CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1a Bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b, 58, toelichting en regels

Besluitvormende raadsvergadering 18 september 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b - 58, Wagro33.119 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NL.IMRO.0627.BPtweedeblokswg54b-0401

Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen VASTGESTELD

3 juni 2024

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Waddinxveense Groenrecycling Wagro B.V. Tweede Bloksweg 54b 2742 KK Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 20 september 2022 18 juli 2023 19 december 2023 3 juni 2024

VERSIE 3e versie 3e versie 3e versie 1e versie

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

9 9 9 10 12

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

13 13

Hoofdstuk 3

15

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen Bestaande bedrijfsactiviteiten Nieuwe situatie Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren

15 15 16 22 24

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

27 27 28 35 38

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding

43 43 43 44 45

Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

49 49 62 65 68

Hoofdstuk 7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

69 69 69 69 71

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

73 73

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie

75 75 75

Toelichting

5

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

9.3

Zienswijzen

Regels

75

77

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

78

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

78 84

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Bedrijf Waarde - Archeologie 3

85 85 89

Hoofdstuk 3

Algemene regels

92

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels

92 93 94 95 96

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

97

Artikel 10 Artikel 11

Overgangsrecht Slotregel

97 98

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Landschapsinrichtingsplan

Bijlage 2

Verkeerskundig onderzoek

Bijlage 3

Memo parkeeronderzoek

Bijlage 4

Stec rapport 'Kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Regio Midden-Holland'

Bijlage 5

m.e.r.-beoordelingsnotitie

Bijlage 6

collegebesluit m.e.r.-beoordelingsbesluit 30 mei 2023

Bijlage 7

Geuronderzoek

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek industrielawaai

Bijlage 9

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 10

Projectgebonden Risicoanalyse NGE

Bijlage 11

Toelichting Wet natuurbescherming

Bijlage 12

Omgevingsdienst Haaglanden; toets Wet natuurbescherming

Bijlage 13

Ecologisch onderzoek

Bijlage 14

Nota van beantwoording zienswijzen en vooroverlegreacties

Bijlagen bij regels Bijlage 1

6

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Bijlage 2

Inhoudsopgave

Beplantingsplan

7

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

8

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Waddinxveense Groenrecycling Wagro B.V. (handelsnaam Wagro) legt zich sinds 1995 toe op het composteren van groenafval. Het bedrijf is gevestigd aan de Tweede Bloksweg 54b-58 in Waddinxveen. Op het terrein, groot circa 10 hectare, wordt momenteel groenafval gecomposteerd. Het groenafval wordt gereinigd en omgezet naar hoogwaardige compost. Een deel van de compostering is keurcompost gecertificeerd, waaronder de Regeling Handelspotgronden (RHP), een keurmerk voor potgrond met eisen aan kwaliteit en herkomst. In dit deel van de compostering wordt compost gemaakt, dat als basismateriaal dient voor substraatproducenten en hierna veelal wordt geëxporteerd. De Wagro heeft duurzaamheid in een hoog vaandel staan. Van meet af aan spant het bedrijf zich in om groencompost in onder andere de landbouw blijvend nuttig toe te passen. Zo wil zij een bijdrage leveren aan verdere terugdringing van het gebruik van fossiele brandstoffen/ grondstoffen, waarbij wordt ingezet op het verduurzamen van de maatschappij. Wagro streeft zoveel als mogelijk naar een Biobased Economy, waarbij afvalstoffen nuttig kunnen worden hergebruikt. Hierbij wordt met andere partijen samenwerking gezocht. Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord', waarin het bedrijfsperceel is bestemd voor 'Bedrijf' met de aanduiding 'groencompostering'.

Bedrijfsbebouwing is alleen toegestaan binnen de bouwvlakken. Hoewel de huidige bedrijfsactiviteiten planologisch en milieutechnisch zijn toegestaan komen er regelmatig klachten over geuroverlast. Met de uitbreiding van de nieuwbouwwijk 'Park Triangel' zullen woningen op kortere afstand komen te liggen van het composteerbedrijf, waardoor woningbouw op gespannen voet komt te staan met de bestaande geurcirkels van de Wagro. Om enerzijds de oprukkende woningbouw niet te belemmeren en anderzijds de continuïteit van de bedrijfsvoering van de Wagro te waarborgen is onderzocht om de composteeractiviteiten in een gesloten bedrijfshal te laten plaatsvinden, zodat geuroverlast tot een minimum kan worden beperkt. Om ook andere emissies te beperken, is onderzocht om ook andere afvalverwerkende activiteiten inpandig te laten plaatsvinden. Gelijktijdig kan een herschikking van de overige bestaande recyclingactiviteiten plaatsvinden op het bedrijventerrein. Voorts wordt de plattelandswoning op nummer 58 omgezet naar bedrijfswoning. Het oprichten van bedrijfshallen voor compostering en afvalverwerking is in strijd met het geldende bestemmingsplan, omdat binnen de bestemming 'Bedrijf' geen nieuwe bedrijfsgebouwen zijn toegestaan.

Verder worden er geluidschermen mogelijk gemaakt met een bouwhoogte van 2,4 meter en is er een afwijkingsregeling opgenomen om onder voorwaarden een erfafscheiding van maximaal 2 meter toe te staan vóór de voorgevellijn. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen uitbreiding van bedrijfsactiviteiten met een composteerhal en afvalstoffenhal juridisch/planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt op een bestaand bedrijventerrein aan de Tweede Bloksweg/ Beijerincklaan. De uitbreiding met een bedrijfshal is gelegen op het bestaande in gebruik zijnde terrein. In noordoostelijke richting is een gasflessenopslagbedrijf gevestigd en ten zuidwesten hiervan is een garagebedrijf aanwezig. Aan de overzijde van de A12 ligt Distripark Doelwijk, een bedrijventerrein voor transport en distributie. In noordoostelijke richting is in april 2021 de Vredenburghlaan in gebruik genomen. Ten noordwesten van het plangebied ligt aan de overzijde van de Beijerincklaan het glastuinbouwgebied van de G. van Dort Kroonweg. In noordwestelijke richting ligt de Glasparel+ waar onder andere een distributiecentrum van Lidl is gevestigd. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.

Toelichting

9

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Figuur 1: Situering plangebied en omgeving met zwart omlijnd het plangebied.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren" "Parapluplan biomassa-installaties"

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018 14 oktober 2020

Uitspraak ABRvS 9 juli 2014

In het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' is het bedrijfsperceel bestemd voor 'Bedrijf' met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groencompostering' (figuur 2). Hier is uitsluitend een grondbank (waaronder de activiteiten puinbreken en grondreiniging), baggerdepot (waaronder bewerking veegvuil, rioolslib, kolkenslib en gemaalslib (afgekort RKG-slib)) en groencomposteringsbedrijf (waaronder de activiteiten groenrecycling) toegestaan. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het oprichten van een bedrijfshal voor composteren is in strijd met het bestemmingsplan, omdat er binnen de bestemming 'Bedrijf' geen nieuwe bedrijfsgebouwen zijn toegestaan. Verder heeft de inmiddels in eigendom zijnde woning aan de Tweede Bloksweg 58 de aanduiding 'plattelandswoning'. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- en of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Het bestemmingsplan is bij Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 juli 2014 onherroepelijk van kracht geworden.

10

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Zuidplas Noord. Bestemmingsplan 'Parapluplan biomassa-installaties' In het bestemmingsplan 'Parapluplan biomassa-installaties' is een regeling opgenomen die de mogelijkheden voor het oprichten van biomassa-installaties beperkt. In de Algemene bouwregels en Algemene gebruiksregels is vastgelegd dat een gebouw ten behoeve van een biomassa-installatie uitsluitend mag worden gebouwd en gebruikt indien het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen minder bedraagt dan 130 kWth. Een uitzondering hierop is gemaakt voor drie locaties waarvoor al eerder een omgevingsvergunning is verleend voor het oprichten van een biomassa-installatie. Hiervoor is de gebiedsaanduiding 'overige zone - biomassa-installatie' opgenomen. Per aanduidingsvlak mag één gebouw ten behoeve van een biomassa-installatie met een maximaal totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 14,9 MW worden gebouwd. Eén van deze locaties betreft de Tweede Bloksweg 54b-58. Voor deze locatie is op 13 juli 2018 een omgevingsvergunning voor de onderdelen bouwen, strijdig gebruiken en milieu verleend. Deze omgevingsvergunning is nog niet onherroepelijk. Wat betreft het onderdeel strijdig gebruik wordt de omgevingsvergunning één-op-één ingepast in het voorliggend bestemmingsplan.

De regeling in het Parapluplan, dat is vastgesteld na verlening van de omgevingsvergunning, is overgenomen in dit bestemmingsplan. Dit plan hoeft daarom op zichzelf geen verdere bespreking in dit bestemmingsplan. Wel is ervoor gekozen om de aanduiding 'overige zone – biomassa-installatie' te wijzigen in 'specifieke vorm van bedrijf – biomassa-installatie'. Ook is de exacte ligging van de biomassa-installatie en de bouwhoogte, als vergund, in dit bestemmingsplan vastgelegd, een en ander in overeenstemming met de op 11 juli 2018 door de raad van de gemeente Waddinxveen afgegeven verklaring van geen bedenkingen.

Toelichting

11

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

12

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied is groot circa 10 ha. Aan weerszijden van de composteerinrichting is Vis Waddinxveen (depot en handel in gasflessen) en een garagebedrijf gevestigd. In de oksel van de rijksweg A12 en de Tweede Bloksweg/ Beijerincklaan is HTC Parking & Security gevestigd aan de Tweede Bloksweg 72. Het tussenliggende gebied heeft een agrarische bestemming. In het gebied ten noordoosten van het plangebied tot de Vredenburghlaan (N457) liggen agrarische gronden. Vis Waddinxveen op nr. 54.

Weiland tussen HTC en Wagro.

Distripark Doelwijk overzijde A12. Bedrijven op Glasparel+.

Toelichting

Bedrijfsgebouw HTC.

Nieuwbouw Park Triangel.

13

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

14

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt deel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP, 2006). In het ISP is het gebied ten noorden van de A12 in Waddinxveen aangewezen als ontwikkelingslocatie voor een nieuw bedrijventerrein. Hiervan is reeds circa 15 hectare in gebruik door bedrijven. Naar aanleiding van de economische recessie is in de op 3 oktober 2012 vastgestelde Structuurvisie Waddinxveen 2030 door de gemeenteraad opgenomen dat wordt onderzocht of de rol van de gemeente bij deze ontwikkeling moet worden herzien, omdat nagenoeg alle gronden in handen zijn van particulieren. Vanuit haar regierol wil de gemeente dat de kwetsbare overgangen naar het buitengebied en de presentatie naar de A12 op een optimale manier worden geborgd. In 2019 is een studie gedaan naar de ontwikkelkansen van het gebied A12 Noord naar bedrijventerrein. Uit deze studie volgde dat er op dat moment te weinig aanknopingspunten waren om A12 Noord te ontwikkelen.

3.2

Bestaande bedrijfsactiviteiten

Op het terrein van de Wagro is een composteerinrichting met een oppervlakte van circa 10 ha gevestigd. Aan de wegzijde staat het bedrijfskantoor met aansluitend een werkplaats met was- en tankplaats. Bij de ingang staat voorts een ontvangstkantoor met weegbrug voor aankomend en vertrekkend vrachtverkeer. Op het bedrijfsperceel wordt overeenkomstig de bestemmingsomschrijving van het bestemmingsplan groenafval in de open lucht gecomposteerd (activiteiten voor groenrecycling). Daarnaast wordt er een grondbank geëxploiteerd (waaronder de activiteiten puin breken en grondreiniging) en is er een baggerdepot (waaronder bewerking veegvuil en RKG-slib) toegestaan. Wagro beschikt voor haar activiteiten over een omgevingsvergunning milieu.

Op basis van de geldende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu mag in totaal maximaal 355.000 ton afvalstoffen per kalenderjaar worden ingenomen en zijn de volgende hoofdactiviteiten vergund: het opslaan, overslaan, bewerken en/of composteren van groenafval en analoge stromen composteerbaar organisch bedrijfsafval; het opslaan, overslaan, bewerken, biologisch reinigen, stabiliseren, immobiliseren van (verontreinigde) grond/zand, inclusief grond zijnde gevaarlijk afval alsmede baggerspecie; het opslaan, overslaan, bewerken, stabiliseren, immobiliseren van veegvuil en RKG-slib; het opslaan en overslaan van plantaardige oliën en vetten; het opslaan en overslaan van organische reststoffen en materialen; het opslaan, overslaan, bewerken van steenachtig bouw- en sloopafval en bouw-, sloop- en resthout; stallen van rijdend materieel en uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden; uitvoeren proefprojecten; twee tijdelijke activiteiten; proefneming verbranding en proefneming vergisting; landfarming, biologische grondreiniging, grond immobiliseren. De bestaande situatie van hoofdactiviteiten op het achterterrein van het bedrijfsperceel is opgenomen in figuur 3.

Figuur 3: Situatietek ening bestaande bedrijfsactiviteiten op achterterrein.

Toelichting

15

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Het kantoorpand van de Wagro.

Weegkantoor met hierachter de weegbrug.

Plangebied gezien vanaf het Moerk apellepad.

Bestaand composteerterrein.

3.3

Nieuwe situatie

De composteeractiviteiten vinden overeenkomstig de vigerende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu plaats in de open lucht. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen inzake geur. In paragraaf 6.1.3 wordt hierop nader ingegaan. Bij de Omgevingsdienst Midden-Holland komen regelmatig klachten over geuroverlast binnen die door de klagers worden toegeschreven aan de Wagro. Naar aanleiding van het verhoogde aantal ingediende klachten in 2018 is er overleg geweest tussen de Wagro en Omgevingsdienst Midden- Holland. Tijdens dit overleg zijn er afspraken gemaakt om de registratie van de klachten te verbeteren, waardoor mogelijke oorzaken van geuroverlast beter zouden kunnen worden achterhaald. Sinds 1 april 2019 ontvangt de Wagro geanonimiseerde gegevens betreffende de ontvangen geurklachten en vult de Wagro deze gegevens aan met de meteo-omstandigheden ten tijde van de klachten. Hoewel de bestaande activiteiten planologisch en milieutechnisch zijn toegestaan heeft de Wagro onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de geuremissie te beperken. Dit heeft geresulteerd in een oplossingsrichting door het composteerproces niet langer in de open lucht te laten plaatsvinden, maar de bedrijfsvoering van het composteerproces in een gesloten bedrijfshal te laten plaatsvinden. Hiermee kan de Wagro: 1.

geuremissie en daardoor geuroverlast naar de omgeving (met name Park Triangel) voorkomen; 2. de continuïteit van de bedrijfsvoering duurzaam waarborgen; 3. bedrijfsactiviteiten verder ontplooien; 4. maatschappelijk en duurzaam ondernemen verder vorm te geven (o.a. Biobased Campus). Om tunnelcompostering in een bedrijfshal mogelijk te maken is een herschikking van de bedrijfsactiviteiten op het bestaande bedrijfsperceel nodig. De composteeractiviteiten zullen in de nieuwe situatie alleen plaatsvinden in een composteerhal, zodat geuroverlast in de woonwijken Triangel en Zuidplas tot een minimum wordt beperkt. Deze inpandige tunnelcompostering wordt op een beperkt gedeelte van het bedrijfsperceel uitgevoerd. De recyclingactiviteiten worden op het overige deel van het bedrijfsterrein gecontinueerd. De voorgestane

16

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

bedrijfsactiviteiten worden nader toegelicht in de volgende paragrafen. 3.3.1 Bedrijfshal voor composteren Op het bedrijfsperceel wordt gefaseerd een composteerhal met verwerkingshal gerealiseerd van afgerond 19.100 m² groot. Hier zal tunnelcompostering plaatsvinden met een verwerkingscapaciteit van maximaal 212.500 ton op jaarbasis. De bouwhoogte van de hal wordt 12 meter. De hal (met tunnels) zal geschakeld worden aan een biofilter (in verband met de geurbehandeling) welke voorzien wordt van een schoorsteen met een hoogte van 30 meter om de gezuiverde lucht af te voeren. De gehele composteringshal wordt op onderdruk gehouden waarbij de tunnels de benodigde lucht uit de hal halen. De verwerkingshal zal emissiepunten hebben die omhooggericht zijn voor de afvoer van de filtrerende afscheiders die nodig zijn voor de luchtreiniging van de verwerkingsinstallaties. Hierdoor ontstaat er een geconditioneerde en beheersbare manier van werken, zodat de hedonische waarde (geurbeleving) wordt verbeterd. De situering van de composteerhal is weergegeven in figuur 4. De effecten ten aanzien van geur worden in paragraaf 6.1.3 behandeld.

Figuur 4: Inrichtingsplan met composteerhal en afvalstoffenhal (indicatief).

Toelichting

17

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Luchtfoto plangebied en omgeving.

Voorbeeld van bedrijfshal.

Voorbeeld afzuiging hal met biofilter.

Activiteiten composteerhal a. Composteertunnels in composteer- en afvalstoffenhal Een groot gedeelte van het composteringsproces wordt in de hal uitgevoerd waarbij met name de meest geurbelastende activiteiten in de hal plaatsvinden zoals het verkleinen van geurhoudend materiaal, het op- en omzetten van het composterend materiaal (in de tunnelcompostering) en het afzeven. Het verkleinen van niet-geurhoudend materiaal en de opslag van compost kan buiten de hal plaatsvinden. De composteertunnels in de hal zullen zodanig worden uitgevoerd, dat de bij het composteerproces vrijkomende warmte kan worden opgevangen en elders kan worden toegepast. Om deze warmte duurzaam te kunnen inzetten is het van belang dat de installatie aangesloten wordt op een warmtenet of (glastuinbouw)bedrijven in de omgeving. Op deze manier levert de vrijgekomen warmte een bijdrage aan de energietransitie. Tevens kan door het toepassen van de vrijkomende warmte aanzienlijk worden bespaard op het aardgasverbruik elders, hetgeen resulteert in een CO2-reductie. b. Verwerking tuinbouw gerelateerd bedrijfsafval (substraatmatten, loof en loopfolie) In de hallen zal een mechanische bewerking worden uitgevoerd, waarbij vezels, sappen, plastic- en steenwolfractie van elkaar worden gescheiden en opgeslagen. De overblijvende organische fractie wordt gecomposteerd. c.

Sorteren bouw- en sloopafval, bedrijfsafval, grof vuil en resthout

18

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Het realiseren van een bewerkingslijn in de hal waarbij door middel van diverse technieken wordt uit gesorteerd, zoals bijvoorbeeld (tril)zeef, magneetband, waterbak en handpicking afval. d. Voor- en nabewerking alsmede opslag van materialen voor een Bio Wkk en vergister In de hal kan ook houtachtig materiaal ten behoeve van brandstofproductie klaargemaakt worden voor afvoer naar een Bio Wkk of vergister (verkleinen, drogen door middel van restwarmte). Een bio wkk of vergister kent specificaties voor de input waarbij de inputmaterialen specifiek klaargemaakt worden. Een hal biedt de benodigde faciliteiten voor een adequate opslag en bewerking van inputmaterialen. e. Innovatie In de hallen kunnen nieuwe innovatieve technieken uitgeprobeerd worden. Te denken valt hierbij aan het uittesten (en eventueel in de hal realiseren) van scheidingstechnieken voor groene afvalstoffen, biomassamateriaal etc. Op voorhand valt niet aan te geven om welke techniek het gaat, omdat het innovatieve technieken zijn. Door de jaren heen veranderen er inzichten en kunnen technische voorzieningen geoptimaliseerd dan wel verbeterd worden of er komen nieuwe technieken bij.

3.3.2 Herschikking bedrijfsterrein Op het overige deel van het bedrijfsterrein worden na herschikking de volgende activiteiten van de grondbank gecontinueerd: Op- en overslag van grond en baggerspecie; Op- en overslag en breken van puin en granulaat; Grondreiniging; Op- en overslag van diverse overige stoffen, waarbij geurbelastende stoffen in de hal worden opgeslagen en bewerkt. In de volgende paragraaf worden de verschillende recyclingactiviteiten nader omschreven. 3.3.3 Recyclingactiviteiten Grondverwerking Onder grondverwerking wordt verstaan: de verwerking van (verontreinigde) grond, veegvuil, baggerspecie en riool- kolkenafval volgens de hierna benoemde BRL-richtlijnen en bijbehorende protocollen: "Procesmatige ex-situ reiniging en immobilisatie van grond en baggerspecie"; conform Beoordelingsrichtlijn (afgekort: BRL) 7500 - protocol 7510; "Landfarming, ontwatering, rijping en zandscheiding van baggerspecie" conform BRL 7500 - protocol 7511 "Landfarming, ontwatering, rijping en zandscheiding van baggerspecie"; "Milieuhygiënische keuring van individuele partijen grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit" conform BRL 9335 - protocol 9335-1; Productie van samengestelde grondproducten conform BRL 9335 – protocol 9335-4. De maximale doorzet voor grond, veegvuil en baggerspecie is 240.000 ton per jaar.

Brandstofproductie Een deel van het groenafval en het hout dat wordt geaccepteerd, in het bijzonder snoeihout en A- en B-hout, wordt door verkleinen en scheiden geschikt gemaakt om als brandstof te gebruiken. Vanwege geuremissie wordt snoeihout verkleind en gescheiden in de hal van de tunnelcompostering. De opslag en het verkleinen/scheiden van A- en B-hout vindt buiten plaats. Deze activiteiten, die tot doel hebben om brandstof, bestaande uit biomassa of uit B-hout, te produceren, zijn te beschouwen als 'brandstofproductie' in de zin van categorie 5.3 lid b onder ii van bijlage I van de Richtlijn industriële emissies. De maximale technische capaciteit van het verkleinen/scheiden is 80.000 ton per jaar (dat is 219,2 ton per dag). Omdat de capaciteit meer bedraagt dan 75 ton per dag is het een IPPC-installatie. Bouw- en sloopafval (afgekort Bsa-verwerking) BSA-verwerking bestaat uit verkleinen en scheiden van steenachtig bouw- en sloopafval conform BRL 2506 en vindt uitpandig plaats. De maximale capaciteit is 100.000 ton/jaar. Afvalscheidingsinstallatie In de toekomstige situatie is er een afvalscheidingsinstallatie bedoeld voor het verkleinen en scheiden van diverse niet-gevaarlijke afvalstromen (glastuinbouw, substraatmatten, bouw- en sloopafval, grof huisvuil of bedrijfsafval). Deze afvalscheidingsinstallatie wordt geplaatst in een nieuw op te richten bedrijfshal.

Deze bedrijfshal wordt stapsgewijs gebouwd, evenals de afvalscheidingsinstallatie. Het doel van de afvalscheidingsinstallatie is om optimaal hergebruik te realiseren met inachtneming van de spelregels die hiervoor in het Landelijk afvalbeheerplan 3 (afgekort: LAP3) zijn opgenomen. De capaciteit

Toelichting

19

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

van de afvalscheidingsinstallatie is 140.500 ton per jaar. Hiervan wordt uitgegaan van (interne) aanvoer van: residu Bsa-verwerking (steenachtig), brandstofproductie, grondverwerking; Bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en grof vuil; Glastuinbouw (o.a. substraatmatten). De maximale capaciteit is 180.000 ton/jaar. Biomassacentrale Op grond van het Parapluplan biomassa-installaties is het thans op het gehele perceel van de bestaande inrichting toegestaan om één gebouw ten behoeve van een biomassa-installatie op te richten met een maximaal totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 14,9 MWth. In voorliggend bestemmingsplan wordt de Biomassacentrale (afgekort: BMC) op het perceel van de inrichting één-op-één ingepast overeenkomstig de omgevingsvergunning van 13 juli 2018 en de daartoe afgegeven verklaring van geen bedenkingen van de raad van 11 juli 2018. De BMC met een vermogen van 14,9 MWth heeft een verwerkingscapaciteit van 31.500 ton/jaar biomassa. De omgevingsvergunning voor deze biomassacentrale is nog niet onherroepelijk. Daarnaast is in 2015 een PAS-melding (d.d. 13-10-2015, kenmerk 12qaw2LPdX) ingediend voor de realisatie van de biomassacentrale aan de Tweede Bloksweg 54b-58 te Waddinxveen. Wegens vernietiging van het PAS door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient deze melding in het natuurspoor nog gelegaliseerd te worden.

In de aanvraag om een omgevingsvergunning en in de daarvoor op te stellen onderzoeken wordt in de toekomstige situatie steeds uitgegaan van twee scenario's, namelijk het scenario dat geen BMC aanwezig is en het scenario dat wel een BMC aanwezig is en wordt gebruikt. Overige op- en overslag Alle in te nemen afvalstoffen kunnen zonder verdere bewerking ook louter worden op- en overgeslagen en worden afgevoerd voor bewerking elders. Op deze wijze is de bedrijfsvoering flexibel bij onverhoopte grotere aanvoer of mogelijke storing in installaties. Het betreft op- en overslag van: bouw-, sloop en resthout; plantaardige oliën en vetten. De maximale opslagcapaciteit is 1.000 ton/jaar. Opslag buitenterrein De opslag van grond, puinachtig materiaal en overige grond- en afvalstoffen is maximaal 8 meter. De composteeractiviteiten in de open lucht worden gestaakt. 3.3.4 Wijziging in te nemen capaciteiten en uitbreiding afvalstromen In tabel 3.1 zijn de wijzigingen van de innamecapaciteit en uitbreiding met enkele nieuwe stromen weergegeven, zoals toegelicht in paragraaf 3.3.1 en 3.3.3. In kolom 5 zijn de beoogde activiteiten beschreven. De maximaal toegestane verwerkingscapaciteit van de verschillende afvalstromen wordt geborgd in artikel 3.4.2 Inname- en verwerkingscapaciteit tunnelcompostering, afvalscheidings- en recyclingactiviteiten van de specifieke gebruiksregels.

20

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Tabel 3.1 wijziging capaciteiten Wagro.

De totale som van te accepteren afvalstoffen bedraagt 764.500 ton/jaar. De totale som van de verwerkingscapaciteit van alle activiteiten bedraagt 805.000 ton/jaar. Het verschil wordt veroorzaakt door de afvalscheidingsinstallatie, waarvan het afgescheiden steenachtig materiaal, houtachtig materiaal en composteerbaar materiaal intern verwerkt wordt. In artikel 3.4.2 is dit ondervangen door afzonderlijk de innamecapaciteit van de te accepteren afvalstromen en de verwerkingscapaciteiten van de activiteiten op te nemen.

Toelichting

21

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

3.4

Landschappelijke inpassing

De huidige locatie van Wagro is duidelijk zichtbaar vanaf rijksweg A12. Thans is het terrein grotendeels verhard en niet hoogwaardig ingericht. Met de aanleg van de Vredenburghlaan is het zicht over de volle breedte van het terrein toegenomen. In de nieuwe situatie zullen de composthopen en composteringshopen plaatsmaken voor een herinrichting van het terrein met een nieuw bedrijfsgebouw nabij de A12. De landschappelijke inpassing hiervan vraagt aandacht bij uitwerking van het bouwplan voor een composteerhal. Hoewel er al sprake is van een bedrijventerrein is het de ambitie om de bedrijfshal zodanig in te passen dat een juiste aansluiting plaatsvindt bij de schaal en maat langs de A12. Ten behoeve hiervan is een landschapsinrichtingsplan opgesteld. Landschapsinrichtingsplan Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten te Bergambacht heeft een landschappelijk inpassingsplan gemaakt voor de Wagro. Hieronder wordt het voorstel kort toegelicht. Het bedrijventerrein is in gebruik voor composteeractiviteiten, op- en overslag van grond, baggerspecie, breken van puin en granulaat, grondreiniging en overige vergunde bedrijfsactiviteiten. Voorts staan er meerdere waterbassins op het terrein. De huidige verschijningsvorm van het plangebied is qua beeldkwaliteit op dit moment matig. Hierdoor ontstaat een onrustig beeld.

Dit is deels te wijten aan het ontbreken van bufferbeplanting langs de randen van het plangebied en deels aan een nog jonge bufferbeplanting. Een herinrichting van het terrein is noodzakelijk om de composteer- en verwerkingsactiviteiten mogelijk te maken in gesloten bedrijfshallen. Dit zal impact hebben op het landschap. Het is daarom wenselijk dat de beschikbare ruimte langs de randen van het plangebied wordt ingezet als groenbuffer. Gelet op de hoogte van de twee nieuwe bedrijfshallen en de grootschaligheid van het huidige landschap is het van belang te kiezen voor streekeigen bomen van 1e grootte: dit zijn bomen van de grootste categorie. Bijvoorbeeld de Zwarte Els (Alnus glutinosa). Concreet betekent dit het volgende: Noordoostzijde Noordwestzijde Zuidwestzijde

Zuidoostzijde

Zuidzuidwestzijde

Bestaande bufferbeplanting.

22

Bestaande robuuste groenbuffer aan oostzijde behouden en op enkele plaatsen aanvullen. Bestaande bomenrij handhaven. Zorgdragen voor een gesloten bomenrij van inheemse soorten in lijn met de andere zijden. Deels is deze bomenrij aanwezig en zal verder uitgroeien tot een robuuste bufferstrook. Daar waar dit nog niet het geval is dient deze te worden aangevuld met dezelfde soort. De bestaande reeds aangebrachte, nog wat jonge bufferbeplanting aanvullen met bovengenoemde bomen. Ter plekke van de uitbreiding van het terrein deze lijn van bufferbeplanting doorzetten. Ter plekke van de composteerhal de lijn van bufferbeplanting doorzetten conform het aangegeven sortiment en de aangegeven aanbevelingen aan de zuidoostzijde, zodat hier een gesloten bufferstrook met bomenrij ontstaat.

Groen aan achterzijde (vanaf A12). Groen vanaf noordoostzijde.

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Het landschapsinrichtingsplan van 7 november 2023 is opgenomen in Bijlage 1. In figuur 5 is een vereenvoudigde weergave hiervan opgenomen.

Figuur 5: Landschapsinrichtingsplan. Daarnaast geven onderstaande 3D-beelden in figuur 6 een indruk van de toekomstige situatie en het zicht daarop vanuit verschillende windrichtingen.

Figuur 6: 3D-beelden.

Toelichting

23

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

3.5

Verkeer en parkeren

3.5.1 Verkeer Het plangebied is gelegen aan de Tweede Bloksweg. Gebruik wordt gemaakt van de bestaande in- en uitrit. Het verkeer wordt ontsloten via de Beijerincklaan (N453). Vanaf de Bredeweg begeeft men zich via twee rotondes naar rijksweg A12. De A20 is bereikbaar via de zogenaamde Moordrechtboog tussen de A12 en A20. Onlangs is ook de Vredenburghlaan (N457) in gebruik genomen. Via de Beijerincklaan is vanaf deze weg ook de A12 en A20 aan te rijden. Hiermee is de bereikbaarheid van de regionale infrastructuur in de Zuidplas verbeterd.

De Tweede Blok sweg

Aantakking Tweede Bloksweg op Beijerinck laan.

Moerkapellepad met rechts rijksweg A12.

Bredeweg richting A12.

Beijerincklaan.

Vredenburghlaan richting A12.

Verkeerskundig onderzoek In verband met nieuwbouw van de bedrijfsloods, wijziging van bedrijfsactiviteiten en hiermee gepaard gaande toename van het aantal verkeersbewegingen is een verkeersonderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng te Den Haag, (rapport 'Verkeerseffect uitbreiding bedrijfsactiviteiten Wagro' van 25 maart 2022, Bijlage 2). Op basis hiervan kunnen de volgende conclusies worden getrokken (overgenomen uit rapport). Verkeersgeneratie Huidige verkeerssituatie In de huidige situatie genereert Wagro gemiddeld 246 vrachtverkeersbewegingen per werkdag ten behoeve van de aan- en afvoer van de verschillende categorieën (afval)stromen op basis van de maximaal vergunde jaarlijkse materiaalstromen. Het grootste deel van de verkeersbewegingen (ca. 190) betreft vrachtwagens, een beperkter deel betreft landbouwtractoren (ca. 56 verkeersbewegingen). De verkeersgeneratie van Wagro bestaat uit zowel personen- als vrachtverkeer. De totale verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 278 motorvoertuigbewegingen per etmaal; waarvan 32 voor personenverkeer en 246 voor vrachtverkeer. Voor het bepalen van de hoeveelheid verkeer in de spitsperioden, wordt aansluiting gezocht bij het reguliere verkeersbeeld. Conform de CROW-kencijfers bedraagt het aandeel verkeer tijdens het drukste ochtendspitsuur afgerond 8% van het totale verkeer, en 9% voor het drukste avondspitsuur.

Het aantal vrachtvoertuigbewegingen tijdens het drukste ochtendspitsuur bedraagt 246 x 8% = 20 voertuigbewegingen. In de avondspits genereert Wagro tijdens het drukste spitsuur 246 x 9% = 22 motorvoertuigbewegingen. Toekomstige verk eerssituatie

24

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten heeft uitsluitend een effect op het goederenverkeer. De uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten heeft geen invloed op het aantal werknemers en bezoek; deze blijven gelijk, omdat in de nieuwe situatie alleen een deel van de bedrijfsactiviteiten in bedrijfshallen wordt uitgevoerd in plaats van in de openlucht. Ook het aantal werkdagen en de verdeling van de voertuigtypen blijft in de toekomstige situatie onveranderd. Op basis van de beoogde uitbreiding van bedrijfsactiviteiten is de toekomstige verkeersgeneratie gemiddeld 516 vrachtvoertuigbewegingen per werkdag. De totale verkeersgeneratie (inclusief personenverkeer) bedraagt (516 + 32 = ) 548 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het aantal vrachtvoertuigbewegingen tijdens het drukste ochtendspitsuur bedraagt 516 x 8% = 41 voertuigbewegingen. In de avondspits genereert Wagro tijdens het drukste spitsuur 516 x 9% = 46 motorvoertuigbewegingen. Alle voertuigbewegingen in de spitsperioden betreffen vrachtvoertuigen (vrachtwagens of tractoren). Net als in de huidige situatie zullen de verkeersbewegingen in de praktijk op een gemiddelde werkdag lager liggen. De maximale ruimte van jaarlijkse materiaalstromen wordt niet allemaal jaarlijks ingevuld. Ook zijn de verkeersbewegingen niet evenredig verdeeld over alle werkdagen. Door seizoensinvloeden kan het aantal verkeersbewegingen fluctueren.

In de praktijk is het aantal dagelijkse vrachtverkeerbewegingen gelimiteerd door de operationele limitatie van de weegbrug. Iedere vrachtwagen en tractor moet bij aankomst en vertrek gewogen worden. De weegbrug kan per dag maximaal 450 metingen uitvoeren, meer is gezien de benodigde tijd en de werkbare uren niet mogelijk. De operationele capaciteit ligt dan ook lager dan in dit verkeersonderzoek wordt beschouwd, aangezien op basis van de maximaal jaarlijkse materiaalstromen 516 vrachtbewegingen zijn te verwachten die gemeten moeten worden. In dit onderzoek wordt dit beschouwd als een worst-case scenario. Effecten uitbreiding bedrijfsactiviteiten op verkeer Als gevolg van de uitbreiding van bedrijfsactiviteiten, neemt de verkeersgeneratie van de Wagro toe met 270 extra verkeersbewegingen per werkdagetmaal; ofwel 135 voertuigen met een aankomst- en vertrekbeweging. Het verkeer van en naar Wagro komt en gaat via het openbare wegennet. Vanwege de ontsluiting van Wagro komt en gaat alle verkeer via de Tweede Bloksweg. In april 2021 is de Vredenburghlaan (N457) geopend en in gebruik genomen. Dit heeft echter geen invloed op de aanrijdroutes van Wagro, aangezien verkeer vanaf de Tweede Bloksweg bij het kruispunt met de N457 niet de N457 op mag rijden. Verkeer moet verplicht rechtdoor over de Tweede Bloksweg.

Routes van/naar Wagro Uit eerder onderzoek van Peutz blijkt dat 70% van alle verkeer van Wagro van en naar de A12 rijdt en 30% komt en gaat vanuit de richting Waddinxveen. Van de 270 extra verkeersbewegingen in de nieuwe situatie, komen en gaan 189 motorvoertuigenbewegingen via de A12 en 81 motorvoertuigenbewegingen in noordelijke richting (Waddinxveen). In het drukste spitsuur bedraagt de toename van verkeersbewegingen op de omliggende wegvakken maximaal 17 motorvoertuigbewegingen. Aan de hand van de geprognosticeerde verkeersgeneratie wordt het verkeerseffect op het omliggende wegennet inzichtelijk gemaakt. Voor deze studie zijn vijf wegvakken gedefinieerd, te weten: 1. Tweede Bloksweg (tussen aansluiting Wagro en Vredenburghlaan); 2. Tweede Bloksweg (ten zuiden van aansluiting Wagro); 3. Beijerincklaan ten zuiden van aansluiting Tweede Bloksweg; 4. Bredeweg (tussen Beijerincklaan en Otto Matseweg); 5. N219 tussen Otto Matseweg en A12. Aan de hand van het geprognosticeerde extra verkeer en de gedefinieerde wegvakken blijkt dat de toename van verkeersintensiteiten in de spitsperioden verkeerskundig zeer laag zijn, zodat kan worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. In-en uitrit De Wagro beschikt over twee in- en uitritten.

De in- en uitrit naar het bedrijfsterrein is 12 meter breed. Langs het weeglokaal en de weegbrug is het hierachter gelegen bedrijfsperceel bereikbaar. Verder ligt er een uitrit tussen de bedrijfswoning en het kantoor van 6 meter breed. Deze uitrit voor personenauto's wordt alleen door bezoekers van het kantoor en de bewoners van de bedrijfswoning gebruikt.

Toelichting

25

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

3.5.2 Parkeren 3.5.2 Parkeren In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld. In het geldende paraplubestemmingsplan voor parkeren is dit planologisch verankerd. Hierin beschrijft de gemeente hoe wordt omgegaan met parkeernormen. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De parkeersituatie buiten de bebouwde kom heeft bij het schrijven van de nota geen aanleiding gegeven om nader te beschouwen. Het bestemmingsplan is geheel gelegen buiten de bebouwde kom. Op grond van het parkeerbeleid dient ieder plan te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid is ook nader uitgewerkt in het parkeerbeleid. Omdat het parkeerbeleid zich richt op de (toekomstige) bebouwde kom en het bestemmingsplan ziet op een locatie buiten de bebouwde kom, is ervoor gekozen om de parkeernormen rechtstreeks in de planregels op te nemen. Wel is aangesloten bij het parkeerbeleid om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. Dit is ook in de planregels vastgelegd door het gebruik slechts toe te staan als wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Voor de parkeernormen wordt de CROW-publicatie 381 (december 2018) als uitgangspunt gehanteerd. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1.

Tabel 3.1: Park eerk encijfers in verband met uitbreiding bedrijfshallen. Functies Per 100 m² Oppervlakte Aantal pp Bedrijven matig stedelijk/ rest bebouwde k om Bedrijven, arbeidsextensief/ bezoekersextensief min. 0,8 23.509 m² * 188 pp (loods, opslag, transportbedrijf) max. 1,3 305 pp Bestaand Kantoor (zonder baliefunctie) min. 1,8 671 m² 12,1 pp max. 2,3 15,4 pp Werkplaats min. 0,8 400 m² 3,2 pp max. 1,3 5,2 pp * Dit betreft de tunnelcompostering, afvalscheidingsinstallatie en BMC. In de bestaande situatie zijn 30 parkeerplaatsen aanwezig. In de toekomstige situatie zou op basis van de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers de aanleg van circa 262 parkeerplaatsen vergen. De werkelijke parkeerbehoefte voor de wijziging van het bedrijfsterrein met een composteerhal en een verwerkingshal is vele malen lager dan de parkeerkencijfers, omdat gezien de bedrijfsactiviteiten in de bedrijfshallen maximaal 10 werknemers werkzaam zullen zijn. Een lagere parkeernorm is dan ook aangewezen, zoals nader is onderbouwd in het parkeeronderzoek van Goudappel Coffeng te Den Haag (memo van 31 maart 2023, Bijlage 3). Voor zowel de bestaande als toekomstige situatie volstaan de huidige 30 parkeerplaatsen, mits geen wijziging optreedt in de voorgenomen activiteiten.

Om die reden is in de regels van het bestemmingsplan een parkeernorm opgenomen die inhoudt dat bij de bouw van gebouwen, anders dan ten dienste van de tunnelcompostering, de afvalscheidingsinstallatie en de biomassacentrale dient te worden onderbouwd dat wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein, met daarbij een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.

Parkeerterrein voor k antoor.

26

Inrit naar terrein vanaf Tweede Bloksweg.

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.

Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 2 'Duurzaam economisch groeipotentieel' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. De economie verandert en staat voor een overgang naar een circulaire en CO2-neutrale energievoorziening. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. Daarvoor zijn veel veranderingen nodig, zoals het aanpassen van verschillende productieprocessen. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen.

Behoud van de huidige ruimte voor industriegebieden en inzet op optimale bereikbaarheid zijn van belang. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Verrommeling en versnippering wil het rijk

Toelichting

27

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

voorkomen. Zij concentreert bijvoorbeeld logistieke functies op bestaande bedrijventerreinen of langs corridors. De voorgenomen herinrichting van het bedrijventerrein met bedrijfshallen draagt bij aan het verduurzaming. Afvalstoffen kunnen nuttig worden hergebruikt, nieuwe duurzame energiebron kan worden benut, terwijl de leefomgeving voor verderop gelegen woonwijken aan kwaliteit wint. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijk ordening. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking In dit bestemmingsplan wordt een uitbreiding van een bestaand bedrijf mogelijk gemaakt met bedrijfshallen om voortaan het composteerproces en verwerking hiervan in gesloten hallen te kunnen uitvoeren.

Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten

28

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Voor deze planontwikkeling is de opgave ruimte en verstedelijking relevant. Het bestaande bedrijfsperceel (10 ha) maakt deel uit van de bebouwde ruimte.

In figuur 7 is een uitsnede van Kaart 59 'Bestaand stads- en dorpsgebied' van de Omgevingsvisie opgenomen waarin de bebouwde ruimte is ingetekend. In zijn algemeenheid wordt aangegeven dat het beter benutten en opwaarderen van deze ruimte leidt tot een intensiever, compact ruimtegebruik. Een effect daarvan is dat functies en activiteiten beter met elkaar in verband worden gebracht. Het bestaande bedrijventerrein is tevens aangeduid als 'Bedrijventerrein' op kaart 14 van de Omgevingsvisie (figuur 7). Verbetering omgevingsk waliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening.

Figuur 7: Link s uitsnede k aart 59 'Bestaand stads- en dorpsgebied 2018' en rechts uitsnede kaart 14 'Bedrijventerrein' van de Omgevingsvisie. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale

Toelichting

29

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex met oude zeeklei. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van droogmakerijen (klei en veen). Op de Laag van de stedelijk e occupatie maakt het bestaande bedrijfsperceel onderdeel uit van bestaand stads- en dorpsgebied (figuur 8). Bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden en bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang.

Als richtpunt wordt bij bedrijventerreinen aangehouden dat de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht krijgt. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Noordoostelijk hiervan ligt de Vredenburghzone. Dit gebied is aangeduid als recreatiegebied (figuur 8).

Figuur 8: Kwaliteitsk aart; Link s uitsnede 'Laag van de stedelijke occupatie' en rechts 'Laag van de beleving'. Het plangebied is met een zwarte omlijning aangeduid. Het planvoornemen betreft een vraag gestuurde ontwikkeling om het composteerproces in een gesloten hal te realiseren in plaats van nu in de open lucht. De planlocatie ligt op het bedrijventerrein A12 Noord dat al is bestemd met de bestemming 'Bedrijf'. Voor het bestemmingsplan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (Bijlage 1, Landschapsinrichtingsplan) met als doel om het bedrijfsperceel landschappelijk in te passen, waarin het programma zich dient te voegen. De herinrichting van het terrein zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het terrein zelf en vanaf de Vredenburghlaan en vanaf de A12. Het plangebied wordt verder niet specifiek genoemd in de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De planontwikkeling is in overeenstemming met de opgave toekomstbestendige bedrijfsterreinen. Er wordt ingezet op het beter benutten en duurzaam functioneren van bestaande bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën. Het bestaande bedrijfsperceel ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik.

Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

30

Toelichting

bestemmingsplan Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is tevens opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. Hierin zijn bijbehorende tabellen met een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties.

Als een locatie is opgenomen op de '3 ha kaart' betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het bestemmingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor het opnemen van een locatie op de '3 ha kaart' is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar moet er voldoende behoefte bestaan voor ontwikkeling van de locatie. De regionale visies voor wonen en bedrijventerreinen vormen belangrijke input voor de '3 ha kaart'. Het is daarom wenselijk om al voordat een nieuwe buitenstedelijke locatie wordt opgenomen in de regionale visie in overleg te treden met de provincie over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die locatie. In lid 4 is bepaald dat Gedeputeerde staten een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen kunnen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. In bijlage X, tabel 2 is de zachte plancapaciteit van bedrijventerreinen in verschillende regio's opgenomen. Het plangebied ligt in de regio Midden-Holland.

Voor het Milieupark A12 Noord bedraagt de zachte plancapaciteit 30 ha uitgeefbaar oppervlak. De behoefte aan bedrijven in een hoge milieucategorie wordt toegelicht in paragraaf 4.3.1, de regionale bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van bedrijfshallen mogelijk op een bestaand bedrijf van A12 Noord. Sprake is van voortzetting van bedrijfsactiviteiten van de Wagro, waarbij door herschikking van het bestaande bedrijfsterrein het composteerproces in bedrijfshallen kan voortzetten. Deze uitbreiding van het bestaande groenrecyclingbedrijf met een bedrijfshal voor gesloten compostering en een bedrijfshal voor het verwerken van afvalstoffen sluit goed aan op het beleid van de Regio Midden-Holland en dat van de Provincie. De gewijzigde bedrijfsvoering vindt plaats op een bedrijventerrein dat al als 'bedrijventerrein' is aangeduid op kaart 20 'Bedrijventerrein' van de Omgevingsverordening (figuur 8). Geconcludeerd kan worden dat deze uitbreiding in een actuele behoefte voorziet. Een Ladderonderzoek kan achterwege worden gelaten, omdat met dit bestemmingsplan alleen het bedrijfsproces wordt gewijzigd op het bestaande bedrijfsperceel door het composteren te kunnen voortzetten in gesloten bedrijfshallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464640/3