1. Conceptbegroting 2025-2028 BSGR
Tekst van het document
Begroting 2025-2028
19
De uitdagingen waarmee de BSGR in 2023 op dit vlak geconfronteerd werd, heeft echter ook tot positieve innovatieve oplossingsrichtingen geleid. De ontwikkeling van specifieke tooling op de markt en de herinrichting en data-verrijking van interne deelprocessen zorgen naast financiële investeringen ook voor efficiency-slagen. De opgedane ervaringen zullen de komende jaren – in combinatie met de mogelijke aanschaf van een nieuw waarderingspakket - verder worden doorontwikkeld. Vanaf 1 januari 2026 is de doelstelling om deze mogelijkheden zoveel mogelijk in het aan te besteden waarderingspakket ondergebracht te hebben. In het oorspronkelijke plan van aanpak aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d. 23 maart 2023 werd naast bovengenoemde maatregelen – specifiek voor de WOZ - ook gesproken over: • verplicht informeel contact voorafgaande aan het formele proces; •
geen toekenning van proceskostenvergoeding ingeval de WOZ-waarde slechts licht wordt bijgesteld.
Deze maatregelen worden de komende periode nader onderzocht waarna duidelijk wordt welke invloed dit met name op het toekomstig bezwaartraject zal hebben. Het blijft daarnaast van belang om de ontstane problematiek niet los te zien van het uitgangspunt dat de waarde-vaststelling geen exacte wetenschap of wiskundige berekening is maar dat er altijd sprake is van een schatting van de waarde en in feite dus van een waardebepaling binnen een bepaalde bandbreedte (WOZ-paradox). De politieke keuzes die de komende jaren gemaakt zullen gaan worden, zullen – naast de toekomstige jurisprudentie rondom de recente wetwijzing - een prominente factor zijn in de toekomstige kostenontwikkeling voor de uitvoering van het WOZ-proces en specifiek het deelproces van de WOZ-bezwaren. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve pkv + ingebrekestellingen Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve pkv + ingebrekestellingen Resultaat na bestemming
3.321 1.178 612 5.110
Primaire begroting 2024 3.767 1.244 498 5.509
Gewijzigde begroting maart 2024 3.994 2.244 0 6.238
-5.110 -5.110 0 0 0 0 0
-5.509 -5.509 0 0 0 0 0
-5.938 -5.938 300 300 -300 -300 0
Jaarrekening 2023
Begroting 2025 4.007 497 0 4.504 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0
Begroting 2026 4.007 497 0 4.504 0 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0
Begroting 2027 4.007 497 0 4.504 0 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0
Begroting 2028 4.007 497 0 4.504 0 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0
De personeelslasten zijn voor 2025 eerst verminderd met de incidentele lasten voor de afhandeling van de WOZ-bezwaren 2023, waarna deze met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en areaaluitbreiding is opgehoogd. Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat nog onduidelijk is hoe de WOZ-bezwaren zich de komende jaren verder zullen ontwikkelen. De overige goederen en diensten betreffen hier met name de proceskosten. Deze zijn afgeschaald vanwege het lagere wettelijke tarief hiervoor. Voor wat betreft de automatiseringskosten, de overheveling van dit budget van programma Waarderen naar programma Overhead / Bedrijfsvoering zorgt ervoor dat er in de begroting geen doorbelasting van de automatiseringskosten meer plaatsvindt. Tot slot is er in de meerjarenbegroting zichtbaar dat de voorgestelde dotatie ad € 300K van het resultaat 2023 direct in het jaar 2024 onttrokken zal worden.
Begroting 2025-2028
20
Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) Onderwerp Onder bedrijfsvoering vallen de directie, staf, en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces. Dit zijn onder andere de financiële administratie, bestuur en beleid, P&O, facilitair en ICT. Ook horen de Interne Controle (o.a. VIC en ISAE3402) werkzaamheden en de managementinformatie tot dit programma. Daarnaast vallen de loonkosten van de afdelingshoofden onder dit programma. Wat gaan we doen? De komende jaren blijven in het teken staan van het onderzoeken van mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de BSGR, waarbij het onderzoeken van mogelijkheden voor een verdergaande samenwerking met andere belastingsamenwerkingen een optie is voor schaalvergroting. Daarnaast wordt bij het uitbreiden van het deelnemersbestand primair gekeken naar gemeenten binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Bij het overnemen van activiteiten of het samengaan met een andere belastingorganisatie is overgang van onderneming een complicerende factor. Ten behoeve van uitbreiding wordt gebruik gemaakt van het kostprijscalculatiemodel waarbij middels activity based costing alle werkzaamheden en activiteiten gedifferentieerd worden toebedeeld aan primaire producten.
Daarnaast kan het kostprijscalculatiemodel worden gebruikt om de interne prijzen per product te challengen en te benchmarken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de prijs van een WOZ-object) en wordt het kostprijscalculatiemodel tevens gebruikt om de deelnemersbijdrage van de huidige deelnemers te bepalen. Het behouden van een ISAE-verklaring is een nadrukkelijk Unique Selling Point zijn in de uitbreidingsstrategie. Immers, de BSGR is ook nu nog steeds de eerste en enige belastingorganisatie die al negen jaar dit internationaal erkende kwaliteitspredicaat in haar bezit heeft. Ook over 2023 is wederom een ISAE type II verklaring verkregen, weliswaar met een aantal uitsluitingen. Deze zijn voornamelijk te wijten aan de migratie van de ICT-infrastructuur van Centric naar KPN. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2025 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: Huisvesting De BSGR huurt in het kantoorpand aan de Lammenschansweg een aantal verdiepingen. Het huurcontract met de verhuurder loopt eind oktober 2026 af. In 2025 zal daarom een keuze gemaakt moeten worden of de BSGR het huurcontract verlengt of mogelijk kiest voor een andere vestigingsplaats.
Deze keuze zal zorgvuldig worden afgewogen en genomen worden op basis van een gedegen analyse waar aspecten als personeel, prijs, groei van de organisatie, klimaat en gemak (bereikbaarheid) zullen worden meegenomen in een aan een bestuur voor te leggen besluit. Gezien de mogelijke impact van dit besluit zal de BSGR het 3e kwartaal 2024 een begin maken met het uitwerken van beide mogelijkheden. Inkoop en aanbesteding De huidige salarisverwerker ADP heeft aangekondigd dat zij eind 2027 stopt met de ondersteuning en uitvoering van de personeels- en salarisverwerking. Als gevolg van dit besluit heeft de BSGR het voornemen om in 2024 te gaan starten met een marktverkenning met als doel om in het 2e halfjaar 2025 een implementatie- traject te starten om over te gaan naar een ‘nieuwe’ HRM-softwareoplossing. Hierdoor zijn vanaf januari 2026 het online HR-management, de processen en workflows tijdig gewaarborgd. Voor wat betreft de interne organisatieontwikkeling, de ontwikkelingen op personeelsgebied, financiën, automatisering en privacy wordt gemakshalve verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering, zie pagina 29 en verder.
Begroting 2025-2028
21
Wat gaat het kosten? x € 1.000 Kasten Personeelslasten Kapitaallasten Automatisering Huisvesting Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming
1.248 208 1.037 633 259 3.386
Primaire begroting 2024 1.460 162 755 746 314 3.437
Gewijzigde begroting maart 2024 2.540 162 1.900 746 314 5.661
-3.386 -3.386 0 0 0 0 0
-3.437 -3.437 0 0 0 0 0
-5.661 -5.661 0 0 0 0 0
Jaarrekening 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
2.659 149 1.970 773 326 5.877
2.659 246 1.970 773 326 5.974
2.659 144 1.970 773 326 5.872
2.659 140 1.970 773 326 5.868
-5.877 -5.877 0 0 0 0 0
-5.974 -5.974 0 0 0 0 0
-5.872 -5.872 0 0 0 0 0
-5.868 -5.868 0 0 0 0 0
De personeelslasten zijn voor 2025 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. De grootste wijziging binnen het programma Overhead / Bedrijfsvoering is de overheveling van alle ICT-gerelateerde kosten vanuit de overige programma’s (exclusief telefonie). Tot slot is het zichtbaar dat er vanaf 2026 een stijging in de kapitaallasten zal plaatsvinden. Dit heeft te maken met de verwachte investeringen in kantoormeubilair en de mogelijke aanschaf van een nieuw waarderingspakket voor het programma Waarderen.
Begroting 2025-2028
22
Algemene dekkingsmiddelen Post onvoorzien in begroting Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) in artikel 8 ook voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Daarnaast komen de financieringslasten en –baten in dit programma tot uitdrukking. Het bedrag onvoorzien Het bedrag onvoorzien moet volgens het BBV expliciet vermeld worden. De keus wordt gelaten om dit bedrag per programma of voor de begroting in zijn geheel te ramen. Om praktische redenen hanteert de BSGR de laatst genoemde mogelijkheid. De aanwending van het bedrag onvoorzien is alleen onder voorwaarden toelaatbaar; inzet vindt plaats voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn en waarvoor in de begroting geen raming is opgenomen. Indien een dergelijke uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkelingen in de volgende begroting verwerkt. Verwerking van een onvoorziene post leidt tot een begrotingswijziging welke aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd. Het bedrag onvoorzien is vastgesteld op € 109K voor de periode 2025-2028.
Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Onvoorzien Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Overige opbrengsten Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming
0 0
Primaire begroting 2024 109 109
Gewijzigde begroting maart 2024 109 109
-490 -50 -125 -665 -665 0 0 0 -665
-101 0 -8 -109 0 0 0 0 0
807 0 -130 678 786 0 0 0 786
Jaarrekening 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
109 109
109 109
109 109
109 109
21 0 -130 -109 0 0 0 0 0
21 0 -130 -109 0 0 0 0 0
21 0 -130 -109 0 0 0 0 0
21 0 -130 -109 0 0 0 0 0
Binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn er in de jaren 2025-2028 de volgende incidentele baten en lasten. Programma Alg. dekk. midd.
Alg. dekk. Midd. Alg. dekk. Midd.
x € 1.000 Lasten Onvoorzien Totaal Lasten Baten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Dotaties Onttrekkingen bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat
Begroting 2025 109 109
Begroting 2026 109 109
Begroting 2027 109 109
Begroting 2028 109 109
0 109 0 0 109
0 109 0 0 109
0 0 0 0 0
0 -109 0 0 -109
Door de provincie is in een notitie inzake incidentele baten en lasten aangegeven dat post onvoorzien hiervan deel uitmaakt.
Begroting 2025-2028
23
Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. Een stille reserve is bij de BSGR niet aanwezig. Wel beschikt de BSGR over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt jaarlijks € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.
Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢
De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen zijn ingericht, alsmede IT aspecten en het opstellen van de belastingrapportage en privacy. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.
Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven bij de belastingrapportage, wordt het raamwerk indien nodig jaarlijks bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage. Bij het opstellen van de begroting 2025-2028 worden de volgende risico’s onderkend, inclusief kwantificering:
Begroting 2025-2028
Risico's
24 Getroffen maatregelen
Kwantificering
Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd / cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen opgelost (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd. De overgang van SMC Centric naar KPN heeft in 2023 tot continuiteitsproblemen geleid en was daarmee van invloed op het serviceniveau. Dit is bij een migratie nooit helemaal te voorkomen. De continuïteit en service zijn inmiddels weer op niveau. Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen.
Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal tot kostenstijging en vermindering van de beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit.
Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden ontstaan in de gegevensverwerking en de belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers).
Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve uitwerking hebben op de reputatie en goede naam. Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat. Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen
De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.
Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt.
gemitigeerd
Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is gemitigeerd cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. Desalnietemin leveren de nieuwe basisregistraties plus bijbehorende software een op voorhand niet te becijferen risico op vertraging op. In 2023 is een forse achterstand ontstaan op de bezwaren, omdat geheel tegen de verwachting in NCNP-bureaus een veelvoud aan WOZ-bezwaren hebben ingediend in geheel Nederland. Inhuur voor deze processen was daarmee ook zeer lastig verkrijgbaar. De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan.
vrijwel nihil
De nieuwe wet op de Gemeenschappelijke Regelingen gaat waarborgen bieden ter beperking van het financiële risico bij uittreding.
wordt gemitigeerd
De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe dienen de website en management informatie.
gemitigeerd
Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zijn niet zonder meer mogen delen met derden. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MT-vergaderingen) en via intranet wordt hierover gecommuniceerd. De BSGR stuurt sterk op de kosten.
p.m.
Begroting 2025-2028
25
Risico's (vervolg)
Getroffen maatregelen
Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling
Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 p.m. in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten.
Vervanging belastingapplicatie / waarderingsapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd. ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.
Risicobedrag
Niet voldoen aan wet- en p.m. regelgeving Koepelvrijstelling p.m. Vervanging waarderingsapplicatie € ICT Ontwikkelingen p.m. Maatwerk p.m. NCNP bezwaren p.m. Berekend risico 2025 af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.
Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in de eenmalige licentiekosten. De verwachting is wel dat in ieder geval de waarderingsapplicatie in 2025 zal worden aanbesteed.
€ 500K in 5 jaar af te schrijven
De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.
p.m.
De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.
Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.
Risico's
Kwantificering
Vanaf 2025 wordt een bedrag van ca. € 200K jaarlijks voorzien.
gemitigeerd
De vergoedingen voor de NCNP-bureaus zijn teruggebracht naar 25%. p.m. Onduidelijk is nog wat de reactie hierop van de NCNP-bureaus zal zijn. Zorg is daarnaast dat vanaf 2027 NCNP-bezwaren zich mogelijk ook gaan uitbreiden naar andere domeinen, zoals de Kwijtschelding.
Jaar 2024 e.v.
? 500.000 2026 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v.
Kans
Gewogen 0,1 p.m. 0,5 p.m. 0,70 € 350.000 0,75 p.m. 0,75 p.m. 0,75 p.m. € € 846.000 € -
Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 10 februari 2022. In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven.
Begroting 2025-2028
26
Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico, valutarisico en debiteurenrisico worden niet gelopen. Alhoewel de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR uitermate inzichtelijk zijn, is het liquiditeitsrisico groter geworden aangezien de huidige deelnemersbijdragen onvoldoende zijn om de uitgaven te financieren. Jaarlijks wordt, aan de hand van de ontwikkelingen op de financiële markten, de hoogte van de rekenrente bepaald. Momenteel is dat 4% (www.rijksoverheid.nl). De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom zijn binnen de BSGR strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier (ING). De BSGR heeft bij s’ Rijks schatkist eveneens twee rekeningcourantverhoudingen, één voor de belastinggelden en één voor de eigen bedrijfsvoering. Om de liquiditeitspositie ten behoeve van de bedrijfsvoering te bewaken wordt er gewerkt met een liquiditeitsprognose en –planning en een strikt debiteurenbeheer. Kasgeldlimiet en renterisico De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van de omvang van de begroting, met een minimum van € 300K.
De begrotingsomvang van de BSGR is in het jaar 2025 ongeveer € 15,99 miljoen de bijbehorende kasgeldlimiet is € 1.311 K. Dit betekent dat tot een bedrag van € 1.311K aan kortlopende geldleningen mag worden afgesloten. Daarboven moet worden overgegaan op langlopende geldleningen. De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Dreigen de verplichte aflossingen en renteherzieningen boven de renterisiconorm uit te komen, dan zullen nieuwe langlopende schulden slechts met langere looptijden (met de daarbij behorende lagere aflossingsverplichtingen) uitkomst moeten bieden. Voor de BSGR bedraagt de renterisiconorm € 3,2 mln. In de periode 2025-2028 zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van kortlopende of langlopende financieringen. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren dient de BSGR een rekening-courant bij s’ Rijks schatkist aan te houden waar overtollige middelen op worden gestort.
Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden. De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met s’ Rijks schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze bij s’ Rijks schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 2,0% van de totaaltelling van de verlies en winstrekening met een minimum van € 1 miljoen. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht. x € 1.000 Drempelbedrag Drempelbedrag Gemiddeld werkelijk Verschil
2025 1.000 0 1.000
2026 1.000 0 1.000
2027 1.000 0 1.000
2028 1.000 0 1.000
Begroting 2025-2028
27
EMU-saldo et EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis. Conform het BBV (artikel 71) dient in de programmabegroting een berekening opgenomen te worden van het aandeel van de decentrale overheidsinstelling in het EMU-saldo. EU-lidstaten mogen als gevolg van de Europese regelgeving een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Van dit maximale tekort is er sinds 2016 geen uitsplitsing meer tussen decentrale overheden en het Rijk. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo
Realisatie Begroting 2024 Begroting 2023 gewijzigd 2025 665 1.086208 162 149
Begroting 2026 246
Begroting 2027 144
Begroting 2028 140
-
100-
-
600-
-
-
873
-1024
149
-354
144
140
Het Exploitatiesaldo voor bestemming reserves is het uitgangspunt voor de berekening van het EMUsaldo. Dit saldo is terug te vinden in het Overzicht van baten en lasten (zie pagina 38).
Verplichte kengetallen Conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: De kengetallen zijn grotendeels gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. De geprognosticeerde balans is opgenomen op pagina 40 van deze begroting. Naarmate de geprognosticeerde balansgegevens verder in de toekomst zijn gelegen, worden deze minder betrouwbaar. Kengetallen
Netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
-6,9% -6,9%
-2,9% -2,9%
-0,5% -0,5%
-2,0% -2,0%
-3,0% -3,0%
-3,8% -3,8%
11,4%
6,2%
6,5%
6,6%
6,7%
6,8%
2,1%
5,8%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bovenstaande kengetallen maken het inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Indien de netto schuldquote negatief is betekent dit dat het eigen vermogen hoger is dan de boekwaarde van de investeringen. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Omdat de algemene reserve van BSGR gelimiteerd is tussen 3% en 5% van de begrote lasten, is deze ratio bij BSGR relatief laag.
Bij de structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten(waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie is het belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Vanaf 2025 is de exploitatieruimte nihil.
Begroting 2025-2028
28
Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein, zie hierboven, maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende jaren derhalve de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR doelt op specifiek de volgende drie ontwikkelingen: • Ontwikkelingen in de basisadministraties • De intrede van Artificial Intelligence • Het beheren van software applicaties in de cloud. Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. De opstartproblemen van deze landelijke basisregistraties maken dat er in plaats van minder vooralsnog meer capaciteit benodigd is. Intrede Artificial Intelligence Voor de verwerking van de toenemende datastromen zal de BSGR ook meer en meer robotisering moeten gaan inzetten (RPA ‘Robotic Process Automation’). Hierbij worden handelingen die herhaald worden door middel van software geautomatiseerd.
BSGR doet dit op dit moment nog veelal door middel van scripting. Naast de technische mogelijkheden zullen ook de medewerkers van BSGR zich moeten bekwamen in het verwerken van data en is aanvullende kennis op het gebied van data-analyse vereist. Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data. Uiteraard zal de BSGR dit doen binnen de richtlijnen van vigerende wet- en regelgeving zoals de AVG. Ook zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen. Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt voornamelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatisering functies waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Standaard beheertaken zoals het opstarten van "jobs" zullen zoveel mogelijk binnen de lijnafdelingen worden ondergebracht. Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt.
De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. Diverse ontwikkelingen binnen de afdelingen en het aanscherpen van vakbekwaamheidseisen hebben invloed op het kennisniveau en andere competenties van medewerkers. Beperkingen op het gebeid van basisregistraties in combinatie met een krappe arbeidsmarkt zorgen met name in het WOZ-domein voor een verhoging van de werkdruk doordat de benodigde formatie niet/niet volledig kan worden ingevuld. Deze ontwikkeling geldt overigens niet alleen voor het invullen van vacatures maar ook voor de vraag naar inhuur van personeel. Voor de komende jaren zal in ieder geval worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien. Ontwikkelingen automatisering Samen met een aantal andere belastingkantoren wordt in een directeurenoverleg gesproken over de aan te houden koers als het gaat om ICT-ontwikkelingen.
Twee belangrijke ontwikkelingen staan hierin centraal: De doorontwikkeling van een aantal basisregistraties naar een samenhangende
Begroting 2025-2028
29
objectenregistratie en ”common ground”. Duidelijk is dat hiervoor forse inspanningen en ICTinvesteringen benodigd zijn. Door de softwareleverancier (Centric) wordt gewerkt aan het ombouwen van de belastingapplicatie naar de SaaS waarna deze in de Cloud kan worden afgenomen. Waar de verwachting was dat dit eind 2023 gereed zou zijn, heeft de leverancier haar koers aangepast waarbij nu de verwachting is dat waarbij mogelijk pas in 2028 de belastingapplicatie geheel in de Cloud kan worden afgenomen. Voor BSGR betekent dit dat er gedurende een langere periode gebruik gemaakt moet gaan worden van dure inhuur op het gebied van applicatiebeheer. Vanuit dit perspectief is de BSGR begonnen met het intern en extern werven van applicatiebeheerders. Deze vertraging heeft ook consequenties voor de kosten van het aanbesteede contract van de ICT infrastructuur en kantoorautomatisering. Immers er was vanuit gegaan dat er in het 3e jaar van de looptijd sprake zou zijn van een SaaS omgeving met lagere kosten. Dit laatste is nu niet het geval. In combinatie met discussie over de kosten van het technisch applicatiebeheer die KPN nu aanvullend factureert zou dit contract tegen het einde van de looptijd onrechtmatig kunnen worden. BSGR zal een transparantie aankondiging op TenderNed plaatsen, echter het is nog niet duidelijk of dit voldoende soelaas gaat bieden.
Continuïteit heeft echter de prioriteit. Er zal een nog nauwere samenwerking moeten worden gezocht tussen belastingkantoren onderling om ervoor te zorgen dat we onze processen op elkaar afstemmen en meesturend zijn in de ontwikkeling van deze standaardsoftware. Insteek daarbij is dat door belastingkantoren ontwikkelde scripting zoveel als mogelijk in de standaardsoftware wordt ingebouwd. De verwachting is wel dat in de toekomst minder maatwerk geleverd zal worden door softwareleveranciers dan nu het geval is. Dit zal uiteraard ook consequenties hebben voor de deelnemers. In voorkomende gevallen kan er gebruik worden gemaakt van maatwerk API’s. De kosten die dit met zich meebrengt zullen dan worden doorbelast aan de opdrachtgever. Een alternatief voor deze SaaS ontwikkeling is er echter niet aangezien het zelf ontwikkelen van een belastingapplicatie een zeer kostbare en daarmee onbegaanbare weg is. Daarnaast vragen WOZ-taxaties om steeds slimmere technieken. Door de inzet van enerzijds kunstmatige intelligentie in taxatiemodellen en anderzijds meer locatiegegevens uit Geo-registraties en GIS-analyses zullen de voor WOZ-taxaties gebruikte modellen steeds betere taxaties leveren. Ook wordt het kunnen onttrekken van externe data, en het samenwerken in platforms steeds belangrijker.
Zoals hiervoor aangegeven is een aanbesteding nodig ten behoeve van de aanschaf van waarderingssoftware die aan deze eisen voldoet. Ook voor een eventuele conversie zijn extra middelen benodigd. Ontwikkeling basisregistraties Hieronder leest u de belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot de vijf meest gebruikte basisregistraties in het kader van de belastingheffing: De basisregistratie personen (BRP) Het vroegere GBA, wat feitelijk al decennia in gebruik is, heet nu BRP. Hier wordt een nieuwe berichtendienst ontwikkelt gebaseerd op nieuwe API's. Dit betekent een aanpassing met het koppelvlak van de belastingsoftware. Planning en impact zijn op dit moment nog niet duidelijk. De basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) De BAG is in het kader van belastingheffing met name van belang in haar relatie tot de WOZ. Beide administraties betreffen objecten, die idealiter met elkaar dienen te matchen. In praktijk zijn de wettelijke uitgangspunten echter niet dezelfde, met verschillen in WOZ- en BAG administratie, met name op objectniveau. Daar waar dat het geval is, dienen deze indien mogelijk met opwerkacties opgelost te worden. Inmiddels is de BSGR volledig aangesloten op de e-Services BAG, wat inhoudt dat mutaties in de BAG dagelijks kunnen worden verwerkt.
Begroting 2025-2028
30
De basisregistratie WOZ (LV WOZ) BSGR is voor haar elf deelnemende gemeenten bronhouder voor de LV WOZ. Op basis van de vereisten van de LV WOZ worden gegevens tussen de belastingadministratie en de LV gesynchroniseerd gehouden. Voor de niet-deelnemende gemeenten is de BSGR afnemer van de gegevens vanuit de LV WOZ. De afgenomen informatie is de basis voor de heffing van het waterschap. De belangrijkste constatering tot nu toe is dat deze overgang naar de LV WOZ geen tijd oplevert, maar juist veel tijd kost. Doordat aan de “poort” door de LV WOZ evidente fouten die door de bronhouder worden aangeleverd niet worden afgevangen, is veel extra werk ontstaan om al deze zaken (verplicht) terug te melden aan de bronhouder. Omdat een geautomatiseerde terugmeldvoorziening ontbreekt, moet alles handmatig in Excel-bestanden worden geregistreerd en via de mail teruggemeld worden aan de betreffende bronhouder. Ook de antwoorden op deze terugmeldingen moeten in veel gevallen weer handmatig worden verwerkt. Feitelijk betekent deze basisregistratie op dit moment “terug naar af”. De additionele werkzaamheden kosten op dit moment enkele fte extra op jaarbasis voor de afdeling Heffen. De basisregistratie kadaster (BRK) Sinds januari 2023 heeft BSGR hard gewerkt om te kunnen voldoen aan de eisen om aan te sluiten op de BRK 2.0. Half augustus zijn die werkzaamheden afgerond.
De aansluiting is half september gerealiseerd, waarna we nu in dit proces gebruik maken van berichtenservices. Na de eerste ervaringen blijkt dat dit functioneert. Het Handelsregister (HR) De registratie van bedrijven vindt al jaren plaats door de Kamer van Koophandel (KvK). Deze is bronhouder van het HR. Afname van bestanden vindt inmiddels plaats via het Handelsregister. Alhoewel deze bestanden kwalitatief veel beter zijn dan de oude KvK bestanden is de verwerking hiervan in de software slechts beperkt geautomatiseerd en dient in tegenstelling tot de oude situatie weer handmatig één op één fiattering plaats te vinden. De efficiencywinst als gevolg van betere gegevens wordt zo weer teniet gedaan. Terug melden Met de komst van de basisregistraties is het zelf wijzigen van gegevens verleden tijd. Indien een vermeende fout wordt geconstateerd, moet deze terug gemeld worden aan de bronhouder. De terugmelding zou via Digimelding (een vorm van berichtenverkeer) moeten verlopen. Dit gebeurt nog niet voor alle basisregistraties. Concluderend kan gesteld worden dat door de verplichte overgang naar de landelijke basisregistraties de forse efficiencyslagen en kostenbesparingen die de BSGR de afgelopen jaren doorgevoerd heeft voor een groot deel ongedaan zijn gemaakt. Privacywetgeving Sinds 25 mei 2018 wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Nederland gehandhaafd.
Dat wil zeggen dat de toezichthouder in deze, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), actief controleert in hoeverre organisaties voldoen aan het in de AVG en overige van toepassing zijnde wetgeving gestelde. Alhoewel in eerdere wetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990) al strenge eisen werden gesteld aan de wijze waarop er met gegevens in het kader van de belastingheffing en – invordering werd omgegaan, heeft de invoering van de AVG de bewustwording rondom privacy en informatiebeveiliging nog aanzienlijk aangescherpt. Het in 2019 door de AP gepubliceerde document, Focus AP 2020-2023 ‘Dataprotectie in een digitale samenleving’, heeft nog geen vervolg gekregen in de vorm van een actueler vergelijkbaar document dat de AP tot nu toe heeft gepubliceerd. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat de in het eerdere document neergelegde doelstellingen in principe nog onverkort van kracht zijn. In het voornoemde document uit 2019 geeft de AP, op basis van een drietal gesignaleerde ontwikkelingen te weten: • Doorgroei van de datasamenleving; • Toename van digitaal onrecht en • Toename van privacy bewustzijn,
Begroting 2025-2028
31
een tweetal gebieden- die de BSGR kunnen raken- waarop de AP zich in deze heeft gefocust, zijnde: A. Digitale overheid B. Artificiële intelligentie (AI) & algoritmes. Ad A) Digitale overheid Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen. Vanuit Rijksniveau is hierop ingezet o.a. door de invoering van de Wet Digitale Overheid (Wdo) per 1 juli 2023. De Wdo is een zogeheten kaderwet; de wet regelt algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures, maar geen gedetailleerde regels. In de Wdo wordt geregeld dat publieke dienstverleners verplicht zijn om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot online diensten waarbij de overheid deze betrouwbaarheidsniveaus nodig vindt. De uitwerking van de Wdo als kaderwet vindt plaats in de lagere regelgeving, zoals in algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Daarmee is er meer flexibiliteit om innovatie, verdere keuzes en nieuwe voorzieningen en functionaliteiten in regelgeving te verwerken.
De Wdo maakt het mogelijk om straks, via publieke én private inlogmiddelen, digitaal zaken te doen met bijvoorbeeld gemeenten en zorginstanties. Daarbij worden dan alleen die middelen toegelaten die door de overheid op veiligheid en betrouwbaarheid zijn gecontroleerd. De Wdo treedt wel gefaseerd in werking. Hij gaat pas gelden als een instantie technisch en organisatorisch klaar is om aan te sluiten. De departementen, de publieke dienstverleners én Logius stellen samen een aansluitschema op. Dit schema gaat een planning bevatten met data waarop de specifieke onderdelen van de wet voor welke instantie van kracht worden. Op die momenten moeten dienstverleners klaar zijn met de voorbereidingen voor dat deel van de wet en de onderliggende uitvoeringsregelgeving. Wel zijn per 1 juli 2023 de verplichtingen rondom standaarden voor veiligheid ingegaan. Zo is de HTTPSstandaard wettelijk verplicht voor alle publiek toegankelijke overheidswebsites en webapplicaties. Deze standaard – ook bekend als ‘het slotje’ in de adresbalk van de url – zorgt ervoor dat de verbinding tussen de browser van de bezoeker en de website van de overheidsorganisatie goed beveiligd is. Dit voorkomt dat criminelen privégegevens van de bezoeker kunnen afluisteren of opgevraagde informatie kunnen manipuleren. In aanvulling op HTTPS moeten overheidsorganisaties ook de HSTS-standaard gebruiken.
Dat zorgt ervoor dat browsers na een eerste websitebezoek direct via HTTPS met de website verbinden. Verder wordt beoogd wordt om aan burgers elektronische identificatiemiddelen (eIDAS) te verstrekken met een hogere mate van betrouwbaarheid dan het huidige DigiD. Dit gaat gevolgen hebben voor de wijze waarop de BSGR toegang moet verlenen tot de gegevens in MijnBSGR. De gebieden waarop de AP in deze extra de aandacht zal vestigen zijn voor zover voor de BSGR van belang: 1: databeveiliging en 2: samenwerkingsverbanden/ongeoorloofd delen. Ad 1. De AP verwacht van overheidsorganisaties dat zij structureel en op toereikende wijze investeren in hun informatiebeveiliging. De AP controleert overheidsorganisaties op hun beveiligingsniveau en stimuleert hen om werk te maken van een sterke IT- en datahuishouding. Zoals al enige jaren geldt is de consequentie hiervan dat de kosten rondom automatisering komende jaren blijven toenemen. Mede vanuit het kostenperspectief is het noodzakelijk om, in samenspraak met meerdere afnemers van dezelfde software, te bezien in hoeverre audits op de beveiliging van deze software bij de betreffende softwareleveranciers gezamenlijk kunnen worden opgepakt. Ad 2. Steeds vaker worden bestanden gedeeld en gekoppeld.
De overheid doet dit bijvoorbeeld om de publieke dienstverlening te verbeteren, bijvoorbeeld zodat problematische schulden eerder kunnen worden gesignaleerd. Hoewel de intenties vaak goed zijn, kan het delen en koppelen van bestanden een schending zijn van het wettelijke beginsel van doelbinding.
Begroting 2025-2028
32
Tenzij dit in wet- of regelgeving duidelijk en nauwkeurig is vastgelegd mogen gegevens niet voor een ander doel worden gebruikt dan het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. De AP verwacht van overheidsorganisaties terughoudendheid met het delen van bestanden. Het is aan overheidsbestuurders en aan de wetgever om een goede afweging te maken over het nut en de noodzaak van het gebruik van data en nieuwe verwerkingen. De AP spreekt bestuurders hierop aan! Schending van het beginsel van doelbinding pakt de AP zo nodig aan. De Informatiebeveiligingdienst (IBD) heeft gemeenten al eerder geadviseerd om in dat verband goede afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden waarbij zij zijn aangesloten. De BSGR heeft zowel in de met de deelnemers afgesloten DVO, als in het door het dagelijks bestuur vastgestelde Besluit gegevensverstrekking (geactualiseerd in 2023, vastgesteld in de vergadering van 26 oktober 2023) neergelegd welke gegevens zij deelt met andere partijen. Met de deelnemers is afgesproken dat de tekst van dit besluit periodiek zal worden geëvalueerd. Daarbij dient er wel sprake te zijne van legitieme redenen die ten grondslag liggen aan het verstrekken van bij de BSGR aanwezige gegevens. Ad B) Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmes Steeds meer bedrijven en organisaties maken gebruik van algoritmes en AI.
Dit biedt voordelen en leidt tot nieuwe nuttige toepassingen. Maar de inzet van AI en algoritmes kent ook risico´s en schaduw kanten. De AP is verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens, en daarmee ook op de toepassing van AI en algoritmes waarbij persoonsgegevens worden gebruikt. Een aantal organisaties heeft inmiddels de eerste stappen gezet op de inzet van AI bij belastingheffing, met name bij de waardering in het kader van de uitvoering van de Wet Woz. Alhoewel deze vorm van gebruik van AI object-gerelateerd is, is het niet denkbeeldig dat AI op termijn ook op andere vlakken ingezet kan worden. Opgemerkt wordt dat ook op dit vlak vanuit Europa steeds strikter wordt toegezien. In april 2021 heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel gedaan voor een nieuwe verordening voor AI, omdat de EC vindt dat de huidige Europese regelgeving de (toekomstige) risico’s van AI onvoldoende adresseert. Deze verordening heeft een op risico gebaseerde aanpak; dus hoe meer risico de technologie met zich meebrengt, hoe strikter de regels die daarvoor gelden.Inmiddels heeft de EU eind 2023 een voorlopig politiek akkoord bereikt over deze kunstmatige intelligentie verordening (AI Act). Het akkoord moet nog wel worden goedgekeurd door alle EU-lidstaten en het hele Europees Parlement. De wet treedt na twee jaar in werking.
Voor wat betreft toename van privacy bewustzijn zal hier intern blijvend aandacht voor moeten worden gevraagd, deze verantwoordelijkheid ligt zowel bij werkgever als de werknemer. Medewerkers zullen zich continu bewust moeten zijn en blijven van het feit dat zij in hun dagelijkse werkzaamheden omgaan met persoons- c.q. bedrijfsgevoelige gegevens die niet voor een ieder ter inzage zijn en waarmee aldus prudent moet worden omgegaan. In de praktijk zal vanuit de werkgever bij herhaling de alertheid van medewerkers op phishing, zowel voice phishing als phishingmails, moeten worden getest. Verder is besluitvorming aangaande de ePrivacy-verordening nog steeds niet afgerond. Het voorstel voor de ePrivacy-verordening is het sluitstuk van de inspanningen van de EC om het kader voor gegevensbescherming in Europa te voltooien. De verordening bevat regels om de privacy bij online communicatie beter te waarborgen. Het uitgangspunt daarbij is dat de inhoud van deze berichten alleen toegankelijk is voor de partijen die direct bij de communicatie betrokken zijn (beveiligd mailen!). Het is nog niet zeker wanneer het Commissievoorstel voor de ePrivacy-verordening wordt aangenomen, omdat de lidstaten nog onderhandelen over een aantal artikelen.
Sinds mei 2021 zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad met elkaar in onderhandeling over de definitieve versie van de verordening. Zodra deze wetgeving op Europees niveau is vastgesteld krijgen de lidstaten daarna nog een bepaalde periode de tijd voor de nieuwe regels van toepassing worden. In het huidige voorstel is dat een periode van 2 jaar. De BSGR heeft eerder aangegeven dat zij als standaard voor de af te sluiten verwerkersovereenkomsten het model van de VNG/IBD hanteert (versie 2.5 van februari 2024 is de meest recente versie). Bij nieuwe contracten c.q. verlenging van bestaande contracten, waarbij vanuit de BSGR persoonsgegevens worden uitgewisseld met de leverancier, zal de BSGR te allen tijde deze standaard verwerkersovereenkomst aan de leveranciers voorleggen. Dat is evenwel geen garantie dat de betreffende leverancier deze ook accepteert. Tot op heden zijn er nog steeds slechts ca.100 bedrijven in heel Nederland die hebben aangegeven zich te committeren aan de tekst van deze overeenkomst.
Begroting 2025-2028
33
Verder heeft de EC in juni 2021 zelf een standaardtekst van een verwerkersovereenkomst gepubliceerd. Nog steeds is niet duidelijk hoe deze zich verhoudt tot de standaardtekst die de VNG/IBD nu hanteert. Hierover zal uiteindelijk op rijksniveau helderheid moeten worden gegeven. Archivering Voor archivering van documenten bestaat afzonderlijke regelgeving, onder andere de Archiefwet. Naast deze van toepassing zijnde regelgeving speelt ook de AVG bij archivering een belangrijke rol. Op basis van de AVG dient er te worden gestreefd naar dataminimalisatie. Dat wil zeggen dat een organisatie niet meer gegevens mag verzamelen dan strikt noodzakelijk voor het door haar beoogde doel. Dit, in combinatie met het recht op vergetelheid (uit de AVG), verhoogt de druk op het verder en tijdig ‘opruimen’ van gearchiveerde documenten, die gebonden zijn aan een maximale bewaartermijn. Inmiddels hebben er in de afgelopen jaren –in en na overleg met de gemeentearchivaris van Leidenperiodiek opschoningsacties in de fysiek gearchiveerde documenten plaatsgevonden. Ook in de digitale omgeving worden de nodige documenten/gegevens opgeschoond, daarbij worden ook de nodige oude –voldane- vorderingen verwijderd. Deze exercitie wordt jaarlijks herhaald.
De BSGR heeft intern voor zichzelf vastgelegd dat niet alle inkomende documenten behoeven te worden gearchiveerd, omdat deze niet altijd benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee kan onnodige opslag van documenten al aan de voorkant worden voorkomen. Met name daar waar het de registratie van persoonsgegevens betreft. De BSGR streeft er in ieder geval naar om de registratie van (persoons)gegevens, zowel qua aantal als bewaartermijn, zo beperkt mogelijk te houden. Op 18 november 2021 is het voorstel voor modernisering van de Archiefwet ingediend bij de Tweede Kamer. De aanpassing van de Archiefwet is nodig om ervoor te zorgen dat overheidsorganisaties ook digitale informatie goed opslaan en toegankelijk houden. Bovendien moeten de overheidsdiensten de blijvend te bewaren informatie (bijvoorbeeld bestuursbesluiten) straks al na tien in plaats van na twintig jaar overbrengen naar een archiefdienst, waar iedereen de informatie kan raadplegen. Voor de BSGR betekent dat dat deze documenten alsdan bij Erfgoed Leiden moeten worden ondergebracht. De Archiefwet geldt voor organisaties van de Rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen. De Archiefwet geldt verder voor Hoge Colleges van Staat, zoals de Eerste en Tweede Kamer, en voor private organisaties met openbaar gezag taken, zoals notarissen en deurwaarders.
De nieuwe Archiefwet sluit aan bij andere ontwikkelingen, zoals de Wet open overheid (Woo). Deze is per 1 mei 2022 als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), gedeeltelijk in werking getreden. Deze wet moet er voor zorgen dat, naast het actief openbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie, de informatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De verplichtingen uit de Woo om documenten actief openbaar te maken, treedt stapsgewijs in werking. De ontwikkeling van de hiervoor, zoals de Woo voorschrijft, verplicht te gebruiken tool (Platform Open Overheidsinformatie, kortweg PLOOI) is vertraagd omdat het Adviescollege ICT-toetsing de minister van BZK heeft geadviseerd om voor de korte termijn de ontwikkeling van de huidige variant van PLOOI te stoppen en te starten met een minimale, eenvoudigere oplossing (een verwijsindex met zoekfunctie) t.b.v. van het actief openbaar maken van overheidsinformatie. De minister volgt dit advies op. Dit besluit heeft tot gevolg dat de huidige vorm van PLOOI met centrale opslag, een aanleverloket en de aanleverAPI, niet op afzienbare termijn beschikbaar komt voor alle bestuursorganen, daarmee zal op korte termijn ook de aansluiting daarop niet verplicht worden. Informatie die actief openbaar gemaakt moet worden, moet dan digitaal vindbaar zijn via de Woo-index.
Sinds medio 2023 kunnen overheidsorganisaties aansluiten op deze Woo-index. Zij kunnen documenten openbaar maken door documenten eerst op een eigen website te publiceren. Vervolgens vermelden ze de url van de internetlocatie in de Woo-index. Ook de decentrale overheden (gemeenten, waterschappen, provincies en gemeenschappelijke regelingen) moeten op termijn verplicht informatie actief openbaar maken. Mede ten behoeve daarvan verplicht de Woo overheden om de informatiehuishouding op orde te brengen. De verwachting is wel dat met het op orde krijgen van de digitale informatiehuishouding van de overheid nog een aanzienlijke doorlooptijd zal zijn gemoeid. Voor het volledig realiseren hiervan bij het Rijk en de decentrale overheden wordt een termijn van ten minste 8 jaar genoemd (Memorie van
Begroting 2025-2028
34
Toelichting, kamerdossier 35112, blz. 6 vergaderjaar 2018-2019). Omdat het niet efficiënt werd geacht dat ieder bestuursorgaan zelf het wiel uitvindt, is vanuit de Rijksoverheid een meerjarenplanning opgesteld, waarbij een begin is gemaakt bij de digitale huishouding van het Rijk en daarna stap voor stap bij de overige overheden. De BSGR is voornemens om te bezien in hoeverre één en ander kan worden gecombineerd met een definitieve overstap van zowel een fysiek als digitaal archief naar nog slechts digitale archivering van documenten. Financiën De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijs- kwaliteitsniveau. De begroting 2025 is door de BSGR uitgewerkt conform de uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen die door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële Kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden is vastgesteld.
Hoewel voor het begrotingsjaar 2025 vooralsnog geen taakstelling is verwacht ten opzichte van het begrotingsjaar 2024 heeft de werkgroep wel een beroep gedaan op de BSGR om terughoudend te zijn met nieuw beleid. In lijn met dit verzoek is in de begroting 2025 vooralsnog geen nieuw beleid opgenomen. In de Financiële Kaderstelling is tevens verzocht om door middel van een notitie inzicht te geven in mogelijke bezuinigingen op de deelnemersbijdrage van de BSGR. In deze notitie beschrijven wij onze denkrichtingen voor mogelijke besparingen op de deelnemersbijdrage van de BSGR. Dit beschrijven wij vanuit drie lijnen: 1. bezuiniging op de bedrijfsvoering; 2. bezuiniging op dienstverlening; 3. schaalvergroting. 1e lijn : bezuiniging op bedrijfsvoering De BSGR huurt in het kantoorpand aan de Lammenschansweg een aantal verdiepingen. Het huurcontract met de verhuurder loopt eind oktober 2026 af. In 2025 zal daarom een keuze gemaakt moeten worden of de BSGR het huurcontract verlengt of mogelijk kiest voor een andere vestigingsplaats. Het verlengen van het huurcontract in een ‘afgeslankte’ vorm waarbij bijvoorbeeld een verdieping wordt ‘afgestoten’ of het ‘inhuizen’ bij een deelnemer kan zorgen voor een bezuiniging van 100K.
Mogelijke nadelen hierbij zijn: bij groei van de organisatie zijn er niet voldoende werkplekken beschikbaar en een verandering van vestigingsplaats kan mogelijk leiden tot uitstroom van personeel. 2e lijn: bezuiniging op dienstverlening Bij de uitvoering van de belastingheffing en invordering hanteert de BSGR een ruime beleidsvrijheid van haar deelnemers. Dit zorgt bij een aantal deelnemers voor maatwerk en oplopende uitvoeringskosten. Om bezuinigingen door te kunnen voeren is meer standaardisatie in de uitvoering noodzakelijk. Mogelijke besparingen door standaardisatie op het gebied van belastingheffing en invordering zijn: • het afschaffen van de diftarheffing (bezuiniging 150K); • wijziging van de rioolheffing op gebruik (RIOG) in rioolheffing particulieren (RIOP). Dit zorgt voor een bezuiniging van 100K; • het afschaffen van kosteloze betalingsherinneringen (bezuiniging 100K); • het halveren van het aantal automatische incassotermijnen (huidige situatie: maximaal 8) zorgt voor een bezuiniging van 35K;