1c Bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b, 58, Bijlagen
Tekst van het document
36
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
2. Vervangingsvraag door transformatie bestaande werklocaties: circa 25 hectare binnen 10 jaar Als gevolg van transformatie van bestaande bedrijventerreinen verwachten we een vervangingsvraag van circa 25hectare in Midden-Holland tot en met 2040. Dit is een forse transformatieopgave, namelijk bijna 5% van de huidige uitgegeven voorraad. Het faciliteren van de ruimtevraag die voortkomt uit de transformatie van bestaande bedrijventerreinen is afhankelijk van de compensatieplannen van de individuele gemeenten waar transformatieplannen spelen. Voor circa 25 hectare is de verwachting dat de uitvoering van de transformatie binnen nu en 10 jaar start. Voor vrijwel alle te verplaatsen bedrijven is de compensatielocatie reeds bekend of wordt momenteel onderzocht hoe deze ruimte kan worden geboden. Tabel 8: geïnventariseerde vervangingsvraag regio Midden-Holland Gemeente
Transformatielocatie
Start transformatie
Te transformeren oppervlakte (netto hectare)
Indicatieve vervanging s-vraag
Status / hoe concreet is het plan?
BodegravenReeuwijk
Doortocht
0 tot 5 jaar
2,0 hectare
2,0 hectare
BodegravenReeuwijk
Dronenhoek
0 tot 5 jaar
3,9 hectare
3,5 hectare
Overeenkomst met ontwikkelaar/ BP in voorbereiding Ontwerp BP wordt opgesteld op basis van door PZH geaccordeerd voorontwerp.
BodegravenReeuwijk
Weypoort II
0 tot 5 jaar
0,0 hectare
0,0 hectare
Inmiddels afgerond
BodegravenReeuwijk
Willem de Zwijgerstraat
0 tot 5 jaar
0,3 hectare
0,3 hectare
Bestemmingswijzigingen naar wonen per perceel
Structuurvisie/ Toekomstvisie Bodegraven-Reeuwijk
BodegravenReeuwijk
Zoutman – oostelijk deel
0 tot 5 jaar
2,0 hectare
2,0 hectare
Antwerpseweg
5 tot 10 jaar
2,5 hectare
1,3 hectare
Planvorming in ontwikkeling/ studie naar geleidelijke transformatie Oostelijke rand terrein In verkenning
Gouda
Waar staat het transformatieplan in vermeld? Structuurvisie/ Toekomstvisie Bodegraven-Reeuwijk Structuurvisie/ Toekomstvisie Bodegraven-Reeuwijk/ Stedenbouwkundig plan Hofjes van Dronen 2403-2021 Bestemmingsplan gewijzigd naar wonen
Compensatielocatie (indien bekend)
Compensatielocatie op de provinciale 3ha kaart?
In welke stukken staat deze compensatielocatie beschreven? Bedrijvenvisie 2030-2040
Op Rijnhoek II
procedure loopt
Op Rijnhoek II
procedure loopt
Bedrijvenvisie BodegravenReeuwijk 20302040
Bedrijven zijn vertrokken naar Alphen a.d. Rijn en Woerden Op Rijnhoek II
n.v.t
n.v.t
procedure loopt
Structuurvisie/ Toekomstvisie Bodegraven-Reeuwijk
Op Zoutman West
ja
Ontwikkelperspectief Spoorzone; Omgevingsvisie Gouda
Uit te voeren door intensivering op de Goudse Poort en schuifpuzzel Goudse Poort/Kromme Gouwe, inzet Vliegende Brigade
n.v.t
Bedrijvenvisie BodegravenReeuwijk 20302040 Bedrijvenvisie BodegravenReeuwijk 20302040 n.v.t
37
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
Gouda
Kromme Gouwe – oost Lomboklocatie
5 tot 10 jaar
3,8 hectare
1,9 hectare
Niet concreet
0 tot 5 jaar
1,1 hectare
1,1 hectare
Samenwerkingsovereenk omst
Krimpenerwaard
Galgoord
0 tot 5 jaar
3,8 hectare
1,5 hectare
Ontwerp bestemmingsplan
Krimpenerwaard
Schoonhoven Noord
0 tot 5 jaar
4,3 hectare
2 hectare
Krimpenerwaard Waddinxveen
Zaag
Onbekend
Onbekend
Noordkade
0 tot 5 jaar
Zuid
Gouda
Waddinxveen Waddinxveen
Zuidplas
n.v.t
n.v.t
n.v.t
n.v.t
Ambtelijk memo aan de provincie, datum: 14 maart 2022.
Structuurvisie 2020
Inzet op feitelijke compensatie, uitgezonderd van behoud van 500 m² bedrijfsbestemming (relaishuis). Rangeerterrein/overslagstation is niet in gebruik en door Prorail uit het gebied verwijderd De Nieuwe Wetering IV
Ja
In voorbereiding
Structuurvisie 2020
De Nieuwe Wetering IV
Ja
Onbekend
Niet concreet
n.v.t
n.v.t
n.v.t
Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering IV Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering IV n.v.t
14,0 hectare
8,4 hectare
In uitvoering
Businesspark Vredenburgh 2e fase
Ja
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Niet concreet
n.v.t
n.v.t
n.v.t
Wilhelminakade
0 tot 5 jaar
1,8 hectare
1,8 hectare
Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 Principebesluit, ontwerp bestemmingsplan is ter inzage geweest. Binnenkort voorgelegd aan gemeenteraad.
Zuidelijke rondweg (gelegen achter Akkeroord)
n.v.t
n.v.t.
Nijverheidscentrum
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Omgevingsvisie Zuidplas, de gemeenteraad heeft de omgevingsvisie voor Zuidplas op 13 juli 2021 vastgesteld.
n.v.t
n.v.t
n.v.t
Onderdeel van een studie die uitgevoerd wordt in 2023. Transformatie is niet concreet
Bron:Input regiogemeenten (2023) en behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland, Stec Groep, 2021
Bedrijventerreinenvisie 2021-2030 Ontwikkelperspectief Spoorzone; Omgevingsvisie Gouda; Regionale Woningbouwafspraken (2021)
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
38
3. Additionele ruimtevraag: potentiële additionele vraag vanuit grootschalige logistiek Voor Midden-Holland wordt vanuit de provinciale behoefteraming met name potentiële additionele vraag vanuit grootschalige logistiek verwacht. Midden-Holland heeft voor deze doelgroep een sterke propositie met de ligging aan de A12-corridor en heeft naar verwachting in de toekomst ook aanbod voor deze doelgroep. Bovendien heeft Midden-Holland in het verleden al additionele vraag vanuit grootschalige logistieke bedrijven gehuisvest. Voorbeelden zijn het distributiecentrum van Lidl in 2013 (nieuwe activiteit), en het distributiecentrum van ontwikkelaar Montea voor Isero (vanuit Woerden) en Dille & Kamille (vanuit Zoetermeer). De doorgroei in dit segment behoort daarom nu ook deels tot de autonome uitbreidingsvraag voor de regio. De additionele vraag kan een belangrijk stempel drukken op de totale kwantitatieve ruimtevraag en het is daarom wezenlijk om hiervoor ruimte beschikbaar te maken. Uiteraard alleen als de keuze wordt gemaakt om (alle) additionele ruimtevraag te faciliteren.
B.2 Indicatieve vraag- aanbodconfrontatie binnen de regio De totale ruimtevraag bestaat uit de uitbreidingsvraag plus vervangingsvraag. De bandbreedte van de totale ruimtevraag in Midden-Holland in de periode 2021 tot en met 2030 is 78 tot 121 hectare bedrijventerrein. Dit betekent een gemiddelde jaarlijkse vraag van circa 7 tot 12 hectare. De bovenkant van de bandbreedte ligt iets boven de langjarige (2005-2019) historische uitgifte in de regio. Fors tekort aan (hard) planaanbod in de regio Binnen de regio is er nog nauwelijks aanbod van bedrijventerreinen: verspreid over de gehele regio is er slechts circa 3 hectare uitgeefbaar aanbod. Hiermee is er sprake van een fors tekort aan hard planaanbod. In het WLO-laag scenario is er sprake van een behoefte van maximaal 78 hectare, en in het WLO-hoog scenario is sprake van een behoefte van maximaal 121 hectare tot en met 2030. We merken daarbij op dat de component vervangingsvraag een onzekere factor is (want afhankelijk van de daadwerkelijke realisatie en eventuele compenserende maatregelen, zoals alternatief aanbod), en dat additionele vraag hierin niet is meegerekend. Veel zachte plannen in de regio, sterk verschil in planstatus tussen plannen Naast de harde plannen zijn er diverse zachte plannen in Midden-Holland, in totaal goed voor zo’n 145 hectare. Dit zijn plannen waarvoor nog een bestemmingsplan moet worden vastgesteld.
De status van zachte plannen kan sterk verschillen (van idee tot afgestemd in de regio tot voorontwerp bestemmingsplan). In onderstaande tabel de programmering van nieuwe plannen. De programmering geeft de kwantitatieve ruimte weer die iedere gemeente heeft om plannen tot ontwikkeling te brengen. Het zachte planaanbod is dynamisch en verandert door de tijd, onderstaande tabel is dus een momentopname en kan in de toekomst qua locaties en hectares (sterk) verschillen. In het programma (opgenomen vanuit de kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland (2019) is onderscheid gemaakt in plannen op groen, oranje en rood: • Groen: regionaal akkoord, inzetten op ontwikkeling (maar geen ontwikkelverplichting). • Oranje: regionaal akkoord onder voorwaarde (zie kolom ‘opmerkingen’), bijvoorbeeld een fase 2. • Rood: geen ontwikkeling voorzien voor 2030.
39
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
Tabel 9: Bedrijventerreinen naar status groen, oranje en rood 10 Gemeente
Naam terrein
BodegravenReeuwijk
Rijnhoek II
BodegravenReeuwijk Krimpenerwaard Waddinxveen
Status
Omvang (netto ha) 13,0
Voor reguliergemengd 13,0
Voor XXLlogistiek (vanaf 3 ha) -
Voor HMC
Status provinciale 3 hectare-kaart
-
Zoutman West
7,0
7,0
-
-
Regionaal akkoord in THO december 2022. Overleg met provincie plaatsing op 3ha-kaart loopt Ja
De Nieuwe Wetering IV Businesspark Vredenburgh 2e fase
4,0
4,0
N.t.b.
N.t.b.
Ja
26,0
26,0
-
-
Waddinxveen
ZPP A12 Noord
30,0
N.t.b.
N.t.b.
N.t.b.
Ontwerp herziening Omgevingsbeleid gepland op 20 december 2022 Ja
Zuidplas Zuidplas Zuidplas
Gouwe Park II Doelwijk II Knibbelweg-Oost, Zevenhuizen
19,0 28,0 19,0
19,0 14,0 4,0
15,0
14,0 -
Ja Ja Ja
Totaal 146,0 87,0 15,0 Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland en regiogemeenten, Stec Groep, 2023
14,0
-
Confrontatie vraag-aanbod: ontwikkeling zachte plannen noodzakelijk om in vraag te voorzien Er is binnen de regio Midden-Holland nauwelijks nog uitgeefbare grond op de bestaande bedrijventerreinen. Ontwikkeling van nieuwe terreinen is dus noodzakelijk om in de toekomstige ruimtevraag te kunnen voorzien. Hierbij dragen we zorg dat – in lijn met leidend principe 2 – we verspreid over de regio ruimte bieden voor zowel de ontwikkeling (of uitbreiding) van kleinschalige, lokale bedrijventerreinen in onze kernen als ruimte voor grootschalige, regionale bedrijventerreinen op goede (weg-)ontsloten locaties. Immers: er is vraag (en een tekort) aan beide type bedrijventerreinen. Via regionaal overleg en de werkwijze nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen in Midden-Holland (zie de Werkwijze en stappenplan bij ruimtelijke ontwikkeling) sturen we regionaal op een gezonde balans in nieuw te ontwikkelen terreinen. Figuur 12: Kwantitatieve vraag-aanbodverhouding Midden-Holland in netto hectare (2021 t/m 2030) 200 150
Zacht planaanbod
100
Hard planaanbod
50 0
Vervangingsvraag Ruimtevraag 2021 t/m 2030 WLO laag
Ruimtevraag 2021 t/m 2030 WLO hoog
Planaanbod
Uitbreidingsvraag
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland, Stec Groep, 2021
Voor Krimpenerwaard geldt een horizon van 2030 waarbij uit de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie een ruimtevraag naar 23 hectare aan bedrijventerreinen nodig blijkt, inclusief (transformatie)behoeften vanuit solitaire bedrijfslocaties, voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven. Met het uitwerken van een Bedrijventerreinvisie/strategie Krimpenerwaard worden de mogelijkheden en zoekgebieden nader bekeken.
10
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
40
Bijlage C: Strategische opgaven in de regio
KWALITEITSPASPOORTEN PER BEDRIJVENTERREIN ALS UITGANGSPOSITIE VOOR OPGAVEN Voor alle bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland is een kwaliteitspaspoort opgesteld. Hierin wordt de uitgangspositie van het terrein uiteen gezet, als belangrijke springplank voor de uiteindelijke strategische (regionale) opgaven. Per terrein is onder andere in beeld gebracht hoe de werkgelegenheid is verdeeld, de leegstand op het terrein en mogelijkheden in het bestemmingsplan. Ook is inzichtelijk gemaakt (voor terreinen groter dan 5 hectare) hoe intensief de terreinen worden benut. De paspoorten zijn verwerkt in het interactieve (online) dashboard PowerBI. Klik op de button hiernaast om naar het dashboard te gaan. In bijlage A is ook een korte gebruikershandleiding opgenomen.
C.1 Krapte op de bedrijventerreinenmarkt, nieuwe ontwikkeling noodzakelijk Zoals eerder opgemerkt in hoofdstuk 4, is er sprake van een zeer krappe bedrijventerreinenmarkt in de regio Midden-Holland. Er zijn nauwelijks nog uitgeefbare kavels, terwijl de totale verwachte vraag (inclusief vervangingsvraag) naar bedrijventerreinen tot en met 2030 naar verwachting zal liggen tussen de 78 en 121 hectare. Opvang in bestaande voorraad sporadisch mogelijk, nauwelijks leegstand van bedrijfsvastgoed Naast de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, is de opvang van ruimtevraag in de bestaande voorraad een belangrijke indicator. In hoeverre staan bedrijfspanden in de regio leeg en zijn deze geschikt om de verwachte uitbreidingsvraag te kunnen huisvesten? Over de gehele regio gezien is er echter nauwelijks leegstand op de bedrijventerreinen. Regio-breed gezien wordt nog geen 2% van het bedrijfsvastgoed aangeboden. De totale leegstand in de regio is dus laag en onder frictieniveau. Een frictieleegstand van circa 5% betekent een gezonde leegstand: bedrijven met een acute ruimtevraag of bedrijven die een ander pand zoeken, hebben bij frictieleegstand enige schuifruimte. In de huidige situatie in zitten bedrijven ‘klem’: er is nauwelijks mogelijkheid om uit te breiden door bijvoorbeeld het pand van de buren of elders op het terrein aan te kopen.
NAUWELIJKS LEEGSTAND BEDRIJFSVASTGOED, KANTORENLEEGSTAND VRAAGT AANDACHT Waar het bedrijfsvastgoed op de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland nauwelijks leeg staat, kent de kantorenvoorraad op de bedrijventerreinen wel significante leegstand. In de meest recente Kantorenstrategie Midden-Holland (2019) lag het leegstandspercentage op de totale kantorenvoorraad op circa 20%. Inmiddels is de kantorenleegstand in de regio echter wel gedaald. De leegstand van de kantoorpanden concerteert zich met name op een aantal locaties. Hierin drukt vooral de leegstand op Goudse Poort (Gouda) en Reeuwijkse Poort (Bodegraven-Reeuwijk) een nadrukkelijke stempel op het totaal. In de kantorenstrategie is dan ook een afwegingskader voor transformatie van kantoorruimte en het schrappen van overaanbod aan planmeters kantoren opgenomen om de leegstand van kantoren in de regio terug te brengen naar een ‘gezond’ leegstandspercentage.
41
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
C.1.1 Optie 1: toevoegen nieuwe bedrijventerreinen op ‘greenfields’ Om in de toekomstige ruimtevraag te kunnen voorzien, is ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen op ‘greenfields’ – in de onbebouwde ruimte – noodzakelijk. Hierin is het van belang een goede afweging te maken welk type bedrijventerrein er ontwikkeld zal worden (denk bijvoorbeeld aan regulier-gemengd, logistiek of ruimte voor bedrijven met een hogere milieucategorie). Goede regionale afspraken over de te ontwikkelen bedrijventerreinen zijn dan ook nodig: niet alle zachte plannen kunnen tegelijkertijd ontwikkeld worden. Dit leidt tot overaanbod van terreinen in de regio. Bepaalde profilering opgenomen in economische visie, wees selectief bij nieuwvestiging bedrijven In de in 2020 opgestelde economische visie is opgenomen dat de regio zich wil profileren als het centrum voor modern technisch vakmanschap in de Randstad. Ook zal de regio onder andere dienen als ‘best practice’ in transport, logistiek en distributie. Een optie is bijvoorbeeld selectiever te zijn met de uitgifte van nieuwe bedrijfsgronden. Denk primair aan nieuwvestigers van ‘buitenaf’ gezien de grote druk op de ruimte. Overweeg vestigingscriteria op te stellen voor nieuwe bedrijvigheid, zodat deze passend zijn binnen het beoogde regionale profiel of van absolute meerwaarde zijn voor de regionale economie.
In uitzonderlijke gevallen zou dit criterium ook kunnen worden toegepast op uitbreidingsvraagstukken vanuit al aanwezige bedrijvigheid. C.1.2 Optie 2: beter benutten van de bestaande voorraad: ruimtewinst door intensiveren Naast het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen, moet er worden gekeken naar het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen. Door het intensiever gebruik te maken van de beschikbare ruimte (denk aan het benutten van het bebouwingspercentage of bouwhoogte) kan mogelijk een gedeelte van de ruimtevraag op de bestaande terreinen worden opgevangen. Hoge bebouwingsdichtheid: kavels zijn over het algemeen intensief bebouwd De floor space index (FSI) geeft inzicht in de bebouwingsdichtheid (inclusief verdiepingen). De FSI is de verhouding tussen bebouwde vloeroppervlak en de netto uitgegeven oppervlakte. Een FSI lager dan 1 geeft aan dat het bruto vloeroppervlak op een kavel (inclusief verdiepingen) lager is dan het netto oppervlak van het kavel. Hoe meer verdiepingen een pand telt, hoe hoger de FSI. Een lage FSI houdt in dat bedrijfskavels relatief extensief bebouwd zijn. Landelijk zien we een FSI van 0,5 tot 0,7 op regulier gemengd bedrijventerrein. Voor meer industriële en logistieke locaties ligt dit vaak (fors) lager, gezien de extra buitenruimte voor bijvoorbeeld vrachtwagenbewegingen of buitenopslag van grondstoffen.
Voor meer kantoorachtige en hoogwaardige bedrijventerreinen is een FSI tussen 1 en tot 2 realistisch. Gemeenten met hoger aandeel kantoorachtige bedrijven kennen hoge FSI Over het algemeen zien we dat de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland intensief worden bebouwd. In de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas zien we een bovengemiddelde bebouwingsdichtheid op de bedrijventerreinen. Krimpenerwaard scoort gemiddeld ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Figuur 13: Gemiddelde FSI per gemeente Zuidplas
Waddinxveen
Landelijk bandbreedte
Krimpenerwaard
voor reguliere
Gouda
gemengde BT
Bodegraven-Reeuwijk 0,5
0,55
0,6
Bron: IBIS, LISA en BAG, bewerking Stec Groep 2022
0,65
0,7
0,75
0,8
0,85
0,9
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
42
Bestaande voorraad is beter te benutten, echter weinig laaghangend fruit De bebouwingsdichtheid op de individuele bedrijventerreinen en kavels binnen de regio Midden-Holland verschilt echter sterk. Logistieke terrreinen als Distripark A12 en Logistiek Park A12 kennen een lage FSI, terwijl terreinen als Goudse Poort en Broekvelden een hoge FSI hebben. Kijk voor een uitgebreide analyse van de arbeidsintensiteit op terrein- en kavelniveau op het tabblad ‘Floor Space Index ’ van de PowerBI. Figuur 14: Voorbeeld lage, gemiddelde en sterk bovengemiddelde FSI in de regio (op terreinniveau)
Bron: IBIS, BAG en Kadaster, bewerking Stec Groep 2022
In welke mate intensiveren daadwerkelijk een mogelijkheid is hangt af van het type bedrijvigheid dat zich daar huisvest. Zo is voor bijvoorbeeld logistieke en industriële bedrijvigheid een ruim opgezette kavel met voldoende opslag-, parkeer- en manoeuvreerruimte en hierbij automatisch een lagere FSI cruciaal voor de bedrijfsvoering. Voor bijvoorbeeld bedrijven waarbij parkeren een aanzienlijk deel van het maaiveld in gebruik neemt, is wel een ruimtewinst haalbaar. Denk bijvoorbeeld aan parkeeroplossingen op het dak. Figuur 15: Lage FSI door bedrijfsactiviteit (links) en mogelijk intensiveringsmogelijkheden (rechts)
Naast intensiveren in de breedte ook kijken naar mogelijkheden in de hoogte Het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen kan niet alleen worden gerealiseerd door het verhogen van de FSI door kavels intensiever te bebouwen, ook kan worden gekeken naar het beter benutten van de bouwhoogte. Op de meeste bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland ligt de maximale bouwhoogte tussen 10 tot 15 meter. Hiermee is bedrijfsvastgoed met 2 á 3 bouwlagen goed haalbaar. Uiteraard is het maximaal benutten van de bouwhoogte op bestaande terreinen lastig te realiseren. Een extra laag toevoegen op bestaand vastgoed kan lastig zijn in verband met de bouwconstructie of de huidige eindgebruiker heeft geen behoefte aan extra bedrijfsruimte. Bij herontwikkeling van bestaande kavels of vastgoed kan hier echter wel op worden gestuurd: denk bijvoorbeeld aan het opleggen van een minimale bouwhoogte.
Kromme Gouwe
Goudse Poort
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
43
Naast intensiveren in de breedte ook kijken naar mogelijkheden in de hoogte Het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen kan niet alleen worden gerealiseerd door het verhogen van de FSI door kavels intensiever te bebouwen, ook kan worden gekeken naar het beter benutten van de bouwhoogte. Op de meeste bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland ligt de maximale bouwhoogte tussen 10 tot 15 meter. Hiermee is bedrijfsvastgoed met 2 á 3 bouwlagen goed haalbaar. Uiteraard is het maximaal benutten van de bouwhoogte op bestaande terreinen lastig te realiseren. Een extra laag toevoegen op bestaand vastgoed kan lastig zijn in verband met de bouwconstructie of de huidige eindgebruiker heeft geen behoefte aan extra bedrijfsruimte. Bij herontwikkeling van bestaande kavels of vastgoed kan hier echter wel op worden gestuurd: denk bijvoorbeeld aan het opleggen van een minimale bouwhoogte. Figuur 16: voorbeelden onderbenutte bouwhoogte in de regio Midden-Holland
Bron: Ruimtelijkeplannen.nl en 3D BAG, bewerking Stec Groep 2022
INTENSIVEREN BESTAANDE BEDRIJVENTERREINEN ALS UTRECHTSE PROVINCIALE OPGAVE In september 2021 hebben Provinciale Staten in Utrecht besloten om veel sterker in te gaan zetten op het intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen. Zo moet 20 tot 30% van de behoefte aan extra ruimte voor bedrijventerreinen worden geaccommodeerd op bestaande terreinen. De Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) speelt bij de uitvoering daarvan een belangrijke rol. Met behulp van een revolverend fonds gaat de OMU op zoek naar ruimte (prioritaire ‘rotte kiezen’) die kan worden herontwikkeld. Daarnaast treedt de OMU op als regisseur van schuifruimte 11.
11
Klik hier voor meer informatie over de aanpak van OMU.
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
44
C.2 Bestaande voorraad waardevast en toekomstbestendig Naast aandacht en ruimte voor de toekomstige ruimtevraag op de bedrijventerreinen van Midden-Holland, is ook het op peil houden en toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijventerreinen in de regio een belangrijk aandachtspunt. Immers: een toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille zorgt er ook in de toekomst voor dat de terreinen een aantrekkelijke plek zijn om te vestigen en te werken. In deze paragraaf lichten we de belangrijkste opgaven voor de regio toe. C.2.1 Vergroenen en verblauwen van bestaande bedrijventerreinen De bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland zijn over de gehele linie behoorlijk versteend. Indien er groen aanwezig is, is dit vaak op gemeentegrond (openbaar terrein). Relatief weinig ondernemers zijn actief bezig met de aanwezigheid en kwaliteit van de groenvoorziening op hun eigen kavel. Hierdoor zien we – ondanks een ligging voornamelijk in het landelijk gebied – dat de bedrijventerreinen gemiddeld 2 tot 3 graden warmer zijn dan de gemiddelde regionale temperatuur. Deze hoge waarden spelen voornamelijk op de (meer binnenstedelijk gelegen) bedrijventerreinen in Gouda, zo blijkt uit de monitor hitte-eiland effect van het RIVM . Zie ook het tabblad ‘groenkaart’ in de PowerBI. Figuur 17: hittestress (links) en groenkaart (rechts) op de bedrijventerreinen in Gouda
Bron: RIVM en CBS (2020), bewerking Stec Groep 2022
Hittestress beïnvloedt de locatiewaarde van een gebied in negatieve zin. Het heeft een negatieve impact op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van de omgeving, comfort in gebouwen en ook de arbeidsproductiviteit. Het ‘vergroenen’ van de bedrijventerreinen draagt niet alleen bij aan een betere klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook de aantrekkelijkheid van de terreinen als werklocatie wordt verhoogd. Werknemers voelen zich daarnaast ook prettiger in een aantrekkelijke, groene omgeving, en daarmee kan vergroening bijdragen aan een aantrekkelijk werk- en verblijfklimaat.
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
C.2.2 Aanpakken parkeerdruk
45
Figuur 18: Parkeerdruk op Broekvelden
Ondernemers zien parkeerproblematiek vaak als minpunt voor het vestigingsklimaat. De hoge parkeerdruk wordt landelijk veelvuldig genoemd als verbeterpunt op bedrijventerreinen. Op het moment dat er een tekort is aan parkeerplaatsen vindt oneigenlijk parkeren plaats in de openbare ruimte. Dit geeft een rommelige uitstraling en kan de verkeersveiligheid negatief beïnvloeden. Enerzijds komt de parkeeroverlast door bedrijven met grote verkeersaantrekkende activiteiten (zoals dienstverlening of PDV) zonder voldoende Bron: Google Maps, 2022 private parkeerplaatsen, maar ook industriële bedrijven met veel vrachtwagenbewegingen zorgen voor parkeeroverlast op de bedrijventerreinen. Op de meeste terreinen ontbreekt in de huidige situatie een vrachtwagenparkeerplaats. Op kavels van industriële bedrijven is (op piekmomenten) regelmatig te weinig ruimte om alle vrachtwagens kwijt te kunnen. Het is belangrijk om met ondernemers in gesprek te gaan om private kavels en/of het openbaar gebied te herinrichten. In het geval van publieke investeringen moet – waar mogelijk – altijd een verbinding worden gelegd met investeringen van ondernemers in de private ruimte. Indien er sprake is van het aanleggen van publieke parkeerplaatsen langs de openbare weg, kan in het kader van verduurzaming gedacht worden aan half open verharding (bijvoorbeeld in de vorm van grastegels).
Geen kant en klare parkeeroplossing, mogelijkheden verschillen per locatie Voor het oplossen van de parkeerdruk is er geen kant-en-klare oplossing, maar zijn wel verschillende mogelijkheden. Het gaat er in de basis om dat intensivering alleen (mag) plaatsvinden indien dit niet tot extra verstening en parkeerdruk leidt. Dit zijn afspraken die 1-1 gekoppeld kunnen worden aan een verhoging van de bouwhoogte/verruiming van het bebouwingspercentage. Verhoging van de minimum parkeernorm is in principe een optie: meer parkeerplaatsen op eigen kavel schept ruimte in openbaar gebied; dit verhoogt de netto/bruto-verhouding. Hierbij zijn opties zoals parkeren op het dak (te bereiken via een hellingbaan – veel gebruikt in onder andere de autobranche) denkbaar, zodat dit niet ten koste gaat van het ruimtegebruik op eigen kavel. Maar ook andere oplossingen zijn mogelijk, zoals collectief parkeren. Naast het creëren van (extra) parkeermogelijkheden, is het terugdringen van autogebruik natuurlijk een oplossing om de problematiek aan te pakken bij de bron. Het verbeteren van de verbinding met het openbaar vervoer, aanmoedigen gebruik deelauto’s/carpoolen of bijvoorbeeld het stimuleren van het gebruik van de (elektrische) fiets bij werknemers zorgt voor een afname van het autogebruik. Bijkomend voordeel: het aanbieden van een elektrische fiets ‘van de zaak’ is fiscaal voordelig.
SPANNINGSVELD TUSSEN VERGROENEN, VERBLAUWEN, INTENSIVEREN EN PARKEERDRUK Op bedrijfskavels bestaat een spanningsveld tussen de opgaven rondom het vergroenen of verblauwen van de kavels, het beter benutten van de kavels en het oplossen van parkeerproblematiek op de bestaande kavel. Een focus op vergroenen hoeft echter niet ten koste te gaan van ruimte voor intensivering. Denk bijvoorbeeld aan groentegels of aan de ‘loze’ onbebouwbare ruimte tussen de erfgrens en het bedrijfspand. Deze ruimte mag sowieso niet bebouwd worden door beperkingen vanuit het bestemmingsplan (minimale bebouwingsoppervlakte en minimale afstand tussen gevel en kavelgrens). Deze ruimte is tevens vaak ongeschikt voor het realiseren van parkeerplaatsen. Door het vergroenen van deze ‘loze’ ruimte kan een kavel worden vergroend, zonder dat dit spanning creëert met andere aspecten (zoals extra parkeerdruk).
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
46
C.2.3 Aandacht voor energietransitie en netcapaciteitsproblemen Netcongestie speelt een belemmerende factor in de energietransitie. Op veel bedrijventerreinen in Nederland is de beperkte netcapaciteit namelijk een probleem. Op deze terreinen is de opwek (en teruglevering) van duurzame energie niet meer mogelijk of is de vestiging van een energie-intensief bedrijf niet mogelijk. Dit heeft op verschillende locaties in Nederland geleid tot het niet kunnen vestigen van een bedrijf op een bedrijventerrein: de netbeheerder heeft de capaciteit pas na een aantal jaar verzwaard. Ook in Midden-Holland spelen deze problemen. Hoewel minder urgent dan in sommige delen van Nederland (waar totaal geen capaciteit meer beschikbaar is), kampen grote delen van de regio met een beperkte netcapaciteit. In de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) is de ambitie voor regio opgenomen om 0,435 TWh duurzame energie op te wekken, waarvan 0,122 TWh opgewekt moet worden op de daken van bedrijfspanden. Om dit te bewerkstelligen, moet minimaal 30% van de (grotere) bedrijfsdaken in de regio worden bedekt met zonnepanelen. Het is dan ook raadzaam de nog resterende beschikbare netcapaciteit slim in te zetten. Zo weten we uit ervaring dat vergunde projecten al in de data van de netbeheerders zitten.
Denk aan energieprojecten ‘in de wei’, terwijl er bijvoorbeeld juist kansen liggen op daken van bestaande bedrijventerreinen, die hierdoor niet van de grond kunnen komen. Hoe groter het dakoppervlak dat in één keer kan worden bedekt met zonnepanelen, hoe efficiënter (en voordeliger) de totale installatie relatief wordt. Bedrijfsdaken lenen zich hier vanuit dit oogpunt dus ideaal voor. Daarnaast: hoe meer ‘zon op dak’, hoe minder energie er moet worden opgewekt door de plaatsing van windmolens. Figuur 19: Netcapaciteitsproblemen regio Midden-Holland 12. Afname (links) en terugleveren (rechts)
Bron: Stedin & netbeheer Nederland , peildatum 15 november 2022
De netcapaciteit in grote delen van de regio is ‘beperkt’ (geel). Dit houdt in dat voor nieuwe aanvragen voor zowel (grootschaligere) teruglevering als afname van energie contact moet worden opgenomen met netbeheerder Stedin om de mogelijkheden tot aansluiting te bespreken om overbelasting van het net te voorkomen.
12
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
47
DOELSTELLING RES 1.0: 30% (GROTE) BEDRIJFSDAKEN MET ZONNEPANELEN In de RES voor de regio Midden-Holland wordt de stevige inzet op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen benadrukt. Niet alleen zijn de bedrijfsdaken in de regio kansrijk voor de plaatsing van zonnepanelen: ook zijn relatief veel grotere parkeerplaatsen. De ambitie is opgenomen om 0,025 TWh op te wekken boven parkeerplaatsen. Boven de parkeerplaatsen op bedrijventerreinen is relatief kosteneffectief een constructie voor de plaatsing van zonnepanelen te realiseren. Niet alleen levert dit duurzame energie op, als bijkomend voordeel blijven de voertuigen ook op hete dagen koel. Niet overal capaciteitsproblemen, ook acties mogelijk om capaciteit terug te brengen In sommige delen van de regio is vooralsnog voldoende netcapaciteit beschikbaar, blijkt uit gegevens van netbeheerder Stedin. In de gebieden zonder capaciteitsproblemen is daarmee ruimte op het net voor initiatieven voor duurzame energieopwekking, vestiging van industrie en overige energie-intensieve bedrijvigheid. Dit staat natuurlijk nog los van de afweging of deze functies ook bijdragen aan andere ambities voor het gebied. Let wel, niet alle lichten staan daarmee op ‘groen’ voor de toekomst. Uitbreiding van de netcapaciteit is een proces van jaren en de verwachting is dat het energieverbruik door bedrijven komende jaren verder toeneemt.
Het is dus verstandig om tijdig met de netbeheerder in gesprek te gaan over de wijze waarin de netcapaciteit ook voor de komende jaren afdoende is. Het creëren (of behouden) van voldoende netcapaciteit blijft een belangrijke opgave voor de gehele regio. Sorteer daarom alvast voor om de netcapaciteit te behouden of te versterken in de regio. Een mogelijkheid om minder afhankelijk te zijn van het onderliggende stroomnet is opgewekte energie zelf te gebruiken (smart grids) of door energie op te slaan in mega-batterijen. Een voorbeeld hiervan is bedrijventerrein Greenparc Bleiswijk: hier is een pilot met zeven middelgrote energieverbruikers gestart. In het project zijn alle stroomopwekkers en gebruikers in één systeem regeltechnisch aan elkaar gekoppeld: een 450 kW batterij slaat ‘overtollige’ energie op voor dagen waarin de energieopwek lager ligt. Op deze manier kunnen bedrijven in gebieden met netcapaciteitsproblemen tóch duurzame energie opwekken en wordt het bestaande stroomnet minder belast. Ook het omzetten van energie in waterstof is een mogelijkheid om piekbelasting en dus verzwaring van het stroomnet tegen te gaan. Het instaleren van een elektrolyser op terreinen – met voldoende restenergie – is een mogelijkheid. Voornamelijk bedrijventerreinen met veel grotere energie-intensieve (industriële) zijn hiervoor kansrijk.
Ligging regio op ‘waterstofbackbone’ biedt extra verduurzamingskansen De (toekomstige) waterstofbackbone van de Nederlandse Gasunie loopt dwars door de regio heen. Doel van deze verbinding is de in de Eemshaven opgewekte CO2-vrije waterstof te verbinden met de grotere industriële clusters in Nederland. Met de ligging ‘bovenop’ de backbone maakt het voor (zowel bestaande als nieuwe) industriële bedrijven in de regio met een hoog energieverbruik interessant de mogelijkheden te onderzoeken om aan te sluiten op deze verbinding. De ambitie is om in 2030 de waterstofbackbone gereed te hebben. Zie onder andere ook de website van de Gasunie.
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
48
C.2.4 Nader analyseren functioneren en beter benutten watergebonden bedrijventerreinen De regio Midden-Holland beschikt over 12 (gedeeltelijk) waterontsloten bedrijventerreinen met een kadevoorziening (en gelegen zijn aan vaarwater met minimaal vaarklasse II). Vanuit economisch perspectief zijn watergebonden terreinen en terreinen voor een hogere milieucategorie van provinciaal belang. De provincie Zuid-Holland streeft naar voldoende aanbod van deze terreinen om in de vraag te kunnen voorzien. Het onttrekken van als ‘watergebonden terrein’ te boek staande locaties moet dan ook gecompenseerd worden door de realisatie van een waterontsloten locatie elders. Ook het functioneren van de bestaande terreinen (in lijn met de daar aanwezige bedrijvigheid) is een belangrijke component in het efficiënt benutten van de schaarse waterontsloten bedrijventerreinen binnen de provincie. Waterontsloten terreinen over het algemeen goed benut, verschillende beperkingen in gebruik Over het algemeen worden de waterontsloten terreinen in de regio Midden-Holland goed benut. Veel kavels die beschikken over kadefaciliteiten worden op dit moment gebruikt door bedrijven die hier ook actief gebruik van maken. Denk bijvoorbeeld aan industriële bedrijvigheid die voor de aanvoer van grondstoffen afhankelijk zijn van de binnenvaart of bedrijven actief in het maritieme cluster.
Tegelijkertijd zijn er diverse kavels met een (mogelijke) waterontsluiting waar geen gebruik van wordt gemaakt. Dit kan komen omdat het bedrijf geen belang heeft bij deze ontsluiting, maar bijvoorbeeld ook door beperkingen vanuit Rijkswaterstaat voor het aanmeren van schepen (ligging in een scherpe bocht). Daarnaast is het van belang niet alleen te kijken naar de waterontsluiting van een terrein bij het beoordelen van het functioneren, ook de ontsluiting via de weg is van belang. Ontsluiting van een terrein via een smalle dijkweg of dorpskern zorgt voor verkeersonveilige situaties en is hierdoor minder wenselijk. Figuur 20: Overzicht waterontsloten bedrijventerreinen en beknopte analyse gebruik
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
49
C.2.5 Verbeteren organisatiegraad voor collectief oppakken opgaven De mate van organisatiegraad op de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland verschilt. Waar diverse terreinen beschikken over een ondernemersvereniging, bedrijven investeringszone (BIZ) of het Keurmerk veilig ondernemen bedrijventerrein (KVO-B), ontbreekt op verschillende terreinen enige vorm van organisatie. Uit een analyse van bedrijventerreinen in andere regio’s in Nederland blijkt dat terreinen die over een ondernemerscollectief beschikken, veelal toekomstbestendiger zijn. Het zorgt voor het verhogen van de innovatiekracht op bedrijventerreinen, draagvlak onder gezamenlijke opgaven en investeringen om de (ruimtelijke en economische) kwaliteit te waarborgen en verstevigen. Bovendien kunnen gemeenten zo eenvoudiger maatregelen afstemmen met ondernemers. Een belangrijke randvoorwaarde voor een publiek-private investeringsgerichte aanpak van bedrijventerreinen. Een vorm van organisatie op bestaande terreinen is niet afdwingbaar, maar kan wel als gemeentelijke basisvoorwaarde gelden voor toekomstige investeringen in de revitalisering of herstructurering van een bedrijventerrein. Het is verstandig om klein te beginnen (bijvoorbeeld met een werkgroep).
Ook het initiëren of juist voortzetten van KVO-B (Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerrein) kan een eerste stap zijn om langzaam toe te werken naar meer gedeeld eigenaarschap (bijvoorbeeld in de vorm van parkmanagement of BIZ). Een hogere organisatiegraad is belangrijk om gezamenlijk te investeren in allerlei thema’s: duurzaamheid, vergroenen, fysieke en digitale infrastructuur, parkeren, etc.
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
50
Bijlage D: Uitwerking werkmilieus Gemengd stedelijk 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg
Handel en reparatie, (stedelijke) diensten als verhuur, schoonmaak, beveiliging, consumentendiensten, bedrijfsverzamelgebouwen, kleinschalige productie, R&D, opslag, werkplaats, last mile B2B & B2C; MKB, diensten, bouw, handel, kleinschalige stadslogistiek Stedelijk gebied Goudse Poort, Zoutman, Zuid • Nabijheid uitvalswegen richting snelweg, aansluiting op fijnmazige stedelijke infra
Multimodaliteit
• Nabijheid water- of spoorterminal is niet relevant
Openbaar vervoer
• Bereikbaarheid met de bus (eventueel als onderdeel van ketenmobiliteit) en trein is een pré
Kavelomvang
• Gemengd, tot circa één hectare
Milieucategorie
• Overwegend in de categorie 1, 2 en 3.1
Regulier werkmilieu 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg
Handel en reparatie, opslag, werkplaats, productie/assemblage, transport/distributie B2B; MKB, bouw, groothandel, logistiek, industrie, diensten Lokaal tot bovenlokaal (veelal binnen gemeentegrens) Coenecoop, Nijverheidscentrum, De Wetering, Hooge Veenen • Ontsluiting niet door woongebied en nabijheid provinciale weg zijn een pré
Multimodaliteit
• Nabijheid water- of spoorterminal is minder relevant
Openbaar vervoer
• Bereikbaarheid met de bus is een pré
Kavelomvang
• Vaak een mix van kavels van kleiner dan een hectare en enkele kavels tussen 1 á 2 hectare
Milieucategorie
• Overwegend in de categorie 3.1 t/m 4.2
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
51
Grootschalige distributie 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg Multimodaliteit Openbaar vervoer
Distributie, opslag/warehousing, assemblage E-commerce, logistieke dienstverlening, value added logistics, agrologistiek Regionaal tot internationaal Logistiek Park A12, Distripark A12 • Probleemloze, niet door een woongebied lopende ontsluiting voor vrachtverkeer • Max. 5 min van snelwegafslag aan primaire logistieke as • Nabijheid water- of spoorterminal is een pré voor overslag van bulk- en containergoederen
Milieucategorie
• Nabijheid van arbeidspotentieel en bereikbaarheid via ov daarmee in belang gestegen als locatiefactor • Openbaar vervoer en gezamenlijke vervoersoplossingen zijn een pré • Overwegend t/m 3.2, incidenteel 4.2 (ADR/chemisch)
Kavelomvang
• (overwegend) vanaf 3 hectare
Grootschalige productie 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg Multimodaliteit
Productie, recycling, circulair o.a. chemie, HTSM, industriële bouw (prefab), voedingsmiddelenindustrie Regionaal tot nationaal Broekvelden, Schielandse Hoge Zeedijk, Kortenoord • Ontsluiting niet door woongebied en nabijheid provinciale weg zijn vereisten, snelweg is pré
Openbaar vervoer
• Nabijheid water- of spoorterminal zijn voor bepaalde segmenten een randvoorwaarde en voor anderen een pré • Bereikbaarheid met het OV is van ondergeschikt belang
Kavelomvang
• Overwegend kavels vanaf circa 1 hectare
Milieucategorie
• Hogere milieucategorieën: 4.1 of hoger
52
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
Bijlage E: Provinciaal stoplichtmodel De Provincie Zuid-Holland vraagt om duidelijke programmeringsafspraken, waarin in beeld gebracht is welke status de diverse harde en zachte plannen voor nieuwe terreinen in Midden-Holland hebben. De regio Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland hanteren voor deze afspraken beide een ‘stoplichtmodel’, waarbij de duiding van de kleuren in beide modellen enigszins afwijken. Regionaal stoplichtmodel Het regionale stoplichtmodel is als volgt, zoals ook opgenomen in afsprakenlijn 2: nieuwe bedrijventerreinen toevoegen. Hierin wordt de volgende status van een plan per kleur gegeven: • Groen: regionaal akkoord, inzetten op ontwikkeling (maar geen ontwikkelverplichting). • Oranje: regionaal akkoord onder voorwaarde • Rood: Nog geen regionaal akkoord Tabel 10: Regionaal stoplichtmodel programmeringsafspraken Midden-Holland Gemeente
Naam terrein
BodegravenReeuwijk
Rijnhoek II
BodegravenReeuwijk Krimpenerwaard 13 Waddinxveen
Waddinxveen Zuidplas Zuidplas Zuidplas Totaal
Omvang (netto ha) 13,0
reguliergemengd 13,0
XXL- logistiek (vanaf 3 ha) -
HMC
Zoutman West
7,0
7,0
-
-
De Nieuwe Wetering IV Businesspark Vredenburgh 2e fase ZPP A12 Noord 14
4,0
4,0
-
-
Ja
26,0
26,0
-
-
30,0
N.t.b.
N.t.b.
N.t.b.
Ontwerp herziening Omgevingsbeleid gepland op 20 december 2022 Ja
19,0 146,0
4,0 87,0
15,0 15,0
14,0
Ja -
Gouwe Park II Doelwijk II
Knibbelweg-Oost
Status
19,0 28,0
19,0 14,0
-
-
14,0
Status provinciale 3 hectare-kaart Regionaal akkoord in THO december 2022. Overleg met provincie plaatsing op 3ha-kaart loopt Ja
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland en regiogemeenten, Stec Groep, 2023
Provinciaal stoplichtmodel De Provincie Zuid-Holland hanteert ook een stoplichtmodel voor regionale programmering, waarbij de status van de verschillende kleuren enigszins afwijkt van de regionale status. Het Provinciale stoplichtmodel hanteert de volgende kleuren: • Groen: ontwikkeling is regionaal afgestemd en passend binnen provinciaal Omgevingsbeleid • Oranje: alleen onder voorwaarden passend binnen provinciaal Omgevingsbeleid en wat zijn die voorwaarden? • Rood: komende jaren geen ontwikkeling voorzien en voor welke periode geldt dit
Voor Krimpenerwaard geldt een horizon van 2030 waarbij uit de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie een ruimtevraag naar 23 hectare aan bedrijventerreinen nodig blijkt, inclusief (transformatie)behoeften vanuit solitaire bedrijfslocaties, voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven. Met het uitwerken van een Bedrijventerreinvisie/strategie Krimpenerwaard worden de mogelijkheden en zoekgebieden nader bekeken. 14 De locatie voor de ontwikkeling van A12 Noord is regionaal akkoord. Voor de toekomstige invulling en beoogde doelgroep(en) van het terrein moet nog regionale afstemming plaatsvinden. 13
Ja Ja
53
Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296
BEIDE TABELLEN ZIJN ONDERHEVIG AAN VERANDERING EN MOETEN NIET ALS STATISCHE LIJST WORDEN GEZIEN Zowel het regionale- als provinciale stoplichtmodel zoals opgenomen in deze kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie zijn een momentopname en moeten niet als statische lijst worden gezien. Afhankelijk van de werkelijk gerealiseerde ontwikkeling van, vraag naar, en uitgifte van bedrijventerreinen kan deze lijst tussendoor worden aangepast. In het bijzonder is dit voor de gemeente Krimpenerwaard van belang gezien het lopend onderzoek naar kansrijke (ontwikkel)locaties voor nieuw bedrijventerrein en de gewenste regionale spreiding. De regio draagt zorg dat – in lijn met principe 2: Nieuwe terreinen ontwikkelen met hoge ambities en voorwaarden - verspreid over de regio ruimte geboden wordt voor zowel de ontwikkeling (of uitbreiding) van kleinschalige, lokale bedrijventerreinen in de kernen als ruimte voor grootschalige, regionale bedrijventerreinen op goede (weg-)ontsloten locaties. Immers: er is vraag (en een tekort) aan beide type bedrijventerreinen. Via regionaal overleg en de werkwijze nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen in Midden-Holland (zie de Werkwijze en stappenplan bij ruimtelijke ontwikkeling) stuurt de regio regionaal op een gezonde balans in nieuw te ontwikkelen terreinen. Tabel 11: Provinciaal stoplichtmodel programmeringsafspraken Midden-Holland Gemeente
Naam terrein
BodegravenReeuwijk
Rijnhoek II
BodegravenReeuwijk
Krimpenerwaard 16 Waddinxveen
Waddinxveen Zuidplas Zuidplas Zuidplas Totaal
Omvang (netto ha) 13,0
Hard / zacht plan 15 Zacht
Zoutman West
7,0
Zacht
De Nieuwe Wetering IV Businesspark Vredenburgh 2e fase
4,0
ZPP A12 Noord Gouwe Park II Doelwijk II KnibbelwegOost
Status
Op provinciale 3 hectare-kaart Regionaal akkoord in THO december 2022. Overleg met provincie plaatsing op 3ha-kaart loopt
Opmerkingen
Ja
-
Zacht
Ja
-
26,0
Zacht
-
30,0
Zacht
Ontwerp herziening Omgevingsbeleid gepland op 20 december 2022
19,0
Zacht
28,0 19,0
Zacht Zacht
146,0
Ja Ja Ja Ja
-
Programma nader af te stemmen met de regio -
-
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland en regiogemeenten, Stec Groep, 2023
Om de status ‘hard plan’ te verkrijgen moet het vigerende bestemmingsplan van het terrein onherroepelijk zijn vastgesteld Voor Krimpenerwaard geldt een horizon van 2030 waarbij uit de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie een ruimtevraag naar 23 hectare aan bedrijventerreinen nodig blijkt, inclusief (transformatie)behoeften vanuit solitaire bedrijfslocaties, voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven. Met het uitwerken van een Bedrijventerreinvisie/strategie Krimpenerwaard worden de mogelijkheden en zoekgebieden nader bekeken.
15 16
-
M.E.R.-BEOORDELINGSPLICHT ten behoeve van een aanvraag om een revisievergunning en wijziging bestemmingsplan voor de inrichting van Waddinxveense Groenrecycling Wagro BV gelegen aan de Tweede Bloksweg 54b-58 te Waddinxveen
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
Aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordelingsplicht ten behoeve van een aanvraag revisievergunning en wijziging bestemmingsplan voor de inrichting van Waddinxveense Groenrecycling Wagro BV gelegen aan de Tweede Bloksweg 54b-58 te Waddinxveen
Aanvrager/locatie: Bedrijfsnaam: Adres: Postcode: Plaats:
Waddinxveense Groenrecycling Wagro BV Tweede Bloksweg 54b-58 2744 KK Waddinxveen
Aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland p.a. Omgevingsdienst Midden-Holland Postbus 45 2800 AA Gouda College van Burgemeester en wethouders van gemeente Waddinxveen Postbus 400 2740 AK Waddinxveen
rapportnummer Wag.Wad.22.MER-03 projectleider Ing. H.H.C Neelen
datum maart 2023 auteur Ing. H.H.C. Neelen
status definitief
OmgevingsVergunningManagement Heinsbergerweg 108 6045 CJ Roermond telefoon: 06 55822375 E-mail : h.neelen@omgevingsvergunningmanagement.nl BTW nr. NL004124148B82 K.v.K. Roermond: 85618926 BIC: RABONL2U IBAN: NL17RABO0189307277
Wag.Wad.22.MER-03
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Algemeen
1
1.1 1.2 1.3
1 1 2
Aanvrager Locatie Beschrijving van de vergunde activiteit
Motivering van de activiteit
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
4 4 11 11 12
Aanleiding Beschrijving veranderingen Beschrijving transport van en naar de inrichting Besluit milieueffectrapportage Toekomstige ontwikkelingen
Kenmerken van de voorgenomen activiteit
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
13 13 14 14 15 15 17 17
De omvang en het ontwerp van de voorgenomen activiteit De cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De productie van afvalstoffen Duurzaamheid Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, externe veiligheid, BRZO Risico voor de menselijke gezondheid
Plaats van de voorgenomen activiteit
19
4.1 Het bestaand en goedgekeurde landgebruik en de kwetsbaarheid van de bodem 19 4.2 Landschappelijke en/of cultuurhistorische (archeologische) waarde 19 4.3 Rijkdom, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied 19 4.4 Opnamevermogen van het natuurlijke milieu 20 5
6
Kenmerken van de potentiële effecten
22
5.1 5.2 5.3 5.4
22 23 23 23
Geur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
Conclusie
25
Wag.Wad.22.MER-03
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
1
Algemeen
1.1
Aanvrager
Waddinxveense Groenrecycling Wagro BV Tweede Bloksweg 54b-58 2744 KK Waddinxveen telefoon: +31 (0) 182-632236 e-mail: info@wagro.nl 1.2
Locatie
Locatie (figuur 1) Tweede Bloksweg 54b-58 2744 KK Waddinxveen telefoon: +31 (0) 182-632236 e-mail: info@wagro.nl De inrichting van Waddinxveense Groenrecycling Wagro BV (hierna: Wagro) ligt in het buitengebied van de gemeente Waddinxveen, ten zuidwesten van de woonwijken Zuidplas en (in ontwikkeling zijnde) Park Triangel (figuur 1). De dichtstbijzijnde woning buiten de inrichting ligt in noordwestelijke richting (Tweede Bloksweg 60) op een afstand van circa 20 meter van de inrichting. De bebouwde kom van Waddinxveen ligt op circa 550 m afstand.
bestaande locatie Wagro
Figuur 1: ligging inrichting Wagro (rood kader)
Wag.Wad.22.MER-03
1
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
Planologisch valt de inrichting binnen het bestemmingsplan “Zuidplas Noord” met de bestemming: Bedrijf met ‘specifieke vorm van bedrijf - groencompostering’ (figuur 2).
Figuur 2: planologische situatie inrichting Wagro (rood omkaderd)
Vanwege de uitbreiding van activiteiten en wijziging van de bestaande activiteiten die Wagro wenst is deze MER-beoordelingsnotitie opgesteld vanwege onder meer de aspecten genoemd in categorie D 11.3 en D 18.1 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
1.3
Beschrijving van de vergunde activiteit
Op de locatie aan de Tweede Bloksweg 54b-58 te Waddinxveen is sinds 7 april 1995 Wagro actief met het verwerken van groenafvalstromen. Hiervoor is op 7 april 1995 een Wmoprichtingsvergunning afgegeven door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Hieronder is in tabel 1 overzicht van het huidige vergunningenbestand voor de locatie Tweede Bloksweg 54b-58 weergegeven. Tabel 1 overzicht vigerende omgevingsvergunningen Omgevingsvergunning Soort Revisie revisie milieu / Wnb Waterbassin Verandering milieuneutraal, bouwen, strijdig gebruik Overkappingen Bouwen, strijdig gebruik Keerwanden Bouwen Biomassacentrale* Verandering milieu en maatwerk, bouwen, strijdig gebruik Lozen percolaat Verandering milieu, bouwen, strijdig gebruik Capaciteitswijziging Verandering milieuneutraal Broeibrand wijziging Verandering milieu Euralcode en Verandering milieu opslaghoogte
Datum 8-10-2015 15-2-2016
Kenmerk 2013130834 2015307257
22-4-2016 24-5-2016 18-7-2018
2016051672 2016100071 2016023499
30-9-2019 22-5-2017 9-1-2020 23-2-2021
2017165118 2017108955 2019712635 2020254609
* omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk
De volgende activiteiten zijn op dit moment vergund aan Wagro:
Wag.Wad.22.MER-03
2
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
De acceptatie van in totaal maximaal 355.000 ton aan afvalstoffen per jaar. - het opslaan, overslaan, bewerken en/of composteren van groenafval en analoge stromen composteerbaar organisch bedrijfsafval; - het langdurig opslaan, door middel van inkuilen, van grasachtige materialen; - opslaan van niet conform Besluit bodemkwaliteit gecertificeerde licht verontreinigde grond en secundaire grondstoffen tot een maximale capaciteit van 90.000 ton/jaar; - het langs natuurlijke weg ontwateren van (ernstig) verontreinigde baggerspecie tot een maximale capaciteit van 100.000 ton/jaar; - het opslaan, voorbewerken van verontreinigde grond, niet zijnde gevaarlijk afval; - het opslaan en, indien nodig, voorbewerken van herbruikbare afvalstoffen, grondstoffen en producten; - het nemen van proeven voor verbetering van de bedrijfsvoering ten aanzien van de bewerking van afvalstoffen; - het in werking hebben van een viertal bufferbassins voor de opslag van percolaatwater en hemelwater; - het in gebruik en in opslag hebben van (rijdend) materieel voor transport, zeven, breken, homogeniseren, verdichten en omzetten van (afval)stoffen; - het in werking hebben van een afleverinstallatie van brandstof voor het rijdend materieel, waarbij de brandstofvoorraad bovengronds wordt opgeslagen; - het in gebruik hebben van een weegvoorziening voor vaststelling hoeveelheden van en controle op de aangeboden
(afval)stoffen; - het opslaan van conform het Besluit bodemkwaliteit gecertificeerde categorie 1 grond en categorie 1-bouwstoffen; - het opslaan van conform BOOM (thans Besluit gebruik meststoffen) gecertificeerde overige organische meststoffen. - het in gebruik hebben van kantoor annex personeelsruimten; - het in gebruik hebben van een onderhoudsloods, herstelloods en stallingsruimte voor het (rijdende) materieel; - het uitvoeren van (klein) onderhoud aan het materieel en de installaties met de daarvoor benodigde hulpmiddelen; - het opslaan en gebruik van oliën, vetten, oplosmiddelen, verven, kalk, zand en daarmee in aard en samenstelling gelijksoortige (gevaarlijke) stoffen. -
-
de acceptatie van veegvuil tot een maximale capaciteit van 30.000 ton/jaar; de acceptatie van RKG-slib tot een maximale capaciteit van 10.000 ton/jaar; de acceptatie van plantaardige oliën en vetten in gesloten vloeistofdichte opslagvoorziening tot een maximale capaciteit van 10.000 ton/jaar; de acceptatie van organische reststoffen en materialen in gesloten vloeistofdichte opslagvoorziening tot een maximale capaciteit van 10.000 ton/jaar; de acceptatie van steenachtig bouw- en sloopafval tot een maximale capaciteit van 30.000 ton/jaar; biologisch reinigen d.m.v. landfarming van grond en zand; homogeniseren, stabiliseren en immobiliseren van grond, zand, baggerspecie, veegvuil en/of RKG-slib; acceptatie be- en verwerking van bouw-, sloop- en resthout tot een maximale capaciteit van 10.000 ton/jaar; biomassa-energiecentrale 14,9 MWth en 31.500 ton/jaar biomassa lozen gezuiverd percolaatwater op vuilwaterriool proefnemingen andere dan de in deze vergunning opgenomen technische installaties gebruiken en/of alternatieve grond-, hulp-, of brandstoffen toepassen dan wel verwerken andere afvalstoffen.
Compostering Eén van de hoofdactiviteiten van de inrichting is de productie van compost uit groenafval en organisch composteerbaar bedrijfsafval. Het betreft geen (huishoudelijk) gft-afval.
Wag.Wad.22.MER-03
3
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
2
Motivering van de activiteit
2.1
Aanleiding
In deze paragraaf wordt een algemene beschrijving gegeven van de bestaande en toekomstige activiteiten. In bijlage 1 is een schematische weergave van het toekomstige inrichtingsplan met de beoogde activiteiten opgenomen. De beoogde activiteiten en de wijzigingen zijn: 1. beëindigen van verwerking gevaarlijk afval 2. toevoegen van het terrein aan de Tweede Bloksweg 58 tot de inrichting 3. composteringsactiviteiten inpandig onderbrengen in tunnelcompostering 4. brandstofproductie 5. verwerking steenachtig materiaal 6. afvalscheidingsinstallatie (inpandig) 7. grondverwerking 8. opslag buitenterrein 9. biomassa energiecentrale 10. uitvoeren van proefnemingen 11. ondersteunende activiteiten
2.2
Beschrijving veranderingen 1. beëindigen van verwerking gevaarlijk afval Ten opzichte van de thans vergunde situatie wordt de verwerking van gevaarlijk afval beëindigd. Alleen enkele onvrijwillig verkregen gevaarlijk afval zal op- en overgeslagen in de toekomstige situatie en afgevoerd worden naar daartoe geëigende vergunninghouders. 2. toevoegen van het terrein aan de Tweede Bloksweg 58 tot de inrichting Het perceel met de daarop gelegen woning Tweede Bloksweg 58 te Waddinxveen is inmiddels eigendom van Wagro en functioneel verbonden (gedeelde inrit) met de huidige omvang van de inrichting. De inrichting wordt met deze bedrijfswoning in de toekomstige situatie uitgebreid. De op het perceel gelegen woning wordt dan een tot de inrichting behorende bedrijfswoning en als zodanig benut wordt voor het beheer van de inrichting. 3. composteringsactiviteiten inpandig onderbrengen in tunnelcompostering Wagro legt zich sinds 1995 toe op het composteren van groenafval. Dit vindt in de vergunde situatie plaats in de open lucht. Wagro realiseert in de toekomstige situatie een nieuwe tunnelcompostering, zodat composterings- en droogactiviteiten dan inpandig plaatsvinden. De capaciteit ervan is meer dan 75 ton per dag en om die reden te kwalificeren als een IPPC-installatie als bedoeld in categorie 5.3 lid b onder i van bijlage I van de Richtlijn Industriële Emissies.
Met het inpandig composteren en drogen wordt de geuremissie en ammoniakemissie en daardoor de geuroverlast vanwege het composteerproces beperkt. In de hal met tunnelcompostering wordt te composteren materiaal aangevoerd, voorbewerkt (verkleinen/scheiden), gecomposteerd/gedroogd en naverwerkt (verkleinen/scheiden). De technische capaciteit van de tunnelcompostering wordt bepaald aan de hand van de vulinhoud van een tunnel en het aantal tunnels. De vulinhoud is 810 m3/tunnel (= (45x9x2 m). In totaal worden 16 tunnels gebouwd. Een tunnel heeft een gemiddelde cyclus van 12 dagen (1 dag vullen, 10 dagen composteren en 1 dag legen). Dan is de technische capaciteit maximaal 212.500 ton per jaar (= 16 tunnels x (365 dagen/jaar /12 dagen/batch/tunnel) x 810
Wag.Wad.22.MER-03
4
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
m3/tunnel x 0,6 ton/m3) en rekening houdende met een gemiddelde bezetting van 90% (onderhoud, schoonmaak, inspectie). De gehele hal voor de compostering/droging wordt op onderdruk gehouden. Poorten zullen alleen geopend worden voor het doorlaten van voertuigen en materieel. De luchtbehandeling, bestaande uit een zure gaswasser en een biofilter, wordt voorzien van een schoorsteen met een hoogte van 30 meter. De composteertunnels in de hal zullen zodanig worden uitgevoerd, dat de bij het composteerproces vrijkomende warmte kan worden opgevangen en elders kan worden toegepast (Upcycling: zie schema in figuur 3). Om deze warmte duurzaam te kunnen inzetten wordt te zijner tijd de installatie aangesloten op een warmtenet of een glastuinbouwbedrijf in de omgeving. Op deze manier levert de vrijgekomen warmte een bijdrage aan de energietransitie. Daarnaast kan door het toepassen van de vrijkomende warmte aanzienlijk worden bespaard op het aardgasverbruik, hetgeen resulteert in een CO2reductie. Deze optie wordt nader onderzocht indien de omliggende glastuinbouwbedrijven daadwerkelijk hierop kunnen worden aangesloten. Om die reden wordt deze aansluiting niet meegenomen in de vergunningaanvraag en de daartoe op te stellen onderzoeken.
De bij de compostering vrijkomende residuen (zeefgrond, plastics, zeefoverloop en stenen) worden gescheiden opgeslagen en binnen of buiten de inrichting verder verwerkt.
Wag.Wad.22.MER-03
5
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
figuur 3 schematische weergave upcycling
De tunnelcompostering wordt stapsgewijs gebouwd. In de eerste bouwstap worden eerste gedeelte gebouwd. In de tweede bouwstap worden de overige tunnels gebouwd en de hiervoor extra benodigde ruimte voor de opslag en voor- en nabewerking. Hiervoor wordt gekozen omdat gedurende de bouw de bedrijfsactiviteiten doorgang moeten vinden. In bijlage 1 zijn de inrichtingstekeningen met de verschillende bouwstappen weergegeven. De huidige opslag van de stromen snoeihout, compost en de kuilen met berm- en slootmaaisels blijft uitpandig. 4. brandstofproductie Een deel van het groenafval en het hout dat wordt geaccepteerd, in het bijzonder snoeihout en A- en B-hout, wordt door verkleinen en scheiden geschikt gemaakt om als brandstof te Wag.Wad.22.MER-03
6
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
gebruiken. Vanwege geuremissie wordt snoeihout verkleind en gescheiden in de hal van de tunnelcompostering. De opslag en het verkleinen/scheiden van A- en B-hout vindt buiten plaats. Deze activiteiten, die tot doel hebben om brandstof, bestaande uit biomassa1 of uit Bhout, te produceren, zijn te beschouwen als ‘brandstofproductie’ in de zin van categorie 5.3 lid b onder ii van bijlage I van de Richtlijn industriële emissies. Deze activiteit is reeds vergund maar de capaciteit wordt uitgebreid naar 80.000 ton per jaar (dat is 256,4 ton per dag). Omdat de capaciteit cumulatief met biologische behandeling meer bedraagt dan 75 ton per dag is het een IPPC-installatie. 5. verwerking steenachtig materiaal Verwerking van steenachtig materiaal bestaat uit verkleinen en scheiden van steenachtig materiaal conform BRL 2506 en vindt uitpandig plaats. Deze activiteit is reeds vergund maar de capaciteit wordt uitgebreid naar 100.000 ton/jaar. 6. afvalscheidingsinstallatie In de toekomstige situatie is er een afvalscheidingsinstallatie bedoeld voor het verkleinen en scheiden van diverse niet-gevaarlijke afvalstromen (glastuinbouw, substraatmatten, bouwen sloopafval, grof huisvuil of bedrijfsafval). Deze afvalscheidingsinstallatie wordt geplaatst in een nieuw op te richten bedrijfshal.