Verslag begrotingsvergadering 6 november 2025
Tekst van het document
Wat betekenen deze ontwikkelingen voor onze bouwplannen, voor de uitgifte van de nog resterende bedrijfspercelen? We hoorden laatst van een ondernemer dat er in het havengebied diverse bedrijfshallen leegstaan, omdat ze geen aansluiting kunnen krijgen op het net. Dat is een slechte zaak. Ik neem aan dat bedrijven die zich daar willen vestigen in het donker ook graag de lamp aan willen doen. Ten slotte, wat betekenen deze plannen voor het windmolentraject? Voorzitter, het volgende nog. In het algemeen zouden wij willen oproepen tot prioriteit voor wat echt nodig is. Een goede woning, veiligheid voor iedereen, zorg, scholing en transparantie tegenover kiezers. Welke keuzes worden gemaakt en welke lasten komen er later? En uiteraard tot verantwoord politiek leiderschap, niet beloven wat je later niet kan waarmaken. Is misschien ook iets om straks tijdens de campagnes mee te nemen. Voorzitter, de begroting is een aftrap voor 2026 en de jaren die ons onder het voorbehoud van Jacobus worden gegeven. We sluiten onze ogen niet voor de financieel
donkere wolken die op ons afkomen. Dit vraagt verstand, geduld en bezinning. Niet alles kan wat we willen. Die les leerde ik al als kind rond Sinterklaas en mijn verjaardag. Achter de wolken schijnt de zon. Een buitenlands zonnestelsel en daarnaast dicht bij onze gemeente woont Hij, met een hoofdletter, die alle dingen bestuurt en ziet wie op Zijn bijstand wacht. Van harte wensen wij u allen van nabij of op afstand betrokken bij bestuur van onze gemeente wijsheid en Zijn zegen toe. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, meneer Tiemstra. Dan wil ik als laatste vragen aan het CDA, meneer Spohr, een bijdrage te doen. De heer Spohr: Voorzitter, we zijn toe aan de begroting 2026. Een om meerdere reden gedenkwaardige begroting, waar in ieder geval de burger veel van gaat merken. De lokale lastendruk gaat drastisch omhoog met gemiddeld meer dan 7 procent. Dat is opgeteld bij de kostenstijgingen voor de landelijke overheid en de stijgende kosten voor levensonderhoud een forse klap voor de Waalwijkse inwoners. Onderdeel van de lokale lastendruk vormt de stijging van de afvalstoffenheffing met maar liefst 14,5 procent en de stijging van rioolrechten met maar liefst 7,5 procent. Dat zijn forse stijgingen, voorzitter. Al eerder heeft het CDA gewaarschuwd om voorzichtig te zijn met de uitgaven, maar daar wilde dit college in deze coalitie niets van weten.
De douceurtjes moesten allemaal worden gegeven, met als dieptepunt, wat ons betreft, een stadsstrand waar gewoon 1,5 miljoen euro wordt verbrand, terwijl de noodzaak er niet is. Dat vinden wij geldverkwisting, voorzitter. Tel daarbij op het ravijnjaar waarin de Rijksoverheid fors gaat bezuinigen op de uitkering uit het gemeentefonds. Tel uit je winst, of misschien eerder gezegd, je verlies. Dat verlies wordt nu rechtstreeks afgewenteld op de inwoners van Waalwijk. Voorzitter, het steekt ons dat er dan wel 150.000 euro moet worden uitgetrokken voor evenementen, terwijl de inwoners zich tegelijkertijd scheel betalen aan de gemeentelijke heffingen en belastingen. Tegelijkertijd weten we ook dat de jeugdzorgkosten veel hoofdbrekens kosten, net als de kosten van de Wmo. Daarnaast zijn er al jaren problemen in de geestelijke gezondheidszorg en de problemen die dit soms geeft in onze woonwijken, maar die lossen we zo niet op. Tegelijkertijd ziet het CDA ook dat de handrem is gezet op projecten, zoals de sporthal Waspik en de gebiedsontwikkeling Zidewinde. De sporthal mocht zelfs in eerste instantie voor een habbekrats worden gebouwd op een plek die geen enkele Waspikker begreep, terwijl bij Zidewinde eerder dit jaar vanwege onderhoudsproblemen het zwembad zelfs gesloten moest worden. Laat staan dat er aandacht was voor de plannen voor verbetering van sporthal en zalencentrum.
Voorzitter, zo ga je niet om met je inwoners en schep je al helemaal geen klimaat van vertrouwen. Wat betreft Sporthal Waspik hopen we dat het college alsnog op haar schreden terugkeert en het juiste doet bij Sportpark Elzenhagen. Mag duidelijk zijn dat het CDA niet blij is met het gevoerde beleid en de consequenties van dat beleid dat inwoners in de financiële problemen jaagt. Dan kan er wel een extra inkomenstoeslag zijn geregeld, maar juist de middeninkomens komen daar vaak niet voor in aanmerking en hebben hier veel last van.
Voorzitter, dan nog enkele opmerkingen over de verschillende hoofdstukken van de begroting. Bij het hoofdstuk Veiligheid lazen we een extra financiële inspanning van 66.000 euro. Op zichzelf is de CDA-fractie een groot voorstander van meer inzet en meer geld voor openbare orde en veiligheid. Echter, als we vervolgens verder lezen, betekent deze inzet slechts een uitbreiding van 1 fte. Als we dan kijken naar de waslijst aan zeer terechte taken en opdrachten, vragen wij ons af hoe het huidige team van boa’s met één extra medewerker dit allemaal gaan doen. Wat is dan de zin van deze uitgave? Bij het hoofdstuk Openbaar vervoer zagen wij veel aandacht voor de buslijn TilburgWaalwijk-Den Bosch. Het CDA steunt de extra inzet voor deze buslijn, maar gelet op alle informatie die de portefeuillehouder de raad eerder heeft gegeven, hadden wij verwacht dat de buslijn Waalwijk-Breda in de begroting zou worden vermeld, al was het maar als toekomstige uitgavenpost. Daarnaast hadden we gehoopt meer duidelijkheid in de begroting te krijgen voor de aansluiting van de kernen Baardwijk, Waspik en Sprang-Capelle op de geplande mobiele hubs. Waarom is daarvoor geen geld uitgetrokken? Voorzitter, bij het hoofdstuk Volkshuisvesting valt te lezen dat er bij Landgoed Driessen 1000 woningen bij zullen komen. We nemen aan dat voor deze woningen de 30-40-30verdeling geldt.
Wat ons betreft vooral de sociale woningbouw dient hierbij prioriteit te krijgen. Vandaar dat wij de ingediende motie hebben gesteund. Bij Landgoed Driessen eerste fase hebben we gezien dat bewoners om voorziening in de wijk hebben gevraagd. We gaan er dan van uit dat in de tweede fase van landgoed Driessen er op gelijke wijze goed geluisterd zal worden naar de wensen van bewoners over deze wijkvoorzieningen. Die zullen extra uitgaven vragen. De CDA-fractie pleit er eveneens voor dat senioren in deze plannen goed geholpen gaan worden, omdat zo ook de doorstroming beter kan worden. In dat geval is het belangrijk dat de zorg nauw betrokken wordt bij de bouw van seniorenwoningen of -complexen. Wij zouden dan graag zien dat bij Landgoed Driessen Fase II locaties voor senioren komen, bijvoorbeeld appartementencomplexen voor senioren. Ook hofjes kunnen daarbij zeker een rol vervullen. Vandaar dat wij de motie van Lijst IJpelaar steunen. De zorg kan zo immers gecentraliseerd worden en de senioren stromen door naar een betere woonvorm. Ik zal dit stukje nog afmaken. Ook onder programma Samen redzaam kan deze zorg deels worden verleend, maar dit programma steunt echter grotendeels op wijk- en buurthuizen. Dan moet de gemeente ook zorgen dat deze wijk- en buurthuizen deze zorg aankunnen en dus de gebouwen op orde zijn om daar meer inwoners te ontvangen.
In dat kader wijzen wij op de uitgestelde plannen voor zalencentrum Zidewinde. Een wijkdienstencentrum waar veel speciale programma's kunnen plaatsvinden, maar in een gebouw dat zwaar afgeschreven is, voorzitter, dat kan niet. Tot zover in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, meneer Spohr. Alle bijdragen zijn geweest. U kunt onderling met elkaar in gesprek. Ik zie meneer Van der Pluijm al naar het spreekgestoelte lopen. Meneer Van der Pluijm, gaat uw gang. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik heb diverse moties die ik graag wil bespreken. Laat ik beginnen bij het betoog van CDA.
De voorzitter: Meneer Van der Pluijm, even van de orde. Als u dan met een motie begint, ga ik meteen rondkijken of er anderen zijn die dan ook iets willen toevoegen. Dan proberen we het per onderwerp te doen. Gaat uw gang. De heer Van der Pluijm: Dank u. Betoog van het CDA. Wat daarin ons triggerde, was de uitspraak dat de burgers al moeten kromliggen om de lasten te voldoen. Is het de heer Spohr bekend dat Waalwijk bekend staat in Nederland, maar zeker in de regio met de laagste lasten voor de inwoners? De voorzitter: Meneer Spohr. De heer Spohr: Voorzitter, uiteraard is ons bekend wat Waalwijk in het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten betekent, althans, wat betreft de kosten voor de inwoners. Dat laat onverlet dat diezelfde inwoners rekening houden met diezelfde kosten in hun eigen uitgavenpatroon. Het feit dat diezelfde kosten in een keer dan met zo'n groot bedrag omhooggaan, dat treft elke inwoner, met name de inwoner met de kleine beurs. Daar hebben wij aandacht voor willen vragen. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de heer Spohr voor de beantwoording. Ik kan me niet helemaal vinden in zijn uitspraak dat we gemiddeld zijn, want nogmaals, we zijn de laagste, zeker hier in de regio. Ik denk dat dat niet juist is als dat geroepen wordt. Dan krijgen onze inwoners een verkeerd beeld.
De voorzitter: Voldoende, zie ik. U wilde nog iets over een motie kwijt. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Het volgende onderwerp dat ik wil aansnijden, is het versnellen van de sociale woningbouw, de motie van GroenLinksaf. Ik wil graag bij GroenLinksaf aangeven waarom Lokaal Belang tegen deze motie is, maar ook wil benadrukken dat wij het doel delen met elkaar. Ik denk dat GroenLinksaf voor ogen heeft dat we meer sociale woningen bouwen. Dat probleem erkennen we als Lokaal Belang. Daar staan wij voor. Daar willen we ook aan werken, maar wel op een andere manier. Ik denk dat we het probleem met elkaar delen, maar dat de oplossing ernaartoe op een andere manier zien. Ik wil graag aanduiden waarin we dat anders zien. Een van de belangrijkste punten is dat wij namelijk al afspraken hebben gemaakt in de woondeal. Daarin hebben we afgesproken 30-40-30 procent. Op het moment dat GroenLinksaf aangeeft, we gaan puur op 100 procent sturen, dan voorzien wij daarin een aantal negatieve effecten. Een daarvan is dat we liever een mix zien, een mix van woningbouw of type bewoning. Dat zorgt altijd voor prettige woonwijken. Dat is punt 1. Punt is, we voorzien daarin een soort precedent of een excuus voor ontwikkelaars die zullen zeggen, wij hoeven zelf niet meer te voldoen aan die 30 procent, want u bouwt toch al 100 procent.
Sterker nog, we zouden daar zelf ook aan moeten voldoen. Casade, de gemeente moeten juist sturen op de afspraken die we gemaakt hebben. Nogmaals, dat kan een excuus zijn voor ontwikkelaars.
Als laatste punt, we hebben onlangs de uitnodiging gekregen van Casade om langs te komen om dit soort onderwerpen te bespreken. We zouden dat graag als Lokaal Belang eerst doen, alvorens we deze opdrachten meegeven aan het college. De voorzitter: De heer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, daar wil ik wel op reageren. In de eerste plaats jammer dat Lokaal Belang niet de motie wil steunen, omdat we volgens mij een duidelijke taak hebben en dat Lokaal Belang altijd graag wil bouwen, bouwen, bouwen, maar dat Lokaal Belang tegelijkertijd aangeeft, we willen rekening houden met het feit dat we wel die 30 procent sociale huur redden. Volgens mij hebben wij de afgelopen jaren en maanden aangegeven dat wij ons zorgen maken of we die 30 procent sociale huur halen. We hebben net ook aangegeven dat wij blijven inzetten op die 30 procent. Dat hebben we nu eenmaal afgesproken in de woondeal. Het kan nooit een excuus zijn om te stoppen met die uitgangspunten van de woondeal. Overigens hebben we de motie inmiddels aangepast, omdat we dit argument kennen. Niet alleen van Lokaal Belang, maar ook van andere partijen waar we mee hebben gesproken, ook met de wethouder, want daar hebben we al even mee gesproken. Daarom hebben we toegevoegd dat er ook een Gemeente woonprogramma mogelijk zou moeten zijn, waarin sociale huur het overwegende aandeel vormt.
Ik denk dat we daarmee al een stukje afvangen. Het uitgangspunt moet altijd blijven dat dit een laatste redmiddel was. We hebben onlangs het vereveningsfonds vastgesteld, met veel pijn en moeite. Terecht, want dat moet niet zomaar een aflaat worden. Daar hebben we voorwaarden bij gezet. Een van de voorwaarden is dat we echt een goed plan moeten hebben over wat we dan doen, mochten we daar ooit gebruik van maken. Ons lijkt het verstandig om dan deze uitgangspunten te hebben voor als dat ooit het geval is. Tegelijkertijd zeggen we hier ook in, kijk echt specifiek naar locaties waar je niet zomaar andere woningen zou kunnen neerzetten. Locaties waar je niet van kan zeggen, hier rollen we een hele woonwijk uit met duidelijke woonvisieafwegingen eroverheen. Het mag nooit een aflaat zijn. Daar mag dit nooit toe leiden. Volgens mij hebben we dat in de motie wel duidelijk gevangen. Dan denk ik dat we het precedent daarmee hebben afgevangen. Ik denk niet dat het een precedent oproept. Het is alleen een middel waarmee het college op een andere manier een uitweg heeft, als het ze niet lukt, en dat zien we, om in ieder project die 30 procent sociale huur te vangen. Tot slot denk ik, Casade heeft ons uitgenodigd inderdaad om erover te praten, maar Casade heeft onlangs duidelijk toen ze hier waren een signaal afgegeven. Ik schrok er bijna van, zo duidelijk.
Ze sprongen nog net niet over het katheder heen, omdat ze zo blij waren met die 100 procent sociale huur. Laten we ze nu die kans geven, laten we niet meer gaan uitstellen. We hebben al vertragende factoren genoeg. Laten we het college de middelen geven om samen met Casade het op te pakken. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm, een lang antwoord van de heer Den Braven.
De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ook wel een interessante toelichting. Ik constateer daaruit dat wij het probleem delen met elkaar, dat wij allebei erkennen wat het probleem is en dat we ook de oplossing wel zien, maar dat de weg daarnaartoe wel verschilt van elkaar. Als je kijkt naar, wat u zegt van, dit is de laatste noodgreep, dat vind ik niet dat dat spreekt uit uw motie. Het lijkt erop alsof u, zo komt het over bij ons, dat u dit als opdracht echt wil meegeven aan het college om hiermee aan de slag te gaan, terwijl wij juist als Lokaal Belang zeggen, het doel van die minimaal 30 procent moet gehaald worden, maar de weg daarnaartoe zien wij op een andere manier. Daarin hebben we voldoende vertrouwen in de woondeal zoals die er ligt en is dit een optie. Sterker nog, ik denk ook dat Casade dit doet. Pak even Kasteellaan. Daar is een gebouw neergezet voor misschien wel 100 procent. Met deze opdracht dwingt u dat af, stuurt u toch sterk op die 100 procent en gaat u voorbij aan de afspraken die we al gemaakt hebben. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, misschien is het goed om toe te lichten waar dit vandaan komt. Volgens mij zijn er binnen bijvoorbeeld de Waalwijk, maar dat geldt voor alle gemeentes, zijn er veel locaties die net niet geschikt zijn om woningbouw mogelijk te maken.
Dat zijn wel locaties waar je dit soort programma's kan uitrollen. Het zijn kleine locaties waar je wel kan verdichten, wat ook een opgave is die we met elkaar hebben afgesproken, en waar je op deze manier kan bijdragen aan het eventueel niet kunnen realiseren van je doel van die 30 procent sociale huur. We zijn het inderdaad met elkaar eens dat die 30 procent per project in principe gewaarborgd moet worden. Omdat we zien dat dat niet lukt en omdat wij juist ervoor staan als partij, volgens mij hebben we dat echt al duizend keer gezegd, dat we die sociale moeten waarborgen, waar we die beweging blijven zien dat het niet lukt en dat het terugloopt, en we zien heus wel in de plannen dat het er nu in zit, maar dat zat er vijf jaar geleden waarschijnlijk in, en we zien toch dat het bij bepaalde projecten schijnbaar niet lukt om de ontwikkelaar over te halen om het te doen. Dat wil niet zeggen dat we niet moeten blijven duwen om het wel te doen. Laten we zoeken in ieder geval naar locaties waar we het eventueel zouden kunnen oplossen als het niet lukt. Dat is de vraag, heb je die locaties in beeld? Anders blijven we achter de feiten aanlopen, hebben we straks een vereveningsfonds waar we gebruik van maken of geen gebruik van maken waar geld in komt te zitten, waar we geen locaties voor hebben om die op in te zetten. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm, nog een laatste reactie.
De heer Van der Pluijm: Dit is inderdaad een laatste reactie. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daartegenaan kijkt. Wat nog interessant was wat de heer dan Braven zei, is van dat vereveningsfonds. Dat hebben we pas afgesproken. Laten we dat een kans geven. Dat is een weg waar wij naar kijken van, de woondeal, maar ook het vereveningsfonds zou al dit probleem op kunnen lossen, zonder dat we sturen op specifiek die 100 procent. De voorzitter: Voldoende? Dan de laatste reactie van uw kant.
De heer Den Braven: Volgens mij is dat is juist niet zo. Het vereveningsfonds zorgt ervoor dat een project geen sociale huur in zich heeft. Daarom gaan we verevenen, of in ieder geval in mindere mate, en dan zal je locaties moeten hebben waar je terechtkan. Daarom willen wij dit graag. De voorzitter: Nog een reactie? Gaat uw gang. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Dit is toch een iets andere insteek. Wij als Lokaal Belang denken namelijk dat met het vereveningsfonds je een projectontwikkelaar, dat kan Casade zijn, maar ook een commerciële ontwikkelaar, juist kan helpen om binnen dat project 30 procent sociale huur te realiseren. Dat noemen ze wel eens in de volksmond geld onder steken. Dat zou ook kunnen binnen een project wat al de 30-40-30 heeft, om daar juist die 30 procent sociale huur te steunen. Dat hoeft niet specifiek bij wijze van spreken 100 procent commercieel en 100 procent sociale huur te zijn. Dat kan ook in een mix. De voorzitter: De heer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, volgens mij is dit echt niet waar een vereveningsfonds voor dient. Volgens mij is echt het uitgangspunt van een vereveningsfonds dat je dit deel kan afbetalen, waardoor je niet in je eigen project sociale huur hoeft te stoppen. Je kan nooit met een vereveningsfonds 30 procent in je eigen project doen, want dan heb je geen vereveningsfonds nodig.
Het is misschien wel goed om daar nog later een keer over te praten. De voorzitter: Zijn er anderen die op deze motie wel iets willen toevoegen, 100 procent sociale woningbouw Waalwijk? VVD, meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. We hebben in het betoog nog geen reactie gegeven op deze motie van GroenLinksaf. We willen het nog wel via deze weg doen. Het ligt een beetje in lijn hoe de VVD kijkt net als Lokaal Belang, wij zijn er gewoon principieel op tegen dat we gaan streven naar woningbouwprojecten waar er 100 procent sociale huur is. Volgens mij moeten we gemengde wijken hebben en moet je niet alleen maar koop, niet alleen maar huur, maar juist een mengsel van beide bouwen. We hebben contact gehad met GroenLinksaf over deze motie afgelopen week en daar ging het alleen maar over 100 procent sociale huur. Nu heeft de heer Den Braven eraan toegevoegd dan wel een gemengd woningbouwprogramma. De strekking van deze motie gaat over het bouwen van 100 procent sociale huur. Daar kunnen wij als VVD niet achter staan. Dat helpt in onze ogen niet de woningcorporatie zelf en de doorstroming op de woningmarkt. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Den Braven, wilt u nog reageren? De heer Den Braven: Tweeledig, voorzitter. Ik zal beginnen met de laatste opmerking. Nogmaals, Casade stond hier bijna te smeken om dit mogelijk te maken.
Het lijkt me sterk dat dit niet helpt in dat geval. Da het eerste deel. We hebben juist, omdat we die signalen opvingen, onder andere van Lokaal Belang die daarover de zorgen heeft geuit en van jullie partij omdat ik daar al van wist dat het van jullie een moeilijk punt was, daarvoor hebben we juist dat tweede deel
toegevoegd van, maak dan op die locaties ook eventueel een andere afweging. Het idee van deze locaties is dat het een kleine locatie is. Je zal er altijd voor moeten kiezen om maar een aantal segmenten toe te voegen. Het zijn onaantrekkelijke locaties vaak om bijvoorbeeld een grote villa neer te zetten of om een aantal middenhuurappartementen te bouwen. Dat soort locaties zoeken we naar. Dat soort locaties om te verdichten, daar is dit echt een goede uitkomst voor. 100 procent sociale huur, daar hebben jullie nu misschien het idee van, dat gaat heel die wijk over de kop halen. Dat is niet zo. Het gaat echt over kleine aantallen sociale huur die je toevoegt op een bepaalde plek, eventueel in een mix met betaalbare koop of middenbouw, als dat het financieel mogelijk maakt. De voorzitter: Meneer Bokšan. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij stelt de heer Den Braven wat ik net heb gezegd iets te zwart-wit. Wij hebben alleen maar gesteld dat 100 procent sociale huur voor ons onwenselijk is en onhaalbaar. Volgens mij, en dat heeft Lokaal Belang net aangegeven volgens mij richting GroenLinksaf, daar staan wij ook zo in, je wil voldoende sociale huurwoningen bouwen. We hebben niet voor niks een woondeal afgesloten met inderdaad dat we 30 procent willen bouwen voor sociale huur. Maar in onze ogen bereiken we dat op een andere manier dan met deze motie.
Los van deze drie besluitpunten die hier staan, staat in het vierde besluitpunt dat we een negatief saldo op de grondexploitatie acceptabel vinden als die 100 procent gehaald kan worden. Als wij het al principieel niet eens zijn met dat we 100 procent moeten bouwen, is het niet logisch als wij hierachter gaan staan. Voorzitter, volgens mij delen GroenLinksaf en de VVD allebei, en ik denk de hele raad, dat we voldoende sociale huurwoningen moeten bouwen. De manier waarop we daar moeten komen, nogmaals, wat Lokaal Belang heeft gezegd, is voor ons een andere. De voorzitter: Voldoende over deze motie. Als ik dat vraag, dan is het fijn als u dan meteen antwoord geeft. Ik wilde nu doorgaan. Gaat uw gang, meneer Kocken. De heer Kocken: Soms komt in een split-second in een keer gedachte, vandaar. Ik zie de motie met die sociale huurwoning absoluut op die 100 procent zitten. Is het mogelijk dat je zegt van, die 100 procent uit die motie schrappen? De heer Den Braven: Voorzitter, het is misschien verstandig om meteen te onderbreken. Dat doe ik niet graag. We hebben juist, en heb ik het net uitgelegd, in de tweede regel na de komma, na de 100 procent sociale huur, staat een mix. Het gaat niet alleen maar om 100 procent sociale huur. De heer Kocken: Eens. Die 100 procent is hier op dit moment te absoluut geformuleerd.
Die 100 procent, met als doel de realisatie van sociale huurwoningen te realiseren, dan is die 100 procent niet het absolute. Die 100 procent is voor iedereen op dit moment denk ik het probleem om de motie te kunnen ondersteunen. Misschien dat we er straks in de schorsing eens naar kunnen kijken of u de motie op dit punt zou kunnen aanpassen. De voorzitter: De heer Den Braven.
De heer Den Braven: Voorzitter, ik ben altijd bereid om mee te denken. Het uitgangspunt van ons is consequent geweest om die 100 procent sociale huur te doen. Laten we niet dadelijk gaan schorsen om te proberen om dat eruit te halen, want dan hadden we een andere motie opgesteld. We hebben echt ver mee willen gaan om dit mogelijk te maken, ook andere vormen, maar we gaan niet het uitgangspunt wat wij voor ogen hadden eruit halen. De heer Kocken: Duidelijk. De voorzitter: Dank u wel, meneer Kocken. Voldoende over deze motie dan. Meneer Van der Pluijm, u had nog een andere motie die u wilde bespreken. De heer Van der Pluijm: Correct, voorzitter. Dank u wel voor het woord. Ik zou graag de motie Versterking betaalbare woningbouw van Samen Waalwijk bespreken. Lokaal Belang staat daar zeker niet afwijzend tegenover. We moeten wel erkennen als Lokaal Belang dat we hem vrij technisch van aard vonden en dat hij vrij kort dag was om er goed kennis van te nemen en te bespreken binnen onze fractie. We zien de kloof tussen sociale huur en middeninkomen, oftewel, dan een middenkoopwoning of -huurwoning. We zien ook, en dat staat weer haaks op wat we net hebben besproken, als Lokaal Belang hechten we juist waarde aan gemengde wijken en dat wordt door deze maatregel juist bevorderd. We zien ook nadelen. Bijvoorbeeld de administratieve last. We moeten de Rijksbijdrage innen of doorsturen.
Ik hoop dat u daar wat uitleg over heeft. We vragen ons ook af, en dat is misschien wel het grootste bezwaar, komt dan weer die sociale huur, waar we het net over gehad hebben, dan niet in het gedrang op het moment dat we deze stimuleringsmaatregel invoeren, steunen, en weer sturen op midden? We hebben net een hele discussie gehad. Lokaal Belang hecht aan dat sociale huur-percentage. We zijn benieuwd wat daar de wethouder van vindt, omdat die voor ons nog vrij technisch is. De voorzitter: Ik zie dat Samen Waalwijk, meneer Frodyma, wil reageren. De heer Frodyma: Het verhaal is duidelijk. Volgens mij onze motie ook. Wat wij proberen te doen hiermee, is, en dat heb ik al eerder gehoord van GroenLinksaf net in hun betoog met de motie, om juist die verdeling in die wijken te gaan krijgen en het vereveningsfonds daar in te gaan zetten. Die bedragen, zoals u dat net al aangaf, die komen binnen en daar moet in ieder geval een structuur voor worden aangelegd. Die bedragen moeten worden geoormerkt en uiteindelijk gaan we met die bedragen voor de onrendabele top van andere projecten proberen in dat vereveningsfonds waar we het net over hadden daar af te halen. Daar is de werking van het vereveningsfonds voor. We hebben het hier over betaalbare koop, maar daar valt veel meer onder dan u denkt. Onder betaalbare koop hebben we het ook over de hofjeswoning van mevrouw IJpelaar.
Die motie dienen wij mee in, juist omdat daar een speciale subsidie voor geldt. Los van de 7000 euro, als je dan kijkt naar wat wij hebben ondersteund met die motie van Lijst IJpelaar, dat is dan juist voor bedoeld uiteindelijk om los van die subsidie, komt het trouwens nog in aanmerking voor een extra subsidie, maar dan raakt het eventjes het spoor bijster hiermee.
Terugkomend op de vraag. Die subsidie waar we het over hebben, wordt geoormerkt, moet binnenkomen en er moet een infrastructuur voor worden aangelegd. Wordt gewoon een reserveringsregeling voor aangemaakt. Die reserveringsregeling is bedoeld en die wordt alleen maar ingezet voor sociale woningbouw. Die is vrij toegankelijk, want je kan er veel mee schuiven, maar het moet wel gerelateerd zijn of aan woningbouw. Als we kijken naar wat er allemaal valt onder betaalbare koopwoning, dan is dat veel meer dan wij denken. Daar valt de transformatie onder van kantoren, daar vallen de hofjes onder waar we het met de motie van Lijst IJpelaar over hadden. Er valt veel meer onder dan wij denken. Ik weet niet of het precies dat antwoord geeft op uw specifieke vraag. Ik heb van de wethouder inmiddels al gehoord dat die naderhand daarnaar wil gaan kijken, omdat ze niet precies weten van hoe dat juridisch in elkaar zit. Ik denk dat zelf wel te weten, maar bij deze. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Dank voor deze toelichting. Ik heb twee verduidelijkingsvragen. U zegt, deze middelen komen van het Rijk. Staan die open, vraag 1, voor zowel Casade als commerciële ontwikkelaars? U zei ook iets over het vereveningsfonds. Ik dacht eventjes dat u bedoelde dat het geld van het Rijk naar het vereveningsfonds gaat naar een project.
Of heeft het daar met het vereveningsfonds niks te maken? De voorzitter: Meneer Frodyma, twee verduidelijkende vragen. De heer Frodyma: Het staat in principe helemaal los van het project. Dat kan naar middenhuur gaan, dat kan ook naar andere projecten gaan. Het is een vrij laagdrempelige regeling. Dat geld kan gewoon gaan naar een project wat je als je gemeente wil gaan uitvoeren. Het is niet dat het alleen voor woningbouw wordt gebruikt. De voorzitter: Voldoende? De heer Van der Pluijm: Voldoende. Dank u wel. We vinden het nog steeds wel technisch ingewikkeld. We zijn benieuwd hoe de wethouder kijkt naar de uitvoeringsmogelijkheden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie meneer Gijs den Braven staan, ook om een vraag te stellen of deze motie. Gaat uw gang. De heer Den Braven: Voorzitter, een verduidelijkende vraag, vooral over het tweede punt. Er staat namelijk in de nieuwe Nota Grondbeleid en of het vereveningsfonds expliciete categorie betaalbare koop te definiëren. Betekent dat dat we straks aan projectontwikkelaars mee gaan geven dat ze in het totale plaatje expliciet moeten voldoen aan een bepaald percentage betaalbare koop? Moeten we dat zo zien? De voorzitter: Meneer Frodyma, gaat uw gang.
De heer Frodyma: Als u naar punt 2 kijkt van Nota Grondbeleid, er komt gewoon een specifieke en expliciete categorie betaalbare koop, om die te definiëren, maar het geld daarvoor wat er binnenkomt, dat kan je aan ieder project besteden waar bijvoorbeeld de gemeente zelf sturing aan wil geven. Het werkt niet zoveel anders als ze 30-40-30, zoals dat nu voorligt. Het gaat erover dat het geld dat binnenkomt, besteed moet worden aan woningbouw. Dat is de bedoeling van het vereveningsfonds, dat je dat kunt zien van, wat hebben wij als gemeente Waalwijk nodig, wat vinden wij belangrijk? En mocht er toevallig een project langskomen waarbij een onrendabele top zit, dan zou je die middelen daarvoor kunnen aanwenden. Exact wat een vereveningsfonds zou moeten doen. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Den Braven, heeft u antwoord op uw vraag? De heer Den Braven: Dat is inderdaad niet helemaal wat ik bedoelde. Punt 3 is helder. Ik snap dat ook. Voor ons zit inderdaad, ik denk hetzelfde als Lokaal Belang, een beetje de moeilijkheid in de eerste twee punten. Mijn vraag was meer, intern zou je dit en zo gaan noemen, betaalbare koop, ook de Nota Grondbeleid, maar gaan we dat dan op die manier communiceren naar projectontwikkelaars? Gaan we dan dit als een nieuwe segmentering in onze woonvisie opnemen? De voorzitter: Meneer Frodyma.
De heer Frodyma: Dat zou je kunnen zien als een projectontwikkelaar komt met een bepaald plan en het past helemaal in het beleid van de gemeente Waalwijk zelf. Daar zien we iets in zitten. Dat zou niet rendabel zijn of dan zou je kunnen zeggen van, daar zit een onrendabele top op. Dan zou je met deze middelen vanuit het vereveningsfonds en de 7000 euro per woning die we krijgen voor als we dat soort woningen realiseren, dan zou je dat daarvoor kunnen inzetten. De voorzitter: Voldoende, meneer Den Braven? De heer Den Braven: Maakt op zich niet uit. Wij vragen ons af, en daar zullen we op de wethouder wachten, of we hier de eerste twee punten voor nodig hebben, of dat dan punt 3 en 4 genoeg zijn. Daar wachten we dan op de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Toch een toelichting op punt 1. Het gebeurt niet. Met andere woorden, wij hebben allemaal goede intenties, maar als ik kijk naar de website van Casade en van Woning in Zicht, dan zul je niks vinden over dit fenomeen. Daar zit een groot probleem in. Vandaar dat ik zeg van, dat punt 1 zou je overeind moeten blijven houden, omdat daar juist een dwangmatigheid iets van uitgaat. Daar moeten we iets aan doen. We moeten het onder de aandacht van Casade gaan brengen en daar hebben we binnenkort een afspraak over. Ik denk dat ze daar blij mee zullen zijn. De voorzitter: Dank u wel.
Meneer Bokšan, wilt u hierop reageren? Gaat uw gang. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. De VVD staat op zich welwillend tegenover het idee achter deze motie, want we moeten ervoor zorgen dat alles wat we kunnen doen om die betaalbare bouw te stimuleren, dat moeten we doen. Naar aanleiding van het
interruptiedebatje met de heer Den Braven wil ik wel meegeven richting de heer Frodyma dat de VVD, en dat weet de heer Frodyma van de VVD, we hebben een heldere lijn gesteld, wij willen niet extra regels opleggen aan projectontwikkelaars die ervoor gaan zorgen dat woningbouw genekt wordt. Als het eraan bijdraagt, dat het een stimulans is om meer woningen te bouwen, zullen we dat steunen. Als het leidt tot extra regels, tot extra verplichtingen, tot extra belemmeringen om woningen te bouwen, zullen we daar niet in meegaan. Ik heb nog één specifieke vraag over het eerste punt. Dat is nog niet benoemd net. Het gaat over het uitbreiden van toewijzingsgrenzen, dat eerste punt. Volgens mij moeten we allemaal in de gemeenteraad en in de gemeente bezig zijn met, hoe kunnen we voor zorgen dat we onze processen, ons beleid zo hebben ingericht dat er veel woningen bijgebouwd kunnen worden? En dat we ervoor zorgen dat de taart groter gemaakt wordt in plaats van dat de taart hetzelfde blijft, maar dat er meer mensen in aanmerking voor komen. Ik kan op dit moment nog niet overzien wat de gevolgen zijn van het eerste besluitpunt van, wat gaat er gebeuren als we inderdaad meer mensen toelaten tot die grens om deze woningen te krijgen? Ik weet de gevolgen daar niet van. Het kan positief zijn, het kan ook negatief zijn.
Voor ons zal het nog afhangen van de portefeuillehouder, wat de reactie zal zijn, of wij deze motie steunen. Als het een stimulans is voor projectontwikkelaars om meer betaalbare koopwoningen te bouwen, dan zullen we dat uiteraard steunen. De voorzitter: Meneer Frodyma, u wil nog reageren. De heer Frodyma: Ik wil nog reageren erop. Je hebt het over de toewijzingsgrens voor middenhuur. Daar zit nu net de crux in, in heel die woningmarkt. Ik heb het artikeltje meegestuurd, dat heeft u kunnen lezen, van waar precies de crux zit. Waar zit het venijn, waarvoor stroomt het niet door? En dat heeft precies te maken met die met de middenhuur. Als we dat kunnen versnellen, dan gebeurt de rest vanzelf. Dan verwijs ik naar mensen die er meer verstand van hebben dan ik, onder andere naar het artikel dat ik mee heb gestuurd. Daar zit juist de crux van alles in. Die mensen zitten tussen wal en schip. Ze komen niet in aanmerking voor een sociale huurwoning of zelfs voor middenhuur niet en ze kunnen niet kopen. Dat is nu juist het punt dat we hiermee kunnen bereiken. Er zijn verschillende betaalbare koopwoningen voor in het leven geroepen dat het Rijk extra stimuleert. De voorzitter: We zijn nu echt aan het herhalen, ik wil u vragen om, als u nog een nieuw perspectief heeft, die nog toe te voegen. U heeft allemaal gevraagd om een reactie van de wethouder.
Als u nog een nieuw perspectief heeft, bent u nog uitgenodigd. Anders stel ik voor om dat af te wachten. De heer Frodyma: Voldoende zo. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van der Pluijm, ik ga niet nu meteen weer terug naar u, want u heeft er al twee gehad. Ik ga nog kijken naar iemand anders. Dan kom ik dadelijk weer terug bij u bij uw lijst. Meneer Bokšan stond er ook al een tijdje. U wil misschien nog een andere motie bespreken of een andere vraag.
De heer Bokšan: Nog geen andere motie, maar wel een vraag voor de heer Van der Pluijm. Superefficiënt volgens mij. Net aan het begin van het debat had de heer Van der Pluijm van Lokaal Belang een interruptiedebatje met de heer Spohr van het CDA over lokale lasten. Daar wil ik toch nog wel op ingaan. Ik ben blij dat de Lokaal Belang de vraag stelt aan het CDA van, als Waalwijk blinken we uit in lage lasten in heel Nederland om precies te zijn, staan we op plek 13 van de laagste lasten van Nederland. Ik was benieuwd, want ik weet dat wij vaak met Lokaal Belang in de raad debatten hebben over OZB-verhogingen die wij graag van tafel willen hebben, of Lokaal Belang, bijvoorbeeld met de VVD, de ambitie deelt dat we niet de dertiende maar in de top tien van heel Nederland moeten komen, als het gaat over onze lokale lasten. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. De verkiezingen zijn begonnen. Ik vind het een mooie ambitie. Die delen wij. De voorzitter: Een gedeelde ambitie, hoor ik. Voldoende? De heer Bokšan: Daar kunnen wij de hand op schudden. De voorzitter: Had u nog een andere, meneer Bokšan? Anders ga ik door naar de heer Van der Pluijm. Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Ik mag verder met mijn lijstje, hoor ik al inderdaad. Dank u wel, voorzitter.
Attent dat ik door mag met mijn lijstje, dat ik zo lang aan het woord mag blijven zelfs. Ik wil het graag met de raad hebben over het amendement Sluitende meerjarenramingen van de ChristenUnie. Lokaal Belang heeft aangegeven dat we daar niet in mee kunnen gaan. Ik wil graag motiveren waarom. Dat zijn een aantal punten. Voorzitter, het eerste punt is dat het een momentopname betreft. Dat is aan de ene kant lastig, aan de andere kant moeten we een punt kiezen waar we van uit moeten gaan. Anders kun je geen begroting vaststellen. De septembercirculaire laat alweer een positief beeld zien en we weten inmiddels al dat we al een najaarcirculaire hebben, geloof ik, waarin het juist helemaal de andere kant omslaat. Dan wil ik meteen eventjes richting de VVD een winstwaarschuwing afgeven, dat we die ambitie wel delen, maar dat we ook het voorzieningenniveau in Waalwijk op niveau moeten houden. De begroting zoals die voorligt en de meerjarenraming zoals die voorligt, voldoet aan de eisen van de accountant en van de provincie. We snappen het punt van de ChristenUnie, maar we moeten ook constateren dat wat nu voorligt gewoon voldoet aan de eisen. De motivatie van de ChristenUnie is om het nieuwe college en de nieuwe raad niet op te zadelen met tekorten. Dat zijn politieke keuzes die we kunnen maken na maart.
Als Lokaal Belang zeggen we van, je kunt redeneren dat we niet over ons graf regeren, maar je kunt ook zeggen, laat dat over aan de nieuwe formatie die gevormd wordt na maart. Sterker nog, ik denk dat het niet eens zover moet komen, want het college weet al met de laatste updates dat we aan de slag moeten. De begroting of de cijfers die nu voorliggen na de verwerking van de laatste ramingen en circulaires weten we dat het college al aan de slag moet, omdat we vier jaar tegen een negatief eindresultaat aankijken. Daarin bedoel ik te betogen dat dit amendement overbodig is.
Als laatste, het motief is al vaker gedeeld, dat de VNG ons juist adviseert om tekorten te laten zien. Dan pak ik toch weer terug op die momentopname. Die begroting die nu voorligt, is op basis van wat we wisten op dat moment en is in lijn met wat dan de VNG heeft geadviseerd, laat het tekort zien in de toekomst. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat meneer Van Groos erop wil reageren. Dat klopt. Ik zie hem opstaan. Meneer Van Groos, meneer Van der Pluijm nam stelling op uw amendement. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de reactie en de toelichting van uit Lokaal Belang op ons amendement. Ik begrijp dat Lokaal Belang er van harte voor kiest om het nieuwe gemeentebestuur op te zalen met een financieel probleem. Dat is de consequentie van het niet uitvoeren van dit amendement. Ik zie Lokaal Belang geen actie ondernemen om wel op een andere manier dan te zorgen voor een sluitende begroting. De heer Van der Pluijm heeft het over een momentopname, maar de laatste momentopname is het najaarsbericht en die laat zien dat we al in 2026 een negatief saldo hebben. Dan kunnen we niet net doen alsof er niks aan de hand is. We hebben wel de afspraak dat we dat niet meteen hoeven te repareren, maar de vraag is of we toch niet een keer iets aan ons uitgavenpatroon moeten doen. Daardoor nemen onze financiële problemen alleen maar toe.
De heer Van der Pluijm zegt, we moeten onze voorzieningen overeind houden. Ik heb nog in geen enkel document zien staan dat wij er rekening mee moeten houden dat voorzieningen moeten worden gesloten omdat we daarvoor de financiële middelen niet hebben. Sterker nog, ik zie alleen nog maar meer voorzieningen bijkomen. Ons uitgavenpatroon spoort al jaren niet met onze inkomsten. Onze stelling is dat je dan dat uitgavenpatroon moet aanpassen. De coalitie weigert dat te doen. Het college ook. Toch is het amendement een poging om daar iets aan te veranderen. Wat we zeker willen voorkomen, dat heb ik ook in eerste termijn aangegeven, is dat we de rekening neerleggen bij de gezinnen die dat niet kunnen betalen. De heer Van der Pluijm zei nog dat we de goedkoopste zijn, dat zijn we niet, want we staan niet op nummer 1, maar als we de goedkoopste zijn, dat het dan mogelijk is om de tarieven te verhogen. Als dat voor gezinnen betekent dat de lasten met 15 procent stijgen, die hebben geen boodschap aan dat het in andere gemeenten veel duurder of goedkoper is. Voor hen is het gewoon extra geld. Lokaal Belang wenst hun daarmee op te zadelen.
Dan is mijn vraag, Lokaal Belang zegt, wij staan pal voor de Waalwijkse gemeenschap, kan de woordvoerder van Lokaal Belang mij uitleggen waarom dan btw, die we al van het Rijk terugkrijgen voor afvalstoffenheffing en de rioolheffing, ook nog eens in rekening worden gebracht bij die Waalwijkse gemeenschap? De voorzitter: Ik zie meneer Van der Pluijm nog volop nadenken. Kan ik u al het woord geven? De heer Van der Pluijm: Zeker, voorzitter. Dank u wel voor het woord. Dank voor deze reflectie op de mening van Lokaal Belang, om tegen dit amendement te zijn. Ik heb ze mee genoteerd, dus ik kan er puntsgewijs op ingaan. De heer Van Groos zegt van, Lokaal Belang kiest ervoor om Waalwijk op te zadelen met een financieel probleem. Dat is onjuist. Bij het maken van de begroting was er geen financieel probleem. We moeten
blijven bij het onderwerp waar het vanavond over gaat, namelijk een begroting vaststellen. Dat wil niet zeggen dat wij voorbijgaan aan de kennis van nu, maar als we geen moment kunnen prikken, kunnen we vanavond geen begroting vaststellen en kunnen we dat morgen ook niet en overmorgen ook niet. Dan hebben we weer nieuwe cijfers. We moeten blijven bij het probleem waar het we hierover hebben, namelijk heel simpel, vaststellen van de begroting. Dat wil niks afdoen aan het feit dat Lokaal Belang zorgen deelt, net als de heer Van Groos, over de negatieve cijfers. Daar gaan wij als Lokaal Belang mee aan de slag. We hebben juist in de afgelopen paar jaar samengewerkt, ook met de ChristenUnie, aan de ombuigingen. We hebben gezien dat we tegen een ravijnjaar aan zouden lopen. Dat zou eigenlijk 2026 zijn. We hebben maatregelen genomen. Het is niet juist wat de heer Van Groos zegt dat wij niks doen en dat wij blijven uitgeven. We hebben juist meegewerkt actief als Lokaal Belang aan ombuigingen. Met die ombuigingen hadden we het op orde op het meetpunt, begroting 2026. Het is niet juist dat de ChristenUnie Lokaal Belang aangeeft dat wij maar blijven uitgeven. Sterker nog, de inwoners van ons vragen dat wij geld uitgeven. Men heeft behoefte aan voorzieningen. De mooie die ik aan wil halen, is goede verlichting. We hebben het er hier in deze raad al over gehad met de gespreksavond.
De inwoners willen goede voorziening wat betreft mobiliteit. Wij als Lokaal Belang investeren daarin en zijn bereid om die uitgaven te doen. Dat is de reden dat de inwoners ons daarin steunen. Daar moeten we dekking voor hebben. Het is te makkelijk en te kort door de bocht van de ChristenUnie om te zeggen, u geeft geld uit en dat is niet nodig want de Waalwijker vraagt daar niet om. De Waalwijker vraagt daar juist wel om expliciet. Dan kom ik nog over de goedkoopste. Ik heb gezegd, we zijn een van de goedkoopste, landelijk en de goedkoopste in de regio. U verandert iets aan de context. Het was een reactie op het CDA en niet op wat u erbij haalt wat betreft de begroting. Wij staan pal voor Waalwijk voor goede voorzieningen en dat kunt u van ons verwachten. Punt. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik dank de heer Van der Pluijm voor zijn reactie. Ik zou daarop kort willen reageren. Eén is, er zit voor 3,5 miljoen extra ten opzichte van de kadernota in, omdat de PM-posten zijn ingevuld die voor een deel nodig worden geacht voor uitbreiding van de formatie en die voor een deel worden betaald door de lastenverzwaring voor onze inwoners. Voor het vierde jaar op rij wordt er geput uit algemeen in reserve voor 1,5 miljoen. Voorzitter, wij geven al jaren meer geld uit dan dat er binnenkomt. Daar ageert de ChristenUnie tegen.
Wij vinden dat er evenwicht moet zijn tussen onze inkomsten en uitgaven, structureel gezien. Lokaal Belang is in onze ogen vooral bezig met het verhogen van de uitgaven. GroenLinksaf doet daar ook aan mee blijkens de motie. We willen zo veel mogelijk geld binnenharken om de uitgaven te kunnen blijven opvoeren of gestand doen. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Dank nog voor deze aanvulling. Wat betreft de PM-posten, als de heer Van Groos dat van mening is, dan moeten we die inhoudelijke discussie voeren of die PM-posten nodig zijn. Wat Lokaal Belang betreft,
hebben we daar kennis van genomen en kunnen we ons daarin vinden. Het amendement zoals het nu voorligt, is voor de breedte en niet specifiek over de PM-posten die nu aangekaart worden. Dan moet je een andere discussie voeren, bijvoorbeeld over die formatie en een lastenverzwaring. Putten uit de AR, ik denk dat we dankbaar moeten zijn dat we die situatie in Waalwijk hebben. We hebben hier randgemeenten die een andere situatie hebben, waarbij de inwoners niet kunnen rekenen op de voorzieningen, op het voorzieningenniveau, zoals we hier in Waalwijk hebben. Dat is dankzij de grondverkoop die we hier in Waalwijk hebben, dat is dankzij die AR. Dankzij die gelden hebben we een hoog voorzieningenniveau. De voorzitter: Meneer Van Groos, we gaan niet herhalen, alhoewel ik dit echt wel een goed debat vind. Dank u wel, daarvoor. Misschien heeft u nog nieuwe perspectieven of vragen te stellen. De heer Van Groos: Voorzitter, in reactie op het antwoord van de heer Van der Pluijm, ik heb overwogen om allerlei zaken aan te voeren om te komen tot een sluitende begroting voor 2028 en 2029, door zaken uit de kadernota te halen. We hebben het verzoek gekregen om niet opnieuw weer algemene beschouwingen te beginnen. De ruimte gegeven aan het college om het op orde te krijgen en aangegeven, doe dat dan maar door te kijken naar de formatie. Daar staan ook een heleboel voorstellen voor in.
Onze formatie groeit veel harder dan onze inkomsten. Het laatste is, ik kan het niet tegenover gezinnen, die op of onder het bijstandsniveau zitten, uitspreken dat ze meer moeten betalen voor het wensenpakket dat nu voorligt. Lokaal Belang kennelijk wel. Daarom was mijn vraag, waarom zegt u pal te staan voor de Waalwijkse gemeenschap, inclusief die 1100 gezinnen die nu al de rekeningen niet kunnen betalen? De voorzitter: Nog iets toe te voegen, meneer Van der Pluijm? De heer Van der Pluijm: Wat ons betreft, is het zo voldoende. De voorzitter: Dank u wel. U heeft ook iets gezegd over GroenLinksaf en ik zie meneer Gijs den Braven staan. Die wil vast nog reageren. Gaat uw gang. De heer Den Braven: Klopt, voorzitter. Ik wil beginnen met een vraag aan de ChristenUnie. Door het betoog dat de ChristenUnie geeft en dat de heer Van Groos geeft, vraag ik me af hoe de ChristenUnie de toekomst ziet, als ze niet wil investeren, als ze niet wil nadenken over hoe we andere structurele inkomsten gaan realiseren, als ze de OZB in de toekomst niet willen laten stijgen en als ze geen andere inkomsten willen laten stijgen. We hebben nu eenmaal geld te verdienen in de toekomst, anders kunnen we sowieso niks meer. Wat ons dan niet een goed idee lijkt, is om een eventuele bezuiniging op de programmabegroting af te laten hangen of op te hangen aan de formatie die moet stijgen.
Tegelijkertijd, en ik heb het Samen Waalwijk ook horen zeggen en vervolgens steunen ze wel het amendement, piept en kraakt de organisatie. Het is niet voor niks dat er wordt gevraagd om daarin te investeren. Dat gaat niet alleen maar voor extra
mensen, dat gaat ook om het uitruilen van mensen in vaste dienst voor mensen die nu inhuurkrachten zijn of tijdelijke krachten zijn. Wij snappen best dat ChristenUnie zoekt naar een manier om de begroting structureel te maken, maar we vinden het raar dat je dat dan koppelt aan de formatie. Raar is misschien niet een goed woord, maar jammer. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, in onze ogen neemt de formatie wel heel erg toe. Ik heb het cijfer genoemd. Het gaat om ongeveer 70 arbeidsplaatsen, als je dat omrekent. Dat vinden wij fors. Als fracties zeggen, wij zijn bereid om te kijken naar een sluitende meerjarenraming door andere posten te schrappen, dan zijn wij zeker bereid om daarover mee te denken. Als GroenLinksaf zegt, wat ons betreft, kunnen die posten eruit en laat het personeel zitten, dan gaan we daarover graag in gesprek. Het tweede is dat we als Waalwijk veel structurele inkomsten hebben. Doe het niet voorkomen alsof we allerlei dingen niet kunnen betalen. Wij kunnen veel betalen. Het andere punt wat ik nog in wil brengen, naar aanleiding van de motie, aan het begin van deze bestuursperiode is gevraagd, kijk naar het financiële perspectief voor Waalwijk, want we zien dat we problemen hebben. Onze geldstroom van grondopbrengstverkopen droogt op. Help ons. We hebben grote schulden die we moeten afbetalen. Dat onderzoek is gedaan.
Naar aanleiding van het ravijnjaar, wat toen nog 2026 was, hebben we een robuust perspectief gekregen van het college. Die hebben dat ook onderzocht, die hebben gekeken van, hoe kunnen daar meer inkomsten komen? Is deze motie dan een sneer in de richting van het college om te zeggen, je hebt het niet goed gedaan? Er zijn al twee onderzoeken geweest en u bent weer op zoek naar extra structurele inkomsten. Waarom gaat GroenLinksaf er niet voor zorgen dat onze structurele uitgaven in lijn zijn met onze structurele inkomsten? De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, op dat laatste een kort antwoord. We hebben deze motie opgesteld, omdat wij juist willen kijken naar de lange termijn en niet alleen naar de korte termijn. We zien, op korte termijn zit het goed met de begroting. Over drie, vier jaar zit het nog niet goed met de begroting. Wij hebben vertrouwen in ons college dat we daar voor de lange termijn ook uit gaan komen. Ik heb daarom geen voorstellen om nu op een andere manier te bezuinigen, want wij zien de noodzaak daar op dit moment niet van in. Waar wij zeker de noodzaak niet van inzien, is om dan, als je het zou willen doen, want dat is het voorstel van de ChristenUnie, om dat dan op te hangen aan de formatie.
Ik begrijp dat de rekensom uitkomt op 60 fte groei, maar volgens mij is het niet alleen groei, maar is het ook een groot deel vervanging van het personeel. Dat kost geld. Laten we dan vooral dit doorzetten, zodat we de mensen hebben om uit te voeren wat we moeten doen en dat we niet straks weer krijgen, we hebben hier op dit moment de mensen niet voor. Dan heb ik bij lange na niet alles behandeld wat de heer Van Groos heeft gezegd. Dan laat ik hem daar nog op terugkomen.
De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, toch een korte opmerking. Een uitspraak van de heer Den Braven gaat er bij mij niet in. Mensen die verdwijnen, daar komen andere mensen voor terug. Daardoor stijgt het aantal fte per 1000 inwoners niet. Als er tien mensen met pensioen gaan en er komen tien nieuwe voor terug, dan blijft het aantal fte per 1000 inwoners gelijk. In Waalwijk gaat het aantal fte aanzienlijk omhoog. Dat is niet ter vervanging van mensen die met pensioen gaan of naar een andere gemeente vertrekken. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, zo hadden wij het wel begrepen. Als dat niet zo is, dan horen we dat dadelijk graag. Dat gaat waarschijnlijk niks veranderen aan onze houding verder. Dan zal het daar wel bij blijven. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, mag ik dan een andere vraag stellen aan de heer Den Braven? De voorzitter: Gaat het hierover? Mevrouw Klerks staat ook klaar. Die wil misschien hierop reageren. Is dit echt een andere vraag of is het in het verlengde? De heer Van Groos: Het heeft wel te maken met het feit dat we vanwege onze structurele uitgaven een rekening neerleggen bij de inwoners. Ik zou van GroenLinksaf daar een reactie op willen. De voorzitter: Doet u deze vraag alsnog en dan daarna ga ik naar mevrouw Klerks. Gaat uw gang.
De heer Van Groos: Voorzitter, ik ken GroenLinksaf als een sociale partij. Terecht heeft u aangestipt blij te zijn met de ITT. Hoe kan GroenLinksaf het nu motiveren naar de gezinnen die op of onder het sociaal minimum zitten dat ze zoveel extra moeten gaan betalen volgend jaar en dat dat onder andere het gevolg is van het feit dat wij aan hen btw terugvragen, btw doorberekenen die we al van het Rijk terugkrijgen? Hoe dat een zichzelf sociaal noemende partij dat kan verklaren of dat kan toelichten of dat kan verantwoorden, daar zou ik wel graag een reactie op willen. De voorzitter: Meneer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, dan moet ik de heer Van Groos nu teleurstellen, want dit gaat mijn technische verstand hiervan te buiten. Ik zal kijken of ik daar nog over kan overleggen. Dan kom ik er dadelijk bij u op terug. De voorzitter: Dan mevrouw Klerks. Uw eerste optreden weer in deze raad. Mevrouw Klerks: U kunt zich gelijk voorstellen dat ik het niet kon laten om iets vanavond te zeggen. Anders is het maar zo'n saaie avond. Als eerste wilde ik een paar omissies rechtzetten. Ik hoorde net een paar dingen die niet kloppen. Als eerste de heer Van der Pluijm, de accountant kijkt niet naar de begroting, alleen naar de jaarrekening, en de provincie kijkt pas naar onze begroting als we hem na vanavond insturen.
Begroting voldoet aan het GTK, maar of de provincie het goedkeurt, moeten we nog gaan horen. Ook de heer Van Groos heb ik betrapt op een foutje. Hij geeft aan dat onze structurele inkomenskosten lager zijn dan onze structurele uitgaven, maar de jaarrekening 2024 zei toch echt dat we 8 miljoen overhielden. Volgens mij hebben we misschien een probleem met begroten en of we daadwerkelijk wel doen wat we zeggen dat we zouden moeten doen. De jaarrekening zegt toch iets anders. De heer Van Groos kan wel de VVD op zich aan zijn zijde vinden dat we een sluitend meerjarenperspectief zouden moeten hebben. Dat is wel, en dat is een beetje waar de VVD mee worstelt, erg lastig. Als we kijken naar de meicirculaire, kregen we er 10 miljoen bij. In de septembercirculaire kregen we er 2,7 miljoen bij. Dat is al 13 miljoen extra. Als ik die nog een keer optel bij de begroting die nu voorligt, dan zou ik denken, helemaal top. Volgens mij ligt het probleem met name dat we onze structurele inkomsten niet goed kunnen inschatten, wat de schuld is van het Rijk, maar daar hebben we dan maar mee te dealen. Evenwel heb ik ook opgezocht wat de gemiddelde fte is bij 1000 inwoners voor gemeenten van onze omvang. Het ANO-fonds zegt daarover dat dat 9,0 is.
Als wij nu naar 8,7 stijgen, dan ben ik het met de heer Van Groos eens dat het een grote toename is, maar dat het nog steeds onder het landelijk gemiddelde ligt. Als wij goede dienstverlening willen geven aan onze inwoners, dan moeten wij investeren in ons eigen ambtelijk apparaat. Als we daarmee nog steeds onder het gemiddelde blijven, dan denk ik dat de bezuiniging die u bijna voorstelt om te doen op het ambtelijk apparaat om de meerjarenraming sluitend te krijgen, niet per se de juiste is. De afspraak die ik wel met de heer Van Groos durf te maken, is dat als straks bij de kadernota volgend jaar blijkt dat het perspectief voor 2027 echt slechter is, dat we dan andere maatregelen moeten nemen. Dan vindt u de VVD weer aan uw zijde. Op dit moment is het iets te voorbarig en willen we toch eerst afwachten hoe de nieuwe circulaires eruitzien of de trend van het Rijk zich doorzet. Als dat zo is, dan hebben we volgend jaar helemaal geen probleem. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik dank mevrouw Klerks dat het minder saai is geworden. Een paar opmerkingen. 1 is, we kunnen wel een overschot hebben in 2024, maar dat is vooral het gevolg van het feit dat we in december nog een aantal miljoenen kregen van het Rijk. Die hadden we niet begroot. Dat was wel een mooie meevaller.
Wat het voor ons lastig maakt, is dat dit echt de laatste begroting is die deze raad vaststelt. Als het aan het begin van de bestuursperiode was geweest, dan waren we niet met dit amendement gekomen. Wij vinden het principieel onjuist om het nieuwe gemeentebestuur op te zadelen met tekorten. Je zou gewoon met een sluitende begroting, ook meerjarenraming, je periode moeten afsluiten. Dan kunnen we veel vertrouwen hebben in dit college, zoals de heer Den Braven uitsprak, maar dit college zit er tot ergens begin volgend jaar en dan komt er een nieuw college. Misschien wel weer dezelfde mensen, maar het is een nieuw college. De voorzitter: Mevrouw Klerks.
Mevrouw Klerks: Een korte reactie, want anders kunnen we nog uren denk ik doorgaan. Als eerste komt niet hetzelfde college, want ik zag een bezuiniging naar vier. Iemand gaat in ieder geval het veld ruimen. In principe snap ik wat u zegt. Tegelijkertijd vind ik dat wat je ziet bij het Rijk, bij Den Haag, met zoveel verkiezingen in korte tijd, dat er telkens geen beslissingen worden genomen. Op het moment dat je ziet dat er een nieuw kabinet gaat komen, dan nemen we maar geen beslissingen meer, terwijl dat volgens mij juist iets is waar onze inwoners helemaal niks aan hebben. Ja, we moeten wel zuinig blijven op ons geld, we moeten verstandige beslissingen maken, maar net doen alsof deze raad niet meer het mandaat heeft om keuzes te maken voor komend jaar, dat vind ik te kort door de bocht. We zijn nog steeds het gemeentebestuur en we zijn nog steeds verantwoordelijk voor de begroting van volgend jaar. Dat moeten we verstandig doen. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, en dus is de conclusie van de VVD, stel ik vast, dat wij kiezen voor de het landelijk beleid van de laatste jaren, dat we problemen voor ons uitschuiven. De voorzitter: Mevrouw Klerks. Mevrouw Klerks: Dat is de conclusie van de heer Van Groos, maar niet de conclusie die ik trek. De voorzitter: Dank u wel. Ik zou graag willen gaan pauzeren, met uw goedvinden.
Er staat een fruitspiesje buiten. Is dat een goed moment? Hebben we voldoende over deze meerjarenraming gezegd? Dan wil ik nu tot vijf over half, niet te lang, vijf over half pauzeren. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Wij vervolgen de vergadering, want het is 21.36 uur. Zijn er anderen die met elkaar over een motie of iets anders in gesprek willen? Ik zie meneer Bokšan opstaan. Meneer Bokšan, gaat uw gang. De heer Bokšan: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag aan GroenLinksaf over de motie Financieel duurzaam perspectief. Als VVD staan we hier pal voor. Ik had nog één vraag, voordat we deze motie willen gaan steunen. In de constateringen heeft de heer Den Braven van GroenLinksaf, hebben we het over de ozb in Waalwijk, de afgelopen jaren meerdere malen niet is verhoogd buiten de reguliere jaarlijkse indexatie, waardoor de lokale lastendruk per inwoner relatief laag is. Dan wordt dat vervolgd met dat het op korte termijn positief is voor inwoners, maar op langere termijn het risico vergroot voor stijgingen. Ik was benieuwd wat de intentie is achter deze formulering van deze constatering in deze motie. De VVD staat, wat ik net al zei, pal voor het financiële beleid. Hebben we het vaker in deze raad over gehad.
Aan het begin van deze periode in het kader van het financieel robuust perspectief, waar we bezuinigingen en besparingen hebben moeten doen en kiezen. Ik was benieuwd richting GroenLinksaf, is de intentie achter deze motie van, hoe gaan we ervoor zorgen dat we een soort geleidelijke verhoging van OZB, onderdeel gaan maken van deze structurele inkomstenbronnen? Daar zijn we als VVD niet per se voorstander van.
Dat je nadenkt over, hoe zorg je ervoor dat verdienmodel van de gemeente Waalwijk, waar we het al vaker over hebben gehad, over gronden die op een gegeven moment incidenteel zijn en niet meer uitgegeven kunnen worden, hoe je dat dan op een andere manier kunt invullen, daar staan we achter. Ik was nog benieuwd wat de intentie was achter de formulering rondom de OZB. De voorzitter: De heer Den Braven. De heer Den Braven: Voorzitter, daar heb ik geen probleem mee om daar op te reageren. Wij hebben inderdaad die verwijzing erin gezet, omdat we bij de kadernota uitgebreide discussie hebben gehad over, hoe gaan we met de OZB om? Wij hebben toen uiteindelijk tegengestemd, om die verhoging terug te draaien, terwijl wij wel het erover eens waren dat het voor huishoudens met het vooruitzicht dat we toen hadden, met de meevaller, dat we die niet wilden verhogen. Over bedrijven hadden we daar een ander idee over. We hadden graag daar een andere motie voor in de plaats gezien. Uiteindelijk willen wij nu die discussie niet meer tijd hoeven voeren. Daarom hebben we juist in de motie die constateringen erin gezet. Als we die er niet in hadden gezet, hadden we misschien deze vraag ook gehad.