1a Bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b, 58, toelichting en regels
Tekst van het document
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;
Toelichting
31
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijk e k waliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Het bestaande bedrijfsperceel wordt landschappelijk ingepast. Bij het ontwerpen van de bebouwing op het terrein dient deze zoveel mogelijk in de omgeving te worden ingepast, waarbij elementen worden aangebracht die zorgen voor een versterking van het landschap en de ruimtelijke kwaliteit.
Het landschapsinrichtingsplan sluit aan op de richtpunten. Er wordt daarbij uitgegaan van contactkwaliteit. De ontwikkeling past binnen de bestaande structuren. Bedrijven In artikel 6.12 van de Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van Bedrijven opgenomen. Als een bestemmingsplan betrekking heeft op een bedrijventerrein dan is het volgende van belang. Artikel 6.12 Bedrijven In lid 1 van dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, vestiging mogelijk maakt van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. Toetsing aan Bedrijven De uitbreiding met een nieuwe composteerhal vindt plaats op het bestaande bedrijfsterrein. De hoogst toegestane milieucategorie op het terrein is categorie 4.1. Bedrijven uit deze categorie passen op het bedrijventerrein en in de omgeving. Dit perceel is aangeduid als 'bedrijventerrein' op kaart 20 van de Omgevingsverordening (figuur 9).
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het bepaalde in de Omgevingsverordening. De uitbreiding van A12 Noord is op kaart 19 (Grote buitenstedelijke locaties) aangemerkt als zachte plancapaciteit (figuur 9).
Figuur 9: Link s uitsnede k aart 20 'bedrijventerrein' en rechts uitsnede kaart 19 'bedrijventerrein zachte capaciteit' van de Omgevingsverordening.
32
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plan is in overeenstemming met artikel 6.12 van de Omgevingsverordening (Bedrijven), omdat bedrijven in een hoge milieucategorie mogelijk worden gemaakt, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart.
Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.2 wordt hierop nader ingegaan.
De nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven
Toelichting
33
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. A12 Noord is in dit ambitiedocument niet specifiek beschreven. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. Snelweg met bedrijventerreinen Een relatief nieuwe identiteitsdrager in het gebied is het snelweglandschap.
De snelweg is onderdeel van een veel langer tracé en in het gebied leidt dat tot vervreemding in maat en schaal, oriëntatie en vormgeving. In de afgelopen decennia zijn er verschillende (logistieke) bedrijventerreinen aan de snelweg ontstaan die in architectuur aansluiten bij de wetmatigheden van de snelweg. Zodoende ontstaat nieuwe entiteit in het gebied die breder is dan de weg. De ambitie is om, op de plekken waar bedrijventerreinen aan de snelweg liggen, deze nieuwe dynamiek aan te stimuleren zodat een duidelijk contrast ontstaat tussen de hoog dynamische snelwegomgeving en haar landschappelijke context. Uitgangspunt daarbij is concentratie van bedrijventerreinen rondom knooppunten. Ontwikkelingen Het droogmakerijenlandschap is sterk in beweging. Er zijn veel grote en kleine ontwikkelingen gaande. Rondom de A12 zijn nieuwe glastuinbouwgebieden in combinatie met bedrijventerreinen gepland. Als buffer tussen de nieuwe bedrijvigheid en glastuinbouw met (de woningbouwuitbreiding van) Waddinxveen is de groene Vredenburghzone gepland. Ook zijn er nieuwe infrastructurele verbindingen gepland, met name rondom de Gouwe Knoop. Weggebonden bedrijvigheid De weggebonden bedrijventerreinen liggen met name rondom de vier kwadranten van de A12 en de Moordrechtboog. Ondernemers op deze terreinen opereren vaak bovenregionaal.
De schaal van de activiteiten past bij de schaal van het snelweglandschap. De zichtlocaties zijn op de snelweg georiënteerd. Zodoende ontstaat een samenhangend artificieel werklandschap van de 21e eeuw. Aan de achterkant, tegen het landschap is het contrast groot. De structuur van het landschap, haar lange lijnen en waterlopen én de bijbehorende routes voor fietsers en ander lokaal verkeer wordt hier hard onderbroken. Gestreefd moet worden naar een zorgvuldige inpassing van deze achterkanten, vindbaarheid en oriëntatie voor gebruikers van het landschap. Dat betekent dat randen aan de infrastructuur een hele andere benadering vergen dan de randen naar het landschap. Daar waar de randen naar de snelweg hard en bebouwd zijn daar vragen de randen naar het landschap om landschappelijke middelen (beplantingsschermen, waterlopen) om het terrein goed in te passen. Toetsing planontwik k eling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het plangebied ligt tegenover Distripark Doelwijk, een weggebonden bedrijventerrein. A12 Noord zelf is niet specifiek beschreven. Naar analogie van deze bedrijvigheid dient ook hier specifieke aandacht te worden besteed aan landschappelijke inpassing. De rand dient onderdeel te zijn van de schaal en orde van de snelweg. Randen aan het landschap worden met landschappelijke elementen ingepast.
Voor het bestemmingsplan is een landschapsinrichtingsplan vervaardigd. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast. Conclusie De uitbreiding van het bedrijfsactiviteiten met bedrijfshallen voor groencompostering en afvalverwerking op een bestaand bedrijfsperceel wordt landschappelijk ingepast, waarbij de rand al onderdeel uitmaakt van de schaal en orde van de snelweg. De bebouwing wordt hierop afgestemd. Het bestemmingsplan is
34
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland In 2019/2020 heeft de Regio Midden-Holland een kwantitatief onderzoek laten uitvoeren naar de bedrijventerreinen in deze regio. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Stec groep en met de oplevering van het rapport "Naar een kwantitatieve verdieping van de regionale bedrijventerreinen” is het eerste deel van een door de regio Midden-Holland op te stellen regionale bedrijventerreinenstrategie afgerond. Uit het rapport blijkt een flink tekort aan bedrijventerreinen. Los van de vraag naar (extra) uitbreidingsruimte van reeds gevestigde ondernemers, is er een vervangingsvraag als gevolg van transformatie naar ander gebruik, veelal woningbouw. De recente provinciale behoefteraming (vastgesteld in 2021) bevestigt dit beeld en onderstreept het tekort extra: de vraag in Midden-Holland groeit harder dan eerder voorspeld en het aanbod is verder opgedroogd. De vraag tot en met 2030 is vanuit de provinciale prognose geraamd op circa 80 tot 120 hectare. Het tekort doet zich vooral voor over een brede linie: van regulier lokaal MKB tot ruimte voor Hogere Milieu categorie (HMC) bedrijven. Aansluitend op deze behoefteraming heeft de provincie Zuid-Holland een uitvraag gedaan om per regio een bedrijventerreinenstrategie op te stellen.
Als vervolg op die kwantitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie heeft het triple helixoverleg Economie Onderwijs Arbeidsmarkt (EOA) afgesproken om een kwalitatief georiënteerde, regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Deze strategie bouwt voort op de kwantitatieve strategie en geeft invulling aan ‘werken aan kwaliteit’. Dit houdt in dat de regio vanuit een ruimtelijk-economisch perspectief wil werken aan een kwalitatief sterke bedrijventerreinenmarkt met locaties en werkgelegenheid die kwaliteit toevoegen aan Midden-Holland. Dit betekent onder meer dat bestaande bedrijventerreinen goed moet worden benut en toekomstbestendig moeten worden gemaakt en dat nieuwe bedrijventerreinen een kwalitatieve toevoeging moeten zijn aan het bestaande aanbod en maximaal moeten helpen om de kansen en uitdagingen in de regio te verzilveren. Het door Stec Groep opgestelde rapport 'Kwalitatieve regionale bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland' van 2 juni 2023 (Bijlage 4), is in goede samenwerking met de leden van het triple helixoverleg EOA regio Midden-Holland tot stand gekomen. Onderdeel van de samenwerking was een regelmatige afstemming met vertegenwoordiging van het bedrijfsleven in de regio.
De definitieve versie van de kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie is na positief advies van het triple helixoverleg EOA Midden-Holland aangeboden aan de colleges van de regiogemeenten met verzoek het rapport vast te stellen en te besluiten om de strategie ter aanvaarding aan het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan te bieden. Aanvaarding van de strategie door Gedeputeerde Staten betekent dat trede 1 en 2 van de Ladder zijn doorlopen. Met aanvaarding door Gedeputeerde Staten kan de regio feitelijke compensatie toepassen in plaats van planologische compensatie, gesteld dat vraag en aanbod in balans zijn. Burgemeester en wethouders van Waddinxveen hebben de regionale kwalitatieve bedrijventerreinen strategie Midden-Holland op 12 juni 2023 vastgesteld. Leidende principes De strategie bevat naast een feitelijke analyse afspraken en acties, deze zijn samengevat in een drietal leidende principes voor een toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille in de regio Midden-Holland. Deze principes zijn niet volgordelijk en worden parallel aan elkaar opgepakt. 1. De Regio Midden-Holland spant zich in om onze bestaande bedrijventerreinenvoorraad op niveau te houden en waar mogelijk kwalitatief te optimaliseren. Denk aan verduurzamen en het zo zorgvuldig mogelijk benutten van de ruimte.
Zo wil de regio de bijdrage van haar terreinen aan de regionale economie en samenleving borgen en bedrijventerreinen benutten bij het realiseren van maatschappelijke ambities. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. 2. De Regio Midden-Holland gaat nieuwe, duurzame bedrijventerreinen ontwikkelen om tegemoet te komen aan de flinke ruimtebehoefte van bedrijven in Midden-Holland. Ook is dit nodig om ‘schuifruimte’ te realiseren om de bestaande voorraad te optimaliseren (principe 1). Bij de toevoeging van nieuw terrein kijkt de Regio Midden-Holland goed hoe zij de extra vierkante meters met maximale meerwaarde voor de regio en ten opzichte van de bestaande voorraad kan realiseren.
Toelichting
35
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
3. De Regio Midden-Holland realiseert de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbestendige portefeuille van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in Midden-Holland. Denk hierbij onder meer aan goede monitoring. HMC- en watergebonden locaties in de regio In de behoefteraming van de provincie Zuid-Holland wordt voor Midden-Holland een vraag naar HMC terreinen (vanaf milieucategorie 4.1) verwacht van circa 5 tot 12 hectare in de periode tot en met 2030. Een deel van die vraag is naar verwachting watergebonden. De watergebonden vraag wordt eveneens geschat op circa 5 tot 10 hectare. De transitie naar een circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook verduurzaming van het goederenvervoer, zijn belangrijke 'drivers' voor de HMC- en watergebonden vraag. Tegelijkertijd wordt in de behoefteraming geconstateerd dat er voor HMC- en watergebonden vraag een opgave ligt om bestaande terreinen beter te benutten. Regelmatig zijn op bestaande terreinen 'lichte' bedrijven gevestigd op een plek waar hoge milieucategorie is toegestaan. Of 'droge' bedrijven op 'natte' kavels. Om de bestaande ruimte voor HMC- en watergebonden bedrijven beter te benutten is schuifruimte ('schuifpuzzel') nodig aan reguliere bedrijfskavels elders in de regio, om zo lichte of droge functies uit te kunnen plaatsen.
Binnen de regio wordt in ieder geval Doelwijk II in de gemeente Zuidplas ontwikkeld als toekomstige vestigingslocatie voor HMC-bedrijvigheid. A12 Noord De Waddinxveens Groencompostering ligt op het bedrijventerrein A12 Noord waarop enkele bedrijven zijn gevestigd. De locatie voor de doorontwikkeling van A12 Noord (netto 30 ha) is regionaal akkoord. Voor de toekomstige invulling en beoogde doelgroep(en) van het terrein moet nog regionale afstemming plaatsvinden. Conclusie De composteeractiviteiten gaan plaatsvinden in een gesloten bedrijfshal in combinatie met een herschikking van het bestaande bedrijventerrein om recyclingactiviteiten in open lucht uit te voeren (met uitzondering van groencompostering). Hiermee wordt ingespeeld op de ruimtevraag van Wagro. Het bedrijf kan hierdoor een bijdrage leveren aan de transitie naar de 'Next Economy': een duurzame, schone en slimme economie (circulaire economie). De gevraagde herschikking op het bedrijventerrein A12 Noord is in overeenstemming met de principes van het rapport 'Kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland' van Stec groep (juni 2023), omdat sprake is van het beter en intensiever benutten van het bestaande bedrijventerrein (principe 1). Verder is er sprake van het verduurzamen van het bedrijfsperceel.
4.3.2 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.
Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma.
36
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 10) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'nieuw: accent werken'.
Het oprichten van een bedrijfshal op het bedrijventerrein is in overeenstemming met de uitgangspunten van het Intergemeentelijk Structuurplan, waarin is vastgelegd dat de locatie A12 Noord in beeld is als bedrijventerrein met nieuwe bedrijfsbebouwing waarvan een gedeelte voor milieubelastende bedrijven. Het plangebied is met een rode cirkel aangeduid op de plankaart.
Figuur 10: Plank aart ISP. Plangebied globaal met een rode cirkel aangeduid.
Toelichting
37
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Visie A12 Noord (2019) Het college van burgemeester en wethouders heeft een extern onderzoek laten uitvoeren naar een eventuele ontwikkeling van A12 Noord. Dit is om verschillende redenen gedaan. Het plangebied A12 Noord is thans in de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 opgenomen als 'bedrijvigheid van de toekomst'. Het plangebied is in provinciaal beleid aangewezen als potentiële locatie voor bedrijvigheid in hogere milieucategorieën. Daarnaast hebben bedrijven interesse getoond om zich hier te vestigen en zijn er verschillende bedrijven gevestigd. De conclusie van de rapportage is dat A12 Noord de komende jaren niet ontwikkeld wordt tot een bedrijventerrein. De belangrijkste argumenten die hebben geleid tot deze keuze zijn de volgende: Er is onvoldoende vraag om de locatie ineens te ontwikkelen; Op bestaande bedrijventerreinen is voldoende ruimte die niet benut is; Door geen nieuwe uitleglocatie voor bedrijventerrein aan te bieden is de kans groter dat er geïnvesteerd wordt op de bestaande bedrijventerreinen en Er wordt op dit moment al veel ontwikkeld in Waddinxveen-Zuid. Het collegebesluit van 26 november 2019 houdt in dat de ontwikkeling van A12 Noord niet door de gemeente zelf ter hand wordt genomen. A12 Noord is een locatie die geschikt is voor bedrijven met aandacht voor de entree van Waddinxveen.
Gelet op de snelle ontwikkeling van Waddinxveen-Zuid en de bovengenoemde argumenten is dat alleen niet in de komende jaren. Planspecifiek De Wagro is al gevestigd binnen het plangebied A12 Noord en als zodanig bestemd in de Provinciale Omgevingsvisie en het bestemmingsplan Zuidplas Noord. Om het composteerproces in bedrijfshallen te kunnen uitvoeren is een herschikking van het terrein nodig. De milieuwinst is dat composteeractiviteiten alleen nog in bedrijfshallen worden voortgezet. Tegen deze achtergrond bestaan er geen planologische bedenkingen om medewerking te verlenen aan het oprichten van bedrijfsbebouwing om het composteerproces in gesloten hallen voort te zetten, temeer daar hierdoor belangrijke milieuwinst is te halen door het verkleinen van de geurcirkels en de activiteiten door herschikking op het bestaande bedrijventerrein worden uitgevoerd. 4.4.2 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van het ontwerp van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020.
Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken. De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving.
De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu
38
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 11). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.
Figuur 11: Integrale visiek aart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder); Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid) Waddinxveen heeft de afgelopen jaren fors uitgebreid, met Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh, Coenecoop III en op Distripark. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek van meest uitgegeven meters bedrijventerrein tussen 2008 en 2017. Distripark aan de A12 is een hoogwaardig terrein voor logistieke bedrijvigheid. Distripark heeft een hoog energieverbruik,
Toelichting
39
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
doordat de distributie- en opslagcentra een grote koudevraag hebben. Eveneens aan de A12 zit het logistiek park, wat een locatie is voor grootschalige logistiek. Aan de Bredeweg bevindt zich kleinschalige bedrijvigheid en Coenecoop I, II en III/West is een gemengd terrein met hoge arbeidsdichtheid. Dan zijn er nog drie terreinen met minder voorspoedige ontwikkeling. Noordkade is een gedateerd terrein, waar al een start is gemaakt richting transformatie naar een gemengd woon-werkgebied. In Zuid is vrachtverkeer momenteel problematisch en in Kouwehoek is sprake van verzakking van de N454. Het plangebied ligt in het bedrijvenpark A12 Noord. Toetsing planinitiatief De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten (overdekt composteren) vindt plaats op het bestaande gedeelte van het bedrijventerrein A12 Noord. Dit is in overeenstemming met de koers voor bedrijventerreinen, waarin het plangebied als 'bedrijventerrein' is aangeduid (figuur 12). Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.4 wordt hierop ingegaan. De inrichting van het terrein is zodanig dat het terrein schoon en veilig wordt. Verder wordt het terrein groen ingericht overeenkomstig het landschapsinrichtingsplan zoals toegelicht in paragraaf 3.4.
Figuur 12: Uitsnede Kaart 'Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid)'. Plangebied zwart gestippeld omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven. Het plangebied ligt op het bedrijventerrein A12 Noord. Op de Visiekaart Waddinxveen 2050 is het plangebied aangeduid als 'bedrijventerrein'. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
40
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
4.4.3 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan acht beleidskaders om de ambities te realiseren. Zowel de beleidskaders als de maatregelen om de knelpunten te reduceren hebben als doel om de mobiliteitsambities te realiseren. Voor onderhavige ontwikkeling zijn de volgende beleidskaders relevant: 1. Toetsen van de verkeersafwikkeling van verkeersgenererende ontwikkelingen. 2.
Alleen nieuwe verkeersgenererende ontwikkelingen toestaan binnen 3 kilometer van aansluitingen op de A12 en/of binnen 600 meter van de te realiseren Bentwoudlaan. 3. Alleen nieuwe verkeersgenererende ontwikkelingen toestaan binnen 200 meter van een gebiedsontsluitingsweg. 4. Inzetten op de juiste regionale ontwikkelingen. De beleidskaders worden gebruikt in het integrale afwegingskader bij nieuwe ontwikkelingen. In verband hiermede is een verkeersonderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng, waarin is aangetoond dat de planontwikkeling vanuit verkeerskundige overwegingen uitvoerbaar is (zie paragraaf 3.5). Conclusie Het plangebied wordt via de Tweede Bloksweg ontsloten op de N453. Het rijkswegennet is op korte afstand bereikbaar. De planontwikkeling genereert geen verkeer naar de kern van Waddinxveen. Het plan voldoet aan de relevante beleidskaders van het Mobiliteitsplan. 4.4.4 Duurzaamheid De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 de Woonvisie vastgesteld. Het doel van deze Woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven. Pijler 3 heeft betrekking op duurzaamheid. Door duurzaam te bouwen wordt bijgedragen aan energiebesparing. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing.
Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van gebruikers. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van bedrijfshallen mogelijk voor het composteren van groenafval en verwerken van bedrijfsafval. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. De vrijkomende warmte bij het composteerproces kan worden opgevangen en elders worden toegepast. Hierdoor kan de vrijgekomen warmte een bijdrage leveren aan de energietransitie. Tevens kan door het toepassen van de vrijkomende warmte aanzienlijk worden bespaard op het aardgasverbruik elders, hetgeen resulteert in een CO2-reductie. Bij uitwerking van de plannen worden deze mogelijkheden nader onderzocht. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven.
De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is
Toelichting
41
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
gebruik gemaakt van het rapport "Verdiepende studie klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid: Fase 1" van Royal Haskoning van 29 november 2022, welke burgemeester en wethouders op 13 december 2022 hebben vastgesteld. Wateroverlast door overvloedige neerslag In het plangebied is er op de Klimaatlabelk aart wateroverlast sprake van water op straat (meer dan 15 cm) bij maximaal 10-20% van de straten. De draagkracht van de bodem is niet optimaal. Naar verwachting is het risico voor waterschade bij een extreme bui kleiner dan op de huidige kaarten wordt getoond. Het vloerpeil van de nieuwbouw is zodanig dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Parkeren van auto's vindt plaats op gestabiliseerd gras. Er zijn verder geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming In het plangebied is er op de Klimaatlabelkaart waterveiligheid bij een waterdiepte van 0,5 - 2 meter een verhoogd risico op uitval voor vitaal en kwetsbare functies. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Er zijn geen specifeke maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier.
De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Op de k limaatlabelkaart hitte wordt de gevoelstemperatuur als 'warm' aangemerkt . Er wordt een rondom het terrein bomen en groenvakken aangelegd. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. De bodemdaling (2020-2050) is < 10 cm op grond van de k limaatlabelk aart bodemdaling. Nieuwe bedrijfsbebouwing daalt niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen In het landschapsinrichtingsplan is aandacht besteed aan biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen. Verspreid langs de randen van het plangebied worden minstens 10 verschillende inheemse boom- en heestersoorten geplant. Het landschapsinrichtingsplan is opgenomen in Bijlage 1. Het Beplantingsplan is opgenomen in Bijlage 2 van de regels. Verder worden de volgende maatregelen getroffen: Er worden fauna uittreedplaatsen gerealiseerd, zoals opgenomen in de landschappelijke inpassing, zodat het mogelijk wordt gemaakt dat dieren de oevers kunnen gebruiken. Daar waar mogelijk het voorkomen van lichtvervuiling richting de sloot door aanleg en behoud van dichte struiklagen, zodat er geen lampen overeen schijnen.
Het realiseren van natuur-inclusieve nieuwbouw door nestkasten voor vleermuis, huismus en zwaluw te plaatsen. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers is niet haalbaar vanwege de vrij hoge ligging, steile oevers en aanwezigheid van bestaande beplanting. De bestaande oever zal wel extensiever worden beheerd waarbij maximaal 50% van de oever per jaar wordt gemaaid. Conclusie De nieuwe bedrijfsgebouwen worden overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gerealiseerd. Bij uitwerking van bouwplannen wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen, Klimaatadaptatie en biodiversiteit.
42
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
5.2
Beleidskader rijk, provincie en gemeente
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. 5.2.1 Rijk Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. 5.2.2 Beleid provincie Regionaal waterprogramma Zuid Holland 2022-2027 Provinciale Staten hebben op 9 maart 2022 het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft de provincie Zuid-Holland haar waterbeleid. In dit programma staat wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water (verplichte onderdelen).
Het gaat om de volgende richtlijnen: Kaderrichtlijn Water; - Grondwaterrichtlijn; - Drinkwaterrichtlijn; - Richtlijn Overstromingsrisico’s; - Zwemwaterrichtlijn. Naast deze verplichte onderdelen bevat het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 ook niet-verplichte onderwerpen, zoals zoetwatervoorziening, wateroverlast, vaarwegbeheer en waterrecreatie. Hiermee laat provincie Zuid-Holland zien hoe ze samen met haar partners werkt aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma is zelfbindend. Dat betekent dat alleen Gedeputeerde Staten eraan gebonden zijn. Toch heeft het regionaal waterprogramma ook gevolgen voor andere overheden. Die zijn wettelijk verplicht rekening te houden met de verplichte onderdelen van het regionaal waterprogramma. De binding van andere overheden aan de niet-verplichte onderdelen is waar nodig geregeld via de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Toelichting
43
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
5.2.3 Waterplan Boskoop en Waddinxveen De gemeenten Waddinxveen en Boskoop hebben, in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, in 2010 een gezamenlijk waterplan opgesteld. Voor de gemeenten is het zorgvuldig omgaan met water van groot belang, onder andere vanwege de ligging in het waterrijke landschap van de veenpolders. Het waterplan bevat een gezamenlijke visie en een maatregelenplan. De beoogde resultaten van de visie zijn 'droge voeten', schoon water en een aantrekkelijker Waddinxveen en Boskoop. Op de visiekaart zijn de hoofdstructuren van het watersysteem (die fungeren als belangrijke ruimtelijke dragers), de ecologische verbindingszones en de landschappelijke elementen weergegeven. Bij herontwikkeling kunnen deze elementen dienen als basis voor de planvorming. In de visie is aan de hand van vier thema's het bestaande (water)beleid vertaald naar een optimaal watersysteem in 2030: veiligheid en wateroverlast: In 2030 is het watersysteem veilig voor wateroverlast, duurzaam en robuust. Lokaal betekent dit dat de veenkades veilig zijn en dat er ruimte is voor waterberging, zodat bij hevige buien de overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. waterkwaliteit en ecologie: Het water in Waddinxveen is in 2030 helder met een gevarieerde planten- en dierenwereld.
De randvoorwaarde daarvoor is een goede (ecologische) waterkwaliteit. De bronnen die dit beletten worden zoveel mogelijk aangepakt. gebruik en beleving: In 2030 is een hoge belevingswaarde en een optimale benutting op en rond het water bereikt. De verbeteringen zijn zoveel mogelijk gecombineerd met (recreatieve) ontwikkelingen. Hiervoor zijn zoveel mogelijk duurzame bouwmethoden toegepast en zijn de (cultuur)historische waarden zoveel mogelijk hersteld. beheer en onderhoud: Het onderhoud en beheer van het oppervlaktewater is in 2030 afgestemd op de gebruiksfuncties van het water (en de oevers). Het hoogheemraadschap en de gemeente werken efficiënt samen, waardoor de totale kosten zo laag mogelijk zijn. Om de visie in 2030 te bereiken, zijn maatregelen benoemd voor de komende vijf jaar. Het waterplan zet vooral in op de verbetering van de waterkwaliteit en ecologie. De bedoeling is meer oevers natuurvriendelijk in te richten en hier werk van te maken zodra lokaal groot onderhoud van oevers nodig is. Met de aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt de waterkwaliteit in Waddinxveen verbeterd. Tegelijk wordt een onderzoek gestart naar de oorzaken van de slechte/ matige waterkwaliteit om de waterkwaliteit verder te kunnen verbeteren. Hierbij wordt samengewerkt met de hoogheemraadschappen.
5.3
Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap haar visie en ambities voor het waterbeheer voor de komende jaren. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen.
Waar nodig zullen ook dijken versterkt
44
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
moeten worden. 2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Toetsingscriteria Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen.
Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² 2. Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m² en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak 3. Grote plannen: Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak Kleine plannen Voor kleine ruimtelijke ontwikkelingen is geen compensatie noodzakelijk. Kleine plannen hebben een gering effect op de waterhuishouding. Daarnaast bestaat er een zekere onzekerheid in berekening door de invoergegevens, berekeningsmethode en gevolgen van de klimaatsverandering. Door rekening te houden met de onzekerheid en om onevenredige belasting van de organisatie door dergelijke plannen te voorkomen, wordt compensatie voor een geringe verhardingstoename kwijtgescholden. Deze kwijtschelding, namelijk de aftrek van 500 m² verhardingstoename, geldt in verband met gelijkheid voor alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen het beheergebied van HHSK. Middelgrote plannen Voor middelgrote plannen past HHSK een gestandaardiseerde berekeningsmethode toe op basis van de normen voor waterkwantiteit. Dit levert voor de ontwikkelaar van het plan een compensatie-eis op, uitgedrukt in m² wateroppervlak. Dit is een percentage van de verhardingstoename. De compensatie-eis verschilt per gebied.
Grote plannen (Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak) Bij grote plannen wordt maatwerk toegepast. Bij dergelijke plannen wordt het plangebied veelal grotendeels heringericht. Dit biedt mogelijkheden om systeemaanpassingen door te voeren. Het is daarom gewenst om de waterhuishouding in het gebied apart te beschouwen. HHSK zal daarom het watersysteem bij grote plannen apart doorrekenen.
5.4
Waterhuishouding
Beschrijving watersysteem Het plangebied maakt waterstaatkundig onderdeel uit van de Zuidplaspolder. Het deel van de Zuidplaspolder waarin Waddinxveen ligt, watert in zuidoostelijke richting af en wordt bemalen door gemaal “De Zuidplas”, welke het water op de Ringvaart uitslaat. Ten behoeve van de wateraanvoer liggen er sloten met een zomer- en winterpeil van respectievelijk NAP -6,25 m en NAP -7,10 m. Er spelen geen grote knelpunten in de Zuidplaspolder. Het hoogheemraadschap adviseert minimaal 1,2 m drooglegging (vloerpeil) voor bebouwing om (grond)wateroverlast te voorkomen. In de nabijheid van het plangebied ligt geen waterkering. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in de kern- en beschermingszones van een bestaande waterkering. Er zijn geen
Toelichting
45
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
beperkingen voor het plangebied. Waterhuishoudkundige situatie Het projectgebied maakt onderdeel uit van de Polder Zuidplas. Aan weerszijden van het bedrijfsperceel liggen overige watergangen met een beschermingszone van 1 meter vanaf de insteek van het talud. Bouwen of slopen binnen deze beschermingszone kan vergunning of meldingsplichtig zijn volgens de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard. Aan de zuid(oost)zijde ligt een hoofdwatergang met een beschermingszone van 5 meter. Een uitsnede van de legger is opgenomen in figuur 13. De nieuwe bedrijfsbebouwing wordt ruim buiten de beschermingszones gerealiseerd. Er is geen beperking voor het plangebied.
Figuur 13: Uitsnede Legger oppervlak tewatersysteem. Plangebied blauw omlijnd. Beschrijving waterkwantiteit Het bestaande bedrijfsterrein van 10 ha wijzigt qua verharding niet. Er wordt alleen bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt met bedrijfshallen waar nu al verhard terrein aanwezig is. Op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap is geen watercompensatie nodig. Watersysteemkwaliteit en ecologie Voor de nieuwe bedrijfsbebouwing zal gebruik worden gemaakt van niet-uitloogbare bouwmaterialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Indien desondanks gebruik wordt gemaakt van uitloogbare materialen, dienen deze te worden voorzien van een coating om uitloging tegen te gaan. Afvalwaterketen en riolering Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Het hemelwater van de bedrijfsgebouwen wordt op het oppervlaktewater geloosd. Het bedrijfsafvalwater wordt geloosd op de gemeentelijke riolering overeenkomstig de eisen van het gemeentelijke
46
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
rioleringsbeleid. Voor vergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten zal, indien van toepassing, tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan bij het hoogheemraadschap. 5.4.1 Wateradvies Het ontwerpbestemmingsplan is om advies voorgelegd aan het hoogheemraadschap. De resultaten zijn verwerkt in de Nota van beantwoording zienswijzen en vooroverlegreacties in Bijlage 14. 5.4.2 Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen planontwikkeling.
Toelichting
47
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
48
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
Hoofdstuk 6
M ilieu en omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. De gewenste groei en verandering van het bedrijf vereist veel afstemming tussen betrokken partijen; enerzijds de gemeente als bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening, de provincie/ ODMH als vergunningverlener annex toezichthouder voor deze provinciale inrichting en anderzijds de Wagro. Onderwerpen die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling relevant zijn betreffen milieuzonering, geur, geluid (industrielawaai), bodem, luchtkwaliteit en externe veiligheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht en vergeleken met de huidige planologische situatie.
6.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn Milieueffectrapportage, Milieuzonering, Geur, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 6.1.1 Milieueffectrapportage Wettelijk kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Onderzoek/ beoordeling De in het plan opgenomen activiteiten overschrijden niet de volgende voor deze categorie geldende drempelwaarde uit het Besluit-m.e.r. Categorie D 11.3, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein, omdat de oppervlakte minder dan 75 ha is. categorie D 18.1, de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, omdat de installatie een capaciteit van minder 50 ton per dag.
Het bestaande bedrijventerrein is groot ca. 10 ha en wijzigt niet, terwijl de uitbreiding ten opzichte van de vergunde activiteiten met een capaciteit van 1.247 ton per dag toeneemt naar 2.452 ton per dag. In casu is een m.e.r.-beoordeling nodig, omdat de wijziging van afvalactiviteiten niet genoemd staat in onderdeel C van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De m.e.r.-beoordeling van OmgevingsVergunningManagement van maart 2023 is opgenomen in Bijlage 5. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen niet leiden tot waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen. Verder blijkt uit de resultaten van het onderzoek naar stikstofdepositie, zoals opgenomen in paragraaf 6.3.1, dat er geen passende beoordeling noodzakelijk is. Per saldo nemen de milieugevolgen af. Bij besluit van 30 mei 2023 (Bijlage 6) heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport achterwege kan blijven. Ten opzichte van het mer-beoordelingsbesluit zijn enkele onderzoeken gewijzigd, maar dit leidt er niet toe dat alsnog belangrijke nadelige gevolgen ten opzichte van de huidige situatie optreden en daarom een milieueffectrapport zou moeten worden opgesteld. Conclusie Het bestemmingsplan is getoetst aan het Besluit-m.e.r. en er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd.
Het college heeft besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.
Toelichting
49
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
6.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 6.1 vermeld. Tabel 6.1: Richtafstanden en omgevingstype.
Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied kan getypeerd worden als een 'gemengd gebied', omdat het bedrijfsperceel aan een gebiedsontsluitingsweg (Beijerincklaan) ligt. Aan de achterzijde ligt hoofdinfrastructuur van de A12, terwijl ten noordoosten hiervan de nieuwe Provinciale weg (Vredenburghlaan) ligt, die in april 2021 in gebruik is genomen. Voorts liggen aan de voorzijde van het bedrijfsperceel al bedrijven. Aan de overzijde van de rijksweg ligt Distripark Doelwijk. Met behulp van het inrichtingenbestand is geïnventariseerd welke bestaande milieugevoelige functies relevant kunnen zijn voor de geplande uitbreiding van het bedrijfsperceel met op de verbeelding opgenomen gedeelte milieucategorie 3.2 en 4.2 en een composteerhal en recyclinghal. Voor het bepalen van de milieuzones dient te worden uitgegaan van de afstandsnormen op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering voor gemengd gebied. Uitgangspunt is de huidige planologische toegestane milieugevolgen ten opzichte van de maximaal voorziene planologisch toegestane milieugevolgen.
De huidige vergunde activiteiten, zoals deze planologisch zijn toegestaan, zijn toegevoegd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de regels. De dichtstbijzijnde woning aan de Tweede Bloksweg ten opzichte van de perceelsgrens ligt op een afstand van de composteerhal van meer dan 220 meter. De in ontwikkeling zijnde woonwijk Park Triangel ligt op minimaal 550 meter afstand ten opzichte van de percelen. Voor bedrijven in milieucategorie 4.2 dient rekening te worden gehouden met een afstand van minimaal 200 meter in gemengd gebied (300 meter in rustig buitengebied), zodat vanuit milieuzonering wordt voldaan aan de richtafstand. Conclusie De planontwikkeling geeft vanuit milieuzonering geen beperkingen voor (verderop) aanwezige milieugevoelige functies.
50
Toelichting
bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen
6.1.3 Geur De agrarische functie in de omgeving komt steeds meer onder druk te staan als gevolg van de ontwikkeling van Distripark Doelwijk, Glasparel+ en de onlangs gerealiseerde Vredenburghlaan. Ten noorden en westen van de Wagro staan langs de Tweede Bloksweg enkele verspreid liggende woningen. Ten noordoosten bevindt zich op circa 640 meter de woonwijk Zuidplas. De woonwijk Park Triangel wordt/is gerealiseerd op een afstand vanaf circa 550 meter ten noordoosten van het bestaande bedrijfsperceel van de Wagro. Bestaande milieusituatie geureffecten In de vigerende WABO-vergunning is de volgende tabel opgenomen met de grenswaarden en beoordeling van de geursituatie: Tabel 6.2: Geurbelasting in de woonomgeving. Grenswaarden, uitgedrukt als immissie in ouE/ m³ Percentielwaarde Verspreid liggende woningen 98 -percentielwaarde 2,5 99,5 -percentielwaarde 7 99,9 -percentielwaarde 18