Verslag raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
Tekst van het document
Zijn er andere mensen die behoefte hebben aan een tweede termijn? Nee. De heer Den Braven: Voorzitter, ik zal het niet te lang maken. Volgens mij hebben we ons punt helder gemaakt. De kern van het betoog en de moraal van het verhaal is dat we er nu als land, als provincie en als raad voor kiezen, zoals zo vaak in Nederland, om de individuele burger iets te laten betalen. Volgens GroenLinksaf zijn er genoeg alternatieven om te onderzoeken. Ik heb er een heel aantal opgeschreven, maar het lijkt me niet de primaire taak van de raad om met oplossingen te komen, in dit geval. Het is de taak van de raad om te zorgen dat de bestuurlijke organen naar de juiste oplossingen zoeken. Voorzitter, het verbreken van deze belofte is niet de oplossing. We hebben nog Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
18
vijftien jaar om andere alternatieven te onderzoeken. Laten we dat eerst eens doen en dan pas gaan praten over geld. Een jaar vertragen, waar de alternatieven uitgebreid en duidelijk worden onderzocht, zou leiden tot een bedrag van 2.80 in plaats van 2.70. Dat gaat het verschil dan ook niet meer maken. Maar als het op die manier anders kan worden opgelost, dan is het dat zeker waard. Voorzitter, wij zien dat het voorstel er doorheen gaat komen. Dat is jammer. De bedrijven in het centrum van Waalwijk en in het havengebied hebben baat bij een goed functionerende veerdienst. Denk aan de sollicitant, mevrouw Remmers, die tijdens een gespreksavond daarover sprak, die afzag van sollicitatie omdat de dienst geld gaat kosten. Volgens mij is personeelstekort ook een probleem van deze tijd. En zo zijn er meer voorbeelden. Voorzitter, Waalwijk heeft net als de overige oevergemeenten baat bij een goed functionerende veerdienst. Daarom willen wij tenminste een oproep doen aan de wethouder, om samen met zijn collega’s uit de raad van toezicht en met zijn collega's van de andere betrokken gemeenten, de omliggende bedrijven, agrarisch of niet agrarisch, te benaderen en om te kijken wat ze kunnen betekenen. De voorzitter: Dank u wel, meneer Den Braven.
Is er nog iemand die wil reageren in de tweede termijn of op wat de heer Den Braven aan heeft gegeven? Nee? Dan is nu het debat afgerond en gaan we over tot besluitvorming. En ik wil aan de SGP vragen of zij het amendement willen inbrengen. Ik zie dat dat inderdaad het geval is. Wenst iemand nog een stemverklaring af te leggen op dit amendement? Nee? Dan gaat de digitale stemming zo open. Ik kijk of die opengaat. U kunt stemmen. Het amendement is verworpen met 17 stemmen tegen en 9 stemmen voor. Aldus besloten. Dan gaan we naar het raadsvoorstel. Het raadsvoorstel wordt in stemming gebracht. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Nee? Dan gaat de digitale stemming nu weer geopend worden voor het raadsvoorstel. Het raadsvoorstel is aangenomen met 17 stemmen voor en 9 stemmen tegen. Aldus besloten. Dank u wel. Ik sluit de bespreking van dit onderwerp af en ik ga over naar een volgend onderwerp. Dank u wel voor iedereen die hier aanwezig is geweest bij de bespreking van dit onderwerp. Dank voor uw aandacht en aanwezigheid. U mag ook blijven. U bent van harte uitgenodigd. Dan gaan we naar punt 14 op de agenda. 14.
Beschikbaar stellen krediet t.b.v. aankoop huisvuilwagen
De voorzitter: Ik wil dit onderwerp graag behandelen en dan even overgaan tot een korte pauze, als u daarmee akkoord gaat. Voor het ophalen van het huishoudelijk afval is het nodig de huidige vloot aan te vullen met een deugdelijke huisvuilwagen. De raad wordt gevraagd hiertoe een krediet ter beschikking te stellen. Het is een bespreekpunt voor SGP, CDA, D66 en ChristenUnie. Ik wil eerst het CDA het woord geven. De heer Spohr: Voorzitter, het voorstel van de aanschaf van de huisvuilwagen is wat de CDA-fractie betreft een lastig voorstel. Waalwijk schakelt over naar elektrisch vervoer en naar ondersteuning met laadinfrastructuur en de gemeente schaft zelf geen elektrisch vervoer aan. Wat ons betreft zou de gemeente toch voorbeeldgedrag moeten hebben en in plaats daarvan wordt een voertuig op basis van verbeterde diesel als brandstof aangeschaft. Zeker niet slecht, maar niet aansluitend bij het beleid van Waalwijk. Verder wordt door de aanschaf van de huisvuilwagen naar ons idee miskend dat het Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
19
grondstofbeleid mogelijk heel andere eisen aan het ophalen van het afval stelt, of gaat stellen. Kennelijk wensen we daarop niet te anticiperen en hebben we straks liever een vrachtauto over. Ten slotte zien we een krediet dat noodzakelijk is, omdat het reeds verleende krediet anders is besteed. Is dat met toestemming van de raad gebeurd, voorzitter? En zo nee, waarom dan niet? Voorzitter, zie hier drie redenen om niet akkoord te gaan met de aanschaf van een nieuwe huisvuilwagen. De CDA-fractie had eigenlijk liever een abonnement achter de hand gehad waarbij zou worden afgezien van deze aankoop en zou worden gekozen voor een tijdelijke oplossing, via bijvoorbeeld de huur of de lease van een voertuig. Nadat wij met betrokken ambtenaren hebben gesproken, lijkt dit niet goed uitvoerbaar vanwege Diftar-instellingen op de huisvuilwagen, die kennelijk niet goed op een gehuurd voertuig kunnen worden ingesteld. Voorzitter, ons moet verder van het hart dat wij het vreemd vinden dat na het stopzetten van de oudpapierinzameling er ineens een nieuwe huisvuilwagen nodig is. En we hopen dan ook maar dat er geen verband bestaat tussen de aanschaf van deze auto en de stopzetting van het oud papier. De CDA-fractie heeft hier grote moeite mee, dat mag duidelijk zijn, maar wil anderzijds niet een onwerkbaar voorstel indienen.
Anderzijds zijn wij wel van mening dat de portefeuillehouder hier echt een verkeerde oplossing presenteert voor de gemeente. Wij vragen ons af of niet beter geanticipeerd had kunnen worden op de huidige situatie. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het woord geven aan de ChristenUnie, meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel. Voorzitter, voor de ChristenUnie is een belangrijke vraag bij het beoordelen van een raadsvoorstel, wat zet het college wel in het voorstel en wat niet? Het college schrijft in dit voorstel dat de huidige vloot moet worden aangevuld, niet dat één van de wagens moet worden vervangen. Het college meldt wel dat de afgelopen jaren 10% meer gewicht aan afval is opgehaald en niet welke verklaring hiervoor kan worden gegeven. Meer gewicht aan afval is teleurstellend, aangezien het de bedoeling is dat per inwoner er minder afval moet worden afgevoerd. En dat is ook de reden dat er tot eind van dit jaar afvalproeven worden uitgevoerd en onderzocht wordt hoe onze inwoners het beste kunnen worden gestimuleerd om afval te scheiden. Het college verwijst in het raadsvoorstel helemaal niet naar het aanstaande grondstoffenbeleidsplan en de mogelijke gevolgen hiervan voor het wagenpark. Terwijl de kans dat omgekeerd inzamelen voor een groot deel van Waalwijk wordt voorgesteld, aannemelijk is. Echter, daarvoor is geen kraakperswagen nodig, maar een haakarmwagen.
Het lijkt er dus op dat, als de gemeenteraad dit voorstel volgt om een kraakperswagen te bestellen, die over elf jaar wordt afgeschreven, dat na een paar jaar overbodig is, waarna aan de raad mogelijk een krediet wordt gevraagd voor een extra haakarmwagen. In het raadsvoorstel staat wel dat de levertijd kon oplopen tot negentig weken en dat is bijna twee jaar. Dus op het moment dat de wagen wordt geleverd, kan die al overbodig zijn. Of is die dan nog steeds nodig, omdat de nieuwste wagen te veel storingen vertoont? In het raadsvoorstel staat wel dat na toekenning van het krediet door de raad, het inkoopproces wordt gestart. En niet dat de inkoop via de inschrijving op TenderNed al is gestart. De fractie van de ChristenUnie betreurt het vooral dat in het raadsvoorstel niets staat over het aanstaande grondstoffenbeleidsplan en de gevolgen hiervan voor het wagenpark. En dat roept bij ons vragen op. Is men dit vergeten te melden? Is hieraan niet gedacht, of is het een bewuste keuze om de raad slechts een deel van het verhaal te vertellen? Meneer Metzke, ik ken u als iemand die altijd alle argumenten zorgvuldig tegen elkaar afweegt. Wat vindt u ervan als het college niet alle argumenten met de raad deelt, het ene wel meldt en het andere niet? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Misschien zal ik D66 hierna het woord geven.
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
20
De heer Kieboom: Bedankt, voorzitter. Over het belang van duurzaamheid hoeven we anno 2023 niemand meer te overtuigen. En dat is gelukkig ook niet de insteek van het raadsvoorstel, of van het debat. We hebben het over de aanschaf van een nieuwe vuilniswagen. Verschillende partijen hebben gevraagd om de aanschaf van een elektrische wagen te overwegen. Maar dat is voor nu een brug te ver. En dat snappen we. De actieradius is een probleem. Het kunnen laden is een uitdaging en dan hebben we het nog niet over de aanschafprijs. Bovendien hebben we een gloednieuwe HVO-installatie. Ook met een dieselvrachtauto kan het huisvuil op een behoorlijke duurzame wijze worden ingezameld. Voor nu tenminste, want de ontwikkelingen gaan zo snel dat een elektrische vuilniswagen, of een wagen op waterstof, over niet al te lange tijd misschien wel een optie is. Daarom willen we de portefeuillehouder vragen met een plan te komen over hoe duurzaam vuilnis ophalen er in de komende jaren uit zou kunnen zien. Bij voorkeur, nadat we als raad hebben besloten over het grondstoffenafvalbeleid, fase 2. Daarmee staan we als gemeente voor de opgave gesteld om de volgende investering wel elektrisch of gelijkwaardig te kunnen doen. Is de kous daarmee af? Nee. Duurzaamheid gaat verder dan alleen een andere motortechniek of een andere brandstof.
We vragen de portefeuillehouder daarom om ook te onderzoeken of er wellicht jonge tweedehandswagens beschikbaar zijn. Daarmee doen we nu al iets en is de afschrijving kleiner, als we over een paar jaar elektrische of waterstof aangedreven wagens bestellen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Kieboom. Als laatste wil ik graag het woord geven aan de SGP. De heer Tiemstra: Voorzitter, geachte aanwezigen, de Aanbestedingswet 2012 schrijft een aantal uitgangspunten voor. Overheden moeten zich houden aan het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitbeginsel. De SGPfractie is ervan overtuigd dat Waalwijk zijn best heeft gedaan om de aanbesteding voor een huisvuilauto conform deze uitgangspunten op te zetten. Toch zijn ons wel een paar zaken opgevallen. Het is best bijzonder wanneer een aanbesteding tussentijds wordt beëindigd en later weer verschijnt. Het is best bijzonder om van de markt te vragen, een maand na ingang van het contract, een nieuwe huisvuilauto te leveren. Het is best bijzonder om naar ons aan te geven dat de huidige huisvuilauto's goed worden onderhouden en hierdoor nog steeds erg betrouwbaar zijn, en in het aanbestedingsdocument te schrijven dat het noodzakelijk is dat op zeer korte termijn een nieuw voertuig wordt toegevoegd aan het wagenpark, vanwege de zeer kwetsbare continuïteit van de bedrijfsvoering.
Het is best bijzonder dat de aanbesteding al in volle gang is, terwijl de raad het krediet nog moet verstrekken. Het is best bijzonder dat er een aanbesteding wordt gedaan voor een kraakpersauto en dat er geen verband wordt gelegd met het grondstoffenbeleidsplan en dit verder onbenoemd te laten. Het is best bijzonder om verder nog best wat van dit aanbestedingsproces te vinden, maar hierover eigenlijk niet veel meer te kunnen en te mogen zeggen, omdat dit de lopende aanbesteding zou kunnen beïnvloeden. Voorzitter, het is dan ook niet zo bijzonder dat wij best benieuwd zijn, hoe dit uiteindelijk af gaat lopen. Voorzitter, het is dan ook niet zo bijzonder dat wij het in de eerste termijn hierbij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er een reactie, of een vraag aan elkaar, of een debat te voeren? Meneer Metzke, meneer Van Groos, meneer Tiemstra. Meneer Metzke, u werd rechtstreeks aangesproken, u wilt daar vast iets op zeggen.
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
21
De heer Metzke: Dat wil ik inderdaad. Ik was een beetje overrompeld door de vraag van de heer Van Groos. Dus ik wil vragen of hij hem even zou willen herhalen, dan kan ik er ook deugdelijk antwoord op geven. De heer Van Groos: Voordat ik de vraag stelde, meneer Metzke, heb ik uw naam genoemd, maar wellicht ging het nog te snel of moest u bijkomen van de schrik. Ik zal de laatste regels voorlezen. Meneer Metzke, ik ken u als iemand die altijd alle argumenten zorgvuldig tegen elkaar afweegt. Wat vindt u ervan, als het college niet alle argumenten met de raad deelt, het ene argument wel en het andere argument niet? De heer Metzke: Ik ga ervan uit dat die afweging is gemaakt en dat argumenten zijn gedeeld. De heer Van Groos: Ja voorzitter, dan weet ik niet hoe goed meneer Metzke naar mijn betoog heeft geluisterd of naar het betoog van meneer Tiemstra. Maar wij hebben allerlei argumenten gegeven. En ook meneer Spohr heeft bijvoorbeeld verwezen naar het grondstoffenbeleidsplan, dat aanstaande is en dat gevolgen zal hebben voor de afvalinzameling en waarschijnlijk ook voor de vloot die we hebben.
U hebt dat argument niet gemist? Dus u vindt het heel logisch dat het college daarover niks in het raadsvoorstel schrijft? De heer Metzke: Volgens mij, over luisteren gesproken, heb ik mijn collega Kieboom net horen zeggen dat wij juist vragen om met een plan te komen naar aanleiding van het grondstoffenbeleid. Dus daar haken wij wel degelijk op in. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. De heer Metzke beantwoordt mijn vraag niet. Hij zegt, wij hebben zelf wel in de gaten dat er een nieuw grondstoffenbeleidsplan aankomt. Maar mijn vraag is, wat vindt u ervan dat het college daar geen melding van maakt? En ook niet zegt wat het nieuw grondstoffenbeleidsplan kan betekenen voor de afvalinzameling van Waalwijk. Wat voor hulpmiddelen hebben we daarvoor nodig? Hebben we daar wagens voor nodig of niet? En is het dan verstandig om nu een nieuwe kraakperswagen aan te schaffen? De heer Metzke: Ik ben van mening dat dat een wijs besluit is, dat de argumenten die zijn genoemd goed genoeg zijn om dit besluit nu te kunnen nemen. En daarom stemmen wij ook voor het raadsvoorstel. En we hebben juist opgeroepen om in het kader van het grondstoffenplan te kijken naar wat er in de toekomst wellicht gaat gebeuren en met een plan te komen, zodat we in de toekomst daarop in kunnen haken. De voorzitter: Laten we niet gaan herhalen, want volgens mij bent u uw standpunt aan het herhalen.
Is er nog een aanvullende vraag? Meneer Kieboom, meneer Van Groos heeft nog een vraag aan u. De heer Van Groos: Voorzitter, meneer Kieboom wilde graag het belang van duurzaamheid onderstrepen bij dit voorstel en daarom heb ik twee vragen voor hem. Is het kopen van een dure wagen, die misschien over een paar jaar overbodig is, een vorm van duurzaamheid? Dat is de eerste vraag. En de tweede vraag is, wat vindt u ervan dat het afval in de afgelopen vijf jaar met 10% is toegenomen, terwijl juist de bedoeling is dat er maatregelen worden genomen waardoor de inwoners minder afval aanleveren. De heer Kieboom: Bedankt, voorzitter. De eerste vraag, meneer van Groos. U hebt het over het aanschaffen vuilniswagen. Wilt u het nog een keer herhalen, alstublieft?
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
22
De heer Van Groos: Vindt u het duurzaam om een wagen aan te schaffen die in theorie elf jaar meegaat en die mogelijk na twee jaar al overbodig is? Is dat een voorbeeld van duurzaam beleid? De heer Kieboom: Nee, dat kan ik wel met u eens zijn. Dat is inderdaad niet duurzaam. De voorzitter: Meneer Van Groos, u had nog een tweede vraag? De heer Van Groos: Ja, dank u wel voorzitter, die had ik ook gesteld, maar misschien vindt meneer Kieboom het fijn als ik die weer herhaal. Dat zal ik doen. Wat vindt meneer Kieboom ervan dat er in Waalwijk de afgelopen vijf jaar 10% meer aan gewicht aan afval is aangeleverd, terwijl de doelstelling is landelijk, dat we juist naar veel minder kilo's afval moeten. Is dat dan duurzaam? De heer Kieboom: De vraag lijkt mij niet relevant van het onderwerp naar aanleiding van het aanschaffen van de nieuwe vuilniswagen. De voorzitter: Voldoende zo, zie ik. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Ja, toch inderdaad eventjes doorgaand op het grondstoffenbeleidsplan. Het lastige van de discussie van vanavond is dat er een krediet wordt gevraagd, ook echt in een bepaalde richting. De suggestie om inderdaad een kraakperswagen te huren voor de time-being en kijken wat uiteindelijk de beste aankoop is. Dat zou een kraantrechterauto kunnen zijn, dat zou iets anders kunnen zijn.
Maar er zijn een aantal bedrijven, ik ken er in ieder geval enkele, die vuilniswagens verhuren en waarvan ik me voor kan stellen dat de vraag over Diftar niet voor het eerst op zou duiken. Ik zou daar best wat onderzoek naar willen doen, als u dat zou willen. Het is best bijzonder dat er geen andere keuzes worden gelaten en dat we nu gewoon de vraag krijgen van, stem maar in voor dit krediet. Dat vind ik een lastige. Dat had denk ik beter voorbereid moeten worden. En misschien moeten we zelfs in de schorsing straks eventjes kijken van, is dit inderdaad de weg die we op willen gaan, of niet? Want de aanbesteding loopt al, terwijl er inderdaad best nog wat gedachten over leven. Is dit eigenlijk de goede weg waar we met z’n allen op gaan? Daar moeten we, denk ik, goed over nadenken. Even in de richting van het CDA. Ik heb u horen spreken over duurzaamheid, over een elektrisch voertuig. Weet u wat een elektrische huisvuilauto ongeveer duurder is dan een diesel aangedreven voertuig, wat nu gevraagd wordt? Hebt u daar een idee van? Het is een ton of drie, minimaal. Dus laat ik zeggen, dat is denk goed om ook eventjes te weten. Maar als je er belangstelling voor hebt, dan wil ik best een paar minuten schorsen en eens kijken of we tot iets kunnen komen. De andere keuze is dit gewoon door laten lopen en dan stemmen we tegen. De voorzitter: Meneer Tiemstra doet een oproep.
Wil iemand reageren? Nee? Voldoende zo, geen schorsing nodig. Dank u wel. Dan wil ik de wethouder vragen om te reageren. Mevrouw Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik in ieder geval melden dat ik blij ben met de enorme belangstelling die er bestaat voor het wagenpark, die we nodig hebben voor de afvalinzameling. Er zijn in totaal 21 schriftelijke vragen gesteld, tot ver in de details. Ik kan me voorstellen, de vraag: hadden we niet de verwijzing moeten maken naar het grondstoffenbeleidsplan? Achteraf gezien hadden we dat moeten doen. Wat ik wel op wil merken, is dat we heel duidelijk in de beantwoording van al die vragen hebben aangegeven waar die samenhang dan zit. En wat exact de uitwerking zal zijn van het grondstoffenbeleidsplan, dus welke wijzigingen zullen we gaan aanbrengen in de afvalinzameling? Dat weten we nog niet exact, de proeven lopen nog tot eind dit jaar. Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
23
Volgend jaar zullen we ook met een voorstel komen naar de raad. Dan is het aan u om daar ja of nee op te zeggen, of te amenderen, of iets dergelijks. En dan duurt het nog anderhalf misschien nog wel twee jaar voordat ze het echt kunnen invoeren. Dat betekent dat we dadelijk drie jaar verder zijn, voordat we exact weten en helemaal hebben ingericht, hoe de afvalinzameling zal zijn. We hebben op dit moment de situatie dat wij eigenlijk één wagen tekortkomen, omdat wij geen reserves hebben. We hebben een wagen, als daar iets stuk gaat, de wagen rijdt dan nog wel, maar we kunnen hem niet meer gebruiken voor de afvalinzameling. Uiteraard hebben we gekeken van, als we nou iets aanschaffen, schaffen we dan iets aan wat we kunnen blijven gebruiken. En dat is het geval, want die afvalwagen die we gaan aanschaffen, die kan meerdere dingen. Die haalt namelijk het pmd-afval, de minicontainers met restafval en gft-afval op. Als we niet vervangen – dat hebben we ook overwogen, we hebben een wagen die dus niet meer te repareren is – dan kunnen we ons afval niet meer ophalen. Wij hebben inderdaad ook gekeken van, kunnen we huren of leasen? Dat is wel een ingewikkelde, want we hebben een bepaald systeem, het Diftarsysteem, waarbij we ook gebruikmaken van gewicht en van frequentie. Nou, dat is heel ingewikkeld. Zo kunnen wij geen huisvuilwagen leasen of huren. Ik zal afronden.
Ik vind het lastig om iets wat we eigenlijk volgend jaar of over anderhalf jaar pas gaan besluiten en ook besluiten wat het gaat worden, om daar nu van te zeggen, nou daar gaan we op wachten. Of we gaan iets doen waarvan we zeggen van, we weten eigenlijk niet of we daar straks wel – een soort van anticiperen. Omdat uiteindelijk als die wagen kapotgaat, dan staan we. Dit was eigenlijk mijn antwoord. Dus we hebben een probleem dat we nu moeten oplossen. Mag ik nog één vraag beantwoorden van meneer Tiemstra? Dat gaat over de aanbestedingsprocedure. Daar hebben we alles over uitgelegd. Alles wat wij konden doen, hebben wij ook verteld in de vraag en de beantwoording. Dat hebt u kunnen lezen. En ja, ik vind het eigenlijk best wel bijzonder dat de SGP het naadje van de kous wenst te weten, over de uitvoering van die aanbestedingsprocedure. Het is ook goed om dat soort zaken te laten waar die horen. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil reageren op de bijdrage van de wethouder? Ik zie in ieder geval meneer Tiemstra opstaan. Zijn er anderen? Meneer Spohr, meneer Tiemstra. We doen één ronde reactie en dan stoppen we daarmee, we gaan geen debat voeren. De heer Tiemstra: Wethouder, ik merk bij u enige ergernis ten aanzien van de vragen die wij gesteld hebben. Veel meer mogelijkheden dan stellen van vragen hebben we niet.
Als we in deze raad met elkaar debatteren, dan gaat u in op moties en amendementen. En dat is het. Dus als we onderhands wat vragen stellen en die zijn niet technisch van aard, maar die zijn vooral procedureel van aard. We hebben daar een aantal dingen gezien, waar we best vraagtekens bij zetten. En dan denk ik dat we als raadslid niet alleen het recht hebben, maar ook de plicht hebben om daar onderzoek naar te doen. Dat is onze verantwoordelijkheid als raadslid. En als u dat lastig vindt, dan spijt me dat buitengewoon. Maar dat blijf ik echt doen. Mevrouw Schuijffel: Meneer Tiemstra, via de voorzitter, ik nodig meneer Tiemstra voor de derde keer heel graag uit om eens te komen kijken bij het wagenpark van onze vuilnisophaaldienst, om eens te kijken wat voor wagens dat zijn en wat daar eventueel aan mankeert en wat er allemaal niet aan mankeert en wat ze doen. Heel graag nodig ik u uit. De voorzitter: Een laatste opmerking dan naar de wethouder. De heer Tiemstra: Ja, zeker. Dit is niet de discussie waar het over gaat. Ik heb de uitnodiging voor de open dag de tiende gezien, dan verjaart mijn schoonmoeder. Daar geef ik de voorkeur aan, dat u dat ook weet. Maar het gaat niet om de staat van de Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
24
vrachtwagens en dat ik om die vrachtwagens heen wil lopen. Ik weet dat u me daartoe hebt uitgenodigd, maar het gaat om de aanbestedingsprocedure. En dat is een serieus verhaal. Daar moet u niet op deze manier naar mij mee omgaan. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht dat meneer Tiemstra nu een excuus had gevonden om niet naar de verjaardag van zijn schoonmoeder te hoeven, maar hij maakt een andere keuze. Ik zou aan de portefeuillehouder willen vragen wat zij ervan vindt, na de uitbrander die ze gaf, dat er in het raadsvoorstel staat dat nadat de raad het krediet heeft vastgesteld, de inkoopprocedure start. Terwijl die al lang loopt. De voorzitter: Ik wil eerst even de andere vragen inventariseren, want anders gaan we toch in een debat met elkaar. Dus dat gaan we niet doen. Dus meneer Van Goos heeft een vraag, meneer Spohr heeft ook een vraag. De heer Spohr: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben sowieso nog een vraag gesteld over het krediet. Het krediet is kennelijk voor een kraanarmtakelwagen; is dat geloof ik, gebruikt in plaats van voor de huidige huisvuilwagen. Dus ja, wij vroegen ons af of dat wel met toestemming van de raad is gebeurd. Wellicht hebben we daar iets over het hoofd gezien? En zo nee, waarom dan niet? De andere vraag. Ik hoor u zeggen, ja, we moeten nu wat doen. Dat begrijp ik. Uiteindelijk zullen we wat moeten doen.
De vraag is wel, die heb ik ook in mijn bijdrage gesteld, hadden we hier nou niet op kunnen anticiperen? Uiteindelijk zie je dat een aantal wagens mogelijk uitvalt, problemen vertoont en dan kom je aan het eind van de rit natuurlijk voor een probleem te staan. En worden we, vind ik zelf ook, als raad uiteindelijk voor het blok gezet. Dus het anticiperen daarop, die reflectie, mis ik eigenlijk. Het laatste punt. We gaan dus een aanschaf doen, waarvan we mogelijk over twee à drie jaar moeten zeggen, nou ja, jammer. U zegt, ja, die kan nog wel worden ingezet, maar ik hoor er geen plan achter zitten, waarvoor de wagen dan mogelijk anders kan worden ingezet. Meneer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. De heer Van Groos, die maaide exact dezelfde vraag voor mijn voeten weg. Ik wil graag van de wethouder weten, steun voor wat meneer Tiemstra vraagt, waarom is de aanbesteding gestart, voordat wij hierover een besluit hebben genomen? Dat is vraag één en vraag twee is meer een opmerking. Ik wil me aansluiten bij de andere fracties, die oproepen tot elektrificering van het wagenpark. We hebben daar ook vragen over gesteld, antwoord op gekregen. En dan is het antwoord, ja, elektrificering, de laadinfrastructuur duurt een jaar om dat aan te leggen. Maar als je dat weet, moet je daar misschien nu mee beginnen, want anders blijven we daar achteraanlopen.
Dus dat was mijn tweede vraag, of oproep in aansluiting op de andere fracties om daar iets mee te doen. De voorzitter: Wethouder, een korte reactie alstublieft. Mevrouw Schuijffel: Ja, dank u wel. Ik heb wel een beetje een probleem, want nou ben ik de eerste vraag alweer kwijt. En voordat ik hier weer krachttermen ga uitslaan, probeer ik dan eerst maar de laatste vraag te beantwoorden. De voorzitter: De laatste vraag is hetzelfde als de eerste vraag, dus dat helpt. Mevrouw Schuijffel: Ik weet het alweer. Waarom we niet beginnen met elektrificeren. Dat ligt wel wat genuanceerder. Het is niet zozeer een jaar voordat er aanleg is. Maar het moet een grote aansluiting zijn. En dan zitten we ook met de netcongestie in de knoei. Bovendien is het zo, we hebben nagegaan of dat nu al een optie was, een elektrische huisvuilwagen. Het is overigens een kraanperswagen die we gaan aanschaffen. We Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
25
hebben hier in de buurt een organisatie, een gemeente, die ze gebruikt. Dat zou betekenen dat we twee van die wagens zouden moeten aanschaffen, want één wagen kan maar een halve dag mee en moet dan weer opgeladen worden. En dat opladen, dat kost veel tijd. Dus uiteindelijk voor de huidige stand van zaken is het nog niet interessant genoeg om een elektrische huisvuilwagen aan te schaffen. Ik vind het heel goed om op het moment dat wij bezig zijn met de uitvoering van het grondstoffenbeleidsplan fase 2, om dan ook heel daadwerkelijk te kijken van, hoe gaan wij uiteindelijk ook ons wagenpark op een goede manier verduurzamen? Want dat is buitengewoon belangrijk. Het kan best zijn, als we een paar jaar verder zijn, dat elektrische huisvuilwagens prima functioneren. Dat we daarvoor kiezen. Het zou ook nog kunnen zijn dat we zeggen van, goh, er zijn andere ontwikkelingen, wellicht met waterstof, waarvan wij zeggen, daar zouden we mee op pad kunnen. Dus op dit moment is de elektrificatie nog geen echte optie. Maar ik vind het wel heel belangrijk dat we in het kader van het grondstoffenbeleidsplan een plan gaan maken over hoe we dat wagenpark verduurzamen. De voorzitter: Even de vragen kort beantwoorden.
De andere vraag was, waarom is de procedure gestart? Mevrouw Schuijffel: Sowieso hebben wij in de procedure afgesproken – dat staat ook in het voorstel – dat wij de procedure kunnen stoppen als u nee zegt. Morgen is hij eruit gehaald. We hebben wel die tijd gepakt, om dat te doen, omdat wij eigenlijk toch wel haast hebben met de aanschaf van een nieuwe wagen, omdat we heel erg bang zijn dat als er iets kapotgaat aan die ene wagen die we hebben, dat we die op dat moment niet meer kunnen inzetten. Dus daar zit wel een zekere urgentie in. De voorzitter: Dat hebt u al toegelicht. Er was een vraag: is het krediet anders gebruikt dan waar toestemming voor was? Mevrouw Schuijffel: Dat klopt. Twee dingen daarop. Het huidige wagenpark is langer meegegaan en we hebben op een gegeven moment het krediet anders gebruikt, voor een ander soort wagen dan eigenlijk de bedoeling was. Wij hebben nu, als je vooruitkijkt, dan is het idee dat op het moment dat wij bijvoorbeeld die nieuw aangeschafte wagen, dat we zeggen van, oh, we moeten toch iets anders gaan aanschaffen. We hebben een soort, hoe noem je dat, vervangingsmodel.
Die hebben we ook ergens in de vragen beantwoord en dan kun je zomaar zeggen van, nou weet je, als wij naar een nieuw areaal toe moeten, naar een nieuw wagenpark toe moeten, wat past bij het nieuwe grondstoffenbeleidsplan, dan kunnen we ook zeggen, we vervangen die wagen niet. En we vervangen dat door een andere wagen, bij wijze van spreken. Of we doen geen vervanging omdat het niet nodig is, zolang de wagen blijft rijden. De voorzitter: Wij gaan in het vergadermodel daarop terugkomen, over de orde van de vergadering, want het is niet de bedoeling om in debat te gaan met de wethouder. Ik heb daar al eerder iets over gezegd vanavond, dus ik wil u vragen u te beperken tot een enkele verduidelijkende vraag die u misschien nog hebt en het daarbij te houden. De heer Tiemstra: Ik zal niet in herhaling vervallen, voorzitter. Ik wil heel eventjes vragen naar wat ik daarnet de wethouder heb horen zeggen, in antwoord op de vraag van de heer Van der Pluijm. U zegt van ja, we zijn toch maar vast met die aanbesteding begonnen, maar die kunnen we natuurlijk altijd stoppen. Dan vraag ik mij oprecht af, hoe belangrijk is dan de tijd van al die aanbieders die zich nu over die aanbesteding hebben gebogen? Dat vraagt een hoop tijd, vraagt een hoop geld. Een aanbesteding kost een hoop geld.
Waarom niet gewoon gewacht tot de raad een besluit heeft genomen, om dit uit te kunnen debatteren? Dus is eigenlijk een beetje respectloos naar de mensen die op Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
26
een gegeven moment zich hierover buigen en misschien wel zeggen van ja, dit wordt straks gestopt. Dat is toch eigenlijk geen volgorde. Ik sluit daar wel aan bij de heer Van der Pluijm. Ik vind het geen goede zaak. De voorzitter: Een korte reactie van de wethouder en dan stoppen we daarmee. We gaan niet in debat, meneer Spohr, dus ik hoop dat u een andere nieuwe vraag hebt. Dat is dan de allerlaatste en dan gaan we nog naar een laatste reactie van de wethouder en dan stoppen we met dit debat. De heer Spohr: Mijn enige vraag is of mijn vraag zou kunnen worden beantwoord. Dus meer niet. Ik had drie vragen. Eén was, had hier niet op kunnen worden geanticipeerd, zodat we nu niet voor het blok staan? Verder, wat is dan het plan achter de wagen die we nu aanschaffen, zodat die niet waardeloos wordt over twee à drie jaar? En ik had een vraag over het krediet. Het enige wat ik daarover wil zeggen, u hebt daarop geantwoord, wat mij betreft niet een heel erg duidelijk antwoord, maar ik had me wel kunnen voorstellen dat de raad dan geïnformeerd was over een andere besteding van het krediet, als die er oorspronkelijk is gegeven. Want daar denk ik dat het een en ander mist. Mevrouw Schuijffel: Ik heb het idee dat ik al die vragen beantwoord heb. En op de laatste wil ik nu helder zeggen van, ik wil best nog een keer voor u nagaan hoe dat precies is gegaan.
Dat wil ik graag uitzoeken en dat achteraf mededelen. Maar die andere twee vragen heb ik in mijn beleving beantwoord, maar blijkbaar niet. De voorzitter: Voldoende zo? Dank u wel. Het is belangrijk dat we dit nog even in het vergadermodel met elkaar bespreken, denk ik. Om er helderheid in te hebben, wat we van elkaar verwachten in deze termijn. Tweede termijn, wil iemand reageren? Ik zie meneer Van Groos, meneer Spohr ook. De heer Van Groos: Voorzitter, wat me ook bij dit voorstel opvalt, is de enorme haast waar het college mee komt. Maar wat ik dan niet snap, is dat die haast ongeveer een jaar duurt. We weten sinds vorig jaar via de coalitieonderhandelingen, dat er een nieuwe wagen moest komen. Dat staat in het akkoord. Het staat ook in de begroting. Waarom heeft het college dan zoveel tijd nodig om met zo'n voorstel te komen? Want de portefeuillehouder geeft aan dat er grote urgentie is. En dat het niet kan worden opgehaald en er wagens niet kunnen worden gerepareerd. En we leven al een jaar met die situatie. Een hele vreemde gang van zaken. De heer Spohr: Voorzitter, ik sluit me daarbij aan en daar houd ik het bij. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm, wilt u nog een tweede termijn? De heer Van der Pluijm: Ja, dank u wel. Ik moest net even overleggen, dus toen miste ik het handje opsteken.
Misschien dat we even willen schorsen, om te overleggen en overwegen om er een T-stuk van te maken. De voorzitter: Een schorsing, hoe lang meneer Van der Pluijm? Tien minuten. Het is nu 31, om 21:41 gaan we door, dat is tegelijkertijd onze pauze. Schorsing De voorzitter: Meneer Van der Pluijm, mag ik u het woord geven na de schorsing?
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
27
De heer Van der Pluijm: Dank u wel. Bedankt dat we hebben mogen overleggen. We zijn met meerdere fracties van mening dat het niet de schoonheidsprijs verdient, zoals het voorstel nu voorligt. Maar we willen de voortgang erin houden. Naar onze mening is dat het beste besluit. En we zullen gewoon meegaan met het voorstel in de stemming vandaag. De voorzitter: Prima. Dank u wel. Dan is het debat nu afgerond en gaan we over tot besluitvorming. Wenst iemand nog een stemverklaring af te leggen? Nee? Dan gaan we stemmen over het raadsvoorstel. En de stemming wordt opengezet. Het raadsvoorstel is aangenomen met 22 stemmen voor en 4 stemmen tegen. Aldus besloten. Dan gaan we door naar punt 15 op de agenda. 15.
Verduurzaming Sociaal Cultureel centrum Den Bolder
De voorzitter: De gemeente heeft de ambitie om in 2043 CO2-arm te zijn. Verduurzaming van het sociaal cultureel centrum Den Bolder past binnen die ambitie. Aansluiting bij een al gepland verbouwingsmoment levert op diverse onderdelen voordeel op. De raad wordt gevraagd om een besluit te nemen over diverse kredieten en middelen voor de verduurzaming van Den Bolder. Het is een bespreekpunt voor D66, CDA en ChristenUnie. CDA, mag ik u verzoeken? De heer Spohr: Voorzitter, de CDA-fractie constateert dat we vanavond met een aantal voorstellen als raad voor het blok worden gezet. We hebben net het voorstel van de huisvuilwagen gehad. De Bergsche Maasveren is niet anders. En ook Den Bolder is een dergelijk besluit. Natuurlijk moet Den Bolder worden verduurzaamd. Dat lijkt ons duidelijk, want anders loopt het financieel niet goed. Wat moeten we als raad anders doen dan dit voorstel accepteren? We hebben immers de verbouwing al goedgekeurd. Dus hoe zouden we dan tegen de verduurzaming kunnen zijn? Natuurlijk moet Den Bolder worden verduurzaamd, maar dat geldt ook voor andere dienstencentra of voor ander gemeentelijk vastgoed. Dat is toch immers ons duurzaamheidsbeleid? Toch begrijpen we het niet goed.
Is deze discussie ook bij het voorstel van de subsidie voor de verbouwing al niet gevoerd? En waarom is er daarna dan toch voor gekozen om Den Bolder niet te verduurzamen? Maar om hiermee te wachten tot al het vastgoed wordt verduurzaamd ... Waarom is die beslissing nu dan teruggedraaid? Kortom, de CDA-fractie keurt het proces om tot deze beslissing te komen af, en vindt het ook onbegrijpelijk en hoopt van ganser harte dat het college hier lering uit wil trekken. Het kost soms een hoop geld. Niettemin vragen wij ons af wat de in het voorstel vermelde koppeling precies betekent. Worden verbouwing en verduurzaming straks door dezelfde aannemer in dezelfde periode aangepakt? En hoe kan dat dan gegeven de aparte aanbesteding die hiervoor nodig is? En wat dan als de koppeling niet doorgaat? Betekent dit dan dat we opnieuw een tegenvaller moeten incasseren omdat de kosten van een apart traject hoger zijn? We horen het graag van de portefeuillehouder. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik antwoorden krijg van de portefeuillehouder. De fractie van de ChristenUnie heeft om verschillende redenen moeite met dit voorstel. Daarvoor zal ik drie argumenten aanreiken. Eén, ten halve gekeerd. Twee, gebrekkige communicatie. Drie, € 350.000,– verbrand. Eén, ten halve gekeerd.
In reactie op onze bijdrage tijdens de gespreksavond zei de portefeuillehouder: “Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.” Dat is op zich een terechte opmerking, maar waarom lezen we daarover niets in het raadsvoorstel? Bij het beschikbaar stellen van het bouwkrediet in april 2021 hebben enkele oppositiefracties, zoals D66 en de ChristenUnie ervoor gepleit zowel bij de verbouwing van Den Bolder als bij het WIJNotulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
28
dienstencentrum tegelijk, de verduurzaming van het gebouw mee te nemen. Het antwoord was dat het verduurzamen zou worden meegenomen bij het planmatig aanpakken van het energieneutraal maken van gemeentelijke gebouwen. Echter, een paar maanden later stond in het plan van aanpak verduurzaming gemeentelijk vastgoed niets over Den Bolder. Dat had toen geen prioriteit. En nu ineens wel. Maar waarom zou Den Bolder nu voorgaan boven andere gemeentelijke gebouwen? Het raadsvoorstel biedt daarover geen uitsluitsel. Twee, gebrekkige communicatie. Bij het raadsvoorstel van april 2021 gaf het college bij de finale beslisdatum aan de daadwerkelijke aanbesteding en verbouwing zo snel als mogelijk te willen starten, te zullen starten. De aanbesteding heeft na twee jaar nog niet plaatsgevonden en de verbouwing al helemaal niet. Het college vond het niet nodig de raad hierover eerder te informeren. Drie, € 350.000,– door het putje. Het college heeft twee geweldige kansen laten lopen. En nu vraagt het ad hoc om een extra krediet van zes en een halve ton, meer dan het dubbele van wat het twee jaar geleden zou hebben gekost. Hiervoor worden allerlei middelen bijeengeschraapt zonder dat de raad een afweging kan maken, is het voorstel om alle verduurzamingsmiddelen voor 2023 hiervoor in te zetten.
Voorzitter het college komt toezeggingen niet na, luistert niet naar verstandige adviezen, gebruikt gelegenheidsargumenten en gaat onverstandig om met de beschikbare middelen. Ik zou van de dames Koptagel en Klerks willen weten wat dit met hun vertrouwen doet. Want deze gang van zaken roept bij ons namelijk wantrouwen op. Want waarom wordt het eerlijke verhaal niet verteld? De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. Dan wil ik als laatste D66 het woord geven. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Onze WIJ-dienstencentra zijn de hoekstenen van de verschillende kernen in onze gemeente. Maar dat niet alleen, het zijn ook onze uithangborden voor onze gemeente. Mensen komen samen voor een praatje, voor hulp of om anderen te helpen. Een uithangbord is als een visitekaartje en laat in één oogopslag zien, wie je bent. Zo ook onze WIJ-dienstencentra. En vandaag hebben we het in het bijzonder over Den Bolder. Ik heb onlangs uitgebreid verteld wat Den Bolder betekent voor Waspik. Dat ga ik u vanavond besparen. Waar wij als D66 wel kort bij stil willen staan, is het voorliggende raadsvoorstel met betrekking tot de verduurzaming van Den Bolder. Zoals op de gespreksavond al aangekondigd, zal het u niet verbazen dat onze fractie het voorstel steunt, vol overtuiging. Den Bolder wordt zelfvoorzienend in energieverbruik.
De tijd waarin we leven, maakt dat we van de noodzaak daarvan niemand hoeven te overtuigen. Den Bolder krijgt onder meer warmtepompen en zonnepanelen. Tot zover niks exotisch. Maar wat wel in het oog springt, is de opslagunit die geïnstalleerd wordt. Den Bolder loopt daarmee voorop. En dat is waarom wij dit raadsvoorstel steunen. Een duurzamer Den Bolder is niet alleen een hoeksteen in Waspik, als WIJ-dienstencentrum, maar ook een uithangbord voor de hele gemeente Waalwijk. Onze gemeente. Zo horen alle WIJ-dienstencentra en uiteindelijk alle gebouwen in onze gemeente te zijn. Dit alles wil niet zeggen dat wij de in dit huis geuite zorgen over de timing en de samenhang met de aanstaande verbouwing, niet delen. Het is goed dat de verduurzaming zoveel mogelijk was samengepakt met de op handen zijnde verbouwingen van Den Bolder. Daar zijn we als D66 ook altijd groot pleitbezorger van geweest. We hadden alleen liever gezien dat er iets meer vaart was gemaakt. Helaas hebben corona en een volle agenda van Den Bolder roet in het eten gegooid. Jammer, maar voor ons geen reden om niet volmondig ja te zeggen tegen dit voorstel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Tijd voor het debat, voor vragen, voor reacties. Ik zie mevrouw Klerks opstaan. Meneer Van Groos zie ik opstaan.
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
29
Mevrouw Klerks: Ja, dank u wel. Meneer Van Groos, ik moet bekennen dat ik niet alles heb gehoord, maar ik interpreteer ongeveer wat u van me wil weten, namelijk als ik het goed heb begrepen, wat wij vinden als VVD van dit proces. En daar ben ik niet heel gelukkig mee, want volgens mij heb ik tijdens de gespreksavond ook ongeveer deze vergelijking gemaakt. We hadden een paar jaar geleden een hele worst, over wat we gingen doen, daar hebben een stuk van afgehakt en aan de kant gelegd en inmiddels hebben we in verschillende plakjes de worst toch weer helemaal gekregen. En dat is niet iets waar ik heel blij mee ben, omdat ik graag transparantie heb. Het afsnijden van die worst hebben we volgens mij voor een deel zelf gedaan, want we hebben toen, een paar jaar geleden, ook zelf gezegd van we moeten niet zoveel uitgeven aan Den Bolder. Zeker ook niet omdat er veel meer kosten aan Den Bolder zijn dan aan andere WIJdienstencentra. Maar ik heb dit voorstel bekeken, maar vind ik het een goed idee dat we op deze manier Den Bolder gaan verduurzamen? En daar moet ik ja tegen zeggen. Ben ik blij met het proces? Nee, dat ben ik niet. Dat zou mijn antwoord zijn. Als ik dan uw vraag nog niet helemaal heb beantwoord, zou u hem dan misschien nog even toe willen lichten? De voorzitter: Meneer Van Groos, voldoende antwoord voor u? De heer Van Groos: Dank u, voorzitter.
Niet helemaal, maar dank voor de reactie van mevrouw Klerks. De discussie in 2019, ten opzichte van 2021, had helemaal niks met verduurzaming te maken. Dat had te maken met allerlei wensen die het bestuur van Den Bolder had, om Den Bolder nog meer te verbouwen, op het grootschalige. Daarvan heeft de raad gezegd, dat gaan we niet doen. Dat is in 2021 besloten. Maar toen is ook aangegeven, waarom pak je nou niet gelijk de verduurzaming mee? En daar wordt nu niet op teruggegrepen door het college. Dus u hebt het over de procedure. Maar ik heb het ook over de communicatie en ook over het feit dat Den Bolder nog steeds niet is verbouwd, terwijl het college zei zoveel haast te hebben. Ik hoor vanavond ook allemaal het argument haast en dan denk ik, ja, hoe geloofwaardig is dat? Als je zegt haast te hebben en vervolgens kan het nog twee jaar duren en hoor je daar niks over. Mevrouw Klerks: Ja, daar heeft hier meneer Van Groos natuurlijk volkomen gelijk in. En wat vind ik daarvan? Ik vind dat, als we afspreken dat we iets gaan verbouwen, we dat sneller zouden moeten doen dan pas na twee jaar. Maar ja, dus daar ben ik niet blij mee. Maar dat doet niks af aan hoe ik naar het raadsvoorstel kijk, van moeten we dit nu wel of niet doen? Dat is een beetje de discrepantie die ik dan voel. De voorzitter: Helder, we gaan niet herhalen.
Wilt u nog iets toevoegen? De heer Van Groos: Ik wil daar nog wel op reageren. Dank voor uw reactie. Ik voel hetzelfde. Want ook ik moet de afweging maken, stem ik in met dit voorstel of niet? En wat ik tussen de regels door aangeef, is dat dergelijke gang van zaken bij mij wantrouwen oproept. En als vanuit de coalitie wordt gevraagd, of het college wordt gevraagd, waar komt dat wantrouwen nou vandaan? Dat komt van dit soort dingen. Mevrouw Klerks: Een korte reactie daarop. Dan ben ik in ieder geval blij dat de heer Van Groos dat zo expliciet aangeeft. Ik ben ook niet gelukkig hiermee. Bij mij leidt dat nog niet direct tot wantrouwen, maar ik kan me wel het gevoel van de heer Van Groos hierin voorstellen. En ik denk dat we gezamenlijk met het college gewoon moeten kijken van hoe kunnen we daar betere voortgang op hebben, op dit soort projecten? En of betere communicatie tussentijds als het vertraging oploopt, om in ieder geval bij mij een stukje ongerustheid en ongeduld weg te nemen en bij de heer Van Groos een stukje wantrouwen.
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
30
De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ook hierin is alweer veel gezegd door mijn voorgangers. Namens Lokaal Belang voer ik het woord over dit onderwerp, dus daarom niet mevrouw Koptagel, maar ik sluit me aan bij de eerdere woorden van mevrouw Klerks en in de discussie met meneer Van Groos. Zo staan we er het hetzelfde in. De voorzitter: Dank u wel voor deze ondersteuning. Wilt u nog reageren daarop? Nee? U hebt nog een ander punt, ga uw gang. De heer Van Groos: Ik dank de woordvoerders namens de fractie van de VVD en Lokaal Belang voor de reactie. Ik heb nog een vraag aan meneer Metzke, want die was heel enthousiast over dit verhaal. Een uithangbord. En het is geweldig wat er bij Den Bolder gebeurt. Dat is natuurlijk ook zo. Maar meneer Metzke, wat vindt u er nou van dat de middelen die we hebben gereserveerd voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed, waarbij is aangegeven door het college dat Den Bolder daarin geen prioriteit had, nu in één keer voor het hele jaar worden ingezet voor den Bolder? En dat alle andere gemeenschappelijk vastgoed maar op de oude manier moet verder gaan? De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij heb ik net gezegd dat wat ons betreft voor alle WIJ-dienstencentra een vergelijkbare verduurzaming moet plaatsvinden, voor al het vastgoed.
Dat dit nu voor Den Bolder zo is, ja, ik heb ook aangegeven dat wij het fijn vinden dat er een koppeling is met de verbouwing. Het zijn losstaande dingen, maar het is fijn dat het gekoppeld wordt. Dat het nu meteen het hele budget opsoupeert, ja, dat is, wat het is, wat ons betreft. De verduurzaming die wordt doorgevoerd, die kost dit. Ja, ik weet niet wat ik daar meer over zou moeten zeggen. De heer Van Groos: Ik dank de heer Metzke voor zijn reactie, die mij helaas niet verder helpt in de afweging van, moet ik hier nou mee instemmen met het voorstel voor Den Bolder? Ook gezien de procedure en de gang van zaken, wetende dat dit voor andere gebruikers van gemeentelijk vastgoed gevolgen heeft, als het gaat om de energierekening. Wat ik niet kan overzien. Want daar zegt het voorstel helemaal niks over. Dus waar is nou de gemeenschap van Waalwijk beter mee af? Met de zesenhalve ton die nu in Den Bolder wordt gestopt, of met de middelen die we voor dit jaar beschikbaar hadden voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed? Wat is nou beter? De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Ja, die afweging is aan de heer Van Groos om die zelf te maken. Wat mij betreft, het is geen keuze, of Den Bolder wel en de rest niet. Volgens mij ligt er nu een voorstel voor Den Bolder en alle andere WIJ-dienstencentra, die liggen nu niet ter bespreking.
Dat staat niet in het raadsvoorstel, daar beslissen we nu niet over. De heer Van Groos: Voorzitter, een korte reactie. In het raadsvoorstel wordt de dekking aangegeven voor de zesenhalve ton en een van de onderdelen, dat zijn de middelen voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed voor 2023. Dus ook voor alle andere WIJ-dienstencentra. Daar is voor dit jaar geen geld meer. De heer Metzke: Nogmaals, het staat los van Den Bolder wat mij betreft. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende argumenten gewisseld? Dan wil ik graag de wethouder vragen om reactie.
Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
31
Mevrouw Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. Ik zal even kijken welke vragen er nog zijn, die nog niet beantwoord zijn, ook in de schriftelijke vragen. Ik begrijp dat de ChristenUnie, die had graag sneller de verbouwing van Den Bolder uitgevoerd gezien. Dat hadden wij ook. Helaas heeft de coronaperiode ook overleggen vertraagd en hadden we ook personeelstekort op dat vlak. En ook Den Bolder wilde graag dat we om activiteiten heen gingen plannen. En alles bij elkaar heeft dat een vertraging opgeleverd, die wij niet fijn vinden, maar die wel reëel is. Waarom ligt Den Bolder nu voor en niet een ander vastgoed? En dat hoeft niet per se een WIJ-dienstencentrum te zijn. Dat is omdat wij nu met die verbouwing bezig zijn en we graag de zaken samen willen pakken. Een soort van werk met werk maken. Uiteindelijk zal de aanbesteding ook in zijn totaliteit worden uitgezet en willen we graag zorgen dat het traject van de verbouwing, zowel de verduurzaming als de verbouwing, die nodig is om de activiteiten van den Bolder verder vorm te geven, in dezelfde periode plaatsvindt. Maar uiteraard hebben we rekening te houden met levertijden, aannemers, leveranciers en wederom de activiteiten van Den Bolder. Dus dat geef ik in ieder geval graag even mee. Ik zit even te kijken, want volgens mij heb ik nu al een heel hoop verteld waarom Den Bolder.
En volgens mij heb ik alle andere vragen de vorige keer al beantwoord. De voorzitter: Voldoende zo? Ik zie nog dat meneer Spohr wil reageren op het college. De heer Spohr: Voorzitter, ik had nog een vraag gesteld over de koppeling met name. In het voorstel staat dat er een koppeling is tussen de verbouwing en de verduurzaming. We hebben ons wel afgevraagd of dat nou wel realistisch is of niet, maar kennelijk kan dat. Maar wat nou als die koppeling niet doorgaat? Onverhoopt, doordat de aanbesteding op een andere manier verloopt. Wat betekent dat dan? Gebeuren dan de projecten niet tegelijkertijd? Heeft dat ook weer consequenties voor de kosten? Wat is uw visie daarop? De voorzitter: Graag een korte beantwoording. We doen hier politieke verantwoording en reacties op moties en amendementen. Dus in deze zin kunt u de politieke verantwoording op u nemen. Mevrouw Schuijffel: In mijn beleving heb ik dat net beantwoord. Wij proberen dat in één aanbesteding te doen. We gaan ervan uit dat dat ook lukt. En dat we dan ook in dezelfde periode die activiteiten kunnen uitvoeren die nodig zijn. Dat wil niet zeggen dat het altijd op dezelfde plek in één keer is, want soms moet je een installatie doen, dan hoef je helemaal niet ergens te zijn waar een activiteit plaatsvindt.
Maar juist proberen we zoveel mogelijk ongemak ook binnen Den Bolder te voorkomen, zodat daar ook de activiteiten doorgaan. De voorzitter: Dank. Dan zijn we aangekomen aan de tweede termijn. Is er iemand die behoefte heeft aan een tweede termijn op dit onderwerp? Niemand? Dan is het debat afgerond en gaan we over tot besluitvorming. Ik wil het raadsvoorstel in stemming brengen. Is er iemand die een stemverklaring wenst af te leggen? Nee? Dan gaan we de digitale stemming openen. Het raadsvoorstel is aangenomen met 24 stemmen voor en 2 stemmen tegen. Aldus besloten. Ik sluit de bespreking van dit onderwerp af en ga over naar het volgende onderwerp. 16.
Huisvesting internationale schakelklas m.i.v. schooljaar 2023-2024
De Willem van Oranje Scholengroep verzorgt de opleiding internationale schakelklas. Het aantal leerlingen van de ISK is sinds 2022 aanzienlijk gegroeid. Door deze plotselinge groei zijn de leerlingen op dit moment over vijf locaties verspreid. Vanaf het schooljaar Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
32
’23-’24 is tijdelijke alternatieve huisvesting nodig voor dertien groepen. De gemeente heeft een zorgplicht voor de huisvesting van deze school. De raad wordt voorgesteld te besluiten over het beschikbaar stellen van een budget van zes ton, € 600.000,–, voor een tijdelijke herschikking van onderwijsruimte, zodat de ISK gehuisvest kan worden op één locatie. Ik heb u bij punt 3 van de agenda uitgelegd dat we een iets andere volgorde in de behandeling van dit raadsvoorstel hanteren, omdat dit een raadsvoorstel is dat later aan de agenda is toegevoegd. Dus wethouder Odabasi krijgt eerst de gelegenheid om het raadsvoorstel kort toe te lichten. En daar heeft zij een tweetal plaatjes voor, begrijp ik. Mevrouw Odabasi: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond. Allereerst wil ik beginnen met mijn betoog. Dat ik vanavond met dit voorstel kom, ik snap dat ik u daar ook mee verras. Dus ik wil u niet voor het blok zetten. Ik heb dat de hele avond gehoord bij meerdere raadsvoorstellen, dus ik wil dat even bij dit voorstel aangeven. Ik weet niet of de sheets in beeld kunnen? Er is een heel traject aan voorafgegaan. En het is een traject waar we niet op een andere manier op konden anticiperen. Wat er is gebeurd, deze gegevens hebt u ook in het raadsvoorstel, maar ik wil heel kort even schetsen wat de situatie is en waar we mee te maken hebben.
En ook mijn excuses, dat we dit niet op een eerder moment aan u hebben kunnen voorleggen. De situatie is als volgt. De ISK, zoals u weet, is een internationale schakelklas, dat is een regionale voorziening voor voortgezet onderwijs voor leerlingen uit allerlei landen, die in Waalwijk komen wonen. En dat kan zijn migratie, dat kan zijn vluchten, dat kan zijn statushouders, dus op allerlei manieren, die hier komen en die hier onderwijs volgen. En de situatie in 2021, als we kijken naar de peildatum waarop de leerlingenaantallen worden vastgesteld, was dat we op 1 oktober 2021 daar zeventig leerlingen hadden. En die leerlingen, die hadden onderwijs in de Baardwijksestraat, waar ze in de oude, ik ben even de naam kwijt, in de Baardwijk en ze zaten in BaLaDe. Dus in totaal hadden we voldoende aan die twee locaties. In ‘22 is dat aantal enorm gestegen naar 161 leerlingen. Toen hebben we ervoor gekozen om die leerlingen onder te brengen in de voormalige Pastoor Kuijpersschool. En we hebben extra lokalen bij BaLaDe en de Baardwijkse school in Waalwijk daarbij betrokken, zodat we nog steeds die leerlingen een plek konden geven. Eind vorig jaar is dat aantal nog verder gegroeid. Toen stonden we echt voor een dilemma. We zijn toen echt gaan shoppen en gaan kijken overal, of we nog meer lokale konden regelen. Dat was echt een heel pittige tijd.
Maar toen hebben we dus binnen BaLaDe bij de Kansenfabriek en bij Casade nog wat extra ruimte kunnen regelen, zodat we de ISK ook weer die opvang, die ruimte hebben kunnen geven, om de lessen te verzorgen, waardoor ze uiteindelijk op vijf locaties zaten, van vijf verschillende eigenaren of verhuurders. De huidige situatie is zo dat er op dit moment negentien klassen les krijgen binnen de ISK, op vijf verschillende locaties, waarvan er eentje per 1 mei is beëindigd. Dat is de Pastoor Kuijpersschool. En als we dan even naar het volgende plaatje gaan, dan hebben we – maar dit hoort meer bij de bij de oplossing. Per 1 mei is de Pastoor Kuijpersschool vervallen, want daar moet de Meerdijkschool naartoe, omdat zij in het nieuwe schooljaar beginnen met nieuwbouw. En dat is de tijdelijke huisvesting voor de Meerdijkschool. En die leerlingen die in de Meerdijkschool zaten tot 1 mei, die zitten nu op het Willem van Oranje college, omdat daar de leerlingen voor de examenklassen geen les hebben. Dus worden de ISKleerlingen daar gehuisvest. Dus als we kijken naar de groep ISK-leerlingen dan zie je daarin ook echt dat we ruimte proberen te gebruiken die we beschikbaar hebben op verschillende locaties om ze toch les te kunnen geven, ondanks dat dat niet optimaal is voor de leerlingen en ook voor de school, omdat ze op vijf locaties ook alle faciliteiten moeten organiseren.
Met de opmerking vanuit de ISK en ook met de prognoses die er zijn, zijn we gaan kijken wat er nodig is. En vanaf het nieuwe schooljaar, dus na de zomervakantie, hebben we ruimte nodig voor 20 lokalen, 20 leslokalen. Eén lokaal bij de ISK, dat zijn ongeveer 15 leerlingen. En voordat we op deze oplossing zijn gekomen, hebben we een aantal dingen onderzocht. We zijn bij bedrijventerreinen gaan kijken. We hebben makelaars benaderd, we hebben het eigen vastgoed bekeken, we hebben op locaties gekeken waar we eventueel noodunits konden zetten. Maar al die trajecten Notulen raadsvergadering 25 en 30 mei 2023
33
duurden heel erg lang. Binnen bestaand vastgoed was er geen ruimte, of we liepen tegen vergunningverlening aan, omdat de vergunning de huisvesting niet toeliet. En de termijn om dat te realiseren was te lang. Dus zijn we gaan kijken naar de leegstand in schoolgebouwen die we hebben. En we zijn dus tot de oplossing gekomen waarbij de basisschool Meerdijk gaat naar de Pastoor Kuijpersschool. Villa Vlinderhof, dat is een school in landgoed Driessen, waar we capaciteit hebben voor vijfhonderd leerlingen. Zij zitten nu over die capaciteit. En we hadden met Villa Vlinderhof afgesproken dat zij nog tot 2026 gebruik mochten maken van de ruimte in de PWA, omdat zij meer leerlingen hadden. Dus die zijn naar de PWA, die zaten daar voor de komende drie jaar. We zijn met hen in gesprek gegaan om die school leeg te krijgen. En zo hebben we eigenlijk geschoven met bestaande capaciteit, ruimte, scholen om tot deze oplossing te komen. Hiermee wil ik aangeven dat we niet over één nacht ijs zijn gegaan, om dit voorstel hier te leggen. Maar dit is ook de reden waarom we zo laat bij u zijn aangekomen. En ik wil u ook niet voor het blok zetten, maar ik wil wel aangeven dat, als er vanavond een nee komt op dit voorstel, er dan gevolgen zijn. En de rest zullen we straks denk ik, in het vraag-en-antwoordgedeelte met u doornemen.
Maar als we hier geen akkoord op krijgen, dan wil dat zeggen dat we na de zomervakantie vijf à zes groepen van de ISK niet kunnen huisvesten. En dat betekent dat we dan ook komen aan het recht van onderwijs van de kinderen. Het zijn jongere kinderen uit onze regio. Wij hebben daar een verantwoordelijkheid in. En daarom met spoed dit voorstel bij u. En ik wacht even de pitches en de vragen af. De voorzitter: Dank, wethouder. Er zijn in ieder geval twee fracties die zich hebben aangemeld om hier een pitch over te houden. En dat is Lokaal Belang en de VVD. Klopt dat? Ja. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. In de zomer van 2022 is de tijdelijke opvanglocatie voor statushouders en Oekraïners in onze gemeente geopend. Het is geen geheim dat de lokale VVD hier vraagtekens bij zette. Zo waarschuwden we ervoor dat er veel meer kosten gemoeid zouden gaan met de tijdelijke opvang, dan alleen de opvang zelf. Want goede opvang gaat immers niet alleen over een dak boven je hoofd, maar ook over toekomstperspectief, de taal leren, zorg en onderwijs krijgen. En over dat laatste, het regelen van het onderwijs voor de kinderen, daar voeren we vanavond het debat over. Want het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van de internationale schakelklas is gegroeid tot een niveau dat niet langer meer houdbaar is voor de huidige huisvesting.
De totale som voor het oplossen van deze puzzel – het werd al genoemd – is zes ton, waarvan de helft momenteel uit onze eigen middelen. Uit navraag naar de afspraken die zijn gemaakt met het Rijk over het dekken van de kosten van de tijdelijke opvang blijkt dat het heel erg ingewikkeld zit. Waar het onder aan de streep op neerkomt, is dat simpelweg de huisvesting van het onderwijs voor de leerlingen op een andere locatie, dus nu met ISK, niet is gedekt. En daardoor zijn we beland in een ingewikkelde situatie. Want onze kinderen van de OBS Villa Vlinderhof moeten in noodlokalen onderwijs volgen. Het onderwijs voor de leerlingen van ISK moet ook geregeld worden. En de helft van de kosten worden, op het moment waarop we dit debat voeren, niet gedekt door het Rijk. Wat de lokale VVD betreft moeten onze kinderen zo snel mogelijk in een vast onderkomen kunnen leren rekenen, lezen en schrijven. Dat betekent dat we het liefst zo snel mogelijk willen afschalen in het aantal noodlokalen dat nu wordt voorgesteld. We horen graag of de wethouder het met dat principe eens is. Ook hoort, wat de VVD betreft, niet de Waalwijkse gemeenschap, maar het Rijk op te draaien voor de kosten van deze huisvesting. Want een wijze man zei ooit tegen mij, voorzitter, geen knaken is geen taken.