CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag GEWIJZIGD raadsvergadering 240222

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering34.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Mevrouw Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. Evenementen, groot en klein, zijn de saus op onze samenleving. Net als in een goede saus is het belangrijk de smaken goed in balans te hebben en om in evenemententermen te spreken: voor ieder wat wils. In het Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

18

onderzoek onder inwoners ontbreekt helaas elke differentiatie. Hierdoor is het lastig te bepalen wat de juiste balans is. Want voor wie doen we het goed en voor wie niet? En waar zitten de witte vlekken? Wat ons betreft is dat een gemiste kans. De ambitie, zoals verwoord in de visie, is om duurzame, dynamische en diverse evenementen te stimuleren. Onder divers verstaan wij voor jong, oud, voor de massa en voor de buurt, en ook voor specifieke doelgroepen. Graag horen wij van de portefeuillehouder wat het college onder deze term verstaat, want dat komt wat ons betreft niet helder uit de verf. De huidige voorwaarden worden omgezet in criteria die met een weging per criterium de basis vormen voor subsidieverstrekking. Dat vinden wij een duidelijke verbetering. Ook het toevoegen van de nieuwe criteria duurzaamheid en ondernemerschap juichen wij toe. Het zou mooi zijn als organisatoren investeren in duurzame maatregelen. Een cofinancieringscriterium leidt volgens ons tot evenementen met draagvlak. Immers, anders wordt er niet geïnvesteerd. Niet geheel eens zijn wij het met het omlaag bijstellen van het co-financieringspercentage naar 15% voor alle evenementen.

Vooral de grotere evenementen zouden toch in staat moeten zijn een substantiële cofinanciering te realiseren? De Tachtig van de Langstraat is een evenement waarmee elke ondernemer zich wel wenst te afficheren, toch? Het is maar een voorbeeld. Het zijn juist de kleintjes, de specifieke evenementen, lokaal of bijvoorbeeld voor jongeren, die het op dat terrein veel moeilijker hebben. Omdat het voor ons belangrijk is dat iedereen aan zijn trekken komt, dienen wij samen met LokaalBelang het amendement Differentiatie cofinanciering in. Daarmee gaat het cofinancieringscriterium voor de grotere evenementen naar 25% en die van de categorie A naar 10%. Tot slot. Om te weten of we met dit aangepaste beleid bereiken wat wij willen, waarbij ik moet onderstrepen dat de heer Van Groos een belangrijk punt aanhaalt, is monitoring en een tijdige evaluatie onder inwoners en organisatoren belangrijk. Ons verzoek is het de volgende keer breder en gedifferentieerder aan te pakken. Het is belangrijk op zijn minst onderscheid te maken tussen leeftijdsgroepen, dorpen, wijken en buurten. Dan krijg je in ieder geval bruikbare informatie.

AMENDEMENT B: Differentiatie cofinanciering categorie A, B en C Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • evenementen belangrijk zijn voor het leven in de gemeente Waalwijk; • de gemeente Waalwijk bestaat uit de kernen Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk; • de ambitie is om duurzame, dynamische en diverse evenementen te stimuleren; • de huidige voorwaarden worden omgezet in criteria die - met een weging per criterium - de basis vormen voor subsidieverstrekking; • er aan de huidige criteria nieuwe criteria worden toegevoegd, t.w. de mate van duurzaamheid van een evenement en de mate van ondernemerschap (= cofinanciering); • in de evenementenvisie de cofinanciering voor de categorie A, B en C-evenementen naar beneden is bijgesteld, namelijk van 50% naar 15%; • de argumentatie om de cofinanciering voor alle categorieën verlagen ontbreekt, maar dat wel vermeld wordt dat de gestelde 50% cofinanciering voor categorie Aevenementen vaak niet haalbaar blijkt; overwegende dat: • de huidige indeling van evenementcategorieën niet gebaseerd is op grootte of het bereik van het evenement, maar op de kans/de mate van op risico’s op het gebied van openbare orde, openbare veiligheid etc.; • de toevoeging van het criterium ondernemerschap bijdraagt aan het stimuleren van evenementen, die er voor onze inwoners echt toe doen; Notulen raadsvergadering 24

februari 2022

19

• de toevoeging van het criterium duurzaamheid niet alleen bijdraagt aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Waalwijk, maar naar verwachting ook zorgt voor meerkosten voor de organisatoren van evenementen; • grote(re) landelijke en ook regionale evenementen in staat zouden moeten zijn substantiële cofinanciering te realiseren; • kleinere lokale evenementen of evenementen voor specifieke doelgroepen veelal een kleinschaliger karakter hebben; • cofinanciering voor kleine(re) evenementen veel minder makkelijk haalbaar blijkt; • deze kleine(re) evenementen er voor onze inwoners toe doen (sociale cohesie) en dus gekoesterd moeten worden; • om deze redenen het belangrijk is dat ook categorie A-evenementen voldoende aanspraak kunnen maken op subsidie; besluit: het dictum van het besluit onder beslispunt 1 als volgt te wijzigen: 1. In te stemmen met de evenementenvisie ‘Duurzaam, Dynamisch, Divers’ met dien verstande dat bij het onderdeel ondernemerschap het percentage van de cofinanciering voor de categorie A-evenementen naar 10% wordt verlaagd en voor categorie B en C-evenementen het cofinancieringscriterium naar 25% gaat. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schuijffel. Het amendement is ingediend door D66 en LokaalBelang en wordt ondersteund door de fracties van GroenLinksaf, CDA en VVD. Het woord is aan Samen Waalwijk. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter.

Wat Samen Waalwijk betreft is dit bij uitstek een voorstel waar het college wel over zijn graf regeert. Vorige week gaf ik al aan dat ik het bij de evenementenvisie over drie zaken wilde hebben. Weinig visie, weinig dynamisch en weinig diversiteit. Daarnaast wil ik het nog hebben over gedwongen winkelnering. Om te beginnen met weinig visie. Een visie op evenementen houdt in dat je aangeeft waar je naartoe wilt met de evenementen en waarom. Daar is een vertrekpunt voor nodig, namelijk de huidige situatie of evaluatie. In deze visie wordt met geen woord ingegaan op de huidige evenementen. De variëteit van Wolluk Stock tot het Straatfestival, van het Huis van Sinterklaas tot de Zeskamp in Sprang Capelle, en van Bork Totaal tot Swingen in de Stad. Erger nog, er wordt met geen woord gerept over de honderden vrijwilligers die achter deze evenementen staan en die ervoor zorgen dat er in Waalwijk, Sprang Capelle en Waspik leuke dingen georganiseerd worden. Ook de enorm belangrijke rol die Tavenu speelt bij het ondersteunen van evenementen wordt niet genoemd. Ik beperk me maar even tot deze voorbeelden, want het college moet er natuurlijk iets van vinden. Wat gaat er goed en wat kan beter? Niets daarvan. Er wordt zelfs geen inzicht gegeven in financiële knelpunten en zonder ook maar enige onderbouwing wordt het budget voor evenementen verhoogd.

Vooral als garantstelling voor commerciële evenementen, in het kader van ‘Denk groot’. Allemaal leuk en aardig, maar het is voor ons geen gemeentelijke taak om commerciële evenementen te ondersteunen met een garantstelling. Volgens mij hadden we daar nu juist de BIZ voor. En Centrummanagement wil een belangrijkere rol spelen bij evenementen. Een uitstekende taak voor hen, lijkt ons. De visie lijkt beperkt tot het centrum van Waalwijk, maar wat is de visie op evenementen in het buitengebied, in Sprang Capelle en Waspik? Welke evenementen willen we op welke locatie? Zijn er nieuwe locaties waar evenementen georganiseerd kunnen worden? Niets daarvan. En wat wordt bedoeld met ondernemerschap? Waarom moet er geprofessionaliseerd worden? Iedere analyse en onderbouwing ontbreekt. Dan het dynamische. Het college bedoelt daarmee dat aansluiting moet worden gezocht met grote evenementen met landelijke aandacht. Waarom? Omdat we een keer een Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

20

muziekfeest op het Plein hebben gehad en één keer André Hazes? Wat ons betreft moet je dergelijke kansen benutten, maar mag het nooit een doel zijn. Daarmee zet je de Waalwijkse evenementen namelijk op de tweede plaats, terwijl die juist de basis moeten zijn voor het evenementenbeleid. Daarnaast staart het college zich blind op het schoenenmuseum. Evenementen in het teken van schoenen en leer krijgen voorrang en dat is een verenging van iedere dynamiek die vernieuwing in de kiem smoort. Toegegeven: het Huis van Sinterklaas zit natuurlijk gebakken, als de schoentjes maar gezet worden. En als Wolluk Stock zich voortaan Birkenstock noemt, zitten zij ook wel goed. Zo ook de Tachtig van de Leerstraat Daarnaast is de gedwongen winkelnering bij Go Waalwijk ons een doorn in het oog. Er heeft nog geen enkele evaluatie plaatsgevonden. Hoeveel geld heeft dit gekost en wat heeft het opgeleverd? Door nu als subsidievoorwaarden evenementen te dwingen diensten van Go af te nemen, begeeft het college zich op een hellend vlak. Als derde het gebrek aan diversiteit. De blik van het college op het centrum van Waalwijk maakt dat veel evenementen buiten de scope vallen, en zo ook de doelgroepen. En wat te denken van de sportevenementen? We noemden al de Zeskamp, maar de Stratenloop in Waspik valt hier ook onder.

En wat te denken van de Liberty Run die helaas verdwenen is? Je mag verwachten dat het college vanuit een positieve gezondheid juist meer zou aansturen op het faciliteren van sportevenementen. Bijvoorbeeld op het gebied van urban sport voor jongeren. Onder diversiteit verstaan we met D66 ook de evenementen voor verschillende doelgroepen in de stad. Ik had het nog kunnen hebben over het gebrek aan ambities op het gebied van duurzaamheid, maar ik rond af. Ik beperk me tot de mededeling dat we veel verder kunnen gaan dan alleen afvalscheiding. Het had van lef getuigd als het college had aangegeven dat ze juist extra geld wilden vrijmaken voor evenementen die willen besparen op stroom, of die groene stroom willen gebruiken, zoals batterijen of generatoren op waterstof in plaats van diesel. Kennelijk hebben deze ontwikkelingen Waalwijk nog niet bereikt. Samengevat: Samen Waalwijk is enorm trots op de evenementen die we hebben en we hebben enorm veel waardering voor al die vrijwilligers die zich daarvoor inzetten. We hebben een professionele organisatie die evenementen kan ondersteunen, namelijk Tavenu. En we vinden deze evenementenvisie dus een gemiste kans voor iedereen die zich inzet voor een leuk Waalwijk. Tot zover. De heer Klerx: Voorzitter. Wij kunnen kort zijn. Wij zijn zeer blij met deze visie en zullen deze steunen. De heer Bögemann: Voorzitter.

In het voorjaar van 2020 lag de voorganger van deze visie al op de stapel om in de raad besproken te worden. Nog voor we een oordeel konden vellen, heeft de portefeuillehouder besloten het document in te trekken en met een verbeterde visie te komen, waarin meer aandacht zou zijn voor de gevolgen die Covid voor de langere termijn op de samenleving zou kunnen hebben. Dit maakte het voor de portefeuillehouder mogelijk tegelijk aandacht te hebben voor onze opmerkingen dat er qua duurzaamheid nog het een en ander krachtiger weggezet zou kunnen worden. Uiteraard waren wij verheugd met de toezegging dat onze opmerkingen meegenomen zouden worden in de herziene versie. We keken dan ook met enthousiasme uit naar de aangepaste versie. Ietwat teleurgesteld zijn we wel na het lezen van deze visie. Er wordt in gezegd dat de duurzaamheid bij het organiseren van evenementen belangrijk is voor het college. Datzelfde college benoemt ook dat voldoende draagvlak bij organisatoren van grote waarde is. Wat betekent dat precies voor de aanwezigheid van duurzaamheidscriteria die in de visie benoemd worden? Daar zit wat ons betreft ook nog Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

21

een puntje. De criteria zijn op dit moment nog niet vastgesteld. Dat maakt het voor ons als partij, die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan en hier graag duidelijke afspraken over maakt, moeilijk om een beeld te vormen over hoe de duurzaamheid in deze visie nu eigenlijk precies geborgd gaat worden. Daarmee komt de vraag hoe deze twee dingen zich tot elkaar verhouden. Op welke manier gaat de portefeuillehouder ervoor zorgen dat dit draagvlak er bij de organisatoren wel gaat komen? Op welke manier zal de raad hierbij betrokken worden? Krijgen wij de kans om de kaders die wij hier van belang vinden, vast te stellen? De heer Tiemstra: Voorzitter. Onze tweeënhalve minuut zullen wij niet gebruiken, die hebben wij graag afgestaan aan Samen Waalwijk, dat nu vijf minuten heeft kunnen spreken over het stuk zelf. Op beide amendementen zullen wij straks bij de stemverklaring ingaan. Mevrouw Pouw: Voorzitter. Waar vroeger nog the sky the limit was waar het ging om evenementen – alles kon en niets was te gek – zijn we vandaag de dag steeds meer bezig met wat een evenement moet opleveren. Het gaat om de inhoud en de return on investment. Je event zo verduurzamen dat de impact niet van korte duur is, maar een langdurig effect heeft op je bezoekers en hun omgeving. In dit stuk komen wij echter moeilijk tot een besef over wat de gemeente nu precies nastreeft met duurzaamheid.

We zien geen vastgelegde onderdelen, waarop duurzaamheid beoordeeld wordt. De mate van duurzaamheid wordt ons ook niet geheel duidelijk. Vanmorgen las ik nog een bericht in de krant dat Europa bedrijven gaat dwingen tot eerlijke handel. Er mogen geen mensenrechten zijn geschonden en aan het milieu mag geen schade zijn toegebracht, ook niet als dat gebeurd is door een toeleverancier of een onderaannemer. De maatregel wordt stapsgewijs ingevoerd. Hoeveel lagen van duurzaamheid verlangt Waalwijk straks bij evenementen? Is duurzaamheid straks nog een keuze of is het een gegeven? Bij het lezen van het document rijzen bij ons nog meer vragen. Hoe zit het met social return? Hoe controleren we of de praktijk aansluit op een papieren plan? We lezen niets over de controle van duurzame doelen ter plaatse en over de evaluatie direct na een evenement, waarin bepaald wordt wat de winst van de bezoekers, de organisator, de gemeente of andere betrokken partijen is geweest. Verder vragen we ons af of er ook reeds achterhaalde ideeën geopperd worden. We lezen: “Een andere eenvoudige manier is om bezoekers twee soorten consumptiebonnen aan te bieden. Eén voor een reguliere prijs en één met een supplement van tien cent dat besteed wordt aan het milieu.

We hebben meerdere ervaringen, onder andere in de reisbranche, waar gebleken is dat reizigers nauwelijks te porren zijn om bij te betalen voor groener vliegen, of de constatering dat mensen in de supermarkt niet bereid zijn te betalen voor een duurzaam landbouwproduct. Bij poppodia zien we bekers verschijnen die standaard € 0,50 duurder zijn, om mensen ertoe te bewegen hun beker in te leveren voor hergebruik. Aan het einde inleveren voor restitutie van het statiegeld levert wel logistieke problemen op, vooral bij grote evenementen. Daarom staan er bakken waar je de € 0,50 die je betaalt voor je beker kunt doneren voor het goede doel. Om voor de evenementen tot de duurzame 3 P’s, People, Profit en Planet, te komen, heeft het wat ons betreft een 4Dbeleidsplan nodig. Duurzaam, Dynamisch, Divers en met Durf. En aan die vierde D ontbreekt het wat ons betreft. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Voorzitter. Ik heb een aantal vragen gehoord en ik probeer daar een antwoord op te geven. Ik zal beginnen met de eerste bijdrage van de heer Van Groos. Hij heeft nog steeds moeite met de voorwaarden van overheveling van het Najaarsbericht.

Hij verwijst naar een aantal regels die wij daarover opstellen in het college, maar ik wil toch nog even aangeven dat wij tekst en uitleg hebben gegeven waarom wij het gerechtvaardigd vinden om af te wijken van de door het college vastgestelde voorwaarden. De raad heeft in principe ingestemd met de motivatie Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

22

nummer 23 van de uitvoering van het evenementenbeleid. Naast die formele goedkeuring van de raad van het Najaarsbericht van vorig jaar wil ik ook graag benadrukken dat ik hiermee geen geld wil uitgeven voor uitvoering, voordat de nu voorliggende visie is vastgesteld door de raad. Dus naar mijn bescheiden mening is het een voordeel van integer handelen en financieel duurzaam beleid. Die bedragen zijn immers eerder al beschikbaar gesteld zonder dat uw raad de beschikking had over de visie. Dat leek mij niet zo chic, dus vanuit die rol vind ik het ook heel prettig dat ik die gelden nog steeds niet heb uitgegeven. Ik heb daarom wel gepoogd om met dezelfde middelen deze visie uit te voeren en deze middelen veilig te stellen. Daarom is ook in het Najaarsbericht 2021 daarop ingegaan. Dan het andere punt, de evaluatie. De heer Van Groos heeft een punt, maar dat hebben we ook al eerder aangegeven. U heeft gelijk dat het al een aantal jaren eerder is beloofd. Ik kan er een heel verhaal van maken, maar ik zal in ieder geval zeggen dat we de evaluatiegegevens die we hebben, hebben meegenomen in deze visie. Er is geen uitgebreide schriftelijke evaluatie in de raad geweest, dat klopt. Dat is in 2017 beloofd en het is niet uitgevoerd. Deze nieuwe visie stoelt echter wel op de aanbevelingen van de evenementennota en onzes inziens zijn die aanbevelingen meegenomen.

Wij gaan dus met de nieuwe visie, als de raad deze goedkeurt, een toezegging doen, mijnheer Van Groos. In 2024 zullen wij met een schriftelijke evaluatie komen en wij zullen een nulmeting doen, voor we beginnen met deze visie. Dat lijkt me een mooi extraatje, dat heeft u ook verdiend, denk ik. Als we die nulmeting hebben, kunnen we aan de hand daarvan in de evaluatie aangeven wat het wel of niet heeft opgeleverd. Dat lijkt me gerechtvaardigd, zeker omdat het al een aantal keren is beloofd en niet is gedaan. Dat wat betreft die bijdrage. Dan kom ik bij de bijdrage van mevrouw Schuijffel. Ik heb u een hele hoop zaken horen noemen, mevrouw Schuijffel. U heeft het ook gehad over het amendement dat D66 heeft ingediend en ik kan me vinden in de differentiatie van de evenementen die worden aangebracht. Het was ook een beetje een struggle. Eerder zaten evenementen met een best wel hoog cofinancieringsvraagstuk zaten, en dat is nu lager. U zegt liever te differentiëren en de prikkel te willen houden, omdat mensen geprikkeld moeten worden om gelden bijeen te sparen of te krijgen om dat draagvlak te kunnen aantonen. Ik denk dat dat een goeie is. U heeft voorgesteld om de kleine evenementen, de A-categorie, op 10% vast te stellen. Dat lijkt mij een prima percentage en die andere op 25% in plaats van alles op 15%. Dat lijkt me een prima voorstel, dus ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Ik raad het amendement zeker aan, maar het is aan de raad wat u ermee doet. U heeft het gehad over de leeftijdsgroepen. Daar gaan we iets mee doen bij de evaluatie, want het lijkt me zinvol om te weten waar je het voor doet en voor wie je het doet. Dat is natuurlijk de waaromvraag. Ik heb net al aangegeven dat we een nulmeting gaan doen. En evenementen in de kernen? In principe kunnen evenementen in alle kernen plaatsvinden. We hebben ook evenemententerreinen in alle kernen, maar ik wil nog wel even benadrukken dat in beginsel het initiatief ligt bij de inwoner van Waalwijk. Het is dus niet zo dat de gemeente evenementen initieert. Het is wel zo dat de gemeente de ambitie heeft uitgesproken graag één of twee grote evenementen per jaar naar de gemeente te halen, omdat wij willen dat Waalwijk op de kaart wordt gezet. Niet zo zeer voor het evenement zelf, als wel dat mensen ontdekken dat er in Waalwijk veel te beleven is. Dat er winkels zijn waar je heel leuk kunt winkelen, dat je heel leuk kunt verblijven in het centrum en dat er binnenkort ook een nieuw schoenenmuseum is waar mensen kunnen vertoeven. We hebben het grootste museum van Nederland inmiddels gerealiseerd bij de Sint-Jan. Er zijn dus heel veel mooie extra punten. We hebben ook natuurlijk nog het RBT De Langstraat.

Door die evenementen zullen mensen nog wel eens erover nadenken om terug te keren, omdat ze een prettige ervaring hebben gehad. Dat is in ieder geval het idee erachter. Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

23

Dan heb ik een aantal zaken horen komen bij Samen Waalwijk. Helemaal volgen doe ik het niet. U heeft het over het schoenenmuseum, maar wij hebben het dan meer over het DNA van Waalwijk gehad. U heeft het ook over Go Waalwijk en u bent het beu dat dat gepromoot wordt. Dat kan, maar in de huidige evenementenvisie staat Go Waalwijk als een voorwaarde vermeld. Dat is oude kost, het is alleen zo dat wij het nu nog eens onder de aandacht hebben gebracht, maar het is geen nieuwe stof, mijnheer Ottens. U had kunnen weten dat het er al in stond. Dan de financiële knelpunten. Als wij volgens onze ambitie een paar grote evenementen naar Waalwijk willen halen, komen de kleinere evenementen in de knel met de subsidieaanvraag wanneer wij een garantiesubsidie stellen. Ten tijde van die garantstelling hebben wij nog niet de zekerheid dat het wel of niet uitgekeerd moet worden. Dan zou het erg jammer en vervelend zijn als die andere evenementen daaronder zouden moeten lijden, in alle kernen. Daarom hebben wij dit voorstel gedaan en hopen wij dat het financiële knelpunt gewoon niet voorkomt in de subsidieaanvraag. Dat is het enige doel dat wij daarmee voor ogen hebben. Dan ga ik naar een paar vragen van GroenLinksaf. Hoe gaan wij ervoor zorgen dat dat draagvlak van beide organisatoren er gaat komen? Wij realiseren ons dat dit niet eentwee-drie geregeld is.

Wij willen daarvoor bijeenkomsten en workshops voor de organisatoren en professionals op verduurzaming, organiseren. Als die professionals ervaring hebben met het organiseren van evenementen en die kennis kunnen overdragen, denken en hopen wij dat daar wel een verbeterslag kan worden gemaakt. Dan hebben we het niet alleen over geld, maar het zou volgens mij ook op andere vlakken kunnen, met bijvoorbeeld diensten of middelen. Dat is een manier waarop wij proberen om duurzaamheid concreter bij de organisatoren in beeld te krijgen. Op welke manier wordt de raad hierbij betrokken, vraagt de heer Bögemann. Dat is een lastige vraag, want het kader van de visie stelt u niet formeel vast. Het is natuurlijk wel zo dat wij de raad op de hoogte houden, bijvoorbeeld via een raadsinformatiebrief, over de regels en hoe wij die vastleggen in een uitvoeringsnota. Wij komen uiteraard bij de raad terug als wij die uitvoeringsnota vormgeven. Op dat moment heeft u invloed en kunt u daarover een oordeel vellen en ook eventueel commentaar leveren. De heer Bögemann: Wethouder, dank voor de antwoorden. Ik ben blij met het tweede antwoord. Dat is goed om te horen. Het eerste antwoord roept wel wat vragen bij me op. Ik snap dat het niet makkelijk is om organisatoren mee te krijgen in de wensen die wij als gemeente hebben met betrekking tot duurzaamheid.

Dat zit hem ook vooral in de investeringen en kosten en de andere manier van werken. Ik kan me voorstellen dat bijeenkomsten daarin behulpzaam zijn. Maar wat nu als blijkt dat dit toch niet voldoende is om die partijen daarin over de streep te trekken? Hoe gaan wij ons daarin als gemeente opstellen? Wethouder Van den Hoven: Ik begrijp dat de vraag van de heer Bögemann komt. Als wij terugkomen bij u met die uitvoeringsnota, kan er uit de gesprekken en de workshops een concrete hulpvraag aan de gemeente komen. Of dat een vraag om geld of om andere middelen gaat, weet ik niet. U kunt erop rekenen dat wij die ondersteuning willen bieden, maar als daar een financieel kader aan zit, zullen wij dat in beeld brengen en bij de raad voorleggen. U heeft budgetrecht, dus als het een financiële kwestie wordt, wordt u gevraagd daarmee akkoord te gaan. Ik kan natuurlijk heel veel zaken regelen, maar als het in geld uitgedrukt wordt, wordt het voor mij lastig om de raad er niet eerst in mee te nemen. Dus ik zal die vraag eerst bij de raad voorleggen. De heer Ottens: Ik zal het de wethouder niet kwalijk nemen dat hij een selectief gehoor heeft, maar ik heb volgens mij veel meer gevraagd dan waar hij op ingaat. Ik heb namelijk gevraagd wat de noodzaak is om te professionaliseren. In de beperkte evaluatie Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

24

die gehouden is onder evenementenorganisatoren worden twee knelpunten aangehaald. Dat zijn de late subsidieverlening en het trage en lastig te doorgronden vergunningentraject. Volgens mij zijn dat dingen waar je concrete oplossingen voor kunt vinden. Daar is geen professionaliseringsslag voor nodig. Verder heb ik gezegd dat je je kunt afvragen of die garantstelling een gemeentelijke taak is, als je ook de BIZ hebt en je grote evenementen naar Waalwijk wilt halen om te laten zien dat er winkels en horeca zijn. Volgens mij kun je die taak ook bij het Centrummanagement neerleggen, maar daar heb ik geen antwoord op gekregen. Ik ben het ook niet zozeer beu dat de evenementen door gedwongen winkelnering onder Go Waalwijk moeten vallen, maar ik heb gezegd dat ook dit speeltje niet is geëvalueerd. Ik begin onderhand te vermoeden dat dat komt, doordat het te veel kost en te weinig effect heeft. Komt u nu gewoon met een evaluatie waaruit blijkt dat evenementen er profijt van hebben als ze onder de vlag van Go Waalwijk gaan. Dat wordt echter in het luchtledige gelaten, dus ik ben eigenlijk erg teleurgesteld in deze reactie van het college. Wethouder Van den Hoven: Om te beginnen vind ik het erg vervelend dat de heer Ottens teleurgesteld is, want ik wil niemand in die toestand brengen. Bij evaluatie heb ik zojuist uitgebreid stilgestaan bij de vragen van de ChristenUnie.

De evaluatie zullen wij zeker serieus nemen met de nulmeting erbij. Dat had ik al benoemd. U heeft het over de garantstelling en de BIZ gehad. U heeft gelijk dat het ook een onderdeel is van de gesprekken die wij nu voeren met Centrummanagement. Als de BIZ doorgaat, wat gelukkig zo is, ontstaat daar ook meer draagvlak en zal Centrummanagement vanuit zijn functie voor winkels en horeca ook het belang gaan inzien. Ik kan u zeggen dat die gesprekken al lopen en dat Centrummanagement daar al een rol en functie ziet. Dat was ik net vergeten bij de beantwoording, maar u heeft daar een punt. Dat wordt ook meegenomen en de BIZ gaat daar ook in participeren. Er komt dus een stukje van die kant om evenementen te organiseren, omdat hun beleid daarop is afgestemd. Zij zien ook het belang daarvan in en zijn daarom ook erg blij met de oprichting van de BIZ. Mevrouw Schuijffel: Ik was heel erg blij te horen dat er in ieder geval een nulmeting en eenmeting gaan plaatsvinden op een redelijke termijn. Ik ben alleen benieuwd hoe u zo’n nulmeting voor u ziet. Hoe gaat dat eruitzien? Heeft u daar een beeld bij? Wethouder Van den Hoven: Dan ga ik naar de uitvoering. Ik heb vanavond toegezegd dat ik van een nulmeting uitga op basis van de visie die er nu ligt. Alle punten die je kunt toetsen, ga ik ook toetsen.

Als op dit moment zaken worden benoemd die wij gaan uitvoeren, ga ik kijken wat daar nu al georganiseerd of toegepast wordt. Ik kan het dus niet allemaal in detail aan u uitleggen, maar ik weet wel dat we van alles wat we nu gaan doen in die visie, eerst bekijken wat we al doen. Dat nemen we mee in de nulmeting. Dus alles wat wij kunnen meten op dit moment, uitgaande van deze visie, nemen we op in die nulmeting. Mevrouw Schuijffel: Dat betekent dus dat u gaat bekijken welke aanvragen er nu liggen en in hoeverre die al voldoen aan de nieuwe lijn die we gaan neerleggen? Is dat de nulmeting? Wethouder Van den Hoven: Onder andere. Wij hebben puntencriteria en we gaan bekijken in hoeverre men, op basis van wat er nu ligt, al zou voldoen aan die punten. Een onderdeel is dat we bekijken in hoeverre organisatoren daar nu al mee bezig zijn. Daarom is het ook goed dat wij dit beleid gaan stimuleren, want wij zullen ongetwijfeld aanvragen tegenkomen, waarbij een aantal van die nieuwe criteria gewoon nog niet zijn opgenomen. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Ottens in tweede termijn.

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

25

Tweede termijn De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Nogmaals mijn teleurstelling. Je kunt het college blijven bevragen, maar een antwoord wordt er toch niet gegeven. Ik heb veel dingen genoemd, maar het college heeft Samen Waalwijk totaal niet overtuigd van nut en noodzaak om een besluit hierover te nemen, ook niet over het optuigen van een professionele organisatie, terwijl wij een organisatie hebben die al voor heel veel evenementen dit soort zaken doet. We vinden het jammer dat de basis van wat er in Waalwijk plaatsvindt eigenlijk vergeten wordt en dat het beperkt wordt tot een stukje hoogmoedswaanzin van dit college. Wij kunnen niet instemmen met deze nota. De heer Van Groos: Voorzitter. Dank aan de portefeuillehouder voor het toezeggen van de nulmeting en de evaluatie. We zullen zien wat ervan terechtkomt. Ik wil wel reageren op zijn opmerking dat de raad heeft ingestemd met de overheveling van het evenementenbudget. Dat was van 2021 naar 2022 en de portefeuillehouder zei dat dat in afwijking van de regels was, maar dat de raad ermee heeft ingestemd. Echter, toen is niet aangegeven dat dit afweek van de regels. Dat blijkt nu pas, nu wordt voorgesteld om de middelen van 2022 door te schuiven naar 2023. Er waren dus al voldoende middelen voor 2022.

Jammer is dat de wethouder, wellicht in het kader van duurzaamheid, niet is ingegaan op ons punt van het schenken van alcohol aan minderjarigen en het gebruik van drugs op evenementen en op de vraag of we daaraan mee moeten werken. De reden waarom ik hier sta, is echter dat de reactie van de coalitie op ons amendement ons wel heel erg teleurstelt. Wij steken niet één hand uit maar twee. Wij zijn bereid om, ondanks al onze kritiek op de evenementenvisie, toch ermee in te stemmen als u wilt vasthouden aan het budgetrecht. Dat is alles wat we vragen. Als u met het amendement instemt, kunnen wij niet anders dan instemmen met de evenementenvisie en wat gebeurt er? LokaalBelang spreekt met geen woord over het amendement. De VVD spreekt niet in eerste termijn en niet in tweede termijn en stuurt net als LokaalBelang eerder deze week een mailtje, waarin staat dat ze het amendement niet te zal steunen, zonder ook maar één argument. GroenLinksaf spreekt met geen woord over het amendement. Het CDA hult zich in stilzwijgen en dat is niet voor het eerst. Ik trek het amendement in en we zien wel hoe het verder gaat. De voorzitter: Dank u wel. Wil er nog iemand reageren op de bijdrage van de heer Van Groos? Dat is niet het geval. De heer Van Groos: Mag ik dan zelf nog reageren? Ik vind het wel heel typerend dat er ook nu geen reactie komt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Groos. 10.

Zienswijze 2e begrotingswijziging 2022 Baanbrekers

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor het CDA, de SGP, ChristenUnie en Lijst Pouw. De pitchtijd is tweeënhalve minuut en ik wil in deze volgorde de fracties het woord geven voor hun bijdrage. Het woord is dus aan het CDA. Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. De fractie van het CDA wil volledig op de hoogte zijn van hoe de geldstromen zijn opgebouwd en verlopen. Dit staat in de toelichting van de begroting vermeld, maar om definitief te kunnen besluiten en de juiste beslissingen te nemen, is het noodzakelijk om te onderzoeken en bekend te zijn met wat er vermeld staat. Om meer duidelijkheid te verkrijgen, hebben we een gesprek gevoerd met de directie van Baanbrekers. In dit gesprek is, door de beantwoording van het college op de vragen van diverse fracties, meer inzicht verkregen. Vandaag hadden we dus kunnen melden dat we dit B-punt zouden veranderen in een A-punt. We realiseren ons echter dat we als fractie en raad hebben gekozen voor de omslag van verdienproductiebedrijf naar een mens-ontwikkelbedrijf. Er zijn veel openstaande Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

26

vacatures, dus het is een logische gedachte. Er kunnen toch veel meer mensen vanuit Baanbrekers geplaatst worden? Op dit moment blijkt dat er een grote instroom is van personen en jongeren met multi-complexe problemen, zeker ook vanuit het UWV. Pas als deze problemen zijn aangepakt, kan actieve en intensieve actie ondernomen worden en de begeleiding naar werk plaatsvinden. Door de moeilijke tijd van corona blijken werkgevers echter terughoudend te zijn in het aannemen van personeel in deze vorm. Onze zorg gaat uit naar de jongeren die instromen, gezien de vaak multi-complexe problematiek bij hen. Zij zijn immers de toekomstige werknemers die noodzakelijk zijn om de economie van Nederland draaiende te houden. Onze fractie pleit ervoor om ieder mens te onderzoeken op vermogen en de sterke kwaliteiten verder te ontwikkelen – soms is hier een korte opleiding voor noodzakelijk – en ze daarna actief te begeleiden naar passend werk. Om dit te bereiken, zullen er meer kosten ontstaan en de bijdrage vanuit het Rijk zal naar verwachting steeds minder zijn. Wij zullen scherp blijven en steeds op tijd vragen naar de voortgang, de acties die ondernomen worden en de resultaten. Tot zover. Ik heb geen vragen.

De heer Lodenstijn: In de mooie bijdrage van het CDA wordt gevraagd om een zienswijze, maar wat is uw zienswijze op de begroting, op dit agendapunt? Wat wilt u ons nu vertellen? Mevrouw De Bruijn: De zienswijze is dat er financiële tekorten gaan ontstaan en dat we moeten gaan bijdragen. En dat dit het gevolg is van het feit dat er veel meer problemen zijn ontstaan bij mensen die de gemeente moet begeleiden. De meeste werkgevers zijn op dit moment niet bereid daarin mee te denken. Op die manier ontstaan die tekorten, dus voor ons werd het duidelijk. De heer Lodenstijn: Dus wat wilt u nu met uw bijdrage bijdragen? Het is geen zienswijze, want dan had u met een amendement moeten komen. Als de raad het dan vervolgens aanneemt, kunnen wij het vervolgens richting het AB sturen en hopen dat er daar iets mee gedaan wordt. Nu hebt u een mooie bijdrage, maar wat wilt u ons nu vertellen? Mevrouw De Bruijn: Dat we alert moeten zijn, ook in de toekomst. Dit geldt dus vooral voor de volgende raad. Die moet nagaan wat er op dat moment gebeurt en hoe de maatschappij en de jongeren begeleid kunnen worden. De heer Lodenstijn: Dat staat uitvoerig in de bijlage die Baanbrekers ons toegestuurd heeft. Mevrouw De Bruijn: Ik heb ook gezegd dat het erin staat. Toch hadden wij nog wat vragen. De heer Lodenstijn: U verdoet onze tijd hier.

Mevrouw Klerks: De VVD is de partij die het liefst iedereen aan het werk heeft, maar we moeten constateren dat er mensen bij Baanbrekers lopen die gewoon niet kunnen werken. Mevrouw De Bruijn zegt dat we die zo snel mogelijk aan het werk moeten helpen, maar ik vraag me erg af of dat überhaupt mogelijk is. Het granieten bestand met de complexe problematiek is wel sociaal te activeren, maar niet aan het werk te helpen. U spreekt de verwachting uit dat we misschien de kosten kunnen dempen als we die jongeren aan het werk krijgen. Ik verwacht niet dat dat waarheid wordt. Een kleine anekdote en dan rond ik af. De corporate recruiter in mijn team belde deze week een jongen die zijn cv op de nationale vacaturebank had gezet. Hij was net afgestudeerd aan het HBO. Hij was in één ochtend door twintig partijen gebeld of hij alsjeblieft wilde komen werken. Hij zei dat hij nog even zou nadenken waar hij op gesprek wilde. Dat is de

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

27

arbeidsmarkt van vandaag en dat betekent dat iedereen die kan werken en wil werken zal werken. Dat zijn niet de jongeren die bij Baanbrekers zitten. Mevrouw De Bruijn: Ik begrijp heel goed wat u bedoelt. Het klopt deels ook wat u zegt. Zeker de jongeren in ons granieten bestand komen, als ze nog niet zo ver zijn, weer terug bij de gemeente om ze verder te begeleiden in het maatschappelijk stuk. Dan kunnen ze vaak ergens vrijwilliger worden. Ik heb overigens ook een gesprek gehad bij Baanbrekers om te bekijken of dat granieten bestand daadwerkelijk klopt. Als deze mensen vrijwillig bezig zijn, zijn ze weer actief en komen ze weer in de maatschappij. En misschien komt maar één procent daadwerkelijk aan betaald werk, maar ik denk dat vrijwilligerswerk de toekomst is. En doordat we steeds meer ouderen krijgen, is dat ook werk. De heer Tiemstra: Voorzitter, de SGP ziet af van de eerste termijn. De heer Van Groos: Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie vindt het heel vreemd dat Baanbreker al met een wijziging van de begroting 2022 komt, voordat de eerste maand van het nieuwe boekjaar voorbij is. Dat deze bijstelling wordt ingegeven door externe effecten, zoals de loonindex en de aanpassing van het buigbudget dat Baanbrekers blijkbaar toch niet zo goed kan voorspellen, kunnen wij ons nog voorstellen.

Het aan de gemeente vragen, om niet te zeggen opleggen, van een hogere bijdrage onder het mom dat kwaliteit geld mag kosten, gaat ons echt te ver. Kan de wethouder aangeven wanneer de gemeenteraad van Waalwijk heeft ingestemd met dit uitgangspunt? Een andere vraag is waarom er geen wijziging voor de begroting 2022 en volgende jaren voor de gemeente Waalwijk voorligt. Want deze verhoging van de gemeentelijke bijdragen is substantieel voor 2022 en volgende jaren, terwijl er niet in dekking voorzien is. Ook is de verhoging structureel. Sterker nog, in de stukken wordt aangegeven dat het buigbudget zich de komende jaren voor Baanbrekers nog ongunstiger zal ontwikkelen. Welke dekking van deze structurele lasten stelt de portefeuillehouder voor? Mevrouw Pouw: Voorzitter, excuus. Ik heb per ongeluk verzuimd van mijn B-stuk een Astuk te maken, dus ik zie af van mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, het is voor u dus een A-stuk? Het woord is aan de wethouder. Beantwoording college Wethouder Bakker: Dank u wel, voorzitter. Ik ga eerst in op de bijdrage van de heer Van Groos, die zich afvraagt waarom deze wijziging nu wordt voorgelegd voor een zienswijze. Volgens mij is dat al verklaard in de antwoorden op de vragen vooraf. In de stukken van vorig jaar is ook aangekondigd dat we in de eerste maand van dit jaar zouden komen met een bijstelling.

Dat is overigens een normale procedure, want we hebben dat ritme van vaststelling van buiggelden elk jaar. Ik zou dat kunnen betitelen als woord houden, een bekend begrip. Wat dat betreft is het dus niet vreemd dat het zo gegaan is. Het betekent natuurlijk wel dat deze bijstelling met de extra bijdrage voor de gemeente Waalwijk gaat doorwerken. Of daar de term ‘structureel’ aan gehangen moet worden, is de vraag. We hebben immers alle voordelen van de afgelopen jaren structureel gemaakt en dat is precies wat ik vorige week bij het gesprek met u heb aangegeven. Het is niet zo dat er een tekort is ontstaan. Er is alleen een minder groot voordeel ontstaan. Dat leidt natuurlijk wel tot een bijstelling van de verwachting die wij daar hadden. Die moeten in onze begroting verwerkt worden. We zullen ongetwijfeld met een voorstel komen om dat voor de komende jaren structureel te laten doorwerken, maar de term ‘structureel’ doet vermoeden dat het een aantal jaren achter elkaar plaatsvindt, maar u bent beter in definities dan ik, mijnheer Van Groos. U moet ervan uitgaan dat wij alles verwachten, maar dat de buiginkomsten altijd wel een bepaalde mate van onzekerheid in zich hebben. Dat blijkt nu ook wel. Deze begrotingsbijstelling hebben we aangekondigd en de zienswijzeprocedure is nodig omdat de bijdrage voor de gemeente daarmee wijzigt. Dat is Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

28

geen goed nieuws, maar helaas wel de werkelijkheid. Daarom wordt u op dit moment in de gelegenheid gesteld uw zienswijze kenbaar te maken. Ik zie echter geen amendement van u, dus u wilt op dat punt kennelijk geen zienswijze inbrengen. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Groos in de tweede termijn. Tweede termijn De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. In reactie op de beantwoording van wethouder Bakker wil ik ten eerste opgemerkt hebben dat we het jammer vinden dat onze vraag over het gedeeltelijk omzetten van de reserve herpositionering in een voorziening, in verband met onontkoombare verplichtingen, nog niet is beantwoord. Dat zullen wij hem niet euvel duiden. De wethouder wekte de indruk dat wij de vraag hebben gesteld waarom deze begrotingswijziging wordt voorgesteld. Die vraag heb ik niet gesteld. Ik heb zelfs gezegd dat wij ons kunnen voorstellen dat dit voorligt, vanwege het andere buigbudget. Maar onder dit voorstel van buigbudget en loonindex zitten heel andere voorstellen, zoals voor de uitbreiding van personeel. De vraag is of dat hier de plek voor is. De wethouder ging in op de vraag of dit wel structureel is. Tot nu toe volgt het college altijd de begroting van Baanbrekers. Die wordt één op één verwerkt in de gemeentelijke begroting. Ook al houden we minder over van het buigbudget, gaat het nog steeds om de bijdrage die de gemeente betaalt.

Kennelijk moeten wij meer betalen dan wat er in onze begroting staat. Er wordt geen dekking aangegeven. Vanavond wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen over de extra bijdrage aan Baanbrekers. Dat is impliciet vragen om ermee akkoord te gaan of een amendement in te dienen. Ik kom niet met een amendement, want ik ben al een tijdje gestopt met het indienen van moties en amendementen. Ik was er even weer mee begonnen, maar van het amendement van vanavond heb ik alweer buikpijn. Ik kon al wel raden hoe het met dit amendement zou gaan. Bovendien is het eerste bezwaar dat dit voorstel niet rijp is voor besluitvorming, want er zit geen dekking bij vanuit de gemeente. Dan hoeven we ook geen zienswijze in te dienen. De voorzitter: Dank u wel. Als u een reactie van de wethouder had willen hebben, had u gelijk moeten reageren in plaats van in de tweede termijn. Zoals u weet komt er na de tweede termijn geen reactie meer van de wethouder. 11.

Adviesrecht raad, participatieplicht en delegatie onder de Omgevingswet

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor Samen Waalwijk, D66, SGP en de ChristenUnie. De pitchtijd is tweeënhalve minuut en ik wil het woord geven aan Samen Waalwijk. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Ook in deze laatste vergadering voor de verkiezingen wilt u de raad een besluit laten nemen dat gevolgen heeft voor de nieuwe raad. En bovendien over de Omgevingswet, waarvan de inwerkingtreding voor de zoveelste keer is uitgesteld: tot 1 oktober, maar 1 januari 2023 is waarschijnlijker. Bovendien gaat het om een van de meest wezenlijke onderdelen van de wet, namelijk de participatie van inwoners bij ontwikkelingen. Het meest cruciale is dat de raad alleen nog maar een bindend adviesrecht heeft bij buitenplanse ontwikkelingen. De bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan wordt gedelegeerd aan het college. En dat alles terwijl de raad nog een visie op participatie moet vaststellen. Dat Samen Waalwijk verder gaat in het betrekken van onze inwoners dan veel andere partijen, is onderhand al bekend. Los van dit standpunt is het wat ons betreft veel te vroeg om een besluit hierover te nemen. Daarbij komt dat, naast de technische problemen, de kritiek over de omgevingsdialoog landelijk aanzwelt. Het is een speeltje Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

29

voor gemeenten en ontwikkelaars; de omwonenden trekken meestal aan het kortste eind, omdat de ontwikkelaars en gemeenten vaak alle plannen al in kannen en kruiken hebben. Dat zien we ook in Waalwijk. Recentelijk heeft de gemeente een tik op de vingers gekregen van de Raad van State over plan Akkerlaan 20, juist op punten waar verschillende partijen het college en de coalitie al voor gewaarschuwd hebben. Als omwonenden binnenkort tegen de plannen voor de Gedempte Haven in beroep gaan, kan de raad weer een tik op de vingers krijgen, omdat het marchandeert met de eigen regels. De coalitie kan dit omdenken noemen, maar wij noemen het dom denken. Kortom: wij zijn nog lang niet toe aan het delegeren van bevoegdheden rondom de omgevingsplannen. Laten we eerst vaststellen hoe we als raad de participatie van onze inwoners zien en laten we eerst de ervaring op doen met een goede omgevingsdialoog, waarbij de inwoner er werkelijk toe doet. Het Slachthuisterrein kan hiervoor als voorbeeld dienen. Op basis daarvan kunnen we dan regels opstellen voor het voeren van een omgevingsdialoog, waar de ontwikkelaar en de gemeente zich aan heeft te houden. Dan kunnen we ook praten over delegatie van bevoegdheden. Wij dienen daartoe een amendement in.

AMENDEMENT C: Uitstel Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot tenminste 1 oktober 2022, maar waarschijnlijk tot 1 januari 2023; • de nieuwe gemeenteraad in het tweede kwartaal besluit op welke wijze hij de participatie van onze inwoners bij planvorming wil versterken; • naast systeemtechnische onduidelijkheden in den lande ook de discussie aanzwelt over de achtergestelde positie van omwonenden en belanghebbenden bij de omgevingsdialoog, omdat zij vaak geconfronteerd worden met plannen die door de ontwikkelaar al vergaand met de gemeente zijn afgestemd; overwegende dat: • het besluit om de raad een bindend adviesrecht te geven bij buitenplanse ontwikkelingen, en de delegatie aan het college om delen van het omgevingsplan vast te stellen consequenties heeft die nu niet te overzien zijn; • besluitvorming over (onderdelen van) participatie altijd binnen een door de raad vastgesteld kader moeten plaatsvinden; • de raad dit kader nog niet heeft vastgesteld; • ten aanzien van het voorstel geen inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, terwijl op grond van recente ontwikkelingen (Akkerlaan 20, Clemenskerk, Mr.

Van Coothstraat 6, Gedempte Haven), de ervaringen van omwonenden wel degelijk meegenomen kunnen worden; • het vanuit de kaderstellende en volksvertegenwoordigende taak van de raad verstandig is om eerst ervaring op te doen met de praktijk van omgevingsdialogen, voordat tot vergaande delegatie wordt overgegaan; • het niet logisch is nu tot besluitvorming over te gaan terwijl de invoeringsdatum van de Omgevingswet nog niet bekend is, besluit: het dictum van het besluit als volgt te wijzigen: 1. Uiterlijk op 1 april 2023 een besluit te nemen over het bindend adviesrecht over buitenplanse omgevingsactiviteiten, de invulling van de participatieplicht en een eventuele delegatie van bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college van burgemeester en wethouders op te dragen bij de voorbereiding van dit besluit ook de ervaringen van belanghebbenden omtrent de gevoerde

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

30

omgevingsdialoog van recente planontwikkelingen (Akkerlaan 20, Clemenskerk, Mr. Van Coothstraat 6, Gedempte Haven) mee te wegen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ottens. Het amendement wordt ingediend door Samen Waalwijk en wordt gesteund door de fractie van de SGP. Zijn er vragen aan de heer Ottens? Mevrouw Klerks: Samen Waalwijk sprak eerder vanavond over framing. Als dit geen framing is, dan weet ik het niet meer: de raad moet nog een visie op participatie vaststellen. Die visie op participatie is reeds voorbereid door deze raad. Daar was u zelf bij of u had erbij kunnen zitten. Alleen vanwege de planning moet de visie na de verkiezingen vastgesteld worden, maar ze is er al. Volgens mij kunnen wij in dat licht prima vaststellen wat die delegatie moet zijn. Het is helemaal congruent met hoe de participatie na de verkiezingen wordt vastgesteld. U doet net alsof het allemaal nog uit de lucht moet komen vallen, maar daar klopt helemaal niets van. Dat is framing en daar spreek ik u op aan. Daar mag u een reactie op geven, want dat is de vraag die ik zogenaamd stel. De heer Ottens: U mag mij framing verwijten. U mag mij alles verwijten. Ik constateer dat de raad dit nog niet heeft vastgesteld. Ik constateer ook dat Samen Waalwijk veel verder gaat dan andere partijen als het gaat om de visie op participatie en betrokkenheid van inwoners.

Volgens mij hebben wij daar het volste recht toe. Dat mag u framing noemen, maar dat vinden wij nu eenmaal zo. Het klopt dat door de raad het een en ander is voorbereid. Daar hebben mensen van onze fractie ook aan deelgenomen. Dat wil echter niet zeggen dat wij het overal mee eens zijn. Wij hebben straks het volste recht om de voorstellen te amenderen. We hebben ook het volste recht om straks onze visie erop te geven. Volgens mij is er helemaal geen sprake van framing. Ik geef alleen aan hoe Samen Waalwijk ertegenaan kijkt. Ik ben bang dat ik het verwijt van framing toch weer even terugspeel. De heer Slaats: Ik ben op zich wel benieuwd naar de visie van Samen Waalwijk op participatie. Ik heb die nog niet kunnen ontdekken, maar dat komt misschien nog op een ander moment. Met de woorden van de heer Van der Hoven van eerder deze avond te spreken: ik kan het helemaal niet volgen. Dat zei hij vanavond over een verhaal van de heer Ottens en dat heb ik nu ook. Eigenlijk is dat wat hij daarna had teruggegeven. Ik ben totaal niet overtuigd van de motie of het amendement dat er ligt. Dat zijn de woorden die de heer Ottens bij een ander voorstel uitte. Dat is wat ik hierbij voel. Er klopt niet zo heel veel van. Ik heb het gevoel dat de heer Ottens het voorstel niet helemaal begrijpt.

Allereerst wil ik hem vragen waar hij op baseert dat de ingangsdatum van de Omgevingswet waarschijnlijk op 1 januari 2023 plaatsvindt. Vraag 2. Hoe komt u erbij dat wij de bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen aan het college overdragen? Laten we het daar maar even bij houden. We kijken van daaruit wel hoe we ermee verder gaan. De heer Ottens: Dit zijn in ieder geval uitspraken die door de nieuwe minister zijn gedaan: uitstel tot 1 oktober, maar het zou ook 1 januari kunnen worden. Aangezien de Omgevingswet al zo vaak is uitgesteld, gaan wij alvast uit van 1 januari. Dat is onze interpretatie van het proces. Het delegeren van bevoegdheden haalde ik uit het raadsbesluit. Waarschijnlijk lees ik iets anders dan u. Dat kan natuurlijk. De heer Slaats: Ik moet toch concluderen dat de heer Ottens het voorstel niet goed begrepen heeft. Wij delegeren namelijk niet het vaststellen van het omgevingsplan. Wij delegeren heel kleine stukjes over het vaststellen van het omgevingsplan. Dat is echt van een andere orde dan hetgeen de heer Ottens zojuist benoemde. Als dat het geval was geweest, had ik namelijk ook niet met het voorstel kunnen instemmen. Als hetgeen de heer Ottens zojuist heeft aangegeven het geval was geweest, had ik niet met het voorstel Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

31

kunnen instemmen. Het is echter niet aan de orde. We delegeren alleen een paar technische handelingen aan het college, om de doelstelling van de Omgevingswet sneller en gemakkelijker te realiseren. De inhoudelijke behandeling van omgevingsplannen blijft gewoon bij de gemeenteraad liggen. Dat is wel goed om te benoemen. Dan kom ik bij participatie. Mevrouw Klerks heeft dat al duidelijk aangegeven. Ik vind het jammer dat we een voorstel op deze manier uitstellen met een amendement, omdat we als raad vanaf 25 maart 2021 zijn bezig geweest om hierover te spreken met elkaar. We hebben verschillende avonden met elkaar gezeten en we hebben er ons best voor gedaan. Het is een moeilijk onderwerp, zoals we vanavond ook weer zien. Het is moeilijk te begrijpen en nu vraagt de heer Ottens van de nieuwe raad om voor 1 oktober dit voorstel vast te stellen. Er zit een zomervakantie tussen en er is een inwerkprogramma. Het spijt me dat ik het moet zeggen, mijnheer Ottens, maar het is totaal onrealistisch. U doet er de inwoners geen plezier mee, u doet er de nieuwe raad geen plezier mee. Volgens mij doet u er niemand een plezier mee. Wij zullen het voorstel in ieder geval niet steunen. De heer Ottens: Ik laat de conclusies van GroenLinksaf geheel bij de heer Slaats liggen, zeker daar waar hij meent te pretenderen dat wij de inwoners hiermee geen plezier doen.

De insprekers van de laatste paar keren gaven ons de indruk dat we de inwoners juist wel een plezier doen. Ik vind het ook een miskenning van de nieuwe raad dat die niet voor 1 oktober een besluit zou kunnen nemen. Ik laat het volledig bij u liggen. Wij verschillen er kennelijk van mening over. De heer Van Groos: Voorzitter. Het is betreurenswaardig dat de invoering van de Omgevingswet om technische redenen nog weer een keer is uitgesteld. Dat is vervelend voor de inwoners en ondernemers van Waalwijk die baat zouden moeten hebben bij de vele voorgehouden voordelen van het vervangen van de nodige wetten en regelgeving door één nieuwe wet. En het is vervelend voor de gemeenteraad, want het vacuüm dat is ontstaan door het meer dan eens uitstellen van de wet wordt alleen maar groter. Er worden namelijk geen nieuwe bestemmingsplannen opgesteld, omdat de Omgevingswet met een omgevingsplan werkt. Dit schuift steeds verder op, waardoor de bestemmingsplannen nog meer verouderd raken. Met het oog op de komst van de Omgevingswet heeft het college in 2017 een pilot uitgevoerd met veel ruimere regels. Aan de raad is bekend gemaakt dat de pilot is afgerond, maar dat het college de ruimere regels nog steeds hanteert, zonder goedkeuring van de raad. Sterker nog, het college gaat soms verder dan de regels in de pilot.

In antwoord op schriftelijke vragen hierover in juli 2021 heeft het college aangegeven dat het verwachtte de raad in het vierde kwartaal van 2021 meer informatie te kunnen geven over het vervolg van de pilot Bestemming wonen, via een raadsinformatiebrief. U raadt het al. Het vierde kwartaal van 2021 ligt al enige tijd achter ons en de raad wacht nog steeds op de informatie. De raad blijft trouw wachten op van alles en nog wat dat door de raad is gevraagd of door het college is toegezegd. Ook in dit geval heeft het de positie van de raad ondermijnd. Dank u wel. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Weliswaar is de Omgevingswet helaas opnieuw uitgesteld, maar het is wel noodzakelijk om het adviesrecht van de raad, de participatieplicht van ontwikkelaars en de delegatie naar het college voor de ingang van de Omgevingswet te regelen. Daarmee geven wij direct aan dat we het amendement van Samen Waalwijk niet zullen steunen. Het is pittige kost en we hebben met elkaar meerdere avonden nodig gehad om een en ander te doorgronden. Weten we hiermee precies hoe alles in de praktijk gaat werken? Nee, onze glazen bol geeft daarover geen uitsluitsel. We zijn benieuwd naar de glazen bollen van anderen. Het grootste deel van het voorstel ligt in het verlengde van ander beleid. Dat geeft in ieder geval enig gevoel bij wat we kunnen verwachten.

Het enige wat voor ons ongewis Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

32

is, is waar het gaat over ontwikkeling met ruimtelijke en/of maatschappelijke impact. Wat zijn daarvoor objectieve criteria? Het zijn nogal subjectieve begrippen: de ene buur haalt zijn schouders op, de ander ligt er nachten wakker van. Het is wat D66 betreft geen wens, maar een eis om de eerste periode zeer frequent te evalueren en, waar nodig, bij te sturen. De heer Tiemstra: Voorzitter. Onze bijdrage zal kort zijn. Een paar fracties hebben het al gezegd: adviesrecht van de raad, participatieplicht, delegatie onder de Omgevingswet: het is een stuk voor fijnproevers, waarbij het zelfs voor een ingewerkte raad als deze niet meevalt om alle van belang zijnde componenten te overzien en te doorgronden. Met de Omgevingswet valt het sowieso niet mee. Zo werd onlangs bekend dat de invoering ervan opnieuw is uitgesteld, nu tot 1 oktober aanstaande of tot 1 januari 2023. Zo gemakkelijk is het allemaal dus niet. De SGP-fractie hikt een beetje aan tegen het derde beslispunt. De bevoegdheid om delen van het Omgevingsplan te delegeren aan het college zou op zich prima zijn. Maar dan zou het wel moeten gaan om de uitvoering van het plan, binnen door de raad vastgestelde kaders. We zijn wat huiverig om bevoegdheden uit handen te geven. We hebben immers een paar dingen meegemaakt in deze raad.

Ik denk aan de behandeling van het Gemengd Gebied, Akkerlaan 20, de Clemenskerk, de huidige discussie over de Gedempte Haven, Loefstraat, Torenstraat. Tegen die achtergrond voelen wij wel wat voor het amendement van Samen Waalwijk. Tot zover. Mevrouw Klerks: Ik wil graag twee vragen stellen aan de heer Tiemstra. Hij geeft aan dat het een pittig stuk is, dat zelfs voor een goed ingewerkte raad best lastig is. Ik vroeg me af waarom hij het dan wel een goed idee lijkt te vinden om het besluit aan de nieuwe raad over te laten, die dan ongeveer drie, vier maanden aan het werk is. Hij geeft ook aan dat hij huiverig is om dingen te delegeren. Met de voorbeelden die hij noemt, snap ik dat ook. Maar geen van die dingen wordt in het raadsvoorstel gedelegeerd. Die zaken blijven gewoon bij de raad liggen. Ik vroeg me dus af of hij zich realiseert dat de voorbeelden die hij noemt niet gedelegeerd worden. De heer Tiemstra: De eerste vraag is hoe ik het voor me zie dat een nieuwe raad voor 1 oktober of voor 1 januari hierover een besluit moet nemen. Het is natuurlijk niet zo dat wij met de huidige raad vier jaar alleen maar bezig zijn geweest met de omgevingsvisie. Wij krijgen stapels werk op ons af, hele omvangrijke stukken om door te nemen, waaronder af en toe de Omgevingswet.

Ik sluit niet uit dat een nieuwe raad best in staat is om op basis van de ontwikkelingen en ervaringen met andere overheden een afgewogen besluit te nemen. Als tweede punt zegt u dat u snapt dat ik de voorbeelden noem. Daaruit maak ik op dat u ook onze aarzeling snapt om het op deze manier te doen en om sympathiek tegenover het amendement van Samen Waalwijk te staan. Aan de andere kant gaat het er niet over, zegt u. Dat kan. Ongetwijfeld zullen zich zaken voordoen die toch zichtbaar maken dat we het niet zo moeten doen, maar dat we het aan onszelf moeten houden. Dat is juist omdat er ervaringen uit het verleden liggen. Ervaringen uit het verleden bieden niet altijd garanties voor de toekomst, maar we kunnen er wel van leren. Daar zou ik het bij willen laten. Mevrouw Klerks: Mijn conclusie is dat u zegt dat we zaken bij ons moeten houden als raad. Dan stel ik voor dat u instemt met het raadsvoorstel, want dat is exact wat het raadsvoorstel beoogt. De heer Tiemstra: Ik neem kennis van het voorstel en dank u voor de suggestie. Ik neem het in overweging en u hoort straks van me. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. De Omgevingswet is een heel ingewikkeld vraagstuk. Mevrouw Schuijffel en anderen gaven dat terecht aan. Het is niet gemakkelijk. Het is ook Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

33

niet voor niets dat het in termijnen wordt weggeschreven. Voordat we de totale implementatie hebben, zijn we een aantal jaren verder. Het betekent nogal wat voor ons: voor de werkwijze, voor het delegeren van een aantal stukken, voor de snelheid en voor het aanpassen van de organisatie. Het belangrijkste is de verandering voor de burgers. Het zou gemakkelijker en sneller moeten zijn en het participatieproces moet beter ingebed worden. Dat heeft nogal wat in zich. Het voorstel zelf omvat drie elementen: adviesrecht van de raad, participatieplicht en delegatieplicht onder de Omgevingswet. Over het adviesrecht van de raad hebben we al een heel proces met elkaar doorlopen. In de voorbereiding zijn we al met elkaar bezig geweest. Tijdens die werksessies is gezegd dat wij willen aansluiten bij de huidige situatie als uitgangspunt. Dat betekent dat wij de implementatie in eerste instantie zo veel mogelijk doen in aansluiting bij de huidige situatie, maar dan in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Dat is heel begrijpelijk en dat ziet u ook in het voorstel terug. Het tweede is de participatieplicht. De raad heeft bij de werksessies aangegeven te willen aansluiten bij gevallen waarvoor de raad bindend wil adviseren. En eventueel ook een verplichting bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, met name de participatie bewerkstelligen bij hetgeen wat buiten het plan plaatsvindt.

De raad heeft ook aangegeven dat die participatieplicht moet gelden. Ik kom daar zo meteen op terug, maar volgens mij zit dat in het voorstel. Tot slot de delegatie. Er is nu geen formele delegatiemogelijkheid. De heer Slaats wees daar terecht op. We kennen wel een soort delegatie in de huidige wet. Daarbij moet u aan een wijzigingsbevoegdheid denken en een uitwerkingsplicht, maar formeel kennen we in de huidige systematiek geen delegatiemogelijkheid. In de nieuwe wet komt er wel een mogelijkheid om de bevoegdheden van delegatie richting het college te verplaatsen. Aan delegatie ontkomt u niet. Ik begrijp dat de SGP zegt daarmee moeite te hebben. Ik kan me dat voorstellen. Wij willen graag betrokken zijn. De raad en het college hebben een sessie gehad over loslaten, waar het kan. Ik snap dus de reactie, maar ik moet de raad erop wijzen dat in de wetgeving ook staat dat wij de burgers tegemoet willen komen door de lange procedures wat in te korten. Dat betekent een periode van acht weken, met eventueel een verlenging van zes weken. Daarbinnen moeten we besluiten nemen en moet de raad in zijn cycli een bepaalde rol hebben. We hebben dus nog heel wat met elkaar te bespreken over de snelheid die we in het kader van de Omgevingswet moeten vormgeven. Samen Waalwijk heeft een amendement ingediend, gesteund door de SGP. Ik zie dat wij fors werk verzetten binnen onze organisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11445208/2