CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag GEWIJZIGD raadsvergadering 240222

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering34.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Onze medewerkers werken met hart en ziel aan de verandering. We moeten alle zeilen bijzetten om een en ander vorm te geven. Dat zien we ook in andere gemeentes; wij zijn geen uitzondering. We zijn blij dat we in ieder geval tijdig en voortvarend aan de slag zijn gegaan. Of het nu 1 oktober of 1 januari wordt -- vooralsnog is het 1 oktober, maar mijn gevoel zegt dat het nog weleens uitgesteld kan worden – het betekent dat wij qua voorbereiding gewoon moeten doorgaan. Zoals mevrouw Klerks zegt, hebben we al een heel traject doorlopen. Het voorstel zou inderdaad zijn dat de huidige raad nog een bepaalde rol te spelen heeft. Zowel het college als de agendacommissie en de werkgroep Communicatie hebben dat uitgesproken. Daar voldoen wij op dit moment aan. Wij vinden het qua tijdslijn juist dat we voortvarend doorgaan. We willen geen stand still of stop inlassen, zoals in het amendement wordt voorgesteld. Als u geen besluit neemt, gaan volgens de wet alle bevoegdheden, zeker in het kader van delegatie, naar het college. Dan komt u er nog verder vanaf te staan, dat moet u zich realiseren. Als u geen besluit neemt, betekent dat volgens de wet dat de delegatiebevoegdheid naar het college verschuift. Er is niets in beton gegoten. U kunt op elk moment als raad met elkaar discussiëren en zaken aanpassen. Dat moet u niet vergeten.

Wij stellen echter voor om voortgang te Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

34

maken. In het amendement wordt participatie genoemd. Participatie vooraf is verplicht volgens dit voorstel, bij alles wat buitenplans is. In het kader van het amendement wordt er gevraag hoe het zat met de participatie bij de Clemenskerk, de Van Coothstraat, Akkerlaan of Gedempte Haven. Dat is met het voorliggende voorstel allemaal verplicht. Daar verandert dus niets in. Ik kan er nog heel veel over vertellen, maar mijn spreektijd is op en de voorzitter kijkt mij streng aan. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er nog vragen zijn aan de wethouder. De heer Van Groos: Ik heb twee vragen, waarvan een naar aanleiding van de eerste termijn. Ik zou graag een reactie willen op het feit dat de regels van de pilot nog steeds gehanteerd worden, zonder dat de raad zich daarover heeft kunnen uitspreken. Het tweede is dat de portefeuillehouder een opmerking maakte over de lange procedures. Als iemand van het college het heeft over lange procedures, dan gaat het altijd over procedures met de raad. Maar mijn indruk is dat de lange procedures vooral in het voortraject plaatsvinden tussen de ontwikkelaar en het college of de organisatie.

Mag ik vragen wat het college in de afgelopen jaren heeft gedaan om die lange procedures in het voortraject, om te verkennen wat er wel en niet kan en over welke zaken het college een positieve grondhouding wil innemen, te verkorten en welke successen daarin zijn geboekt. Wethouder Daandels: Ik zal met de laatste vraag beginnen, namelijk met de houding die het college heeft aangenomen. Niet “nee, tenzij …”, maar “ja, mits …”. Ik noem Akkerlaan 20: twee woningen op het achterterrein. Je kunt zeggen: nee, dat doen we niet. Wij hebben echter gezegd dat we het doen, mits er aan een aantal voorwaardes wordt voldaan; u krijgt een voorstel en de procedure loopt. Dat is dus een andere grondhouding. Dat is het eerste wat we hebben veranderd. Het tweede aspect is het volgende. Als we over procedures praten en in het kader van de Omgevingswet, dan weet u dat de burger graag snel een antwoord wil, zodat hij duidelijkheid heeft. In het kader van de Omgevingswet wordt ook gesteld: aan de voorkant participeren is het beste. Over de manier van participatie kan de raad straks geen uitspraak doen. Een initiatiefnemer mag daar zelf een modus in vinden. Wel kunt u aangeven of er moet worden geparticipeerd. Dat staat los van het wettelijke traject. Op dit moment hebben we nog geen Omgevingswet en handelen we dus op een andere manier.

Maar wij hebben in het voortraject heel vaak dat mensen bij ons aankloppen en vooraf met het college bespreken wat er wel en niet kan. Daarvoor staan wij open. Ja, u kunt allerlei procedures aanhalen, waarvan u zegt dat ze te lang lopen. Het is niet voor niets dat we met de Omgevingswet aan de slag gaan en dat we pleiten voor een nieuwe werkwijze. Ik betreur ook het uitstellen van de Omgevingswet, maar u weet dat ik dat zelf niet in de hand heb. De heer Van Groos: Dat laatste vind ik iets te gemakkelijk. Het hanteren van de pilotregels heeft u wel in de hand. Het niet betrekken van de raad heeft u ook in de hand. Dat laat u gewoon gebeuren. Dat ligt niet aan het uitstel van de Omgevingswet; daar heeft de minister niets mee te maken. Wethouder Daandels: Dat klopt. Daar heeft u een punt, wat ik even moet nakijken. U suggereert dat wij buiten de kaders van de raad om een werkwijze hanteren. Dat is niet de werkwijze die dit college voorstaat. Ik zal het nakijken, want dat verbaast mij een beetje. De voorzitter: Doet u de toezegging om daarop terug te komen?

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

35

Wethouder Daandels: Los van de informatieplicht wil ik er gewoon nog even naar kijken wat er precies mee wordt bedoeld. Wij werken volgens mij volledig binnen de kaders van de raad. Mocht dat niet zo zijn, dan moet er een correctie plaatsvinden. De voorzitter: Heeft iemand behoefte aan een tweede termijn? Dat kan als u wilt reageren op een nieuw ingebracht punt door het college of als u nog niet gereageerd hebt op een amendement of motie. De heer Tiemstra: Ik heb een voorstel van orde. Ik wil graag even schorsen voor overleg met mijn fractiegenoot. De vergadering wordt enkele minuten geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik geef de heer Tiemstra het woord. De heer Tiemstra: Dank u wel. We hebben een paar fracties horen zeggen dat het stuk niet gemakkelijk te begrijpen is, zelfs voor een goed ingewerkte raad. Dat geldt ook voor de SGP-fractie. We hebben goed geluisterd naar de ingebrachte argumenten. Misschien moeten we de wethouder af en toe eens op zijn woord geloven. Dat gaan we doen. Ik vond het heel krachtig dat hij zei: als jullie niets doen, dan gaan alle bevoegdheden naar het college. Dat is precies wat we niet willen. Eigenlijk zou het dus ongeloofwaardig zijn om dit voorstel niet te steunen. Wij hebben daarom besloten om dat te doen. Tweede termijn De heer Van Groos: Voorzitter.

Het antwoord op onze vraag over wat het college doet aan het versnellen van de procedure, was de “ja, mits …-houding”. Maar die geldt al zo’n tien jaar. De voorzitter: Ik had net gezegd wat de regels zijn voor de tweede termijn. Ik wil u vragen om u aan het reglement van orde te houden. De heer Van Groos: Volgens mij reageer ik op een gezichtspunt dat de portefeuillehouder heeft ingebracht. Maar goed, ik zal reageren op het amendement van Samen Waalwijk, want dat heb ik nog niet gedaan. Dat mag wel, neem ik aan? Wij zullen het niet steunen, om de volgende reden. In het raadsvoorstel zelf staat dat de nieuwe raad altijd bevoegd is om besluiten die vanavond worden genomen, te herzien. Dat staat nadrukkelijk in het voorstel. Daarmee lopen we de nieuwe raad niet voor de voeten. De tweede reden is dat dit voorstel redelijk conserverend is. Wat nu in de raad komt, komt straks ook bij de nieuwe raad. Er treedt dus geen verandering op. Dat is dankzij het oneigenlijk gebruik van de informatiebijeenkomst in november 2021, maar dat terzijde. De voorzitter: U heeft gelijk als u reageert op een nieuw gezichtspunt van het college. U mag het alsnog toevoegen, als u dat wilt. De heer Van Groos: Het is voldoende zo. De heer Ottens: Ik wil reageren naar aanleiding van de reactie van het college en de reacties op ons amendement.

De crux zat ‘m in het tweede punt van het dictum, namelijk dat er ook reflectie plaatsvindt op de gevoerde participatietrajecten en die mee te nemen in de besluitvorming. Jammer dat dit niet wordt onderkend door de raad. Ik heb de wethouder ook horen zeggen dat de nieuwe raad besluiten kan terugdraaien. Gelet op die toezegging en ook vanwege het feit dat het amendement het waarschijnlijk toch niet haalt, heeft het geen zin om dit in stemming te brengen. De voorzitter: U trekt het amendement dus in.

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

36

12.

Kadernota 2023 GGD Hart van Brabant: Gelijke kansen op een gezond leven

De voorzitter: Dit is een bespreekpunt voor het CDA, Lijst IJpelaar, ChristenUnie en Lijst Pouw. De pitchtijd is tweeënhalve minuut. Ik geef het woord aan mevrouw Pouw. Mevrouw Pouw: Voorzitter. Een nieuwe kadernota met nieuwe ontwikkelingen. Een verschuiving van individuele zorg naar aandacht van groepen. Niet het individu zien als patiënt, maar de hele bevolking. Waarom gedraagt een groep zich zus of zo en welke gevolgen heeft dat? Dit inzicht zou moeten leiden tot gezondheidswinst. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving schrijft: uniforme maatregelen dragen het risico in zich dat ze vooral goed uitpakken voor relatief gezonde groepen. Andere groepen lijken juist weer buitengesloten te raken. Neem bijvoorbeeld de digitaliseringsslag die de gezondheidszorg nu aan het maken is. Je kunt je medische dossier online inzien, patiënten met COPD of Diabetes meten thuis hun longfunctie of bloedsuiker, en je gaat naar de medische specialist op e-consult, vanuit je luie stoel in de huiskamer. De verwachtingen zijn hoog gespannen met lonkende vooruitzichten op gezondheidswinst tegen lagere kosten. Helaas profiteert niet iedereen van deze zorginnovaties. Veel Nederlanders hebben nog steeds beperkte digitale vaardigheden, hebben moeite met begrijpend lezen of hebben geen smartphone en beperkte toegang tot het internet.

Ook het rapport Eerlijke kansen op een gezond leven, aangehaald door de GGD in het voorliggende beleidsplan laat onbelicht dat digitalisering in de zorg deze gezondheidsverschillen juist groter dreigt te maken. En dat terwijl digitalisering ook juist grote kansen kan bieden voor mensen met een gezondheidsachterstand. Wij maken ons grote zorgen over deze groep mensen, sowieso omdat het probleem onderbelicht is en omdat de achterstand nu al groot is. Daarbij zetten we tegenwoordig veel in op preventie. Preventieprogramma’s blijken in de praktijk veel minder effectief dan ze zouden kunnen zijn. De belangrijkste reden hiervoor is dat maar een deel van de doelgroep wordt bereikt en nog minder mensen lang genoeg blijven meedoen. Dit geldt vooral voor programma’s, waarin mensen hun ongezonde leefstijl moeten veranderen. Of zoals iemand zei: ik moet van de overheid zelfredzaam zijn, maar dan komen ze me wel vertellen dat ik moet stoppen met roken. Hoe kijkt de wethouder tegen de effectiviteit van onze preventieprogramma’s aan? De heer Van Groos: Voorzitter.

Geen enkele fractie zal toch tegen het formuleren van de doelstelling zijn om onze inwoners gelijke kansen te bieden op een gezond leven? Uit onderzoek is gebleken dat mensen met een hoog inkomen en een hoog opleidingsniveau gemiddeld genomen niet alleen langer leven, maar ook langer in goede gezondheid verkeren dan mensen met een laag inkomen en een laag opleidingsniveau. Uit het rapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving blijkt dat de kansen op een gezond leven niet gelijk zijn en dat de verschillen hardnekkig zijn. Ondanks alle inspanningen van de afgelopen decennia is het niet gelukt om de gezondheidsverschillen te verkleinen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid constateerde in 2018 dat algemene maatregelen weliswaar leiden tot gezondheidswinst, maar dat de mensen bovenaan de maatschappelijke ladder daar meer van hebben geprofiteerd dan degenen onder aan de ladder. De verschillen tussen groepen nemen hierdoor nauwelijks af en dreigen op verschillende terreinen zelfs groter te worden. Dit is een van de redenen waarom de ChristenUnie al deze hele bestuursperiode lang vraagt om oog te hebben voor de sociale tweedeling. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving stelt dat het huidige nationale beleid te eenzijdig focust op het individu.

Aanvullend daaraan is een bredere blik nodig om verschillen in gezondheid en daarmee samenhangende achterstanden daadwerkelijk te verkleinen. Heeft het college van Waalwijk ook die bredere blik? En wat moeten wij met het gegeven dat de GGD zich richt op de groepen waar de meeste gezondheidswinst te Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

37

behalen is? Gaat de GGD zich ook bezighouden met de inkomenssituatie en het opleidingsniveau? Graag zouden we willen weten wat het effect is van deze nieuwe ontwikkeling bij de GGD. Daarom hebben we gevraagd naar de nul-situatie, maar die wordt niet gegeven. De gemeenteraad van Waalwijk mag wel jaarlijks 1,8 miljoen beschikbaar stellen, maar blijft in het ongewisse of daarmee de goede dingen worden gedaan. Wij willen dit niet weten om te kunnen bepalen of we de GGD hierop kunnen afrekenen. Ook wij hebben nadrukkelijk de wens om onze inwoners gelijke kansen te bieden op een gezond leven. Dank u wel. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter. Ik wil uitgaan van drie punten uit het raadsvoorstel Gelijke kansen op gezondheid. 1. Er is ruimte om lokale accenten aan te brengen. 2. Men richt zich op groepen waar de meeste gezondheidswinst te behalen is. 3. Men benoemt groepen met een lage sociaaleconomische status, zoals arbeidsmigranten, asielzoekers en jeugdigen als doelgroepen. Wat zijn de criteria bij de bepaling van de groepen waar de meeste gezondheidswinst is te behalen? Want zoals uit de figuur van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving blijkt, zou het zo maar kunnen zijn dat er in onze gemeente een grote groep mensen woont die net onder de middeninkomens vallen, geen toeslagen ontvangen, maar wel met stress kampen en met andere factoren die hun gezondheid aantasten.

Denk ook aan de vaststelling van schuldhulpverlening. Daaruit bleek dat het vooral mannen zijn tussen 45 en 65 jaar met WW of een ander laag inkomen, die schulden hebben. Op basis waarvan denkt men de meeste gezondheidswinst te kunnen behalen onder de eerdergenoemde groepen is ook niet duidelijk. Echter, mocht uit cijfers blijken dat er in Waalwijk sprake is van een duidelijk afwijkend beeld ten opzichte van het landelijke beleid, wat zijn dan de mogelijkheden om in het basispakket lokale aanpassingen te doen? In de kadernota wordt vermeld dat in de samenwerking met gemeenteambtenaren gewerkt wordt aan de actualisatie van het basispakket. Kan de portefeuillehouder mij vertellen wat dit voor onze gemeente inhoudt en op basis waarvan aan de actualisatie wordt gewerkt? Wat zijn de gegevens, cijfers en informatie die daarbij als uitgangspunten dienen. Tot zover. De heer Spohr: Voorzitter. De GGD heeft zijn kadernota 2023 gepresenteerd. Zoals wij hebben begrepen is dat een nota binnen een vierjarige beleidsvisie. In die zin is het laatste uitvoeringsjaar. Desondanks heeft deze kadernota de CDA-fractie verbaasd. Alsof wij geen Covid-19 periode achter de rug hebben, wordt hier business as usual gepresenteerd. In de afgelopen twee jaar is duidelijk naar voren gekomen dat een gedecentraliseerde GGD moeite had om de hem opgedragen taken uit te voeren.

Wij doelen met name op de gebrekkige crisisorganisatie en de falende software. Tot de dag van vandaag is de interne organisatie van de GGD niet op orde en dus moet de vraag worden gesteld of de GGD dan geen andere prioriteiten had moeten stellen. Om nu met een nota te komen die vooral op preventie, gezondheidsbevordering en monitoring is gericht, is wat ons betreft een voorbeeld van hoe de GGD niet in de werkelijkheid staat. De vermelding van de geboekte successen laat eveneens zien dat de GGD weinig reflectievermogen heeft. Tot slot een voorbeeld hiervan: de investering in digitale middelen, zoals dashboards, wetende dat de software van de GGD zeer gebrekkig functioneert en dat de bescherming van privacy in de software op een pijnlijk laag niveau blijkt te zijn geborgd. De CDAfractie houdt dan ook haar hart vast als er wordt geïnvesteerd in de verwerking van grote databronnen en dat de GGD zich houdt aan de privacyregels, zoals staat vermeld in de kadernota.

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

38

Wat een incompleet en naïef verhaal. Wat een gebrek aan reflectievermogen en visie. De CDA-fractie vindt het zeer onder de maat. En dan mogen we ook nog de bijdrage verhogen met meer dan 3%. De CDA-fractie kan zich dan ook niet vinden in deze kadernota. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Dank voor de vragen. Ik zal proberen om ze een voor een na te lopen. Lijst Pouw vroeg hoe het college aankijkt tegen de effectiviteit van het preventieve gezondheidsprogramma. Ik zie vooral dat wij steeds intensiever samenwerken met de GGD. De heer Spohr gaf al aan dat de samenwerking door Covid-19 verder is geïntensiveerd. De GGD heeft veel informatie geleverd en veel gedaan. Het dashboard Brabant Scan geeft heel goed weer wat de GGD in de Covid-periode heeft gedaan. Daarin kunnen we heel veel informatie vinden. Ook in vergelijking met voorgaande jaren kunnen we de monitoring volgen. Meestal krijgen we de kritiek dat er geen monitoring mogelijk is. Bij de GGD is dat volgens mij wel degelijk op orde. Natuurlijk kan het altijd beter, dus ik hoor graag van de raad op welke onderdelen men verbetering zou willen zien. Er werd gezegd dat de interne organisatie niet op orde is. Volgens mij heeft men ook voor een enorme taakstelling gestaan.

De GGD is een van de organisaties die door de druk van Covid-19, de onverwachte werkdruk en de personeelstekorten waarmee men te maken had, voor een enorme klus heeft gestaan. Ik heb er enigszins begrip voor, maar aan de andere kant moet het werk dat men doet wel op orde zijn. Als u vindt dat wij hierover iets moeten melden aan het AB, lijkt mij dat we een zienswijze moeten indienen. Het college adviseert om dat nu niet te doen, dus wellicht meldt u mij dat het anders moet. U noemde de effectiviteit van het gezondheidsprogramma. Wat we de afgelopen tijd vooral met de GGD gedaan hebben, is veel meer samenwerking gezocht op het gebied van preventie. We hebben afspraken met elkaar gemaakt om te kijken hoe we arbeidsmigranten beter kunnen bereiken met speciale gezondheidsprogramma’s die voor deze groep zijn opgezet. Met het ziekenhuis hebben we klankbordgroepen met ervaringsdeskundigen opgesteld, waarbij ook de GGD een rol had. Met Team WijZ is de samenwerking versterkt in het kader van de vroegsignalering. In het Taalnetwerk heeft de GGD ook een belangrijke rol vervuld. Er zijn dus wel degelijk lokale accenten gelegd in de samenwerking met de GGD. Op basis van onze behoeften en vragen hebben we de samenwerking geïntensiveerd. Dat is ook een beetje het antwoord op de vraag van mevrouw IJpelaar.

Er zijn wat personeelswisselingen geweest, maar ik vind dat de samenwerking steeds beter gaat. De heer Van Groos vroeg naar de keuzes die we maken en hij verwees naar de tweedeling in de samenleving. Die tweedeling zien wij natuurlijk ook heel duidelijk in de cijfers van de GGD. Ook in de keuzes die gemaakt worden voor de toekomst zien we dat. De GGD bedrijft geen inkomenspolitiek, maar kijkt op wijkniveau naar grootschalige data om te zien waar de problemen en de meest kwetsbare inwoners zitten, om in zo’n wijk iets te betekenen voor de inwoners, zonder de kwetsbaren er op individueel niveau uit te pikken. Daar zijn de grootste gezondheidswinsten te behalen. Een voorbeeld is een pilot die we in Bloemenoord en in Waspik hebben uitgevoerd. We hebben geprobeerd om met inzet van de GGD heel gericht de positie van de inwoners te verbeteren. Dat is ook de taak voor de komende periode. De beleidsvisie loopt tot 2023. In de loop van het jaar krijgt de raad de visie voor de komende vier jaar. Als de nieuwe visie wordt vastgesteld, lijkt het mij een goed moment om meer aandacht te vragen voor lokale accenten, dus wat wij anders zouden willen zien voor de toekomst en waar Waalwijk meer op zou willen focussen. Dat lijkt mij het moment om dat via een zienswijze of een amendement aan de GGD mee te geven. Voor nu is het slechts een uitwerking van de visie die er ligt.

Het zijn de kaders voor de begroting die te zijner tijd aan de raad zal worden voorgelegd. Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

39

De heer Spohr: Ik wil de werkzaamheden van de GGD en de resultaten niet bagatelliseren. Natuurlijk zijn er resultaten behaald. Alleen is de afgelopen periode heel duidelijk gebleken dat de organisatie van de GGD niet op orde is. Natuurlijk valt er best een excuus te maken dat niemand op een Covid-periode is voorbereid, maar het is wel pijnlijk duidelijk geworden dat de GGD moeite had met de aanpassing. De wethouder kan wel zeggen dat de samenwerking steeds beter gaat, maar ik denk dat de feiten aantonen dat de organisatie van de GGD er moeite mee heeft en dat het voor de samenwerking met de gemeente nodig is dat die organisatie wel op orde is. Of de samenwerking nu wel of niet goed gaat, de organisatie van de GGD is bijzonder belangrijk om met elkaar verder te gaan. De wethouder zei dat het dashboard heel goed is. Ik wil best aannemen dat het goed functioneert, want ik ken het verder niet. Ik weet alleen wel dat het dashboard onderdeel uitmaakt van een softwaresysteem dat op verschillende cruciale punten faalt. Als dat zo is, heb ik zorgen over de kwaliteit van het dashboard. Dat staat los van het feit dat ik mij ernstige zorgen maak over de privacy die binnen de GGD absoluut niet gewaarborgd blijkt te zijn. Daar zou ik graag een bewijs van zien, want dat vind ik cruciaal. Met zo’n dashboard loop je vele malen meer risico dat zich een datalek voordoet.

Dan mag de GGD zich dat zeker aantrekken. Kortom, ik denk dat er wel degelijk een reden is om een zienswijze in te dienen. Dat is juist omdat we niet alleen spreken over het GGD-beleid van de afgelopen jaren dat nog even moet worden afgemaakt, maar omdat er iets gebeurd is wat ik niet terugzie in het beleid. Dat vind ik triest en naïef. Wethouder Odabasi: Ik begrijp uw zorgen en ik ben eigenlijk zoekende, want blijkbaar hebben wij verschillende ervaringen. Als we zien wat de GGD gepresteerd heeft met de vaccinatiedruk, de locaties die ze open hebben weten te houden; dat is allemaal in relatie tot Covid. De voorlichtingscampagnes … Volgens mij hebben ze behoorlijk goed werk verricht. Met onze eigen priklocatie en de GGD die zich in Waalwijk heeft gevestigd hebben we volgens mij de goede dingen met elkaar gedaan. Het kan altijd beter. Ik begrijp de punten op het gebied van de interne organisatie. Als u het voldoende vindt dat ik die zorgen deel in het AB, dan doe ik dat. Als u liever heeft dat we een amendement voorbereiden en dat voorleggen, kan dat ook. Het is aan de raad om te beoordelen in welke mate wij dat moeten meenemen. Ik kan uw zorgen over de interne organisatie uiteraard overbrengen. De heer Spohr: Ik wil niet zo ver gaan dat we er een amendement over indienen. Ik denk dat we elkaar goed begrijpen.

Wij hebben die zorgen wel degelijk en we zouden de GGD wel eens willen oproepen, ook al zijn ze in het laatste jaar van de beleidsvisie, om eens wat meer op zichzelf te reflecteren en waar nodig iets te verbeteren. Nogmaals, de software en de privacy zijn wat ons betreft wel degelijk een groot punt. De voorzitter: Ik begrijp dat u een toezegging van de wethouder heeft. Wethouder Odabasi: Ik zal de zorgen delen vanuit de raad. Althans, ik neem aan dat het voor de meerderheid geldt. Als er iemand is die ze wil tegenspreken, hoor ik het ook graag. Aan de andere kant vind ik wel dat ze in dezelfde context een enorme prestatie hebben geleverd. Maar ik kan uw zorgen overbrengen. Mevrouw IJpelaar: Dank voor het beantwoorden van de vragen in het algemeen. Ik heb best veel vragen gesteld en daar is de wethouder niet echt op ingegaan. Ook ik heb bewondering voor de manier waarop de GGD in coronatijd heeft gewerkt. Daar hoort u mij niets over zeggen. Ik vroeg mij wel af op basis waarvan aan een actualisatie wordt gewerkt. Wij zouden graag de cijfers die als uitgangspunten dienen zien. Ik snap het als de wethouder dat op dit moment niet paraat heeft, dus ik vind het ook prima als de wethouder toezegt om de gegevens schriftelijk te sturen. Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

40

Wethouder Odabasi: De algemene cijfers over onze gemeente, de trends en ontwikkelingen kunt u terugvinden op de Brabant Scan. Daar ziet u ook de cijfers op basis waarvan wij de grootste beleidskeuzes maken. Er zat in het stuk ook een verwijzing naar Brabant Scan. Daarnaast hebben wij onze accountgesprekken met de GGD. De signalen die wij vanuit het onderwijs, het jongerenwerk, de huisartsen of consultatiebureaus krijgen, bespreken wij in die accountgesprekken. Op basis daarvan vindt een beleidssturing of een keuze plaats op onderdelen die wij belangrijk vinden en waar wij de lokale accenten op willen leggen. Ik geef een voorbeeld. Drie jaar geleden zagen we bij arbeidsmigranten een enorme behoefte aan zorg en het probleem dat zij de zorg in Waalwijk niet wisten te vinden. Daar hebben we acuut met de GGD op geacteerd door gezondheidsvoorlichting te starten. Op die manier kijken we waar de behoefte is, in de accountgesprekken bespreken we dat en daarop sturen we bij. Als u er inhoudelijk meer over wilt weten, kan dat. Ik moet even kijken hoe we dat gaan organiseren, maar het zou wel kunnen. Misschien is het handig om dat in het inwerkprogramma voor de nieuwe raad als informatiesessie mee te nemen. Dan gaat u immers opnieuw kennismaken met de organisaties. Het lijkt me handig om het dan mee te nemen. Voorzitterswissel: de heer Slaats 13.

Oprichting landelijke stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s

De voorzitter: Dit is een bespreekpunt voor de fracties van CDA en ChristenUnie. De ChristenUnie is voornemens om een motie in te dienen, dus die geef ik als eerste het woord. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Sinds oktober 2021 is aan het format van raadsvoorstellen punt 7, duurzaamheid, toegevoegd. Soms staat hier een mooie en ter zake doende tekst vermeld, maar te vaak staat hier de vermelding “niet van toepassing”. Zo ook in dit geval. Onze indruk is dat de organisatie van mening is dat de term “duurzaamheid” alleen betrekking heeft op de P van Planet en niet op die van People en Profit. Maar het thema “goed werkgeverschap na dienstongevallen” heeft toch betrekking op de mensen die voor de Veiligheidsregio werken? Zij begeven zich soms in een bedreigende situatie om andere mensen te redden. Dan is het toch in hun belang, en daarmee indirect voor alle inwoners van Waalwijk en de regio, als er voor hen een goede schaderegeling en verzekering is? Sinds oktober 2021 heeft de ChristenUnie elke cyclus bij een of meer raadsvoorstellen aandacht gevraagd voor het feit dat de teksten bij het punt Duurzaamheid niet in orde zijn. Natuurlijk hebben wij er begrip voor dat het niet meteen goed gaat. Nu zijn we echter bijna een halfjaar verder en we zien niet echt een verbetering.

Kunt u zich voorstellen dat ons het gevoel bekruipt dat het college sommige fracties maar laat praten? Het is al erg genoeg als ze het woord voeren, maar laten we er vooral niet op reageren. Misschien verandert er iets als de gemeenteraad er vanavond een duidelijke uitspraak over doet. Daarvoor dienen wij een motie in. MOTIE 2: Duurzaamheid in raadsvoorstellen De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • sinds oktober 2021 de mogelijkheid bestaat in raadsvoorstellen iets op te nemen over het onderwerp duurzaamheid; • bij dat punt te vaak de afkorting ‘N.v.t’ staat vermeld; Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

41

• dit ook het geval is bij het voorliggende voorstel over het Risicobeheer van de Veiligheidsregio’s; • de gemeente Waalwijk zich heeft gecommitteerd aan de 17 duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s), zoals uitbannen van alle vormen van (extreme) armoede; zorgen voor voedselzekerheid en duurzame landbouw; gezondheidszorg voor iedereen; inclusief, gelijkwaardig en kwalitatief onderwijs voor iedereen; gelijke rechten voor mannen en vrouwen en empowerment van vrouwen en meisjes; toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen; werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen; infrastructuur voor duurzame industrialisatie; duurzame consumptie en productie; bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen. overwegende dat: • duurzaamheid niet alleen te maken heeft met het ecologisch kapitaal, maar ook met het economische en sociaal-culturele kapitaal; • SDG 8 ‘Fatsoenlijk werk’ spreekt over het verantwoordelijk inzetten van (onder andere) arbeid; • continuïteit (ten aanzien van personele bezetting) bij de Veiligheidsregio zo veilig mogelijke werkomstandigheden vergt plus een goede schaderegeling en verzekering als het een keer is misgegaan.

draagt het college op: in raadsvoorstellen bij punt 7 Duurzaamheid voortaan zoveel mogelijk in te vullen en wel vanuit een brede benadering van dit begrip (3 P’s), waarbij aansluiting wordt gezocht bij de bekende duurzaamheidsdoelen (SDG’s), en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: De motie is ingediend door de fractie van de ChristenUnie en wordt ondersteund door Lijst Pouw, VVD, Samen Waalwijk, CDA, LokaalBelang, Lijst IJpelaar, D66, SGP en GroenLinksaf. Dat is iedereen dus. Wellicht heeft er toch nog iemand een vraag over. Dat is niet het geval. Dan gaan we verder met de bijdrage van het CDA. De heer Klapwijk: Voorzitter. Eigenlijk is het een uitgebreide stemverklaring. We zullen het voorstel overigens wel steunen. We voeren een wettelijke taak uit met serieuze risico’s waar onze professionals en vrijwilligers van de brandweer voor staan. Onze fractie vindt dat het afdekken van dit soort risico’s een rijkstaak zou moeten zijn. We zijn overigens wel vaker kritisch over hoe we met samenwerkingsverbanden omgaan. Governance heet dat in slecht Nederlands. Een stichting achter een gr is daarbij niet onze eerste keuze. We hebben in de vorige vergadering bij de Bergsche Maasveren gezien dat een stichting niet altijd een handige keuze is voor het uitvoeren van wettelijke taken.

Om daarover met 325 gemeenten, 25 veiligheidsregio’s en de rijksoverheid op één lijn te komen, is in deze fase ook een grote opgave. Dat gaat ons vanavond niet lukken. We begrijpen het voorstel en gaan er niet voor liggen. Dank u wel. Beantwoording college Burgemeester Ausems: Voorzitter. Ik kan me voorstellen dat dit een motie vreemd aan de orde is, die wordt voorgelegd. Desalniettemin vind ik het een heel sympathieke motie. We zijn immers een Global goals-gemeente en hebben People, Planet, Profit hoog in het vaandel staan. Ik dank de ChristenUnie daarom hartelijk voor het indienen van de motie. Ik omarm deze van harte en begrijp dat ze steun van de hele raad heeft.

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

42

Het kopje Duurzaamheid wordt niet altijd ingevuld. Ik denk ook niet dat het altijd nuttig en noodzakelijk is, maar we kunnen wel de intentie hebben om het zo veel mogelijk in te vullen. Bij dit voorstel had dat zeker het geval kunnen zijn. Het CDA gaf een soort stemverklaring. Dank daarvoor. Ik kan me het punt voorstellen. U geeft zelf al aan dat het lastig is om er in deze raad over te besluiten. Ik denk dat wat we doen next best is en dat is het steunen van de oprichting van een landelijke stichting, zodat de risico’s voor alle mensen die zich zo inzetten, zijn afgedekt. Tweede termijn De heer Van Groos: Voorzitter. Dank voor de reactie van de portefeuillehouder. Ter geruststelling kan ik nog aangeven dat in het dictum in eerste instantie stond dat het kopje Duurzaamheid altijd ingevuld moet worden. Naar aanleiding van reacties die wij hebben ontvangen, hebben we ervan gemaakt “zoveel mogelijk”, omdat wij ons ook realiseren dat het niet in alle gevallen aan de orde is. 14.

Aanvraag suppletie-uitkering explosieven Tweede Wereldoorlog 2021

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor de fractie van GroenLinksaf. De pitchtijd is tweeënhalve minuut. De heer Bögemann: Voorzitter. Dit is mijn laatste bijdrage, zoals het zich laat aanzien, dus ik ga extra mijn best doen. Alleen gemeenten kunnen door middel van een besluit van de gemeenteraad een beroep doen op het verkrijgen van de suppletie-uitkering, de zogenaamde bommenregeling uit het Gemeentefonds voor gemaakte kosten op het gebied van opsporing, benadering en ruiming van conventionele explosieven. Dit betekent dat ook bij het onderzoek en de ruiming op initiatief van commerciële partijen de gemeente deze aanvraag moet indienen. Door met het voorstel in te stemmen, beroepen wij ons op een uitkering uit het Gemeentefonds voor een aanvraag van een commerciële partij. De fractie van GroenLinksaf vindt het belangrijk dat de subsidieaanvragen namens de gemeente Waalwijk gebaseerd zijn op de juiste informatie. We hebben een aantal redenen om bij dit voorstel vraagtekens te zetten, zoals de hoogte van het aangevraagde bedrag, de beschrijving van de opgevoerde kosten in de specificatie en de toch wat ontwijkende wijze van beantwoording van de vragen van de VVD. Voordat we over dit voorstel kunnen besluiten, willen we de portefeuillehouder een aantal vragen stellen.

Kunt u ons de garantie geven dat alle opgevoerde kosten toe te rekenen zijn aan het opsporen, benaderen en ruimen van explosieven en dat er niet abusievelijk andere kosten worden opgevoerd? Kunt u aangeven op welke wijze de gemeente Waalwijk met dergelijke subsidieverzoeken omgaat? Worden ze gecontroleerd en op welke wijze? Bent u het met ons eens dat wij als gemeente een verantwoordelijkheid hebben om dit goed te controleren? Beantwoording college Burgemeester Ausems: Voorzitter. Ik kan me voorstellen dat een aanvraag voor een suppletie van bijna 9 ton tot vragen leidt. Die hadden we zelf ook, eerlijk gezegd. Als ik vervolgens de vragen zie van de diverse fracties, dan denk ik dat we beter wat meer informatie hadden kunnen toevoegen. Die hebben we later alsnog verstrekt, onder andere een overzicht van wat andere gemeenten aanvragen, alsook een specificatie van de kostenposten. Het is een oud stukje Waalwijk waar het om gaat. Een stukje Waalwijk dat kort na de oorlog is aangelegd. Het valt binnen het risicogebied dat de gemeente heeft vastgesteld, rondom de Bergsche Maas en Capelseveer. De ontwikkelaar had over de bestaande Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

43

asfaltlaag kunnen bouwen, maar hij ging ongelooflijk veel heipalen op 15 meter diep slaan en daarmee is de ontwikkelaar verantwoordelijk geworden voor zijn werknemers die een risico lopen. Als werkgever heeft hij dus dat risico, want hij is verantwoordelijk voor zijn werknemers. Vandaar dat men heeft gemeend dat de grond onderzocht moest worden. Om die grond goed te kunnen onderzoeken, moest de bovenlaag van asfalt en het onderliggende puin worden afgegraven. Daar is overigens niets mee gebeurd. Het is niet afgevoerd, maar schoongemaakt en weer teruggeplaatst, om de kosten te verminderen. Terug naar de vragen. Zijn alle opgevoerde kosten toe te rekenen en zijn er niet abusievelijk andere kosten opgenomen? Moeten de kosten aan deze ontwikkelaar vergoed worden? Ja, als het kosten zijn die om deze reden gemaakt zijn. Kunnen wij dat als gemeente helemaal doorgronden? Nee, dat kunnen wij niet, want dan moeten we kwalitatief helemaal in die posten duiken. Dat hebben we niet gedaan. We hebben wel alle posten opgevraagd. Onder de posten die u heeft gezien, zijn rekeningen opgenomen. We hebben ook andere gemeenten gevraagd die hier veel meer ervaring mee hebben, zoals Moerdijk. We hebben gevraagd hoe zij dit aanpakken, of ze het vaker tegenkomen en of dit reëel is en een normale gang van zaken. Zij gaven ons een positief antwoord op onze vragen.

Daarmee gaan we eigenlijk verder dan ons gevraagd wordt. Wellicht heeft u het ook gezien in de toelichting: het Rijk vraagt helemaal niet om een specificatie of een uitleg. Er zitten eigenlijk geen regels aan deze suppletie, behalve dat een ontwikkelaar via de gemeente de kosten voor 68% vergoed krijgt. Dat betekent dat het restbedrag door de ontwikkelaar zelf wordt gedragen. Als de ontwikkelaar zelf over de asfaltlaag was gaan bouwen, had hij die kosten niet gehad. Sowieso blijft het heel veel geld. De tweede vraag is op welke wijze het wordt aangegeven. Dat zei ik net al. We willen specificaties van alle facturen en we hebben zelf ook ons licht opgestoken bij gemeenten die hier meer ervaring mee hebben. Het is de eerste keer dat wij iets dergelijks doen voor een derde partij. We hebben drie keer eerder een suppletie aangevraagd, maar dat ging om kosten die wijzelf als gemeente hadden gemaakt. Gezien de hoogte van het bedrag en de nieuwe werkwijze hebben we er dus even werk van gemaakt om het goed te doorgronden. Kan ik u de garantie geven? Nee, dat kan ik niet. Wij hebben geen kwalitatief oordeel geveld over de posten. Ik kan me wel voorstellen dat het Rijk, dat dit soort suppletievergoedingen verleent, er zelf een oordeel over velt. Misschien hebben ze daar specialisten voor in huis die dit soort aanvragen al dan niet goedkeuren. Dat doen ze op dit moment echter niet.

Er zijn geen regels voor. Zijn we het ermee eens dat we verantwoorden dat een en ander goed geformuleerd is en goed is aangevraagd. Dat zijn we deels. We proberen te voldoen aan de geldende regelgeving en meer dan dat, want we vinden dat we best wat mogen doorvragen, zodat we er een goed gevoel bij hebben. Tot zover. Mevrouw Klerks: Ik dank de portefeuillehouder hartelijk voor de beantwoording van de vragen van de heer Bögemann. Nu is het mij inmiddels helder, maar het was handig geweest als op een vraag van de VVD als “op welke wijze gaat de gemeente toezicht houden” was geantwoord dat er informatie bij Moerdijk was ingewonnen, in plaats van “dat gaan we niet doen”. Het blijkt dus anders te zijn. Het had enorm geholpen als de beantwoording beter was geweest. Burgemeester Ausems: Ik denk dat het verschil zit in het woord “toezichthouden”. We kunnen niet echt toezichthouden omdat we niet in die positie zijn. We hebben echter wel alles gedaan wat in onze macht ligt om meer inzicht te krijgen in de kosten. U heeft gelijk dat het had geholpen als we in eerste instantie uitgebreider waren geweest in de informatievoorziening. Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

44

De heer Spohr: Ik hoor u zeggen dat u vrij weinig weet van de kosten en dat het kan zijn dat het Rijk er straks iets van vindt. Wat voor risico loopt de gemeente dan als het Rijk stelt dat de declaratie niet klopt. Burgemeester Ausems: Er zijn geen regels voor, dus je mag alles indienen. Er worden geen regels aan gesteld, behalve dat de kosten gemaakt moeten zijn voor het detecteren en opruimen van explosieven. Dat is het. In die zin is het erg ingewikkeld om te gaan kijken of je voldoet aan de regels. De ervaring is niet dat het Rijk dit afkeurt. De heer Van Groos: Dank aan de portefeuillehouder voor de beantwoording van de vragen die wij niet hebben gesteld. Denkt u dat het toeval is dat het Rijk heeft opgelegd dat de aanvragen voor een suppletie-uitkering door de gemeenteraad moet worden gedaan? Het feit dat dit zo is, betekent dat het college ook gaat kijken wat er aan de hand is en dat de raad daar kritische vragen over stelt. Dat is waarschijnlijk een belangrijk mechanisme voor het Rijk om te kijken of er wel eerlijke aanvragen worden ingediend. Burgemeester Ausems: Ik kan me dat voorstellen. Ik ben dan ook blij met deze kritische vragen. Ik had ze zelf ook. Dat zei ik aan het begin al. Het ministerie vraagt in ieder geval geen onderbouwing van de kosten. Dat betekent dat de gemeente die niet hoeft te leveren.

Ik hoop dat ik u ervan heb overtuigd dat we ons best hebben gedaan om er zoveel mogelijk zicht op te krijgen. Voorzitterswissel: burgemeester Ausems Motie vreemd aan de orde Lijst Pouw, Lijst IJpelaar en ChristenUnie over telmethode verkeersongevallen Mevrouw Pouw: Voorzitter. Verkeersongevallen kostten de maatschappij in 2018 ongeveer 17 miljard euro. Dat is vergelijkbaar met ruim 2% van het bruto binnenlands product. De meeste van deze kosten kunnen gelinkt worden aan verkeersongevallen met dodelijke afloop of ernstige gewonden, maar ook licht gewonden, behandeld op de spoedeisende hulp, hebben een aandeel van 22% van de kosten. Lijst Pouw en Lijst IJpelaar hebben de afgelopen periode meermaals aandacht gevraagd voor verkeersveiligheid. De gevolgen van een ongeluk kan voor licht gewonden ook ingrijpend zijn. Behalve bont en blauw zijn, pijn hebben en geschrokken zijn, al dan niet met psychische klachten tot gevolg, kan een verkeersongeluk leiden tot een ontregeld huishouden en gezinsleven. Niet alleen voor het slachtoffer maar ook voor de naasten die vaak ongewild ineens mantelzorger moeten worden. Sommigen kunnen tijdelijk of langere tijd niet meer werken na een verkeersongeval. De meeste gemeenten, zo ook Waalwijk, maken voor informatie gebruik van de bron database, waarin alle verkeersongevallen staan die door de politie of weginspecteurs zijn vastgelegd.

In de Tweede Kamer werd al vastgesteld dat deze manier van registreren van verkeersongevallen gebreken laat zien en een eenzijdige focus heeft op de ernstige gevallen. Volgend jaar komt er daarom een verplichte landelijke registratie door de ambulancediensten bij. Maar zelfs daarmee krijgen we nog geen sluitend beeld van ongelukken in het verkeer door alle weggebruikers. Provincie Friesland en provincie Utrecht werken de laatste jaren hard om de onderregistratie van verkeersslachtoffers boven tafel te krijgen. Ze blijken daar beter in te slagen met een nieuwe tel- en registratiemethode, die hen bovendien helpt om gevaarlijke locaties te duiden. Lijst IJpelaar, ChristenUnie en Lijst Pouw roepen dan ook op om van de verkeersveiligheid van onze eigen inwoners een prioriteit te maken door alle gevallen, dus ook de gevallen die niet uit de bron database en van de ambulancedienst naar voren komen, boven tafel te

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

45

krijgen. Daarom dienen wij vanavond gezamenlijk een motie in: onderweg naar een veiliger Waalwijk. Tot zover. MOTIE 3: Telmethode verkeersongevallen De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • gemeente Waalwijk gebruik maakt van de BRON-ongevallendatabase (Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland), waarin alle verkeersongevallen staan die in Nederland door de politie en/of Weginspecteurs RWS zijn vastgelegd in processenverbaal, kenmerkenmeldingen of incidentmeldingen; • hieruit een kwaliteitscontrole uitgevoerd wordt op de ernstige verkeersongevallen met doden en/of ziekenhuisgewonden waarvan een proces-verbaal beschikbaar is; • de provincies Friesland en Utrecht overgestapt zijn op een nieuwe telmethode; zij nemen ook gegevens van de spoedeisende hulp (SEH) van ziekenhuizen en ambulancediensten mee; • op basis van die nieuwe telling komt Friesland uit op achtmaal meer fietsslachtoffers dan de politie meldt; • om meer inzicht in ongevallen te krijgen, het ministerie registratie door ambulancediensten landelijk gaat invoeren; overwegende dat: • gemeente Waalwijk gebruikt maakt van de gegevens uit de BRONongevallendatabase, maar dat de politie alleen komt kijken bij ernstige ongevallen; • ongevallen waarbij de politie of ambulance niet aan te pas komt, toch ernstige gevolgen kunnen hebben voor de betrokkenen; • gemeente Waalwijk verwacht dat, na invoering van

registratie door de ambulancediensten, de cijfers van de SEH ook in Brabant beschikbaar komen in dit databestand en dat zij daardoor een vollediger beeld krijgen van de verkeersonveiligheid; • een landelijke invoering van registratie door ambulancediensten zonder SEH-cijfers nog steeds geen sluitende administratie oplevert; • niet iedereen die gewond raakt en naar eerste hulp gaat, vervoerd wordt met een ambulance; • personeel van ambulances precies noteren waar ze iemand oppikken, maar bij spoedeisende hulp dat niet altijd gebeurt; • in Friesland geconstateerd werd dat SEH-medewerkers eenzijdige ongevallen van fietsers en voetgangers aanvinken als privé-ongeval -‘eigen schuld’- in plaats van verkeersongeval; • sommige mensen met klachten naar de huisarts gaan in plaats van de eerste hulp; • weten of en waar meer inwoners gewond raken in het verkeer belangrijk is zodat de gemeente beschikbare middelen kan inzetten om gevaarlijke locaties te bekijken en te verbeteren; • verkeersveiligheid één van de aandachtspunten is bij de herinrichting van straten in gemeente Waalwijk; • het voor SEH’s van ziekenhuizen en huisartsenposten waarschijnlijk een stuk eenvoudiger wordt als deze registratie alle inwoners van Noord-Brabant betreft; draagt het college op: 1.

bij de analyse van verkeersknelpunten in de gemeente – behalve de gegevens uit de BRON-ongevallendatabase en registratie door ambulancediensten – ook de gegevens van de SEH en huisartsenposten te betrekken;

Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

46

2. waar nodig met de aangegeven partijen een gesprek aan te gaan, om de benodigde data te verkrijgen en hierbij ook eenzijdige ongevallen te bezien; 3. de raad voor 1 november 2022 te informeren over de resultaten van het gestelde onder punt 1 en 2; 4. via de portefeuillehouder Verkeer al dan niet met steun van de regio Hart van Brabant bij de provincie Noord-Brabant erop aan te dringen om – net als andere provincies – ook over te stappen op deze telmethode; verzoekt de griffier: deze motie onder de aandacht te brengen van de raden van de regio Hart van Brabant, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: De motie is ingediend door de fractie van Lijst Pouw en wordt gesteund door de fractie van Samen Waalwijk. Mevrouw Klerks: Ik heb twee specifieke vragen voor mevrouw Pouw in het kader van haalbaarheid en betaalbaarheid. In de door u voorgestelde voorbeelden wordt het door de provincie uitgevoerd. De provincie is vele malen groter dan de gemeente Waalwijk en heeft een andere draagkracht. Weet u wat de kosten voor ons zouden zijn als we dit gaan doen? Ook de schaalgrootte van een provincie is heel anders. Als iemand een ongeluk krijgt en in Tilburg in het ziekenhuis komt, gaan ze daar niet vragen waar hij het ongeluk heeft gehad en de gegevens doorspelen aan de gemeente, denk ik.

Denkt u dat het haalbaar is om dit idee op gemeentelijk niveau uit te voeren in plaats van op provinciaal niveau? Mevrouw Pouw: Wij hebben vandaag een toevoeging gedaan, waarin wij verwijzen naar de provincie. Ik weet niet of u die gezien heeft? Mevrouw Klerks: Ja, die heb ik gezien, maar u stelt nog steeds voor om het op gemeentelijk niveau uit te voeren en om een suggestie aan de provincie te doen. Mevrouw Pouw: Ik bedoelde meer dat we contact gaan zoeken met de provincie. De voorzitter: Wilt u via de voorzitter blijven spreken? Mevrouw Pouw: Wij bedoelden dat we ermee naar de provincie gaan. Als de provincie het kan regelen, is dat handiger voor de ziekenhuizen en de eerste hulp. Ik denk dat we sowieso het gesprek moeten aangaan over wat er mogelijk is. In principe wordt er al heel veel geregistreerd, maar net niet op de manier dat wij het als gemeente kunnen gebruiken. Bepaalde rapporten worden al uitgegeven, maar daar staat bijvoorbeeld niet in wat de oorzaak was en op welke locatie het was. Dat moet dan toegevoegd worden. We moeten sowieso het gesprek met verschillende partijen aangaan. De voorzitter: Mevrouw Klerks vroeg ook nog naar de kosten. Mevrouw Pouw: Grappig dat iedereen daar altijd naar vraagt. Ik heb geprobeerd te achterhalen wat de kosten zijn.

Ik heb verschillende databases doorgekeken, onder andere van het SWOV, het Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersongevallen. Ik heb niet echt kosten kunnen vinden, maar wel een uitspraak dat de kosten-batenanalyse bijna altijd uitwijst dat de baten hoger zijn dan de kosten. Als je aanpassingen doet, zijn de baten ervan hoger dan de kosten. De heer Van Groos: De gemeente heeft een budget voor verkeersveiligheid. Dat is onderdeel van het IUP. De gemeente heeft een regulier budget voor het onderhoud van wegen. Het is juist heel handig om de bredere verkeersongevallenanalyse te betrekken Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

47

bij die werkzaamheden. Het zou namelijk kunnen zijn dat een bepaald punt qua verkeersveiligheid hoger scoort en daardoor eerder in aanmerking komt voor aanpassing in het IUP. Bij het herinrichten van straten kan het dan meteen worden meegenomen. Dingen die de buitendienst doet of die aan aannemers worden gevraagd, kunnen dan ook beter gericht worden op dit soort vervelende situaties, zonder dat het extra geld kost. De heer Tiemstra: De motie van Lijst Pouw, Lijst IJpelaar en ChristenUnie vinden wij zeer sympathiek. Normaal gesproken wordt zo’n formulering gebruikt om een motie daarna af te serveren. Zo bedoelen wij het niet. Ik heb een vraag uit belangstelling, dus niet om de motie onderuit te halen. Wij overwegen namelijk om de motie te steunen, sterker nog, dat gaan we waarschijnlijk doen. Ik lees in de constateringen dat de provincies Utrecht en Friesland overgestapt zijn op een nieuwe telmethode. Hoe meer informatie over dit onderwerp, hoe beter het is. Maar heeft dit binnen Friesland en Utrecht al geleid tot een beleidsaanpassing? Wat hebben ze tot nu toe met de uitkomsten gedaan? Kunt u daar iets over vertellen? Mevrouw Pouw: Friesland en Utrecht hebben allebei allerlei leuke details boven tafel gekregen. Er zijn ook al straten aangepast. Soms kwamen er heel simpele dingen naar voren.

In Utrecht bleek bijvoorbeeld op de Amsterdamse Straatweg in korte tijd 54 ongelukken te zijn gebeurd. Die bleken bijna allemaal te maken te hebben met afslaand verkeer. Ze hebben daarop een scheiding gemaakt tussen de autoweg en het fietspad en ze hebben een paar parkeerplaatsen weggehaald, waardoor de zichtbaarheid verbeterde. Het is meteen verbeterd. Friesland kwam erachter dat er in een straat water bleef staan na een regenbui, waardoor die glad werd en fietsers onderuitgingen. Daar heeft men de straat aangepast. Er is ook een verhaal van een landweg met hoge bomen. Die zorgden voor schaduw, maar in het eerste donkere gedeelte van de weg zaten wat gaten. Als wielrenners hard kwamen aan fietsen, zagen ze de gaten niet. Dat is ook opgelost. Ze hebben niet de bomen omgezaagd, maar het gat gevuld. De heer Tiemstra: Ik wil de vergadering graag duidelijk maken dat dit geen opzet of afgesproken werk is. Mevrouw Pouw heeft deze vraag niet van tevoren gekregen, maar hem wel keurig inhoudelijk beantwoord. Wij weten het zeker: wij steunen de motie. Ik hoop dat de rest dat ook doet. Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter: Ik hoop op zulke momenten altijd dat die inspiratiesessie voor data gedreven werken ineens de aanleiding hiertoe was. Dat horen we misschien nog wel. Ik ben ontzettend fan van het werken met data.

Ik moet ook zeggen dat ik me laatst nog uitvoerig verdiept heb in een pilot, waarin op basis van videobeelden allerlei algoritmes bijna-aanrijdingen konden analyseren en zo gevaarlijke situaties kon herkennen. Ik heb me inmiddels ook laten informeren hierover, omdat de motie reeds was aangekondigd. Dit soort innovaties worden op dit moment daadwerkelijk onderzocht. Als je het hebt over het bijeenbrengen van dit soort data, zit ‘m daar juist het probleem. Als je meet wat er in een ziekenhuis binnenkomt, weet je vrij goed wat het letsel is bij iemand, maar je weet heel weinig over de locatie en de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden. Omgekeerd geldt hetzelfde: de politie weet heel weinig van het letsel dat er is veroorzaakt. De kunst is dus om dat bij elkaar te brengen. Ik vind de motie heel goed, maar de opdracht is aan het verkeerde adres gericht. Wij zijn er namelijk al uitvoerig mee bezig als provincie, met de daarbij aangesloten gemeenten. We hebben een zogenaamd BVVP, het Brabantse Verkeersveiligheidsplan. Daar zit het in. Bureaus op het gebied van data hebben al onderzoeken aangeleverd aan de provincie. In 2017 hebben we in Noord-Brabant dezelfde proef gedaan als in Friesland, dus ook met de spoedeisende-hulpafdelingen. We hebben daar dus al ervaring mee.

Voor de zomervakantie komen er voorstellen op het niveau van het Brabantse Verkeersveiligheidsplan om allerlei bij elkaar gebrachte data te gaan gebruiken. Ik zou Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

48

me kunnen voorstellen dat ik u in reactie op deze motie op de hoogte houd van deze ontwikkeling. Wij moeten namelijk niet zelf die data bij elkaar gaan zoeken. Daar hebben we de expertise niet voor in huis, dus dat moet naar een hoger niveau worden gebracht. Daar ligt het al. Ik zou dus willen vragen om de motie zo willen lezen dat wij de gegevens met u gaan delen en dat we gaan proberen om het gebruik van data voor ongevalsanalyse en het voorkomen van ongevallen zoveel mogelijk gaan invoeren. Dat vind ik zelf ook een heel belangrijk onderwerp. Nogmaals, het loopt al bij de provincie en er is heel veel aandacht voor. Gelet op de motie denk ik dat het verstandig is als ik u daarvan inhoudelijk op de hoogte houd. De heer Spohr: U bent erg data gedreven, dus dat systeem gaat ons zeker helpen. Maar stel dat er uitkomt dat bepaalde situaties in onze gemeente gevaarlijk zijn. Wat gaat het college daar dan mee doen? Wethouder Bakker: Ik denk dat die vraag vrij simpel te beantwoorden is. Als er echt gevaarlijke situaties zijn, zoals we laatst hebben gehad met de dodelijke ongevallen op de Taxandriaweg en de Biesboschweg, dan zullen we maatregelen aan de raad voorstellen. Dat zullen we moeten prioriteren. Misschien is het een beetje afhankelijk van het beschikbare budget, maar daar gaat de raad over. U kunt dat altijd aanvullen.

Ik denk dat echt gevaarlijke situaties prioriteit hebben om aangepakt te worden. Nogmaals, wij benaderen dat soort situaties altijd op basis van registratie en van feitelijke aanwezigheid van gevaarlijke situaties. Als de registratie beter wordt, krijgen we daar ook een beter beeld van. De heer Spohr: Ik denk even aan de vragen die door ons, maar ook door de SGP, de afgelopen periode zijn gesteld over de Winterdijk. Daar wijzen wij op een gevaarlijke situatie, maar krijgen we van de gemeente te horen dat het nog niet in het IUP staat voor de uitvoering. Als je op deze manier ook omgaat met de uitkomsten van het onderzoek, dan heeft het vrij weinig zin. Als je het dan al niet meteen uitvoert, omdat het gevaarlijk is, en je zet het in het IUP, welke zin heeft het dan? Je zult er ongetwijfeld een proces op moeten zetten om er uitvoering aan te geven. Wethouder Bakker: Zeker. Daar heeft de heer Spohr gelijk in. Ik wil hem wel even wijzen op de situatie bij de Taxandriaweg en de Biesboschweg. Die zaten ook niet in het IUP, maar we hebben wel tussentijds maatregelen genomen op basis van de gevaren die er op dit moment zijn. Als zou blijken dat de situatie gevaarlijk is en er is een omvangrijke aanpassing van de weg nodig die later in het IUP is opgenomen, kun je ook besluiten om tijdelijke maatregelen te nemen die de situatie in ieder geval enigszins veiliger maakt.

Het meten en ontvangen van nieuwe informatie is één ding. Daarna zullen we met elkaar moeten gaan bepalen hoe we daarmee omgaan. Dat is uw vraag, maar daar heb ik nu geen antwoord op. Het is uiteraard afhankelijk van de hoeveelheid geld die wij met z’n allen voor verkeersveiligheid willen uitgeven. Als we op feiten gebaseerde conclusies kunnen trekken over de verkeersveiligheid, bent u aan de bal om toestemming te geven om onveilige situaties op te lossen. De heer Van Groos: Ik heb ook een vraag voor de wethouder van Verkeersongevallen. Dat was een grapje van de heer Tiemstra. Ik noem het niet, omdat het CDA enige blijk gaf van weinig vertrouwen in de portefeuillehouder, maar ik zou hem willen vragen waarom hij de raad niet heeft geïnformeerd over deze belangwekkende ontwikkeling, die kennelijk al enige tijd gaande is. Ook in antwoord op vragen die fracties hebben gesteld, heeft hij er niets over gezegd. Hij had toch al eerder kunnen aangeven dat hij bezig is om lastige situaties in beeld te brengen? Nu horen we het en naar aanleiding van de motie die vanavond aan de orde is, zegt hij toe om de raad voortaan te informeren. Wethouder Bakker: Ik begrijp de vraag. Het basale antwoord is dat er ontzettend veel gebeurt op het gebied van verkeersveiligheid, zeker vanuit de provincie. Er is door de Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

49

voormalige Gedeputeerde enorm ingezet op nul verkeersdoden. Daarom zijn er vanuit de provincie allerlei projecten gestart. Die heb ik niet allemaal met u gedeeld. Ik kan me ook niet herinneren dat er expliciet gevraagd is of er data gedreven manieren zijn om een ongeval-kansenanalyse te maken. Nu is die aanleiding er wel, dus ik vertel het nu. Ik probeer altijd zoveel mogelijk de raad te informeren over relevante zaken, maar ik kan u verzekeren dat u bedolven wordt onder bestuurdersbrieven, als ik u van alle initiatieven op de hoogte stel. Ik zou het willen doen op het moment dat het echt relevant is en het ook in zicht komt. Want dat wil ik er wel bij zeggen tegen mevrouw Pouw en de heer Van Groos: dit is nog niet geregeld. We zijn er druk mee bezig, maar het is nog niet zo dat er al een kant en klaar systeem is, zodat we met een druk op de knop een top-20 van de meest gevaarlijke situaties in Waalwijk naar voren kunnen halen. De heer Van Groos: Als twee provincies in Nederland het kunnen, waarom zou het dan hier niet mogelijk zijn? Wethouder Bakker: Het is wel mogelijk, maar ik heb de context van die proeven in Friesland en Utrecht even opgevraagd. Dat is dezelfde pilot als waar Brabant in geparticipeerd heeft. Het is niet zo dat Friesland en Utrecht een compleet data gedreven systeem hebben, waarin deze analyses worden gemaakt.

Mogelijk kijken wij iets te positief naar Friesland en Utrecht. We hebben er in Brabant zelf ook aan meegedaan. De kunst wordt om de data zo bij elkaar te krijgen dat je op landelijk een goed, feitelijk, beeld krijgt van gevaarlijke verkeerssituaties. Mevrouw Schuijffel: Ik concludeer dat Utrecht en Friesland in hun pilot blijkbaar harder liepen dan Brabant. Op welke termijn kunnen wij dan resultaten verwachten? Wethouder Bakker: Volgens mij heb ik net aangegeven dat we in Brabant met allerlei gegevens gaan werken, onder meer die van de spoedeisende hulp. Er komt voor de zomervakantie een voorstel op het niveau van het Brabants Verkeersveiligheidsplan om er mee te gaan werken. Ook wij zitten daarbij en werken eraan mee. Als dat voorstel komt, is het nog geen feitelijk systeem waaruit de gegevens komen. Dat zal nog ontwikkeld moeten worden en er zal nog verder gepionierd moeten worden, denk ik. Mevrouw Schuijffel: Hoe kan het dan dat Brabant, Utrecht en Friesland in dezelfde pilot zaten en dat Utrecht en Friesland blijkbaar wel gegevens hebben en wij niet? Wethouder Bakker: Ik probeerde uit te leggen dat het niet zo is dat in Friesland en Utrecht een compleet werkend systeem draait dat op elk niveau, in elke stad en elk dorp, een automatische analyse maakt van de gevaarlijke plaatsen. Men refereert aan de pilot, waar Brabant zelf ook heeft meegedaan.

Wij hebben ook afspraken gemaakt met twee grote ziekenhuizen om de spoedeisende hulp te laten registreren. Dat is voor een goed werkend systeem niet de enige bron. Je moet veel meer bronnen toevoegen van mensen die iets doen met het registreren van ongevallen, om uiteindelijk een goed beeld te krijgen. Dan moet je er ook nog voor zorgen dat de registratie zo compleet is dat er geen misleidende informatie ontstaat als je de bronnen samenvoegt, bijvoorbeeld omdat één bron alleen over de locaties gaat. Als er op één locatie twintig keer een fiets omvalt, is dat wat anders dan dat er twintig keer mensen gewond raken. De heer Ottens: Ik begrijp dat het college ervoor kiest om de data op provinciaal niveau te vergaren en daar relevante informatie en risicoanalyses van te maken. Even omgekeerd: wij hebben ook enige data in huis, bijvoorbeeld over aansprakelijkheidsstellingen. Dat is ook vaak van mensen die een ongeval hebben gehad. Ik mag aannemen dat dit soort lokale data wel vrij gemakkelijk beschikbaar komt. Nu worden ze vaak alleen gebruikt voor verzekeringskwesties, maar heeft u ook de stap al gemaakt om dit soort informatie te gebruiken voor risicoanalyses ten behoeve van de veiligheid van de openbare weg? Notulen raadsvergadering 24 februari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11445208/2