEN

Uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal is gebleken dat verschillende oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden binnen de gemeente Waddinxveen. De oorlogshandelingen die in hoofdstuk 3 als relevant zijn aangemerkt, worden in dit hoofdstuk nader geanalyseerd. Op basis van deze analyse is vastgesteld of sprake is van een Verdacht gebied OO. 7.1

ANALYSE NEERGESTORT VLIEGTUIG, 11 MEI 1940

Gedurende de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied, waren op diverse locaties Nederlandse vliegtuigen actief. Nederlandse vliegtuigen werden ingezet om de Duitse opmars te verhinderen/vertragen. Boven Waddinxveen werd een Nederlands vliegtuig, een Fokker T.V jachtkruiserbommenwerper, uit de lucht geschoten door enkele Duitse Messerschmitt-jachtbommenwerpers. Na de beschieting verloor het Nederlandse vliegtuig hoogte. Drie van de vijf inzittende wisten het toestel door middel van een parachute te verlaten. De twee overige inzittende overleefden de crash niet.

Figuur 45: Foto van een Nederlandse Fokker T.V jachtkruiser-bommenwerper (Bron: REASeuro-database).

Het toestel kwam terecht in de Bloemendaalsepolder. Volgens de geraadpleegde literatuur lag de Fokker tussen de Henegouwerweg en de Bloemendaalseweg. In de literatuur is tevens een verhaal opgenomen van een van de omwonenden, hij spreekt over het wrak van de Fokker: ‘Vooral ’s winters kon je het toestel nog goed zien; het staartstuk stak boven de grond uit. Je kon er zo in kijken. Je zag een rek met sleutels en gereedschap. ‘k Heb er na de oorlog nog eens een mitrailleur en geweren uit gehaald en naar de politie gebracht’. Uit deze passage blijkt dat het Nederlandse vliegtuig geruime tijd in de polder heeft gelegen. In Figuur 46 is de Bloemendaalsepolder met rood geduid. Duidelijk is dat de polder groot van omvang is. Aan de hand van het geraadpleegde bronmateriaal is niet op te maken waar het toestel exact is neergekomen. Het bronmateriaal wijst op het neerkomen van het toestel binnen de gemeentegrens van Waddinxveen.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 69 van 166

Figuur 46: Locatieaanduiding van de Bloemendaalsepolder, waar op 11 mei 1940 een Nederlands vliegtuig neerstortte (Bron: Kadaster).

Om vast te stellen waar het toestel heeft gelegen, en waar mogelijk tot de dag van vandaag OO afkomstig van dit toestel kunnen worden aangetroffen, zijn luchtfoto’s van de Bloemendaalsepolder geraadpleegd. Op geen van de luchtfoto’s kunnen sporen van het vliegtuig worden herkend. Gezien de omvang van deze polder is het niet mogelijk gebleken om een exact Verdacht gebied OO af te bakenen. Conclusie Naar aanleiding van de vliegtuigcrash op 11 mei 1940 kan geen Verdacht gebied OO worden afgebakend. De exacte crashlocatie kon niet worden achterhaald. 7.2

MILITAIRE INFRASTRUCTUUR, 1944-1945

Uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal is gebleken dat binnen de gemeente Waddinxveen op diverse plaatsen militaire infrastructuur was aangelegd. Naar aanleiding van deze militaire infrastructuur kan mogelijk OO zijn achtergebleven. In deze paragraaf wordt de militaire infrastructuur geanalyseerd en wordt beoordeeld of naar aanleiding van deze infrastructuur mogelijk OO is achtergebleven ter plaatse van locaties in de gemeente Waddinxveen. Binnen de gemeente Waddinxveen zijn aanwijzingen aangetroffen van de aanwezigheid van loopgraven, prikkeldraadversperringen, tankgrachten en geschutopstellingen. Allereerst dient te worden vermeld dat de aanwezigheid van een prikkeldraadversperring en tankgrachten niet leidt tot een verhoogde kans op het aantreffen van OO. Wel kan een prikkeldraadversperring of tankgracht worden ingezet om burgers en vijandelijke militaire weg te houden bij een gebied waarbinnen mogelijk OO aanwezigheid is, of waar andere militaire belangen spelen. Binnen de gemeente Waddinxveen worden naar aanleiding van de aanwezigheid van prikkeldraadversperring en tankgrachten geen Verdachte gebieden OO afgebakend.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 70 van 166

Tevens wordt naar aanleiding van de aanwezigheid van loopgraven geen Verdacht gebied OO afgebakend. Loopgraven werden om verschillende reden aangelegd. In loopgraven konden militairen dekking zoeken tegen mortier- en artillerievuur. Ook konden zij van hieruit de vijand onder vuur nemen. Loopgraven konden tevens worden gebruikt om dekking te zoeken tegen vijandelijke luchtaanvallen. De loopgraven lopen vaak in zigzag- of zaagtandpatronen en niet in lange rechte lijnen. Het doel hiervan is dat een granaat/bom die in een loopgraaf valt slechts schade kan aanrichten tot hooguit de volgende knik in het gangenstelsel. Ook voorkomt het dat er door de hele loopgraaf gevuurd kan worden. Omdat bekend is dat er binnen de gemeente Waddinxveen geen grondgevechten hebben plaatsgevonden, wordt het onwaarschijnlijk geacht dat er binnen de loopgraven OO zijn achtergebleven. Het dumpen van OO binnen loopgraven gebeurde voornamelijk wanneer troepen zich gehaast terug diende te trekken en geen tijd hadden alle munitie mee te nemen. Dit is binnen Waddinxveen niet het geval geweest. In onderstaande figuren is een voorbeeld van militaire infrastructuur binnen de gemeente Waddinxveen aangeduid. Allereerst is een luchtfoto aangegeven waarop militaire infrastructuur kan worden waargenomen. Vervolgens is ter verduidelijking de militaire infrastructuur aangeduid met symbolen/kleuren.

Figuur 47: Luchtfoto d.d. 26 februari 1945 waarop de militaire infrastructuur zichtbaar is (Bron luchtfoto: Kadaster).

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 71 van 166

Figuur 48: Luchtfoto d.d. 26 februari 1945 waarop de militaire infrastructuur nader geduid is (Bron luchtfoto: Kadaster).

Zoals vermeld (en zichtbaar in bovenstaande figuren) waren er binnen de gemeente Waddinxveen tevens geschutopstellingen aanwezig. Deze stellingen waren hier weggezet met als doel het afweren van vliegtuigen. Vanwege de mogelijke aanwezigheid van opgeslagen of gedumpte munitie nabij de geschutopstellingen wordt ter plaatse van de stellingen een Verdacht gebied OO afgebakend. Hierbij wordt ter plaatse van de contouren van de geschutopstelling plus een cartografische onnauwkeurigheid van 5 meter afgebakend. De geschutopstellingen zijn verdacht op mogelijk achtergebleven OO van geschutmunitie van de kalibers 2 cm t/m 10,5 cm. Deze boven en ondergrens is bepaald aan de hand van de meest voorkomende kalibers luchtafweergranaten die door Duitse eenheden werden ingezet. In Figuur 49 is een voorbeeld van Verdachte gebieden OO aangeduid. Het totaal overzicht van Verdachte gebieden OO naar aanleiding van de aanwezigheid van geschutopstellingen worden als digitaal bestand aan de opdrachtgever aangeleverd.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 72 van 166

Figuur 49: Voorbeeld van Verdachte gebieden OO naar aanleiding van de aanwezigheid van geschutopstellingen te Waddinxveen (Bron: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van de aanwezigheid van militaire infrastructuur in de gemeente Waddinxveen wordt enkel een Verdacht gebied OO afgebakend ter plaatse van waargenomen geschutopstellingen. Ter plaatse van deze Verdachte gebieden OO kunnen mogelijk OO van geschutmunitie van de kalibers 2 cm t/m 10,5 cm worden aangetroffen. 7.3

INZET VERNIELINGSLADINGEN COENEKOOPBRUG, 1945

Op 21 mei 1945 is een aangifte bij de gemeente Waddinxveen binnengekomen waarin een burger verklaarde dat zich bij de spoorbrug over de Gouwe, tegenwoordig de Coenekoopbrug, aan de zuidzijde van de spoorlijn vier onontplofte bommen bevonden. Op 8 juni 1945 werd in een navolgend schrijven verklaard dat er zich zes bommen in de Gouwe zouden bevinden. Deze bommen zouden bij laag water zichtbaar zijn. Het verzoek werd gedaan om deze spoedig te ruimen. Of dit daadwerkelijk gebeurd is, is niet bekend.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 73 van 166

Figuur 50: Aangifte van een zestal bommen bij de spoorbrug over de Gouwe (Bron: NA, toegang 3.09.34, inv. 465).

In 1979 werd in verband met de aanleg van het Gouwe-aquaduct ten noorden van de spoorbrug gebaggerd. Uit verschillende munitieruimrapporten blijkt dat naar aanleiding hiervan verschillende Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen. Zo zijn er in totaal vier Amerikaanse 1.000 lbs G.P. brisantbommen zonder ontsteker en twee Duitse G.C. zeemijnen zonder ontsteker aangetroffen en geruimd.

Figuur 51: Berging van een G.C. zeemijn uit de Gouwe (Bron: HIL 63).

In het bronnenmateriaal zijn geen meldingen aangetroffen van Amerikaanse bombardementen op de brug of vermeldingen van de inzet van Duitse zeemijnen alhier. Wel is bekend dat dergelijke type explosieven

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 74 van 166

konden worden ingezet zijn als vernielingsladingen. Dit blijkt ook uit het feit dat de ontstekers uit deze bommen en mijnen waren gehaald. Uiteindelijk zijn de bommen en mijnen (klaarblijkelijk) niet ingezet voor het springen en zijn deze in de Gouwe terecht gekomen. Hoeveel bommen uiteindelijk hiervoor zijn ingezet, is niet bekend. Tevens is niet bekend hoe de bommen in de watergang terecht zijn gekomen. Derhalve is het niet bekend of er mogelijk nog meer Ontplofbare Oorlogsresten, die als vernielingsladingen zijn ingezet, in de Gouwe terechtgekomen zijn. Ook zijn de exacte locaties waar de brisantbommen en zeemijnen zijn opgebaggerd niet bekend. Hierdoor is het niet mogelijk om vast te stellen of er nog meer van dergelijke bommen of zeemijnen binnen de gemeentegrenzen van Waddinxveen achtergebleven zijn. De informatie over de inzet van vernielingsladingen ter plaatse van de Coenecoopbrug is te summier. Conclusie Naar aanleiding van de aangetroffen vernielingsladingen bij de Coenecoopbrug in de Gouwe kan geen Verdacht gebied OO worden afgebakend. Het is onbekend of er nog meer Ontplofbare Oorlogsresten als vernielingsladingen zijn ingezet en waar de aangetroffen explosieven exact zijn opgebaggerd.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 75 van 166

8

LEEMTEN IN KENNIS EN AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN OO

Tijdens het uitvoeren van het onderzoek voor deze Actualisatie van het HVO-OO gemeente Waddinxveen zijn verschillende leemten in kennis aan het licht gekomen. In dit hoofdstuk worden deze leemten in kennis beschreven. Daarnaast worden de specificaties van de verdachte gebieden nader toegelicht. 8.1

LEEMTEN IN KENNIS

In onderstaande paragrafen worden de verschillende leemten in kennis opgesomd. 8.1.1 Leemten in kennis algemeen Uit dit HVO-OO is gebleken dat er een aantal leemten in kennis is, namelijk: • Omdat de Duitse archieven grotendeels zijn vernietigd, zijn slechts weinig primaire gegevens beschikbaar over de Duitse zijde van de Tweede Wereldoorlog. • De EOD werd in 1971 opgericht, in de periode 1945-1970 werden in Nederland er door diverse instanties, maar tevens door burgers, munitieartikelen geruimd. Waar mogelijk zijn meldingen van deze ruimingen geraadpleegd. Echter, de documentatie van de ruimingen voor 1971 is minder gedetailleerd of ontbreekt vaak in het geheel. Voor het voorliggende rapport zijn enkele meldingen van munitieruimingen in de periode 1945-1970 aangetroffen. Het is echter onvoldoende bekend of er gedurende de periode mei 1945 tot en met 1970 nog meer OO zijn aangetroffen. • Bij de munitieruimrapporten van de EOD is de locatie van de vindplaats vaak niet nauwkeurig weergegeven. Daarnaast is gebleken dat de kalibers niet altijd correct zijn aangegeven. 8.1.2 Leemten in kennis luchtaanvallen 1940-1945 • Blindgangers van afwerpmunitie kunnen niet op luchtfoto’s worden waargenomen. Derhalve is het niet mogelijk exacte locaties van blindgangers vast te stellen als hiervan geen documentatie is aangetroffen.

• Binnen de gemeente Waddinxveen zijn bombardementen uitgevoerd waarbij de bommen waren voorzien van verschillende soorten ontstekers. Zo zijn er ontstekers ingezet die ertoe leiden dat de bom enkele (mili)seconden na impact met de grond tot detonatie komen, maar ook ontstekers die leiden tot het detoneren van bommen boven het maaiveld. Zowel bommen met een vertraagde ontsteking als bommen met een ontsteker die ertoe leidt dat bommen boven het maaiveld detoneren, kunnen ertoe leiden dat een slecht herkenbare krater ontstaat. Het gebruik van deze ontstekers leidt er derhalve toe dat kraters slechts kunnen worden waargenomen op luchtfoto’s. • De bodem binnen de gemeente Waddinxveen is relatief zacht. Dit kan als gevolg hebben dat bommen (al dan niet blindgangers) diep in de bodem slaan voor ze detoneren. Dit in combinatie met vertraagde ontsteking van bommen kan het waarnemen van kraters extra bemoeilijken. • De exacte locaties van de bombardementen in mei 1940, 5 december 1944, 24 maart 1945 en de hoeveelheid daadwerkelijke afgeworpen bommen welke in 1983 zijn geruimd is niet bekend. • Binnen de gemeente Waddinxveen hebben diverse luchtaanvallen plaatsgevonden waarbij jachtbommenwerpers met boordwapens doelen hebben bestookt. Uit het bronmateriaal kunnen geen specifieke locaties van deze aanvallen worden afgeleid.

8.1.3 Leemte in kennis overige oorlogshandelingen • De exacte locatie van het neergestorte vliegtuig op 11 mei 1940 is onbekend. • In de literatuur en het overig archiefmateriaal wordt enkele keren gesproken over de mogelijke aanwezigheid van landmijnen. Voor de aanwezigheid van landmijnen zijn echter geen duidelijke aanwijzingen binnen de gemeente Waddinxveen. Er is derhalve geen Verdacht gebied OO afgebakend naar aanleiding van deze oorlogshandelingen. • Het is niet bekend of er nog meer Ontplofbare Oorlogsresten zijn ingezet ter plaatse van de Coenecoopbrug en waar exact de brisantbommen en G.C. zeemijnen zijn geruimd.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 76 van 166

8.2

AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN OO

Op basis van de beoordeling en analyse van het bronnenmateriaal zijn afzonderlijke Verdachte gebieden OO afgebakend. Per Verdacht gebied OO kunnen de aan te treffen hoofdsoorten OO verschillen. In onderstaande tabel zijn verschillende Verdachte gebieden OO in tabelvorm uitgewerkt, waarbij de hoofdsoort, kaliber/type, oorlogshandeling, verwachte aantal aan te treffen OO, verschijningsvorm en een indicatie van de maximale penetratiediepte zijn weergegeven. In het geval van afwerpmunitie betreft dit een indicatieve maximale penetratiediepte. Gezien de variërende bodemopbouw binnen de gemeente Waddinxveen is het mogelijk dat plaatselijk een afwijking van enkele meters in de maximale penetratiediepte kan zitten. Nr.

§

Hoofdsoort

Kaliber/ type

Oorlogshandeling

Aantal

Verschijningsvorm

1

4.4

Afwerpmunitie

5.3

Afwerpmunitie

Een tot enkelen Een tot enkelen

Afgeworpen

10 m-mv

3

6.9

Afwerpmunitie

250 lbs en/of 500 lbs

Een of twee

Afgeworpen

10 m-mv

4

7.2

Geschutmunitie

2 cm t/m 10,5 cm

Geallieerde luchtaanvallen op spoorlijnen en rijksweg te Waddinxveen Op luchtfoto waargenomen bomkrater Op luchtfoto waargenomen geschutopstelling en

Afgeworpen

2

250 lbs en/of 500 lbs 250 lbs en/of 500 lbs

Max. penetratie diepte 10 m-mv

Een tot enkelen

Gedumpt/ achtergelaten

1,5 m-mv

Tabel 5: Overzicht Verdachte gebieden OO.

De (horizontaal) Verdachte gebieden OO zijn weergegeven in Tekening 03.

74311 / RO-210270 versie 1.0

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 77 van 166

9

CONCLUSIE EN ADVIES

In deze paragraaf zijn de conclusie en het advies opgenomen die uit de Actualisatie van het HVO-OO gemeente Waddinxveen voortkomen. 9.1

CONCLUSIE ACTUALISATIE HVO-OO GEMEENTE WADDINXVEEN

•

Is er sprake van een Verdachte gebieden OO in (gedeelten van) de gemeente Waddinxveen naar de situatie van 1945 (het einde van de oorlog)? o Ja, er is sprake van diverse Verdachte gebieden OO binnen de gemeente Waddinxveen. Deze Verdachte gebieden OO zijn afgebakend naar aanleiding van diverse oorlogshandelingen binnen de gemeenten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

•

Welke soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede OO kunnen worden verwacht? o De soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede OO lopen uiteen en verschillen per Verdacht gebied OO. Deze gegevens zijn opgenomen in hoofdstuk 8.2 en in de digitale GISbestanden.

•

Wat is het advies met betrekking tot de omgang met de Verdachte gebieden OO in de gemeente Waddinxveen? o Er zijn in grote lijnen twee mogelijkheden om veilig om te gaan met de afgebakende Verdachte gebieden OO in de gemeente Waddinxveen. o De eerste mogelijkheid is het opstellen van een beleidskaart, waarin een gemeentebreed beleid wordt gedefinieerd over de omgang met het risico op OO. o De tweede mogelijkheid is niet beleidsmatig, maar projectmatig: Het voorafgaand aan werkzaamheden opstellen van een Projectgebonden Risicoanalyse-Ontplofbare Oorlogsresten (PRA-OO). Beide mogelijkheden worden in paragraaf 9.2 toegelicht.

9.2

ADVIES

Uit deze Actualisatie van het HVO-OO gemeente Waddinxveen zijn diverse Verdachte gebieden OO binnen de gemeente Waddinxveen naar voren gekomen. Dit betekent echter niet dat alle Verdachte gebieden OO onderzocht moeten worden. Opsporing kan, indien gewenst, worden beperkt tot de locaties waar door de geplande civieltechnische werkzaamheden een verhoogd risico ontstaat voor de Arbo- en/of Openbare Veiligheid. Dit kan het geval zijn voor locaties waar grondroerende werkzaamheden, zoals graafwerkzaamheden, baggeren, het plaatsen van damwanden en funderingspalen, etc., gaan plaatsvinden. Daar waar het huidig grondgebruik wordt gecontinueerd, neemt het risico niet toe en is opsporing niet noodzakelijk. De informatie van dit HVO-OO kan voor twee mogelijkheden als input gebruikt worden: voor een beleidsmatige aanpak (Beleidskaart), of een projectmatige aanpak (Projectgebonden-Risicoanalyse). Deze twee mogelijkheden worden in paragraaf 9.2.1 en 9.2.2 nader toegelicht. In de gebieden die niet als Verdacht gebied OO zijn afgebakend binnen de gemeente Waddinxveen, kon geen aantoonbaar verhoogd risico op de aanwezigheid van achtergebleven OO worden vastgesteld. Dit houdt echter niet in dat hier geen OO kunnen liggen. In paragraaf 9.2.3 wordt hier nader op ingegaan.

Tot slot wordt in paragraaf 9.2.4 advies gegeven over het actueel (up-to-date) houden van het voorliggende HVO-OO en bijbehorende Bodembelastingkaart OO. 9.2.1 Beleidskaart Gemeente Waddinxveen is na de oorlog veranderd en uitgebreid. Zo hebben er na de oorlog op diverse plaatsen grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden zoals de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, ophogingen, afgravingen, etc. Veel van de gebieden die als verdacht zijn aangemerkt, kunnen daardoor anno 2021 niet meer verdacht zijn, of er is sprake van een verlaagd risico.

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 78 van 166

Door te inventariseren hoe diep de OO in de bodem kunnen zijn gedrongen en waar in de periode na 1945 grondroeringen en ophogingen hebben plaatsgevonden, kunnen bodemlagen en gebieden in een risicoprofiel worden ingeschaald. Sommige gebieden zullen de status ‘verdacht’ blijven houden, wanneer geen of geringe naoorlogse bodemingrepen hebben plaatsgevonden. Een gevolg is dat de initiatiefnemer niet bij elke bodemingreep een explosievenonderzoek hoeft uit te laten voeren. Met het opstellen van een beleidskaart kunnen daarom tijd en kosten worden bespaard. De resultaten van een dergelijke inventarisatie kunnen worden vastgelegd op een OO-Beleidskaart. Op deze beleidskaart kunnen de gemeenten en desgewenst grondroerders of andere initiatiefnemers die binnen de gemeenten grondroerende werkzaamheden uitvoeren, vaststellen of en zo ja welke beheersmaatregelen getroffen moeten worden. De OO-beleidskaart geeft een nadere invulling van de zorgplicht van de gemeenten en borgt een veilige maar vooral ook doelmatige omgang met de OO. Op basis van een dergelijke beleidskaart kan bijvoorbeeld een beleidsnota worden opgesteld, waarin het beleidskader, de gemaakte beleidskeuzes, de uitvoeringsmaatregelen en de werkprocessen worden vastgelegd. De OO-beleidskaart vormt hiervoor de basis.

De OO-beleidsnota geeft voor zowel de gemeente als derden een concreet handelingsperspectief voor het omgaan met OO. 9.2.2 Projectgebonden Risicoanalyse Opsporing van OO kan worden beperkt tot de locaties waar door de geplande civieltechnische werkzaamheden een verhoogd risico ontstaat voor de Arbo- en/of openbare veiligheid. Om met betrekking tot de werkzaamheden te bepalen waar een verhoogd risico ontstaat, is het mogelijk een Projectgebonden Risicoanalyse-Ontplofbare Oorlogsresten (PRA-OO) te laten uitvoeren. Het uitvoeren van een PRA-OO per project is een alternatief voor het opstellen van een beleidskaart van de volledige gemeente Waddinxveen. Om een PRA-OO te kunnen uitvoeren, is een uitgewerkt (concept) ontwerp van de in het gebied geplande projecten noodzakelijk. Daarnaast is het van belang te kunnen beschikken over gegevens met betrekking tot de bodemopbouw, grondmechanische eigenschappen, grondwaterstanden, milieuhygiënische kwaliteit, etc. De PRA-OO heeft tot doel antwoord te geven op de volgende vragen: • Wat is de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied binnen de gemeentegrenzen van Waddinxveen? Het Verdachte gebied OO is in de Bodembelastingkaart OO horizontaal afgebakend. Aan de hand van diverse parameters (zoals grondsoort en naoorlogse werkzaamheden) wordt het verdacht gebied horizontaal en verticaal afgebakend.

Hierbij wordt ook gekeken of de cartografische onnauwkeurigheid en de horizontale verplaatsing van een OO in de bodem aangepast dienen te worden. • Welke werkzaamheden kunnen veilig worden uitgevoerd in verdacht gebied? In een PRA-OO worden de werkzaamheden die effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige OO geïdentificeerd op basis van de plan- en/of ontwerptekeningen. Op basis hiervan kunnen de risico’s worden beschreven. De volgende onderwerpen worden in een PRA-OO uitgewerkt: • De risicovolle handelingen; • Het mogelijke effect van deze handelingen op eventueel aanwezige OO; • De kans op een ongewenst effect; • De mogelijkheid tot opsporing van eventueel aanwezige OO voor start van de reguliere werkzaamheden. Indien van toepassing, worden in een PRA-OO de verschillende toepasbare opsporingsmethoden beschreven. Hierbij worden de voor- en nadelen van de verschillende technieken beschreven. Op basis hiervan wordt in een PRA-OO een advies gegeven over: • De best toepasbare opsporingsmethode.

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 79 van 166

• • • •

Beheersmaatregelen indien opsporing vooraf niet mogelijk is (andere uitvoeringswijze, inzet aangepast materieel, afscherming omgeving, etc.). Wat is het benodigde budget voor het benodigde vervolgonderzoek? Wat is de doorlooptijd van het benodigde vervolgonderzoek? Wat is het OO-kennisniveau bij de opdrachtgever en is het de opdrachtgever aan te bevelen om enkele werknemers op te leiden en zich zo optimaal voor te bereiden op haar/zijn taken bij toekomstige OOgerelateerde werkzaamheden?

9.2.3 Protocol spontaan aantreffen van OO Niet de hele gemeente Waddinxveen bevindt zich binnen Verdachte gebieden OO. Voor delen van Waddinxveen die niet als Verdachte gebieden OO zijn aangemerkt, geldt dat grondroerende werkzaamheden hier regulier doorgang kunnen vinden. Let wel: Bij werkzaamheden binnen 10 meter vanuit het Verdachte gebied OO naar aanleiding van de inzet van Afwerpmunitie, waarbij trillingen worden veroorzaakt in de bodem, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd om vast te stellen of deze werkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd. Gemeente Waddinxveen wordt geadviseerd om dit in de geadviseerde beleidskaart op te nemen. Wordt tijdens werkzaamheden in niet-verdachte gebieden toch spontaan een OO aangetroffen, dan dienen de volgende acties te worden ondernomen: • Het werk ter plaatse van de vindplaats dient te worden stilgelegd. • De werklocatie, in ieder geval rondom het OO, dient te worden afgezet. Het aanwezige personeel dient op de hoogte te worden gebracht van de vondst en geïnstrueerd te worden uit de buurt te blijven. • Er dient contact te worden opgenomen met de politie (0900-8844). De vondst dient gemeld te worden aan de politie. De politie neemt vervolgens contact op met de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). • Als de EOD op locatie is, wordt een afspraak gemaakt voor de ruiming.

De EOD maakt deze afspraak met de gemeente, of de politie namens de gemeente. • De EOD geeft aan de gemeente, of de politie namens de gemeente, advies over de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen. • Indien de te nemen veiligheidsmaatregelen dit toelaten, kan de gemeente aan de EOD advies vragen over de mogelijkheden tot doorwerken op de betreffende locatie, dan wel elders in de nabijheid van het werk en de daarbij in acht te nemen veiligheidsmaatregelen totdat het OO wordt geruimd. • Het OO wordt geruimd. Indien OO worden aangetroffen buiten de afgebakende Verdachte gebieden OO, dan is dit nieuwe feitelijke informatie. Als deze situatie zich voordoet, moet in overleg met een ter zake deskundige worden vastgesteld of sprake is van een incident of dat er aanleiding is de werkwijze aan te passen. Daarnaast is het mogelijk van belang deze nieuwe informatie te verwerken in het voorliggende HVO-OO en bijbehorende Bodembelastingkaart OO. 9.2.4 Up-to-date houden van het HVO-OO en bijbehorende Bodembelastingkaart OO De oorlogshandelingen die ten grondslag liggen aan het HVO-OO gemeente Waddinxveen, hebben meer dan 75 jaar geleden plaatsgevonden. Desalniettemin kan het HVO-OO en bijbehorende Bodembelastingkaart OO veranderen. Dit kan het geval zijn in de volgende situaties: 1. Opsporingswerkzaamheden hebben geleid tot het vrijgeven van een gebied tot de maximale verwachte diepte. 2.

Door het opstellen van een beleidskaart of een PRA-OO is besloten een Verdacht gebied OO te laten vervallen door naoorlogse ontwikkelingen. 3. Aangetroffen OO buiten Verdacht gebied OO zijn aanleiding voor het afbakenen van een nieuw Verdacht gebied OO of het herzien van een bestaande Verdachte gebied. 4. Het vrijkomen van nieuw bronnenmateriaal leidt tot nieuwe inzichten en het wijzigen van Verdachte gebieden OO.

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 80 van 166

Lid 1 en 2 zijn aanleiding voor het schrappen van (delen van) een Verdacht gebied OO op de Bodembelastingkaart OO. Om het vervallen van Verdachte gebieden OO te borgen, is het raadzaam deze informatie vast te leggen in een Geografisch Informatiesysteem (GIS). In het geval van een situatie als beschreven in lid 3, is het voor de gemeente Waddinxveen raadzaam contact met ons op te nemen bij het spontaan aantreffen van OO. Wij kunnen vervolgens in overleg met de gemeente actie ondernemen. In het geval van lid 4, waarbij nieuw bronnenmateriaal leidt tot nieuwe inzichten, zullen wij contact opnemen met de gemeente. In overleg kan vervolgens actie worden ondernomen.

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 81 van 166

10

BIJLAGEN

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10

BEGRIPPENLIJST ............................................................................................................................................................... 83 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ....................................................................................................................................... 86 ARCHIEFONDERZOEK NEDERLANDSE ARCHIEVEN.................................................................................................... 107 ARCHIEFONDERZOEK INTERNATIONALE ARCHIEVEN ................................................................................................ 138 EOD EN MMOD: MUNITIERUIMINGEN EN MIJNENVELDEN ................................................................................... 148 CARTOGRAFISCH MATERIAAL...................................................................................................................................... 154 OVERZICHT LUCHTFOTO’S........................................................................................................................................... 162 IN HET VERLEDEN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN ...................................................................................................... 164 CHECKLIST EN VERZENDLIJST ......................................................................................................................................

165 TEKENINGEN ................................................................................................................................................................. 166

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 82 van 166

BIJLAGE 1

BEGRIPPENLIJST

Begrip Bijdragebesluit / Gemeentefonds Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten Bodemonderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten

Explosieven Opruimingsdienst Historisch Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

(Horizontaal) Verdacht gebied Ontplofbare Oorlogsresten

Afkorting Bodembelastingkaart OO Bodemonderzoek OO

CS-OOO

EOD HVO-OO

HVG-OO

Definitie Regeling voor Rijksfinanciering van (een deel van) de kosten voor het Bodemonderzoek-Ontplofbare Oorlogsresten. Cartografische weergave van het (de) (horizontaal) Verdacht(e) gebied(en) Ontplofbare Oorlogsresten. Werkwijze van REASeuro waaronder wordt verstaan: de integrale totaalaanpak voor de OO-problematiek bestaande uit vijf afzonderlijke fasen. Hierdoor kan de opdrachtgever per fase een weloverwogen besluit nemen en zijn vervolgacties plannen met als doel dat de opdrachtgever de regie over het project in handen houdt. De vijf fasen zijn: 1. HVO-OO (Historisch Vooronderzoek OO). 2. PRA-OO (Projectgeboden Risicoanalyse OO). 3. Projectplan-OO. 4. Uitvoering-OO. 5. PvvO-OO (Proces-verbaal van Oplevering OO). Het CS-OOO is het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Hierin zijn onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen op gebied van opsporing naar Ontplofbare Oorlogsresten. Het CS-OOO is sinds 1 januari 2021 de opvolger van de Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) en is wettelijk verankerd in de Arbowet.

Om het maatschappelijk belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/veiligheid van het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Instelling van de Nederlandse defensie die tot taak het explosieven onschadelijk te maken en op te ruimen. Bureaustudie waarin de oorlogshandelingen van de periode 19401945 (incl. naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten) worden geanalyseerd. Doel is om vast te stellen of in het onderzoeksgebied (gemeente Waddinxveen) sprake is van een (horizontaal) Verdacht gebied OO in relatie tot de projectlocatie. Het HVO-OO bestaat uit: Rapportage. Positief of negatief advies. In het geval van een positief advies: Horizontale afbakening Verdacht(e) gebied(en) OO Bodembelastingkaart OO. Gebied waar op basis van historisch bronnenmateriaal een verhoogde kans op het aantreffen van OO bestaat naar de situatie van 1940-1945 (inclusief naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten). Het Verdacht gebied OO is horizontaal afgebakend, waarin zijn opgenomen: Eventuele onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal (o.a. cartografische onnauwkeurigheden). De maximale horizontale verplaatsing van OO in de bodem.

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 83 van 166

Begrip Onderzoeksgebied

Afkorting -

Ontplofbare Oorlogsresten

OO

Definitie Gebied waarop het HVO-OO zich richt. Het onderzoeksgebied is ruimer dan het projectlocatie om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie in oorlogstijd. In het geval van dit gemeentebrede onderzoek wordt geen onderzoeksgebied gehanteerd Niet-gesprongen munitie en achtergelaten ontplofbare munitie zoals bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel c respectievelijk b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Onderdeel c: niet-gesprongen munitie: in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen; Onderdeel b: achtergelaten ontplofbare munitie: ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid;

Oorlogshandeling

-

Projectlocatie

-

Projectgebonden Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten

PRA-OO

Reguliere werkzaamheden

-

(Verticaal) Verdacht gebied OO

74311 / RO-210270 versie 0.1

VVG-OO

Conform het CS-OOO betreffen Ontplofbare Oorlogsresten (OO) achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie. Gebeurtenissen die kunnen hebben geleid tot de aanwezigheid van OO. Voorbeelden van oorlogshandelingen zijn: Bombardementen Artilleriebeschietingen Munitiedump Munitieongevallen Vliegtuigcrashes Aanwezigheid van verdedigingswerken Het door de opdrachtgever aangegeven gebied waarbinnen reguliere werkzaamheden (niet OO-gerelateerd) uitgevoerd gaan worden of waar een functieverandering wordt doorgevoerd. In het geval van een gemeentebreed onderzoek betreft de projectlocatie de gehele gemeente. Bureaustudie waarin de risico’s van de voorgenomen werkzaamheden in relatie tot de mogelijk aan te treffen OO worden vastgesteld. De PRA-OO bestaat o.a. uit: Indien nodig het opvullen van leemten in kennis van het HVO-OO. De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Het definiëren van beheersmaatregelen. De mogelijkheid tot een proefdetectie. De bepaling van de doorlooptijd en kosten van de geadviseerde maatregelen. Alle door de opdrachtgever voorgenomen niet OO-gerelateerde werkzaamheden. Enkele voorbeelden zijn civieltechnische, milieutechnische en archeologische werkzaamheden. De verticale afbakening van het verdachte gebied zoals bepaald binnen het PRA-OO. Bij de afbakening is o.a.

rekening gehouden met: Het vaststellen van de horizontale verplaatsing van de OO in de bodem (inkaderen (horizontaal) Verdacht gebied Ontplofbare Oorlogsresten).

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 84 van 166

Begrip

Afkorting

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven

WSCS-OCE

74311 / RO-210270 versie 0.1

Definitie De mogelijke inperking van de onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal. De naoorlogse werkzaamheden (zoals ontgravingen, ophogingen etc.). De bodemkundige parameters (zoals grondsoort en draagkracht van de grond). Het WSCS-OCE is het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het opsporen van Conventionele Explosieven. Hierin waren onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen. Het WSCS-OCE was sinds 1 juli 2012 de opvolger van de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en was wettelijk verankerd in de Arbowet. Het WSCS-OCE is per 1 januari 2021 opgevolgd door CS-OOO.

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 85 van 166

BIJLAGE 2

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Voor deze Actualisatie van het HVO-OO gemeente Waddinxveen is de volgende literatuur geraadpleegd: Auteur Amersfoort, H. en P.H. Kamphuis, Berg, B. van den., Blaazer, S.., Blij, Joop W. de., Dam, M.J. van., Documentatiegroep ’40-’45., Geel, H., Geel, J.D.,

Herfst, J. e.a. Hilgers, M., Huurman, C., Klep, C. en B. Schoenmaker, Kooistra, E., Kruijf, T. de, Studiegroep Luchtoorlog 19391945, Veerman, B.,

Titel Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2012).

Relevant Nee

Afkorting -

Onze vrijheid moest duur worden betaald, 1940-1945 en dorpen rondom Haulerwijk (Haulerwijk, 1988). Boskoop 1940-1945: Bezetting, onderdrukking en verzet (1990). Oorlog en verzet in de prinsenstad 1940-1945: Een overzicht van de gebeurtenissen in Delft in en rond de bezettingstijd (Delft, 2005). Gouda in de Tweede Wereldoorlog (Delft, 2006). Terugblik ’40-’45, maandblad van de documentatiegroep ’40-’45 (Oktober, 2004). Niet ongemerkt voorbij. Waddinxveen in oorlogstijd 1940-1945 (1995). “Waddinxveners en de Tweede Wereldoorlog” in: Het dorp Waddinxveen (1995). “Waddinxveners en de Tweede Wereldoorlog - 2” in: Het dorp Waddinxveen (1998). De Fokkervliegtuigen in het CRASH Luchtoorlog – en Verzetsmuseum ’40-’45: de missies, de bemanningen, onderzoeken en bergingen (Aalsmeerderbrug, 2010). ‘Een Bodemvondst – 6’ in: Het dorp Waddinxveen (1995) Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45 (Eindhoven 2001). De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995). Bommen op Gouda. De bombardementen op Gouda en omgeving tijdens de Tweede Wereldoorlog (Gouda 2021). “Een Duitse verdedigingslinie bij Waddinxveen en Boskoop” in: Het dorp Waddinxveen (2006). http://www.studiegroepluchtoorlog.nl/

Nee

-

Ja Nee

BLA -

Ja Nee

DAM -

Ja

GEE1

Ja

GEE2

Ja

GEE3

Ja

HER

Ja Ja Nee

HIL HUU -

Ja

KOO

Ja

KRU

Ja

SGLO

Ja

VEE

Ja Ja

VER ZWA 1&2

Tussen licht en donker in Hollands ‘groene hart’ (Vlaardingen, 1987). Verboom, W., Waddinxveen 750 jaar (Zaltbommel, 1983). Zwanenburg, G.J., En Nooit was het Stil. Kroniek van een Luchtoorlog (2 dln. & supplement; Oldemarkt). Tabel 6: Verwijzing literatuur.

In de onderstaande tabellen worden per periode de gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemeentegrenzen Waddinxveen weergegeven. Mobilisatie en inval, augustus 1939 – mei 1940 Toen in augustus 1939 duidelijk werd dat oorlog in Europa onvermijdelijk zou worden, begon in Nederland de mobilisatie. Tienduizenden soldaten werden opgeroepen, en Nederland bereidde zich voor op een Duitse aanval. In de ochtend van 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen na een serie bombardementen op vliegvelden en legerbases. Duitse parachutisten landden in de omgeving van Den Haag om het regeringscentrum uit te schakelen, terwijl een invasiemacht via de grens Nederland binnendrong. Op kleinschalige gevechten in Oost-Nederland na kon het Duitse leger hier eenvoudig oprukken, om vervolgens bij de Grebbelinie, voor de Afsluitdijk en langs de Moerdijk verwikkeld te raken in felle gevechten. Op 14 mei 1940 werd Rotterdam gebombardeerd, waarna Nederland met uitzondering van de provincie Zeeland capituleerde. In Zeeland zou de strijd, mede door de aanwezigheid van Franse

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 86 van 166

en Belgische troepen, nog tot 27 mei 1940 duren. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen met betrekking tot deze periode: Datum / jaar 10 september 1935

19 september 1935

Gebeurtenis Bericht uit De Telegraaf:

Bron DEL

Pag. -

Niet relevant, exacte locatie geruimd projectiel onbekend. Bericht uit De Telegraaf:

DEL

-

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Pagina 87 van 166

Datum / jaar

Bezettingstijd

1940september 1944

1940-1945

Gebeurtenis

Niet relevant, exacte locatie geruimd projectiel onbekend. ‘Daar aan de Sniepweg had een huis nog lang na de oorlog het opschrift: ‘Wonderlijk gespaard’, wijst meneer, terwijl hij zich omdraait. De eigenaar, een melkhandelaar, weigerde z’n vrachtauto’s aan de bezetter af te staan; hij verstopte ze. Toen hebben de Duitsers munitie onder z’n huis aangebracht.’ ‘We gaan eraan’, dacht de melkboer en haalde z’n woning leeg. Maar de volgende dag…kwamen ze de springlading weer weghalen. Hoe ’t zat? Niemand snapte het; was ’t zomaar pesterij? De man zei alleen: ‘Wonderlijk gespaard’ en zette dat op z’n huis. Langs de Sniepweg was een tankgracht gegraven, die diende als verdediging tegen tanks.’ Niet relevant, munitie uiteindelijk weer verwijderd. De Orde Dienst verzamelde verder allerhande wapens. Deze werden op verschillende plaatsen opgeslagen. In het pakhuis van banketbakker Abraham de Korte aan de Punt, in het Volksbadhuis aan de Groenendaal, in de wasserij van ‘Toon’ Jaspers de Drie Nootenboomen aan de Kattensingel en in de krijtfabriek Gouda Vuurvast. Een deel van de wapens werd, waarschijnlijk al in 1942, uit de Reeuwijkse plassen gevist. Die wapens waren daar gedumpt door een bataljon Nederlandse huzaren-wielrijders, die in Gouda waren ten tijde van de capitulatie in 1940.

De huzaren smeten een aantal karabijnen in het water, zodat ze niet in handen van de Duitsers zouden vallen. In verschillende nachtelijke ondernemingen werd een achttal karabijnen opgevist. Bij deze acties waren ook mannen van de LO en de knokploeg betrokken. De wapens werden in een school aan Het Paradijs in Gouda schoon- en gebruiksklaar gemaakt. De Orde Dienst ging in september 1944 in naam op in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. De groep bleef echter nog grotendeels zelfstandig opereren, zij het in nauwer contact met de andere illegale groepen in Gouda. Vooral de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers werd ondersteund door middel van het bemachtigen van voedsel en het vervoer ervan. Vrijwel alle leidende posities in de NBS werden uiteindelijk door OD-ers ingenomen. De gezagsverhoudingen waren binnen de NBS formeel al wel vastgelegd, maar functioneerden pas als zodanig in het tijdvak vlak voor de bevrijding. Niet relevant, munitiedumpingen vonden plaats de gemeente. De 1. Stellung in de omgeving van Waddinxveen Voor de opstelling van hun wapens kozen de Duitsers doorgaans de hogere terreindelen om goede waarnemings- en schootsvelden te hebben op het voor de stelling - aan de westzijde - liggende terrein. In het centrale deel van ZuidHolland kwamen daarvoor dijken, spoorwegen of verkeerswegen in ophoging en opritten van bruggen in aanmerking.

In het geval inundaties zouden worden

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Bron

Pag.

GEE1

21

DAM

147148

KRU

5-13

Pagina 88 van 166

Datum / jaar

Gebeurtenis gesteld, zouden deze posities er geen hinder van ondervinden. De zware wapens werden meestal geconcentreerd op of bij de van west naar oost lopende wegen. Hier waren niet alleen mitrailleurs, maar ook antitankwapens en soms ook luchtdoelgeschut opgesteld. Als de afstand tussen deze opstellingen te groot was, werden ertussen kleinere steunpunten ingericht, waardoor het gehele gebied met geweer- en mitrailleurvuur kon worden afgesloten. Op één tol twee kilometer achter de hoofdverdedigingslijn werden meestal ook nog enkele wapens opgesteld. Deze dienden bij een mogelijke doorbraak de aanvaller op te vangen en tot slaan te brengen. Hiermee hoopte men dan lijd te winnen om tegenmaatregelen te kunnen nemen. Nog meer naar achteren - in de diepte - stond op enkele plaatsen artillerie opgesteld. Zo stond er een batterij ten oosten van Alphen aan den Rijn aan de Lage Zijde, in de driehoek gevormd door de Oude Rijn, de Kromme Aar en het Aarkanaal. Ten noorden van Gouda - toen nog op Waddinxveens grondgebied - waren er artillerieopstellingen aan beide zijden van de Bloemendaalseweg. Bij de laatste maakte men gebruik van de erven van boerderijen. Dit werd gedaan uit oogpunt van camouflage, maar ook omdat de erven een steviger ondergrond vormden dan de omliggende weilanden. Alle gevechtsopstellingen werden omgeven met prikkeldraadversperringen en mogelijk ook met mijnen.

Zoals al is aangegeven, zijn slechts op enkele plaatsen betonnen opstellingen gebouwd. Meestal bestonden de steunpunten uit puiten voor geweer- en mitrailleurschutters en uit korte loopgraven. Afhankelijk van de beschikbaarheid ervan waren de wanden versterkt met hout. Het prikkeldraad en hout werden zoveel mogelijk door middel van vordering in de regio verkregen, terwijl voor de camouflage van de gegraven opstellingen graszoden moesten worden geleverd.7’ Over de in beton uitgevoerde werken bestaat geen compleet inzicht. Voor zover nu bekend zijn ten westen van Alphen ad Rijn bij de spoorlijn naar Leiden twee kleine bunkers gebouwd van het zogenoemde type Tobroek. In Waddinxveen zouden aan de oostzijde van de brug over de Gouwe in de berm van Rijksweg 12 twee bunkertjes hebben gestaan.8’ terwijl in de oostelijke berm van de Henegouwerweg bij huisnummer 90 ook een betonnen bunker heeft gestaan.9’ Verdere duidelijke gegevens ontbreken tot dusver. Wel zijn op verschillende plaatsen betonnen funderingspalen gemaakt om geschut te kunnen opstellen. Een dergelijke plaat lag in een weiland aan de Henegouwerweg nr. 102 en op een terrein aan de Onderweg. Een nog aanwezige beton plaat met een borstwering van ongeveer 50 cm hoogte aan de zuidzijde van de Hoogeveenseweg bij de aansluiting van de Roemer geeft de indruk dat dit voor de opstelling van een stuk antitankgeschut is gemaakt.

De hogere ligging van de opstellingen zorgde meestal voor een goed schootsveld. Op plaatsen waar dit niet het geval was, werden obstakels verwijderd. In Waddinxveen stond voor een goed uitzicht vanuit de gevechtsopstellingen aan de oostzijde van de Gouwe juist ten noorden van Rijksweg 12 een aantal huizen langs de Zuidkade en Wilhelminakade - toen Gouwekade geheten - in de weg. Op 23 september 1943 gaven de Duitse autoriteiten aan de burgemeester de opdracht de percelen Zuidkade 232 tot met 254 en Gouwekade 1 tot en met 6 voor 4 oktober te ontruimen en voor 20 oktober af te breken. Niet alleen betrof dit de sloop van enkele bedrijfspanden, maar ook van huizen waarin 19 gezinnen met in totaal 74 personen woonden. Voor hen moest in allerijl vervangend onderdak worden gevonden. Op 8 december daaraanvolgend moesten nog eens acht gezinnen hun huis aan de Bodegraafseweg (toen nog Waddinxveen) en drie gezinnen aan de Onderweg hun huis verlaten. Voor de kerstdagen waren ook deze panden afgebroken. Voor de lijn van steunpunten werd een aaneengesloten gordel van hindernissen aangelegd in de vorm van prikkeldraadversperringen, tankgrachten of mijnenvelden. Voor de tankgrachten maakten de Duitsers zo veel mogelijk gebruik van beslaan de watergangen. Aan de westzijde van Alphen a d Rijn

74311 / RO-210270 versie 0.1

Actualisatie HVO-OO gemeente Waddinxveen

Bron

Pag.

Pagina 89 van 166

Datum / jaar

Gebeurtenis maakten ze gebruik van de Zaanse en vervolgens de Alphense Wetering. Ook de Eerste tocht in de Polder Achteraf werd voor dit doel gebruikt. Deze tocht werd daartoe verbreed van drie naar tien meter, terwijl ook alle overgangen werden afgebroken. Het zelfde gold voor de bermsloten tussen Waddinxveen en de Vijfde Tochtweg in de Zuidplaspolder. Waar watergangen niet in de gewenste richting liepen, werd een tankgracht gegraven. Aan de zuidzijde van Waddinxveen was dit het geval tussen de Onderweg. Piasweg en de kruising van de Sniepweg met de Tweede Bloksweg. Het terrein tussen de kruising van de Vijfde Tochtweg/Provincialeweg en de Hollandsche IJssel werd blijkbaar zo ontoegankelijk voor tanks geacht, dat daar alleen een zware prikkeldraadversperring werd aangelegd. Ten noorden van Boskoop lag een mijnenveld vanaf de Gouwe door de Polder Nesse en de Riethoomse Polder tot de Voorweg. Gelet op de aard van het terrein. is het waarschijnlijk dat hier uitsluitend antipersoneelsmijnen lagen. Volgens luchtfoto’s had het veld een breedte van ongeveer 200 meter. Op de doorgaande wegen van west naar oost werden versperringen aangelegd in de vorm van tankmuren. ingegraven stalen balken, betonnen en houten palen, driehoekige betonblokken en dergelijke.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15268159/1