CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 29 januari en vervolg op 3 februari 2026 samengevoegd

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten51.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Zoals de wethouder schetst, in zijn eerste gedeelte van zijn betoog geeft hij een herhaling van wat we bij het Waalwijks podium al hebben we besproken, hoe het proces eruit heeft gezien. Dat staat volgens mij vast. Daar kunnen we niks aan veranderen. Wat de wethouder hier inderdaad aangeeft, en daarom hebben we dat volgens mij in het laatste dictum, uit mijn hoofd, opgenomen, dat als wij op een serieuze manier naar de zorgen van inwoners willen luisteren, dan kan dat inderdaad betekenen dat we gevolgen gaan zien voor de planning en voor de financiën van dit project. Daarom hebben we dat ook opgenomen, dat we vragen aan het college om daar ons over te informeren naar

aanleiding van wat het college gaat bespreken met de inwoners over hun terechte zorgen rondom de verkeersveiligheid. Ik ben blij met de dingen die de wethouder heeft toegezegd rondom de kleine aanpassingen die hij wil doen. Het gaat echt wel iets verder dan dat. Ik ben blij dat met in ieder geval de woorden van de wethouder over wat hij wel gaat doen, maar dat is nog niet voldoende. Wij zullen wel de motie indienen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen vragen. Iemand tweede termijn? Dan gaan we naar de stemming over deze motie. Wil er iemand een stemverklaring afleggen? De raad stemt digitaal over de motie. Met 16 stemmen voor en 7 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. De voorzitter: Aldus besloten. Motie vreemd aan de orde Referendumverordening De voorzitter: Dan gaan we naar de motie vreemd aan de orde over de Referendumverordening. Samen Waalwijk komt met een motie vreemd aan de orde. Meneer Frodyma, u krijgt het woord om uw motie toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, soms voelt lokale democratie een beetje als een huis waar we allemaal in wonen, maar waar sommige kamers op slot lijken te zitten. Inwoners kloppen op de deur, maar krijgen niet altijd het gevoel dat er wordt opengedaan. Vanavond wil ik de sleutel aanreiken, niet om de deuren te barricaderen, maar om ze juist verder open te zetten.

Voorzitter, op 15 januari stonden hier inwoners die bijna 700 handtekeningen hebben opgehaald. Niet met dure campagnes, niet met professionele bureaus, maar gewoon met hun eigen tijd, hun eigen inzet en hun eigen overtuiging. Ze stonden op straat, op de markt en bij supermarkten. Wat ze hoorden, was niet nieuw, maar wel pijnlijk herkenbaar. Ze doen toch wat ze willen. Ik stem al jaren niet meer. Waarom kunnen wij geen referendum houden? Voorzitter, dat zijn geen kreten van onverschilligheid, dat zijn kreten van betrokkenheid die geen uitweg vindt. Dat is precies waar deze motie over gaat. We weten allemaal dat grote besluiten zich vaak aandienen tussen verkiezingen in. Besluiten die niet in partijprogramma’s stonden, maar die wel diep ingrijpen in het leven van de inwoners. En we weten ook dat het vertrouwen niet vanzelfsprekend is. Hier moet worden verdiend, onderhouden en soms opnieuw opgebouwd. Een referendum, raadplegend en raadgevend, is geen bedreiging voor de raad. Het is geen uitholling voor ons mandaat. Het is een instrument dat ons helpt om betere besluiten te nemen met meer draagvlak en meer inzicht in wat er leeft. Het is een manier om inwoners niet achteraf te informeren, maar juist vooraf te betrekken. Het is een signaal dat wij vertrouwen hebben in de mensen die ons hebben gekozen. In onze regio zien we dat het goed kan.

Tilburg werkt al jaren met een moderne referendumverordening, maar ook de gemeenten als Breda, Oosterhout, Geertruidenberg en Altena hebben dit instrument in hun gereedschapskist zitten. Waalwijk loopt hierin achter. Dat hoeft niet.

Voorzitter, ik wil ook een misverstand wegnemen. Een referendum hoeft niet zwaar, duur of log te zijn. De kosten en de drempels hangen volledig af van de keuzes die wij als raad in de verordening vastleggen. Een raadplegend referendum kan, net zoals in andere gemeenten, laagdrempelig, efficiënt en betaalbaar worden ingericht. Het is aan ons om dat verstandig vorm te geven. Laten we eerlijk zijn, als bijna 700 inwoners zonder middelen, zonder organisatie en zonder campagne al laten zien dat ze gehoord willen worden, dan is het minste wat wij kunnen doen, en dat heb ik al eerder gehoord vanavond hier, luisteren. Deze motie vraagt niet om morgen een referendum te houden. Ze vraagt om een verordening die het mogelijk maakt een kader, zorgvuldig uitgewerkt, met duidelijke drempels, heldere procedures en ruimte voor zowel raadplegende als raadgevende vormen. Een instrument dat past bij Waalwijk, bij onze schaal, bij onze gemeenschap. Voorzitter, inwoners hebben hun stem laten horen. Niet fluisterend, maar duidelijk en waardig. Het is nu aan ons om te laten zien dat die stem ertoe doet. Daarom dien ik hierbij onze motie in. Laat ik eindigen met hetzelfde als waarmee ik ben begonnen. Als democratie een huis is, dan is referendum geen sloopkogel, maar een extra raam. Het geeft meer licht, meer zicht en meer lucht.

Wie wil er nu niet in een huis wonen waar het licht naar binnen mag vallen? Tot zover mijn bijdrage hierover. Motie vreemd aan de orde: Invoering referendumverordening (raadplegend én raadgevend) De raad, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: •

•

• •

• •

op 15 januari tijdens het Waalwijks Podium – mede namens bijna 700 inwoners – een petitie is overhandigd waarin de raad wordt verzocht een lokale referendumverordening vast te stellen; deze steunbetuigingen zijn verzameld door inwoners die zich vrijwillig hebben ingezet op straat, markten en bij supermarkten in alle drie de kernen, zonder grote campagne of middelen; uit de gesprekken met inwoners blijkt dat veel mensen zich onvoldoende gehoord voelen, wat leidt tot teleurstelling en afhaken van de lokale democratie; inwoners aangeven dat zij vooraf, transparant en inhoudelijk betrokken willen worden bij majeure besluiten, juist omdat veel grote vraagstukken zich voordoen tussen verkiezingen in; een referendum – zowel raadplegend als raadgevend – inwoners in staat stelt hun stem te laten horen op het momenten dat dit er voor hen het meest toe doet; dit instrument niet bedoeld is om het mandaat van de raad te vervangen, maar om het te versterken door draagvlak, inzicht en betrokkenheid te vergroten.

Overwegende dat: • inwonerparticipatie de afgelopen jaren een belangrijk thema is geweest, waarbij ook in Waalwijk is geëxperimenteerd met vormen van directe democratie, zoals de burgerbegroting;

• • •

•

•

•

uit deze ervaringen blijkt dat inwoners directe betrokkenheid bij het bestuur als positief en waardevol ervaren; in tal van gemeenten – waaronder Tilburg, Breda, Oosterhout, Geertruidenberg en Altena – inwoners gebruik kunnen maken van een lokale referendumverordening; een referendum bijdraagt aan het verkleinen van de kloof tussen inwoners en bestuur, doordat inwoners invloed kunnen uitoefenen op besluiten met ingrijpende gevolgen; de uitslag van een raadplegend of raadgevend referendum niet bindend is, maar dat het bestuur wel rekenschap moet afleggen wanneer wordt afgeweken van de uitkomst; de inspreker namens de initiatiefnemers heeft benadrukt dat inwoners vertrouwen willen ervaren, en dat een referendumverordening juist laat zien dat de gemeente vertrouwen heeft in haar inwoners; de zwaarte, toegankelijkheid en kosten van een referendum volledig afhankelijk zijn van de keuzes die de raad in de verordening vastlegt, waarbij een raadplegend referendum lichter, laagdrempeliger en efficiënter kan worden ingericht dan een raadgevend referendum, onder meer door lagere drempels, kortere procedures en minder formele eisen.

Spreek uit: - dat het wenselijk is om in het kader van democratische vernieuwing te komen tot het invoeren van een lokale referendumverordening, waarin zowel het raadplegend referendum (op initiatief van de raad) als het raadgevend referendum (op initiatief van de inwoners) wordt opgenomen, met ruimte voor verschillende drempels en procedurele eisen. Verzoekt het college om: 1. een concept-referendumverordening op te stellen, inclusief een voorstel voor toepassingscriteria, drempels, procedures en waarborgen voor zowel het raadplegend als het raadgevend referendum, waarbij expliciet wordt uitgewerkt hoe een raadplegend referendum laagdrempelig en kostenefficiënt kan worden ingericht; 2. Voor de bijkomende financiële voorbereidingskosten een passende dekking uit de bestaande middelen te vinden; 3. De verordening uiterlijk vóór het zomerreces 2026 aan de raad voor te leggen. en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Frodyma. Welke fractie ondersteunt deze motie vreemd op voorhand? Ik zie daar nog geen handen. Het is overigens aan uw raad, deze motie. Het is aan u om hierover met elkaar in gesprek te gaan en een oordeel over te voeren komen. Het college zal hier geen oordeel over geven. Mevrouw Klerks, gaat uw gang. Mevrouw Klerks: Dank u wel, voorzitter. De heer Frodyma noemt een aantal dingen die erg belangrijk zijn. Luisteren naar mensen.

Dat betekent ook dat we ze dan ook echt moeten horen. Ik vraag me wel af of een referendumverordening daarbij gaat helpen. De motie heeft het over de gemeente Geertruidenberg. Die heeft wel een verordening, maar de laatste jaren geen referendum meer uitgeroepen.

De motie spreekt over de gemeente Altena. Het enige wat ik daar kon vinden, is een motie die niet is aangenomen over een referendumverordening. En over de gemeente Tilburg, die er wel een heeft, waar nu ook een referendum gaat komen, en waar de advocaat van de gemeente ten strengste oproept om vooral het referendum niet te houden, omdat het dossier veel te complex is. Het gaat daar om het versmallen van de ringbaan. De stadsadvocaat zegt erover, als we de inwoners erover laten beslissen, het gaat ook over dan de busbanen die niet komen, over de luchtkwaliteit, over het dan niet mogelijk maken van woningbouw. Dat is precies wat ook in de gespreksavond die ik zelf heb aangehaald, wat leg je dan voor aan de inwoners, zonder dat het veel te complex wordt? Daarom mijn vraag aan de heer Frodyma. Welke onderwerpen vindt u geschikt voor het houden van een referendum? De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Ik dank de VVD voor de vraag. Wat is referendum waardig? Dat kan bijvoorbeeld de Spoordijk en de Spoorbruggen zijn. Dat kan bijvoorbeeld ook hetgeen wat Lokaal Belang aan heeft gehaald in het Weekblad Waalwijk. Daar vragen ze om aandacht om de verdozing van, is daar wel draagvlak voor? Dat hebben ze in het Weekblad Waalwijk netjes aangegeven, maar dat zou bijvoorbeeld ook een referendum waardig onderwerp kunnen zijn, om maar eens over actualiteit te praten.

Ik vond zelf, voorzitter, de VVD ook al goed bezig. Is het niet zo dat jullie ook al een proef hebben gedaan, min of meer, met een referendumachtige achtergrond om de bewoners te laten stemmen over het Schoenenkwartier? Oneens, eens? Dan weet ik wel dat er niet een heel groot pakket achter hangt waar alle voors en tegens aan zijn gegeven, maar ik vond dat jullie wel nog op de goede weg waren. De voorzitter: Mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Complimenten neem ik natuurlijk graag in ontvangst. Dat was geen referendum. Bijvoorbeeld de Spoorbruggen, dat is een mooi voorbeeld, want dat zag ik de vorige keer ook. Als we hier aan ieder raadslid vragen, moeten we de Spoorbrug afgraven, ja of nee, daar zal denk ik iedereen, is een inschatting, zeggen, nee, moeten we niet afgraven. Als ik dat aan onze inwoners vraag, krijg ik waarschijnlijk dezelfde afspiegeling. Dan zegt 90 procent, nee, niet afgraven. Het punt is juist dat dat besluit niet zomaar genomen kan worden, want het is onderdeel van het GOL en niemand heeft de duizenden pagina’s gelezen en niemand beseft zich als we dat niet doen, het afgraven, dat het hele GOL niet door kan gaan, dat er daardoor geen nieuwe woonwijken kunnen komen in de gemeente Heusden, dat daardoor ons industrieterrein niet uit kan breiden, dat daardoor et cetera.

Die kleine beslissing die u dan wil voorleggen aan onze inwoners, is veel te complex om voor te leggen. Dat is juist waarom er een gemeenteraad is. Wij worden ervoor betaald om onze dossiers goed te lezen en dan als volksvertegenwoordiging daar een keuze in te maken. Hetzelfde geldt voor wel of niet verdozen. Ook dat besluit is veel te complex. Ik denk dat niemand, als je het gaat vragen hier graag nog meer grote dozen wil hebben. Het is niet mooi, daar ben ik het mee eens. We hebben allemaal het beeld dat daar voornamelijk arbeidsmigranten werken. Nu klopt dat niet helemaal. Ik gok als je die twee dingen neerlegt, dat het dan al is, nee, we moeten geen dozen meer hebben. Ook die wereld is veel te complex, want er liggen afspraken met de provincie over wat daar gebouwd mag worden. Er liggen prijsafspraken over die grond. Wij hebben het geld

nodig van die grond. Dit gewoon zo voorleggen met zo’n klein beetje informatie doet volkomen geen recht. Dan komen we tot een probleem ,voorzitter, dat we dan wel een vraag gaan stellen aan onze inwoners, maar vervolgens het referendum naast ons neer gaan leggen omdat de vraag veel te complex is. Dan doen we juist geen recht aan onze inwoners. Dat betekent dat we wel een vraag gaan stellen, maar niet luisteren. Dat is precies waar ik bang voor ben met het referendum en wat we absoluut niet moeten doen. Simpele vragen zou ik het me voor kunnen stellen, maar ik kan me dan niet zo goed een vraag voorstellen die dan geschikt zou zijn. De complexe voorbeelden die de heer Frodyma hier noemt, zijn uitermate ongeschikt voor het houden van een referendum. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Ik ben het niet helemaal eens met mevrouw Klerks hier in dezen. Het gaat er juist om het, als het dan zo complex is en zo moeilijk is om de juiste informatie daarover te verstrekken, en dat wordt ook landelijk gedaan, dat wordt ook nu bij de gemeente Tilburg gedaan, moet je maar eens kijken, maar het is allemaal weer achteraf. Als we kijken naar ringbaan West, is niet voor niks gekomen. Ik ben wel blij dat het nu gebeurt. Ze trekken aan de bel op het moment dat de inwoners al pas op een laat moment worden geïnformeerd wat er nu gaat gebeuren.

U praat allemaal, het is veel te complex en veel te groot. Niks is minder waar. Als we het goed en duidelijk kunnen uitleggen, dat betekent dat je vooraf veel informatie moet verstrekken en het is niet alleen maar vraag ja of nee, maar je moet het goed voorleggen en duidelijk uitleggen. De inwoners die snappen dat best wel. U onderschat onze eigen inwoners hierin. De voorzitter: Dank. Ik hoor dat er verschillende standpunten zijn. U kunt natuurlijk proberen elkaar te overtuigen. Daar gaat het ook over. Ik zou willen dat we niet in herhaling vallen. Ik zie mevrouw Klerks gaan zitten. Ik zie meneer Den Braven ook gaan zitten. Geen vraag meer. Dat is al gedaan door mevrouw Klerks. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik kan in ieder geval melden dat in ons verkiezingsprogramma stond en staat dat de ChristenUnie tegen het referendum is. Als ik ons programma en de kiezer recht wil doen, dan stem ik tegen de deze motie. Verder heb ik twee punten naar aanleiding van de tekst van de motie. Er staat bij een van de overwegingen stellig, een referendum draagt bij aan het verkleinen van de kloof tussen inwoners en bestuur, doordat inwoners invloed kunnen uitoefenen op besluiten met ingrijpende gevolgen. Het kan ook zijn dat het juist de afstand vergroot. Ik zal een voorbeeld noemen.

Denkt u dat in het Verenigd Koninkrijk de afstand tussen de kiezer, de inwoners en de regering naar aanleiding van de Brexit groter is geworden of juist kleiner is geworden? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag heeft betrekking op het verzoek. Het is wel makkelijk om te zeggen, voor de bijkomende financiële voorbereidingskosten een passende dekking uit de bestaande middelen te vinden, maar als die er komt, dan moet er ook nog capaciteit en middelen beschikbaar komen. Daar moet dan ook nog dekking voor komen. Ik zou daarom ook aan de voorzitter willen vragen of namens het college daarover iets kan worden gezegd. Dat is wellicht informatie die partijen nodig hebben om hun standpunt te kunnen bepalen over het referendum, als we iets horen over of er capaciteit beschikbaar

is en of het uit bestaande middelen kan. Het college had een andere weg gekozen, maar ik denk dat die informatie ook bij dit onderwerp thuishoort. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Meneer Van Groos, als ik daarnaar kijk van, het is juist om de kloof te dichten tussen de inwoners en in dit geval de gemeente dan, waarvoor dit referendum wordt gevraagd. U geeft als voorbeeld van de UK aan. Ik ben daar niet bekend mee. Als ik hier zeg van, werkt dat niet op polarisatie, drijft het juist niet uit elkaar, dan zou ik zeggen van, er ligt nu het onderwerp wat voorligt. Het lijkt mij juist een situaties die in die periode van die vier jaar tussentijds, waar niet in is opgegeven in het coalitieprogramma bijvoorbeeld, dat inwoners daar een vinger in de pap kunnen houden. De voorzitter: Laten we niet herhalen. Volgens mij bent u aan het herhalen. Meneer Van Groos, u vroeg ook een mening van het college. Het college heeft ervoor gekozen om niet te reageren. U kunt er als raad van uitgaan dat als u dit invoert, dat dat dit in ieder geval kosten met zich meebrengt. Hoe hoog die zijn, weet het college op dit moment ook niet. Die zijn ook niet begroot. Dat is de strekking die ik kan meegeven. De heer Frodyma, gaat uw gang. De heer Frodyma: De kosten van een raadgevend of een raadplegend referendum wijken nogal af van elkaar.

Een raadplegend referendum kan op zich, tenminste, dat heb ik gelezen, tussen de 90.000 en de 110.000 euro zitten, omdat dat op een goedkopere manier kan, omdat je daar zelf als raad dan je vragen kan neerleggen. Voor raadgevend ligt dat tussen 130.000 en 140.000 euro ongeveer. De voorzitter: Mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Ik denk dat de heer Frodyma daar gelijk in heeft qua kosten. Ik vraag me dan wel af hoe die verwacht dat dat dan binnen de bestaande middelen wordt betaald. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Dit was alleen maar om de verordening in het leven te roepen. Dat is niet om een referendum uit te voeren. Dit is alleen maar om een vordering te maken zoals ook uit de motie blijkt. Dan heeft u het verkeerd geïnterpreteerd. De voorzitter: Mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Dan heb ik hem misschien verkeerd geïnterpreteerd, maar ik denk dat de heer Frodyma ook datzelfde bedrag ongeveer kwijt zou zijn per referendum. Je hebt te maken met ongeveer wat een verkiezing kost. Een verkiezing kost dat ook ongeveer aan capaciteit hier in huis en ervoor zorgen dat er marketing en middelen zijn. Dat betekent dat we ongeveer een ton kwijt zijn voor het maken van de verordening en vervolgens een ton per referendum.

Hoe denkt u dan dat dat uit de bestaande middelen betaald kan worden? Laten we ervan uitgaan dat ze twee keer per vier jaar een referendum doen, dan hebben we het over drie ton per periode. Dat is niet iets wat je zomaar in de boeken weg kan schrijven. De voorzitter: Meneer Frodyma.

De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Dit gaat ten eerste om de referendumverordening in het leven te roepen. Dat kost inderdaad een stukje capaciteit. Dat is volgens mij niet zo hoog als u dat opgeeft. Je moet het zo zien, als een referendumverordening moeten worden opgesteld, dan kijk je natuurlijk wat er in de bekende, in dit geval is de gemeente Tilburg een voorloper ervan, is ook een van de eerste die zo’n verordening had. Dan kan je de goede dingen er sowieso van overnemen. Daar zitten de kosten echt niet in. Het gaat juist om het goed opstellen van, wat wil je als quorum opvoeren en hoe wil je dat hier richten op Waalwijk? Standaardvoorbeelden liggen al bij de Nederlandse Vereniging van Gemeenten. De Nederlandse Vereniging van Gemeenten heeft daar een standaardmodel voor. Zo moeilijk hoeft het niet te zijn. Die kosten waar u het over hebt, hoeven niet gemaakt te worden voor die verordening. Ik geef u wel mee, dat ben ik met u eens, als een referendum wordt gehouden, dan zou ik het in ieder geval altijd samenpakken. Als een referendum tegelijkertijd kan worden gevoerd, als we toch naar de stembus toe moeten, dat is één, daar kun je bijvoorbeeld al op wachten. Het zal niet al vaak voorkomen, maar dat verschilt enorm met de kosten omdat de mensen dan toch die stap naar de stembus moeten maken. Dan wordt het ook vaak gecombineerd.

Voor een raadplegend referendum ben je normaal gesproken ook al veel kosten aan kwijt om het te organiseren, om enquêtes te voeren of om dat in het leven te gaan roepen. Daar moet ook capaciteit voor zijn of vrij voor worden gemaakt. Als je toch iets wil weten van de bevolking, hoe leg je dat dan voor? Daar zijn de kosten toch al voor gemaakt. Dan valt het op zich nog wel allemaal mee als het raadplegend is. De voorzitter: Mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Ik denk dat de heer Frodyma en ik hier echt van mening verschillen over hoeveel het kost. Hij noemde net zelf het bedrag van een ton en nu toch weer niet. Ik kan het ook totaal niet volgen. Wat ik wel in ieder geval concludeer, is dat ik geen antwoord op de vraag heb gekregen hoe dit dan in de passende dekking uit bestaande middelen plaats kan vinden. We concluderen nog steeds dat het veel geld kost, al is het ergens tussen de een en de drie ton. Ik denk drie ton. U denkt minder. Waar dan? Daar krijg ik nog steeds geen antwoord op. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Ik ga in de herhaling vallen, want er ligt gewoon een standaardverordening klaar bij de Nederlandse Vereniging van Gemeenten. Dat is kopiëren en plakken. Zo moeilijk is het niet. Je moet zelf als gemeente bepalen wat er toegevoegd moet worden aan de specifieke situatie.

Dat is niet voor de uitvoering van een referendum, maar om de referendumverordening in leven te roepen. Daar gaat deze motie over. De voorzitter: U wil nog reageren, mevrouw Klerks. Tot slot. Ik zou geen herhaling willen. Mevrouw Klerks: Tot slot is mijn conclusie dat de heer Frodyma totaal geen idee heeft wat het hier betekent om beleid te maken. De voorzitter: Meneer Frodyma, wilt u nog een laatste reactie geven?

De heer Frodyma: Voorzitter, daar kan ik het dan mee doen. De voorzitter: Geen vragen of opmerkingen meer? Wilt u de motie in stemming brengen? De heer Frodyma: Voorzitter, ik heb de raad aangehoord. Ik zie dat er niemand mee gaat in dezen. Ik breng hem ook niet stemming, dan hou ik hem toch weer aan. De motie wordt aangehouden. 10.

Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk

De voorzitter: Dan zijn we bij de bespreekstukken van vanavond. Dan beginnen we met punt 10 op de agenda. Dat is het vaststellen van Omgevingsvisie gemeente Waalwijk. Iedere gemeente is wettelijk verplicht om uiterlijk in 2027 een omgevingsvisie te hebben. Met de vaststelling van de nu voorliggende Omgevingsvisie voldoet de gemeente Waalwijk aan deze eis. Het is een uitgebreid stuk met veel sub-onderwerpen. Er zijn vele mensen die hier graag het woord over willen voeren. Het is voor alle fracties een bespreekpunt. Er zijn een aantal spreektijdverlengingen. Lijst IJpelaar, 3 minuten. CDA, 3 minuten. VVD, 4 minuten. Samen Waalwijk, 5 minuten. Lokaal Belang en GroenLinksaf ook 5 minuten. De spreektijd voor de andere fracties is 2,5 minuut. Ik wil graag als eerste de heer Van Groos het woord geven. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voor de ChristenUnie is het belangrijk dat de Omgevingsvisie niet alleen richting geeft, maar ook leidt tot zorgvuldige keuzes, meetbare effecten en recht doet aan mens en schepping. Wij benaderen deze visie vanuit drie kernwaarden. 1. Rentmeesterschap. 2.De menselijke maat. En 3. Gemeenschapszin. Dat betekent wat ons betreft zorgvuldig omgaan met ruimte en natuur, een gezonde en toegankelijke leefomgeving dichtbij en ontwikkelingen die bijdragen aan sociale samenhang en gelijke kansen.

De visie bevat waardevolle ambities, maar mist zonder concrete indicatoren bestuurlijke scherpte. De commissie MER gaf al aan dat veel conclusies algemeen blijven. Ruimte is schaars en keuzes zijn nodig. Welke precies blijft onduidelijk. Daarom dienen wij een amendement in om de meetbaarheid te versterken en zo de kaderstellende plus controlerende rol van de raad te borgen. Daarnaast zien wij al jaren de groeiende sociale tweedeling als een van de grootste maatschappelijke opgaven in Waalwijk. Ruimtelijke keuzes raken direct aan kansengelijkheid, gezondheid en leefbaarheid. Daarom dienen wij een motie in om structureel te toetsen wat beleid betekent voor wijken voor kernen en voor kwetsbare groepen. Tot slot vragen wij via een tweede amendement om duidelijke prioritering. Niet alles kan tegelijk. Heldere keuzes maken beleid uitvoerbaar, transparant en democratisch gelegitimeerd. Voor de ChristenUnie is het essentieel dat deze visie uitmondt in een leefomgeving waarin mensen tot hun recht komen en de schepping wordt beschermd. Dank u wel.

Amendement: prioritering De fractie stelt het volgende amendement voor: Constaterende dat: • de Omgevingsvisie een samenhangend, maar breed palet aan ambities bevat; • de beschikbare financiële middelen, ruimte en uitvoeringscapaciteit beperkt zijn; • zonder expliciete prioritering het risico bestaat dat ambities versnipperd of onvoldoende gerealiseerd worden; Overwegende dat: • goed bestuur vraagt om heldere keuzes en transparante afwegingen; • prioritering nodig is om uitvoering realistisch, uitvoerbaar en bestuurbaar te houden; • de raad tijdig in positie moet worden gebracht om richtinggevende keuzes te maken; Besluit: Aan het dictum bij punt 2 van het besluit het volgende toe te voegen: Waarbij het hoofdstuk Uitvoering en Monitoring wordt aangevuld met: Het college werkt de Omgevingsvisie uit in programma’s waarin expliciet wordt aangegeven: a. welke ambities in de betreffende bestuursperiode prioriteit krijgen; b. welke ambities op de middellange en lange termijn worden opgepakt; c. welke afwegingen zijn gemaakt als ambities met elkaar botsen. Het college legt deze prioritering ter bespreking en kaderstelling voor aan de raad.

Amendement: Meetbaarheid in de uitvoering van de Omgevingsvisie De fractie stelt het volgende amendement voor: Constaterende dat: • deze eerste versie van de Omgevingsvisie van Waalwijk brede en langjarige ambities bevat op het gebied van wonen, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid; • deze ambities richtinggevend zijn voor programma’s en het omgevingsplan; • in de huidige formulering de mate van concrete meetbaarheid en toetsbaarheid beperkt is uitgewerkt; Overwegende dat: • de raad verantwoordelijk is voor het stellen van kaders en het controleren van de uitvoering; • meetbare doelen (SMART) en indicatoren nodig zijn om te kunnen beoordelen of ambities daadwerkelijk worden gerealiseerd; • transparantie en inzicht bijdragen aan draagvlak en vertrouwen van inwoners; • zorgvuldige uitvoering en verantwoording richting samenleving en toekomstige generaties van groot belang zijn; Besluit: Aan het dictum bij punt 2 van het besluit het volgende toe te voegen:

Waarbij het hoofdstuk Uitvoering en Monitoring wordt aangevuld met: Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan worden per ambitie concrete en toetsbare indicatoren vastgesteld. Deze indicatoren komen terug in de rapportages van de P&C-cyclus en maken inzichtelijk in hoeverre de ambities bijdragen aan de drie doelen en negen ambities uit figuur 10 (pg. 41). Motie: Tegengaan van sociale tweedeling in de uitvoering van de omgevingsvisie De raad, in vergadering bijeen op 29-1-2026, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: • de Omgevingsvisie brede ambities bevat op het gebied van wonen, gezondheid, leefbaarheid en brede welvaart; • maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningnood, vergrijzing en stijgende kosten het risico op sociale tweedeling tussen wijken en inwoners vergroten; • ruimtelijke keuzes grote invloed hebben op kansengelijkheid, gezondheid en sociale samenhang; Overwegende dat: • in de gemeente Waalwijk iedere inwoner tot zijn of haar recht moet komen, ongeacht inkomen, leeftijd of wijk; • een gezonde, groene en toegankelijke leefomgeving een belangrijke bijdrage levert aan het verkleinen van kansenongelijkheid; • de Omgevingswet ruimte biedt om sociale doelen expliciet mee te wegen in ruimtelijk beleid; Verzoekt het college: 1.

bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan structureel te toetsen wat de effecten zijn op kansengelijkheid, gezondheid en leefbaarheid; 2. daarbij expliciet aandacht te hebben voor verschillen tussen wijken en kernen, en voor kwetsbare groepen zoals ouderen, jongeren en huishoudens met een laag inkomen; 3. de raad hierover periodiek te informeren via de reguliere P&C-cyclus; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. Twee amendementen en de motie, en dat in deze tijd. Dank u. Dan ga ik even op voorhand inventariseren wie het amendement Meetbaarheid in de uitvoering van de Omgevingsvisie steunt. Lokaal Belang, Samen Waalwijk, D66, het CDA, Lijst IJpelaar en de SGP. Het amendement Prioritering, wie steunt dit amendement op voorhand? De SGP, het CDA en Samen Waalwijk. De motie Het tegengaan van sociale tweedeling in de uitvoering van de Omgevingsvisie, op wiens steun kan ik op voorhand rekenen? De SGP, Lijst IJpelaar, CDA en Samen Waalwijk. Dank u wel. Dan wil ik als tweede de heer Gijs den Braven van GroenLinksaf het woord geven.

De heer Den Braven: Voorzitter, de Omgevingsvisie is het document waarin wordt vastgelegd waar we met de fysieke leefomgeving naartoe willen en welke keuzes en afwegingen daarbij horen. Dit document is ons strategisch kompas. De hoogste koers voor de leefomgeving. We vinden het een goed document. Niet volmaakt, maar al doende gaan we leren. Op sommige onderwerpen echter vinden we dit document verre van gemaakt. Voorzitter, we kiezen ervoor om vier zaken uit te lichten waarvan we het belang dusdanig vinden dat we de inzet van de raadsinstrumenten ervoor nodig vonden. Allereerst dienen we een amendement in samen met D66 en Lokaal Belang dat de koers voor Haven 8 Oost expliciteert. Daarmee sturen we bij op de inhoud van de Omgevingsvisie zelf, weg van grootschalige logistiek naar een toekomstbestendige verbreding van onze economie. Het dictum kiest nadrukkelijk voor kennisintensieve maakindustrie, hightech productie en lokaal geworteld mkb, passend bij onze beroepsbevolking en met minder afhankelijkheid van arbeidsmigratie. Dit is precies wat uit de participatie ook naar voren kwam. Daarnaast dienen we samen met dezelfde partijen een motie in die het college oproept om die keuze ook daadwerkelijk te onderbouwen.

We vragen om een heroverweging van de afronding van Haven 8 Oost, het uitwerken van alternatieve scenario’s en het betrekken van ruimtelijke, economische en ecologische gevolgen bij verdere besluitvorming. Niet alles vastzetten, maar bewust kiezen. Ten derde ligt er een motie over een chemievrije leefomgeving. Het dictum vraagt niet om een verbod, maar om een verkenning. Wat zijn de mogelijkheden, effecten en consequenties van het terugdringen van chemische gewasbeschermingsmiddelen? En hoe past dat in de actualiseren van de Omgevingsvisie richting 2040? Tot slot, voorzitter, een amendement over helder taalgebruik. In het dictum vragen we samen met in ieder geval D66, Lokaal Belang en het CDA om in het interne strategische document consequent de term arbeidsmigranten te gebruiken in plaats van verhullende terminologie. Niet om te polariseren, maar om scherp te benoemen waar de druk op wonen, voorzieningen en leefbaarheid daadwerkelijk vandaan komt. Dit laat onverlet dat we naar buiten toe in communicatie of uitvoering prima een term kunnen gebruiken die op dat moment als middel beter past, zoals internationale medewerkers. Het veranderen van een term in de Omgevingsvisie, zodat het de lading verliest, helpt niemand. Zeker de arbeidsmigranten zelf niet.

Voorzitter, deze essentiële aanpassingen en opdrachten aan het college laten zien hoe we de Omgevingsvisie benaderen als levend kompas waarin we durven kiezen, durven verduidelijken en ruimte laten om op basis van kennis en effecten bij te sturen. Op de overige amendementen en moties reageren we op een later moment. Motie: Verkenning naar een chemievrije leefomgeving in Waalwijk De raad, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: • Chemische gewasbeschermingsmiddelen risico’s kunnen opleveren voor de gezondheid van omwonenden en werknemers, de biodiversiteit en de leefkwaliteit;

•

•

In andere gemeenten en beleidsstukken wordt gewerkt aan het terugdringen van chemische gewasbeschermingsmiddelen, met het oog op een gezondere leefomgeving; De Omgevingsvisie Waalwijk inzet op gezondheid, leefbaarheid en een toekomstbestendige leefomgeving.

Overwegende dat: • En vergaand streven naar het volledig afschaffen van chemische gewasbeschermingsmiddelen grote financiële, juridische en maatschappelijke gevolgen kan hebben voor agrariërs, overheden en andere betrokkenen; • Wet- en regelgeving op Europees, nationaal en provinciaal niveau hierbij leidend is en sterk in beweging is; • In de Omgevingsvisie bewust is gekozen voor een beleidsneutrale overgang voor het buitengebied, in afwachting van nieuw provinciaal en rijksbeleid; • Een zorgvuldige afweging vraagt om inzicht in: o juridische haalbaarheid, o financiële consequenties, o effecten op landbouwgrond en bedrijfsvoering, o uitvoerbaarheid, toezicht en handhaving; Spreekt uit dat: • Het wenselijk is om op lange termijn toe te werken naar een zo gezond en veilig mogelijke leefomgeving, met zo min mogelijk blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen; • Het verkennen van deze ambitie past binnen de kaderstellende rol van de gemeenteraad; Verzoekt het college om: 1. Te onderzoeken wat de mogelijkheden, effecten en consequenties zijn van het (gefaseerd) terugdringen en op termijn mogelijk afschaffen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen binnen de gemeente Waalwijk; 2.

Daarbij nadrukkelijk aandacht te besteden aan: o juridische haalbaarheid binnen EU-, nationale en provinciale kaders; o financiële gevolgen voor agrariërs, gemeente en andere overheden; o impact op grondwaarde, bedrijfsvoering en leefomgeving; 3. Deze verkenning te betrekken bij de actualisatie van de Omgevingsvisie in 2027; 4. Daarbij een langetermijnperspectief richting 2040 te hanteren; 5. In de uitwerking rekening te houden met ontwikkelingen op provinciaal en rijksniveau, waarvan naar verwachting medio 2026 meer duidelijkheid ontstaat. en gaat over tot de orde van de dag. Amendement: Helder taalgebruik over arbeidsmigratie De fracties stellen het volgende amendement voor: Constaterende dat: • In de omgevingsvisie de term ‘internationale medewerkers’ wordt gebruikt, in plaats van de term ‘arbeidsmigranten’;

• • • •

Deze term in beleidsstukken en landelijke context niet eenduidig is en tot onduidelijkheid kan leiden; Arbeidsmigratie een druk legt op onze gemeente qua woningbouw en ondersteuning; Arbeidsmigratie een druk legt op onze voorzieningen; Er in Waalwijk een grote logistieke sector is, die steunt op arbeidsmigratie.

Overwegende dat: • De term ‘internationale medewerkers’ verhullend taalgebruik is en minder concreet is dan de term ‘arbeidsmigrant’; • De term ‘internationale medewerkers’ over het algemeen een bredere term is, waaronder ook kennismigranten en expats vallen; • We in Waalwijk voornamelijk productie- en logistieke medewerkers hebben, waarvoor de term ‘arbeidsmigrant’ meer passend is; • Het gebruik van een eenduidige, herkenbare term de leesbaarheid en interpretatie van de Omgevingsvisie bevordert. Besluit: Aan het dictum van beslispunt 2 van het raadsbesluit toe te voegen dat in de omgevingsvisie overal waar de term ‘internationale medewerkers’ voorkomt, deze wordt vervangen door ‘arbeidsmigranten’ De voorzitter: Dank u wel, meneer Den Braven. Ik ga even inventariseren op het amendement en de motie waarbij u zelf de hoofdindiener bent. Het eerste is het amendement Helder taalgebruik over arbeidsmigratie. Deze wordt gesteund door Lokaal Belang, D66 en het CDA, mede-indieners. Wie steunt die op voorhand nog meer? De ChristenUnie zie ik en Samen Waalwijk. Dan de motie, Verkenning naar een chemievrije leefomgeving in Waalwijk, wie steunt deze motie op voorhand? D66 op voorhand. Dank. Dan wil ik nu de heer Van der Pluijm van Lokaal Belang het woord geven. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter.

Vanavond spreken we over de koers van onze gemeente tot 2050, zoals uitgewerkt in de Omgevingsvisie. Lokaal Belang kan zich hier grotendeels in vinden. Zoals op de gespreksavond aangekondigd, hebben wij moeite met de visie op de ontwikkeling van grootschalige logistiek op Haven 8 Oost. Lokaal Belang, GroenLinksaf en D66 maken een duidelijke heroverweging. Waalwijk kent al een oververtegenwoordiging van logistiek die zorgt voor een eenzijdige economische structuur. Meer dan 25 procent van de banen zit in deze sector. Dat is niet zonder gevolgen. We zien een groeiende afhankelijkheid van arbeidsmigratie en toenemende druk op infrastructuur, zorg en leefbaarheid. De eigen MER-rapportage waarschuwt daarvoor, zowel ontwikkelrichting 1b als 2b, de koers die het college zelf heeft gekozen, spreken zich juist uit tegen deze verdere uitbreiding van grootschalige distributie. 75 procent van de respondenten kiest voor andere typen bedrijvigheid, de respondenten in de participatie die heeft plaatsgevonden bij dit rapport. Toch blijft de Omgevingsvisie ruimte bieden aan nieuwe blokkendozen op Haven 8 Oost. Dat is niet consequent en niet houdbaar. Meerdere malen hebben we als Lokaal Belang aandacht gevraagd voor de nadelen van deze richting. Toezeggingen zijn gedaan, maar

in onze ervaring tot op heden niet waargemaakt. Door recente ontwikkelingen ziet Lokaal Belang zich genoodzaakt tot een heroverweging. De uitwerking van brede welvaart van augustus vorig jaar was voor Lokaal Belang onvoldoende. We zagen onvoldoende aanknopingspunten dat het grootschalige logistiek ook voordelen mee zou brengen. De bezoekronde samen met de wethouder gaf ons juist het argument om aan te geven dat wat we bezochten juist is wat we niet willen. In december ten slotte, voorzitter, zijn de natuurvergunningen vernietigd van de Insteekhaven en de Rondweg en is er juridische onzekerheid. Samen met de tegenstrijdige uitspraken van de MER-rapportage op de gekozen koers zou het vreemd zijn als we nu instemmen met de Omgevingsvisie die voor juist lange termijn de kaders bevestigt. Dit is het moment om koers te heroverwegen en om te kiezen voor economische verbreding die wel toekomstbestendig is. We hebben daarom twee voorstellen. Ten eerste het amendement, Ambitie grootschalige logistiek. Daarin wijzigen we de visie zelf. Geen extra ruimte voor grootschalige logistiek, maar juist een verschuiving naar kennisintensieve maakindustrie, high tech productie en lokaal verankerd mkb. We hebben ook een motie en die dienen we ook in, want deze motie is aanvullend op het amendement.

Hiermee geven we richting aan voor het college om te komen tot een heldere keuzenotitie en herziening van economisch beleid, met minder afhankelijkheid van arbeidsmigratie en meer duurzame werkgelegenheid voor onze inwoners. Voorzitter, dit is geen blokkade. Dit is bijsturen voor een visie die past bij wat we als raad en als samenleving beogen. Kwaliteit, balans en echte banen voor Waalwijkers. Voorzitter, ik ga nog kort even in op de ingediende voorstellen. Wat betreft de motie van de VVD over prioritering kunnen we daar niet in meegaan. Dat geldt ook voor het amendement van de ChristenUnie. Wij vinden bij Lokaal Belang dat de prioritering, voor zover deze al niet is opgenomen in de Omgevingsvisie, we willen overlaten aan de nieuwe raad en daarmee het nieuwe college, om die keuzes te maken. Met de motie van de stedelijke verdichting, voorzitter, ook van de VVD, kunnen we ook niet meegaan. We zijn van mening dat deze motie overbodig is, omdat hier reeds voldoende invulling aan wordt gegeven door het college, dan wel de Omgevingsvisie middels enkele projecten. We zijn benieuwd wat de wethouder daarover kan aanvullen. Even kijken, voorzitter, of ik nu alles gehad heb. ChristenUnie, amendement Meetbaarheid hebben we onze steun net al aangegeven. Als Lokaal Belang hebben we ook behoefte aan duidelijke indicatoren en SMART rapportages.

We zijn niet meegegaan met het amendement over de prioritering, dat had ik net al gezegd. De sociale tweedeling kunnen we ook niet in meegaan. We vinden namelijk dat de Monitor Sociaal Domein al voldoende inzicht geeft en we willen niet nog meer gaan meten. Helder taalgebruik van GroenLinksaf hebben we al aangegeven dat we daarin meegaan. Nog de motie of het amendement, een chemievrije leefomgeving. Daarin kunnen we niet meegaan, voorzitter, omdat we vinden dat de regels op dit gebied landelijk bepaald moeten worden en niet lokaal extra oplegt. Dank u wel. Amendement: Bijsturen op ambitie Grootschalige Logistiek De fracties stellen het volgende amendement voor:

Constaterende dat: • het tijdelijk omgevingsplan Haven 8 oost afronding voorziet in de vestiging van zeer grootschalige logistieke bedrijven; • de gekozen koers van de Omgevingsvisie is gebaseerd op ontwikkelrichtingen 1B en 2B zoals genoemd in de MER (Bijlage 2), die juist uitgaan van een brede, duurzame en kennisgedreven economie met terughoudendheid ten aanzien van grootschalige logistiek; • de beoogde invulling van bedrijventerrein Haven 8 oost met uitsluitend grootschalige logistiek hiermee op gespannen voet staat; • de vernietigde natuurvergunningen voor onder andere Haven 8 Oost en Insteekhaven aanleiding geven tot een inhoudelijke heroverweging; Overwegende dat: • Een eenzijdige keuze voor (grootschalige) logistiek leidt tot een kwetsbare economische structuur voor Waalwijk, onder meer door de afhankelijkheid van arbeidsmigratie; • Dit amendement visie en uitvoering met elkaar in lijn brengt; Besluit: 1.

Aan het dictum van het besluit bij beslispunt 2 het volgende toe te voegen: Waarbij op pagina 119 de passage: “Hier komt ruimte voor zeer grootschalige logistieke bedrijven, aansluitend op het bestaande bedrijventerrein Haven, met daarbij een groen-blauw robuust ecologisch raamwerk en een landschappelijke inpassing van het gebied.” wordt vervangen door: “De gemeente Waalwijk kiest bij de afronding van Haven 8 oost bewust voor een toekomstbestendige verbreding van haar economie. De focus verschuift van grootschalige logistiek naar overwegend kennisintensieve maakindustrie, hightech productie (High Tech Sustainable Materials HTSM), MKB vakbedrijven en ambachten die beter aansluiten bij de lokale beroepsbevolking, aansluitend op het bestaande bedrijventerrein Haven, met daarbij een groen-blauw robuust ecologisch raamwerk en een landschappelijke inpassing van het gebied.

Door te investeren in automatisering, robotisering en circulaire economie versterken we de productiviteit, verminderen we de afhankelijkheid van arbeidsmigratie en creëren we duurzame lokale werkgelegenheid.” Motie: Bijsturen op ambitie Grootschalige Logistiek De raad, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: • De Omgevingsvisie inzet op verdere ontwikkeling van grootschalige logistiek, met name op Haven 8 oost (OV pag’s 119, 121, 187), terwijl er tegelijkertijd knelpunten worden erkend zoals afhankelijkheid van internationale medewerkers en verkeersbewegingen (OV pag 78);

•

•

•

•

•

De logistieke sector in Waalwijk sterk oververtegenwoordigd is (+60% groei, meer dan 25% van alle banen) (MER pag 20) en sterk afhankelijk is van arbeidsmigratie; De sociale en ruimtelijke druk toeneemt: meer verkeer, meer druk op infrastructuur, meer tijdelijke huisvesting, meer zorgvraag en meer maatschappelijke problematiek (MER pag’s 29, 32,78); Ontwikkelrichtingen 1B en 2B uit de MER-rapportage (MER pag’s 23, 28, 29, 56), ondanks de gekozen koers van het college (MER pag 4) terughoudend zijn ten aanzien van uitbreiding van grootschalige logistiek; Inwoners van Waalwijk (73,8%) kiezen voor andere typen bedrijvigheid, zoals hightech productie en oude ambachten (OV pag 174), en het college deze richting onderschrijft (OV pag 186); “We willen daarom onze economie verbreden met kennisintensieve (maak)industrie (waaronder High Tech Systemen en Materialen, kortweg HTSM) en ambachten”; Voor de Insteekhaven en rondweg sprake is van juridische en vergunningtechnische onzekerheden die invloed hebben op het tempo en de fasering van ruimtelijke ontwikkelingen (RIB 108-25);

Overwegende dat: • Economische verbreding alleen geloofwaardig is als deze ruimtelijk en beleidsmatig wordt doorvertaald; • Het huidige beleid leidt tot eenzijdige afhankelijkheid van grootschalige logistiek en arbeidsmigratie; • Een verschuiving naar kennisintensieve maakindustrie, hightech productie (High Tech Sustainable Materials HTSM), MKB-vakbedrijven en ambachten beter aansluit bij de lokale beroepsbevolking; • Verdere groei van grootschalige logistiek strijdig is met MER-uitgangspunten 1B en 2B en de brede welvaart op lange termijn onder druk zet; • De vernietiging van de natuurvergunningen en vaststellen van de Omgevingsvisie 2026 een logisch heroverwegingsmoment vormen; Verzoekt het college om: 1. Voor de afronding van Haven 8 oost een keuzenotitie op te stellen waarin de bijdrage aan de verbreding van de economie objectief wordt afgewogen en alternatieve scenario’s voor invulling ruimtelijk, economisch en maatschappelijk worden uitgewerkt; 2.

Het college opdracht te geven een herzien economisch beleidskader op te stellen gericht op: - het vastgestelde bestemmingsplan Haven 8 oost te herzien, revitalisering van bestaande bedrijventerreinen (herlocatie van huidige bedrijven en ruimte beter en anders benutten), - reductie van afhankelijkheid van arbeidsmigratie, - ontwikkeling van toekomstbestendige sectoren waaronder kennisintensieve maakindustrie, hightech productie (High Tech Sustainable Materials HTSM), MKB vakbedrijven, defensie en ambachten; 3. De ruimtelijke, economische en ecologische gevolgen van deze koerswijziging in relatie tot de Insteekhaven afzonderlijk in beeld te brengen en te betrekken bij de verdere besluitvorming. en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Dank u wel, meneer Van der Pluijm. Het amendement Bijsturen op grootschalige logistiek wordt mede ingediend door GroenLinksaf, dat werd al gezegd, en door D66. Zijn er andere partijen die op voorhand dit amendement steunen? Samen Waalwijk. Dank u wel. De motie Bijsturen op grootschalige logistiek wordt ingediend door Lokaal Belang. Zijn er mede-indiener, ondersteuners? GroenLinksaf, D66 en Samen Waalwijk. Dank u wel. Dan wil ik nu de heer Bokšan van de VVD het woord geven. Meneer Bokšan, gaat uw gang. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Een wijze man uit Den Haag zei ooit, als je visie wil, moet je naar de oogarts. Ik zal niet twijfelen aan zijn wijsheid. De Omgevingsvisie laat echt zien hoe belangrijk visie is. Het klinkt misschien als een ambtelijk en taai document. Dat laatste is het ook. Dat kan ik zeggen als woordvoerder. Het is werkelijk een fundament onder alle keuzes die we gaan maken over hoe we Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik willen vormgeven. Onze prioriteit als lokale VVD is helder, woningen bouwen met voorrang voor onze eigen inwoners. Een gemeente die bereikbaar, leefbaar en veilig blijft. En een sterke economie, waarin ondernemers ruimte krijgen en waar we kiezen voor groei.

In een gespreksavond hebben we bewust aandacht gevraagd voor de noodzaak van inen uitbreiden, over de gevolgen van waterbergingsnormen op de betaalbaarheid van woningen. Elke keuze die we vanavond maken, heeft gevolgen. Rekening houden met water en bodem is belangrijk, maar extra regels en normen raken direct het tempo, de haalbaarheid en de betaalbaarheid van woningbouw. Het laatste is een nummer één zorg van onze inwoners. Kortom, we moeten ons realiseren dat deze visie geen neutraal document is. Het is één grote stapeling van politieke keuzes. Water en bodem sturend maken in plaats van woningbouw is een politieke keuze. Niet bouwen in het groen is een politieke keuze. Inbreiden voor uitbreiden is een politieke keuze. Daarom vinden we het logisch om ook politiek bestuurlijk vast te leggen dat in verschillende gebieden andere prioriteiten kunnen gelden en dat in woongebieden bijvoorbeeld wonen en bereikbaarheid zwaarder wegen dan andere dingen. Daarom dien we ook daarvoor een motie in, samen met het onderzoeken van een extra locatie. Daarbij vinden we het belangrijk dat duidelijkheid voor ondernemers niet ondersneeuwt. Dat de gemeente in gebieden ambities heeft, begrijpen wij, maar dat mag nooit betekenen dat ondernemers en eigenaren van gronden zoals de tuinder die hier kwam inspreken afgelopen weken jarenlang in onzekerheid blijven op potentiële onderzoekslocaties.

Ambitie mag geen synoniem worden voor stilstand. Mensen moeten binnen een redelijke termijn weten waar ze aan toe zijn. Daarom vragen we de wethouder of hij wil toezeggen dat hij dit voortvarend gaat meenemen in de uitwerking van de Omgevingsvisie. Dan het amendement, voorzitter, van Lokaal Belang over de ambities met grootschalige logistiek. Wij zijn, als lokale VVD, voorstander van het verbreden van onze economie. Dat betekent ruimte voor mkb-bedrijven, voor technologische en innovatieve bedrijven, voor maakindustrie, voor start- en skillups. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn. Logistiek heeft een lange geschiedenis in Waalwijk. Het is een van de pijlers onder onze werkgelegenheid en een belangrijke reden dat we onze voorzieningen van sport tot cultuur overeind kunnen houden. Dat mag en moet ook erkend worden.

Erkenning betekent ook verantwoordelijkheid. Grootschalige logistiek kent namelijk ook schaduwkanten, met name als het gaat om de inzet van internationale medewerkers en de gevolgen daarvan voor de overlast bijvoorbeeld die onze inwoners ervaren. Het is logisch dat we daar als politiek bewuste de keus in willen maken. Tegelijkertijd hebben wij het ambtelijke advies over dit amendement met veel zorg gelezen, wat online is gekomen. De risico’s die daarin worden geschetst, zijn groot, complex en op dit moment onvoldoende te overzien. Voor de lokale VVD gaat deze koerswijziging in deze vorm en op dit moment simpelweg te ver. Tot slot willen we als lokale VVD vooruitkijken. Met de toenemende internationale spanningen, geopolitieke onrust en het belang van Defensie vinden we als lokale VVD dat Waalwijk een stap naar voren moet zetten om Defensie meer ruimte te geven in onze gemeente. Wat de lokale VVD betreft, wordt daarom al in 2027 bij het vernieuwen en het actualiseren van de Omgevingsvisie expliciet ruimte geboden voor defensie-gerelateerde bedrijven en meer ruimte voor Defensie om te oefenen voor onze veiligheid, voor het beschermen van onze vrijheid. We zouden geen VVD zijn als ik niet zou zeggen dat het ook kan zorgen voor economische groei en werkgelegenheid.

Voorzitter, we steunen de Omgevingsvisie als richtinggevend document, maar we blijven scherp op de uitvoering, het tempo en de duidelijkheid. Een visie is pas geslaagd als inwoners kunnen wonen, ondernemers kunnen ondernemen en Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik vooruitgaan. Dank u wel. Motie: Prioritering en versnelling van ruimtelijke procedures De raad, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: • de Omgevingsvisie in opzet sterk gericht is op de fysieke leefomgeving vanuit groen en bodem- en watersysteem, waardoor thema’s als wonen, leefbaarheid en bereikbaarheid relatief laat en beperkt in beeld komen; • deze thema’s juist voor inwoners en ondernemers van groot belang zijn en politiek-bestuurlijk nadrukkelijker gewogen moeten worden; • het huidige afwegingskader is ontwikkeld voor de visie, maar in de praktijk (nog) niet wordt toegepast bij projecten en gebiedsgerichte keuzes.

Overwegende dat: • het niet uitvoerbaar is om in alle gebiedstypen (zoals agrarisch buitengebied, natuurgebieden en bedrijventerreinen) dezelfde prioritering toe te passen, omdat wonen, leefbaarheid en bereikbaarheid daar gebiedstechnisch en juridisch nauwelijks relevant of toepasbaar zijn; • het wel mogelijk én wenselijk is om een prioritering toe te passen in gebiedsgerichte uitwerkingen waar thema’s daadwerkelijk spelen, zoals woongebieden, linten, centrumgebieden en ontwikkellocaties; • het gebruik van afwegingskaders per deelgebied en monitoring op wijk- en gebiedsniveau zorgt voor transparantie, voorspelbaarheid en betere bestuurlijke verantwoording; • versnelling van woningbouw gebaat is bij een actieve lobby voor een Bau-turbo voor nieuwe in- en uitbreidingslocaties, aanvullend op de bestaande lokale ombouw-turbo.

Verzoekt het college: 1. In alle gebiedsgerichte uitwerkingen (woongebieden, linten, centrumgebieden en ontwikkellocaties) de politiek-bestuurlijke prioriteit te leggen op wonen, leefbaarheid en bereikbaarheid, en deze als leidende maatschappelijke opgaven te hanteren bij afwegingen, binnen de bestaande maatschappelijke randvoorwaarden voor water, bodem, natuur, energie en economie. 2. Het afwegingskader uit de Omgevingsvisie in de bestaande (werk)processen toe te passen, zodat bij alle gebiedsgerichte uitwerkingen en ruimtelijke voorstellen inzichtelijk wordt welke afwegingen zijn gemaakt. 3. De politiek-bestuurlijke prioritering en het afwegingskader vanaf Q4 2026 in alle gebiedsgerichte uitwerkingen en ruimtelijke voorstellen zichtbaar te maken, zodat zowel de organisatie als de nieuwe raad leer- en werkenderwijs hun rol goed kunnen pakken. 4. Een lobby richting Rijk, Provincie en Regio (incl. SRBT) te starten voor het ontwikkelen van een versnellingstraject (“Bau turbo”) voor nieuwe in- en uitbreidingslocaties, zodat woningbouw sneller kan worden gerealiseerd. en gaat over tot de orde van de dag.

Motie: Stedelijke verdichting van achterterreinen en Erfgoedlocaties De raad, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: • De Omgevingsvisie inzet op binnenstedelijke verdichting en het betekenisvol benutten van cultuurhistorisch erfgoed; • De plancapaciteit de komende vier jaar toereikend is, maar dat dit ons niet ontslaat om tijdig op zoek te gaan naar potentiële toekomstige ontwikkellocaties; • In de linten van oudsher diverse achterterreinen liggen die kansen bieden voor een betere ruimtelijke invulling en oplossen van leefbaarheidsknelpunten; • We erfgoedlocaties hebben die stedenbouwkundig interessant, maar complex1, kunnen zijn voor beeldbepalende transformatie, zoals het Van Haren-complex in Baardwijk; • Het initiatief voor ontwikkeling primair bij eigenaren ligt, maar dat vroegtijdig verkennen en in gesprek gaan kan helpen om kansen en langetermijnvisies inzichtelijk te krijgen; • De raad jaarlijks de woningbouwmonitor bespreekt.

Overwegende dat: • Verdichting op achterterreinen en op (voormalige) bedrijfslocaties in het lint en in woongebieden kan bijdragen aan binnenstedelijke verdichting; • Erfgoedlocaties, vanuit de opgave van stedelijke verdichting, kansrijke (transformatie) plekken zijn voor een gemengde invulling van wonen, werken en recreatie; • Voor de transformatie van erfgoedlocaties landelijke regelingen bestaan die kunnen helpen bij een toekomstbestendige invulling en exploitatie; • Op de lange termijn leefbaarheidsknelpunten - in linten en woonwijken – kunnen worden opgelost door een betere ruimtelijke invulling of verplaatsing van bedrijfslocaties;

•

Door achterterreinen en erfgoedlocaties tijdig te verkennen, kansen ontstaan waarin de gemeente een faciliterende rol richting eigenaren kan spelen;

Verzoekt het college om: 1. Een verkenning uit te voeren naar (creatieve) kansen voor toekomstige ontwikkellocaties op achterterreinen en (voormalige) bedrijfslocaties in vnl. de linten en wanneer van toepassing in woongebieden en het centrum; 2. In de verkenning ook erfgoedlocaties mee te nemen om de transformatiekansen én complexiteit inzichtelijk te krijgen; 3. Deze verkenning aan te laten sluiten bij een programma (bv. stedelijke verdichting) dat voortvloeit uit de omgevingsvisie; 4. De resultaten uit de verkenning delen met eigenaren van relevante achterterreinen en indien gewenst in gesprek gaan over de potentiële ontwikkelkansen zonder hen te verplichten tot initiatief; 5. De raad jaarlijks - gelijktijdig met de bespreking van de woningbouwmonitor- te informeren over de belangrijkste inzichten, gesprekken met eigenaren en mogelijke vervolgstappen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bokšan. We spreken hier over de politiek en niet over ambtelijke input of advies. Dat even ter correctie of attendering. Ik wilde vragen wie de motie van prioritering en versnelling van ruimtelijke procedures verder mee ondersteunt. Ik zie de SGP en het CDA. De stedelijke verdichting van achterterreinen erfgoedlocaties. CDA, D66, SGP. Dank u wel. Mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Mag ik een vraag stellen? Vandaag is er een notitie openbaar op het RIS gezet.

Als wij naar aanleiding van dat stuk wel vragen willen stellen, hoe wilt u dan dat we dat adresseren op een correcte manier? De voorzitter: Volgens mij is het altijd de bedoeling dat bestuurders met elkaar communiceren en met elkaar discussiëren. Ik stel voor dat u de vraag die u heeft aan het bestuur kunt stellen. Ik wil graag een ambtelijke organisatie. Het is ook niet de bedoeling, een ambtelijke notitie op deze manier. Dat was niet bedoeld. Het is de bedoeling dat u bestuurlijke informatie krijgt en dat we bestuurlijk ook over deze informatie spreken. Ik wil graag de ambtelijke organisatie beschermen en daarvan weghouden. Dat is de strekking van mijn opmerking. U kunt de politieke en bestuurlijke vragen die u heeft aan het bestuur stellen. Mevrouw Klerks: Ook naar aanleiding van het document? De voorzitter: Ook naar aanleiding van hetgeen u heeft ontvangen, wat uiteindelijk onbedoeld was. Mevrouw Klerks: Dan begrijpen we elkaar. De voorzitter: Dan wil ik nu het woord geven aan Samen Waalwijk, meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, soms voelt het alsof we als raad een puzzel leggen waarvan er steeds net één stukje ontbreekt. Dat is jammer, want de Omgevingsvisie is bepaald geen legpuzzel van 500 stukjes, maar een plaatje van de toekomst van onze gemeente.

Voorzitter, de Omgevingsvisie is een belangrijk document dat richting geeft aan de toekomst van onze gemeente. Daarom vinden wij het van belang dat we als raad goed begrijpen hoe het proces rondom het milieueffectrapport en het addendum van 11 december is verlopen. Voorzitter, tijdens de gespreksavond gaf de wethouder aan dat ongeveer 80 procent van het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage in het addendum is verwerkt. Dat is een belangrijke stap. Tegelijkertijd is het goed om te benoemen dat deze 80 procent niet opnieuw door de commissie van MER is beoordeeld, omdat het addendum niet is voorgelegd. Dat betekent ook dat er nog zo’n 20 procent van de punten uit het advies openstaat. Voorzitter, ik zeg dat niet als verwijt, maar als constatering. Die 20 procent gaat over onderwerpen die voor inwoners en voor de raad van groot belang zijn, zoals leefkwaliteit, gezondheid, verkeersdruk en de onderbouwing van de toekomstige ontwikkelingen. Het zijn punten waarvan het waardevol zou zijn om te weten hoe de commissie MER daartegenaan kijkt. Voorzitter, het advies van de commissie MER is op 15 december uitgebracht. Uit mijn contact met de commissie MER blijkt dat een aanvullend advies zo’n zes tot zeven weken in beslag neemt en dat hier kosten aan verbonden zijn. Dat is begrijpelijke informatie.

Het betekent ook, als we dat traject waren ingegaan, we als raad nu waarschijnlijk duidelijk hadden gehad over zowel de verwerking van die 80 procent als de beoordeling van de resterende 20 procent. Daarnaast geeft de commissie MER aan dat het helemaal niet ongebruikelijk is om een aanvulling opnieuw te laten beoordelen. In 2025 gebeurde dat maar liefst 22 keer. Voorzitter, het is een instrument dat in Nederland regelmatig wordt gebruikt, wanneer er nog openstaande punten zijn of wanneer zienswijzen aanleiding geven tot een verdere onderbouwing. Voor ons en de raad is het belangrijk om te begrijpen waarom in dit geval is gekozen om geen aanvullend advies te vragen, niet omdat het verplicht zou zijn, maar omdat het ons helpt om de zorgvuldigheid van het proces te kunnen beoordelen en om inwoners goed te kunnen uitleggen hoe die stappen zijn gezet. Voorzitter, daarom wil ik de wethouder vragen om een toelichting op het volgende te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16646974/1