CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

17007 Bijlage 1 Verordening Sociaal Domein Waddinxveen 2023

Besluitvormende raadsvergadering 21 juni 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein 202330.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.2.4 1.

Een schone en leefbare woning

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. De hulp op maat houdt in dat de inwoner schoonmaakhulp aangeboden krijgt. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. De normen zoals deze zijn beschreven in de handreiking indicatiestelling hulp bij het huishouden van KPMG zijn het uitgangspunt voor de bepaling van de aard en de frequentie van de te verrichten taken en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.

Gewoon Thuis

De gemeente zorgt er voor dat de inwoner hulp- op-maat kan krijgen in de vorm van Gewoon Thuis. Gewoon thuis is een vorm van intensieve begeleiding die gelijkwaardig is aan een beschermende woonomgeving, maar dan thuis. Cliënten kunnen hierbij 24 uur per dag een beroep doen op begeleiding, maar wonen zelfstandig.

36 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

5.2.7 1.

2.

Jongeren onder Dak

De gemeente zorgt ervoor dat aan dak- en thuisloze jonge inwoners in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar opvang, begeleiding en ondersteuning wordt geboden, waarbij wordt gestreefd naar vergroting van de persoonlijke omstandigheden en groei naar zelfredzaamheid. Deze ondersteuning wordt geboden aan de jongeren die beperkt zelfredzaam zijn en daardoor niet op eigen kracht of met hulp van het eigen netwerk kunnen herstellen. De toegang voor maatschappelijke opvang vindt plaats via de gemeente Gouda. De toegang tot vrouwenopvang vindt plaats via Veilig Thuis. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de maatschappelijke opvang of vrouwenopvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp van de gemeente Gouda, zoals vastgesteld door de gemeenteraad.

5.3 Mantelzorg 5.3.1

Ondersteuning mantelzorger

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, hulp-op-maat kunnen krijgen als het voor een korte periode niet meer lukt om de mantelzorg te geven en de zorg niet overgenomen kan worden door vrijwilligers of een voorliggende voorziening. De hulp-op-maat houdt in dat de mantelzorg tijdelijk wordt overgenomen door een betaalde kracht (professional).

5.3.2

Mantelzorgwaardering

De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking die wonen in de gemeente Waddinxveen. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers te onderstrepen.

5.3.3 1.

2.

Voorwaarden mantelzorgwaardering

Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door degene die mantelzorg verleent. Om in aanmerking te komen voor een mantelzorgwaardering moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. de mantelzorger zorgt in ieder geval voor een periode van 3 maanden en voor tenminste gemiddeld 8 uur per week onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, kind of vriend(in); b. de persoon die zorg krijgt is een inwoner van de gemeente Waddinxveen. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd voor 1 november.

37 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

6. Vervoer naar school Ieder kind heeft recht op onderwijs dat past bij zijn of haar talenten en mogelijkheden en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school te groot voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan mogelijk een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. Kernwaarden:  Kinderen hebben recht op onderwijs dat bij hun talenten en mogelijkheden past.  Kinderen moeten veilig kunnen reizen naar de school die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders.  Ouders zijn verantwoordelijk dat hun kind naar school gaat, de gemeente ondersteunt.  De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.

[Llv]

6.1 Algemene bepalingen 1.

2.

3.

4. 5.

6. 7.

De gemeente ondersteunt ouders als dat nodig is bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp is erop gericht dat kinderen naar de school kunnen gaan die past bij hun talenten en mogelijkheden, en die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders. Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of een vervoersvoorziening voor het kind nodig is. Een bepaalde mate van eigen inzet mag van ouders verwacht worden. De gemeente verwacht dat ouders bij de aanvraag tot een vervoersvoorziening aangeven op welke wijze zij zelf (deels) invulling geven aan de van hun verwachte eigen inzet, dan wel motiveren waarom zij zelf geen eigen inzet kunnen leveren bij het organiseren van het vervoer van hun kind. Ouders krijgen hulp bij het vervoer van hun kind als voldaan is aan de voorwaarden van dit hoofdstuk. Deze hulp heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een bijdrage in de reiskosten of om aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente, zoals een taxibusje. Ouders van kinderen in het (bijzonder) basisonderwijs betalen mogelijk een deel van de kosten zelf. Dat is de eigen bijdrage. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders.

Indien er sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie, kan het besluit als bedoeld in dit hoofdstuk worden herzien. Als het kind meerderjarig is geworden, wordt een vervoersvoorziening aan het kind verstrekt en niet langer aan de ouders. Dat kan alleen als het kind dan zelf aan de voorwaarden voldoet. De gemeente kan ten behoeve van de uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels stellen.

6.2 Onderzoek 1.

2.

3. 4. 5.

6.

De gemeente onderzoekt of ouders hulp nodig hebben bij het vervoer van hun kind naar school. Als er hulp nodig is gaat de gemeente na welke hulp er nodig is. De gemeente onderzoekt dan hoe het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route is. Daarnaast onderzoekt de gemeente of er begeleiding nodig is bij het reizen. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB of 9292ov. De gemeente berekent wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind. De gemeente betrekt bij het onderzoek het ondersteuningsplan voor het kind. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met de gemeente. Gaat het kind naar de basisschool, dan onderzoekt de gemeente ook hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is nodig om te bepalen of de ouders een eigen bijdrage moeten betalen. Burgemeester en wethouders wijzen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aan van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan voor leerlingen van het Speciaal Onderwijs.

Burgemeester en wethouders kunnen opstapplaatsen aanwijzen in zoverre dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van het uitvoeren van het aangepast vervoer (AV).

38 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

7.

Aangepast vervoer vindt plaats tussen de opstapplaats van de leerling (of woning) en de school die de leerling bezoekt. De gemeente kan toestemming geven voor het vervoer van en naar maximaal één ander (opvang)adres dan de opstapplaats (of woning). De volgende voorwaarden moeten dan gelden:  Het opvangadres ligt binnen de gemeentegrens van Waddinxveen of bevindt zich binnen een straal van 6 km van school; en  Het opvangadres is het woonadres van één van de ouders/verzorgers; of  Het opvangadres is een KDV/BSO.

6.3 Wijzigingen 1.

2.

3.

De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan de gemeente. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop. De gemeente kan dan een nieuwe beoordeling tot noodzaak van een vervoersvoorziening doen. Alle wijzigingen moeten worden doorgegeven via het wijzigingsformulier op het portaal van Wadwijzer.

6.4 Voorwaarden 1.

2. 3.

4.

5.

De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind: a. minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud is als het om dove of slechthorende kinderen gaat die speciaal onderwijs volgen b. in de gemeente Waddinxveen woont; c. naar de basisschool gaat, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs volgt; d. Indien een leerling vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig of begeleid met het openbaar vervoer of met de fiets kan reizen, kan de gemeente aangepast vervoer toekennen. Indien een leerling vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig of begeleid met het openbaar vervoer of met de fiets kan reizen, kan de gemeente aangepast vervoer toekennen. De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening als het kind: a. minimaal vier jaar oud is; b. naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; c. de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind meer dan 6 kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt; Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige/levensbeschouwelijke behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

aan de gemeente door de ouders is aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige behoefte van de leerling; b. aan de gemeente is door de ouders aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en c. ouders dienen hun argumentatie schriftelijk bij de gemeente in te dienen. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening hebben.

6.4.1 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer 1.

2.

De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor:  het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie;  het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 2, onderdeel a.

39 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

6.4.2 1.

2.

3. 4.

5.

Stage en tijdelijk verblijf buiten de gemeente

Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. De gemeente kan het stagecontract opvragen. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:  de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract;  de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden;  de stage vindt plaats op één stageadres; en  het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen 6 km van de woning of de school. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.

De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:  de leerling blijft zijn eigen school bezoeken;  in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en  de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

6.5 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen, kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV). Ouders kunnen gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar ouders kunnen er in dat geval ook voor kiezen om het kind zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de (speciaal) basisonderwijs, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf. Dit is de eigen bijdrage. Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties:  Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van die reistijd.  OV naar school ontbreekt en het kind kan naar oordeel van de gemeente niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding).  Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij naar oordeel van de gemeente niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding). Aangepast vervoer is groepsvervoer. Bij uitzondering is klein vervoer mogelijk voor kinderen die overgevoelig zijn voor prikkels.

De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB of 9292ov. Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de ouders in rekening. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een door de gemeente vast te stellen kilometervergoeding voor dat vervoermiddel.

6.5.1 1.

Eigen bijdrage en drempelbedrag

Is het inkomen van de ouders hoger dan € 27.900,- dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste 6 kilometer met het OV af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als

40 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

2.

3.

er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage). De eigen bijdrage bedraagt €590,00. Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het inkomen van de ouders. De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen jaarlijks aan. De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft. Inkomen euro’s

in

0-35.500

4. 5.

2.

35.500-42.000

150

42.000-48.500

630

48.500-55.000

1.180

55.000-62.500

1.725

62.500-69.000

2.270

69.000 verder

Voor elke extra € 5.500: € 560 erbij

en

De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de gemeente. Voor ouders van kinderen die vanwege een structurele beperking niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage

6.5.2 1.

Eigen bijdragen in euro’s per gezin Nihil

Zelfstandig leren reizen

Via MEE op weg kan een kind zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer. De gemeente financiert dit traject ter bevordering van ze zelfstandigheid van kinderen. Na certificatie betaald de gemeente de rest van de OV reiskosten voor het lopende schooljaar.

41 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

6.6 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. 2.

3.

Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan de gemeente de ouders verzoeken of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigd de gemeente aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,44 per kilometer. b. een tegemoetkoming voor de aanschaf van een (elektrische) fiets, indien het verzamelinkomen lager is dan € 27.900. c. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of d. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Deze vergoeding bedraagt € 0,39 per kilometer.

Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigd de gemeente aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto.

6.7 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening Een vervoersvoorziening gaat in op de door de ouders aangegeven datum. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat.

6.8 Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders

42 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

7. Inkomen en schulden Voor inwoners die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, heeft de gemeente een financieel vangnet. Dit is de maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Ook staan de basisregels beschreven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem. Kernwaarden:  De inwoner en de gemeente zoeken samen naar een langdurige oplossing voor de problemen van de inwoner.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De gemeente neemt maatregelen, die de inwoner helpen om problemen zo vroeg mogelijk op te lossen.  De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.  Iedereen doet mee aan de samenleving.  De gemeente helpt de inwoner om de zelfredzaamheid te vergroten.

[PW, Gemeentewet] 7.1 Armoedebeleid In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden te voorkomen en tegen te gaan.

7.1.1 Wat wil de gemeente? 1.

2.

3.

4. 5. 6. 7.

De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie). De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben, hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties, die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. De gemeente legt het armoedebeleid vast in een beleidsplan. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen voldoende ondersteund worden en dat het starten met betaald werk niet leidt tot een armoedeval. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.

7.2 Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand is een hulpmiddel waarmee de gemeente inwoners kan helpen om noodzakelijke kosten te kunnen betalen die door bijzondere omstandigheden zijn ontstaan. Deze kosten kunnen niet uit eigen middelen of aanvullende toeslagen betaald worden. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand.

7.3 Individuele Studietoeslag [Is komen te vervallen] Zie hiervoor de landelijke richtlijnen.

43 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

7.4 Individuele Inkomenstoeslag Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat eens per 12 maanden kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de individuele inkomenstoeslag bedoeld is en aan welke aanvullende voorwaarden er moet worden voldaan.

7.4.1

Doelgroep

De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners van 21 jaar of ouder en jonger dan de AOW-leeftijd, die in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hadden dat niet hoger was dan 130% van de bijstandsnorm. Studenten komen niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag.

7.4.2 1. 2. 3.

Hoogte van de toeslag

De hoogte van de inkomenstoeslag kan jaarlijks wijzigen door indexering. De bedragen zijn te vinden in het tarievenoverzicht. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.

7.5 Bijdrage voor maatschappelijke kosten Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Enkele groepen inwoners met een laag inkomen kunnen een bijdrage krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele en maatschappelijke activiteiten. Ouders met kinderen kunnen een bijdrage in de schoolkosten krijgen. De bijdrage voor maatschappelijke kosten is bedoeld voor inwoners uit de volgende groepen: a. Kinderen tot 18 jaar; b. Inwoners die de pensioengerechtigde leeftijd hebben; en c. Inwoners van 18 jaar of ouder en jonger dan de AOW-leeftijd, die chronisch ziek zijn of een beperking hebben.

7.5.1

Bijdrage maatschappelijke kosten

Een inwoner die valt onder de doelgroep kan een bijdrage krijgen als hij: a. bij de aanvraag in het kalenderjaar een inkomen heeft dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm; b. geen goede financiële buffer heeft; c. kosten maakt op het gebied van sport, cultuur, recreatie of andere maatschappelijke activiteiten.

7.5.2 1. 2. 3. 4.

Aanvraag

De inwoner moet bij de aanvraag verklaren dat de bijdrage wordt gebruikt om kosten voor maatschappelijke activiteiten of schoolkosten te betalen, en instemmen met een controle van de besteding. Een bijdrage voor een kind moet worden aangevraagd door de ouder of verzorger bij wie het kind woont en staat ingeschreven. Een aanvraag dient betrekking te hebben op kosten gemaakt in het lopende kalenderjaar. De gemeente is bevoegd nadere regels te stellen inzake kosten voor maatschappelijke activiteiten of schoolkosten. De gemeente kan er voor kiezen om de bijdrage door een derde partij te laten verstrekken.

7.5.3 Hoogte van de bijdrage 1. 2.

3. 4.

De gemeente levert per persoon per kalenderjaar een bijdrage in de kosten voor één maatschappelijke activiteit. In aanvulling op het eerste lid, vergoedt de gemeente voor inwoners tot 18 jaar ook het lidmaatschap voor één sport of één cursus per kalenderjaar. Voor inwoners van 18 jaar of ouder vergoedt de gemeente 50% van de kosten van een cursus of sport lidmaatschap per persoon per kalenderjaar. Voor alle bijdragen genoemd in lid 2 geldt dat er per persoon per kalenderjaar maximaal voor één lidmaatschap een vergoeding kan worden aangevraagd bij de gemeente. De gemeente levert per persoon per kalenderjaar tot een maximaal bedrag een bijdrage in de kosten voor maatschappelijke activiteiten, een sportlidmaatschap of een cursus. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het sportlidmaatschap en het cultureel lidmaatschap. De kosten voor zwemles voor het diploma A, B

44 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

5. 6. 7.

en C worden voor kinderen vanaf 4 jaar volledig vergoed. Voor alle bijdragen genoemd in lid 2 geldt dat er per persoon per kalenderjaar maximaal voor één lidmaatschap een vergoeding kan worden aangevraagd bij de gemeente. Onder lidmaatschap wordt verstaan: Het deel uitmaken van een vereniging of (sport)club. De contributie van het lidmaatschap komt voor vergoeding in aanmerking. De gemeente vergoedt de schoolkosten tot een maximaal bedrag per kind per kalenderjaar. De bedragen zijn opgenomen in het tarievenoverzicht en worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

7.6 Zorgkosten Voor inwoners met een inkomen op maximaal 130% van de bijstandsnorm en veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. Een collectieve zorgverzekering; b. Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten. [PW]

7.6.1 Collectieve zorgverzekering 1. 2. 3.

De gemeente biedt een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering biedt een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. Inwoners die al verzekerd zijn bij Zorg en Zekerheid kunnen zich tijdens het kalenderjaar aanmelden om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering. Inwoners die ergens anders verzekerd zijn kunnen pas het volgende kalenderjaar meedoen. Zij moeten zich voor 31 december van het lopende kalenderjaar aanmelden. Inwoners met een betalingsachterstand in de zorgpremie kunnen niet overstappen naar de collectieve zorgverzekering. [PW]

7.6.2 1.

2.

Bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking

Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen. Deze bijdrage is bedoeld voor de extra kosten die een inwoner heeft, door zijn ziekte of beperking. Het gaat om de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen, dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. De inwoner kan een bijdrage krijgen als hij: a. een uitkering voor arbeidsongeschiktheid van het UWV heeft (WIA, WAO, WAZ of Wajong); b. hulp-op-maat op grond van de Wmo ontvangt van de gemeente; c. een indicatie van het CIZ heeft, die langer dan zes maanden geldig is; d. een verklaring van een onafhankelijk indicatie-orgaan heeft, waaruit blijkt dat de inwoner een chronische ziekte of beperking heeft.

45 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

[Wgs] 7.7 Schuldhulpverlening De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het zoeken naar een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd, die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. De gemeente is bevoegd nadere regels te stellen over de schulhupverlening. Aanvullende informatie is terug te vinden in de beleidsregels.

7.7.1

Doelgroep

Alle inwoners van 18 jaar en ouder kunnen schuldhulpverlening vragen. De gemeente sluit geen enkele volwassen inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.

7.7.2 1. 2. 3. 4.

Toegang tot schuldhulpverlening

De gemeente biedt schuldhulpverlening laagdrempelig aan. Hoe eerder inwoners zich melden met financiële problemen, hoe beter deze problemen meestal oplosbaar zijn. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp op korte termijn beschikbaar is. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen, of om er voor te zorgen dat de situatie verslechtert.

7.7.3

Aanbod voor schuldhulpverlening

Inwoners hebben via het preventieteam laagdrempelig toegang tot een financieel specialist. De financieel specialist geeft ondersteuning aan inwoners die moeite hebben met rondkomen of al schulden hebben. De financieel specialist kan bijvoorbeeld ondersteunen bij het op orde brengen van het budget of het maken van betalingsafspraken met schuldeisers. Naast de diensten van de financieel specialist kunnen inwoners via het sociaal team gebruik maken van de ondersteuning van een schuldregelaar. De schuldregelaar geeft ondersteuning aan het vervolgtraject als de situatie van de inwoner voldoende stabiel is en een schuldregeling gewenst en noodzakelijk.

7.7.4 1. 2.

Besluit

De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen bij het regelen van zijn schulden een beschikking waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.

46 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

8. De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft, is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een woningaanpassing) of in bruikleen (een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen voor Wmo-hulp. Kernwaarden:  De hulpvraag van de inwoner staat centraal.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.  De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.  De gemeente helpt inwoners om hun zelfredzaamheid te vergroten.

[Jeugdwet, Gemeentewet]

Wmo,

PW,

IOAW,

IOAZ,

Wgs,

Llv,

8.1 Hulp in natura De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Producten worden in bruikleen of in eigendom verstrekt. [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Wko,Awb]

8.2 Hulp in geld 1.

2.

3.

4. 5. 6.

De inwoner kan hulp van de gemeente krijgen in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Het geld moet wel worden terugbetaald als: a. in de wet of in deze verordening iets anders is bepaald; b. dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een betaling aan een aanbieder of een betaling in contant geld in het geval dat de inwoner geen bankrekening heeft. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van dezelfde wet. De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd. De gemeente kan een voorschot verstrekken op een vergoeding voor kosten die de inwoner maakt, als dat nodig is om de kosten te kunnen betalen. De gemeente kan de inwoner een bewijs vragen van de kosten waarvoor de inwoner al een vergoeding heeft gekregen.

47 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

8.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]

8.3.1 1.

2.

3.

4.

5. 6.

In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmohulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen die in deze paragraaf staan. De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij de pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De gemeente kan een pgb weigeren als: a. de inwoner een verslavingsprobleem heeft; b. de inwoner problematische schulden heeft; c. de inwoner eerder ten onrechte een pgb heeft ontvangen omdat het toekenningsbesluit van dit pgb is herzien of ingetrokken; d. volgens de gemeente niet voldoende vaststaat dat de hulp waarvoor het pgb is bedoeld kwalitatief goed is (veilig, doeltreffend en cliëntgericht). De gemeente weigert een pgb voor een roerende woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel in ieder geval, als te voorzien is dat de medische situatie van de inwoner zich tijdens de looptijd van het pgb ingrijpend wijzigt. Het pgb kan niet worden besteed aan kosten voor bemiddeling, tussenpersonen, belangenbehartigers, hulp bij pgb-administratie of lidmaatschap van belangenorganisaties. De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn.

Deze persoon moet in staat is om voldoende planmatige hulp van goede kwaliteit te bieden, zodat het gewenste effect wordt bereikt. De volgende aspecten spelen daarbij een rol: a. de soort hulp; b. hoe vaak de hulp wordt gegeven; c. hoe lang de hulp duurt; d. heeft de hulpverlener een opleiding nodig om passende hulp te kunnen verlenen?; e. raakt de hulpverlener niet overbelast? Als het om gaat om jeugdhulp, dan blijft deze hulp beperkt tot die activiteiten die het karakter hebben van gebruikelijke zorg (begeleiding, dagactiviteiten, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en vervoer). Deze hulp komt alleen in aanmerking voor een pgb als deze in tijd, duur of intensiteit verder gaat dan wat gebruikelijk is in een huishouden.

8.3.2 1.

2.

3.

4. 5. 6.

7.

Voorwaarden

Hoogte en tarief pgb

De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb als het gaat om de diensten begeleiding, dagbesteding en/of hulp bij het huishouden. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. De gemeente baseert de hoogte van het pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor de die dienst of dat product. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van die offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zal betalen voor de hulp die nodig is (laagste hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Voor een product houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. Als het gaat om een tweedehands product dan wordt het pgb daarop gebaseerd. De looptijd is gelijk aan de verkorte termijn waarop het product technisch is afgeschreven.

Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk - geen onbetaalde vrijwilliger -, dan wordt een uurtarief gehanteerd dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Zolang de hulp duurt blijft het pgb-tarief dat de gemeente heeft vastgesteld blijft gelijk.

48 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

8.3.3 1. 2.

Verantwoording pgb

De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.

8.3.4

Opschorten pgb

De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het Pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het Pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het Pgb; of c. de inwoner het Pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt. [Wmo]

8.4 Bijdrage in de kosten 1.

2.

3. 4. 5.

6.

7.

De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat (maatwerkvoorziening), zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor het pgb is verstrekt. Gaat het om een product en of woningaanpassing, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het CAK. De hoogte van deze maandelijkse bijdrage is gemaximaliseerd (abonnementstarief) ongeacht of er 1 of meer Wmo maatwerkvoorzieningen zijn verstrekt, het inkomen en vermogen van client. Uitzondering geldt voor degenen die gebruik maken van beschermd wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang. De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van hulpmiddelen is gelijk aan de kostprijs die de laagst gecontracteerde aanbieder berekent voor het betreffende hulpmiddel. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.

Lid 1 is niet van toepassing op Wmo-hulp op maat in de vorm van een voorziening voor collectief (openbaar) vervoer. Voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt een bijdrage per rit gevraagd. Deze bijdrage kan jaarlijks worden aangepast en is toegevoegd in het tarievenoverzicht in de bijlage. De inwoner betaalt geen bijdrage voor: a. hulp-op-maat aan minderjarigen, met uitzondering van woningaanpassingen; b. een rolstoel en het onderhoud daarvan. De inwoner betaalt wel een bijdrage als de rolstoel door aanpassingen geschikt gemaakt is voor het vervoer buitenshuis.

49 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, staan daar vaak plichten tegenover. Als de inwoner daar onvoldoende rekening mee houdt kan dit gevolgen hebben. Kernwaarden:  De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.  De hulpvraag van de inwoner staat centraal.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.  De inwoner werkt mee aan het oplossen van zijn probleem.

9.1 Hoe gaan we met elkaar om? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet, Awb]

9.1.1 1.

2.

De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner kan zijn hulpvraag bespreken met een medewerker. c. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. d. De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. e. Afspraken met een inwoner legt de medewerker vast in een document dat voor de inwoner leesbaar en toegankelijk is. De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt geïnformeerd over:  zijn rechten en plichten;  wat er van hem wordt verwacht;  welk gedrag niet deugt;  wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt;  waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. c.

De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij:  de ernst van het gedrag;  de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden;  de persoonlijke situatie van de inwoner. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief waarin duidelijk staat wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag en wat dit betekent voor de inwoner. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk dat hij het gedrag moet aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).

9.1.2 1.

De rol van de gemeente

De rol van de inwoner

De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente kijkt samen met de inwoner naar mogelijkheden om tot een oplossing van de hulpvraag te komen, al dan niet met inschakeling van het sociale netwerk. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen. b. Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c. De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren.

50 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

2.

d. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft van de inwoner. c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.1 1. 2.

3.

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner

De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; c. de persoonlijke situatie van de inwoner. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner een waarschuwing en de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen:  schriftelijk;  in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis;  via e-mail. [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.3 Geen schuld en verjaring De gemeente verlaagt de uitkering niet als het gedrag van de inwoner meer dan een jaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden of als het gedrag hem niet te verwijten is. [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging 1.

2.

De gemeente maakt het besluit tot verlaging schriftelijk aan de inwoner bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. De verlaging kan eerder ingaan als de uitkering over die voorgaande maand staat opgeschort en nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen een jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen. [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.4 Berekening verlaging De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner. [PW]

9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen PW 1.

2. 3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner een arbeidsverplichting uit artikel 18 - vierde lid met uitzondering van artikel 18 lid 4 sub b van de Participatiewet - niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. De verlaging wordt ingehouden over de maand van oplegging en de 2 daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden. Als de inwoner binnen een jaar na de datum van een besluit tot verlaging opnieuw een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid PW niet nakomt, wordt de uitkering voor drie maanden verlaagd met 100% van de bijstandsnorm. De gemeente kan een verlaging voor drie maanden tussentijds op verzoek van de inwoner herzien, als uit zijn houding en gedrag blijkt dat hij alsnog de verplichtingen nakomt.

9.2.6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen PW en IOAW/IOAZ 1.

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringssnorm voor het volgende gedrag:

51 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

a.

2.

3.

het niet voldoende meewerken aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet; b. het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; c. bij de alleenstaande ouder: het geen gebruik willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm als de inwoner: a. onvoldoende meewerkt bij het vinden van een baan; b. aangeboden werk niet aanvaardt; c. zich niet houdt aan gemaakte afspraken en gestelde verplichtingen. De gemeente verlaagt de uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag: a. het niet voldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening; b. het niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken; c. het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; d. bij de alleenstaande ouder: het onvoldoende gebruik willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet. [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.7 Onacceptabel gedrag De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt 3 maanden verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm als het gaat om lichamelijk geweld tegen personen, en één maand met 50% van de uitkeringsnorm als het gaat om lichamelijk geweld tegen zaken of bedreiging van personen. [PW] 9.2.8 1.

2.

3.

Te weinig besef van verantwoordelijkheid Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, bij gedragingen die hebben geleid tot een benadelingsbedrag van minder dan € 500,--; b. 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, bij gedragingen die hebben geleid tot een benadelingsbedrag van € 500,-- tot € 2000,--; c. 40% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, bij gedragingen die hebben geleid tot een benadelingsbedrag van € 2000,-- tot € 4.000,--; d. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand, bij gedragingen die hebben geleid tot een benadelingsbedrag van € 4000,-- tot € 10.000,--;. Indien het benadelingsbedrag meer bedraagt dan € 10.000,-- wordt een individueel besluit genomen.

9.2.9 Tijdelijke of blijvende weigering IOAW/IOAZ Als de inwoner verwijtbaar werkloos is, wordt de IOAW- of IOAZ-uitkering geweigerd. De uitkering wordt dan geweigerd naar de mate waarin de inwoner inkomen zou hebben kunnen ontvangen als hij niet verwijtbaar werkloos was geworden of gebleven. De uitkering wordt tijdelijk geweigerd, als de inwoner: a. op staande voet is ontslagen, b. een dienstverband heeft beëindigd, zonder dat er grote bezwaren waren verbonden aan de voortzetting. De uitkering wordt blijvend geweigerd, als de inwoner: a. een aanbod voor een dienstverband heeft afgewezen, b. door zijn houding of gedrag geen dienstverband verkrijgt.

9.2.10 Niet nakomen van verplichtingen PW/ IOAW/IOAZ 1. 2.

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die een aanvullende opgelegde verplichting - als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet - niet voldoende nakomt. De verlaging is 20% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om:

52 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

a.

3.

4.

verplichtingen in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt; De verlaging is 40% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om: a. een opgelegde verplichting om een noodzakelijke medische behandeling te volgen; b. verplichtingen die zijn gericht op vermindering van de bijstand. De verlaging is 100% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de bijstand. [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.11 Samenloop van gedragingen 1.

2.

Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. Daarbij geldt de hoogste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt, evenals de duur die bij die verlaging hoort. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. [PW, IOAW, IOAZ]

9.2.12 Herhaling (recidive) Als binnen een jaar na de datum van een besluit tot verlaging opnieuw tot een verlaging wordt besloten wegens het niet nakomen van de zelfde verplichting, dan wordt de duur van de verlaging verdubbeld. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft vastgesteld op € 0,- (nihil). Voor herhaling bij het niet nakomen van de wettelijke arbeidsvoorwaarden heeft artikel 9.2.5 een afwijkende regeling

[PW, IOAW, IOAZ] 9.2.13 Boete bij niet nakomen inlichtingenplicht Als de inwoner de aan de uitkering verbonden inlichtingenplicht niet nakomt en er daardoor teveel of onterecht bijstand is verstrekt, legt de gemeente een boete op. De hoogte van de boete wordt met toepassing van landelijke regels afgestemd op a. het bedrag dat door het niet nakomen van de verplichting teveel is uitbetaald; b. de mate waarin de gedraging de inwoner kan worden verweten; c. de financiële situatie van de inwoner. Bij een eerste schending van de inlichtingenplicht kan de gemeente in plaats van een boete een waarschuwing geven. Bij herhaling binnen een termijn van 5 jaar wordt de boete verhoogd naar 150%. De gemeente kan afzien van een boete als daarvoor dringende redenen zijn. Financiële gevolgen horen bij een boete en vormen geen dringende redenen.

53 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

9.3 Herzien, intrekken en beëindigen voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet]

9.3.1 Herzien De gemeente kan een besluit tot verstrekking van een voorziening herzien: a. met terugwerkende kracht als de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het recht op de voorziening of de uitkering anders vastgesteld zou zijn als de juiste gegevens bekend waren geweest; b. voor de toekomst als omstandigheden die van belang zijn voor de vaststelling van het recht op een voorziening of voor de aard of de hoogte van de voorziening wijzigen.

9.3.2 Intrekken De gemeente kan een besluit tot verstrekking van een voorziening intrekken als: a. als de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het verstrekken van de juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot afwijzing van de aanvraag of beëindiging van het recht op de voorziening of de uitkering; b. het om een Pgb gaat en het Pgb niet binnen 6 maanden na uitbetaling is gebruikt om een voorziening te betalen waarvoor het Pgb is toegekend.

9.3.3 Beëindigen De gemeente kan de verstrekking van een voorziening of uitkering beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; c. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; d. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; e. de ontvanger van de voorziening geen inwoner van de gemeente meer is; f. het gaat om Wmo-hulp en de inwoner langer dan 13 weken verblijft in een Wlz-instelling of een instelling in het kader van de Zorgverzekeringswet.

9.4 Terugvorderen [PW, IOAW, IOAZ]

9.4.1 Terugvordering en invordering 1. 2. 3. 4.

5.

De gemeente vordert een uitkering terug en verhaalt een uitkering op anderen in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug en verhaalt niet als dit onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner of voor degene op wie de kosten worden verhaald. Bij een klein bedrag kan de gemeente besluiten om niet terug te vorderen of te verhalen, tenzij de wet iets anders voorschrijft. Bij het invorderen of het verrekenen met een lopende uitkering zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner een inkomen blijft houden dat past bij de persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval niet lager dan de beslagvrije voet. De gemeente heeft beleidsregels gemaakt voor terugvordering en verhaal.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet, Burgerlijk Wetboek]

9.4.2 Terugvordering voorziening 1.

Als de gemeente een besluit om een voorziening toe te kennen heeft ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, dan kan de gemeente de geldswaarde van de voorziening die ten onrechte is verstrekt, terugvorderen van de inwoner.

54 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2023

2.

Als de gemeente een besluit om een voorziening in eigendom of in bruikleen toe te kennen heeft ingetrokken, dan kan deze voorziening van de inwoner worden teruggevorderd.

9.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

9.5.1 Controle 1.

2. 3. 4.

De gemeente controleert na toekenning regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening. Zij controleert of de inwoner de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt en of hij zich aan de verplichtingen houdt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. heimelijke waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd; c. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; d. samenwerking met andere organisaties, zoals UWV, maatschappelijke organisaties en andere gemeenten; e. signalen en tips van organisaties of particulieren; f. andere passende onderzoeksmethoden. De controle is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.

Bij beëindiging van de uitkering of voorziening, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

9.5.2 Voorkomen van fraude 1.

2.

De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. De gemeente doet aangifte bij het Openbaar Ministerie, als de inwoner door fraude teveel uitkering heeft ontvangen en er aangifte moet worden gedaan volgens de regels die daarvoor gelden. [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

9.5.3 Beleidsplan en beleidsverslag 1. 2.

3.

De gemeente stelt een beleidsplan vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. De gemeente stelt na afloop van de looptijd van het beleidsplan een beleidsverslag vast. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd. [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12814741/2