CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 29 januari en vervolg op 3 februari 2026 samengevoegd

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten51.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Wij zeggen van, dat kan niet, want het is zo groot. We moeten dat tot dat moment uitstellen en dan kijken waar de raad of het college de prioriteit neerlegt. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dan nogmaals de vraag aan de heer Van der Pluijm, via u, waar hij in het amendement een bepaalde datum ziet staan. Als de raad vanavond ja zegt tegen de Omgevingsvisie, dan gaat het college aan de slag met het maken van programma’s. Bij het maken van die programma’s moeten keuzes worden gemaakt. De Omgevingsvisie biedt daarvoor geen houvast, omdat er geen prioriteiten zijn gesteld. De vraag in het amendement is aan het college, laat de raad eerst prioriteiten vaststellen en wees in ieder geval duidelijk over de prioritering op het moment dat je programma’s vaststelt. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Een belangrijke nuancering. Dank u wel, voorzitter. Dank voor de heer Van Groos voor deze nuancering. Ik overleg eventjes, we hebben natuurlijk ook nog een woord van de wethouder in de tweede termijn, hoe we het zien, begrijpen en hoe we daartegenover staan. Even in een second thought. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, ik heb net het behoorlijk uitgebreide debat aangehoord en ik voelde me toch genoodzaakt om namens onze fractie hier nog even op in te gaan.

We kunnen natuurlijk de heer Van der Pluijm al het woord laten voeren, maar er worden ook vragen gesteld aan de mede-indieners. Ik wil daar toch wel op ingaan.

Ik wil even beginnen bij het feit dat de heer Bokšan en de heer Van Groos vragen aan de heer Van der Pluijm of we de gevolgen kunnen overzien. Het eerlijke antwoord is volgens mij net gegeven. Die kunnen we niet volledig overzien. Wat we wel kunnen overzien, is het gevolg dat als wij vandaag niks doen dat er dan in 2027 niks meer te actualiseren valt op het gebied van grootschalige logistiek. Dan worden er afspraken gemaakt die we niet meer kunnen terugdraaien. Dat komt omdat onze wethouder een bezig bijtje is. Dat kunnen we ook waarderen aan hem. Op dit moment is dit echt de handrem die we moeten aantrekken voor ons. Daarom willen we het nu anders. De Omgevingsvisie voelt voor ons echt wel als het laatste moment waarop we hier nog iets aan kunnen doen. We kunnen veel zeggen, maar van ons kan niet gezegd worden dat wij niet op een ander moment eerder in de tijd hebben voorgesteld om niet door te gaan met deze mate van grootschalige logistiek. Altijd was het antwoord, ja, maar de provincie heeft ons aangewezen om dit te doen. Dat snap ik ook, want dat is ook zo. Volgens mij hebben wij als gemeenteraad echt wel een keuze om te maken. Het fatalisme wat hier steeds uit naar voren komt, zorgt ervoor dat wij lamgeslagen zijn. Het is daarom onmogelijk geweest om op een eerder moment een groter besluit te nemen.

We hebben meerdere coalitieonderhandelingen gehad, we hebben meerdere documenten vastgesteld, hebben altijd geprobeerd om er iets aan te veranderen, zoals we dat ook vaker hebben geprobeerd. Ik wilde daar ook nog even iets korts aan toevoegen, omdat zowel de heer Van Groos als de heer Bokšan net zei, als je voor 23.00 uur iets bestelt, wil je het ook morgen in huis hebben. Dat is weer zo’n zelfde ding. Daar ga ik nog niet te veel op in, maar ik wil het toch benoemen. Wij staan zo ver af van die gedachte, dat wij daar niet nu een uitgebreid debat over kunnen gaan voeren. Hoe wij het zien, is dat het systeem hoe wij het hebben ingericht, hoe de economie is ingericht in heel Nederland en in Waalwijk, dit steeds maar weer mogelijk maakt. Het wordt alleen maar meer. Voor ons is dit het laatste moment om aan die noodrem te trekken, want als we de Omgevingsvisie vaststellen, komt er nog meer grootschalige logistiek. Dan zullen we dit ook alleen maar meer zien. We moeten ergens een keer aan de handrem trekken. Ik wilde ook nog een vraag stellen aan van Groos. De vraag is, denkt de heer Van Groos dat er na het vaststellen van de Omgevingsvisie vanavond nog een realistisch moment is om te zeggen wij willen als Waalwijk geen grootschalige logistiek meer op Haven 8 Oost afronding? Ik snap dat de heer Van Groos gaat refereren aan het verleden. Die vraag heeft hij duidelijk beantwoord.

Daar is hij in zijn discussie duidelijk over geweest met de heer Van der Pluijm. Denkt hij dat er nog een realistisch moment is na vanavond? De voorzitter: Ik geef eerst de heer Bokšan het woord, want die was gaan staan tijdens uw betoog. Ik neem aan dat meneer Bokšan daarop wil reageren. Of heeft u een specifiek ander punt? Dan geef ik meneer Van Groos het woord. Meneer Bokšan, gaat uw gang. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad een reactie op het betoog van de heer Den Braven. Allereerst geeft de heer Den Braven aan, kunnen wij alle consequenties overzien? Daar geeft hij antwoord eerlijk nee op. Dat heeft Lokaal Belang ook aangegeven, wat wat de VVD betreft een onverstandig standpunt is. De heer Den Braven geeft ook aan, we moeten aan de noodrem trekken. Dat is een term die ze misschien met elkaar denk ik hebben afgesproken vanavond om die term te

gebruiken. Dat is denk ik mooi in de beeldvorming, maar het is feitelijk onjuist. De heer Den Braven weet net als ik net als volgens mij de rest van de raad dat wij die uitgiftecriteria, die de basis vormen voor überhaupt welke bedrijven er mogen komen, nog vastgesteld moeten worden door de raad. Er is nog helemaal geen besluit over wie daar komt. Ik zie de heer Den Braven en hij geeft het aan dat hij wethouder Spierings een bezig bijtje noemt. Ik denk dat dat een mooi compliment is. Ik denk dat het hem goed omschrijft. Dit gaat nog jaren duren. Bij al die sessies hebben we dat ook gehoord over brede welvaart. De uitgiftecriteria zijn niet vastgesteld. Dit gaat nog jaren duren. Er is netcongestie dat speelt, ondernemers die überhaupt nog geen aansluiting weten te vinden op het net. Laten we daar nog eens een debat over voeren. Hoe gaan we in hemelsnaam dat oplossen? Hier wordt een beeld geschetst, voorzitter, alsof wij vanavond een besluit moeten nemen en als dat niet gebeurt, dan zitten we in een doemscenario. Voorzitter, dat is feitelijk onjuist. Dan ben ik ook niet gewend van GroenLinksaf om dat op die manier te doen. Het is misschien handig voor een politiek debat, maar de heer Den Braven weet volgens mij goed dat het feitelijk onjuist is. Dat is echt denk ik een belangrijk punt om te benoemen.

Voorzitter, nog als tweede punt te benoemen op het systeem van de heer Den Braven. Hij geeft aan het pakketjesverhaal over 23.00 uur bestellen, morgen in huis, dat dat een systeem is waar de heer Den Braven GroenLinksaf of niet achter staat. Dat is meteen bekend standpunt. Dat is wel systeem dat onze gemeente overeind houdt. Een economie die door ondernemers betaald wordt, door onze inwoners betaald door belastinggeld, die ervoor zorgt dat onze sportvoorzieningen overeind blijven, onze cultuurvoorzieningen overeind blijven, onze scholen overeind blijven. Dat zijn allemaal voorzieningen. Dat de bibliotheek overeind blijft. Dat zijn allemaal dingen die door onze economie worden betaald. De heer Den Braven weet net als ik dat bestaanszekerheid een mooi woord is, maar bestaanszekerheid is niks zonder economie en zonder verdienvermogen. Ik denk dat het belangrijk punt is om te benoemen. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, ik zou graag met het laatste punt beginnen. Ik zal niet met de heer Bokšan in discussie gaan over of je geld kan verdienen door de economie, want dat lijkt me duidelijk. Volgens mij hebben we het vandaag over een specifieke soort economie en dat is grootschalige logistiek. Die discussie hebben we nu met elkaar.

Willen we daar 100 procent mee doorgaan, of willen we daar een heroverweging in? Ik heb met de heer Bokšan gesproken op meerdere momenten en ik begrijp net ook weer uit het verhaal dat de heer Bokšan ook vindt dat we moeten stoppen met 100 procent grootschalige logistiek, wat betekent dat we gaan afwijken van hetgeen in het bestemmingsplan staat van Haven 8 Oost afronding, wat ook betekent dat we iets doen aan de afspraken die we hebben gemaakt met de provincie. We gaan het gesprek met de provincie moeten voeren. Of we nu 2 procent gaan afwijken van die 100 procent grootschalige logistiek of, naar onze mening, veel meer. Dat op dat laatste punt. Het punt dat hij maakte, wanneer gaan we uiteindelijk daadwerkelijk nog iets doen, dat is wat hij zegt, dat is ook de vraag die ik aan de heer Van Groos stelde, klopt. We gaan straks de uitgiftecriteria vaststellen. Ik voel aan vrij veel dingen vanavond dat er buiten een aantal partijen die nu het amendement hebben ondersteund er daar niet in komt te

staan, we stoppen met grootschalige logistiek en we gaan die andere uitgiftecriteria opstellen. Daarbij gaan we die uitgiftecriteria opstellen aan de hand van de Omgevingsvisie, wat hierna het leidende document wordt voor het fysieke domein en ruimtelijke ordening. Hoe kunnen we straks, als we nu, dat is ook het punt dat net wordt gemaakt, we hebben in het verleden te vaak weggekeken, dat klopt, hebben wij ook aan meegedaan, ook al hebben we het soms echt wel geprobeerd, hoe kunnen we straks uitgiftecriteria vaststellen waarin we afwijken van hetgeen we vandaag gaan vaststellen? Dat kan niet, dus moeten we vandaag deze stap nemen. Anders kunnen we bij de uitgiftecriteria niet met droge ogen zeggen, we gaan iets anders doen. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ook dit is niet waar. Bij de uitgiftecriteria en we hebben volgens mij in de debatten eindeloos over gehad bij informatieavonden op allerlei momenten hebben we met elkaar besproken, ik heb het er net ook in het mijn interruptiedebatje met de heer Van der Pluijm over gehad, volgens mij zijn wij alle 28 als wij hier zitten in deze gemeenteraad erover eens als we het bijvoorbeeld hebben over de inzet om bedrijven van de woonstad naar de werkstad te verplaatsen, dat we het daar allemaal over eens zijn. Er moeten woningen gebouwd worden. We hebben een ruimtevraag.

Dit is een ruimtevraagstuk, de Omgevingsvisie. Hoe richt je je gemeente in? Dat is een van de meest cruciale vragen. Dat zijn ook logistieke bedrijven, zeg ik tegen de heer Den Braven. Wat de heer Den Braven doet met zijn amendement, is dat ook uitsluiten. Dat is wat de heer Den Braven doet en dat is ook wat de inzet van deze lijn is. Als je dat doet, dan kies je ervoor om op andere manieren consequenties die niet te overzien zijn te nemen. Ik constateer ook in het debat dat net als met de heer Van der Pluijm de heer Den Braven net ook aangeeft dat hij de consequenties van dit besluit niet kan overzien. Ik denk dat het belangrijk is voor verantwoordelijke bestuurderspartijen zoals GroenLinksaf, zoals Lokaal Belang, om na te denken of dit verstandig is. Dat is wat ik hier heb net aangegeven. De heer Den Braven weet volgens mij ook, net als wat ik net tegen de heer Van der Pluijm heb gezegd, de consequenties zijn hier niet van te overzien. De voorzitter: Dank. Meneer Den Braven, u wilt reageren? Gaat uw gang. De heer Den Braven: Dank u wel. De consequenties zijn in zoverre niet te overzien als, wij kunnen niet in de toekomst kijken en bepalen, wat gaat de provincie doen? Dat weten we niet. Wat we wel weten, en dat is hoe ik het net heb gezegd, is dat als we het nu niet doen, dat we dan zeker weten dat we dadelijk grootschalige logistiek gaan krijgen op die plek.

Ik ben het met de heer Bokšan eens dat we wel, en dat weet hij ook, want daar hebben we het vaak over gehad, dat wij er ook voor open staan als Waalwijkse bedrijven van binnen de kern naar de andere kant van de A59 worden verhuisd. Volgens mij staat dat ook gewoon in de motie die we hebben bijgevoegd bij het amendement. Dat hebben we gedaan samen met Lokaal Belang en D66, omdat die twee dingen allebei nodig zijn. Wij begrijpen de wens om grootschalige logistiek uit de kern te verwijderen en te zetten op Haven 8 Oost afronding. Volgens mij zitten we daar gewoon op mee op één lijn en volgens mij kan dat ook prima met het amendement in combinatie met de motie. De voorzitter: Meneer Bokšan.

De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De heer Den Braven geeft net opnieuw aan dat hij inderdaad niet de consequenties kan overzien en dat hij niet weet wat er gaat gebeuren. Eén ding is een feit. Uit de stukken blijkt, en ik zal het woord niet noemen, want ik heb dat eerder in het debat gedaan gehad, dat ga ik niet doen, maar uit de stukken blijkt dat als we dit op deze manier doen, dat we in strijd handelen met de afspraken die met de provincie zijn gemaakt. Dat is een consequentie die een van de consequenties is. De heer Den Braven geeft net aan, ik weet niet wat de consequenties zijn. Dat is de consequentie, onder andere, dat je in strijd handelt met beleid dat is afgesproken en met afsprakenkaders die nog geen twee maanden geleden, uit mijn hoofd, zijn gemaakt. Dat is wat de consequentie is. Ik vraag ook aan de heer Den Braven, ik heb net die vraag ook aan heer Van der Pluijm gesteld, is dat verstandig bestuur? De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, maar dan vind ik het toch lastig dat de heer Bokšan mij vraagt of het verstandig bestuur is. Wij zitten hier om kaders te stellen. Ik zit hier niet om te besturen. Volgens mij hebben we vaak nu uitgelegd waarom wij nu vinden dat we de kaders moeten veranderen. Dan mag het bestuur uiteindelijk straks daarmee het gaan uitvoeren.

Door het nu niet te doen, de consequenties, helder, klopt, hebben we ook gezegd, we kunnen het niet helemaal overzien, maar wat wij wel kunnen overzien, is wat er gebeurt als we niks veranderen. Wij accepteren hier, en dat hebben we volgens mij nu gezegd en heeft meneer Van der Pluijm ook gezegd, echt dat er consequenties aan zitten. Die consequentie zal waarschijnlijk zijn dat we in gesprek gaan met Provinciale Staten, hoe gaan we dit oplossen met elkaar? Dat kan ik alleen maar toejuichen. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Nog één afrondende opmerking, voorzitter, ook richting de heer Den Braven. Dan had het denk ik verstandiger geweest als u eerst die vraag en die opdracht aan het college mee had gegeven om dat te doen, alvorens zo’n fundamenteel vergaand besluit hier vanavond voor te leggen. Dat lijkt me niet verstandig om dat op die manier te doen. De heer Den Braven heeft het net over kaders stellen. Kaders zijn ook binnen bestaande wet- en regelgeving die we moeten maken. Wij kunnen niet als gemeenteraad, omdat wij kaderstellend zijn, alles in deze wereld doen wat we zelf willen. Er zijn regels waar we rekening mee moeten houden. Als het gaat over woningbouw, zitten we vastgebonden aan regels. Als we zitten aan stikstof, wat volgens mij ook een belangrijk onderwerp is voor GroenLinksaf, zitten we vast aan regels.

Je kunt niet zomaar zeggen, ik ben raadslid en we zijn de gemeenteraad, wij stellen de kades, dus dan kunnen we dat zou doen. Zo werkt dat niet. Volgens mij is GroenLinksaf zelf volwassen genoeg om dat te begrijpen. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij begrijp ik goed dat wij een kaderstellende rol hebben en dat wij niet dingen kunnen doen die in strijd zijn met de

wet. Volgens mij doen we dat ook totaal niet hiermee. Het wordt lastig om niet in herhaling te vallen. Volgens mij is alles wel een beetje gezegd. Ik wil afsluiten met de opmerking dat ik waardeer hoe de heer Bokšan hierin zit, maar het is voor ons erg lastig om in discussie te gaan over iets wat kennelijk al vaststaat. Uit alles blijkt dat er maar één pad vooruit kan zijn en dat we daar niks meer aan mogen doen. Wij hebben geen opdracht kunnen geven aan het college, omdat wij met drie zetels zijn. We hebben veel meer mensen nodig, zelfs een meerderheid, om het college op pad te sturen naar de provincie. Nu proberen we met een meerderheid om eindelijk die beweging door te zetten. De voorzitter: Ik zie dat meneer Bokšan terugkomt om toch nog even te reageren. Gaat uw gang. De heer Bokšan: Ook niet waar. De heer Den Braven heeft vandaag met mij besproken, met de heer Van der Pluijm besproken, een voorstel over verbreden. Dat is ook beoordeeld als dat kan. De heer Den Braven schetst hier nu in beeld, als we dit hier niet nu doen, dan zijn we op een heilloze weg beland, dan kan er niks meer, terwijl er nog een uitgiftecriteria zijn vast te stellen, terwijl de netcongestie speelt, terwijl we nog allerlei andere besluiten moeten nemen. De heer Den Braven weet ook dat dit gewoon kan. Je kunt kiezen om je economie te verbreden.

Het stond ook niet voor niks in dat MER-rapport, dat je kunt kiezen ook voor andere sectoren. Daar staan we ook al VVD achter. Volgens mij staan we daar als raad achter. Het gaat over de fundamentele keuze die GroenLinksaf samen met Lokaal Belang en D66 vanavond maakt, om te zeggen, wij willen geen grootschalige logistiek in Waalwijk. Die ferme uitspraak gaat ervoor zorgen dat we in strijd handelen met andere afspraken, niet met de wet, maar met andere afspraken die zijn gemaakt in de provincie. Dat is onverstandig. Het is onwaar wat de heer Van Den Braven schetst. De voorzitter: Meneer Den Braven, wilt u nog reageren? De heer Den Braven: Graag, voorzitter. De heer Bokšan kiest ervoor om drie keer te herhalen, het is niet waar, en vervolgens eindigt hij met een opmerking die niet waar is. Dat is dan toch lastig. Ik denk dat het belangrijkste is dat we, als we nu dit niet vaststellen, dat er daarna geen weg meer terug is. Ik wil het er ook bij laten, want het is een lang debat aan het worden. Ik begrijp de heer Bokšan. Volgens mij begrijpen wij elkaar hartstikke goed. Volgens mij stellen we ook met elkaar vast dat we ver uit elkaar staan. Dat maakt het lastig. Het heeft denk ik geen zin meer om erover door te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter.

Ik reageer even op het debat en dan maak ik een brugje naar het antwoord op de vraag die de heer Den Braven mij heeft gesteld. Het eerste wat ik wil zeggen, is dat de ChristenUnie voorstander is van een ander economisch systeem. Dat bepleiten we ook al een aantal jaren in Den Haag. We hebben een systeem dat helaas misschien wel goed is voor de portemonnee, maar ook veel kapot maakt. Voor een deel hoeft dat niet ingewikkeld te zijn, als we met elkaar afspreken, als je ‘s avonds een pakketje bestelt, dat het niet de volgende dag wordt bezocht, maar de dag erna, dat geeft al veel meer rust. Of misschien de week daarna. In winkels heb je het vaak ook niet sneller. Dat maakt niet uit.

Tegen de heer Bokšan zou ik willen zeggen, Waalwijk blijft niet overeind door extra bedrijvigheid. Waalwijk blijft overeind door de bedrijven die er nu al zijn. Daarmee zijn we al wat we nu zijn. Dat levert ook al veel op. Die economische groei hoeft niet het vliegwiel te zijn voor van alles en nog wat. Dan de vraag, komt er nog een moment om te heroverwegen? Ja. Als je dat niet uitgeeft en ontwikkeling gaat zoals die gaat, er wordt in Provinciale Staten ook al gesproken over logistieke dozen, wat naar mijn idee geen recht doet aan die logistieke centra, kan het zijn dat de provincie zegt, wij hoeven niet meer logistiek om verschillende redenen. Waalwijk, zou je andere bedrijvigheid willen? Maar niet van onze kant eenzijdig zeggen, we stoppen ermee, we gaan dat niet doen, want onze inwoners willen dat niet, terwijl je zover bent gekomen door de hele tijd te roepen van, wij willen logistiek, wij willen logistiek, wij willen logistiek. Volg de ChristenUnie en zeg, we maken de pas op de plaats, we gaan geen bedrijventerrein verkopen. Misschien mogen we dat de komende jaren ook niet. Dat is een prima moment om daarover met andere partijen in gesprek te gaan. De voorzitter: Meneer Den Braven, wilt u als eerste reageren? De heer Den Braven: Graag, voorzitter.

Het moment wat de heer Van Groos schetst, daar kan ik iets voor voelen, alleen we hebben ook een realiteit en dat is de realiteit dat we hier met meerdere partijen in de raad zitten. Wij hebben constructief altijd samengewerkt met de coalitiegenoten, waarin wij veel hebben gekregen en veel hebben moeten geven. Dit is een van de dingen waarvoor dat geldt. Wij zijn geen fan van economische groei die voor altijd doorgaat en die ook veel ruimte kost, maar wij hebben daar wel de modus in gevonden in de afgelopen acht jaar bijna om daar een mouw aan te passen en daar ook iets voor terug te krijgen. Eigenlijk wil ik het daarbij laten. Het moment wat de heer Van Groos stelt, kan ik me voorstellen, maar is denk ik niet realistisch. De voorzitter: Voldoende? Wilt u reageren. De heer Van Groos: Ik wil toch wel een reactie geven, want ik begrijp nu dat GroenLinksaf, en dat geldt wellicht ook voor D66, nooit voor grootschalige logistiek is, maar dat ze altijd hebben ingestemd, om andere dingen voor elkaar te krijgen en dat nu Lokaal Belang een beweging maakt, deze partijen hun kans schoon zien om mee te draaien. De voorzitter: Meneer Den Braven, toch nog een reactie, zie ik. De heer Den Braven: Voorzitter, dat is mooi natuurlijk om te zeggen, maar ik vind het wel opvallend dat de ChristenUnie nu denkt dat wij als partij erg voor grootschalige logistiek zijn.

Het mag hem toch niet verbazen dat we dat niet per se zijn. Volgens mij heeft de heer Van Groos ook in een coalitie gezeten en weet goed hoe het is om te geven en te moeten nemen. Ik denk dat hij weet waar het over gaat. Het is geen optimisme, het is duidelijk het laatste moment dat wij, zo voelen wij het in ieder geval, dat wij hier iets aan kunnen doen. Wij zijn blij dat andere partijen daar ook zo denken. De voorzitter: Meneer Van Groos.

De heer Van Groos: Voorzitter, als je tot nu toe alle plannen voor Haven 8 Oost hebt gesteund, en dat heeft GroenLinksaf gedaan, dan heb je steun uitgesproken aan grootschalige logistiek. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, ik snap wat de heer Van Groos zegt. Ik weet niet hoe het was in de tijd dat de heer Van Groos wethouder was. Ik kan me voorstellen dat het toen ook best wel eens over grootschalige logistiek zal zijn gegaan. Ik hoop dat hij zijn handen in het vuur durft te steken dat hij daartoe nooit voor heeft gestemd. Kan zijn. Ik heb het niet nagekeken. Dit is voor ons het moment om ermee te stoppen op deze manier. Wij willen er nu een kanteling in zien en daarom doen wij dit op dit moment op deze manier. De voorzitter: Voldoende? Meneer Bokšan heeft het woord. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik heb voor de heer Van Groos een vraag. Ik dacht, voorzitter, net toen ik achter de katheder stond, ik geef de heer Van Groos een compliment. We zijn het zo eens in het debat. Nu zie ik deze opmerking over ondernemers en, voorzitter, ondernemers hebben het niet nodig dat ik hier ga staan om het voor ze op te nemen, maar dat ga ik wel doen. Vandaag in het Brabants Dagblad stond, voorzitter, want de heer Van Groos noemde de huidige bedrijven houden Waalwijk al overeind. Dat is waar, maar het is niet voldoende.

Aantal gestopte ondernemers in Waalwijk voor het vierde jaar op rij omhoog. Er zijn het afgelopen jaar, meneer Van Groos, 490 ondernemers gestopt in onze gemeente. De opmerkingen die ik in dit debat continu maak over lokale economie en economische groei gaan hierover. Als we kiezen voor stilstand, als we kiezen voor anti-economie, wat op dit moment gebeurt, dan zie je dat dat gevolg gaat hebben. Ondernemers zijn degene die deze gemeente overeind houden en belastingbetalers. Dat is wat de gevolgen zijn. Als we dit soort alarmerende berichten zien over dat er ondernemers jaar op jaar, vorig jaar was dat ook het geval, staat in het artikel, meer stoppen, dan hebben we iets als Waalwijk om te doen als het gaat over ons lokaal vestigingsklimaat, als het gaat over opkomen voor ondernemers om ervoor te zorgen dat zij hier ruimte krijgen. Daar gaat dit debat ook over. Wat de heer Van Groos net schetst over dat alleen de huidige bedrijven Waalwijk overeind houden, dat klopt, we zijn trots op onze ondernemers, maar het is niet voldoende. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, de heer Bokšan kleurt mijn reactie op een bepaalde manier in. Ik denk, als bedrijven stoppen, en ik geloof dat er veel stoppen, dat er daarmee ruimte ontstaat voor nieuwe bedrijvigheid. Daar hoeven we niet nieuwe terreinen voor uit te geven, maar er komen gebouwen leeg.

Die kunnen worden gebruikt door ondernemers die willen beginnen. De voorzitter: Wilt u nog reageren? Gaat uw gang. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ook dat is niet voldoende. Je kunt niet alleen maar inzet op het revitaliseren, dat is de term volgens mij die de heer Van Groos

bedoelt, op het optimaal gebruiken van je huidige bedrijfsterrein. Je moet groei hebben om je voorziening overeind te houden. We hebben niet voor niks talloze debatten het afgelopen jaar, jaren, gehad over allerlei bezuinigingen die op tafel hebben gelegen, over andere zaken die spelen. Het wordt allemaal niet vanzelf betaald. Alleen maar inzetten op, wat we nu hebben, dat is voldoende, ik kan de heer Van Groos op een bierviltje geven, dat gaat niet gebeuren. Als we op deze manier doorgaan in deze gemeente met hoe we ruimte bieden, of althans, niet ruimte bieden in dit geval voor ondernemers, welke dat ook zijn, of het nu logistieke ondernemers zijn of het klein mkbbedrijf is of de zzp'er die op zijn eigen kantoor zit, als we daar niet op investeren en niet die keuzes maken, dan gaat het niet de goede kant op. Dat is wat ik tegen de heer Van Groos wil zeggen. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Een reactie van mijn kant, voorzitter. Het stuk terrein tot aan het Drongels Kanaal is het laatste wat we kunnen uitgeven. Ik hoop dat tegen die tijd de VVD een visie heeft hoe dat het verder moet met Waalwijk. Als we dan geen bedrijventerrein meer kunnen uitgeven, zijn we, in de woorden van de VVD, ten dode opgeschreven. Dan houdt de ondernemersactiviteit, de economie, hier op. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Ook daar ga ik niet mee, voorzitter.

Volgens mij is het ook en-en. Ik heb in mijn betoog, als het gaat over woningbouw, een ander onderwerp, genoemd en dat heb ik ook in de gespreksavond met de wethouder besproken dat het alleen maar vooral gaat in de Omgevingsvisie bijvoorbeeld over inbreiden, terwijl wij ook hebben aangegeven, we moeten juist ook inzetten op uitbreiden. Wat ons betreft mag ook in het groen gebouwd worden en aan de rand van de gemeente, als we daadwerkelijk bijvoorbeeld woningzoekende op één willen zetten. Dat geldt ook voor onze economie. Je kunt kiezen om te zeggen, we gaan alleen maar ons huidige bedrijf wat we nu hebben optimaal gebruiken. De heer Van Groos zegt, als ondernemers stoppen, dan kunnen nieuwe ondernemers erbij komen. Dat is volgens mij niet per se een goed signaal, als we zien dat er zoveel ondernemers stoppen. Volgens mij kun je daar ook het ene en het ander niet uitsluiten. Je moet inzetten op en groei van je bedrijven en van je ondernemers en ervoor zorgen dat je terrein optimaal gebruikt. Volgens mij kunnen de heer Van Groos en ik daar wel in vinden. De voorzitter: Meneer Van Groos, kunt u elkaar vinden? De heer Van Groos: Ik denk het niet. Volgens mij doelt de heer Bokšan op bedrijventerrein ten westen van de Sprangse Sloot. Daar ligt een uitspraak van de raad, een besluit om niet ten westen van de Sprangse Sloot te gaan.

Als de VVD vindt dat dat wel kan, dan is dat dezelfde beweging als die Lokaal Belang vanavond maakt. De voorzitter: Ik hoor geen reactie meer. Meneer Metzke. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Het is even zoeken, wanneer reageer je? Veel is al gezegd. Ik vond het toch wel chique als wij als mede-indiener in ieder geval laten weten waarom wij deze keuze maken en hoe. Dan wil ik vooral kijken naar het tijdspad. Waarom nu? En de noodrem is eerder gehanteerd als gezegde, maar voor ons is het geen noodrem, voor ons is het roer om. Dat past ook bij een koers.

Als ik een vergelijking mag maken, 114 jaar geleden vertrok er een schip uit de haven van Southampton. Dat schip had koers, ging rechtdoor en op een gegeven moment komt er een moment dat je denkt, wat gaan we doen? We zien in de verte een ijsberg. Die ijsberg zijn voor ons de al eerdergenoemde problemen met grootschalige logistiek en de reden dat wij ervan af willen. Dan kun je wel gaan wachten totdat je bij die ijsberg komt en wellicht kan je nog bijsturen bij het vaststellen van de uitgifte, maar die kans zien wij niet. Bij ons is het moment nu gekomen om aan het stuur te draaien. Weten we helemaal wat er gaat gebeuren? Nee. Wat we wel weten, als we niet aan het stuur draaien, dan is daar die ijsberg. Die ijsberg waar wij niet op willen varen. Dat is voor ons de reden dat wij nu aan het stuur draaien. Wat we in het verleden hebben gedaan, ben ik met de heer Van Groos eens en wat de heer Den Braven ook zei, je maakt zo’n keuze in de coalitie en dingen veranderen ook. Zijn we altijd volledig voor echte grootschalige logistiek geweest? Misschien niet, misschien wel. Waar het om gaat, is dat wij nu niet verder willen en dat voor ons het moment is gekomen om het stuur om te draaien en dat doen wij dan vandaag. De voorzitter: Ik zie dat meneer Van Groos wil reageren. Klopt dat? De heer Van Groos: Dat klopt. De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Van Groos: Meneer Metzke heeft uitgelegd waarom D66 nu de koers verlegt. De vraag is of dat kan? Een piloot kan ook besluiten, om veiligheidsredenen, hoger of lager te verliezen of een andere kant op te gaan. Dan nog kan hij dat niet zelf bepalen en zal die aan de verkeerstoren moeten vragen of die op een andere hoogte mag vliegen, om ongelukken te voorkomen. De koers verleggen, daarmee voorkom je niet altijd ongelukken, zou ik zeggen. Dat moet je in goed overleg doen met de andere partijen die daarover gaan. De voorzitter: Meneer Metzke. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. De vergelijking met de verkeerstoren, volgens mij zijn wij in dit geval de verkeerstoren en bepalen wij hoe we de koers wel of niet voortzetten. Dat, voorzitter. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, met mogelijke ongelukken tot gevolg. Dat was de vraag van de heer Bokšan de hele avond. Bent u bereid of kunt u de consequenties overzien van het verleggen van de koers, zoals u dat nu op dit moment doet? De voorzitter: Meneer Metzke. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Dat heb ik net al aangegeven. We gooien het roer om. We weten niet helemaal waar het schip wel uit gaat komen. We weten wel, als we het roer niet omgooien, waar hij op gaat klappen. Dat willen we voorkomen. Het antwoord is, nee. Zien wij de consequenties al helemaal? Nee, maar dat accepteren we.

De voorzitter: Voldoende, meneer Van Groos? Ik zie het. Meneer Van der Pluijm.

De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ik wil nog graag terugkomen op twee punten. Dat is van de heer Bokšan en van de heer Van Groos van de ChristenUnie. De heer Van Groos staat nog, laat ik daarmee beginnen. De heer Van Groos geeft aan dat Lokaal Belang ingestemd heeft met eerdere raadsvoorstellen. Dat klopt. Dat hebben we gedaan. Bijvoorbeeld bij de vaststelling van het bestemmingsplan Haven 8 Oost afronding in 2023. Het was ook Lokaal Belang die zei, we zijn het hier niet zomaar mee eens. Wij hebben dat aan de wethouder bevraagd en wij hebben toezeggingen gekregen. Wij hebben als hele raad toezeggingen gekregen. Het was ook Lokaal Belang die daar op dat moment al kritische noten bij plaatste. Dat was ook op het moment dat u uw motie vorig jaar indiende, dat wij zeiden, we steunen hem niet, want wij vertrouwen op de toezeggingen van de wethouder. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik heb er geen enkel probleem mee om te zeggen dat Lokaal Belang eerder heeft aangegeven niet altijd blij te zijn met logistiek. Ook raadsleden die niet meer onder ons zijn, hebben dat gedaan. Dat is geen enkel punt. Bijzonder dat de heer Van der Pluijm een beroep doet op een toezegging van een wethouder die niet is nagekomen. Dat betreuren wij ook, want ChristenUnie hecht aan toezeggen en het nakomen van toezeggingen. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm.

De heer Van der Pluijm: Voorzitter, als u mij toestaat, dan reageer ik nog even op wat woorden van de heer Bokšan die gewisseld werden met, als ik het goed heb, de heer Metzke of de heer Den Braven. In zijn betoog gaf hij aan dat er veel bedrijven stoppen. Dat heeft een reden. Dat vertelde de heer Bokšan er niet bij. Dat heeft te maken namelijk dat veel zzp'ers stoppen. Veel bedrijven, veel kleine ondernemers met name, zijn gestopt vanwege nieuwe belastingregels. Daarin werd ook betoogd dat wij niet zouden zijn voor bedrijvigheid. Dat is ook niet zo. In ons voorstel zeggen wij juist dat wij niet kiezen voor geen bedrijven, sterker nog, wij kiezen voor een ander type bedrijven. Lokaal Belang ziet liever 10 bedrijven op een oppervlakte van 1 hectare, dan 1 groot bedrijf op een oppervlakte van 10 hectare. Dan ook nog eventjes dat wij als derde punt niet zouden steunen voor de lokale mkb en de grotere maakbedrijven. Wij als Lokaal Belang kiezen niet zoals de VVD voor logistieke bedrijven uit Dubai. Wij kiezen voor lokale bedrijven, maakbedrijven, mkb’s, ambachten, zoals het ook keurig voorwoord staat in de MER-rapportage. En inderdaad, wij maken daar een andere keus in. De voorzitter: Ik zie geen reacties meer op uw bijdrage. Is het debat in eerste termijn hiermee afgerond? Ik kijk even rond. Dan ga ik de verschillende portefeuillehouders vragen om te reageren.

Er zijn er meerdere die hierbij betrokken zijn. Dan ga ik eerst de primaire wethouder vragen vanuit het college om te reageren. Dat is wethouder De Jong die verantwoordelijk is voor deze Omgevingsvisie. Beantwoording college Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Terugkijkend op het geheel, u heeft daar ook even op gereflecteerd, we staan nu op deze avond en misschien nog wel een

dinsdagavond, dat kan ik niet inschatten, maar het is nu al te doen en anders dan ook om de Omgevingsvisie vast te stellen, ongeacht hoe de moties en amendementen worden vastgesteld. Dat hebben we dan uit te voeren. De Omgevingsvisie kan dan vastgesteld worden. Dat is na twee jaar hard werken, plannen, weekplanningen, zelfs in de week precies gepland, en dat contentieus bijhouden, sparren, afstemmen, participeren, enquêteren en al dat soort dingen. Nu ligt hij er dan. Het is een flink dossier, zeker met betrekking tot de MER van de commissie MER, in totaal 700 pagina’s. Het is al eerder genoemd. Het is wel een brok werk om te komen naar een Omgevingsvisie 1.0. Al op voorhand wil ik iedereen bedanken die daaraan heeft meegewerkt. Zeker ook u. Het werd hier vanavond al gerefereerd, dat u ook dingen hebt geplakt maar ook met name met elkaar in discussie ging, in gesprek. Dat was waardevol. Met betrekking tot de Omgevingsvisie is al eerder aangegeven dat het staand beleid is, met als uitzondering van groen. Dat is wel geactualiseerd. De andere beleidsvelden niet. Gelet op de moties en de amendementen die allemaal zijn ingebracht, gaan die wat verder. Daarvoor hebben wij ook afgesproken dat iedere portefeuillehouder zo’n beetje zijn onderdeel, zijn beleidsveld pakt in kader van de beantwoording. Dan kom ik bij het amendement van de ChristenUnie.

Ik pak eerst maar eens de Meetbaarheid in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Het college kan zich goed vinden om die meetbaarheid transparant te maken en kunnen u dit amendement ook aanraden. Het is een brok werk, maar ook wij onderkennen dat dit weer een belangrijke stap voorwaarts is. Dan komen we bij het amendement van de prioritering. Het is al eerder gemeld in de debatten hiervoor dat het college gaat over de programma’s. Als we even inzoomen met betrekking tot welke ambities in de betreffende bestuursperiode prioriteit krijgen, die hoort in het bestuursakkoord en niet in een programma. Welke ambities op de middellange en lange termijn worden opgepakt, hoort niet in een uitvoeringspaper. Wat dat betreft, zijn daar op twee onderdelen toch dat we zeggen van, dat gaat niet. C zou eventueel kunnen, maar dat is dan wel een mager gebeuren. Het college komt bij, wij zijn verantwoordelijk voor de programma’s. Zoals u dat in uw amendement hebt verwoord, in die driedeling, A, B, C, zeggen wij op dit moment, als we hierop moeten reageren, dan zouden we die ontraden. Dan komen wij bij de motie over tegengaan van sociale tweedeling in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Dat is een specifieke. Gezondheid is natuurlijk een belangrijk goed. Kansengelijkheid en leefbaarheid zijn waardevolle thema’s om vol voor te gaan.

Het college is begonnen met een strategische visie die bestaat uit drie kernambities in het kader van de brede welvaart, ontmoeten en de kracht van de verscheidenheid. Dat ligt ook als een waaier over deze Omgevingsvisie. Van daaruit hebben wij drie doelen geformuleerd en negen thema’s die u zelf ook wel verwoordt. Dan zeggen we, in dat kader past het en passen we dit ook toe. Om die reden ontraden wij u deze motie. Dat met betrekking tot de ChristenUnie. De prioritering en versnelling van de ruimtelijke procedures. Dat is van de VVD. U hebt een viertal beslispunten in het dictum staan. Daarvan kan het college zich vinden in de eerste drie, waarbij wel de opmerking wordt geplaatst, zolang we de kaders in kader van de afweging maar niet hoeven aan te passen, dat wij uit kunnen gaan van de kades die erin staan. Dan zijn we akkoord met die drie.

De laatste over de lobby richting het Rijk en over het versnellingstraject, het is niet de versnelling wat het probleem is in Nederland. Onze plancapaciteit is goed. We weten ook in het kader van de procedures en ook in de uitvoering continu versnelling en efficiency toe te passen. Dat houdt op bij de grote vraagstukken in Nederland met betrekking tot stikstof, de toegang tot de Raad van State en de duur daarvan van met betrekking tot de behandeling. Brabant zit in de vergunningverlening op slot. Die moet van het slot af. Dan hebben we nog de netcongestie. Zo zijn er nog wel een paar. Ik en mijn collega’s hebben wel hoop dat het aanstaande kabinet bij het coalitieakkoord dat ze maken hier een doorbraak in forceren. Dan zijn we echt geholpen. Met andere woorden, over uw motie kunnen we zeggen, wij zouden die kunnen aanvaarden met betrekking tot de eerste drie beslispunten. Ten aanzien van de vierde, om daar die lobby op te zetten om nog andere dingen te doen, lijkt ons niet wijs om daar de capaciteit in te zetten, want de knelpunten zijn juist net anders. We zouden hem anders ontraden, maar als u daar iets mee doet, kan dat positief worden. Dat waren mijn moties en amendementen, voorzitter. De voorzitter: Dank. Dan ga ik even kijken of er nog vragen voor u zijn naar aanleiding hiervan. Zijn er vragen voor wethouder De Jong? Meneer Van Groos, meneer Frodyma.

Meneer Van Groos, gaat uw gang. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de portefeuillehouder. Eerst een opmerking. Dank voor het positieve advies ten aanzien van het amendement voor de meetbaarheid. Het college wijst het amendement ten aanzien van de prioritering af. Daarbij zei de wethouder, en daar gaat mijn vraag over, dat is aan de nieuwe coalitie. Dat is voor het coalitieakkoord. De kaderstellende rol van de raad is niet voorbehouden aan de coalitie en ook niet aan de partijen die met elkaar onderhandelen over de coalitie in het akkoord. Dat is de rol van de hele raad. Begrijp ik het goed dat een woordvoerder vanuit het college zegt, de kaderstellende rol is beperkt tot een deel van de raad, waarmee de fracties die behoren tot wat we de oppositie noemen buitenspel worden gezet? De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Het was meer bedoeld dat ambities in de betreffende bestuursperiode prioriteit krijgen. Daar hebben we dan een suggestie gedaan, omdat in de bestuursperiode maar dat anders te doen ten aanzien van wat dit amendement behelst. We vinden ook dat daarin de ambities niet thuishoren in het programma. Daar slaat het op. U geeft de drie bestanddelen die in die programma’s zouden moeten zijn. Programma’s, dat is de verantwoordelijkheid van het college. We hebben hiervoor ook een debat gehad. Dat was al bevestigd.

Ik ga even verder over die onderdelen die u heeft genoemd. Dan komen we al de eerste, die niet hoort tot een programma. Die gaat er geen onderdeel van uitmaken. Vandaar dat de suggestie werd gedaan, dat is wellicht voor de volgende bestuursperiode, want over een week of zes hebben we verkiezingen. Dan hebben we de tijd niet om daar überhaupt productief in te zijn. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Het standpunt van de ChristenUnie is dat in deze visie die ambities duidelijk hadden moeten zijn. Omdat dat niet helder is,

beschouwen we het in zekere zin als T-stuk. We maken een bereidheid naar het college om te zeggen, akkoord met deze visie, want we krijgen verkiezingen en we moeten voor 1 januari 2027 het vastgesteld hebben. Kom alsjeblieft alsnog met de ambities naar de raad, zodat de raad kan gaan over het vaststellen van de ambities. Als dat niet met dit amendement kan, als de wethouder kan toezeggen, we spreken vanavond af dat het college in nieuwe samenstelling na de verkiezingen met een ambitiedocument aanvullend aan de Omgevingsvisie komt, zodat wel duidelijk wordt waarom bepaalde keuzes worden gemaakt door het college bij het vaststellen van programma’s, vind ik dat ook prima. Ik hecht aan de kaderstellende rol van de raad, ook van de nieuwe raad, zelfs als de ChristenUnie daar geen deel van uitmaakt. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Begrijp ik u goed dat u zegt van, ambities moeten toch bekend zijn en of het nu linksom of rechtsom gaat, of het nu in een programma zit ja of nee, maar we mogen dan toch hopen dat een nieuw college wel in staat is om de ambities van dat college aan te geven voor de komende periode? Ik mag toch hopen dat dat college dat wel kan. De voorzitter: Meneer Van Groos, gaat uw gang. De heer Van Groos: Voorzitter, ik heb een donkerbruin vermoeden dat dit niet zal gaan over de ambities van het nieuwe college.

Daar heb ik geen glazen bol voor nodig. Ik acht het nieuwe college wel in staat om een ambitiedocument aan de nieuwe raad voor te leggen. Wethouder De Jong: Ik denk het wel. Ik ben een beetje voorzichtig in die zin, omdat ik me realiseer dat het niet direct in het programma zit. Dan denk ik duidelijk aan het bestuursakkoord en misschien de afgeleiden daarvan, nadere detaillering op hoofdlijnen. Ik heb zelf nog niet goed in beeld, als u praat over ambities, waarin dat die ambities duidelijk anders zijn dan het reguliere bestuursakkoord, coalitieakkoord, zoals die wordt opgebouwd en wat daar de indeling van is. Waar ziet u daarin het verschil? De voorzitter: U mag via de voorzitter spreken en vragen beantwoorden. Ik geef nu de heer Van Groos het woord, omdat u een vraag voor de heer Van Groos formuleerde. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. In de Omgevingsvisie staan verschillende algemeen geformuleerde doelstellingen, bijvoorbeeld, we willen meer woningen, we willen meer gezondheid, we willen meer dit en meer dat en minder dat. Die dingen zijn niet altijd even goed verenigbaar. Soms moet je keuzes maken. Op basis waarvan worden die keuzes gemaakt? Naar ons idee op basis van de prioriteiten die de raad vaststelt, niet die het college vaststelt op het moment dat een programma wordt gemaakt. Bij het maken van het programma worden keuzes gemaakt.

De voorzitter: Wethouder De Jong, u kunt reageren, als u wil. Wethouder De Jong: Dat laatste klopt. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Fijn dat dat klopt, voorzitter, dat de wethouder dat zegt. Waar is dan op dat moment de rol van de raad? Het college bepaalt wat prioriteit krijgt en niet de raad.

De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dat is denk ik een beetje lastig op dit moment, omdat er nieuwe woorden worden gelanceerd in het kader van programma’s waarin we zelf ook nog op een zoektocht moeten van, hoe gaat dat helemaal vormgeven en hoe gaan ze heten en wat komt er allemaal in? Dat je dan ook praat over ambitie, die die term ook heeft die daarop is gelieerd. Ik ben een beetje aan het zoeken naar de juiste betekenis van het woord ambitie. Dat is een lastige. Ik kan gewoon zeggen, ja, maar ik weet niet goed wat de spin-off van is. Daarom probeer ik die verduidelijking van u te krijgen. Als ik een beeld heb van de spin-off, dat dat gewoon te doen is, dan is mijn antwoord ja. Ik heb daar zelf nog een onvoldoende scherp beeld bij, bij de vertaling van dat woord. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. De vraag van de portefeuillehouder verrast mij. Als ik het heb over het woord ambitie, dan sluit ik aan bij de term ambitie uit de Omgevingsvisie. Iets anders heb ik niet bedoeld. Als de prioriteiten niet door de raad kunnen worden gesteld, maar door de coalitie of het nieuwe college, dan zal de ChristenUnie vanavond tegen de Omgevingsvisie stemmen. De voorzitter: Ik stel voor dat we even schorsen, omdat het college zich even wil beraden over de prioritering. Het is nu 23.19 uur.

We hebben een paar minuten denk ik nodig om het college kans te geven om daar even overleg op te voeren. Om 23.25 uur gaan we door. Ik schors de vergadering. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst De voorzitter: Beste mensen, ik heb al twee keer verzocht om te gaan zitten, want we willen de vergadering vervolgen. Dank u wel. Ik geef het woord aan wethouder De Jong. Gaat uw gang Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. We hebben het even nog gehad over de motie Prioritering en versnelling van ruimtelijke procedures. Zoals wij dit lezen, is het gewoon dat u in kader van die negen thema’s, doelen, met die gebiedsgerichte uitwerking, daar een duidelijke voorkeur in geeft. Wij hebben het hele stuk staan dat we vanuit de lage structuur dat redeneren en dat alles daarin wordt gewogen. Dat ziet u ook in de gebiedsgerichte uitwerkingen. Vandaar dat we hier zeggen van, dan kunnen we daar echt met één niet akkoord gaan, omdat je daar een duidelijk onderscheid maakt en een dominantie laat prevaleren naar iets anders. Ook wij zijn voor woningbouw en noem maar op, maar we hebben wel alles integraal te bekijken. Over de motie van de ChristenUnie met betrekking tot de programma’s. Over de programma’s heb ik al aangegeven dat dat een collegeverantwoordelijkheid is.

Wij zullen nu, met betrekking tot de vraag die u stelde in het kader van de ambities, daarover informeren als wij met die programma’s bezig zijn en zover zijn om daarover te kunnen informeren. Dat kan ik u toezeggen. Verder op deze manier, zoals u het heeft neergezet, ontraden wij dit amendement. De voorzitter: Dank. Ik zie meneer Frodyma nog staan. Die heeft waarschijnlijk nog een vraag aan u. Meneer Frodyma.

De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Wethouder, in onze bijdrage hebben wij verwezen naar de gespreksavond waarbij de wethouder woordelijk vermeldde dat het uiterst ongebruikelijk is om aan de commissie MER een aanvulling te laten beoordelen. In de communicatie met de commissie MER schijnt het heel gebruikelijk te zijn om dat te doen, zelfs het afgelopen jaar 22 keer. Ik ben benieuwd naar hoe de wethouder nu hierover denkt, als je dat zo aanhoort. Dat is vraag één. De tweede vraag is, is de wethouder het met mij eens dat als gelijk het addendum had voorgelegd geweest, wij nu hier duidelijkheid hadden gekregen over de Omgevingsvisie? Drie, hoe beoordeelt de wethouder de mogelijke risico’s inhoudelijk, juridisch en qua draagvlak van het niet laten toetsen van het addendum? En vier, wat misschien nog wel belangrijker is, wat zijn vervolgens de gevolgen als wij hier vanavond allemaal amendementen vaststellen en moties vaststellen op de leefomgeving? Komt hier uiteindelijk de commissie MER nog om de hoek kijken? Tot zover mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Naar mijn idee komt de commissie MER niet meer terug om dat te controleren. U refereerde aan mijn woorden van, ongebruikelijk. Ik heb toen gezegd, het is niet zo gebruikelijk om dat te doen, maar het is aan uw raad om daarover te beslissen, u heeft zelf de bevoegdheid.

Verder is het zo dat deze Omgevingsvisie alleen onszelf bindt. Wij kunnen het niet opleggen aan anderen. Het houdt ons alleen maar dat wij eraan hebben te houden. Het is zelfbindend. Wat dat betreft, heeft het geen externe werking in de zin van. Wat dat betreft, is dat punt wat u aanhaalt niet zo aan de orde. Dan had u nog een vraag. De voorzitter: Meneer Frodyma, gaat uw gang. De heer Frodyma: Voorzitter, ik heb geen antwoord gekregen op wat de gevolgen hier zijn die wij vanavond, als wij de moties en amendementen vaststellen, op de leefomgeving. Dat is ook iets wat ook in veel gevallen, dat ik begrepen heb uit de discussie met de commissie MER, wordt voorgelegd. Dat is 1. 2. ik vind wel dat de wethouder zich makkelijk afmaakt met feit van, dat hebben we nu zo gedaan en we kijken maar van wat er dan uitkomt. 80 procent heeft aangegeven op dezelfde gespreksavond dat dat op zich verwerkt zou zijn, maar dan moeten wij u maar geloven op die blauwe ogen. Het is niet gecontroleerd. De andere 20 procent is helemaal niet gecontroleerd daarvoor, terwijl het toch een gebruikelijk zaak is om dit voor te leggen. Ik wil graag daar antwoord op krijgen. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Over het addendum, daarin hebben wij 80 procent van de opmerking van de commissie MER getackeld. 20 procent nog niet.

Nu we ook een meetsysteem gaan monitoren, vullen we bijna de rest, het overige in. Wat dat betreft, voor onszelf hebben we die behoefte niet zo direct om dat nog een keer te laten controleren. Mocht u die behoefte wel hebben, dan gaat u daar zelf over. Het initiatief daarvoor komt niet van ons. De voorzitter: Meneer Frodyma.

De heer Frodyma: Voorzitter, ik blijf het toch wel een beetje vreemd vinden dat het allemaal aannames zijn. Wat de portefeuillehouder aangeeft, en dan hebben we het alleen over de 80 procent, waar baseert u dat dan op? Dat is vraag 1. Vraag 2 is dat ik nog geen antwoord heb gekregen, als wij hier vanavond die amendementen allemaal vaststellen en de moties, dat dat ook invloed heeft op de leefomgeving. Daar lijkt me duidelijk een rol weggelegd om dat ook te laten toetsen. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. We proberen natuurlijk bij de moties en amendementen wel te kijken van in hoeverre dat inderdaad haaks staat of strijdig is met de visie zoals we die hebben neergelegd. Als dat niet zo is, dan kunnen we het accepteren en past het er goed in. Zo niet, dan zeggen wij dat ook en dan past het er niet in en dan verwachten wij en hopen wij dat u daarin ook meegaat. Gaat u daar niet mee, dan hebben we een kleine afwijking. Als u zegt, wij vinden het belangrijk om die doorwerking ook van de moties en amendementen door de commissie MER te laten beoordelen, is dat prima. U kunt daar een initiatief voor nemen. Voor ons komt dat initiatief op dit moment, die behoefte, niet zo direct. Dat probeer ik duidelijk te maken. De voorzitter: De wethouder geeft aan dat u een initiatief kunt nemen, meneer Frodyma. Zegt u het maar.

De heer Frodyma: Voorzitter, ik ga me daarop beraden en we komen er nog op terug. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen vragen voor u, wethouder De Jong. Meneer Van Groos, u was gaan zitten. Ik zag u even niet meer. Gaat uw gang, meneer Van Groos nog een vraag. De heer Van Groos: Dank u wel. Dank aan de portefeuillehouder voor de toezegging die hij deed. ik vraag me af of dat nog genoeg is. Ik wil aan de hand van twee vragen illustreren waar dan voor ons de schoen wringt vanavond. Bijvoorbeeld, kan de wethouder mij zeggen welke afwegingen zijn gemaakt tussen ecologie, wonen, economie en leefbaarheid in deze Omgevingsvisie? Ik kan het niet vinden. Naar mijn idee heeft dat te maken met prioritering. Daarom vraag ik ernaar. De andere vraag is, welke ambities uit de Omgevingsvisie worden niet of minder gerealiseerd de komende periode en waarom? Dat kan ook niet. We kunnen dat wel naar de nieuwe coalitie schuiven of het nieuwe college, maar dat zou de raad moeten doen. De raad komt pas weer aan bod als de Omgevingsvisie 2.0 wordt vastgesteld. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben het hier nu over de Omgevingsvisie 1.0. Er komt een 2.0 in 2027. Dan kunnen we dit soort zaken ook meenemen.

Het is natuurlijk wel zo dat in de hele opbouw met betrekking tot die thema’s is uitgeschreven wat we daarin als beleid zien, ook voor die onderwerpen dan wel daar aan welk onderwerp dat ze dan schragen. Dan krijgt u daar een beeld bij. Over de gebiedsgerichte uitwerking ziet u waarin afgeweken wordt van hetgeen in hoofdstuk 4 staat geschreven. Dat is het houvast. Dat is ook mijn antwoord op uw vraag.

Natuurlijk, als wij op iets stuiten dat het gaat botsen, de afweging die we maken, brengen we ook naar u. Het is zo, als wij daarin sterk van afwijken, wij buiten onze competentie treden, dan komt hij ook naar de raad om in kader van uw kaderstellende rol daar een besluit over te nemen of u het wel vaststelt, of u het amendement of moties inbrengt of daar nog wijzigingen aanbrengt. We maken die afwegingen wel inzichtelijk. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Het is goed zo. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Klerks had ook nog een vraag. Gaat uw gang. De heer Klerks: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Twee korte vragen. Meneer de wethouder, heeft u onze motie goed gelezen, ten eerste? We hebben ook een mooie memorie van toelichting toegevoegd, waarin we duidelijk aangeven dat we die integraliteit in dit gedeelte gewoon niet uitsluiten, totaal niet uitsluiten, maar actief meenemen en ook in de Omgevingswet en Omgevingsvisie koppelen. Kunt u daar een reflectie op geven en aangeven waarom u van mening bent dat juist in dat gedeelte van de memorie van toelichting die integraliteit niet geborgd is? De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dank u wel, voorzitter. De wijze van redactie geeft op zijn minst de suggestie dat u een weging toepast in zwaarte. De heer Klerks: Dan adviseer ik u hem nog een keer goed te lezen.

Dat is misschien voor een heroverweging. De voorzitter: Volgens mij was het niet duidelijk wat u nu antwoordde op de opmerking. Misschien wilt u nog een keer herhalen, meneer Klerks. De heer Klerks: Dan verzoek ik de wethouder om even kort in ieder geval nog het stuk door te lezen, want daar zit echt wel een diepe integraliteit in de memorie van toelichting. De voorzitter: Wethouder De Jong. Wethouder De Jong: Dat heb ik gedaan. Ik weet over uw betoog ook bij de gespreksavond van uw partij dat u met name die lage structuur toch wel ter discussie stelde en dat een groene nota vond. Vandaar dat u dit naar voren haalt. Dat betekent dat daarin, als je het leest, toch een onevenwichtigheid in zit, in ieder geval niet alles zoals er staat verwoord van wat het zou moeten zijn bij die thema’s in hoofdstuk 4, vindt u dat dat ook geldt en u maakt daar een prioriteit. Natuurlijk zijn wij op wonen gericht, op mobiliteit. We hebben wal te maken met ook de andere facetten, want anders krijgen we ze er niet doorheen en krijgen we ook geen gezonde leefomgeving, waar we in kader van brede welvaart ook naar streven. Dat is ook een belangrijk doel. Vandaar dat ik zeg, we hebben er negen en u haalt er drie of vier uit. Dat lijkt net of die boven de andere tilt. Die suggestie wekt u. Dat is ook waarom dat we daartegen ageren.

Wij vinden daarin in het kader van de negen ambities dat ze daarin evenredig zijn, maar ze kunnen botsen. Je ziet in de gebiedsgerichte uitwerking dat daar wel een verschil in is

gemaakt. Dan willen we wel die kaders houden en niet dat die kaders die daarin staan dan veranderd worden. Wel in de weging dat die anders zijn, maar dat is die kadering. De voorzitter: Meneer Klerks, voldoende voor u? De heer Klerks: We gaan het even laten bezinken. De voorzitter: Dank u wel. Beste mensen, het is 23.45 uur. Wat ik wil voorstellen, is dat we de rondje eerste termijn met het college afmaken. Er is nog één collegelid dat ook antwoord geeft op een aantal moties en amendementen. Dat we dan schorsen. En dat we dan dinsdag verder gaan met eventueel nog een einde van een eerste termijn en een tweede termijn en dan nog de andere agendapunten doen. Ik kijk even rond. Is er bezwaar tegen om nu nog het rondje college af te maken? De heer Den Braven: Voorzitter, wij willen het graag afmaken. De voorzitter: Wat wilt u afmaken, de Omgevingsvisie? De hele vergadering. Mag ik handen zien wie het wil afmaken? Ik wil van de voorkant zeggen dat mensen die naar huis willen zwaarder vind wegen, omdat ik ook wil honoreren als mensen naar bed willen en echt te moe zijn. Er zijn mensen die moeten morgen werken. Ik zie daar een hoek mensen die graag wil doorgaan. Welke mensen willen echt naar bed, kunnen het niet langer volhouden? Ik zie een aantal mensen die volgens mij erg moe zijn. Ik wil ook dat we compassie hebben met onze raad, zodat we het goede gesprek kunnen voeren.

Ik kijk ook even naar de griffier. We kunnen toch de agenda niet afmaken en moeten toch dinsdag terugkomen. Ik ga toch het besluit nemen dat we de eerste termijn afmaken en dinsdag doorgaan met de tweede termijn. Echte zwaarwegende bezwaren hoor ik, maar ik hoor ook mensen die gewoon in slaap vallen en die het niet meer kunnen volgen. Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, om 23.45 uur in slaap vallen bij zo’n belangrijk agendapunt vind ik opvallend. Het is echt belangrijk om de Omgevingsvisie vast te stellen. Er is geen T-stuk van gemaakt. We moeten terugkomen dinsdag. Om halverwege zo’n belangrijk agendapunt waar we echt felle debatten, ook goede debatten, over hebben gehad nu ineens te zeggen, we stoppen ermee en we pakken het dinsdag weer op, vind ik wel echt tekortdoen aan het belang van de Omgevingsvisie. De voorzitter: Mevrouw Veera, u stak ook uw hand op. Mevrouw Veraa: Eens, voorzitter. Ik sluit me aan bij GroenLinks. De voorzitter: Mensen die het liefst naar huis willen, mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij hebben wij hier de afspraak, om 23.00 uur vraagt u of we verder gaan. Dat heeft u niet gedaan. Ik heb het laten doorgaan, maar nu vind ik het welletjes. De voorzitter: Mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Ik ben hier al naartoe gekomen, terwijl ik niet helemaal in orde was.

Ik zit met een motie die nog moet komen, die ikzelf ingebracht heb. De voorzitter: Die komt dinsdag sowieso.

Mevrouw De Bruijn: Ik moet echt zeggen, ik hik ertegenaan op dit moment. Ik heb zoiets van, stoppen, hoe vervelend het voor de anderen is. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, daar sluit ik mij bij aan. Ik zit er zelf ook doorheen en ik heb nog andere prioriteiten. De voorzitter: Ik zou toch de rest van de raad willen vragen om compassie te hebben met mensen die echt zeggen, ik red het niet meer. Volgens mij gaat er niets veranderen aan het gesprek dat we dinsdag hebben. We moeten toch dinsdag met elkaar terugkomen. We kijken even naar de griffier, want we kunnen stemmen, maar ik vind sommige stemmen net wat zwaarder wegen dan andere in de compassieafweging. Het is aan de raad. Ik kan een beslissing nemen als voorzitter, maar het is aan uw raad. Als u zegt, we willen vinden het toch echt belangrijk om deze Omgevingsvisie af te maken, ondanks bezwaren die u hoort van uw collega’s, dan laat ik hem graag bij u. De heer Den Braven: Voorzitter, dan hebben wij compassie. De voorzitter: Dan heeft u compassie. Dan stel ik voor dat we het gaan doen zoals we dan hebben net hebben afgesproken, dat we nog een collegelid horen in de eerste termijn en dat we dan schorsen tot dinsdag. Dan wil ik wethouder Spierings vragen namens het college om de moties en amendementen rondom grootschalige logistiek te beantwoorden. Wethouder Spierings: Dank, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16646974/1