CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) 16 en vervolg op 21-12-21

Raadsvergadering (B) 16 december 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering61.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

We zien de aanpassing van horeca naar appartementen zeker als een positieve ontwikkeling in de kern Waspik, maar we zien ook de zorgen over parkeren en inpassing in de omgeving. Als we nu instemmen, geven we een signaal af, namelijk dat de raad al heeft ingestemd. En dan geeft een andere lading aan het participatieproces. Met niet instemmen, verliezen we ongeveer een halfjaar. Maar wat onze fractie betreft geven we zo meer ruimte om de buurt erbij te betrekken, voordat we als raad definitief ons oordeel geven. We hopen op deze manier op een breder draagvlak en we denken dat het goed is voor dit project. De heer Bögemann: Misschien ten overvloede, maar even een aanvulling op datgeen door de heer Klerx is aangegeven. Ik snap het niet helemaal, maar misschien kunt u het mij uitleggen. Het gaat om een verklaring van geen bedenkingen rondom het omzetten van de huidige bestemming van horeca naar wonen. Bent u daartegen of bent u specifiek tegen het plan? Want als u geen bezwaren heeft tegen het omzetten van alleen de bestemming zou u toch gewoon akkoord kunnen gaan met dit raadsvoorstel? De heer Klapwijk: Ik snap de vraag, meneer Bögemann, en wij vinden het helemaal geen gek idee om een horecabestemming om te zetten naar appartementen. Ook in Waspik is een gigantische behoefte aan appartementen. Maar het gaat ons om de vorm. Het gaat erom of je de buurt serieus neemt.

Ga je op een open manier het gesprek aan of ga je dat gesprek aan met een grondhouding van “de raad heeft al ingestemd en we Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

65

doen nog wat participatie maar dat is eigenlijk meer voor de vorm”. Wij vinden dat we het serieus moeten nemen en ja, dat betekent dat er wat vertraging in het proces gaat komen. Dat is dan maar zo, maar we hopen daarmee op meer draagvlak. De heer Bögemann: U heeft het erover dat u de omwonenden serieus wilt nemen. Ik krijg toch echt een beetje het idee dat hiermee een verkeerd signaal wordt afgegeven aan de omwonenden. Er is namelijk helemaal geen garantie dat die plannen uiteindelijk daardoor gaan veranderen of dat daardoor juist wel of niet gebouwd gaat worden. Ik denk dat wij als raad, wanneer we een signaal willen afgeven, transparant willen zijn en willen luisteren naar onze inwoners, ook eerlijk moeten zijn in wat daarin onze mogelijkheden en onze onmogelijkheden zijn. Dus ik vraag me af of hetgeen u hier beoogt, behaald wordt, en wat voor signaal dat juist afgeeft aan de inwoners. Mevrouw Schuijffel: Ik wil me aansluiten bij de reactie van de heer Bögemann. Volgens mij geef je een signaal af waarmee je hele hoge verwachtingen schept, terwijl het eigenlijk alleen maar gaat over een verandering van een bestemming. Het hele participatietraject moet feitelijk nog gaan plaatsvinden. Ik vind het dus een hele rare wending van dit voorstel.

De heer Van Groos: Begrijp ik het goed dat mevrouw Schuijffel geen hoge verwachtingen wil wekken en ze daarom maar helemaal geen verwachtingen wil wekken door vanavond een verklaring van geen bedenkingen af te geven? Mevrouw Schuijffel: Nee, daar gaat het helemaal niet om. Als je kijkt naar de volgorde der dingen, gaat het nu om de omzetting van een bestemming. Het hele participatietraject moet feitelijk nog gaan plaatsvinden. Dat staat overal in de stukken en dat geldt ook voor de participatie in de Omgevingswet waar we over gesproken hebben. Nu wordt het gebracht als zijnde een voldongen feit. Dat vind ik een rare wending. De heer Ottens: De reacties van GroenLinksaf en D66 verbazen mij, omdat juist zij participatie en betrokkenheid van bewoners aan de voorkant zo hoog in het vaandel hebben staan en nu aangeven dat ze eigenlijk instemmen met een verklaring van geen bedenkingen, waar een heel uitgewerkt plan tussen zit. En dat dat het uitgangspunt moet zijn en als je daar nu geen ja tegen zegt, je te hoge verwachtingen schept. Die mening verbaast mij een beetje. Dat wilde ik even kwijt. Mevrouw Schuijffel: Wij hebben participatie inderdaad hoog in het vaandel staan en volgens mij is dat traject ook nog aanstaande. Het komt er nog aan, dus ik begrijp niet waar deze terughoudendheid vandaan komt.

De heer Bögemann: Uiteraard heeft de heer Ottens helemaal gelijk: participatie staat enorm hoog in het vaandel bij GroenLinksaf. Dat is nog steeds zo. Ik wil echt benadrukken dat het plan dat is toegevoegd aan de verklaring van geen bedenkingen nog getoetst zal worden. Zolang dat niet gedaan is, gaat er niets gebeuren. Er zal ook gekeken worden naar hoe de participatie vormgegeven is en op welke manier de inwoners daaraan deelhebben kunnen nemen. Wat mij betreft is het dus allemaal heel voorbarig en stemmingmakerij. De voorzitter: U gebruikt ook grote woorden, mijnheer Bögemann. Ik heb me voorgenomen daar vanavond wel wat van te zeggen, dus bij dezen. Het woord is aan de heer Klapwijk. De heer Klapwijk: Ik heb net de verleiding weer in de herhaling te vallen weerstaan, want dat voegt niet zo heel veel toe. Nog één punt. Het voorstel is nu om de procedure bestemmingsplan en het bouwplan zelf tegelijkertijd te doen. Door nu niet in te stemNotulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

66

men, vindt er gewoon een normale procedure aanpassing bestemmingsplan plaats, waar we iets van kunnen vinden en dat we uiteindelijk gewoon op inhoud kunnen beoordelen. Daar kunnen we dan iets van vinden, nadat de inwoners van Waspik zich daarover hebben kunnen uiten. Daarna vindt gewoon de reguliere procedure plaats. Dus het plan kan uiteindelijk misschien prima gerealiseerd worden zoals het nu voorligt, maar dan hopelijk wel met meer draagvlak. De heer Ottens: Ik wil mijn teleurstelling over de inbreng van de heer Bögemann uitspreken. Ik probeer niet te polariseren of grote woorden te gebruiken. Ik hoop dat de heer Bögemann en met hem deze zestig deze omgevingsdialoog wat kritischer toetsen dan ze in de afgelopen periode hebben gedaan. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. De ontwikkelaar heeft een formele vergunningaanvraag ingediend. Zoals al eerder door sommigen werd gemeld, schrijft de wet voor dat wij de vraag voorleggen of u wensen of bedenkingen heeft over het initiatief. Concreet ligt eigenlijk de vraag voor of u het prima vindt dat de genoemde locatie in ontwikkeling komt van horeca naar appartementen en dat binnen de genoemde kaders die u hoofdzakelijk al heeft gezien. Het voorstel dat voorligt is gebaseerd op een aanvraag van de omgevingsvergunning en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing moet natuurlijk nog helemaal getoetst worden.

U kunt natuurlijk zeggen dat participatie aan de voorkant moet plaatsvinden. Dat hoor ik verschillende leden van de raad zeggen. Ik wil u er wel op wijzen dat participatie met de huidige wetgeving niet afgedwongen kan worden, en dat zal ook gelden voor de nieuwe Omgevingswet. We gaan het ook niet aan de voorkant opleggen. Het initiatief ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Dan is het heel leuk om te zeggen dat het mooi zou zijn om een blanco plaatje neer te leggen en met de bewoners in gesprek te gaan. Maar zo werkt het niet en mijn ervaring is ook niet dat inwoners daar behoefte aan hebben. De eerste vraag is namelijk toch altijd of er een kader en een grondslag zijn en wat we ongeveer willen gaan ontwikkelen. Dus helemaal blanco in een participatietraject treden, is al heel moeilijk. Wat ook speelt, is dat wij het participatietraject beter willen vormgeven. Dat juicht het college toe en in het kader van de nieuwe Omgevingswet gaan we dat dan ook doen. U heeft daar een werkgroep voor geformeerd. Dat staat dus los van de wetgeving die we vandaag de dag hebben, waarbij we participatie niet aan de voorkant kunnen opleggen. In dit proces wordt gevraagd of u wel of geen bezwaar heeft tegen het plan. Dan moet ik dus toch de heer Bögemann, mevrouw Schuijffel en de heer Klerx gelijk geven.

Als u niet instemt, betekent dat dat er een ontwerpverklaring van geen bedenkingen naar uw raad toekomt. Dat zullen we u gelijktijdig met de ontwerpvergunning en zienswijzen doen toekomen. Dan kunt u in de zienswijze zien wat er allemaal nog meer speelt, maar dan heeft u niet inhoudelijk nog zeggenschap. U kunt zo meteen de verklaring wel of niet afgeven. Dat zal uiteindelijk de vraag zijn die voorligt en dat betekent dat u best wel voor een dilemma staat. Gelukkig gaan wij in de nieuwe Omgevingswet met participatie aan de gang, en dat brengt me bij de motie van de heer Van Groos. De motie roept op te kijken naar de situatie in Oosterhout als zijnde een handreiking voor de omgevingsdialoog. Dat is de discussie die ik graag bij de raad wil terugleggen, want ik kan me voorstellen – er zitten echt goede initiatieven in, ook in datgeen in Oosterhout speelt – dat nieuwe suggesties meegenomen worden. U heeft immers een participatiewerkgroep gehad. Maar dat is echt iets dat u als raad met elkaar moet besluiten. In ieder geval is het goed om te kijken naar hoe daar het een en ander plaatsvindt. De vraag of we op dezelfde wijze als Oosterhout willen gaan werken, moet door de raad beantwoord worden. Dat bepaalt u uiteindelijk in de keuzes die u maakt in het kader van participatie. Daar heeft ook de werkgroep – wel-

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

67

iswaar misschien niet in het kader van Oosterhout – al eerder over gesproken, dus dan wacht ik graag de raadsbrede mening af. Dan het amendement van Samen Waalwijk en de SGP. Ik vind dat in het amendement participatie helemaal verkeerd wordt neergezet. Ik zeg het niet graag, maar het is wel hoe ik het zie. Natuurlijk hebben inwoners daar nog helemaal niets van kunnen horen, en het college begrijpt dat inwoners snel reageren. Er staat iets op de agenda van de raad, men vraagt zich af wat er gaat gebeuren en men heeft vragen daaromtrent, maar hier is echt aan de voorkant formeel een vergunningsaanvraag ingediend. Dat betekent dat het college die zou kunnen afhandelen als u instemt met dit voorstel, weliswaar binnen de kaders van allerlei zaken die u eerder heeft aangegeven. Zegt u dat niet te gaan doen, komt het nog een keer bij u terug, maar ook dan zal het initiatiefvoorstel liggen bij de initiatiefnemer. De heer Van Baardwijk haalde terecht aan dat het voor de doorstroming natuurlijk een goede zaak is. Die mening deelt het college. Ik kan me voorstellen dat de vraag die voorligt een dilemma voor u opwerpt, maar u wordt nu gevraagd of u kunt instemmen met de kaders die het college verder kan uitwerken, niets meer en niets minder. Stemt u daar niet mee in, dan kom ik bij u terug en dan heeft u inzicht in het participatieproces, want dat moet nog helemaal doorlopen worden.

U kunt zo meteen ja of nee zeggen, want zo cru klinkt het in dit soort verhalen. Ik zeg dat maar even, ik vind het niet prettig. Maar u kunt zo nog een verklaring afgeven. Geeft u die niet af, gaat het totale plan niet door en geeft u die wel af, dan heeft u in ieder geval de zienswijzen kunnen inzien en kunt u het later wellicht beter beoordelen. Let wel, ook op dat moment kan het zijn dat niet alles bevredigend zijn, want los van de kaders waar de gemeente en dit college op toetst, kunt u verder alleen maar volgens de wetgeving wel instemmen of niet instemmen. Dat ligt op dit moment voor. Ik denk dat ik daarmee voldoende heb beantwoord. De heer Van Groos: Ik wil niet direct reageren op de bijdrage van wethouder Daandels, als wel ingaan op de punten die hij gemist heeft. Wij hebben nog een opmerking gemaakt over wat er ten aanzien van het aspect duurzaamheid in het raadsvoorstel staat. Daar heb ik niets over gehoord. Wethouder Daandels: Er komt een formele vergunningsaanvraag die nog op elementen getoetst moet worden, dus iedereen kan bij wijze van spreken een vergunningsaanvraag indienen. Dan hebben wij een formele afhandelingstijd. Dat is het dilemma. U hebt ons allerlei kaders meegegeven, zoals voor duurzaamheid en parkeerbeleid. Als u instemt met deze verklaring, zegt u eigenlijk: college, werk het voorstel binnen de kaders van de raad uit en toets daarop ook het plan.

Als het plan grote wijzigingen met zich meebrengt, moet ik terug naar uw raad, want ik kan alleen op basis van de context van hetgeen hier ligt, beslissen. Met ondergeschikte wijzigingen kan het college nog een kleine punt of komma zetten, maar geen grootschalige wijzigingen doorvoeren. Ik weet niet of dat de vraag van de heer Van Groos voldoende beantwoordt? De heer Van Groos: Mijn vraag is niet beantwoord. Ik zal dat de portefeuillehouder in deze digitale tijd niet kwalijk nemen. Ik houd het bij mezelf: ik heb de vraag niet duidelijk genoeg gesteld en schat in dat ik op het onderdeel duurzaamheid in de raadsvoorstellen nog vaak genoeg kan terugkomen. De voorzitter: Het woord is wederom aan de heer Van Groos, nu in tweede termijn. Tweede termijn De heer Van Groos: Voorzitter, eerst een reactie op u. U reageerde op het gebruik van de term “ondermijning”. Het is niet voor het eerst dat we dit doen en ik vrees dat we dit nog kunnen blijven doen, want aan de positie van de raad wordt continu getornd door Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

68

het college. Mevrouw Klerks verweet ons dat we oude koeien uit de sloot willen halen, maar het grootste probleem is dat er steeds nieuwe koeien in de sloot worden gegooid, elke vergadering weer, met toestemming van de coalitie. Dan is het natuurlijk heel vervelend als anderen die oude koeien eruit halen. Het lastige aan deze situatie is, als het gaat om het plan voor de Veerstraat, dat er nog een heel traject volgt, maar het probleem is dat er al een ver uitgewerkt plan ligt. Natuurlijk willen mensen in gesprek, niet op basis van een leeg papier maar een schets, en ze willen niet de indruk hebben dat het al helemaal in kannen en kruiken is. Verder wil ik er nog op wijzen dat er geen Omgevingswet is. Die is er nog niet. Die is er pas op zijn vroegst op 1 juli 2022 en ik zie steeds signalen dat het weer moet worden uitgesteld om allerlei redenen. Ondanks het feit dat de Omgevingswet er nog steeds niet is, zijn er al een heleboel gemeenten die een handreiking omgevingsdialoog hebben, omdat daar in de Nederlandse samenleving heel veel behoefte aan is, maar de gemeente Waalwijk heeft er nog steeds geen en als ik naar de coalitie kijk, verandert dat vanavond niet. De voorzitter: Dank u wel. Even een punt van orde. Met mijn opmerkingen bedoel ik u niet op welke manier dan ook te beperken in het debat. Ik zou echt willen pleiten voor alle scherpte in het debat.

Het enige waar ik op aansla, zijn de woorden die een zware beschuldiging in zich hebben. Daar zal ik op aanslaan vanavond en dat zal ik ook verder met u bespreken. Maar voelt u zich vooral niet belemmerd in uw wijze van debatteren. De heer Van Groos: Dank voor uw opmerking. Ik voelde me niet belemmerd. Ik was blij dat er eindelijk een keer op werd gereageerd, zij het dan als kwalificatie en niet inhoudelijk. Inhoudelijk is er nog steeds niet op gereageerd en zolang ik niet overtuigd ben van dat het anders zou moeten, blijf ik de term gebruiken. De voorzitter: Daar laten we het bij voor nu, dank u wel. Bij deze wil ik de bespreking van dit onderwerp afsluiten en naar het volgende onderwerp overgaan. 14. Herziening huisvestingsverordening Mevrouw Pouw: Voorzitter. Ondanks het feit dat de woningnood voor meerdere groepen hoog is in Waalwijk, beperken wij ons bij het bespreken van de huisvestingsverordening tot het vragen van aandacht voor één groep woningzoekers in het bijzonder: jongeren. De huisvestingsverordening biedt gemeenten de mogelijkheid om regels vast te leggen over de toewijzing van huurwoningen en het bepalen van de urgentievolgorde van woningzoekenden. Meerdere malen hoorden wij de afgelopen periode hier in de raad dat men zich zorgen maakt over de braindrain, het fenomeen dat jongeren Waalwijk verlaten.

We lazen ook in het addendum dat het wegtrekken van de jongeren en hun talenten de dynamiek en leefbaarheid in onze samenleving en de concurrentiepositie van Waalwijk verzwakt. De stec-groep, die in opdracht van de gemeente onderzoek deed naar woning schaarste, heeft onlangs beoordeeld dat de vertrekkende groep jongeren bovenmatig groot is. Eerder hoorden wij van de jongeren zelf al dat zij moeite ondervinden bij het vinden van woonruimte. Allereerst komt dat doordat zij nog geen tijd hebben gehad om vele inschrijfjaren bij elkaar te sparen. Inschrijven als woningzoekende mag namelijk pas vanaf 18 jaar. Daarbij ondervinden zij met een startsalaris problemen in de vrije huursector, die inmiddels hoge huursommen berekent. Met loting kun je als jongere je geluk beproeven, maar Lijst Pouw vindt dat het behoud van jongeren voor de gemeenschap van Waalwijk waardevoller is dan hun lot te laten bepalen door het toeval dat komt kijken bij het trekken van lootjes. Bij andere gemeenten in de buurt zien wij woningen reserveren voor jongeren tot 23 jaar. Ook zij trekken, naast de gemeenten met hogescholen en universiteiten onze jongeren bij ons vandaan. Eerdere pogingen van de gemeente Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

69

Waalwijk om onze jongeren te behouden, waren vooral gericht op talentenprogramma’s, vacatures en stageplaatsen. Wat gaat de gemeente Waalwijk op het gebied van woningvoorraad doen om ervoor te zorgen dat jongeren zien dat het de moeite waard is om in Waalwijk te blijven? De heer Van Groos: Voorzitter. Bij de eerdere herziening van de huisvestingsverordening op 31 januari van dit jaar hebben de fracties van de SGP en ChristenUnie er nadrukkelijk op gewezen dat de onderbouwing van de schaarste door het rapport van Companen, plus de cijfers van de NVM, gezien eerdere uitspraken absoluut onvoldoende was. Ook bij die gelegenheid zei de portefeuillehouder open te staan voor eventuele suggesties en aanpassingen. Maar hij liet de in de ogen van de SGP rammelende verordening ongemoeid. Hij was van mening dat de verordening voldoende basis bood, had het over een onjuiste woordkeuze van de fracties en stelde dat flexibiliteit nodig is, maar weigerde de verordening aan te passen. Nu zijn we nog geen jaar verder en het college komt met een aanpassing, waarin de schaarste wel wordt onderbouwd. Geen excuses voor de gang van zaken of voor de reactie van het college op kritische fracties. Een dergelijke verordening is helaas nodig, omdat de woningmarkt in Waalwijk grote krapte kent.

De gemeente trekt nieuwe inwoners, waaronder arbeidsmigranten, aan, maar is er in deze bestuursperiode niet in geslaagd voldoende te bouwen. In het stecrapport staat de volgende waarneming, mevrouw Pouw wees er ook al op: “De beperkte beschikbaarheid van goedkope woningen maakt het voor jonge huishoudens, die doorgaans nog geen vermogen hebben kunnen opbouwen, lastig om aan een passende woning te komen in Waalwijk. De bovengemiddeld grote uitstroom van jongeren tussen de 15 en 25 jaar lijkt dit te bevestigen”. Wij vragen ons het volgende af. Was “stop de braindrain” niet een van de speerpunten van deze coalitie? Het is schrijnend om te zien dat in deze tijd van krapte woningen soms langere tijd leegstaan. Wat doet u eraan? Weliswaar is hier bij letter van de wet geen sprake van crimineel gedrag, maar het is zeker wel ongewenst. De stec-groep adviseert de uitkomsten en de werking van de huisvestingsverordening halfjaarlijks tot jaarlijks te monitoren. Zo houden we de vinger aan de pols en kunnen we waar nodig bijsturen. Maar waarom lezen we in het raadsvoorstel, noch in de verordening iets over het monitoren? Is dit omdat u zelf geen vertrouwen hebt in deze verordening? Tot zover in eerste termijn. De heer Van Zelst: Voorzitter. Ik ben eigenlijk een beetje geschrokken, want u zei dat u vanavond streng zou zijn en ik heb eigenlijk dertig seconden extra nodig.

Dat gaat niet lukken, denk ik? Of krijg ik die ruimte? De voorzitter: Ga vooral uw gang, als u snel praat. De heer Van Zelst: Kijkers thuis, leden van de raad. Voor ons ligt de huisvestingsverordening Waalwijk 2018-2021, derde wijziging. Tja, de derde wijziging: hoe zou dat komen? Waarom zou dat nodig zijn? Waarschijnlijk omdat de eerder vastgestelde huisvestingsverordening juridisch gezien een rammelend document was. Wethouder Daandels zou zeggen dat ik grote woorden spreek. Dat deed hij op 2 februari jl. ook. Voorafgaand aan die vergadering heb ik wethouder Daandels gesproken en gewaarschuwd voor de toen vast te stellen huisvestingsverordening. Ook bij de vaststelling van die eerste versie heb ik, en naast mij ook de heer Van Groos, waarschuwende woorden gesproken. Inderdaad een juridisch rammelende verordening. Die woorden werden mij toen door wethouder Daandels zeer kwalijk genomen. Ik was op 2 februari van mening dat hier een motie van treurnis of afkeuring tegenover moest staan. Op dat moment is de vergadering geschorst en uiteindelijk hebben wij besloten geen motie van treurnis of afkeuring in te dienen. Er was immers geen meerderheid voor te vinden in de gemeenteraad.

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

70

De heer Spohr heeft na de schorsing wel aan wethouder Daandels gevraagd om in een volgende vergelijkbare situatie benodigde documenten bekend te maken aan de gemeenteraad, desnoods achter het slotje. Welnu, die vraag van de heer Spohr heeft niet geholpen, want ook nu werden er geen dan wel onvoldoende documenten overlegd. In eerste instantie helemaal niets. Nadat de fractie van de SGP vragen ging stellen, kwam er een gedeelte van de documenten, die leidden tot de wijziging van de nu voorliggende verordening, tevoorschijn. Onder andere het advies van de commissie bezwaarschriften CB 20014 van 25 november 2020. Dat was zowaar hetzelfde document als degene die werd geleverd bij het vaststellen van de vorige wijziging van de huisvestingsverordening. Wat zou er in dit advies nu anders zijn dan toen? Gezien de grote delen die zwart gemaakt zijn, het lijkt de toeslagenaffaire wel, is dat niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk wordt uit dit advies is het volgende: de schaarste aan woningen was niet aangetoond, er was een gebrekkige motivatie van het college, de huisvestingsverordening kon niet achteraf aangepast worden, het was immers een raadsbesluit, maar toch besloot de meerderheid van de raad deze huisvestingsverordening vast te stellen. Er moeten dus meer documenten zijn die leidden tot deze wijziging. En inderdaad, die zijn er maar werden niet geleverd door het college.

Tot op de dag van vandaag niet. Vaak wordt hier in de raad gesproken over informatieplicht. Ook actieve informatieplicht hoor ik regelmatig voorbijkomen. Na de oproep van de heer Spohr, nota bene aan de eigen wethouder, is het deze keer wederom niet gelukt om de raad actief te informeren. Nee, er worden gewoon bewust stukken achtergehouden. Waar doel ik op, zult u zich afvragen? Op de uitspraak van de meervoudige kamer van Rechtbank Zeeland-WestBrabant van 1 juni 2021. Nimmer heeft het college deze uitspraak met de gemeenteraad gedeeld en het ontbrak nu wederom aan het tijdig en juist informeren van de gemeenteraad. Waarom ben ik hier nu zo fel op? Welnu, uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat de gemeenteraad een onzorgvuldig voorbereid besluit heeft genomen bij de eerste wijziging van de huisvestingsverordening en uit deze uitspraak blijkt ook dat de tweede wijziging, die op 2 februari 2021 werd vastgesteld, geen stand kan houden. Dit alles na de waarschuwing die de fracties van onder andere de SGP op dit punt hebben gegeven, ten aanzien van de door mij genoemde juridisch rammelende huisvestingsverordening. Graag zou ik van wethouder Daandels vernemen hoe het college nu terugkijkt op de vaststelling van de eerdere verordening.

Wat vindt wethouder Daandels van het feit dat er opnieuw niet is voldaan aan de informatieplicht? Wij vroegen immers om relevante adviezen van de bezwarencommissie en uitspraken van de rechtbank. Hier is niet, of misschien slechts deels, aan voldaan. Hoe gaan we dat in de toekomst anders doen? Hoe denkt u de raad in het vervolg te informeren? Bent u, ondanks de korte periode die voor u nog als wethouder is weggelegd, bereid beterschap te beloven? En bent u bereid excuses te maken naar de gemeenteraad inzake het niet tijdig dan wel niet voldoende informeren van de gemeenteraad? En aan mij persoonlijk, dit in het licht van het feit dat u mij op 2 februari jl. grote woorden verweet, terwijl die grote woorden nu de waarheid zijn geworden? Ik wil u als gemeenteraad nog even meenemen naar de conclusie van de rechtbank bij de voorgenoemde procedure. De rechtbank stelde daar: “de besluitvorming rondom de huisvestingsverordening is onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend toegelicht en gemotiveerd. In dit geval gaat het om een onherstelbaar gebrek. De gemeenteraad had immers voorafgaand aan het instellen van de vergunningsplicht onderzoek moeten doen.” De huisvestingsverordening is dan ook onverbindend verklaard en de rechtbank spreekt uit dat de tweede wijziging en de toelichting erop ook niet voldoen. Bij een volgende procedure zal dus de tweede wijziging geen standhouden.

Door het niet juist informeren van de gemeenteraad door het college bij het vaststellen van de tweede wijziging loopt de gemeente nu nog steeds het risico vergunningen af te geven door het niet zorgvuldig voorbereide raadsvoorstel dat op 2 februari jl. aan ons als gemeenteraad werd voorgeNotulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

71

legd. Van de wethouder graag een uitgebreide reactie op hoe deze uitspraak bij het college is ontvangen. De voorzitter: U loopt nu wel heel veel uit de tijd, mijnheer Van Zelst. Wilt u gaan afronden? De heer Van Zelst: Nog drie lange zinnen. Dat er nu een derde wijziging voorligt met een deugdelijke onderbouwing neemt de risico’s voor de komende vier jaar weg. In mijn ogen ligt er nu namelijk een verordening voor die bij de rechtbank wel stand zal houden. Dat neemt niet weg dat de fractie van de SGP van mening is dat de huisvestingsverordening zaken bevat die niet in een huisvestingsverordening thuishoren, maar die discussie voerden we al vaker en daar wil ik verder niet op ingaan. De fractie van de SGP zal om voornoemde redenen tegen de vaststelling van deze verordening stemmen. Treurig dat de portefeuillehouder de raad niet volledig heeft geïnformeerd, treurig dat hij niet heeft geluisterd naar de SGP. Had hij dat anders gedaan, dan was een derde herziening niet nodig geweest. Ik ben benieuwd naar de reactie op mijn vragen en het gestelde in dit betoog. Graag een heldere toelichting van de portefeuillehouder. Mevrouw Klerks: Ik weet niet of u een mondeling antwoord verwacht, mijnheer Van Zelst, maar ik constateer dat u heel veel opmerkingen heeft over het doorlopen proces. Ik laat het graag aan de wethouder daarop te reageren.

Vervolgens geeft u wel aan het nog steeds niet eens te zijn met de inhoud van de huisvestingsverordening, maar dat hij dat dan niet wil toelichten, vind ik wel jammer. Als je de grote woorden spreekt het de vorige keer bij het rechte eind gehad te hebben, had u ook wel kunnen toelichten hoe het nog beter had gekund. De heer Van Zelst: Dat wil ik best toelichten, maar dan zullen we nu de vergadering voor iedereen moeten afsluiten en verder moeten gaan met een besloten vergadering. Want op dit moment kunnen wij niet spreken over die punten. Mevrouw Klerks: Oké, dan kunnen we daar misschien een keer één op één over praten. De heer Van Zelst: Prima. De heer Bögemann: Geachte voorzitter en geachte raad. ”Oververhitte woningmarkt bereikt kookpunt in Waalwijk, huizen ruim 22% duurder in Waalwijk en Drunen. Huizenkopers hebben het afgelopen kwartaal nog dieper in de buidel getast dan ze al deden. Met een gemiddelde verkoopprijs van € 410.000 bereikt de oververhitte woningmarkt een kookpunt. In een jaar tijd werden de verkochte huizen gemiddeld 20% duurder, een record sinds 1995. In Waalwijk en Drunen stijgen de huizenprijzen met 22,8% ten opzichte van het jaar daarvoor. Daarmee spannen ze de kroon in Brabant”.

Dit bericht is in het midden van dit jaar te lezen in het Brabants Dagblad en ik hoefde eerlijk gezegd niet lang te googelen om tot een grote verzameling artikelen met diezelfde strekking te komen. De soms hopeloze situatie waarin sommige inwoners van onze gemeente verkeren door deze crisis, is een regelmatig terugkerend onderwerp binnen onze raad. Dat de woningcrisis ook deze gemeente voor een grote opgave stelt, is evident. Op 6 juli 2021 is de Wet opkoopbescherming en verruiming mogelijkheden tijdelijke huurcontracten aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet beoogt de positie van starters en mensen met een middeninkomen op de woningmarkt te verbeteren. De wet introduceert een nieuwe vergunningsplicht in de Huisvestingswet. Gemeenten kunnen wijken aanwijzen waarin beleggers geen goedkope en middeldure panden meer mogen opkopen voor de verhuur. Woningen die in de huisvestingsverordening zijn aangewezen inzake de opkoopbescherming mogen enkel nog worden verhuurd met een vergunning. Het verbod geldt dan tot maximaal vier jaar na de aankoop van de woning. De opkoopNotulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

72

bescherming heeft als doel dat huizen in gewilde buurten beschikbaar blijven voor de mensen die er zelf in gaan wonen. Een vergunningsplicht ziet enkel toe op goedkope en middeldure huizen. De gemeente bepaalt zelf tot welke WOZ-waarde koopwoningen in die segmenten vallen. In de ter besluitvorming liggende herziening van de huisvestingsverordening is de mogelijkheid die er vanaf 1 januari 2022 is om wijken en buurten aan te wijzen, waarvoor een opkoopbescherming geldt, niet meegenomen. In de toelichting van de herziening geeft u aan de uitkomsten van het lopende onderzoek hieromtrent te willen afwachten. Dat brengt ons bij de volgende vragen aan de portefeuillehouder. Wat is de stand van zaken omtrent het onderzoek dat binnen onze gemeente uitgevoerd wordt om de rol van beleggers op de Waalwijkse woningmarkt in beeld te brengen? Wanneer kunnen we een concreet voorstel van het college verwachten waarin wordt uiteengezet of en hoe de opkoopbescherming binnen onze gemeente ingezet gaat worden? Mevrouw Klerks: Voorzitter. De derde aanpassing van de huisvestingsverordening ligt voor. Het is niet het meest inspirerende raadsvoorstel overigens, want de wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op de praktijk en wat de rechter van ons verlangt. Daar is de heer Van Zelst net al ruim op ingegaan. Vanuit de VVD stemmen we daar wel mee in.

We zien toch twee aanleidingen om onze visie naar voren te brengen. Dat gaat om het splitsen van woningen, wat mogelijk wordt gemaakt, en het voorschot op de opkoopbescherming, waar de heer Bögemann het net al over had. Daarmee kunnen we ingaan op iets waar de meeste inwoners van onze gemeente behoefte aan hebben, namelijk een woning. Het krijgen van een woning was nog nooit zo moeilijk als nu, tenminste, niet zolang ik leef. Ik ken wel de verhalen van mijn opa’s en oma’s over vroeger, toen je ook geen woning kon krijgen. We hebben nu te maken met een serieus probleem dat om een oplossing vanuit de politiek vraagt. Een van de dingen die hieraan kunnen bijdragen, is het splitsen van woningen. Dit maakt namelijk mogelijk dat jongeren een gezamenlijke woning kunnen kopen, maar deze niet hoeven te delen. Wanneer we overgaan van studeren naar het werkend leven, is het niet meer zo aantrekkelijk nog samen te wonen. We zijn blij met de mogelijkheden die er zijn en misschien kunnen we in deze verandering van woningwens ook nog wel iets met de bouw van nieuwe woningen. Dan kunnen we toch de uitstraling van een gewone woonwijk creëren, zonder dat we allemaal flatjes en appartementen gaan creëren om kleine woonoppervlakken te realiseren. Deze inspiratie geven we graag mee aan alle ontwikkelaars die meeluisteren, en aan onze wethouder. Dan een blik op de toekomst: de opkoopbescherming.

Er zitten veel voordelen aan een opkoopbescherming. We zijn immers niet op de wereld om huisjesmelkers en investeerders nog rijker te maken, maar een volledige opkoopbescherming heeft ook nadelen. Monumenten en rijksmonumenten kosten veel geld om op te knappen en dit vereist de nodige kennis. Aannemers die zich hiermee bezighouden, kopen soms die panden, knappen ze op en verkopen ze weer. Dat is goed voor het pand, goed voor de aannemer, en ook voor de inwoners van Waalwijk. Een ondernemer bouwt standaard geen pensioen op, en om niet gelijk in de bitcoins en crypto’s te komen, is vastgoed een slimme en goede investering. Er zijn ook Waalwijkse ondernemers die op die manier hun pensioen willen veiligstellen. Voor hen zijn we er toch ook? Is dat dan slecht voor de inwoners van Waalwijk? Niet per sé. Want de mensen die niet in aanmerking komen voor sociale huur, maar ook geen koopwoning kunnen betalen, zijn maar wat blij met een particuliere huurwoning. Dus opkoopbescherming? De VVD zegt ja, om grootschalige opkoop tegen te gaan. Maar niet zonder de andere kant ook te belichten. Die kant moet er zijn, ten nutte van Waalwijkse ondernemers, inwoners en het aanzicht van onze stad.

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

73

De heer Van Zelst: In het laatste stuk begon mevrouw Klerks over de opkoopbescherming en huizen die verbouwd moeten worden, dat mensen die kunnen huren. Eerder werd in deze raad, en ook door de coalitie, gezegd dat mensen die huizen verhuren bezig zijn met “criminele huisjesmelkerij”. Ik begrijp dat u daar toch niet achterstaat? U bent het toch met mij eens dat het helemaal geen probleem is als iemand een woning heeft en die netjes verhuurt? Mevrouw Klerks: Nee, ik ben het ermee eens dat dit niet per se een crimineel is. Waalwijkse ondernemers kunnen op die manier hun pensioen verdienen. Dat moeten we ook mogelijk maken, zeker als het ten goede komt van de inwoners van onze stad, omdat mensen een woning kunnen huren die ze anders niet kunnen krijgen. We zijn wel tegen grootschalige opkoop door de prins Bernards van deze wereld. De heer Van Zelst: Dan zijn wij het met elkaar eens. Ik wilde graag even benadrukt hebben in de raad dat we eindelijk eens een keer van die criminele huisjesmelkerij afkomen. Vandaar, dank u wel. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. De huisvestingsverordening geeft de gemeente de mogelijkheid om kaders te stellen voor de woningbouwmarkt. Zeker als er sprake is van schaarse, is dat belangrijk. Dat is het doel van de huisvestingsverordening. Voor de beeldvorming: er zijn niet zo gek veel gemeenten die een huisvestingsverordening hebben.

In onze regio weet ik dat Tilburg en Heusden er een hebben. Volgens mij zijn andere gemeenten aan het onderzoeken om er iets mee te doen. Wij hebben een huisvestingsverordening die overigens regelmatig wijzigt. Ik hoorde de heer Van Zelst vragen waarom deze wijziging nodig is. U weet dat de woningbouwmarkt fors in beweging is. Wat dat betreft is het goed om daar aansluiting bij te houden. Anderzijds worden we soms ook genoodzaakt om wat aanpassingen te doen. Mevrouw Pouw geeft in eerste instantie aan dat we moeten kijken naar de jongeren. Ook de heer Van Groos noemde de brain drain van jongeren die wegtrekken. Dat hebben wij in de huisvestingsverordening maar ook in de woonvisie erkend. Het is noodzaak om, los van de flexibiliteit, woningbouw in te zetten. Met name de zorg voor haalbare en betaalbare woningbouw spreekt voor zich. Op dit moment is het zo dat we voor de groep jongeren tot 23 jaar met Casade informatie hebben verzameld. Op dit moment is dat in de afrondende fase. Dat gaat over het woningaanbod, de zoektijd die deze groep heeft, hoe het gaat met het lotingssysteem. Die informatie zal eventueel aanleiding geven om wijzigingen aan te brengen om ook daarin te kijken of we die doelgroep beter kunnen situeren. U weet overigens dat ook landelijk voorrang aan eigen bewoners tot de mogelijkheden behoort bij het realiseren van nieuwbouw.

Dat zal overigens pas rond 1 januari 2023 aan de orde zijn. Het kabinet is daarmee bezig, omdat men constateerde dat we meer onze eigen roots, de bewoners die hier geboren zijn, mogelijkheden willen geven. Dat geldt overigens niet alleen voor jongeren, maar het is een van de aspecten die aan de orde zijn. Bij de onderbouwing van schaarse is het in onze ogen niet zo dat deze huisvestingsverordening rammelt. We hebben inderdaad een derde wijziging. Die komt uit de praktijk, maar ook door uitspraken van de rechtbank die zegt: u heeft wel de schaarste onderzocht, wat goed is, maar alleen regionaal. Is die schaarste in Waalwijk daadwerkelijk aanwezig op de lokale markt? Wij hebben een verdiepingsonderzoek gedaan, wat voorligt. Voor ons was het helder dat die schaarste er was. Blijkbaar miste de rechtbank nog wat onderbouwing. Die hebben we nu gegeven. Ik ben blij dat de heer Van Zelst aangeeft dat dit houdbaar is in de huisvestingsverordening. Ik ben er niet de deskundige voor om dat in zijn totaliteit 100% te kunnen beoordelen. Anderen misschien ook niet, maar het is wel fijn om te constateren dat anderen vertrouwen erin hebben dat hetgeen Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

74

we nu verbeterd hebben, gestalte doet. Ingrijpen in de woningbouwmarkt – zo zeggen ook hogere instanties – doe je namelijk niet zomaar. Daar moet je echt gedegen onderbouwingen voor overleggen. Over de monitoring van het geheel hebben wij gezegd dat we ook het komend jaar gaan monitoren. U weet dat deze huisvestingsverordening geldig is tot oktober 2022. Dan gaan we weer een vierjaarlijkse huisvestingsverordening vaststellen. Dat doen we met de nieuwe raad. Dat gaan we weer met elkaar in gesprek, ook omdat er wispelturigheid en de dynamiek op de markt is. Dan gaan we weer voor vier jaar een huisvestingsverordening vaststellen. Wat mij betreft bespreken we dan weer met de raad de evaluatiemomenten af. Het is geen enkele discussie dat de monitoring op een goede manier moet worden vormgegeven. De heer Van Groos vraagt nog hoe het zit met de leegstand. We hebben dat eerder gemeld. Dan praat ik met name over de leegstand in het centrum, van panden die worden omgezet. Inmiddels worden aanvragen voor 50 tot 55 woningen per jaar gehonoreerd en omgezet. In die zin vindt die transformatie wel plaats. Wij willen daar volop over meedenken. Ik weet niet of hij nog ander bedoelingen had met zijn vraag. In dat geval hoor ik het graag. De SGP zegt dat de huisvestingsverordening op een verkeerde manier wordt gebruikt.

Ik vind het jammer dat die constatering wordt gedaan in een openbare vergadering. In een vertrouwelijke bijeenkomst hebben we gesproken over de huisvestingsverordening. Ik wil de heer Van Zelst erop wijzen dat ik helaas niet kan citeren uit de stukken. Ik voel me daar echt beperkt in. De verordening wordt inderdaad breder ingezet. Dat wisten we en dat hebben we tegen elkaar uitgesproken. Om nu te zeggen dat de huisvestingsverordening verkeerd wordt gebruikt: we wisten het en we hebben de raad geïnformeerd dat we de randen opzoeken van de verordening. Dat hebben we gedaan met uw goedkeuring. Via de informatieplicht hebben wij actief en zorgvuldig de raad geïnformeerd, maar wel in het kader van de AVG. Wij hebben ook met wettelijke kaders te maken, zeker als het gaat over toetsingsaspecten zoals Bibob en andere zaken. We moeten gewoon bepaalde regelgeving in acht nemen. De raad heeft altijd de gelegenheid om informatie tot zich te nemen, weliswaar soms vertrouwelijk ter inzage, zeker in dit soort gevallen. Dat hebben wij u ook eerder gemeld. Wij kunnen en willen u deze informatie niet onthouden, maar we hebben wel met de AVG en andere privacyaspecten te maken. Ik hoop dat u begrijpt dat we die in acht nemen. GroenLinksaf had het over de woningmarkt. De heer Bögemann zegt terecht dat die markt een kookpunt heeft bereikt.

Zowel de VVD als GroenLinksaf als andere fracties geven aan dat de opkoopbescherming aandacht vraagt. Dat juichen wij toe. We zitten hier niet voor beleggers. We willen die opkoopbescherming zeker toepassen, maar ook hiervoor geldt dat je daar wel een gedegen onderbouwing voor moet neerleggen. Per wijk zul je moeten onderbouwen waar je het wel of niet gaat invoeren. We zijn daarmee bezig. In die onderbouwing zal ook aangegeven moeten worden in welke segmenten je dat wilt. Ingrijpen in de woningbouwmarkt kan namelijk niet zomaar. Maar we juichen het in ieder geval wel toe. Hetzelfde geldt overigens voor hetgeen ik net al zei: het eventueel voorrang verlenen van eigen inwoners bij nieuwbouwplannen. Als ik zeg “eigen inwoners” diskwalificeer ik anderen, maar we kijken in ieder geval hoe we jongeren en anderen die verbonden zijn aan Waalwijk meer mogelijkheden kunnen geven. Daarvoor moeten we nog even wachten op meer wetgeving daaromtrent. De uitspraken van de rechtbank zijn openbaar en kan iedereen inzien. Qua informatie hebben wij gewoon aan onze plicht voldaan. Er kan altijd voortschrijdend inzicht zijn als het gaat om de huisvestingsverordening, maar ik heb aangegeven waarom we die regel-

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

75

matig wijzigen en dat de regionale cijfers belangrijk waren. De opkoopbescherming heb ik al genoemd. De VVD noemt het opsplitsen van woningen. Daar zijn wij zeker niet op tegen. Dat doen we al regelmatig. Het zou zeker een oplossing zijn voor starters. U gaf ook wat inspiratie mee. Dat juich ik toe. Mocht u ons nog verder willen voeden, dan sta ik daar open voor. Ik denk dat ik in willekeurige volgorde een heel eind heb voldaan aan de vragen die de raad bij mij heeft neergelegd. Daar wil ik het bij laten. De heer Van Groos: Ik heb een opmerking, een vraag en een verzoek. Dank voor de reactie. Ik had het echter niet over leegstaande winkels, maar over leegstaande woningen. Zelfs dat komt in deze tijd in Waalwijk voor. Ik kan er bij ons in de omgeving zo een paar aanwijzen. Dat ter verduidelijking. De wethouder is niet ingegaan op het feit dat wij in dit voorstel weer aangeven dat er geen monitoringsafspraken worden gemaakt en geen prestatie-indicatoren zijn opgenomen. Dat is geregeld het geval. Als je wilt weten wat de uitkomsten van het beleid zijn en daarover wilt worden geïnformeerd, dan helpt het college daarin niet mee. Ik zou willen vragen om nog in eerste termijn, nadat de wethouder de eventuele vragen van anderen heeft beantwoord, ruimte te geven voor een schorsing met de hele raad. Dank u wel.

De heer Bögemann: Dank aan de wethouder voor het uitgebreid ingaan op mijn vragen. Hij geeft aan dat hij helemaal achter de mogelijkheid tot opkoopbescherming staat. Alleen heeft hij geen antwoord op mijn vraag gegeven. Dat was namelijk of hij ons inzicht kan geven wanneer er duidelijkheid is over de uitkomst van het onderzoek naar het eventueel inzetten van de opkoopbescherming in Waalwijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bögemann. We zullen de wethouder zo vragen om een reactie. Het woord is eerst aan de heer Van Zelst. De heer Van Zelst: Ik ga de wethouder niet bedanken voor de beantwoording, want die vond ik zwaar onder de maat. De wethouder doet net alsof er niets aan de hand is met de rammelende huisvestingsverordening, tweede wijziging, die we hadden vastgesteld. De rechtbank heeft het wat scherper gemaakt, zegt hij. Dat is niet zo. Ik zal nog een paar puntjes aanhalen. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de gemeenteraad van Waalwijk in de toelichting op de huisvestingsverordening niet heeft onderbouwd dat er in de gemeente Waalwijk in 2018 sprake was van schaarste aan goedkope woonruimte. De rechtbank stelde vast dat het onderzoek door Companen niet onderbouwde dat de schaarste aan goedkope woonruimte bestond of dreigde te ontstaan in Waalwijk. Dat heb ik op 2 februari ook verteld. Het gaat dus om een aanname van de gemeenteraad, zegt de rechtbank.

Er zijn geen objectiveerbare onderliggende gegevens genoemd door de gemeenteraad, waaruit blijkt dat in Waalwijk goedkope woonruimte voor inwoners die geen arbeidsmigrant of kamerbewoner zijn schaar is. Daarnaast heeft de gemeenteraad niet benoemd en gemotiveerd wat de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten zijn van de veronderstelde schaarste in de goedkope woningen. Ook heeft de gemeenteraad op geen enkele wijze gemotiveerd en onderbouwd waarom het in de huisvestingsverordening opgenomen vergunningenstelsel betrekking heeft op alle woningen in de gemeente Waalwijk. Dat stond erin. Dan moet je niet net doen alsof ze wel wisten wat er in de uitspraak stond. Nee, er is destijds voor gewaarschuwd. Ik wil van mijnheer Daandels gewoon excuses horen: mijnheer Van Zelst, we hadden beter naar u moeten luisteren, we hadden het als raad anders moeten doen op dat moment. Dat zou ik hem graag horen zeggen. De schaarste is nu goed onderbouwd, dat klopt. De heer Daandels gaat er nog even op in dat ik iets gezegd zou hebben als dat er dingen in de huisvestingsverordening zouden Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

76

staan waarvoor die niet bedoeld is. Daar heeft mevrouw Klerks naar gevraagd en daar heb ik kort op geantwoord, want daar gaan we het in de raad niet over hebben. De heer Daandels meent er toch uitgebreid op in te moeten gaan. Dat hoeft helemaal niet, want daar gaat het nu niet over. De rechtbank was snoeihard. Aan het begin van de beantwoording zei de wethouder: waarom een wijziging? Soms moet er een aanpassing gebeuren, want we zijn altijd in beweging. Dat klopt, maar het was wel naar aanleiding van die uitspraak, waarvan we wisten dat het mis zou gaan en waar hij niet naar wilde luisteren. Vervolgens gaat het over stukken die ik heb opgevraagd namens onze fractie. Die hebben we niet gekregen. En dan hoor ik als antwoord dat de uitspraak van de rechtbank openbaar is. Nou, niet alle uitspraken zijn openbaar. Niet alle uitspraken kun je terugvinden. Als de raad iets vraagt, doet het er niet toe of de uitspraak openbaar is of niet. Het college moet gewoon de stukken leveren. Het houdt nu stukken achter om zijn eigen fouten te verbergen. Daar ben ik eigenlijk wel een beetje klaar mee. Dat was het even. Er is al een schorsing aangevraagd; ik geloof wel dat dat nodig is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Zelst. Voordat we tot een schorsing overgaan, wil ik mevrouw Pouw nog vragen om haar bijdrage te leveren.

Mevrouw Pouw: We zijn heel blij met hoe de wethouder heeft gereageerd op onze pitch. We zijn ook heel blij met hoe de wethouder op dit moment bezig is met woningen voor jongeren. Ik hoor hem wel zeggen dat er nog onderzoek gaande is en dat we wachten op wetgeving. Voor mij is het nog niet helemaal duidelijk of er misschien op korte termijn al dingen gedaan kunnen worden. Zou het bijvoorbeeld meegenomen kunnen worden in de prestatieafspraken die de wethouder over een aantal maanden weer gaat maken? Zou het misschien iets zijn voor de volgende gemeenteraad om in de gaten te houden? Zou de wethouder nog iets specifieker kunnen zijn? De voorzitter: Voordat we overgaan tot een schorsing zou ik graag nog de wethouder vragen om te reageren. Daarna kom ik terug met een ordevoorstel. Wethouder Daandels: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie heeft het over monitoringsafspraken. Daar ben ik het mee eens, maar ik wil wijzen op het feit dat in de huisvestingsverordening niet alles geregeld hoeft te worden wat je al in prestatieafspraken met de corporaties hebt geregeld. Het is dus niet zo dat de huisvestingsverordening uitputtend moet zijn. Prestatieafspraken maken we zeker in het kader van de woonvisie. Ik ben het er helemaal mee eens dat wij prestatieafspraken moeten kunnen monitoren. Dat juich ik alleen maar toe.

Ik sta open voor suggesties en neem die zeker mee, maar dat hoeft niet in de huisvestingsverordening opgenomen te worden. Daar zijn andere gremia voor. De heer Bögemann vroeg om duidelijkheid over de verwachting wanneer het onderzoek gereed is. Ik moet erkennen dat ik dat even vergeten was. Wij verwachten dat in het eerste kwartaal van 2022 het onderzoek gereed is. Het voorstel verwachten we kort na de verkiezingen aan de raad te kunnen aanbieden, als ik de aanlevertijden in ogenschouw neem. Dat is de planning op dit moment. Mijnheer Van Zelst, we kunnen er lang of kort over discussiëren. De rechtbank was volgens ons niet zo stellig. De tweede wijziging zou in stand houden, maar het was niet snoeihard en er zijn geen termen gebruikt als dat de verordening aan alle kanten rammelt. Ik wil niet in de verdediging gaan, maar ik constateer dat het een bevestiging is van hetgeen we regionaal al hadden onderzocht. We moesten het alleen lokaal toepassen. Daar heeft de rechtbank ons terecht op gewezen. Wat u ook zei: we moesten meer naar het lokale kijken. U spreekt mij aan op de informatievoorziening. We hebben het Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

77

overigens niet over één portefeuillehouder wat betreft dit onderdeel, want u vraagt om informatie die ook bij andere portefeuillehouders ligt. Ik ga ervan uit dat u de informatie behoort te krijgen en krijgt als u erom verzoekt, met inachtneming van de AVG en dat soort zaken. Daar hoef ik in mijn optiek geen excuses voor aan te bieden, maar ik kan niet voor mijn collegae spreken. Ik vind het op dit moment niet noodzakelijk, want dan geef ik eigenlijk toe dat wij u informatie hebben onthouden en dat vind ik iets te ver gaan. Mevrouw Pouw had het ook over het onderzoek waar we mee bezig waren, met name over jeugd. Ik ben een beetje afhankelijk van Casade, maar ik verwacht er in het eerste kwartaal van 2022 uitkomsten van. Het is alleen even de vraag wanneer we dat terugkoppelen aan de gemeenteraad. Qua informatievoorziening zou het kunnen zijn dat we dat nog tijdens deze bestuursperiode doen, maar als het via raadsvoorstellen en beslissingsmomenten is, dan kom ik bij de nieuwe gemeenteraad uit. Dat waren volgens mij de vragen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Daandels. Er is gevraagd om een schorsing. Hoelang moet deze duren? De heer Van Zelst: Dat ligt eraan, maar hou het eerst maar eens op tien minuten. De voorzitter: We gaan uit van tien minuten. De vergadering wordt geschorst van 21.08 uur tot 21.22 uur De voorzitter: Ik heropen de vergadering.

Het woord is aan de heer Van Groos, omdat hij om de schorsing verzocht. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. De schorsing was nodig omdat we weer zeer teleurgesteld waren in de reactie van de wethouder. Dat is niet voor het eerst. Het is helaas in deze bestuursperiode al vaker voorgekomen dat informatie niet met de raad is gedeeld of dat verkeerde of onvolledige informatie is gedeeld. De wethouder bagatelliseert dat iedere keer. We merken er niets van dat hij dat heel vervelend vindt, dat het vervelend is voor de raad of voor de inwoners. Het moet allemaal maar gewoon kunnen. Daarom dien ik, mede namens de SGP, een motie van afkeuring in over dit gedrag. Wat ons betreft is het daarmee afgelopen.

MOTIE 2: Afkeuring De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • de portefeuillehouder van onder andere Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting enkele fracties heeft verweten dat zij onjuiste woorden gebruikten bij de behandeling van de nog vigerende Huisvestingsverordening; • deze verordening, zoals zij voorspelden, in de praktijk toch niet valide is gebleken; • hij hen daarvoor geen excuses heeft aangeboden; • hij de raad bij het nemen van een voorbereidingsbesluit - de gemeente had een ernstige fout gemaakt - onjuist heeft geïnformeerd; • hij tot voor kort hiervan geen melding heeft gemaakt bij de raad; • hij hierdoor inwoners van Waalwijk heeft gedupeerd; • ook in dit geval excuses achterwege zijn gebleven;

Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

78

overwegende dat: • in dergelijke situaties een deemoedige houding beter past dan het goed praten van de gemaakte fouten; • hij op het allerlaatste moment voordat het voorbereidingsbesluit verliep en er geen tijd meer was voor een gesprek met gedupeerde inwoners, de raad ‘dwong’ om een besluit te nemen; • de wethouder meende zich met een memo kort voor de vergadering te moeten mengen in de afstemming vooraf tussen de fracties; • het vertrouwen tussen raad en college een groot goed is; • het vertrouwen van burgers in de overheid al flink is aangetast; • deze wethouder niet direct contact opneemt met gedupeerden om met hen in gesprek te gaan over hoe nu verder; • het vertrouwen zeker niet wordt hersteld door de ontwijkende houding die deze portefeuillehouder in dergelijke trajecten aanneemt. spreekt zijn afkeuring uit over het handelen van deze wethouder, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Ik heb de motie ontvangen en ik begrijp van de griffie dat ze nu op het RIS wordt gezet. De motie is ingediend door de fracties van ChristenUnie en SGP en wordt niet door andere fracties gesteund. Ik wil de portefeuillehouder de gelegenheid geven om te reageren. Wethouder Daandels: Ik heb de motie nog niet kunnen zien, maar ik heb hem nu wel voor me en ik heb de woorden van de heer Van Groos gehoord. Het raakt mij diep. Ik vind het jammer.

U spreekt mij aan over dingen die volgens mij niet helemaal aan de orde zijn. Het is echter aan uw raad hoe hiermee om te gaan. De voorzitter: Tot zover de reactie van de wethouder. Zijn er leden die willen reageren op de motie? De heer Ottens: We hebben als fracties even overleg gehad. Wij snappen de beweegredenen van de ChristenUnie en de SGP heel goed. Wij hebben ook geconstateerd dat de wethouder op 2 februari jl. grote woorden tegen de SGP heeft gebruikt. Hij heeft daarbij zelfs aangegeven dat zelfs de Raad van State weleens een fout maakt. In de korte tijd die wij echter hadden, hebben wij onvoldoende feiten naar voren zien komen om voluit de motie te kunnen steunen. We vinden wel dat het de wethouder had gesierd als hij op zijn minst had aangegeven dat de SGP wat betreft de bijdrage van 2 februari 2021, alsmede de ChristenUnie grotendeels gelijk hebben gehad. Wij vinden het toch jammer dat de wethouder dat niet heeft gezegd. Wij kunnen de motie op dit moment echter niet steunen. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. De heer Van Zelst: Ik wil even reageren op de heer Ottens. Ik begrijp zijn reactie. Misschien moeten we nog een schorsing aanvragen, zodat we de uitspraak van de rechtbank aan Samen Waalwijk kunnen voorleggen, want door de informatieachterstand kunnen sommige fracties nu gewoon niet tot dit besluit komen. De fractie van de SGP vraagt om stukken.

Dan zegt wethouder Daandels dat er meerdere portefeuillehouders bij betrokken zijn. Hij is de portefeuillehouder, want zijn naam staat bij dit dossier. Ik spreek hem er daarom op aan. Hij had gewoon die uitspraak van de rechtbank met ons moeten delen, zodat iedereen het had kunnen lezen. Iedereen had vervolgens zijn conclusie kunnen trekken. Dat kan nu niet. Ik weet niet of iemand anders daar een oplossing voor heeft, maar ik vind het wel een probleem. Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

79

De heer Van Groos: De wethouder had die uitspraak niet alleen moeten delen, maar er ook een duiding aan moeten geven hoe het college ertegenaan kijkt en wat ermee zou worden gedaan. Hij had bijvoorbeeld kunnen aankondigen dat het college naar de gemeenteraad komt met een aangepaste huisvestingsverordening, een derde herziening. Ook dat is niet gebeurd. Ik begrijp dat het de wethouder raakt. Dat doet mij ook pijn, want ik wil hem niet raken, ik wil alleen ander gedrag van de wethouder. Als ik alleen al kijk naar deze vergadering: met onjuiste informatie over het gemengd gebied. Daar heb ik de term “liegen” gebruikt omdat de raad verkeerde informatie kreeg. De wethouder heeft wellicht naar waarheid gesproken, op basis van wat hij op dat moment wist, maar dan heeft hij niet de goede vragen gesteld aan de organisatie en zich niet goed laten informeren. We klagen al tijden over het te laat of niet beantwoorden van vragen. Afgelopen donderdag kreeg de SGP nog antwoorden om 16.00 uur. Andere fracties hebben deze niet kunnen zien. Het gaat ons om het gedrag en niet om de persoon van de wethouder. Het gedrag moet wat ons betreft echt anders. De heer Spohr: Ik zou ook graag iets willen zeggen vanuit het CDA.

Sommige partijen maken er helaas een gewoonte van om bij elk raadsvoorstel van deze portefeuillehouder alles in twijfel te trekken wat de portefeuillehouder aan de raad bekend maakt of bekend gemaakt heeft. Er wordt wel gezegd dat het niet persoonlijk bedoeld is, maar wij constateren toch echt iets anders. Het is volgens ons wel degelijk persoonlijk. Dat betreuren wij. Het CDA vindt dat er veel te ver wordt gegaan. Uiteraard kan het zijn dat de wethouder soms een stevige mening of standpunt inneemt. Wij snappen dat niet iedereen het daarmee eens is. Dat is iets anders dan wat er nu gesteld wordt. Dat vinden wij echt extreem te ver gaan en daar kunnen we uiteraard niet mee instemmen. De heer Ottens: Twee opmerkingen. Eentje in de richting van de heer Spohr. Ik vind het vreemd dat u het wel acceptabel vindt dat het college een ferm standpunt inneemt, terwijl u andere partijen dat recht ontzegt. Dat is uitermate vreemd in een duaal systeem. Tegen de heer Van Zelst wil ik zeggen dat wij in deze korte tijd echt te weinig feiten hebben gekregen om ons standpunt ten aanzien van de motie te bepalen. Dat staat los van het standpunt dat wij hebben over de verordening. De heer Bögemann: GroenLinksaf zal de motie niet steunen. Dat doen wij niet omdat wij van mening zijn dat de signalen die worden aangegeven tot op zekere hoogte multiinterpretabel zijn.

Dat is voor ons onvoldoende reden om met de motie in te stemmen. Ik wil graag van deze gelegenheid gebruik maken om de woorden van de heer Spohr te ondersteunen. Ondanks het feit dat het wordt tegengesproken door de heer Van Groos hebben wij het idee dat er wel erg kritisch gekeken wordt naar raadsvoorstellen van deze wethouder. Vandaar dat we de motie niet zullen steunen. De heer Tiemstra: Ik wil reageren op de opmerkingen van de heer Spohr. Ik bestrijd dat er sprake is van een heksenjacht op deze wethouder. Het kan zijn dat zijn optreden aanleiding geeft voor kritiek, zoals ook vanavond. De redenen daarvoor zijn onder andere door de heren Van Zelst en Van Groos uitvoerig naar voren gebracht. Ik kan me één onderwerp herinneren waar deze wethouder wat nadrukkelijker onder de aandacht was. Dat was bij de behandeling van de woonplaatsvereiste. Als ik verder kijk naar de andere leden van het college, dan dunkt ons dat die ook vanuit de oppositie vanuit een voldoende kritische houding benaderd worden. Dat past ook bij de oppositie. Ik denk niet dat wethouder Daandels daar een uitzondering op is of hoeft te zijn. Verder heb ik van de heer Spohr geen inhoudelijke reactie mogen optekenen richting de inbreng van de heren Van Zelst en Van Groos. Ook dat zegt mij het een en ander, zonder overigens dat ik een heksenjacht tegen u begin, mijnheer Spohr.

Maar het is zoals ik uw woorden gehoord heb. Notulen raadsvergadering 16 en 21 december 2021

80

De heer Van Groos: Ik wilde nog reageren op de heer Spohr. Als het echt persoonlijk was, had ik een motie van wantrouwen ingediend. Ik zou haast zeggen dat er aanleiding is om dat te doen. Het gaat over de actieve informatieplicht. Als er wordt gezegd dat we kritisch zijn op de raadsvoorstellen van deze wethouder, kan ik u verzekeren dat wij kritisch zijn op alle raadsvoorstellen van het volledige college. Ik verwijs u naar mijn bijdrage die ik straks doe over de onderwijshuisvesting. Die is ook heel kritisch. Dat lijkt mij alleen maar gezond in politiek Nederland. Daar is kennelijk niet iedereen van gediend. Mevrouw IJpelaar: Ondanks dat ik ook vaak kritisch ben op stukken van deze wethouder. Ik zeg bewust “stukken”, want als mens waardeer ik wethouder Daandels zeer. Er zijn stukken waar ik erg kritisch op ben. Toch ga ik deze motie niet steunen. De heer Van Zelst: Ik zou willen aansluiten bij de laatste woorden van de heer Van Groos. Wat de heer Spohr betreft: we hebben deze discussie al vaker gevoerd, waarin de heer Spohr zijn eigen wethouder ging verdedigen. Ik vind het wel bijzonder jammer dat hij dat ook deze keer doet en zeker vanwege de toon waarmee hij dat doet, terwijl hij op 2 februari jl. heel helder de vraag stelde aan de heer Daandels of hij een volgende keer de onderliggende stukken wilde leveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11796418/1