CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1c Bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b, 58, Bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 18 september 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b - 58, Wagro31.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

15

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Voor een gezonde balans tussen vraag en aanbod van terreinen, is (regionaal) een keuze maken welk scenario van de prognose het meest realistisch is voor onze regio een belangrijk startpunt. De bandbreedte vanuit de behoefteraming hanteren we als uitgangspunt. We spannen ons maximaal in om de behoefte – zowel kwantitatief als kwalitatief – vanuit deze bandbreedte (exclusief vervangingsvraag) te faciliteren. De ondergrens van de bandbreedte hanteren we als onze minimale inspanning. 2. Ontwikkelruimte nieuwe plannen volgens regionale afspraken en provinciale kaders: Welke nieuwe plannen we de komende jaren in procedure en ontwikkeling brengen is afhankelijk van regionaal gemaakte afspraken rondom onze zachte plannen en of deze plannen zijn opgenomen op deze zogeheten ‘3 hectarekaart’ van de provincie Zuid-Holland. Deze is opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland 2. In tabel 2 is de regionale programmering van nieuwe plannen in Midden-Holland opgenomen. De lijst is gebaseerd op de kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland (2019), verder aangevuld met (zachte) plannen die zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. De programmering geeft de kwantitatieve ruimte weer die iedere gemeente heeft om plannen tot ontwikkeling te brengen. Ook geeft de tabel aan welke status de plannen hebben.

Deze lijst is niet sluitend, nieuwe terreinen kunnen vanuit regionaal overleg worden toegevoegd of juist van de lijst worden afgehaald. De provinciale programmering is opgenomen in bijlage E: Provinciaal stoplichtmodel • • •

Groen: regionaal akkoord, inzetten op ontwikkeling (maar geen ontwikkelverplichting). Oranje: regionaal akkoord onder voorwaarde Rood: Nog geen regionaal akkoord

Tabel 2: Nieuwe (zachte) bedrijventerreinen in de regio naar status 3 Gemeente

Naam terrein

BodegravenReeuwijk

Rijnhoek II

BodegravenReeuwijk

Krimpenerwaard Waddinxveen

Waddinxveen Zuidplas Zuidplas Zuidplas Totaal

Omvang (netto ha) 13,0

reguliergemengd 13,0

XXL- logistiek (vanaf 3 ha) -

HMC

Zoutman West

7,0

7,0

-

-

De Nieuwe Wetering IV Businesspark Vredenburgh 2e fase

4,0

4,0

-

-

Ja

26,0

26,0

-

-

Doelwijk II Knibbelweg-Oost

30,0 19,0 28,0 19,0

N.t.b. 19,0

N.t.b. -

N.t.b. -

Ontwerp herziening Omgevingsbeleid gepland op 20 december 2022

146,0

87,0

15,0

14,0

ZPP A12 Noord Gouwe Park II

Status

14,0 4,0

15,0

-

Status provinciale 3 hectare-kaart Regionaal akkoord in THO december 2022. Overleg met provincie plaatsing op 3ha-kaart loopt Ja

14,0 -

Bron: Kwantitatieve strategie Midden-Holland (2019), behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland (2021) en gemeentelijke aanvullingen (2022). Bewerking Stec Groep

Zie de Omgevingsverordening (bijlage X, tabel 2) Voor Krimpenerwaard geldt een horizon van 2030 waarbij uit de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie een ruimtevraag naar 23 hectare aan bedrijventerreinen nodig blijkt, inclusief (transformatie)behoeften vanuit solitaire bedrijfslocaties, voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven. Met het uitwerken van een Bedrijventerreinvisie/strategie Krimpenerwaard worden de mogelijkheden en zoekgebieden nader bekeken. 2 3

Ja Ja Ja Ja -

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

16

PROVINCIAAL KADER: NIEUWE ONTWIKKELINGEN >3 HECTARE MOETEN OP ‘3 HECTAREKAART’ Nieuwe stedelijke ontwikkelingen (waar bedrijventerreinen onder vallen) met een omvang van meer dan 3 hectare die buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden gerealiseerd, kan alleen als deze locatie is opgenomen op de zogenaamde 3 hectare kaart en de bijbehorende tabellen in het Programma ruimte van de provincie Zuid-Holland. Voorwaarden voor een registratie op de 3-hectarekaart zijn: (1) passend binnen het provinciaal beleid, (2) er is instemming van de gemeenteraad omtrent de ontwikkeling van het terrein en (3) het plan is opgenomen in de regionale visie. De provincie biedt verder de mogelijkheid om al op de 3 hectarekaart staande terreinen te vervangen voor andere locaties, als deze andere locaties bij nader inzien beter geschikt zijn voor ontwikkeling.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

17

Werkwijze en stappenplan bij ruimtelijke ontwikkeling Afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkelingen aan vraag- en aanbodzijde, kan het nodig zijn om in de regio aanvullende (zachte) plannen voor bedrijventerreinen tot ontwikkeling en uitgifte te brengen. Voor de regionale afstemming hierover hanteren we het processchema zoals in figuur 3 is weergegeven. Hierbij is de omvang van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling leidend voor de mate van regionale afstemming. Na regionaal akkoord moeten uiteraard de overige (onderzoeks)stappen worden doorlopen (flora- en faunaonderzoeken, toetsing aan de Ladder voor de duurzame verstedelijking e.d.). • •

Voor kleinschalige (lokale) ontwikkelingen < 3 hectare bruto terrein volstaat lokale goedkeuring, gevolgd door het informeren van de regio. Voor ontwikkelingen > 3 hectare bruto terrein is regionale afstemming en akkoord nodig. Hierin worden afspraken gemaakt over de beoogde functie en doelgroep van het nieuw te ontwikkelen terrein. Initiatiefnemers moeten hun plan onderbouwen met een afwegingskader (zie volgende pagina). Als op basis hiervan – eventueel na bijstelling – regionaal akkoord wordt gegeven op het plan, dan gaat het plan naar de provincie Zuid-Holland. Wanneer de provincie – eventueel na bijstelling – akkoord gaat, dan wordt het plan opgenomen in het Programma ruimte en op de provinciale 3 hectarekaart.

Figuur 3: Schematische weergave werkwijze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling

Bron: Stec Groep, 2022

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

18

Format voor regionaal afstemmingskader bedrijventerreinontwikkeling Om regionale goedkeuring voor een plan (>3 hectare) te verkrijgen, kan worden gedacht aan het opstellen van een regionaal afstemmingskader waarin onder andere wordt voldaan aan een aantal regionale afspraken vanuit de bedrijventerreinenstrategie van Midden-Holland. In onderstaande tabel is ter inspiratie een kader opgesteld met verschillende onderdelen die uitgewerkt moet worden voor nieuwe plannen, en waar een regionaal akkoord over moet zijn. We werken aan het opstellen van een vergelijkbaar kader. Onderstaand kader is momenteel dus niet van toepassing binnen de regio Midden-Holland en dient ter inspiratie voor een toekomstig op te stellen kader. Figuur 4: Regionaal afstemmingskader ontwikkeling bedrijventerreinen (ter inspiratie) Onderdeel

Uitleg/verklaring

Beschrijving plan

• Omvang • Doelgroep (type bedrijvigheid) • Verkaveling (omvang van kavels) • Opzet • Bovenlokaal / regionaal

Reikwijdte plan (incl. motivering) Bijdrage aan speerpunten Economische Visie MiddenHolland Omschrijving plan in relatie tot een gezonde balans tussen vraag- en aanbod en de Ladder voor duurzame verstedelijking (LDV) Sluit plan aan bij de leidende principes vanuit de regionale bedrijventerreinenstrategie?

• Aansluiting bij ambities / speerpuntsectoren • Is er vraag (zowel kwantitatief als kwalitatief)? • Kan vraag opgevangen worden in bestaande voorraad (=leegstand)? • Kan vraag opgevangen worden door herstructurering? • Kan vraag opgevangen worden door bestaande aanbod bedrijfskavels in verzorgingsgebied? • Duurzaamheid / biodiversiteit • Mate van organisatiegraad • Intensief ruimtegebruik • Mobiliteit, ontsluiting en bereikbaarheid • Ruimtelijke kwaliteit • Spreiding aanbod over de regio

Bron: Stec Groep, 2022

‘pas op de plaats’ beleid provincie voor grote ruimtevragers De provincie Zuid-Holland wil gericht sturen op de vraag of, waar en hoe nieuwe grootschalige ontwikkelingen in Zuid-Holland ruimtelijk gefaciliteerd kunnen worden. Het gaat daarbij vooral om de ruimtevraag van grote specifieke functies in de logistiek (XXL-logistiek, groter dan 5 hectare) en de digitale economie (bijvoorbeeld hyperscale-datacenters). De provincie hanteert als uitgangspunt dat nieuwe grote ruimtevragers alleen ruimtelijk gefaciliteerd kunnen worden wanneer onderbouwd is dat de functies en activiteiten maatschappelijke en economische waarde toevoegen en tegelijkertijd rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. Hierbij kan worden gedacht aan duurzaamheid, gezondheid, brede welvaart, innovatiekracht, vergroening, digitalisering van de economie, versterken van de toegevoegde waarde van een cluster, (multi)modale bereikbaarheid, versterken van een economisch ecosysteem en bijdrage aan werkgelegenheid. Nieuwe locaties worden daarnaast afgewogen ten opzichte van de bereikbaarheid en de capaciteit van het energienetwerk. De provincie stuurt hierop vanuit een ruimtelijke strategie. Bovengenoemde uitgangspunten en criteria leiden tot een ruimtelijk structuurbeeld met knooppunten, bundelingslocaties en corridors.

Op basis hiervan zijn locaties geselecteerd waar vestiging van grote ruimtevragers mogelijk blijft. Specifiek voor Midden-Holland zijn hierbij de A12-corridorafspraken een belangrijke leidraad. Nieuwe grote ruimtevragers buiten deze locaties zijn uitgesloten. Dit wordt gezien als het ‘pas op de plaats’-beleid. In overleg met de regio’s wordt het ruimtelijk structuurbeeld verder verfijnd. De regionale visies voor bedrijventerreinen spelen hierin een rol.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

19

3. Regionale afspraken zijn onderhevig aan verandering, monitoring van belang voor realistisch en actueel beeld: De regionale afspraken rondom nieuwe bedrijventerreinenontwikkeling in MiddenHolland is een momentopname, de lijst is aan verandering onderhevig. Nieuwe plannen kunnen periodiek aan de programmeringsafspraken worden toegevoegd of juist geschrapt, afhankelijk van de economische ontwikkeling. Monitoring van de actuele vraag- en aanbodsituatie op de bedrijventerreinen is dan ook van groot belang voor een gezonde balans tussen vraag en aanbod. We spreken af om de lijst met nieuwe bedrijventerreinontwikkeling in MiddenHolland niet als een statische lijst te zien. Afhankelijk van de economische ontwikkeling en terreinontwikkeling- en uitgiftetempo monitoren we de lijst met nieuwe terreinen periodiek. Hierbij streven we naar een jaarlijkse monitoring, waarbij we de uitvoering hiervan door een externe partij laten uitvoeren. De inzichten uit monitoring kunnen leiden tot aanpassing van het aanbod, bijvoorbeeld door het onderbouwen en ontwikkelen van nieuwe locaties of door het schrappen van plannen of terreinen die onvoldoende toekomstperspectief hebben. 4.

Nieuwe bedrijventerreinontwikkeling verspreid over de regio voor diverse types bedrijvigheid: bij de ontwikkeling is het van belang ruimte te bieden aan de verschillende types bedrijvigheid dat zich in de regio wil vestigen of uitbreiden. De economische kracht en veerkrachtigheid van onze regio bestaat uit het diverse palet van Mkb-bedrijvigheid gecombineerd met grotere bedrijven. Beide type ruimtevragers zijn dan ook van groot belang bij een economisch gezonde regio. We sturen hier ook op via het (nog op te stellen) format voor het regionale afstemmingskader. We maken afspraken om bij nieuwe bedrijventerreinontwikkeling om ruimte te bieden aan zowel kleinschalige (lokale) bedrijvigheid rondom onze kernen en grotere (regionale) bedrijvigheid op locaties met een goede weg-ontsluiting. Hierbij is het van belang dat nieuwe bedrijventerreinontwikkeling gespreid over de regio kan plaatsvinden en niet geclusterd op één of enkele locaties. Ook lokale ondernemers verspreid over de regio moeten uitbreidingsruimte hebben indien noodzakelijk. 5.

Nieuwe bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig: Nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen lenen zich bij uitstek om opgaven rondom verduurzaming, waterhuishouding, biodiversiteit, circulariteit en de energietransitie bij de ontwikkeling van het terrein concreet in te vullen. Maar ook op het gebied van intensief ruimtegebruik en het weren van onwenselijke functies op onze bedrijventerreinen kan worden gestuurd bij nieuwe bedrijventerreinontwikkeling. Hierbij is expliciet aandacht voor nieuwe vestigers in de perifere detailhandel (PDV). Nieuwe PDV wordt uitsluitend gevestigd op de hiervoor aangewezen clusters op bedrijventerreinen, zoals afgesproken in de regionale detailhandels-structuurvisie MiddenHolland. Om hierop als regio te kunnen sturen, stellen we voor nieuwe bedrijventerreinontwikkeling bepaalde uitgiftecriteria op. We spreken als regio een set van uitgiftecriteria af voor een zorgvuldige ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, passend binnen de regionale visie en leidende principes van Midden-Holland waarin duurzame bedrijventerreinen voorop staan. De invulling van de uitgiftecriteria wordt op lokaal (gemeentelijk) niveau ingevuld en krijgen verder vorm door gemeentelijke visies. Ook wordt bij het opstellen van de criteria rekening gehouden met de omvang van het terrein en het type terrein (lokaal versus regionaal).

Belangrijke randvoorwaarde is dat deze uitgiftecriteria objectief moeten zijn, goed toetsbaar en redelijk. Dit is extra belangrijk geworden vanwege het Didam-arrest over gronduitgifte.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

20

3.3 Afsprakenlijn 3: overkoepelende opgaven Tot slot maken we een aantal overkoepelende afspraken die helpen bij een goede regionale samenwerking voor een sterke bedrijventerreinenmarkt in Midden-Holland. Deze afspraken zijn voor zowel de bestaande als nieuwe bedrijventerreinen van belang. 1. Sterkere profilering van de regio voor koppeling met onderwijs en arbeidsmarkt: De kracht van de bedrijvigheid in de regio Midden-Holland is het diverse palet van Mkb-bedrijvigheid. De vele familiebedrijven in de regio ‘maken’ nog echt producten die over de hele wereld worden verkocht. Daarnaast huisvest de regio natuurlijk ook veel logistiek en bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie. Het ‘bestempelen’ van de regio met een bepaald economisch profiel doet de regio geen eer aan vinden de ondernemers: de kracht ligt juist in de diversiteit. Op de verschillende (grotere) bedrijventerreinen is uiteraard soms wel een duidelijk profiel herkenbaar. Het ‘etaleren’ van een bepaald profiel van de regio draagt echter wel bij aan het beter positioneren van de regio voor het aantrekken van nieuw personeel en verbinding met het onderwijs. Onbekend maakt immers onbemind. Van belang bij het uitdragen van een bepaald profiel is langdurig commitment, ook verankerd in gemeentelijk beleid: een gekozen strategie moet voor langere tijd worden uitgedragen en niet binnen een paar jaar weer veranderen.

Hierin is een sterke koppeling logisch met de economische visie van Midden-Holland, waarin de regio als hét centrum voor vakmanschap van de Randstad wordt neergezet. Deze ‘profilering’ doet recht aan de door ondernemers gewaardeerde breedheid en diversiteit van de bedrijvigheid in Midden-Holland en geeft tegelijkertijd een duidelijke signatuur af. We verkennen de mogelijkheid om een gezamenlijk regionaal economisch profiel van de regio uit te werken. Dit profiel dragen we uit naar buiten als ‘branding’ van de regio. Hiermee wordt beter bekend welke bedrijven er in onze regio zitten, en ‘wat we doen’. Hiermee zetten we de regio meer op de kaart als potentiële arbeidsplaats of ter bevordering van de koppeling tussen het bedrijfsleven en onderwijs. 2. Meer en gezamenlijk accountmanagement voor het behoud van bedrijven en het juiste bedrijf op de juiste plek: als regio is het van belang te weten welke (uitbreidings)plannen onze bedrijven hebben en waar mogelijk moeten we ons inzetten op het behouden van deze bedrijven door actief mee te denken met deze bedrijven in hun ruimtevraagstuk. Hierbij kijken we niet alleen binnen de gemeentegrenzen voor ruimte, maar wordt binnen de regio Midden-Holland gekeken naar een geschikte vestigingslocatie om deze ondernemer binnen de gemeente te houden. Dit geldt ook voor bedrijfsvestigingen ‘van buitenaf’.

Bedrijven die zich willen vestigen op een bedrijventerrein in één van de gemeenten worden gewezen op de verschillende kenmerken van onze bedrijventerreinen zodat de betreffende ondernemer kan bepalen op welk terrein zijn bedrijf het beste past. De leads die binnenkomen bij de accountmanager van een gemeente worden binnen de regio gedeeld om te zorgen voor het juiste bedrijf op de juiste plaats. We verkennen of regionaal accountmanagment in Midden-Holland haalbaar is, van meerwaarde voor de regio kan zijn en welke doelstellingen we nastreven. We verhogen onze inzet om de uitbreidingsvraagstukken van al aanwezige bedrijven te inventariseren. Ook inventariseren we de interesse van nieuwe (grootschalige) bedrijfsvestigingen van buitenaf in de regio. Gezamenlijk zorgen we ervoor dat we al aanwezige bedrijven in de regio met een uitbreidingsvraag juist in de regio kunnen behouden en nieuwe bedrijven zich op de juiste plek in de regio kunnen vestigen. In dit kader verkennen we ook of bepaalde terreinen gelabeld kunnen worden. Hierbij ligt de focus niet op het type bedrijfsactiviteit op een terrein, maar voornamelijk op de omvang en mogelijke verkeersgeneratie van het bedrijf. We spreken af deze labeling van onze terreinen verder te verkennen en uit te werken.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

21

3. Ontwikkelingen op bedrijventerreinen met aandacht voor relevante thema’s: bij (her)ontwikkeling op bestaande bedrijventerreinen of ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen wordt rekening gehouden met thema’s die niet direct landen op een bedrijventerrein, maar hier indirect van invloed op zijn. Hieronder vallen thema’s zoals mobiliteit en wonen. Goed bereikbare bedrijventerreinen zijn van groot belang voor de toekomstbestendigheid van een bedrijventerrein, in meest brede zin van het woord. Zowel de externe bereikbaarheid (per auto, fiets, openbaar vervoer en vrachtvervoer) als interne bereikbaarheid (aanpak parkeeroverlast, ruimte voor voetgangers en fietsers) zijn hierbij van belang. Tegelijkertijd zorgt (nieuwe) bedrijventerreinontwikkeling voor een extra arbeidsvraag- en aanbod in de regio. Gezien de krapte op de huidige arbeidsmarkt en woningmarkt, kan nieuwe bedrijventerreinontwikkeling leiden tot een additionele vraag naar woningen in de regio. We houden bij nieuwe bedrijventerreinontwikkeling of (her)ontwikkeling op bestaande terreinen rekening met de speerpunten op het gebied van (duurzame) mobiliteit en voldoende woonmilieus zoals opgenomen in de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit zoals in 2021 is vastgesteld. Aanvullend daarop onderzoeken we de kansen voor stadsdistributie in onze regio.

Gezien de goede waterontsluiting van met name Gouda kan dit bijdragen aan duurzaam (multimodaal) goederenvervoer.

22

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

4. Actieagenda

In onderstaande tabel worden de acties en afspraken vanuit bovenstaande afsprakenlijnen uiteengezet. Ook wordt ingegaan op het schaalniveau van de afspraken: vindt de uitvoering van de afspraken voornamelijk op regionaal of op lokaal (gemeentelijk) niveau plaats? Tabel 3: Samenvatting regionale afsprakenlijnen Afsprakenlijn

Afspraak / acties

Waardevolle bestaande terreinen

We gebruiken de resultaten van de EER-analyse om een prioritering op te stellen op welke terreinen acties wordt ondernomen. Hierbij geldt uiteraard dat de specifieke aanpak per terrein verschilt, en ook afhankelijk is van de inzetbereidheid en energie die de aanwezige ondernemers in hun terrein willen steken. De bandbreedte vanuit de behoefteraming hanteren we als uitgangspunt. We spannen ons maximaal in om de behoefte – zowel kwantitatief als kwalitatief – vanuit deze bandbreedte (exclusief vervangingsvraag) te faciliteren. Ontwikkelruimte nieuwe plannen volgens regionale afspraken en provinciale kaders. Terreinen groter dan 3 hectare kunnen pas ontwikkeld worden indien er regionaal akkoord is. Hiervoor werken we aan een uitwerking van een format voor een afstemmingskader (zie figuur 3) We spreken af om de lijst met nieuwe bedrijventerreinontwikkeling in Midden-Holland niet als een statische lijst te zien. Afhankelijk van de economische ontwikkeling en terreinontwikkeling- en uitgiftetempo monitoren we de lijst met nieuwe terreinen periodiek. We maken afspraken om bij nieuwe bedrijventerreinontwikkeling om ruimte te bieden aan zowel kleinschalige (lokale) bedrijvigheid rondom onze kernen en grotere (regionale) bedrijvigheid gefocust locaties met een goede weg-ontsluiting.

Hierbij is het van belang dat nieuwe bedrijventerreinontwikkeling gespreid over de regio kan plaatsvinden en niet geclusterd op één of enkele locaties. We spreken af om gezamenlijk een regionaal economisch profiel van de regio uit te werken. Dit profiel dragen we uit naar buiten als ‘branding’ van de regio. Hiermee wordt beter bekend welke bedrijven er in onze regio zitten, en ‘wat we doen’. Hiermee zetten we de regio meer op de kaart als potentiële arbeidsplaats of ter bevordering van de koppeling tussen het bedrijfsleven en onderwijs. We onderzoeken de mogelijkheid of regionaal accountmanagment in Midden-Holland van meerwaarde is voor de regio.

Nieuwe terreinen toevoegen Nieuwe terreinen toevoegen

Nieuwe terreinen toevoegen

Nieuwe terreinen toevoegen

Overkoepelende opgaven

Overkoepelende opgaven Waardevolle bestaande terreinen

We spannen ons als gemeenten in om de organisatiegraad op bestaande bedrijventerreinen of terreinen waar de gemeente

Schaalniveau van uitvoering Regionaal

Wie is betrokken?

Regionaal

Gemeenten

Regionaal

Gemeenten

Regionaal

Gemeenten

Regionaal

Gemeenten (in de lead), ondernemers

Regionaal

Gemeenten, ondernemers, onderwijs

Regionaal

Gemeenten

Lokaal

Gemeenten, ondernemers (eventueel provinciale ondersteuning via de inzet van ambassadeurs.

Gemeenten (in de lead) en ondernemers

23

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Waardevolle bestaande terreinen

Waardevolle bestaande terreinen Waardevolle bestaande terreinen Nieuwe terreinen toevoegen

Overkoepelende opgaven

geen grond uitgeeft te verhogen en/of verder te professionaliseren We zetten ons in op het vergroenen van onze bedrijventerreinen. Veel grond op de bedrijventerreinen is echter in handen van particuliere eigenaren, willen we onze terreinen vergroenen dan moet er een publiek-private samenwerking worden aangegaan om zowel private als openbare ruimte collectief te vergroenen. We spreken af om geluiden vanuit de markt goed op te vangen en de planologische mogelijkheden (in het bestemmingsplan of de toekomstige omgevingsplannen) van onze terreinen te verruimen naar marktconforme standaarden. Als ondernemers zich met een uitbreidingsvraag aandringen, vragen we eerst te onderzoeken of de uitbreidingsvraag op het huidige kavel kan worden gerealiseerd door deze intensiever te benutten. We spreken als regio een set van uitgiftecriteria af voor een zorgvuldige ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, passend binnen de regionale visie en leidende principes van Midden-Holland waarin duurzame bedrijventerreinen voorop staan. De invulling van de uitgiftecriteria wordt op lokaal (gemeentelijk) niveau ingevuld en krijgen verder vorm door gemeentelijke visies.

We houden bij nieuwe bedrijventerreinontwikkeling of (her)ontwikkeling op bestaande terreinen rekening met de speerpunten op het gebied van (duurzame) mobiliteit en voldoende woonmilieus zoals opgenomen in de Agenda Verstedelijking en Mobiliteit zoals in 2021 is vastgesteld.

Lokaal

Gemeenten, ondernemers (eventueel provinciale betrokkenheid via subsidieregeling)

Lokaal

Gemeenten en ondernemers (in de lead)

Lokaal

Gemeente en ondernemers (in de lead)

Lokaal

Gemeenten, private ontwikkelaars (indien van toepassing)

Lokaal

Gemeenten

24

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Bijlage A: Regiofoto bedrijventerreinen A.1 Bedrijventerreinen van groot belang voor brede welvaart

In totaal huisvesten de bedrijventerreinen binnen de regio Midden-Holland circa 39.000 banen. Dat is circa 35% van de totale werkgelegenheid binnen de regio. Naast deze directe werkgelegenheid zorgen de bedrijven ook voor spin-off (en indirecte werkgelegenheid). Deze creatie van indirecte werkgelegenheid wordt ook wel de multiplier genoemd. Gemiddeld gezien is de multiplier in de regio Midden-Holland circa 1,4. Dit betekent dat voor iedere baan op een bedrijventerrein, er 0,4 baan extra ‘gecreëerd’ wordt elders (grotendeels in de regio). Naar schatting gaat het om circa 14.000 ‘indirecte’ banen, direct gekoppeld aan bedrijven op bedrijventerreinen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dienstverlening zoals catering, schoonmaak, accountancy, onderhoud of beveiliging. Inclusief indirecte banen schatten we dus dat circa 51.000 (circa 45%) van alle banen in de regio Midden-Holland samenhangt met activiteiten op de bedrijventerreinen in de regio. Deze cijfers komen overeen met het landelijk gemiddelde. Niet alleen vertegenwoordigen de bedrijventerreinen in de regio een belangrijke rol op het gebied van werkgelegenheid, ook op het gebied van de bijdrage aan het Bruto Regionaal Product (BRP) spelen de bedrijventerreinen een belangrijke rol. In totaal is de jaarlijkse toegevoegde waarde op de terreinen circa € 3,1 miljard.

Hiermee dragen de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland bij aan circa 35% van het totale BRP – in totaal circa € 8,9 miljard – binnen de regio. Figuur 5: Overzicht bedrijventerreinen Midden-Holland

Bron: IBIS 2020. Bewerking Stec Groep, 2020

25

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

TRANSPORT EN GROOTHANDEL RODE DRAAD OP VEEL TERREINEN: STERKE KOPPELING MET VAN OUDSHER AANWEZIG FOODCLUSTER IN DE REGIO MIDDEN-HOLLAND Ruim 14.000 (circa 35%) van alle banen op de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland zijn afkomstig vanuit bedrijven actief in de transport en groothandel. Denk bijvoorbeeld aan Dachser, Vergeer, GEODIS, Lidl of Intertoys. Opvallend is de sterke koppeling van veel van deze logistieke bedrijven met de in de regio aanwezige voedingsmiddelenindustrie. Denk bijvoorbeeld aan Vergeer, Vepo en Maaz (kaas), Roveg (fruit) of Lidl, Hoogvliet of Van Tol (retail-bevoorrading). De sterke focus van de transportsector op de foodsector is niet verrassend: Midden-Holland kent van oudsher een aanzienlijke voedingsmiddelenindustrie gekoppeld aan het agrarische karakter van de regio. Denk bijvoorbeeld aan Compaxo (vleeswaren), Refresco (dranken), Casteleijn (stroopwafels) of Bergbanket (bakkerijproducten). Hierdoor heeft vrijwel ieder bedrijventerrein in de regio een sterke connectie met het transport en/of foodcluster. Bedrijfsleven divers; van grote beeldbepalende bedrijven tot lokaal MKB In Midden-Holland zijn meerdere grote beeldbepalende bedrijven gevestigd. Deze bedrijven geven de regio kleur. Naast de hierboven genoemde grote (transport- en foodbedrijven), zijn er ook beeldbepalende bedrijven in andere sectoren aanwezig in de regio.

Deze bedrijven dienen als uithangbord voor de regio, wat een positieve uitwerking heeft op de aantrekkelijkheid van de regio. Naast grote bedrijven zijn ook de diverse mkb-bedrijven sterk vertegenwoordigd. Deze bedrijven zijn belangrijk voor de lokale werkgelegenheid: circa 80% van de werkgelegenheid is gevestigd binnen een bedrijf dat als MKB geclassificeerd wordt. 4 Figuur 6: Enkele beeldbepalende bedrijven in de regio 5 Gemeente Bodegraven-Reeuwijk

Gouda

Krimpenerwaard

Waddinxveen

Zuidplas

Bedrijf Vergeer Holland Refresco TD SYNNEX Netherlands Kiela Metaalwaren Gouda Refractories iSense Mokveld Cargill Wellink Stinis ZF Marine Casteleijn Stroopwafels Isero IJzerwarengroep Roveg Greenyard Fresh Van der Loo Yachtinteriors Metacon 12GO Biking Dekker Zevenhuizen Van Hessen

Sector Groothandel in zuivelproducten Vervaardiging van frisdranken Groothandel in computers en software Vervaardiging van bedrijfsmeubels Vervaardiging van keramische producten Informatie en communicatie Vervaardiging van appendages Vervaardiging van chemische producten Vleesverwerking Vervaardiging van hijswerktuigen Vervaardiging van motoren en turbines Vervaardiging van voedingsmiddelen Groothandel in ijzer- en metaalwaren Groothandel in groenten en fruit Groothandel in groenten en fruit Interieurbouw Vervaardiging van metalen constructies Groot- en detailhandel in fietsen Vervaardiging van keukenmeubels Vleesverwerking en distributie

Bron: LISA, 2021, bewerking Stec Groep

Op basis van de afbakening van het CBS geldt dat bedrijven met minder dan 250 arbeidsplaatsen als MKB wordt gezien. De bedrijven zoals opgenomen in deze lijst zijn geselecteerd op werkgelegenheid, naamsbekendheid en zichtbaarheid binnen de regio. Het is echter geen uitputtende lijst en moet als puur indicatief worden gezien.

4 5

26

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Economisch profiel verschilt sterk per gemeente Het economisch profiel verschilt sterk tussen de verschillende gemeenten binnen de regio Midden-Holland. Uitgedrukt in de sectorale verdeling van de werkgelegenheid, zien we bijvoorbeeld dat de gemeente Gouda een sterk aandeel (zakelijk) dienstverlenende bedrijvigheid in kantoorpanden op de bedrijventerreinen gevestigd heeft. Circa 40% van de banen in Gouda zijn in deze sector vertegenwoordigd. Voornamelijk Goudse Poort (bedrijven zoals Centric of vanBreda) en Gouwespoor (regio-hoofkantoor van BAM Infra of iSense) kennen een sterk kantoorcluster. Dit is ook terug te zien in de cijfers: Gouda omvat circa 20% van het uitgegeven bedrijventerreinenareaal, maar huisvest circa 30% van de totale werkgelegenheid. Bodegraven-Reeuwijk kent daarentegen een dominante sectorstructuur in de sectoren handel & logistiek en dienstvelening. Binnen Waddinxveen ligt het aandeel banen in de sector handel en logistiek binnen het totaal op een bedrijventerrein gevestigde werkgelegenheid rond 60%. Figuur 7: Sectorverdeling werkgelegenheid en economische waarde op bedrijventerreinen 6 100% 80% 60% 40% 20% 0%

Bodegraven-Reeuwijk (7.580)

Industrie

Gouda (11.380)

Bouw

Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas

Handel & logistiek

Waddinxveen (7.380)

Dienstverlening

Overig

Zuidplas (6.500)

Economische waarde bedrijventerreinen Vestigingen Banen

Toegevoegde waarde

655 hectare (netto uitgegeven)

2.820 vestigingen op bedrijventerreinen

39.600 banen op bedrijventerreinen

€ 3,10 miljard op bedrijventerreinen

89 hectare

605 vestigingen (21% binnen regio)

(19% binnen regio)

(21% binnen regio)

(29% binnen regio)

Areaal

Alle bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland Bodegraven-Reeuwijk

Krimpenerwaard (6.780)

(14% binnen regio)

135 hectare

(21% binnen regio)

147 hectare

595 vestigingen 640 vestigingen

7.580 banen

11.380 banen 6.780 banen

(22% binnen regio)

(22% binnen regio)

(17% binnen regio)

172 hectare

430 vestigingen (15% binnen regio)

(19% binnen regio)

(19% binnen regio)

(16% binnen regio)

(26% binnen regio)

114 hectare

(17% binnen regio)

550 vestigingen

7.380 banen

6.500 banen

€ 570 miljoen

(18% binnen regio)

€ 875 miljoen

(28% binnen regio)

€ 560 miljoen

18% binnen regio)

€ 600 miljoen

(19% binnen regio)

€ 515 miljoen

(17% binnen regio)

Bron: IBIS (2021), LISA (2020), BAG (2021) & CBS (2021). Bewerking Stec Groep.

6 Onder de sector handel en logistiek vallen zowel groothandels en transportbedrijven. In de regio zijn met name groothandels actief: circa 75% van de banen in deze sector is afkomstig vanuit een groothandel. Bij dit type werkgelegenheid bedraagt de bedrijfsactiviteit vaak meer dan alleen ‘dozen schuiven’ : denk bijvoorbeeld aan het om- en verpakken, retail of assembleren van een eindproduct.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

27

A12 van vitaal belang voor de regionale bedrijvigheid De A12 (maar ook de A16 en A20) is van essentieel belang voor de bedrijven in de regio Midden-Holland. Vrijwel alle grote bedrijventerreinen – zowel in omvang als in werkgelegenheid – zijn direct gelegen aan deze snelweg Gedeeltelijk is de binding met de A12 van belang als zichtlocatie (zoals voor autodealers op Gouwe Park en hoogwaardige bedrijvigheid op Groote Wetering). Nog belangrijker is – afhankelijk van de marktregio van de bedrijven – de functie van de A12 voor de grote logistieke- en transportsector in de regio. Voor met name de grootschalige (logistieke) bedrijvigheid op Distripark A12, Logistiek Park A12 en in de toekomst Knibbelweg-Oost is de A12 absoluut onmisbaar om het landelijke verzorgingsgebied van deze bedrijven te kunnen bereiken. Dit is ook verder verankerd in de ‘Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor’, waarin de ambitie is uitgesproken om op nationaal niveau concurrerend te maken en te houden t.o.v. andere logistieke regio’s zodat de corridor gaat behoren tot de top 5 logistieke vestigingsregio’s van Nederland. Ook is de regio in de logistieke hotspotverkiezingen 2021 uitgeroepen tot ‘Nationale EFulfilment Hotspot. Verder zijn diverse N-wegen in de regio van groot belang als regionale ontsluitingsroute (zoals de N11, N207 EN N210).

Ook het grote foodcluster met verwante logistieke- en groothandelsactiviteiten heeft hier een groot economisch belang bij, omdat de in de regio geproduceerde voedingsmiddelen voornamelijk gedistribueerd worden naar andere gebieden. Dit belang zien we ook terug in de uitgifte van bedrijventerreinen de afgelopen 10 jaar. Bijna 90% van het (netto) nieuw uitgegeven areaal ligt direct aan de A12, of is via een N-weg binnen vijf minuten bereikbaar. Belang van water(ontsluiting) moet niet onderschat worden Naast het cruciale belang van de A12, moet ook het belang van de water(ontsluiting) van de regio niet worden onderschat. Verschillende bedrijventerreinen binnen de regio Midden-Holland hebben een directe waterontsluiting aan de Lek, Hollandsche IJssel of het Gouwekanaal. Enkele op waterontsloten bedrijventerreinen gevestigde bedrijven is actief in het maritieme cluster (zoals Damen, ZF Marine of De Regt), maar de meeste bedrijven maken van de waterontsluiting gebruik voor de aan- en afvoer van grondstoffen, eindproducten of materieel. Denk bijvoorbeeld aan de Goudse Betonmortelcentrale, Cargill, International Metal Trading of OTB.

Figuur 8: Vaarwegclassificering (CEMT) in de regio

Vanaf de Nieuwe Maas is het mogelijk om met ‘Klasse Va’ schepen Gouda te bereiken. Gelet op de doorlopende schaalvergroting in de binnenvaart 7, waarbij het aandeel grotere schepen (minimaal Klasse Va) toeneemt, blijft de regio ook in de toekomst goed via het water ontsloten. Niet alleen voor de bestaande bedrijvigheid op watergebonden terreinen: ook in de circulaire economie en duurzame (stads)logistiek is een multimodale bereikbaarheid een cruciale randvoorwaarde.

7

Zie onder andere de Middellange termijn prognose binnenvaart van Panteia

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

28

A.2 Innovatie op de Midden-Hollandse bedrijventerreinen De toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen wordt in belangrijke mate bepaald door de huidige bedrijvigheidsstructuur. Zit op een terrein veel innovatieve bedrijvigheid in de ‘nieuwe economie’ of is sprake van een grote concentratie van bedrijven in ‘fossiele’ sectoren die aan het einde van hun levenscyclus zijn? Zijn er op die terreinen mogelijkheden om de transitieslag te maken? Veel aandacht bij onderzoeken naar vernieuwende bedrijvigheid gaat uit naar ontwikkeling van interactiemilieus, campussen en andere kennisintensieve werkmilieus in combinatie met onderwijs/onderzoeksinstellingen. Veel innovatie is echter ook te herleiden naar ‘doodgewone’ bedrijventerreinen. Aan de voorkant is het niet altijd zichtbaar, maar juist industriële en ook logistieke bedrijven innoveren in hoge mate (NB. de industrie is goed voor 50% van alle R&D investeringen van bedrijven in Nederland en 80% van de top 30 R&D bedrijven is gevestigd op een bedrijventerrein!). De innovatie- en nieuwe economie-footprint is een belangrijke indicator in onze analyse, waarbij we gebruik maken van de data van onze samenwerkingspartner Innovatiespotter.

8 Met hun gegevens kunnen we per terrein de innovatiefootprint in beeld brengen en bepalen wat het aandeel bedrijvigheid is op het terrein in nieuwe, toekomstbestendige (top)sectoren, zoals energie (waterstof) en circulariteit, maar bijvoorbeeld ook innovatie op het gebied van Medtech of Agrofood. Figuur 9: Innovatieve bedrijven in de regio Midden-Holland

Online Innovatiespotter vindt met AI (Artificial Intelligence) bedrijven die actief zijn op het gebied van innovatie, technologie en duurzaamheid. Innovatiespotter ontsluit deze bedrijven, geeft inzicht in innovatietrends en onderbouwt die met data. Innovatiespotter is gespecialiseerd in het opsporen van creatieve, innoverende bedrijvigheid en is daarin veel nauwkeuriger dan op basis van de ‘standaard’ SBI codering kan worden gedaan (die de basis vormt voor het vestigingenregister/LISA). Dagelijks worden door Innovatiespotter online gegevens verzameld over twee miljoen bedrijven in Nederland. Bronnen voor de analyse zijn websites, rapporten, roadmaps, nieuwsberichten, en de analyses en onderzoeken van de topsectoren zelf. Maar ook subsidieregisters, overzichten van investeerders, awards en nominaties, incubators, octrooidatabases en netwerken waarin de bedrijven actief zijn.

8

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

29

Veel agrifood-innovatie op bedrijventerreinen, stad Gouda huisvest veel ICT en Hightech innovatie In totaal zijn er circa 450 bedrijven binnen de regio Midden-Holland die op basis van Innovatiespotter als innovatief worden weergeven. Bedrijventerreinen spelen hier een belangrijke rol in: circa 60% van alle innovatieve bedrijven is op een bedrijventerrein gevestigd. Ook uitgedrukt in werkgelegenheid spelen de bedrijventerreinen een belangrijke rol. Ten opzichte van de totale werkgelegenheid in de regio Midden-Holland is circa 10% van de banen te classificeren als innovatief. Op de bedrijventerreinen ligt dit aandeel hoger: circa 20% van alle banen op de bedrijventerreinen wordt als innovatief gezien. Tabel 4: Verdeling innovatieve banen in de regio Midden-Holland

Bron: Innovatiespotter, 2022. Bewerking Stec Groep

Opvallend is de verdeling van de innovatieve segmenten over de regio. Bedrijventerreinen huisvesten over het algemeen veel innovatie op het gebied van Agrifood: denk bijvoorbeeld aan bedrijven als Maas, Koemans of Refreso. De (woon)kernen van Gouda en Zuidplas daarentegen huisvesten veel innovatieve bedrijven actief in de hightech en ICT-sectoren. Denk bijvoorbeeld aan Centric of Honeywell. Ook zijn er in de woonkernen in de regio veel kleine innovatieve bedrijven actief in deze sectoren. Vaak zijn dit zzp’ers die nog vanuit huis werken.

A.3 Mismatch in opleidingsniveau arbeid op de bedrijventerreinen Veel middelbaar opgeleiden in de regio Figuur 10: Opleidingsniveau Midden-Holland en landelijk ten opzichte van landelijk gemiddelde 45% Op basis van cijfers van het CBS en het UWV 40% kunnen we uitspraken doen over het 35% opleidingsniveau van de inwoners van de 30% regio Midden-Holland, en de verwachte 25% ontwikkeling van dit niveau voor de komende Midden-Holland 20% 10 jaar. Uit de cijfers blijkt dat de regio relatief Nederland 15% veel middelbaar opgeleiden kent. Het aandeel lager-opgeleiden in de regio is gelijk aan het 10% landelijk gemiddelde. 5% 0%

Laag Middelbaar Hoog Het relatief hoge aandeel middelbaar opgeleide beroepsbevolking valt gedeeltelijk te verklaren door de aanwezigheid van meerdere mbo-opleidingsinstituten in de regio. Zo heeft de regio met onder andere het Hoornbeeck college (circa 1.000 studenten) en het MBO Rijnland (in totaal circa 17.000 studenten, waarvan 3.500 in Gouda) meerdere grote instituten met een grote aantrekkingskracht. Ook beschikt de regio met het Driestar Hogeschool (1.500 studenten) over een HBO-opleidingsinstelling. Een WO-onderwijsinstelling ontbreekt.

Als aanvulling op het huidige aanbod van onderwijs willen de Midden-Hollandse gemeenten gezamenlijk met bedrijven en zorginstellingen opleidingen aanbieden in een innovatieve en modulaire omgeving onder de noemer ‘Campus Gouda’. Studenten van verschillende niveaus gaan aan de slag met vraagstukken die op de agenda staan bij bedrijven en overheid uit de regio.

30

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

In lijn met de landelijke prognose, zal het opleidingsniveau van de bevolking in de regio de komende 10 jaar verder toenemen. Het aandeel lager opgeleiden zal naar verwachting in 2030 dalen tot 25%, terwijl het aandeel hoger opgeleiden zal stijgen tot 35%. Het aandeel middelbaar-opgeleiden zal ongeveer stabiel blijven (bron: CBS, 2019). Het beroepsniveau is niet in alle gevallen gelijk aan het opleidingsniveau van een werknemer. Doorgroeimogelijkheden of onder-gekwalificeerde arbeid kunnen ervoor zorgen dat het opleidingsniveau van een werknemer niet overeenkomt met het beroepsniveau. Een één op één match tussen deze gegevens is dan ook niet mogelijk, vanwege het ontbreken van statistische gegevens. Het opleidingsniveau van de bevolking geeft echter wel een goede indicatie van het type werkgelegenheid dat goed aan sluit bij de bevolking. Regionale mismatch tussen gevraagd en aangeboden opleidingsniveau op bedrijventerreinen Vergelijken we het opleidingsniveau van de bevolking met het gevraagde opleidingsniveau van arbeid op de bestaande bedrijventerreinen in de regio, dan ontstaat er een mismatch. De regio huisvest veel banen in de sectoren (groot)handel, logistiek, industrie en de bouwnijverheid. Deze sectoren hebben juist overwegend laag opgeleid personeel nodig (gemiddeld gezien 50 -75% van de banen in deze sectoren is laaggeschoold werk).

De mismatch ontstaat voornamelijk in het laag- en middelbaar segment. De bevolking van de regio Midden-Holland bestaat voor circa 40% uit middelbaar opgeleiden, terwijl de vraag naar arbeid voor 45% uit laagopgeleide banen bestaat. In het hogere segment zijn vraag- en aanbod in evenwicht. 9 Figuur 11: Regionale mismatch opleidingsniveau op de bedrijventerreinen Opleidingsniveau beroepsbevolking Gevraagd opleidingsniveau

31%

42% 45%

30%

27%

Laag

25%

Hoog

Middelbaar

Bron: CBS, 2018. Bewerking Stec Groep

Als we deze constateringen combineren met de toekomstige ontwikkeling, concluderen we dat de mismatch groter wordt. Het aandeel arbeidskrachten dat middelbaar tot hoger opgeleid is, wordt groter. De uitdaging is om meer middelbaar en hoogopgeleide arbeid aan de regio te binden. Ook het bedrijfsleven kan hieraan bijdragen: door het innoveren van productieprocessen (denk aan robotisering, zie hoofdstuk 2) kan het gevraagd opleidingsniveau verhoogd worden. Tekort aan lager opgeleiden (gedeeltelijk) opgevuld door inzet van arbeidsmigranten Het aantal arbeidsmigranten in Nederland ligt naar schatting tussen 500.000 en 700.000 in 2021. Deze zijn voornamelijk afkomstig uit Midden- en Oost-Europese landen. Op een totale beroepsbevolking van ongeveer 9 miljoen Nederlanders, hebben arbeidsmigranten een aandeel van circa 5,5%. 30% van de arbeidsmigranten is werkzaam in de logistieke sector, gevolgd door de voedingsindustrie (circa 25%). Juist deze sectoren zijn sterk vertegenwoordigd in de regionale economie van Midden-Holland. Hoewel precieze aantallen per regio lastig te berekenen zijn, schatten we in dat in de regio Midden-Holland circa 5 tot 10% van de banen op bedrijventerrein worden opgevuld door arbeidsmigranten. Dit staat voor circa 2.000 – 4.000 banen. Voornamelijk de grotere logistieke- en groothandelsondernemingen en agrarische bedrijven in de regio hebben hier een aandeel in.

* Op basis van de Beroepenclassificatie (ISCO en SBC), gebruikt door het CBS. Hierin wordt onderscheid gemaakt in (1) laag opleidingsniveau (ISCO-1 & 2): basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo en entreeopleiding, voormalige assistentenopleiding (2) Middelbaar opleidingsniveau, basisberoepsopleiding (mbo2) (ISCO-3): bovenbouw van havo/vwo, vakopleiding (mbo3), middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4) en (3) hoog opleidingsniveau (ISCO-4): hbo, wo 9

31

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

A.4 Trends en ontwikkelingen op bedrijventerreinen in de regio Economische en maatschappelijke megatrends veranderen de economie Ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in de markt voor bedrijventerreinen in hoog tempo op. Door technologische vernieuwing (digitalisering, automatisering, robotisering, nieuwe productietechnieken) veranderen bedrijven hun (productie)processen. Daarnaast zorgen ook maatschappelijke opgaven (klimaat, energie, circulaire economie) dat bedrijven hun interne processen veranderen en andere vormen van samenwerking (open innovatie) relevant worden. De economische structuur verandert steeds meer in een netwerkeconomie. Samenwerking, diversiteit en kennisuitwisseling zijn daarbij steeds belangrijker om innovatie te creëren. De transitie naar de next economy is het gevolg van meerdere op elkaar passende ontwikkelingen, die in de bedrijventerreinenmarkt worden waargenomen. Sectoren die sterk onder invloed staan van deze trends zijn bijvoorbeeld de logistiek en maakindustrie. Bedrijventerreinen zijn als vestigingslocatie cruciaal om dit te faciliteren. We beschrijven de belangrijkste economische en maatschappelijke megatrends die naar verwachting de grootste invloed hebben op de vestigingsdynamiek (locatiekeuze) en het toekomstig ruimtegebruik van bedrijven – in globale zin – op bedrijventerreinen binnen de regio Midden-Holland.

Tabel 5: ‘Next economy’-trends die effect hebben op locatiekeuze en ruimtegebruik bedrijven

Duurzaamheid en energietransitie

Trend

Essentie: wat is het? Duurzaamheid en de energietransitie vormen één van de belangrijkste maatschappelijke opgaven. Energie en het klimaat staat van alle duurzaamheidsthema’s het hoogst op de agenda van ondernemers. Kostenbesparing en een behapbare terugverdientijd zijn curiaal voor investeringen. Bedrijven zijn steeds vaker bereid om fors te investeren in energiebesparing en schone, hernieuwbare energieopwekking en daarmee de uitstoot van CO2 (broeikasgassen) en andere vervuilende stoffen drastisch te verminderen. Bedrijven spelen een cruciale rol bij het behalen van klimaatdoelstellingen. Het klimaat is wereldwijd één van de grote maatschappelijke uitdagingen. Het kabinet heeft in 2019 het nationaal Klimaatakkoord gepresenteerd om te voldoen aan de afspraken vanuit het Klimaatakkoord van Parijs.

Effect op locatiekeuze en ruimtegebruik De aanpak en doelstellingen uit deze akkoorden hebben invloed op bedrijven en hun omgeving en vastgoed. Bedrijventerreinen zijn verantwoordelijk voor zo’n 25% van het energieverbruik in Nederland. Het bedrijfsleven wordt gestimuleerd dan wel gedwongen om duurzamer te produceren en hun (fossiele) energieverbruik te reduceren. Grote – veelal industriële – bedrijven moeten bijvoorbeeld de komende 5 jaar van het gas af. Een concrete maatregel is bijvoorbeeld de verplichte investering in maatregelen die een korte terugverdientijd hebben (voor grootverbruikers). Bedrijventerreinen zijn in veel gevallen ook kansrijk als locaties voor decentrale energieopwekking. Dit geldt ook voor de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland. Daarnaast ontstaat er ook een nieuwe ‘economie’ rondom energie en duurzaamheid die bedrijven kansen biedt. Samenvattend, de trend heeft geen tot beperkt effect op uitbreidingsvraag van reguliere bedrijventerreingebruikers. Eventuele beperkingen in de netcapaciteit kunnen wel effect hebben op de uitbreidingsvraag en de verduurzamingsmogelijkheden van bedrijven en bedrijventerreinen. Steeds vaker zijn er situaties waarin bedrijven niet kunnen uitbreiden of vestigen omdat de maximale netcapaciteit is bereikt.

Automatisering en robotisering

Circulaire economie

Trend

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

32

Essentie: wat is het? De circulaire economie gaat uit van een economisch systeem waarin de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen wordt gemaximaliseerd en waardevernietiging (en afval) wordt verminderd. Denk aan het winnen van bouwmaterialen, afvalstoffen en schaarse metalen uit de stad (‘urban mining’) en het benutten van CO2 als energiebron om hiermee weer nieuwe producten te produceren. Voor bedrijven en (kennis)instellingen loont het om dichtbij elkaar te zitten en/of dichtbij de herkomst van grote reststromen en afnemers. De regio wordt het relevante schaalniveau voor circulaire businesscases, omdat reststromen zelden op lokaal schaalniveau in voldoende mate beschikbaar zijn voor een haalbare businesscase.

Effect op locatiekeuze en ruimtegebruik Er is meer ruimtevraag vanuit industrie (recycling, nieuwe grootschalige productie/fabricage) en logistiek (transport reststromen). De circulaire economie (CE) leidt tot nieuwe activiteiten, zowel bij bestaande als nieuwe bedrijven. Sinds 2018 zien we een groei van +20% groei in CE-initiatieven op bedrijventerreinen en deze groei versnelt (bron: Database Locatiebeslissingen Nederland, Stec Groep). Denk aan fabrieken voor recycling van metalen of kunststoffen, prefabfabrieken voor circulaire woningbouw en circulaire bouw- en upcyclehubs. Investeringen vinden plaats op grootschalige productieen logistieke locaties (i.v.m. productie, opslag, recycling, transport reststromen), bij voorkeur bij (open) water, met ruime kavels, flinke milieuruimte (categorie 4 en hoger) en met optimale mogelijkheden voor uitwisseling tussen bedrijven en utilities, zoals restwarmte. Parallel hieraan ontstaat toenemende ruimtevraag in het stedelijk gebied. Denk aan grotere bedrijventerreinen in en aan de rand van de stad, dichtop de herkomst van reststromen, waar collectie van deze stromen kan plaatsvinden. Zeker in de transitieperiode komende 10-20 jaar waarin ‘oude’ activiteiten nog naast nieuwe, CE-activiteiten plaatsvinden, verwachten we een aanvullende ruimtevraag.

Voor steeds meer bedrijven is automatisering (robots, 3D-printing, cloudcomputing et cetera) en digitalisering geen keuze, maar absolute noodzaak om competitief te zijn. Robotisering en automatisering betekenen veelal meer ruimtevraag, vooral vanuit industrie en logistiek. Een meting van Stec Groep laat zien dat dit leidt tot grote investeringen in vernieuwing en uitbreiding van productielijnen en warehousing. 40% van de bedrijven verwacht bovendien dat robotisering leidt tot meer werkgelegenheid, vooral voor hoogopgeleiden. Door de behoefte aan hoger opgeleid personeel worden industriële en logistieke locaties bij hoogstedelijke gebieden en in sterke economische clusters nog aantrekkelijker. Een hoogwaardige digitale ontsluiting is daarbij vaker een prioritaire vestigingsvoorwaarde voor bedrijven. Dat vraagt om een sterke digitale infrastructuur, zoals glasvezel en bereikbaarheid van mobiele netwerken.

Bedrijven automatiseren in toenemende mate. In de productiesector en de logistiek zien we robots steeds meer (routine)werkzaamheden overnemen. Dit is nodig om de productie en toegevoegde waarde te kunnen blijven verhogen en om concurrerend te blijven. De meest recente data van CBS laten zien dat in 2018 circa 8% van de bedrijven in Nederland robots gebruikt. Bedrijven koppelen daarnaast ook steeds meer (big) data aan hun bedrijfsprocessen om zo slimmer en efficiënter te kunnen werken. Na de elektronische- en autoindustrie, gaat de robotisering nu vooral hard in de voedingsmiddelenindustrie. Juist die is groot in Nederland, dus de grootste impact komt nog. Ook in de logistiek wordt een sterke automatiserings- en robotiseringsslag verwacht, maar denk eveneens aan de bouwsector (verschuiving naar steeds meer prefabproductie).

Groei e-commerce

Smart industry & smart logistics

Trend

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

33

Essentie: wat is het? Smart industry & smart logistics gaan over de koppeling van automatisering en gegevensuitwisseling aan industriële productie en logistieke processen via slimme sensoren, big data, internet of things, automatisering, robots et cetera. Bestaande producten en processen worden hierdoor slimmer en efficiënter. Er ontstaan bovendien nieuwe producten, diensten en processen. Samenwerking tussen bedrijven in de (high tech) waardeketen wordt belangrijker.

Effect op locatiekeuze en ruimtegebruik Smart industry draagt de opleving en reshoring van de industrie naar Nederland, vanwege de aanwezige kennis én infrastructuur voor innovatieve high tech maakindustrie van veel toegevoegde waarde. Smart industry zorgt voor meer ruimtevraag en investeringsbeslissingen, nu en in de komende 10 à 15 jaar. In het kielzog daarvan ontstaat ook vraag vanuit Smart logistics. Denk aan nieuwere vormen van logistieke services, kennisintensieve logistiek, lastmile logistiek en retourlogistiek.

Op locatieniveau leidt meer samenwerking onder andere tot het delen van bedrijfsgebouwen, voorzieningen en faciliteiten. Open innovatie wordt door veel bedrijven gezien als een kernelement in de versnelling van innovatie. De bedrijfsvoering verschuift van een primair gesloten innovatieaanpak – waarbij de ontwikkeling plaatsvindt binnen de muren van een bedrijf – naar open innovatie. Hierbij werken bedrijven in een cluster samen, inclusief onderwijs- en onderzoeksinstellingen om te blijven innoveren en concurreren.

Open innovatie is een cruciale vestigingsvoorwaarde en overlevingsstrategie voor kennisintensieve sectoren, zoals de high tech maakindustrie. Er zit meerwaarde in fysieke clustering van partijen in de keten, om zo faciliteiten en kennis te delen. Er ontstaan ook andere typen ruimtevraag zoals naar fieldlabs, test- en experimenteeromgevingen en proeffabrieken. Hierdoor ontstaat een voedingsbodem voor product- en procesinnovaties en nieuwe bedrijvigheid. Bovendien zorgt het voor meer flexibiliteit, efficiency en kostenbesparing in de bedrijfsvoering. We constateren een toenemende logistieke behoefte van bedrijven. Enerzijds centraliseren logistieke bedrijven vanwege kostenoverwegingen op één centrale locatie, anderzijds verandert de supply chain waarin de logistieke sector opereert sterk door de opkomst van ecommerce. Logistiek is nu goed voor tot wel 60% van de ruimtevraag in veel regio’s, zeker in de hotspots. De vraag wordt daarbij enerzijds steeds groter (XXL-dc’s, soms van enorme omvang tot wel tientallen hectares), anderzijds komen kleinere (stads)distributieconcepten steeds meer op. Op korte termijn blijven de huidige logistieke hotspots, mainports en stedelijke gebieden het brandpunt van de locatiedynamiek. Steeds meer kansen zijn er ook voor de gebieden in de eerste schil daaromheen.

De logistiek groeit door trends als de groeiende (smart) industrie en de sterke groei in e-commerce. E-commerce is de verzamelnaam voor online handel, wat in de praktijk neerkomt op verkoop via webshops. In vergelijking met het verleden gaan veel goederen vaker door een distributiecentrum, 1x bij de producent of leverancier, 1x door het distributiecentrum van de retailer (zoals Bol.com, Wehkamp, of Zalando) en tot slot voor een substantieel deel nogmaals, omdat e-commerce grote retourstromen kent. Dit terwijl voorheen een fysieke winkel bevoorraad werd vanuit het distributiecentrum van de leverancier (uitgezonderd grote retailers) en retournering vond plaats in de winkel zelf. Deze trend wordt nog versterkt omdat in e-commerce veel meer artikelen getoond worden en dus ook beleverd moeten worden.

34

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Bijlage B: Verdieping van de ruimtevraag

Provinciale behoefteraming belangrijke bouwsteen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen De provincie Zuid-Holland streeft naar een vitale, toekomstbestendige bedrijventerreinenmarkt. Dit begint bij een goede balans tussen vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen. Daarnaast zet de provincie in op het beter benutten van de ruimte op bestaande bedrijventerreinen en het verduurzamen en voorbereiden van de bedrijventerreinen op de toekomst. Deze drie beleidslijnen staan centraal in de nieuwe bedrijventerreinenstrategie die de provincie Zuid-Holland begin 2021 heeft vastgesteld. Een actuele raming van de verwachte ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen is hiervoor een belangrijke bouwsteen. Zo vormt de raming bijvoorbeeld input voor nieuwe regionale visies en afspraken over bedrijventerreinen.

Behoefteraming: vraag – aanbod bedrijventerreinen

Onder meer via regionale bedrijventerreinenvisies

Bron: Bedrijventerreinenstrategie Zuid-Holland (2021) en Stec Groep (2021)

B.1 Vertaling provinciale behoefteraming naar Midden-Holland In november 2021 is de nieuwe behoefteraming bedrijventerreinen van de provincie Zuid-Holland vastgesteld. In deze paragraaf vertalen we de bevindingen vanuit de raming naar het niveau van de regio Midden-Holland. De vraagraming bestaat uit een drietal onderdelen: • Uitbreidingsvraag: raming uitbreidingsvraag op basis van economische- en werkgelegenheidsscenario’s en trends. Op basis van de verwachte economische- en werkgelegenheidsontwikkeling (WLO Hoog en WLO Laag) in Zuid-Holland en inschattingen over de betekenis van trends als robotisering, circulaire economie en energietransitie op het (toekomstige) ruimtegebruik van bedrijven is een raming van de autonome uitbreidingsvraag naar ruimte op bedrijventerreinen van bedrijven in Zuid-Holland opgesteld. Ofwel: het verwachte extra ruimtebeslag dat nodig is op bedrijventerreinen ten opzichte van nu. • Vervangingsvraag: ruimtevraag doordat bestaande bedrijventerreinen transformeren. Er kan ook vraag naar bedrijventerreinen ontstaan doordat een gemeente een bestaand bedrijventerrein omzet naar een andere functie, zoals woningen. Voor de (actieve) bedrijven op het bedrijventerrein moet dan vervangende ruimte worden aangeboden. Vanuit de provinciale behoefteraming is bij

35

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

•

alle regiogemeenten geïnventariseerd of dit soort plannen er zijn, om hoeveel hectare het precies gaat, om welk type bedrijven en bovenal hoe concreet de plannen zijn. Additionele vraag: nieuwe, grote ruimtevragers van buiten of belangrijke beleidswijzigingen. Tot slot kan additionele ruimtevraag ontstaan door de komst van grote, nieuwe bedrijven van buiten de regio of Zuid-Holland, die niet in de reguliere raming te voorspellen zijn. En er kan extra (of andere) vraag ontstaan door grote beleidswijzingen en infrastructurele ontwikkelingen.

1. Autonome behoefteraming Midden-Holland: jaarlijks behoefte aan circa 4,5 tot 8,5 hectare t/m 2030 De bandbreedte van de uitbreidingsvraag in Midden-Holland in de periode 2021 tot en met 2030 is 43 tot 86 hectare bedrijventerrein. Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 4,3 tot 8,6 hectare in de periode 2021 tot en met 2030. In de periode 2031 tot en met 2040 is er een uitbreidingsvraag van circa 3 tot 56 hectare in MiddenHolland. De uitbreidingsvraag in deze periode ligt op een lager niveau vanwege een afvlakkende werkgelegenheidsontwikkeling (negatief in WLO laag scenario) en naar verwachting minder harde stijging van de terreinquotiënt. Tabel 6: Uitbreidingsvraag in Midden-Holland in netto hectare Tijdsperiode ▼ Scenario ► 2021 tot en met 2030 2031 tot en met 2040

2021 tot en met 2040

WLO laag 43 3

46

WLO hoog 86 56

141

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland, Stec Groep, 2021

Vraag naar werkmilieus: voornamelijk vraag vanuit de grootschalige distributie De uitbreidingsvraag vertalen we naar vijf typen werkmilieus. Een toelichting op de werkmilieus vindt u in bijlage A. Uit de behoefteraming blijkt dat in Midden-Holland de vraag het grootst is naar het reguliere segment en grootschalige distributie. Tabel 7: Uitbreidingsvraag naar werkmilieu in Midden-Holland in netto hectare, 2021 t/m 2030 Werkmilieu ▼ Scenario ► Gemengd stedelijk Regulier Grootschalige distributie (XXL > 3 ha) Grootschalige productie (HMC) Totaal

WLO - Laag 3 15 20 5 43

WLO - Hoog 7 31 35 12 86

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland, Stec Groep, 2021

OPGAVE OM WATERGEBONDEN KAVELS BETER TE BENUTTEN In de provinciale behoefteraming is ook gekeken naar de ruimtevraag vanuit watergebonden bedrijvigheid. Vanuit onder andere een marktconsultatie kwam naar voren dat trends als circulaire economie, maar ook ambities om goederenvervoer te verduurzamen, kunnen een extra vraag naar watergebonden kavels en overslagcapaciteit betekenen. Midden-Holland heeft dankzij de rivieren de Hollandsche IJssel, de Nieuwe Maas en de Lek veel mogelijkheden voor watergebonden bedrijven. De watergebonden vraag speelt daarmee vooral in gemeenten Krimpenerwaard en Gouda. In de praktijk komt het echter vaak voor dat watergebonden kavels in gebruik zijn door bedrijven die niet (of nauwelijks) van het water gebruik maken. Al met al is vanuit de behoefteraming ingeschat dat de watergebonden vraag in Midden-Holland in op grofweg zo’n 5 tot maximaal circa 10 hectare tot en met 2030 bedraagt. We zien daarbij een opgave om bestaande watergebonden bedrijventerreinen beter te benutten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464641/2