Verslag raadsvergadering 11 december 2025
Tekst van het document
Het amendement roept het college ook nog op in de begroting ruimte te houden met het verwachte saldo in het Najaarsbericht. Dat is echt lastig. Die dingen worden na elkaar gemaakt. Als we iets zien, en soms zijn dat maar kleine bedragen, proberen we uiteraard rekening te houden en zo veel mogelijk door te voeren in de begroting. Soms heeft iets een oorzaak in het huidige lopende begrotingsjaar. Dan voer je het op via het Voorjaarsdan wel Najaarsbericht. Dan schiet er ook wel eens iets net naast de begroting. Dat is bijvoorbeeld zo’n septembercirculaire, die echt een structureel karakter heeft, maar ook bij andere tekorten. Er waren helaas een aantal kleinere dingen die we als college niet goed op het oog hadden. Daar zullen we scherper op zijn. Wat ons betreft, is dit punt wel echt de bestaande weg en de bestaande manier zoals we werken. Het geldt voor het tweede punt ook. Omdat we altijd kijken naar ons meerjareninvesteringsprogramma, en als we verwachten dat de kapitaallasten doorschuiven omdat we de realisatie van een bepaald project niet halen helaas, dan schuiven we die altijd bij een kadernota of begroting door. Op de korte termijn kijken we daar altijd naar. Dan stellen we financiële afwijkingen bij, bij het Voor- en Najaarsbericht. We proberen altijd zo realistisch mogelijk te begroten, dat mag u van ons verwachten.
Het is al in ons laatste gesprek volgens mij met de accountant in het jaarverslag benoemd van, probeer dat nog meer naar elkaar toe te brengen. Dat zal altijd een aandachtspunt voor het college zijn. Ik hoop u niet te hoeven overtuigen van het feit dat we zo realistisch mogelijk de afgelopen jaren hebben proberen te begroten. Wij snappen denk ik uw aanmoediging. Dan de motie van de ChristenUnie en de SGP. De motie constateert een aantal zaken, die ik graag in drie delen zou op willen delen. Eén, een aantal dingen zijn in onze ogen feitelijk onjuist. Twee, een aantal dingen zou het college graag nuanceren, dan wel willen
uitleggen waarom we tot deze keuze zijn gekomen. Inderdaad, wij interpreteren financiële spelregels echt anders dan de heer Van Groos. En drie, op één punt zou ik graag onze excuses willen aanbieden, omdat dit niet goed is gegaan. Voorzitter, laat ik dan met het laatste beginnen. Dit gaat over de onttrekking van de onderwijshuisvestingsreserve, net al aan gerefereerd. Op 2 september 2025 hebben we die raadsinformatiebrief 06725 verstuurd, waarin de raad geïnformeerd wordt over deze onttrekking. Dat is exact de werkwijze zoals we hebben afgesproken in de Financiële verordening. Echter hebben we daar een fout gemaakt qua bevoegdheid, die overigens niet eerder bij ons op het netvlies stond. Dit is echt een onbewuste fout. Nogmaals excuses daarvoor. In de RIB geven we namelijk aan dat we tot 75.000 euro mogen onttrekken, maar dit is, zoals de Financiële verordening voorschrijft, 50.000 euro. Hier had een andere weg gekozen moeten worden. Dat hebben we helaas, ik zeg nogmaals, onbewust niet gedaan. Dit was overigens qua timing wel echt haast onmogelijk, omdat de tegenvallers pas op een zeer laat moment bij ons bekend waren en het schooljaar toen praktisch op het punt van beginnen stond. Wij moesten heel snel handelen. Desalniettemin had dit anders gemoeten.
Mocht u meer over de inhoud van dit dossier willen weten, volgens mij staan we denk ik allemaal achter de keuze die we daar hebben gemaakt, althans, dat hopen wij, dan is uiteraard mijn collega wethouder Slaats bereid om op de inhoud door te gaan. Ik heb het tot de financieel-technische kant willen beperken. Dan het voorbereidingskrediet dat we voorstellen beschikbaar te stellen voor de houtwal. In onze begroting geven we aan dat het college voor nieuwe investeringen met aparte raadsvoorstellen naar de raad komt voor het beschikbaar stellen van het geld. Dit staat nergens in de Financiële verordening. Nergens staat dat dit geen onderdeel mag zijn van een ander raadsvoorstel, bijvoorbeeld het Voor- en Najaarsbericht. Er staat in de Financiële verordening, we mogen geen nieuwe zaken opvoeren via het Voor- en Najaarsbericht voor de begroting. Dat betekent dat je dan extra kapitaallasten bij wijze van nodig zou hebben. Deze investeringen stonden allemaal in de kadernota en in de begroting met kapitaallasten, dus is feitelijk geen nieuw voorstel op de begroting, want hier was al rekening mee gehouden in de meerjarenraming en in de begroting. We hebben dit al vaker gedaan. In het Voorjaarsbericht van 2024 hebben we dit gedaan voor de spoedeisende vervanging van de veiligheidsvloeren van de glascontainers. Krediet gevraagd tijdens het Voorjaarsbericht.
In het Voorjaarsbericht van 2025, een extra krediet beschikbaar gesteld voor Kindcentrum Meerdijk, ook toen in het Voorjaarsbericht. Als u als raad dit niet meer wil, laten we dan met elkaar duidelijke spelregels afspreken. U deed daarnet al een voorstel voor. Wat ons betreft volgen we echt de afspraken die we hebben. Als u vindt dat we met die zin in de begroting bedoelen dat dat een separaat voorstel mag zijn en geen onderdeel mag zijn van een ander voorstel, maak daar alstublieft duidelijke afspraken over en dan gaan wij die uitvoeren. Wij doen in onze ogen niets verkeerd.
De onttrekking uit de reserve automatisering hebben we juist aan de raad willen voorleggen met dit bericht. We hadden het als college zelf mogen doen. Dit gaat over een onttrekking onder de 50.000 euro. Dat betekent dat we bij wijze van met een collegebesluit en een raadsinformatiebrief dinsdag het bij de komende collegevergadering zouden kunnen doen en dan zou u volgende week een brief krijgen met deze onttrekking. Wij dachten, we leggen dit voor aan de raad, want dit kan mee in het Najaarsbericht en dan heeft u gewoon die onttrekking zelf kunnen doen en leggen we het besluit bij u. Dat had niet gehoeven, want het was onze bevoegdheid volgens de Financiële verordening. In onze ogen mag het dan ook uw besluit zijn. Vandaag dit voorstel. Er is hier feitelijk niets verkeerd gegaan volgens de Financiële verordening. Dan de onttrekking uit de algemene reserve voor de sloop van het Schoenenmuseum. Er was een krediet beschikbaar voor de sloop. U heeft dit op 26 oktober 2023 besloten. Er was toen zelfs 220.000 euro voorzien, maar door de brandschade en het saneren van de kosten zijn de uitgaven inderdaad 43.000 euro hoger geworden. Dit is echter niet hoger dan de rapportagegrens van meer dan 50.000 euro die we in de Financiële verordening met elkaar hebben afgesproken dat we daarop moeten rapporteren.
Bovendien, door de uitkering van de verzekering, omdat we verzekerd zijn voor brandschade, hebben we een uitkering van 172.000 euro gekregen en is er slechts een zeer beperkte onttrekking van de algemene reserve van 91.000 euro nodig. Die staat nu in het Najaarsbericht. Dit betekent netto een voordeel van 129.000 euro, minder onttrekking uit de algemene reserve, omdat de verzekering voor een heel groot gedeelte dit dekt. Dat heeft niets te maken met dat we niets doen volgens de Financiële verordening. U was aan zet met het beschikbaar stellen van het krediet voor de sloop van het Schoenenmuseum. Dan tot slot, de onttrekking van de reserve van het sociaal domein. Op 17 december hebben we u geïnformeerd recent via raadsinformatiebrief 11624 over de voortgang van het programma Samen Redzaam. Het college heeft toen de incidentele middelen die beschikbaar waren van de cofinanciering bij de Rijkssubsidie over zorg en veiligheid en de incidentele implementatiekosten van de value cases gedekt via de incidentele middelen die u beschikbaar heeft gesteld vanuit de transformatiemiddelen sociaal domein en het programma Samen Redzaam. We wisten echter dat we daarmee een tekort op de langere termijn zouden krijgen, omdat we dan te weinig incidentele gelden zouden hebben.
We wisten ook dat het Rijk naar alle waarschijnlijkheid geld zou betalen vanuit de commissie-Van Ark om ons te compenseren van de tekorten uit de jeugdzorg en om die gelden, hebben we met elkaar afgesproken en is het advies van de VNG, die in te zetten in de transformatie van het sociaal domein en de jeugdzorg. Dat is wat we nu voorstellen, want we hebben die gelden nu ondertussen gekregen in de septembercirculaire en dat bevestigen we nu in het Najaarsbericht, storten we die gelden in de bestemmingsreserve reserve sociaal domein. Daarmee vinden we het nu geoorloofd om te zeggen, we willen die transformatie betalen met die gelden. We vragen u nu om die 200.000 euro beschikbaar te stellen, zowel voor de cofinanciering als voor de value
cases. Notabene, die value cases gaan uiteindelijk dat geld nog opleveren, want dat is een megaombuiging die we waarschijnlijk gaan hopen te realiseren. Mocht u, om welke reden dan ook, want u bent aan zet vanavond, zeggen, beste college, u krijgt die 200.000 euro niet uit de reserve sociaal domein, dan stoppen we met dit beleid, hoe ontzettend zonde we dat ook vinden en hoe ontzettend veel werk er dan ook in de prullenbak gaat. U bent aan zet. Dan hebben we het één jaar gedaan, maar de meerjarige doorwerking stopt dan. Dan hebben we geen geld ongeoorloofd uitgegeven, maar dan is het geld wel op. Daarom stellen we nu voor deze extra onttrekking uit de reserve sociaal domein met geld van het Rijk waarvoor dit bedoeld is. Al met al snapt het college dat de raad eventueel in ieder geval deze motie betreurt dat we, onbewust, nogmaals, 14.000 euro te veel hebben onttrokken uit de reserve onderwijshuisvesting dan dat we bevoegd zijn. Daarvoor nogmaals onze excuses. De overige punten in deze motie zijn in onze ogen absoluut niet het betreuren waard. Integendeel, wij staan nog volledig achter ons voorstel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Klerx. Ik heb u de tijd gegeven om dit goed toe te lichten. Ik denk dat dat relevant is voor de rest van het gesprek hierover.
Ik zie meneer Van Groos opstaan om over de motie die hij heeft ingediend en waarop u antwoord hebt gegeven waarschijnlijk nog met u in gesprek te gaan. Meneer Van Groos, u heeft een verklaring gekregen voor een heel groot deel van de punten van treurnis. De heer Van Groos: Voorzitter, waarvoor dank dat dat is gebeurd. Excuses worden aanvaard. Ik denk dat het niet de plek is om nu een hele technische verhandeling te houden over de argumenten van de portefeuillehouder. Ik stel vast dat een krediet niet kan worden overschreden boven een bepaald percentage. Als het gaat om het slopen van het oude museum, is dat meer dan de marge die we vaststellen bij een krediet. De wethouder had het over wat er uit de reserve mag worden gehaald. Laat ik een andere vraag stellen, om dat dan toch nog duidelijk te maken. In de begroting wordt altijd een rijtje met vervangingsinvesteringen opgesomd. Met het aannemen van de begroting heeft het college toestemming om die vervangingsinvesteringen te doen. Ik heb daar mijn vragen bij, want welke vervangingsinvestering is een-op-een een vervanging? Daar zit altijd ontwikkeling in. De nieuwe investeringen worden via een apart raadsvoorstel aan de raad gevraagd. Net zo goed als dat vanavond aan de raad is gevraagd om middelen beschikbaar te stellen voor de bushalte. De nieuwe investeringen worden al in de begroting genoemd.
De kapitaallasten zitten in de begroting. Waarom zou het college dat niet kunnen doen? Waarom komt het college nu vragen om geld voor de bushalte of voor nieuwe investeringen voor de sporthal in Waspik? Dat zit al in de begroting. De voorzitter: Wethouder Klerx.
Wethouder Klerx: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch op het eerste punt ingaan, voorzitter, omdat het krediet van de sloop van het Schoenenmuseum slechts overschreden is met 43.000 euro. Volgens de financiële spelregels hoeven wij alleen maar afwijkingen te melden boven de 50.000 euro. Daar is niets gebeurd wat niet volgens de financiële spelregels mag. We hebben alleen nu willen melden dat we een voordeel hebben van 129.000 euro. Dat is wat we melden, het voordeel van 129.000 euro, want dat is meer dan 50.000 voordeel. Dat is wat we melden. Dan twee, waarom komt het college nu met voorstellen? Het college sluit zich helemaal aan met de woorden van de heer Van Groos, we moeten daar met aparte voorstellen voor komen. Nogmaals, dat zei ik net ook, in onze ogen is het Voor- en Najaarsbericht een apart voorstel en nemen we het hier expliciet als beslispunt op. U had ons alle vragen kunnen stellen over het voorbereidingsfeit. Wat bent u dan van plan met het voorbereidingskrediet voor die houtwal? Wat gaat u dan doen? Hoelang duurt dat? Maar we hebben dat gemeend inderdaad vrij summier in één, twee alinea's aan u te willen toevoegen, omdat het in onze ogen een vrij letterlijke vertaling is van de discussie die we hier al eerder hebben gedaan. Uiteraard komen we bij u terug als we de volledige 500.000 euro komen ophalen, een beetje populair gezegd.
Als we voorstellen om de rest van het geld beschikbaar te stellen, komen we uiteraard bij u terug met een volwaardig en solidair raadsvoorstel, omdat je dan het integrale plaatje ziet en dat u dan pas de rest van het geld beschikbaar stelt. Het voorbereidingskrediet is toch voor onze organisatie om alles voor te kunnen bereiden. Dan kunnen wij als college daarmee een voorstel doen, om te laten zien wat we nodig hebben om u in positie te brengen om een goed besluit en het geld beschikbaar te stellen, indien u dat wenst. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, deze raadsvergadering, zeker aan het einde van dit jaar, is niet de geschikte plek voor welles-nietesdiscussie. Dat hadden we al eerder vanavond. Ik ben het niet met de wethouder eens. Dat kan ik wel uitleggen, maar daar ga ik nu niet aan beginnen. Ik dank hem voor zijn reactie en ik laat het hierbij. Ik vraag aan u of we kunnen schorsen, zodat ik kan overleggen met de mede-indieners, voordat we aan de stemming beginnen. De voorzitter: Hoelang heeft u nodig? De heer Van Groos: Wat mij betreft een minuut, maar de anderen mogen ook nog wat zeggen. De voorzitter: Laten we tot 20.50 uur schorsen. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Wij vervolgen deze vergadering. Het is 20.50 uur. Meneer Van Groos, mag ik u het woord geven na de schorsing waarom u verzocht hebt?
De heer Van Groos: Voorzitter, de schorsing was om met elkaar te overleggen wat we met de motie van treurnis zouden doen. De uitkomst kan ik melden, dat is dat we blij zijn dat de wethouder de motie serieus heeft genomen en op alle punten in is gegaan, ook al hebben we daar nog discussie over. Daardoor vinden we het niet passend om nog een motie van treurnis in stemming te brengen. De voorzitter: Dank u wel voor deze redenering en de uitkomst. Dank u. Ik schat zo in dat de beraadslagingen eerste termijn gereed zijn. Heeft iemand behoefte aan een tweede termijn? Dan gaan we dit voorstel in stemming brengen. Ik kijk eerst naar het amendement. Wilt u het amendement in stemming brengen? Dan gaan we eerst het amendement in stemming brengen, behorend bij dit raadsvoorstel. Amendement Sluitende meerjarenraming. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Ik zie meneer Spohr van het CDA, meneer Den Braven van GroenLinksaf. Meneer Spohr. De heer Spohr: Voorzitter, om duidelijk te zijn, het CDA zal tegenstemmen. We vinden het, en dat is hier al meermalen gezegd, een oneigenlijk middel. Het woord windowdressing is genoemd. Dat was ons uit het hart gegrepen. Wij wensen niet op de stoel te gaan zitten van de volgende raad. De VVD kennelijk wel. Wij constateren dat kennelijk de verkiezingscampagne vanavond al is begonnen. De voorzitter: Dank u wel, meneer Spohr. Meneer Den Braven.
De heer Den Braven: Dank u wel, voorzitter. Zoals gezegd, zullen wij tegenstemmen. Daarmee willen we niet zeggen dat wij vinden dat er iets onbehoorlijks of verkeerd gedaan wordt, maar wel dat we het moment fout vinden, zoals we betoogd hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij stemmen over het amendement. De raad stemt digitaal over het amendement. Met 19 stemmen voor en 9 stemmen tegen wordt het amendement aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we het geamendeerde raadsvoorstel in stemming brengen. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Niemand. De raad stemt digitaal over het raadsvoorstel. Met 23 stemmen voor en 5 stemmen tegen wordt het raadsvoorstel aangenomen. 14.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Waalwijk 2026
De voorzitter: Dan stel ik voor dat we het volgende punt op de agenda behandelen voordat we naar een pauze toe gaan. We hebben net al een korte schorsing gehad, aangezien we nog een heel aantal punten op de agenda hebben staan. Dat is de APV, de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waalwijk 2026. Aangezien dit een onderwerp uit mijn eigen portefeuille is, draag ik de voorzittershamer over aan de eerste vicevoorzitter van de raad, de heer Van Belkom.
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Ausems. Wij gaan verder met agendapunt 14, Algemene plaatselijke verordening gemeente Waalwijk 2026. De Algemene plaatselijke verordening, de APV, bevat lokale regels om onze gemeente voor iedereen leefbaar te houden. De raad stelt jaarlijks een nieuwe APV vast. Het is een bespreekpunt voor Lokaal Belang, de VVD, GroenLinksaf, Samen Waalwijk, Lijst IJpelaar en de ChristenUnie. Ik wil de heer Van Groos graag als eerste het woord geven. De heer Kocken: Voorzitter, wij zien af van de spreektijd. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De gemeente Waalwijk verdient een hoofdstuk in het boek Komt een land bij de dokter. Mensen die hier aan de bedelstaf zijn geraakt of dakloos zijn geworden, en dat is lang niet altijd hun eigen schuld, worden door deze APV geconfronteerd met een Waalwijks systeem dat hen een boete oplegt die ze niet kunnen betalen. Het idee hierachter is dat ze dan wel hulp moeten accepteren. Voorzitter, een verbod op bedelen en slapen in de openbare ruimte lijkt misschien ordelijk en veilig, maar in werkelijkheid treft het de meest kwetsbare mensen in onze gemeente. Wie buiten slaapt of om financiële hulp vraagt, doet dat niet uit keuze, maar uit nood. Straffen maakt die nood alleen maar groter.
Mensen verdwijnen uit beeld, raken dieper in de problemen en zoeken juist minder snel contact met hulpverlening. Als ChristenUniefractie vinden wij dat een samenleving wordt getoetst op hoe zij omgaat met wie kwetsbaar is. Onze opdracht is niet om te beboeten, maar om te beschermen. Niet om weg te kijken, maar om nabij te zijn. In plaats van sancties hebben we opvang, begeleiding en perspectief nodig. Een boete verandert niets aan iemands situatie, maar een helpende hand wel. Daarom pleiten wij voor een menswaardige ondersteuning, en niet voor straf. Dat doen we samen met SGP, Samen Waalwijk, CDA en Lijst IJpelaar, door het amendement in te dienen. Waarom zou Waalwijk niet een aanpak als Housing First inzetten? Daarmee is een woning het startpunt en niet het eindpunt van een traject. Bij Housing First gelden naast het bieden van steun en het zorgen voor onderdak drie voorwaarden. Eén is het accepteren van begeleiding, twee is geen overlast veroorzaken en drie is het betalen van de huur, waarbij wordt geholpen met het aanvragen van een uitkering. Tot zover. Dank u wel.
Amendement: Buitenslaapverbod (2:54) + bedelverbod (2:65) De fractie(s) stel(len) het volgende amendement voor: Constaterende dat: - In de APV al enkele jaren een bedelverbod is opgenomen vanwege ervaren overlast van mensen die bedelen; - Het college om een soortgelijke reden het gebruiken van een openbare plaats als slaapplaats wil verbieden;
-
Het college het doen van een FIXI-melding als bewijs van overlast beschouwt.
Overwegende dat: - Bedelaars en daklozen die op grond van deze regels in de APV een boete krijgen, deze niet kunnen betalen; - Een boete iemands situatie niet verbetert, maar een helpende hand wel. Besluit: 1. Het eerste beslispunt uit het dictum van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: “De Algemene plaatselijke verordening gemeente Waalwijk 2026 met uitzondering van de artikelen 2:54 en 2:65 vast te stellen”; 2. Aan het dictum van het raadsvoorstel een derde beslispunt toe te voegen: “Het college op te roepen om op zoek te gaan naar een aanpak die menswaardige ondersteuning in de vorm van opvang, begeleiding en perspectief biedt”. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. Welke van de fracties ondersteunt dit amendement nog meer? Geen. Dan geef ik het woord aan de heer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, bij het vaststellen van de APV voor 2025 is ervoor gekozen geen onderscheid meer te maken tussen waardevolle en niet waardevolle bomen. Daardoor zijn nu alleen bomen op particulier terrein met een omtrek van 100 centimeter of meer vergunningplichtig. Dat heeft het voordeel dat minder bomen worden gekapt, maar ook een duidelijk nadeel. Waardevolle volwassen bomen onder de 100 centimeter zijn niet langer beschermd. Ze kunnen nu vergunningvrij worden gekapt. Dat vonden wij toen al onacceptabel en dat vinden wij nog steeds.
Daarnaast ontstaat er een ongelijkwaardig onderscheid tussen bomen op gemeentegrond en op particulier terrein. Alsof bomen op particulier terrein minder belangrijk zouden zijn. Het verschil tussen 50 en 100 centimeter is bovendien erg groot. Daarom stellen wij voor om de grens terug te brengen naar 75 centimeter, al hadden wij graag alle waardevolle bomen beschermd, maar we begrijpen dat het college en de raad niet zullen terugvallen op de oude, lastiger uitvoerbare categorie Waardevolle bomen. Voorzitter, vorig jaar is toegezegd dat in 2025 gemonitord zal worden hoe het aantal aanvragen zich ontwikkelde. Nu blijkt dat daar onvoldoende inzicht in is. Voorzitter, dat is voor ons teleurstellend. Het is vreemd om bomen niet te beschermen omdat we bang zijn voor mogelijke capaciteitsproblemen. Zeker nu er geen signalen zijn dat de werkdruk het afgelopen jaar is geëxplodeerd. Met een grens van 75 centimeter beschermen we meer volwassen bomen en houden begrip op de kwaliteit van onze groene leefomgeving. Wij begrijpen dat dit mogelijk gevolgen kan hebben voor de capaciteit. Daarom spreken we nadrukkelijk uit, als extra inzet nodig is, horen wij dat graag. Niet kiezen voor bescherming uit angst voor extra werk is wat ons betreft geen houdbaar argument. Voorzitter, bomen zijn het beschermen waard, ook op particulier terrein.
Met dit amendement voorkomen we dat we later moeten zeggen, hadden we deze bomen maar behouden.
Amendement: Aandacht voor bomen De fractie stelt het volgende amendement voor: Constaterende dat: - In de APV onder het mom van deregulering steeds minder strenge regels zijn opgenomen voor het behouden van bomen in de openbare ruimte, of op particulier terrein; - Reeds bij het aannemen van de APV voor 2023 de omtrek van bomen als vereiste voor een vergunningsaanvraag in de APV terecht is gekomen; - In de APV van 2025 de vergunningsplicht op particulier terrein is verruimd van een dwarsdoorsnede van 15 centimeter tot een dwarsdoorsnede van ruim 30 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, waarbij dit geldig is voor alle bomen; - Reeds bij het aannemen van de APV voor 2023 de Catalogus Waardevolle Bomen formeel uit de begrippenlijst van de APV is geschrapt; - Er nog altijd geen duidelijkheid bestaat over de effecten van de nieuwe regels op de gemeentelijke capaciteit; - Bomen met een omtrek tussen de 75 en de 100 cm op dit moment vergunningsvrij kunnen worden gekapt.
Overwegende dat: - Het uitstellen van een meer uitgebreide vergunningsplicht bij bomenkap omwille van capaciteitsgebrek binnen het gemeenteapparaat niet opweegt tegen de wens en de noodzaak om waardevolle bomen te behouden; - Deregulering mogelijk contraproductief werkt als we willen zorgen dat bomen minder snel gekapt worden; - Het college zelf heeft aangegeven dat het doel moet zijn om bomenkap tegen te gaan; - Het niet langer hanteren van de Catalogus Waardevolle Bomen, en het verruimen van de vergunningsvrije kap op particulier terrein ervoor zorgt dat er veel extra bomen gekapt zullen worden; - De oude minimale vergunningplichtige omtrek van 50 cm op particuliere grond, ver afstaat van de nieuwe minimale vergunningplichtige omtrek van 100 cm, wat een verdubbeling is en gaat zorgen voor veel extra bomenkap; - De vergunningplicht een effectief middel is om alle bomen te behouden op zowel openbare als particuliere gronden, maar de nieuwe minimale vergunningplichtige omtrek van 100 cm op particuliere grond ervoor zorgt dat er onnodig veel bomen worden gekapt. Besluit: 1.
Het eerste beslispunt uit het dictum van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: “De Algemene plaatselijke verordening gemeente Waalwijk 2026 vast te stellen, met dien verstande dat artikel 4.11, lid 1b als volgt wordt aangepast: • Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand, met een omtrek van de stam van minimaal 75 centimeter
(=23,88 cm doorsnede) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, op alle andere gronden dan grond die in eigendom is van de gemeente Waalwijk, te vellen of te doen vellen”. 2. Het volgende beslispunt aan het dictum van het raadsvoorstel toe te voegen: “Het college te verzoeken, indien noodzakelijk geacht, met een voorstel te komen voor de benodigde ambtelijke en/of financiële capaciteit om de uitvoering van artikel 4.11, lid 1b te borgen”. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Welke van de fracties ondersteunt dit amendement? Fractie van D66. Dan is de volgende spreker mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in het centrum geldt al een fietsverbod, maar handhaving schiet helaas tekort. Dan heeft meer regels geen zin. Het gaat ons om fatbikes in het centrum, niet om het voertuig, maar om gevaarlijk gedrag. Sommigen houden zich keurig aan het verbod, anderen scheuren toch langs winkelend publiek, vooral in de doorgang naast De Els is het raak. Boa's controleren, maar ze zijn er niet altijd. Inwoners zijn er echt klaar mee. Je hoort die dingen niet aankomen. Mensen schrikken en ze vragen ons niet om een stapel regels, maar om maatregelen die werken. Vorige week zag ik tot mijn verbazing zelfs een brommobiel tussen de shoppers laveren. Dat laat zien, het probleem is breder dan fatbikes.
Wie verbodsborden negeert of gevaarlijk rijdt, moet worden aangepakt. Regels zonder handhaving is niets op straat. Inwoners willen gewoon rustig boodschappen doen. Dat raakt aan iets groters. Niet grote woorden, maar woorden die raken. Zoals Maya Angelou ooit schreef: “De cirkel van het leven beweegt ons allemaal. Het is de sprong naar vertrouwen, het is de band van hoop.” Voorzitter, vertrouwen en hoop betekent voor ons voorlichting alleen werkt niet. Handhaving alleen ook niet. Portefeuillehouder, we hebben slimme extra middelen nodig tegen roekeloos gedrag. We hoeven geen oorlog tegen fatbikes, maar tegen gevaarlijk gedrag. Daar bent u het toch met ons eens? Voor zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw IJpelaar. Dan gaan wij luisteren naar de fractie van de VVD. Ik zie de Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De APV is een belangrijk instrument om Waalwijk leefbaar en veilig te houden. Als lokale VVD hanteren we al jaren een duidelijk uitgangspunt. Verdunnen en versterken. Verdunnen door overbodige regels te schrappen en versterken om onze veiligheid op straat te vergroten. Dan moeten we eerlijk zijn, dit jaar zijn er een aantal regels bij gekomen, terwijl er geen hele artikelen zijn geschrapt. Het college schrijft zelfs dat er dit jaar geen reden zou zijn om artikelen te laten vervallen. De VVD kijkt daar wel anders tegenaan.
Als we de APV alleen maar uitbreiden, krijgen we meer regeldruk in plaats van deregulering. Daarom zijn we blij dat de burgemeester in de gespreksavond al aangaf kritisch te willen blijven kijken naar de omvang en de noodzaak van alle regels in de APV. Dat is nodig en dat mogen we verwachten.
Voorzitter, we zijn hier niet alleen om te schrappen. Voor de veiligheid van onze straten moeten we doen wat nodig is. Dat brengt me bij het punt dat ik eerder inbracht, overlast gevend gedrag op fatbike. We hebben serieus overwogen om vandaag met de motie te komen, zeker nu gemeenten zoals Enschede bijvoorbeeld vandaag hebben aangekondigd om daar in hun APV dingen over op te nemen. We liepen tegen een dilemma aan, en mevrouw IJpelaar schetste dat ook al. Is het probleem het voertuig of het gedrag? Voor de lokale VVD is het gedrag het werkelijke probleem, maar het gedrag komt opvallend vaak voor op fatbikes, en overigens vapes. De plekken waar dit gebeurt, voorzitter, zijn allang geen verrassing meer. Bewoners en ondernemers noemen keer op keer dezelfde hotspots. Het Bloemenoordplein, het Hoefsvengebied, de binnenstad, rondom scholen, rondom sportverenigingen. Met één rondje bellen met buurtbewoners en winkeliers kreeg ik al een complete waslijst mee. Zo concreet is de overlast. Dan weten we precies waar we het over hebben en wat hier speelt. Laten we daar heel duidelijk over zijn. Wat de lokale VVD betreft pakken we overlast gevend gedrag ook met fatbikes keihard aan. We laten geen straat in Waalwijk, Sprang-Capelle of Waspik over aan herrieschoppers op twee wielen.
En inderdaad, niet elke fatbike is het probleem, maar de groep die wel voor problemen zorgt, zal gevolgen moeten zien. Daarom zouden we de burgemeester om een toezegging willen vragen om zo snel mogelijk, maar uiterlijk in het tweede kwartaal van komend jaar, deze overlastlocaties in kaart te brengen op basis van feiten, met politie, Tavenu, ondernemers die er last van hebben, om vervolgens te komen met een gerichte inzet om die overlast daadwerkelijk terug te dringen, controles op fatbikes uit te breiden om op te treden tegen deze hufters. We zouden de burgemeester willen vragen om de ontwikkelingen rondom lokale fatbikeverboden nauw te volgen. We moeten gericht handhaven, tuig aanpakken en verkeersveiligheid verbeteren. Dat is wat ons te doen staat. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, Bokšan. Dan gaan wij luisteren naar de fractie van Lokaal Belang. Ik zie mevrouw Koptagel. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Voorzitter, als Lokaal Belang hebben we overwogen een motie in te dienen om twee aanvullende artikelen aan de APV toe te voegen. Ten eerste een meldplicht voor leegstand om de gemeente eerder in positie te brengen en tijdig met eigenaren in gesprek te kunnen gaan over hergebruik, verhuur of herbestemming. Op basis van ambtelijke informatie en de toezegging van de portefeuillehouder zien wij af van het indienen van deze motie.
Het college geeft aan kort op leegstand te zitten. Er is goed inzicht, er is contact met eigenaren en signalen worden vroeg opgepakt. Wat wij willen bereiken, gebeurt al, maar dan zonder een zwaar instrument van een APVbepaling. De wethouder heeft daarbij toegezegd hiermee actief aan de slag te gaan, zodat de landelijke regeling leegstandheffing in werking treedt. Daarnaast hebben we overwogen een artikel over gebruik van drones in de openbare ruimte, waarmee het college gebieden kan aanwijzen en regels kan stellen om veiligheid
te waarborgen en toekomstige risico's te beperken. Voor drones geldt dat er nu geen sprake is van overlast en het college de landelijke ontwikkeling afwacht. Mocht aanvullende lokale regeling toch nodig blijken, dan legt het college dit via een tussentijdse APV-wijziging aan de raad voor. Deze ruimte willen het college dan ook geven. Wat betreft het amendement van bedel- en buitenslaapverbod, ik wil benadrukken dat wij als Lokaal Belang niet de partij zijn die kwetsbare mensen wil bestraffen. Integendeel, wij vinden dat niemand op straat hoort te slapen en dat niemand zo wanhopig zou moeten zijn dat hij moet bedelen. De geest van de APV-regel zien wij dan niet om mensen in nood boetes op te leggen, maar juist omdat wij verantwoordelijkheid voelen en voor zowel deze mensen als onze inwoners, ondernemers en hulpverleners in de praktijk. Het schrappen van dit artikel klinkt misschien zacht en sociaal, maar in de praktijk werkt het tegen mensen in nood en tegen leefbaarheid van onze gemeente. Wij willen dat gemeente Waalwijk een stad is waar mensen geholpen worden wanneer ze dat nodig hebben, maar waar wij kunnen ingrijpen wanneer zij of anderen in de knel komen. Zonder de APV-artikelen kan dat niet. Daarom zullen wij dit amendement niet steunen. Ook het amendement van GroenLinksaf kunnen wij niet steunen.
Het veronderstelt dat alle bomen tussen 75 en 100 centimeter waardevol zijn, terwijl waardevolle bomen al beschermd worden via het bestaande bomenbeleid en ruimtelijke instrumenten. Daarnaast leidt het verlagen van de grens tot een forse toename van vergunningplichtige particuliere bomen met extra lasten voor de inwoners en meer conflictsituaties, terwijl het milieueffect beperkt blijft. We zetten ons in voor een APV die effectief, proportioneel en uitvoerbaar is en blijven de ontwikkelingen nauwlettend volgen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koptagel. Dan hebben we alle bijdrages gehad. Wie wil reageren op de bijdragen die zijn geleverd? Ik zie de heer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Een vraag aan mevrouw Koptagel, die reageerde op ons amendement om het bedelverbod en het buitenslaapverbod uit de APV te krijgen, met als argument dat het opleggen van een boete mensen dwingt om hulp te accepteren, of ik heb het niet goed gehoord, want ik zie dat er met het hoofd wordt geschud, terwijl het college als aanleiding geeft dat mensen bijvoorbeeld via Fixi meldingen doen van overlast als ze een bedelaar tegenkomen.
Naar ons idee is de aanleiding veel meer het tegengaan van die overlast omdat andere mensen daar last van hebben, dan dat je mensen die bedelen of op straat slapen, buiten slapen, niet op een andere manier zou kunnen helpen dan ze te dwingen tot hulp door middel van een boete. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koptagel wil reageren, neem ik aan.
Mevrouw Koptagel-Demirbas: Dwingen tot hulp accepteren, dwingen, dat woord heb ik niet gebruikt. Wat we hier niet inzien, is dat niet alleen kwetsbaren in deze situaties komen. We hebben meer doelgroepen. Als je het hebt over bedelen bijvoorbeeld, je hebt bendes, je hebt verslaving, mensen die hulp niet accepteren en daardoor dakloos of in dat soort situaties terechtkomen. Het is niet alleen van meest kwetsbaren en we gaan beboeten. Ik zie nog steeds dat de geest van het artikel is het middel en misschien door dat middel heb je mensen die het alsmaar niet accepteren en ervan weg willen blijven toch op een andere manier op andere gedachten kan zetten. Dwingen, dat niet. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos, geen reactie. De heer Van Groos: Nee, voorzitter, dan wordt het een herhaling van zetten. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u. Dan zie ik de heer Bokšan bij de interruptiemicrofoon. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde inderdaad vanuit de VVD kort reageren op het voorstel van de heer Van Groos. Ik heb goed geluisterd naar zijn betoog.
Wat ik wel jammer vond, en ik snap dat het een soort debattrucje is van de heer Van Groos, hij zegt dat de ChristenUnie voor menswaardige ondersteuning is en schetst dat de partijen die bij wijze van spreken tegen dit voorstel zouden zijn, daartegen zouden zijn, alsof daar een tegenstelling tussen zou zitten. Als je voor of tegen dit voorstel bent, dat je dan bijvoorbeeld tegen menswaardige ondersteuning bent. Dat vind ik een valse tegenstelling. Ik had daar wel een vraag over. Dat geldt ook voor de SGP. In de bijdrage hoorde ik dat de noodzaak er niet voor is, alleen in de technische vragen die zowel de ChristenUnie maar ook de SGP heeft gesteld, hebben ze gevraagd van, wat is de noodzaak van dit deze artikelen? Dat gaat niet alleen maar over het bedelverbod, maar over het buitenslaapverbod. Het college heeft daarop aangegeven dat er vier meldingen zijn geweest afgelopen jaar over bedelen. Daar is geen handhaving op geweest. Volgens mij zijn er wel meldingen over geweest. Er wordt duidelijk aangegeven dat onze agenten, onze handhavers het afgelopen jaar meermaals twintig tot dertig keer mensen hebben buiten zien slapen.
Ik vraag me af in het licht van wat onze eigen mensen op straat zien en dat constateren en dat je dat wil voorkomen en niet wil hebben op straat, waarom dan alsnog dat onderdeel over het buitenslaapverbod ook in dit voorstel staat, terwijl de noodzaak daarvoor volgens mij al helemaal bewezen is, als onze eigen politieagenten, onze eigen handhavers op straat zien dat tientallen keren per jaar dit soort dingen gebeuren. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Twee opmerkingen. Eén, het laatste, de mensen op straat, de boa’s, de agenten enzovoorts, die hebben geen middelen om in te grijpen. Dat is een tekortkoming in ons systeem. Dat heb ik in onze eerste termijn
aangegeven. Het systeem krijgt vervolgens een vervolg door dan te zeggen, dan moeten we ze een boete opleggen want dan zullen ze hulp accepteren. Dan vraag ik aan meneer Bokšan, en dat is de reactie op zijn eerste punt, wat is er menswaardig aan iemand een boete opleggen die uit nood ofwel buiten slaapt en of bedelt en de boete niet kan betalen? Wat is daar dan menswaardig aan? De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik ga in op allebei de punten. De heer Van Groos schetst alsof onze politieagenten, onze boa's geen middelen zouden hebben. Volgens mij is dat helemaal niet waar. Dat horen we zo meteen dan wel van de burgemeester. Volgens mij, als de heer Van Groos constateert dat, dus we zouden ervan uitgaan in de situatie dat ze die middelen niet hebben, volgens mij heb je juist dan wel een artikel nodig in de APV om daarop te kunnen handelen. Volgens mij bewijst dat opnieuw waarom ik het buitenslaapverbod in dit voorstel nog niet begrijp. Op het tweede punt van de heer Van Groos over het bedelverbod, volgens mij weten de heer Van Groos en ik allebei dat dit bedelverbod vaak niet wordt ingezet om vervolgens een boete te geven, maar om als actie te hebben om mensen inderdaad hulp aan te bieden.
Alleen wat ik tot nu toe niet in het debat heb gehoord en wat ook de realiteit is, is dat heel veel mensen, althans, heel veel mensen, degenen waar we het over hebben, deze specifieke doelgroep, die relatief klein is, vaak hulp niet accepteert. Dat maakt de situatie erg lastig. Ik denk dat de ChristenUnie, de VVD, Lokaal Belang en andere partijen volgens mij het er allemaal over eens zijn dat mensen die op straat slapen of dat ze moeten bedelen we moeten helpen. Volgens mij stond ook in de technische beantwoording van uw vragen een legio mogelijkheden die de gemeente biedt om mensen te ondersteunen, om te helpen. Daar moeten we meer op inzetten. Daar heb je wel een bepaling voor nodig in je APV om daar wel te kunnen blijven handelen. Dat is de hele redenering achter het voorstel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, moet ik van de heer Bokšan begrijpen dat een boete, het dreigen met een boete en het uitsteken ervan gelijk is aan het uitsteken van de hand, een helpende hand? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Bokšan. De heer Bokšan: Voorzitter, ik weet niet of de heer Van Groos heeft begrepen wat ik net heb gezegd.
Er zijn heel veel, en dat geldt niet alleen de APV, als ik hem mag meenemen in een veiligheidscollege, er zijn heel vaak boetes, dingen die strafbaar zijn, waar politieagenten op straat of onze handhavers tegenaan lopen en er bewust voor kiezen om mensen daar niet voor te beboeten, omdat ze weten dat in die situatie het onhandig is.
Ik heb een hele tijd geleden nog een keer met de politieagent in Waalwijk meegelopen. Die moest een boete uitdelen voor wildplassen op straat. Heeft hij niet gedaan, omdat hij weet wat de situatie is van die persoon. Dat is hoe onze politieagenten, onze handhavers handelen. Dat betekent dat, als je een artikel in je APV hebt staan over een boete, dat betekent niet gelijk dat er een boete wordt uitgedeeld. Volgens mij weet de heer Van Groos dat dondersgoed en geeft die opnieuw een valse tegenstelling. Laten we het wel houden bij de feiten, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, de heer Bokšan. Wilt u toch op uw bewoordingen passen graag? Het woord is aan de heer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, het bijzondere is wel dat de VVD zegt, de APV moet dunner en er moeten artikelen uit. Er komen nu artikelen bij. Dat heeft de heer Bokšan al vastgesteld. De reden waarom het artikel komt, is dat we dan hulpverleners de mogelijkheid bieden om te zeggen, ik zou je een boete mogen geven, maar ik doe het niet. Is dat dan de manier waarop wij regels in de APV opnemen, om te kunnen zeggen, het mag niet, maar ik doe toch zo? Ik pas artikel 5 toe. De plaatsvervangend voorzitter: We moeten oppassen voor herhaling. Ik geef graag het woord aan de heer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Allereerst nog op uw punt van orde.
Ik weet niet meer exact wat mijn bewoordingen waren, misschien het woord dondersgoed dat dat niet bevalt. Dan zal ik dat niet gebruiken. Dan neem ik dat terug. Op het punt van de heer Van Groos, de VVD heeft aangegeven dat wij staan voor verdunnen en versterken. Wij willen inderdaad overbodige regels schappen. Continu geven wij ook aan dat regels voor onze veiligheid om overlast terug te dringen in de openbare ruimte, wat ook gaat over onze veiligheid, dat die nodig zijn. VVD acht dit allebei als bepalingen en artikelen in de APV die nodig zijn om achter de hand te houden voor het geval dat het wel plaatsvindt. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Groos. De heer Van Groos: Korte opmerking. De VVD zegt ook dat regels die in de APV staan en niet worden gehandhaafd en het niet opleggen van een boete terwijl dat wel in de APV staat, wordt hij dan wel gehandhaafd? De plaatsvervangend voorzitter: Korte reactie, meneer Bokšan. De heer Bokšan: Volgens mij vallen we dan in herhaling, want dan ga ik het antwoord opnieuw geven dat de bepaling en het artikel dat in APV staat vaak gebruikt wordt als aanleiding om juist mensen hulp te bieden. Dat is volgens mij iets waar de ChristenUnie en de VVD allebei voor zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Het is duidelijk. Dank u wel. Ik zie mevrouw Koptagel.
Mevrouw Koptagel-Demirbas: Ik zou graag op de laatste reageren van meneer Van Groos. Er bestaat iets als handelingskader en bejegeningsgedrag, als de hulpverleners optreden of de boa's of de politie. Ze kunnen best in het handelingskader afspreken van hoe ze bejegenen, hoe ze het contact leggen, wat het eerste doel is. Als het redmiddel is een boete opleggen in bepaalde situaties, zou dat het laatste middel kunnen zijn. Je kan altijd in het handelingskader afspreken hoe je tot dat punt gaat komen. Iets voor handen hebben, maar niet als bedoeling dat je direct die rode kaart gaat gebruiken. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, wij pleiten voor het handelingskader, met uitzondering van de boete. Dat is bijvoorbeeld aan iemand die buiten slaapt en onderdak aanbieden en dan met die persoon in gesprek gaan. Housing First heb ik genoemd. Er zijn meer opties. De vraag is aan het college om te zoeken naar andere middelen. De plaatsvervangend voorzitter: Daar zal het college antwoord op geven. Mevrouw Koptagel. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Misschien val ik deels in herhaling, maar dan kom ik weer bij de situatie, het zijn niet altijd mensen die uit nood buiten slapen. We hebben al meerdere doelgroepen, bijvoorbeeld een verslaafde of mensen die echt hulp nodig hebben die dat pertinent niet accepteren of ervan weglopen.
Dan heb je weer een middel op een andere manier, stok achter de deur om ze misschien wel om te buigen tot hulp te krijgen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik hoorde geen vraag. Wilt u reageren, meneer Van Groos? De heer Van Groos: Voorzitter, een stok achter de deur klinkt niet als hulpmiddel. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, wij willen nog reageren op het amendement van de ChristenUnie. Omdat wij het eens zijn met de strekking van het tweede punt uit het dictum, maar wij niet kunnen overzien wat het verwijderen van de eerste punten daadwerkelijk betekent, zouden wij op dit moment willen afwachten wat de reactie is van de portefeuillehouder. Wij kunnen ons dan wel voorstellen dat misschien een motie in de vorm van het tweede punt van het dictum wel door ons gesteund kan worden. Over het amendement kunnen we dat nu nog niet zeggen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dan denk ik dat het verstandig is te luisteren naar wat de portefeuillehouder hierover te zeggen heeft. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Meneer Den Braven, voldoende?
De heer Den Braven: Op dit punt wel, voorzitter. Ik zal het eerst bij onze eigen motie houden, want Lokaal Belang reageerde daarop. Daarin werd onder andere aangegeven dat er nog een instrumentarium zou bestaan waarbinnen waardevolle bomen zouden kunnen worden beschermd. Naar ons weten is die er niet meer, is die uit de APV verwijderd. Wij snappen niet helemaal waar dit argument nog op gestoeld is. Daarom willen we toch graag weten van Lokaal Belang wat het meest zwaarwegende argument is om dit amendement niet te steunen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik zie mevrouw Koptagel, is onderweg naar de interruptiemicrofoon. We wachten eventjes. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Een van de argumenten was capaciteit van, als je de omvang groter maakt, dan zouden zomaar tientallen bomen weer in aanmerking komen voor een vergunning, waardoor we de bewoners meer belasten met allerlei regelgeving. Conflicten kunnen ontstaan, bezwaarprocedures enzovoort. Het is niet alleen capaciteit voor aanvraag van vergunningen, maar wat het allemaal met zich meebrengt. Een ander argument was van, als GroenLinksaf aangeeft van, het zijn allemaal bomen die beschermd dienen te worden en waardevolle bomen, voor dat soort bomen is al beleid of anderszins. Helemaal niet? Ook niet de ruimtelijke ordening en dat soort zaken, dat je bepaalde bomen, beschermde bomen … Dan hou ik het bij capaciteit.
Mijn veronderstelling was dat we die regels nog hadden. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Het gaat over capaciteit, het woord is aan de heer Den Braven. De heer Den Braven: Dank u wel, voorzitter. Fijn in ieder geval dat dat dan is opgehelderd. Uiteindelijk blijft dan het bestaande punt, en dat hebben we zo willen verwoorden in de pitch, je maakt een keuze tussen willen we voor alle bomen die van een bepaalde grootte zijn een vergunningsplicht over uitspreken? Wat niet wil zeggen dat die per definitie niet gekapt kan worden. Of vind je dat die bomen niet het waard zijn om daar een keer extra naar te kijken, waardoor mensen de vrijheid hebben om ze altijd te kappen? Volgens mij hebben wij aangegeven in onze pitch en ook in de argumentatie daaromheen en in het amendement waarom wij vinden dat die wel bewaard zouden moeten blijven. Het stukje zit hem juist in het feit dat we geen waardevolle bomen meer onderscheiden van normale bomen, waardoor door de verandering in de APV vooral die categorie nu kapbaar wordt zonder dat je daar een vergunning voor hoeft te vragen. Eerst waren bomen vergunningplichtig tot volgens mij 50 centimeter omtrek. Nu zit alles op 100 centimeter omtrek, waardoor je een gat krijgt. Daarom vinden wij dit nodig.
We hebben niet eens gezegd, ga terug naar 50, maar stellen we voor wat we vorig jaar hebben voorgesteld, ga dan terug naar 75 en ga dat doen. En mocht er dan een probleem zijn, daarvoor dient het tweede punt, kom dan terug bij ons, want dan denken wij graag mee als raad wat we daarvoor nodig hebben, kunnen bijdragen.
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koptagel. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Dan zou ik een verzoek van, kom eerst met wat houdt dat in, wat is de capaciteit, wat vergt het, het eerste verzoek zou kunnen zijn. Mocht blijken naderhand van, dat verschil is er niet meer en zodoende gaan we heel veel dierbare bomen kwijtraken, dan zou je pas kunnen zeggen, neem dan de volgende stap. Ik zou dan de volgorde anders willen. In plaats van, zet het nu om, maak het eerst vergunningplichtig en naderhand kijk maar naar capaciteit en wat dat vergt. Dat vind ik een beetje de omgekeerde wereld. Nog weten we niet wat voor capaciteit dat gaat vergen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Wilt u reageren? De heer Den Braven: Graag, voorzitter. Nu komt een beetje de vraag: wat vinden we belangrijker, de capaciteit of het feit dat we die bomen bewaren? Voor ons is het echt het bewaren van die bomen. Nu lijkt het alsof Lokaal Belang zegt, we moeten oppassen dat we de capaciteit niet overschrijden, doordat we te veel bomen vergunningplichtig maken. Dan is denk ik dat de omgekeerde wereld. De capaciteit, daar kunnen we alleen maar een advies op geven en van zeggen, kom vooral naar ons toe als dat een probleem is. Volgens mij moet het uitgangspunt zijn, wat zijn de kaders die wij hier stellen, en daar doen wij een voorstel voor. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Koptagel. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Ik snap dat GroenLinksaf meer voor bomen en meer voor groen staat. Dat wil niet zeggen dat het bij ons helemaal niet leeft. Voor Lokaal Belang zou de balans wel van belang zijn. Zowel groen, zowel leefbaarheid en klimaat als van hoe wij ons gemeentelijk apparaat draaien, vinden wij van belang. Er is niets mis mee als je concreet met voorstellen komt, dit gaat het betekenen, zo gaat het worden. Wij hebben zojuist ook in ons betoog gezegd van, mocht er tussentijds bijstelling van de APV nodig zijn, heeft de portefeuillehouder gezegd, dan komen we ermee. Dan zou u kunnen zeggen, kijk wat dat betekent en mocht dat nodig zijn, kunnen we altijd nog bijstellen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik hoorde geen vraag. De heer Den Braven. De heer Den Braven: Dat snappen wij. Vorig jaar is toegezegd dat we na dit jaar zouden we kijken wat de tussenstand was. In het raadsvoorstel staat, we kunnen op dit moment niet vaststellen of de druk te groot is voor onze capaciteit, waarmee je eigenlijk zegt, die druk is niet te groot. Stel je voor, die druk was enorm groot geweest, dan had het voorstel wel gezegd, de druk is te groot, we gaan het niet aanpassen. Dat staat er niet. Wij zouden zeggen, ga voor het behoud van die bomen. Die zijn dadelijk weg als je het niet behoudt. Misschien zijn het er maar vijf.
Dan hebben we er toch weer vijf die erg mooi zijn en waardevol, gered.
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koptagel, voldoende? Dan is het woord aan de heer Metzke. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Ik zou me graag willen mengen in de discussie, vooral wat mevrouw Koptagel net zegt van, laten we het omdraaien, kijken wat nodig is en dan gaan we nakijken of we het aan willen passen. Juist die bomen willen we beschermen, dan staan we helemaal aan dezelfde kant als GroenLinksaf. Als je zegt, we gaan eerst onderzoeken wat het is, als ik een boom zou willen kappen wellicht komend jaar, denk ik, dat ga ik mooi gelijk doen. Al die bomen om. Concluderen we volgend jaar, het was toch nodig geweest, maar helaas de bomen zijn weg. Vandaar dat we zeggen, pas de regels aan. Als de capaciteit te veel wordt, en vandaar inderdaad punt 2 wat de heer Den Braven aangaf, dan gaan we daar iets op doen. Dan beschermen we in ieder geval nu wel de bomen die wij graag willen beschermen. De plaatsvervangend voorzitter: Reactie van mevrouw Koptagel. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Ik blijf nog steeds pleiten voor het omgekeerde, want we weten bij god niet wat we op ons af laten komen. Het kan over tientallen, honderden bomen gaan, en zeker op particulier terrein. Duizenden hoor ik hier. Ik wilde nog voorzichtig zijn. Daarom. Ik wil toch wel weten waar ik aan begin. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Metzke.
De heer Metzke: Als het er duizenden zijn, dan gaan we dat volgens mij al binnen een maand zien en volgens mij hebben we dan volgende maand al een discussie te voeren met elkaar. Het gaat mij echt te ver om te zeggen, weet je wat, het zou zomaar iets kunnen zijn, dus we doen helemaal niets. Als de kans bestaat dat er veel bezwaar komt, dan kun je alle regels schrappen, want iedereen kan in bezwaar komen. Wat ons betreft, laten we die bomen beschermen en dan gaan kijken wat er gebeurt. Loopt het uit de klauwen, grijpen we daarop in. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koptagel. Mevrouw Koptagel-Demirbas: Laatste toevoeging. Ik heb niet gezegd dat alleen de bezwaren de capaciteit zouden vergen, maar ook de aanvraag of dat soort zaken. Laten we het daarbij. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Nog een reactie van de heer Den Braven. De heer Den Braven: Laatste uitsmijter. Wat ik wilde zeggen, is, juist als het er heel veel blijken te zijn, denk ik dat we op het goede pad zitten. Dan betekent het dat er een categorie is van misschien wel honderden of duizenden bomen, waar we net geen vergunning voor afgeven, die gewoon plat gaan. Het lijkt me sterk dat het zo is, maar dat wil ik wel gezegd hebben. Ik had daarna nog een vraag, maar die gaat over een ander onderwerp.
De plaatsvervangend voorzitter: Voldoende voor u? Dan gaat u verder met het volgende onderwerp. De heer Den Braven: Ik wil aan de heer Bokšan een vraag stellen. Hij stelt in zijn betoog over fatbikes dat het hem niet om de fatbikes gaat, maar over het gedrag. Dat snap ik heel goed. Daar kunnen wij ons in vinden. Hij vraagt alleen om een toezegging om te gaan monitoren op fatbikes. Ik wil toch scherp hebben van, waar moet het college op gaan monitoren? Op plekken waar mensen zijn waar de fatbike symbool voor staat, of op de fatbike die veel aanwezig is op bepaalde plekken? De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het in mijn betoog gehad over overlastlocaties. Ik heb bewust niet het woord fatbikeoverlast gebruikt, maar overlast gevend gedrag met fatbikes. Dat is het dilemma waar wij in de gespreksavond mee zaten van, ga je wijzen naar het voertuig, los van mijn persoonlijke mening, waar ik wel wat van vind, of gaat over het gedrag van de mensen die erop zitten? Niet elke fatbike is een probleem. Dat vonden wij een lastig dilemma, dus heb ib ik de term overlast gevend gedrag gebruikt. Dat gaat dan niet alleen over fatbikes.
Ik heb in het kader van dit onderwerp dat we twee weken geleden bij de gespreksavond hebben aangekaart ook, zoals ik in mijn betoog aangaf, een rondje gebeld met buurtbewoners, bijvoorbeeld bij het Bloemenoordplein, waar ik zelf vaak, en ik denk de heer Den Braven waarschijnlijk ook, vaak boodschappen doet, om te vragen van, wat zijn jullie ervaringen hier? Als ik daar boodschappen kom doen, dan ervaar ik die overlast wel. Dat is wat ik bedoelde met die overlastlocaties. Dat gaat niet alleen maar over fatbike. Overlast in het algemeen moet aangepakt worden. Wat we nu op dit moment zien, ik denk het afgelopen jaar, anderhalf jaar, met de opkomst van die fatbikes, is dat overlast gevend gedrag vaak in combinatie gaat met fatbikes. Dat wil niet zeggen dat alle overlast door fatbikes komt of dat elke fatbike voor overlast zorgt. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Reactie van de heer Den Braven. De heer Den Braven: Op zich helder, denk ik, voorzitter. Dan heb ik het goed begrepen dat het gaat over het gedrag en niet over de fatbike. Net als dat een Audi Q7 vaak je veel te snel inhaalt, links op de rijbaan. Dan wil je toch het gedrag aanpakken van het te snel rijden en niet de Audi Q7. Helder. Dan ben ik benieuwd naar de toezegging, of die er komt. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Volgens mij waren dat de reacties in eerste termijn.
Dan wil ik graag het college verzoeken, en ik zie de burgemeester al opstaan, voor een reactie. Burgemeester Ausems: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar keer diep adem moeten halen voordat ik hiernaartoe ging. Ik ben niet zo van de debatten. Ik heb al helemaal niet het gevoel dat meneer Van Groos met debattrucjes bezig zou zijn. Ik moet u eerlijk
zeggen dat dit amendement mij gewoon raakt. Het amendement zelf, alsof een boete geven, alsof we geen helpende hand uitreiken, alsof we geen menswaardige ondersteuning bieden bij opvang en begeleiding en geen perspectief bieden. En dan het betoog, ‘er komt een land bij de dokter’. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik daar echt een beetje van slag ben. Als ik iets weet hier in deze gemeente, is dat dit geen gemeente is die bij de dokter hoeft te komen. Sterker nog, we zijn ongelooflijk bezig met allerlei stevige maatregelen op samenredzaamheid, op preventie, op versterken van deze samenleving en versterken van onze inwoners. Ik herken dit in het geheel niet. Ik heb ook geprobeerd in de gespreksavond al antwoord te geven hoe dat werkt, dat we geen boetes geven, dat we wel, en dat werd aangehaald door mevrouw Koptagel, de mogelijkheid zouden willen hebben om, als zich bendes hier vestigen, dan op te treden. U moet zich ook realiseren dat met wat we nu voorstellen we al een versoepeling doen. We hadden namelijk een bedelverbod en een aanwijsbesluit voor een plek om dit van toepassing te laten zijn. Dat aanwijsbesluit hebben we ingetrokken. Dat betekent dat dit nu een dood artikel is en dat we niet op basis van dit artikel kunnen optreden. Dat kan alleen als we opnieuw een aanwijsbesluit nemen. Dat is ten eerste.
Het tweede is, vaak zijn het mensen, zowel bij dat artikel over bedelen als het artikel buiten slapen, die kwetsbaar zijn en dat het geen keuze is, maar een nood, zoals de heer Van Groos aangeeft. De samenleving wordt getoetst hoe zij omgaat met die kwetsbaren en juist dat zijn we heel erg aan het doen. Vandaag heeft de inspectie een rapport gepubliceerd, het is net vanmiddag vrijgekomen, dat wij in Nederland niet goed omgaan met mensen met onbegrepen gedrag. U weet dat ik ook verantwoordelijk ben voor zorg en veiligheid. De aanpak van zorg en veiligheid gaat mij aan het hart. Ik ben meegelopen met onze drieëntwintigjarige boa die dat hele boa-team leidt. Hij gaat in gesprek met mensen. Hij de-escaleert, hij biedt hulp aan. Nee, er wordt niet zomaar beboet. Helemaal juist niet. Ja, het helpt wel dat je een richtinggevende uitspraak hebt hoe hard je ergens mag rijden, dat je weet dat je niet harder mag. Het helpt dat we een richtinggevende uitspraak hebben dat je niet buiten mag slapen. Dat maakt dat, als er mensen in tentjes slapen, we naar hen toe kunnen en tegen ze kunnen zeggen, weet je dat dit niet mag hier in Nederland? Wij willen jullie graag helpen. Mensen die in tentjes buiten slapen zijn vaak kwetsbaarder. Sommige mensen zijn zorgmijdend. Die willen we juist kunnen helpen.
Het helpt dat je dan een regel hebt en kunt zeggen, dit mag niet in Nederland, dit mag niet in Waalwijk, wist je dat? Wij kunnen je helpen, maar daar moet je wel meewerken. Dat helpt. Dat is de reden, dat is wat we graag willen doen en dat is waarom we zowel het bedelverbod in stand willen laten, wat nu een dood artikel is, tenzij we een aanwijsbesluit doen wat we alleen zullen doen als het heel erg nodig is op een bepaalde plek, en het helpt dat we een buitenslaapverbod gaan opnemen. We zien steeds meer tentjes en dat is een zorgelijke situatie die we met elkaar moeten oplossen.
Housing First werd genoemd. Fantastisch. Is een pilot in onze regio op dit moment in Hart van Brabant. Er is zelfs afgesproken dat in de eerste kwartalen van komend jaar wordt gekeken wat de effecten van die pilot zijn en hoe we het kunnen uitrollen in alle andere gemeenten in Hart van Brabant. Fantastisch voorbeeld om juist mensen uit de tentjes in een huis te krijgen. Volgens mij voldoende op dit. Ik adviseer echt om deze artikelen te laten staan, niet om mensen te beboeten, maar vooral juist om een helpende hand en een gesprek aan te kunnen gaan. Dat is de bedoeling. De vragen rondom de bomen worden door mijn collega wethouder Schuijffel beantwoord. Ik ga naar de fietsendiscussie, de fatbikediscussie. Fatbikes an sich, het is ook al gememoreerd, is niets mis mee. Het gaat om het gedrag op de fatbikes. Dat betekent weer refererend aan de sociale aanpak dat we aan de voorkant willen zitten bij jeugd, bij overlast gevende jeugd, en dat we daar heel erg op inzetten, in alle jeugdaanpakken, zowel op sociaal domein als op veiligheid. Dat betekent ook dat er nu al niet gefietst mag worden in het centrum. Daar wordt op gehandhaafd. Zoals mevrouw IJpelaar in haar betoog zei, we kunnen niet overal en altijd zijn. Er zijn geen extra middelen anders in te zetten dan handhaving waar dat kan. Er wordt gevraagd om een toezegging om overlast te monitoren.