CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 9 oktober 2025

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten42.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

A, kun je het steunen financieel, bijvoorbeeld met het fonds. Het tweede punt was dat als je een groot project hebt, dat dat makkelijker is dan in een klein project. We hebben hier diverse projecten in Waalwijk die aankomende zijn, waarin dat wel te realiseren is. Dan kun je de kosten verschuiven van verkoopappartementen. De voorzitter: We gaan nu herhalen, want u heeft uw twee argumenten herhaald. Ik geloof dat meneer Van Groos daar anders naar kijkt. Zijn er nog andere perspectieven? Voldoende. Ik ga eerst even naar mevrouw IJpelaar, want die staat al te wachten. Die wilde hierop reageren. Dan kom ik bij u. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik reageer even omdat u net mijn naam hebt genoemd. Meneer Van Groos heeft een vraag gesteld die ik ook had willen stellen. Ik was benieuwd wat Lokaal Belang wil. Ik hoorde straks zeggen of wij ons realiseren wat we doen met dat amendement, maar dat vroeg VVD. Als wij dus dat amendement indienen, dan nekken we het een en ander. Net kon ik niet reageren op de VVD, omdat ik mijn betoog kwijt was die ik dadelijk moet inspreken. Ik was helemaal bezig met mijn betoog, dus ik heb niet alles meer kunnen volgen. Daarom kom ik eventjes om dat tegen u te zeggen. Het is niet, als men mij aanspreekt, dat ik hier niet durf te komen. De voorzitter: Dat weten we, mevrouw IJpelaar. U heeft dus geen concrete vraag verder, zie ik.

Wel een concrete vraag? Mevrouw IJpelaar: Om te zeggen dat ik dezelfde vraag had als meneer Van Groos. U bent altijd tegen herhaling van zetten.

De voorzitter: Daar ben ik niet tegen, dat is uw eigen reglement van orde wat ik moet proberen te handhaven en uit te voeren hier. Ik geef het woord aan de heer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Ik wil graag aanhaken eventjes in de discussie met betrekking tot van hoe dat je in een bepaald project toch zowel sociale huur als middenhuur of zelfs voor het hogere segment woningen kan neerzetten. Die discussie hebben we bij het SVN onlangs gevoerd. Uiteindelijk bleek, waar een wil is, is een weg. Als je echt min of meer de projectontwikkelaar kan dwingen om die 30-40-30 te hanteren, kan dat ook goed in een klein project. Zo krijg je dus in ieder geval verschil in wijken en wat er wordt gestimuleerd daardoor. Die regeling kun je goed zowel in een appartementencomplex als in een vrijstaande woning regelen. Dan zal dat met vrijstaande woning wel moeilijker gaan, maar aan een rij lukt dat vrij goed. De voorzitter: Ik hoor niet echt een vraag, maar meer een ondersteuning voor hoe de argumentatie ziet. De heer Frodyma: Voorzitter, het was meer een antwoord op hetgeen dat je een klein project niet anders kan bouwen. De voorzitter: Prima, dank u wel. Voldoende, zie ik. Wilt u nog reageren? De heer Van der Pluijm: Ik kan reageren, maar dan zegt u, u gaat herhalen, dus zal ik maar niet reageren. De voorzitter: U mag reageren, maar inderdaad het liefst geen herhaling.

Dat is uw eigen RVO. Voldoende, zie ik. Dank u wel. Dan is het debat over dit onderwerp gesloten, zie ik. Dan ga ik het college vragen om met een reactie te komen op de politieke vragen en op de amendementen. Dat is bij monde van wethouder De Jong. Beantwoording college Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Het is een boeiend onderwerp, heb ik gemerkt. Wij zijn er bijna iedere dag mee bezig. Dat doet goed recht aan de inzet daarvoor. Allereerst bij GroenLinksaf, dat amendement. Als we naar de voorwaarden kijken van het amendement, dan kunnen we stellen dat wij wel een praktische ervaring hebben met een grote casus waarin we de punten 1 tot en met 4 op die wijze toepassen. Daar heeft het college dan ook geen enkel probleem mee. Dat is onze houding. Die zult u dan ook terugvinden in de verordening die hier wordt aangeboden, als het wordt aanvaard. Dat het een keer wordt geëvalueerd, lijkt me logisch. Het college kan dit amendement tot zich nemen en aanvaarden. Met betrekking tot uw vraag van, die ik voor mij in ieder geval heb opgetekend, wat er werd bedoeld tijdens de gespreksavond met verstrekkendheid, dat gaat met name in de oplossingssfeer en de instrumenten die u daar noemt veel over de grondpolitiek. Dat vraagt toch wel even buiten datgeen wat we nu al doen.

Daar werd nadrukkelijk die combinatie gemaakt en de grond goedkoper, en waar ga je dat dan doen? Dat vraagt wel wat meer tijd. We hadden inmiddels de notitie al aangeboden in het proces richting de raad, waardoor we daar nog geen interventie op hebben gepleegd. Daarom hebben we ons even beperkt tot de vraag die u had naar aanleiding van schaars onderzoek. Daarbij hebben we nog de instrumenten, de kleine instrumenten bijgevoegd. Daar hebben we het bij gelaten. Dit verdient een eigenstandige focus om daar mee terug te komen. Dat was bedoeld met verstrekkendheid, de diepgang van de complexiteit. Daar heb je iets meer tijd voor nodig.

Met betrekking tot het amendement van de ChristenUnie, Samen Waalwijk en Lijst IJpelaar, begrijp ik waarom dat die zo wordt neergezet, maar het maakt het bijna praktisch onmogelijk überhaupt om de woondealtaakstelling te halen. Het is namelijk zo dat er vele projecten zijn, de kleinere projecten, waar geen 30 procent voor geldt op dit moment, maar een lager percentage die ze in het kader van sociale woningbouw moeten realiseren. Die hanteren we zoveel mogelijk vanuit de woonvisie of worden we daar in ieder geval op zijn minst mee geconfronteerd van projecten die er al langer lopen. Dan zouden die projecten niet meer door kunnen gaan. Dat betekent dat in ieder geval in de aantallen de plancapaciteit zoals we die hebben staan van zo'n 2400 woningen tot 2030 vanaf nu we niet gaan halen. Verder brengt het met zich mee dat u per project, en dat klinkt namelijk rigide, in onze ogen 30 procent moet halen. Soms kunnen er wel eens omstandigheden zijn dat iets niet kan. Juist dat vereveningsfonds gaat het mogelijk maken dat daar waar je iets moet laten, je het elders kan gaan compenseren. Dat is wat de woningbouwcoöperaties zeer waarderen. Ik heb al een voorbeeld gehoord. Wij hebben een groot project.

Daarin zien we dat de opzet van de bouw veel te duur is voor een woningbouwcoöperatie, dus daar wordt die 30 procent niet ingelost, maar die wordt wel aan de andere kant ingelost door vlak daarbij die oplossing te vinden. Als we daar wat fluïde met elkaar kunnen omgaan, maar wel die taakstelling van 30 procent scherp in beeld houden, dat we die in ieder geval gaan halen, dan komt dat denk ik allemaal wel goed. Dat met betrekking tot die drie partijen. Het CDA heeft nog gevraagd met betrekking tot kunnen we snel bepaalde actie verwachten. Dat kan u. U zal snel de verordening krijgen, nog voor de verkiezingen, met betrekking tot het vereveningsfonds, als dat doorgaat. Met betrekking tot de jongeren, dat hebben we nu al geregeld. De kamerverhuur zijn we al mee bezig. In hospitaverhuur, dat kan allemaal al. Woningsplitsing kan allemaal al, maar omdat misschien iets meer body te geven, dat men daar wat meer houvast aan heeft. Met betrekking tot de VVD, een boeiend betoog, maar ik zocht even naar de vragen direct aan de wethouder. De voorzitter: Dit was de reactie van het college. Zijn er nog vragen aan het college? Meneer Van Groos, meneer Tiemstra, meneer Den Braven. De heer Van Groos: Voorzitter, dank aan de portefeuillehouder voor zijn reactie. Ik heb twee vragen.

De eerste vraag is, heb ik de wethouder horen zeggen dat het amendement van GroenLinksaf en andere overbodig is, omdat het college dat al doet, afgezien van de evaluatie? Waarom zouden we een amendement aannemen dat overbodig is? De tweede vraag is, ik heb goed geluisterd naar de reactie op ons amendement. Ik begrijp dat het college graag wat manoeuvreerruimte heeft. Zou het dan wel kunnen als we zeggen dat er iets meer maatwerk kan worden geboden? Bijvoorbeeld de wethouder viel over dat we stelden elk project, maar ik bedoel dan met elk project wat in aanmerking komt voor die 30 procent, want de regeling is iets anders, dat dat dan de ruimte biedt om toch meer te drukken op het bouwen van sociale woningen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Jong: Dank je wel, voorzitter. Eerst noemt u overbodig. Dat zou het lijken, maar we hebben het helemaal nog nergens staan. Dat betekent dat wat we nu krijgen, dat is een stuk richting van de raad. Daarom vind ik dat amendement niet overbodig.

2, dat je zegt van, kan het met betrekking tot ons amendement het beperken met betrekking tot die woningprojecten waar nu al 30 procent voor geldt, dus niet voor die kleinere projecten? In het kader van de woondeal heeft men bewust nagedacht om 3040-30 als gemiddelde aan te hangen voor de planningshorizon voor de planvoorraad. Dat betekent dat er niet per project wordt gerekend, niet per jaar, maar als jouw planhorizon vijf of tien jaar is, dat in die vijf, tien jaar moet opleveren 30-40-30. Geen een project laat zich precies uitlijnen van 70 woningen of wat ook. Het gaat een klein beetje op en neer. Je moet uiteindelijk dat gaan hanteren. Een goede methodiek is om te allen tijde bij die projecten waar we nu 30 procent voor vragen zwaar op in te zetten en dat zomaar niet te laten lopen. Alleen wij verschillen, meneer Van Groos, van, moet je dat door blijven zetten terwijl je ziet dat de projectontwikkelaar langs alle kanten beweegt, maar de andere partij niet wil bewegen? Dan is dat een lastige. Dan kom je gewoonweg niet tot elkaar. Vandaar dat we hebben gezegd, zeker wat we merken in het kader van het bouwen in het centrum van Waalwijk, dat dat kostenverhogend werkt. Je moet wat slopen, er zit misschien wat meer milieuverontreiniging, je kan niet zomaar het parkeren afwentelen op de openbare weg, waar een woningcorporatie wel van uitgaat.

Dat zijn voor woningcoöperaties, als die kosten mee worden genomen, allemaal verhogende kosten die oplopen, waarin zij hun eigen maximale break-evenpoint in euro's voorbijgaan. Ze zeggen, dat krijgen we niet meer terugverdiend. Als we hier elke keer in meegaan, dat lukt ons niet. Dan kunnen we het misschien vier, vijf jaar volhouden en dan is het klaar. Vandaar dat wij hebben aangegeven van, als het echt blijkt dat het daar niet kan, dan kunnen we twee dingen doen. Als we dat fonds hebben en we kunnen met subsidies werken, dan kunnen we kijken of we daar iets kunnen doen om het toch mogelijk te maken in dat project. Anders in plaats van plan A naar plan B. Dat is die dynamiek en die manoeuvreerruimte die we nodig hebben om aan het verzoek hier eerder gedaan van, kan de wethouder hardmaken dat we die 30 procent overeind houden? Dan komen wij goed in positie om dat te kunnen doen. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Ik dank de wethouder voor zijn reactie. Het lastige vind ik wel, ik vraag van, helpt het om meer ruimte te krijgen en meer maatwerk te mogen leveren? Vervolgens werd dat getrokken in geen maatwerk. Ik heb gehoord wat hij heeft gezegd, voorzitter. Daarmee is de vraag impliciet beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De wethouder gaf aan dat hij geen concrete vragen vanuit de VVD hoorde.

Dat was ook zo. Ik had twee oproepen gedaan. Ik had de wethouder opgeroepen om de ineffectieve opkoopbescherming waar de VVD al jaren geleden voor heeft gewaarschuwd niet te wachten tot 2027 om dat af te schaffen. Dat was de oproep aan het college. En om een concrete planning te maken. Daar heb ik het met de wethouder in de gespreksavond al over gehad. Toen heeft hij gezegd dat hij daarnaar wilde kijken, dus daar heb ik geen antwoord meer op nodig. Ik was wel nog even benieuwd, één aanvullende vraag op het debatje dat de wethouder met de heer Van Groos had, over het punt uit het amendement dat hij wel aanraadt en dan punt 4, over dat de toepassing van het fonds er niet toe mag leiden dat we onder de 30 procent uitkomen. De wethouder heeft net aangegeven dat die planvorming en de 30-

40-30 een gemiddelde is dat over tien jaar soms gaat waarin je alle plannen maakt en daar moet je op 30 procent uitkomen. Nogmaals de vraag aan de wethouder, vindt hij het niet riskant om dat punt specifiek op te nemen? Gaat het niet weer een belemmering voor de wethouder vormen om bijvoorbeeld juist sociale huurwoningen te bouwen? De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Dat is een terechte vraag. Ik heb hem zo uitgelegd, zoals men in het kader van de woondeal uitlegt, in het kader van de planvoorraad, als men per project dat aangeeft, dan kan het ook. Dan ga ik er wel van uit dat wij in de planvoorraad de compensatie kunnen aangeven om op die 30 procent te komen. Stel, er moeten in het project 30 sociale woningen gebouwd worden, er worden er in dat geval geen gebouwd bij wijze spreken, ter compensatie moet er dan 30 gecompenseerd worden, die 30, als we zien dat we daar een compensatie voor hebben, dat die over drie jaar worden gebouwd in totaal, dan kunnen wij daar wel mee leven. Zo leg ik die regel uit. We krijgen een mogelijkheid om te compenseren. Wij houden vast aan die 30 procent uiteindelijk aan de planvoorraad dat we dat we dat gemiddelde halen van 30-40-30 en dat we dat op deze wijze kunnen doen.

Dat betekent dus dat ik hem niet zoals u aangeeft tegelijk alleen op dat project vastzet in de tijd, maar dat project brengt met zich mee dat er nog een compensatie geleverd moet worden en dat ik dat aangeef welk jaar dat gebeurt. U wil wel weten van waar die compensatie dan uit bestaat en hoeveel en wanneer. Dan heb ik er geen probleem mee. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de wethouder misschien alsnog best wel een risico neemt. De heer Van Groos stelde volgens mij net terecht de vraag, met de appreciaties van de wethouder op dit voorstel, of het niet overbodig is. Voor ons is in ieder geval nu helder wat de wethouder met het amendement wil. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. De wethouder was vlot door zijn spreektijd heen, dus buiten zijn schuld kon hij niet ingaan op wat wij in onze bijdrage naar voren gebracht hadden. Twee dingen specifiek. De optie B, noodzaak van het vastleggen van restricties ten aanzien van aan- en uitbouwen in het omgevingsplan in geval voor goedkope koopwoningen. Dat zouden wij liever geen doorgang vinden. Laat mensen binnen de huidige regelgeving de vrijheid om de woning naar wens aan te passen. Dan zou ik graag horen hoe de wethouder daartegenaan kijkt.

2, we hebben getracht best een pleidooi te houden voor een actieve grondpolitiek, om toch wat voortvarender in te werk te gaan. Ook daar zouden we graag een reactie van de wethouder op horen. Die twee punten, voorzitter. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Met betrekking tot optie B, aan- en uitbouwen. Wij zien dat er duidelijk twee wegen lopen en we zeggen hier niet van, dat is die weg. We vinden het waard om dat te onderzoeken van, moet, zoals ik bij de gespreksavond heb gezegd, het bezit prevaleren? Mag iemand wel uitbouwen, ondanks als het in de enge vorm blijft, zoals ze het kopen en ze mogen niet uitbouwen, alles wat

vergunningvrij is, dat mogen ze wel doen. In het kader van de bestemmingsplanverandering of wat dan ook, dan niet. Dat is 1. Of 2, je mag gewoon uitbouwen. Dat betekent wel dat die woning onttrokken wordt voor starters in een goedkoop segment. Ik heb aangegeven dat we van achter de hoven een twaalf-, veertiental van die woningen voor 283.000, 284.000 zo willen wegzetten. Als je dat gaat uitbouwen, stijgt die meer dan alleen maar de marktwaardecorrectie per jaar dat die stijgt. Dan wordt hij veel duurder. Dat betekent dat voor die doelgroep die er eerst in is gegaan het gelijk eindig is bij diegene als die daar flink gaat verbouwen, want dan stijgt de waarde van die woning gigantisch. Dan kan een starter dat niet meer aan. Vandaar vinden we dat we daarnaar moeten kijken van, wat zijn daar de plussen en minnen van? Moeten we ervoor gaan om dat voor de starter als koopwoning te handhaven en dan moeten we beperken in de mogelijkheden, of moeten we dat andere doen? Vandaar het voorstel van, wij onderkennen dat dit een discussiepunt is, vandaar dat we het willen onderzoeken en daar een gericht voorstel over geven. De voorzitter: Volgens mij had u het antwoord gegeven. Allebei de antwoorden voldoende voor u? De heer Tiemstra: Volgens mij was dit het begin van een antwoord op de eerste vraag. De voorzitter: Dat andere antwoord hebben we nog niet gehoord.

De heer Tiemstra: We gaan geen discussie starten, maar ik begrijp dat er een onderzoek komt en over dat onderzoek gaan we graag te zijner tijd met u in gesprek, want wij hechten zeer aan de vrijheid van de mensen die een woning gekocht hebben. De voorzitter: Dan de tweede vraag. De heer Tiemstra: Dank u wel. De voorzitter: Het antwoord op de tweede vraag, wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Die actieve grondpolitiek willen we inderdaad toepassen. U moet wel even realiseren, wij hebben nu al een planvoorraad van 2400 woningen. Dat is niet voor niks, omdat veel grond in deze gemeente bij ontwikkelaars zit, potentiële ontwikkelaars. Daarom komen we aan die grote getallen. Die hebben aangegeven van te willen ontwikkelen. Sterker nog, we hebben zo'n 1700 woningen al hard voor die periode. Dat betekent dat we boven de woondeal uit zouden kunnen gaan, als alles goed zou verlopen. Die is 2010, die we moeten realiseren. We hebben er 2400. Wat dat betreft, daar waar het kan, en zeker in relatie tot de woningbouwcoöperaties, gaan wij ons daar specifiek op inzetten. Daar geven we antwoord in met betrekking tot de motie van GroenLinksaf, die vlak voor de zomervakantie is ingediend. De voorzitter: De heer Tiemstra, nog een vraag. De heer Tiemstra: Kort, voorzitter. Inderdaad, aansprekende getallen wat de gemeente samen met projectontwikkelaars bereikt heeft c.q. staat te bereiken.

Dat geeft ook aan dat Waalwijk veel uit handen heeft gegeven. Als we zelf eerder aan de grond hadden gekund, dan hadden we nu meer vrijheid om misschien tegemoet te komen aan een deel van de wensen van deze raad. Wellicht is er nog grond over. Doe daarmee wat u verstandig acht, in lijn van onze aanbeveling actieve grondpolitiek.

De voorzitter: Dank u wel, meneer Tiemstra. Ik zie meneer Den Braven nog zitten. De heer Gijs den Braven: Voorzitter, ik zal het bij één vraag houden. Ik heb er nog duizend. Ik wil de wethouder graag nog een vraag stellen. Hij gaf net aan wat die heeft bedoeld met zijn verstrekkendheid-opmerking. Op zich een helder antwoord. Daar zijn we blij mee. Misschien kan de wethouder wel iets aangeven over wanneer hij verwacht zo’n woningbouwstimuleringsfonds wel in te hebben gesteld. Gaat het over een aantal maanden, moeten wij daar nog een jaar op wachten? Wat ons betreft, hoe sneller, hoe beter. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dat ligt nog een beetje diffuus, maar we willen daar wel zo snel mogelijk mee aan de gang gaan. Met bepaalde dingen zijn we al bezig. Zal ik dan de afspraak maken dat zodra dat bij ons goed inzichtelijk is, dat we echt een datum kunnen noemen of een tijdseenheid, dat we u als raad daarover berichten? De voorzitter: U heeft een toezegging van de wethouder. Hartelijk dank. Ik zie meneer Frodyma nog opstaan. Meneer Frodyma heeft nog een vraag voor u. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik mis van de wethouder de vraag die ik heb gesteld in mijn bijdrage met betrekking tot starters van het middensegment, de motie die wij daar raadsbreed hebben aangehouden.

Ik heb gevraagd in mijn bijdrage om daar, als het niet lukt, met de initiatiefnemers waarmee nu wordt samengewerkt en met Casade, of die dan bereid is om te kijken naar een andere oplossing, naar andere beleggers die graag in die woningmarkt willen beleggen, dus in de sociale huur, als in de middenhuur. Als gesprekspartner zou bijvoorbeeld kunnen zijn hiervoor om ideeën daarvoor in de markt op te doen de Bank Nederlandse Gemeenten en of het Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Gemeenten. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Het is namelijk zo dat als een projectontwikkelaar zich hier meldt en het plan wordt warm, dan geven we deze informatie altijd mee. Daar hebben we het de vorige keer met de gespreksavond over gehad. Op dit moment, voor de komende jaren liggen veel zaken al vast. Ik vind dat een beetje lastig. Het ligt aan de projectontwikkelaar zelf of hij of zij daar gebruik van wil maken of niet. Het is niet aan de gemeente. Wij willen best informatie overdragen, maar het ligt niet aan de gemeente. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, we proberen dat al jaren zo op die manier. Dit is dan een totaal nu initiatief waar je gebruik van kunt maken. Ik kreeg als antwoord tijdens de gespreksavond van u van, maar dat lukt momenteel met deze marktpartijen niet.

Dan zou ik zeggen van, kijk eventjes, ga het gesprek aan met de Bank Nederlandse Gemeenten en met grote beleggers, want er staan echt beleggers die hierop in willen spelen. Andere beleggers waarmee wij dus nu momenteel waarschijnlijk mee samenwerken. De voorzitter: U doet een tip aan de wethouder. Wethouder. Wethouder De Jong: Gelukkig hebben wij veel beleggers hier die achter die projectontwikkelaars staan, dus daar zijn we in ieder geval blij mee tot op heden, dus dat

gaat goed. Ik heb getracht de vorige keer aan te geven, zij moeten iets gaan aanbieden onder de marktwaarde. De verkoopwaarde van een appartement of woning moet onder de marktwaarde liggen. Dan komen die mensen in beeld, om die onrendabele top bij te financieren, te subsidiëren of tegen lage rente. Het is de projectontwikkelaar die dat moet doen en niet de gemeenten. We kunnen ze er hooguit op wijzen, maar zij moeten het doen. De projectontwikkelaars in Waalwijk tot op heden hebben altijd de marktwaarde gehanteerd en zijn niet onder de marktwaarde gaan zitten. Hebben geen gebruik daarvan gemaakt, in ieder geval bij ons niet bekend. De voorzitter: We gaan geen gespreksavond opnieuw doen. Als er dingen zijn die nog nieuwe perspectieven zijn of andere vragen, dan is dat van harte welkom. Als er geen vragen meer zijn, dan sluiten we dit onderdeel af. Dan gaan we naar de tweede termijn. Is er iemand die behoefte heeft aan een tweede termijn? Niemand behoefte aan de tweede termijn. Dan gaan we stemmen. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik zou graag een korte schorsing willen vragen van maximaal vijf minuten om met de mede-indieners te overleggen over ons amendement. De voorzitter: Vijf minuten? De heer Van Groos: Maximaal vijf minuten. De voorzitter: Tot 21.05 uur dan. De vergadering is geschorst. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter: We gaan de vergadering vervolgen. Beste mensen, we vervolgen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Van Groos, die om een schorsing heeft verzocht. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. De indieners betreuren het dat er geen beweging mogelijk was. Wij zien dat er geen politiek draagvlak is, dus wij zullen het amendement niet in stemming brengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan is dat het amendement van geen vereveningsfonds. Dan was ik bij of iemand een stemverklaring wilde indienen. Meneer Van Groos en mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Ik ben tegen het amendement, omdat ik vind dat als ik voor ga stemmen dat ik gemengde wijken in de hand werk. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Dat laatste punt deel ik met mevrouw IJpelaar. Een vereveningsfonds maakt het mogelijk om onevenwichtige buurten te realiseren. Wij hebben liever een fonds met regels dan een fonds zonder regels. Wij zullen daarom voor het amendement stemmen van GroenLinksaf. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Ik kan me helemaal vinden in de woorden van meneer Van Groos. Wij gaan voor het voorstel stemmen. Beter in ieder geval iets met voorwaarden eraan dan helemaal niets.

De voorzitter: Er komen steeds meer stemverklaringen. Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Er komt er nog een, voorzitter. Het amendement van GroenLinksaf, Lokaal Belang, zullen wij steunen met vergelijkbare motivatie. Na beluistering van de beantwoording van de wethouders zojuist op onze punten spreken we graag ons vertrouwen uit op een positief vervolg. We zullen ook voor het voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dit waren de stemverklaringen. Dan ga ik de griffie vragen om de stemming voor het amendement Voorwaarden vereveningsfonds klaar te zetten. De raad stemt digitaal over het amendement. Met 21 stemmen voor en 5 stemmen tegen wordt het amendement aangenomen. De voorzitter: Dan ga ik nu het geamendeerde raadsvoorstel in stemming brengen. Wenst iemand op dit raadsvoorstel nog een stemverklaring af te leggen? Mevrouw IJpelaar en meneer Van Groos. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter, ik heb net tegen het amendement gestemd, met de reden dat ik vind dat er geen gemengde wijk moet komen, dus kan ik niet voor het voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie is tegen een vereveningsfonds, ook al komen er nu regels, en zullen dus tegen het raadsvoorstel stemmen. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter.

Ook wij hebben net tegen het amendement gestemd, maar wij hechten er belang aan dat we stappen zetten om de woningmarkt los te trekken. Wij zullen wel voor het voorstel stemmen, ondanks het feit dat dit nu in het raadsvoorstel staat. De voorzitter: Dank u wel voor de uitleg en de stemverklaringen. De raad stemt digitaal over het raadsvoorstel. Met 24 stemmen voor en 2 stemmen tegen wordt het raadsvoorstel aangenomen. 10.

Woonzorgvisie gemeente Waalwijk

De voorzitter: Dan gaan wij naar punt 10 op de agenda. Dat is de Woonzorgvisie gemeente Waalwijk. Er moet mij even iets van het hart, mensen. We gaan het vanavond afmaken. Als wij dat op de manier gaan doen zoals we net deden, dat kan, dan denk ik dat we lang blijven zitten. Ik wil u vragen om geen gespreksavond te herhalen, om vooral uw politieke verantwoordingsvragen te stellen en te reageren op moties en amendementen. Laten we proberen onszelf te beperken in de In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, in goed Duits. Duits is niet mijn beste taal. Dan gaan wij nu met elkaar spreken over de Woonzorgvisie van de gemeente Waalwijk.

In 2024 is een regionale Woonzorgvisie vastgesteld. Gemeenten dienen per 2027 een lokale Woonzorgvisie te hebben. De lokale variant ligt nu voor aan uw raad en spitst zich toe op woonruimte, passend bij uiteenlopende woonbehoeften. Het is een bespreekpunt voor GroenLinksaf, Samen Waalwijk, CDA, Lijst IJpelaar, ChristenUnie. Samen Waalwijk heeft een verlenging van de spreektijd van 5 minuten aangevraagd. Mevrouw IJpelaar heeft alsnog een verlenging van de spreektijd van 3 minuten aangevraagd. Ik wil de heer Van Groos als eerste het woord geven van de ChristenUnie. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie steunt de Woonzorgvisie van harte. Het is goed dat we vooruitkijken naar 2040 en oog hebben voor de combinatie van wonen en zorg. Tegelijkertijd zien we dat de visie erg breed is en dat het succes straks valt of staat met de uitvoering. Daarom willen we een duidelijk kader meegeven en dienen we mede namens CDA en Lijst IJpelaar, Samen Waalwijk en SGP een amendement in. Het doel is eenvoudig, zorgen dat we als raad niet alleen een richting vaststellen, maar ook meetbare doelen meegeven, zodat we straks niet alleen mooie woorden hebben, maar ook kunnen volgen of de uitvoering daadwerkelijk lukt. Zo versterken we onze kaderstellende rol en geven we het college duidelijke handvatten.

Daarmee maken we de Woonzorgvisie concreet en toetsbaar in het belang van alle inwoners van Waalwijk die nu en straks een passende woning met zorg nodig hebben. Waalwijkers verdienen een woonzorgbeleid dat niet alleen belooft, maar ook levert. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. De mede-indieners zijn CDA, Lijst IJpelaar, SGP en Samen Waalwijk. Zijn er andere fracties die dit amendement op voorhand steunen? Nog niet, zie ik. Dan wil ik mevrouw IJpelaar het woord geven. Lijst IJpelaar. Amendement: SMART doelstellingen Woonzorgvisie De fracties stellen het volgende amendement voor: Constaterende dat: • de Woonzorgvisie Waalwijk richting geeft tot 2040, maar de realisatie afhankelijk is van concrete en meetbare doelstellingen; • de raad zijn kader stellende rol optimaal kan invullen als er meetbare prestatieindicatoren beschikbaar zijn; Overwegende dat: • het voor de raad belangrijk is om de voortgang te monitoren op onder andere levensloopgeschikte woningen, sociale huur, specifieke woonvormen, sociale basis en samenwerking; • er regionaal en wettelijk verplichtingen aankomen (bijvoorbeeld met betrekking tot urgentiegroepen en volkshuisvestingsprogramma); Besluit: Het dictum van het besluit inzake de Woonzorgvisie te wijzigen door hieraan toe te voegen dat het college: 2.

In het uitvoeringsprogramma bij de Woonzorgvisie in elk geval de volgende SMARTdoelstellingen en prestatie-indicatoren opneemt: * realiseren van 40% nultreden woningen in nieuwbouw tot 2030 (circa 800 stuks);

* het borgen van minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad, met jaarlijkse monitoring; * het uiterlijk in 2027 opnemen van regionale afspraken over urgentiegroepen in de Huisvestingsverordening; * het uiterlijk in 2026 vaststellen van een afwegingskader specifieke woonvormen; * het organiseren van jaarlijkse informatiesessies over zorgtechnologie en sociale basis; * het minimaal eens per 2 jaar evalueren van het uitvoeringsprogramma met terugkoppeling aan de raad. 3. De raad jaarlijks rapporteert over de voortgang van deze doelstellingen met behulp van prestatie-indicatoren zoals: * het aantal gerealiseerde nultreden woningen per jaar; * het percentage sociale huur in de woningvoorraad; * het aantal gehuisveste huishoudens uit urgente aandachtsgroepen; * het aantal gerealiseerde specifieke woonvormen en pilots; * het aantal tot stand gekomen ontmoetingsplekken en samenwerkingsafspraken met zorgaanbieders; * de mate van participatie van inwoners en maatschappelijke partners bij uitvoering van de Woonzorgvisie. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de nieuwe Woonzorgvisie zegt, ouderen moeten langer thuis kunnen wonen. Daar hoort bij dat ze hun huis kunnen aanpassen. Daarvoor is de stimuleringslening een goed idee in theorie. In de praktijk zien we dat juist de ouderen die dat het hardst nodig hebben hier nauwelijks gebruik van maken.

Sinds de invoering is de regeling 67 keer gebruikt, maar de gemeente weet niet hoeveel daarvan ouderen zijn, want leeftijd wordt niet geregistreerd. Wie weinig geld heeft of geen overwaarde, komt niet in aanmerking. Dat zijn precies de mensen die we met deze visie willen helpen. Een lening afsluiten is voor veel ouderen een brug te ver. Ze zijn zuinig, leven van een klein pensioen en willen geen schuld meer aangaan. Juist kleine aanpassingen, een drempel weghalen, een veilige badkamer, goede verlichting, maken een groot verschil. Voor sommige voorzieningen, zoals een traplift, kunnen mensen terecht bij de Wmo. Veel kleine preventieve aanpassingen vallen daarbuiten. Dat is zonde, want juist die voorkomen dat mensen vallen, vereenzamen of noodgedwongen moeten verhuizen. Vroegtijdige aanpassing is dus geen kostenpost, maar een besparing op lange termijn. Daarom deze motie die ik samen met ChristenUnie, CDA, Samen Waalwijk indien. We vragen het college drie concrete dingen. 1, registreer de leeftijdscategorie bij aanvragen, zodat we weten of de regeling ouderen bereikt. 2, onderzoek of er een klein fonds of subsidie kan komen voor wie niet kan lenen of buiten de Wmo valt. 3, zorg dat de regeling bekender wordt. Niet alleen online, maar ook via huisartsen, wijkverpleging, cliëntenondersteuner, ouderenbonden en buurthuizen, want niet iedere oudere is digitaalvaardig.

Deze motie vraagt niet om een nieuwe visie, maar om de uitvoering van wat we samen hebben afgesproken. Kleine aanpassingen maken een groot verschil. Laten we doen wat we hebben beloofd en zorgen dat onze ouderen niet vergeten worden. Voor zover, voorzitter. Motie: stimuleringslening-woningaanpassing De raad, in vergadering bijeen op donderdag 9 oktober 2025, gehoord de beraadslaging,

Constaterende dat: • In onze Woonzorgvisie staat dat de gemeente het gebruik van de stimuleringslening wil aanmoedigen; • Het idee goed is: ouderen kunnen hun huis aanpassen en zo langer veilig thuis blijven wonen; • De regeling inmiddels 67 keer is gebruikt; • Niet bekend is of dat vooral 65-plussers zijn, of juist jongere woningeigenaren; • Ouderen zonder overwaarde of met een lage draagkracht de lening niet kunnen krijgen; • De bekendheid van de regeling vooral via websites en ketenpartners verloopt, terwijl veel ouderen digitaal minder vaardig zijn; • Deze ouderen de informatie eerder kunnen ontvangen via o.a. praktijkondersteuners en cliëntondersteuners; Overwegende dat: • De Woonzorgvisie inzet op zelfstandig en veilig thuis wonen; • De stimuleringslening een goed instrument is, mits ook de juiste doelgroep bereikt wordt; • Inzicht nodig is om te weten of ouderen die dit het hardst nodig hebben daadwerkelijk bereikt worden; • Betere communicatie via de juiste kanalen kan zorgen voor meer bekendheid en gebruik; Verzoekt het college om: 1. In beeld te brengen hoeveel 65-plussers tot nu toe gebruik maakten van de stimuleringslening; 2. Te zorgen dat de informatie breed wordt verspreid via de juiste kanalen en professionals die specifiek ouderen bereiken; 3. Te onderzoeken hoe de regeling ook toegankelijker kan worden voor mensen zonder overwaarde op een koopwoning.

En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw IJpelaar. Ik heb wel een verduidelijkingsvraag. Als ik uw bijdrage hoor en het dictum zie, dan wijkt dat af. Er staat, in beeld brengen, die heeft u genoemd. Te zorgen dat de informatie breed wordt verspreid, heeft u ook genoemd. U noemde een fonds en dat fonds zie ik niet. Ik zie te onderzoeken hoe de regeling toegankelijker kan worden. Ik zit me even af te vragen of de motie nu klopt met hoe u hem net verwoordt. Welke is goed, die u uitspreekt of die er op papier staat? Mevrouw IJpelaar: Die ik uitspreek. De voorzitter: U wil dat het dictumpunt 3 wordt gewijzigd in dat er een onderzoek over een fonds komt. Mevrouw IJpelaar: Mag ik hem herhalen? De voorzitter: Herhaal maar. Mevrouw IJpelaar: Registreert de leeftijdscategorie bij aanvragen, zodat we weten of de regeling ouderen bereikt. Onderzoek of er een klein fonds of subsidie kan komen voor wie niet kan lenen of buiten de Wmo valt.

De voorzitter: Hier staat regeling, maar u bedoelt echt een fonds of subsidie specifiek. Dit punt is breder dan wat u noemt. Mevrouw IJpelaar: Zorg dat de regeling bekender wordt, niet alleen online. Ik hoef toch niet alles wat in de motie staat … De voorzitter: Dan moeten we hem aanpassen, want anders weet de raad niet waar ze ja of nee tegen zeggen. Ik denk dat uw mede-indieners hetzelfde idee hebben hierbij. Ik zie meneer Frodyma bewegen. Meneer Frodyma, heeft u een punt van orde? De heer Frodyma: Misschien is het even verstandig om toch vijf minuutjes te schorsen hierover. De voorzitter: Even kort te schorsen en het over deze motie te hebben. Meneer Van Groos. Doet u dat even als indieners. De heer Van Groos: Voorzitter, er staat, te onderzoeken hoe de regeling toegankelijker kan worden. Hoe dat toegankelijk kan worden, zou kunnen zijn met een fonds. Wat mij betreft, valt het binnen de formulering zoals die er nu staat, alleen maakt het die wat specifieker en misschien duidelijker, maar er zijn meer mogelijkheden om de regeling te toegankelijk te krijgen. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar zegt, ik wil punt 3 aangepast hebben tot een fonds, subsidie. Het is aan jullie, mede-indieners, of je dit dictum pakt of het dictum dat mevrouw IJpelaar heeft. Een paar minuten schorsen om te kijken welk dictum? De heer Frodyma: Ik zou voorstellen om een paar minuten te schorsen.

De voorzitter: Een paar minuten schorsen. Hoe laat is het precies? 21.21 uur. We gaan tot 21.25 schorsen. Tot 21.25 is de vergadering geschorst. Gaat uw gang. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: We kunnen alweer vervolgen. Zijn we zover? We vervolgen. Mevrouw IJpelaar, aan u het woord. Meneer Frodyma vroeg om een schorsing, maar mevrouw IJpelaar was aan het woord. Gaat uw gang. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Sorry voor de commotie. Zoals het in de motie staat, zo dienen we hem in. Ik heb dan in mijn betoog iets anders gezegd en sterker gemaakt. Als er niks over was gezegd, was het ook goed, maar het zij zo. De voorzitter: De motie en de tekst zoals die nu op het scherm staat is leidend. We hebben de ChristenUnie gehad, we hebben Lijst IJpelaar gehad. Dan ga ik nu vragen of het CDA een bijdrage wil doen. Meneer Spohr. De heer Spohr: Voorzitter, de CDA-fractie juicht het toe dat een Woonzorgvisie is gepresenteerd. Naast de toekomstige verplichting is het immers hard nodig dat een dergelijke visie er ligt, om als uitgangspunt te dienen bij woonzorgbeleid. Het aandeel senioren in onze samenleving stijgt snel en bijvoorbeeld onder tweedelijnszorg wordt geen lang verblijf in een ziekenhuis mogelijk, zodat woning en zorg in de woonplaats goed geregeld moeten zijn.

Vooral ook omdat het merendeel van de senioren niet graag verhuist en de verhuismogelijkheden naar een instelling zeer beperkt zijn. Daarom steunt

de CDA-fractie de motie Stimuleringsregeling, die door stimulering van aanpassing van woningen is gericht op langer thuis wonen. Voorzitter, hoe gaan we de beweging maken van individualisering naar omzien naar elkaar, wat voor een groot deel de sociale basis van dit beleid wordt? Van iedereen zijn eigen huis en zorg, naar hulp bieden aan hen die dat behoeven. Het huidige voorstel gaat ervan uit dat we dat doen. Hoe dat gebeurt, lezen we er niet in. Misschien kan de portefeuillehouder wat duidelijkheid geven. Bijzonder blij is de CDA-fractie daarom met het voorstel om reguliere appartementencomplexen om te zetten in geclusterde woongemeenschappen met een ontmoetingsruimte in het pand of in de omgeving. Wat ons betreft een win-win. Dat geeft de mogelijkheid tot enerzijds mantelzorg, maar anderzijds biedt een dergelijk concept voor reguliere thuis- en andere zorg de mogelijkheid om efficiënt en effectief zorg te bieden aan veel mensen tegelijk, vergelijkbaar met het vroegere bejaardenhuis waar de laatste tijd vaak naar wordt verwezen omdat woonzorg hier wél effectief even efficiënt kon worden toegepast. Wel vindt de CDA-fractie dat er een aanmoediging nodig is om voldoende en adequate woonzorg daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden met SMART-doelstellingen. Vandaar dat wij deze motie graag mede met ChristenUnie en Lijst IJpelaar ongewijzigd indienen.

De voorzitter: Dank, meneer Spohr. Dan geef ik nu graag het woord aan Samen Waalwijk. Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, als we willen dat mensen langer thuis kunnen wonen, moeten we zorgen dat thuis meegroeit met de mens. Een trap wordt steiler, een badkamer gladder en de wereld buiten soms kleiner. Vandaag leggen we met de Woonzorgvisie een fundament onder dat huis, een fundament dat meebeweegt met de levensloop van onze inwoners. De visie kijkt vooruit tot 2040. Dat is ambitieus en terecht. De dubbele vergrijzing, de druk op de zorg en het tekort aan passende woonvormen vragen om regie. Die regie nemen we als gemeente op wonen, zorg en participatie. Niet door alles zelf te doen, maar door de juiste voorwaarden te scheppen. Een visie zonder actie blijft een papieren belofte. Daarom dien ik samen met Lijst IJpelaar, ChristenUnie en CDA een motie in over de stimuleringslening voor woningaanpassing. Hoewel het idee goed is, ouderen kunnen hun woning aanpassen en veilig langer thuis blijven wonen, zien we knelpunten. De regeling is 67 keer gebruikt, maar we weten niet door wie. Ouderen zonder overwaarde vallen buiten de boot. De communicatie verloopt vooral digitaal, terwijl juist veel ouderen daar minder vaardig in zijn.

Daarom vragen we het college om inzicht in het verbruik door 65-plussers, betere communicatie via praktijkondersteuners en cliëntondersteuners, onderzoek naar toegankelijkheid voor mensen zonder overwaarde. Daarnaast dienen wij samen met ChristenUnie, CDA, Lijst IJpelaar en de SGP een amendement in om de visie te versterken met SMART-doelstellingen. Als we willen weten of we vooruitgaan, moeten we ook meten. Denk daarbij, zoals we onder andere in het dictum hebben omschreven, aan 40 nultredenwoningen in nieuwbouw tot 2030, minimaal 30 procent sociale huur, jaarlijkse monitoring, afspraken over urgentiegroepen uiterlijk in 2027, jaarlijkse informatiesessies over zorgtechnologie en sociale basis. Een tweejaarlijkse evaluatie met terugkoppeling aan de raad.

Voorzitter, met deze visie, motie en amendement bouwen we niet alleen maar stenen, maar aan vertrouwen. Vertrouwen dat Waalwijk een plek blijft waar je oud mag worden, zonder zorg. Of, zoals een oudere inwoner het ooit tegen mij zei, ik hoef niet meer omhoog, als ik maar vooruit kan. Tot zover deze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, meneer Frodyma. Dan geef ik nu het woord aan GroenLinksaf. Mevrouw Van Laar. Mevrouw Van Laar: Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten aan alle betrokkenen voor de integrale benadering van wonen, zorg en welzijn. Hiermee kijkt Waalwijk vooruit tot 2040 en zet in op samenwerking, inclusie en passende woonvormen. Wat GroenLinksaf betreft, zijn er veel positieve aanknopingspunten. De nadruk op levensloopbestendige en nultredenwoningen en het stimuleren van doorstroming sluiten naadloos aan bij onze visie op duurzame en toegankelijke woningbouw. Uiteraard zijn we blij dat hier de 30 procent sociale huur een plek heeft. De aandacht voor de sociale basis, ontmoeting in de wijk en het versterken van gemeenschappen, juichen wij dan ook hard toe. Voorzitter, we hebben wel enkele aandachtspunten om mee te geven. Allereerst de rol van commerciële partijen. In de visie wordt gesproken over het stimuleren van zorgvoorzieningen voor hogere inkomens door marktpartijen. GroenLinksaf is hier terughoudend in.

Het is goed om ervoor te zorgen dat de reguliere woonzorgvoorzieningen beschikbaar zijn voor mensen die hier afhankelijk van zijn, maar hoe voorkomen we dat het leidt tot tweedeling in de zorg en hoe borgen we dat publieke waarden voorop blijven staan? Daarnaast valt op dat er geen harde spreiding wordt gehanteerd voor aandachtsgroepen. Ook dat is een punt waar GroenLinksaf achterstaat vanuit het oogpunt van maatwerk. Wel willen we daarbij meegeven om goed te kijken naar de draagkracht en draaglast in buurten en wijken, zodat we voorkomen dat wijken uit balans raken. Voorzitter, GroenLinksaf heeft de brief gelezen Toekomst ouderenzorg in Waalwijk. Rumah Baru is een mooi initiatief in oprichting met een zeer actieve gemeenschap erachter. Er zijn echter gemeenschappen die minder georganiseerd zijn en moeilijk aansluiting vinden bij de reguliere wooninitiatieven voor ouderen. Ook hen kunnen wij een herkenbare woonomgeving wanneer dit nodig is. We doen de volgende suggesties. Monitor de sociale impact van woonzorginitiatieven op buurten, rekening houdend met draagkracht en draaglast van de buurt. Betrek inwoners van specifieke groepen bij de inrichting van zorgvoorzieningen, zodat mensen met alle achtergronden een prettige woonvoorziening hebben wanneer zij dit nodig hebben. Voorzitter, deze visie geeft ons vertrouwen, maar we zijn scherp op de uitvoering.

Alleen als we blijven investeren in publieke regie, sociale samenhang en duurzame keuzes, bouwen we aan een Waalwijk waar iedereen, jong en oud, prettig kan wonen en leven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Laar. U mag met elkaar in debat hierover. Het blijft vrij stil. Geen behoefte aan een debat? Het is uw tijd, het is uw raad, dus vooral doen. Debatteren is belangrijk. Dan ga ik de wethouder namens het college vragen om te reageren op amendementen en moties en op de politieke verantwoordingsvragen Wethouder Slaats namens het college.

Beantwoording college Wethouder Slaats: Dank u wel, voorzitter. Mooi om hier te staan en om te zien dat we bij de gespreksavond ruim de tijd hebben genomen om bij het onder we stil te staan. Er zijn mooie bijdragen geweest, dus in die zin is dit onderwerp goed ter sprake gekomen. Ik wil even kort ingaan inderdaad op het amendement en de motie en een paar vragen die er liggen. Om te beginnen met het amendement van de ChristenUnie en een aantal andere indieners. Die gaat over het meetbaar maken van de activiteiten die we doen in het kader van de Woonzorgvisie. Volgens mij staan er vrij goede dingen in volgens het college. We snappen de drang om KPI’s neer te zetten en die ook te bevestigen. We hebben gezegd dat we dat graag in het uitvoeringsprogramma willen doen. Vanuit uw raad komt nu de wens om dat een stap eerder naar voren te brengen. Wij kunnen ons daar deels in vinden. Tegelijkertijd zien we dat ze wel strak geformuleerd zijn op deze manier. Door het CDA is onder andere dit amendement een keer een motie genoemd. Dat zou een suggestie van mijn kant zijn. Er staan hele goede dingen in. Op een aantal punten zouden we misschien nog wat moeten tweaken om het echt goed werkbaar te maken in ons uitvoeringsprogramma. Dat heeft twee redenen. Reden 1 is dat we nog een participatietraject gaan starten met de verschillende partijen en daar ook het gesprek willen voeren.

Daar kunnen misschien nog andere KPI’s uit komen. De andere zitten meer op een paar inhoudelijke dingen, net zoals de derde bullet waar het gaat over urgentiegroepen en Huisvestingsverordening. Daar zijn we weer afhankelijk van wetgeving die nog moet doorkomen of niet moet doorkomen. Het zit een stukje over het bijvoorbeeld organiseren van jaarlijks informatiesessies over zorgtechnologie en sociale basis. Hartstikke belangrijk, maar we willen ook doen op basis van waar de behoefte ligt. Misschien is het een keer een jaar niet over die onderwerpen, maar weer over andere onderwerpen. Op die manier willen we kijken van, hoe kunnen we ze precies goed tweaken, zodat ze ook passend zijn. Ik denk, en ik zeg, als u hem in een motie wil ombouwen, dan kunnen we hem omarmen en dan krijgt u voor een groot gedeelte de KPI’s die u nu heeft meegegeven terug in het uitvoeringsprogramma. Zou een suggestie van mijn kant zijn. Dan de motie van mevrouw IJpelaar en de andere indieners. Vind ik een sympathieke motie. Tegelijkertijd vind ik hem wel ingewikkeld, omdat er een aantal dingen instaan die we al doen of die we liever niet doen. Een van de dingen die we liever niet doen, is het registreren van de 65-plussers of niet. Dat kost enerzijds veel tijd en anderzijds proberen we altijd aan te geven aan mensen die bezig zijn met woningaanpassingen, denk tijdig na over een woningaanpassing.

Er wordt zelfs de suggestie gedaan bij bijeenkomsten van ouderenbonden van, denk bij uw 50e al na wat u wil gaan doen met woningaanpassingen. Daarmee is misschien de grens van 65 niet de goede. Wat is dan wel de goede? Weet ik niet. Volgens mij moet iedereen die een woningaanpassing nodig heeft, mee kunnen doen daarmee. Dat zou onze insteek zijn. Tweede is dat we in de visie juist hebben aangegeven dat we inderdaad graag wat meer aandacht daarvoor willen geven. We hebben onlangs met de ouderenbonden nog een

mooie presentatie hierover gehad, ook van de onafhankelijke cliëntondersteuners. Dat loopt allemaal, dat zit best wel in gang. De laatste daar zit de veronderstelling onder dat mensen zonder overwaarde geen lening kunnen krijgen. Dat klopt niet. Mensen zonder overwaarde kunnen wel degelijk een lening krijgen. Hypothecair of consumptief. Die zijn wel lager dan als we het op basis van overwaarde doen. Dan wordt naar andere dingen gekeken, bijvoorbeeld draagkracht. Iemand moet wel een bepaald inkomen hebben, maar er zijn wel degelijk mogelijkheden voor mensen zonder overwaarde om daarmee aan de slag te gaan. Dan nog kort op het CDA. Het omzien naar elkaar, hartstikke belangrijk, is essentieel in de hele visie. Tegelijkertijd heb ik gezegd dat deze visie een uitwerking is van onze visie op het sociaal domein, samen redzaam, waar dat onderdeel nadrukkelijk in terugkomt. Je moet dit denk ik zien als een verbijzondering van wat we daar al hebben opgeschreven. Samen Waalwijk had vooral de amendementen en moties. Daar zou ik op terugkomen. Bij GroenLinksaf ging het over het monitoren van publieke waarden en spreiding. Ik denk dat we dat in het uitvoeringsprogramma moeten kijken op welke wijze we dat vorm zouden kunnen geven. Als laatste, het betrekken van specifieke groepen.

Daar zeg ik van, laten we dat in het uitvoeringsprogramma meenemen in het participatietraject en kijken hoe we op welke wijze we daar een goede manier invulling aan kunnen geven. Volgens mij zijn we dan rond. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik zie dat mevrouw IJpelaar wil reageren op uw reactie op haar inbreng. Gaat uw gang. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de bijdrage. Ik hoor de portefeuillehouder zeggen dat het niet klopt, dat de overwaarde niet klopt. Dan klopt het antwoord niet dat ik van u heb gekregen op mijn vragen. Ik heb in de vragen gekeken en dat stond erin, dus dat benoem ik in de motie. U zegt dat u bekendheid regelt met ouderenbonden en online staat het een en ander, maar niet iedereen is online. Daarom vraag ik of het op een andere manier ook kan. Wat had ik u nog horen zeggen? Dat u niet registreert. U hoeft mij niet te vertellen wie de personen precies zijn, maar het zou wel goed zijn dat we weten wie die leningen aanvragen, zodat we kunnen meten of ouderen dat echt aanvragen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Slaats: Dank u wel. Wij kijken dan toch naar het totale plaatje, om op uw laatste vraag vooruit te komen, dat wij denken dat iedereen die een woningaanpassing nodig heeft daar gebruik van moet kunnen maken en dat dat niet alleen geldt voor ouderen. Wij vinden het voor alle inwoners van Waalwijk in die zin belangrijk.

Het tweede punt, ik heb u proberen aan te geven dat we al erg bezig zijn met het realiseren van communicatie rondom zo’n stimuleringslening. Tegelijkertijd willen we dat nog intensiveren, want we zien daar best wel een opgave. Dat is wat we doen en wat we graag willen doen. Uw motie, dat punt daarin ondersteunt ons daarin. Ik denk dat we daar hetzelfde in staan. Ik denk dat er al mooie voorbeelden van zijn. Ik denk we altijd nog een stapje kunnen zetten. Het laatste punt, ik heb nog even de vragen erbij gepakt, want ik wil toch wel zeker weten dat het goed beantwoord hebben, maar dat is de laatste vraag die u gesteld heeft.

Daar staat, mensen zonder overwaarde op een woning in combinatie met onvoldoende financiële draagkracht. Als u geen van die twee hebt, kunt u geen gebruik maken van een lening. Dat is op zich logisch, want we willen mensen geen lening aanpraten, ik kan even geen beter woord bedenken, die dat niet kunnen betalen noch overwaarde hebben. Daar zit een bepaalde logica achter. Of u heeft voldoende draagkracht c.q. inkomen of u heeft overwaarde op uw woning en dan kunt u gebruikmaken van een soort van stimuleringsregeling, want er zijn verschillende soorten. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. U zegt dat het niet klopt. Ik heb naar de beantwoording gekeken en daar staat het in. Ik zeg niet iets wat niet klopt. Dat snap ik niet. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar, als ik u mag interrumperen, volgens mij heeft de wethouder net voorgelezen wat er in de beantwoording staat. In de beantwoording staat wat de wethouder net voorleest in de stukken. Misschien dat u elkaar niet goed begrijpt. Misschien moet u daar dan op een ander moment naar kijken. Als het goed is, is de beantwoording zoals die net is voorgelezen. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Mag ik hem dadelijk nog even bekijken? Dan ga ik even schorsen met de anderen, om te kijken naar de motie. Ik wil uitleggen waarom ik daar zonet zo'n verwarring was. Ik was mijn betoog kwijt.

Toen ging ik zoeken, heb ik het verkeerde betoog opgelezen. Allemaal excuses. Ik bereid me echt goed voor. De voorzitter: Dat weten we, mevrouw IJpelaar. Veel dank daarvoor en alle begrip. Wethouder Slaats wil nog reageren op u, dus ik geef nog het woord aan de wethouder. Wethouder Slaats: Ik wilde een beetje hetzelfde zeggen als wat u net zei, maar ik wil ook zeggen, laten we dadelijk nog het gesprek er verder over voeren. Dan kijken we hoe het zit. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, de wethouder stelt voor om in plaats van het door ons ingediende amendement daar een motie van te maken, wat zou kunnen, met als argument van, dat biedt het college meer ruimte om daarvan af te wijken. A, stel ik vast dat het college ook op andere punten afwijkt. Ik noem bijvoorbeeld de begroting die volgende maand voorligt in verhouding tot de kadernota, waar miljoenen verschil tussen zit op basis van ontwikkelingen. Het college acht zich niet altijd gebonden aan raadsbesluiten, omdat er ontwikkelingen kunnen zijn. De argumenten, voorbeelden die hij noemde, kunnen worden gebruikt om af te wijken van het amendement, bijvoorbeeld wetgeving of inspraak van andere partijen die ertoe doen. Dan denk ik dat de raad niet zal zeggen van, dit staat in het amendement en gij zult en moet. Die ruimte kan er dan wel zijn.

Bovendien staat er in het amendement niks wat in strijd is met wat er in de visie zelf staat. Daar zijn ze aan ontleend. Waarom zouden we nu wel de visie kunnen vaststellen waar deze punten worden genoemd en niet de SMART-doelstellingen bij amendement? De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder daar al iets over gezegd, maar ik geef hem nog even het woord.

Wethouder Slaats: Dank u wel. Ik ga het niet nogmaals doen, maar wat ik graag wil meegeven aan de heer Van Groos, is dat we willen proberen met zijn allen om een zo goed mogelijke visie plus indicatoren te maken. Ik heb die wens van u gehoord de vorige keer en wil daar graag gehoor aan geven. Ik denk echt dat we oprecht een betere stap kunnen zetten als we het doen via een motie, omdat we dan in het uitvoeringsprogramma nog wat ruimte hebben om daar invulling aan te geven. Het is uiteindelijk aan u om te zeggen van, ik wil daar graag een amendement van maken of een motie. Het is een suggestie van het college. Wij gaan daar sowieso mee aan de slag, wat de uitspraak ook is. De voorzitter: Prima. Dank u wel. Dat waren de vragen en antwoorden aan het college, van het college. Dank u wel. Heeft er iemand behoefte aan een tweede termijn? Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Ik heb behoefte aan een korte schorsing, voorzitter, met de medeindieners, om te kijken of we van het amendement een motie moeten maken. De voorzitter: Zowel die ene van mevrouw IJpelaar alsook rond uw amendement. Hoelang heeft u nodig? Zullen we tot 21.50 uur voor doen en dan kijken we of het lukt? Tot 21.50 uur geschorst. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar heeft een paar minuutjes nodig nog, of zijn we wel zover? We zijn nu zover, dus we vervolgen de vergadering.

Beste mensen, ik geef als eerste meneer Van Groos het woord van de ChristenUnie. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De suggestie van de portefeuillehouder is overgenomen, in de zin dat het amendement is omgezet in een motie. Ter vergadering aangepast – Motie SMART doelstellingen Woonzorgvisie De fracties stellen het volgende amendement voor: Constaterende dat: • de Woonzorgvisie Waalwijk richting geeft tot 2040, maar de realisatie afhankelijk is van concrete en meetbare doelstellingen; • de raad zijn kader stellende rol optimaal kan invullen als er meetbare prestatieindicatoren beschikbaar zijn; Overwegende dat: • het voor de raad belangrijk is om de voortgang te monitoren op onder andere levensloopgeschikte woningen, sociale huur, specifieke woonvormen, sociale basis en samenwerking; • er regionaal en wettelijk verplichtingen aankomen (bijvoorbeeld met betrekking tot urgentiegroepen en volkshuisvestingsprogramma); Verzoekt het college om: 1. IN het uitvoeringsprogramma bij de Woonzorgvisie in elk geval de volgende SMART-doelstellingen en prestatie-indicatoren op te nemen: • realiseren van 40% nultreden woningen in nieuwbouw tot 2030 (circa 800 stuks);

•

het borgen van minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad, met jaarlijkse monitoring; • het uiterlijk in 2027 opnemen van regionale afspraken over urgentiegroepen in de Huisvestingsverordening; • Het uiterlijk in 2026 vaststellen van een afwegingskader specifieke woonvormen; • het organiseren van jaarlijkse informatiesessies over zorgtechnologie en sociale basis; • het minimaal eens per 2 jaar evalueren van het uitvoeringsprogramma met terugkoppeling aan de raad. 2. Aan de raad jaarlijks te rapporteren over de voortgang van deze doelstellingen met behulp van prestatie-indicatoren zoals: • het aantal gerealiseerde nultreden woningen per jaar; • het percentage sociale huur in de woningvoorraad; • het aantal gehuisveste huishoudens uit urgente aandachtsgroepen; • het aantal gerealiseerde specifieke woonvormen en pilots; • het aantal tot stand gekomen ontmoetingsplekken en samenwerkingsafspraken met zorgaanbieders; • de mate van participatie van inwoners en maatschappelijke partners bij uitvoering van de Woonzorgvisie. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Het amendement wordt een motie. Het amendement SMART-doelstelling Woonzorgvisie wordt een motie. Dan geef ik het woord aan mevrouw IJpelaar over haar motie. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter, ik heb met de mede-indieners overlegd en we laten die motie zo staan. De voorzitter: Prima. Helder.

Een tweede termijn hadden we al gehad. Dan gingen we nu richting het stemmen. Dan gaan we dus niet stemmen over een amendement, dan gaan we eerst stemmen over het raadsvoorstel. Het raadsvoorstel voor de Woonzorgvisie gemeente Waalwijk gaat door de griffie klaargezet worden. Overigens heeft de heer Frank den Braven de vergadering verlaten. Hij hoeft niet meer mondeling te stemmen. Gaat uw gang. De raad stemt digitaal over het raadsvoorstel. Met unanieme stemmen voor wordt het raadsvoorstel aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we nu naar de motie SMART-doelstellingen Woonzorgvisie. In plaats van een amendement is het een motie geworden. De raad stemt digitaal over de motie. Met unanieme stemmen voor wordt de motie aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we naar de motie Stimuleringslening woningaanpassing. De raad stemt digitaal over de motie. Met 6 stemmen voor en 19 stemmen tegen wordt de motie verworpen.

De voorzitter: Dan sluit ik dit onderwerp af. Volgens mij heeft u net uw complimenten gemaakt, dus complimenten voor de ambtelijke organisatie heb ik gehoord in een aantal bijdragen voor dit onderwerp, dat grotendeels unaniem is aangenomen. 11. Vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die deel uitmaken van locaties ‘Noorder Parallelweg’ en ‘Noorder Allee’ De voorzitter: We gaan naar het volgende onderwerp op de agenda. Dat is de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die deel uitmaken van de locaties Noorder Parallelweg en Noorder Allee. De gemeente Waalwijk wil een voorkeursrecht inzetten op de gronden binnen de gebieden Noorder Parallelwegen Noorder Allee. Zo optimaliseert de gemeente de omstandigheden voor een gewenst mobiliteitshub voor een beter openbaar vervoer. Het is een bespreekpunt voor vier fracties, Lokaal Belang, VVD, Samen Waalwijk en het CDA. Samen Waalwijk wil graag een spreektijd van 5 minuten. Normaal is de spreektijd 2,5 minuut. Ik wil de heer Van der Pluijm als eerste het woord geven. Meneer Van Groos? De heer Van Groos: Ik heb u niet de ChristenUnie horen noemen. Ik heb er volgens mij wel een B-punt van gemaakt. De voorzitter: U staat er niet bij, maar dan schrijf ik u er nu bij. De ChristenUnie is toegevoegd. Dank u wel. Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16134941/1