CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) dd 010421

Raadsvergadering (B) 1 april 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering24.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOTULEN van de openbare vergadering van de raad der gemeente Waalwijk, gehouden op 1 april 2021 Voorzitter:

de heer A.M.P. Kleijngeld, burgemeester

Griffier (a.i.): Plv. griffier:

de heer A.W.J.M. Cornelissen mevrouw J.W.M. Louer

Aanwezig zijn de leden:

de heer J.M. van Baardwijk de heer B.C. Bögemann mevrouw F.I.H.M. de Bruijn de heer R.H.M. Frodyma de heer J. van Groos de heer A.A. van Hamond mevrouw E.Y. IJpelaar-Alias mevrouw E.A. de Jongste-Van Heijst de heer D. Klapwijk mevrouw I.C. Klerks de heer T.A.B. Klerx de heer C.M.A. Kuijten de heer W.C.P.B. Lodenstijn de heer J.H.M. van den Meerendonk de heer L. Ottens mevrouw A.L. Pouw mevrouw C.G.W.M.C. Schuijffel de heer G.M.J. Slaats de heer T.F.J.H. Spierings de heer R.J.M. Spohr de heer R.A.A. Tiemstra de heer J.M.M. van Tuyl mevrouw A.J.A.M. van den Udenhout de heer J.M.C. de Vaan de heer M. van der Weijden de heer D.L.G.C. Zijlmans

Afwezig:

de heer J.G. van Dinther de heer H.J. van Zelst

Tevens aanwezig:

de heer R. Bakker, wethouder de heer H.A.W.M. Daandels, wethouder de heer M.J.C. van den Hoven, wethouder mevrouw R. Odabasi-Seker, wethouder

Notulen:

mevrouw I.C. Wendt-Kok (Notuleerservice Nederland)

1.

Opening

De vergadering wordt geopend om 19.30 uur. De voorzitter: Laten wij ons vanuit onze eigen visie of geloofsovertuiging bij het begin van deze raadsvergadering bezinnen op onze gemeenschappelijke opdracht en verantwoordelijkheid om deze gemeente te besturen. 2.

Mededelingen

De voorzitter: Welkom aan iedereen. De presentielijst is getekend. Ik heb afmeldingen ontvangen van de heer Van Zelst en de heer Van Dinther. Ik concludeer dat we met 26 raadsleden aanwezig zijn. In geval van hoofdelijke stemming zal nr. 9, de heer Lodenstijn, als eerste zijn stem uitbrengen. Het verzoek is gedurende de hele vergadering uw camera aan te laten staan, maar het geluid zet u uit als u niet aan het woord bent. U kunt de timer voor de pitch niet zien, maar wij houden de tijd voor u in de gaten. Wilt u reageren op een pitch of op de reactie van een portefeuillehouder, dan steekt u het digitale handje op. Vergeet het handje niet te laten zakken als u mee klaar bent met interrumperen. Bij een hoofdelijke stemming hanteren we zoals u weet de normale volgorde en bij deze mededelingen maak ik u ook kenbaar – u hebt het waarschijnlijk ook al gelezen – dat Lijst De Jongste en de PvdA hebben aangegeven tot de gemeenteraadsverkiezingen te gaan samenwerken. Daarom werken we in principe ook met één woordvoerder. 3.

Vaststelling agenda

De voorzitter: Er zijn twee moties vreemd aan de orde. Eén van de VVD over gezamenlijke verkiezingsborden en een van het CDA en Lijst Pouw over de Molukse gemeenschap. Ik stel voor die twee moties aan het eind van het debatgedeelte te behandelen. Als een fractie de agendapunten 11 en 12 in samenhang wil bespreken, kan dat. Het gaat dan om het instellen van een bestemmingsreserve maatregelen coronacrisis, respectievelijk coronacrisis extra subsidiëring van het maatschappelijk middenveld. Meld het even bij het begin van uw pitch als u het samentrekt, dan is dat voor mij wat gemakkelijker en kunnen we ook wat soepeler omgaan met de tweeënhalve minuut. Als ik niets van u hoor, bespreekt u de agendapunten apart. Met deze aanvullingen wordt de agenda vastgesteld. 4.

Vragenronde

De voorzitter: Het woord is aan de heer Ottens over jongerenambassadeurs. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Vorige week ontvingen wij bericht over de start van de jongerenambassadeurs. Op zich is dat verheugend want Lijst De Jongste en de PvdA staan open voor iedere poging om de participatie van onze inwoners te verbeteren, zeker als het om jongeren gaat. We wensen de jongerenambassadeurs dan ook veel succes en hopen veel van ze te horen. We geven ook een boodschap mee: zorg ervoor dat iedere jongere zich vertegenwoordigd voelt. Notulen raadsvergadering 1 april 2021

2

We waren verbaasd dat hiervoor weer een nieuwe functie in het leven is geroepen. De “aanjager jongerenparticipatie”. Nog verbaasder waren wij dat deze aanjager tevens fractiemedewerker is van GroenLinksaf, de partij van de verantwoordelijke wethouder. Dat roept bij ons vragen op, want we willen iedere schijn van vriendjespolitiek vermijden. Wij gaan niet over het personeel, maar willen wel volstrekte openheid van zaken. Juist vanwege het vertrouwen in de overheid. Daarbij verwijzen we ook even naar de vragen die de VVD hierover deze week heeft gesteld. Daarom de volgende vragen: - Waarom is deze nieuwe functie in het leven geroepen? - Kan deze taak niet binnen de reguliere formatie worden uitgevoerd? - Uit welk budget wordt deze functie bekostigd? - Hoe heeft de selectie van de aanjager jongerenparticipatie plaatsgevonden? Zijn hiervoor de geldende regels met betrekking tot interne en externe werving gevolgd? Graag een toelichting daarop. - Heeft de wethouder zich gerealiseerd dat het aanstellen van een ambtenaar die tevens fractiemedewerker is van de fractie van de verantwoordelijk wethouder vragen oproept over mogelijke vriendjespolitiek? Zo ja, waarom heeft zij daarbij niet direct de openheid gezocht? Dan nog even ten aanzien van de jongerenambassadeurs: we hebben alle waardering voor hun enthousiasme en gedrevenheid en hebben daar ook vertrouwen in.

Maar we willen wel graag weten op grond van welke criteria deze jongeren zijn geselecteerd. Tot slot zien wij weinig diversiteit in de groep jongerenambassadeurs. Daarom de vraag aan de wethouder wat zij gaat ondernemen om bijvoorbeeld meer allochtone of gehandicapte jongeren te betrekken. Tot zover. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Dank u, mijnheer Ottens, voor de vragen. Ik geef even een schets van hoe dit proces doorlopen is. Als wethouder bemoei ik me absoluut niet met het personeelsbeleid, dat vooropgesteld. Wat er gebeurd is, is dat wij een stagiaire hebben aangenomen met de opdracht om jongerenparticipatie vorm te geven. Die heeft zich bij ons gemeld, dus dat is geen actieve zoektocht geweest waarop wij zelf gestuurd hebben. Zij heeft gesolliciteerd bij de gemeente. De teammanager heeft de stagiaire aangenomen. Ze heeft een stageperiode gehad van een halfjaar, meen ik. De exacte duur weet ik niet. In die periode was haar opdracht om naar aanleiding van een motie die in de raad was ingediend, te onderzoeken hoe we jongerenparticipatie vorm en inhoud zouden kunnen geven. In die stageperiode heeft zij een verslag gemaakt en daar aanbevelingen in opgenomen. Zoals u weet, hadden we de afspraak om een beleidsmedewerker jeugd aan te stellen. Het heeft vrij lang geduurd voor we een beleidsmedewerker hadden.

Voor zover ik weet, heeft de teammanager aan de stagiaire aangegeven dat ze een mooi rapport had opgesteld, dat de aanbevelingen goed waren en dat we ermee uit de voeten konden. De stagiaire is derhalve gevraagd of ze haar aanbevelingen ook zou willen uitvoeren. Op basis daarvan is haar een tijdelijk contract aangeboden van acht uur per week. Dat is betaald uit de reguliere budgetten vanuit jeugd en participatie. Exact weet ik het niet, want dat zou ik dan bij de teammanager na moeten vragen. Ik heb daar geen betrokkenheid in, dus ik heb daar ook geen rol in. Ik ben er ook altijd heel alert op dat we schijn van belangenverstrengeling uit de weg gaan. Dit is dus een zelfstandig besluit van de teammanager om een jongere die bij ons stage heeft gelopen een kans te geven ook uitvoering te geven aan hetgeen zij onderzocht heeft. Dat doen we vaker. Notulen raadsvergadering 1 april 2021

3

Vanuit dat onderzoeksrapport dat ze heeft opgesteld, heeft ze verschillende mogelijkheden onderzocht om jongeren te laten participeren binnen het gemeentelijk beleid. Daarvoor heeft ze ook bij andere gemeenten onderzoek gedaan en is ze teruggekomen met het jongerenambassadeurschap. Van daaruit is ze jongeren gaan werven. Het verbaast mij dat u zegt dat er geen diversiteit is in de groep. Het gaat om dertien ambassadeurs. Sowieso is een groot deel vrouw. Zeven of acht ambassadeurs zijn van allochtone afkomst. Er zitten mensen bij met verschillende opleidingsniveaus, dus de diversiteit is zeker geborgd. De heer Ottens: Dank, mevrouw Odabasi, voor de beantwoording. Eén vraag wil ik toch nog even stellen. Ook al bemoeit u zich niet met de selectieprocedure, wat heel goed is, is de vraag of u zich niet heeft gerealiseerd dat het aanstellen van een medewerker desondanks kan leiden tot de schijn van belangenverstrengeling. Als u zich dat wel heeft gerealiseerd, waarom heeft u daar niet direct aan de voorkant volstrekte openheid van zaken over gegeven? Mevrouw Odabasi: Ik heb me dat niet op die manier gerealiseerd, mijnheer Ottens. Ik ben ervan uitgegaan dat als jongeren mij benaderen – ik ben ook wethouder onderwijs – voor een stageplek of wat dan ook, ik heel actief moet zijn om die jongeren een plek te geven in onze organisatie.

In dat traject neem ik het voortouw en wij proberen geen enkele jongere die zich bij ons aanmeldt weg te sturen zonder stageplek. Daarin begeleiden en bemiddelen wij ook. Vanuit dat perspectief heb ik het niet eens zo bekeken. Ik heb de betreffende persoon echt gezien als een jongere uit Waalwijk die ik een kans moet geven, en niet als iemand uit mijn netwerk. Als ik zo zou kijken, zouden we in de gemeente Waalwijk niemand aan kunnen nemen, want mijn netwerk is vrij breed. De voorzitter: Dank u wel, we gaan naar het tweede onderwerp. Het woord is aan de heer Van Groos over het mobiliteitsplan. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. In de afgelopen tijd is de raad twee keer door inwoners aangesproken op de drukke verkeerssituaties met auto’s, terwijl de problemen een stuk minder zouden zijn als het college het vigerende mobiliteitsplan zou volgen. In dat plan worden de Winterdijk en het Oosteinde namelijk gezien als fietsverbinding, om niet te zeggen fietsstraat. Daardoor zou er minder autoverkeer door de Hoogstraat te Sprang-Capelle rijden, of via de Professor Keesomweg. De snelheid zou vermoedelijk ook afnemen. Tijdens de raadsbijeenkomst op 7 januari van dit jaar heeft de portefeuillehouder gemeld dat dit mobiliteitsplan juist met het oog op de fietser moet worden geactualiseerd. Echter, in het vigerende mobiliteitsplan krijgt de fietser al de nodige prioriteit.

Bovendien heeft de raad in een amendement over het centrum aangegeven dat de fietsmaatregelen in het centrum – het de hele dag toestaan van fietsen in het centrum en het toevoegen van fietsnietjes in de winkelstraten – extra prioriteit moesten krijgen. Maar deze zijn ruim twee jaar na het raadsbesluit nog niet uitgevoerd. Sterker nog, het college was zelfs van plan de fietsers uit het centrum te weren. In dat amendement is tevens aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid in bredere zin van het centrum met de fiets via mogelijk her in te richten fietsstraten. Dit zou volgens een recente raadsinformatiebrief over bordensanering in het centrum vragen om een integrale, gemeentebrede afweging op basis van een netwerkbenadering. Dit onderwerp moet daarom in de ogen van het college eerst worden meegenomen in het meer geëigende kader van de herziening van het mobiliteitsplan. Deze handelswijze van het college roept de nodige vragen op, waarvan ik er nu drie stel.

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

4

1. Wat is nog de betekenis van de lijst met uitvoeringsopdrachten in de centrumvisie? 2. Wat verstaat het college onder prioriteit geven aan? 3. Waarom meent u dat u zonder nieuw mobiliteitsplan wel het gratis autoparkeren aan de westkant van het centrum kunt concentreren en de routering in het centrum, inclusief de afsluiting van de markt, kunt aanpassen, terwijl de noodzakelijke maatregelen voor de fietser onder verwijzing naar een integrale afwijzing weer worden uitgesteld? Beantwoording college De heer Bakker: Voorzitter. Dat heb je met zo’n onderwerp waar een heel verhaal over komt dat je gelijk mag beantwoorden. Ik denk dat het meest essentiële, onderliggende, antwoord dat ik zou kunnen geven, is dat de omstandigheden en prioriteiten door de jaren heen nogal eens wijzigen. Die zijn niet in beton gegoten, ondanks het feit dat ze in een plan worden opgeschreven. Soms moeten ze ook worden geactualiseerd, soms komen er nieuwe inzichten. Volgende week donderdag spreek ik met u over de fietsveiligheid op industrieterreinen. Ik denk dat dat in de brede lijn een antwoord is op alle drie de vragen. We hebben een continu veranderende zienswijze op het centrum. Dat moet ook wel, want de veranderingen daar gaan snel en zijn groot. Daar moet je dan op reageren. Ik ga ervan uit dat alles dat wij in het verleden hebben aangegeven aan de actualiteit moet worden gespiegeld.

De Winterdijk bij het gemeentehuis is daar een voorbeeld van. Daar gaat het bouwverkeer van het nieuwe Schoenen- en Leermuseum overheen, waardoor het niet de opknapbeurt kan krijgen die we eerder hadden gepland en waarbij we de fietsbereikbaarheid verbeterd zouden hebben. Dus nogmaals, ik denk dat wij met enige regelmaat inspelen op de actualiteit en dat leidt er wel eens toe dat prioriteiten op het lijstje qua volgorde verschuiven. Dat is denk ik een antwoord op alle drie de vragen, tenzij u daar natuurlijk een andere mening over heeft. De heer Van Groos: U begrijpt dat ik dit niet beschouw als antwoord op alle drie mijn vragen. Ik zal de vragen anders formuleren. Als de raad zegt dat iets prioriteit heeft en er gaan een aantal maanden overheen, vindt het college dan dat het weer zelf zijn eigen prioriteiten mag stellen op basis van de actualiteit? Heeft het dan nog wel zin om als raad prioriteiten aan te geven? Als het gaat om fietsmaatregelen waar de raad al meer dan twee jaar geleden om heeft gevraagd, vind ik het erg onevenwichtig dat u zegt dat er eerst een integrale benadering nodig is, terwijl de verkeersmaatregelen die u in hetzelfde centrum wenst te nemen en die ook gevolgen hebben, geen integrale benadering krijgen vanuit het netwerk gedacht. Die gevolgen zijn veel forser.

Dus waarom bij de fiets wel, terwijl daarvan de gevolgen veel minder verstrekkend zijn, en wordt er bij de auto zonder integrale benadering gewerkt? De voorzitter: Ik heb het idee dat u wel een redelijk politiek getinte vraag stelt. Dat mag natuurlijk, want we zitten in een raadsvergadering. Het is echter wel een vragenronde en dit is de laatste termijn. De wethouder mag kort antwoorden en ik vraag mij af of jullie daarna overeenstemming hebben. Het woord is aan de heer Bakker. De heer Bakker: Het lastige is dat ik zo in een oogopslag geen heel goed beeld heb van de situaties die de heer Van Groos beschrijft. Dat is het lastige in dit geval, omdat ik op basis daarvan een afweging kenbaar moet maken. Wat ik wel weet, is dat eigenlijk alle beslissingen die genomen worden, dus ook over de fietsbereikbaarheid van bijvoorbeeld de Grotestraat en het amendement daarover waar u terecht op terugkwam, op een bepaald moment ter sprake komen en ter overweging worden gebracht aan de raad. Maar er zijn natuurlijk momenten, waarbij er in projecten of bepaalde ontwikkelingen besluiten moeten worden genomen, waaraan niet een heel integrale visie vooraf kan gaan. Dan moet je op een gegeven moment wel beslissingen nemen. Maar juist datgeen voorligt, Notulen raadsvergadering 1 april 2021

5

een nieuwe mobiliteitsvisie met daaruit voortvloeiend een nieuw mobiliteitsplan, is een mooie gelegenheid om daar weer eens de peilstok in te steken en te kijken waar we staan, te reflecteren op datgeen in het vorige mobiliteitsplan is neergelegd en wat daarvan de open einden zijn. Of dat er nieuwe inzichten zijn, vijf of zes jaar later, want dat kan natuurlijk ook. We leven in een andere tijd dan zes jaar geleden, de tijden gaan snel. 5.

Beëdiging fractievolger

De voorzitter: Namens Lijst Pouw hebben we mevrouw Wolfs gevonden als fractievolger. We laten mevrouw Wolfs op dezelfde manier de eed of belofte, waar het gaat om allerlei regeltjes, vaak rondom integriteit, afnemen. Daar zijn we nu aan toegekomen. Ik begrijp dat u nu de verklaring wilt afleggen. Daar gaan we nu toe over. Heb ik met u contact, mevrouw Wolfs? Mevrouw Wolfs: Ja, u heeft contact met mij. De voorzitter: "Ik verklaar dat ik, om tot fractievolger van de raad te worden aangesteld, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als fractievolger van de raad naar eer en geweten zal vervullen”. Mevrouw Wolfs: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Ik wens u veel succes. De periode die eraan komt is best spannend. Mevrouw Wolfs: Prima. Dank u wel.

Debat 6.

(R3.7-21) Bezwaarschrift Wet voorkeursrecht gemeenten Haven 8 Oost afronding

De heer Van Groos: Voorzitter. De gang van zaken rondom dit bezwaarschrift maakt duidelijk dat een aantal dingen nog beter moet worden geregeld. De commissie had dit bezwaarschrift eerder moeten ontvangen. Nu is een in gebrekestelling ingediend, omdat niet tijdig is beslist. Deze is vervolgens ingetrokken, maar het is niet duidelijk waarom. Wij vernemen graag de reden waarom de bezwaarmaker dit na contact met het college heeft gedaan. Ook al is het gebruikelijk dat bestuursorganen ambtelijk worden vertegenwoordigd, is mijn vraag of er ooit bij raadsbesluit is vastgelegd hoe de vertegenwoordiging van de raad bij dit soort situaties wordt geregeld. De ChristenUnie heeft erop zich geen moeite mee als grondspeculanten, zij die zich over de rug van de gemeente en dus haar inwoners willen verrijken, er een keer naast pakken. Maar naar aanleiding van de situatie vragen wij wel aan de portefeuillehouder of het integer is om op de kavel van deze eigenaar bewust activiteiten te bestemmen die minder financieel voordeel voor hem opleveren. Of zou de bestemming bepaald moeten worden door planologische inzichten? Tot zover in eerste termijn. Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter. Ten aanzien van de situatie van de inspreker en de bezwaarmaker hebben wij overleg gehad. Overigens heb ik daar in een eerder stadium ook Notulen raadsvergadering 1 april 2021

6

al overleg over gehad, want het is niet zo zeer alleen maar een speculant, het is een projectontwikkelaar. In het kader van Haven 8 Oost hebben wij al eerder contact met elkaar gehad. Deze projectontwikkelaar bezit een relatief klein stuk grond in het plangebied dat wij nu “Haven 8 Oost afronding” noemen. Het is niet zo dat dit stuk per definitie wegbestemd is. Er ligt een soort masterplan over dat hele gebied heen. Als je naar het bijgeleverde grofmazige schetsje zou kijken en je zou daar de plattegrond overheen leggen, zit dit perceel in een groen stukje. Daaruit heeft de ontwikkelaar afgeleid dat zijn stukje grond niet door een gebouw wordt bezet maar door een begrenzing van het gebied met een wandelpad of fietspad. Dat is natuurlijk een aanname die gebaseerd is op een heel grove schets, die wij allemaal hebben gezien en die al eerder ter sprake is gekomen. Die schets maakt namelijk deel uit van dat masterplan, op basis waarvan indertijd WVG is opgelegd. Daarover hebben wij niet zo zeer gesproken. Eigenlijk hebben we het tijdens dat gesprek meer gehad over wat onze plannen op die locatie zijn. We hebben aangegeven hoe beperkt die plannen zijn en waarvan ze afhankelijk zijn, zoals de ontwikkeling van de GOL. We hebben uitgebreid gesproken over de criteria die de raad heeft neergelegd voor de vestiging van bedrijven op die locatie.

We hebben aangegeven dat hij met ons kan overleggen over het huisvesten van een klant, of het nu op dat stukje grond is waar hij eigenaar van is, of op een andere plek. Als hij vergezeld is door een daadwerkelijke klant, kunnen we bespreken of vestiging mogelijk is onder de condities die door u zijn vastgelegd. Dat was voor de betreffende bezwaarmaker voldoende om het gesprek te beëindigen en heeft hij aangegeven dat hij afzag van een verdere ingebrekestelling, wetende dat de bezwarencommissie een plausibele verklaring voor had voor het feit dat het geen dubbele oplegging van WVG was. Dus dat was voor mij een hele natuurlijke gang van zaken, omdat het voornamelijk de bedoeling was om in gesprek te komen over wat er in dat gebied gaat gebeuren, zoals later uit het gesprek bleek. Dit soort gesprekken heb ik met meerdere ontwikkelaars die zich melden en ook met meerdere bedrijven. De heer Ottens: Ik heb een verhelderende vraag. Ik meen mij te herinneren dat de algemene lijn is dat het college zeer terughoudend is met het opnemen van contact met de bezwaarmakers, zolang er bezwarenprocedures lopen. Ik begrijp dat dat nu wel met de projectontwikkelaar is gebeurd. Is deze categorie bezwaarmakers een uitzondering? Zijn er misschien nog meer uitzondering, waarin die lijn niet wordt gevolgd? Daar zou ik graag antwoord op willen hebben.

Wethouder Bakker: Het gesprek was ook niet ingestoken vanuit de bezwaarprocedure. Het gesprek was ingestoken vanuit de inspraak die de betreffende persoon had gedaan. Daarbij gaf hij aan dat hij in gesprek wilde komen over de vestiging van het bedrijf. Het is dus een soort acquisitiegesprek geweest. Het gesprek is ook niet gegaan over die bezwaarprocedure, zoals ik in het begin ook al aangaf. Volgens mij was het verslag van de bezwarencommissie toen overigens al gereed. Zodra je on speaking terms bent, neemt zo’n ontwikkelaar vaak het besluit om de eventuele procedure die hij heeft met een gemeente te beëindigen om te voorkomen dat daarmee een eventuele nadere verkenning over acquisitie verstoord zou worden. Ik denk dat dit niet zo is. Eigenlijk weet ik zeker dat dit niet zo is. Ik denk dat in die procedure al voldoende was aangegeven dat de reden dat de betreffende ontwikkelaar zich had verzet tegen het leggen van WVG onterecht was. Al zou die procedure nog wel lopen, dan nog was ik dat gesprek aangegaan, zeker omdat ik de ontwikkelaar al kende. Ik was ook een beetje verrast dat die insprak. Voorzitterswissel: de heer Slaats 7.

(R3.6-21) Kaderbrief 2022 VRMWB

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

7

Mevrouw Pouw: Voorzitter. Red de vrijwillige brandweer, of hoe Europese wetgeving het huidige Waalwijkse brandweersysteem in vlammen op doet gaan. De vrijwillige brandweer lijkt in ons land te verdwijnen door Europese richtlijnen in Brussel. Een professionele vrijwilliger moet in dienst worden genomen, of er moet zo veel onderscheid in werkzaamheden aangebracht worden dat ongelijk behandelen weer mag. Daar zit een groot deel van de brandweervrijwilligers niet op te wachten. Uit onderzoek van de SP blijkt dat negen van de tien brandweervrijwilligers vinden dat politici geen verstand hebben van de problemen op de werkvloer, maar dat ze wel steeds met nieuwe regels komen. Daar spreekt ook uit dat de brandweer door de sanering en de regionalisering het al moeilijker heeft gekregen met het werven van vrijwilligers. Nu komt daar de scheiding van taken ook nog bovenop. Ongeveer een derde van de 20.000 vrijwilligers zegt te overwegen te stoppen. Lijst Pouw wil best goedkeuring geven aan deze kaderbrief, maar als we daarmee allerlei taken aan de brandweer toekennen, met de huidige bezetting in ons hoofd, komen we in een crisissituatie misschien nog eens bedrogen uit. De brandweer, de ruggengraat van onze brandveiligheid, staat aan de vooravond van grote veranderingen.

Waar geven we met deze beleidsnota onze goedkeuring aan? Juristen waarschuwen dat het verdedigen van onze vrijwillige brandweermensen van groot maatschappelijk belang is. De Europese regels zijn bedoeld om arbeidsuitbuiting aan te pakken en niet om de vrijwillige brandweer dwars te zitten. Als we niet uitkijken, zullen bij de vrijwillige brandweer ongetwijfeld dezelfde problemen opduiken als bij andere geprofessionaliseerde vrijwilligers, bijvoorbeeld in de zorg of de amateursport. Voor het veiligstellen van de brandweerzorg van onze Waalwijkse inwoners en om te voorkomen dat er een behoorlijk prijskaartje aan komt te hangen, lijkt het erop dat er meer politieke wil en juridische moed benodigd is. Dit is de laatste keer dat deze portefeuillehouder deze kaderbrief met ons vaststelt. Hoe kijkt hij tegen deze kwestie aan, en welk advies kan hij ons als raad voor de komende jaren meegeven om de beste zorg voor onze vrijwilligers veilig te stellen? Beantwoording college Burgemeester Kleijngeld: Ik ben het volledig met u eens, mevrouw Pouw. Mevrouw Pouw: Dat dacht ik al, gezien uw reactie van de vorige keer. Maar ik vind het een beetje een moeilijke kwestie. Ik denk namelijk dat wij het er samen over eens zijn dat dit nog wel eens een hele grote verandering teweeg kan brengen, maar ik zie niet hoe ik als raadslid invloed hierop kan uitoefenen.

Ik weet niet of het in de Veiligheidsregio besproken wordt. Nu krijgen we natuurlijk ook een nieuwe regering. Ik weet dat in de oude regering minister Grapperhaus hiermee bezig is geweest. Wordt er misschien ook nog een advies gegeven aan de nieuwe regering? Burgemeester Kleijngeld: Wij geven geen advies aan de nieuwe regering. We zijn volop met die zaak bezig. De Europese deeltijdrichtlijn waar u op wijst, stelt in feite dat gelijk werk, gelijk beloond moet worden. Dan krijg je bij de brandweer het punt van die vrijwilliger die blust en de kazernehouder, de fulltime professional, die ook blust. Die mensen zouden dus hetzelfde salaris moeten krijgen. Daarom bekijken we nu in hoeverre we op papier en in de praktijk duidelijker differentiatie kunnen aanbrengen. Er mag één basistaak hetzelfde zijn. Dat is dan het blussen. Een vrijwilliger mag daarnaast nog één specialisatie hebben: autobanden, accu’s, weet ik veel wat. Iemand die dag en nacht op een kazerne werkt, zou je drie specialisaties kunnen geven. Op die manier zoeken we naar een invulling van de Europese richtlijn, zodat deze valide is en Brussel er geen bezwaar tegen kan maken, maar we de vrijwillige brandweer wel kunnen behouden, want dat is een groot goed.

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

8

De vrijwillige brandweer is niet alleen een groot goed, maar is gewoon noodzakelijk om het hele systeem betaalbaar te maken. Hij bestaat al honderden jaren en doet het prima. Mijn lijn is altijd geweest om op te komen voor de vrijwilliger. In het ontwerp van de nieuw kazerne zijn de ruimtes voor de vrijwilliger van achterin, bijna door mij persoonlijk, naar voren gehaald. Met andere woorden, wij gaan gewoon voor die vrijwilliger. Ik heb er alle vertrouwen in dat we het in goed overleg – we zijn als Veiligheidsregio ook goed in het landelijk overleg vertegenwoordigd – op een praktische manier kunnen oplossen. Wees dus niet te dramatisch van ‘we naderen de hel’ in uw betoog. Ik denk dat we dat meer relativeringszin moeten bekijken. Maar we moeten wel met een oplossing komen. We zijn ons daarvan bewust en zijn er volop mee bezig. Mevrouw Pouw: Je kunt het dramatisch noemen, maar ik denk wel dat we het met elkaar eens zijn dat dit een groot verschil kan uitmaken, zeker als een derde van de brandweerlieden overweegt te stoppen. Als mensen in dienst genomen moeten worden, pikken hun reguliere werkgevers dat niet en als vrijwilligers nog maar drie werkzaamheden mogen verrichten in plaats van tien, dan gaat de lol ervan af. Ik zit meer op dat niveau.

Natuurlijk kun je het laten gaan en zeggen dat het wel goed zal komen, maar aan de andere kant denk ik dat er stappen zijn die wij nu alvast kunnen zetten om ons hierop voor te bereiden. De voorzitter: Kunt u nog een concrete vraag formuleren? Mevrouw Pouw: Ik heb een advies gevraagd aan de burgemeester. Is dat advies nu om het gewoon te laten gaan en het gewoon maar te zien? Burgemeester Kleijngeld: Maar als u goed luistert naar wat ik zeg, hoort u toch een totaal ander geluid uit mijn mond komen dan u nu vertaalt? Ik zeg niet dat we het maar moeten laten gaan. Ik zeg: uit zorg voor het vrijwilligerschap zijn wij volop bezig om door middel van het systeem van taakdifferentiatie te kijken of we een oplossing kunnen bedenken, waarmee we dit systeem kunnen behouden. Het idee dat u dit heeft ontdekt, ermee komt en vraagt om er iets aan te doen, is volslagen uit den boze en slaat nergens op. Mevrouw Pouw: Ik ben het oneens met u. Er zijn juristen die aangeven dat deze stap onnodig is. Misschien is het vanuit politieke overwegingen een goede stap om te zetten, maar door andere partijen worden er wel vraagtekens bij gezet. Voorzitterswissel: burgemeester Kleijngeld 8.

(R3.9-21) Kaderbrief 2022 Baanbrekers

Mevrouw De Bruijn: Voorzitter, raad en toehoorders, helaas nog steeds via de livestream. Voor ieder mens is het belangrijk om via deelname aan het arbeidsproces zelfstandig in zijn inkomen te kunnen voorzien. Deelname aan of binnen het arbeidsproces geeft je eigenwaarde. Baanbrekers is hiervoor de geëigende organisatie, die verbonden is in de gemeenschappelijke regeling van onze drie gemeentes. De kaderbrief 2022 geeft relevante beleidsontwikkelingen en financiële uitgangspunten aan voor de begroting van 2022. Het college vermeldt dat het achter deze uitgangspunten staat en vraagt de raad hiermee akkoord te gaan of opmerkingen aan te dragen. De fractie van het CDA is na intensief doornemen van de kaderbrief en de gevoerde gesprekken met de wethouder en de directeur van Baanbrekers ten aanzien van de huisvestingsplannen en het thuiswerken in coronatijd tot het inzicht gekomen dat we in het derde kwartaal van 2021 volledig op de hoogte gesteld worden van nieuwe ontwikkelingen omtrent nieuwbouw en de mogelijke financiële consequenties. De nieuwe c.q. bijgestelde Notulen raadsvergadering 1 april 2021

9

ontwikkelingen richting begeleiding naar arbeid, de participatie, zijn in de gesprekken uitgebreid besproken. De directeur en de wethouder hebben toegezegd dat we van de voortgang en de resultaten op de hoogte gehouden worden. Hierbij voegden de door de verschillende fracties gestelde vragen nog extra informatie toe. We hebben toch nog enkele vragen ter verduidelijking aan de wethouder. - Betekent dit dat het in de samenwerking met de gemeente Tilburg op grond van de wet SUWI niet onmogelijk wordt dat in de toekomst sommige taken van Baanbrekers worden geconcentreerd in Tilburg en daar worden uitgevoerd? - Tijdens de coronaperiode zijn door thuiswerken diverse effecten ontstaan ten aanzien van huisvesting. Leidt dit in de toekomst tot blijvend thuiswerken en wat betekent dat voor de nodige kantoorruimten bij de nieuwbouw? - Betekent dit dat er door de verbeterde en nieuwe werkwijze op grond van de Participatiewet meer kandidaten naar de arbeidsmarkt worden geleid? De fractie van de CDA wacht de reactie op uw vragen af. De heer Tiemstra: Voorzitter. Geacht college, leden van de raad, kijkers en luisteraars thuis. De laatste keer dat er binnen onze fractie redelijk uitgebreid over Baanbrekers is gesproken, is kortgeleden. Dit gebeurde naar aanleiding van de berichten die over het boodschappendrama in Wijdemeren naar buiten zijn gekomen. U herinnert zich de geschiedenis.

Een vrouw die een bijstandsuitkering ontving, kreeg te maken met een boete van € 7.000, omdat ze af en toe boodschappen van haar moeder kreeg. Het college heeft in antwoord op onze vragen gezegd dat de gemeente Wijdemeren de wet correct lijkt te hebben uitgevoerd, met heel vervelende persoonlijke gevolgen. Het college stelt tevens dit te betreuren, omdat het niet de intentie van de wetgever kan zijn. Daar vindt u ons aan uw zijde. Wij kennen niet alle details. Maar hoe het ook zij, het is een dieptreurige geschiedenis die zich ook in Waalwijk had kunnen afspelen. Baanbrekers is de organisatie die in Waalwijk de Participatiewet uitvoert en vastbesloten is dit met de letter van de wet te doen. In Waalwijk kregen jaarlijks tientallen mensen te maken met terugvordering van bijstandsgelden en vaak zijn hierbij ook boetes opgelegd. De Waalwijkse uitvoerings- en beleidsregels bevatten een hardheidsclausule. Van deze hardheidsclausule is nog geen gebruik gemaakt. Het lijkt ons dat de raad en het college hier best eens gebruik van kunnen maken. Het is goed om de uitvoering van de Participatiewet bij Baanbrekers onder te brengen. Het is te makkelijk om het daar vervolgens als college of raad bij te laten.

Wanneer u vindt dat er binnen de uitvoering van de Participatiewet ruimte moet zijn voor maatwerk, liever gezegd, het hanteren van de menselijke maat, en het toepassen van de hardheidsclausule, zou het ons zeer geruststellen als het college hier werk van wilde maken. Misschien wil de portefeuillehouder daar straks nog even op ingaan. Tot besluit. Graag willen wij het college een concrete opdracht meegeven. Dinsdagavond jongstleden is door de gemeenteraad van Heusden een motie aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen binnen het bestuur van Baanbrekers hard te maken om zo spoedig mogelijk bijstandsgerechtigden vrijstelling van giften te geven tot € 1.200 per jaar, tot de landelijke regeling ingaat. In meerdere gemeenten in Nederland is een dergelijke motie reeds aangenomen. Samen met de fracties, voor zover mij nu bekend, Lijst Pouw, D66 en het CDA, hoopt de SGP-fractie dan ook dat Waalwijk zich hierbij aansluit. Tot zover in eerste termijn. Motie 1: Vrijstelling van giften tot € 1.200 per jaar voor uitkeringsgerechtigden De raad, Notulen raadsvergadering 1 april 2021

10

gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • de Tweede Kamer op 25 februari jl. de motie Van Dijk c.s. heeft aangenomen; • aan die motie de mening ten grondslag ligt dat mensen in de bijstand niet direct op hun uitkering gekort dienen te worden voor het ontvangen van giften zoals boodschappen; • de motie de regering verzoekt, voor mensen in de bijstand een landelijke vrijstelling te realiseren van € 1.200 per jaar; overwegende dat: • deze vrijstelling naasten de mogelijkheid biedt om een financieel steuntje in de rug te geven, wat wenselijk is in een betrokken samenleving; • door de vrijstelling wellicht voorkomen kan worden dat inwoners dieper in de financiële problemen/schulden komen; • de gemeente beleidsvrijheid heeft en daarom niet de landelijke realisatie af hoeft te wachten (Participatiewet, artikel 31 lid 2, aanhef en sub m); • in meerdere gemeenten al een motie zoals deze is aangenomen; roept het college op: 1. om (binnen het bestuur van Baanbrekers) zich hard te maken om zo spoedig mogelijk bijstandsgerechtigden een vrijstelling van giften te geven tot € 1.200 per jaar tot het landelijk ingaan van de vrijstelling; 2. de financiële consequenties van deze maatregel voor 2021 op te vangen binnen de Algemene Reserve en voor de jaren 2022 en verder deze mee te nemen bij de kaderstelling voor de (meerjaren-)begroting, en gaat over tot de orde van de dag.

Mevrouw De Bruijn: Terwijl mijnheer Tiemstra begon aan zijn betoog, zag ik dat ik iets vergeten was in mijn bijdrage. Mag ik nog of is dat buiten de regel? De voorzitter: Daar is de tweede instantie voor. Als u daar gebruik van maakt, komt u voldoende aan uw trekken als u dat wilt. Het woord is aan de heer Lodenstijn. De heer Lodenstijn: Dank u wel, voorzitter. Een mooi betoog van de heer Tiemstra. Ik wil even terugkomen op de motie die hij wil indienen, ook namens andere partijen. Waalwijk heeft op dit moment een vrijstellingsbedrag van € 907,50 voor giften. Steeds wordt het voorbeeld over de boodschappen aangehaald. Maar boodschappen zijn niet de enige giften die gegeven of gedaan kunnen worden. Ik denk aan de drugsverslaafden, de alcoholverslaafden. Zij krijgen dus nu € 300 meer, als men dat als gift gaat ontvangen. Hoe kijkt de heer Tiemstra daar tegenaan? De voorzitter: De heer Tiemstra mag daar zo op reageren, maar ik geef eerst mevrouw Klerks het woord. Mevrouw Klerks: Ik zou het handig vinden als de heer Tiemstra eerst even reageert op de heer Lodenstijn, want in zijn vraag zit al een deel van de mijne verscholen. De heer Tiemstra: Mijnheer Lodenstijn, dank voor uw vraag. Ik snap hem ook, maar moet eerlijk zeggen dat de motie eerder is ingegeven door een stuk bewogenheid met de mensen die het echt nodig hebben.

Dat zijn de mensen voor wie enkele honderden euro’s vrijstelling van giften van heel grote betekenis is. Ik heb in eerste instantie niet gedacht aan drank- en drugsverslaafden. Ik heb het vanaf de andere kant benaderd. Ik ga ervan uit, Notulen raadsvergadering 1 april 2021

11

en ik hoop ook van harte, dat drank- en drugsverslaafden op een andere manier geholpen kunnen worden. Dat is voor mij geen blokkade om me op deze manier samen met andere fracties in te zetten iets voor de allerarmsten in onze gemeente te doen. De heer Lodenstijn: Daar staat LokaalBelang ook voor, maar het wordt allemaal zo negatief in beeld gebracht. Die vrouw met die boodschappen krijgt een boete, maar het is gewoon binnen het vastgestelde beleid. Waalwijk heeft ook een voedselbank waar men terecht kan voor boodschappen. Het is niet altijd zo positief als het lijkt. Je geeft nu andere mensen ook de gelegenheid om voor € 300 meer rotzooi te krijgen. Als het alleen over boodschappen gaat, en over mensen die het nodig hebben, zijn wij het van harte met u eens, maar het heeft ook een negatievere kant. Dat moet u zich ook realiseren wanneer u deze motie indient. De heer Tiemstra: Dat begrijp ik, mijnheer Lodenstijn. Goed dat u er aandacht voor vraagt. In de motie gaat het niet om boodschappen maar om giften in het algemeen. Wat betreft het beeld van de boodschappen en de boete in Wijdemeren: dat is de aanleiding geweest voor een landelijke discussie, en ik moet eerlijk zeggen dat ik daar ook niet veel positieve elementen in kan vinden. We hebben te maken met vastgesteld beleid en daarbinnen zoeken we de ruimte om iets voor de mensen te doen.

Mevrouw Klerks: Wat de heer Lodenstijn eigenlijk aangeeft, is dat we vooruit gaan lopen op landelijk beleid. In de Tweede Kamer is een motie ingediend waarin over € 1.200 wordt gesproken. Wat u van ons vraagt is vooruit te lopen op het landelijk beleid en het in Waalwijk alvast in te voeren. Dat betekent dat we iets gaan doen, waarvan we nog niet alle consequenties kunnen overzien, zoals de heer Lodenstijn ook stelt. Dus, mijnheer Tiemstra, waar ik benieuwd naar ben: wat is de urgentie voor de gemeente Waalwijk, waarin volgens mij geen voorbeelden zijn die hierop lijken, om alvast vooruit te gaan lopen op landelijk beleid? We kunnen de consequenties niet overzien. We weten ook niet of we straks blijven aansluiten bij landelijk beleid als we nu iets gaan beslissen. Daar ben ik dus heel benieuwd naar. De heer Tiemstra: De urgentie is hierin gelegen dat de mogelijkheid zich politiek aandient om iets aan de acute nood te kunnen doen. In de gemeente Heusden is een voorbeeldmotie aangenomen om hierin een weg te vinden. Dan vind ik dat Waalwijk ook meteen die kans moet pakken en zich daarbij moet aansluiten. Dus de urgentie is dat we iets moeten doen als het kan. We kunnen natuurlijk ook landelijk beleid afwachten, maar daar hebben wij dit in dit geval niet voor gekozen. We zijn lokale politici, laten we kijken wat we in onze gemeente kunnen doen.

Als we kijken naar de omvang van de financiën: we weten hoeveel bijstandsgerechtigden er in Waalwijk zijn. We weten hoeveel boetes er zijn uitgedeeld. Daarvan heeft u als antwoord op onze schriftelijke vragen kennis van kunnen nemen. Als je dit afzet tegen de hele Waalwijkse begroting, denk ik dat over een gering bedrag gaat. Niettemin heb ik hier op verzoek van de financiële specialist uit de raad toch een dekking opgenomen, als gedeelte van de algemene reserve. En inderdaad, laten we het in 2022 en later in de meerjarenbegroting meenemen. Mevrouw Klerks: Het gaat mij niet zozeer om het bedrag, mijnheer Tiemstra, want u heeft gelijk dat het bedrag niet zo groot is, maar het gaat me om een zorgvuldig proces. Ik vroeg u naar de urgentie en die wordt mij niet duidelijk. U zegt alleen dat er beleidsruimte is en dat u die wilt benutten. Dat is voor mij iets anders dan dat er urgentie is waarom we dit nu meteen zouden moeten toepassen. Zou het niet veel verstandiger zijn als we Baanbrekers de ruimte gaven om af te kunnen wijken van die € 907 in de gevallen dat dit wenselijk

Notulen raadsvergadering 1 april 2021

12

is, in plaats van nu voor iedereen dat bedrag op te hogen? Dan zouden we iets meer ruimte hebben om maatwerk te leveren en de negatieve neveneffecten te ondervangen. De heer Tiemstra: Dat is een andere insteek. Ik denk dat we uiteindelijk allebei vanuit het ‘vragen van ruimte’ vertrekken. Laat ik het zo zeggen: ik wil deze motie straks in ieder geval in stemming gaan brengen en dan moeten we maar eens kijken hoe het uitvalt. Er zitten verschillende kanten aan en de insteek die wij kiezen, heb ik toegelicht. Nogmaals, de urgentie is erin gelegen dat de mensen die het echt nodig hebben misschien niet helemaal de ruimte hebben om te wachten op de invoering van landelijk beleid. Dus waar we nu stappen kunnen zetten, wil ik dat ook doen. Mevrouw Schuijffel: Het laatste argument dat ik nog even wilde benadrukken, is dat de urgentie voor mevrouw Klerks misschien niet zo groot is, maar voor mensen met een bijstandsuitkering wel. Ik wilde nog even reageren op de heer Lodenstijn, die aangeeft dat we ook een voedselbank hebben. Gelukkig hebben we die ook, maar dat is een initiatief van vrijwilligers en organisaties die daarvoor zorgen. Dat is hartstikke goed, maar daar heeft de gemeente op zich niets mee te maken. Ik zou er dus toch voor willen pleiten voor deze motie te stemmen. Laten we hopen dat die wet heel snel door de Kamer komt en dat er ook van daaruit regelgeving komt.

De heer Lodenstijn: Men heeft het over mensen die het nodig hebben. Daarmee worden mensen bedoeld die vanuit het Rijk of de gemeente iets ontvangen. Maar daar gaat het hier niet om. Het gaat om een gift die men van derden krijgt en dan heeft men de informatieplicht om dit te melden bij Baanbrekers. Baanbrekers toetst vervolgens of het binnen de wet- en regelgeving past en of het binnen de vrijstelling valt. Daar gaat het om. Het is niet dat die mensen dat nodig hebben. Als je een gift krijgt, moet je daarover informeren. Die gift kan naast boodschappen ook uit heel veel andere zaken bestaan. Daar heb ik de heer Tiemstra net al op gewezen. Dat moet men goed in ogenschouw nemen. De heer Van Groos: Ik wil een ander aspect aankaarten. In antwoord op de vraag van de ChristenUnie is gemeld dat in de wet SUWI is vastgelegd dat werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarkt in de regio gezamenlijk wordt uitgevoerd. Er staat: “Hierop heeft de gemeenteraad geen invloed, want het is een opdracht vanuit het ministerie. Het regionaal uitvoeringsplan wordt jaarlijks opgesteld, dan wel bijgesteld samen met de gemeenten uit de regio en voorgelegd aan de colleges van b & w”. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de opdracht weliswaar door het Rijk is gegeven, maar dat de invulling aan de gemeente is.

Het Rijk heeft kennelijk voorgeschreven dat het moet worden geregeld, maar geeft geen kaders over hoe dat zou moeten. Daarom snappen wij niet dat de gemeenteraden niets te zeggen zouden hebben over de uitvoering. De werkgeversdienstverlening is onderdeel van het gemeentelijk re-integratiebeleid, ook al wordt dit beleid in samenwerking met de regiogemeentes uitgevoerd en ingevuld. Of is het een besluit van het Rijk dat de gemeenteraad van Waalwijk hierover niets mag zeggen, terwijl de gemeenteraden van bijvoorbeeld Berkelland en Roosendaal dit wel mogen? Tot zover in eerste termijn. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Ik zal niet bij elk onderwerp melden dat ik ook namens Lijst De Jongste spreek, maar deze eerste keer toch wel. De voorzitter: Ik kreeg net door wie de woordvoerders waren, dus ik neem die taak gaarne op mij. De heer Ottens: Dank u wel. Wij hadden hiervan een B-punt gemaakt, met name om de reden die ook het CDA aangaf. Wij waren ook blij verrast met de motie die ingediend werd, maar voor we konden reageren, was de motie alweer ingetrokken. Mevrouw De Bruijn Notulen raadsvergadering 1 april 2021

13

heeft keurig uitgelegd waarom die motie is ingetrokken, dus wij wachten de berichtgeving vanuit het college daarover af. Wij willen op voorhand wel meegeven dat het niet alleen gaat om onderzoek naar huisvesting of het huisvestingsvraagstuk zelf, maar dat we na negen jaar Baanbrekers ook nog eens een keer de effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering van de Participatiewet tegen het licht moeten houden. Hoe en met welke partners kunnen we met name het zwakst ontwikkelde onderdeel, het beschut werken, toch vormgeven? Nogmaals de oproep, die heb ik ook gedaan bij de samenvoeging van de WML en de ISD, breder te kijken dan alleen de drie gemeenten. Dan nog even heel kort over de motie die door de SGP is ingediend. Wij ondersteunen die motie van harte. Ten aanzien van de reacties van LokaalBelang en de VVD vinden wij het enorm aanmatigend om te willen bepalen wie welke gift wel of niet krijgt. Daar gaan wij als politici niet over, en ik zou dit soort maatwerk ook niet zonder heldere opdracht aan Baanbrekers zelf overlaten. We hebben al te vaak meegemaakt dat ‘regel is regel’ gehanteerd wordt. Er is geen gebruik gemaakt van de hardheidsclausule en we hebben met de toeslagenaffaire ook gezien tot welke bizarre constructies dit kan leiden. Het is een kwestie van houding en een kwestie van ruimte geven. Mevrouw Pouw: Voorzitter.

In tijden van onzekerheid is het fijn als je weet dat er hulp voor handen is. Maar het regelen van gemeentelijke ondersteuning blijft een uitdaging. Niet alleen moeten gemeentelijke beleidsmakers de balans vinden tussen beperkte financiële middelen en een toenemende diversiteit van groepen die op ondersteuning zijn aangewezen, maar ook het bereiken van deze groepen kost de gemeente vaak de nodige kracht. Na een aantal schandalen, die wij zeer betreuren, is het zaak om niet in de waan van de dag te blijven hangen maar naar de toekomst te blijven kijken. Op dit moment zien wij een complex systeem van regelingen. We zien ook dat het gemeentelijk armoedebudget vrijwel altijd ontoereikend is om alle groepen de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben. We merken dat dat in de praktijk vaak pijnlijke keuzes vraagt, waarbij de ene gemeente anders kiest dan de andere. Dat kan wrang aanvoelen, zeker als je beseft dat de gemeentegrens het verschil uitmaakt tussen wel of niet kunnen rondkomen. We weten inmiddels ook dat de regels soms erg hard kunnen uitpakken. Beseffende dat de komende jaren de nodige creativiteit en uithoudingsvermogen vergen, om het beleid wat menselijker te maken, willen we vandaag toch alvast twee voorstellen doen om mensen wat meer zekerheid te geven.

We willen namelijk het giftbedrag verhogen zonder gekort te worden en daarmee niet wachten op het beleid van de Rijksoverheid. Het tweede is die van de kostendelersnorm. Achter 41.000 voordeuren in Nederland spelen zich momenteel drama’s af door de kostendelersnorm. Dit heeft tot gevolg dat mensen niet veilig iemand in huis kunnen nemen die zijn woning is kwijtgeraakt. Ze kunnen bijvoorbeeld ook geen mantelzorg verlenen. Dat leidt tot dakloosheid en armoede. Hulpbehoevende mensen worden mede hierdoor verder in de armoede gestort. Gemeenten krijgen wel de mogelijkheid om maatwerk toe te passen, maar overheidsprofessionals durven de ruimte die de staatssecretaris ziet, vaak niet te nemen. Als laatste willen wij nog een opmerking maken over de participatieraad. De laatste jaren kampt de raad met een bezettingsgraad maar ook met de naamsbekendheid, hebben wij in de praktijk ondervonden. We roepen de organisatie Baanbrekers dan ook op om hier het komende jaar speciale aandacht voor te hebben. Omdat juist deze raad een belangrijke rol speelt in het verkrijgen van draagkracht voor het beleid. Motie 2: Afwijken kostendelersnorm De raad, gehoord de beraadslaging, Notulen raadsvergadering 1 april 2021

14

constaterende dat: • door de kostendelersnorm de bijstandsuitkering wordt verlaagd wanneer meerdere volwassenen in een woning wonen; • de achterliggende gedachte is dat wanneer personen een woning delen zij ook de woonlasten kunnen delen; • de Participatiewet beleidsruimte biedt voor gemeenten om in schrijnende gevallen af te wijken van de kostendelersnorm; • de FNV stelt dat tienduizenden ouders met een bijstandsuitkering onder het bestaansminimum terecht zijn gekomen omdat de gemeente er ten onrechte vanuit gaat dat hun kind bijdraagt aan het huishouden; • uit cijfers van het CBS uit 2016 blijkt dat de invoering van de kostendelersnorm daadwerkelijk aan een stijging van het aantal jonge daklozen heeft bijgedragen; overwegende dat: • het toepassen van de kostendelersnorm in de praktijk voor problemen, armoede en dakloosheid kan zorgen, bijvoorbeeld voor ouders die meerderjarige kinderen in huis hebben wonen, mantelzorgers die familie of vrienden met een beperking, chronische ziekte of ouderen in huis willen nemen, of anderszins wanneer mensen met een bijstandsuitkering iemand een dak boven het hoofd wil bieden; • een rondvraag van onderzoeksplatform Argos in 2018 uitgewezen heeft dat de beleidsruimte die gemeenten hebben om in schrijnende gevallen af te wijken van de kostendelersnorm maar weinig gebruikt wordt; • dit ondanks het feit dat de verantwoordelijke bewindspersonen

wijzen op deze 'maatwerkoplossing' om bezwaren tegen de regeling te ontkrachten; roept het college op: om (binnen het bestuur van Baanbrekers) zich hard te maken om: 1. in schrijnende gevallen die voortkomen uit de kostendelersnorm de optimale beleidsruimte te benutten en hierbij extra oog te hebben voor huishoudens met inwonende kinderen; 2. het werken volgens de methode ‘omgekeerde toets’ bespreekbaar te maken in het DB van Baanbrekers. Bij deze methode wordt gevraagd om niet strikt naar de regels te kijken, maar te handelen naar de doelen van de wet- en regelgeving, en gaat over tot de orde van de dag. De heer Lodenstijn: Even een reactie op de motie die ingediend wordt over de kostendelersnorm. Het betoog van mevrouw Pouw richt zich in zijn algemeenheid niet op de problematiek die er is in Waalwijk. Zijn er gegevens of situaties bekend, schrijnende gevallen, waardoor het toepassen van de kostendelersnorm in dit geval tot die bewuste effecten geleid heeft? Er wordt gevraagd om de beleidsruimte optimaal te benutten. Volgens mij doen we dat al in Waalwijk. Of beweert mevrouw Pouw daar het tegendeel van? Mevrouw Pouw: Daar beweer ik inderdaad het tegendeel van. Ik heb ook gevraagd hoe vaak er van de kostendelersnorm wordt afgeweken en Waalwijk voldoet gewoon aan het landelijk beeld dat we bijna niet afwijken.

De heer Lodenstijn: Maar leidt dat ook tot schrijnende gevallen? Mevrouw Pouw: Dat kunt u wel bedenken. Zelfs de FNV is zo overtuigd dat men de hele regel van de baan wil hebben. Er zijn ook initiatieven om de wet voor bijvoorbeeld huishoudens met kinderen van 21 tot 27 jaar te laten veranderen. We merken namelijk ook dat de wet een aantal fouten heeft. In de Tweede Kamer is daar al een debat over geweest. Notulen raadsvergadering 1 april 2021

15

Ten eerste gaat de wet ervan uit dat iedereen boven de 21 jaar een inkomen heeft, maar als je een kind in huis hebt dat studeert, heeft het geen inkomen. Dan wordt wel de ouder gekort en daardoor worden kinderen weer uit huis gezet. Of dat ook inderdaad aan de hand is, weet ik niet. De heer Lodenstijn: Duidelijk, dank u wel. Mevrouw Schuijffel: Een van de vragen heeft de heer Lodenstijn al gesteld, maar ik had een nog specifiekere. Volgens mij vroeg de heer Lodenstijn er ook naar, maar heeft hij er nog geen antwoord op gekregen. Hoeveel dakloze jongeren hebben wij in Waalwijk die vanwege de kostendelersnorm dakloos zijn geraakt? Daar ben ik wel benieuwd naar. Daarnaast heeft u het in het dictum over inwonende kinderen, maar daarboven gaat het ook over mantelzorg. Ik kan me dus ook voorstellen dat het gaat om broers, zussen of andere familieleden die misschien in huis wonen, juist vanwege de mantelzorg. Dat zie ik in het dictum eigenlijk niet meer terug, dus dat zijn de twee vragen die ik graag beantwoord zou willen zien. Mevrouw Pouw: Om uw tweede vraag te beantwoorden; daar gaat het wel om. Het gaat mij om het algemene beeld, dus het gaat mij erom dat ook die mensen maatwerk kunnen krijgen. En wat betreft de eerste vraag: we kunnen natuurlijk gaan discussiëren over hoeveel jeugd dat eigenlijk is, maar ik ga niet zitten wachten op de eerste persoon die uit huis gezet wordt.

Mevrouw Schuijffel: Ik snap dat je daar niet op gaat zitten wachten, maar ik vroeg me af hoe groot het probleem is. Mevrouw Pouw: We kunnen weer gaan discussiëren over hoeveel mensen het dan zijn, maar volgens mij is het gewoon aangetoond dat dit in allerlei gemeenten tot problemen leidt. Ook het CBS heeft aangetoond dat de kostendelersnorm direct leidt tot meer dakloosheid onder jongeren. De heer Ottens: Ik wil reageren in de vorm van een vraag, met name naar aanleiding van de reactie van mevrouw Schuijffel. Mevrouw Pouw, weet u dat er in het afgelopen jaar zeventien jongeren uit huis zijn gegaan en dakloos zijn geworden, onder andere door spanningen thuis maar ook door financiële problematiek? Mevrouw Pouw: Nee, dat wist ik niet, maar dat is interessant om te weten. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dan hebben we uw inbreng gehad. Ik werd daarnet even in twijfel gebracht toen de heer Ottens zei dat mevrouw De Bruijn van het CDA de motie heeft ingetrokken. Dat is niet zo. Ik heb nu twee moties, één van Lijst Pouw en de SGP over het afwijken van de kostendelersnorm en één over de vrijstelling van giften tot € 1200 per jaar voor uitkeringsgerechtigden van SGP, CDA, D66 en Lijst Pouw. Is dat correct? De heer Tiemstra: Ik had mijn hand opgestoken, want ik had nog een vraag aan mevrouw Schuijffel. De heer Ottens: Voorzitter. Lijst de Jongste en de PvdA ondertekenen beide moties.

De heer Tiemstra: De heer Ottens doet ons elke keer versteld staan met zijn feitenkennis. Hij brengt nu een getal naar voren, zeventien jongeren uit huis geplaatst. Even in reactie op mevrouw Schuijffel die net de vraag naar voren bracht hoe groot het probleem nu eigenlijk is: eigenlijk is de vraag die zich opdringt, mevrouw Schuijffel, als we het hebben over het getal zeventien, al waren het er maar zeven … Hoe groot zou het probleem moeten Notulen raadsvergadering 1 april 2021

16

zijn, over hoeveel individuen zou het moeten gaan, voordat D66 dit initiatief zou steunen? Wat mij betreft hoeven het er maar heel weinig te zijn. Als wij ze kunnen helpen, hoop ik dat we dat doen. Mevrouw Schuijffel: Elk kind dat dakloos wordt doordat de kostendelersnorm te streng wordt gehanteerd, is er een te veel. Het antwoord op mijn vraag heb ik niet ontvangen, ook niet van mijnheer Ottens. Want het feit dat er zeventien jongeren dakloos zijn geworden, wil niet zeggen dat de kostendelersnorm daar de reden voor was. Dat was mijn vraag. Ik vind het ook heel triest en ik zie ook wel er mensen, zeker jonge mensen, moeilijk aan een woonruimte kunnen komen, en dat het heel ingewikkeld is als uitkeringsgerechtigde om je kind nog wat langer in huis te houden, dus daar gaat het mij helemaal niet om. Het gaat mij erom dat er gegevens worden genoemd die eigenlijk niet onderbouwd zijn. Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter. Aan het eind reageer ik op de twee moties, maar ik zal eerst even de vragen aflopen. Mevrouw De Bruijn van het CDA vraagt wat de wet SUWI betekent. Die zorgt ervoor dat er in ieder geval op het gebied van werkgeversdienstverlening samengewerkt moet worden. Naar hoe dat zich in de toekomst ontwikkelt, kan ik eigenlijk geen slag slaan. Het is wel zo dat wij dit al een paar jaar deden voor dit in de wet SUWI kwam.

Sinds 2018 werken wij al in de regio samen op het gebied van werkgeversdienstverlening, dat gaat vrij ver. Als de arbeidsmarkt van regio Hart van Brabant overigens ooit één sociale dienst c.q. werkbedrijf zou worden, denk ik niet dat iedereen die in die Participatiewet aanspraak daarop moet maken of daar zijn werkplek vindt, dat in Tilburg zal doen. Er zullen altijd subregionale plekken blijven, waar dit gebeurt. Daar zie ik dus geen probleem in. U vraagt wat het effect is van het thuiswerken. Dat zijn natuurlijk ook aannames die we doen, dat dit effect gaat hebben na corona, op de hoeveelheid kantoorruimte die je nodig hebt in het algemeen. Zoals in het AB van Baanbrekers is besproken, is dat een belangrijk onderdeel dat wordt genomen bij het onderzoek dat bij herhuisvesting wordt gedaan. In de eerste aanzet is er al een percentage genoemd, waarbij er rekening mee is gehouden dat natuurlijk niemand weet wat het effect van thuiswerken zal zijn. Leidt dit allemaal tot meer kandidaten op de arbeidsmarkt? Dat is natuurlijk een lastige vraag. Daar streven we wel naar, zeker sinds de nieuwe koers. Maar de arbeidsmarkt zit op dit moment in een wat vreemde situatie. We weten ook daarbij niet hoe de markt zich gaat ontwikkelen.

Als je me een half jaar of driekwart jaar geleden had gevraagd hoe het met de werkloosheid zou zijn ergens rond 1 april 2021, hadden heel veel mensen met kennis van de arbeidsmarkt gezegd dat we een veel grotere werkeloosheid hadden dan nu en er veel meer mensen in de bijstand zaten dan nu. Dat beeld zien we nog niet. Maar iedereen blijft speculeren hoe dat zich gaat verhouden. Inmiddels zijn ook de economische indicatoren nog niet zo negatief, dus het zou best kunnen zijn dat dat allemaal wel meevalt. Dat is ook een van de redenen, en die noem ik dan maar eventjes, dat ook deze kaderbrief dit jaar natuurlijk niet gebaseerd is op hele scherpe aannames als het gaat om ontwikkeling van het bestand. De aanname van 8% groei in het aantal bijstandsgerechtigden is puur gebaseerd op de financiële gegevens die in het regeringsbeleid worden genoemd. Daarop hebben wij geëxtrapoleerd naar het aantal bijstandsgerechtigden. Ik kom er zo nog wel op terug met de motie, maar ik ga nu even naar hetgeen de SGP inbracht. De SGP had het over de hardheidsclausule. De hardheidsclausule is geen maatregel om willekeurig beleid toe te passen. De hardheidsclausule is bedoeld om daar waar regels elkaar tegenwerken -- dat kan voorkomen als in een soort ‘Catch 22’ -- de mogelijkheid hebt dit te doorbreken door een van de regels buiten werking te stellen. Dat gebeurt bijna nooit.

Waar de hardheidsclausule vaak mee wordt verward, is de mogelijkheid om in een soort barmhartigheid toch maar iets toe te staan. Dat is niet de bedoeling. Het Notulen raadsvergadering 1 april 2021

17

gaat om regels die elkaar tegenspreken of tegenwerken. Dat kan in bepaalde omstandigheden zomaar kunnen en dan moet er kien op zijn dat je op zo’n moment iets kan doorbreken door een van die regels buiten werking te stellen, maar dat gebeurt heel zelden. Het is niet een streven om dat zo vaak mogelijk toe te passen en daar komen we zo op terug bij de moties. De heer Van Groos had het over de wet SUWI en de werkgeversdienstverlening. Zoals ik zei, is die invulling al gegeven bij ons regionaal via het WerkgeversServicePunt, WSP Werkhart. Dat is al een paar jaar geleden gebeurd. Waarom is de rol van de raad hier beperkt? Ik denk omdat de uitvoering ervan door een gemeenschappelijke regeling wordt uitgevoerd. Die gemeenschappelijke regeling wordt nu eenmaal bestuurd door een algemeen bestuurd waar raadsleden ook deel van uitmaken in het dagelijkse bestuur. Daarom komt het niet bij de gemeenteraden terecht. Overigens kunt u zich afvragen -- dat is ook gelijk meer verbonden met het antwoord op de vraag van de heer Ottens over de nieuwe huisvesting – of dat het gelijk een mooi moment is om de GR te evalueren. Ik kan u vertellen dat dat al gebeurd is. We hebben die eerste acht jaar geëvalueerd. Op basis daarvan komt er binnenkort een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling naar u toe.

De AB-leden hebben al uitvoerig gediscussieerd over die evaluatie en ik neem aan dat die evaluatie bij de behandeling van de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling door u gebruikt zal worden om nog eens goed te reflecteren op hoe die eerste acht jaar van Baanbrekers zijn gegaan. Dan kom ik bij mevrouw Pouw aan. Die heeft zich voornamelijk gericht op de moties. Op die moties kom ik zo terug. U begon ook over de Participatieraad. Ik kan dat natuurlijk meenemen, ik heb regelmatig contact over die Participatieraad. Dat heb ik ook in het DB en het AB. Ik zou het op zich wel interessant vinden als de aanwezige AB-leden dat meenemen richting het beraad en zowel het DB als de directie die daarbij aanwezig zijn, erop aanspreken. Er zijn twee moties en de eerste gaat over de giften. Materieel gezien is het zo dat u vraagt dat wij de vrijstelling van € 907,56 gaan ophogen naar € 1200. Die € 907,56 is gebaseerd op een tegenwaarde van 2.000 gulden, voor degenen onder u die nog weten wat dat zijn. De voorzitter: Probeer het een beetje kort te houden, want u loopt flink uit. Wethouder Bakker: Dat is dus al vrij oud, 21 jaar. Op zich is het niet zo verkeerd om dat bedrag een beetje bij te stellen, ook wetende dat de Kamer heeft aangespoord om dat bedrag landelijk voor alle uitvoeringsorganisaties te verhogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10017565/1