CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 9 oktober 2025

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten42.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In het gebied Noorder Parallelweg eerste scène zijn een 23-tal inwoners en ondernemers aangeschreven met het bericht dat er een gemeentelijk voorkeursrecht op hun perceel en opstallen is gevestigd. Het is goed om nogmaals te benadrukken dat niemand dient te verhuizen. Een voorkeursrecht komt pas aan de orde als de eigenaar voornemens is diens perceel en opstal te verkopen. Dan wil de gemeente graag vooraan staan. En Lokaal Belang begrijpt dat dit noodzakelijk is om speculatie te voorkomen. De communicatie was niet optimaal en we verzoeken het college hier lering uit te trekken. Stuur in voorkomende gevallen tegelijk een aangetekende brief, een normale brief en loop even door de wijk om persoonlijk een kopie af te geven. Voor inwoners en ondernemers kan zo'n voorkeursrecht ingrijpend overkomen, met begrijpelijke vragen. Voorzitter, omdat het hier een flink gebied betreft, verzoeken we het college op afzienbare tijd de ondernemers en inwoners te informeren over het vervolg. We hebben begrepen dat de uiteindelijke mobiliteitshubontwikkeling kleiner wordt beoogd dan het nu vastgestelde gebied. Neem de personen in het uiteindelijke plangebied mee in de verdere gang van zaken, wat staat hen te wachten en op welke termijn? Hanteer hiervoor communicatiemomenten, zoals een informatieavond of persoonlijk gesprek. Tot zover.

Motie: Snel duidelijkheid voor inwoners en ondernemers gebied Noorder Parallelweg De raad, in vergadering bijeen op donderdag 9 oktober 2025, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat:

•

• • • • • • • •

Op grond van artikel 9.1 lid 1 onder c van de Omgevingswet (Ow) een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken in het gebied “Noorder Parallelweg”, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende grondtekening (bijlage 1) en percelenlijst (bijlage 2). Dit betekent dat ondernemers of inwoners als zij hun grond/ opstallen gaan verkopen hier mee te maken krijgen. Overwegende dat: Dit gebied een groot gebied betreft tussen Noorder Parallelweg en Eerste Zeine. In dit gebied zowel inwoners als ondernemers zijn gevestigd en in totaal 23 percelen betreft. Communicatie over het vestigen van het voorkeursrecht niet optimaal is verlopen. Het college overweegt in dit gebied een mobiliteits hub te ontwikkelen. Het vestigen van een voorkeursrecht van belang is om speculatie te voorkomen. Er nog veel onduidelijkheid is over de status van deze plannen, de inpasbaarheid, de wenselijkheid, de termijn waarop deze ontwikkeling moet plaatsvinden en het definitieve gebied wat hiervoor benodigd is. Het onwenselijk is als inwoners en ondernemers lang over deze plannen in onzekerheid verblijven.

Verzoekt het college om: 1. De 23 inwoners en ondernemers binnen één jaar na dit besluit te informeren over de plannen en zo mogelijk (deels) het voorkeursrecht in te trekken. 2. Deze informatie, naast per post, ook persoonlijk te communiceren zoals tijdens een of meerdere informatieavonden, een keukentafel gesprek etc. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van der Pluijm. U heeft daarvoor een motie ingediend. Die motie dient u samen in met de VVD, zie ik. Zijn er anderen die op voorhand deze motie steunen? Niemand op voorhand. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de ChristenUnie. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Dank voor alsnog het woord mogen voeren. Het voorstel om een voorkeursrecht te vestigen op diverse percelen aan de Noorder Parallelweg is in onze ogen op dit moment niet verantwoord. De rapportage die hieraan ten grondslag ligt, laat namelijk zien dat er nog te veel fundamentele onzekerheden zijn. Allereerst is er geen duidelijkheid of gekozen wordt voor HOV of voor een BRT-systeem. Die keuze is bepalend voor de locatie van een hub en wordt bovendien door de provincie onderzocht. Zolang die uitkomst er niet is, kunnen wij geen gefundeerde locatiekeuze maken. Daarnaast wijst de rapportage op meerdere alternatieve locaties, zoals de Taxandriazone.

Het is dus allerminst zeker dat de Noorder Parallelweg de meest geschikte plek is. Een voorkeursrecht op dit gebied zou eenzijdig vooruitlopen op een discussie die nog moet worden gevoerd. Bovendien is de financiële impact enorm, omdat de gemeente hier geen eigendom heeft. Verder krijgen de fietsers op het Halvezolenpad te maken met hinder door het kruisende busverkeer. Ten slotte stelt het rapport zelf dat aanvullende stappen nodig zijn, zoals een reizigersonderzoek en nadere afstemming met de provincie. Pas daarna kan een definitieve afweging worden gemaakt. Door nu al een voorkeursrecht te vestigen om grondspeculatie te voorkomen, beperken we te veel inwoners en ondernemers onnodig in

hun mogelijkheden. Het voorkeursrecht zet hen vast, terwijl nut en noodzaak niet bewezen zijn. De ChristenUnie kiest daarvoor hun belangen te beschermen, zolang er geen heldere en gedragen besluitvorming ligt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. Dan wil ik de VVD vragen om hun bijdrage te doen. Gaat uw gang. De heer Knops: Dank u wel, voorzitter. De VVD snapt de behoefte van het college om speculatie voor te willen zijn door een voorkeursrecht te leggen. Wij steunen het raadsvoorstel dan ook. Echter vragen wij graag wat meer aandacht voor de belangen van de betrokken inwoners en ondernemingen. Deze belangen kunnen op twee punten beter worden gediend. Ten eerste door de termijn niet onnodig lang te laten zijn en te streven naar het zo snel mogelijk geven van duidelijkheid aan deze mensen. Ten tweede willen we het college oproepen om de communicatie met de betrokken inwoners zoveel mogelijk persoonlijk te doen aan de keukentafel en zo veel mogelijk maatwerk te leveren. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de inspreker wiens perceel half onder het voorkeursrecht valt, de andere helft niet. Hier is maatwerk gevraagd. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag het CDA vragen om hun bijdrage te doen. Meneer Spohr. De heer Spohr: Voorzitter, de CDA-fractie heeft lang nagedacht over dit voorstel.

Moeten we de mobiliteitshubs nu gaan ondersteunen of niet? Deze leiden immers tot een forse greep in de kas van de gemeente. De vraag kan worden gesteld of deze investering nu echt nodig is. Leiden de voorgestelde mobiliteitshubs nu echt tot een beter ov, of is dit geldsmijterij en kunnen we net zo goed vasthouden aan het huidige busstation op het Vredesplein? Deze vraag moet immers gesteld worden, willen we een voorkeursrecht gaan vestigen op de voorgestelde locaties, Noorder Parallelweg en Noorder Allee. Voorzitter, ervan uitgaand dat het hier niet gaat om luxe-investeringen, maar om sobere hubs met perrons en zitgelegenheid, als de locaties inderdaad gekozen worden, met als doelstelling het zoeken naar snelle verbindingen en betere aansluiting op ov-lijnen naar de ons omringende grote steden, kunnen we ermee leven. We realiseren ons des te meer dat het vooral financieel naar de toekomst een zekere pijn oplevert. Voorzitter, vanuit die gedachte kunnen wij uiteindelijk instemmen met het vestigen van een voorkeursrecht, alleen op die manier blijven wij in de driver’s seat en hoeven we voor deze locatie niet uiteindelijk het driedubbele bedrag neer te tellen. Voorzitter, het vestigen van een voorkeursrecht betekent helaas altijd dat eigenaren van onroerende zaken waarop het voorkeursrecht van toepassing is pijnlijden.

Dus moet ernaar gestreefd worden om aan diezelfde eigenaar zo spoedig mogelijk duidelijkheid te geven. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Spohr. Dan wil ik graag Samen Waalwijk vragen om hun woordvoering te doen. De heer Kocken: Voorzitter, je zult maar een goedlopend bedrijf hebben aan de Eerste Zeine. Je beoefent al generaties lang een mooi ambacht uit. Je krijgt er vele onderscheidingen en ontvangt ook nog eens het predicaat hofleverancier, en dan ligt er ineens een brief van de gemeente op de deurmat, twee dagen voor het verstrijken van

de termijn voor het indienen van een zienswijze bij de gemeenteraad, met de mededeling dat de gemeente het voorkeursrecht heeft gevestigd op jouw eigendommen en impliciet op jouw bedrijf. Welkom in Waalwijk. Waarom? Omdat in het stadhuis bedacht is dat ergens in dit gebied een busstation moet komen. Je denkt dan, wie bedenkt dit? Waarom kan dat niet anders worden gecommuniceerd? Je ziet de wijze waarop de gemeente het bedrijfsleven behandelt. Geschokt en teleurgesteld klim je maar in de pen, om op de valreep een zienswijze in te dienen en bij de raad te gaan inspreken. Voorzitter, dit lot treft niet alleen dit bedrijf, maar alle op het nog resterende industrieterrein gelegen bedrijven en particuliere eigendommen. In de brief staat ook nog dat het niet duidelijk is waar deze hub gerealiseerd moet gaan worden. Het college is bang dat een van de ondernemers zijn bedrijf verkoopt aan een ontwikkelaar waardoor de realisering van hun hub fors duurder wordt of de realisering nog langer gaat duren dan wel geblokkeerd wordt. Gemakshalve wordt daarom het hele gebied maar meegenomen in dit besluit, alsof het een postcodeloterij is waarvan je hoopt dat je niet in de prijzen valt. Voorzitter, uit dit relaas mag duidelijk zijn dat Samen Waalwijk de handelwijze van het college afkeurt. Zo ga je niet om met het bedrijfsleven.

We hebben een serie vragen gesteld en uit de antwoorden blijkt dat het college met deze besluiten preludeert op de besluitvorming die in het kader van de omgevingsvisie nog in de raad moet gaan plaatsvinden en waar wat ons betreft nog helemaal niet vaststaat of er überhaupt in dit gebied en hub moet komen. Het voorstel is niet specifiek en daardoor niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Ik stel vast dat het college niets heeft geleerd van de uitspraak van de rechtbank met betrekking tot het voorkeursrecht op Haven 8, waarvan we vanavond een reparatiebesluit hebben genomen. Er is immers door de raad nog geen enkel besluit genomen om hier een bestemming hub toe te kennen. Hierdoor is er op dit moment geen grondslag voor de vestiging van het voorkeursrecht. Ook het beeld dat het gaat om het gebied gelegen aan de Noorder Parallelweg is misleidend. Het gebied ligt aan de Eerste Zeine. Als de ontsluiting van de te realiseren hub via de Noorder Parallelweg gaat, dan zal het Halvezolenpad op een substantieel deel wederom worden doorkruist met snelverkeer. Voorzitter, we creëren hier een ongewenste situatie. Van de snelfietsroute kan dan ook geen sprake meer zijn. Levensgevaarlijk. We komen daar in dit verband op korte termijn zeker nog op terug. Voor de bewoners aan de Noorder Parallelweg moet dit een complete verrassing zijn.

In het BRT-haalbaarheidsonderzoek dat we begin dit jaar ter kennisneming hebben ontvangen, wordt overigens vooralsnog uitgegaan van het huidige busstation op het Vredesplein. Wacht met de ervaring op deze plaats eens af. Ook een behoefteonderzoek op basis waarvoor deze locatie in beeld komt ontbreekt. Hoe zorgvuldig ben je dan? De locatie bij de Noorder Allee is verre van ideaal. Hij is lastig bereikbaar, bovendien onveilig. We vinden het nog steeds een gemiste kans om een hub te realiseren aan de Tilburgseweg naast het realiseren een hotel. Een prima locatie, een perfecte aansluiting richting Den Bosch en Tilburg, toekomstgericht met goede voorzieningen en goed bereikbaar voor fietsers en een mogelijk P+R-parkeerplaats. Voorzitter, ik kom tot afronding. Wij betreuren de gang van zaken. De raad wordt met dit voorstel impliciet met de rug tegen de muur gezet. De bedrijven voelen zich overvallen en de grondslag voor dit besluit is er vooralsnog niet. We zullen daarom tegen het voorstel stemmen. Wij ondersteunen de motie van Lokaal Belang en de VVD eveneens niet, omdat hier al voorschot wordt genomen op een nog door de raad vast te stellen

besluit. De motie biedt ook geen gelegenheid om te participeren voor de bewoners uit de Noorder Parallelweg, die straks een busstation voor hun deur krijgen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. U kunt met elkaar in debat. Dit was de laatste bijdrage. Meneer Tiemstra. Meneer Van Groos, dan mag u beginnen, want u zit en dan kunt u meteen starten. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik zou willen vragen aan de partijen die via een motie oproepen om snel duidelijkheid te geven wat zij denken dat de betekenis is van die motie, daar het college al vijf jaar bezig is met het bestuderen van het verplaatsen van het busstation aan het Vredesplein. Waarom zou het nu ineens wel sneller kunnen en terwijl we nog steeds met dezelfde partijen als de provincie en Arriva hebben te dealen? Waarom zou dat nu wel ineens kunnen? De voorzitter: Dat vraagt u aan Lokaal Belang als indiener. Meneer Van der Pluijm. De heer Van Groos: En of de VVD, want die is mede-indiener. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Wij zijn inderdaad indiener van deze motie. Ik wil terugpakken op wat Samen Waalwijk en het CDA aankaartten. De kwestie die niet voorligt, is of we hier een busstation gaan vestigen ja of nee. Dat is ook de vraag van de ChristenUnie, althans, in die richting gaat het. De vraag is of we hier een voorkeursrecht willen vestigen.

De plannen zijn niet concreet en moeten nog verder uitgezocht worden. Dat is niet de vraag die nu voorligt. Laten we ons beperken vanavond tot het instemmen met een voorkeursrecht. Daar stemt Lokaal Belang mee in. Een terecht punt, hebben meerdere partijen al aangegeven vanavond, we moeten de inwoners en de ondernemers in dat gebied, want dat is een vrij groot gebied, op korte termijn daar duidelijkheid over geven. Een voorkeursrecht vestig je juist om speculatie te voorkomen. Tijdens een gespreksavond heeft de wethouder keurig gemotiveerd waarom dat wel eens verkeerd kan gaan. Daarover moeten we nu beslissen. Dat doe je vooraf, dat doe je niet achteraf. Dat doe je niet nadat de plannen helemaal uitgewerkt op tafel liggen, want dan is de grond inmiddels vele malen duurder. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, volgens mij moet je als raad motiveren waarom je een voorkeursrecht oplegt. Daar heb je een plan voor nodig. Wij kunnen het gebied rondom de Noorder Allee een stukje groot te maken en een deel van het woongebied van Landgoed Driessen erbij nemen, want we weten niet zeker waar het gaat komen. Dat lijkt me geen goede gang van zaken. Daar maken de partijen dan ook bezwaar tegen. Het vestigen van een voorkeursrecht staat wel zeker in relatie tot plannen die de gemeenteraad wil uitvoeren.

Ik heb de gemeenteraad nog geen enkele keer horen zeggen dat aan de Eerste Zeine een busstation zou moeten komen. De voorzitter: Wilt u nog reageren? De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de heer Van Groos stelt een vraag en dan is het de bedoeling dat ik daarop antwoord. Dat wil ik graag doen. Ik ben het eens met dat we dat nog niet duidelijk hebben, maar ik heb het rapport gelezen

waarin daar onderzoek naar wordt gedaan. Er worden, uit mijn hoofd, wel zeven locaties voorgesteld. In een mooie tabel worden plusjes en minnetjes aangegeven. Dan is deze locatie een optie. Dat is hetzelfde als de Noorder Allee. Dan zullen we af moeten wegen welke locatie het beste is. Dat weten we nu nog niet, maar daar wordt aan gewerkt. De voorzitter: Meneer Kocken. Sorry, meneer Tiemstra zat al even. Ik had al aangegeven dat hij kon spreken. Meneer Tiemstra, gaat uw gang. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heren Van der Pluijm. Als we kijken naar de plannen voor het voorkeursrecht waar we het vanavond over hebben, als ik me de inspreekavond herinner, dan denk ik dat we allemaal gezien hebben dat de plannen bij degenen die getroffen worden door dit raadsvoorstel, als het besluit wordt aangenomen, de plannen hard aankwamen. Als we spreken in termen van een voorbeeld, stel, we spreken af, ik sla mijn buurman een bloedneus en we spreken we af dat ik morgen even bel en ik vraag hoe het met hem gaat en misschien dat ik een doekje voor het bloeden meeneem, een beetje meeleven, dat is wat we vanavond dan als gemeente doen. We nemen een maatregel, we delen de klap uit en naderhand proberen we wat te repareren. Dat lijkt meer op een motie voor de bühne dan dat we echt iets voor deze mensen doen. De volgorde klopt niet.

Ik sluit me wat dat betreft aan bij het betoog wat ik van de heer Kocken heb gehoord. Als we moeite hebben met dit voorstel en we hebben moeite met de manier waarop we omgaan met degenen die getroffen worden het voorstel, we hebben moeite met de communicatie, dan zouden we het college moeten vragen om dit voorstel in te trekken, aan te houden, zo u wilt, dat is weer een andere discussie, en dat we dan ons huiswerk op een ordelijke en volgordelijke manier doen. Dan doen we iets voor deze mensen. Niet met deze motie, dat we vanavond eerst een besluit nemen en daarna zullen we het u nog een keer uitleggen, maar intussen gaan we wel door. Wat vindt u daarvan? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het niet eens met wat de heer Tiemstra aangeeft. We delen de klap uit, maar die blijft staan. We gaan daar niet op terugkomen. We gaan dat niet verzachten, want dat is de strekking van een voorkeursrecht. We erkennen wel, en dat hebben we allemaal in de gespreksavond beaamd, dat het een groot gebied betreft, dat het onzekerheid met zich meebrengt, dat het zowel inwoners als ondernemers betreft. Die willen we graag snel duidelijkheid geven, want we willen niet dat, en zo werd dat ook door de ondernemer betoogd die avond, dat er lange tijd onzekerheid is over wat dit gaat zorgen in de toekomst. Daarvoor komen we met deze motie.

Aan het vestigen van een voorkeursrecht kunnen we niks meer veranderen. Dan ben ik het niet met de heer Tiemstra eens dat we daarop terug willen komen. Dat is niet de strekking van deze motie. De voorzitter: Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Dank u, voorzitter Ik heb nog wel meer vragen, maar ik zal de heer Kocken niet voor de voeten lopen. Eén vraag dan nog ten aanzien van de communicatie. Hebt u het idee dat deze gemeente werkelijk leert op het gebied van communicatie? Het is niet de eerste keer dat we met elkaar spreken over, we moeten toch meer

communiceren met de burgers, met de inwoners. Het is nu de zoveelste keer dat we het hierover hebben. Vindt u dit goed gaan? De voorzitter: De heer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dit is niet goed gegaan, maar ik zie altijd het positieve in de mens. Daarin zit dat we er iets van leren en dat we het beter willen doen. Ik ga ervan uit dat dat de volgende keer zo zal zijn, dat het beter gebeurt. De voorzitter: Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Omwille van de tijd voorzitter, ik ga naar mijn plaats. De voorzitter: Meneer Kocken. De heer Kocken: Voorzitter, als ik zo de motie zie en lees en de betogen hoor van de betreffende coalitiepartners, zou je die motie bijna moeten inkleuren als een motie van wantrouwen. Het hele proces is zo slecht ingericht dat hij het college een handreiking biedt, ga de post brengen, ga daarnaartoe, ga met de mensen praten. Je zult het maar gezegd worden. Dan heb je geen oppositie nodig, dan heb je de coalitie als de grootste criticast richting het college over de inrichting van dit terrein. Dat wil ik wel even gezegd hebben. Verder gaat het college ervan uit, omdat die ontwerp-omgevingsvisie ter inzage is gelegd, omdat dat publiekelijk is en ergens in die omgevingsvisie daar een stip staat dat daar een hub moet komen, is de reden waarom dit voorstel er ligt.

Als het zo is dat de ontwerpvisie het argument is om dit te doen, dan kunnen we over heel Waalwijk wel een voorkeursrecht leggen. Op een heleboel andere plaatsen zijn ook ontwikkelingen die we gaan doen. Het is op drijfzand gebaseerd, dit voorstel. Er ligt geen goede juridische onderbouwing voor. De bestemming die er geldt, is industrieterrein en geen busstation. Je komt bij de commissie bezwaarschriften op de koffie en die zeggen, klopt niet, gaat u het maar opnieuw doen. Ik zou graag uw reactie willen hebben of u het met mij bij eens bent. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik kan twee punten aangeven. Op de twee vragen die de heer Kocken stelt, kan ik aangeven dat ik het niet met hem eens ben. We hebben juist getracht om aan te geven waarin we denken dat het beter kan. De heer Kocken had zelf behoorlijk ferme woorden over hoe de organisatie dit project is aangevlogen. Wij willen vooral kijken naar hoe het beter kan. We doen daarin wat suggesties in deze motie. 2, ik ben geen jurist, dat is de heer De Kocken ook niet, als ik kijk naar de rapportage die voorligt, dan wordt er serieus naar dit gebied gekeken en dan zijn er in mijn opinie serieuze plannen. Hoe die dan geborgd moeten worden, laat ik aan de ambtenaren en de juristen over.

Dat weet ik niet, maar als Lokaal Belang vinden we het voldoende om dit voorkeursrecht te vestigen. De voorzitter: Ik geef eerst de heer Kocken het woord, meneer Van Zelst, want die werd aangesproken. Ik kom zo bij u.

De heer Kocken: Voorzitter, ik merk dat we op dit punt met elkaar verschillen. Lokaal Belang wil dat voorkeursrecht daar vestigen, zonder dat er een goede basis voor is. Juridisch gezien, en ik denk dat ik daar toch redelijk inzicht in heb, denk ik dat het besluit wat hier genomen wordt niet rechtmatig is. De voorzitter: Dank. Wilt u nog reageren daarop? Gaat uw gang. De heer Van der Pluijm: Alstublieft, voorzitter. De optie tot bezwaar blijft nog steeds openstaan. Die mogelijkheid hebben de 23 inwoners en ondernemers. Mochten ze daar gebruik van maken, zullen we vanzelf horen of dat al dan niet een terecht besluit is geweest. De heer Kocken: Daar wil ik wel op reageren. De voorzitter: U krijgt het woord van de voorzitter. Gaat uw gang. De heer Kocken: Voorzitter, als het maken van bezwaar de manier is waarop we met participatie moeten omgaan, dan hebben we het helemaal verkeerd gedaan. Dat is het beeld wat de heer Tiemstra net schetste. Het blijft maar aanmodderen hier met de omgang en de communicatie met onze inwoners. Al jarenlang lopen we hier te vragen, college, doe het nu eens beter, doe het eens anders. We hebben een werkgroep Participatie in het leven geroepen. Binnenkort komt er een voorstel om participatie beter in te richten. Het wil maar niet lukken. Dat is iets wat we weer uit dit traject kunnen leren. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm.

De heer Van der Pluijm: Graag, voorzitter. Dit traject leent zich totaal niet voor participatie, want dan heb je te maken met speculatie en dat is juist wat we niet willen. Daar is deze wet voor bedacht. Die is gebonden aan strenge regels. De vergelijking van een bezwaarschrift met een participatie is een onlogisch vergelijk. De heer Kocken stelde aan de orde, is dit juridisch houdbaar? Ik weet het niet. Misschien de heer Kocken wel. De juridische haalbaarheid wordt getoetst tijdens een bezwaarschrift. Dat is het vergelijk wat ik maakte. De voorzitter: Volgens mij staat meneer Van Zelst te popelen om iets juridisch toe te voegen. Klopt dat? Is dat oké, meneer Kocken, als ik meneer Van Zelst het woord geef? Gaat uw gang. De heer Van Zelst: Iets juridisch toevoegen, meneer Van der Pluijm die concludeerde dat hij geen jurist was en meneer Kocken niet en dat ze het daarom niet wisten. Ik ben wel jurist en meneer Kocken heeft gelijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed. Kan ik meneer Den Braven het woord geven? Meneer Den Braven. Meneer Knops stond al langer. De heer Knops: Dank u wel, voorzitter. Ik schaar me om te beginnen volledig achter de woorden die de heer Van der Pluijm net heeft uitgesproken. Die ga ik dus niet herhalen. Ik wil een nieuw punt naar voren brengen. De eerdere sprekers dramatiseren in mijn ogen de gevolgen die dit heeft voor deze inwoners.

Dit betreft een voorkeursrecht. Ik denk dat het college er goed aan heeft gedaan om dit gelijk te doen, zodat we niet achteraf, als we het besluit hebben genomen dat daar een mobiliteitshub komt, erachter

komen dat we daar inderdaad de hoofdprijs of drie keer de hoofdprijs, moeten betalen. Complimenten voor het college. Dan de gevolgen voor deze inwoners. Als je niet van plan bent om jouw grond of huis of opstal te verkopen, daar betekent dit niets. Je mag blijven zitten waar je zit. Het betekent alleen wat als je van plan bent het te verkopen. Dan wordt er een keurige prijs betaald door de gemeente, waardoor je geen enkel nadeel hebt. Het initiatief om te willen verkopen, ligt bij de inwoners zelf, of ze dat al of niet willen. Als ze het doen, dan worden ze niet benadeeld. Ik vind de dramatisering die hier net heeft plaatsgevonden dat dat keihard zou zijn aangekomen … Bij de twee insprekers die ik heb gehoord, was dat niet het geval. De ene meneer was zeer pragmatisch. Wilt u alstublieft niet op de helft van mijn perceel voorkeursrecht leggen maar op het hele? Dan is mijn probleem opgelost, mocht ik willen gaan verkopen. De ander was de slager, die pragmatisch zei, ik vind het allemaal prima, maar help mij een nieuwe locatie vinden, als ik weg moet. Dat is niet keihard aankomen. Daar staan pragmatische mensen waarmee je samen oplossingen moet zoeken. Daartoe roept deze motie op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Geen behoefte om te reageren? Meneer Den Braven. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde nog reageren op waar het net over ging.

Ik heb een vraag aan de heer Kocken. Het sluit enigszins aan bij wat de heer Knops zegt. Mijn vraag is of de heer Kocken een andere manier ziet om actieve grondpolitiek te doen binnen de kern dan bijvoorbeeld een Wet voorkeursrecht opleggen op mensen, en of die denkt dat dat een andere manier is dan op een gegeven moment dat Wet voorkeursrecht opleggen, voordat je daarover kan gaan spreken? De voorzitter: Meneer Kocken. De heer Kocken: Voorzitter, de essentie van het voorkeursrecht is dat het gebaseerd moet zijn op een beleidskader. Het beleidskader is er niet in dit geval. Specifiek gaat het over de realisering van een hub ergens in dit gebied. Het feit dat wij als raad helemaal nog geen besluit hebben genomen hierover, is het college te vroeg met het voorkeursrecht. Als wij het besluit nemen als raad om het daar niet te doen, is er geen enkele titel om dit te doen. Wij moeten eerst als raad daar eerste keer een plas over doen, om het zo uit te drukken, voordat het met het voorkeursrecht goed geëffectueerd kan worden. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het even los staat van wat mijn punt is. Net werd door de heer Kocken best een emotioneel betoog gehouden over het feit dat er iemand in dat gebied het lastig heeft met het feit dat er een voorkeursrecht wordt neergelegd.

Ik vraag me af, wij denken op zich dat er wel de grond is om dit te doen, of het uitmaakt welk plan eronder ligt voor die persoon hoe hij reageert op het Wet voorkeursrecht. Daar zit toch wel echt een punt van Samen Waalwijk in, dat deze man echt benadeeld wordt doordat er een Wet voorkeursrecht wordt opgelegd. Dat maakt echt niet uit of daar in welke vorm daar een plan onder ligt. Hij zal het altijd vervelend vinden. Ik ben wel benieuwd hoe de heer Kocken dat ziet. De voorzitter: Meneer Kocken.

De heer Kocken: Voorzitter, het voorkeursrecht heeft een rechtsgevolg. Het rechtsgevolg is dat je alleen maar exclusief het pad of je eigendom kunt aanbieden aan de gemeente. Dat is een beperking van je eigendomsrecht. Ik snap niet dat de VVD daar makkelijk overheen stapt. Nogmaals, als je als gemeente een beleidskader vaststelt, vind ik dat je het voorkeursrecht op een legitieme manier kunt toepassen. De voorzitter: We gaan niet herhalen, want dat heeft u drie keer gezegd. De heer Kocken: Mij wordt die vraag gesteld om een antwoord te geven. Dat doe ik bij deze. Het beperkt in je mogelijkheden die je hebt als bedrijf. In het kadaster wordt een aantekening gemaakt dat de waarde van je pand beperkt is, namelijk, het is de waarde die je alleen maar met de gemeente Waalwijk kunt overeenkomen en niet met een andere marktpartij. Het heeft wel degelijk consequenties voor het eigendomsrecht. De voorzitter: Voldoende? Meneer Den Braven, u wilt er nog iets over zeggen. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, dit was niet een antwoord op mijn vraag, maar ik ga het er bij laten. De voorzitter: Misschien dat meneer Knops hierop wil reageren vanuit de vraag die aan de VVD is gesteld. De heer Knops: Goed gezien, voorzitter, dank u wel. Ik wil zeker even reageren over dat eigendomsrecht, op twee manieren. 1, Samen Waalwijk is een beetje inconsequent.

We hebben het net over woningmarktbeleid gehad en daar wilden ze juist wel een serieuze inperking aan het eigendomsrecht opleggen, door te verbieden dat er aanbouwen worden gedaan aan je woning. Nu lopen ze te roepen dat er iets met de beperking aan het eigendomsrecht wordt gesteld, terwijl dat helemaal niet het geval is. Dit betekent alleen, als je zelf besluit dat je je onroerend goed wil verkopen. Als je niet wil verkopen, dan mag je je eigen dom houden. Daar wordt geen enkele beperking aan het eigendomsrecht opgelegd. De voorzitter: Meneer Kocken. De heer Kocken: De vergelijking die hier gemaakt wordt, is mank. Als je een beperking van het eigendomsrecht ziet in het kader van de bebouwingsregeling, dan is een bestemmingsplan al sowieso een beperking van je eigendomsrecht. Die vergelijking gaat niet helemaal op. Hier gaat het wel over het essentiële eigendom dat je hebt en waar de overheid de beschikking over krijgt. Op het moment dat jij je pand te koop wil zetten, moet je exclusief dit pand aanbieden aan de gemeente. Dat is een beperking, hoe je het ook wendt of keert. De voorzitter: Meneer Knops. De heer Knops: Kort, zonder in herhaling te vallen. Dit is geen beperking van het eigendomsrecht. Je kunt en mag gewoon verkopen en een goede prijs is gegarandeerd. De voorzitter: Een verschil van mening, begrijp ik. Ik denk dat meneer Van der Pluijm nog iets wil vragen aan u.

Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Ik heb nog een vraag, voorzitter, maar niet voor de heer Kocken. Dat is voor de SGP. Ik heb zojuist in een ander betoog de heer Tiemstra

passievol horen betogen voor actieve grondpolitiek, maar nu juist niet. Mijn vraag aan de SGP is, hoe ziet u dat? Is dit dan geen vorm van actieve grondpolitiek? De voorzitter: Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, meneer Van der Pluijm, voor uw vraag. Het betoog wat wij aan het begin van deze avond hebben gehouden, ging over woningbouw. Het ging over woningnood, het ging over bouwen van woningen. Daar hebben we ons betoog op gebouwd. Het collegevoorstel dat vanavond het licht heeft gezien en waar we hier over spreken, is gebouwd op plannen voor verschillende busstations, waar nog een hoop vragen over zijn. Ik zie er geen urgentie, ik denk dat daar andere discussies aan vooraf moeten gaan. Ik vind de vergelijking mank. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Ik dank de heer Tiemstra voor zijn antwoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik dat u klaar bent met uw debat in eerste termijn. Dan ga ik het college bij monde van wethouder Ad de Jong vragen om een reactie. Een reactie op de motie en een reactie op de politieke vragen. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Als eerste de reactie op de motie. Daar hebben we binnenshuis met betrekking tot lid 1 goed rond de tafel gezeten. Wij zien dat dit haalbaar moet zijn.

Op de gespreksavond heb ik namens het college kunnen toezeggen dat, zodra we meer weten, we dat teruggeven en wij niet onnodig een voorkeursrecht op een object laten rusten, als we weten dat het niet nodig is. Dan willen we dat eraf nemen. We zien dat in deze termijn het mogelijk moet zijn om daarin een deel van het hele gebied en op zijn minst de ondernemers die het daar betreft daarover te kunnen informeren en de anderen dat we het voorkeursrecht daar nog voor handhaven. Met betrekking tot 2, we hebben gezien dat via de verplichte lijn om de aangetekende brieven te laten landen op de juiste adressen problematisch is voorlopen, in de zin, dat is niet 100 procent goed gegaan, waar het dan ook aan ligt. Dat is wel een constatering. Dat betekent dat in onze evaluatie en de gesprekken die hier tijdens de gespreksavond zijn gehouden en de gevoelens van de twee insprekers, wij die ter harte nemen. We zijn gaarne bereid om in te gaan op de in lid 2 vernoemde verwachting, dat we dat zouden doen in het kader van de communicatie. Dat in met betrekking tot de motie, dat we u die kunnen adviseren. Daar ligt niks tegen vanuit het college. Dat is de motie. Met betrekking tot de ChristenUnie, u geeft aan, er is geen duidelijkheid met betrekking tot HOV, BRT. Pas bij de BRT zou er sprake zijn dat we bij die locatie zouden kunnen landen. Dat is niet het geval.

In het kader van de verbetering van het openbaar vervoer kennen wij voor de komende tien jaar drie stappen. Dat hebben wij vertaald in podiumplaatsen, oftewel brons, zilver en goud. De BRT komt pas helemaal op het eind daadwerkelijk aan de orde. Vandaar dat we ons eerst hebben gericht met betrekking tot brons en zilver, om daar met betrekking tot de infrastructuur de maatregelen die we daarvoor moeten treffen, dat we die zo snel mogelijk inzetten.

U heeft al vernomen dat met betrekking tot de concessiehouder Arriva al allerlei ideeën heeft met betrekking tot de dienstregeling en hoe zij daarin die verbinding tussen Den Bosch, Waalwijk en Tilburg aanzienlijk willen verbeteren. Daar zijn we blij mee. Verder wil ik dan aangeven dat, mochten we goud halen, het gouden niveau, dus dat die BRT echt komt, dan betekent dat ook nog een consequentie met betrekking tot de locatie Taxandriaweg, wat de mogelijke potentiële locatie is voor de BRT, omdat die direct aan de A59 zit en daarin dan een goede verbinding heeft. De gedachte die we nu hebben, is dat het alleen beperkt blijft tot een BRT-stationnetje aan de Taxandriaweg en niet voor de over lijnen. Dat zou te veel omrijden en te veel tijdverlies met zich meebrengen. Vandaar dat wij daaraan denken aan de Noorder Allee. De voorzitter: U heeft uw pasje er niet ingedaan, dus de tijd loopt niet af. U krijgt van mij nog één minuut. Wethouder De Jong: Er was discussie over de politieke vraag van, is het wel rechtmatig of niet rechtmatig uit? De heer Van der Pluijm: Voorzitter, punt van orde. Ik heb geen vraag gesteld aan het college. De voorzitter: Het college hoeft ook geen vraag te beantwoorden, wilt u zeggen? De heer Van der Pluijm: Precies. Wethouder De Jong: Dan hoef ik hem niet te beantwoorden. Kort met betrekking volgens mij tot de SGP van de Wvg intrekken, als dat er komt.

Dat vind ik wel een politieke vraag. Het is namelijk zo, we hebben nog een paar dagen en anders is hij niet meer geldig en dan ligt alles open. Dat lijkt me niet wijs om deze nu in te trekken. Dank. De voorzitter: Dank. Dan gaan we kijken of er nog vragen zijn naar aanleiding van deze reactie. Meneer Van der Pluijm zie ik. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Een korte verduidelijkingsvraag aan de wethouder. In zijn betoog geeft hij aan dat hij de motie kan steunen, zo heb ik het begrepen. Kan de wethouder ook ingaan op die termijn? We hebben dat afgelopen week besproken, maar ik vind het fijn dat u dat in de raadzaal even aangeeft. Is die termijn van één jaar redelijk? We willen deze inwoners en ondernemers zo snel mogelijk duidelijkheid geven. Ik zou het ook fijn vinden als u duidelijkheid geeft of dat haalbaar is. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Jong: Dank u wel. Ik dacht dat ik dat met betrekking tot punt 1 al had aangegeven, want er staat namelijk die één jaar na dit besluit aangegeven. Daar heb ik aangegeven dat ik met de planning rond de tafel heb gezeten en dat dat kan. Wij zien dat dat haalbaar moet zijn. Dat is een ja. De voorzitter: Meneer Van Zelst. De heer Van Zelst: Voorzitter, een vraag aan meneer Van der Pluijm. In welke raadsvergadering is dit van de week besproken? Ik denk dat ik iets gemist heb. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm.

De heer Van der Pluijm: U heeft het gemist, want ik ben bij de wethouder binnengelopen om een toelichting te vragen over deze plannen. De heer Van Zelst: Dank u wel. De voorzitter: Dat waren de vragen aan de wethouder? Dan dank ik u wethouder, De Jong. Dan ga ik inventariseren of iemand een tweede termijn heeft. Iemand iets in de tweede termijn? Geen tweede termijn. Dan gaan wij stemmen. We gaan stemmen over het raadsvoorstel, het raadsvoorstel voor het gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die deel uitmaken van locaties Noorder Parallelweg en Noorder Allee. Iemand een stemverklaring? Niemand. Dan gaat de stemming opengezet worden. De raad stemt digitaal over het raadsvoorstel. Met 20 stemmen voor en 5 stemmen tegen wordt het raadsvoorstel aangenomen. De voorzitter: Dan wil ik vragen aan Lokaal Belang of zij de motie in stemming willen brengen. De heer Van der Pluijm: Alstublieft, voorzitter. De voorzitter: Prima. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen over de motie, Snel duidelijkheid voor inwoners en ondernemers gebied Noorder Parallelweg? Niemand. Dan ga ik de griffie vragen om hem open te zetten. U kunt stemmen. De raad stemt digitaal over de motie. Met 21 stemmen voor en 4 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. De voorzitter: Dan sluit ik dit punt af. 12.

Vaststellen beleidsplan inburgering 2026-2029

De voorzitter: Dan gaan we naar punt 12 op de agenda. Dat is het Vaststellen beleidsplan inburgering 2026 tot 2029. Gemeenten regelen sinds 2022 de inburgering van statushouders, maar krijgen daar nu minder geld voor van het Rijk. De gemeente Waalwijk heeft drie scenario's uitgewerkt om deze inburgeringstaak te blijven uitvoeren. Het advies aan de raad is om te kiezen voor scenario 2, een akkoord te geven op de extra kosten die daarbij komen. Het is een bespreekpunt voor Lokaal Belang, de VVD en Lijst IJpelaar. Lijst IJpelaar wil graag een verlenging van de spreektijd naar drie minuten. Dan mag u beginnen, mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, oktober is de maand van de diversiteit. Een maand waarin we de kracht vieren van onze verschillen en onze overeenkomsten. Dat past mooi bij dit agendapunt. Integratie is een kunst. Het is niet alleen een technisch proces, maar vraagt om creativiteit, samenwerking en vooral om een dieper begrip van verbinding. Compassie, niet repressie. Als ervaringsdeskundige weet ik hoe dat voelt. Ik sprak dezelfde taal, ik had hetzelfde Nederlanderschap, maar ik zag er niet hetzelfde uit. Dat betekende dat ik mezelf steeds moest bewijzen. Onbekend is onbemind. Ik heb stormen doorstaan, ook veel bereikt en

hier sta ik. Daarom was ik blij met de inbreng van de jongerenambassadrice die ons vorige week vroeg om achter de mens te kijken van de jonge Eritreeërs die in Waalwijk zijn geplaatst. Ik was ook blij met de woorden van de portefeuillehouder die tijdens de gespreksavond ‘helden’ zij. Bij integratie gaat het in onze gemeente om maatwerk. Niet alleen om maatregelen, maar om te kijken wat iemand nodig heeft. De taal leren is belangrijk, maar we moeten ook begrijpen dat niet iedereen dat snel onder de knie krijgt, soms door een laag IQ, dyslexie of analfabetisme. Te laat komen op werk of school, betekent niet altijd onwil. In de Nederlandse cultuur leven we met de klok. In andere culturen leeft men met de tijd. Dat vraagt, zeker in het begin, om een gewenningsproces van beide kanten. Met oog en respect voor elkaars cultuur en gewoonten. Feit is, taallessen in de avond zijn niet voor iedereen haalbaar. Feit is, integratie laten slagen, vraagt om maatwerk op individueel niveau. Feit is, integratie vraagt om barmhartigheid. Bent u het met me eens, portefeuillehouder? Ik ga over tot afronding met de woorden van de Engelsen. Wake up and smell the coffee. Integratie vraag ik niet alleen om beleid, maar om eerlijkheid over wat er wel en niet werkt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Kairos is een ander begrip. Chronos en kairos zijn twee andere begrippen van tijd.

Ik weet niet of jullie dat weten, maar is leuk om eens een keer op te zoeken. Dank u wel, mevrouw IJpelaar. Lokaal Belang. Mag ik Lokaal Belang uitnodigen voor een bijdrage op dit onderwerp? Niemand van Lokaal Belang. Meneer Van Hest. Aan u, meneer Van Hest. De heer Van Hest: Voorzitter, Lokaal Belang vindt het belangrijk dat nieuwe inwoners zo snel mogelijk meedoen in onze gemeente, taal leren, werk vinden en zelfstandig kunnen leven. Dat is goed voor de mensen zelf en voor Waalwijk. Wel maken wij ons zorgen over de financiële kant. Elk jaar is er 246.000 euro extra nodig. Dat is veel geld voor onze inwoners. Daarom vragen wij van het college, A, dat de raad inzicht krijgt in de bestedingen van dit geld, zodat kunnen volgen waar het precies naartoe gaat. B, vragen wij de voortgang regelmatig wordt gemeten en teruggekoppeld. Halen we de doelen die in dit beleidsplan zijn afgesproken? Zo niet, wat doen we dan? Bijsturen. En vragen wij, als het Rijk de bijdrage nog verder verlaagt, komt de wethouder dan direct naar de raad met een voorstel? Lokaal Belang vindt dat dit niet mag betekenen dat er minder geld overblijft voor andere voorzieningen in Waalwijk. Voorzitter, wij zien dat dit beleidsplan nodig is om vertraging en hogere kosten te voorkomen.

Daarom zijn wij bereid het raadsvoorstel te steunen, maar wij doen dat wel met de duidelijke verwachting dat onze kritische punten serieus worden opgepakt. Alleen zo houden we grip op kosten en kwaliteit. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Hest. Dan is het nog aan de VVD. Meneer Bokšan.

De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De inburgering van onze inwoners raakt mij persoonlijk. Zoals sommigen van u weten zijn mijn eigen ouders in de jaren 90 gevlucht voor de burgeroorlog in het voormalig Joegoslavië. Ze hebben meegemaakt wat onvrijheid en onveiligheid betekent. Toen zij naar Nederland kwamen, kregen zij die vrijheid en veiligheid wel. Ze kregen alle kansen. Ze werkte het snot voor de ogen om hier iets op te bouwen, om de taal te leren, te werken en mee te doen. Mijn vader haalde zijn taaltoetsniveaus boven wat verplicht was. Mijn moeder en vader hadden op een gegeven moment soms twee banen tegelijkertijd. Zij laten mij elke dag zien wat de Nederlandse belofte in de praktijk is, dat wie hier nieuw aankomt en zijn best doet, vooruitkomt. Het laat me ooit zien wat we van nieuwkomers mogen verwachten en dat wie weigert mee te doen, gevolgen moet zien. Met die blik, voorzitter, heeft de VVD naar het inburgeringsbeleid gekeken. De VVD wil goed georganiseerde begeleiding, doelgerichte taallessen en snelle toeleiding naar werk of onderwijs. Het is goed dat er een specifieke jongerenroute wordt ingericht. Voorzitter, we mogen ook niet wegkijken van de problemen. In Waalwijk werkt slechts 34 procent van de inburgeringsplichtige statushouders en slechts 31 procent volgt onderwijs. Dat is onaanvaardbaar voor de VVD. Het huidige systeem werkt niet goed.

Daarom is nieuw beleid noodzakelijk. Met het nieuwe plan blijven sommige punten te vrijblijvend. Er zijn bijvoorbeeld statushouders die weigeren naar hun taalles te komen. We moeten duidelijk maken, inburgering is geen straf, maar een plicht om mee te doen. Wie dat weigert te accepteren, moet gevolg zien, wat de VVD betreft. We roepen het college daarom op, zoek de maximale ruimte binnen de kaders van de wet om streng op te treden tegen inburgeraars die zonder geldige reden weigeren hun plichten na te komen. Een recente uitspraak van de Raad van State maakt overigens boetes lastig, dus vragen we de wethouder, los het zo snel mogelijk op en zoek eventueel naar nieuwe manieren om te handhaven. Ook zien we liever een alternatief voor de aanschaf van nieuwe laptops van bijna 20.000 euro en daarna nog 6000 euro structureel voor statushouders om de taal te oefenen. Andere inwoners met een taalachterstand krijgen deze laptops niet. Waarom statushouders wél? Tot slot, voorzitter, de taaleis in de bijstand, een onderwerp dat niet direct gaat over inburgeringsbeleid, maar wat wel veel raakvlakken ermee heeft. Wat de VVD betreft, wordt de taaleis in de bijstand gehandhaafd. Mensen die verwijtbaar niet meewerken, moeten gekort kunnen worden op hun uitkering. Hier willen we vanavond een motie over indienen, maar we zien dat er hier nog veel meer werk voor nodig is.

Daarom zullen we hier later met een voorstel voorkomen. Voorzitter, wij vertrouwen erop dat het college het beleid met daadkracht uitvoert. Wie zijn best doet, moeten we helpen. Wie nalatig is, moet gevolg zien. Meedoen moet de enige optie zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bokšan. Dit waren de bijdragen op dit onderwerp. U kunt met elkaar in debat. Geen debat? Dan ga ik het college vragen om een reactie te geven. Dan is dat bij monde van wethouder Schuijffel.

Beantwoording college Wethouder Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb veel mooie en goede dingen gehoord over het beleidsplan inburgering dat we hebben neergelegd. Daar ben ik blij mee. Ik moet eerlijk zeggen, de uitspraak die ik hoorde van mevrouw IJpelaar, dat het niet alleen gaat om maatregelen, maar ook om maatwerk, daar ben ik blij mee. Ik vind dat een mooie opsteker. Ik ga een paar dingen noemen. Als het gaat om het betoog van de heer Bokšan, hij heeft ook een paar vragen gesteld, maar hij heeft iets benoemd wat ik toch wil rechtzetten. Hij noemt een aantal percentages mensen dat werkt, mensen die statushouder zijn. Ik denk dat het wel belangrijk is om te benoemen dat het percentage dat u noemt gaat over mensen die op dit moment in een inburgeringstraject zitten en dus taalles volgen, lessen volgen over hoe onze maatschappij werkt. Dat betekent dat zij op dit moment over vijf à zes dagdelen per week bezig zijn met alle dingen die zij moeten doen vanuit de Inburgeringswet. Als ik het dan vergelijk met de omringende gemeenten, dan is het percentage mensen wat bij ons werkt of al een onderwijs goed volgt hoger dan elders. Dat wil ik toch even graag benoemen. Het percentage gaat dus niet over mensen die ooit hiernaartoe zijn gekomen en statushouder zijn geweest en dus al een inburgeringstraject achter de rug hebben. Die percentages zijn hoger.

Als het gaat over de laptop, dat is ook belangrijk om te noemen. Die laptop krijgen ze niet zomaar, dat gaat uit de bijzondere bijstand. Dat betekent dat zij moeten aantonen dat ze op een andere manier niet gebruik kunnen maken van een laptop, zodat ze zelf online kunnen oefenen, wat wel erg belangrijk is, juist om die taal te kunnen leren. Het is niet zo dat wij dertig laptops kopen en die uitdelen. Neem dat even mee. De heer Bokšan begon zijn verhaal met, je best doen is belangrijk. Dat is ook zo. Dat is ook, als je kijkt naar de aanpak die wij al hadden, maar waarvan we nu zeggen in het beleidsplan, we willen dat nog verder versterken, dan zit dat juist daarin. Wij vinden het erg belangrijk dat mensen meedoen. Dat betekent ook dat er een traject zit om te zorgen dat ze meedoen, dat het hen duidelijk is wat er van hen verwacht wordt. Daar maken we geen onderscheid in. Dan had ik de vraag van de heer Van Hest, inzicht in de besteding van het geld. Volgens mij staat dat voor een groot deel al in het beleidsplan. Uiteraard, via een RIB kunnen wij een aantal keren terugkoppelen hoe het daarmee gaat. De vraag die u stelt, wat gaat u doen op het moment dat het Rijk wederom de bedragen, de vergoedingen voor de inburgering verlaagt, dan hebben we opnieuw een issue. Dan moeten we echt met elkaar gaan kijken wat we dan doen.

In dit geval, dus in dit jaar, heeft het college in ieder geval ervoor gekozen om de wettelijke taak zoals we die opgelegd hebben gekregen, uit te voeren. Dat heeft financiële consequenties en dat vinden wij vervelend. Wat mij betreft, laat ik het daarbij. De voorzitter: Ik zie meneer Bokšan opstaan om u nog een vraag te stellen of te reageren. Gaat uw gang. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De wethouder ging in het begin van haar betoog in op het betoog dat ik hield net en over de percentages die ik noemde. Ik heb

precies het gehad over inburgeringsplichtige statushouders en ik heb dat niet breder getrokken. Ik vond het dus juist, frappant moet ik het niet noemen, maar de wethouder geeft net aan dat als je breder kijkt, niet alleen naar de inburgeringsplichtige statushouders, dat die percentages nóg hoger zijn. Dat is wat de VVD aangeeft, dat vinden wij onaanvaardbaar. Mensen die hier nieuw naartoe komen naar Nederland, hebben te werken, die hebben de taal te leren, die hebben mee te doen. Dat is het punt dat ik net maakte. De wethouder had het over omringende gemeenten. Als wij percentages hebben van statushouders, waar 34 procent van hen werkt, dan vind ik het niet te pas en het gaat er bij de VVD niet in dat we zeggen, bij een andere gemeente is het 31 procent. Het is erbarmelijk laag. Het beleid, en dat vind ik goed van de wethouder dat het wordt ingestoken, dat we juist inzetten op taallessen, juist inzetten op werk, maar het feit dat de percentages zo laag zijn en dat we dan omringende gemeenten gaan gebruiken als een soort benchmark van, we doen het beter dan andere gemeenten, om het te relativeren, dat gaat er bij de VVD niet in. Dan had ik nog één opmerking aar aanleiding van de opmerking die de wethouder maakte over het punt dat ik maakte over de laptops. De VVD geeft aan dat wij alternatieven zien voor het gebruik van die laptops.

De wethouder heeft goed toegelicht dat het gaat over de bijzondere bijstand. Dat hebben we gelezen. Wij zien bijvoorbeeld een mogelijkheid om te kijken naar of dat niet beter beschikbaar gemaakt kan worden in de bieb of op een andere manier. Dat is het punt dat ik net probeerde te maken en waarom wij daarin, als we kijken naar het extra geld dat nodig is, Lokaal Belang maakte daar terecht een opmerking over, dat we dat op een goede manier besteden. De voorzitter: Wethouder, wilt u reageren? Wethouder Schuijffel: Ik hoorde geen nieuwe vragen en volgens mij was het een reactie op mijn verhaal. Het is ook maar hoe je daarnaar kijkt, denk ik dan. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik wil reageren op meneer Bokšan. Meneer Bokšan, ik heb net een betoog gehouden over compassie. Dan hoor ik u nu zeggen dat de mensen dienen te werken. Deze discussie hebben we een paar jaar geleden hier gehad. Met de woorden, wie betaalt, bepaalt. Ik vind dat zo triest. Sommige mensen kunnen niet werken. Ik vind, als ze wel kunnen werken, ben ik met u eens dat ze dat zouden moeten. Maar om dat te zeggen, zo bot, ik vind het triest. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik merk dat mevrouw IJpelaar de woorden, wie betaalt, bepaalt, in mijn mond probeert te leggen. Dat heb ik niet gezegd.

Wat ik heb gezegd, is dat nieuwkomers die naar Nederland of naar Waalwijk komen, dat we van hen iets mogen verwachten, zoals u in uw betoog heeft omschreven en zoals ik in mijn eigen betoog heb omschreven over beide onze persoonlijke ervaringen, u van uzelf en ik van mijn eigen ouders. U heeft aangegeven van, mensen die niet kunnen werken, maar ik heb nergens in mijn betoog aangegeven dat de VVD vindt dat mensen die niet kunnen werken, niet geholpen

moeten worden. Er is een percentage van mensen, er zijn gevallen bekend waarvan mensen hun taallessen niet willen volgen. Daar vindt de VVD dat er iets aan gedaan moet worden. Dat is het punt dat ik net heb gemaakt. Dat vind ik juist in het belang van statushouders, juist in het belang van die mensen die juist wel hun best doen. Volgens mij zijn die voorbeelden er legio. Dan moeten we ook kunnen benoemen als er dingen niet goed gaan. Als er 34 procent van de inburgeringsplichtige statushouders in onze gemeente werken, dan hebben we echt nog wel wat werk te doen volgens mij. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde u zeggen, dienen te werken. Dat heeft u wel gezegd. Ik heb niet gezegd dat u heeft gezegd, wie betaalt, bepaalt. Ik heb gezegd, deze discussie hebben we hier eerder gevoerd en ik noemde de woorden. Ik wil aan u meegeven dat er ook statushouder zijn die overdag wel werken en 's avonds het niet makkelijk hebben om dan weer naar taallessen te gaan. Er zijn verschillende manieren waarop je hiernaar kunt kijken. Bent u dat met me eens? De voorzitter: Even kijken of er nog nieuwe aanvullende dingen zijn die u met elkaar wil delen. Meneer Bokšan. Ik kom zo bij u, meneer Van Groos. De heer Bokšan: Mevrouw IJpelaar vroeg of ik het met haar eens was op dat punt dat ze net maakte. Daar ben ik het mee eens.

Je moet de kans krijgen om de taal te leren om te werken. Er zijn inderdaad situaties, we hebben het in de gespreksavond besproken, in het beleid staat het, waarin mensen keihard hun best doen en werken, maar in de avond niet een taalles kunnen volgen. Ook wij vinden dat je ervoor moet zorgen dat ze wel hun taalles kunnen volgen en dat we alles op alles zetten dat dat kan gebeuren. Daarom heb ik in mijn betoog aangegeven, we zijn voor goede begeleiding, voor goede taallessen, op de praktijk ingericht, zoals statushouders zelf ervaren. Dat is wat wij hebben aangegeven. Ik ben het met u eens. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, een korte vraag aan de heer Bokšan. Hij houdt van getalletjes, ik ook. Kan hij ons vertellen hoeveel van de 66 procent die niet werkt, wel aan het solliciteren is en geen baan krijgt omdat er geen werkgever te vinden is die hem in dienst wil nemen? De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Die percentages staan niet in het beleid. Die heb ik niet ook opgevraagd. Het klopt inderdaad dat als je statushouder hiernaartoe komt, dat je harder moet werken om inderdaad ergens aan de bak te komen. Daarom heb ik net aangegeven in mijn betoog, toen mijn ouders hier kwamen, die hebben ook een andere achternaam dan Jansen, die hebben dat ook waarschijnlijk vaker moeten doen. De vraag is hoe je daarmee omgaat.

Ik denk dat daar een individuele verantwoordelijkheid ligt, én voor de statushouders zelf om niet op te geven, om er iets van te maken, én voor werkgevers, om wel ervoor te zorgen dat die banen er komen. Daarom heb ik specifiek aan de wethouder gevraagd in de gespreksavond in mijn technische vragen, er wordt wel verweten dat werkgevers bijvoorbeeld geen banen beschikbaar stellen voor statushouders, ik erken dat probleem,

maar ik vraag me dan af, wat doen we dan als gemeente om ervoor te zorgen dat we werkgevers in de gelegenheid stellen om die banen te creëren, voor deze specifieke doelgroep? Je hebt een taalbarrière, je hebt andere barrières. Volgens mij moeten we erop gericht zijn om dat op te lossen. De voorzitter: Voldoende? We hebben de eerste termijn een beetje verschoven. Na de reactie van de wethouder gaan we nu een eerste termijn alsnog doen. Wat mij betreft prima met elkaar te debatteren, maar net was er geen behoefte aan debat. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik dank de heer Bokšan voor zijn reactie. Wat mij betreft, zijn we het eens over het beschikbaar cellen van banen, voor wie dan ook die wil werken. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, wilt u nog iets toevoegen of een politieke vraag beantwoorden? Ik heb er niet veel gehoord. Is het voldoende nu? Wethouder Schuijffel: Wat mij betreft voldoende. De voorzitter: Prima. Dan zijn we aan de tweede termijn. Heeft iemand behoefte aan een tweede termijn? Dan sluiten we het debat en dan gaan we richting de stemming over dit raadsvoorstel. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Niemand. Dan ga ik de griffie vragen om de stemming open te zetten. De raad stemt digitaal over het raadsvoorstel. Met unanieme stemmen voor wordt het raadsvoorstel aangenomen.

De voorzitter: Ook hier zie ik weer een aantal betrokken ambtenaren zitten die hier hard aan gewerkt hebben. Unaniem aangenomen door deze raad. 13.

Beleidsnota Bestaanszekerheid 2026 -2029

De voorzitter: Dan zijn we bij punt 13 op de agenda. Dat is de beleidsnota Bestaanszekerheid 2026-2029. In deze nota staat hoe Waalwijk mensen helpt met schulden en met meedoen in de samenleving. Het is een bespreekpunt voor de VVD, voor het CDA en voor Lijst IJpelaar. Zowel Lijst IJpelaar als de VVD willen graag 3 minuten spreektijd en het CDA heeft aangegeven 5 minuten spreektijd te wensen. Waar zou ik mee beginnen? Met de VVD. De heer Dubbeldam. De heer Dubbeldam: Dank u wel, voorzitter. Als sociaal werker zie ik het elke dag, niet in beleidsnota's, niet in Excelsheets, maar in ogen, in blikken van ouders die 's ochtends hun kind geen ontbijt kunnen geven, in kinderen die leren zwijgen over hun lege broodtrommel. Armoede is geen abstract begrip, armoede is een open bloedende wond. Ik zeg het maar zoals het is, op een open wond kun je geen pleisters plakken. Deze nota is begrijpelijk. Nodig om kinderen te laten meedoen aan bijvoorbeeld sportactiviteiten. Vanuit de VVD zullen wij dan ook instemmen. Laten we niet doen alsof dit de oplossing is. Het is geen stap in de goede richting, het is wel een hulpmiddel, een pleister en die helpt alleen als eerst de wond schoongemaakt en vervolgens gehecht is.

Schoonmaken, betekent confronteren. Wat zijn de oorzaken, wat kunnen mensen zelf doen en hoe zorgen we dat deze hulp tijdelijk blijft? Hechten betekent perspectief bieden. Niet alleen overleven, maar weer opbouwen. Daarvoor is werk nog altijd het beste medicijn tegen armoede. Werken geeft niet alleen inkomen, maar eigenwaarde, structuur en trots. Juist daarom blijft de VVD zich inzetten voor beleid dat loont, zodat wie wil werken ook daadwerkelijk vooruitgaat. Voorzitter, als VVD hadden we graag een motie ingediend, een bonus voor mensen die ondanks armoede toch werken of vrijwilligerswerk doen. Met andere woorden, iets terugdoen voor de samenleving. Niet als aalmoes, maar als erkenning, als waardering. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt, want dat is het VVD-verhaal. Geen structurele afhankelijkheid, maar structurele waardering voor wie vecht om op eigen kracht mee te doen. Echter, soms maakt het systeem zulke waarderingen momenteel onmogelijk. Een bonus, dan verlies je misschien een toeslag. Een dag extra werken, dan krijg je minder hulp. Beleid waar wij als fractie wel de kern van begrijpen, maar totaal oneerlijk is voor juist die grote groep hardwerkende Nederlanders. Voor nu geen motie, maar een oproep. Aan het college, maar zeker ook aan Den Haag, maak beleid dat werken wél beloont, dat hulp koppelt aan actie, en perspectief aan participatie.

Voorzitter, tot slot, armoede vraagt om een samenleving die verder kijkt dan alleen pleisters. Wij stemmen in, maar we kijken ook verder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Dubbeldam. Mag ik het CDA uitnodigen? Wilt u vanaf uw plaats spreken? Gaat uw gang, mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, laten we beginnen met te vermelden dat de gemeente Waalwijk de laatste jaren al zeer positief inzet op het gebied van bestaanszekerheid en armoedebeleid. Maar, voorzitter, de fractie van het CDA heeft toevoegingen in deze. Bij persoonlijke gesprekken blijkt dat het gebruik van de Paswijzer en gemeentelijke kwijtscheldingsmogelijkheden nog te onbekend zijn bij de jongeren met beperkingen en ouderen die in instellingen verblijven. Onze vraag aan de wethouder is dus, bent u bereid om in gesprek te gaan met de beoogde organisaties en instellingen? Gaat u in deze snel actief investeren in een betere bekendheid via communicatie, publiciteit, ondersteuning en gesprekken op dit gebied? Onze fractie wil voor de kadernota van 2027 vernemen wat er extra aan aanvragen binnenkomt vanuit inwoners in de instellingen.

Voorzitter, op het punt van opschorting van structurele Rijksgelden, implementatie en uitvoering basisdienstverlening, schuldhulpverlening vragen wij ons af op welke onderdelen in de activiteit van bestaanszekerheid op dit moment minder actief of even niet wordt ingezet of zelfs zaken blijven liggen. Wethouder, kunt u ons in dezen geruststellen. Op dit moment is het raadsvoorstel Bestaanszekerheid en de genoemde acties nog niet verwerkt in de beleidsnota. Onze fractie verwacht van het college dat we bij ontvangst van de Rijksgelden meteen op de hoogte gesteld worden en vernemen welke extra genoemde acties en activiteiten dan ingezet worden. Voorzitter, schuldhulpverlening en bewindvoering moet via het wetsvoorstel door de gemeente opgepakt worden. Doen we al, maar enige tijd geleden hebben wij al

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16134941/1