CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) 280121 vervolg op 020221

Raadsvergadering (A) 18 maart 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen verslagen53.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Als de raad een hard afstandscriterium mee wil geven in het amendement zoals het voorligt, nemen wij dat over en nemen wij dat op in de plan-MER als hard criterium. Dan zullen we daar in het vervolg de bestemmingsplannen en de ruimtelijke beleidsregels op aanpassen. Ik zeg u toe dat we dat gaan doen. Maar als u ons vertelt op dit moment zonder dat er een plan ligt, zonder dat er een project ligt, dat ik wel op de hoogte zou zijn of wel met partijen in gesprek zou zijn over plannen, ben ik benieuwd waar u dat vandaan haalt en waar dit op is gebaseerd. Onze juristen kunnen dat op dit moment niet onderbouwen want dan gaan we toerekenen naar een afstand van 750 meter. U kunt dat als raad als hard criterium meegeven en dan kunnen wij dat overnemen. Dat is het enige dat ik daarover zeg. De heer Van Zelst: Ik wil de wethouder toch echt vragen te reageren op de vragen die ik gesteld heb. Dit is zo’n groot onderwerp, daar moeten we gewoon de tijd voor nemen. En als ik zeg dat er wel plannen zijn: we hebben hier een openbare raadsvergadering en ik wil geen namen noemen, maar tussen de stukken die op het RIS staan, staan stukken waaruit blijkt dat er overleg is tussen de gemeente en planmakers. Het doet er helemaal niet toe of ik dat positief of negatief vind, maar u zegt dat het niet zo is. Uit de stukken blijkt dat het wel zo is. Daarnaast wil ik graag nog antwoord op mijn vragen.

De voorzitter: Ik ga terug naar de wethouder. Het is een groot onderwerp, hoor ik een aantal mensen zeggen. Dat klopt, daarom heeft u ook behoorlijk lang de tijd gehad. U bent eerst, vorig jaar nog, met een concept bezig geweest. Ik heb gezien dat er enorm veel overleg is gepleegd door dezen en genen, iedereen is ermee bezig. Het moet op enig moment wel tot besluitvorming komen. We hebben het nog over schorsingen en hoe we dat gaan doen. Kom met een voorstel. Het is ook uw taak en plicht om na een debat te komen tot besluitvorming. Neemt u dat ook even mee in de overwegingen zoals die nu in het algemeen worden ingebracht. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Odabasi: Ik had de vragen blijkbaar wel genoteerd en ga nog even snel in op de vragen van de heer Van Zelst. Hij uitte zijn zorgen over de afstanden van 400 meter op de Winterdijk. Op het moment dat er een plan-MER wordt uitgevoerd, waar een aantal scenario’s uit komt waar mogelijke projecten op gerealiseerd kunnen worden, is de raad nog steeds aan zet om daarin aan te geven welk scenario wel en welk scenario niet. Op dit moment hebben we geen enkel plan getoetst aan wat dan ook, dus of die 400 meter zo is, weet ik niet. Als de heer Van Zelst dat weet, ben ik benieuwd waar hij dat vandaan haalt, want ik heb nog geen enkel plan voorbij zien komen en getoetst op wat dan ook.

Daarvoor hebben we namelijk gezegd dat we de Kadernota willen afwachten. Wat de projectontwikkelaars betreft: uiteraard zijn er gesprekken, ambtelijk, met allerlei partijen. Dat heb ik ook niet ontkend. Het is ook de rol van de ambtelijke organisatie om Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

34

die gesprekken te voeren. Ik heb aangegeven dat ik bestuurlijk op projectniveau geen enkel gesprek heb gevoerd. Dat is even een toelichting daarop. U vraagt of ik het amendement ga uitvoeren als hij aangenomen wordt. Uiteraard gaan wij het uitvoeren. Dit is de definitieve Kadernota en als de raad aangeeft dat daarin bepaalde kaders worden meegenomen, zullen wij die uitvoeren. Of ik dit als een motie van wantrouwen zie? Helemaal niet. U heeft uw verantwoordelijkheid, ik heb mijn verantwoordelijkheid. Vanuit mijn verantwoordelijkheid, de kennis en de adviezen die ik heb gekregen als lid van het college, hebben wij u een voorstel gedaan. En u bent gemachtigd als raad om dat te amenderen. Ik zie geen reden om dat als motie van wantrouwen te zien. Omwonenden meenemen in de m.e.r.: dat gaan we uiteraard doen, het is onderdeel van planMER, een uitgebreide m.e.r.-procedure. We komen zodra alles is uitgewerkt niet met een nieuwe Kadernota naar de raad. Nee, de resultaten van planMER worden uitgewerkt in de bestemmingsplannen en in de beleidsregels. Die leggen we voor aan de raad en dan bent u weer aan zet. De voorzitter: De heer Ottens zit al lang op het vinkentouw, komt u maar. De heer Ottens: Nee hoor, ik zit gewoon op een kantoorstoel dus dat valt reuze mee. Een aantal vragen zijn al door de heer Van Zelst gesteld, maar er wordt geen antwoord op gegeven.

Ik kan ze dus wel herhalen maar dan krijg ik ook geen antwoord. Wat me wel opviel, is dat de wethouder haar betoog begon met dat zij tegenstanders nooit kan overtuigen. Daar ben ik het hartgrondig mee eens, maar ik ben in het hele traject geen tegenstander tegengekomen, wel een hoop bezorgde burgers die zich ook hebben laten informeren. Ik ben dus benieuwd op welke tegenstanders zij doelt. Zijn dat individuen of mensen die zich verenigd hebben? De tweede vraag, en misschien dat de heer Van Zelst daar wel op doelde, is dat er bij de stukken brochures van de gemeente liggen waarin klip en klaar wordt aangegeven dat in het gebied van Haven 8 Oost de windmolens al ingetekend zijn. De heer Van Zelst doelt daarbij ook op de gesprekken die met Eneco worden gevoerd. Daar zou ik graag een reactie op willen hebben. Wethouder Odabasi: Ik heb twee weken geleden ook de inspraakavond bijgewoond en daar hoorde ik wel degelijk een aantal tegenstanders die zeiden helemaal geen windmolens te willen. Ik heb zelfs vanavond in de raad mevrouw IJpelaar gehoord, zij zei dat de realisatie van windmolens overgelaten moet worden aan het Rijk en dat we deze niet lokaal moeten organiseren. Ik heb diverse mailtjes gehad, rechtstreeks van inwoners, waarin gevraagd werd waarom wij ons als gemeente Waalwijk wilden mengen in een transitie, in de plaatsing van windmolens: laat ze lekker op zee plaatsen.

Ik heb verhalen gehoord over Canada, noem maar op… Volgens mij heeft u die ook gehoord, dus daar doelde ik op bij tegenstanders. Ik heb in heel veel kamertjes met inwoners gezeten en ook daar ben ik mensen tegengekomen die ze te lelijk vinden, ze te hoog vinden of liever voor kernenergie of thorium gaan. Die reacties heb ik dus voldoende gehoord en ik vermoed u ook, mijnheer Ottens. Als u het heeft over de kaartjes: wij hebben natuurlijk op Haven 8 een proces achter de rug waarbij inderdaad een concreet plan lag met ingetekende windmolens. Op dit moment kan ik u garanderen dat wij, zolang er geen kaders zijn vastgesteld – want die 750 meter hebben wij tot nu toe nog nergens geïmplementeerd – geen concrete plannen kunnen intekenen. Volgens mij is het feit dat er gesprekken zijn met Eneco heel logisch. In verband met de havenontwikkeling is er een windmolen van Eneco weggehaald. Dan moet je wel met zo’n partij in gesprek. Persoonlijk heb ik geen gesprek gevoerd, en dat Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

35

wil ik alleen maar aangeven, met welke ontwikkelaar dan ook, voor het realiseren van windmolens. Dat wil ik bevestigen en dat bedoelde ik daarnet. De heer Ottens: Mag ik nog even reageren, voorzitter? De voorzitter: Dat kan kort, u krijgt ook heel nadrukkelijk antwoord. De heer Ottens: Wat mij verbaast is dat die kaartjes en brochures in mei 2020 uitgegeven zijn, aan het begin van het participatieproces toen de raad bij amendementen kaders heeft vastgesteld. Dat verbaast mij dus enigszins. Over uw rol en uw gesprekken: als het gaat over uw rol in het hele proces, verschuilt u zich achter het college. Nu geeft u aan dat u persoonlijk geen gesprekken heeft gehad. Kunt u bevestigen dat andere collegeleden dan ook geen gesprekken hebben gehad op bestuurlijk niveau over planontwikkeling? De voorzitter: Dat zijn twee concrete vragen. Dat kunnen korte antwoorden zijn, denk ik. Wethouder Odabasi: Ik ben niet op de hoogte van dat andere collegeleden over een windontwikkeling gesprekken hebben gevoerd. Het zou dus heel vreemd zijn als dat wel zo was. En de eerste vraag ben ik even kwijt. De heer Ottens: De brochures. Wethouder Odabasi: O ja, er zijn meerdere brochures. Ook vanuit de regio Hart van Brabant zijn er voorbeeldlocaties ingetekend. Wij hebben geen kaarten waarop de definitieve locaties voor windmolens op dit moment klaarliggen.

Er zijn allerlei scenario’s maar er ligt geen concreet plan. Dat kan ik u garanderen. De voorzitter: De heer Spierings zit al lang te wachten, net als mevrouw Schuijffel. De heer Spierings, komt u maar. De heer Spierings: Ik heb ook even een vraag aan de portefeuillehouder. Zoals ik in mijn betoog heb aangegeven, en in lijn met de complimenten die ik aan de wethouder heb gemaakt, vind ik dat ze er heel veel energie in steekt. Dat geldt natuurlijk ook voor de samenleving en voor alle raadsleden, werkgroepen en dat soort zaken. Het kost heel veel energie. Als je zoveel effort steekt in participatietrajecten, gesprekken, noem maar op, is zij het dan met mij eens dat het raar overkomt in de communicatiebeleving van de mensen dat zij niet in de definitieve nota terugvinden of het nu wel of niet juridisch haalbaar is. Dit is verwoord in het eerste amendement voor de conceptkadernota, die wel daadwerkelijk invulling heeft gegeven aan het vervolg van het participatietraject. Die afstandscriteria en die nulmeting blijven bij de samenleving hangen. Men heeft daar zijn uiterste best voor gedaan. Er is ook overeenstemming over bereikt met de raad in de conceptkadernota. Die mensen denken niet na over of het wel of niet kan, ze willen het terugzien. Dat is wat ik in mijn betoog zei.

U had tegen de samenleving kunnen zeggen dat u dat zou overnemen, dat u had gehoord dat men het belangrijk vindt en dat u desnoods nog zou uitzoeken of het juridisch haalbaar is voordat er een definitief antwoord komt. Als het juridisch niet kan in de toekomst, kan het niet. Dan hebben we in ieder geval ons best gedaan, zoals de anderen ook hun best hebben gedaan, om mee te praten en mee te werken. Die aandacht heeft de samenleving in deze daadwerkelijk verdiend. Mijn vraag aan u is concreet of u met mij eens bent dat we daar in de toekomst misschien wat handiger mee om moeten gaan? Ik zeg niet beter, maar handiger.

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

36

Wethouder Odabasi: Ik ben het deels met u eens, dat noemen we volgens mij voortschrijdend inzicht. Als ik nu terugkijk naar het afgelopen jaar, had ik een aantal dingen zeker anders gedaan. Dat zal ik zeker niet ontkennen maar ik ben er zeker ook een voorstander van dat je verwachtingen goed moet managen. Wanneer je verwachtingen gaat wekken die je niet kunt waarmaken, heb je ook een probleem. Als wij namelijk nu vanuit de gemeente heel hard in de Kadernota hadden opgenomen dat wij een criterium van 750 meter gaan hanteren en er komt straks een projectontwikkelaar die het niet voor elkaar krijgt, naar de rechter gaat en het wint, staan wij wel voor schut, als ik het zo mag zeggen. Vanuit die verantwoordelijkheid hebben wij gezegd dat we middels die uitgebreide m.e.r.-procedure toe moeten werken naar die scenario’s. Wellicht speelt die 750 meter-discussie straks helemaal niet meer en zijn alle windmolens op 1000 meter, we weten het niet. Laten we dat proces met elkaar doorlopen. De heer Spierings: Ik wil nog even reageren. Ik ben het best met u eens en u heeft mij best aan uw zijde. Wat ik alleen zeg is dat die wettelijke bepalingen natuurlijk moeten kloppen. Die weten we niet maar we hebben met elkaar, met de samenleving, bekeken waar we afspraken over kunnen maken. Of dat wel of niet past, gaan we alsnog voor u toetsen.

Ik ga dus ook nog geen projectontwikkelaar de opdracht gegeven, nee, we gaan het eerst toetsen, dan kom ik terug bij de samenleving om te zeggen dat het is uitgezocht en dat het wel kan… Het gaat mij dus gewoon om de aandacht die de samenleving verdient. In eerste instantie is het amendement aangenomen en er is meegewerkt en nu amenderen we het opnieuw want nu is de definitieve Kadernota dus dat is prima. Dat gaat waarschijnlijk ook allemaal door. Maar in de toekomst, als we de samenleving op de barricaden laten komen om mee te praten, denken en werken, moet die samenleving zich ook herkennen in het definitieve stuk. Dát is mijn pleidooi. Wethouder Odabasi: Ik wil er nog heel kort op reageren. Vanuit verwachtingsmanagement en onze rol vanuit het college hebben wij gedaan wat we hebben gedaan. Ik vind het ook prima dat de raad het amendement opstelt vanuit de volksvertegenwoordigende rol, zodat we naar een coproductie gaan waarbij we toch aan de wens van onze inwoners tegemoetkomen. Dat is voor nu mijn reactie. Ik vind het ook heel belangrijk de verwachtingen goed te managen. Mevrouw Schuijffel: Ik heb geen vraag aan de portefeuillehouder maar aan de heer Van Zelst. Ik hoorde hem vanavond een paar keer zeggen dat hij geen overleg heeft kunnen hebben met de coalitie en ook niet met D66 over het amendement dat voorligt.

Wanneer heeft de heer Van Zelst contact opgenomen met bijvoorbeeld ons over het amendement dat hij heeft ingebracht. Dat zou ik graag even horen. De voorzitter: Oké, dan wil ik daarna proberen het debat met de wethouder af te ronden want anders komt er geen eind aan. Het is nog steeds eerste instantie. Het woord is aan de heer Van Zelst in reactie op mevrouw Schuijffel. De heer Van Zelst: In reactie op mevrouw Schuijffel het volgende: wij hebben ons amendement, het SGP-amendement, aan niemand voorgelegd. We hebben het vorige week op het RIS laten plaatsen en daar kan natuurlijk altijd iedereen op reageren. Ik heb er geen enkele reactie op gehad. Verder is er dinsdag in de loop van de dag een amendement gekomen van de coalitiepartijen, waarbij u volgens mij nog niet bij stond. Ik meen dat u later medegetekend heeft, en op dat amendement heb ik gereageerd waarop ik een kort antwoord terugkreeg. Dat was het. Mevrouw Schuijffel: Wij stonden in eerste instantie niet bij dat amendement, maar ik had daar in de tussentijd al wel, met diverse coalitiepartijen, contact over. Van het weekend en ook al op maandag. Dus u verwijt een ander iets, maar zelf heeft u een aanpak die u een ander verwijt. Daar pas ik voor en dat wilde ik even aangeven. Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

37

De heer Van Zelst: Ik verwijt helemaal niemand iets, want ik heb van tevoren ook gesproken met de woordvoerder van LokaalBelang. Ook heb ik verteld dat wij een amendement gingen opstellen en ik heb ook tegen hem gezegd dat ik hoopte op een reactie van jullie. Zoals u hebt kunnen zien, zijn de reactie verschillend. De heer Klerx vond dat er veel verschillen waren en de heer Frodyma vond dat er veel overeenkomsten waren. Daar is dus wel degelijk over gesproken. Ik verwijt helemaal niemand iets. Ik heb alleen zelf gereageerd op het amendement van LokaalBelang en de overige coalitiepartijen. Verder heeft er niemand op het amendement van de SGP gereageerd. Ik begrijp dus niet goed wat u wilt. De voorzitter: Dank, het woord gaat naar de heer Frodyma. De heer Van Zelst: Ik wilde nog reageren op de wethouder, dat handje stond nog omhoog. De voorzitter: Zeker, maar de heer Frodyma ook. Komt u maar, de heer Frodyma. De heer Frodyma: Ik wil toch even terugkomen op een tijdje terug, op de onderbouwing die ik al eerder heb gedeeld met de wethouder. Deze kan bijvoorbeeld heel simpel zijn: bijvoorbeeld ‘wij willen onze inwoners niet opzadelen met gebouwen in het zoekgebied die hoger zijn dan 100 meter en binnen 750 meter bij de bebouwde kom vandaan’. Dus ik denk dat dat gewoon een heel mooie juridische onderbouwing is die gewoon stand kan houden, en ik wil haar daar nog even aan herinneren.

Dat wilde ik even meegeven. Wethouder Odabasi: Dat is een wens die geuit wordt, maar het is geen onderbouwing. Wanneer je 750 meter wilt, moet je aangeven waar dat op gebaseerd is. Die discussie hebben we met elkaar gevoerd. Als de raad dat wil als hard criterium, zullen we het in de MER als hard criterium meenemen. We zullen zien waar dat straks op uit komt. De heer Frodyma: Toch nog even een reactie daarop. Dit is nu net cruciaal om mee te geven, want op basis daarvan oordeelt de Raad van State echt. Dat is wat wij willen meegeven. Wij willen de inwoners gewoon niet opzadelen met gebouwen die hoger zijn dan 100 meter binnen de 750 meter van de bebouwde kom. Punt. Dat is echt voldoende. De voorzitter: Dank, haalt u dan uw handje weg? Dan wil ik even kijken of ik het aantal handjes kan reduceren. Wethouder Odabasi: Voorzitter. Als het amendement aangenomen wordt, waar het op lijkt omdat het door een meerderheid van de raad ondersteund wordt, zullen wij dat als hard criterium meenemen. Dat zal dan ook de onderbouwing zijn, dank u wel. De voorzitter: Kunnen we het daarbij laten? Ik zie dat mevrouw Pouw en de heer Tiemstra willen reageren. Daarna kom ik mensen tegen die we al gehad hebben, dus dat moet dan in hoger tempo afgewerkt worden. Mevrouw Pouw. Mevrouw Pouw: Ik heb een vraag aansluitend op de vraag die de heer Van Groos stelde.

De wetgeving loopt altijd achter op de ontwikkelingen. Ontwikkelingen gaan altijd sneller. U zegt dat u zich aan de wetgeving gaat houden, maar hoe gaan we ervoor zorgen dat de regels waaraan we toetsen recht doen aan de ontwikkeling? Dat wil ik graag weten. Het kan zijn dat ik het gemist heeft, maar gaat de wethouder nog een reactie geven op mijn motie? De voorzitter: De relatie tussen ontwikkelingen en wetgeving. Daar had ik wat fantasieen bij. Stel dat je eerst de wetgeving doet en daarna de ontwikkeling, dat zou ook wel leuk zijn, maar dat is filosofisch. De wethouder en even reageren op de motie. Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

38

Wethouder Odabasi: Ik begrijp de opmerking van mevrouw Pouw, maar wij hebben ons te houden aan de wetgeving. Het Rijk gaat over die wetgeving. Wij kunnen daar niet van afwijken. Daar hebben wij op dit moment mee te dealen. Ik heb de inhoud van de motie helaas niet voorbij zien komen, dus ik ben ook even kwijt wat de strekking van de motie is. Hij stond niet op het RIS volgens mij. De voorzitter: Ik krijg hier de bevestiging dat hij er wel op staat, maar wel heel laat. Mevrouw Pouw. Mevrouw Pouw: Misschien kunt u dan even de tijd nemen om ernaar te kijken. De voorzitter: Dat gaat de wethouder nu doen, in de tussentijd de heer Tiemstra. De heer Tiemstra: Ik wilde mijn vraag eigenlijk aan de heer Frodyma stellen, maar ik kan hem ook in het algemeen naar voren brengen. Ik volg de discussie met belangstelling. Bij sommige uitspraken krijg ik toch een bijzonder gevoel. Wordt dit voorstel in het algemeen nu gesteund bij meerderheid, ja of nee? Wordt het amendement bij meerderheid gesteund, ja of nee? Ik hoor dat verschillende fracties verdeeld stemmen. In theorie zou het zelfs denkbaar zijn dat als iedereen naar zijn gevoel en geweten zou stemmen, uiteindelijk maar een minderheid van de raad voor het voorstel of het amendement zou stemmen. Stel dat de coalitie verdeeld is en de oppositie stemt tegen, bij wijze van spreken. Dan zou een minderheid van de raad het voorstel steunen.

Wie wil daar iets over zeggen? De voorzitter: Dit is een beetje lastig, dames en heren. Ik wil proberen het een beetje zakelijk te houden. Ik heb een voorstel van de kant van het college. Ik zie een amendement van meerdere partijen, ingebracht door LokaalBelang en ik zie een amendement van de SGP. Moeten we gaan discussiëren over stel dat, dit of dat, zus of zo? Daar zijn we vanavond om twaalf uur nog niet mee klaar. Overigens, de enige echte uitslag heeft u op het moment van stemmen. Dan weet u het precies. De heer Tiemstra, graag even richting besluitvorming. Wat wilt u doen? De heer Tiemstra: Ik wil me aansluiten bij het verzoek van de heer Ottens om straks even te schorsen. De voorzitter: Dank, dat is helder. Daar komen we op terug. Mevrouw Pouw krijgt dadelijk nog reactie van de wethouder. Als ik kijk naar de handjes zie ik twee heren die we al gehoord hebben. Kort graag. De heer Van Groos: Ik heb een vraag aan mevrouw Schuijffel. Ze sprak uit dat zij wel overleg heeft gehad met de coalitiepartners. Mijn vraag is of D66 deel uitmaakt van de coalitie, omdat zij spreekt over partners en het amendement samen met de coalitiepartijen heeft ondertekend en gesteund. Mevrouw Schuijffel: De coalitiepartners zijn samen coalitiepartners en ik heb overleg gehad met een aantal van deze partijen over het amendement.

Is dat het antwoord op uw vraag? De heer Van Groos: Dat is duidelijk, maar ik spreek liever over coalitiepartijen dan over partners. De voorzitter: Dat recht heeft u inderdaad. De heer Van Zelst heb ik al heel vaak gehoord, maar die is nog niet helemaal aan het einde van zijn Latijn. Kort graag de heer Van Zelst.

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

39

De heer Van Zelst: Ja, burgemeester, u kunt wel zeggen dat het kort moet en u zei eerder al dat we tijd genoeg hebben gehad, maar ik heb in het afgelopen jaar heel veel vragen gesteld over Eneco en of daar gesprekken mee plaatsvonden en wat er aan de hand was. Steeds kreeg ik het antwoord dat er geen gesprekken waren, dat er niets behandeld werd en nu hoor ik de wethouder zeggen dat ze wel in gesprek is met Eneco. Mijn twijfels groeien alleen maar. De voorzitter: Daar kan de wethouder nu even heel kort op reageren. Ik heb haar daar ook over gehoord. Reactie, mevrouw de wethouder, spreekt u met Eneco of spreekt u niet met Eneco? Graag kort en krachtig en daar moet de heer Van Zelst zijn conclusies uit trekken. Gaat uw gang. Wethouder Odabasi: Volgens mij heb ik net in mijn reactie aangegeven dat wij zeker met Eneco in gesprek zijn. We hebben ook één windmolen van Eneco weg moeten laten halen in verband met de ontwikkeling van de haven. Dat kun je niet doen zonder gesprek. We zijn met Eneco nog niet in gesprek over de concretisering van de herontwikkeling van hun plan. We weten dat ze ideeën hebben en dat weten we al vanaf 2015, 2016. We weten al veel langer dat ze allerlei plannen hebben. Die windmolens zijn een keer afgeschreven. Ze weten dat wij ook allerlei ideeën hebben voor Haven 8, maar we hebben nog geen enkele concrete afspraak over welk project dan ook.

De voorzitter: Goed, er wordt ook gesproken vanwege de historisch gegroeide contacten naar aanleiding van de huidige situatie, maar er is geen enkele toezegging of wat dies meer zij gedaan in de richting van Eneco, waardoor ... Mag ik het zo verwoorden? Wel even met de politieke context erachter. Snap ik het zo goed? De heer Van Zelst. De heer Van Zelst: Ik ga hier niet meer op reageren. Ik trek hier mijn conclusies wel uit. De voorzitter: Dan heb ik alle handjes gehad. Mevrouw Odabasi moet nog reageren op mevrouw Pouw. Wethouder Odabasi: We hebben net even snel naar de motie van mevrouw Pouw gekeken en wij volgen de wettelijke regeling met betrekking tot planschade. In het kader van de financiële uitvoerbaarheid van projecten speelt planschade altijd een rol. Wij vinden de motie zoals die nu is opgesteld overbodig. De voorzitter: Dank u wel. Ik snap dat mevrouw Pouw eventueel nog wil reageren. Zij heeft dan het laatste woord in eerste instantie. Let u wel op wat ik zeg, het laatste woord. Mevrouw Pouw: Dat klopt, planschade speelt altijd een rol, alleen zie je wel dat normaal maatschappelijk risico nu op minimaal 2% staat en dat wordt straks 4%. Ik heb twee weken lang gezocht naar wat je ermee kunt doen, maar eigenlijk kun je er helemaal niets mee doen. Omwonenden krijgen straks te maken met een waardevermindering van hun huis, dat kan tot 4% zijn.

Je mag het niet compenseren, dat staat ook in mijn motie. Wat ik met mijn motie probeer te zeggen is, als je een plan gaat maken, kijk dan ook eens of je er rekening mee kunt houden. Als je net even iets aanpast en ook de waardevermindering meeneemt, zou je van die 4% misschien 3% kunnen maken. Daarmee kom je ze toch wel tegemoet. Mijn vraag aan de wethouder… De voorzitter: Nee, geen vragen meer, u had het laatste woord. Mevrouw Pouw: Dan stel ik mijn vraag in tweede instantie.

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

40

De voorzitter: U mag een vraag stellen in tweede instantie, maar de wethouder is er dan niet meer. Dat is eenmaal de procedure. Dat kan ik ook niet helpen, ik heb die wetten en regels niet gemaakt, dat hebben we samen gedaan. Ik pas ze nu wel toe en het zij zo. Ik doe niets geks, ik doe niets onoorbaars, ik hou me gewoon even aan de regels. Misschien heeft u soms ook wel een strakke voorzitter nodig als ik zie hoe lang we hier nu al mee bezig zijn. De buitenwereld vindt dat misschien ook wel. Goed, u hebt geduid, u heeft de kans gekregen. Als u uw betoog nog wilt vervolgen, mag dat ook, maar wel even naar een afronding. Mevrouw Pouw: Ik zou het fijn vinden als de wethouder een eerste reactie geeft op mijn motie, ik nog een vraag kan stellen. We kunnen wel regels hebben, maar dat vind ik eigenlijk niet meer dan normaal. De voorzitter: Ja, maar nu gaan we bijna aan een ordedebat beginnen, mevrouw Pouw. Dan had u eerder met uw motie moeten komen. U bent er ook wel heel laat mee geweest. De wethouder heeft hem niet gezien, hij is erg laat. Ik krijg dat hier bevestigd van de griffier. Dan is het even eigen schuld, dikke bult. Ik ga graag naar de tweede instantie. De wethouder is klaar. Heeft u behoefte aan een tweede instantie en wat er nu speelt? Dat is de vraag rondom een schorsing. Ik hoor heel veel, maar wat ik zie is het volgende.

Nogmaals, we hebben een voorstel en twee amendementen. Daarbij is het een soort uitdaging of we het kunnen hebben over de verschillen en de overeenkomsten. De heer Ottens suggereert om toch even op de traditionele manier echt contact te hebben. Dat kan, maar dat zou ik willen overlaten aan de hoofdrolspelers. Wie zijn de hoofdrolspelers? Volgens mij de indieners van de amendementen. Die hebben een achterban, die kunnen daar zelf verstandig mee omgaan. Ik stel voor dat die twee personen even reageren op wat de beste methode is om hiermee om te gaan. Daarbij komt nog iets anders. Het is nu kwart over tien. We zijn pas bij het eerste onderwerp. We kunnen ook afspreken dat we de agenda afmaken en de besluitvorming over dit onderwerp dinsdag te doen. Dan komt het dinsdag terug zonder beraadslagingen. Dan hebt u de mogelijkheid van contact gehad. Dan kan niemand zeggen dat het er vanwege de manier van vergaderen bij is ingeschoten en dat de besluitvorming daardoor kwalitatief slechter is. Misschien zou u ook op die manier kunnen reageren. Dan ga ik daarna door met agendapunt 8 en kijken we naar de rest van agenda. Dan zien we elkaar dinsdag. Het is niet denkbeeldig dat dat sowieso het geval zou zijn. Ik zie de heren Van Zelst, Klerx en Ottens een handje opsteken en volgens mij heb ik ze dan al alle drie te pakken. Als u even wilt reageren. Ik begin bij de heer Klerx.

De heer Klerx: Het lijkt me in ieder geval handig om te wachten tot dinsdag met de besluitvorming. Volgens mij kunnen we prima heel even schorsen. Dat zullen we vast ergens in Teams kunnen regelen, ik neem aan dat daar ook over nagedacht is en anders regelen we dat zelf via de iPad. Dat zou ik willen doen. Dan kunnen we even kort overleggen met woordvoerders, fractievoorzitters, wie daar allemaal bij wil zijn. Dat kunnen we wat mij betreft kort doen. We hebben al contact gehad. Daar heeft de heer Van Zelst regelmatig naar gerefereerd. Ik ben benieuwd wat er te zeggen is. Laten we alsjeblieft niet de besluitvorming uitstellen. De voorzitter: Wat is kort? Hoeveel tijd heeft u nodig als u zegt dat het kort kan? Vijftien minuten? De heer Klerx: Ik heb geen idee, ik laat het ook afhangen van de heer Van Zelst en de heer Ottens die erom hebben gevraagd. Volgens mij hebben we goed contact gehad. De voorzitter: Ik ga naar de heer Van Zelst.

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

41

De heer Van Zelst: Ik vind het een prima voorstel dat u heeft gedaan om de besluitvorming in ieder geval tot dinsdag uit te stellen, zodat we eerst nog een tweede termijn kunnen doen en alle dingen kunnen zeggen die we willen zeggen. Tussen nu en dinsdag kunnen we dan nog rustig overleggen zonder overhaaste besluiten te nemen. De heer Ottens: Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van Zelst. Het is een zeer belangrijk besluit en in het tweede gedeelte van mijn betoog heb ik aangegeven dat de PvdA zijn verantwoordelijkheid wil nemen en ook wil streven naar een zo breed mogelijk gedragen besluit. Volgens mij kunnen we daar beter even de rust voor nemen dan nu te proberen zaken tot overeenstemming te brengen. We hebben er de afgelopen zaterdagen al veel tijd in geïnvesteerd, dus nog even een uurtje extra op zaterdag kan wat mij betreft ook. De voorzitter: Dat zijn drie meningen die overigens niet hetzelfde zijn. Het lijkt mij verstandig om nu kort te schorsen en dan bespreekt u het openbaar procesmatig onderling. Als u terugkomt en er is nog steeds geen overeenstemming, dan vraag ik bij stemming aan de vergadering, als voorstel van orde, hoe wij verder met de agenda omgaan. Dan zal ik inbrengen of u blijft bij het voorstel zoals het bij het agendapunt vaststelling agenda is geformuleerd, namelijk vandaag besluitvorming. De vergadering wordt vijftien minuten geschorst.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik haal nog even op waar het om draaide. Er is contact geweest tussen de heren die de amendementen hebben ingediend en waarschijnlijk ook met hun achterbannen. Ik breng het nu even terug naar de procedure, waar het zakelijk om draait. We hebben een agenda en we hebben vandaag vastgesteld dat we besluiten na afronding van het debat over dit onderwerp, dus vanavond. Ik kwam met het voorstel om de eerste en tweede instantie uit elkaar te trekken en de tweede instantie dinsdag doen. Dan doen we dus de besluitvorming aan het einde van de vergadering, dat zou dan op dinsdag zijn. Van die keuze moet u nu zeggen, het wordt het een of het wordt het ander. Daarvoor bent u bij elkaar geweest. Wie wil daarop reageren? Ik zag het handje van de heer Klerx al. De heer Klerx: Dank u wel voorzitter. Wij hebben overleg gehad. We zijn helaas niet verder tot elkaar gekomen. Wat ons betreft, ik spreek dan ook namens VVD, CDA, GroenLinksaf en D66, kunnen we overgaan tot de besluitvorming. De voorzitter: Akkoord. Anderen die erop willen reageren die ook bij het overleg betrokken waren? Ik denk de heer Van Zelst of de heer Ottens. De heer Van Zelst: Voorzitter, dank u wel. Ik ben ook bij het overleg geweest en de heer Klerx heeft het goed verwoord. We zijn er niet uitgekomen. Dat is heel jammer, want het had gekund.

De voorzitter: Nog anderen die hierop willen reageren? Anders trek ik de conclusie dat we overgaan naar de tweede instantie en we sluiten vanavond. Dan vraag ik nu aan u of u er via dit ordedebatje behoefte aan heeft daarover te stemmen, of dat u gewoon meegaat met mijn voorstel, vanavond nog. Zijn er mensen die behoefte hebben aan een stemming over dit voorstel? De heer Ottens. De heer Ottens: U moet even verduidelijken wat u bedoelt. Bedoelt u een stemming over de stemming? De voorzitter: Nee, een stemming over de orde van de vergadering. Mijn voorstel is dat we nu doorgaan met de tweede instantie en besluiten dus vanavond. Als u zegt, nee, ik Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

42

sta erop dat dat dinsdag aanstaande is en dat we de eerste en de tweede instantie dus uit elkaar trekken, dan is het nodig om daarover te stemmen. Is het helder? De heer Ottens: Het is helder, maar de meerderheid heeft al gesproken. De voorzitter: Dat was mijn conclusie ook, dus ik stel voor om zonder stemming nu door te gaan met de vergadering. U bent toe aan de tweede instantie over de Kadernota. Wie heeft behoefte aan een tweede instantie rondom dit onderwerp waarbij de wethouder dus niet meer aan het woord komt. Ik zie drie mensen. Zijn er nog meer? Eenmaal, andermaal? Dan geef ik het woord aan mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk de wethouder de vraag gesteld of er bij de nulmeting ook de gezondheid wordt gemeten. Ze heeft daar geen antwoord op gegeven. Ik heb ook niet om het antwoord gevraagd, want ze heeft aan het begin van haar beantwoording gezegd dat ze niets heeft aan de tegenstanders. Ik ben tegenstander, dus dan ga ik ook niet met haar in gesprek. Deze vraag wil ik eigenlijk stellen aan de woordvoerder van LokaalBelang. Geldt de nulmeting ook voor de gezondheid? De voorzitter: Oké, ik kan me voorstellen dat de heer Frodyma daar nu op wil reageren, dat kan, dat mag. De heer Frodyma: Mevrouw IJpelaar, die nulmeting is een goed iets. Als we die m.e.r.procedure gaan uitvoeren, wordt er getoetst op de wettelijke regels.

Dan wordt er ook een meting gedaan. Wij willen een losse meting doen over wat het betekent, zodat de burgers daar straks op kunnen terugvallen als ze overlast ervaren. Ze moeten ergens op kunnen terugvallen. Vandaar dat die specifieke nulmeting gaat plaatsvinden voordat die windmolens komen. Die staat min of meer los van de m.e.r.-procedure. Met andere woorden, er wordt eigenlijk zorg voor gedragen dat als onze inwoners overlast ervaren, ze ergens op terug kunnenvallen. Dat is eigenlijk de hoofdnoot van die meting die plaatsvindt. De normale gezondheidsgegevens zitten in de m.e.r.-procedure, dus dat is het. Ik weet niet of het voldoende is. Mevrouw IJpelaar: Nee, dat is niet voldoende, want in het amendement geeft u alleen maar een meting van het geluid aan. Wil ik dat amendement steunen, moet ik wel weten wat ik steun. Begrijpt u wat ik bedoel? Het is voor mij niet duidelijk. De voorzitter: Nog één keer de heer Frodyma. De heer Frodyma: De nulmeting zoals die apart wordt voorgesteld, heeft ermee te maken met dat als onze burgers straks overlast hebben, ze hierop kunnen terugvallen en bijvoorbeeld ook schadeclaims kunnen indienen. De voorzitter: Goed, daar moet u het mee doen. Dan moet mevrouw IJpelaar op basis van dit antwoord kiezen of ze wel of niet akkoord gaat. De heer Ottens: Heel kort in de tweede termijn.

Het is jammer dat wij er tijdens de schorsing niet uit zijn gekomen. We waren heel dicht bij elkaar, alleen het slot was toch kom nou naar de coalitie toe, dat is geen machtsvertoon, want zo heeft het overleg niet plaatsgevonden. Ik vond het jammer dat er geen kleine beweging in de richting van zowel SGP als PvdA is gemaakt, maar ik vond het wel zo cruciaal dat ik het amendement niet kan steunen. Dat spijt me, want er staan heel goede beslispunten in. De voorzitter: Hij is heel helder, de heer Van Zelst ten slotte.

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

43

De heer Van Zelst: Ik heb eigenlijk toch nog wel vragen aan de coalitiepartijen en dan vooral de coalitiepartijen die vertegenwoordigd zijn in het Haagse. We hebben kortgeleden in het Brabants Dagblad kunnen lezen dat Mark Harbers van de VVD zegt dat het draagvlak onder druk staat. We moeten de subsidieregelingen zo aanpassen dat er gewaarborgd wordt dat een energieproject lokaal ten goede komt. Mevrouw Mulder van het CDA vindt het allemaal erg onwenselijk, de bewonersparticipatie, de ruimtelijke ordening is op dit moment in gevaar. De PvdA zegt dat er goudkoorts heerst onder projectontwikkelaars en grondeigenaren. Mevrouw Faber van de ChristenUnie zegt dat we ons landschap aan het verkwanselen zijn, investeerders hebben daar geen boodschap aan. Ik zou graag van deze vertegenwoordigers in het Haagse een reactie willen waarom we dit hier in Waalwijk nu per se geregeld hebben, terwijl er in Den Haag binnen onze kringen nog zo veel vragen over zijn? Waarom wachten we dat niet even af? Daar zou ik graag een reactie op willen. De voorzitter: Als mensen daarop willen reageren kan dat natuurlijk. Aan de andere kant kijk ik even naar de agenda. Even in het algemeen constaterend, zullen we partijen hebben met landelijke vertegenwoordiging, sommige niet.

Daar mogen ook verschillen tussen zijn, althans, ik begrijp altijd als ik naar de SGP zelf mag luisteren, wij doen het op lokaal niveau op onze eigen verantwoordelijkheid. Ik weet niet of het nodig is om daarop te reageren, maar als u dat wilt kan dat. De heer Spierings: Dank u wel, mijnheer Van Zelst, voor deze vraag. Ik denk dat het ook een legitieme vraag is. In de eerste plaats gaf de burgemeester al een beetje antwoord, dat wij als VVD hier in Waalwijk zelf beslissen over onze merites, maar landelijk vinden wij er natuurlijk ook iets van. Dat stond ook in mijn betoog, windmolens liever op zee, wij praten liever over kernenergie, maar wij nemen ook onze verantwoording. We hebben afspraken gemaakt in Waalwijk dat we voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van energie en klimaat en dat soort zaken. Wij zeggen, luister, zet die molens neer, met participatie en alles waar we het over hebben gehad vanavond en over vijftien jaar dan pakken we een steeksleutel, zetten we ze stil, schroeven we ze los en verkopen ze aan het buitenland en we krijgen energie van de kerncentrale. We zijn een bestuurderspartij, ook hier in Waalwijk. We beslissen, we gaan ermee aan de gang en komen onze afspraken na en net als in de schorsing, probeer ik toch weer even te vragen, sluit u bij ons aan en ga met ons mee op pad voor onze samenleving. Tot zo ver, voorzitter.

De heer Van Groos: De verantwoordelijkheid is door Den Haag bij de gemeente gelegd en bij de regio’s. Dan kunnen bewindslieden, Kamerleden in Den Haag roepen wat ze willen en wat ze daarvan vinden, maar het is onze taak om door te pakken. Er wordt al heel lang gesproken over duurzame en schone energie en ondertussen gebeurt er veel te weinig, omdat iedereen zijn verantwoordelijkheid probeert te ontlopen denk ik wel eens. De heer Spohr: Het is wel waar wat de heer Van Groos zegt. We hebben te maken met een Klimaatakkoord. Over dat Klimaatakkoord praten wij met elkaar in de verschillende regio’s en er wordt een bod van ons gevraagd en nu gaat de Kamer roepen dat dat kennelijk allemaal niet kan. Ze komen niet met alternatieven, het is wat mij betreft een beetje voor de bühne praten, zonder dat je een alternatief hebt. Aan de andere kant beloven we de samenleving dat we iets gaan doen aan het klimaat of aan de klimaatverandering. Daar is een heel proces voor in gang gezet en dat vinden we niet allemaal heel prettig, maar voorlopig is dit de enige manier om iets te doen. Daarnaast hebben we onszelf ook gemeentelijk nog een taak opgedragen. Dat betekent dat we zolang er geen alternatieven zijn, helaas gedwongen zijn om dit proces gewoon voort te zetten, omdat dat nu eenmaal op grond van de beste kennis is die we nu hebben.

De voorzitter: Mijnheer Spohr, wat me overigens opvalt: uw scherm wordt helemaal door één kleur in beslag genomen. Dat is geen rood, geen blauw, geen roze, maar raad u Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

44

eens, helemaal groen. Dank, de heer Van Zelst heeft inmiddels drie reacties gehad. Ik denk dat we daarmee de tweede instantie kunnen afsluiten. Het lijkt me niet dat we nu opnieuw in discussie moeten over hoe landelijke en lokale standpunten zich tot elkaar verhouden. Ieder heeft daarover zijn mening en die is toegelicht. We moeten nu meteen over naar de besluitvorming. Zullen we afspreken dat we het gewoon op de normale manier doen? Op deze manier, met meteen de besluitvorming, is het voor mij een beetje lastig om de vergadering voort te zetten. Dat begrijpt u allemaal. Ik heb van het college gehoord wat men van de amendementen en de motie vindt. Ik heb van u allen gehoord hoe u erover denkt. De volgorde van bespreking is als volgt: ik neem eerst het meest vergaande amendement en dat is van de SGP. Daarna ga ik naar amendement nummer twee, dat is het amendement ingediend door LokaalBelang en diverse andere partijen. Daarna ga ik naar het voorstel zelf, de Kadernota en ten slotte is de motie van mevrouw Pouw nog aan de orde. We gaan over tot stemming en gaan nu naar amendement SGP. Ik ga nu over tot het noemen van de namen en begin bij de heer Van Hamond, bent u voor of tegen het amendement van de SGP.

Tegen stemmen de leden Van Hamond, Klerx, Van Baardwijk, De Jongste, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Van Tuyl, Slaats, Van den Udenhout, Bögemann, Klapwijk, Spohr, De Bruijn, Ottens, Van den Meerendonk, Schuijffel, Pouw, IJpelaar, Van Groos, De Vaan, Frodyma en Van Dinther. Voor stemmen de leden Tiemstra en Van Zelst. Met 25 stemmen tegen 2 stemmen voor wordt het amendement van de SGP verworpen. De voorzitter: We komen toe aan de stemming over het volgende amendement, ingebracht door LokaalBelang en andere partijen. Zijn er leden die een stemverklaring willen afgeven? Mevrouw Pouw: Dank u wel dat u het vraagt voorzitter, want dat miste in eigenlijk bij het vorige amendement. Ik heb in mijn pitch aangegeven dat ik tegen de Beleidsnota zal stemmen en dat is ook de reden waarom ik tegen het amendement zal stemmen. De heer Van Tuyl: Ik ben tegen windmolens in wat nog over is van de Baardwijkse polder. Plaatsing van de molens beschouw ik in feite als te veel overlast voor het woon- en leefklimaat met name voor de inwoners van Baardwijk en het centrum. Ik zie ook in het amendement dat daar ten opzichte van de Kadernota verbeteringen in aangebracht worden. Dat is de reden dat ik wel het amendement zal steunen, maar tegen zal stemmen voor de Kadernota zelf. Mevrouw IJpelaar: Het zal wel duidelijk zijn dat ik tegen het amendement stem en ook tegen het voorstel.

De heer Van Zelst: Wij hadden op zich graag voor het amendement gestemd, zeker als we daar nog wat dingen in hadden kunnen voegen uit het amendement dat zojuist gepasseerd is. Dat lukte niet. Daarom gaan wij nu tegen het amendement stemmen, evenals tegen het voorstel. De heer Ottens: Ook de PvdA had graag voor het amendement gestemd, maar had daarin graag opgenomen gezien dat daarin een voorstel voor de participatie van de in-

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

45

woners van buurgemeenten in terug zou komen. Dat is helaas niet gelukt en daarom zullen wij tegen het amendement stemmen. De voorzitter: Dank voor uw verklaringen. Dan gaan we over tot stemming. Voor stemmen de leden Van Hamond, Klerx, Van Baardwijk, De Jongste, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Van Tuyl, Slaats, Van den Udenhout, Bögemann, Klapwijk, Spohr, De Bruijn, Van den Meerendonk, Schuijffel, De Vaan, Frodyma en Van Dinther. Tegen stemmen de leden Ottens, Pouw, IJpelaar, Van Groos, Tiemstra en Van Zelst. Met 21 stemmen tegen en 6 stemmen voor wordt het amendement van LokaalBelang verworpen. De voorzitter: Ik ga over naar het voorstel zelf. Ik stel voor om zonder hoofdelijke stemming door te gaan met de Kadernota. Wenst iemand daar nog een stemverklaring bij te hebben? De heer Van Zelst: Ja, de fractie van de SGP wordt geacht tegen gestemd te hebben. Dat moge duidelijk zijn. De heer Ottens: Datzelfde geldt voor de PvdA. De heer Van Tuyl: Ik heb net aangegeven dat ik tegen het voorstel zal zijn. De heer Van Groos: Wij vragen aantekening tegen het geamendeerde voorstel te hebben gestemd. Mevrouw IJpelaar: Ook ik heb aangegeven dat ik tegen dit voorstel zal stemmen. Mevrouw Pouw: Voor mij hetzelfde. Van mij is het ook een tegenstem. De voorzitter: Mijn voorstel was om zonder hoofdelijke stemming akkoord te gaan met de Kadernota.

Met inachtneming van tegenstemmen van Lijst Pouw, de SGP, de PvdA, de ChristenUnie, Lijst IJpelaar en de heer Van Tuijl, is er een meerderheid voor het voorstel en kunnen we aldus besluiten. Zonder hoofdelijke stemming wordt het geamendeerde voorstel aangenomen, waarbij de leden Van Tuyl, Ottens, Pouw, IJpelaar, Van Groos, Tiemstra en Van Zelst geacht willen worden te hebben tegengestemd. De voorzitter: Ten slotte breng ik de motie van Lijst Pouw in stemming. Wenst u daarover hoofdelijke stemming? Mevrouw Pouw: Door het verloop deze avond heb ik besloten deze motie aan te houden. De voorzitter: U houdt de motie aan, dat is ook helder. Daarmee is dit agendapunt afgelopen. Het is kwart over elf. Ik stel voor dat we het volgende agendapunt nog proberen te behandelen, dan hebben we dinsdag net iets meer tijd voor de andere agendapunten. Stuit dat op bezwaren? Ik zie geen bezwaren, dan gaan we ook nog eens proberen om agendapunt 8 af te ronden. 8.

(R1.11-21) Vaststellen Nota van uitgangspunten Masterplan Haven 8 Oost, afronding

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

46

De heer Slaats: Voorzitter. We zijn inderdaad één fractie, dat heeft u goed gezien. Een korte bijdrage van onze kant. Voor ons ligt de Nota van uitgangspunten voor Haven 8 oost, afronding. Een voorstel voor een integrale gebiedsontwikkeling tot het Drongelens Kanaal. De nota is uiteraard op hoofdlijnen en laat zien hoe mogelijke toekomstplannen er uit kunnen zien. Bij de fractie van GroenLinksaf is de ontwikkeling van het bedrijventerrein en de havens altijd voer voor discussie. Enerzijds zien we het belang van de ontwikkeling in het kader van de economie, werkgelegenheid en de mogelijkheden om te investeren in Waalwijk. Anderzijds gaat het om opgeven van een stukje verleden, verdwijning van polders en de verdozing en de problemen die daarmee samenhangen. In het kader van deze nota van uitgangspunten kunnen wij ons enigszins vinden. We zien echt een trendbreuk met hoe er in het verleden met bedrijventerreinen is omgegaan en hoe ze zijn ontwikkeld. Dat gaat zowel over het proces als over de inhoud. Als raad spreken we nu proactief uit hoe we de invulling voor ons zien, iets waar we overigens zelf toe hebben opgeroepen hebben. Inhoudelijk geven we richting aan een gebied waar een mix van functies te zien is: bedrijven, energie, groen en recreatie. Hoe die mix er precies uit gaat zien, weten we niet en dat is niet erg.

Wel vinden we het belangrijk dat we een vinger aan de pols kunnen houden over het hoe en het waarom. Daarom hebben we een motie opgesteld. Ik moet ook alle andere fracties mijn excuses meegeven. Deze is denk ik nog later binnengekomen dan die van mevrouw Pouw. Als u hem niet heeft kunnen lezen, spijt me dat. Ik hoop dat u nog even de tijd heeft gevonden om hem toch te kunnen doornemen. We horen graag dat u hem misschien wilt steunen en natuurlijk ook de reactie van de wethouder. Dank u wel, voorzitter. MOTIE 4: Uitwerking De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • voor Haven 8 Oost afronding een duurzame integrale gebiedsontwikkeling is voorzien; • de raad zich op 11 februari 2020 uitgesproken heeft over het belang van deze ontwikkeling en de invulling daarvan; • de nota van uitgangspunten voor Haven 8 Oost een eerste globale schetsmatige invulling van dit gebied bevat; • uitwerking van deze schets bestaat uit een aantal verkenningen rondom onder andere regionaal en provinciaal draagvlak, milieu en economie; • verdere besluitvormingstraject niet expliciet is uitgewerkt in deze nota; • voor Haven 8 oost selectie en preferente criteria voor bedrijven zijn vastgesteld; • in de raad meermaals is gesproken over de meerwaarde van gedifferentieerde invulling van bedrijventerreinen; overwegende dat: • de nota van uitgangspunten het startpunt is van de ontwikkeling Haven 8

Oost afronding; • een integrale gebiedsontwikkeling gebaat is bij de nodige flexibiliteit en dit met het schetsontwerp geboden wordt. De nota van uitgangspunten veel vrijheid geeft voor de daadwerkelijke invulling; • de daadwerkelijke invulling bepalend is in hoeverre het doel voor het plangebied gehaald wordt; Ontwikkelen van dit gebied betekent dat op een evenwichtige manier functies worden toegedeeld aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. De raad veel waarde hecht aan deze doelstelling; • de nota van uitgangspunten een aantal ruimtelijke principes bevat; • selectie en preferente criteria richting kunnen geven aan de bedrijfsmatige invulling;

Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

47

draagt het college op: 1. de raad proactief te consulteren wanneer de daadwerkelijke invulling van Haven 8 oost afronding substantieel af gaat wijken van het schetsontwerp en/of de ruimtelijke principes uit de nota van uitgangspunten. 2. de selectie en preferente criteria voor Haven 8 oost van toepassing verklaren op Haven 8 Oost Afronding. Waarbij criteria 1, 6 en 7 niet van toepassing zijn op bedrijven die niet tot grootschalige logistiek gerekend worden. 3. de raad bij de verdere besluitvorming inzichtelijk te maken op welke wijze de ontwikkeling bijdraagt aan het doel voor het plangebied en hoe de invulling aansluit bij de selectiecriteria. en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Vragen in de richting van de heer Slaats? Dan ga ik naar de fractie van het CDA. De heer Spohr: Voorzitter. Ik was in de veronderstelling dat wij al hadden doorgegeven dat we dit een A-punt wilden laten zijn. Bij dezen doe ik dat alsnog. De voorzitter: Beter laat dan nooit. D66. Mevrouw Schuijffel: Omdat het voorstel zo ontzettend laat kwam, heb ik deze compleet gemist. Mijn excuses. De voorzitter: Oké, verder geen reactie van uw kant op het voorstel van het college? Dan ben ik bij de SGP. Mijnheer Van Groos, dat klopt toch? De heer Van Groos: Ik dacht dat u verder wilde met de agenda en niet met de rondgang, maar u gaf het woord aan de SGP, dat is prima.

De voorzitter: Ja, daarna kom ik bij u. De heer Van Zelst: Voorzitter, dank u wel. Van ons ook nog een korte bijdrage. In de nota van uitgangspunten wordt de conclusie getrokken dat er een veel breder maatschappelijk draagvlak is voor de wens om te komen tot duurzame energie en dat er daarom een afwijking is van de Structuurvisie Duurzame Energie. En deze een prominentere rol gaat krijgen in de verdere planvorming. Waarop is deze conclusie gebaseerd? Als ik het participatietraject van het vorige onderwerp bekijk, kan ik nog niet echt concluderen dat er breed maatschappelijk draagvlak is. Ook gezien de reacties op eerdere plannen vanuit Baardwijk blijkt dat we er nog niet zijn. Hoe wil de wethouder deze stelling verklaren? Is er om de uitgangspunten van de structuurvisie te wijzigen niet eerst overleg in de gemeenteraad nodig? Het gebied is in de Kadernota aangewezen als zijnde geschikt voor grootschalige windenergie. Waarom gaan we hier niet nog meer grond aan bedrijven uitgeven met de verplichting om de daken te vullen met zonnepanelen en het zo deels techniekneutraal op te lossen? Meer zon op het dak en minder windmolens, is dit bespreekbaar voor de wethouder? De fractie van de SGP is er dus voorstander van om op deze plaats meer ruimte te gaan bieden aan bedrijven en dan vooral bedrijven die een groot dak nodig hebben.

We zijn niet voor niets de logistieke hot spot van Brabant samen met Tilburg, waarbij ik wel wil opmerken dat we dan ook zorg moeten dragen voor de juiste huisvesting van alle mensen die daar mogelijk komen te werken. Die twee dingen moeten wel samen opgaan. Het ene kan echt niet zonder het andere. De fractie van de SGP ziet dit gebied, ingeklemd tussen water en dijk en industrieterrein namelijk niet als recreatiegebied. Wandelen, fietsen, blotevoetenpaden en dergelijke moeten we echt ergens anders in gaan zetten. Daarnaast zullen er windmolens komen. Het lijkt me niet zo lekker om daaronder te gaan fietsen en te wandelen. Ook wordt aangegeven dat Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

48

dit een gebied is waar proefopstellingen kunnen komen voor zonne-energie. Waarom niet dat dubbelgebruik waar ik het eerder over had? Eerst grond verkopen waar een bedrijfshal op moet verhuizen. Enkel verkopen aan bedrijven die dat grote dakoppervlak willen creëren en daarbij de verplichting opleggen, zonnepanelen op het dak. Twee vliegen in één klap. Als laatste nog even de volgende vraag. Het nu voorliggende stuk was op 19 augustus 2020 al gereed. Waarom heeft u dit stuk niet ingebracht op de vergadering van 17 september 2020 toen we de eerste nota van uitgangspunten vaststelden? Heeft u de gemeenteraad toen niet volledig geïnformeerd, wethouder? Daar wil ik graag antwoord op. De voorzitter: Reacties in de richting van de heer Van Zelst? Nee. Dan ben ik bij de ChristenUnie. De heer Van Groos: Voorzitter. Onze fractie is tegen de verdere uitbreiding van Haven 8, want die lijkt alleen te moeten zorgen voor het vullen van de Waalwijkse schatkist. In deze nota van uitgangspunten wordt op geen enkele wijze ingegaan op het amendement, ik herhaal, het amendement dat op 23 november 2017 met ruime meerderheid is aangenomen. Een Raad die dit accepteert, ondermijnt zijn eigen positie, is mijn stelling.

In dat amendement staat namelijk dat de raad zich eerst moet kunnen uitspreken over de toetsing van deze uitbreiding van het bedrijventerrein, aan de criteria woon- en leefklimaat van de stad en omliggende groene omgeving, meer gespecificeerd in de criteria bereikbaarheid, huisvestingsbehoefte, energie en lokale economie en werkgelegenheid. Wij hebben niets gelezen over bijvoorbeeld de gevolgen voor het woon- en leefklimaat en de huisvestingsbehoefte. Op dit moment worden de ontwikkeling van de insteekhaven en de aanleg van de nodige infrastructuur geblokkeerd door de stikstofproblematiek. In feite geldt dat ook voor de uitbreiding van dit terrein. Laten we deze tijd daarom benutten om eerst met elkaar te discussiëren over die criteria. Wij vinden dat eerst recht moet worden gedaan aan het raadsbesluit. Immers kan een college een motie naast zich neerleggen, maar een amendement niet. voorzitter, tot slot nog een vraag voor u. Hoe noemt u het niet uitvoeren van een amendement? Onbehoorlijk bestuur? De voorzitter: Ik ga naar de Partij van de Arbeid. De heer Ottens: Voorzitter, de heer Van Groos heeft feitelijk al het gras voor mijn voeten weggemaaid. Ik ben benieuwd naar uw antwoord op zijn vraag. De voorzitter: Dat snap ik ja. Mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Voorzitter, ik zie af van mijn betoog.

De voorzitter: Dan is het woord aan het college in hoedanigheid van wethouder Bakker. Beantwoording college Wethouder Bakker: Dank u wel, voorzitter. Er zijn wat opmerkingen gemaakt. Ik kijk eerst even naar de SGP die eigenlijk de meeste vragen had. Daar ga ik even op in. U vraagt zich af waar het bredere draagvlak vandaan komt om in dit gebied ook iets te gaan doen met energie. Volgens mij is dat draagvlak een minuut of tien geleden door u als Raad als volksvertegenwoordiging vastgesteld in de vorm van de definitieve Kadernota, waarbij dit één van de zoekgebieden is. Ik kan me uw motie voorstellen. Daar kom ik zo meteen nog even op. Uw volgende punt is meer zon op het dak. Als ik even vooruitspring op mijn reactie op de motie van GroenLinksaf, die dezelfde criteria aan de dag legt als we die hebben vastgesteld voor Haven 8 Oost, waarbij de bezetting van daken met zonnepanelen een belangrijk criterium is. Als u die motie overneemt, is dat probleem opgelost. Dat beveel ik u Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

49

aan, zeg ik er gelijk bij. Op dit moment beginnen de daken van Haven 8 zelf zich aardig te vullen. Dat is niet eens Haven 8 Oost, want daar moeten we nog aan beginnen. Ik denk eerlijk gezegd dat de vrees dat alle daken daar onbenut blijven liggen ongegrond is. In onze vestigingsvoorwaarden hebben we toentertijd al aangegeven dat de daken op deze industrieterreinen geschikt moeten zijn om zonnepanelen te dragen. Het grootste probleem zal zijn om deze grote dakoppervlakken daadwerkelijk aan te sluiten, gelet op de aansluitwaarde daarvan en de positie die we daarin hebben bij Enexis. Dat geldt ook voor windmolens et cetera. Zon op het dak zit ook in de motie. Ik denk, mijnheer Van Zelst, dat we qua huisvesting niet echt mogen klagen in Waalwijk. Wij zijn een van de gemeentes die in Nederland vooroplopen met het genereren en creeren van kwalitatief hoogwaardige huisvesting voor arbeidsmigranten. Met de opening van de laatste campus aan de Pompweg hebben we zelfs nog grote complimenten gekregen van de FNV op dat punt. Het is bijvoorbeeld het eerste grote complex waar arbeidsmigranten in eigen slaapkamers zitten. Wat dat betreft denk ik dat we dat met ons huisvestingsbeleid en de specifieke portefeuille huisvesting, grootschalige huisvesting in de nabijheid van bedrijven, in Waalwijk prima voor elkaar hebben. U vindt het geen recreatiegebied. Misschien is dat het ook niet.

Het is een opzet van een gebied om te kijken wat we ermee kunnen doen. Daar zitten natuurlijk verschillen van inzicht in. Ik zou persoonlijk misschien ook wel iets meer dozen willen neerzetten en iets minder groen en blotevoetenpaden, maar ik ga er niet over. Het is iets wat de gemeenschap wil. Het is iets wat we uiteindelijk schetsen gebaseerd op datgeen wat we horen, maar nogmaals, het is een ruwe schets waarbij we er wel van zijn uitgegaan dat er een bepaalde overgang gecreëerd moet worden vanuit het landschap als je uit het oosten komt, richting het industrieterrein. Een bepaalde afstroming, daar is dit voorstel op gebaseerd. U vraagt ook nog, en volgens mij niet voor de eerste keer, of er al iets klaar was waarover we niet op tijd geïnformeerd hebben. Volgens mij hebben we u meerdere keren uitgelegd dat besluitvorming in het college voor ons het moment is waarop wij met zaken naar buiten gaan en daarvoor niet. Volgens mij hebben we dat ook tijdig gedaan. U heeft uiteindelijk gewoon zelf de besluitvorming in kunnen zien. U krijgt dat volgens mij elke week netjes aangeleverd. Dan de vraag van de ChristenUnie. Dan gaan we eigenlijk terug naar de discussie die we ook bij Haven 8 Oost hadden. U gaf aan dat dat amendement niet uitgevoerd is.

Ik heb toen uitgelegd dat met het invullen van die lijst met criteria wat mij betreft wel uitvoering is gegeven aan dat argument, omdat al dat soort elementen daarin worden opgenomen. Dat was de raad kennelijk in meerderheid met mij eens. De motie van GroenLinksaf die ik ondersteun geeft aan dat die criteria ook zouden moeten gelden voor Haven 8 Oost, afronding. Wat mij betreft geldt voor toepassing van die criteria hetzelfde antwoord als wat ik u vorige keer heb gegeven op uw commentaar aangaande het eventueel niet naleven of nakomen van een besluit waarin een amendement verwerkt is. Die vragen waren ook van de Partij van de Arbeid. Mevrouw IJpelaar zag af van haar betoog. Dan ben ik volgens mij door de vragen heen. Dank u. De voorzitter: Aan mij is ook nog een vraag gesteld, wat ik doe als het college een amendement niet uitvoert, als er dan zo’n groot verschil is tussen een motie en een amendement, waar we het vanavond meer over gehad hebben. Ik ga dan even terug naar mijn oude beroep. Ik ben docent geschiedenis en staatsinrichting. Dit soort dingen legde je uit in VWO3. Een motie is een uitspraak van de raad, die kan de bestuurder naast zich neerleggen. Als hij dat te vaak doet krijgt hij op enig moment op z’n donder. Een amendement is een wijzigingsvoorstel.

Dat wil zeggen, we bouwen een schoenenmuseum van 10 miljoen en er komt een wijzigingsvoorstel dat zegt het wordt 12 miljoen. Dan gaat het college het uitvoeren voor 12 miljoen. Op het moment dat ze er 14 miljoen van maken, krijg je een politiek probleem. Hier speelt dat ook zo, alleen het verschil met Notulen raadsvergadering 28 januari 2021 en 2 februari 2021

50

het voorbeeld dat ik geef is dat dit veel diffuser is. Dit gaat veel meer over interpretatie. Het college is in de veronderstelling dat ze het amendement wel hebben uitgevoerd. Een deel van de raad is het daar niet mee eens, want die had het op een andere manier ingevuld willen hebben. Dan zit u in het politieke circuit en heeft u daarover een mening. Dan stemmen we en dan hebben we een meerderheid en een minderheid. Of een amendement wel of niet wordt uitgevoerd is lastiger te bepalen alsof het iets objectiefs is. Bijna alles in uw omgeving is politiek en als het niet politiek is, maakt u het politiek. Dat is hier denk ik ook het geval. Verder laat ik me er partijpolitiek niet over uit, vanzelfsprekend. Ik sta gelukkig met de dag meer boven de partijen. Zijn er vragen in de richting van de wethouder of de voorzitter? Dat kan, die gelegenheid hebben we natuurlijk. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter, ook voor de les staatsinrichting. Ik zal er verder niets over zeggen. De heer Bakker zei dat we in Waalwijk huisvesting prima op orde hebben. Dat ben ik niet van mening. Dat is dan een politieke uitspraak. Ik denk dat er nog te veel mensen die in Waalwijk werkzaam zijn, moeten verblijven op plaatsen die niet geschikt zijn om daar te wonen. Het is ook niet eens huisvesting, ze mogen daar verblijven, dus ze mogen er niet eens wonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9838748/1