21 Jaarrekening 2021 na AB
Tekst van het document
Wat hebben we gedaan? In het jaar 2021 heeft de Corona-pandemie nog steeds behoorlijke impact op de uitvoering van reguliereen projectmatige werkzaamheden. Het vele thuiswerken blijft voor een groot deel van de medewerkers een uitdaging die door allerlei omgevingsfactoren (thuislerende kinderen, met meer mensen thuiswerken op een kleine oppervlakte en/of eenzaamheid) soms het uiterste van mensen vergt. Een deel van deze medewerkers nodigen we dan ook met regelmaat uit om op kantoor te werken. Lopende het jaar heeft het grootste deel van de medewerkers op de afdeling, in voorkomende gevallen door een combinatie van thuiswerken en op kantoor werken, hierin een beter evenwicht gevonden. Door het relatief grote aantal (structureel) nieuwe medewerkers op de afdeling WOZ blijft een goede balans tussen (in)werken op kantoor en thuiswerken een punt van aandacht. Zeker bij de nieuwe taxateurs, waarin lopende het jaar relatief veel nieuwe deelprocessen de revue passeren blijft met enige regelmaat op kantoor werken wenselijk. Ook het sociale aspect en de binding met de nieuwe werkgever spelen daarin een rol. Medewerkers stellen zich hierin bereidwillig en collegiaal op om de nieuwe medewerkers te ondersteunen en ‘zich thuis te laten voelen’. Belangrijke verdere ontwikkelingen en constateringen in 2021:
De Waarderingskamer heeft in april en oktober haar terugkoppeling op de jaarlijkse rapportages aan de BSGR gedaan. Wederom is met name aan de aansluiting van gegevens veel aandacht besteed. De landelijk gewijzigde aanlevering van de gegevens uit de LV-WOZ leidt op dit moment nog, door onvolledigheid van de beschikbare confrontatietool van Centric, tot minder inzicht in de aansluiting van gegevens uit de belastingapplicatie op de LV-WOZ. Niet alleen is de tool laat, medio december 2021, werkbaar beschikbaar gekomen; er zijn ook nog een aantal software-issues welke moeten worden opgelost om het inzicht weer volledig(er) te krijgen. Onze verwachting is dat dit op korte termijn binnen de applicatie van Centric opgelost wordt en beschikbaar gesteld wordt. Er worden echter ook alternatieven onderzocht ter voorkoming van onvoldoende stuurinformatie om de aansluiting te analyseren en bij te werken. Voor de kwaliteitsrapportage Herwaardering belastingjaar 2022 heeft de Waarderingskamer aangekondigd de gemeente Velsen middels onderzoek ‘ter plaatse’ te willen beoordelen. Voor de overige gemeenten heeft digitale opgave van de gegevens plaatsgevonden op basis van een voortgangspercentage van minimaal 90%.
Pagina 28 Jaarstukken 2021 BSGR
Belastingjaar 2022 is het eerste jaar waarin alle woningen, conform wettelijk voorschrift, op gebruiksoppervlakte gewaardeerd moeten gaan worden. De marktanalyse voor alle deelnemende gemeenten, behalve de gemeenten Gouda en Leiderdorp welke voor belastingjaar 2021 al op gebruiksoppervlakte zijn gewaardeerd, zijn in 2021 intensiever uitgevoerd dan voorgaande jaren. De analyse heeft zich niet alleen op verkoopcijfers van het voorgaande jaar (2021) gericht maar ook de verkoopcijfers van het jaar daarvoor (2020) dienden op basis van de nieuwe data nogmaals bekeken en geanalyseerd te worden hetgeen ook in de taxatiemodellen tot extra analyses en aanpassingen heeft geleid. De ervaringen vanuit de gemeenten Gouda en Leiderdorp zijn meegenomen in verbeterde analyses en extra controles. Grotere waarde-schommelingen dan ‘gebruikelijk’ zijn echter bij een gewijzigde grondslag voor de waardering (m2 in plaats van m3) alsmede een upgrade in de kenmerken en geometrie van de objecten niet te voorkomen. Het project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ is grotendeels afgerond; voor de gemeente Katwijk gaat de projectfase eind januari 2022 over in de beheerfase. In voorkomende gevallen zal verwerking van het restant van de objecten, zoals dat ook bij de andere gemeenten is gebeurd, geabsorbeerd worden binnen het reguliere proces.
Voor de gemeente Velsen wordt de overgang naar de beheerfase aan het einde van het eerste kwartaal 2022 verwacht. Gezien de complexiteit en extra benodigde werkzaamheden waar specifiek voor de gemeente Velsen in dit project tegenaan werd gelopen, is in de loop van 2021 door de gemeente Velsen aanvullend budget ter beschikking gesteld. De herwaardering voor deze nieuwe gemeente is later aangevangen en zal resulteren in een latere aanslagoplegging belastingjaar 2022. Dit is zowel met de gemeente Velsen alsmede de Waarderingskamer vooraf afgestemd. Onderstaand een overzicht per gemeente van woningen welke op 31 december 2021 nog niet op gebruiksoppervlakte zijn ingemeten:
Dit project, maar vooral het vervolg in de procesfase, is een belangrijke stap (geweest) in het bereiken van meer uniformiteit in WOZ taxaties en uniforme registratie van kenmerken van woningen binnen de gehele overheidsinformatie (toekomstige SOR). Vanaf de beheerfase zijn in 2021 de (tussentijdse) uitval en de verschillen periodiek gecontroleerd teneinde ervoor te zorgen dat de uniformiteit ook in de toekomst gewaarborgd blijft; deze controle is opgenomen in de ISAE beheersmaatregelen. Op het gebied van de Samenhangende objectenregistratie (SOR) zijn in 2021 geen belangrijke ontwikkelingen gemeld. Als gevolg van een latere aanvang van de herwaarderingsactiviteiten bij de woningen, met als oorzaak het project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ en met als uitgangspunt ‘kwaliteit voor kwantiteit’ zijn de voortgangspercentages en daarbij behorende waardeontwikkelingen in 2021 later aan de deelnemende gemeenten uitgeleverd. Op verzoek hebben er tussentijdse updates plaatsgevonden.
Pagina 29 Jaarstukken 2021 BSGR
Met de toetreding van de gemeente Velsen per 1 januari 2021 zijn ook een aantal ‘achterstallige’ additionele werkzaamheden, voornamelijk op het gebied van gegevensbeheer, meegekomen naar de BSGR; deze zijn vooraf geïnventariseerd en er is door de gemeente Velsen additioneel budget voor beschikbaar gesteld. Een deel van deze werkzaamheden is in 2021 verwerkt; helaas zal een substantieel deel van de werkzaamheden, door gebrek aan capaciteit, doorgeschoven moeten worden naar 2022. Als gevolg hiervan zal een aanzienlijk aantal, voornamelijk niet-woning objecten van de gemeente Velsen, pas later in het jaar op aanslag gaan; voor deze objecten is een nadere inventarisatie van de objectkenmerken en objectafbakening noodzakelijk gebleken. Voor de woningen is deze exercitie voor een (substantieel) deel opgenomen in het project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ dat mede hierdoor een langere doorlooptijd kent.
Helaas is het niet haalbaar gebleken om in 2021 een inhaalslag op het aantal nog te waarderen objecten te realiseren. Deze aantallen zijn, als gevolg van afronding van ‘additionele werkzaamheden’ vanuit de toetreding van de gemeente Leiderdorp en Velsen, het oplopende aantal WOZ-bezwaar- en beroepschriften (met name No-Cure-No-Pay (NCNP)), de afronding van het project over naar gebruiksoppervlakte en in mindere mate de areaaluitbreiding in 2021 verder opgelopen. Daarnaast is het lastig gebleken op beide disciplines voldoende en kwalitatief passende capaciteit ter beschikking te krijgen, zowel op het vlak van inhuur als het werven van nieuwe collega’s. Dit heeft ertoe geleid dat er op alle procesonderdelen keuzes gemaakt moesten worden waarbij gezien het mogelijke ‘domino-effect’ veel capaciteit gestoken is in de afronding van bezwaarschriften. Deze kunnen immers leiden tot extra kosten als gevolg van mogelijke ingebrekestellingen en hebben daarnaast invloed op de herwaardering van het opvolgende jaar en in het verlengde daarvan ‘herhaal’bezwaren.
(*) Exclusief gemeente Velsen 1227 objecten nog te waarderen per 31-12-2021
Op het gebied van de waardering van niet-woningen is het aantal beschikbare verkoop- en verhuurtransacties voor de marktanalyse niet-woningen, mede als gevolg van de uitbraak van COVID19, erg marginaal. Voor de herwaardering van belastingjaar 2022 is met name op het onderdeel Courante Niet Woningen een grote aanschrijving uitgegaan naar zittende huurders en vastgoedeigenaren om te achterhalen wat de gevolgen zijn geweest van COVID op de lopende huurcontracten (COVID-huurkortingen tussentijdse beëindigingen, nieuwe incentives etc.).De resultaten van deze grootschalige uitvraag zijn meegenomen in de marktanalyse, leidende tot een vertaling naar en onderbouwing van de uitgangspunten van de herwaardering belastingjaar 2022 niet-woningen. Het vraagstuk omtrent de invloed van coronamaatregelen op WOZ waarderingen voor belastingjaar 2022 is in dezelfde lijn doorgezet als voorgaand belastingjaar (handreiking VNG) waarbij de uitgevoerde data-analyse op basis van de aanschrijving eenzelfde beeld laat zien. Voor de waardebepaling van incourant vastgoed is vanuit nieuwe jurisprudentie gebleken dat automatisch verlengen van de levensduur niet zonder meer is toegestaan. Vanaf belastingjaar 2022 dient de taxateur jaarlijks in te schatten hoeveel jaar het object ‘nog mee gaat’ waarbij de intentie van de eigenaar, de onderhoudsstaat en het gebruik de belangrijkste ‘pijlers’ vormen.
De stijgende tendens van de afgelopen jaren met betrekking tot het aantal bezwaarschriften blijft zich helaas doorzetten; een stijging van 22,9% ten opzichte van voorgaand jaar. Wel moet daarbij aangetekend worden dat dit inclusief de bezwaren van de nieuw toegetreden gemeente Velsen is. Wanneer de WOZ bezwaren gemeente Velsen buiten beschouwing worden gelaten, is er sprake
Pagina 30 Jaarstukken 2021 BSGR van een stijging van 13,0% ten opzichte van belastingjaar 2020. Gezien de beperkt beschikbare inhuurcapaciteit is het in 2021 niet mogelijk gebleken aan het einde van het jaar nog een ‘inhaalslag’ te maken in het aantal openstaande bezwaren. In 2021 is er, naast de bezwaren belastingjaar 2021, nog voor 165 objecten belastingjaar 2019 en 711 objecten belastingjaar 2020 een uitspraak op bezwaar verzonden. Deze belanghebbenden hadden hetzij tijdig een verdagingsbrief ontvangen hetzij pas in 2021 bezwaar aangetekend.
(*) In deze aantallen is de gemeente Velsen (918 bezwaren) meegenomen
Het aantal ingediende niet-woning bezwaarschriften lijkt (exclusief gemeente Velsen 802) wederom terug te lopen waarbij wel aangetekend moet worden dat het aantal bezwaren over belastingjaar 2021 in de loop van 2022 nog zal toenemen door de achterstand op het aantal openstaande nog te onderzoeken objecten. Deze objecten zullen niet eerder dan in 2022 op aanslag gaan en achteraf kunnen zorgen voor een toename van het aantal bezwaren over belastingjaar 2021.
Percentage bezwaren Niet-Woningen (2019-2021) 2021 Niet-Woningen 2020 Niet-Woningen 2019 Niet-Woningen 0,0% 1,0% 2,0% 3,0% 4,0% 5,0% 6,0% 7,0% 8,0% landelijk
BSGR
(*) Het landelijke percentage in onderstaande grafiek is samengesteld uit het voorlopige cijfer met een stijgingscorrectie (gebaseerd op de gemiddelde stijging van de afgelopen 3 jaar: bron: www. waarderingskamer.nl – Feiten over de WOZ).
Het aantal woningbezwaren is voor belastingjaar wederom gestegen en bevindt zich boven de landelijke norm: de toename is echter iets minder dan de landelijke stijging.
Percentage bezwaren Woningen (2019-2021) 2021 Woningen 2020 Woningen 2019 Woningen 0,0%
1,0%
2,0% landelijk
3,0%
4,0%
5,0%
BSGR
(*) Het landelijke percentage in onderstaande grafiek is samengesteld uit het voorlopige cijfer met een stijgingscorrectie (gebaseerd op de gemiddelde stijging van de afgelopen 3 jaar: bron: www. waarderingskamer.nl – Feiten over de WOZ).
Pagina 31 Jaarstukken 2021 BSGR De toename in het aantal WOZ-bezwaren, gecorrigeerd voor de toetreding van de gemeente Velsen, is voornamelijk toe te schrijven aan de toename van het aantal WOZ bezwaren op de woningen. Het aantal bezwaarschriften is in 2021 in een aantal gemeenten is procentueel (licht) afgenomen waarbij met name voor de gemeenten Gouda en Leiderdorp ten opzichte van vorig belastingjaar een forse stijging zichtbaar is. Grotere waarde-fluctuaties als gevolg van de overgang naar waarderen op gebruiksoppervlakte hebben naar alle waarschijnlijkheid bij de gemeenten Gouda en Leiderdorp geleid tot het indienen van meer bezwaren. Uit nadere analyse blijkt echter dat gegrondverklaring van de bezwaarschriften niet zo zeer te maken heeft gehad met de nieuw vastgestelde gebruiksoppervlaktes maar meer met aanpassingen in de secundaire kenmerken (onder andere staat van onderhoud, kwaliteit en ligging). De procentuele toename in het aandeel van de WOZ bezwaren welke zijn ingediend door gemachtigden en NCNP-bureaus ten opzichte van het totaal aantal ingediende WOZ-bezwaren is in 2021 met 5,1% toegenomen. In absolute zin betekent dit dat er in 2021 ruim 1700 meer bezwaren ingediend zijn door gemachtigden en NCNP-bureaus.
Voor het eerst is het aandeel van de bezwaarschriften ingediend door particulieren en bedrijven zelf in het totaal aantal bezwaren minder dan de helft (45,3%).
Indieners WOZ-bezwaren (2019-2021) 2021
2020
2019 0,00%
10,00%
20,00%
30,00%
Particulieren/bedrijven bezwaren
40,00%
50,00%
60,00%
NCNP & Gemachtigden bezwaren
Niet alleen het aantal NCNP bezwaren maar ook de omvang van de bezwaarschriften, in de vorm van de benoemde grieven en aanvullende stukken (aanvullingen, taxatierapporten), blijft toenemen, hetgeen een steeds verder oplopende afhandelingstijd tot gevolg heeft. Dit heeft er mede toe geleid dat de gestelde normen in 2021 niet haalbaar zijn gebleken; een zorg voor de toekomst. Door de maatregelen rondom het Corona-virus hebben veel hoorzittingen telefonisch of per beeldbellen (in voorkomende gevallen schriftelijk) plaatsgevonden. Positief is dat het aantal gegronde bezwaren op objectniveau, dit kunnen zowel verminderingen als verhogingen betreffen, ten opzichte van de vorige jaren wat gedaald is (circa 4%). De inzet van grootschalige laagdrempelige aanschrijvingen middels QR-code, mail of post in 2021 alsmede veelvuldig contact met de belanghebbende, lijkt hiertoe te hebben bijgedragen.
Pagina 32 Jaarstukken 2021 BSGR
Uitspraken WOZ bezwaren op objectniveau (20192021) 60,00% 40,00% 20,00% 0,00% Gegronde bezwaren TOTAAL
Gegronde bezwaren nietwoningen 2019
2020
Gegronde bezwaren woningen
2021
Op 31 december 2021 is 92,9% van de bezwaarschriften belastingjaar 2021 afgerond, ten opzichte van 95,5% per 31 december 2020. Voor belastingjaar 2021 is met dagtekening 20 december 2021 voor 1265 objecten een verdagingsbrief verzonden; op 31 december 2021 stonden er nog 826 WOZobjecten (circa 7%) onder bezwaar open waarvoor geen uitspraakbrief was verzonden. De uitspraken zullen voor deze WOZ-objecten, op grond van artikel 7:10 lid 3 Algemene wet bestuursrecht, binnen 6 weken dus uiterlijk 11 februari 2022 verzonden moeten zijn.
Ook in 2021 is er voor inwoners van de deelnemende gemeenten een mogelijkheid geweest om informeel bezwaar aan te tekenen. Als gevolg van de COVID-maatregelen heeft er geen informeel bezwaartraject ‘ter plaatse’ (op de gemeentehuizen) plaatsgevonden; alle gemaakte afspraken hiervoor zijn omgezet naar telefonische afhandeling. Voor de inwoners die niet digitaal konden of wilden inloggen om zelf een afspraak in te plannen, hebben WOZ-medewerkers ondersteuning geboden en afspraken ingepland. Er hebben 1753 informele gesprekken over de WOZ-waarde met inwoners plaatsgevonden. Voor belastingjaar 2022 is het niet mogelijk gebleken om de voormeldingen in te zetten als extra middel in de communicatie naar inwoners. Mede om deze reden zal in 2022 extra worden ingezet op het informele bezwaartraject en is de termijn verlengd naar 5 weken. We hopen daarmee tevens dat de inwoners de weg naar de BSGR zelf gaan/blijven maken in plaats van daarvoor een (NCNP)bureau in te schakelen.
In 2021 is ook een verdere toename van ingediende beroepszaken door NCNP-bureaus zichtbaar (van circa 65% van de beroepsschriften in 2019 en 2020 naar circa 73% van de beroepsschriften in 2021); met name op het gebied van de WOZ-beroepsschriften.
(*) 2021 nog niet volledig, nog niet alle uitspraken belastingjaar 2021 zijn verzonden en/of niet voor alle uitspraken is de beroepstermijn reeds verstreken
De opgelopen achterstand vanaf 2020 bij de afhandeling van de beroepszaken door de rechtbank lijkt in 2021 nog niet ingelopen. Momenteel staan er nog 149 beroepsdossiers open ten opzichte van 158 beroepsdossiers eind 2020. In 2021 vond een deel van de zittingen op de rechtbank en een deel van de zittingen via beeldbellen plaats.
Pagina 33 Jaarstukken 2021 BSGR Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Project resterende opschoningsact. Leiderdorp Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Velsen Project resterende opschoningsact. Velsen LV WOZ Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting 2021
Gewijzigde Begroting december 2021
Realisatie 2021
Realisatie versus begroting
Realisatie 2020
3.104 650 450 78 0 139 0 0 4.422
3.174 1.022 479 198 11 220 59 0 5.164
3.145 1.021 474 196 11 225 57 0 5.129
29 1 5 2 0 -5 3 0 34
2.678 788 452 409 99
-4.344 -4.344 78
-5.151 -5.151 13
-5.111 -5.111 18
-39 -39 -5
139 -217 0
265 -278 0
265 -283 0
0 5 0
-4.017 -4.017 409 0 0 -409 0
1 4.427
Het programma Waarderen kent in totaal een behaald voordeel op de lasten van € 34 K. De personeelslasten binnen het programma Waarderen laten een onderuitputting zien van € 29K. De krappe arbeidsmarkt is hier ondanks de hogere tarieven debet aan. Bij overige goederen en diensten waaronder de proceskostenvergoedingen zijn lagere uitgaven van € 1K. De uitgaven voor automatisering laten een onderschrijding zien van € 5K en worden veroorzaakt door lagere kosten (€ 1K) en anderzijds door lagere doorbelastingen (€ 4K). Bij het project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak is sprake van een geringe onderuitputting van € 2K. Het restant van de werkzaamheden zal in de reguliere processen worden meegenomen. Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Velsen laat een geringe overschrijding zien van € 5K. Hiertegenover staat een gelijke onttrekking uit de bestemmingsreserve, waarin € 40K resteert voor 2022. De geringe onderuitputting bij het project resterende opschoningsactiviteiten Velsen leidt tot een zelfde lagere bijdrage van de deelnemer. Omdat de werkzaamheden nog niet zijn afgerond zullen de resterende activiteiten in 2022 worden voortgezet. Hiervoor resteert in totaal nog een bedrag van € 51K.
Pagina 34 Jaarstukken 2021 BSGR 3.2.9 Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur & beleid en de P&O werkzaamheden. Ook zijn de kosten van de leidinggevenden van de afdelingen in het primaire proces onder dit programma verantwoord conform in het BBV over het taakveld overhead staat beschreven.
Wat hebben we gedaan? In maart 2022 is de ISAE3402 type II-rapportage over 2021 opgesteld en voorzien van een verklaring van de accountant. Er zijn in 2021 twee Europese aanbestedingen gehouden. Dit betreft inhuur applicatiebeheer en uitzenddiensten. Deze zijn respectievelijk medio en ultimo 2021 afgerond. Het jaar 2021 is opnieuw gewerkt met verplichtingen in de financiële administratie. Dit is gedaan met het programma Elvy dat bij meerdere belastingsamenwerkingen wordt gebruikt. Doel hiervan is om sterk(er) te sturen op inzet van productiemiddelen en resultaat. Vanuit P&O is er verder uitvoering gegeven aan personeelsontwikkeling binnen de BSGR (zie verder onder paragraaf 3.3.3). De taken van bestuur en beleid hebben zich met name geconcentreerd op bestuursondersteuning, informatiebeveiliging en privacy. (zie paragraaf 3.2.1)
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Kapitaalslasten Automatiseringskosten Huisvestingslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting 2021
Gewijzigde Begroting december 2021 1.174 1.093 249 137 603 621 794 775 342 302 3.163 2.927
-3.163 -3.163 0 0 0 0 0
-2.927 -2.927 0 0 0 0 0
Realisatie 2021
1.086 137 614 770 258 2.865 -2.865 -2.865 0 0 0 0 0
Realisatie versus begroting 7 0 7 4 44 62 0 -62 -62 0 0 0 0 0
Realisatie 2020
1.041 214 577 770 266 2.867 -2.867 -2.867 0 0 0 0 0
Het programma Overhead laat aan de lastenkant een voordeel zien ad € 62 K. De personeelslasten binnen het programma Overhead laten een onderuitputting zien van € 7K. Er is sprake van een voordeel op de automatiseringskosten ad € 7K. Dit wordt veroorzaakt door lagere kosten kantoorautomatisering en lager printerverbruik. De onderschrijding met betrekking tot de huisvestingslasten bedraagt € 4K vanwege een voordelige afwijking in huur en schoonmaak. Overige goederen en diensten laten een onderuitputting zien ad € 44K en hebben met name betrekking op de externe advies- en accountantskosten en de ingehuurde diensten ten behoeve van de salarisadministratie.
Pagina 35 Jaarstukken 2021 BSGR 3.2.10 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 8) voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Binnen dit programma zijn ook de deelnemersbijdragen en de post Flankerend Beleid ondergebracht. Daarnaast komen de financieringslasten en -baten in dit programma tot uitdrukking.
Wat hebben we gedaan? De post Flankerend Beleid wordt vanwege de privacy van de betrokken medewerkers verantwoord in het programma “Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien”. De geraamde onttrekking aan de bestemmingsreserve Flankerend beleid vindt eveneens plaats binnen dit programma.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Onvoorzien Flankerend beleid Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Overige opbrengsten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Begroting 2021
Gewijzigde Realisatie 2021 Realisatie versus Begroting begroting december 2021 109 25 0 25 100 35 36 -1
Realisatie 2020
0 62
209
60
36
24
62
-109 0 -109 100
-255 -8 -263 -203
-422 -9 -431 -395
167 1 168 191
154 -10 144 206
-100 0
-35 -238
-36 -431
1 193
-62 144
Het totale voordeel op de lasten bedraagt € 24K waarbij de resterende post Onvoorzien niet is aangewend en de uitgaven voor flankerend beleid met 1K zijn overschreden. Tegenover de hogere uitgaven van flankerend beleid staat een even gelijke onttrekking uit de bestemmingsreserve flankerend beleid. Het voordeel aan de batenkant is per saldo het gevolg van de realisaties per programma.
Pagina 36 Jaarstukken 2021 BSGR 3.3
Paragrafen
3.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. De BSGR heeft een totaal eigen vermogen per 1 januari 2021 van € 909K. Hierin is reeds rekening gehouden met het negatieve rekeningresultaat van € -144 K. Het eigen vermogen per 1 januari 2021 is samengesteld uit de algemene reserve ad € 624K, de bestemmingsreserve Flankerend Beleid ad € 371K en de bestemmingsreserve project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak ad € 58K. Daarnaast bedroeg het nog te onttrekken rekeningresultaat over 2020 € -144K. Van het eigen vermogen is alleen de algemene reserve ad € 480K vrij besteedbaar. Dit is het saldo na bestemming van het rekeningresultaat 2020. In de loop van het jaar is voor € 265K gestort in de bestemmingsreserves en voor € 319K onttrokken aan de bestemmingsreserves waardoor er exclusief het positieve rekening resultaat € 855K resteert aan eigen vermogen. De BSGR beschikt over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt € 109K.
Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende:
De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen, ICT, samenstellen belastingrapportage en privacy zijn ingericht. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.
Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven, is het raamwerk voor 2021 bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage.
Pagina 37 Jaarstukken 2021 BSGR Ultimo 2021 worden de volgende risico’s onderkend: Risico's Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een systeem zal dit direct van invloed zijn op het serviceniveau van de organisatie.
Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen. Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Flankerend beleid Door een veranderende werkomgeving en het gebrek aan het juiste kennis niveau, zullen additionele stappen ondernomen moeten worden om medewerkers zo efficient en effectief mogelijk hun werk uit te kunnen laten voeren.
Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal tot kostenstijging en vermindering van de beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit.
Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden ontstaan in de gegevensverwerking en de belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve uitwerking hebben op de reputatie en goede naam.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd.
De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de meerjarenbegroting p.m. en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.
Binnen de afdelingen wordt ingezet op flankerend beleid: daar waar een Hiervoor is een medewerker niet (meer) in staat is de steeds sneller elkaar opvolgende bestemmingsontwikkelingen in de arbeidsinhoud (o.a. als gevolg van basisregistraties) bij reserve te benen zal naar (waardige) alternatieven moeten worden gezocht. Dit beleid beschikbaar van zal additionele kosten met zich meebrengen. Tevens worden waar nodig € 334K middels persoonlijke ontwikkelgesprekken medewerkers voorbereid op veranderingen in de in- en externe omgeving. Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt.
gemitigeerd
Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden.
gemitigeerd
De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan.
vrijwel nihil
De afspraken met de deelnemers zijn vastgelegd in de aangepaste gemitigeerd dienstverleningsovereenkomst, waarin tevens verwezen wordt naar het besluit van het AB d.d. 27 maart 2014 inzake uittreding. Inmiddels heeft het algemeen bestuur - vooruitlopend op de voorgenomen wijziging van de Wet gemeenschappeljke regelingen- op 25 juni 2020 ingestemd met een geactualiseerde tekst aangaande een uittredingsbepaling. De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe dienen de website en management informatie.
gemitigeerd
Pagina 38 Jaarstukken 2021 BSGR Risico's (vervolg) Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat.
Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling
Vervanging belastingapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zij niet zonder meer met derden mogen delen. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MTvergaderingen). Daarnaast wordt jaarlijks, door medewerkers die zich bezighouden met het onderwerp Privacy en Informatiebeveiliging, een update gegeven van de stand van zaken. Afgelopen jaar is als gevolg van de Coronapandemie deze voorlichting verstrekt via intranet, direct aan de medewerkers gerichte mailberichten en in praktijk is de alertheid van medewerkers op phishingmail en voicephishing getest.
De BSGR stuurt sterk op de kosten.
gemitigeerd
Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 € 1.500K in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande koepelvrijstelling jaarlijks voor de zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, voorzien wij grote deelnemers maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn in 2021 geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is.
Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in de € 1.200K eenmalige licentiekosten. Omdat er nog geen sprake is van een concrete casus kan in de kwantificering uitlsuitend uitgegaan worden van een schatting.
ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk p.m. het WOZ convenant van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid. Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar beleidsvrijheid minder voor de hand liggend. (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.
Pagina 39 Jaarstukken 2021 BSGR Risico's (vervolg) Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer
NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
In de huidige begrotingsmethodiek zijn areaal-ontwikkelingen t/m 2019 in de Gemitigeerd deelnemerbijdrage verdisconteerd. Insteek is eenmaal per drie jaar een update qua areaalontwikkelingen door te rekenen en de kosten hiervan in de begroting mee te nemen. De ultieme wettelijke beperking voor ongewenste effecten NCNP-bureaus € 400K extra laat nog op zich wachten.Weliswaar is de uitkomst van het door de minister per 2022 van Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegde onderzoek naar ongewenste effecten van NCNP-bureaus bekend maar heeft niet geleid tot restrictief beleid. De besluitvorming over het aanvullende door de VNG geinitieerde onderzoek is nog onduidelijk. De BSGR sec kan op deze ontwikkeling weinig invloed uittoefenen. UItgaande van een gelijke stijging bezwaren in 2022 als in 2021 betekent dit een kostenpost van € 300K extra in 2022.
Op basis van de benoemde risico’s is door middel van een risicoweging, op grond van een in gemeenteland gangbare methodiek, een inschatting gemaakt van het financiële risico dat wordt gelopen.
Risico's
risicobedrag
Niet voldoen aan wet- en p.m. regelgeving Vervanging belastingapplicatie € Landelijke ontwikkelingen ICT p.m. zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk p.m. NCNP bezwaren € Berekend risico af: Algemene Reserve* tot max. 5% Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.
1.200.000
400.000
jaar
kans
gewogen
2022 e.v.
0,1 p.m.
2024 2022 e.v.
0,50 € 600.000 0,75 p.m.
2023 2022
0,75 p.m. 0,75 € 300.000 € 900.000 € 695.000 €
205.000
* Op basis van een toevoeging van € 215K vanuit het rekeningresultaat
Pagina 40 Jaarstukken 2021 BSGR Verplichte kengetallen Conform de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: Jaarverslag 2021 Kengetallen Netto schuldquote
Verloop van de kengetallen Real. 2021 -7,1%
Begr. 2021 0,2%
Real. 2020 -4,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-7,1%
0,2%
-4,7%
16,5%
10,3%
7,7%
Structurele exploitatieruimte
2,7%
-1,8%
-1,2%
Grondexploitatie
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bovenstaande kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de BSGR in staat is om aan de financiële verplichtingen op langere termijn te kunnen voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een kengetal van 0,3 tot 0,8 wordt doorgaans als matig tot voldoende gezien. Een lagere ratio geeft aan dat er relatief veel vreemd vermogen is. Gezien de aard van de BSGR, die gelegen is in het innen en het doorstorten van gelden, en de keuze voor een beperkt eigen vermogen is een solvabiliteit van 16.5% aan de lage kant maar wel acceptabel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen.
Een kengetal groter dan nihil duidt op structurele ruimte.
Pagina 41 Jaarstukken 2021 BSGR 3.3.2 Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het treasurybeheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut. Het Treasurystatuut is in 2021 geactualiseerd naar aanleiding van de wijziging van huisbankier en de gemiddelde rating en in de vergadering van 17 november 2021 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het Treasurystatuut zijn tevens de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Krediet- (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koers-, valuta- en debiteurenrisico’s worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk.
De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom binnen de BSGR zijn strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier en daaraan gekoppeld, vanwege het schatkistbankieren, op twee rekeningen courant bij het agentschap van het Ministerie van Financiën. Kasgeldlimiet en renterisiconorm De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. In 2021 is, net als in de voorgaande jaren, geen gebruik gemaakt van kortlopende of langlopende financiering. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren moet de BSGR een rekening-courant bij de Schatkist aanhouden waar de overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden.
De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met de Schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze in de Schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt voor de eerste helft van 2021 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250K. Voor de tweede helft van 2021 geldt een drempelbedrag van 2,00% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000K. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht.
x € 1.000 Drempelbedrag Drempelbedrag Gemiddeld werkelijk Verschil
1e kwartaal 2021 250 0 250
2e kwartaal 2021 250 0 250
3e kwartaal 2021 1.000 0 1.000
4e kwartaal 2021
Gemiddeld 2021
1.000 0 1.000
625 0 625
Pagina 42 Jaarstukken 2021 BSGR Huisbankier ING Bank is vanaf 1 januari 2016 de huisbankier en is dit na de aanbesteding in 2020 opnieuw geworden. EMU-saldo Als gevolg van de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Dit maximale tekort van 3% van Nederland geldt ook voor de decentrale overheden. Aangezien er sprake is van een negatief saldo draagt de BSGR in gunstige zin bij aan het EMU-saldo van de decentrale overheden. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: EMU saldo 2021 Omschrijving Realisatie 2021 Begroting 2021 Realisatie 2020 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves -377 -190 615 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 137 137 214 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa -82 -159 -105 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo -322 -212 724
Dat het saldo 2021 zoveel anders is als 2020 komt doordat het exploitatiesaldo in 2020 lager uitkwam vergeleken met 2021 .
3.3.3 Prognose EMU-saldo Conform de artikelen 3 en 4 BBV onderstaand een meerjarige doorwerking van het EMU saldo. Omschrijving
realisatie 2021 Begroting 2021
Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 gewijzigd
1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten
377137
190137
240 249
249
249
249
82-
159-
593-
125-
125-
125-
Saldo
-322
-212
-104
124
124
124
Pagina 43 Jaarstukken 2021 BSGR 3.3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Begin 2021 is de formele functieformatie uitgebreid met 25 fte als gevolg van de toetreding van de gemeente Velsen (8 fte) per 1 januari 2021 en het herijken van de functieformatie. De herijking van de functieformatie heeft plaatsgevonden op verzoek van de Ondernemingsraad in het kader van onderzoek naar de werkdruk binnen de BSGR. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de structurele formatie moest worden opgehoogd van 92,95 fte naar 117,95 fte. De toename van fte vindt met name plaats op de afdeling WOZ met 21fte en wordt naast de toetreding van de gemeente Velsen veroorzaakt door Areaal-uitbreiding, een enorme toename in de (No Cure-No Pay) bezwaren en stringentere eisen vanuit de waarderingskamer. Deze benodigde toename werd de afgelopen jaren al grotendeels door inhuur ingevuld. Door inhuur om te zetten in structurele formatieplaatsen en de grote flexibele schil af te bouwen kan de aangepaste functieformatie budgettair neutraal binnen de bestaande personeelsbudgetten (incl. het extra budget voor de afdeling WOZ als gevolg van areaaluitbreidingen) worden vormgegeven. Echter als gevolg van het aantrekken van de arbeidsmarkt in 2021 is er het afgelopen jaar een enorme vraag naar personeel ontstaan in allerlei sectoren. Gekwalificeerde medewerkers zijn schaars en lastig vast te houden.
Dit is ook terug te zien in de cijfers. Dit jaar heeft de BSGR nog 22 medewerkers weten aan te trekken, 12 medewerkers daarentegen hebben de organisatie verlaten. Van een aantal medewerkers dat uit dienst is getreden is bekend dat zij zich financieel zeer aanzienlijk hebben kunnen verbeteren. Als de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren doorzet en ook de lonen gaan stijgen moet de BSGR rekeninghouden met het feit dat de vacatureruimte mogelijk eerder toe dan afneemt. De vraag is of de overeengekomen loonsverhoging in de nieuwe cao 2021-2023 van 3,9 % afdoende blijkt te zijn. Mocht dit niet het geval zijn dan kan een toenemend gebruik van arbeidsmarkttoeslagen voor cruciale medewerkers mogelijk (deels) soelaas bieden. Dit betekent extra kosten, inhuur is echter nog veel duurder.
Het bezettingsoverzicht inclusief inhuur/ per eind december 2021 ziet er als volgt uit:
Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totalen
Formele Aantal FTE ingevuld Bezetting (FTE) formatie 01medewerkers middels inhuur 31-12-2021 01-2021 31-12-2021 31-12-2021 31,2 24,78 6,42 3,39 26,6 22,17 4,43 1,00 49,5 36,14 13,36 14,98 10,65 10,59 0,06 0,00 117,95 93,68 24,27 19,37
** de inhuur bij Heffen betreft met name applicatiebeheer. Als gevolg van de transitie naar de SaaS zijn deze nog wel als structurele vacatures meegenomen maar de verwachting is dat deze vacatures na SaaS niet meer nodig zijn. Op 31 december 2021 bedraagt de formele vacatureruimte 24,27fte. Omdat 19,37 fte van de structurele vacatures wordt ingevuld door inhuur bedraagt de vacatureruimte feitelijk eind december 4,9 fte. Doordat de inhuur met name bij de afdeling WOZ sterk fluctueert is er enigszins sprake van een vertekend beeld op de peildatum van 31 december 2021. Gedurende het jaar is het aantal niet ingevulde vacatures hoger geweest.
Flankerend beleid In september 2018 is door het algemeen bestuur het BSGR Strategisch Personeelsplan 2019-2022 vastgesteld. Als gevolg van de vergaande ontwikkelingen in digitalisering van het belastingdomein was destijds de verwachting dat er op termijn, bij gelijkblijvende omstandigheden, mogelijk minder
Pagina 44 Jaarstukken 2021 BSGR medewerkers nodig waren. Helaas hebben de basisregistraties nog niet geleid tot vergaande efficiency en een gewenste kwaliteitsslag. Mede dankzij forse investeringen in opleidingen hebben veel medewerkers de digitale slag gelukkig de afgelopen jaren kunnen maken waardoor het volledige budget flankerend beleid tot en met 2022 mogelijk niet meer geheel nodig is. De overspannen arbeidsmarkt draagt hier overigens ook in positieve zin aan bij. In de zomer van 2021 is het benodigd budget flankerend beleid in lijn gebracht en verlaagd van 186K naar 60K. De daadwerkelijke uitputting over 2021 bedraagt echter slechts 36K. Hybride werken De BSGR is voornemens na “afloop” van de coronacrisis officieel hybride werken in te voeren. De Ondernemingsraad en medewerkers staan hier positief tegenover. Het streven is naar een dagelijkse bezettingsgraad op kantoor van 50%-60% van het personeelsbestand. Medewerkers hebben inmiddels kunnen aangeven hoeveel dagen zij thuis/ op kantoor willen werken. In 2021 is een landelijke werkgroep van start gegaan die zich op dit moment buigt over de fiscale aspecten van een aantal arbeidsvoorwaarden zoals de reiskostenvergoeding woon-werk, een thuiswerkvergoeding en arbo faciliteiten. Het advies van deze landelijke werkgroep wordt in de loop van 2022 verwacht.
Verzuim Eind december 2021 bedroeg het ziekteverzuim 3,49%, een zeer laag percentage. Het verzuimpercentage komt met 0,35% net iets hoger uit dan het verzuimpercentage over dezelfde periode in 2020 (3,14%). Het kort verzuim bedroeg over heel 2021, 0,69%, het middellang verzuim 0,62% en het langdurig verzuim 2,18%. Opvallend is dat het voortduren van de coronacrisis in 2021 binnen de BSGR niet geleid heeft tot een significante stijging van het ziekteverzuim. Het ziekteverzuimpercentage wordt veroorzaakt door het relatief hoge aantal langdurig zieken bij de afdeling I&I en in iets mindere mate bij de afdeling Heffen. Het langdurig verzuim heeft in alle gevallen een medische oorzaak en is niet werkgerelateerd. Daarmee kan mogelijk voorzichtig geconstateerd worden dat het grotendeels thuiswerken van medewerkers niet heeft geleid tot een stijging van het verzuim maar zelfs een gunstige uitwerking op het kort verzuim lijkt te hebben.
Het ziekteverzuim per afdeling tot en met 31 december 2021 ziet er als volgt uit:
Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totalen
Ziekteverzuim % Meldingsfrequentie Ziekteverzuim % Meldingsfrequentie tot en met 31 tot en met 31 tot en met 31 tot en met 31 december 2021 december 2021 december 2020 december 2020 3,49 0,91 3,21 0,62 2,04 0,68 2,37 0,5 6,98 0,82 4,74 0,61 0,22 0,2 0,27 0,2 3,49 0,76 3,14 0,54
Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties Sinds de invoering van de WNRA op 1 januari 2020 valt de BSGR onder de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (Cao SGO). De cao SGO 2021-2023 is identiek aan de cao Gemeenten en op 27 januari 2022 bekrachtigd door het bestuur van de WSGO. De totstandkoming van de nieuwe cao was een moeizaam proces. Nadat in november 2020 de onderhandelingen waren opgestart hebben de vakbonden uit onvrede over het loonaanbod de onderhandelingen op 19 februari 2021 voor onbepaalde tijd opgeschort. Pas in de loop van september 2022 zijn de onderhandelingen hervat wat resulteerde in een principeakkoord op 3 november 2021. De belangrijkste afspraken die de werkgeversorganisaties en vakbonden zijn overeengekomen zijn: - Gedurende de looptijd van de cao een structurele loonsverhoging van 3,9 %. Medewerkers ontvangen met terugwerkende kracht per december 2021 een salarisverhoging van 1,5% en per 1 april 2022 een salarisverhoging van 2,4%.
Pagina 45 Jaarstukken 2021 BSGR -
-
-
-
Een eenmalige uitkering van €1200 voor alle werknemers waarvan € 300 als tegemoetkoming in de coronacrisis. Bepalend voor de hoogte van de eenmalige tegemoetkoming is de omvang van het dienst verband op de peildatum 3 november 2021. Niet relevant is hoe lang medewerkers gedurende het jaar al in dienst zijn op de peildatum. Een thuiswerkvergoeding van €2,- per dag. Vanaf 1 januari 2022 krijgen medewerkers een tegemoetkoming in de onkosten voor de dagen waarop er thuis wordt gewerkt. De thuiswerkvergoeding wordt voorlopig voor één jaar toegekend. Op landelijk niveau worden er namelijk het komende jaar arbeidsvoorwaardelijke (integrale) afspraken gemaakt over de fiscale aspecten m.b.t. de thuiswerk-, en reiskostenvergoeding en het beschikbaar stellen van arbo faciliteiten. Harmonisatie van het bovenwettelijk verlof. Per 1 januari 2023 hebben medewerkers naar rato van de arbeidsduur recht op 43,2 uur bovenwettelijk verlof op jaarbasis. Voor medewerkers < 60 jaar die nu aanspraak hebben op meer dan 43,2 uur bovenwettelijke verlofuren geldt dat deze bovenwettelijke uren de komende jaren geleidelijk worden afgebouwd naar het maximum toegestane niveau. Voor medewerkers van 60 jaar en ouder geldt dat zij hun bovenwettelijke verlofuren boven de 43,2 uur behouden. Verlofsparen.
Vanaf 1 januari 2022 is het mogelijk bovenwettelijke verlofuren in het kader van vitaliteitsbeleid en duurzame inzetbaarheid van medewerkers in te zetten voor verlofsparen. Bovenwettelijke verlofuren komen na 5 jaar niet meer te vervallen en kunnen benut worden voor een sabbatical of het eerder stoppen met werken. Het maximale aantal bovenwettelijke verlofuren dat mag worden gespaard bedraagt 3600 uur.
Aanbesteding uitzendkrachten Omdat de huidige overeenkomst met onze preferred supplier EP’92 op 31 januari 2022 afliep is begin 2021 besloten tot het opstarten van een aanbestedingsprocedure. De aanbestedingsprocedure van de uitzendtender is inmiddels afgerond. Ook de komende jaren is EP’92 de preferred supplier van uitzendkrachten binnen de BSGR.
Klachten Op basis van de Klachtenregeling BSGR is er sprake van een klacht indien men vindt dat men door (één van de medewerkers van) de BSGR verkeerd is behandeld, of als men foutief is geïnformeerd vanuit de BSGR. Klachten kunnen op verschillende wijzen naar de BSGR worden geuit: telefonisch, schriftelijk, middels een fysieke brief of via de mail. Daarnaast kunnen klachten ook via de afzonderlijke deelnemers bij de BSGR aanhangig worden gemaakt. Medio 2017 is besloten om op de website van de BSGR geen ‘digitaal’ klachtenformulier 1 meer beschikbaar te stellen. Reden hiertoe was dat het merendeel van de reacties die via het digitale klachtenformulier werden ingediend geen klacht was, maar een bezwaarschrift of vraag met betrekking tot een aanslag, de invordering of kwijtschelding daarvan. Dit liet na afschaffing daarvan dan ook een dalend verloop zien in het aantal reacties dat onder de vlag met beschrijving ‘klacht’ werd ingediend. Het aantal reacties dat sindsdien als ‘klacht’ wordt aangemeld is stabiel. Ook in 2021 ligt dit aantal weer op een vergelijkbaar niveau als in voorgaande jaren. Wel is een tendens waarneembaar dat men een klacht indient op het moment dat men bijv. in een bezwaar- of beroepsprocedure niet in het gelijk wordt gesteld. In voorkomende gevallen wordt daarnaast ook nog een beroep gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur.
1 Er is via de website van de BSGR wel een handmatig in te vullen klachtenformulier beschikbaar gesteld.
Pagina 46 Jaarstukken 2021 BSGR Jaar
Reacties Klachten Gegrond 2017 2018 2019 2020 2021
216 42 44 43 51
49 21 29 21 26
19 5 18 11 11
reacties en klachten 250 200 150 100 50 0 2017
2018 gegronde klacht
2019 ongegronde klacht
2020
2021
reactie
Er zijn in 2021 51 reacties ingekomen, die door de indieners of medewerkers van de BSGR als ‘klacht’ werden bestempeld. Zesentwintig van deze reacties kunnen, in meer of mindere mate, ook daadwerkelijk als klacht worden gecategoriseerd. De overige ingekomen reacties betroffen vragen of bezwaarschriften. Van de ingediende klachten waren er ‘slechts’ 11 deels of geheel gegrond. Klachten die deels of geheel gegrond zijn verklaard, hadden betrekking op: Onduidelijke communicatie in een brief, doordat deels tegenstrijdige informatie in een brief werd vermeld (zinsnede per abuis niet verwijderd uit de brief) of onduidelijk was waarom een aanslag werd opgelegd c.q. werd ingetrokken, Het uitblijven van een reactie op een brief of een terugbelverzoek, Het, alhoewel wettelijk correct, gelijktijdig opleggen van belastingaanslagen over drie jaar zonder daarbij enige nadere toelichting te geven, Schending van privacy, waarbij een kopie van een verminderingsbesluit ten onrechte is toegezonden aan de huisgenoot van een belastingplichtige, Wachttijd aan de telefoon c.q. bereikbaarheid van de BSGR, welke deels een gevolg was van de beperkte openstellingstijden in verband met Corona begin 2021, Niet correcte verwerking van uitspraken op bezwaar over eerdere jaren waardoor opnieuw, ten onrechte, een belastingaanslag werd opgelegd.
Externe klachtafhandeling Indien men het niet eens is met de wijze waarop een klacht is afgedaan door de BSGR, dan kan men zich wenden tot de Nationale ombudsman. Uit de rapportage die van de Nationale ombudsman is verkregen over 2021 (periode tot en met 31 december 2021) zijn er totaal dertig verzoeken bij de Nationale ombudsman ingediend. Het merendeel
Pagina 47 Jaarstukken 2021 BSGR van deze ingekomen verzoeken heeft de Nationale ombudsman blijkbaar zelf afgedaan , gelet op het feit dat er vanuit de Nationale ombudsman ‘slechts’ negen verzoeken bij de BSGR zijn ingediend met de vraag om hierop een nadere reactie te geven dan wel deze zelf als klacht in behandeling te nemen. Van de negen dossiers die de ombudsman bij de BSGR heeft aangekaart hebben er vier betrekking op afgewezen verzoeken tot kwijtschelding. Nadat drie van de dossiers nogmaals zijn beoordeeld vanuit de BSGR is in alle gevallen het eerder genomen besluit niet herzien. Ten aanzien van één dossier vindt er in 2022 nog een gesprek plaats met de klager. Vier van de overige dossiers betroffen zaken die niet in eerste instantie bij de BSGR als klacht aanhangig waren gemaakt en die daarom bij de BSGR ter primaire behandeling werden neergelegd. Daarbij betrof het in:
Eén casus die als bezwaarschrift in behandeling is genomen, Eén casus waarbij het verzoek werd gedaan om de te naamstelling van de aanslag te wijzigen, Eén casus die, met een verduidelijkte toelichting, kon worden opgelost, Eén casus waarbij vanuit de BSGR geen reactie was gegeven op een door de klager aan één van de deelnemers toegezonden brief bedoeld voor de BSGR (Nb. bij navraag bleek deze brief ook aldaar niet aanwezig),
De laatste casus betrof een vervolg op een eerder bij de BSGR gevoerde klachtenprocedure, over uitgevraagde WOZ-gegevens die zowel in een gevoerde bezwaar- en beroepsprocedure (WOZ-waarde 2019) als mede in een aanhangig gemaakte Wob procedure niet zijn verstrekt. In deze casus is, na overleg met de ombudsman, in een hoorzitting op de WOZ-bezwaren over 2020 en 2021 van cliënt nog aanvullend een nadere toelichting gegeven. Impact corona-virus Bij de jaarrekening 2020 is voor het eerst melding gemaakt van de impact van de coronacrisis. Voor 2021 is er een tweetal gezichtsvelden te onderscheiden, te weten de impact op de bedrijfsvoering en de impact op de belastingprocessen. Bedrijfsvoering Voor de dagelijkse procesgang zijn de gevolgen van de coronacrisis gering geweest. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat de BSGR plaats- en tijdsonafhankelijk kan werken, Om dit verder te faciliteren zijn extra laptops aangeschaft voor medewerkers. De extra kosten die hiermee gemoeid zijn bedragen € 5K. Daarnaast is er vanuit de nieuwe cao voor iedere medewerker een tegemoetkoming van € 300 per persoon bestemd als tegemoetkoming in de coronacrisis. Het hiermee gemoeide bedrag bedraagt in totaal € 27K. Daartegenover staan lagere reiskosten (ca. € 8K) en lagere opleidingskosten (ca. € 38K).