Verslag raadsvergadering 29 januari en vervolg op 3 februari 2026 samengevoegd
Tekst van het document
Waarom is er niet gekozen voor een aanvullend advies van de commissie MER, terwijl dit landelijk een gebruikelijke stap is, en ons als raad nu extra duidelijkheid had kunnen geven over zowel de 80 procent die is verwerkt en de 20 procent die nog open staat? Hoe beoordeelt de wethouder de mogelijke risico’s inhoudelijk, juridisch en qua draagvlak van het niet laten toetsen van dit addendum? Voorzitter, de Omgevingsvisie is een koersdocument voor de komende jaren. Dan is het belangrijk dat we zorgvuldig en transparant werken, zodat we als raad en als gemeenschap kunnen vertrouwen op de kwaliteit van de onderbouwing. Tot zover mijn bijdrage hierover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Frodyma. De heer Frodyma: Dan wil ik graag het woord geven aan meneer Tiemstra van de SGP. De heer Tiemstra: Voorzitter, we zullen geen gebruik maken van de eerste termijn. Zo’n omvangrijk document in 2,5 minuut behandelen valt niet mee. Op de ingediende moties
en amendementen zullen we straks ingaan en op de Omgevingsvisie zullen we met de stemverklaring reageren. De voorzitter: Dank u wel, meneer Tiemstra. Het CDA, mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: De fractie van het CDA heeft zich er voor de nota Omgevingsvisie doorheen geworsteld. Wat een hoeveelheid te beoordelen stukken en teksten. Onze fractie zal zich beperken en niet alle onderdelen inbrengen. Uit de nota Ruimte lezen we de vier integrale thema’s wonen, werken en bereikbaarheid, economie, energie, landbouw en natuur, water en bodem als de belangrijkste onderdelen. Op pagina 8 wordt vermeld dat de stad Waalwijk binnen de Brabantse stedenrij in de regio samen met Sprang-Capelle, Driessen en Kaatsheuvel een regiokern vormt. Waspik, Capelle en Nieuwevaart vallen daarbuiten met gevolgen voor de woningbouw, vervoer en leefbaarheid. Voor de bereikbaarheid van het openbaar vervoer moeten deze kernen nu al goed verbonden blijven met Waalwijk. Immers, een sterke samenhang draagt bij aan sociale cohesie en fysieke leefbaarheid. Op dit punt valt nog veel te verbeteren, willen deze kernen niet op achterstand komen? Economische ontwikkelingen en werkgelegenheid zijn noodzakelijk, maar mogen niet leiden tot minder sociale bindingen en fysieke ontwikkelingen. Wat betreft de economische paragraaf hebben we nog de volgende opmerkingen.
De paragraaf Glastuinbouwbedrijven vinden we onduidelijk. Ze dienen geconcentreerd te worden in daarvoor aangewezen gebieden, maar in niet-aangewezen gebieden moet de toename beperkt zijn. Hieraan kunnen glasbouwbedrijven geen zekerheid voor hun bedrijf ordenen en ontlenen. Bovendien is een dergelijke formulering ook geen visie. Waar het gaat om intensieve veehouderij, wil het college een toename voorkomen. Door niet aan te geven wat het college hiermee bedoelt, creëert het college onzekerheid voor de agrarische sector. Mag een bedrijf bijvoorbeeld wel of niet worden uitgebreid? Ten slotte zien wij bij de niet-agrarische bedrijven dat de hoofdlijn van het beleid is dat voor bestaande niet-agrarische bedrijven voorzieningen, uitbreidingsmogelijkheden worden beperkt en nieuwe vestingen wordt voorkomen, om het buitengebied zo mogelijk gebruikt en geschikt te houden voor grondgebonden agrarische bedrijven. Als voorbeeld worden recreatiebedrijven en sportvoorzieningen genoemd. In de volgende paragraaf wordt echter gesteld dat de vrijetijdseconomie, waar recreatieve bedrijven en sportvoorzieningen onder vallen, moeten worden versterkt. Dit is een schril contrast met wat ons betreft een verkeerd en onbegrijpelijk signaal voor deze sector.
Wethouder, wij vragen ons af wat de werkelijke reden is dat de Omgevingsvisie, pas definitief klaar in 2027, nu zo snel door de raad tot besluitvorming voorgelegd wordt. Over drie maanden hebben we een nieuwe raadssamenstelling. Wij vragen ons werkelijk af of al de omschreven ambities en de Omgevingsvisie praktisch en in de praktijk uitvoerbaar zijn. Hoeveel ambtenaren die meer kennis moeten verwerven, wat ongetwijfeld geld en tijd gaat kosten, kunnen deze samenvoegende items uitwerken, toetsen op de meetbaarheid en de juiste invullingen en tijdig bijstellen? Was het niet beter geweest om expliciet ambitie in tijdspad en prioriteiten aan te duiden? We hebben volgens de voorliggende Omgevingsvisie weliswaar de tijd tot 2050. Dan moet deze definitief zijn. Het lijkt ons gezien de kaderstellende taak van de raad dat het noodzakelijk is om veelvuldig de raad op de hoogte te stellen en bij te praten over de voortgang.
Wethouder, bent u bereid om tegen de tijd van het kaderstellend debat de raad bij te praten over de stand van zaken? De twee amendementen en de motie van de ChristenUnie steunen we. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Bruijn. Ik wil graag D66 vragen om te reageren. De heer Metzke. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Vanavond stellen we de Omgevingsvisie vast. Een visie die als stip op de horizon dient voor deze gemeente. Met de visie bepalen we de koers van Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik voor de komende decennia. Dat is nogal wat. Wees gerust, de visie wordt vanaf 2027 jaarlijks bijgesteld. Ook toekomstige raden blijven aan het stuur zitten om de toekomst van Waalwijk op koers te houden of juist een beetje bij te sturen. De visie die voorligt, kan op de steun van onze fractie rekenen. In de visie herkent D66 veel van waar wij ons hard voor maken. Om te beginnen, staan we pal achter het sturen op brede welvaart. Wij denken ook aan zaken als ambitieus klimaatbeleid, Waalwijk klimaatneutraal in 2043, inclusieve woningbouw, een fijne en betaalbare woning voor iedere inwoner, ongeacht of het koop of huur is, en meer participatie. Burgers worden meer en meer betrokken bij de plannen van deze gemeente. Niet alleen in een stemlokaal, maar vooral ook door inwoners mee te laten praten over zaken die ze belangrijk vinden, zoals via de burgerbegroting.
Participatie is ook iets wat ruimschoots heeft plaatsgevonden in de totstandkoming van deze omgevingsvisie. De ambtelijke organisatie, het college, de raad, maar belangrijker nog, onze inwoners, zijn op meerdere momenten betrokken bij de vorming van de visie. Het is hiermee echt een document geworden voor en van deze gemeente. Dat samen optrekken zet D66 ook vanavond door. We hebben ondanks alle mooie woorden een paar kanttekeningen bij de visie. Om hier een kleine bijsturing in te kunnen doen, zijn we niet zelf op een eilandje in de pen geklommen, maar hebben we juist gekeken bij andere partijen wat er leefde, zodat we samen tot aanpassingen konden komen. Ik zal kort stilstaan bij de twee voor ons grootste pijnpunten. De visie biedt nog altijd aanzienlijk ruimte voor grootschalige logistiek op de nog te ontwikkelen gronden van Haven 8. Dat is wat ons betreft oud denken. Waalwijk heeft de schreeuwende behoefte aan een ander type hoogwaardige kennis en maakeconomie. Om deze redenen dienen we samen met Lokaal Belang en GroenLinksaf een amendement in om hierop bij te sturen. De verwante motie van Lokaal Belang steunen we. Deze wens leeft ook nadrukkelijk bij onze inwoners. Uit een van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat meer dan 70 procent van de mee participerende inwoners een andere economische invulling wil dan grootschalige logistiek.
In het verlengde hiervan vinden wij het belangrijk dat juist in een visiedocument met de verre horizon duidelijke taal wordt gesproken over de uitdagingen waar deze gemeente mee te maken heeft. Ik heb het over het verschil tussen arbeidsmigranten en kenniswerkers uit het buitenland. Het zijn allebei internationale medewerkers, maar echt twee verschillende groepen die ieder op hun beurt bijdragen aan onze economie en onze gemeente. Ook twee groepen met substantieel andere uitdagingen. Om daar goed beleid op te kunnen maken, is het belangrijk dat we het spreekwoordelijke beestje bij de naam noemen. We dienen daarom samen met GroenLinksaf en Lokaal Belang een amendement in.
Afrondend voorzitter, willen wij benadrukken dat wij als lokale D66-fractie de toekomst van Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik deze breed gedragen Omgevingsvisie met vertrouwen tegemoetzien. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Metzke. Dan geef ik als laatste het woord aan mevrouw IJpelaar, Lijst IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn dank aan iedereen die hard heeft gewerkt aan deze Omgevingsvisie. De een vindt de koers goed zoals die is, de ander wil er nog aan sleutelen. Dat mag. In deze Omgevingsvisie komen veel grote opgaven samen. Woningdruk, mobiliteit, economie en klimaat. We lossen die niet met één besluit op. Wat we wel kunnen doen, is richting geven met een helder kompas. De Omgevingsvisie is zo’n koersdocument? Geen gedetailleerd plan, maar een richtinggevend kader. Het biedt ruimte voor afweging, voor maatwerk en voor keuzes op het juiste moment. Twee weken geleden heeft de inspreker zijn visie en zorgen gedeeld. Hij sprak over haast. Die aanname vraagt nuancering. Dat de uiterste deadline later ligt, betekent niet dat dit besluit overhaast is. We stellen hier richting vast, geen uitvoering. Inspraak is belangrijk, maar de visie geeft richting en voorkomt dat we bij elk signaal van koers veranderen. In dat licht wil ik ook iets zeggen over hoe wij spreken over de internationale werknemers.
In mijn schriftelijke vragen die ik onlangs heb gesteld, heb ik ook deze term gebruikt, omdat het gaat om mensen die hier komen werken. Ik begrijp dat anderen daar anders naar kijken. Voor mij zegt deze woordkeuze niets over hun bijdrage of hun waarde. Daarom kijk ik hier praktisch naar. Verandert deze woordkeuze iets aan de inhoud of uitvoering van de Omgevingsvisie? Als dat zo is, hoor ik graag wat dat concreet betekent. Als dat niet zo is, dan gaat het om taal en niet om koers. Juist bij een visie vind ik het belangrijk dat dat onderscheid helder blijft. Onderstreept de portefeuillehouder dit ook? Ik sluit af met de woorden van Martin Luther King. Iedereen kan groot zijn, want iedereen kan dienen. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar fluisterde net even in mijn oor of wij even een korte schorsing kunnen hebben van een paar minuutjes. Dan gaan we daarna door met het debat over alle bijdragen die nu zijn geweest. Ik schors vier minuutjes, tot drie over half of iets dergelijks. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst De voorzitter: Ik hoef niemand het woord te geven, want niemand had verder om de schorsing, in ieder geval niet inhoudelijk, verzocht. Wij zijn in de behandeling van dit onderwerp. De Omgevingsvisie is het debat dat u met elkaar kunt hebben naar aanleiding van alle bijdragen.
Is er iemand die een vraag wil stellen aan een ander, een andere partij over een inhoudelijke bijdrage of een motie of een amendement? Ik zie meneer Van Groos staan, ik zie meneer Bokšan opstaan. Meneer Van Groos, gaat uw gang. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal punten in de richting van de fractie van Lokaal Belang, en in de slipstream ook GroenLinksaf en D66. Het eerste punt is dat naar ons idee de betrouwbaarheid van de gemeente Waalwijk en ook van ons college ter discussie staat. Jarenlang hebben deze fracties ervoor gepleit om bij de
provincie en de regio te vragen om meer bedrijventerrein. Dat kon alleen voor logistiek. Daar hebben we mee ingestemd. Nu is het zover en dan zeggen we, nee, we willen geen logistiek. Dat willen onze inwoners ook niet, maar het zijn onze inwoners die volop online bestellen. Daarom gaan er zoveel winkels dicht in Waalwijk. Je kunt niet online bestellen zonder logistieke centra. Het doet me denken aan de volgende vergelijking. Dat is hetzelfde als iemand die in de wachtkamer zit bij de huisarts en vindt dat hij op de afgesproken tijd naar binnen moet, maar op het moment dat hij bij de dokter in de kamer zit, vindt dat de dokter alle tijd voor hem of haar moet hebben, alsof het niet meer uitmaakt wie er op dat moment in de wachtkamer zit. De andere punten mogen zo meteen, denk ik. Dit is het eerste punt over logistiek. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de indiener van de moties en amendementen ook opstaan. Ik geef eerst het woord aan meneer Van der Pluijm, meneer Bokšan. Dan kom ik zo bij u terug. Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ik begrijp dat de heer Van Groos een reactie wil op zijn twijfels over betrouwbaarheid en jarenlang. Daarmee moeten we terug naar 2017. Dan zijn we inmiddels alweer acht jaar verder. In acht jaar gebeurt er veel.
In al die jaren hebben wij ook, uzelf ook, meerdere keren een motie ingediend, twijfels gehad bij of dit wel de juiste weg is. Die twijfels hebben wij ook. Blijkbaar hebben veel Waalwijkers dat, want 73 procent zegt dat. Dan moet er ook een moment komen waarop je zegt, dit is niet meer de juiste weg. U heeft ook de krantenartikelen gelezen, een jaar geleden, waarin gepubliceerd werd dat men geen grootschalige logistiek meer wil. De wereld is veranderd, de maatschappij is veranderd. We zijn acht jaar verder. Ik kan met u twisten over dat we dat gisteren hadden moeten zeggen of net zoals u vorig jaar, toen u de motie indiende. Of twee jaar, ik kan de datum even opzoeken. Of dat we dat morgen moeten doen. Het moment is voor ons, voor Lokaal Belang, nu gekomen. In deze Omgevingsvisie staat opgeschreven dat deze keuze een goede keus is. Dat is raar, want in de Omgevingsvisie en met name het MER-rapport wordt volop betoogd dat dat niet de goede keuze is. Die keuze moeten wij vandaag gaan maken. Die keuze maken wij vandaag, niet om nog te twijfelen over de afgelopen jaren, maar voor de komende jaren. Dat moment is wat Lokaal Belang betreft en de andere fracties die mede indienen vandaag. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, de ChristenUnie heeft er nooit voor gepleit, ook niet bij motie of amendement, om te stoppen met logistiek.
De ChristenUnie heeft gezegd, laten wij een pas op de plaats maken met het uitbreiden van bedrijventerreinen, zo lang als we de mensen niet hebben die er kunnen werken en de woningen er niet zijn voor de mensen die er zouden moeten werken. Dat is wat wij hebben gezegd. We verzetten ons niet tegen logistiek. Dat is de eerste opmerking. De tweede is, de heer Van der Pluijm beroept zich erop dat de inwoners hebben gezegd, we willen geen logistieke hallen, maar diezelfde inwoners bestellen online hartstikke veel. Dat zie je aan de leegstand in De Els en in de stad. Dat zie je aan al die bestelautootjes, bezorgautootjes, die dagelijks door onze straten rijden, meerdere keren per dag, meerdere bedrijven. Als je niet wil dat de logistieke centra komen, dan moet je ook niet
online kopen. Dan moet je gewoon bij de winkels kopen. Dan hoef je ook niet te klagen over de leegstand in het centrum. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Het was 3 april 2025, nog geen jaar geleden. U geeft aan, wij twijfelen niet aan logistiek. U twijfelt wel aan de gevolgen van logistiek. Dat was de reden dat u samen met SGP, Samen Waalwijk en Lijst IJpelaar met die motie kwam. U zei daarin dat er eerst huisvesting geregeld moest zijn, dat er eerst personeel moest zijn. Die problemen zijn vandaag, nu nog geen jaar later, niet kleiner geworden. Die problemen zijn groter geworden. Ik snap niet hoe u kunt betogen dat dit nu geen probleem meer vormt. U had daar op dat moment eenzelfde mening toe. U zegt, u wilt blijkbaar geen logistiek. Dat ben ik niet met u eens. U bent ook met ons op tour geweest naar de DP World, Dubai Ports, u bent ook langs die andere grote logistieke partijen. Het staat daar vol. Het is niet zo dat wij niet of wel logistiek krijgen. Het staat daar vol met logistiek. De Waalwijkers zeggen, we willen niet meer logistiek. Op dat moment zijn we nu aangekomen. Dat is wat Lokaal Belang van u vraagt, maar ook van de andere raadsleden, en dat we nu de keuze maken. Het staat er al vol. Daar twisten wij niet meer over. De voorzitter: Meneer Van Groos.
De heer Van Groos: Voorzitter, de heer Van der Pluijm legt me helaas woorden in de mond of uitgangspunten dicht hij ons toe die niet kloppen. We hebben gepleit om geen bedrijventerrein voorlopig te verkopen. Dat is wat de fracties van Lokaal Belang en GroenLinksaf en D66 wel willen, want de kassa moet rinkelen. Wij willen daarvoor eventueel pijn lijden door niet te verkopen, omdat de mensen die er moeten werken, en dat maakt niet uit wat voor bedrijf het is, of het nu logistiek is of high tech of weet ik veel wat, niet alleen in de logistieke bedrijven in Waalwijk werken arbeidsmigranten. Als morgen alle arbeidsmigranten vertrekken, dan vallen bijna alle bedrijven stil. Je kunt verkopen, maar als je geen personeel hebt om er te werken, dan haal je mensen hier naartoe. Dan voer je de druk op de woningmarkt op. We hebben geen huizen. Onze inbreng in 2025 had daarmee te maken. Laten we eerst ervoor zorgen dat er in ieder geval huizen zijn voor de mensen die er moeten werken en voor de mensen die nu al snakken naar een dak boven hun hoofd. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Wat dat betreft, deel ik uw mening. Het is alleen zo dat de mensen, de inwoners van Nederland en waarschijnlijk ook nog de omgevende landen, de keuze maken om iets te bestellen op internet. Dat heeft te maken met de groei van logistiek.
Wij als Waalwijkers, wij als raad, maken keuzes over onze toekomst. Wij hebben geen invloed op wie wat wanneer en hoe koopt of bestelt. We staan hier vandaag voor een Omgevingsvisie die een bepaalde richting uitwijst waarin Lokaal Belang en andere partijen zich niet kunnen vinden. Dat is de discussie die we moeten voeren. Wij willen als lokale Lokaal Belang, om die er ook maar even in te gooien, het beste voor wat de Waalwijkers willen, niet voor wat de internetkoper voor ogen heeft. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos.
De heer Van Groos: Voorzitter, wij kunnen er ook niks aan doen dat we centraal in de Benelux liggen en dat we voor logistieke bedrijven een aantrekkelijke plek zijn. Je kunt wel zeggen, wij willen het niet. Dat mag. U zegt ook niet, wij willen voorlopig niet uitbreiden. De partijen zeggen, Lokaal Belang voorop, wij willen wel uitbreiden, en ik zeg daarachter, omdat de kassa moet rinkelen, voor andere typen bedrijvigheid, terwijl we de toestemming hebben gekregen om uit te breiden van de provincie voor alleen logistiek. Op dat punt heeft u nog niet gereageerd. Waarom wenst Lokaal Belang een onbetrouwbare partner te zijn in de regio en naar de provincie toe? Waarom vinden we het prima dat de provincie ons op allerlei manieren tegemoetkomt, omdat we daaraan willen meewerken en als we op het punt daar zijn, zeggen, wij willen geen logistiek, we willen wel bedrijventerrein verkopen, maar we willen geen logistiek. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Een nieuwe vraag. Ik heb hem overigens al deels beantwoord, want tijden veranderen, meningen veranderen, situaties veranderen. We hebben in december nog gehad dat twee natuurvergunningen vernietigd zijn door de Raad van State. Daar bent u zich ook van bewust. Die zijn essentieel voor de ontwikkeling van Haven 8 Oost.
Daar gaat u aan voorbij, terwijl de Raad van State daarom uitspraak over heeft gedaan. Dat zorgt ervoor dat we een heroverweging moeten doen. Dingen veranderen nu eenmaal. Dan moet je daarop anticiperen. Dan heeft het niks te maken met onbetrouwbaar zijn. Ook bij de provincie veranderen dingen en vanuit Den Haag veranderen dingen iedere dag weer. Daar moet je op anticiperen. Dat is wat we hier doen. De heer Van Groos: Voorzitter, we kunnen daarop reageren. Als de provincie zegt, logistiek hoeft niet meer, je mag het uitgeven aan andere typen bedrijvigheid, maar dat heeft de provincie nog niet gezegd, stel ik dan ten eerste vast. Ten tweede, natuurlijk kan er sprake zijn van voortschrijdend inzicht, maar als je afspraken maakt, je sluit overeenkomsten, wat ons betreft, houd je je daaraan. Dat noemen wij betrouwbaarheid. Dat is hetzelfde als in het huwelijksbootje stappen en tegen elkaar zeggen, ik blijf je trouw tot de dood ons scheidt. Dan kun je inderdaad zeggen, dat doen er ook een heleboel, tijden zijn veranderd, ik heb andere inzichten, laten we maar uit elkaar gaan. Voor ons is betrouwbaarheid denk ik dan belangrijker dan voor Lokaal Belang. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Jammer van die afsluiting, want daarmee doet u precies hetzelfde als wat u net zei, u legt mijn woorden in de mond. Dat heb ik niet gezegd.
Het is juist zo dat we met veranderde omstandigheden gaan handelen. Ik ga herhalen, ik ga daar geen nieuw woord aan toevoegen. Ik heb het net al betoogd. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, toch even op het punt van betrouwbaarheid. De heer Van der Pluijm duwt dat iedere keer weg en zegt dat ik hem woorden in de mond leg.
Dat wil ik niet. Kan hij mij uitleggen waarom Lokaal Belang ook met wethouders in het college die contacten hebben in Den Bosch tegen de provincie zeggen, wij willen uitbreiden, meer bedrijventerrein. De provincie zegt, dat kan alleen als je logistieke bedrijven toelaat. En je zegt, prima. Dat je dan nu op een punt komt dat je zegt, we willen wel uitbreiden, maar geen logistiek. Dat is toch onbetrouwbaar? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik heb dan toch een tegenvraag voor de heer Van Groos. Is die vraag dan in Den Bosch gesteld? U had een motie nog geen jaar geleden. Hebben we het net over gehad. Is toen het college naar Den Bosch gegaan en gezegd, in Waalwijk zijn ze misschien niet helemaal blij met deze logistieke uitbreiding? Is die vraag überhaupt gesteld? Onze motie geeft precies invulling aan wat u nu vraagt. We willen dat het college heroverweegt en precies deze vraag gaat stellen in Den Bosch. Wij als Waalwijkers en als raadsleden zeggen, dit is niet wat we willen. De voorzitter: Laten we niet gaan herhalen, want dat was helder. Meneer Van Groos, toch een aanvullende vraag? Geef ik meneer Bokšan het woord. Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik het nog nooit eerder zo eens ben geweest met de heer Van Groos in deze zaal.
Ik denk dat we vaak van mening verschillen, maar ik waardeer zijn betoog. Ik heb ook een aantal vragen voor de indieners van het amendement en voor de heer Van der Pluijm. Mijn eerste vraag gaat over betrouwbaarheid, maar ook over consequenties. En mijn eerste vraag aan de heer Van der Pluijm is, in de stukken hebben we kunnen lezen dat het ontwikkelen van Haven 8 Oost afronding gaat over grootschalige logistiek, of niet ontwikkelen. De heer Van Groos refereerde volgens mij net daar helder aan over de afspraken die met de provincie zijn gemaakt. Ik heb het net volgens mij nog even opgezocht. Nog geen twee maanden geleden is er een afsprakenkader afgesproken met de provincie, en die afspraken zijn nog geen twee maanden oud, waarin dit ook staat verankerd. Is Lokaal Belang dan bereid als dat betekent of grootschalige logistiek en wat ons betreft, want we hebben hier contact over gehad, moet dat ook verbreed kunnen worden, maar of dat of niet ontwikkelen? Is Lokaal Belang er dan toe bereid om Haven 8 Oost afronding niet te ontwikkelen? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. In ons amendement, maar ook in onze motie, staat juist iets anders. We willen juist wel ontwikkelen. Sterker nog, de MERrapportage geeft haarfijn aan waar wel behoefte aan is.
Als we gaan ontwikkelen, en dat is de heroverweging die we vragen, dan willen we juist laten kijken naar deze richtingen. Wij staan voor herontwikkeling. Wij staan voor banen voor Waalwijkers, voor de inwoners van Waalwijk. We staan voor een brede economie. Niet alleen logistiek, zoals nu in de Omgevingsvisie staat opgesteld. Dat is waar wij voor pleiten. Dat is zeker wel ontwikkeling. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij klopt het feitelijk niet dat de heer Van der Pluijm stelt dat in de Omgevingsvisie staat dat er enkel in onze gemeente ruimte
is voor grootschalige logistiek. Volgens mij hebben ze ook het amendement zodanig moeten aanpassen omdat ze een tekst hebben aangehaald die überhaupt niet in de Omgevingsvisie staat. Los daarvan, de heer Van der Pluijm geeft net aan dat ze willen ontwikkelen. Volgens mij schetste de heer Van Groos net een heel realistisch scenario. Ik wil het met de heer Van der Pluijm hebben over de consequenties van de besluiten die voorliggen, de voorstellen die hier voorliggen. Het feit is, als wij hiertoe besluiten, dat we in strijd handelen met de afspraken die met de provincie zijn gemaakt. Ik hoor denk ik uit het betoog van de heer Van der Pluijm van Lokaal Belang dat ze dat niet erg vinden om in strijd met provinciale afspraken te handelen. Wat zijn dan de gevolgen, vraag ik aan de heer Van der Pluijm. Welke gevolgen is de heer Van der Pluijm bereid om te accepteren daarvan? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel. Ik wil toch nog even iets kort herhalen, ook richting de heer Bokšan. De vraag is helemaal nog niet gesteld in Den Bosch. Dat snappen wij niet. Waarom heeft niemand in de afgelopen jaren, we hebben hier als raad meerdere keren aangegeven, en Lokaal Belang voorop, we zijn niet helemaal blij met de grootschalige logistiek. Daar hebben we meerdere keer op geageerd. Vervolgens is daar niks mee gedaan.
U stelt die vraag aan mij, maar die vraag moet u aan uw college stellen. U moet vragen waarom die vraag überhaupt niet gesteld is. Dit is geen nieuws. Hier zijn we al een paar jaar mee bezig. De bezwaren over de grootschalige logistiek zijn niet net opgetekend in deze Omgevingsvisie. Die spelen al jaren. Ik kan me nog een amendement herinneren bij het vaststellen uit 2017 waarin gesteld is dat er aan bepaalde voorwaarden gedaan moeten worden. We hebben hier discussies gehad in juni 2023, waarbij we het bestemmingsplan hebben vastgesteld dat de wethouder, uw wethouder, de toezegging heeft gedaan om het grootschalige logistiek draaglijk te maken voor de inwoners. Het is het plan geweest. Waarom hebben we überhaupt dat plan brede welvaart? Dat heeft een reden. Omdat er negatieve effecten zijn aan grootschalige logistiek hebben we bedacht, we gaan kijken hoe we dat op een positieve manier kunnen invullen voor de Waalwijkers. Ik wil het daar net ook nog graag met u over hebben, over die brede welvaart. De vraag in Den Bosch is blijkbaar niet gesteld. U kunt hem in ieder geval ook niet beantwoorden. Ik ook niet. Uw tweede vraag was, help me even mee, ik ga op in mijn betoog. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: De tweede vraag was, welke gevolgen en welke risico’s vindt Lokaal Belang dan acceptabel? De heer Van der Pluijm: Dank u wel, de heer Bokšan.
De afweging die we moeten maken, is een politieke afweging. Daar zitten consequenties aan. Wij als Lokaal Belang en ook de andere indienende partijen zijn niet over één nacht ijs gegaan. Wij begrijpen dat dit voorstel echt wel een flinke stap is, maar een stap die we als Waalwijk moeten nemen om te zeggen, grootschalige logistiek, tot hier en niet verder. We begrijpen dat er consequenties zijn. Dat is de motie. Die hebben we bewust erbij gedaan. We hebben niet het college stuurloos achter willen laten. We hebben richting willen geven, overigens gebaseerd op de MER, heb ik al gezegd. Dit is de richting waaraan we denken. Ga dit onderzoeken, ga hiermee aan de slag. Ga niet blind door in deze richting.
De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Pluijm stelde net aan mij de vraag waarom die vraag niet is gesteld aan de provincie. Dan vraag ik me eerlijk gezegd af, is het niet dan verstandiger voor Lokaal Belang, als zij zo’n pleitbezorger zijn voor dit onderwerp op de manier waarop ze dat doen, om het college te vragen om dat eerst te stellen aan de provincie, in plaats van dat er twee maanden geleden afsprakenkaders zijn gemaakt die hier ook over gaan? Lokaal Belang noemt net, de heer Van der Pluijm noemt net dat tijden veranderen. De tijden zijn veranderd, in de zin dat er twee maanden geleden afspraken zijn gemaakt hierover. Ik vraag me ook echt af, als de heer Van der Pluijm dit een dermate belangrijk onderwerp vindt en ik ken Lokaal Belang als een coalitiepartner en een partij die zorgvuldig besluit wil nemen, dan vraag ik me oprecht af waarom ze niet eerst aan de vraag stellen of de opdracht geven aan het college, ga naar de provincie, want die opdracht hebben ze niet meegekregen, nooit, ook niet van Lokaal Belang, om daarna te vragen hoe het zit. Waarom heeft Lokaal Belang dat nooit voorgesteld? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Een goede vraag, maar daarmee ga je voorbij aan een proces dat we als gehele raad hebben meegemaakt. We hebben toezeggingen gekregen van de wethouder.
Die bevonden zich met name op het gebied van brede welvaart. We hebben een sessie gehad, dat was in augustus, waarin we antwoorden zouden krijgen op brede welvaart. Als je kijkt naar waar de brede welvaart behoefte aan had, dat was op het gebied van gezondheid, veiligheid en leefkwaliteit. Toen het hier gepresenteerd werd, zat het in een keer op mobiliteit, bereikbaarheid en verblijfsklimaat. Dat waren niet de antwoorden waar wij als Lokaal Belang op rekenden. We zijn naar de wethouder gegaan. Heb ik gezegd, kun je het nog eens een keer uitleggen aan ons? De informatieavond was niet voldoende voor ons. Mijn collegafractieleden, de heer Pulles en de heer Van Dijk, hebben tijdens die sessie veel vragen gesteld. In het proces gingen we verder. Vervolgens hebben we met de wethouder een bezoek gehad. Ik heb net al gezegd, de wethouder wilde ons overtuigen dat daar prachtige logistiek is. Voor ons, voor ons als Lokaal Belang, was het juist een overtuiging, dit is het niet. Dat was pas 21 november. Vervolgens word je geconfronteerd met een visiedocument waar het weer zo stellig staat, dat je denkt, maar nu moeten we aan de bel trekken. Nu moeten we het moment blijkbaar grijpen om deze trein die maar doordendert een halt toe te roepen. Ik weet niet welke datum het stuk is waar u het over heeft. Misschien hadden we het moeten lezen ergens op het RIS.
Ik weet niet waar u het gevonden heeft. Is het actief gedeeld, is het een RIB gedeeld? Geen idee. Ik heb het niet gevonden. 21 november was het bezoek met de gehele raad op logistieke bedrijven. Dat was weer voor ons een punt om te zeggen, dit gaat niet de goede kant op. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Voorzitter, laten we in het debat elkaars vragen beantwoorden. Ik stelde net de vraag aan de heer Van der Pluijm waarom de heer Van der Pluijm en Lokaal Belang nooit het college heeft gevraagd een opdracht heeft meegestuurd naar de
provincie, nogmaals, om die vraag die de heer Van der Pluijm aan mij voorlegt te stellen. Graag een antwoord. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Ik ga de vraag niet meer op een andere manier beantwoorden. Ik heb net helemaal uitvoerig betoogd hoe en wat. Ik ga geen spelletje doen met wanneer die datum, wanneer we iets wisten en wel wisten en waarom die vraag. Ik heb aangegeven waarom wij die vraag niet gesteld hebben. We kennen die notitie niet waar u het over heeft. Ik heb u het proces geschetst waarin een stukje bewustwording was, hoe we gekomen zijn, dat we nu vinden, nu kan het niet meer verder. De voorzitter: Ik geloof dat meneer Bokšan daar nog iets op wil verduidelijken. Gaat uw gang. De heer Bokšan: Voorzitter, laten we alle data vergeten. Laten we vergeten wat het afsprakenkader is dat ik net heb genoemd. Laten we vergeten welke datum de heer Van der Pluijm noemde over het bedrijfsbezoek. Laten we al die data vergeten. Het gaat niet over een datum. Het gaat mij over het feit dat Lokaal Belang op dit moment, jarenlang al, dit betoog pleit en deze inzet heeft op de economie in Waalwijk. Tot uw dienst. Mijn vraag was, geen data, waarom Lokaal Belang in de afgelopen jaren geen vraag heeft gesteld aan de provincie waarom dit zo is.
Het gaat maar niet over een afsprakenkader, het gaat mij niet over een ander document, het gaat niet over documenten, het gaat over de vraag dat Lokaal Belang zegt. Wij vragen ons af waarom wij niet aan de provincie hebben gevraagd waarom we niet een ander afsprakenkader of andere afspraken moeten maken over grootschalige logistiek. Feit is dat wij aangewezen zijn. Feit is dat dat afspraken zijn. Feit is dat Lokaal Belang die vragen niet heeft gesteld. De heer Van der Pluijm kan daar geen antwoord op geven. Als dat zo is, geef dat dan eerlijk toe. Als ik een antwoord op een vraag niet weet, zeg ik dat ook eerlijk. Dat was in mijn eerste beginperiode als gemeenteraad ook altijd het geval. Als u het antwoord niet weet, is dat niet erg. Ik heb een vraag gesteld aan de heer Van der Pluijm wanneer hij aan de provincie heeft gevraagd waarom we dit deze afspraak niet hebben herzien. Als de heer Van der Pluijm het antwoord niet weet, geef dat dan eerlijk toe of geef aan waarom Lokaal Belang dat niet heeft gedaan. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. We hebben wel degelijk dat gedaan. Ik weet zeker dat het ook aan de orde is gekomen in ons gesprek dat ik had samen met de heer Pulles en met de wethouder. Dan hebben we die vraag hebben ook aan de orde laten komen. We hebben die vraag gesteld aan de griffie.
Die heeft aangegeven dat bijvoorbeeld een weg was via Lokaal Brabant. Hij gaf aan dat de geëigende weg is de politieke weg en dat vanuit hier de organisatie die vraag gesteld moet worden. Die vraag hebben we niet aan het college gesteld. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dan hebben we dat punt afgerond eindelijk. De heer Van der Pluijm noemde net ook dat hij is geconfronteerd in de Omgevingsvisie met dit stuk over grootschalige logistiek. Op 27 februari 2025 hebben we een koersdocument voor de Omgevingsvisie vastgesteld. Daar stonden dit soort dingen ook in. Daar stonden ook
economische keuzes. Daar stonden ook keuzes in over, wat we gaan doen in Waalwijk? Lokaal Belang heeft daar geen voorstel ingediend. Kan de heer Van der Pluijm nog reflecteren op zijn, of gespeelde, dat hij geconfronteerd is? Was dat niet het punt waarop Lokaal Belang een voorstel had moeten indienen, in plaats van op dit moment, waarin we nu dit besluit moeten gaan nemen bij de definitieve vaststelling? Was het niet veel verstandiger geweest als de heer Van der Pluijm, voorzitter, en Lokaal Belang dit aanhangig had gemaakt met een voorstel bij het koersdocument? Daar hadden die dingen allemaal meegenomen kunnen worden, om op dit moment een zorgvuldige keuze te kunnen maken. Nogmaals, voorzitter, ik gaf net ook al aan, dit debat is misschien wat feller, maar ik ken Lokaal Belang als een verstandige partij die verantwoordelijkheid draagt en verstandig besluiten neemt. Ik vraag me af wanneer de heer Van der Pluijm op dat moment niet een voorstel heeft ingediend. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: U moet even helpen, wethouder of voorzitter. We hebben geen voorstel ingediend bij een koersdocument? Welk koersdocument? De voorzitter: U kunt de vraag via mij aan de heer Bokšan stellen. U wil graag verduidelijking op wat meneer Bokšan bedoelt op het koersdocument. Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter.
Vorig jaar februari in 2025 hebben wij als gemeenteraad het koersdocument voor de Omgevingsvisie, koers Omgevingsvisie, vastgesteld. Dat was een raadsbesluit. Dat was de koers voor dit document. Er waren uitgangspunten, er werden grote lijnen geschetst. Dit gaan we doen in de Omgevingsvisie. We zijn overigens natuurlijk al jarenlang meegenomen, want ik heb ook al in de gespreksavond aangekaart en ook ons college overigens, niet alleen die van ons, maar ons college van totale coalitie en als van ons als gemeenteraad, aangegeven hoe wij allemaal zijn meegenomen in het proces. We mochten stickers plakken, we mochten bij de brede welvaart, herinner ik me nog, zelf aangeven, wat vinden wij belangrijk? Ik weet nog dat wij als VVD volgens mij samen met de heer Van der Pluijm, Lokaal Belang, hebben aangegeven, volgens mij is het wel belangrijk dat als wij nog logistiek toestaan op bijvoorbeeld het bedrijfsterrein aan de overkant van de A59, dat we ook kiezen voor lokale logistiek die we kunnen verplaatsen en dat dat dan voor bijvoorbeeld voorrang heeft op andere bedrijven. Is allemaal aan bod geweest. Allemaal. Waarom heeft de heer Van der Pluijm en Lokaal Belang bij dat koersdocument, die het fundament legde voor dit stuk, geen amendement ingediend, geen motie ingediend, geen woord gerept over dit onderwerp dat ze nu aanhangig maken? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm.
De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ik heb geen idee waar we stickertjes hebben geplakt of memootjes. Ik zou dan aan de heer Bokšan willen vragen, waar heeft hij zelf amendementen of moties op ingediend? De voorzitter: Meneer Bokšan.
De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Dit is een beetje de omgekeerde wereld. De VVD dient niet vanavond een amendement in om het economische model van Waalwijk in de prullenbak te gooien. Dat doet Lokaal Belang, samen met GroenLinksaf en D66. Mijn vraag wederom aan de heer Van der Pluijm is, waarom heeft hij op dat moment geen amendement ingediend? De heer Van der Pluijm begrijpt ook wel dat de VVD, en ik heb dat ook in mijn betoog aangegeven, en dat weet de heer Van der Pluijm Lokaal Belang ook goed van de VVD, dat wij niet de partij zijn van en nog grootschalige logistiek en alleen maar logistiek en noem het maar op en Dagobert Ducks en noem het allemaal maar op. Wij hebben aangegeven, wij zijn voor een verbreding van onze economie. Volgens mij staan Lokaal Belang en de VVD naast elkaar, als het gaat over ruimte bieden voor mkbbedrijven, voor lokale ondernemers. De VVD is niet de partij die op dit moment een voorstel indient om ons economisch model in de prullenbak te gooien. Dat is de heer Van der Pluijm. Mijn vraag was, waarom heeft de heer Van der Pluijm geen voorstel ingediend? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik had die vraag ook aan de heer Bokšan. Ook de VVD dient meerdere moties en amendementen in. Ik betwijfel of ze dat dan destijds bij het koersdocument ook hebben aangegeven.
Mijn fractiegenoten hebben aangegeven dat wij geen motie noch amendement hebben ingediend destijds, omdat er iets anders stond opgeschreven in het koersdocument. Toen werd er al aangegeven dat er een verschuiving zichtbaar is in het economische profiel, waarbij de mid tech maakindustrie meer in de spotlight staat en er verschuiving plaatsvond. De andere alinea die mij doorgestuurd wordt, de Waalwijkse economie leunt voor een groot deel op haar positie als logistieke hub. Dat betekent ook dat er wel voor veel werkgelegenheid wordt gezorgd. De komst van automatisering en robotisering verandert dit en zet deze werkgelegenheid onder druk. Daar waren geen redenen om toen een motie of een amendement in te dienen. Precies hier staat, en dank me aan de fractiegenoten dat ze dit doorsturen aan mij, wat wij ook betogen in onze motie en amendement, geen reden om toen iets in te dienen. Als antwoord op uw vraag, meneer Bokšan. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Pluijm, zijn eerste vraag richting mijn kant was waarom de VVD geen motie of vanavond wel voorstellen indient en niet bij de koers. Volgens mij hebben we hier ook contact over gehad. Ik denk dat er ook andere moties worden ingediend. Dat zijn opdrachten aan het college om dingen verder uit te werken. We hebben bij de gespreksavond gesprekken gevoerd.
Er kwam een tuinder inspreken die zorgen had over zijn bedrijf, over de toekomst van zijn ontwikkeling in zijn gebied. Hij kwam inspreken in de gemeenteraad en vroeg om duidelijkheid. We hebben toen een motie overwogen om in te dienen, omdat we die duidelijkheid willen hebben. We hebben meerdere momenten gehad in de afgelopen weken waarin we allemaal, en ik denk andere partijen ook, het gevoel hadden, deze Omgevingsvisie is natuurlijk een eerste aanleg voor een omgevingsvisie, maar dat gaat verder ontwikkeld worden. De VVD dient moties in vanavond. Dat zijn opdrachten aan het college om dingen verder uit te werken. Wat de heer Van der Pluijm doet vanavond, is een tekstwijziging in een
definitief voorstel waarvan ze bij de het koersdocument niks hebben veranderd. Dat citaat dat de heer Van der Pluijm aanhaalt, is niet in lijn met wat de heer Van der Pluijm vanavond voorstelt. Precies die tekst die hij nu aanhaalt uit het koersdocument, volgens mij staat de hele gemeenteraad daarachter. Anders zou het niet een voltallige, ik heb net even opgezocht, meerderheid zijn. Dat besluit was unaniem. Wat de heer Van der Pluijm hier vandaag doet, is dat hij zegt, we willen een verschuiving, we willen geen grootschalige logistiek. Dat is een stellig standpunt dat Lokaal Belang inneemt, wat ze mogen hebben. Vervolgens zeggen ze, dat gaan we herzien, we gaan het veranderen, we gaan een andere koers varen, we gaan het heroverwegen. Dat is iets anders dan de citaat die de heer Van der Pluijm net voorleest. Ik vraag me oprecht af of wat we hier aan het doen zijn, voorzitter, zorgvuldig is. Ik weet niet of de heer Van der Pluijm daarvan overtuigd is met het betoog of het interruptiedebat dat we nu onderling of de heer Van Groos met de heer Van der Pluijm heeft gehad. Ik ben oprecht benieuwd of de heer Van der Pluijm fundamenteel denkt dat hij op dit moment een zorgvuldige afweging maakt. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Lokaal Belang is zich daar bewust van. Om deze keuze te maken, is durf nodig, is lef nodig.
We realiseren ons ten zeerste dat dit consequenties heeft. Als antwoord op uw vraag, het is verkiezingstijd, we hebben de afgelopen weken veel Waalwijkers gesproken, vaak met specifieke doelgroepen, sport, jongeren, senioren. Niemand geeft aan dat hij behoefte heeft aan meer logistiek, aan meer grootschalige logistiek. De natuurvergunningen zijn net vernietigd. Dat is voor ons reden om te zeggen, we moeten deze keuzes nu maken. Inderdaad, dat is een flinke keuze. Dat is een politieke keuze. Wij staan erachter. Zojuist heb ik gezien dat er veel raadsleden achter zaten. Dat heeft consequenties. Dat klopt. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Pluijm haalt aan dat Lokaal Belang gesprekken heeft gevoerd met inwoners. Diezelfde signalen zijn ook bij ons bekend. We zijn het volgens mij op misschien 80 of 90 procent met elkaar eens. We hebben voor ons eigen verkiezingsprogramma meer dan 450 inwoners bevraagd op wat ze vinden van de leeftijd in een wijk, over hoe het gaat in onze gemeente. Ook deze signalen die de heer Van der Pluijm vanavond betoogt, zijn bij ons binnengekomen. Daarom heeft u ook, als u ons programma misschien al heeft doorgenomen, gelezen dat wij ook zien dat we onze economie moeten verbreden. Je kunt niet alleen maar doorgaan op de manier waarop we het doen. Kies ook voor de consequenties.
De arbeidsmigratie heeft ook negatieve gevolgen. Ik denk, als ik zelf reflecteer als raadslid, maar ook als lijsttrekker, dat de VVD de afgelopen jaren daar wat kritischer op had mogen zijn. Ook nu realiseren wij ons, we zien ook overlast. We zien ook andere vormen van negatieve gevolgen van dit aspect. Het gaat over de manier waarop dit punt nu wordt aangebracht. Daar gaat het om. Het gaat niet over inhoudelijke meningsverschillen of wat dan ook, over of wij inwoners spreken of niet. Volgens mij gaat het om de manier waarop. Daar spreken de heer Van der Pluijm op aan, voorzitter.
Ik denk dat het onzorgvuldig is om nu een amendement in te dienen op een definitief stuk, waarbij Lokaal Belang op andere momenten geen voorstellen heeft ingediend en waarvan ze de consequenties niet kunnen overzien. Lokaal Belang geeft net aan dat ze durf en lef willen laten zien en dat ze snappen wat de consequenties zijn. Ik heb volgens mij in meerdere vragen die ik net aan de heer Van der Pluijm heb gesteld het over die consequenties gehad. Welke consequenties zijn het dan volgens de heer Van der Pluijm? Ik heb net gevraagd, accepteert hij de consequenties? Begrijpt hij ook welke consequenties erachter zitten? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. U zegt het altijd van, we gaan herhalen, maar ik denk dat ik inmiddels toch wel veel dingen betoogd heb. Ik ben blij in ieder geval dat de heer Bokšan bevestigt dat ook de VVD en diens achterban dezelfde signalen heeft. De vraag is dan, en die discussie had ik net ook met de ChristenUnie, wanneer neem je dit besluit? Dan kunnen we zeggen van, we stellen eerst deze Omgevingsvisie vast, maar die visie die geeft een, zoals het woord zegt, natuurlijk een visie voor de lange termijn. Dat is wat we nu aan die rem willen trekken. We zouden het niet kunnen doen. We zouden kunnen wachten tot de nota Bedrijventerreinen, zoals vanmiddag voorstelde.
Wanneer staat die op de agenda? Misschien over een paar jaar. We kunnen wachten tot de uitgiftecriteria. Die hadden we ieder moment verwacht. Die stonden eind 2025, begin dit jaar op het programma. Die ga je allemaal toetsen en allemaal hangen aan die visie zoals we nu vaststellen. Als we wachten bijvoorbeeld over die nota Bedrijventerreinen, dan zijn die gronden allang verkocht. Dat is wat we juist niet willen. U heeft het over verbreden, maar dan is nog steeds 70, 80, 90 procent grootschalige logistiek en 10 procent misschien dan HTSM en lokale mkb et cetera. Nogmaals, dat is niet wat we willen. We willen echt een koerswijziging. Dat is wat ik toch ook bespeur bij u uit uw woorden bij uw achterban en uw fractie. Je moet wel het moment een keer kiezen. Nogmaals, dat moment is nu. Inderdaad, consequenties. We vragen aan het college om dat uit te zoeken, want dat is inderdaad niet zo even in 5 minuten te noemen wat dat allemaal is. Het uitgangspunt is, wij doen dit in het belang van de Waalwijkers. Zoals uzelf beaamt, we zitten niet te wachten op meer logistieke blokkendozen. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Aan het eind van zijn antwoord noemde de heer Van der Pluijm dat we niet binnen 5 minuten de consequenties kunnen overzien. Volgens mij is dat letterlijk de reden waarom het onverstandig is om dit vanavond te doen. Letterlijk.
De heer Van der Pluijm geeft net toe in het debat, voorzitter, dat hij niet kan overzien wat de consequenties zijn. Dat kunnen we niet in 5 minuten bedenken, zegt hij. Hij vindt het wel verantwoord om dit besluit vanavond te nemen. Volgens mij, voorzitter, en dat is het punt van waar de heer Van Groos mee begon, nogmaals, de heer Van der Pluijm haalde net aan, onze inwoners waar we mee gesprekken voeren. De heer Van der Pluijm en ik weten allebei dat in de politiek hele lastige besluiten genomen moeten worden.
Ik zei net ook in mijn betoog, dit is geen neutraal document, dit is een politiek document. Het is een keuze of je wel of niet in het groen bouwt. De VVD gaan we dat wel doen namelijk. Het is een keuze of je in- of uitbreidt of allebei doet. Wat ons betreft, doen we allebei. Meneer Van der Pluijm weet ook, als je gesprekken voert met inwoners, dat je soms ook moet uitleggen dat er andere gevolgen zitten aan de manier waarop we onze economie hebben ingericht, namelijk wat de heer Van der Groos net al noemde, iedereen wilt hun pakketje voor 23.00 uur thuisbezorgd hebben. Iedereen. Ik denk dat de heer Van der Pluijm misschien de afgelopen maand alleen al een paar dingen van Bol.com heeft besteld. Ik in ieder geval wel. Volgens mij, en ik hoop dat de heer Van der Pluijm dat ook erkent, ik merk echt dat de heer Van der Pluijm het heel zwart-wit maakt, terwijl dat niet is. Volgens mij kun je en erkennen dat er negatieve gevolgen zitten aan de noodzaak en aan de afhankelijkheid van internationale medewerkers en van arbeidsmigratie en kun je tegelijkertijd zeggen, we moeten onze economie verbreden en niet alleen maar afhankelijk zijn van logistiek. Dat is volgens mij helemaal in lijn met wat het college uitdraagt, wat het college voorstelt, wat ook in lijn is met de afspraak in de provincie. Wat houdt de heer Van der Pluijm nog tegen? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm.
De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Wij willen niet verbreden, want we willen niet dat het industrieterrein vol komt te staan met 90 procent logistiek en dan nog iets anders erbij. We willen niet door op die weg van grootschalige logistiek. De redenen daarvoor staan uitgebreid in de MER. Wat we niet wisten, en wat we sinds kort weten, is die natuurvergunning. Dat is een reden om nu te schakelen. We hebben dit amendement en deze motie vorige week vrijdag met uw fractie en alle fracties gedeeld. Geen enkele fractie, op de heer Van Groos na die zei van, dit kunnen we niet steunen, met een motivering erbij, maar ook uw fractie niet, kwam met enige twijfel of met enig tegengas, tot nog geen 24 uur geleden. Als u deze wezenlijke vragen stelt, dan hadden we die discussie, daar hebben we een week lang de tijd voor gehad, heeft u ook niet gedaan. Nogmaals, het is een politieke keuze, het heeft consequenties en die moeten we gaan uitzoeken. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Dit klopt niet. De heer Van der Pluijm heeft net tegen de heer Van Groos gezegd dat de heer Van Groos geen woorden in zijn mond moet leggen. Dat moet de heer Van der Pluijm niet bij mij doen. Afgelopen maandag hebben wij duidelijk aangegeven dat wij dat amendement in die vorm niet konden steunen.
Ik heb toen ook aangegeven dat we bereid zijn om mee te denken met een alternatief om te verbreden, omdat we zelfs nog een idee hadden, ik heb het net ook in mijn betoog genoemd, volgens mij heeft Lokaal Belang het ook in hun motie over Defensie toch nog opgenomen, dat we dat nog eventueel willen toevoegen aan het amendement. Is allemaal besproken. Laten we het bij de feiten houden, meneer Van der Pluijm. Hij had het net over verbreden, voorzitter. Volgens mij hebben wij een andere definitie van verbreden. Ik denk dat we misschien dichter bij elkaar zitten dan we denken. Verbreden gaat wat de VVD betreft niet over 90-10, misschien zelfs niet over 80-20, verbreden gaat over ruimte bieden aan juist de sectoren waar de heer Van der Pluijm het ook over heeft gehad. De heer Van der Pluijm erkent niet dat dit op dit moment een onzorgvuldig en een zwart-wit besluit is.
De laatste vraag die ik dan aan de heer Van Pluijm wil stellen, is, is de heer Van der Pluijm bereid om een besluit te nemen waarvan hij de consequenties vanavond niet kan overzien? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Nog even terugkomend op het eerste punt. Het is gegaan over een stukje inhoud over verbreden. Tot u de notitie kreeg met argumenten, heeft u met geen woord gerept over consequenties. Het is natuurlijk nu handig dat u dat aanhaalt, maar het was niet uw VVD-fractie die met die argumenten kwam. De voorzitter: Nog een reactie? Anders geef ik meneer Van Groos het woord. De heer Van der Pluijm: Ik mis een deel van de vraag, hoor ik fluisterend. Sorry. De voorzitter: Meneer Bokšan, wilt u nog toevoegen? De heer Bokšan: Mijn vraag was of de heer Van der Pluijm vanavond bereid is om een besluit te nemen waarvan hij de consequenties niet kan overzien. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dat klopt. De heer Bokšan: Helder. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, nog inhakend op deze discussie. De heer Van der Pluijm voert een aantal redenen aan waarom de fractie van Lokaal Belang grootschalige logistiek wil heroverwegen. Een van de argumenten is dat de natuurvergunningen gesneuveld zijn.
Zijn die natuurvergunningen gesneuveld vanwege de stikstofproblematiek of zijn die gesneuveld omdat het bedrijventerrein alleen maar voor grootschalige logistiek gebruikt mag worden? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik weet het antwoord op de vraag niet. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Volgens mij weet u het wel. Dat is vanwege stikstof en niet vanwege grootschalige logistiek. Waarom is een vergunning die wordt afgewezen niet vanwege grootschalige logistiek, maar vanwege stikstof, een argument om nu tot een heroverweging over te gaan? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik was wat verrast dat je vragen stelt, voorzitter, terwijl u het antwoord al weet. Dan stel de vraag niet, want dan kunnen we door naar de wezenlijke vraag. Volgens mij is het zo, dat begrijp ik net, dat de vervoersbewegingen zorgen voor te veel stikstof. Daardoor wordt die randweg niet
ontwikkeld, die insteekhaven. Dan moet je ook heroverwegen of het nog wel handig is dat je een industrieterrein ontwikkelt voor grootschalige logistiek. Dat verzorgt nu juist stikstof. Het is toch heel terecht dat we nu deze discussie voeren, nu dat deze vergunningen zojuist zijn vernietigd, dat we gaan kijken, is dit nog wel verstandig? De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, kennelijk streeft Lokaal Belang dan naar economie zonder vervoersbewegingen. Daar wens ik hem veel succes mee. Ik ga naar het volgende punt. Hij mag er misschien op reageren. Is goed. De voorzitter: Ik zie dat meneer Van der Pluijm wil reageren. Dan geef ik u een kans voor het volgende punt. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik vind dat wat te kort door de bocht. Het is inherent aan logistiek dat je veel verkeersbewegingen hebt en dat door zo’n grote zware vrachtwagens je veel uitstoot hebt en ook stikstof. En, even gechargeerd gezegd, als je een accountantskantoor hebt, is dat veel minder. De voorzitter: Meneer Van Groos, aan u. De heer Van Groos: Voorzitter, dank voor de reactie. Ik denk dat we altijd vervoersbewegingen hebben. Ik sluit dit punt af en ga naar de reacties van Lokaal Belang op de motie en op het amendement over prioritering. Bij de motie zei Lokaal Belang, die sociale tweedeling hoeft wat ons betreft niet, want we hebben al een Kader Sociaal Domein.
Dat Kader Sociaal Domein regelt niet om te zorgen voor meer kansengelijkheid, waar de motie om vraagt, regelt de gezondheid niet en regelt de leefbaarheid niet die het gevolg zijn van ruimtelijke ontwikkelingen. Als je kijkt naar een gebied als Waalwijk Oost, Baardwijk, Laageinde, Den Hoef, die hebben veel last van de bedrijvigheid met geluid, met lucht, met allerlei andere dingen. Die hebben geen wijkwinkelcentrum, alleen een grote supermarkt. Die hebben zelfs geen huisarts meer. Waar deze motie om vraagt, is, kijk bij elk programma wat je maakt bij alle beslissingen die je neemt op ruimtelijk gebied wat de effecten zijn op kansengelijkheid, gezondheid en leefbaarheid en let daarbij op ouderen, jongeren en huishoudens met een laag inkomen. Kan meneer Van der Pluijm mij uitleggen hoe dat al die aspecten die bij het verzoek worden genoemd geregeld zijn in het koersdocument voor het sociaal domein? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ik heb gezegd of in ieder geval bedoeld te zeggen, de Monitor Sociaal Domein. We hebben dit binnen onze fractie besproken en vonden het niet nodig om ook nog in de Omgevingsvisie extra te gaan meten over of de stappen die je gaat nemen en de plannen die je gaat maken voldoende invulling geven ter voorkoming van de sociale tweedeling.
Als Lokaal Belang hebben we het vertrouwen in de organisatie en in het college dat men daar voldoende bewust van is, dat men daarop let bij de uitvoering van plannen en het concreter maken van de visie. De voorzitter: Meneer Van Groos.
De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Dan heb ik het woord monitoring niet gehoord. Dank voor deze verduidelijking. Waarom we toch deze motie in stemming zullen brengen, heeft te maken met het feit dat de monitoring altijd achteraf is. De plannen maken we voor de toekomst. Dan kijk je vooruit. Wij willen graag dat bij de plannen die gemaakt worden ook al wordt gekeken naar wat effecten zullen zijn, en niet pas achteraf vaststellen van, we hebben een verkeerd besluit genomen, want uit de monitoring blijkt dat de sociale tweedeling nog sterker is geworden. Dan is dat punt in ieder geval duidelijk, denk ik. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm wil graag reageren, zie ik. Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Het is vooral instemmend, voorzitter. Dank ook voor deze woorden. Het zijn zorgen die Lokaal Belang deelt, die we ook merken en terugzien in de in de maatschappij. We zijn blij dat dit terugkomt in de Omgevingsvisie. Nogmaals, we hebben er vertrouwen in dat het college bij de uitwerking daar voldoende aandacht aan geeft, maar we delen de mening van de heer Van Groos. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos, nog een punt. De heer Van Groos: Nog één punt, voorzitter. Dat is de reactie op het amendement voor prioritering.
Daarvan heb ik gehoord, en als ik het niet goed heb gehoord, dan hoor ik dat graag, dat Lokaal Belang heeft gezegd, prioritering is aan de nieuwe raad. Mijn vraag is aan de heer Van der Pluijm waar hij dat leest, waar om wordt gevraagd in het dictum, dat dat voor 18 maart, voor de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen, 5 maart, aan de raad moet worden voorgelegd. Het amendement zegt, het college legt deze prioritering ter bespreking en kaderstellend voor aan de raad. Het amendement vraagt juist om duidelijkheid over die ambities voor te leggen aan de gemeenteraad. Het vaststellen van de programma’s is een bevoegdheid van het college. Dan heeft de raad daar niks over te zeggen. Als een fractie zoals Lokaal Belang dreigt dit amendement af te wijzen, dan zeggen die fracties, de prioritering is voor het college, die mag het vaststellen, en niet voor de raad. Graag een reactie van de woordvoerder. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. We hebben hier overigens ook op voorhand nog over gesproken, dat we elkaar goed begrepen. Dat hebben we ook weer met de fractie besproken. Er is straks een nieuwe raad, dus ook een nieuw college.
Wij als Lokaal Belang zijn van mening dat straks de prioritering van de programma’s straks aangegeven kan worden, voor zover die overigens al niet in de Omgevingsvisie staan, daar staan al veel prioriteringen in, maar dat dat dan gedaan kan worden door het college. Daar zouden wij vertrouwen mee hebben. Dat is een proces wat wij voorzien, want ik had het net even over die deadline van 15 maart of 18 maart, in de komende jaren dat we dat toevertrouwen aan het college, die prioritering aan te brengen, mede op basis van wat we dan als raad, maar dan bedoel ik als politieke partijen, belangrijk vinden. Bijvoorbeeld nu vinden we deze jaren bouwen belangrijk. Misschien vinden we over twee of drie jaar, als we voldoende huizen hebben, mobiliteit belangrijk. Daarom vinden wij als Lokaal Belang, die prioritering brengen we aan op het moment dat het aan de orde is. We vertrouwen erop dat het college dat prima kan doen.
De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank aan de heer Van der Pluijm voor zijn reactie. Onze indruk, ons oordeel is over deze Omgevingsvisie dat er veel ambities in staan, maar dat niet duidelijk is welke ambitie prioriteit krijgt. Dat is een van de problemen die we hebben bij deze Omgevingsvisie, waardoor we zouden kunnen zeggen, het is een T-stuk, het is niet rijp voor besluitvorming. We moeten wel een besluit nemen, vinden we, op dit moment, gezien het voortraject en het feit dat het lastig is om anders voor 1 januari 2027 een Omgevingsvisie te hebben. Dan nog vragen wij, wees duidelijk over die prioritering. Dat is naar mijn idee een bevoegdheid van de raad. Wij stellen, de raad, ook de nieuwe raad, de kaders vast. Waarom sommige partijen de neiging hebben om de kaderstelling over te laten aan het college, kunnen wij niet volgen. Dat is zeker niet prettig voor de fracties die geen deel uitmaken van het college, die daar niet een persoon hebben die daarover meepraat, meedenkt en meebeslist. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. In het eerste stuk van betoog van de heer Van Groos zit de essentie. De Omgevingsvisie is zo groots en zo veelomvattend, dat wij als Lokaal Belang het nu lastig vinden, zo heb ik uw motie en amendement ervaren, dat we die prioritering naar voren willen halen.