1. Conceptbegroting 2025-2028 BSGR
Tekst van het document
Begroting 2025 - 2028
Begroting 2025-2028
2
Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................... 3 Opbouw meerjarenbegroting ..................................................................................................... 4 Indeling programmabegroting ................................................................................................ 4 Beleidsbegroting..................................................................................................................... 4 Programmaplan ......................................................................................................................... 6 Dienstverlening naar inwoners en bedrijven .......................................................................... 6 Financieel beleid .................................................................................................................... 7 Programma 1: Heffen ............................................................................................................. 9 Programma 2: Informatie & Inning ...................................................................................... 12 Programma 3: Waarderen.....................................................................................................
16 Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) ......................................................... 20 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................... 22 Paragrafen ............................................................................................................................... 23 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................... 23 Financiering & treasury ........................................................................................................ 25 Verplichte kengetallen.......................................................................................................... 27 Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 28 Financiële begroting ................................................................................................................ 37 Inleiding ............................................................................................................................... 37 Overzicht Baten en lasten .....................................................................................................
38 Geprognosticeerde Balans .................................................................................................... 40 Meerjaren-investeringsplanning ........................................................................................... 40 Overzicht reserves en voorzieningen ................................................................................... 40 BTW Compensatie ............................................................................................................... 41 Bijlage 1: Overzicht baten en lasten 2023 conform Iv3 matrix ............................................... 42 Bijlage 2: Kerngegevens .......................................................................................................... 43 Bijlage 3: Deelnemersbijdragen 2025 - 2028 .......................................................................... 44 Bijlage 4: Baten en lasten 2025 per taakveld verdeeld over de programma’s per deelnemer 45
Begroting 2025-2028
3
Inleiding Voor u ligt het voorstel voor de begroting 2025-2028 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Eerder is de Kaderbrief 2025 waarin de uitgangspunten voor de begroting 2025-2028 zijn weergegeven vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De ontwerpbegroting wordt in april 2024 aan de gemeenteraden en de Verenigde Vergadering van onze deelnemers voorgelegd via een zienswijze procedure, zodat zij in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van BSGR. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bekijkt de BSGR of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de begroting 2025-2028 in september 2024 worden de afspraken, over wat de BSGR wil bereiken, welke diensten er worden geleverd en wat dit mag kosten, definitief gemaakt. De vastgestelde begroting en de zienswijzen worden ter kennisname van Provinciale Staten van ZuidHolland gebracht. Voor het begrotingsjaar 2025 wordt vooralsnog geen taakstelling verwacht ten opzichte van 2024. De indexering van de deelnemersbijdrage 2025 ten opzichte van 2024 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire.
Het stijgingspercentage in deze begroting 2025 is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 4,7% (door een gecorrigeerde indexering van –6,4% in 2023) en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 3,7%. Daarbovenop is voor de programma’s Heffen, Innen en Waarderen de areaaluitbreiding meegenomen, zoals reeds vastgesteld in het AB van 29 februari 2024. Een toelichting op de toepassing van bovenstaande indexering is weergegeven in de paragraaf financieel beleid. De meerjarenbegroting bestaat uit het hoofdstuk opbouw meerjarenbegroting waarin de kaders van de begroting uiteen worden gezet, een hoofdstuk waarin het programmaplan nader wordt uitgewerkt met specificering naar de individuele programma’s, de paragrafen waarin een toelichting wordt gegeven op de aanwezige risico’s en bedrijfsvoeringelementen en afsluitend de financiële begroting naar economische kostencategorieën. In bijlage 4 wordt de deelnemersbijdrage 2025-2028 gepresenteerd.
Begroting 2025-2028
4
Opbouw meerjarenbegroting Indeling programmabegroting De programmabegroting bestaat uit verschillende onderdelen, die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) door het Rijk zijn vastgesteld. Het zijn de beleidsbegroting, met daarin het programmaplan, de paragrafen en de financiële begroting. De verschillende onderdelen worden hieronder beschreven. Beleidsbegroting 1. Programmaplan In de begroting zijn de werkzaamheden van de Belastingsamenwerking verdeeld over vier programma’s namelijk: programma 1 – Heffen programma 2 – Informatie & Inning programma 3 – Waarderen programma 4 – Bedrijfsvoering (voorheen Overhead) Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien.
Bestaande programma-indeling met verantwoording overhead x € 1.000 Jaarrekening 2023 Lasten Programma Heffen 3.356 Programma Informatie & Inning 2.796 Programma Waarderen 5.110 Programma Overhead 3.386 Algemene dekking en onvoorzien 0 Totaal Lasten 14.648 Baten Programma 1 - Heffen -3.356 Programma 2 - Informatie & Inning -2.796 Programma 3 - Waarderen -5.110 Programma 4 - Overhead -3.386 Algemene dekking en onvoorzien -665 Totaal Baten -15.313 Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten -665 Mutaties reserves Dotaties aan bestemmingsreserve 0 Onttrekking aan het rekeningresultaat 0 Onttrekkingen aan bestemmingsreserve 0 Saldo mutaties reserves 0 Resultaat na bestemming -665
3.752 3.162 5.509 3.437 109 15.968
Gewijzigde begroting maart 2024 2.200 2.968 6.238 5.661 109 17.175
-3.752 -3.162 -5.509 -3.437 -109 -15.968 0 0 0 0 0 0
Primaire begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
2.358 3.142 4.504 5.877 109 15.989
2.358 3.142 4.504 5.974 109 16.087
2.358 3.142 4.504 5.872 109 15.985
2.358 3.142 4.504 5.868 109 15.981
-2.200 -2.968 -5.938 -5.661 678 -16.089 1.086
-2.358 -3.142 -4.504 -5.877 -109 -15.989 0
-2.358 -3.142 -4.504 -5.974 -109 -16.087 0
-2.358 -3.142 -4.504 -5.872 -109 -15.985 0
-2.358 -3.142 -4.504 -5.868 -109 -15.981 0
300 -300 -300 -300 786
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
De indeling per programma is gelijk. In elk programma wordt antwoord gegeven op de ‘3W-vragen’: 1. Wat willen we bereiken aan maatschappelijke effecten? 2. Wat gaan we daarvoor doen? 3. Wat gaat dat kosten? Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, zullen de maatschappelijke effecten zich vooral vertalen in de te verwachten productie die voor de deelnemers gedraaid zal worden en de kwaliteit van die productie. Bij de ontwikkeling van besturingsinstrumentarium zijn de deelnemers betrokken. De sturingselementen zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.
Begroting 2025-2028
5
De kosten van een programma worden weergegeven door middel van een tabel, waarin een aantal wettelijk voorgeschreven elementen verwerkt zijn: a. per programma c.q. productgroep de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het geraamde resultaat voor bestemming; c. de mutaties in de reserves per programma (een + is een storting, een – is een onttrekking); d. het geraamde resultaat na bestemming volgend uit de onderdelen b. en c. De tabel is opgebouwd uit jaarschijven. Aanmerkelijke verschillen tussen de verschillende jaarschijven worden toegelicht. In de Regeling financieel beheer is opgenomen dat in de begroting een overzicht gegeven wordt van de producten, respectievelijk diensten en de daarmee samenhangende baten en lasten. Voor deze begroting wordt volstaan met de opmerking dat de programma-indeling overeenstemt met het productenoverzicht. Paragrafen In de paragrafen wordt aandacht besteed aan een aantal financiële en bedrijfsmatige onderwerpen die dwars door het beleid van de programma’s heen lopen. De onderwerpen – die het Rijk vanaf 2004 in de programmabegroting verplicht stelt en welke van toepassing zijn op de BSGR zijn: ➢ de bedrijfsvoering; ➢ het weerstandsvermogen (de mate waarin tegenvallers financieel kunnen worden opgevangen); ➢ financiering (lenen en uitzetten van geld). 2.
Financiële begroting In de financiële begroting wordt de financiële positie van de BSGR toegelicht en een meerjarig overzicht van inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) gegeven. Daarnaast bevat dit onderdeel de investeringsplanning en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Op basis van de te verwachten ontwikkelingen wordt er in maart 2024 een begrotingswijziging over 2024 aangeboden. Bij de besluitvorming over de jaarrekening 2023 zal aan het bestuur formeel worden voorgesteld om €300K van het resultaat 2023 ten gunste van de bestemmingsreserve afhandeling WOZ-bezwaren 2023. Daarnaast wordt voorgesteld om € 65K te doteren aan de Algemene Reserve, zodat deze richting 5% van de totale lasten van de begrotingswijziging 2023 gaat. Het eigen vermogen komt met de dotatie van het rekeningresultaat uit op € 846K. Tot slot wordt de resterende € 300K teruggegeven aan de deelnemers op basis van de verdeelsleutel van het kostprijscalculatiemodel 2023.
Begroting 2025-2028
6
Programmaplan Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert. Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze type 2 kwalificatie. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Certificering is daarmee een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft. De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijs-kwaliteitsniveau.
Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken. Personeel met kennis van lokale belastingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties onder druk zet. Belastingorganisaties zullen daarom actiever moeten zoeken naar mogelijkheden voor een verregaande samenwerking, dan wel dat op termijn de dienstverlening moet worden aangepast aan de veranderende omgeving. Deze ontwikkeling ziet het accountantskantoor BDO overigens ook binnen gemeenten. Samenwerking met andere belastingkantoren kan gelet op bovenstaande niet alleen kostenvoordelen bieden maar ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het beheersbaar houden van de interne organisatie. De vraag is echter of dit voldoende is om het huidige zeer hoge niveau van dienstverlening te kunnen waarborgen. Dienstverlening naar inwoners en bedrijven In 2019 heeft de BSGR met haar deelnemers een geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten (tekst vastgesteld door het dagelijks bestuur van de BSGR op 21 maart 2019). In de DVO zijn met de deelnemers afspraken gemaakt over de dienstverlening van de BSGR.
Enerzijds naar de deelnemers zelf (wat mogen de deelnemers zelf van de BSGR verwachten) en anderzijds naar de inwoners en bedrijven van het verzorgingsgebied (wat mogen zij, op basis van afspraken tussen de deelnemer en de BSGR, verwachten). De BSGR beoogt de huidige tekst van de DVO dit jaar met haar deelnemers door te spreken zodat deze gelijktijdig met de aanpassingen die in de tekst van de gemeenschappelijke regeling van de BSGR moeten worden doorgevoerd als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen uiterlijk in 2024 kunnen worden geëffectueerd. Daarnaast wordt ook nog in andere regelingen, zoals het Besluit gegevensverstrekking, invulling gegeven aan de dienstverlening naar de deelnemers. De hierin vastgelegde gegevensleveringen zijn afgelopen jaar aan de deelnemers ter evaluatie voorgelegd. Dit heeft nog niet geleid tot enige aanpassing in het Besluit. In de praktijk blijkt wel dat er zich toch mogelijk situaties kunnen voordoen waarbij het ruimer delen van bij de BSGR beschikbare gegevens werkzaamheden voor een deelnemer kan vereenvoudigen, bijvoorbeeld op het gebied van controles. Komend jaar zal dit verder met de deelnemers worden besproken. Voor wat betreft de dienstverlening naar inwoners en bedrijven is deze in de DVO geconcretiseerd in Afspraken over kwaliteitsaspecten.
Hierover wordt twee keer per jaar aan de deelnemers gerapporteerd te weten in de 8-maandsrapportage en de jaarlijkse belastingrapportage.
Begroting 2025-2028
7
In de afgelopen jaren heeft de BSGR al op verschillende manieren de dienstverlening naar de inwoners en bedrijven verbeterd en/of uitgebreid op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en betalingsmogelijkheden. Daarnaast zal de BSGR, daar waar mogelijk binnen de wettelijke, technische en financiële kaders, blijven streven naar een verdere verbetering van haar service aan haar klanten. Zo heeft de BSGR bijvoorbeeld in 2022 in het kader van de Vroegsignalering de digitale toegang tot individuele dossiers beschikbaar gesteld, zodat sociale wijkteams van de aan de BSGR deelnemende gemeenten inzage kunnen hebben in bij de BSGR openstaande belastingschulden van individuele belastingplichtigen. Alhoewel de BSGR continu zal blijven zoeken naar mogelijkheden om haar dienstverlening te verbeteren, wordt hierbij wel uitdrukkelijk de kanttekening geplaatst dat bij eventuele begrotingstekorten in de komende jaren het juist de dienstverlening zal zijn die ‘geraakt’ wordt. Dit wordt veroorzaakt doordat de BSGR voornamelijk wettelijke taken uitvoert waarop, gezien het al zeer lage kostenniveau van de BSGR en de steeds verder toenemende druk van strengere wettelijke eisen o.a. op het gebied van aanbesteding, archivering, ICT, privacy en verantwoording, niet verder kan worden bezuinigd.
Ook de huidige zeer krappe arbeidsmarkt heeft gevolgen voor de dienstverlening, zelfs voor het op peil houden van het huidige niveau. Daarnaast is het nog onzeker hoe het volume aan WOZ-bezwaarschriften zich zal gaan ontwikkelen naar aanleiding van aanpassingen in het belastingplan 2024.
Financieel beleid De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen zijn verwerkt in de begroting 2025, voor wat betreft de begrotingsjaren 2025 tot en met 2028. Voor het begrotingsjaar 2025 wordt vooralsnog geen taakstelling verwacht ten opzichte van 2024. Wel is het verzoek gedaan om voor 2025 terughoudend te zijn met beleidsintensiveringen/nieuw beleid. In lijn met dit verzoek is in deze begroting 2025 (vooralsnog) geen nieuw beleid opgenomen, anders dan ontwikkelingen die vanuit wetgeving dan wel continuïteit noodzakelijk zijn. De indexering van de deelnemersbijdrage 2025 ten opzichte van 2024 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage in deze begroting 2025 is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 4,7% (door een gecorrigeerde indexering van –6,4% in 2023) en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 3,7%. De algemene reserve mag, conform de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen 2019, niet meer bedragen dan 5% van het totaal van de begrote lasten.
Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. In onderstaande tabel wordt het verloop van de indexering over de jaren 2022 tot en met 2025 weergegeven. Uit deze tabel blijkt dat de BSGR voldoet aan de vastgestelde indexeringsnormen.
Naast de bovenstaande indexaties is voor de programma’s Heffen, Innen en Waarderen de areaaluitbreiding meegenomen, zoals reeds vastgesteld in het AB van 29 februari 2024. Dit is conform het voorstel van de stuurgroep Midden-Holland en betreft een totale ophoging van € 203,6K, verdeeld
Begroting 2025-2028
8
over 63% personele lasten en 37% materiële lasten. De exacte verdeling (inclusief verdeling per deelnemer per programma) is als volgt: Deelnemer
Heffen Personeel
Innen Materieel
Personeel
Waarderen Materieel
Totaal
Personeel
Materieel
Personeel
Materieel
Rijnland
21.876
12.848
18.591
10.919
-
-
40.467
23.767
BoRe
494
290
420
247
2.249
1.321
3.162
1.857
Gouda
2.377
1.396
2.020
1.186
10.821
6.355
15.217
8.937
Katwijk
951
558
808
475
4.328
2.542
6.087
3.575
Leiden
2.343
1.376
1.992
1.170
10.668
6.266
15.003
8.812
Leiderdorp
71
41
60
35
321
189
452
265
Oegstgeest
319
188
271
159
1.454
854
2.045
1.201
Velsen
2.700
1.586
2.295
1.348
12.292
7.219
17.286
10.152
Voorschoten
553
325
470
276
2.519
1.480
3.543
2.081
Waddinxveen
1.452
853
1.234
725
6.611
3.883
9.297
5.460
Wassenaar
784
460
666
391
3.567
2.095
5.017
2.946
Zoeterwoude
1.679
986
1.427
838
7.642
4.488
10.747
6.312
Totaal
35.598
20.907
30.253
17.768
62.472
36.690
128.324
75.365
Onderstaand zal per programma de meerjarenbegroting nader worden toegelicht.
Begroting 2025-2028
9
Programma 1: Heffen Onderwerp Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Tevens worden ingebrekestellingen wegens het uitblijven van een uitspraak binnen de wettelijke beslistermijn met betrekking tot deze bezwaren binnen het programma Heffen opgepakt.
Wat gaan we doen? Aanpassing belastingstelsel waterschapsheffingen Het huidige belastingstelsel van de waterschappen bevat enkele knelpunten. Begin 2020 heeft een stuurgroep onder leiding van voormalig staatssecretaris Menno Snel het voortouw genomen. Het voorstel van de stuurgroep kon op 11 december 2020 in de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen op unanieme steun rekenen. Op 25 februari 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het voorstel voor aanpassing van het belastingstelsel naar de Tweede Kamer gestuurd. 21 december 2023 is uiteindelijk het wetsvoorstel aangemeld voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Door het schuiven in de tijd is de oorspronkelijke invoeringsperiode tot aan 1 januari 2025 te kort geworden om de wet op een goede manier in te voeren. Het voorstel is nu invoering op 1 januari 2026 plaats te laten vinden. De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid en voldoende en schoon oppervlaktewater. Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft.
Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan. Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening. Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën. De waterschappen introduceren met deze voorstellen ook de mogelijkheid om te differentiëren in de tarieven voor de watersysteemheffing gebouwd. Die kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. De WOZ-waarden van woningen is echter de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Met de mogelijkheid van tariefdifferentiatie kunnen de waterschappen binnen de categorie gebouwd tot een gelijkmatige lastenontwikkeling komen. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling dat deze tariefdifferentiatie enkel voor deze toepassing wordt gebruikt. Ook de zuiverings- en verontreinigingsheffing worden aangepast. De zuiveringsheffing dekt de kosten van het zuiveren van rioolwater. De verontreinigingsheffing wordt in rekening gebracht als afvalwater rechtstreeks in oppervlaktewater wordt geloosd.
Op basis van de huidige wetgeving moeten waterschappen mens- en milieubelastende stoffen gebruiken bij de laboratoriumanalyses voor het vaststellen van de vervuilingswaarde van het afvalwater van bedrijven. Dat willen de waterschappen niet meer. Daarom komen zij met een alternatief voor deze methode die geen gebruik maakt van mensen milieubelastende stoffen. De impact van de wijzigingen voor de BSGR leek relatief beperkt te zijn. Op basis van de laatste stand van zaken is de verwachting dat er toch automatiseringsaanpassingen moeten worden doorgevoerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor de overgangsperiode waarin twee stelsels naast elkaar moeten worden geadministreerd. Belastingaanslagen kunnen immers tot 3 jaar terug worden opgelegd, dus nog op basis van het oude stelsel.
Begroting 2025-2028
10
Het uitstel voor invoering in 2026 in plaats van 2025 komt daarmee tegemoet aan de cruciale factor van benodigde automatiseringsaanpassingen en de beschikbare capaciteit hiervoor bij ICT leveranciers. Van belang daarvoor zijn tevens de definitieve specificaties van de aanpassingen. Zolang deze niet bekend zijn, zullen ICT-leveranciers niet starten met de ontwikkeling. Daarmee zijn de financiële consequenties van deze wijziging op dit moment nog niet duidelijk en kunnen daarom nog niet in de begroting worden meegenomen. Belastingschuif naar gemeenten weer op de agenda Gemeenten krijgen mogelijk een groter eigen belastinggebied. In het op 15 december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord staat dat het inmiddels demissionaire kabinet de mogelijkheid daarvoor als optie bekijkt. Dat gebeurt dan in het kader van de uitwerking van een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten en provincies. Die nieuwe bekostiging om tot een stabielere financiering van gemeenten en provincies te komen, is gepland voor de periode na 2025 en kan daarmee samen gaan lopen met de wijzigingen in de waterschapsheffingen. Er wordt daarnaast inmiddels onderzoek gedaan naar de invoering van een grondbelasting en een planbatenheffing. Deze heffingen moeten helpen in het vlot trekken van de woningbouw in Nederland.
Naast het mogelijk ruimere eigen gemeentelijk belastinggebied, worden in de beschouwing ook alternatieven voor de onroerende zaakbelasting (ozb) betrokken. Inmiddels is voorzichtig sprake van het invoeren van een ingezetenenheffing, waarin mogelijk ook de ozb geïncorporeerd zal worden. Dit laatste zou kunnen helpen om de oplopende uitvoeringskosten voor steeds meer maatwerkheffingen in de hand te houden. Kostenbesparingen zijn immers gebaat bij vergaande standaardisatie. Basisregistraties: een update Lag in voorgaande jaren de nadruk op de invoering en implementatie van een aantal basisregistraties, waaronder het Handelsregister en de LV WOZ, in de komende jaren zal de focus nadrukkelijk liggen op het beheer hiervan. De eerste beheertools zijn inmiddels ontwikkeld en in gebruik. Het (door)ontwikkelen van deze tools moet leiden tot een beheersituatie op de vakafdelingen. Er is sprake van een voorgestane wijziging van het informatiemodel van de LV WOZ. Na rijp beraad met de achterban is dit idee tijdelijk geparkeerd. De kosten voor IM-WOZ zijn dermate hoog dat ze niet in verhouding staan tot de verwachte revenuen. Ook Common-Ground heeft de afgelopen tijd weinig voortgang geboekt. Softwareontwikkelaars bleven de ontwikkelingen volgen maar hebben, op een enkeling na, geen stappen genomen om CommonGround te omarmen. De richting was te onduidelijk.
Inmiddels heeft vanuit Common-Ground wel een heroverweging plaatsgevonden. Common-Ground moet een programma zijn voor en door álle gemeenten en niet van een enkele zoals nu het geval is. Er wordt van Common-Ground dan ook een project gemaakt, waarbij eenieder wordt betrokken. De basisregistratie Kadaster BRK 2.0 is in augustus 2023 in gebruik genomen. De komende jaren zullen in het kader staan van het beheer van de nieuwe software die hiermee gepaard gaat. Uiteraard zal er na implementatie gewerkt moeten worden aan de ontstane uitval. Ditzelfde geldt voor de basisregistratie Handelsregister, deze is eindelijk zover dat er echt mee gewerkt kan worden. De kwaliteit is nog suboptimaal maar wel beter dan het oude bestand van de Kamer van Koophandel. Naast de basisregistraties spelen er op het vlak van ICT ook nog andere ontwikkelingen, zoals GDI en GGI die gevolgen gaan hebben voor de bedrijfsvoering binnen de afdeling Heffen. Werkprocessen zullen op een andere wijze moeten worden opgezet, mogelijk worden werkprocessen in de uitvoering gecompliceerder. De medewerkers zullen dan ook middels opleiding in staat moeten worden gesteld om de komende ontwikkelingen te kunnen blijven volgen. Dit speelt temeer daar landelijk een erosie van belastingkennis wordt geconstateerd. Evenals bij de Rijksbelastingdienst gaat veel ervaren personeel de komende 5-8 jaar met pensioen.
Ook hier kan standaardisatie van heffingssoorten en processen een uitkomst betekenen.
Begroting 2025-2028
11
Beheer in de Cloud In steeds toenemende mate worden er door IT-bedrijven diensten aangeboden in de Cloud. Kostenbesparing en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud en de komende jaren zal landelijk gezien het aantal diensten en oplossingen dat in de Cloud draait, alleen maar verder toenemen. Ook onze softwareleverancier, Centric, gaat zijn software de komende jaren aanbieden vanuit de Cloud. Dat wil zeggen de software aanbieden middels een SaaS-oplossing (Software as a Service). Alhoewel deze ontwikkelingen bij onze softwareleverancier forse vertraging hebben opgelopen, zal BSGR zodra zowel voor alle gemeentelijke – als waterschapsheffingen een SaaS versie beschikbaar komt hiertoe overgaan. De overgang naar SaaS heeft wel de nodige consequenties, zowel voor de variaties van de gehanteerde heffings-methodieken als op het personele vlak. De verwachting is dat: • Vanuit de Cloud een standaardpakket zal worden aangeboden. Standaardisatie van heffingstechnieken wordt de norm, waarbij voor eventueel maatwerk per organisatie afzonderlijk zal moeten worden afgerekend. • Onderhoud van de software een stuk eenvoudiger en overzichtelijker zal worden, aangezien er primair nog maar één systeem behoeft te worden onderhouden. • De inzet van eigen dan wel ingehuurd applicatiebeheer kan worden ingeperkt.
Het overgrote deel van de werkzaamheden vindt dan immers plaats bij de leverancier. Voor belastingorganisaties en gemeenten en waterschappen die hun belastingtaak nog zelf uitvoeren zal er overigens geen ontkomen zijn aan de overstap naar de Cloud. De verwachting is dat op middellange termijn alle aanbieders van software voor lokale heffingen dit nog slechts zullen doen op basis van een SaaS. Indien men hier nog aan wil ontkomen is het enige alternatief het zelf bouwen van een applicatie, iets wat de BSGR als niet haalbaar beschouwt. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatiseringskosten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming
2.897 120 339 3.356
Primaire begroting 2024 3.069 329 353 3.752
Gewijzigde begroting maart 2024 2.050 150 0 2.200
-3.261 -95 -3.356 0 0 0 0 0
-3.752 0 -3.752 0 0 0 0 0
-2.200 0 -2.200 0 0 0 0 0
Jaarrekening 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
2.182 176 0 2.358
2.182 176 0 2.358
2.182 176 0 2.358
2.182 176 0 2.358
-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0
-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0
-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0
-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0
De personeelslasten zijn voor 2025 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. De ICT-lasten, inclusief de doorbelastingen naar de andere programma’s, zijn sinds de begrotingswijziging van maart 2024 overgeheveld naar het Programma Overhead / Bedrijfsvoering.
Begroting 2025-2028
12
Programma 2: Informatie & Inning Onderwerp Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. De aanmaningen kunnen uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Daarnaast bevat dit programma de klantencontacten in de vorm van correspondentie, algemene telefoonbeantwoording en balie- en receptiewerkzaamheden. Tenslotte omvat het programma de behandeling en afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake respectievelijk invorderingskosten en kwijtscheldingen. Wat gaan we doen? De BSGR en dus ook de afdeling I&I blijven de maatschappelijke trend volgen met betrekking tot meer maatschappelijk invorderen. Door de decentralisering in het sociale domein wordt van lokale overheden verwacht dat zij hier een actieve invulling aan geven. Er dient dus al in een vroeg stadium een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen 'niet kunnen' en 'niet willen' betalen van aanslagen. Vroegsignalering wordt bij gemeenten steeds verder uitgebreid om de schuldenproblematiek zo vroeg mogelijk aan te pakken en erger te voorkomen.
De sociale dienst van de gemeente kan met belangrijke organisaties zoals woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars, energieleveranciers, sociale verzekeringsbank, etc. een convenant afsluiten, waarin wordt afgesproken dat indien er bij één van de aangesloten organisaties een betalingsachterstand ontstaat, een sociaal wijkteam wordt ingeschakeld om met de betreffende burger in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen en betaalafspraken te maken. Gemeentelijke heffingen maken wettelijk nog geen deel uit van vroegsignalering, maar er zijn bij tien gemeenten (oa. Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Purmerend) inmiddels pilots gestart om te beoordelen of deze heffingen in de nabije toekomst ook onder deze regeling zouden kunnen gaan vallen. Burgers kunnen indien gewenst op afspraak langskomen bij het kantoor van de BSGR, ook voor het uitvoeren van een betaling. Hoewel het aantal bezoekers de afgelopen jaren steeds verder terugloopt, blijft dit een contact- en betaalmogelijkheid voor burgers die gewaardeerd wordt Degenen die 'niet willen' betalen, zullen eerder, maar ook "harder" en gerichter dienen te worden aangepakt. De mogelijkheden om te betalen (per pin/contant aan de deurwaarder, maar ook via een betaallink per sms of email) zijn er al, maar ook de inzet van de deurwaarders wordt hier meer en meer op ingezet, waarbij op resultaat gestuurd wordt.
Kinderopvangtoeslagaffaire In 2021 heeft de BSGR een start gemaakt met de Verzamelwet hersteloperatie Toeslagen. Dit houdt in dat van elke mogelijke gedupeerde van de Toeslagenaffaire in de administratie dient te worden gecontroleerd of er sprake is van openstaande schulden t/m belastingjaar 2020. Deze dienen bij gedupeerden te worden kwijtgescholden. Daarnaast dienen bij gedupeerden eventueel betaalde bedragen ná 2020 (maar wel bestemd voor vorderingen t/m belastingjaar 2020) te worden terugbetaald. Omdat gedupeerden zich nog t/m 31 december 2023 konden melden bij de Rijksbelastingdienst (RBD) en de afwikkeling door de RBD erg moeizaam en langzaam verloopt, zal de BSGR ook de komende jaren maandelijks controles uitvoeren en gedupeerden individueel berichten over de afwikkeling. Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van € 30.000,- dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een 'schuldenvrije' start krijgen. Concreet betekent dit dat gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit mogelijk niet meer zullen krijgen.
Daarnaast ziet de BSGR de volgende ontwikkelingen op zich afkomen: Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Het wetsvoorstel 'Fiscale Vereenvoudigingswet 2017' beoogt de burger betere rechtsbescherming te bieden tegen de beslissing op een verzoek om kwijtschelding en tegen de beslissing op een verzoek om uitstel van betaling.
Begroting 2025-2028
13
Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. De implementatie is door vertragingen bij de Rijksbelastingdienst voorlopig uitgesteld. De ingangsdatum is in 2023 bepaald op januari 2027(*). Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. In de nieuwe wet zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken extra kosten voor de BSGR met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan : • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten te betalen voor kwetsbare doelgroepen • Proceskosten bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken.
Dit zou voor NCNPbureaus interessant kunnen zijn om zich op deze markt te begeven. De wetswijziging per 01 januari 2024 waarin sprake is van een verlaging van proceskosten die tevens aan de burger dienen te worden uitbetaald, is nog niet voor eventuele bezwaren tegen kwijtscheldings-verzoeken van toepassing. • De BSGR heeft in samenwerking met Centric het kwijtscheldingsproces wel al zodanig ingericht dat al zo veel mogelijk gewerkt kan gaan worden conform de genoemde behandeltermijn. (*) = kosten als gevolg van de inwerkingtreding van de wet zijn niet in de begroting opgenomen, maar zouden net als de afgelopen jaren bij de WOZ-bezwaren aanzienlijk kunnen zijn. Robotisering / Artificiële Intelligentie De BSGR werkt met name met 'scripting' (processen die door een programma uitgevoerd worden, of aanvullend op een proces worden uitgevoerd). Omdat de BSGR zal overgaan naar de cloudversie van het belastingpakket, zullen alle scripts die momenteel worden gebruikt ter efficiency en/of controle van de huidige processen, dienen te worden (her)beoordeeld. Bezien wordt of deze in de nieuwe cloudversie kunnen dan wel moeten worden opgenomen. Daar waar ‘scripting’ niet meer mogelijk is of teveel (onderhoud)geld kost, kan RPA (Robotic Process Automation) of robotisering een oplossing zijn.
RPA is de automatisering van op business rules gebaseerde bedrijfsprocessen door middel van een software-applicatie of een 'software robot'. Met name processen die een hoog repeterend karakter kennen qua verzamelen, invoeren en valideren van informatie uit systemen of spreadsheets komen hiervoor in aanmerking. Hardheidsclausule Invorderingswet 1990 In het Belastingplan 2024 is voorgesteld om een hardheidsclausule in de Invorderingswet 1990 op te nemen. Hiermee wordt het mogelijk om bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen als er zich onvoorziene onbillijkheden van overwegende aard voordoen bij toepassing van de wet. Bij eventuele toepassingen van de hardheidsclausule zal dus maatwerk dienen te worden toegepast. Eventuele kosten van dit maatwerk zijn niet in de begroting opgenomen omdat deze vooraf niet bekend zijn. Kwijtschelding 3.0 Het doel van Kwijtschelding 3.0 is dat de burger in toenemende mate zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens en deze beschikbaar stelt voor organisaties. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze zelf verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek.
Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een steeds belangrijkere rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden, maar zou ook mogelijk formatieve consequenties kunnen hebben. Een tegengeluid rondom kwijtschelding is dat sommige waterschappen en gemeenten er voor willen kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet. Met de huidige
Begroting 2025-2028
14
kostenstijgingen en inflatie zijn het afgelopen jaar de vermogensnormen nog verder opgetrokken waardoor meer burgers in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk voor de burger maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar. Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar toch niet rond kunnen komen. Deze gevallen komen helaas vaak voor, zeker met de huidige kostenstijgingen en inflatie. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden. Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen. Herziening incassostelsel Het Nederlandse incassostelsel nodigt uit tot escalatie.
Vorderingen lopen hoog op door bijkomende kosten en het systeem zet aan om schuldeisers te laten gaan voor eigen gewin. In een onderzoeksrapport ‘Schulden klein houden en perspectief bieden’ worden aanbevelingen gedaan voor een fundamentele verandering van het stelsel van schulden, vorderingen en incasso. Kern van de voorgestelde aanbevelingen is een verschuiving van de focus: van inning die niet langer gericht is op afzonderlijke vorderingen maar op collectief belang van debiteur en schuldeisers. Een en ander zou kunnen leiden tot aanzienlijk lagere invorderingsopbrengsten voor de deelnemers en daarmee minder inkomsten. Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van 'instroom' van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald. Het leggen van beslag op roerende zaken is aan het veranderen.
Wettelijk mag er op steeds minder roerende zaken beslag worden gelegd omdat zaken als eerste levensbehoefte worden gerekend (televisie, computer, etc.). Sinds 2021 is het enerzijds makkelijker geworden voor deurwaarders om 'administratief' beslag te leggen op een auto, maar anderzijds wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen door de opkomst van 'private-lease' omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij. Het leggen van derdenbeslag (bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan, waardoor dit via een beveiligde emailomgeving moet worden gedaan. Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet. Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Een andere laatste actie kan zijn, in het geval van eigendom, het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, dan wel de schuld wordt verrekend met de verkoopsom.
Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 18 maanden (t/m 2023 was dit 36 maanden) weer schuldenvrij te laten zijn. Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger. Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting. Dit bedrag zal veelal lager worden nu de termijn is aangepast van 36 naar 18 maanden. Samenvattend betekent dit dat invorderen richting toekomst steeds meer informatie gestuurd wordt en digitale procesgangen vraagt van de BSGR. Het schriftelijk administratieve werk is steeds meer aan het verdwijnen. De vrijkomende capaciteit wordt ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen.
Begroting 2025-2028
15
Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Bijdragen GDI Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Doorbelastingen GDI Uitvoeringskosten KTA Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming
1.677 836 -4 288 2.796
Primaire begroting 2024 1.943 815 164 240 3.162
Gewijzigde begroting maart 2024 1.856 902 164 46 2.968
-2.806 28 -17 -2.796 0 0 0 0 0
-2.998 -164 0 -3.162 0 0 0 0 0
-2.804 -164 0 -2.968 0 0 0 0 0
Jaarrekening 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
1.974 948 172 48 3.142
1.974 948 172 48 3.142
1.974 948 172 48 3.142
1.974 948 172 48 3.142
-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0
-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0
-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0
-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0
De personeelslasten zijn voor 2025 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten, waarbij opgemerkt wordt dat de kosten van het print- en drukwerk en de bankkosten in de begrotingswijziging van maart 2024 gestegen zijn. Voor wat betreft de automatiseringskosten, de overheveling van dit budget van programma Informatie & Inning naar programma Overhead / Bedrijfsvoering zorgt ervoor dat er in de begroting geen doorbelasting van de automatiseringskosten meer plaatsvindt. De resterende automatiseringslasten betreffen de telefonie.
Begroting 2025-2028
16
Programma 3: Waarderen De Belastingsamenwerking voert voor haar deelnemers de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten. De BSGR voert het WOZ proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZ-als plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer.
Wat gaan we doen? Voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen en specifiek voor de BSGR bieden onder andere de lange-termijn-agenda van de Landelijk Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en het strategiedocument van de Waarderingskamer (tot 2025) een handvat voor de thema's, ontwikkelingen en initiatieven welke de komende jaren binnen het belastingdomein te verwachten zijn. Specifiek voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) biedt het strategiedocument van de Waarderingskamer (2020-2025) en het jaarlijks geactualiseerde werkplan, inzicht in de belangrijkste onderwerpen binnen de ontwikkelingen op het gebied van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de verwachte invloed daarvan op de werkzaamheden binnen het WOZ-domein. Voor het maatschappelijk draagvlak en het vergroten van vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden is het van belang dat de WOZ-uitvoering, zowel op het vlak van gegevensbeheer als WOZtaxaties, mee blijft ontwikkelen met maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Met het hoge digitaliseringstempo zal de komende periode steeds meer gestuurd worden op het standaardiseren van processen, aansluiting op open data en verminderen van complexiteit. Door gebruik te gaan maken van SAAS-oplossingen kunnen in de toekomst vernieuwingen eenvoudiger en sneller worden doorgevoerd tegen een lagere prijs-kwaliteitverhouding.
Dit is echter ook één van de onderwerpen welke vertraging oplopen en waarvan de planning verder richting de toekomst getrokken wordt. Tussen 2025 en 2028 zullen zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daarop te anticiperen en vooral medewerkers de mogelijkheid te bieden mee te ontwikkelen (‘boeien en binden’). Waarderingsapplicatie De waarderingsapplicaties (lees: taxatiemodellen) hebben zich de afgelopen jaren in hoog tempo (door)ontwikkeld. Voor de traditionele taxatiemodellen gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, zoals bij het huidige taxatiemodel van de BSGR, zal innovatie en aanvullende ontwikkeling richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) de komende jaren noodzakelijk worden. De nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen veel flexibeler worden ingericht en maken in toenemende mate al gebruik van AI-technieken. Verschillende vormen van (open data) informatie kunnen steeds eenvoudiger worden ingepast in of toegevoegd worden aan deze nieuwe applicaties.
Met name (specifieke) informatie over de locatie is steeds meer massaal beschikbaar; hierbij kan ook gedacht worden aan informatie rondom duurzaamheid, energie-labels en/of informatie rondom de toenemende verzakkingsproblematiek. Het huidige waarderingsmodel voldoet – naast performance -issues - op een aantal vlakken niet voldoende aan de doorontwikkelingsvereisten. Het nieuwe waarderingspakket zal naast toekomstbestendigheid en een hoge(re) mate van transparantie ook voordelen moeten brengen in de performance en daarmee in de efficiëntie. De betrouwbaarheid van de kwaliteit van de uitkomst van de (nieuwe generatie) taxatiemodellen zal getoetst worden aan de hand van (internationale) standaarden. De marktverkenning zal in 2024 worden opgestart waarna de Europese aanbesteding in 2025 afgerond kan worden; ingebruikname kan dan naar verwachting in 2026 plaatsvinden.
Begroting 2025-2028
17
Vernieuwing/modernisering taxatieverslag Naast betrouwbaarheid is ook transparantie een belangrijk criterium voor borging van kwaliteit. De BSGR is vanaf 1 januari 2025 verplicht om het moderne taxatieverslag woningen aan de inwoners ter beschikking te stellen. Naast de traditionele gegevens die op het huidige taxatieverslag zichtbaar zijn, is hierbij het uitgangspunt dat de inwoners – in brede zin - meer inzicht gegeven wordt in de gegevens welke ten grondslag liggen aan de vastgestelde WOZ-waarde. Meer transparantie over kenmerken, waardeontwikkelingen en liggingsaspecten kan zorgen voor een hoger acceptatieniveau. De huidige waarderingsapplicatie kan, in de huidige vorm, deze informatie (nog) niet massaal in de gewenste vorm beschikbaar stellen. Deze eis zal meegenomen worden in bovengenoemd aanbestedingstraject. Regie op eigen WOZ-gegevens Om de uitvoering van de WOZ uitvoerbaar (en betaalbaar) te houden zal de komende jaren onderzocht worden hoe de input van de inwoners maximaal vertaald kan gaan worden richting de taxatiemodellen en daarmee de vastgestelde waarden.
Op de maatschappelijke ontwikkeling die stelt dat iedereen recht heeft op het inzien van gegevens die de overheid over hem/haar geregistreerd heeft, kan worden aangesloten door inwoners en bedrijven de mogelijkheid te bieden om de in de WOZ-administratie geregistreerde informatie te controleren en te verrijken. De voorkeur gaat uit naar een (landelijk) uniform (woning)loket. Samen met onder andere de Waarderingskamer, de ministeries en andere gemeenten en samenwerkingsverbanden investeert de BSGR actief in deze innovatie. Vanzelfsprekend zal aan de hand van analyses een aantal controletools ingezet moeten worden. Naast transparantie levert bovenstaande ook een reductie op in het aantal bezwaarschriften: met name de secundaire kenmerken vormen op dit moment het grootste aandeel in de reden waarom de WOZ-waarde in de bezwaarfase wordt verlaagd. Naar verwachting is hiervoor een aanpassing in de huidige waarderingsinstructie nodig; de voorbereidingen zullen in 2024 en 2025 plaatsvinden; mogelijke invoering wordt in 2026 verwacht.
Uniforme vastgoedregistratie Binnen het interbestuurlijk samenwerkingsverband Dis Geo (doorontwikkeling in samenwerking van de Geo-basisregistraties) werken verschillende partijen samen aan het ontwerp van een samenhangende objectenregistratie (SOR) waarbij de randvoorwaarden, waaronder de organisatie van de SOR, de rollen en verantwoordelijkheden van partijen (waaronder de samenwerkingsverbanden), de governance en de financiering, de komende jaren verder uitgewerkt zullen gaan worden door o.a. het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), het Kadaster, de Waarderingskamer en de VNG. Het aanvankelijk gestelde streefbeeld voor doorontwikkeling en introductie richting 2025 is niet haalbaar gebleken. De Waarderingskamer geeft op dit vlak aan zorgen te hebben over het (verder) uitblijven van duidelijkheid over de beoogde SOR (en het common-ground-principe). Het feit dat er geen helderheid is rondom de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR speelt hierin een rol .Dit kan invloed hebben op de doorontwikkeling van de WOZ-uitvoering en daarmee ook op de kwaliteit en efficiency van de WOZ-dienstverlening aan belanghebbenden. Er zijn binnen het stelsel van basisregistraties, drie basisregistraties met een geografische component (geo‐registraties) waarvoor de gemeente – in geval van de BSGR gezamenlijk met de uitvoeringsorganisatie - de bronhouder is.
Dit zijn de Basisregistratie WOZ, de BAG en de BGT. Hoewel de Basisregistratie WOZ alleen betrekking heeft op het eindresultaat van het WOZ‐proces, de WOZ‐ waarde, vormen de WOZ‐werkzaamheden ook de basis voor een zeer breed scala aan gegevens over woningen en andere onroerende zaken (geo‐registratie). Daarnaast is er nog een registratie die geen basisregistratie is, maar waarvan de gegevens wel van groot belang zijn: Beheer Openbare Ruimte. We zien dat de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan de bijhouding van deze basisregistraties bij veel gemeenten met elkaar verweven raken. De invoering van de Omgevingswet versterkt dit. Vanuit het oogpunt van kwaliteit, efficiency, duidelijkheid en doelmatigheid is de Waarderingskamer een groot voorstander van een uniforme registratie van vastgoedobjecten en een centraal loket waar communicatie tussen inwoners/bedrijven en de overheid over deze objecten plaatsvindt. Dit is overigens ook de houding van alle andere stakeholders die betrokken zijn bij deze basisregistraties De nieuwe Omgevingswet 2024 speelt in bovenstaande ontwikkeling ook een nadrukkelijke rol van betekenis. Deze Omgevingsweg brengt regels voor ruimtelijke ontwikkeling en milieu samen. Ze vereenvoudigt regelgeving en introduceert nieuwe juridische instrumenten en werkwijzen. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt dit juridische stelsel digitaal.
Als gevolg van de invoering van de nieuwe omgevingsvergunning zal het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten toenemen. Dit vraagt om andere processen om objectgegevens in te winnen. Het nieuwe stelsel houdt tevens in, dat gemeenten veel meer dan voorheen zelf mogen bepalen of er een vergunningplicht, meldingsplicht of
Begroting 2025-2028
18
algemene regels zullen gelden voor activiteiten die de fysieke leefomgeving wijzigen. Tot 2030 geldt er op dit vlak een overgangstermijn waarin gemeenten bovengenoemde moeten hebben vastgelegd in een Omgevingsplan. De komende jaren zal nadrukkelijk ingezet gaan worden op verder geïntegreerde vastgoedgerelateerde basisregistraties: samenwerking en ook met name technische ontwikkeling gaan daarbij ‘hand in hand’. Deze zullen naast een kwaliteitsupgrade ook - meer op de langere termijn - invloed hebben op de efficiency die behaald kan worden wanneer meer data geüniformeerd en (daarmee) geautomatiseerd aangeleverd en verwerkt kan (gaan) worden. Specifiek voor de BSGR en de deelnemende gemeenten zal, in navolging van het uitgevoerde project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ (bij woningen), het opgestelde beheerplan BAG- WOZ aankomende jaren verdere invulling moeten gaan krijgen, afgestemd moeten gaan worden op de nieuwe Omgevingsplannen en ‘meer volwassen’ moeten gaan worden. De inzet van (gezamenlijke) techniek is wenselijk om te waarborgen dat er nauwelijks verschillen op het gebied van de gebruiksoppervlakte zijn/ontstaan (tenzij deze verklaarbaar zijn door afwijkende wettelijke regelgeving).
In 2024 en 2025 zal (verdere) marktoriëntatie plaatsvinden op samenwerkingsportalen om de bereikte uniformiteit met name op onderdelen tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ te continueren. Nieuw informatiemodel voor de WOZ De Waarderingskamer heeft, samen met een aantal betrokken partijen, een nieuw informatiemodel voor de WOZ opgesteld (IMWOZ) welke de basis moet gaan vormen voor de specificaties van de inhoud van de Basisregistratie WOZ, de Landelijke Voorziening WOZ en verdere registraties die gemeenten en samenwerkingsverbanden voeren voor de uitvoering van de Wet WOZ. Het IMWOZ-model gaat op termijn de Catalogus Basisregistratie WOZ, de Catalogus WOZ-gegevens voor afnemers en het Gegevenswoordenboek WOZ vervangen. De belangrijkste wijzigingen die hierin benoemd worden zijn: • Andere modellering van gegevens van belanghebbenden: alleen natuurlijke personen of nietnatuurlijke personen kunnen in de nieuwe situatie belanghebbende zijn waardoor minder synchronisatieproblemen optreden (aangevuld met meer flexibiliteit voor aanvullende tenaamstelling); •
Landelijke uniformering typering WOZ-objecten en WOZ-deelobjecten (mede ter voorbereiding op de SOR)
•
Afzonderlijk vastleggen van fysieke en taxatiekenmerken (mede ter voorbereiding op de SOR)
•
IMWOZ als stap richting Common Ground: gegevensbestanden worden losgemaakt van functionele applicaties zodat diverse functionele applicaties gebruik kunnen maken van dezelfde gegevensbestanden en hier ook in of op kunnen muteren. (StUF-)XML-berichten worden op den duur vervangen door API-specificaties. Voor het muteren en massaal onttrekken van gegevens blijven nog wel StUF-XML berichten gedefinieerd (StUF WOZ 3.20).
Op basis van het uitgebrachte eindrapport ‘aanvullend kostenonderzoek IMWOZ (uitgevoerd door VNG Realisatie) zijn enkele conclusies getrokken met betrekking tot de te maken kosten welke voor de implementatie door gemeenten en samenwerkingsverbanden gemaakt zouden moeten worden en worden suggesties voor vervolgstappen gedaan. Het bepalen van de impact vraagt een diepgaander onderzoek waarbij ook de softwareleveranciers betrokken moeten (gaan) worden. Vooralsnog lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de zeer hoge kosten van IMWOZ niet worden gecompenseerd door dito baten. Bezwaar- en Beroepschriften WOZ en proceskostenvergoedingen Eind december 2023 is het wetsvoorstel inzake de aanpassing proceskostenvergoedingen en immateriële schadevergoeding alsmede uitbetaling hiervan aan belanghebbende aangenomen. Vanaf 1 januari 2024 is deze, zonder overgangsrecht, van kracht geworden. Op dit moment is nog te vroeg om concrete conclusies te trekken over de exacte gevolgen die deze maatregelen gaan hebben op het aantal in te dienen bezwaarschriften – en daarmee ook op de uitvoeringskosten - voor de komende jaren. Vanaf 2025 zullen naar verwachting de proceskostenvergoedingen structureel significant lager uit gaan vallen.