17007 Bijlage 1 Verordening Sociaal Domein Waddinxveen 2023
Tekst van het document
3.4.5
Loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers
1. De gemeente kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3.5 verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, is maximaal 30% van de loonkosten gedurende maximaal 6 maanden en bedoeld voor de kwetsbare werknemer. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, is maximaal 50% van de loonkosten gedurende maximaal 6 maanden en bedoeld voor de uiterst kwetsbare werknemer. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende 12 maanden geen reguliere betaalde baan heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; of c. ouder is dan leeftijd 50 jaar; of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer bedoelen we iemand die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste 24 maanden werkloos is geweest. 5. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen die te maken hebben met de indiensttreding van de werknemer of als het duidelijk is dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.
3.4.6
Hulp bij een leer-werktraject
Sommige jongeren hebben een leer-werktraject nodig heeft om de stap richting werk te zetten. De gemeente kan hierbij hulp bieden als het gaat om jongeren: a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, b. van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Een startkwalificatie is een HAVO-, VWOof MBO2-diploma.
17 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
Voorzieningen voor alle doelgroepen [PW,IOAW,IOAZ]
3.4.7 1.
2.
Scholing
De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep van de Participatiewet een scholingstraject bieden. Dit gebeurt alleen als de inwoner geen recht heeft op studiefinanciering, er sprake is van een concrete kans op werk waarvoor scholing noodzakelijk is of als de inwoner in aanmerking is gebracht voor een participatieplaats op grond van artikel 10a van de Participatiewet. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het bevordert de mogelijkheid tot arbeidsinschakeling en de (duurzame) uitstroom naar werk; b. het sluit aan bij de capaciteiten van de persoon.
3.4.8
Kinderopvang vanwege werk of scholing
De inwoner die kinderopvangtoeslag krijgt, kan voor de resterende kosten voor kinderopvang een bijdrage van de gemeente krijgen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. De inwoner krijgt kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank en ontvangt hulp van de gemeente op weg naar werk (een voorziening) of; b. de inwoner is inburgeringsplichtig; c. de kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindcentrum of gastoudervoorziening.
3.4.9
Andere voorzieningen en vergoedingen
De gemeente kan andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om inwoners te helpen aan het werk te gaan, te blijven of om de kans op werk te vergroten. Zoals de aanschaf van een fiets als dit noodzakelijk is voor vervoer naar het werk. De maximale hoogte van de vergoeding is het verschil tussen de bijstandsnorm en het wettelijk minimumloon over de periode van 12 maanden.
3.4.10 Uitstroompremie De gemeente kan één keer een uitstroompremie toekennen aan een inwoner van 27 jaar of ouder die: a. een dienstbetrekking van 6 maanden of meer is aangegaan en die niet eerder een proefplaatsing of werknemerspremie heeft ontvangen; b. door die dienstbetrekking geen recht meer heeft op een gemeentelijke uitkering; c. 12 maanden direct voorafgaand aan de dienstbetrekking een gemeentelijke uitkering had. d. De premie kan worden aangevraagd vanaf de 7e maand nadat het dienstverband is ingegaan en moet binnen een periode van 18 maanden na start van de werkzaamheden zijn aangevraagd. e. De hoogte van de premie is opgenomen in het tarievenoverzicht sociaal domein.
3.4.11 Vrijlating inkomsten Om deeltijdwerk te belonen en stimuleren kan de gemeente een deel van het inkomen op de verrekening van de bijstandsuitkering vrijlaten. De vrijlating kan worden toegepast bij inwoners van 27 jaar of ouder waarbij: a. De dienstbetrekking bijdraagt aan de inschakeling op de arbeidsmarkt; b. Er aan de medische urenbeperking een keuring ten grondslag ligt; c. De vrijlating bedraagt voor iedere 6 maanden 25%, voor een alleenstaande ouder gedurende maximaal 30 maanden 12,5% en voor een uitkeringsgerechtigde met een medische urenbeperking structureel 15%.
18 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.4.14 Proefplaats
1. De gemeente kan iemand van de doelgroep toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever niet betaalde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Dit kan voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden. 2. Het doel van een proefplaatsing is het voor een korte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie waarbij de proefplaats voor een zo kort mogelijke duur wordt ingezet. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op werk c. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder zonder salaris door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en d. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. De gemeente weigert de toestemming, bedoeld in lid 1, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.
5. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze ziekteperiode niet meegenomen bij de berekening van de maximale periode genoemd in lid 1. 6. De gemeente kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3.5
3.4.15 Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in lid 1, wordt verstrekt net zo als de voorzieningen in hoofdstuk 3.5
3.4.16 Detacheringsbaan a. b.
c. d.
De gemeente kan zorgen voor toeleiding van een inwoner die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever. Het doel hiervan is arbeidsinschakeling. De inwoner wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in twee schriftelijke overeenkomsten: één tussen de werkgever en de inlenende organisatie en één tussen de inwoner en de inlenende organisatie. De totale duur van een detachering bedraagt per werkgever/werknemer relatie maximaal 36 maanden. De detachering vindt plaats bij externe partijen.
3.4.17 Reiskosten (anders dan vervoersvoorziening) 1. De gemeente verstrekt een tegemoetkoming voor regelmatig terugkerende reiskosten die verbonden zijn aan activiteiten in het kader van re-integratie, participatie of inburgering. Het gaat hier om een inwoner die: a. behoort tot de doelgroep; b. een reisafstand heeft van minimaal 5 kilometer met de fiets; c. waarvoor de Ferm Wijzer een afstand hanteert van minimaal 8 kilometer; d. De ANWB routeplanning het aantal kilometers bepaalt; e. De vergoeding bedraagt de kosten openbaar vervoer of de belastingvrije vergoeding van de belastingdienst; f. Bij een beperking is het mogelijk een deeltaxi in te zetten.
19 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.4.18 Werkstage 1. De gemeente kan een persoon een werkstage gericht op werk aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie.
20 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
Voorzieningen - Specifiek voor de doelgroep uit het Breed offensief [PW]
3.5.1 Speciaal aanvraagproces loonkostensubsidie 1. De gemeente verstrekt ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die de intentie heeft een baan aan te bieden aan een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Als er een aanvraag is dan zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. De gemeente bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Ook als iemand (nog) niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Er wordt vastgesteld of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4. De gemeente stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet van toepassing is. 5.Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie houdt de gemeente zich aan het preferente werkprocesproces voor loonkostensubsidie.
3.5.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen geven aan een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden onder andere de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft gevolgd; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet werken. c. de werkgever biedt een baan aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; of een proefplaats. d. Er is geen sprake van een voorliggende voorziening via de zorgverzekeraar, het UWV, de Wsw, de Wmo of een andere regeling. e. het gaat niet om een Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; f. het gaat niet om een meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; g. er is naar het oordeel van de gemeente geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en h. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van de gemeente proportioneel. Dat betekent dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk. i.
Het college kan nadere regels opstellen voor het verstrekken van werkplekaanpassingen en vervoersvoorzieningen.
3.5.3 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij de gemeente worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. De gemeente kan hiervoor een aanvraagformulier maken. 2. De gemeente bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. De gemeente onderzoekt, zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 4. De gemeente kan een deskundig oordeel en advies vragen, als dit nodig is bij de beoordeling van de aanvraag. 5. De gemeente bepaalt na overleg met de persoon, en zo nodig met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan het aan de slag gaan. 6. De gemeente onderzoekt, voor zover dat nodig is, de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.
21 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.5.4
Wat moet er in de beschikking staan
1. De gemeente geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt gegeven; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de toekenning afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van de afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening nodig is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. De gemeente geeft in een beschikking tot afwijzing aan waarom een aanvraag wordt afgewezen. Als er sprake is van een voorliggende voorziening dan geeft de gemeente aan welke voorziening dat is.
3.5.5
Persoonlijke ondersteuning bij werk
1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach. 2. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.
3.5.6 Speciale voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 4 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen. Dit hoeft niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. De gemeente besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. 3.5.7 Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet gecertificeerd zijn en voldoen aan de kwaliteitseisen die het UWV hanteert. 2. Jobcoaching wordt halfjaarlijks toegekend met een maximum van 2 jaar. 3. Ieder half jaar wordt bekeken of de jobcoaching nog noodzakelijk is. 4. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van het de tarieven en begeleidingsregimes zoals het UWV deze hanteert. 5. Het college beslist welk begeleidingsregiem wordt toegepast, waarbij de volgende (niet-limitatieve) input kan worden benut a. informatie over de mate van behoefte aan jobcoaching vanuit een eventuele proefplaats b. (beargumenteerd) voorstel van de jobcoach; c. de richtinggevende uitslag van het loonwaarde-instrument op de ondersteunings-/ begeleidingsbehoefte. 6.
De gemeente kan in het individuele geval en bij dringede redenen afwijken van lid 1 en 2. 7. Voordat de gemeente de jobcoaching beëindigt verricht de gemeente onderzoek. Wanneer de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan de gemeente van dit onderzoek afzien.
3.5.8
Jobcoaching in natura
1. De gemeente kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag zijn de artikelen 3.5.2 tot en met 3.5.7 van toepassing.
3.5.9
Subsidie voor het organiseren van jobcoaching
1. De gemeente kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, gelet op de artikelen 3.5.2 tot en met 3.5.7, worden verleend als: a. de jobcoaching wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en
22 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3.Het college hanteert voor jobcoaching een maximumtarief zijnde maximaal de geldende UWV tarief. 4. De subsidie voor een interne werkbegeleider is maximaal het bedrag dat staat opgenomen in het UWV protocol Interne Jobcoach - begeleidingsregime licht. 5. Een volledige tegemoetkoming wordt toegekend bij een dienstverband van 24 uur of meer per week. 6. De tegemoetkoming wordt naar rato berekend indien het aantal uren onder de 24 uur en boven de 12 uur ligt.
3.5.10 Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep extra begeleiding nodig heeft bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden, kan de gemeente een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne extra werkbegeleiding. 2. Een interne werkbegeleider die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals het UWV deze hanteert. 2. De gemeente kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.
3.5.11 Speciale voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. De gemeente kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. De gemeente biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. De gemeente brengt een mogelijke vergoeding van reiskosten van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
3.5.12 Voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap De gemeente kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
3.5.13 Speciale voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. De gemeente kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werkomgeving aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan de gemeente besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 4. De gemeente kan in beleidsregels uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werkomgeving bepaalt.
3.5.14 Speciale voorwaarden werkplekaanpassingen De gemeente kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In de regel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.
23 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.6 Tegenprestatie 3.6.1 1.
2.
[PW, IOAW en IOAZ]
Doel van de tegenprestatie
De gemeente legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving. De gemeente legt inwoners met een grote kans op werk alleen een tegenprestatie op in bijzondere situaties. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.
3.6.2
Inhoud van de tegenprestatie
De werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden opgedragen: a. passen bij de persoonlijke ontwikkeling van de inwoner; b. zijn geen werkzaamheden die als betaald werk worden gedaan binnen de organisatie waarvoor de inwoner de tegenprestatie uitvoert; c. zijn activiteiten die het algemeen belang dienen.
3.6.3
Duur en omvang tegenprestatie
De tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden per jaar en is maximaal 10 uur per week.
3.6.4
Voorwaarden tegenprestatie
Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met de mogelijkheden en de persoonlijke situatie van de inwoner. De gemeente legt geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie of als de inwoner vrijwilligerswerk doet.
24 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.7 Meedoen in de samenleving [Wmo] Inwoners die vanwege een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners. Zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval de volgende vormen van hulp geven:
3.7.1 1.
2.
3.
3.7.2 1.
2.
3.
Dagbesteding en begeleiding
De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-op-maat krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn om de dag veilig door te komen hulp-op-maat krijgen (begeleiding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-opeen of in een groep plaatsvinden. Dit betekent dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten zoals het indelen van de dag, administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over. De normen uit het handboek ‘Inzet ondersteuning en behandeling Midden-Holland’ zijn de uitgangspunten voor het bepalen van de aard en de frequentie van de begeleiding en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.
Verplaatsen in en om het huis
De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking onvoldoende kunnen verplaatsen in en om de woning hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om - binnen redelijke grenzen - contact met anderen te hebben hulp-op-maat kunnen krijgen. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer; b. een taxi; c. een scootmobiel; d. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. De gemeente geeft inwoners als dat nodig is daarnaast een bijdrage in de kosten voor: a. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel of andere sportvoorziening; b. het gebruik van een auto; c. het gebruik van een taxi; d. het gebruik van een rolstoeltaxi. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. Als het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekt vervoermiddel doet de gemeente dit alleen als: a. het eerder verstrekte vervoermiddel technisch is afgeschreven; b. het eerder verstrekte vervoermiddel verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; c. het vervoermiddel geen oplossing meer is voor de vervoersproblemen van de inwoner.
25 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.7.3 Sportvoorzieningen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De inwoner kan in aanmerking komen voor een sportvoorziening als er is voldaan aan de volgende voorwaarden: de inwoner maakt ook in het dagelijks leven gebruik van een loophulpmiddel of een verplaatsingshulpmiddel; de inwoner is zonder sportvoorziening niet in staat tot het beoefenen van een sport; beoefening van de gekozen sport is alleen mogelijk met een specifieke sportvoorziening, beoefening van de sport is niet op een andere manier mogelijk; de maximale bijdrage van de sportvoorziening is opgenomen in het tarievenoverzicht.
26 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
3.8 Inburgering [Nieuwe wet Inburgering] 3.8.1
Kernpunten van het inburgeringstraject
De gemeente heeft een centrale rol in de begeleiding en ondersteuning van de inburgeringsplichtige. Hierbij gelden de volgende kernpunten: a. De gemeente bevordert dat de inburgeringsplichtige tijdig kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start). b. De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af. De gemeente let erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid). c. De gemeente stelt voor iedere inburgeringsplichtige een passend traject vast (maatwerk). d. De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij (dualiteit). e. De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van het aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de continuïteit daarvan gewaarborgd is (kwaliteit).
3.8.2 1.
2.
3.
3.8.3 1.
2.
3.
4.
5.
Brede intake
De gemeente neemt bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake krijgt de gemeente een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. De gemeente geeft samen met de inburgeringsplichtige en op basis van de uitkomsten van de brede intake invulling aan het inburgeringstraject. De brede intake wordt zo snel mogelijk afgenomen. Dit is bij voorkeur zodra de inburgeringsplichtige bekend is bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente. Voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de gemeente. De brede intake bestaat in ieder geval uit: a. een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige; b. een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder de fysieke en mentale gezondheid; c. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie (volgens artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs); d. een leerbaarheidstoets. Deze toets wordt uitgevoerd door het leerwerkloket Midden-Holland. De gemeente brengt met de brede intake in ieder geval in kaart: a. het taalniveau van de inburgeringsplichtige; b.
de mogelijkheden tot (arbeids)participatie; c. de mate van zelfredzaamheid; d. de wensen van de inburgeringsplichtige over inburgering en arbeidsparticipatie. De gemeente legt de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast.
3.8.4 1.
Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
De gemeente zorgt ervoor dat de inburgeringsplichtige passend wordt geïnformeerd over: a. zijn of haar wettelijke rechten en plichten; b. de aanspraken op ondersteuning en begeleiding; c. het aanbod aan inburgeringsvoorzieningen en de toegang hiertoe. De gemeente kan bij de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen gebruikmaken van de volgende middelen: a. een informatiepunt op de gemeentelijke website; b. voorlichtingsbijeenkomsten; c. persoonlijke gesprekken, waarbij zo nodig een tolk wordt ingeschakeld; d. schriftelijke informatie in begrijpelijk Nederlands (niveau B1 of lager); e. telefonische informatie; f. de inzet van een taalmaatje en/of personen uit het netwerk van de inburgeringsplichtige. De gemeente beoordeelt of de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen, vooral die aan asielstatushouders, passend en effectief is. Hierover wordt aan de gemeenteraad gerapporteerd.
Werkwijze brede intake
De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige schriftelijk uit voor de brede intake. In de uitnodiging vermeldt de gemeente behalve informatie over dag, plaats en tijdstip van de intake ook: a. het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject;
27 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
b.
2.
de optie om de gesprekken met de gemeente alleen te voeren of in de aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner; c. de gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan onvoldoende meewerkt. Wanneer de inburgeringsplichtige - ook na drie oproepen - niet bij de brede intake verschijnt of onvoldoende medewerking verleent, voltooit de gemeente de intake zonder de inburgeringsplichtige. In dat geval onderzoekt de gemeente de omstandigheden van de inburgeringsplichtige aan de hand van de gegevens die wel bekend zijn, zoals: a. de uitkomsten van de leerbaarheidstoets (als de inburgeringsplichtige daaraan heeft meegewerkt); b. voor asielstatushouders: de gegevens uit het Taakstelling Volg Systeem (TVS); c. informatie uit het uitkeringsdossier.
3.8.5 1.
2.
3.
4.
5.
6.
3.8.6 1.
Persoonlijk plan Inburgering en Participatie
De gemeente stelt na afronding van de brede intake het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Dit gebeurt zoveel mogelijk samen met de inburgeringsplichtige. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige uit voor een gesprek hierover. In ieder geval worden in dat gesprek de volgende onderwerpen besproken: a. de uitkomsten van de brede intake; b. de persoonlijke einddoelen van de inburgeringsplichtige in het inburgeringstraject; c. welke leerroute als passend wordt gezien en waarom; d. de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject; e. de verwachtingen van de inburgeringsplichtige over het traject; f. de rol van de gemeente bij dit traject; g. voor gezinsmigranten en overige migranten: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien. In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject. De gemeente stemt het plan af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige. Het PIP heeft de vorm van een officieel besluit (beschikking). Hierin staat vermeld: a. wat de vastgestelde leerroute is (en voor de asielstatushouder ook de intensiteit hiervan); b.
welke afspraken er zijn gemaakt over (arbeids)participatie; c. welke ondersteuning en begeleiding de inburgeringsplichtige bij de leerroute krijgt en van welke organisatie(s); d. welke afspraken er zijn gemaakt over vroeg- en voorschoolse educatie; e. welke onderdelen het PVT en de MAP bevatten en de intensiteit hiervan; f. de duur van het inburgeringstraject en het aantal voortgangsgesprekken dat de gemeente met de inburgeringsplichtige heeft gedurende het traject; g. wanneer de inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering: een verwijzing naar de relevante beschikking(en) op grond van de Participatiewet. Het gaat hierbij om een verwijzing naar de toekenningsbeschikking van de uitkering voor levensonderhoud en het financieel ontzorgen (voor asielstatushouders) en om de beschikking waarin de arbeids- en reintegratieverplichtingen van de inburgeringsplichtige staan vermeld. De beschikkingen op grond van de Participatiewet - genoemd in artikel 3.7.6 onder g - worden gevoegd bij de beschikking waarmee het PIP wordt vastgesteld. Als de gemeente op een later moment (nog) een besluit neemt op grond van de Participatiewet, voegt de gemeente ook deze beschikking bij.
De gemeente stelt het PIP uiterlijk binnen 10 weken vast na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het azc. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige het PIP daarna zo snel mogelijk per post en/of digitaal toe. Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar de gemeente Waddinxveen, stelt de gemeente het PIP opnieuw vast binnen 10 weken na de inschrijving van de inburgeringsplichtige in het BRP. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld.
Leerroutes
De gemeente bepaalt samen met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Er zijn 3 routes:
28 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
2.
3. 4.
a. de B1-route; b. de onderwijsroute; c. de zelfredzaamheidsroute (Z-route). De leerroute is erop gericht dat de inburgeringsplichtige: a. de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau afrondt; b. zo snel mogelijk meedoet in de Nederlandse samenleving en op de arbeidsmarkt. Een alfabetiseringstraject is onderdeel van de leerroute als uit de brede intake blijkt dat de inburgeringsplichtige analfabeet of anders gealfabetiseerd is. De gemeente stelt de leerroute vast op basis van: a. de uitkomst van de leerbaarheidstoets; b. alle overige informatie die tijdens de brede intake is verkregen.
3.8.7
Inhoud van de leerroutes
De gemeente zorgt ervoor dat de inhoud van de leerroutes aansluit op de overige onderdelen van het inburgeringstraject.
3.8.8 1.
2.
3.
4. 5. 6.
7. 8.
3.8.9 1.
Participatieverklaringstraject
De gemeente biedt de inburgeringsplichtige het PVT aan. Het traject duurt minimaal 12 uur en bestaat uit twee onderdelen: a. een inleiding in de Nederlandse kernwaarden; b. de ondertekening van de participatieverklaring (zoals omschreven in bijlage 1 van het Besluit). De inburgeringsplichtige doet in het onderdeel ‘Inleiding in de Nederlandse kernwaarden’ kennis op van de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Het doel hiervan is het krijgen van een beter beeld van en begrip voor de Nederlandse samenleving. De gemeente bepaalt de manier waarop deze kennis wordt overgedragen. Onderwerpen waaraan het PVT aandacht besteedt zijn in ieder geval: a. het thema democratie; b. de Nederlandse rechtsstaat; c. het recht op zelfbeschikking; d. de vrijheid van meningsuiting; e. gelijkwaardige behandeling; f. het verbod op discriminatie; g. sociale rechten, zoals het recht op medische zorg en onderwijs; h. de wijze waarop inwoners in Nederland met elkaar omgaan; i. participatie en wat de samenleving hiervan verwacht; j. overige sociale regels en plichten in Nederland. Minimaal één van de onderwerpen van het PVT krijgt een praktische invulling in de vorm van een excursie of activiteit. Door deze activiteit leert de inburgeringsplichtige de opgedane kennis te vertalen naar de praktijk.
De gemeente stemt het PVT af op de lokale situatie en behoefte, op de overige onderdelen van de inburgering en op de specifieke behoeften van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige voltooit het PVT en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring. Dit gebeurt tijdens een ondertekenmoment. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige hiervoor een uitnodiging. De gemeente registreert of de inburgeringsplichtige aanwezig is bij de inleiding op de Nederlandse kernwaarden en bij de ondertekening van de participatieverklaring. De gemeente legt de afspraken over de invulling van het PVT schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige.
Module Arbeidsmarkt en Participatie
De gemeente biedt de inburgeringsplichtige de MAP aan. Het doel van deze module is dat de inburgeringsplichtige: a. kennismaakt met de Nederlandse arbeidsmarkt; b. inzicht krijgt in de eigen competenties en arbeidskansen; c. een concrete beroepswens formuleert; d. beroeps- en werknemerscompetenties aanleert; e. leert hoe hij of zij een netwerk opbouwt; f. praktische ervaring opdoet op de (lokale) arbeidsmarkt; g. werk vindt.
29 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
2.
3. 4. 5. 6.
7.
De gemeente houdt bij het vaststellen van de inhoud en het aantal uren van de MAP rekening met de vermogens, capaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeringsplichtige en de situatie op de lokale arbeidsmarkt. De gemeente legt de afspraken over de invulling van de MAP schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige besteedt tenminste 40 uur van de MAP aan het opdoen van praktische ervaring op de arbeidsmarkt. De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en de gemeente. Besproken worden de opgedane kennis, vaardigheden en praktijkervaring van de inburgeringsplichtige. De gemeente beoordeelt op basis van dit gesprek of de inburgeringsplichtige voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm van de MAP. De gemeente houdt bij deze beoordeling rekening met de capaciteiten en vermogens van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige ontvangt een schriftelijk verslag van het eindgesprek.
3.8.10 Inburgeringsaanbod asielstatushouders 1. 2.
3.
De gemeente biedt de asielstatushouder zo spoedig mogelijk na vaststelling van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee de asielstatushouder kan voldoen aan de vastgestelde leerroute. Met het inburgeringsaanbod kan de asielstatushouder: a. de Nederlandse taal leren op het voor hem of haar hoogst mogelijke niveau; b. kennis opdoen over de Nederlandse maatschappij zoals over normen en waarden, omgangsregels, de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem en de gezondheidszorg; c. zich voorbereiden op actieve participatie in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Het inburgeringsaanbod sluit aan bij de capaciteiten, persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de asielstatushouder.
3.8.11 Kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes 1.
2.
3.
Voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor asielstatushouders gelden de volgende uitgangspunten: a. De gemeente zorgt voor een kwalitatief goed aanbod aan cursussen, opleidingen en andere (participatie)activiteiten waarmee de asielstatushouder aan de leerroute kan voldoen. De gemeente zorgt ook voor continuïteit in het aanbod. b. Cursusinstellingen die het taalonderwijs binnen de B1-route en de Z-route verzorgen moeten in het bezit zijn van een certificaat of keurmerk (zoals bedoeld in artikel 16 lid 3 van de wet). Taalschakeltrajecten moeten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit artikel 8 lid 2 van de wet. De gemeente legt in een beleidsregel aanvullende kwaliteitscriteria vast voor het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders. Dit zijn bijvoorbeeld: a. het minimum aantal contacturen dat de inburgeringsplichtige per week heeft met docenten en begeleiders; b. de maximale groepsgrootte bij de inburgeringscursussen; c. de wijze waarop de cursusinstellingen de gemeente informeren over de voortgang van de inburgeringsplichtige; en d. de combinatie van formeel en informeel onderwijs. De gemeente legt in een beleidsregel vast hoe zij de kwaliteit van het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders en de leerroutes gaat controleren en wat zij doet als de kwaliteit onvoldoende is.
3.8.12 Voortgang inburgering 1.
2. 3. 4.
De gemeente volgt de vorderingen van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject en controleert of het traject nog passend is. De gemeente voert hiervoor periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt. Het aantal gesprekken gedurende het inburgeringstraject wordt afgestemd op het niveau van de inburgeringsplichtige (maatwerk). Gedurende de eerste 12 maanden na aanvang van de inburgeringstermijn vinden minimaal 2 voortgangsgesprekken plaats. Ter voorbereiding op deze gesprekken wint de gemeente informatie in bij de organisaties die bij het traject betrokken zijn, zoals cursusinstellingen, werkgevers en andere personen. Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij om: a. de afgesproken leerroute; b. de ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject;
30 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
c. d. e. f.
5.
6.
7. 8.
de intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject; de participatie-activiteiten; de vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige; voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt: of het taalniveau van deze leerroute voldoende aansluit. De gemeente kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, - zoals bedoeld in artikel 11 eerste lid van de wet - nog geen 1,5 jaar verstreken is. Wegens bijzondere omstandigheden van de inburgeringsplichtige kan van deze termijn worden afgeweken. Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan de gemeente voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden getoetst. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige: a. ten minste 600 uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet; b. zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen, zoals onder andere de betrokken cursusinstelling aangeeft; De gemeente maakt een verslag van ieder voortgangsgesprek en deelt dit met de inburgeringsplichtige. Op basis van de uitkomst van deze gesprekken past de gemeente zo nodig (onderdelen van) het PIP aan en stelt dan het PIP opnieuw per beschikking vast.
3.8.13 Maatschappelijke begeleiding van de asielstatushouder 1.
2.
3. 4.
5.
De gemeente zorgt ervoor dat de asielstatushouder maatschappelijke begeleiding krijgt. Deze begeleiding is erop gericht: a. de asielstatushouder kennis over de praktische organisatie van de Nederlandse samenleving te geven; b. de asielstatushouder te begeleiden en te ondersteunen om daarmee zijn of haar zelfredzaamheid en participatie te vergroten; c. randvoorwaarden te scheppen zodat de asielstatushouder tijdig met het inburgeringstraject kan starten. De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit: a. praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen en onderwijs; b. een kennismaking met de woonomgeving; c. passende voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving; d. een kennismaking met maatschappelijke organisaties die voor de inburgeringsplichtige van belang zijn. De maatschappelijke begeleiding komt van medewerkers van een organisatie die hiervoor door de gemeente is aangewezen. De asielstatushouder krijgt waar mogelijk een vaste begeleider toegewezen. De begeleiding start zo spoedig mogelijk na koppeling van de asielstatushouder aan de gemeente, maar in ieder geval op de dag dat de asielstatushouder in de basisregistratie personen (BRP) in de gemeente staat ingeschreven en in de gemeente woont.
De gemeente stemt de inhoud en duur van de maatschappelijke begeleiding af op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de asielstatushouder.
3.8.14 Handhaving 1.
2.
De inburgeringsplichtige is verplicht om: a. na de oproep te verschijnen bij de brede intake en hieraan mee te werken; b. de afspraken in het PIP na te komen, waaronder deelname aan voortgangsgesprekken en aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT. De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel te nemen aan de taallessen en andere activiteiten van de gevolgde leerroute.
3.8.15 Handhaving verplichtingen bij de brede intake 1.
Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2 weken te verschijnen.
31 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
2.
3.
4. 5.
6.
Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt de gemeente de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid om dit binnen 2 weken alsnog te doen. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. De gemeente legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is. In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2 weken te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt de gemeente weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit.
3.8.16 Handhaving tijdens het inburgeringstraject 1. 2. 3.
4.
5.
De gemeente legt een boete op als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt. De gemeente legt de asielstatushouder een boete op als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid hierover binnen twee weken uitleg te geven. Op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke uitleg bepaalt de gemeente de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt de gemeente de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
3.8.17 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet 1.
2.
3.
4. 5.
Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP - waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt -, vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a Participatiewet. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de MAP. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de wet op. Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP - waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP-, legt de gemeente bij voorkeur een boete op grond van de wet op. De gemeente verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet. Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en ii) handhaving op grond van de wet via een boete weegt de gemeente ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde doel.
Dit doel is het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet. Wanneer de inburgeringsplichtige een boete op grond van de wet wordt opgelegd in de periode dat de gemeente verantwoordelijk is voor het financieel ontzorgen - op grond van artikel 56a Participatiewet-, dan kan de gemeente de boete met de uitkering verrekenen. De gemeente houdt hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.
32 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
4. Gezond en veilig opgroeien Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op hulp van de gemeente. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Kernwaarden: De jeugdige moet gezond en veilig kunnen opgroeien. De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. De inwoner zoekt samen met de gemeente naar een oplossing voor de problemen van de inwoner. De gemeente biedt hulp aan inwoners om problemen zo vroeg mogelijk op te lossen. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp. Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat.
[Jeugdwet]
4.1 Algemene voorzieningen jeugd De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken zijn in ieder geval de volgende algemene voorzieningen beschikbaar: a. informatie en (opvoed)advies door het CJG; b. algemeen maatschappelijk werk; c. jeugdgezondheidszorg; d. opvoedondersteuning; e. integrale crisisdienst; f. vertrouwenspersoon; g. kindertelefoon; h. schoolmaatschappelijk werk. Deze hulp is vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft hiervoor geen verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.
4.2 Individuele voorzieningen (Hulp-op-maat) De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar : a. Jeugdzorg plus; b. Jeugdbescherming; c. Jeugdreclassering; d. Jeugd en opvoedhulp, waaronder: ambulante jeugdhulp; dagbesteding; dagbehandeling; verblijf pleegzorg; verblijf 24-uurs zorg; spoedeisende zorg (ambulant en verblijf); vervoer; ernstig enkelvoudige dyslexie zorg. e. Jeugd GGZ, tweedelijns met en zonder verblijf. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.
33 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
4.3 Overgang van 18- naar 18+ 1. 2.
3. 4.
De gemeente blijft verantwoordelijk voor ondersteuning van jeugdigen als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente of zorgaanbieder voor een plan zorgt voor de jeugdige op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie; b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. het netwerk van de jeugdige. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan verlengd worden tot en met maximaal het 23 e levensjaar. De jeugdhulp moet gestart zijn voor het 18e levensjaar. Pleegzorg kan worden ingezet tot de dag dat de jeugdige 21 jaar wordt. De jeugdzorg kan eventueel worden verlengd totdat de jeugdige 23 jaar wordt.
4.4 Kinderopvang om sociaal-medische redenen (SMI) 1.
2. 3.
Een inwoner kan een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang voor een thuisinwonend kind van maximaal 12 jaar (dan wel de laatste groep van de basisschool) als is vastgesteld dat : a. één of meer lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder opvang van het kind of de kinderen noodzakelijk maken; b. kinderopvang voor een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is; c. voorliggende voorzieningen of eigen netwerk geen passende oplossing kunnen bieden. De bijdrage kan verstrekt worden voor maximaal 12 weken en voor maximaal 2 dagdelen van 4 uur per week. Overige voorwaarden zijn te vinden in de Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie.
34 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psycho-sociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven. Kernwaarden: De inwoner en de gemeente zoeken samen naar een langdurige oplossing voor de problemen van de inwoner. Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven. De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. [Wmo]
5.1 Uitgangspunten De gemeente zet zich ervoor in dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dat zij de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.
5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 1.
2.
3.
4.
Geschikte woning
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is (woonvoorziening). De hulp-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Voor het bezoekbaar maken van de woningen van inwoners die (tijdelijk) in instellingen verblijven, verstrekt de gemeente een geldbedrag. Deze vergoeding is gelijk aan de verhuiskostenvergoeding. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. Als de kosten van de woonvoorzieningen gelijk zijn aan of hoger zijn dan de verhuiskostenvergoeding, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning. De inwoner kan dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. De gemeente verstrekt geen woonvoorzieningen in de volgende situaties: a. De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerwoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen. c.
De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort - bijvoorbeeld een complex voor ouderen - en de voorziening is bedoeld voor gemeenschappelijke ruimten zoals elektrische deuropeners. d. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw en renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. e. Het gaat om voorzieningen die reeds afgeschreven zijn en nog niet vervangen zijn. f. De inwoner zonder dringende reden verhuisd is vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. g. De inwoner een indicatie heeft voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. h. De inwoner verhuisd is naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, mits de gemeente daar toestemming voor heeft verleend.
35 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023
5.
Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om.
5.2.2 1. 2. 3.
4.
5.2.3 1.
2.
3.
2.
2.
Beschut wonen
De gemeente zorgt er voor dat de inwoner hulp- op-maat kan krijgen in de vorm van beschut wonen. Beschut wonen is bedoeld voor bewoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verblijfszorg jeugdzorg én om instroom te voorkomen. Beschut wonen is een geclusterde woonvorm met een gemeenschappelijke ruimte, waar begeleiding door de weeks op vaste momenten aanwezig is en daarbuiten 24-uurs bereikbaar. Bij beschut wonen is het uitgangspunt scheiden van wonen en zorg. De inwoner kan in aanmerking komen voor beschut wonen als de inwoner 18 jaar of ouder is en door psychiatrische problematiek, lvb-problematiek, verslaving of een combinatie hiervan niet zelfstandig kan wonen. Er 24-uurs bereikbaarheid nodig en de hulpvraag van de cliënt kan worden uitgesteld. Er wordt geen voorziening beschut wonen verstrekt aan een cliënt die uitsluitend (feitelijk) dakloos is.
5.2.6 1. 2.
Maatschappelijke opvang
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en de opvang nodig heeft omdat de inwoner zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. De toegang voor maatschappelijke opvang vindt plaats via de gemeente Gouda. De toegang tot vrouwenopvang vindt plaats via Veilig Thuis. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de maatschappelijke opvang of vrouwenopvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp van de gemeente Gouda, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Gouda.
5.2.5 1.
Beschermd wonen
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen en voor de inwoner sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Bij beschermd wonen heeft de inwoner permanent toezicht nodig. De maatwerkvoorziening Beschermd wonen moet een passende bijdrage leveren aan het voorzien in de behoefte van de inwoner aan beschermd wonen aan het zorgen voor een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk (weer) op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De toegang voor beschermd wonen vindt plaats via de gemeente Gouda. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Gouda. Er wordt geen voorziening beschermd wonen verstrekt aan een cliënt die uitsluitend (feitelijk) dakloos is.