1c Bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b, 58, Bijlagen
Tekst van het document
Het doel van de afvalscheidingsinstallatie is om optimaal hergebruik te realiseren met inachtneming van de spelregels die hiervoor in het LAP3 zijn opgenomen. De capaciteit van de afvalscheidingsinstallatie is 140.500 ton per jaar (= 37,5 ton/uur (=140.500 ton/jaar / 312 dagen/jaar / 12 uur/dag)). Hiervan wordt uitgegaan van (interne) aanvoer van: • residu verwerking steenachtig materiaal), brandstofproductie, grondverwerking; • BSA, bedrijfsafval en grof vuil; • Glastuinbouw. 7. grondverwerking Onder grondverwerking wordt verstaan: de verwerking van (verontreinigde) grond, veegvuil, baggerspecie en riool- kolkenafval volgens de hierna benoemde BRL-richtlijnen en bijbehorende protocollen: • “Procesmatige ex-situ reiniging en immobilisatie van grond en baggerspecie”;conform BRL 7500 - protocol 7510 • “Landfarming, ontwatering, rijping en zandscheiding van baggerspecie” conform BRL 7500 - protocol 7511 “Landfarming, ontwatering, rijping en zandscheiding van baggerspecie”; • “Milieuhygiënische keuring van individuele partijen grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit” conform BRL 9335 - protocol 9335-1 • Productie van samengestelde grondproducten conform BRL 9335 – protocol 9335-4 Deze activiteit is reed vergund en de capaciteit wordt gewijzigd naar 240.000 ton per jaar. 8.
opslag buitenterrein De opslag op het buitenterrein vindt dusdanig gescheiden plaats zodat recycling en hergebruik optimaal mogelijk is. De opslag is maximaal 8 meter hoog. Dit blijft hetzelfde zoals vergund. 9. biomassacentrale
1
zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit
Wag.Wad.22.MER-03
7
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
De vergunde biomassacentrale (hierna: BMC) met een vermogen van 14,9 MWth wordt voorzien van 31.500 ton/jaar biomassa. De omgevingsvergunning voor deze biomassacentrale is nog niet onherroepelijk. Daarnaast is in 2015 een PAS-melding (d.d. 1310-2015, kenmerk 12qaw2LPdX) ingediend voor de realisatie van de biomassacentrale aan de Tweede Bloksweg 54b-58 te Waddinxveen. Wegens vernietiging van het PAS door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient deze melding in het natuurspoor nog gelegaliseerd te worden. In de aanvraag om een omgevingsvergunning en in de daarvoor op te stellen onderzoeken wordt in de toekomstige situatie steeds uitgegaan van twee scenario’s, namelijk het scenario dat geen BMC aanwezig is en het scenario dat wel een BMC aanwezig is en wordt gebruikt. 10. uitvoeren van proefnemingen Wagro wenst, zoals thans ook vergund2, conform artikel 5.9 van het Besluit omgevingsrecht en paragraaf van A.4.8.3.2 van LAP3, ook in de toekomst proefnemingen uit te voeren die passen bij de aard van de inrichting. Dit in verband met onder andere markt-, overheidsbeleids- of technische ontwikkelingen. 11. ondersteunende activiteiten stalling van containers, voertuigen, machines en materieel Op het buitenterrein en ook inpandig worden, zoals ook reeds vergund, diverse mobiele installaties, personenwagens, machines, containers en overig rijdende materieel gestald.
Deze worden gebruikt voor de activiteiten en transport en grondverzet binnen en buiten de inrichting. uitvoeren van reinigings-, onderhouds-, reparatie- en herstelwerkzaamheden In eigen beheer worden in de vergunde en aangevraagde situatie aan de eigen voertuigen, machines en materieel en dergelijke reinigings-, onderhouds-, reparatie- en herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Ten behoeve van reinigingswerkzaamheden is binnen de inrichting ter plaatse van de tankplaats een wasplaats aangelegd. Voor het uitvoeren van de onderhouds-, reparatie- en herstelwerkzaamheden is een ingerichte onderhouds/herstelwerkplaats aanwezig. opslaan van aardolieproducten, gassen en overige (vloei)stoffen In de vergunde en in de aangevraagde situatie worden diverse aardolieproducten, gassen en overige (vloei)stoffen opgeslagen. Deze worden gebruikt/verbruikt in het kader van de activiteiten met betrekking tot het aftanken en ook het uitvoeren van onderhouds-, herstel-, reparatie- en reinigings-werkzaamheden aan eigen motorvoertuigen, machines, materieel e.d. Deze opslag vindt plaats in en nabij de werkplaats. De opslag van de diverse aardolieproducten, gassen en overige (vloei)stoffen, die binnen de inrichting plaatsvindt, is in tabel 2-a weergegeven. tabel 2-a; overzicht gegevens m.b.t.
gebruikte aardolieproducten, gassen en overige vloeistoffen aard product maximale aard verpakking ADRomschrijving ADRPGS opslagklasse klasse hoeveelheid Oliën, smeermiddelen en vetten overige vloeistoffen motorolie 1.000 liter vaten, cans 3 brandbare vloeistoffen n.v.t. hydrauliekolie vaten, cans 3 brandbare vloeistoffen cardanolie vaten, cans 3 brandbare vloeistoffen smeerolie cans 3 brandbare vloeistoffen vetten vaten, patronen 3 brandbare stof 2
Hoofdstuk 8 van de voorschriften van de revisievergunning van 8 oktober 2015
Wag.Wad.22.MER-03
8
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
tabel 2-a; overzicht gegevens m.b.t. gebruikte aardolieproducten, gassen en overige vloeistoffen aard product maximale aard verpakking ADRomschrijving ADRPGS opslagklasse klasse hoeveelheid Overige (vloei)stoffen koelvloeistof 250 liter vaten, cans 3 brandbare vloeistoffen n.v.t remvloeistof cans 3 brandbare vloeistoffen verven/lakken blikken 3 brandbare vloeistoffen ontvettingsmiddel cans, flessen 3 brandbare vloeistoffen antivries vaten, cans 3 brandbare vloeistoffen ruitensproeiervloeistof vaten, cans 3 brandbare vloeistoffen zwavelzuur 25 m3 silo 8 bijtende vloeistof 31 Brandstoffen dieselolie 9.990 liter opslagtank 3 brandbare vloeistoffen 30 1.000 liter IBC-tank 3 brandbare vloeistoffen Gassen zuurstof 200 liter gasdrukhouder 2 gassen 15 50 liter propaan gasdrukhouder 2 gassen 50 liter Reinigingsmiddelen reinigingsmiddel 50 liter emballage -
afvalwaterverwerkingsinstallatie Het vanwege de activiteiten ontstane afvalwater wordt opgevangen om te kunnen worden hergebruikt ten behoeve van de activiteiten. Het overtollige percolaatwater van de tunnelcompostering/droging wordt behandeld in een eigen reeds vergunde afvalwaterzuiveringsinstallatie, bij een watertekort wordt dit hergebruikt en anders wordt dit geloosd wordt op het gemeentelijk DWA-riool. Het door deze afvalwaterzuiveringsinstallatie ontstane slib wordt binnen de inrichting opgeslagen en indien bij keuring blijkt dat het slib voldoet aan de wettelijke richtlijnen voor compost, dan wordt dit slib meegecomposteerd in de tunnelcompostering. Indien het slib niet voldoet aan de wettelijke richtlijnen voor compost dan wordt het slib afgevoerd naar een daartoe geëigende vergunninghouder. kantoor Direct grenzend aan de Tweede Bloksweg is een kantoorgebouw aanwezig met diverse kantoorruimtes, een kantine en diverse overige voorzieningen. De kantoorruimtes worden gebruikt ten behoeve van het uitvoeren van administratieve werkzaamheden, het voeren van overleggen en dergelijke. weegbruggen met weegkantoor De bestaande weegbrug wordt uitgebreid naar twee weegbruggen. Deze weegbruggen worden gebruikt voor het bepalen/wegen van de hoeveelheden aan inkomende en uitgaande stromen.
Het zijn geijkte 60-tons weegbruggen, die rechtstreeks gekoppeld zijn aan het geautomatiseerde afvalstoffenregistratiesysteem dat Wagro gebruikt. Het weegkantoor is aanwezig ter plaatse van de toegangsweg c.q. inrit naar het achterterrein van Wagro. In het weegkantoor worden de handelingen ten aanzien van de registratie van de inkomende en uitgaande vrachten uitgevoerd. Daarnaast bevindt zich in het weegkantoor nog een kantoor/vergaderruimte en sanitaire voorzieningen (toilet en douche). verkeer Door Goudappel Coffeng is voor Wagro het onderzoek ‘Verkeerseffect uitbreiding bedrijfsactiviteiten Wagro’ van 25 maart 2022 met kenmerk 006287.20200525.N1.06 uitgevoerd voor de bestaande en de beoogde situatie. De uitgangspunten van dit onderzoek zijn overgenomen in dit onderzoek.
Wag.Wad.22.MER-03
9
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
maximale bouwmogelijkheden In het bestemmingsplan is een bebouwingspercentage van maximaal 60% opgenomen. In deze MER-beoordeling is een lager bebouwingspercentage van 15% als uitgangspunt gehanteerd. Als en voor zover er in de praktijk een hoger bebouwingspercentage wordt gerealiseerd, dan waarmee in voorliggend onderzoek is gerekend, betekent dat, dat er minder milieugevolgen ontstaan, omdat in de praktijk meer activiteiten inpandig plaats gaan vinden. Dit onderzoek behelst dus de worst-case onderzochte situatie van de maximale planologische mogelijkheden. Dit onderzoek behelst dus de worst-case onderzochte situatie van de maximale planologische mogelijkheden. wijziging in te nemen capaciteiten en uitbreiding stromen In tabel 2-b zijn de wijzigingen van de innamecapaciteit en uitbreiding met enkele nieuwe stromen weergegeven met in kolom 5 de beoogde activiteit. tabel 2-b wijzigingen inname- en opslagcapaciteit
Gebruikelijke benaming Afvalstof/-stroom Groenafval, GFT en organisch bedrijfsafval organische reststoffen/materialen grond (AW, Wonen, Industrie en > Industrie tot gevaarlijk afval) grond (gevaarlijk afval en calamiteitenpartijen)1) grond onbekende/indicatieve samenstelling veegvuil riool-, kolken- en gemalenslib (RKG-slib) baggerspecie (toepasbaar Bbk) baggerspecie (niet toepasbaar Bbk) 1) steenachtig materiaal / puin Glastuinbouw (o.a. substraatmatten) bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en grof vuil bouw-, sloop- en resthout, niet zijnde gevaarlijk afval conform de Eural Bouw- en sloopafval zijnde gevaarlijk afval Biomassa plantaardige oliën en vetten
Vergund
Gewenst
Vergund
Gewenst
Acceptatie maximaal (ton/jaar)
Acceptatie maximaal (ton/jaar
Opslag maximaal (ton)
Opslag maximaal (m3)
84.000
14.000 212.500
500
53.500 500
Beoogde activiteit
Tunnelcompostering inclusief voor- en naverwerking
12.000 90.000
120.000
10.000
80.000
20.000 30.000
30.000
6.000
10.000
10.000
2.500 15.000
Grondverwerking
35.000
100.000
80.000
30.000
100.000
6.000
36.000
0
100.000
-
80.000
9.500
6.000
-
8.000
1.500
20.000
Verwerking steenachtig materaal
Afvalscheidingsinstalatie
80.000
500
0
75
0
31.500
31.500
3.000
8.000
500
500
500
100
Brandstofproductie ingetrokken Biomassa energiecentrale Op- en overslag
TOTAAL 1)
386.500 764.500 activiteiten met gevaarlijk afval worden ingetrokken in de gewenste situatie
Wag.Wad.22.MER-03
10
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
Wagro heeft op dit moment een vergunde dagcapaciteit van 1.247 ton per dag (~ 386.500 ton/jaar / 310 werkzame dagen/jaar). Deze wordt uitgebreid naar 2.450 ton per dag (= 764.500 ton/jaar / 312 werkzame dagen/jaar). op- en overslag Zoals ook in de vergunde situatie kunnen alle in te nemen afvalstoffen zonder verdere bewerking ook louter worden op- en overgeslagen en worden afgevoerd voor bewerking elders. Op deze wijze is de bedrijfsvoering flexibel bij onverhoopte grotere aanvoer of mogelijke storing in installaties.
2.3
Beschrijving transport van en naar de inrichting
In figuur 4 zijn de huidige en toekomstige verkeersbewegingen weergegeven.
figuur 4 huidige en toekomstige verkeersbewegingen per dag
2.4
Besluit milieueffectrapportage
Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer is de beoogde wijziging en uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). Het gaat hierbij onder meer om de categorieën 11.3 en 18.1 van de D-lijst. D11.3: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. D18.1: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder D 18.3, D 18.6 of D 18.7. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer. Onder het begrip "verwijdering van afvalstoffen" (cat. D18.1) moeten zowel de verwijderingshandelingen als de handelingen tot nuttige toepassing van afvalstoffen worden verstaan. Dit volgt niet direct uit de Nederlandse wetgeving (Besluit M.e.r), maar is een gevolg van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.3 De voorgenomen activiteit voorziet in het verhogen van de doorzet van afval en een wijziging van een bedrijventerrein. 3
HvJEU 23 november 2006, C-486/04 (Commissie vs. Italië), ECLI:EU:C:2006:732.
Wag.Wad.22.MER-03
11
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
In deze notitie wordt voor de aangevraagde situatie bekeken of er waarschijnlijk belangrijke nadelige milieugevolgen4 zijn waarvoor een milieueffectrapport (MER) opgesteld zou moeten worden als voorbereiding op de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning krachtens artikel 2.1, lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en een wijziging van het bestemmingsplan. Als referentiekader geldt voor de planologische situatie (D 11.3) de legale feitelijke gerealiseerde situatie en voor de afvalactiviteiten (D 18.1) de omgevingsvergunde situatie. Dit is voor het planologisch kader in beeld gebracht doordat de biomassacentrale (BMC) nog niet is gerealiseerd en dus alle onderzoeken met en zonder BMC zijn uitgevoerd.
2.5
Toekomstige ontwikkelingen
Vanwege de realisatie van de circulaire economie moet een afvalverwerkingsbedrijf flexibel kunnen inspelen op de veranderende marktontwikkelingen. Hierin kunnen nieuwe technieken en machines worden gebruikt en mogelijk ook andere (afval)stoffen worden verwerkt. Deze aanmeldingsnotitie MER-beoordeling houdt in zoverre hiermee rekening, dat bij nieuwe machines en marktontwikkelingen de best beschikbare technieken worden ingezet, die een milieubelasting hebben die gelijk of lager is voorzien in deze rapportage.
4
Zoals bedoeld in artikel 7.16 lid 2 van de Wet milieubeheer
Wag.Wad.22.MER-03
12
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
3
Kenmerken van de voorgenomen activiteit
3.1
De omvang en het ontwerp van de voorgenomen activiteit
De bestaande locatie wordt gewijzigd met het vergroten van de capaciteit van een aantal afvalbewerkingsactiviteiten, het composteren of biologisch drogen in een tunnelcompostering en het hebben van een installatie voor het scheiden van gemengde afvalstoffen om meer recycling te realiseren binnen en buiten de inrichting. De aan- en afvoer vindt dagelijks plaats op maandag tot en met zaterdag. De verwerking vindt in beginsel plaats in de dagperiode van maandag tot en met zaterdag tussen 7.00 u en 19.00 uur. Het composteren vindt continu plaats.
3.2
De cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
Ten gevolge van de voorgenomen activiteit kan cumulatie met andere projecten in de omgeving optreden. Het gaat dan met name om (zie figuur 5): 1) Aan de Bredeweg in Zevenhuizen (gemeente Zuidplas (wel aan de Waddinxveense kant van de A12) heeft een tuin- en verscentrum op ca. 1 km hemelsbreed vergevorderde plannen voor uitbreiding; bestemmingsplan5 dateert van 19 april 2022. Dit plan is nog niet onherroepelijk en ook nog niet in werking getreden vanwege ingesteld beroep en verzoek om voorlopige voorziening. 2) Bedrijventerrein A12-Noord, te vinden in Structuurvisie Waddinxveen 20306, vastgesteld 3 oktober 2012. De ‘Glasparel’ (gebied aan de overzijde van de Beijerincklaan, vanuit Wagro gezien) is in de structuurvisie aangemerkt als ‘nieuw’, maar is reeds gerealiseerd. 3) ‘Vijfde Dorp’ Zuidplaspolder liggend ten zuiden tussen A12-N219-A20-N207 en vastgesteld ‘Masterplan7 Middengebied Zuidplaspolder, van 19 mei 2021. Voor wat betreft cumulatie op het gebied van verkeer, geluid, luchtkwaliteit en geur blijkt uit onderliggende onderzoeken dat ter plaatse van woningen buiten de inrichting en beschermde gebieden wordt voldaan aan de wettelijke normen en grenswaarden en vanwege cumulatie geen waarschijnlijk belangrijke nadelig gevolgen ontstaan. Door de wijzigingen is het geluid en geur ter plaatse van gevoelige bestemmingen lager dan momenteel reeds is vergund.
Een toename van verkeer zal vooral op de rotondes van de Bredeweg plaatsvinden, dit wordt vooral veroorzaakt door de nabij geplande uitbreiding van tuincentrum Van der Spek.
5
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.1892.BptuincvdSpekZhn-Ow01
6
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.0627.SVWaddinxveen2030-0401
7
https://www.zuidplas.nl/de-nieuwe-zuidplaspolder?origin=/denieuwezuidplaspolder
Wag.Wad.22.MER-03
13
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
1 beoogde uitbreiding tuincentrum Van der Spek
2 De Glasparel gerealiseerd
2 Bedrijventerrein A12Noord, nog niet gerealiseerd
figuur 5 weergave locatie Wagro (rood omkaderd) en beoogde geplande wijzigingen
3.3
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Ten behoeve van de bedrijfsvoering worden de volgende hulpbronnen gebruikt: water, elektriciteit en diesel. Omdat de activiteiten plaatsvinden op het bestaande perceel dat reeds is toegestaan, is geen sprake van gebruik van extra land. Het watergebruik zal ook verminderen omdat meer activiteiten inpandig plaats gaan vinden en het hemelwater en ook percolatiewater vooraleerst zal worden hergebruikt alvorens dit wordt geloosd. Per saldo zal het waterverbruik dus afnemen. De bodembelasting blijft vanwege de reeds aangelegde bodembeschermende en nieuwe benodigde bodembeschermende voorzieningen gelijk aan de huidige situatie. Omdat geen uitbreiding van het perceel bevat en de activiteiten ook nog eens inpandig worden verricht, zal de biodiversiteit in de omgeving enkel verbeteren. De belangrijkste energiedrager is diesel en elektriciteit. Diesel wordt voornamelijk binnen de inrichting gebruikt voor de laadschoppen, (rups)kranen, zeefinstallaties en verkleiners. Het aantal machines neemt toe ten opzichte van de huidige situatie, maar er worden in de toekomstige situatie meer moderne, zuinigere machines ingezet die gedeeltelijk ook elektrisch worden aangedreven. Het gebruik van bovenstaande (natuurlijke) hulpbronnen heeft geen significant effect op het plangebied behoudens de geringe effecten op de luchtkwaliteit.
Verdere beoordeling van het aspect energie voor de gehele inrichting vindt plaats in het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning (artikel 2.1, lid 1 onder e van de Wabo).
3.4
De productie van afvalstoffen
Binnen de inrichting ontstaan zeefresten die intern niet meer kunnen worden verwerkt tot herbruikbare afvalstoffen en overig bedrijfsafval. Deze afvalstromen worden op een verantwoorde wijze gescheiden opgeslagen en afgevoerd naar een erkende verwerker. Verder worden binnen de inrichting verschillende afvalstoffen verwerkt om aan te bieden
Wag.Wad.22.MER-03
14
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
voor verdere verwijdering, toepassing elders en/of hergebruik. De inrichting produceert zelf weinig afvalstoffen. Afvalpreventie is daarom niet relevant.
3.5
Duurzaamheid
De wijzigingen worden conform verdergaande best beschikbare technieken gerealiseerd en hebben een fundamentele functie in de realisatie van een circulaire economie, omdat alle activiteiten gericht zijn op recycling of hergebruik te stimuleren. Daar waar elektrificatie van installaties mogelijk is, wordt dit toegepast. Mits voldoende afzet van het electriciteitsnet voorhanden is, is Wagro ook voornemens om zonnepanelen op de hallen te realiseren. De BMC en de tunnelcompostering worden voorzien om de warmte afzetten via het te realiseren warmtenet aan de omliggende glastuinbouwbedrijven.
3.6
Verontreiniging en hinder
3.6.1 Bodem en water Ter plaatse zijn op basis van de geldende omgevingsvergunningen al bodembeschermende voorzieningen voorgeschreven en aangelegd die voldoen aan het BBT-document Nederlandse Richtlijn Bodembescherming. Op deze wijze is een verwaarloosbaar bodemrisico bereikt. Voor de voorgenomen activiteiten blijven deze bodembeschermende voorzieningen in gebruik en worden voor de tunnelcompostering ook aangelegd. Er is in de toekomstige situatie geen extra bodemrisico ten opzichte van de bestaande situatie. In zowel de bestaande situatie als toekomstige situatie wordt het hemelwater dat op het deel van de inrichting met bodembedreigende activiteiten valt, opgevangen in het percolaatbassin en na zuivering zoveel mogelijk hergebruikt bij het bevochtigen van de materialen op het composteringsterrein. Het overtollige percolaatwater wordt gezuiverd, hergebruik of geloosd op het vuilwaterriool. Deze situatie blijft ongewijzigd. Deze verandering heeft geen effect op de waterhuishouding. Schoon hemelwater afkomstig van de daken en terreindelen zonder bodembedreigende activiteiten wordt hergebruikt of afgevoerd naar de naastgelegen sloot. Per saldo ontstaat vanwege de bouw van de hallen minder percolaatwater en meer schoon hemelwater.
3.6.2 Geluid Ondanks de capaciteitsuitbreiding neemt, vanwege het inpandig verwerken van afvalstoffen en de BBT-maatregelen de geluidemissie vanwege de inrichting af ten opzichte van de vergunde situatie. In het akoestisch rapport is de maximale geluidbelasting als gevolg van de inzet van alle werkzaamheden gemodelleerd en voertuigbewegingen op een maximale representatieve dag. Voor een verdere uitwerking van het aspect geluid wordt verwezen naar § 5.3. 3.6.3 Lucht (stikstofoxiden en (fijn)stof) Ondanks capaciteitsuitbreiding en de uitbreiding van het materieel nemen de PM10, PM2,5, en NOx emissies vanwege de inrichting beperkt toe ten opzichte van de vergunde situatie. De bestaande situatie is al verdisconteerd in de achtergrondconcentratie. Daarbij komt dat in de toekomstige situatie gebruik wordt gemaakt van een aantal nieuwere machines met schonere en zuinigere motoren en vanwege het inpandig composteren en afvalscheidingsinstallatie met luchtreiniging. In het luchtkwaliteitsonderzoek zijn alle activiteiten gemaximaliseerd opgenomen en met worst-case emissies berekend. Uit het
Wag.Wad.22.MER-03
15
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
onderzoek luchtkwaliteit blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke normering conform de Wet milieubeheer, titel 5.2: luchtkwaliteitseisen voor 2023 en voor 2030 en zelfs voor PM10 en NOx sprake is van een niet in betekende mate bijdrage zoals bedoeld in artikel 5.16 lid 1 onder c van de Wet milieubeheer en dus geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke nadelige milieugevolgen. De voorgenomen activiteit levert ook geen extra stofhinder op vanwege de verplichte maatregelen om zichtbare stofemissies te voorkomen. Voor een verdere uitwerking van het aspect luchtkwaliteit wordt verwezen naar § 5.4. 3.6.4 Geur Voor de vergunde situatie zijn verspreidingsberekeningen uitgevoerd met en zonder biomassacentrale om de geurimmissiecontouren vast te stellen. Voor de verspreidingsberekeningen van de geur-immissiecontouren als gevolg van de veranderingen is een nieuw geuronderzoek uitgevoerd. Uit de verspreidingsberekeningen blijkt dat de geurbelasting in de toekomstige situatie aanzienlijk afneemt ten opzichte van de vergunde situatie. De geurbelasting ligt dan in alle doorgerekende scenario’s ruim beneden de toetsingswaarden van de voormalige Bijzondere regeling voor groencomposteringen en ligt rond of net boven de streefwaarde (de hindergrens) volgens het geurbeleid van de Provincie Zuid-Holland. Voor een verdere uitwerking van het aspect geur wordt verwezen naar § 5.1.
3.6.5 Ammoniak De uitstoot van ammoniak, als gevolg van de afbraak van stikstofverbindingen uit organische afvalstoffen in het composteringsproces wordt verminderd door de inzet van een zure gaswasser. De andere activiteiten hebben geen emissies van ammoniak tot gevolg. 3.6.6 Visuele hinder Het huidige terrein is in gebruik voor composteeractiviteiten, op- en overslag van grond, baggerspecie, breken van puin, grondreiniging en overige vergunde bedrijfsactiviteiten met een hoogte tot 8 meter. Voorts staan er meerdere waterbassins op het terrein. De huidige verschijningsvorm van het terrein is qua beeldkwaliteit op dit moment matig, hierdoor ontstaat een onrustig beeld. Dit is deels te wijten aan het ontbreken van bufferbeplanting langs de randen van het terrein en deels aan een nog jonge bufferbeplanting. Een herinrichting van het terrein is noodzakelijk om de composteer- en verwerkingsactiviteiten mogelijk te maken in gesloten bedrijfshallen. Dit zal impact hebben op het landschap. Het is daarom wenselijk dat de beschikbare ruimte langs de randen van het plangebied wordt ingezet als groenbuffer. Gelet op de hoogte van de nieuwe bedrijfsloods en de grootschaligheid van het huidige landschap worden streekeigen bomen van de grootste categorie gepland in groenbuffer rondom het terrein.
Door deze landschappelijke inpassing wordt relevante visuele hinder beperkt ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor is een landschapsinrichtingsplan8 opgesteld. In figuur 6 is een vereenvoudigde weergave van de landschappelijke afscherming met bomen.
8
Landschapsinrichtingsplan, opgesteld door Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten B.V.dd oktober 2021
Wag.Wad.22.MER-03
16
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
Figuur 6 vereenvoudigde weergave landinrichtingsplan
3.6.7 Verkeer Vanwege de capaciteitsuitbreiding neemt het verkeer van en naar de inrichting/planlocatie toe. Uit het verkeersonderzoek9 blijkt echter dat dit op de Tweede Bloksweg een effect heeft maar nauwelijks op de Beijerinklaan ten zuiden van aansluiting Tweede Bloksweg en verder. De inrichting/locatie van Wagro heeft echter enkel een ontsluiting aan de Tweede Bloksweg. De milieugevolgen van het verkeer zijn in het geluids- en luchtkwaliteitsonderzoek meegenomen bij de geluids- en luchtkwaliteitsgevoelige bestemmingen.
3.7 Risico van ongevallen, externe veiligheid, BRZO Binnen de inrichting vinden geen activiteiten plaats met bijzondere risico’s op ongevallen. Er is geen sprake van een BRZO-inrichting of Bevi-inrichting. Binnen de inrichting vinden geen activiteiten plaats die een bedreiging vormen voor de externe veiligheid. Door het in acht nemen van de gebruikelijke veiligheidsmaatregelen zoals de aanwezigheid van brandblusmiddelen en compartimentering, kan het risico van milieubedreigende situaties, zoals een brand, in voldoende mate worden beperkt of voorkomen. Daarbij zal bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een brandveiligheidsplan worden overgelegd die dit borgt.
3.8
Risico voor de menselijke gezondheid
De voorgenomen wijziging van tunnelcompostering en afvalverwerking en het verhogen van de inname leidt grotendeels tot een afname van de risico’s voor de menselijke gezondheid. De effecten (bodem, geluid, geur, ammoniak, waterkwaliteit) nemen namelijk af ten opzichte van de vergunde dan wel planologisch momenteel toegestane situatie. Dit komt doordat tunnelcompostering en afvalscheiding inpandig plaatsvinden met een luchtreiniging. De gevolgen van luchtkwaliteit nemen met een geringe hoeveelheid toe. Uit literatuuronderzoek van het RIVM naar de gezondheidsaspecten van wonen in de buurt van 9
Verkeerseffect uitbreiding bedrijfsactiviteiten Wagro door Goudappel Cofeng dd 25 maart 2022 kenmerk 006287.20200525.N1.06
Wag.Wad.22.MER-03
17
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
composteerbedrijven van GFT- en groenafval blijkt dat de chemische stoffen die vrijkomen bij het composteren van gft- en groenafval, niet leiden tot gezondheidsrisico's bij omwonenden. Over de effecten van bio-aerosolen (micro-organismen die worden verspreid door de lucht, zoals bacteriën en schimmels) is volgens het RIVM nog te weinig bekend om eenduidige conclusies te kunnen trekken. Ook zijn er geen detectiemethoden beschikbaar die alle bio-aerosolen kunnen meten.
Wag.Wad.22.MER-03
18
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
4
Plaats van de voorgenomen activiteit
4.1
Het bestaand en goedgekeurde landgebruik en de kwetsbaarheid van de bodem
De directe omgeving van het bedrijf is aan te duiden als gemengd gebied met bedrijfsterrein en agrarische landbouw en (glas)tuinbouw. Het inrichtingsterrein is niet aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied. Echter heeft het terrein wel een archeologische waarde. Het gebied is bestemd als bedrijventerrein en niet als kwetsbaar te beschouwen. Het gebruik blijft in het gebied en wordt niet uitgebreid.
4.2
Landschappelijke en/of cultuurhistorische (archeologische) waarde
Planologisch heeft de inrichting deels de gebiedsaanduiding: archeologie 3. In artikel 17 lid 17.2.1 van het vigerende bestemmingsplan staat 17.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m², exclusief het oppervlak waarop het te slopen bestaande bouwwerk zich bevindt, en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. De wijziging behelst enkel een uitbreiding van het terrein met de bedrijfswoning Tweede Blokweg 58 en er worden bedrijfshallen gebouwd op een bestaand bedrijventerrein. Enkel voor de bouw van de hallen en tunnels moet worden gefundeerd. Dit geschiedt echter met minimaal 4 meter afstand tussen de paalfunderingen of palenrijen en met een maximale verstoringsoppervlakte van 2% van het terrein en dus minder dan 1.000 m2. Dit is reeds mogelijk met de huidige planregels. Diepe grondwateronttrekking vindt niet plaats. Voor het overige vindt geen aantasting plaats van de cultuurhistorische (archeologische) waarde. Landschappelijk wordt het initiatief ingepast.
Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
4.3
Rijkdom, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
De wijzigingen vinden plaats binnen de bestaande inrichting/locatie. De natuurlijke hulpbronnen in het gebied zijn water, bodem, zon en wind. Het terrein wordt enkel uitgebreid met de bedrijfswoning Tweede Blokweg 58. De verhoging van de capaciteit zorgt dat de bedrijfsduur van de mobiele installaties toeneemt, maar zal de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijk hulpbronnen niet anders aantasten dan reeds is vergund en planologisch is toegestaan. Vanwege de afname van de hinder en de emissies en de landschappelijke inpassing bestaat een positief effect op de in het gebied aanwezige biodiversiteit.
Wag.Wad.22.MER-03
19
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
4.4
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu
Hieronder wordt verstaan het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende gebiedstypen: 1. Wetlands, oeverformaties, riviermondingen 2. Kustgebieden en het mariene milieu 3. Berg- en bosgebieden 4. Natuurreservaten en -parken 5. Natura2000-gebieden 6. Natuurnetwerk Nederland 7. Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid 8. Landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang De afstand van de inrichting van Wagro BV aan de Tweede Bloksweg 54b-58 in Waddinxveen tot de rand van dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden bedraagt in alle gevallen ruim meer dan 8 kilometer. Onderstaand is de afstand tot aan diverse Natura 2000-gebieden vermeld die het dichtstbij bij de locatie van Wagro BV gelegen zijn: • • • • • • •
Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein : De Wilck : Nieuwkoopse Plassen & De Haeck : Boezems Kinderdijk : Donckse Laagten : Uiterwaarden Lek : Meijendel & Berkheide :
8,1 km 10,8 km 11,9 km 15,0 km 17,0 km 20,7 km 21,2 km
In figuur 7 zijn de nabijgelegen Natura2000 gebieden weergegeven.
Figuur 7: ligging locatie Wagro BV (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator 2021)
Wag.Wad.22.MER-03
20
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
Voor de stikstofdepositie op gevoelige gebieden is de uitstoot van stikstof bepalend. Wagro BV beschikt over een geldige Wnb-vergunning, als opgenomen in de vigerende Omgevingsvergunning (Milieu) met kenmerk 2013130834, d.d 8 oktober 2015, op basis van de Natuurbeschermingswet 1998. In 2015 is door Beijerinck BV (KvK-nummer 29043907) een PAS-melding (d.d. 13-10-2015, kenmerk 12qaw2LPdX) ingediend voor de realisatie van de biomassacentrale aan de Tweede Bloksweg 54b-58 te Waddinxveen. Er is een nieuwe depositieberekening uitgevoerd met en zonder biomassacentrale ten opzichte van de geplande wijzigingen. Uit de uitgevoerde depositieberekeningen is gebleken dat geen toename is van de depositie door de uitbreiding ten opzichte van de Wnb-vergunde en/of de PAS-gemelde situatie. Depositie die ontstaat tijdens de bouwfase wordt gecompenseerd doordat de vergunde activiteiten tijdelijk gedurende de bouw minder plaatsvinden en door inzet van nieuwere machines tijdens de bouw. In figuur 8 is aan de hand van de kaartviewer van Natuur Netwerk Nederland nagegaan welke NNB-gebieden (voorheen bekend als EHS) in de nabijheid zijn gelegen. Aan de inrichting grenzend zijn geen NNN-gebieden gelegen. Op 0,9 km ten noordnoordwesten van de inrichting is een ecologische verbindingszone gelegen. De voorgenomen wijzigingen hebben geen invloed op dit natuurtype.
De bebouwde kom van de wijk Zuidplas ligt op ca. 640 m. Park Triangel op circa 550 m. Vanwege de afstanden tot de bebouwing hebben de voorgenomen activiteiten een lagere milieubelasting dan reeds is vergund, vanwege afname van geluid, geur en luchtkwaliteit.
Figuur 8: kaartviewer Zuid-Holland - Natuurnetwerk Nederland met locatie Wagro (rood omkaderd)
Omdat het gaat om de wijziging van een bestaand bedrijventerrein zijn nadelige gevolgen voor flora en fauna uitgesloten. Dit is ook aangetoond in een ecologisch onderzoek10. 10
Ecologisch onderzoek Tweede Bloksweg 54b te Waddinxveen, Watersnip Advies, rapport 21A060, oktober 2022
Wag.Wad.22.MER-03
21
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
5
Kenmerken van de potentiële effecten
Hieronder volgen de belangrijkste onderdelen: geur, verkeer, geluid en luchtkwaliteit uit de voorgaande overwegingen, waarbij met name de volgende kenmerken in beschouwing worden genomen: a. de orde en grootte van het ruimtelijk bereik van de effecten; b. de aard van het effect De aard, orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten is per aspect weergegeven. c. grensoverschrijdend karakter van de effecten; Omdat Wagro op grote afstand (> 60 km) ligt van de landsgrenzen, is hiervan geen sprake van grensoverschrijdend karakter van de effecten. d. de intensiteit en de complexiteit van het effect; De intensiteit en de complexiteit bestaat uit het feit dat alle activiteiten gelijktijdig plaatsvinden gedurende 312 dagen per jaar. e. waarschijnlijkheid van de effecten; In de praktijk vinden echter de maximale jaarcapaciteiten tegelijkertijd niet plaats, maar is het een vereiste om de effecten van de maximale mogelijkheden in beeld te brengen. Dit betekent dat in de onderzoeken een mogelijke overschatting is weergegeven van de daadwerkelijke effecten. f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; De aanleg van de hallen en installaties zal direct starten na vergunningverlening in 2023.
Voor de compostering zal tijdelijk een overgangssituatie tussen de huidige vergunde situatie en de nieuwe vergunde situatie plaatsvinden, totdat de tunnelcompostering is gerealiseerd. De activiteiten met afvalscheiding kunnen pas plaatsvinden als de hal met installaties is gerealiseerd. De overige activiteiten bestaan reeds en worden enkel in capaciteit verruimd. In alle onderzoeken is de duur, de frequentie en omkeerbaarheid en de mogelijkheid tot vermindering van de effecten in beeld gebracht. g. de cumulatie van effecten met de effecten andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; De cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten is lager indien dit project doorgaat, omdat per saldo vanwege het inpandig uitvoeren van de activiteiten de milieugevolgen minder zijn dan de huidige situatie. h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. In alle onderzoeken worden verdergaande best beschikbare technieken toegepast om de effecten doeltreffend te verminderen.
5.1
Geur
Voor de verspreidingsberekeningen van de geurimmissiecontouren als gevolg van de veranderingen is een geuronderzoek uitgevoerd met en zonder biomassacentrale en vergeleken met de vergunde situatie. De emissies vanwege de inrichting zijn berekend aan
Wag.Wad.22.MER-03
22
maart 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Wagro
de hand van ter plaatse uitgevoerde geurmetingen, specifieke bedrijfsgegevens, kentallen verkregen uit metingen aan vergelijkbare processen en emissiefactoren uit de literatuur. Uit de verspreidingsberekeningen blijkt dan ook dat de geurbelasting in de toekomstige situatie aanzienlijk afneemt ten opzichte van de vergunde situatie. De geurbelasting ligt dan in alle doorgerekende scenario’s ruim beneden de toetsingswaarden van de voormalige Bijzondere regeling voor groencomposteringen en ligt rond of net boven de streefwaarde (de hindergrens) volgens het geurbeleid van de Provincie Zuid-Holland. Mocht dit initiatief niet doorgaan, dan blijft de huidige hogere geurbelasting bestaan.
5.2
Verkeer
Uit het verkeersonderzoek blijkt alleen op de Tweede Bloksweg een toename van voertuigen van maximaal 18,9 % richting A12. Dit resulteert op de rotonde van de aansluiting Beijerinklaan en Tweede Bloksweg tot een toename van 1,3 %. De geplande uitbreiding van het aan de Bredeweg gelegen Tuincentrum Van der Spek zorgt ter plaatse van een toename van maximaal 2,5 %. Op dat punt veroorzaakt de uitbreiding van Wagro een toename van 0,9%. Cumulatief betekent dit dat mogelijk sprake zal zijn van een toename van 3,4% op deze rotonde.
5.3
Geluid
In het akoestisch rapport is de geluidbelasting als gevolg van de inzet van alle werkzaamheden machines en verkeersbewegingen gemodelleerd op de maximale voorkomende representatieve dagen. Hierbij is rekening gehouden met een volledige inzet van alle machines, in werkelijkheid zullen nooit alle machines gelijktijdig worden ingezet. Ondanks de uitbreiding van de capaciteit en het materieel en omdat de activiteiten deels naar de hallen worden verplaatst en de hallen een afscherming vormen, is de geluidemissie vanwege de inrichting lager dan in de vergunde situatie. 5.4
Luchtkwaliteit
De emissies vanwege de inrichting in de beoogde situatie zijn maximaal berekend aan de hand van emissiefactoren uit de literatuur en specifieke bedrijfsgegevens. Met een verspreidingsmodel is de luchtkwaliteit rondom de locatie inzichtelijk gemaakt in een onderzoek naar de luchtkwaliteit. Ondanks de uitbreiding van het materieel en de uitbreiding van de capaciteit nemen de PM10, PM2,5, en NOx emissies vanwege de inrichting beperkt toe ten opzichte van de vergunde situatie. De vergunde situatie is verdisconteerd in de achtergrondconcentratie. In de nieuwe situatie wordt gebruik gemaakt van een aantal nieuwere machines met schonere en zuinigere motoren en vanwege het inpandig composteren en afvalscheidingsinstallatie met luchtreiniging. Uit het onderzoek luchtkwaliteit blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke normering conform de Wet milieubeheer, titel 5.2: luchtkwaliteitseisen voor 2023 en voor 2030 en zelfs voor PM10 en NOx sprake is van een niet in betekende mate bijdrage zoals bedoeld in artikel 5.16 lid 1 onder c van de Wet milieubeheer en dus geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke nadelige milieugevolgen.
Wag.Wad.22.MER-03
23
maart 2023