CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1c Bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b, 58, Bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 18 september 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b - 58, Wagro31.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NL.IMRO.0627.BPtweedeblokswg54b-0401

Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen VASTGESTELD

3 juni 2024

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Waddinxveense Groenrecycling Wagro B.V. Tweede Bloksweg 54b 2742 KK Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 20 september 2022 18 juli 2023 19 december 2023 3 juni 2024

VERSIE 3e versie 3e versie 3e versie 1e versie

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Landschapsinrichtingsplan

Bijlage 2

Verkeerskundig onderzoek

Bijlage 3

Memo parkeeronderzoek

Bijlage 4

Stec rapport 'Kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland'

Bijlage 5

m.e.r.-beoordelingsnotitie

Bijlage 6

collegebesluit m.e.r.-beoordelingsbesluit 30 mei 2023

Bijlage 7

Geuronderzoek

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek industrielawaai

Bijlage 9

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 10

Projectgebonden Risicoanalyse NGE

Bijlage 11

Toelichting Wet natuurbescherming

Bijlage 12

Omgevingsdienst Haaglanden; toets Wet natuurbescherming

Bijlage 13

Ecologisch onderzoek

Bijlage 14

Nota van beantwoording zienswijzen en vooroverlegreacties

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Beplantingsplan

1

Handhaven bestaande reeds aangeplante bufferbeplanting eventueel aanvullen met enkele hoogstam bomen, bijvoorbeeld Zwarte Els, Es en Berk. (tot aan waterbassins)

Tweede Bl oksweg

Huidige bufferbeplanting handhaven

Waterbassins/waterzuivering Handhaven bestaande reeds Bestaande sloot

aangeplante bufferbeplanting

handhaven

eventueel aanvullen met enkele hoogstam bomen,

A'

B'

bijvoorbeeld Zwarte Els, Es en Berk.

Bestaande sloot handhaven Weiland

52D

N453

Bestaande bomerij handhaven Waterbassin

Bagger/grond opslag

(bestaand) Terrein WAGRO Bestaande weegbrug

Bestaand

54

met weegkantoor Waterbassin (bestaand)

54B

Nieuw te bouwen

Kantoor/ Werkplaats

bedrijfsgebouw

56

Nieuw te bouwen

Nieuw te bouwen

bedrijfsgebouw

bedrijfsgebouw

Bestaande sloot handhaven

58

60/1

ca. 6-8m.

Bestaande loods

60

Nieuwe bufferbeplanting (6m. breed)

A

van soorten als bijv. meidoorn, wilg, vlier, hazelaar, gelderse roos aanvullen met hoogstam bomen, bijvoorbeeld Alnus glutinosa, Zwarte Els.

bijvoorbeeld Alnus glutinosa, Zwarte els.

N.B. Lichtvervuiling richting de sloot wordt voorkomen

als beveerde en/of meerstammige boom in bestaande grasberm

B

Aanbrengen bomenrij in groenstrook (4 m. breed)

middels het dicht laten groeien van de struiklaag zodat er geen lampen overeen schijnen.

A 1 2

Weiland

De nieuwbouw wordt voorzien van nestkasten voor vleermuis, huismus en zwaluw. Dit kunnen zowel inbouw- als opbouwvoorzieningen zijn. Zorg voor juiste positionering i.v.m. zon en invliegruimte

50

0

100m

Reeds aanwezige strook met bufferbeplanting langs A12

NIEUWE SITUATIE

Aanbrengen gemengde bomenrij Handhaven bestaande reeds

bijv. Zwarte els (beveerd), Berk, Eik en Schietwilg

Aanbrengen gemengde bomenrij

in bestaande grasberm

bijv. Zwarte els (beveerd), Berk, Eik en Schietwilg

aangeplante bufferbeplanting eventueel aanvullen met enkele hoogstam bomen,

in bestaande grasberm

Hal en verwerking

Handhaven bestaande reeds

(verkleinen/scheiden)

aangeplante bufferbeplanting

bijvoorbeeld Alnus glutinosa, Zwarte Els.

afvalstoffen

Bestaande sloot Bestaande keerwand

handhaven ca. 12m. h.

ca. 11m. h.

Bestaande sloot

handhaven

handhaven

Bestaande sloot

ca. 12m. h.

ca. 11m. h. Bestaande sloot

handhaven

A

Weiland

Terrein WAGRO

handhaven

Weiland

A'

B

Weiland

Weiland

Nieuw te bouwen bedrijfsgebouw

B'

Nieuw te bouwen bedrijfsgebouw

DOORSNEDE B-B'

DOORSNEDE A-A'

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING UITBREIDING - WAGRO - WADDINXVEEN © LAGENDIJK TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN - 7 NOVEMBER 2023 - IN OPDRACHT VAN -WAGROwww.lagendijkTLarchitecten.nl - Bergambacht - tel 0182 - 357077

Materiaalstromen in ton per jaar

Huidig / vergund

Toekomstig / aanvraag

Aanvoer

Afvoer

Aanvoer

Afvoer

groenafval

84.000

0

212.500

0

biomassa

31.500

0

31.500

0

compost

0

23.500

0

85.000

zeefgrond/substraat

0

18.000

0

75.000

steenachtig BSA

30.000

29.000

100.000

97.000

asbesthoudend

0

100

0

100

9.500

9.000

80.000

9.000

houtafval houtafval gevaarlijk afval

500

500

500

500

(verontreinigde) grond

90.000

165.000

120.000

165.000

veegvuil

30.000

0

30.000

0

riool- en kolkenvuil

10.000

0

10.000

0

baggerspecie

100.000

0

80.000

0

organische reststoffen

500

500

0

500

glastuinbouw (o.a. substraatmatten)

0

0

100.000

0

plantaardige olien en vetten

0

0

secundaire grondstoffen

500

500

0

50.000

scheidingsresiduen

0

8.000

0

25.000

schroot

0

1.000

0

10.000

non ferro

0

0

0

5.000

dieselolie

300

0

12.000

0

bindmiddelen

5.000

0

5.000

0

zand, bulkgoederen

2.500

0

2.500

0

afgewerkte olie, oliehoudend afval, kca,

0

5

0

10

olie, vetten, lakken, gasflessen

5

0

10

0

424.305

255.105

Totaal aan- en afvoer Totaal doorzet (afgerond op 10.000’en)

680.000

784.010 522.110 1.310.000

Aanvoer Materiaalstromen in ton per jaar

aanvoer [ton/jr]

groenafval, GFT en organisch bedrijfsafval 84.000 biomassa 31.500 compost zeefgrond/substraat steenachtig BSA 30.000 asbest / asbesthoudend houtafval 9.500 houtafval gevaarlijk afval 500 (verontreinigde) grond 90.000 veegvuil 30.000 riool- en kolkenvuil 10.000 baggerspecie 100.000 organische reststoffen 500 glastuinbouw (o.a. substraatmatten) plantaardige olien en vetten 500 secundaire grondstoffen scheidingsresiduen schroot non ferro dieselolie 300 bindmiddelen 5.000 zand, bulkgoederen 2.500 afgewerkte olie, oliehoudend afval, kca olie, vetten, lakken, gasflessen 5 Totaal benodigde voertuigen 394.305 Totaal verkeersbewegingen (2 ritten per voertuig)

Afvoer ton per voertuig 15 20

voertuigen per werkbare voertuigen per jaar dagen dag 5.600 1.575

310 310

afvoer [ton/jr]

ton per voertuig

voertuigen per werkbare voertuigen per jaar dagen dag

20 6

20

1.500

310

5

15 15 25 15 7 20 10

633 33 3.600 2.000 1.429 5.000 50

310 310 310 310 310 310 310

3 1 12 7 5 17 2

10

50

310

2

8 30 20

38 167 125

310 310 310

1 1 1

0

13 21.812

310

1 84 168

23.500 18.000 29.000 100 9.000 500 165.000

30 30 30 30 20 20 35

783 600 967 3 450 25 4.714

310 310 310 310 310 310 310

3 2 4 1 2 1 16

500

20

25

310

1

500

20

25

310

1

8.000 1.000

20 30

400 33

310 310

2 6

5

1

5

310

0

255.105

8.031

39 78

totaal voertuigen 20 6 3 2 9 1 5 2 28 7 5 17 3 0 3 0 2 6 0 1 1 1 0 1 123 246

Materiaalstromen in ton per jaar

Aanvoer aanvoer [ton/jr]

groenafval, GFT en organisch bedrijfsafval 212.500 biomassa 31.500 compost zeefgrond/substraat steenachtig BSA 100.000 asbest / asbesthoudend houtafval 80.000 houtafval gevaarlijk afval 500 (verontreinigde) grond 120.000 veegvuil 30.000 riool- en kolkenvuil 10.000 baggerspecie 80.000 organische reststoffen glastuinbouw (o.a. substraatmatten) 100.000 plantaardige olien en vetten secundaire grondstoffen scheidingsresiduen schroot non ferro dieselolie 12.000 bindmiddelen 5.000 zand, bulkgoederen 2.500 afgewerkte olie, oliehoudend afval, kca olie, vetten, lakken, gasflessen 10 Totaal aan- en afvoer 784.010 Totaal verkeersbewegingen (2 ritten per voertuig)

Afvoer ton per ton per vrachtwagens tractoren werkbare vrachtwagens tractoren vrachtwagen tractor per jaar per jaar dagen per dag per dag 15 20

2

14.167 1.575

1.550

310 310

47 6

20

5.000

310

17

15 15 25 15 7 20

5.333 33 4.800 2.000 1.429 4.000

310 310 310 310 310 310

18 1 16 7 5 13

310

18

20

2 2 5

1.240 1.240 4.650

5.000

30 30 30

400 167 83

0,4

25 44.012

8.680

310 310 310

2 1 1

310

1 153 306

totaal afvoer ton per vrachtwagen werkbare vrachtwagens vrachtwagens en tractoren [ton/jr] vrachtwagen s per jaar dagen per dag

5 85.000 75.000 97.000 100 9.000 500 165.000

30 30 30 30 20 20 35

2.833 2.500 3.233 3 450 25 4.714

310 310 310 310 310 310 310

10 9 11 1 2 1 16

500

20

25

310

1

50.000 25.000 10.000 5.000

20 20 30 30

2.500 1.250 333 167

310 310 310 310

9 5 6 6

10

1

10

310

4 4 15

28 56

522.110

18.044

0 77 154

47 6 10 9 28 1 20 2 32 7 5 13 1 18 0 9 5 6 6 2 1 1 0 1 258 516

Opdrachtgever

Wagro Waddinxveen

Datum

31 maart 2023

Auteur

Marco de Baat

Pagina

1/4

Parkeersituatie Wagro Waddinxveen Wagro is voornemens een gesloten hal te bouwen voor de verwerking van afvalstromen om daarmee geurhinder te verminderen. Voor de bouw van de hal is een bestemmingsplanwijziging nodig. Wagro is ook voornemens meer materiaalstromen te verwerken op de locatie. Dit zal voor een toename van de werkgelegenheid en daarmee de parkeervraag zorgen. De extra verwerking van materiaalstromen kan door de inzet van nieuwe technieken en automatisering met relatief beperkt extra personeel verwerkt worden. Wagro heeft Goudappel gevraagd te beoordelen of in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.

1.

Parkeerbeleid

Bij ruimtelijke uitbreiding dient volgens de regels van het vigerende parkeerbeleid in beginsel te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Het vigerende parkeerbeleid van Waddinxveen is in juli 2014 vastgesteld. In het parkeerbeleid is opgenomen dat voor het bepalen van de parkeerbehoefte van nieuwe ontwikkelingen parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 317 gebruikt moeten worden. In de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers voor parkeren en verkeersgeneratie’ zijn voor tal van functies kencijfers opgenomen van het gebruikelijke aantal benodigde parkeerplaatsen per oppervlakte-eenheid. Deze kencijfers zijn afhankelijk van de stedelijkheidsgraad en de locatie van de ontwikkeling. Waddinxveen is door de gemeente in het parkeerbeleid aangemerkt als ‘matig stedelijk’ en Wagro ligt in het ‘buitengebied’. De gemeente stelt de CROW-kencijfers als parkeernorm te zien. Gemotiveerd kan worden afgeweken van de kencijfers. In de CROW-publicatie 317 (en ook in de actuele CROW-publicatie 381) is echter geen passende functie opgenomen om de parkeerbehoefte van Wagro te bepalen. Wagro is een recyclingbedrijf dat verschillende materiaalstromen verwerkt. Een dergelijke functie is niet gespecificeerd, waardoor er geen standaard kencijfers (en dus parkeernormen) beschikbaar zijn. In CROW-publicatie 317 is wel de functie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’

Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland

Snipperlingsdijk 4

Postbus 161

+31(0) 570 666 222

BTW NL 0072 11 879 B01

7417 BJ Deventer

7400 AD Deventer

info@goudappel.nl

KVK

Nederland

Nederland

www.goudappel.nl

IBAN NL09 INGB 0001 2746 32

3801 7479

opgenomen, maar deze functie gaat uit van 1 werknemer per 30 tot 50 m2 oppervlakte (bvo). Het terrein van Wagro is relatief groot (vanwege de benodigde ruimte voor de opslag en verwerking van allerlei grond- en materiaalstromen), maar kent relatief weinig werknemers per oppervlakte. Om dit in perspectief te plaatsen: In de huidige situatie zijn 13 mensen werkzaam bij Wagro, en is het terrein ruim 20.000 m2 groot (NB. het kantoorgebouw is circa 1.150 m2 bvo). Daarmee is bij Wagro sprake van ca. 1 werknemer per 1.500 m2 terreinoppervlakte, waardoor de parkeerbehoefte van de functie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’ niet passend is voor Wagro. In dergelijke gevallen (dat er geen passende parkeernorm beschikbaar is) is een maatwerkonderbouwing van de parkeerbehoefte nodig. Deze onderbouwing is in deze notitie gegeven.

2.

Parkeeronderbouwing

Wagro is een verwerker van allerlei materiaalstromen. Op het terrein worden deze materiaalstromen opgeslagen en verwerkt. Bij Wagro is personeel werkzaam in de operatie om deze materiaalstromen te verwerken, en personeel op kantoor. Met name voor werknemers is parkeergelegenheid nodig. De materiaalstromen worden veelal aangevoerd met vrachtwagens of landbouwvoertuigen, deze rijden meestal af en aan, en hoeven niet te parkeren. Incidenteel is sprake van bezoekers waar ook enige parkeergelegenheid voor nodig is. Parkeerbehoefte personeel In de huidige situatie werken dagelijks zo’n 13 personen bij Wagro. In de nieuwe situatie zijn – volgens opgave Wagro - 8 extra werknemers nodig om de extra materiaalstromen te verwerken. Dit is ook toegelicht in de AERIUS-berekeningen van 18 maart 2023 (WAG.Wad.23.Wnb-proj-02 en WAG.Wad.23.Wnb-plan-02). In de nieuwe situatie zijn dus totaal 21 personen werkzaam per dag. In onderstaande tabel is het aantal werknemers per onderdeel gespecificeerd.

Onderdeel

Huidige situatie

Toekomstige situatie

Bemande machines (laadschop, kraan)

7

12

BMC, afvalscheidingsinstallatie, tunnelcompostering

1

3

Werkplaats

2

3

Kantoor

3

3

Totaal werknemers

13

21

Tabel 1: aantal werknemers Wagro in huidige en toekomstige situatie

2

Parkeervraag t.o.v. parkeergelegenheid In de huidige situatie zijn 30 parkeerplaatsen op het terrein rondom het kantoorgebouw aanwezig (zie figuur 1). Gezien het aantal benodigde werknemers ten behoeve van de huidige bedrijfsvoering samen met parkeerplaatsen voor bezoekers, wordt met 30 parkeerplaatsen nu ruim voorzien in de parkeercapaciteit en is zelfs sprake van een overschot. Met andere woorden: de huidige parkeerplaatsen zijn nu niet allemaal nodig. De parkeervraag van de extra benodigde werknemers kan hiermee prima opgevangen worden. Ook als alle werknemers (21) met de auto komen zou er nog een overschot aan parkeren zijn (30 – 21 = 9). Naast werknemers zijn er ook enkele bezoekersplekken nodig. Daar zijn in de praktijk ruim voldoende vrije parkeerplekken voor. Wagro is een bezoekersextensief bedrijf. Ook komen in de praktijk diverse werknemers (ca 5) met de fiets naar werk, waardoor de uiteindelijke parkeervraag lager is.

Figuur 1: huidige parkeerplaatsen (totaal 30) rondom het kantoorgebouw van Wagro

3

3.

Conclusie

Bij de bouw van gebouwen dient normaliter aangetoond te worden dat voorzien kan worden in de extra parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. In dit geval zorgt de bouw van een gesloten hal niet voor extra parkeerbehoefte. Wel is Wagro voornemens meer materiaalstromen te verwerken op het terrein waar extra werknemers voor nodig zijn, wat dus wel voor een extra parkeervraag kan zorgen. Voor nieuwe ontwikkelingen moet in beginsel in voldoende parkeergelegenheid worden voorzien op eigen terrein. De parkeerbehoefte van de nieuwe situatie wordt normaliter bepaald op basis van de parkeernormen. De gemeente Waddinxveen verwijst voor de vigerende parkeernormen naar de parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie 317. In deze publicatie is echter geen passende functie opgenomen die qua parkeerbehoefte vergelijkbaar is met Wagro. Daarom is een maatwerkonderbouwing opgesteld op basis van het huidige en toekomstige aantal werknemers. Totaal werken in de toekomstige situatie 21 werknemers op deze locatie. Een deel daarvan woont in de buurt en komt met de fiets (ca. 5). Verder zijn enkele parkeerplaatsen voor bezoekers nodig. In de huidige situatie zijn 30 parkeerplaatsen op het terrein aanwezig. Dat is ruim voldoende om de toekomstige parkeervraag op te vangen. In de huidige situatie is dus sprake van een overschot aan parkeerplaatsen.

4

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen Kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland Stec Groep aan de regio Midden-Holland

Evert-Jan de Kort en David van Doesburg 2 juni 2023

2

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1.1 1.2

2.

2.2 2.3

3.

6

Principe 1: Waardebehoud en intensief benutten van de bestaande terreinen ................................................................................. 6 Principe 2: Nieuwe terreinen ontwikkelen met hoge ambities en voorwaarden ............................................................................................ 8 Principe 3: Overkoepelende afspraken voor een sterke bedrijventerreinenportefeuille .............................................................. 10

Afspraken bedrijventerreinen Midden-Holland 3.1 3.2 3.3

4.

Waarom een regionale kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie? ...... 3 Aansluiting bij Economische Visie en Human Capital Agenda ............ 4

Leidende principes 2.1

3

11

Afsprakenlijn 1: waardevolle bestaande bedrijventerreinen .............. 11 Afsprakenlijn 2: nieuwe bedrijventerreinen toevoegen ...................... 14 Afsprakenlijn 3: overkoepelende opgaven ........................................... 20

Actieagenda

Bijlage A: Regiofoto bedrijventerreinen

22 24

A.1 Bedrijventerreinen van groot belang voor brede welvaart ...................... 24 A.2 Innovatie op de Midden-Hollandse bedrijventerreinen ............................ 28 A.3 Mismatch in opleidingsniveau arbeid op de bedrijventerreinen ............. 29 A.4 Trends en ontwikkelingen op bedrijventerreinen in de regio................... 31

Bijlage B: Verdieping van de ruimtevraag

34

B.1 Vertaling provinciale behoefteraming naar Midden-Holland ................... 34 B.2 Indicatieve vraag- aanbodconfrontatie binnen de regio ........................... 38

Bijlage C: Strategische opgaven in de regio

40

C.1 Krapte op de bedrijventerreinenmarkt, nieuwe ontwikkeling noodzakelijk ............................................................................................ 40 C.1.1 Optie 1: toevoegen nieuwe bedrijventerreinen op ‘greenfields’ ........... 41 C.1.2 Optie 2: beter benutten van de bestaande voorraad .............................. 41 C.2 Bestaande voorraad waardevast en toekomstbestendig .......................... 44 C.2.1 Vergroenen en verblauwen van bestaande bedrijventerreinen ............ 44 C.2.2 Aanpakken parkeerdruk ............................................................................ 45 C.2.3 Aandacht voor energietransitie en netcapaciteitsproblemen ................ 46 C.2.4 Nader analyseren watergebonden bedrijventerreinen .......................... 48 C.2.5 Verbeteren organisatiegraad voor collectief oppakken opgaven .......... 49

Bijlage D: Uitwerking werkmilieus

50

Bijlage E: Provinciaal stoplichtmodel

52

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

3

1. Inleiding

1.1 Waarom een regionale kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie? Tekort aan bedrijventerreinen over een brede linie in Midden-Holland De regio Midden-Holland heeft in 2020 een kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie opgesteld. Hieruit blijkt een flink tekort aan bedrijventerreinen. De recente provinciale behoefteraming (dinsdag 9 november 2021 vastgesteld) bevestigt dit beeld en onderstreept het tekort extra; de vraag in Midden-Holland groeit nog harder dan eerder voorspeld en het aanbod is verder opgedroogd. Het tekort doet zich voor over een brede linie: van regulier lokaal MKB tot ruimte voor Hogere Milieu Categorie (HMC) bedrijven. Wel staan verschillende nieuwe plannen op de rol. De grote uitdaging in Midden-Holland is dit aanbod ook écht tot ontwikkeling en uitgifte te brengen, zo constateerden we in de behoefteraming. Om verschillende redenen blijft het aanbod ‘hangen’. Een veelbelovende stap is de ontwikkeling van twee bedrijventerreinen in het Middengebied/Vijfde Dorp (Zuidplas), waarvoor een bestuurlijke overeenkomst is getekend. Deze ontwikkeling is alleen niet genoeg. De bedrijvigheid in de regio kenmerkt zich door een sterk lokaal gebonden MKB. Vooral in Bodegraven-Reeuwijk en Krimpenerwaard is dat zichtbaar.

Volgens lokale behoefte inventarisaties is de ruimtebehoefte daar urgent en zien de meeste bedrijven geen mogelijkheden in (en behoefte aan) een verre verplaatsing. Dat geldt ook voor diverse logistieke bedrijven van ‘eigen kweek’ die sterk lokaal geworteld zijn. Daar bovenop komt de belangstelling van grote logistieke bedrijven van buiten. Vestiging in de A12 corridor van Midden-Holland is voor deze bedrijven aantrekkelijk om van daaruit de grote steden en consumentenmarkt in Zuid-Holland te bedienen. In toenemende mate zien we dat deze logistiek ook landt op bestaande bedrijventerreinen in Midden-Holland. Extra druk vanuit woningbouw en groei aantal inwoners Daar komt de forse druk bij vanuit de verstedelijkingsopgave in MiddenHolland. Diverse hectares bedrijventerrein dreigt de regio te verliezen aan woningbouw, terwijl de extra woningbouw en inwoners op hun beurt tot extra economische dynamiek en ruimtevraag kunnen leiden. Hiervoor moet dus vervangende ruimte komen. En dan liefst in de buurt gezien de lokale gebondenheid van veel bedrijven. Gebeurt dit niet dan dreigt vooral het MKB, de motor van de regionale economie in Midden-Holland, steeds meer in de knel te komen. Terwijl bedrijventerreinen de motor van de regionale economie zijn In totaal huisvesten de bedrijventerreinen binnen de regio Midden-Holland circa 39.000 banen.

Dat is circa 35% van de totale werkgelegenheid binnen de regio. Naast deze directe werkgelegenheid zorgen de bedrijven ook voor spin-off (en indirecte werkgelegenheid). Naar schatting gaat het om circa 14.000 ‘indirecte’ banen, direct gekoppeld aan bedrijven op bedrijventerreinen. Niet alleen vertegenwoordigen de bedrijventerreinen in de regio een belangrijke rol op het gebied van werkgelegenheid, ook op het gebied van de bijdrage aan het Bruto Regionaal Product (BRP) spelen de bedrijventerreinen een belangrijke rol. In totaal is de jaarlijkse toegevoegde waarde op de terreinen circa € 3,1 miljard. Hiermee dragen de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland bij aan circa 35% van het totale BRP – in totaal circa € 9 miljard – binnen de regio. Maar ook op het gebied van innovatie zijn bedrijventerreinen een onmisbare schakel. Circa 60% van alle (hoog)-innovatieve bedrijven in de regio Midden-Holland is gevestigd op een bedrijventerrein. De regio huisvest veel innovatie op het gebied van agrofood, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van ICT en hightech-bedrijvigheid spelen de bedrijventerreinen een onmisbare rol als broedplaats voor innovatie.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

4

Divers palet van bedrijven maakt een economisch sterke regio De kracht van de bedrijvigheid in de regio Midden-Holland is het diverse palet van mkb-bedrijvigheid. De vele familiebedrijven in de regio ‘maken’ nog echt producten die over de hele wereld worden verkocht. Daarnaast huisvest de regio natuurlijk ook veel logistiek en bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie. Juist het diverse palet aan bedrijven in de regio – er valt geen eenduidig bedrijfsstempel op de regio te drukken – maakt de regio economisch sterk en veerkrachtig. EEN OP DE VIJF BEDRIJVEN IN MIDDEN-HOLLAND IS FAMILIEBEDRIJF Bijna 20% van de bedrijven in Midden-Holland is een familiebedrijf. Dat is beduidend hoger dan het landelijk gemiddelde van 15%. Binnen Midden-Holland zien we verschillen. Het aandeel familiebedrijven is het hoogst in Krimpenerwaard en Bodegraven-Reeuwijk (beide een aandeel van 22%). Gouda heeft met 13% van het aantal bedrijven het laagste aandeel familiebedrijven. Waddinxveen en Zuidplas zitten met 20% ongeveer op het regionale gemiddelde. Dit vraagt om een regionale, kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Daarom heeft de regio in het triple helix overleg afgesproken een kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie op te gaan stellen. Deze strategie moet voortbouwen op de kwantitatieve strategie en invulling geven aan ‘werken aan kwaliteit’.

Dit houdt in dat de regio vanuit een ruimtelijkeconomisch perspectief wil werken aan een kwalitatief sterke bedrijventerreinenmarkt met locaties en werkgelegenheid die kwaliteit toevoegen aan Midden-Holland. Dit betekent onder meer dat bestaande bedrijventerreinen goed moet worden benut en toekomstbestendig moeten worden gemaakt. En dat nieuwe bedrijventerreinen een kwalitatieve toevoeging moeten zijn aan het bestaande aanbod en maximaal moeten helpen om de kansen en uitdagingen in de regio te verzilveren. Denk daarbij onder meer aan de thematische speerpunten uit de economische visie. Maar ook andere kansen op aanpalende beleidsthema’s als energie, klimaat, circulariteit, et cetera, waarvoor bedrijventerreinen uitermate geschikt zijn om een bijdrage te kunnen leveren.

1.2 Aansluiting bij Economische Visie en Human Capital Agenda Deze kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie staat niet op zichzelf. Er zijn veel raakvlakken waarin bedrijventerreinen een belangrijke rol kunnen spelen met de opgaven in de regio Midden-Holland, zoals opgesteld in de Economische Visie Midden-Holland (2020). In deze economische visie zijn samen met gemeenten en bedrijfsleven goed afgewogen ambities opgesteld, waarbij ruimte voor ondernemen een belangrijk element is om deze ambities te kunnen realiseren. Vanzelfsprekende thema’s als het benutten van de maakindustrie en de leegstand van kantoren hebben een sterke directe link met de bedrijventerreinen. Maar ook de energietransitie, functiemenging en opleidingsniveau hebben direct en indirect een belangrijke koppeling met de bedrijventerreinen.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

5

Figuur 1: beeldbepalende trends en opgaven Midden-Holland

Bron: Economische Visie Midden-Holland, Blaauwberg, 2020

Economische speerpunten vinden allemaal hun startpunt op de bedrijventerreinen In de economische visie Midden-Holland zijn een viertal economische speerpunten opgenomen waarop de regio zich wil inzetten en wil profileren. Deze zijn als volgt: • Techniek: Midden-Holland als het centrum voor modern technisch vakmanschap in de Randstad • Zorgtechnologie: ontwikkelen van toepassingen voor domotica en langer thuis wonen • Midden-Holland als innovatiecentrum voor bouwen in moeilijke bodemomstandigheden • Midden-Holland als ‘best practice’ in transport, logistiek en distributie Alle vier deze speerpunten kennen een sterke binding met de bedrijventerreinen in de regio. Enerzijds als ‘doel op zich’ zoals positionering van de regio als het centrum voor modern technisch vakmanschap in de Randstad. Hierin staan de bedrijventerreinen centraal. Maar bijvoorbeeld ook voor de positie van de regio als praktijkcentrum bodemdaling: de bedrijven actief rondom dit thema zijn grotendeels gevestigd op de bedrijventerreinen in de regio.

Ambities vanuit Human Capital Agenda dragen bij aan toekomstbestendige bedrijventerreinen Vanuit de in juni 2022 vastgestelde Human Capital Agenda 2.0 zijn een viertal opgaven en hierbij horende ambities opgesteld om de in de provincie Zuid-Holland aanwezige krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken, baanzekerheid van werknemers te verhogen en tegelijkertijd de inclusiviteit en duurzame inzetbaarheid van mensen op de arbeidsmarkt te verhogen. Hiermee wordt aangesloten aan diverse beeldbepalende trends en opgaven in Midden-Holland vanuit de Economische Visie (zie figuur 1). Zeker gezien de vele maakbedrijven in de regio is het aansluiten op de Human Capital Agenda van essentieel belang: (nieuw) technisch geschoold personeel is noodzakelijk om de bestaanszekerheid van de bedrijven in Midden-Holland te garanderen. Een goed initiatief binnen de regio is de Campus Gouda, waarin studenten, werkenden en zij-instromers opleidingen wordt aangeboden in relevante thema’s die aansluiten bij de economische speerpunten van de regio.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

6

2. Leidende principes

In dit hoofdstuk staan de leidende principes voor een toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille in de regio Midden-Holland. We hanteren als regio drie leidende principes (gebaseerd op de analyses en bevindingen uit bijlagen A t/m C) die de basis zijn voor onze afspraken en acties komende jaren (te lezen in hoofdstuk 3). Deze principes zijn niet volgordelijk en worden parallel aan elkaar opgepakt. 1. We spannen ons in om onze bestaande bedrijventerreinenvoorraad op niveau te houden en waar mogelijk kwalitatief te optimaliseren. Denk aan verduurzamen en het zo zorgvuldig mogelijk benutten van de ruimte. Zo willen we de bijdrage van onze terreinen aan onze regionale economie en samenleving borgen en bedrijventerreinen benutten bij het realiseren van maatschappelijke ambities. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. 2. We gaan nieuwe, duurzame bedrijventerreinen ontwikkelen om tegemoet te komen aan de flinke ruimtebehoefte van bedrijven in Midden-Holland. Ook is dit nodig om ‘schuifruimte’ te realiseren om de bestaande voorraad te optimaliseren (principe 1). Bij de toevoeging van nieuw terrein kijken we goed hoe we de extra vierkante meters met maximale meerwaarde voor de regio en ten opzichte van de bestaande voorraad kunnen realiseren. 3.

We realiseren de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbestendige portefeuille van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in Midden-Holland. Denk hierbij onder meer aan goede monitoring. Hierna gaan we dieper in op de drie principes.

2.1 Principe 1: Waardebehoud en intensief benutten van de bestaande terreinen Verschillende opgaven vragen om ruimte: er is behoefte aan woningen, behoefte aan ruimte voor ondernemers, behoefte aan ruimte voor de energietransitie en tegelijkertijd is het ook belangrijk om goede landbouwgrond en cultuur- en natuurlandschappen te behouden. We zien dat dit steeds vaker botst. De beschikbare ruimte is namelijk niet eindeloos en iedere vierkante meter heeft al een bestemming. De keuze voor het faciliteren van de ene opgave gaat dan ook vaak ten koste van de ruimte voor de andere. Binnen de regio Midden-Holland is nauwelijks meer aanbod van uitgeefbare bedrijfskavels en de vraag tot en met 2030 is vanuit de provinciale prognose geraamd op circa 80 tot 120 hectare netto. Ook worden enkele terreinen binnen afzienbare tijd getransformeerd naar bijvoorbeeld wonen, waardoor de werkfunctie van deze plekken (gedeeltelijk) verdwijnt. Deze opgave speelt in iedere regiogemeente, waarbij de meest concrete transformatieplannen spelen in Bodegraven-Reeuwijk (Dronenhoek) en Waddinxveen (Noordkade). Er moeten dus nieuwe terreinen bij als de regio de vraag wil faciliteren. Nieuwe terreinen zijn echter niet zo makkelijk gerealiseerd. Het is daarom van groot belang dat in elk geval de bestaande bedrijventerreinen in de regio zo optimaal mogelijk worden benutten.

Een terrein dat zowel nu als in de toekomst een fijne plek is om te ondernemen en werken, zorgt ervoor dat het terrein zijn functie en waarde kan behouden. Ingrepen in bijvoorbeeld het vergroenen of intensiever benutten van de ruimte is voor bestaande terreinen lastig: het terrein is volledig bebouwd en (ruimtelijke) ingrepen zijn hierdoor lastig. Investeringen in bijvoorbeeld het vergroenen van een terrein vereist publiek-private samenwerking, de gemeente beheert vaak nog geen 10% van het totale areaal. Beter benutten van bestaande bedrijventerreinen waar mogelijk Over het algemeen worden de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland intensief benut. Hoe intensief en efficiënt bedrijfskavels daadwerkelijk worden benut – en in welke mate intensiveren daadwerkelijk een mogelijkheid is – is verschillend per kavel en afhankelijk van het type bedrijvigheid dat zich daar huisvest. Zo is voor bijvoorbeeld logistieke en industriële bedrijvigheid een ruim opgezette kavel met voldoende opslag-, parkeer- en manoeuvreerruimte en hierbij automatisch minder intensieve bebouwing cruciaal voor de bedrijfsvoering. Voor bijvoorbeeld bedrijven waarbij parkeren een aanzienlijk deel van het maaiveld in gebruik neemt, is wel een ruimtewinst haalbaar. Denk bijvoorbeeld aan parkeeroplossingen op het dak.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

7

Figuur 2: Onrealistische (links) en mogelijke ruimtewinst (rechts) op bestaande bedrijventerreinen

Kromme Gouwe

Goudse Poort

Bron: IBIS, BAG en Kadaster, bewerking Stec Groep 2022

SCHUIFRUIMTE VOOR BEDRIJVEN CRUCIAAL OM BESTAANDE TERREINEN BETER TE BENUTTEN Om kavels op de bestaande bedrijventerreinen in de regio beter te kunnen benutten (ook in het kader van het beter benutten van watergebonden kavels en HMC-terreinen waar bedrijven nu niet ‘op de juiste plek’ zitten), is een bepaalde mate van schuifruimte cruciaal. Er is praktisch geen kavel meer uitgeefbaar, en ook het leegstandspercentage is zeer laag. Ondernemers zitten klem, ook op het gebied van het intensiever benutten van het huidige kavel. Immers: een ondernemer wil zijn bedrijfsactiviteiten niet stilleggen tijdens een (ingrijpende) verbouwing en heeft hiervoor tijdelijke (huur)ruimte nodig om zijn bedrijfsactiviteiten voort te zetten. Maar ook voor het vergroenen of verduurzamen van vastgoed kan schuifruimte nodig zijn. Het toevoegen van nieuwe bedrijventerreinen in Midden-Holland draagt bij aan het creëren van deze schuifruimte. Mogelijk verhuizen ondernemers van bestaande terreinen naar een pand op een nieuw terrein, waardoor extra aanbod op bestaande terreinen beschikbaar komt. Gezien het lage leegstandspercentage (nog geen 2% van het bedrijfsvastgoed in Midden-Holland staat leeg) is dit geen probleem en biedt dit juist ‘lucht’ voor het beter benutten en verduurzamen van bestaande terreinen.

Kwaliteitsverbetering bestaand: investeringen nodig om terreinen aantrekkelijk te houden De regio Midden-Holland wil dat haar aanbod aan bedrijventerreinen nu en in de toekomst aansluit bij de behoefte van bedrijven, waarbij bedrijven(terreinen) naast behoud (en groei) van werkgelegenheid tegelijkertijd een bijdrage leveren aan het behalen van de energie- en klimaatdoelstellingen. De kwaliteitsopgave op de bestaande voorraad is essentieel. Voor toekomstbestendige en aantrekkelijke bedrijventerreinen zijn investeringen nodig in de openbare ruimte, de infrastructuur (energie, weg, water en digitaal) en het private vastgoed. We vinden het belangrijk dat het goed ondernemen is op onze bedrijventerreinen. Als het goed gaat met ondernemers en zij investeren in hun bedrijf, vastgoed en personeel heeft dit positieve effecten voor regionale economie als geheel.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

8

Samen met ondernemers, vastgoedeigenaren en andere belanghebbenden blijven we werken aan de toekomstwaarde van onze bestaande bedrijventerreinen om te voorkomen dat deze de aansluiting met de (snel veranderende) marktvraag verliezen. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Voor gemeenten is het belangrijk om te weten wat er speelt onder ondernemers. De regiogemeenten zullen oplossingsgericht faciliteren en/of stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door het in contact blijven met de ondernemers, het delen van kennis en netwerk met ondernemers, of door bepaalde subsidies te verlenen. Uiteindelijk is de ondernemer echter zelf verantwoordelijk voor zijn eigen kavel. Tegenover besteding van tijd, aandacht en geld door gemeenten staan private investeringen in de marktwaarde en ruimtelijke kwaliteit van eigen vastgoed en kavel door ondernemers. Verduurzamen en vergroenen worden de norm We zetten samen met ondernemers en vastgoedeigenaren stappen om vastgoed te verduurzamen en te vergroenen. Gerichte investeringen zijn nodig om duurzame en inclusieve groei te bevorderen en de aantrekkelijkheid van de regio als vestigingsplaats te bevorderen. Het vergroenen van bedrijventerreinen helpt om wateroverlast bij piekbuien te verminderen (hittestress, klimaatadaptie). Dit draagt bij aan de biodiversiteit en maakt van bedrijventerreinen een comfortabelere werkomgeving.

Tevreden personeel is belangrijk voor een werkgever, maar ook om als bedrijf talentvolle werknemers aan je te kunnen binden. Zeker in een krappe arbeidsmarkt en arbeidsmarktconcurrentie met omliggende regio’s is dit van groot belang. Ondernemers en gebouwen en gebieden die hierop inspelen, zijn aantrekkelijk en toekomstgericht. Op duurzame, circulaire bedrijventerreinen wordt zo min mogelijk energie verbruikt, omdat processen zijn geoptimaliseerd en het vastgoed goed is geïsoleerd. Daarnaast wordt zoveel mogelijk energie lokaal en duurzaam opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken, maar ook bijvoorbeeld door ‘restenergie’ van andere bedrijven in het gebied te hergebruiken. Met grote dakoppervlakken kunnen bedrijventerreinen energie-opwekkers zijn. Hiermee zijn de opgaven vanuit de RES 1.0 Midden-Holland leidend, vanuit het testbeeld Energie Bedrijventerreinen. Ondernemers in Midden-Holland kunnen sinds kort gebruik maken van het Servicepunt Energietransitie Bedrijven Midden-Holland om hun energie energiezuiniger te maken of juist zelf energie op te wekken.

2.2 Principe 2: Nieuwe terreinen ontwikkelen met hoge ambities en voorwaarden Om in de toekomstige ruimtevraag te kunnen voorzien, is ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen op ‘greenfields’ (in de onbebouwde ruimte) noodzakelijk. Het is van belang een goede afweging te maken welk type bedrijventerrein er ontwikkeld zal worden (denk bijvoorbeeld aan regulier-gemengd, logistiek of ruimte voor bedrijven met een hogere milieucategorie) en aan te sluiten op de (actuele) koers van de Provincie Zuid-Holland met betrekking tot grootschalige ontwikkelingen. De provincie kiest hierbij voor een selectief beleid en, waar mogelijk, het clusteren en ruimtelijk combineren van grootschalige functies aan de hand van ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit, energietransitie en klimaatadaptatie. Bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen hebben we hoge ambities en stellen we eisen op het gebied van duurzaamheid en intensief ruimtegebruik. Een ruime opzet met veel aandacht voor groen en waterberging op de terreinen en verplichte deelname aan parkmanagement of andere vorm van organisatiegraad is hierbij een goede uitgangspositie. Verder kan ook worden gedacht aan uitgiftecriteria waaraan (grote) bedrijven moeten voldoen om zich in de regio te mogen vestigen. Ook kunnen afspraken worden opgenomen om intensief ruimtegebruik op de nieuwe terreinen af te dwingen.

Uitgangspunt: evenwicht in vraag en aanbod In lijn met de provinciale beleidsinzet rondom bedrijventerreinen streeft de regio Midden-Holland voor een aantrekkelijk en toekomstbestendig vestigings- en werkklimaat naar een goede kwantitatieve en kwalitatieve balans tussen vraag en aanbod, waarbij ook spreiding van aanbod een rol speelt met oog op de lokale behoefte. Zowel overaanbod als een tekort aan bedrijventerreinen is niet wenselijk. De huidige situatie van een tekort aan bedrijventerreinen is niet wenselijk, omdat het aanbod dan niet kan voorzien in de uitbreidingsbehoefte of vestigingsbehoefte van een bedrijf waardoor de provincie potentiële werkgelegenheid en economische kracht misloopt.

9

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Aan de andere kant is overaanbod ook niet wenselijk, omdat dat vaak leidt tot leegstand en verloedering op bestaande terreinen waardoor vastgoedwaardes, grondwaardes en vestigingsklimaat verslechteren. Daarnaast kan overaanbod leiden tot concurrentie tussen gemeenten (en regio’s) en wordt daardoor onnodig beslag op de ruimte gelegd, terwijl die ruimte in de regio al schaars is. Bovendien wordt herstructurering of terreinen kwalitatief op peil houden lastiger doordat uitwijken naar een nieuw perceel gemakkelijker is. Voorkeursvolgorde ontwikkeling nieuwe terreinen in lijn met NOVI en provincie De ambitie van de regio Midden-Holland is om in de toekomst te beschikken over genoeg en goede ontwikkelruimte voor zowel bestaande als nieuwe bedrijvigheid, maar ook voor andere opgaven, zoals natuur, landschap, infrastructuur en wonen. In samenwerking met gemeenten en grondeigenaren werken we toe naar werklocaties die zowel in kwantitatief- als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij gaan we zo efficiënt mogelijk om met de ruimte. Hiervoor hanteren we de voorkeursvolgorde vanuit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI): 1. Gebruik ruimte op bestaande terreinen 2.

Ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan stedelijk gebied Concreet betekent dit dat ruimte voor (nieuwe) bedrijvigheid in eerste instantie op moet worden gevangen op de bestaande bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland. Is dit niet mogelijk, dan wordt met oog op een goede ruimtelijke ordening en behoud van landschappelijke waarden gekeken naar uitbreidingslocaties aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen of ander stedelijk gebied. Ruimte voor nieuwe bedrijvigheid met aandacht voor zowel lokale als regionale vestigers We dragen zorg voor het ontwikkelen van voldoende nieuwe bedrijventerreinen zodat ook in de toekomst ondernemers zich in de regio kunnen blijven vestigen. Hierbij houden we rekening met het diverse palet van bedrijven in onze regio. Er is een tekort aan ruimte voor zowel kleinschalige, reguliere (lokaal) als grootschalige (bovenregionaal) bedrijven, waaronder HMC en/of watergebonden bedrijvigheid (zie Bijlage B: Verdieping van de ruimtevraag). Daarom bieden we verspreid voer de regio zowel ruimte voor de ontwikkeling (of uitbreiding) van kleinschalige bedrijventerreinen in onze kernen als ruimte voor grootschalige, regionale bedrijventerreinen op goede (weg-)ontsloten locaties.

SPECIFIEKE AANDACHT VOOR HMC- EN WATERGEBONDEN LOCATIES IN DE REGIO In de behoefteraming van de provincie Zuid-Holland wordt voor Midden-Holland een vraag naar HMC terreinen (vanaf 4.1) verwacht van circa 5 tot 10 hectare in de periode t/m 2030. Een deel van die vraag is naar verwachting watergebonden. De watergebonden vraag wordt eveneens geschat op circa 5 tot 10 hectare. De transitie naar een circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook verduurzaming van het goederenvervoer, zijn belangrijke ‘drivers’ voor de HMC- en watergebonden vraag.

HMC Watergebonden

Tegelijkertijd wordt in de behoefteraming geconstateerd dat ervoor HMC- en watergebonden vraag een opgave ligt om bestaande terreinen beter te benutten. Regelmatig zijn op bestaande terreinen ‘lichte’ bedrijven gevestigd op een plek waar hoge milieucategorie is toegestaan. Of ‘droge’ bedrijven op ‘natte’ kavels. Zie paragraaf: Nader analyseren functioneren en beter benutten watergebonden bedrijventerreinen. Om de bestaande ruimte voor HMC- en watergebonden bedrijven beter te benutten is dan wel schuifruimte (‘schuifpuzzel’) nodig aan reguliere bedrijfskavels elders in de regio, om zo lichte of droge functies uit te kunnen plaatsen. Binnen de regio wordt in ieder geval Doelwijk II ontwikkeld als toekomstige vestigingslocatie voor HMC-bedrijvigheid.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

10

Nieuw te ontwikkelen terreinen worden intensief benut met aandacht voor duurzaamheid Nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen lenen zich bij uitstek om opgaven rondom verduurzaming, waterhuishouding, biodiversiteit, circulariteit en de energietransitie bij de ontwikkeling van het terrein concreet in te vullen. In essentie zijn nieuwe bedrijventerrein in Midden-Holland duurzaam en toekomstgericht als deze zorgvuldig omgaan met de omgeving en de beschikbare ruimte, de gebouwen, grondstoffen, afval, water en energie, biodiversiteit, mobiliteit en mensen. Belangrijk is ook dat terreinen voorbereid zijn op de gevolgen van de klimaatverandering en klimaatadaptief zijn ingericht. Daarnaast moeten onze terreinen kunnen inspelen op trends als digitalisering, robotisering door bijvoorbeeld een sterk glasvezelnetwerk te bieden, maar ook de netcapaciteit speelt hierin een belangrijke rol. Is er voldoende ruimte beschikbaar op het stroomnet om de extra energievraag als gevolg van automatisering op te vangen?

2.3 Principe 3: Overkoepelende afspraken voor een sterke bedrijventerreinenportefeuille Tot slot zijn er enkele uitgangspunten die de gehele bedrijventerreinenportefeuille kunnen versterken, zowel voor bestaande terreinen als nog nieuw te ontwikkelen locaties. Programmeringsafspraken zijn een momentopname, monitoring zorgt voor balans vraag en aanbod De in hoofdstuk 3.1 opgenomen programmeringsafspraken zijn een momentopname. De realiteit rondom de bedrijventerreinenmarkt, de actuele stand van zaken omtrent planvoorraad en uitgifte kan over de jaren heen sterk verschillen. Continue monitoring is essentieel om voortdurend in beeld te hebben of het aanbod voldoende is en van de juiste kwaliteit. De inzichten uit monitoring kunnen leiden tot aanpassing van het aanbod, bijvoorbeeld door het onderbouwen en ontwikkelen van nieuwe locaties of door het schrappen van plannen of terreinen die onvoldoende toekomstperspectief hebben. De programmeringsafspraken zien we dan ook niet als in beton gegoten: op basis van toekomstige (economische) ontwikkeling kan deze lijst periodiek worden herzien. Startpunt van een goede monitoring is regionaal een keuze te maken tussen de economische ontwikkelscenario’s vanuit de prognose van de provincie Zuid-Holland. Hierbij is de vraag in het lage scenario aanzienlijk lager dan de vraag in het hoge scenario.

Een regionale keuze tussen het hoge- of lage scenario (of juist kiezen voor de gehele bandbreedte) is van invloed op de hoeveelheid terreinen die conform de provinciale prognose kunnen worden ontwikkeld. Regio Midden-Holland economisch op de kaart zetten voor koppeling met onderwijs en arbeidsmarkt De kracht van de bedrijvigheid in de regio Midden-Holland is het diverse palet van Mkb-bedrijvigheid. De vele familiebedrijven in de regio ‘maken’ nog echt producten die over de hele wereld worden verkocht. Daarnaast huisvest de regio natuurlijk ook veel logistiek en bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie. Het ‘bestempelen’ van de regio met een bepaald economisch profiel doet de regio geen eer aan vinden de ondernemers: de kracht ligt juist in de diversiteit. Op de verschillende (grotere) bedrijventerreinen is uiteraard soms wel een duidelijk profiel herkenbaar. Het ‘etaleren’ van een bepaald profiel van de regio draagt echter wel bij aan het beter positioneren van de regio voor het aantrekken van nieuw personeel en verbinding met het onderwijs. Onbekend maakt immers onbemind. Van belang bij het uitdragen van een bepaald profiel is wel langdurige commitment, ook verankerd in gemeentelijk beleid: een gekozen strategie moet voor langere tijd worden uitgedragen en niet binnen een paar jaar weer veranderen.

Hierin is een sterke koppeling zichtbaar met de economische visie van Midden-Holland, waarin de regio als hét centrum voor vakmanschap van de Randstad moet worden gezien. Hiervoor kunnen de afspraken en ambities vanuit de Human Capital Agenda 2.0 worden ingezet.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

11

3. Afspraken bedrijventerreinen Midden-Holland

De regiogemeenten streven naar een goede balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt. Gezien het grote tekort betekent dit dat er nieuwe terreinen moeten worden toegevoegd. Niet alleen in kwantiteit (hectares) maar ook in kwaliteit/duurzaamheid (ieder bedrijf op de juiste plek en zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik). Het bedrijfsleven moet de beschikking hebben over voldoende passende en toekomstbestendige terreinen om te kunnen groeien, verduurzamen en investeren. Om te komen tot een gezonde en toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille werken we in de regio aan de hand van diverse regionale afspraken aan een integrale en duurzame (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. Dit doen we om economische kracht en kansen voor Midden-Holland te versterken en verzilveren. De hieronder opgesomde afspraken zijn afgeleid van de in hoofdstuk twee opgenomen leidende principes voor de regio. Hierbij moet bij het toepassen van de afspraken altijd rekening worden gehouden met het type terrein. Voor (grotere) regionale terreinen zijn wensen en ambities soms makkelijker haalbaar door de aanwezige kritische massa van bijvoorbeeld bedrijven, personeel of kapitaal in vergelijking met (kleinschalige) lokale terreinen.

3.1 Afsprakenlijn 1: waardevolle bestaande bedrijventerreinen A: Behouden, versterken of vernieuwen bestaande bedrijventerreinen De meeste bedrijventerreinen in de Midden-Holland functioneren goed. Met een aantal (kleine) ingrepen kan de basiskwaliteit op orde blijven, en het terrein aantrekkelijk blijven voor zowel ondernemers als werknemers. We zetten ons in voor het behoud van onze bestaande bedrijventerreinen, met uitzondering van de specifiek voor (gedeeltelijke) transformatie aangewezen terreinen in bijvoorbeeld onze gemeentelijke visies. Zie hiervoor onderdeel B. De voorgestelde acties in deze paragraaf zijn van toepassing op vrijwel alle bedrijventerreinen in de regio en stroken met de bevindingen vanuit de vitaliteitsscan van Bureau Buiten (2019), de kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland (2020), analyse in de PowerBI Midden-Holland en de analyse van de strategische opgaven in hoofdstuk 6. Om onze terreinen waardevast te houden spreken we de volgende afspraken af: 1.

Prioritering aanpak opgaven op bestaande terreinen aan de hand van EER-model kwantitatieve strategie: De meeste bedrijventerreinen in de Midden-Holland functioneren goed. Met (een aantal) kleine ingrepen kan de basiskwaliteit op orde blijven, en het terrein aantrekkelijk blijven voor zowel ondernemers als werknemers. Van belang is om een prioritering op te stellen op welke terreinen (als eerste) actie ondernomen wordt en welke ingrepen precies nodig zijn op deze terreinen. De resultaten van de EER-analyse zoals uitgevoerd in de kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland (hoofdstuk 4) geeft hier handvatten voor. In deze analyse is de (sociaal)economische waarde en courantheid per bedrijventerrein in beeld gebracht, onderverdeeld in verschillende levensfasen van de bedrijventerreinen. We gebruiken de resultaten van de EER-analyse om een prioritering op te stellen op welke terreinen acties wordt ondernomen. Hierbij geldt uiteraard dat de specifieke aanpak per terrein verschilt, en ook afhankelijk is van de inzetbereidheid en energie die de aanwezige ondernemers in hun terrein willen steken. We zetten ons in op het behouden en versterken van terrein in fase I & II, waarbij terreinen aan het eind van fase II en fase III een lage economische waarde vertegenwoordigen.

Deze terreinen staan voor een groot deel al op de lijst van transformatieterreinen (zie punt B) of zijn inmiddels al getransformeerd. 2. Verhogen organisatiegraad als basis voor kwalitatief sterke, toekomstbestendige bedrijventerreinen: Georganiseerde ondernemers bereiken meer, hebben over het algemeen meer slagkracht voor collectieve voorzieningen, collectieve investeringen in bijvoorbeeld

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

12

verduurzamen, vergroenen of de algemene uitstraling van een terrein te verbeteren. Ook draagt een collectief bij aan het elkaar versterken met ideeën en innovaties. Een hogere organisatiegraad vereenvoudigt communicatie tussen ondernemers onderling en tussen gemeente en ondernemers. Minder dan de helft van de bedrijventerreinen in Midden-Holland heeft nu een vorm van organisatie. Bovendien is sprake van verschillen binnen de regio: zo zijn alle terreinen in Gouda en BodegravenReeuwijk in meer of mindere mate georganiseerd, terwijl in de andere gemeenten alleen de grote terreinen (soms) een vorm van organisatie kennen. Het verhogen van de organisatiegraad (of ‘upgraden’ van al aanwezige structuren) op onze terreinen in de regio is van groot belang. We spannen ons als gemeenten in om de organisatiegraad op bestaande bedrijventerreinen of terreinen waar de gemeente geen grond uitgeeft te verhogen en/of verder te professionaliseren 1. Daarbij benutten we de hulp die de provincie Zuid-Holland hierbij aanbiedt, zoals de inzet van ambassadeurs. 3.

Vergroenen en verduurzamen bestaande bedrijventerreinen: De bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland zijn over de gehele linie behoorlijk versteend. Indien er groen aanwezig is, is dit vaak op gemeentegrond (openbaar terrein). Relatief weinig ondernemers zijn actief bezig met de aanwezigheid en kwaliteit van de groenvoorziening op hun eigen kavel. Hierdoor zien we – ondanks de overwegende ligging in landelijk gebied – dat de bedrijventerreinen gemiddeld 2 tot 3 graden warmer zijn dan de gemiddelde regionale temperatuur. Hittestress beïnvloedt de locatiewaarde van een gebied in negatieve zin. Het heeft een negatieve impact op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van de omgeving, comfort in gebouwen en ook de arbeidsproductiviteit. Het ‘vergroenen’ van de bedrijventerreinen draagt niet alleen bij aan een betere klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook de aantrekkelijkheid van de terreinen als werklocatie wordt verhoogd. Werknemers voelen zich daarnaast ook prettiger in een aantrekkelijke, groene omgeving, en daarmee kan vergroening bijdragen aan een aantrekkelijk werk- en verblijfklimaat. We zetten ons als gemeente in op het vergroenen van onze bedrijventerreinen.

Veel grond op de bedrijventerreinen is echter in handen van particuliere eigenaren, willen we onze terreinen vergroenen dan moet er een publiek-private samenwerking worden aangegaan om zowel private als openbare ruimte collectief te vergroenen. Idealiter gaan we vanuit een ondernemerscollectief het gesprek aan met de ondernemers en onderstrepen het belang (meerwaarde) van vergroenen op onze terreinen. Voor subsidiering kijken we ook naar de subsidieregeling groene bedrijventerreinen van de provincie Zuid-Holland.

4.

Bestemmingsplan herzien / rekening houden in het omgevingsplan waar marktconforme verruiming mogelijk is: Om de bestaande bedrijventerreinen zo optimaal mogelijk te benutten, kan het kansrijk zijn de bestaande bestemmingsplannen (en rekening hiermee houden in toekomstig op te stellen Omgevingsplannen) nader te bekijken. Deze zijn soms al tientallen jaren oud en bevatten mogelijk verouderde eisen. Voornamelijk op het gebied van de maximaal toegestane bouwhoogte en bebouwingspercentage valt soms ruimtewinst te boeken. Waar bijvoorbeeld 20 jaar geleden vaak éénlaags bedrijfsvastgoed marktconform was, komt anno 2022 steeds vaker het geluid vanuit ondernemers dat zij de hoogte wel in willen gaan, maar dat beperkingen vanuit het bestemmingsplan dit niet toestaan. De toekomstige omgevingsplannen bieden hier kansen toe: bij het opstellen van (onder andere) bouwhoogtes in deze plannen kan hier rekening mee worden gehouden.

Basale vormen van organisatie zijn ondernemersverenigingen op bedrijventerreinniveau en/of een parkmanagementorganisatie. Professionele en slagvaardigere organisatievormen zijn een BIZ of een Ondernemersfonds met bedrijventerreinen als formeel trekkingsgebied. Inmiddels beschikt zo’n 30% van de Zuid-Hollandse bedrijventerreinen over een van deze organisatievormen. De organisatiegraad stijgt, mede door inspanning van de provincie (ambassadeurs). Een jaar geleden was namelijk 26% georganiseerd, zo blijkt uit het Investeringsplan toekomstbestendige bedrijventerreinen Zuid-Holland (Ecorys in opdracht van PZH, mei 2022).

1

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

13

We spreken af om geluiden vanuit de markt goed op te vangen en de planologische mogelijkheden van onze terreinen te verruimen naar marktconforme standaarden, en houden rekening hiermee met het opstellen van de omgevingsplannen vanuit de Omgevingswet. Via een gemeentelijke bedrijventerreinenvisie kan hierop worden geacteerd. Hierbij houden we rekening met de ligging van het terrein nabij bijvoorbeeld natuur of woningen. 5. Intensiveren ruimtegebruik waar mogelijk en haalbaar op bestaande terreinen: Door intensiever gebruik te maken van de beschikbare ruimte kan mogelijk een gedeelte van de ruimtevraag op de bestaande terreinen in Midden-Holland worden opgevangen. Over het algemeen zien we echter dat de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland al behoorlijk intensief worden gebruikt. Zo kennen de bedrijventerreinen in de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas een bovengemiddelde bebouwingsdichtheid. Krimpenerwaard scoort gemiddeld ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dit betekent echter niet dat er geen intensiveringskansen zijn. Voor bijvoorbeeld kavels met veel parkeergelegenheid op het maaiveld kan parkeren op het dak een oplossing zijn om extra bedrijfsvastgoed op de kavel te ontwikkelen. Ook kan worden gekeken naar het beter benutten van de bouwhoogte.

Op de verschillende bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland ligt de maximale bouwhoogte tussen 10 tot 15 meter. Hiermee is bedrijfsvastgoed met 2 á 3 bouwlagen goed haalbaar. In welke mate intensiveren daadwerkelijk een mogelijkheid is hangt af van het type bedrijvigheid dat zich op een kavel huisvest. Zo is voor bijvoorbeeld logistieke en industriële bedrijvigheid een ruim opgezette kavel met voldoende opslag-, parkeer- en manoeuvreerruimte en hierbij automatisch een lagere FSI logisch gezien de bedrijfsvoering. Ook moet met de intensiveringsopgave rekening worden gehouden met de (ontsluitings)infrastructuur van een bedrijventerrein. Kan bijvoorbeeld het wegennet de extra verkeersbewegingen faciliteren als gevolg van het intensiveren van de bedrijfsactiviteiten? Als ondernemers met een uitbreidingsvraag aankloppen, vragen we eerst inzicht in de (on)mogelijkheden om de uitbreidingsvraag op het huidige kavel te realiseren, bijvoorbeeld door intensiever te benutten. Als dat niet kan, dan wijzen we ondernemers actief op het bekijken van de uitbreidings/vestigingsmogelijkheden binnen de bestaande voorraad. We faciliteren ondernemers hierin door de informatie vanuit de PowerBI als handvat aan reiken. Verder ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de ondernemer en zijn adviseurs, zoals de makelaar.

14

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

B: Transformeren en functiemenging van bestaande terreinen We zijn terughoudend met de (gedeeltelijke) transformatie of het toestaan van niet-bedrijfsfuncties op onze bedrijventerreinen. De sociaaleconomische bijdrage van de terreinen voor de regionale brede welvaart is te hoog om onder druk te zetten en bovendien is er sprake van een fors tekort aan ruimte voor bedrijvigheid in de regio. Zeker op terreinen waar een hogere milieucategorie is toegestaan (4.1 en hoger) of terreinen waar veel vrachtbewegingen worden gegenereerd (zoals logistieke terreinen) is verkleuring van het terrein met andere functies niet wenselijk. Uitzondering op deze afspraak zijn terreinen waarin in gemeentelijke of regionale (visie)stukken is opgenomen dat op termijn (gedeeltelijke) transformatie plaats kan vinden. Zie hiervoor de tabel met (mogelijke) toekomstige transformatielocaties in paragraaf 5.2. Ook is de (nog definitief vast te stellen) lijst met bedrijventerreinen die vanuit het provinciale Omgevingsbeleid een ‘A-status’ verkrijgen een belangrijke leidraad bij toekomstige transformatielocaties. Bedrijven op deze lijst krijgen een beschermde status, waarop transformatie- of functiemenging niet mag plaatsvinden. Uitgangspositie hierbij is ondernemers minimaal 20 jaar bestaans- en investeringszekerheid te kunnen bieden.

Voor bedrijven die uitgeplaatst moeten worden door de (gedeeltelijke) transformatie van een bedrijventerrein zoeken we een nieuwe vestigingslocatie elders binnen de regio, waarbij een locatie binnen de eigen gemeente de sterke voorkeur heeft. Transformatie en dus verplaatsing van bedrijven op een bedrijventerrein kan pas plaatsvinden indien een vervangende locatie is aangewezen.

3.2 Afsprakenlijn 2: nieuwe bedrijventerreinen toevoegen De ruimte voor (nieuwe) bedrijvigheid in de regio Midden-Holland is zeer beperkt. We spreken daarom af om in de toekomst nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen, waarbij we ruimte bieden aan zowel kleinschalige (lokale) bedrijvigheid rondom onze kernen en grotere, regionale bedrijvigheid geclusterd op bedrijventerreinen met een goede weg-ontsluiting. 1.

Ontwikkeling nieuwe terreinen met provinciale behoefteraming als leidraad: Leidraad bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen in onze regio is de in november 2021 opgestelde behoefteraming bedrijventerreinen van de provincie Zuid-Holland. Hierin wordt voor de periode 2021 t/m 2030 (en een doorkijk in de periode 2031 t/m 2040) een uitbreidingsvraag voor de regio Midden-Holland uiteen gezet.

Tabel 1: Uitbreidingsvraag naar werkmilieu in Midden-Holland in netto hectare, 2021 t/m 2030 Werkmilieu ▼ Scenario ► Gemengd stedelijk Regulier

Grootschalige distributie (XXL > 3 ha) Grootschalige productie (HMC) Totaal

WLO - Laag

WLO - Hoog

20 5

35 12

3 15

43

7 31

86

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland, Stec Groep, 2021

De totale uitbreidingsvraag in de regio in de regio beslaat 43 tot 86 hectare in de periode 2021 t/m 2030, afhankelijk van het gekozen scenario (op basis van economische ontwikkeling). Los van deze uitbreidingsvraag speelt erop diverse plekken nog een vervangingsvraag door transformatie van bestaande bedrijventerreinen. Deze additionele ruimtevraag komt bovenop de hierboven genoemde uitbreidingsbehoefte. Zie hiervoor ook de tabel met (mogelijke) toekomstige transformatielocaties. Afhankelijk van de concreetheid van de transformatieplannen, is er een mogelijke additionele vervangingsvraag door de transformatie van bestaande bedrijventerreinen in Midden-Holland van circa 25 hectare t/m 2030. Extra ruimtevraag door verplaatsers vanuit het buitengebied naar een bedrijventerrein valt buiten de geprognosticeerde ruimtevraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464641/2