CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) dd 010421

Raadsvergadering (B) 1 april 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering24.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ik heb er dus niet zo veel problemen mee, maar ik begrijp wel dat er politiek nogal wat verschillende meningen over zijn. Ik stel voor de motie in stemming te brengen. Dan kunnen we zien wat u ervan vindt. Om overigens nog even op het tweede punt in die motie terug te komen: het gaat over de financiële consequenties. Volgens mij zijn die er niet of nauwelijks omdat het hier over giften gaat en niet om geld dat wij er zelf in steken. De tweede motie gaat over de kostendelersnorm. Op dat punt zegt de motie eigenlijk niet veel meer dan ‘zorg dat u in schrijnende gevallen zo veel mogelijk gebruik maakt van de beleidsvrijheid die u heeft als Baanbrekers’. Dat kan ik op zich ondersteunen. Daarnaast zegt de motie iets over de werkwijze. Dat wil ik best wel meenemen en ter discussie brengen. Ik ken de werkwijze an sich niet dus alleen daarom al is het goed het daar eens even over te hebben. Deze motie raad ik dus niet af maar ook bij deze kan ik me voorstellen dat het politiek gevoelig is en dan kan ik me voorstellen dat u die motie in stemming zou brengen.

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

18

De heer Van Groos: Naar aanleiding van de woorden van de portefeuillehouder, waarbij dank voor het beantwoorden van onze vragen over de werkgeversdienstverlening, heb ik een vraag. De vraag was niet waarom de positie van de raad beperkt is, want dat is wel duidelijk, maar waarom het helemaal niets is. Waarom hebben we er helemaal niets over te zeggen? U verwijst naar het feit dat er twee raadsleden in het AB van Baanbrekers zitten, maar die spreken daar zonder last en ruggenspraak. Die hebben daar een eigen rol te vervullen, dus daarmee heeft de raad van Waalwijk ook nog niets te zeggen over de werkgeversdienstverlening. Dat was onze vraag. Waarom houdt u ons zo angstvallig weg van het spreken over een onderdeel van het re-integratiebeleid? Wethouder Bakker: Ik houd u daar niet bij weg en als u vindt dat er in de uitvoering van WSP Werkhart ten aanzien van de uniforme werkgeversdienstverlening iets zou moeten veranderen, staat het u vrij om een motie in te dienen en mij die boodschap mee te geven richting het DB. Dan kan ik er vanuit de Baanbrekers-positie iets over zeggen. Daarnaast kunt u mij dat ook meegeven omdat ik ook portefeuillehouder ben in het portefeuillehoudersoverleg arbeidsparticipatie, waar wij ook over dit onderwerp spreken. Echter is het een college-aangelegenheid en de raad is daar in principe niet bij betrokken.

Maar u kunt daar natuurlijk wel actiever in zijn op deze manier. Mevrouw De Bruijn: Ik wil de wethouder een vraag stellen naar aanleiding van zijn eerste beantwoording op de samenwerking en de SUWI. U zei eigenlijk tussen de regels door dat u al sinds 2018 samenwerkt met Tilburg. Dan zou ik bijna willen vragen wat daar dan de resultaten van zijn. Misschien wordt het in de toekomst nog één bedrijf, zei u, en dan denk ik ‘ho, is daar al over gesproken, is daar binnen het AB of DB al enigszins een luchtballon over opgelaten?’ Ik zou daar graag antwoord op willen hebben. Wethouder Bakker: Nee, dat is niet zo. Wij werken al sinds 2018 of 2019 samen. De samenwerking is in 2017 geïnitieerd. Toevallig is er net een evaluatie lopende over hoe dat werkt en die resultaten zijn best aardig. De bedrijven hebben er voordeel bij en ook ten aanzien van de positie van de sociale diensten en werkbedrijven hebben ze er voordeel van, dus dat is positief. Over één sociale dienst wordt niet direct gesproken, wij houden dat zelf ook wel wat af, maar de vorming van de arbeidsmarktregio’s, de wet SUWI die uiteindelijk zegt dat we op bepaalde onderdelen moeten samenwerken, geeft wel aan dat er steeds meer aangestuurd wordt op regionale samenwerking. Of dat dan één bedrijf wordt, is nog maar de vraag, maar ik kan het natuurlijk niet uitsluiten.

Dat is iets dat over een paar jaar misschien gaat gebeuren, die discussie. Ik kan het dus niet uitsluiten, maar er wordt op dit moment door ons zeker niet op aangestuurd. De voorzitter: Was dat voldoende beantwoording, denk ik. Mevrouw De Bruijn: Ja, dank u wel voor de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Heeft u nog behoefte aan een tweede instantie? Ik heb straks tegen mevrouw De Bruijn gezegd dat ze misschien nog gebruik kan maken van de tweede instantie. U was in eerste termijn iets vergeten. Het woord is aan mevrouw De Bruijn. Tweede termijn Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, ik had bij de eerste instantie nog willen aangeven dat wij de motie over vrijstelling van giften tot € 1200 per jaar voor bijstandsgerechtigden, die in Heusden is aangenomen, warm omarmen. Deze motie laat ons ook zien dat de gemeentelijke overheid op een andere wijze met compassie betrokken is bij bijstandsgerechtigden. Daarom hebben wij ook met deze motie ingestemd. In de tweede instantie wil ik ook tegen de wethouder zeggen dat de fractie naar aanleiding van de antwoorden die we net van u hebben gekregen bereid is het college te volgen en geen Notulen raadsvergadering 1 april 2021

19

zienswijze in te dienen tegen de kaderbrief. Wij gaan er wel vanuit dat substantiële investeringsvoorstellen niet eerder zullen worden uitgevoerd dan dat de raad er tijdig van in kennis is gesteld. De heer Ottens: Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik maak eruit op dat de wethouder eigenlijk geen enkel bezwaar heeft tegen beide moties. Maar hij laat het aan de raad en op zich is dat goed. Nog even tegen mevrouw Schuijffel, die vraagt om onderbouwde feiten. Je komt daarbij al heel snel in privacy-zaken en u vraagt dit nu aan de raad. Maar als u onderbouwde feiten wilt hebben, zou ik u aanraden om zich tot Baanbrekers te wenden. Bij de kostendelersnorm gaat het niet alleen om jongeren die al dan niet de keus hebben om zelfstandig te wonen, maar vaak ook bijvoorbeeld om jongeren met een handicap, die afhankelijk zijn van de mantelzorg van hun ouders. Dan gaat het niet om aantallen maar om situaties die u moet beoordelen. Dat wilde ik u nog even aangeven. De voorzitter: Oké, maar dit doet me heel erg denken aan een deel van de eerste termijn, waarin we dit aspect van de discussie al belicht hebben. Mevrouw Schuijffel: Mag ik daar nog op reageren? De voorzitter: Dat wordt een herhaling van zetten. Het mag voor nu, maar heel kort, want dit heb ik allemaal al eens gehoord, alleen in andere woorden. Mevrouw Schuijffel: Dank u wel, voorzitter.

Ik wil even tegen de heer Ottens zeggen dat hij mij dan net niet goed gehoord heeft. De heer Van Groos: Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de reactie. We zullen nog nadenken over hoe de rol van de raad ten aanzien van de werkgeversdienstverlening. Nog een reactie op de moties. De voorzitter was op een gegeven moment aan het inventariseren, maar dat liep ook alweer wat rommelig. Toen heb ik mijn hand opgestoken en kwam er weer een discussie. Ik kan u melden dat beide moties ook door ChristenUnie worden ondertekend, omdat wij hiermee een signaal willen afgeven. De angst dat er misbruik van de regeling zou worden gemaakt, leidt ertoe dat mensen worden vermalen door het systeem en dat kan nooit de bedoeling zijn. Wij beschouwen beide moties als een helder signaal om daar iets aan te doen. De menselijke maat moet terug en er moeten niet alleen maar anti-misbruikregels zijn. De voorzitter: Dank u, u bent bij beide moties al mede-indiener genoteerd. Ik vond trouwens dat het helemaal niet chaotisch verliep. Uw toevoeging is genoteerd. 9.

(R3.1-21) Kadernota 2022 Preventie, weerstand en veerkracht van de GGD

Mevrouw De Jongste: Voorzitter. Hartelijk dank voor de beantwoording van de vragen. Ik heb een aanvullende vraag hierover. Er zijn bezuinigingen van € 25.000 in de begroting van 2022 opgenomen. Als raad hebben wij dit goedgekeurd en daar ben ik mij terdege van bewust. Zijn die bezuinigingen ook van invloed op de te verwachten coronabijdragen van het Rijk, en zo ja, wordt als raad hiervan op de hoogte gesteld? Daarnaast heb ik nog de vraag of het wel verstandig is om deze bezuinigingen door te voeren. We hebben daar in juli al min of meer toe besloten na de eerste lockdown. Weet het college al hoe de GGD deze bezuinigingen gaat invullen en of dat wel overeenstemt met ons gezondheidsbeleid? Dit ook naar aanleiding van de drie vragen die vandaag zijn binnengekomen op het RIS. Daar zou ik graag nog een antwoord op willen hebben.

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

20

Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Als er bepaalde veranderingen in de begroting zijn, zullen we de raad daarover informeren. Het spijt me echter zeer dat ik deze technische vraag niet helemaal begrijpen en kan beantwoorden. Wellicht kan mevrouw De Jongste hem nog iets beter toelichten? Mevrouw De Jongste: Dat zal ik proberen. Wij hebben die bezuinigingen van € 25.000 goedgekeurd, maar nu, tijdens deze lockdown, zijn er toch te verwachten extra zorgen. Daarom vragen wij ons af of de coronabijdragen vanuit het Rijk nog invloed hebben op de bezuinigingen die wij gemaakt hebben voor het komend jaar. Wethouder Odabasi: Ik probeer de vraag te beantwoorden. Vanuit het Rijk krijgen we inderdaad extra middelen in het kader van de corona-aanpak. De bezuinigingen die we de vorige keer hebben toegepast, zijn structureel. Maar wat we wel zien, is dat door corona een aantal zaken niet uitgevoerd kunnen worden. In plaats daarvan worden activiteiten uitgevoerd om mensen te helpen in het kader van corona. Er vindt dus een verschuiving plaats in de activiteiten. Ik heb nog niet het signaal gekregen dat we gelden tekortkomen en we bepaalde zaken niet kunnen uitvoeren. Er worden alleen andere keuzes gemaakt.

Mevrouw De Jongste: Kunt u ons dan nog een toezegging doen dat u dat, wanneer er meer duidelijkheid over is, terugkoppelt aan de raad? Wethouder Odabasi: Bij de jaarrekening krijgt u sowieso de terugkoppeling, want daarin wordt verantwoording afgelegd. 10. (R3.8-21) Instellen bestemmingsreserve maatregelen coronacrisis 11. (R3.4-21) Coronacrisis: extra subsidiëring maatschappelijke organisaties De voorzitter: Zoals ik al straks al zei, kunt u de agendapunten 10 en 11 ook samen bespreken. Geef het even aan als dat het geval is, dan kan ik daar met de tijd rekening mee houden. Het woord is aan de ChristenUnie. De heer Van Groos: Dank u wel voor het woord, voorzitter. En ook dank voor het aansluitend behandelen van beide coronavoorstellen en het wijzigen van de volgorde waardoor eerst de reserve kan worden ingesteld, waarna vervolgens het beroep op diezelfde reserve kan worden gedaan. Onze bijdrage zal dus eerst gaan over het instellen van de bestemmingsreserve en daarna over de extra subsidiëring. De fractie van de ChristenUnie is van mening dat dit voorstel te vaag is ten aanzien van het doel. Dat maakt het verlenen van mandaat aan het college om te mogen beschikken over deze reserve, normaal een raadsbevoegdheid, een hachelijke zaak. Daarom komen we met een amendement waarvan de tekst voor zich spreekt.

Ik neem aan dat u zo weer op adequate wijze inventariseert welke fracties dit amendement steunen. Ten aanzien van het instellen van deze bestemmingsreserve wil ik nog de volgende opmerkingen maken. Als er nieuwe rijksregelingen komen met middelen voor andere beleidsterreinen dan genoemd in de bijlage onder de punten 2 tot en met 21, kunnen die wat ons betreft via een raadsbesluit alsnog worden ondergebracht bij deze coronareserve. Het mandaat kan daarvoor dan worden uitgebreid. Verder wenst onze fractie geen voorschot te nemen op de bestemming van het jaarrekeningresultaat en hebben we er geen enkele moeite als het college in het raadsvoorstel bij de jaarrekening voorstelt om het restant van de coronamiddelen over 2020 toe te voegen aan deze bestemmingsreserve, mits het overschot daartoe de ruimte biedt. Resultaatbestemming is nu niet aan de orde.

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

21

Dan vervolg ik nu met de bijdrage over het raadsvoorstel coronacrisis: extra subsidiëring maatschappelijke organisaties. Het zal u bekend zijn dat de ChristenUnie van mening is dat het college en ook de raad zeer terughoudend moeten zijn met tussen de gebruikelijke momenten als het vaststellen van de kaders en de begroting door een beroep doen op de algemene reserve. Inmiddels is duidelijk geworden hoeveel middelen het Rijk aan de gemeente Waalwijk beschikbaar heeft gesteld en dat blijkt voldoende om maatschappelijke organisaties te ondersteunen, waardoor geen beroep op de AR nodig is. Daarom dient de ChristenUnie ook bij dit raadsvoorstel een amendement in. Dank u wel.

Amendement A: Mandaat Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • het college niet alleen aan de raad voorstelt om per 1 januari 2021 een bestemmingsreserve maatregelen Coronacrisis in te stellen maar ook om het college te mandateren binnen het doel en het saldo van de bestemmingsreserve uitgaven te doen; • in het raadsvoorstel als doel wordt genoemd: “De in een jaar niet aangewende middelen van de Coronacrisis beschikbaar houden voor dekking van de financiële gevolgen van de Coronacrisis”; • de raad op 17 september 2020 € 500.000 beschikbaar heeft gesteld (€ 159.000 uit Rijksmiddelen en € 341.000 uit de Algemene Reserve); overwegende dat: • het doel van de bestemmingsreserve juist niet alleen zal zijn om de middelen veilig te stellen, maar ook om die gericht aan te wenden; • het budgetrecht bij de raad ligt en dus het beschikken over reserves een raadsbevoegdheid is; • bijzondere tijden om uitzonderlijke maatregelen vragen; • bij het beschikken door het college over een in te stellen bestemmingsreserve zo duidelijk mogelijk moet zijn binnen welke spelregels dit zou mogen geschieden; • in 2021 mogelijk ook Rijksmiddelen beschikbaar komen voor andere beleidsdoelen; • middelen die vanuit de Algemene Reserve beschikbaar zijn gesteld maar niet zijn uitgegeven, niet ten bate van de bestemmingsreserve behoren te komen, maar conform het

raadsvoorstel van 17 september 2020 teruggestort dienen te worden in de Algemene Reserve; besluit: punt 2 van het dictum als volgt te wijzigen: 2. het mandateren van het college om a. binnen het saldo van de bestemmingsreserve uitvoering te geven aan maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van de Coronacrisis, waarvoor van Rijkswege middelen beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de onder punt 2 tot en met 21 in de bij dit raadsvoorstel behorende bijlage genoemde beleidsonderdelen; b. uitvoering te geven aan Rijksregelingen die bedoeld zijn om organisaties met het oog op de gevolgen van COVID-19 financieel te ondersteunen, waarbij een mogelijk nadelig effect voor de gemeente ook ten laste van deze reserve kan worden gebracht. Amendement B: Andere dekking Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: Notulen raadsvergadering 1 april 2021

22

• als gevolg van de Coronacrisis ook de sociale en culturele sector wordt geraakt; • de partners in het Waalwijks maatschappelijk middenveld (Sport, Welzijn en Cultuur) tijdelijk hun deuren geheel of gedeeltelijk hebben moeten sluiten, met nadelige financiele consequenties tot gevolg; • tijdens de Raadsvergadering van 17 september 2020 hiervoor € 500.000 beschikbaar is gesteld met als doel om door middel van subsidiëring de continuïteit van organisaties in het maatschappelijk middenveld te borgen; • het Rijk zowel in 2020 als in 2021 budget beschikbaar heeft gesteld ten behoeve van compensaties hiervoor; • die Rijksmiddelen nog niet geheel zijn ingezet: nog beschikbaar zijn voor lokale culturele voorzieningen 2020 (€ 158.000), buurt- en dorpshuizen 2020 (€ 42.000), vrijwilligersorganisaties jeugd/ scouting 2020 (€ 20.000) en lokale culturele voorzieningen 2021 (€ 280.000); • de voorgestelde dekking vanuit de Algemene reserve inmiddels achterhaald is door de compensatie vanuit het Rijk. overwegende dat: • het in de rede ligt geoormerkte middelen van het Rijk in te zetten voor het aangegeven doel; • daarmee de onttrekking aan de Algemene Reserve van € 500.000 in 2021 niet meer nodig is; • de gemeente Waalwijk het belangrijk vindt dat de continuïteit van verenigingen en instellingen geborgd blijft; besluit: het dictum van het besluit als volgt te wijzigen: 1.

Een bedrag van € 220.000 beschikbaar te stellen uit de Bestemmingsreserve maatregelen Coronacrisis en een bedrag van € 280.000 beschikbaar stellen uit de beschikbare rijksmiddelen lokale culturele voorzieningen 2021 voor het verstrekken van extra incidentele subsidiering aan instellingen en verenigingen uit het maatschappelijk middenveld van Waalwijk vanwege de nadelige gevolgen van de Coronacrisis; 2. De huur amateursportverenigingen kwijt te schelden, ter hoogte van de gestelde voorwaarden in de TVS-3, en het financiële nadelige effect hiervan te dekken uit de Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties; 3. De conform het voorgaande aangepaste begrotingswijzing 2021010 vast te stellen. De voorzitter: Dank u wel. Welke partijen willen het amendement over het instellen van de bestemmingsreservemaatregelen coronacrisis medeondertekenen? De heer Ottens: Lijst De Jongste en PvdA medeondertekenen dit amendement. Mevrouw IJpelaar: Lijst IJpelaar ondersteunt het amendement ook. De heer Tiemstra: De SGP ook. De heer Klerx: LokaalBelang ook. De heer Spierings: De VVD ondersteunt ook. De heer Klapwijk: Het CDA ondersteunt het ook. Mevrouw Pouw: Lijst Pouw ondersteunt hem ook. Mevrouw Van den Udenhout: GroenLinksaf ondersteunt hem ook. Notulen raadsvergadering 1 april 2021

23

De voorzitter: Heb ik dan iedereen gehad? Mevrouw Schuijffel: U bent ons vergeten. Ook D66 steunt hem ook. Ik zit alleen nog even te denken, want dit gaat over dat wij het geld niet zouden bestemmen en wij hebben straks een motie waar dat wel in staat. De voorzitter: Daar hebben we het straks over. Maar even voor de duidelijkheid, want de heer Van Groos wil ook gewoon weten wie wel en wie niet. U heeft gezegd te ondersteunen. De consequentie daarvan horen we straks wel. Mevrouw Schuijffel: Akkoord. De voorzitter: Oké, dan heb ik amendement B, coronacrisis: extra subsidiëring maatschappelijke organisaties. Even handjes als er partijen zijn die dit amendement willen medeondertekenen. Mevrouw Schuijffel: Hier kijken wij nog even naar. De heer Klerx: LokaalBelang steunt het amendement. De heer Spierings: De VVD steunt het ook. De heer Ottens: Lijst De Jongste en de PvdA ondersteunen het amendement ook. Mevrouw IJpelaar: Lijst IJpelaar ook. De heer Tiemstra: De SGP doet ook mee. De heer Klapwijk: Het CDA ondersteunt hem ook. Mevrouw Van den Udenhout: GroenLinksaf ook. Mevrouw Pouw: Lijst Pouw ook. De voorzitter: Dank u wel. Dit was de bijdrage van de ChristenUnie. Ik ga naar Lijst De Jongste en Partij van de Arbeid. Het woord is aan de heer Ottens. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Aan de bijdrage van de heer Van Groos heb ik weinig toe te voegen.

Ik zou de motie door D66 is niet ingediend, dus ik vind het een beetje lastig om daarop te reageren. Dat bewaar ik dan dus even voor de tweede termijn. De heer Tiemstra: Voorzitter, geacht college, leden van de raad, kijkers en luisteraars thuis en belangstellenden. De SGP-fractie houdt het rond beide agendapunten in samenhang kort, zoals je ook van de SGP gewend bent. Verschillende fracties zullen hierover vanavond het woord voeren of hebben dat reeds gedaan. Moties en amendementen, we hebben ze gezien en zullen ze nog zien. Met het instellen van een bestemmingsreserve voor maatregelen coronacrisis hebben wij geen moeite, integendeel. Wel zijn wij wat huiverig voor het voornemen om het college te mandateren hiermee aan de gang te gaan. De raad dient hier naar onze mening een leidende rol in te hebben. Vervolgens: wij vergeten niet dat instellingen en verenigingen uit het maatschappelijk middenveld het moeilijk hebben ten gevolge van de coronacrisis. Dat wij daar als gemeentebestuur iets mee moeten, is evident. Het is goed dat we daarbij Notulen raadsvergadering 1 april 2021

24

tevens oog hebben voor de amateursportverenigingen. Over amateursport gesproken en op het randje van de orde: we zien overal in Nederland de buitenzwembaden opengaan. Per vandaag al 47. Dat is voornamelijk gericht op de recreatieve zwemmers, de banenzwemmers en trainingen. Het is goed om zo in een tijd van corona toch aan het herstel van de conditie te kunnen werken na een periode waarin weinig tot niets mogelijk was. Zou dat niet ook in Waalwijk kunnen? Terug naar de hoofdlijn van dit onderwerp. Dank voor het toestaan van dit zijpad. Er is naast de genoemde groepen nog een belangrijke groep in de samenleving die het zwaar heeft. Dan doelen we op de ondernemers. De detailhandel, de horeca, de recreatiesector, dienstverlening, verhuur. U zult moeiteloos meer sectoren kunnen bedenken. Gelukkig zijn er regelingen, eerlijk is eerlijk, ook in Waalwijk. Het is echter nog maar de vraag of deze regelingen in alle gevallen voldoen. Hoe de getroffen ondernemers, die soms al een jaar zonder inkomsten zitten, te helpen. Niet elke ondernemer wordt even hard geraakt door corona, maar er zijn er bij die wel heel hard worden geraakt. Daarom wil de SGP vanavond ook voor de ondernemers een lans breken en het college vragen zich in te spannen daadwerkelijk hulp te bieden waar dat het hardst nodig is. Graag een inhoudelijke reactie, het liefst gevolgd door een concrete toezegging.

De heer Klapwijk: voorzitter, beste aanwezigen, wij pakken ook beide punten samen. Het CDA is blij met het amendement over de reserve coronamaatregelen. Complimenten voor de heer Van Groos voor het neerleggen van een beter fundament voor het mandaat aan het college. Ook staan we positief tegenover het amendement voor de coronasubsidies. Als het voor nu nog niet nodig is, prima. Maar wel vindt de fractie van het CDA het belangrijk om het signaal af te geven dat de Waalwijkse politiek de organisaties en verenigingen niet laat zitten in deze crisis. Dus als er op een later moment alsnog een bijdrage nodig is, zullen we deze positief bekijken. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar het college voor de beantwoording. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter, ik had ook nog een bijdrage. De voorzitter: U staat er niet bij, alleen bij agendapunt 11. Maar laten we heel praktisch zijn. Pakt u de twee onderwerpen ook samen, dan krijgt u nu het woord en niet bij agendapunt 11. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. D66 is heel blij met de voortvarendheid waarmee het college de subsidiëring voor maatschappelijke organisaties die in de knel komen door de coronacrisis, geregeld heeft. Het is goed dat we er met elkaar voor zorgen dat ons maatschappelijk middenveld overeind blijft. Dat hebben we alleen nu, maar ook na de crisis, hard nodig om weer gezond op te krabbelen.

Wat wij expliciet onder de aandacht brengen, zijn de gelden die het Rijk aan onze gemeente heeft gegeven voor het overeind houden van onze lokale culturele infrastructuur. Onze gemeente heeft een rijke lokale culturele infrastructuur. Denk aan Theater De Leest, het Kunstencentrum, de bibliotheek, het GMHK, het festival Wolluk-Stock het sociaal cultureel centrum Den Bolder in Waspik, om er zo maar even een paar te noemen. Waalwijk heeft in totaal bijna zeven ton ontvangen, specifiek voor de noden van deze organisaties, instellingen en stichtingen. Door de vraag voor ondersteuning van het GMHK onlangs en de discussie die daaruit voortvloeide, waarin het GMHK met een kluitje in het riet werd gestuurd, zijn we toch eens wat dieper in de materie gedoken. Het GMHK zou volgens ons namelijk gewoon een beroep kunnen doen op de gelden die de gemeente voor dit doel had ontvangen, toch? Waar is dat geld voor deze organisatie dan geland? Uit de beantwoording van onze vragen blijkt dat er al een flink bedrag aan instellingen en stichtingen is uitgegeven en toegezegd. Wij zijn blij met de

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

25

steun aan De Leest, aan Wolluk-Stock, het Kunstencentrum en Halve Zolen. En ook met de nieuwe initiatieven die ermee ondersteund zijn. Dan resteert € 438.000. Wat gaan we dan doen met dat restant? Wij lezen dat overwogen wordt dat restant in de algemene pot bestemmingsreserve coronacrisis te stoppen. Daarvan zouden dan ook de culturele instellingen een deel kunnen krijgen, mits ze snel genoeg zijn, want het gaat op volgorde van binnenkomst. Dat vinden wij nu net een beetje te kort door de bocht. Het is nu niet duidelijk hoe de financiële gevolgen voor onze organisaties uitpakken het komend jaar, en natuurlijk geldt dat voor heel het maatschappelijk middenveld. Overigens geldt dat ook voor onze ondernemers. Ik ondersteun ook het bepleit van de SGP van daarnet. Echter, specifiek voor de borging van onze lokale culturele infrastructuur heeft Waalwijk geld ontvangen. Wat D66 betreft blijft het geld ook beschikbaar voor deze organisaties, totdat duidelijk is dat zij een eventueel restant niet nodig hebben. Bovendien zouden wij het geld ten goede willen laten komen aan cultuurmakers die niet direct onder een van onze infrastructurele culturele instellingen of stichtingen vallen, maar wel het culturele klimaat in ons Waalwijk bevorderen. Daarnaast dienen wij ook onze motie ‘coronasteungeld voor cultuur blijft bestemd voor cultuur’ in.

Motie 3: Coronasteungeld voor cultuur blijft bestemd voor cultuur De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • het kabinet op 28 mei 2020 heeft besloten een flink bedrag aan gemeenten te verstrekken voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. En hier in 2021 een nog groter bedrag aan is toegevoegd; • het Rijk (pop)podia, gezelschappen, bibliotheken, musea, kunst- en cultuureducatie, beeldende kunstinstellingen, filmtheaters, amateurkunstinstellingen en festivals als lokale culturele infrastructuur benoemt; • gemeente Waalwijk een rijke lokale culturele infrastructuur kent, denk aan Theater De Leest, Het Kunstencentrum, de Bibliotheek, het G…MHK, Festival Wolluk Stock en Sociaal Cultureel Centrum De Bolder in Waspik; • in raadsinformatiebrief 72-20 “Septembercirculaire 2020 gemeentefonds” vermeld staat dat de gemeente in het kader van het steunpakket corona € 317.000 heeft ontvangen voor lokale culturele voorzieningen; • raadsinformatiebrief 07-21 “Compensatiepakket Coronacrisis” vermeld dat er voor 2021 € 378.000 beschikbaar is voor cultuurmiddelen; • in totaal heeft de gemeente Waalwijk voor dit doel dus € 695.000 ontvangen; • het uit de beantwoording van onze vragen op 31 maart 2021 duidelijk is geworden waar de rijksgelden voor borging lokale culturele infrastructuur in Waalwijk zijn ‘geland’, wat er van deze gelden is uitgegeven, is toegezegd

en wat er nog resteert, namelijk € 438.000; overwegende dat: • een gezonde culturele sector bijdraagt aan het vestigingsklimaat van de gemeente Waalwijk; • het GMHK onlangs in de raad gevraagd heeft om financiële ondersteuning voor hun museumstichting; • uit de beantwoording van onze vragen blijkt dat de gemeente in gesprek is met GMHK om te kijken hoe zij de stichting tegemoet kan komen. Hierbij erkent de gemeente inmiddels dat GMHK binnen de doelgroep van de subsidieregeling valt;

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

26

• het op dit moment nog niet duidelijk is in welke mate instellingen, die deel uitmaken van de lokale culturele infrastructuur, op de middellange termijn door de coronacrisis geraakt worden; draagt het college op: 1. verstrekte Rijksgelden - en eventueel nog te ontvangen gelden in de toekomst - die bestemd zijn voor extra steun aan de lokale culturele infrastructuur ook daadwerkelijk aan de culturele sector te bestemmen en beschikbaar te stellen; 2. de niet-benutte rijksmiddelen ook beschikbaar te stellen aan cultuurmakers, zijnde organisaties, verenigingen, vrijwilligers, organisaties, stichtingen of zelfstandigen, die het culturele klimaat in gemeente Waalwijk bevorderen met het specifiek verzoek te kijken naar het GMHK; 3. de raad voor 1 juni 2021 te informeren over de besteding van de gelden die we van het Rijk ontvangen hebben voor de borging van de lokale infrastructuur, plus de aanvragen die niet toegekend zijn met opgave van reden, en gaat over tot de orde van de dag. De heer Ottens: Ik vraag me af wat mevrouw Schuijffel verstaat onder cultuurmakers die niet onder de regelingen vallen, dus de cultuurmakers die tussen wal en schip dreigen te vallen. Daar zou ik graag een verduidelijking over willen hebben. Mevrouw Schuijffel: Dan moet u denken aan cultuurmakers die niet in dienst zijn van bijvoorbeeld het Kunstencentrum.

Het gaat natuurlijk wel om cultuurmakers die daadwerkelijk iets betekenen in het Waalwijkse, dus niet zomaar om alle cultuurmakers. Ik zat zelf te denken -- ik weet helemaal niet of zij de steun nodig hebben -- aan de kunstenaars in de Hooisteeg bijvoorbeeld, of de vrijwilligers van het Huis van Waalwijk, die bijvoorbeeld juist in deze tijd bepaalde initiatieven willen ontplooien. Ik dacht ook nog aan de erfgoedverenigingen die wellicht een aantal dingen zouden willen doen, of die misschien bepaalde onkosten moeten maken. In ieder geval zijn er naast alle instellingen die je echt nadrukkelijk kunt rekenen tot de lokale culturele infrastructuur nog veel andere partijen die een waarde vertegenwoordigen op dat vlak. Die zou ik er graag bij willen betrekken. De heer Ottens: Het is mij nog niet duidelijk. Een groot aantal van de makers, de instellingen en vrijwilligers die u noemt, behoren tot het maatschappelijk middenveld dat wel onder regelingen valt. De professionele kunstenmakers kunnen, voor zover zij te lijden hebben onder de coronamaatregelen, een beroep doen op de rijksmaatregel, omdat zij als zzp’er ingeschreven staan. Het is mij dus niet helemaal duidelijk wie er nu tussen wal en schip valt. Maar misschien kan de wethouder daar vanuit zijn kennis straks even op reageren. De heer Bögemann: Dank u wel, voorzitter.

Wellicht een beetje in het verlengde van de vraag die de heer Ottens net stelde, maar ik zou graag van mevrouw Schuijffel horen wanneer iemand in haar ogen ‘niet zomaar een kunstenaar’ is. Mevrouw Schuijffel: ‘Niet zomaar een kunstenaar’? Uit welke opmerking die ik gemaakt heb zou die vraag voortkomen? De heer Bögemann: U gaf aan dat niet iedere kunstenaar daar zomaar voor in aanmerking zou komen, dus ik zou graag iets specifieker horen wanneer u vindt dat een kunstenaar daar wel voor in aanmerking komt en wanneer niet. Mevrouw Schuijffel: Ik noemde het cultuurmakers, niet zo zeer kunstenaars. Het kan zijn dat mensen initiatieven zouden willen ontplooien op cultureel gebied, als cultuurmaker in Notulen raadsvergadering 1 april 2021

27

deze periode, waar ze graag extra fondsen voor zouden willen hebben. Dat zou kunnen. Of als bijvoorbeeld de kunstenaars in de Hooisteeg – de Hooisteeg is toch een belangrijke culturele broedplaats voor Waalwijk – noden hebben, zou dat wat ons betreft ook meegenomen kunnen worden. En als jullie met zijn allen als raad zeggen dat dat heel logisch is, ben ik daar alleen maar heel blij mee. De heer Klapwijk: Er is wat verwarring waar ik mee worstel. Dus ik vraag het even aan mevrouw Schuijffel. U geeft het belang van cultuur aan en dat kunnen we helemaal onderschrijven. We zien echter ook het belang van sport en het belang van onze ondernemers. We zitten met zijn allen in hetzelfde schuitje. Wat maakt nu dat u voor cultuur een uitzonderingspositie wilt maken? Mevrouw Schuijffel: Die uitzonderingspositie heeft onze Tweede Kamer en regering al gemaakt. Daarin zijn aparte fondsen beschikbaar gesteld. De heer Klapwijk: Tegelijkertijd zeggen we over bestemmingsreserves dat gelden in principe worden ingezet voor de zaken waar ze voor bedoeld zijn. Dat zou ook cultuur kunnen zijn. Alleen als ze over zijn, kijken we of we op andere plekken tekortkomen. Het zou toch jammer zijn als onze cultuur straks goed door de coronastorm gekomen, maar we onze ondernemers of sportverenigingen helemaal kwijt zijn geraakt. Om die schotjes daartussen maak ik me wat zorgen, eerlijk gezegd.

Mevrouw Schuijffel: Ik heb hier eigenlijk niet veel aan toe te voegen. Ik heb volgens mij heel duidelijk mijn punt gemaakt. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Dank u wel, voorzitter. Allereerst bedankt voor alle bijdragen van de partijen en voor de diverse vragen die onderling zijn uitgewisseld. Eigenlijk hebben de raadsleden onderling alle vragen al beantwoord. De heer Ottens vroeg mij nog wel of ik weet wie er tussen wal en schip zou kunnen vallen. Ik weet dat echter ook niet, want de ondernemers worden, zoals u heel goed aangaf, door het Rijk gesteund middels de coronacompensatie. Zodra het geen ondernemers zijn, hebben wij daar zelf, dus met deze raadsvoorstellen op dit moment, een coronasubsidiepot en een bestemmingsreserve voor die we nu willen gaan instellen. Ik ben het ook eens met de heer Klapwijk. Ik houd niet zo van die schotjes, zei hij. Ik ook niet. Ik heb veel liever dat wij als gemeente Waalwijk daar waar nodig bijspringen. Dat wij veel cultuurgelden hebben gehad, mevrouw Schuijffel, is een landelijke afgeleide, maar dat wil niet zeggen dat de cultuurproblemen in Waalwijk ook op die grootte, dus van dit bedrag, voorkomen. Eerlijk gezegd is dat op dit moment ook niet zo. Het kan wel veranderen, maar ik zou echt heel graag de amendementen van de heer Van Groos, die de raadsvoorstellen verbeteren, omarmen.

Met de toevoeging van de heer Van Groos over de bestemmingsreserve heb ik daar veel meer gevoel bij. Dan kunnen we alle doelgroepen binnen het maatschappelijk middenveld adequaat ondersteunen. Zo kunnen wij als college namens u daar waar nodig snel hulp bieden in tijden van corona. De voorzitter: Dus als het gaat om de twee amendementen en de motie, hoor ik u zeggen dat u de amendementen ondersteunt. Wat vindt u van de motie? Wethouder Van den Hoven: Ja, dat moet ik nog uitspreken. De motie van D66 zou ik afraden, omdat je dan weer schotjes gaat maken en het is volgens mij juist een voordeel dat er geen schotten zijn, opdat het geld dat in die reserve zit juist zo breed mogelijk kan worden ingezet daar waar het nodig is binnen het maatschappelijk middenveld. De heer Ottens: Dank voor de heldere beantwoording. Ik heb toch nog één vraag, want over hetgeen in de motie van D66 vermeld staat over de zorgen voor het GMHK, heeft u Notulen raadsvergadering 1 april 2021

28

een paar weken geleden helder over aangegeven dat u erover in overleg ging en creatief zou gaan kijken naar een oplossing. Zonder in schotjes te willen denken, is dat een zorg die wij met D66 delen. Misschien kunt u daar ook alle zorgen wegnemen, zodat wij in ieder geval een terdege standpunt in kunnen nemen waar het gaat om de motie. Wethouder Van den Hoven: Ik kan die zorgen wel wegnemen, denk ik. Wij zijn op dit moment in gesprek met GMHK. Alleen in de hele vervelende omstandigheid van het wisselen van penningmeester zijn bepaalde stukken nog niet binnen bij ons. We hebben ook aangeboden ze op weg te helpen. Als het kan via landelijke compensatie, komt er een landelijke compensatie voor GMHK. Mochten zij daar om welke reden dan ook buiten vallen, gaan wij binnen de subsidieregeling de compensatie geven die nodig is. Het bedrag weet ik niet meer uit mijn hoofd, maar ik kan wel zeggen dat de problemen voor GMHK linksom of rechtsom opgelost gaan worden. Mevrouw Schuijffel: Allereerst dank u voor de toezegging. Heel fijn dat het GMHK in ieder geval kan rekenen op steun, uit welk potje dat dan ook komt. Dat was wel echt even een zorg. Ik denk echt dat de gelden die wij hebben gekregen voor de cultuursector daar ook voor van toepassing zijn. Ik had nog wel iets anders.

Ik snap de intentie van de coronaregeling en ik heb meerdere partijen, waaronder de wethouder, al horen zeggen dat er ruimte moet zijn om de regeling uit te breiden, als straks blijkt dat we tekortkomen. Dat vind ik wel heel belangrijk, want uiteindelijk ontstaan er over een halfjaar of een jaar wel problemen en dan zou ik het erg cru vinden als de culturele instellingen achter het net vissen. Dat laat onverlet dat ik vind dat sportverenigingen en allerlei andere soorten organisaties ook hulp verdienen. Want begrijp me goed, ik vind dat iedereen die op dit moment te lijden heeft onder de coronacrisis de hulp moet krijgen die hij nodig heeft. Wat dat betreft onderstreep ik het pleidooi van de SGP om ook iets te doen aan de ondersteuning van bedrijven, zoals de horeca. Wethouder Van den Hoven: Ondernemers zijn commerciële instellingen. Die vallen niet onder de subsidieregeling. Zij zijn echt afhankelijk van de Rijksmiddelen voor compensatie. Als ondersteuning nodig is, kan er vanuit het gemeentelijk apparaat best de helpende hand worden geboden om ondernemers de weg te wijzen naar de compensatieregelingen van het Rijk, maar dat is de lijn op dit moment. Het is niet zo dat wij de commerciële instellingen, die niet in de subsidieregeling staan, met deze subsidie gaan compenseren. Mevrouw Schuijffel: Dat was ook niet mijn suggestie.

Mijn vraag was eigenlijk: wat doen we als over een maand of acht, negen, onze culturele instellingen op omvallen staan of met heel grote verliezen geconfronteerd worden en de subsidiepot leeg is. Wethouder Van den Hoven: In theorie kan alles, mevrouw Schuijffel. Daar heeft u gelijk in. Maar als ik nu zeg dat wij een hele volle pot hebben met Rijksmiddelen, dan moet ik het nog maar zien gebeuren wat u nu stelt. Vorige keer, toen wij de eerste coronasubsidie hebben aangevraagd via de raad, hebben wij ook gezegd dat we beginnen met € 500.000. Toen hadden we slechts € 159.000 van het Rijk en moesten we € 341.000 uit de AR halen. Inmiddels hebben we zo veel geld van het Rijk dat we de AR niet eens aanspreken. Als wij culturele instanties moeten helpen, dan ligt het in de lijn der verwachting dat, als de middelen op wat voor manier dan ook ineens vervlogen zijn binnen een halfjaar, dat wij naar de raad zullen komen om te vragen om meer middelen. Wij zullen dan vragen om meer geld beschikbaar te stellen, dat wij dan weer in onze subsidiepot kunnen stoppen om daarmee de cultuurinstellingen te compenseren. Ik ben namelijk met u van mening dat het niet zo kan zijn dat deze middelen aan andere beleidsvelden worden uitgegeven en wij vervolgens tegen de cultuursector zeggen dat het geld op is, als die op het laatst pas komt vragen om ondersteuning.

Dat gaat niet gebeuren, althans niet als het aan het college ligt. Ik denk

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

29

dat de raad er wel in kan meegaan dat we dan naar de raad komen met een onderbouwing om meer geld te vragen voor het compenseren van de cultuursector. De voorzitter: Volgens mij was dat een helder antwoord op een heldere vraag. Daarmee hebben we de beantwoording door het college gehad. Heeft u naar aanleiding van alles wat besproken is bij agendapunt 10 en 11 nog behoefte aan een tweede instantie? Ik stel de vraag met de teneur dat ik eigenlijk denk van niet. Volgens mij is alles wel besproken. We zien die punten straks terug bij de besluitvorming. 12. (R3.2-21) Nota van Uitgangspunten 2022 t.b.v. kadernota en begroting De heer Van Groos: Voorzitter. Bij punt 8 van de Nota van Uitgangspunten staat een gebruikelijke passage over vervangingsinvesteringen. Tevens staat elk jaar in de begroting de volgende tekst: “In het komende jaar zal een aantal bedrijfsmiddelen worden vervangen. Deze vervangingen moeten plaatsvinden om de lopende bedrijfsprocessen doorgang te laten vinden. Met de vervanging is dus alleen sprake van handhaving van bestaand beleid. Om die reden is het niet meer noodzakelijk dat de betreffende investeringen via afzonderlijke begrotingswijzigingen aan de raad worden voorgelegd. Derhalve is het uitgangspunt dat de raad met het vaststellen van de begroting tevens goedkeuring verleent aan de hierbij behorende jaarschijf van het overzicht vervangingsinvesteringen”.

De fractie van de ChristenUnie had de indruk dat het overzicht lang niet alle vervangingsinvesteringen bevat. Dit is door het college bevestigd in de beantwoording van onze vragen over ICT-investeringen. Kan de wethouder toezeggen dat in de begroting 2022 de lijst van genoemde vervangingsinvesteringen wel volledig zal zijn? Verder vinden we het vreemd dat als vervanging alleen kan als er sprake is van handhaving van bestaand beleid, bij verandering van beleid toch vervangingen zonder raadsbesluit kunnen worden uitgevoerd. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Verder komt het geregeld voor dat een deel van de vervangingsinvesteringen toch niet wordt uitgevoerd, omdat de kapitaalgoederen technisch nog in orde zijn. Kan dit niet vóór het vaststellen van de begroting worden uitgezocht, waardoor geen onnodig beslag op middelen wordt gelegd? Tot zover onze eerste termijn. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Voorzitter. De heer Van Groos vraagt of ik een toezegging kan doen met betrekking tot de complete lijst van vervangingsreserves. Wij streven er natuurlijk naar om de lijst zo compleet mogelijk aan te leveren. Normaal gesproken moet deze ook compleet zijn, maar er zijn praktische situaties waarin dat niet altijd uitvoerbaar is. Ik wil best ernaar streven om mijn best te doen om alle vervangingsreserves zo helder mogelijk in beeld te brengen.

Dat is volgens mij wat u wilt weten. Ik heb daar zelf ook behoefte aan, dus het lijkt mij een heel nobel streven. In de praktijk kan dat overigens wel eens wat anders uitpakken. Dat heeft te maken met uw derde vraag. U zegt namelijk: soms worden de investeringen niet uitgevoerd, omdat het kapitaalgoed nog langer meekan. Wij kunnen natuurlijk niet altijd inschatten of een vervanging binnen het jaar nodig is of niet. Soms is het gewoon maatwerk. Als we het weten, moeten we er adequaat op inspelen, dat ben ik met u eens. De tweede vraag ging over verandering van beleid en dat wij dan toch doorgaan met die vervangingsreserve. U vraagt of wij niet vinden dat dit eerst bij de raad moet worden neergelegd. Soms vloeien dingen voort uit de uitvoering en dan zijn er weleens wat kleine wijzigingen waardoor het net niet helemaal identiek is aan het eerdere gebruik. Ik hoop dat u beseft dat wij dan vanuit de praktijk proberen om er zo goed en zo snel mogelijk invulling aan geven. Dan is het lastig om voor elk stukje verandering van beleid naar de raad te moeten gaan om te zeggen dat er een paar functionaliteiten veranderd zijn en te Notulen raadsvergadering 1 april 2021

30

vragen of we mogen doorgaan. Eigenlijk ligt de organisatie dan steeds een paar maanden stil. Dat is niet goed voor de continuïteit van de processen. De heer Van Groos: Ik heb een paar vragen en opmerkingen. Dank voor de reactie van de portefeuillehouder. Hij sprak consequent over vervangingsreserve, maar ik neem aan dat hij het had over vervangingsinvesteringen. Dat voor alle duidelijkheid. Het tweede punt over het gewijzigde beleid en het laten doorgaan van de manier van werken, zou ik graag als technisch punt in het auditcomité willen bespreken. Vandaar dat ik heb gevraagd om de antwoorden op onze vragen over de vervangingsinvesteringen te agenderen voor dit overleg. Daar laat ik het voor nu bij, want ik vind het vooral een financieel-technische bespreking en niet zozeer een politieke. Dat hoort dus in het auditcomité thuis. De wethouder zegt dat het niet handig is als het college nog naar de raad moet. Dat snap ik vanuit de bedrijfsvoering, maar voor de raad is het niet handig als hij buiten alle afspraken om toch dingen laat doorgaan. Als de wethouder als antwoord op mijn vraag zegt dat hij niet kan garanderen dat alle vervangingsinvesteringen in het betreffende jaar worden gedaan, heb ik daar alle begrip voor, maar dat betekent wel dat we vervangingsinvesteringen die niet in het lijstje terechtgekomen zijn, altijd aan de raad worden voorgelegd.

Anders bent u niet geautoriseerd om die vervangingsinvesteringen te mogen doen. U stelt in de loop van het jaar vast dat bepaalde vervangingsinvesteringen gedaan moeten worden, maar niet in het lijstje staan. U laat ze gewoon doorgaan, omdat het een vervangingsinvestering is. Dat is voor de raad niet handig. Dus kunt u toezeggen dat als de lijst niet compleet is en zich een vervangingsinvestering aandient, u het altijd eerst bij de raad meldt en om toestemming vraagt? Wethouder Van den Hoven: Ik denk dat de raad over de kaders gaat en over de grote lijnen. Als wij binnen die financiële kaders blijven en we gaan bijvoorbeeld van een laptop over op een iPad, dan lijkt het me niet handig dat we eerst naar de raad gaan om te vragen of dat goed is. Het is gewoon een stukje uitvoering en daarin gebruik je een ander instrument om bepaalde redenen. Als dat binnen de financiële kaders blijft, lijkt het mij geen probleem. Het is puur uitvoering en volgens mij is dat aan het college voorbehouden. U zegt ook dat de lijst misschien niet helemaal compleet is. Dat zou in de praktijk zo kunnen zijn. Ik heb u ook gezegd dat ik ernaar ga streven om de lijst wel compleet te maken. Daar ga ik me echt voor inzetten, want ik heb er zelf ook baat bij. Laat dat duidelijk zijn. U vroeg ook naar de technische veranderingen.

Bij een beleidsverandering heb je ook nog een technische aanpassing van investeringen. Het zijn inderdaad geen reserves, maar investeringen. Dat zei u juist. Het lijkt me een goed punt om een keer in het auditcomité integraal te bespreken. Het lijkt me goed dat dit helder is voor de mensen die in het auditcomité zitten en ook voor de raad. Het lijkt me ook goed dat we er concrete en transparante afspraken over maken, zodat we hetzelfde bedoelen en hetzelfde handelen. Dat vind ik een prima initiatief. De heer Van Groos: Van de discussie of een vervangingsinvestering mag worden gedaan, terwijl die niet op het lijstje staat, kan ik een politiek verhaal maken, want het college is op dat moment niet daarvoor geautoriseerd. Daarmee wordt het wel weer een financieeltechnische discussie, dus ook die zou ik in het auditcomité willen voeren. Daar wil ik deze raadsvergadering verder niet meer mee belasten. De voorzitter: Ik ben het daar volledig mee eens. Daarmee stel ik voor dat we dit agendapunt hebben afgehandeld. Motie vreemd aan de orde VVD over gezamenlijke verkiezingsborden

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

31

De heer Spierings: Voorzitter. Goedenavond allemaal, dank voor het woord. Geen heel lang verhaal. We zijn allemaal zeer politiek geëngageerd. Dat doen wij in Waalwijk volgens mij met heel veel passie en energie. De campagnetijd vind ik zelf eigenlijk altijd heel erg leuk. Het plakken is een oud ambacht, waarbij je af en toe een beetje ondeugend tegen elkaar bent. Helaas wordt de maatschappij een beetje minder leuk. Dat stoort mij erg. Het vertrouwen in de politiek wordt erg in twijfel getrokken. Wij staan er zelf voor aan de lat. Ik denk dat wij er in Waalwijk ons uiterste best voor doen. Maar goed, dat mensen niet blij of niet tevreden zijn, uit zich tegenwoordig op onze borden. Ik vind het een vorm van ondermijning. Zelfs antisemitische teksten en tekens verschijnen op de borden. Er zijn zelfs gemeenten die aangifte doen. Dat heb ik ook nog willen doen, maar ik dacht: ik ga het anders oplossen. We laten ons niet voor hun karretje spannen. We zijn een gemeente met veel allure: we hebben hier mooie dingen voor onze eigen samenleving. Die borden zien er gewoon niet meer uit. Ze zijn ook gewoon aan vervanging toe. Naar aanleiding van mijn plakwerkzaamheden en die van mijn collega’s denk ik dat het misschien maar eens moet veranderen. Ik stel voor dat we de tijd zoeken om er verandering in te brengen. Vandaar mijn motie vreemd aan de orde.

Ik heb een lijstje meegestuurd met mensen die de motie allemaal ondersteunen. Hoe en wat: daarvoor zijn er mensen die er veel meer verstand van hebben, bijvoorbeeld over hoeveel er moeten komen. Maar goed, ik wil er eigenlijk weinig over zeggen. Als we op een andere manier met die trotters aan de gang gaan, weten we zeker dat het ons uit handen wordt genomen, dat we mooie, nette borden hebben die hufterproof zijn. Op die manier worden we bij de komende verkiezingen allemaal netjes gepresenteerd. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. Dank u wel. Motie vreemd aan de orde: gezamenlijke verkiezingsborden De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • voor het welslagen van onze representatieve democratie het van belang is dat zoveel mogelijk inwoners gaan stemmen; • voor het bereiken van alle inwoners verschillende communicatiemiddelen moeten worden ingezet: van social media, gedrukte pers tot aan uitingen op straat; • de gemeente gezamenlijke verkiezingsborden voor de aan een verkiezing deelnemende partijen beschikbaar stelt; • deze al jaren gebruikte verkiezingsborden van zodanig slechte kwaliteit zijn dat zij aan vervanging toe zijn: ze hebben een ouderwetse en slordige uitstraling én zijn makkelijk te bekladden (in andere gemeenten is zelfs aangiften gedaan vanwege het bekladden van dergelijke borden met antisemitische uitlatingen); • het bij de

gemeenteraadsverkiezingen in 2018 veel geld) heeft gekost de borden nog een enigszins nette uitstraling te geven: in totaal ca. € 11.000; • er goede, mooie alternatieven voorhanden zijn: de zogeheten trotters (voorbeeld zie hieronder); • het huren van trotters vanwege de populariteit ruimschoots voor een verkiezing moet gebeuren; • er de komende 7 jaar elk jaar een verkiezing is; • uitgaande van 11 trotters (5 in Waalwijk, 3 in Sprang-Capelle en 3 in Waspik) bij een 4-jarige samenwerking de jaarlijkse totale kosten ca. € 11.000 zijn; overwegende dat: • de gemeente het goede voorbeeld moet geven, geen verrommelde aanblik moet scheppen, maar juist een nette uitstraling behoort na te streven;

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

32

• om de kosten van het inzetten van trotters te drukken kritisch kan worden gekeken deze alleen op strategische plekken (invalswegen en drukbezochte plekken) in de gemeente te plaatsen; draagt het college op: 1. vanaf de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 een alternatief voor de huidige gezamenlijke verkiezingsborden in te zetten: de zogeheten trotters; 2. de hiervoor in 2021 te maken kosten te dekken uit de post Verkiezingen en de kosten vanaf 2022 mee te nemen in de kaderstelling voor de begroting 2022; 3. de raad vóór de kaderstelling van de begroting 2022 te informeren over de uitvoering van deze motie, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Wilt u ook even aangeven welke andere partijen de motie ondersteunen? Als u verder geen bijdrage hebt, kunt u gewoon even melden dat u de motie steunt. Mevrouw Schuijffel: Wij steunen de motie. Wij herkennen het hele verhaal en hebben ons ook rot geërgerd. Misschien is dit een oplossing hiervoor. De heer Van Groos: Dit is waarschijnlijk een wat duurdere oplossing dan normaal, maar wat er nu staat, kan niet meer. Het leidt tot verloedering van de openbare ruimte, terwijl we als gemeente juist zo ons best doen om dat tegen te gaan, zeker de buitendienst zelf.

Het is ook duurzamer, want nu hoeft niet iedereen overal rond te rijden om de borden te beplakken en steeds te controleren of ze nog beplakt zijn, waardoor je opnieuw rondjes moet rijden. Dat is ook niet zo handig. Het is ook een veel eerlijker systeem, waarin voor iedereen even veel ruimte is. De beschikbare ruimte wordt gewoon verdeeld door alle partijen die meedoen en niet dat de brutaalste en grootste partij het meeste plek krijgt. Allerlei redenen om deze motie ook namens de ChristenUnie in te dienen. De heer Slaats: Voorzitter. Wij zijn het eens met de observatie van de VVD dat het eigenlijk onbehoorlijk uitziet, zoals het op dit moment vormgegeven is. We hebben nog wel een aantal vragen. Ik weet niet of er ruimte voor is om die nu te stellen? De voorzitter: Zeker! De heer Slaats: U geeft aan dat het € 11.000 op jaarbasis kost, op basis van een contract van vier jaar. Aankomende zeven jaar zullen er elk jaar verkiezingen zijn. Dat betekent dat er een kostenpost van € 77.000 aan komt. Daarbij komt bij ons de vraag of we die dingen wel moeten huren. Is het niet voordeliger om de trotters zelf aan te schaffen? We hebben het nu over de aanplakborden, maar er worden natuurlijk ook borden aan lantaarnpalen en dergelijke bevestigd.

Betekent het dat we daarmee moeten gaan stoppen? De heer Spierings: We hebben qua kosten iets willen opnemen, maar dat is berekend op basis van het verleden. In verhouding tot de huidige borden is het natuurlijk wat meer. Er komt voor elf borden een contract van vier jaar. Ik had van de portefeuillehouder begrepen, de heer Bakker, dat men op de achtergrond ook bezig is met het neerzetten van vier vaste trotters. Dan heb je er misschien geen elf meer nodig, maar acht of negen. Dan val je alweer terug naar € 8.000 tot € 9.000. Zelf aanschaffen zou ook kunnen, maar dan krijg je te maken met een heel grote investering. Bovendien heb je dan ook nog steeds de kosten van het plaatsen en weer weghalen. De kosten van de huidige borden zijn in mijn optiek te laag, want je bent met twee man een hele week bezig om ze neer te zetten. Dat is 80 uur, keer € 60. Je moet ze ook weer ophalen. Dat kost ook 80 uur. Je moet ze schoonmaken. Er is bij de oude borden geen rekening gehouden met de afschrijving, dus Notulen raadsvergadering 1 april 2021

33

je moet weer opnieuw investeren. Er is geen rekening gehouden met de op- en overslag. Het moet gepland worden, je moet erover nadenken. Wat de heer Van Groos aangeeft: de partijen moeten iedere keer erlangs rijden. Het is niet duurzaam. Als je met trotters werkt, zet het bedrijf ze neer. Men neemt contact op met alle fracties, het wordt helemaal uit handen genomen van de gemeente. De fracties kunnen gewoon digitaal hun uitingen opsturen en iedereen krijgt evenveel ruimte. Ik denk dat dit gewoon veel beter is. Als je echt tot op de draad gaat tellen, denk ik dat het iets duurder is, maar het is ook een heel ander product. Het is hufterproof. De voorzitter: Oké. De heer Spierings: Oké, tot zover. Sorry, ik ben heel boos erover. De voorzitter: Soms denk ik dat u ook verkoper bent of bent geweest. De heer Spierings: Dat klopt. De voorzitter: Oké. De heer Slaats: Op één vraag heb ik nog geen antwoord gekregen. De heer Spierings: Ja, dat klopt, over de borden die u langs de lantaarnpalen wilt zetten. Dat mag gewoon, maar wel aan de opgegeven routes van de kiescommissie uiteraard. De heer Slaats: Dat betekent dat het nog steeds mogelijk is voor onverlaten om hun creativiteit in wat voor vorm dan ook de vrije loop te laten. Dat ondervang je niet helemaal met die trotters. De heer Spierings: Nee, maar dat is een keuze als fractie.

De gemeente moet iedere fractie, hoe groot of hoe klein ook, de mogelijkheid geven om uitingen neer te zetten. Die borden langs de weg is een keuze van uzelf. De ene fractie heeft er wat meer geld voor over dan de andere. Dat staat los van wat de gemeente moet doen. De voorzitter: In plaats van een motie vreemd lijkt het wel een initiatiefvoorstel. Interessant. Ik ga naar de SGP, de heer Tiemstra. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. Wij zullen de motie steunen. Een groot deel van onze argumenten is door de heer Van Groos weergegeven. Hij had er zelfs nog een paar waar ik nog niet aan gedacht had. De heer Ottens: Wij steunen de motie ook. Wij vinden het een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit in de openbare ruimte. Ik heb nog een excuus, een opmerking en een vraag aan de heer Spierings. Excuus dat ik in mijn eerste reactie aan u heb gevraagd waar de poster van de PvdA is. Die heb ik uiteindelijk toch nog kunnen ontdekken. Dat lag dus aan mij. Een opmerking is dat we nog wel iets moeten doen met de behangplak die we tot de verkiezingen van 2052 hebben ingeslagen. Mijn vraag: hoe gaan we om met samenwerkende fracties? Tot zover. De heer Spierings: Om met dat laatste te beginnen. Ik denk dat dit in de loop van de tijd wel zijn weg vindt. Daar heb ik alle vertrouwen in. In Den Bosch zeggen ze: wat je overhebt, smeer je maar in je haar. Dat zou ook nog kunnen.

Alle gekheid op een stokje. Dank voor de steun. Ik schat het zo in dat het allemaal wel goed komt, mijnheer Ottens. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter. Er is al zoveel gezegd. Wij steunen de motie. Notulen raadsvergadering 1 april 2021

34

De heer Spohr: Voorzitter. Dat geldt voor ons ook. De heer Klerx: Gehorende de discussie vinden wij het ook een goed voorstel. We zijn blij met de argumentatie die gewisseld is. We vonden de borden zeker een charme hebben, maar we snappen ook de zorgen die de heer Spierings heeft. We ondersteunen daarom dit voorstel. Voorzitterswissel (de heer Slaats) De voorzitter: Ik begrijp dat de burgemeester technische problemen heeft met zijn verbinding, dus ik neem het even over. Zijn er nog fracties die iets willen toevoegen? Mevrouw Pouw: Wij steunen ook de motie. De voorzitter: Ik zou normaal gesproken nu de portefeuillehouder om een reactie vragen, maar het lastige is dat dit ook de burgemeester is. We zullen dus even moeten wachten tot zijn verbinding weer hersteld is. Wethouder Bakker: Ik zou best die rol even kunnen overnemen, als de voorzitter daarmee akkoord gaat. De voorzitter: Dat zou kunnen, maar ik zie dat de burgemeester inmiddels weer aangehaakt is. Burgemeester Kleijngeld: Dat klopt. Dat komt ervan als je de papieren motie op je toetsenbord legt en vervolgens ‘CDA’ wilt opschrijven. Waarschijnlijk heb ik een onderliggende toets ingedrukt. Dat was niet zo handig. De voorzitter: We hebben zojuist alle fracties gehad. Het is nu tijd voor een reactie van de portefeuillehouder en dat bent u zelf.

Beantwoording college Burgemeester Kleijngeld: Ja, eventueel in combinatie met wethouder Bakker waar het gaat om het digitale gedeelte. Als je digitaal gaat invullen, krijg je te maken met zaken waar hij meer van weet. In zijn algemeenheid ben ik het met u eens. Ik heb voor de begroting 2021 een voorstel ingebracht om trotters te huren om mee te gaan met de tijd. Ik heb die dingen in Tilburg zien staan en die zien er netjes uit. Bij ons is het een beetje hapsnap. We hebben het toen niet gehonoreerd vanwege het feit dat we er financieel niet uitkwamen. Iedereen moest wat dingen aan elkaar gunnen en dan zeg je al snel: oké, laat het nog maar een jaar zitten. U haalt mij nu in en zegt in feite dat we het vanaf de volgende keer anders moeten doen. Uw uitspraak is duidelijk. Ik denk dat het college naar aanleiding daarvan moet kijken wat er concreet mogelijk is. Of er genoeg geld in de verkiezingspot zit om dit te realiseren, weet ik niet. Uw signaal is dusdanig helder dat ik kan zeggen dat ik de motie in die zin steun dat ik mijn best zal doen om dit te regelen voor de eerstvolgende verkiezingen in 2022. Ik zou het even aan het college laten hoe we dat op de beste manier insteken.

Mijn verzoek aan de heer Spierings is: mag ik uw motie zien als een signaal dat wij kijken hoe we daar verder uitvoering aan gaan geven? De voorzitter: Dat was de reactie van de portefeuillehouder met een nadrukkelijk verzoek aan de heer Spierings. Wil de indiener nog reageren?

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

35

De heer Spierings: Ik heb er vertrouwen in dat het college dit adequaat kan oplossen, maar de motie geeft wel aan dat er gewoon actie moet worden ondernomen. Het moet wel gewoon gaan gebeuren. De vrijheid zit ‘m meer in hoe we het gaan doen, hoeveel borden er komen en dat soort zaken. Het is niet bedoeld als een blanco cheque. Het allerbelangrijkste dat in de motie staat, is dat er actie ondernomen moet worden, omdat er een run op die dingen is. We moeten straks niet weer het verhaal krijgen dat we ze wilden aanschaffen, maar dat ze op waren. Het liefst dus morgen actie. De voorzitter: Ik zeg toe dat ik overmorgen met actie begin. Dan zal ik het in het portefeuillehouderoverleg bespreken. In het college kom ik erop terug. Ik doe mijn best om een en ander te realiseren voor de eerstvolgende verkiezingen in 2022. Als we bij de begroting voor dit jaar hadden gezegd dat we het zouden doen, dan had u ze al gehad. Dan waren we de run voor geweest. De voorzitter: Ik denk dat de raad het niet erg vindt als u de actie over het Paasweekend heen tilt. Aanstaande maandag is het Pasen, dus dan vergadert het college niet, denk ik. Burgemeester Kleijngeld: O ja, dat is waar. Het werk gaat gewoon door, he? Voorzitterswissel: burgemeester Kleijngeld De voorzitter: Inmiddels heb ik gehoord dat alle partijen, geen enkele uitgezonderd, de motie van de VVD steunen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10017565/1