CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag begrotingsvergadering 12-11-20

Raadsvergadering (A) 14 januari 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen verslagen60.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

De extra storting van het Rijk en het Gemeentefonds van 145 miljoen is bij lange na niet genoeg. De tekorten in de zorg lopen veel te hard op. Dit kan zo niet langer. Waalwijk heeft verschillende opties bekeken en stelt een budgetplafond van 10% voor: een optie die vaker uit de kast gehaald wordt bij bezuinigingen. Het is ook een optie die veel omstreden is, omdat ze snel wachtlijsten oplevert en de gemeente hierdoor niet de zorg levert waar inwoners recht op hebben. Daarnaast bestaat het risico dat de ernst van de problemen toeneemt, omdat er geen ondersteuning is. Gisteren nog deed de VNG een advies aan de gemeenten, om vanaf 2022 in de begroting geen rekening meer te houden met de extra kosten. De gemeenten die nu al onvoldoende middelen hebben, krijgen het advies wachtlijsten te hanteren waarbij de echt zorgbehoevenden voorrang krijgen. Een opmerkelijke stap van de VNG, dit alles om het Rijk onder druk te zetten om meer geld beschikbaar te stellen aan de gemeenten. Graag zouden wij van de wethouder willen horen hoe hij tegen het advies van de VNG aankijkt. Toen Lijst Pouw onlangs aansloot bij een Webinar van de Raad op Zaterdag kregen de deelnemers als antwoord op de vraag wanneer de lokale inclusieagenda afgerond moet zijn, dat die eigenlijk allang af had moeten zijn.

Nu denken wij niet dat er een sluitingsdatum aan verbonden is, maar dat het wel opgevat dient te worden als ‘liever vandaag af en uitgevoerd dan morgen’. En begrijpelijk. Het is niet alleen vervelend dat mensen met een beperking niet kunnen meedoen, maar het ondermijnt hun rechten om mee te doen. Onlangs stelde de gemeente Waalwijk de manager inclusie voor acht uur in de week aan. “Is acht uur per week wel genoeg?”, vroeg mevrouw Bruijns van het CDA nog. Een zeer terechte vraag, want het gaat om meer dan de toegang tot gebouwen en een sport naar eigen keuze kunnen beoefenen. Gisteren nog liet de herberekening van onderzoeksbureau Capel Advies zien dat er fors minder banen voor mensen met een beperking zijn gerealiseerd, dan is afgesproken. Dan kunnen we als gemeente Waalwijk wel wegkijken, omdat dit een afspraak tussen het Rijk, de werknemers en de vakbonden betreft, maar er is ook een politiek belang om van de baanafspraken een succes te maken. Pas als deze afspraak slaagt, kan de sluiting van de sociale werkvoorziening, zoals de clean room, namelijk verdedigd worden. Graag horen wij van de wethouder wat de tijdsplanning voor de LIA is, de lokale inclusieagenda, wanneer wij van als gemeenteraad de routekaart mogen ontvangen en welk bedrag zij voor de uitvoering van de LIA denkt te reserveren, want die zien wij in de begroting niet terug.

Dit waren zomaar een aantal voorbeelden. Lijst Pouw heeft de indruk dat er wellicht bij de bezuinigingen soms ad hoc beslissingen genomen zijn om de begroting te dichten en dat een aantal zaken op de langere baan geschoven worden, terwijl we er nu al mee aan de Notulen raadsvergadering 12 november 2020

18

slag zouden moeten zijn. Dat terwijl de algemene reserves steeds kleiner lijken te worden. Daarom herhalen we nog maar eens waar we de pitch mee begonnen zijn: eerst kijken wat moet, en dan kijken wat kan. Amendement C: Hondenbelasting als doelbelasting Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • overlast door hondenpoep hoog op het lijstje staat van ergernissen bij inwoners; • de Hoge Raad bepaald heeft dat het niet onredelijk is dat gemeenten de kosten als gevolg van bevuiling van openbare wegen door honden, zoals voor het schoonmaken van de openbare wegen en de hondenuitlaatplaatsen, op hondenbezitters verhalen.

En dat een onderscheid tussen hondenbezitters en niet-hondenbezitters in deze niet ongerechtvaardigd is; • in het vigerend hondenbeleid voorzieningen met herleidbare kosten voor de hondenbezitter zijn gedefinieerd; • Koninklijke Hondenbescherming zich uitgesproken heeft de hondenbelasting (op termijn) een doelbelasting te laten zijn; • volgens de Koninklijke Hondenbescherming gemeenten de hondenbelasting zouden moeten gebruiken om de leefomgeving zo in te richten dat hondeneigenaren er ook iets aan hebben, het voldoende bewegingsruimte voor honden faciliteert, overlast helpt voorkomen en de acceptatie van de hond in de samenleving bevordert; overwegende dat: • het toevallen van de opbrengst van de hondenbelasting aan de algemene middelen onder hondenbezitters tot veel wrevel en onbegrip leidt; • het daarom de voorkeur verdient om de opbrengst van de hondenbelasting volledig voor het hondenbeleid in te zetten; • huisdieren, zo ook honden, een positieve invloed hebben op de gezondheid van mensen1; • de acceptatie van honden in de maatschappij bevordert kan worden door het terugdringen van overlast; • het terugdringen van overlast een belangrijke plaats inneemt in het huidige hondenbeleid; • volgens de planning de Tweede Kamer in december 2020 een plenair debat zal houden over de toekomst van de hondenbelasting.

Het besluit dat de Tweede Kamer zal nemen van directe invloed zal zijn op het mogen uitvoeren van artikel 226 van de Gemeentewet. 1. Zie onder andere Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren: https://www.licg.nl/de-sociale-rol-vanhuisdieren/#het-effect-van-huisdieren-op-de-geestelijke-gezondheid-van-mensen

Besluit: 1. De opbrengsten verkregen uit het heffen van hondenbelasting vanaf 2021 te beschouwen als bestemmingsbelasting (ofwel doelbelasting); 2. In afwachting van het debat in de Tweede Kamer over de toekomst van de hondenbelasting de tarieven te bevriezen en de 10% verhoging voor het houden van de eerste hond en de 5% verhoging voor elke volgende hond niet door te voeren; 3. De gederfde opbrengsten op te vangen binnen de algemene reserve. De voorzitter: Het amendement is ondertekend door de fracties van Lijst Pouw, SGP en D66. Het woord is aan de heer Tiemstra.

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

19

De heer Tiemstra: Ik heb een vraag over het amendement hondenpoep. Prima dat er bij de eerste overweging of constatering staat dat hondenpoep hoog op het lijstje staat van ergernissen bij inwoners – misschien zelfs wel bovenaan. De SGP houdt van honden maar niet van hondenpoep, dus de strekking van het amendement volgen wij geheel. Hebt u ook overwogen om bijvoorbeeld een verlaging per hond en een verhoging van de boete voor hondenpoep in te stellen? Dan pakken we het probleem echt aan. Hoe ziet u dat? Mevrouw Pouw: Mijn voorstel zou zijn om alles even te bevriezen. Op dit moment ligt er een burgerinitiatief in de Tweede Kamer en in december gaat daarover een plenair debat plaatsvinden. Ik zou heel graag eerst willen weten wat de Tweede Kamer gaat beslissen. Dan weten we ook waar wij aan toe zijn. Als dat gebeurd is, zou ik graag een keer willen kijken of mensen tevreden zijn over het hondenbeleid. Daar heb ik ook een vraag over gesteld aan de wethouder en eigenlijk bleek uit de reactie dat hij er ook niet echt een goed antwoord op wist. Ik wil dus graag een keer kijken wat mensen ervan vinden, en dan niet alleen de hondenbezitters, maar ook de niet-hondenbezitters, erbij betrekken. Die hebben natuurlijk ook een mening hierover.

Uiteindelijk zou ik wel willen komen tot een manier om draagvlak te creëren voor het hondenbeleid om dan de hondenbelasting ofwel naar beneden te brengen, ofwel een dierenwelzijnsbeleid te maken waar het hondenbeleid onderdeel van gaat uitmaken. Dat laatste heeft mijn voorkeur. Dan hebben we ook de discussie over of het misschien niet eerlijk is ten opzichte van andere dingen ook meegenomen. De heer Tiemstra: Dat klinkt verstandig. Dan interpreteer ik het amendement als een serieuze aanzet tot een vervolgdiscussie, afhankelijk van wat er besproken wordt. Ik vind het een goede aanzet en u mag ons bij de steunders voegen. Dank u wel. De voorzitter: Oké, het amendement wordt mede-ondersteund door D66 en de SGP en werd ingediend door Lijst Pouw. Dan ga ik nu naar de Partij van de Arbeid en daarna kom ik bij de ChristenUnie. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. In het hele land staan de seinen nog steeds op rood, maar als we deze begroting mogen geloven, is de coronacrisis grotendeels aan Waalwijk voorbijgegaan. We lezen niets over de grote onzekerheid van ondernemers, niets over de toename van de werkloosheid, de druk op de horeca, het gebrek aan perspectief voor jongeren, de toenemende armoede of de eenzaamheid onder ouderen. De voorgestelde bezuinigingen wijken niet af van het Voorjaarsbericht en het addendum. Die raken de samenleving al fors.

De PvdA vindt daarom dat de raad ook naar zichzelf moet kijken. Vorig jaar heeft de coalitie ons een dertiende maand toegekend, en dat mag volgens de rechtspositie voor raadsleden. Maar, je moet je wel afvragen wat voor signaal je daarmee naar de samenleving afgeeft. Ik zal de raadsleden nooit vergelijken met de piloten van de KLM, maar ik ben wel van mening dat in deze tijd ook van de raadsleden een loonoffer mag worden gevraagd. Bijgaand daarom een amendement om het vorig jaar genomen besluit over de extra raadsvergoeding weer in te trekken. Dan een paar inhoudelijke onderwerpen, in de eerste plaats het jeugdbeleid. De raad heeft op 4 juni het Jeugdkader vastgesteld en daarbij besloten geen geld vrij te maken voor een coördinator. Dat moet binnen de organisatie zelf worden opgelost. In de geactualiseerde begroting zien we nu dat uw college daar toch voor twee jaar € 120.000 opvoert. Dat betekent dus dat dit college weigert raadsbesluiten uit te voeren. Ik heb zelfs vernomen dat er inmiddels iemand aan de slag is. Daar hoor ik graag een verklaring voor. Want als dat zo is, heeft u wat de PvdA betreft een behoorlijk probleem. En om uw bestuurlijke ongehoorzaamheid te corrigeren, dienen we ook daarvoor een amendement in.

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

20

Dan de korting van € 132.000 voor 2021 op Tavenu, oplopend tot ruim twee ton vanaf 2022, op grond van een onderzoek en benchmark waar de PvdA tijdens de behandeling van het Jeugdkader al gehakt van heeft gemaakt, omdat het onderzoek geen enkel feit of analyse bevat, maar alleen meningen van individuen. Die meningen zijn ook nog niet eens op betrouwbaarheid onderzocht. Ook de benchmark is van een bedenkelijk niveau. Er worden wat begrotingscijfers gepresenteerd, maar ook hier is geen enkele analyse en onderbouwing voor welke activiteiten deze gelden zijn bedoeld. Ik roep maar in de herinnering dat de wethouder dit onderzoek eerst onder de pet wilde houden. De raad heeft erop aangedrongen dat dit onderzoek toch openbaar gemaakt werd. Hier werd schoorvoetend aan toegegeven, maar wel met de mededeling dat dit onderzoek vooral voor intern gebruik was bedoeld. Niks dus voor intern gebruik, want de raad wordt nu gevraagd om op basis van een flutonderzoek in te stemmen met een bezuiniging op Tavenu die uiteindelijk 20% bedraagt, zonder inhoudelijke onderbouwing. Tijdens de E-input gaf wethouder Daandels aan dat Tavenu met deze bezuiniging had ingestemd. Een telefoontje naar Tavenu leert dat ze met de rug tegen de muur met de bezuiniging van € 132.000 hebben ingestemd, maar dat er nooit gesproken is over een bezuiniging van ruim twee ton.

Die wordt nu, zonder ook maar enig overleg, in een meerjarige begroting gefietst. De wethouder heeft de raad dus onjuist geïnformeerd. Maar, wat nog erger is; deze hele handelswijze is onbehoorlijk bestuur. Er wordt als onderbouwing verwezen naar een flutrapport dat nog nooit met Tavenu is besproken. Het college doet alsof er geen bezuiniging is, maar dat er minder producten worden afgenomen van Tavenu. Dan wil ik graag vandaag van de wethouder horen welke producten het college dan niet meer afneemt. Ik heb het productenboek gezien dat Tavenu heeft moeten opstellen. Dat is bijna net zo dik als onze begroting. De tranen springen je in de ogen. Niet van de producten, maar om degenen die dit soort bureaucratische onzin verzinnen. Los van deze handelswijze moet je je afvragen of het verstandig is om in deze tijd zo fors te bezuinigen. Als we door onze oogharen kijken, worden juist jongeren hard geraakt door de coronacrisis. We zien jongeren, niet alleen kwetsbare jongeren, sneller afglijden. Er is meer drugsgebruik, ook onder kinderen van 13 of 14 jaar. Puur uit verveling. Maar we zien ook meer eenzaamheid onder jongeren. En in het afgelopen halfjaar zijn er in Waalwijk zo’n tien jongeren dakloos geworden omdat ze uit huis zijn gezet. Onze systemen zijn daar niet op ingericht.

Een jongere die vandaag op straat is gezet, heeft er niets aan als hij of zij over zes weken bij Team WIJz terecht kan. En dan kan het nog weken duren voor hij of zij überhaupt op een wachtlijst wordt geplaatst. Het jongerenwerk is voor deze jongeren vaak de eerste en de laatste strohalm. Daarom ons derde amendement, bedoeld om de bezuiniging van € 132.000 voor 2021 niet door te voeren, maar om opdracht te geven een integrale aanpak van een preventieve jeugdhulp te ontwikkelen en uit te voeren. Een aanpak die aansluit bij de belevingswereld van jongeren. Dat is niet nieuws. Ook de raad voor maatschappelijke ontwikkeling heeft geconstateerd dat het hier juist aan ontbreekt en dat daardoor de kosten van de jeugdzorg de pan uit rijzen. Als tweede haal ik de voorgestelde bezuiniging op de ombudscommissie aan. De ombudscommissie is enkele jaren geleden op initiatief van het CDA geïnstalleerd. Nu wil het college deze zonder enige onderbouwing wegbezuinigen, omdat er maar weinig klachten bij de ombudscommissie terechtkomen. In de afgelopen jaren heeft de raad bij het Waalwijks Podium en het forum veel inwoners ontmoet die zich niet begrepen voelden door de gemeente. In een aantal gevallen haastte het college zich om de plooien glad te strijken. Dat zijn dan de bewoners die wel de weg naar de raad willen of durven te maken.

Maar we krijgen ook signalen dat tegen inwoners of organisaties letterlijk wordt gezegd dat ze niet verder worden geholpen als zij een klacht of bezwaar indienen. Als dat waar is, hebben we als gemeente een heel groot probleem. Daarom moet de gemeentelijke ombudscommissie niet zomaar wegbezuinigd worden. We willen eerst een diepgravend onderzoek naar de

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

21

gehele klachtafhandeling binnen deze gemeente, inclusief de rol van de ombudscommissie daarin. Dus ook daarover een amendement. En dan tot slot de boa’s. De PvdA is altijd kritisch geweest over de inzet van de boa’s in Waalwijk, en dat zullen we ook blijven. In deze coronacrisis is het echter voor hen heel lastig opereren, met de steeds veranderende regels. Dat verdient respect. Want handhaven doe je nooit goed. Nu de minister van Veiligheid en Justitie heeft besloten de politie een netto bonus van € 300 uit te keren, vindt de PvdA dat de gemeente ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen tegenover haar handhavers. We dienen daarom een motie in om het college op te dragen om in navolging van de minister ook de gemeentelijke boa’s een netto bonus van € 300 uit te keren. Ik heb een aantal amendementen en moties ingediend en in de loop van de dag veel adhesiebetuigingen gehad. Ik heb die administratief niet kunnen verwerken, dus aan de voorzitter het verzoek die administratie van mij over te nemen. De voorzitter: Dat zal ik doen. Dat zal ik eerst even inventariseren, want dat is de gebruikelijke methode. Ik heb het in de volgende volgorde: eerst de motie, dus dat wordt motie 2. Die gaat over de bonus voor de boa’s.

MOTIE 2: bonus voor boa’s De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: - de maatregelen in het kader van de coronacrisis veel hebben gevraagd van onze mensen in het publieke domein, waaronder de zorgmedewerkers, leraren en politie, maar ook van onze boa’s; - juist vanwege de telkens wisselende omstandigheden en maatregelen vanuit het rijk en de Veiligheidsregio veel van hun inzet heeft gevraagd, waar het gaat om het aanspreken van mensen en het situationeel handhaven van de maatregelen; - zij deze opdrachten deels buiten hun reguliere handhavingstaken moesten uitvoeren; - de minister van Veiligheid en Justitie juist vanwege deze verzwaring in taken in bijzondere omstandigheden aan het uitvoerend politiepersoneel een bonus van € 300,00 netto heeft toegekend. overwegende dat: - de bovenmatige inzet van de gemeentelijke boa’s qua zwaarte gelijkgeschakeld kan worden met die van de politie; - de gemeente -in tegenstelling tot hierboven genoemde beroepen- werkgever is van de gemeentelijke boa’s; - ook in de komende periode nog veel van hun inzet wordt gevraagd; draagt het college op: - aan de gemeentelijke boa’s in maand december een eenmalige bonus van € 300,00 netto uit te keren als waardering van hun bovenmatige inzet in de afgelopen periode; - dit bedrag ten laste te brengen van de algemene reserve, en gaat over tot de orde van de dag.

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

22

De voorzitter: De motie wordt ondersteund door de fracties van PvdA, SGP, ChristenUnie, Lijst Pouw, CDA, VVD, LokaalBelang, Lijst IJpelaar, D66 en GroenLinksaf. Deze is dus unaniem aangenomen. Amendement D: vergoeding raadsleden De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: - de gemeente Waalwijk in de komende jaren fors moet bezuinigen, waardoor ook de voorzieningen en zorg voor onze inwoners onder druk komen te staan; - met de uitbraak van de coronacrisis bovendien veel mensen in een onzekere inkomenssituatie zijn terecht gekomen, extra kwetsbaar zijn geworden en vaak geen financiële buffer hebben om op terug te vallen; - de effecten van de coronacrisis voor wat betreft de toename van de druk op voorzieningen onvoldoende in beeld zijn, maar dat de verwachting is dat het economisch herstel meerdere jaren zal duren; - de raad bij de vaststelling van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2019 een amendement heeft aangenomen, waarbij raadsleden eenmaal per jaar een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor hun werkzaamheden voor één maand ontvangen, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

overwegende dat: - daar waar vanwege de ombuigingen en de effecten van de coronacrisis maatregelen genomen worden die onze inwoners raken, het uit oogpunt van algemeen belang ook goed is als de raad kritisch kijkt naar de eigen kosten en inkomsten; - de extra vergoeding, die op grond van het amendement in het kader van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden wordt toegekend weliswaar een recht is, maar geen verplichting; - raadsleden voor hun hoofdinkomen niet afhankelijk zijn van de raadsvergoeding en voldoende andere mogelijkheden hebben om voorzieningen te kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. besluit: het besluit -bij amendement genomen- om een eenmalige jaarlijkse vergoeding voor het kunnen treffen van voorzieningen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden, in te trekken. Het geld dat hierdoor vrijkomt structureel toe te voegen aan het budget ten behoeve van het armoedebeleid. De voorzitter: Het amendement is ingediend door de fractie van PvdA en wordt ondersteund door SGP, ChristenUnie, Lijst Pouw, D66, GroenLinksaf. Amendement E: nieuw jeugdbeleid met betrekking tot Jeugdkader 2020 De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat:

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

23

- de raad bij de vaststelling van het Jeugdkader bij amendement heeft besloten geen extra middelen beschikbaar te stellen voor een coördinatiefunctie jeugdbeleid, maar dat binnen de bestaande formatie op te lossen; - het college in strijd met het raadsbesluit bij de actualisering van de begroting dit bedrag toch opvoert. overwegende dat: - buiten de huidige tekorten in het sociaal domein de Coronacrisis jongeren extra hard raakt en publieke middelen juist voor basisactiviteiten moeten worden ingezet; - daarbij gestreefd moet worden om de ambtelijke overhead en coördinatie juist tot een minimum beperkt te houden; - het -nog los van het feit dat het college een raadsbesluit niet uitvoert- een verkeerd signaal is richting de samenleving dat op basisactiviteiten wordt bezuinigd, terwijl extra geld wordt uitgetrokken voor ambtelijke capaciteit; - het voor de toekomst van onze jeugd juist van belang is om te investeren in ‘poten in de modder’ in plaats van ‘benen op het bureau’; besluit: - niet in te stemmen met het voorstel om voor 2021 en 2022 een budget ad € 120.000 beschikbaar te stellen voor een coördinator Jeugdbeleid, maar hiervoor een oplossing te vinden binnen de bestaande formatie, dit conform het raadsbesluit d.d.

4 juni 2020; - het vrijgevallen bedrag ad € 120.000 voor 2021 en 2022 in te zetten voor het ontwikkelen en uitvoeren van een innovatieve inzet van jeugd- en jongerenwerk, het ontwikkelen en uitvoeren van een innovatieve, bureaucratieloze preventieve jeugdzorg, met als inzet juist de door de Coronacrisis toegenomen problemen voor jeugd en jongeren weg te nemen. - de raad voor de kaderstelling voor de begroting 2022 te informeren over de resultaten van deze innovatieve aanpak. De voorzitter: Het amendement is ingediend door de fractie van PvdA en wordt ondersteund door de ChristenUnie, D66, Lijst IJpelaar, Lijst Pouw en de SGP.

Amendement F: verlagen subsidie Tavenu De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: - het college voorstelt de subsidie voor De Tavenu structureel te verlagen, oplopen van € 132.000 in 2021 tot € 220.000 vanaf 2023; - deze bezuinigingstaakstelling gebaseerd is op een onderzoek en benchmark uit 2019, waaruit zou blijken dat de subsidie niet in verhouding zou staan tot de geleverde prestaties; - volgens het college - althans door de portefeuillehouder aangegeven tijdens de e-Input op 29 oktober 2020 - hierover overeenstemming zou bestaan met De Tavenu; - de raad tijdens de behandeling van het Jeugdkader een amendement heeft aangenomen, waarbij het college wordt opgedragen in te zetten op versterking van de samenwerking tussen partijen, in plaats van een versnippering van activiteiten. overwegende dat: - het onderzoek en de benchmark waarnaar verwezen wordt door het college lange tijd vertrouwelijk is gehouden omdat het volgens de portefeuillehouder enkel voor intern gebruik bedoeld was; Notulen raadsvergadering 12 november 2020

24

- dit onderzoek eerst na aandringen van de raad openbaar is gemaakt in het kader van de behandeling van het Jeugdkader; - het onderzoek en de benchmark van een uiterst bedenkelijk niveau is, omdat feiten en analyses ontbreken, het merendeel van de bevindingen en conclusies bestaan uit meningen van individuele medewerkers en ambtenaren; - de zogenaamde benchmark enkel bestaat uit platte begrotingsgegevens van de onderzochte gemeenten, waarbij eveneens iedere analyse en duiding ontbreken; - het onverantwoord is om een besluit te nemen over een bezuiniging die oploopt tot 20% van het budget op grond van een ondeugdelijk onderzoek onverantwoord is; - het nu opvoeren van een bezuinigingstaakstelling, oplopend tot 20% onder verwijzing naar een rapport dat voor ‘intern gebruik’ bedoeld zou zijn, bovendien inhoudt dat het college de raad zowel in juni 2020 als nu onjuist, ontijdig en onvolledig heeft geïnformeerd; - het college de raad bovendien onjuist heeft geïnformeerd door te stellen dat De Tavenu akkoord zou zijn met deze bezuinigingsopgave; - los van het bovenstaande de coronacrisis jongeren extra hard raakt omdat ontmoeting niet meer vanzelfsprekend is, onderwijs op afstand onvoldoende in staat is (beginnende) problemen te herkennen en door het ontbreken van georganiseerde activiteiten het risico op problematisch gedrag uit verveling toeneemt; - juist in kwetsbare gezinnen

kinderen en jongeren extra getroffen worden door een complex aan spanningen en dat dit in een aantal situaties heeft geleid tot dakloosheid onder jongeren; - deze jongeren op dit moment onvoldoende kunnen worden geholpen als gevolg van systematisch denken van gemeente en zorginstellingen en bovendien geconfronteerd worden met oplopende wachtlijsten; - laagdrempelige, adequate en vindplaatsgerichte preventieve zorg -waarbij snelheid van handelen essentieel is om zwaardere problematiek te voorkomen- onvoldoende voorhanden is; besluit: - op dit moment niet in te stemmen met het voorstel om het subsidie voor De Tavenu met ingang van 2021 structureel te verlagen met € 132.000, oplopend tot € 220.000 vanaf 2023; - voor 2021 De Tavenu opdracht te geven om in samenwerking met andere partners het budget ad € 132.000 in te zetten voor het ontwikkelen en uitvoeren van een innovatieve, vindplaatsgerichte inzet van jeugd- en jongerenwerk, alsmede voor het ontwikkelen van een innovatieve, bureaucratieloze preventieve jeugdzorg, met als inzet juist de door de Coronacrisis toegenomen problemen voor jeugd en jongeren weg te nemen; - de raad voor de kaderstelling van de begroting 2022 te informeren over de eerste resultaten van deze innovatieve aanpak. De voorzitter: Het amendement is ingediend door de fractie van PvdA en wordt ondersteund door de SGP.

Amendement G: wegbezuinigen ombudscommissie De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat:

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

25

- de raad in 2016 heeft besloten tot het instellen van een gemeentelijke ombudscommissie als 2e lijns voorziening als inwoners van mening zijn dat klachten in 1e lijn onvoldoende worden afgehandeld; - het college – zonder dat een evaluatie van het functioneren van de ombudscommissie in relatie tot de 1e lijns afhandeling van klachten heeft plaatsgevonden – voorstelt om de gemeentelijke ombudscommissie op te heffen en aansluiting te zoeken bij de Nationale Ombudsman; overwegende dat: - de gemeentelijke ombudscommissie slechts een aantal jaar functioneert; - deze periode te kort is om een afgewogen oordeel over het functioneren van de gemeentelijke ombudscommissie in relatie tot de 1e lijns klachtafhandeling door en onder verantwoordelijkheid van het college; - in de afgelopen jaren onvoldoende aandacht is besteed aan de positionering van de gemeentelijke ombudscommissie; - de gemeentelijke ombudscommissie een belangrijk instrument voor de raad is om het vertrouwen tussen inwoners en overheid te laten toenemen, maar ook om door middel van externe, onafhankelijke adviezen de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren; - de drempel naar de Nationale Ombudsman vaak als te hoog wordt ervaren; - voordat een besluit wordt genomen over het al dan niet continueren van de gemeentelijke ombudscommissie, eerst een brede evaluatie moet worden uitgevoerd, waarbij ook de kwaliteit van

mediation en 1e lijns klachtafhandeling door het college moet worden betrokken. besluit: het dictum van het besluit onder punt 1 als volgt te wijzigen: - de Programmabegroting 2021 van de gemeente Waalwijk vast te stellen en de daarbij behorende meerjarenramingen voor de jaren 2022, 2023 en 2024 voor kennisgeving aan te nemen met dien verstande: - niet in te stemmen met het voorstel om de gemeentelijke ombudscommissie op te heffen en aan te sluiten bij de Nationale ombudsman; - de rekenkamercommissie te verzoeken een evaluatie naar de klachtenbehandeling in 1e lijns en in het verlengde hiervan de 2e lijns klachtenbehandeling door de ombudscommissie op te pakken; - de kosten van instandhouding van de gemeentelijke ombudscommissie te dekken uit de algemene reserve. De voorzitter: Het amendement is ingediend door de fractie van PvdA en wordt ondersteund door SGP, ChristenUnie, CDA, Lijst IJpelaar en D66. De heer Frodyma: Ik hoorde de heer Ottens in zijn betoog vermelden dat hij de extra vergoeding voor raadsleden wil gaan intrekken, omdat het onder andere niet behoort tot het basisinkomen van raadsleden. Maar ik wil de heer Ottens erop wijzen dat die vergoeding ook een middel is om jongeren over de streep te trekken om bijvoorbeeld voor het raadslidmaatschap te kiezen, daar die inkomsten van de jongeren uiteindelijk nog niet tot volledige wasdom zijn gekomen.

Het dient dus eigenlijk meer doelen dan alleen een vergoeding voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Dat is mijn reden uw amendement niet te ondersteunen. Als je het amendement breder gaat trekken om ons over te halen ervoor te stemmen, zou u voor moeten stellen dat ook het college zijn dertiende maand gaat inleveren, bijvoorbeeld. Dan heeft het ook een veel grotere impact op het bedrag dat je ermee bespaart. De heer Ottens: Ik vind het een uitstekende suggestie die ik graag zou overnemen. Ik zie de voorzitter instemmend knikken. Dat doet hij als voorzitter van de raad, want als Notulen raadsvergadering 12 november 2020

26

voorzitter van het college denkt hij daar vast anders over. Het college werkt meer dan 40 uur in de week en heeft daarnaast geen neveninkomen. Of dat inkomen hoog of laag is bij raadsleden weet ik niet. Wij krijgen een vergoeding voor ons raadswerk. Die is niet bijster hoog. Als je kijkt naar het werk wat je erin steekt, kun je beter een krantenwijk nemen. Nogmaals, de rechtspositieregeling geeft daar recht op, maar als je als raad besluiten neemt die de samenleving treffen, vind ik ook dat je naar jezelf mag kijken. Iedereen moet daarvoor zichzelf de afweging maken, maar je moet je als raad ook bedenken wat voor beeld je daarmee afgeeft aan die samenleving wanneer je 3,5 miljoen bezuinigt. De heer Frodyma: Daar ben ik het mee eens, mijnheer Ottens. Maar ik zei dat het ook een ander doel dient. Dat blijft overeind staan. We willen jongeren interesseren voor het raadslidmaatschap en dat is voor mij toch best wel zwaarwegend. De heer Ottens: Als ik jongeren spreek over het raadslidmaatschap, gaat het nooit over het inkomen. Dan gaat het erover waar het over gaat in de raad, waar je over kan meebeslissen en waar wij voor staan. De heer Frodyma: Dat ben ik niet met u eens, mijnheer Ottens. Ik heb mij beziggehouden met de certificering van raadsleden. Een van de dingen die daar naar voren kwam, was dat de vergoeding niet in verhouding staat tot de tijd die je erin stopt.

En het inkomen van die jongeren is vaak nog niet tot wasdom gekomen. De heer Tiemstra: Even kort een reactie richting de heer Frodyma. U wijst op het feit dat een dertiende maand boven op de huidige raadsvergoeding juist een prikkel voor de jongeren zou zijn. Bent u van mening dat dat een juiste prikkel is? Zou een jongere door een dertiende maand over de streep getrokken moeten worden om de belangen van de samenleving te dienen? Zou de raadsvergoeding zoals die er nu is – of we die hoog of laag vinden, laten we in het midden want we nemen er allemaal genoegen mee. Zou dit de juiste prikkel zijn? Is LokaalBelang naar zulke kandidaat-raadsleden op zoek? De heer Frodyma: Ik heb diverse sessies bijgewoond, die bedoeld waren om jongere raadsleden te trekken naar het raadslidmaatschap. Dit was een van de middelen om die jongeren over de streep te trekken. De certificering was het hoofddoel, maar het was ook zeer duidelijk dat de vergoeding voor raadsleden zeer beneden peil was. Dat, en het tijdsbeslag dat het met zich meebrengt, maakt jongeren niet geïnteresseerd daarin. De heer Tiemstra: Tot slot. Ik denk dat het goed zou zijn om de VNG erbij te betrekken als we het hebben over de vergoeding van raadsleden. Tot die tijd zullen we het doen met de vergoeding, zoals die thans is vastgesteld.

Maar nogmaals, die dertiende maand als extra prikkel is niet iets waar wij van opknappen en in onze achterban leeft dat in ieder geval niet. De heer Frodyma: Dat mag de heer Tiemstra vinden. De heer Van Zelst: Ik heb een voorstel aan de heer Ottens. Misschien kan hij zijn amendement zo aanpassen dat het geldt voor iedereen tot 25 jaar. Dan hebben we die jongeren wel en nemen de ouderen gewoon afstand. Dan kunnen we tegemoetkomen aan de wensen van LokaalBelang en dan kunt u het regelen. De heer Ottens: Ik vind het een goed voorstel om het doel van de heer Frodyma te dienen, maar ik denk dat we dan in de knel komen met mensen die wijzen op leeftijdsverschillen. De voorzitter: Zo is dat. De volgende spreker komt deze kant op.

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

27

De heer Spierings: Ik wil reageren op de passage uit het betoog van de heer Ottens die betrekking had op Tavenu. Ik vond het een goed verhaal. We hebben in onze fractie gekeken of wij met het amendement konden instemmen. Maar daar hebben we toch wel wat moeite mee, ook gezien de brief die we hebben ontvangen van Tavenu en het hoor en wederhoor dat ik heb geprobeerd toe te passen. Zou u het amendement niet zodanig aan kunnen passen dat het gewoon past bij de brief? De Tavenu heeft immers heel veel energie gestoken in het herstellen van de relatie en uiteraard ook gezegd dat we die € 132.000 bezuiniging in 2021 gaat doen. Dat is niet leuk, zeker omdat het niet onderbouwd is. Die andere jaren vinden wij ook een stap te ver en we zouden even willen afwachten, in het kader van hoor en wederhoor, wat de wethouder daarop te beantwoorden heeft. Dus waar die bezuinigingen in de jaren daarna vandaan komen, en, zoals u ook aangeeft, wat ze dan eventueel minder zouden moeten gaan leveren. Daarmee zouden ze misschien wel kunnen leven. Mijn punt is dat wij het prettig zouden vinden als die meer zou passen in de reactie van De Tavenu zelf, namelijk “we hebben die afspraken gemaakt, we willen niet meer over het rapport praten want dat hebben we mondeling afgesproken.

Die € 132.000 bezuinigen vinden we dan prima, en voor de rest, andere jaren, willen we nog met elkaar in gesprek gaan.” Hoe staat u daar tegenover? De heer Ottens: Ik begrijp uw voorstel. Over die € 132.000 geef ik ook aan dat ze daarmee hebben ingestemd, of ze nou van harte akkoord zijn gegaan of niet. Ik heb een inhoudelijke motivering om dat nu niet te doen. Dat ligt niet zo zeer bij Tavenu maar bij de problemen waar de jongeren nu mee te maken hebben. Dat is een politieke afweging. Ik zou daar ook heel graag de reactie van de wethouder op willen horen, maar wat betreft uw stellingname ten aanzien van de meerjarenbegroting, ook in het toepassen van hoor en wederhoor en dat daar niet met het Tavenu over is gesproken, zitten we volgens mij volledig met elkaar op één lijn. Ik denk dat we na de reactie van het college even moeten schorsen om te bekijken hoe we dat in een opdracht kunnen formuleren. Zelfs al zou het college dit overnemen, dan nog moeten we dat met een besluit bekrachtigen. Dat zou dan in de vorm van een amendement moeten, al dan niet aangepast. Dus nogmaals, wij zijn het volledig eens als het gaat om de meerjarenbegroting. Het andere is een politieke afweging en daar moeten we het straks over hebben. De heer Spierings: Oké, dan wachten we de beantwoording door het college af.

De heer Slaats: De heer Ottens sprak met ons ook over het afschaffen van de ombudscommissie, zoals dat op dit moment in de begroting verwerkt staat. GroenLinksaf hecht veel waarde aan de ombudscommissie zoals die er nu is. In het amendement dat u heeft opgesteld, heeft u twee dingen beschreven. Enerzijds geeft u aan dat we nu moeten stoppen met het afschaffen van de ombudscommissie, even heel zwart-wit gezegd. Anderzijds zegt u graag een rekenkameronderzoek naar de klachtenafhandeling in de eerste lijn te willen. Zijn die twee dingen echt aan elkaar gekoppeld bij u? Want in uw overwegingen schrijft u ook voor dat we, voordat we overgaan tot stoppen met de ombudscommissie, dat onderzoek moeten doen. Zijn die twee dingen gekoppeld of wilt u sowieso doorgaan met de ombudscommissie? Staat u er open voor? De heer Ottens: Die twee zaken zijn wel aan elkaar gekoppeld, dus eerst een evaluatie van de hele klachtenbehandeling. Anderen hebben ook gesproken, of het nu over de juridische kosten of de grondhouding in het kader van participatie was. Ik vind dat die hele range onafhankelijk onderzocht moet worden en dat je dan pas een besluit moet nemen over de vraag of we de ombudscommissie moeten continueren of niet.

Als onafhankelijk wordt vastgesteld dat mensen in de volle breedte tevreden zijn over de huidige klachtenafhandeling binnen de gemeente en dat de ombudscommissie als gevolg daarvan weinig te doen heeft, moeten we ook zo rationeel zijn om te concluderen dat we in dat enkele geval mensen die echt niet tevreden zijn begeleiden naar de Nationale Ombudsman. Notulen raadsvergadering 12 november 2020

28

De heer Slaats: Dank u wel. Dat is een helder antwoord. Mevrouw Schuijffel: Ik wil nog heel even aansluiten op het gesprek van net tussen de heer Spierings en de heer Ottens. Wij zitten er een beetje vergelijkbaar in als het gaat om het proces zoals het nu loopt. Ook die bezuiniging van volgend jaar, van € 132.000, lijkt ons iets wat doorgang moet vinden. Maar wij hikken wel ertegenaan dat het evaluatiegesprek pas volgend jaar plaatsvindt. Dan bekijken we hoe we verdergaan. Het is dus wat prematuur om die bezuiniging voor de komende jaren al in te boeken. Ik zit dus op hetzelfde spoor. Ik denk dat het goed zou zijn om daar straks even samen naar te kijken. De heer Ottens: Dat is helder. Nog één opmerking daarover, die ik niet richting de heer Spierings heb gemaakt en die ook in de brief van De Tavenu wordt aangehaald: de huidige bezuiniging is gebaseerd op een verwijzing naar het rapport van Radar, waarvan de wethouder telkens heeft gezegd dat het voor intern gebruik is. Nu wordt dat rapport aangehaald als reden om te bezuinigen. Dat vind ik een belangrijk politiek punt om ook vanuit het college een reactie op te krijgen. Ook dat rapport is niet besproken met Tavenu. Mevrouw Schuijffel: Vallen we dan niet in herhaling? Dit hebben we in mei ook al aan de orde gebracht, dus dat is eigenlijk iets wat we al wisten.

De heer Ottens: Ja, maar in mei/juni werd er door het college gezegd dat het over het Jeugdkader ging en niet over Tavenu. Er werd niet inhoudelijk op ingegaan. En in juni en de periode daarvoor gaf de wethouder telkens aan dat dit rapport alleen bedoeld was voor intern gebruik. Nu staat het in een openbare begroting als motivatie voor de bezuiniging op Tavenu. Dat vind ik een erg belangrijk politiek punt waar ik een reactie van het college op wil. De heer Spierings: Ik wil daar nog even op inhaken. Het ging De Tavenu er nu net om dat ze de discussie over dat rapport niet meer willen voeren. Daarom hebben ze genoegen genomen met die € 132.000, maar ze maken de stap voorwaarts en vinden het heel belangrijk dat de relatie hersteld wordt. Die indruk krijg ik tenminste, ik moet het nog terugkrijgen van de wethouder. Daar liep het in het verleden nogal op fout. Door de afspraak te maken dat het rapport blijft zoals het is en dat Tavenu die € 132.000 voor lief neemt, maken de twee partijen nieuwe afspraken voor de toekomst. Dat zou de VVD-fractie ook graag zien. Het is ons er alles aan gelegen om preventief met de jeugd om te blijven gaan om problemen in de toekomst te voorkomen. De voorzitter: Dat heeft u net al heel duidelijk verwoord. Ik stel voor dat we het nu afronden, we hebben alle informatie.

Ik denk dat u dadelijk na het antwoord van de wethouder gaat schorsen, maar graag geen herhaling van zetten, mijnheer Ottens. De heer Ottens: Geen herhaling van zetten, maar het klopt dat De Tavenu wil inzetten op de goede relatie, maar tegelijkertijd spreekt ze, in dezelfde brief, haar verbazing uit dat dit als motivatie wordt aangehaald, terwijl dat rapport niet met hen is besproken. De voorzitter: Ik zie non-verbale instemming, akkoord? Het woord is aan de heer Klerx. De heer Klerx: Ik wil toch nog even terugkomen op de ombudscommissie, want ik heb ondertussen het jaarverslag van 2019 er even bij gezocht. Daarin staat dat er zes klachten in behandeling zijn genomen. De heer Ottens had het erover dat het, wanneer er weinig behandelingen zijn, best wel reëel is dat we weer overgaan naar de Nationale Ombudsman. Ik kan me voorstellen dat dit dus de overweging van het college is geweest, door te zeggen dat het hun bij zes in behandeling genomen krachten, rendabeler en beter lijkt zich aan te Notulen raadsvergadering 12 november 2020

29

sluiten bij de nationale ombudscommissie. Ook vroeg ik me af wanneer dan voor u de grens bereikt is om aan te sluiten bij de nationale ombudscommissie. De heer Ottens: Ik dacht dat ik dat ook in antwoord op de vraag van de heer Slaats heb gezegd. Ik heb gezegd dat we nu niet zonder enig besluit en onderbouwing de ombudscommissie willen afschaffen, maar dat we eerst de rekenkamercommissie willen vragen een onderzoek in te stellen naar de totale klachtenafhandeling. Daar heb ik een aantal voorbeelden voor gegeven. Anderen hebben daar ook in het kader van participatie en juridische kwesties voorbeelden van gegeven, dus vraag eerst de rekenkamercommissie onderzoek te doen naar de totale klachtenafhandeling. Ik heb ook aangegeven in mijn betoog dat wij signalen krijgen dat mensen niet verder geholpen worden als er klachten of bezwaren ingediend worden, of dat er dan trajecten opgeschort worden. Ik vind dat nogal wat om als gemeente te zeggen tegen inwoners. Dat soort zaken wil ik er dus ook graag bij betrekken. Als daaruit blijkt dat iedereen tevreden is en dat de ombudscommissie inderdaad weinig klachten krijgt, omdat klachten naar tevredenheid zijn afgehandeld, moeten we op basis van die evaluatie een besluit nemen. De heer Klerx: Volgens mij vroeg ik naar de ondergrens wanneer we wel naar de nationale ombudscommissie gaan, want ik heb uw antwoord aan de heer Slaats gehoord.

Wellicht kunt u daar een concreet aantal bij noemen. Het was zes, wanneer is die ondergrens bereikt? Dat was mijn vraag. Ik snap wat u zegt over evalueren, dat kun je straks ook doen, nadat we ons hebben aangesloten bij de nationale ombudscommissie. De heer Ottens: Die ondergrens ligt niet alleen aan het aantal klachten dat bij de ombudscommissie wordt neergelegd. Het gaat ook om welke lessen de ombudscommissie daaruit trekt en weer teruglegt bij de gemeentelijke organisatie. Daar zit ook waarde in. Het gaat niet zo zeer om of tien of minder nu genoeg is. Als uit de tien klachten een aantal gegrond verklaard worden en er worden hele goede adviezen richting de gemeente gegeven, dan heeft de ombudscommissie zijn waarde bewezen. Het zijn ook geen mensen die 40 uur per week met de gemeente Waalwijk bezig zijn. De heer Klerx: Helder. Ik denk dat een heleboel vragen van u beantwoord worden in de jaarverslagen van de ombudscommissie, maar dan evalueren zij zichzelf. Ik denk dat de gemeente ook zichzelf heeft geëvalueerd, dus ik snap uw suggestie om dit door een extern bureau te laten doen. Maar ik denk dat we, ook op deze informatie afgaand, onze besluiten kunnen nemen. De heer Spierings: Ik heb een klein vraagje aan de heer Ottens met betrekking tot de ombudscommissie.

Het blijkt dat er inwoners in onze samenleving contact opnemen met de gemeente en vragen hoe zij in contact kunnen treden met de Nationale Ombudsman. Dan krijg je te horen dat dat niet kan, omdat de gemeente daar niet bij aangesloten is. Hoe lost u dat op? De heer Ottens: Als het klachten zijn die niet de gemeente treffen, maar een andere organisaties die geen klachtencommissie hebben, zoals Casade, dan staat de weg naar de Nationale Ombudsman open. Hier gaat het echter om klachten die op het handelen of gedragen van ambtenaren of bestuurders slaan. Daarvoor hebben wij als raad juist de gemeentelijke ombudscommissie in het leven geroepen. Dat is een stapje dichterbij dan de Nationale Ombudsman. Dan geldt het ook voor deze inwoners dat zij bij klachten eerst bij de ombudscommissie komen, en daarna staat nog altijd de weg naar de Nationale Ombudsman open. Die weg is niet afgesloten met onze ombudscommissie. De heer Spierings: Misschien ben ik niet goed geïnformeerd, maar veel mensen zeggen dat ze met een klacht over de gemeente liever naar de Nationale Ombudsman gaan, omdat Notulen raadsvergadering 12 november 2020

30

ze bang zijn dat de gemeentelijke ombudscommissie een slager is die zijn eigen vlees keurt. Die gedachte zit daarachter. Dat wordt nu geblokt omdat de gemeente geen abonnement heeft op de Nationale Ombudsman. De heer Ottens: Ook onze gemeentelijke ombudscommissie is een tweedelijnscommissie. Als je een klacht hebt over de gemeente moet je hem altijd eerst bij de gemeente indienen en de gemeente moet dan de klacht in behandeling nemen om hem vervolgens te herstellen dan wel ongegrond te verklaren. Daarover horen wij weleens zeggen dat de gemeente zijn eigen vlees keurt. Daar zal ook een beetje angst in schuilen. Dat is echter inherent aan de procedure en de wet. Als je daar niet tevreden over bent, kun je naar de ombudscommissie. En als je daar weer niet tevreden over bent, kun je naar de Ombudsman. Als je de gemeentelijke ombudscommissie, die dichterbij staat dan de Nationale Ombudsman, ertussenuit snijdt, en mensen zijn niet tevreden over de klachtenafhandeling, dan is de stap naar de Nationale Ombudsman een stuk groter. De heer Tiemstra: Ik heb een vraag aan de heer Klerx. De lokale ombudscommissie is een paar jaar bezig en doet enorm zijn best. Misschien volgen ze zelfs wel deze raadsvergadering. Vindt u het netjes tegenover de leden van de lokale ombudscommissie om te debatteren over de lokale ombudscommissie en terug te gaan naar de Nationale Ombudsman.

Vindt u niet dat we, wanneer er een behoefte aan is bij de meerderheid van deze raad, allereerst eens grondig moeten uitzoeken wat de voor- en nadelen zijn, hoe de lokale ombudscommissie functioneert qua bereikbaarheid, resultaten en qua afstemming met de gemeente. Zouden we er niet eens goed over na moeten denken of het werkelijk winst oplevert? Tenslotte zijn we ook niet over één nacht ijs gegaan toen we als meerderheid van de raad besloten om tot een lokale ombudscommissie over te gaan. Is het niet verstandiger om dat te bezoeken, op een manier van “bezint eer gij begint”? Vindt u het ook chic tegenover de leden van de lokale ombudscommissie om vanavond te zeggen ermee te willen stoppen? De heer Klerx: Het is een voorstel en wij gaan er over. U had alle vrijheid de ombudscommissie erbij te betrekken, als u dat chic had gevonden. Het is immers een voorstel dat in de raad besproken wordt. Ik proef uit de discussie dat we dat allemaal niet hebben gedaan. Maar het voorstel ligt vanavond voor. Het is een flinke financiële uitdaging en volgens mij is het al veelvuldig ter tafel gekomen. Daar moeten we keuzes in maken. Sommige keuzes zijn misschien niet zoals we het ooit hadden bedacht toen we in financieel iets minder moeilijkere en uitdagendere tijd verkeerden. Dit is in onze ogen wel een billijke ombuiging.

De heer Tiemstra: En juist die billijke ombuiging ontgaat me, want daar liggen geen argumenten onder, althans, die hoor ik niet. Als die uit de evaluatie zouden komen, ben ik bereid erover na te denken. Op dit moment, vind ik het veel te kort door de bocht om het zo te stellen. En ik vind het ook niet netjes. De heer Klerx: Ja, dat snap ik, en hadden we maar de tijd om heel veel te evalueren. Soms moet je snel keuzes, zeker wanneer het zoals nu om keuzes maken gaat. Die keuzes doen soms pijn, maar wij denken dat dit wel uit te leggen is, want ook de kwaliteit van de Nationale Ombudsman is hartstikke goed. Die paar gevallen die wij nu door lokale ombudscommissie laten behandelen, kunnen volgens mij ook zeer goed worden behandeld door de Nationale Ombudsman. De heer Van Zelst: Even naar aanleiding van hetgeen de heer Spierings net inbracht. Hij zegt dat een burger die naar de Nationale Ombudsman wil, die mogelijkheid niet heeft. Ik herinner me dat wij prima naar de Nationale Ombudsman kunnen. Dat staat ook in onze klachtenverordening uit 2003. Die klachtenverordening rammelt en ik denk dat we straks even een motie moeten opstellen, waarin we het college opdracht geven om met een Notulen raadsvergadering 12 november 2020

31

nieuwe verordening te komen. Eentje die niet rammelt, en waarin het ook meteen rechtgezet kan worden. De voorzitter: Een nieuwe klachtenregeling staat al op de agenda voor januari. De heer Van Zelst: Dat heb ik nog niet kunnen zien. Heel goed. Mevrouw Schuijffel: Ik heb nog een vraag aan meneer Klerx. Ik begrijp uit zijn vragen dat hij de ombudscommissie beoordeelt op het aantal klachten dat is binnengekomen. Zou je niet veel eerder moeten kijken naar de impact die de ombudscommissie heeft? Ik denk dat dat een belangrijke is. De commissie draait sinds 2017 en is eigenlijk net uit de startblokken. We hebben misschien wel zicht op de aantallen, maar nog niet helemaal op de impact die de commissie kan genereren. Dat zou voor mij een reden zijn om die evaluatie af te wachten. De heer Klerx: Volgens mij is deze ombuiging voornamelijk gedaan vanuit financiële overwegingen. Ik wil niets afdoen van de kwaliteit van de lokale ombudscommissie. Ik heb net zoveel vertrouwen in de lokale ombudscommissie als in de Nationale Ombudsman. We staan nu denk ik op een punt waarop we een aantal bezuinigingen moeten doen. Er zijn een heleboel voorstellen gedaan, waarvan je kunt zeggen dat het hele mooie voorstellen zouden zijn als we er wat meer geld aan konden besteden. Ik denk dat we nu keuzes moeten maken en daarom ligt het voorstel voor.

Het gaat mij dus helemaal niet om de kwaliteit, maar het is puur een financiële overweging. De voorzitter: Zullen we het daarbij laten? Ik zie dat de heer Tiemstra nog iets wil zeggen. De heer Tiemstra: Ja, in de richting van de heer Ottens. Ik constateer dat de kosten van de lokale ombudscommissie maar klein zijn. Het is dus een hele kleine bezuiniging. Als je zegt dat we keuzes moeten maken, moet dat ons wat waard zijn. Hoeveel mag een goede tweedelijnsklachtenbehandeling ons waard zijn, gelet op alles wat er vanavond al gezegd is? Moeten we dit dan werkelijk zo doen, mijnheer Klerx? Ik snap de gedrevenheid niet zo. De voorzitter: Misschien moet u er in tweede instantie op terugkomen. Aan de hand van de moties en amendementen gebeurt dat toch. Misschien moet u nog even vragen aan de portefeuillehouder wat hij ervan vindt. Wellicht scheelt dat. Ik denk dat u het daarna opnieuw agendeert. Ik hoor nu echter geen nieuwe argumenten. Zullen we naar de volgende bijdrage gaan? Er wachten er nog vier. Het woord is aan de heer Van Groos. Daarna ga ik naar de VVD. De heer Van Groos: Voorzitter, geachte kijkers en luisteraars. Het eerste punt van ons betoog gaat over “geen corona”. Want het meest bizarre aan de begrotingsdocumenten vinden wij dat het op geen enkele manier erkent wat corona voor de Waalwijkse samenleving en de financiën van de gemeente Waalwijk betekent.

Corona is in deze begroting slechts een voetnoot. Oh ja, we hebben in Nederland nog te kampen met COVID-19, maar ondertussen gaan we door met dure plannenmakerij, alsof er niets aan de hand is. Waar is bij deze coalitie en bij dit college de zorg voor de zwakkeren in de samenleving? Voor de ouderen die gedwongen worden zo lang mogelijk thuis te blijven, maar in deze tijd vereenzamen? Voor mantelzorgers? Voor de schoolverlaters en de jongeren die na een flexcontract geen werk vinden? Voor de arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden moeten wonen en worden vervoerd? Zelfs de controle die hen moet beschermen is op een lager pitje gezet. Wat betekenen de al dan niet intelligente, volledige of halve lockdowns voor het welbevinden van mensen, voor onze jongeren die toch al of nog net niet een beroep moeten doen op professionele jeugdzorg, voor jongeren van wie de thuissituatie toch al niet veilig was? Notulen raadsvergadering 12 november 2020

32

Niets van dat alles en toch bulkt de actualisering van de ambities, ingebracht door het college en de coalitie door middel van de kadernota genaamd addendum, terwijl de raad daarbij buitenspel is gezet. Die mag vanavond weer tekenen bij het kruisje. Voorzitter, staat bij u het schaamrood op de kaken dat u eraan mee heeft gewerkt om de raad niet de ruimte te bieden om tijdig kaders te stellen en wensen kenbaar te maken? Of hebt u het wel opgenomen voor met name de oppositiepartijen, maar hebt u niets meer te zeggen binnen het college? Qua ambities lijkt er sinds corona niets te zijn veranderd. De coalitie zet in op ongebreidelde economische expansie door het verspillen van middelen voor toekomstige generaties. Extra middelen zijn weer nodig voor programmamanagement, voor investeringen in de binnenstad, in duurzame mobiliteit terwijl voor het sluipverkeer vanwege Hooipolder nog steeds geen oplossing is, voor evenementenbeleid terwijl het geen tijd is om publiek feest te vieren, ook niet als er een goed vaccin is. Voor data gedreven werken, de beleidsreserve moet worden aangevuld vanuit de Algemene reserve enzovoort, enzovoort. Dit college zet de verkeerde accenten. Wij dienen daarom mede namens enkele andere fracties twee amendementen in met betrekking tot programmamanagement en evenementenbeleid.

Een programmamanager sociaal domein had veel ellende kunnen voorkomen, alleen al door te kijken waar al dat geld naartoe ging. Duurzaamheid is verengd tot enkele onderwerpen en wordt niet breed ingezet. Waarom doet u niets aan de toenemende tweedeling in de Waalwijkse samenleving en weigert u in te zien dat hier iets heel erg misgaat? Dit college bulkt van de concrete ambities, maar maakt geen duidelijke keuzes als het om het sociale domein gaat. Er kan wel een avond worden georganiseerd om de plannen voor het centrum van Waalwijk voor het voetlicht te brengen. Maar de uitleg over de maatregelen kan pas na het vaststellen van de begroting. Voor personeel bij team WijZ moet er een half miljoen bij, terwijl op de uitvoering van Jeugdzorg en Wmo voor eenzelfde bedrag wordt bezuinigd. Wat gaan onze inwoners merken van alle bezuinigingen in het sociaal domein? Dat antwoord wordt niet gegeven. Voor de organisatie van het sociaal domein wordt wel extra geld uitgetrokken, maar op het programma wordt gekort. Ook is het bijzonder dat veel van de efficiencymaatregelen in het sociale domein moeten plaatsvinden en dat een bezuiniging bij de buitendienst eerst een extra investering vraagt voor het aanleggen van een eigen tank. De besparing wordt al opgenomen, terwijl de kapitaallasten niet zijn geraamd.

Het komt bij meer ombuigingen voor dat het college wel al een voorschot neemt op mogelijke toekomstige bezuinigingen, bijvoorbeeld vanwege de invoering van de Omgevingswet, maar de te voorziene extra uitgaven voor handhaving over het hoofd ziet. En onder het mom van samenwerking worden taken afgeschoven naar partners, zoals Casade en Den Bolder. De begroting wordt op verschillende manieren opgepoetst om een gunstiger beeld te creeren. Zo wordt bijvoorbeeld het structurele wijkbudget tijdelijk verlaagd om het in die tijd aan te vullen met middelen vanuit de algemene reserve. Een andere maatregel is het verlagen van onderhoudsbudgetten, terwijl onderhoud vaak niet lager kan. Die rekening wordt dus doorgeschoven. Jarenlang waren de opbrengsten bij de zwembaden lager dan geraamd. In 2019 was er een keer een mooie zomer en op basis van dit ene jaar worden de bedragen weer hoger geraamd. Vanaf 2024 is een structurele netto-opbrengst van € 500.000 door het plaatsen van windturbines opgenomen, terwijl de raad nog een besluit moet nemen over grootschalige opwek en eerder raadsbreed is besloten dat het windprojecten sociaal zouden moeten zijn. Weliswaar wordt de ozb met rust gelaten. Toch zullen de lokale lasten met meer dan 7% stijgen. De stelling van de portefeuillehouder dat de bewoners met rust worden gelaten, is dan ook niet juist.

Mogelijk doelt hij op het ten onrechte te langzaam opvoeren van de parkeerinkomsten. Maar met deze begroting en Notulen raadsvergadering 12 november 2020

33

nog veel onzekerheden over het realiseren van bezuinigingen, over de financiële effecten van de coronacrisis kan de kostendekking beter in één keer worden gerealiseerd. Daartoe dienen we mede namens D66, SGP, PvdA en Lijst IJpelaar een amendement in. Een deel van de huidige financiële problemen had kunnen worden voorkomen. Want het college heeft waarschuwingen voor de gevolgen van het abonnementstarief Wmo, voor het voortdurend incidenteel afdekken van tekorten in het sociaal domein en het te laag ramen van budgetten hiervoor genegeerd, net als voor het inzetten van incidentele middelen voor structurele zaken, zoals ook nu weer bij data gedreven werken dreigt te gebeuren. Ook opmerkingen over de extra belasting op het storten van afval en het oneigenlijk gebruik van PMD-zakken zijn in de wind geslagen. Dit laatste heeft tot gevolg dat goedwillende burgers worden gedwongen om mee te betalen aan wangedrag. U zult begrijpen dat wij veel moeite hebben met de vanmiddag ter besluitvorming voorliggende documenten. Ook danken we de opstellers van de documenten en degenen die, soms erg laat, onze vragen hebben beantwoord. Wij vinden het echter niet verantwoord wat het college voorstelt en hebben op enkele punten een amendement ingediend en zullen moties plus amendementen van andere partijen steunen in de hoop dat het wat beter wordt.

Wij sluiten onze bijdrage in eerste termijn af met de volgende wens: Ik hoop dat wij het verlangen opmerken naar een gemeenschap waar uitsluiting heerst, naar een veilig thuis waar vervreemding heerst, naar liefde waar angst heerst. Dat wij elkaar willen kennen als vervullers van elkaars leven, als medebouwers van een gemeenschap, waar mensen oog hebben voor elkaar. Dat wij bij ons knagend geweten, in ons aarzelend verlangen, in onze kwijnende hoop, ons ooit aan elkaar zullen verbinden in liefde voor de medemens. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn drie amendementen. Amendement H gaat over parkeertarieven.

Amendement H: Parkeertarieven Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat, • de gemeente jaarlijks ruim € 4 ton tekortkomt op Parkeer producten; • dit tekort vooral wordt veroorzaakt door het verlengen van de niet geslaagde parkeerproef, waardoor het tarief achter de slagboom nu het eerste uur/de eerste twee uren € 0,00 is en bij de parkeerapparatuur € 0,10; • het lastig is uit te leggen dat het eerste uur achter de slagboom gratis is en voor andere locaties niet; overwegende dat: • het verlagen van de tarieven niet heeft geleid tot meer centrumbezoek en het verhogen nauwelijks effect zal hebben op het bezoek; • sommige bezoekers van de slagboomterreinen denken dat ze niet meer langs de betaalapparatuur hoeven, omdat ze menen gratis binnen een uur weg te zijn, waardoor als dit niet het geval blijkt te zijn, enorme wachtrijen voor de slagboom ontstaan; • het stoppen met dit nultarief dit probleem opheft; • de geactualiseerde begroting 2021 nog een ruim tekort kent; • de parkeertarieven beter één keer goed kunnen worden aangepast, dan dat de automobilist 3 jaren achtereen worden geconfronteerd met een tariefsverhoging; besluit: 1. het college op te dragen het tarief voor de eerste nu gratis uur/uren parkeren achter de slagbomen te verhogen naar € 0,30;

Notulen raadsvergadering 12 november 2020

34

2. de tarieventabel behorend bij de Verordening Parkeerbelasting 2021 als volgt te wijzigen: het tarief van € 0,10 per uur overal vervangen door € 0,30 per uur. De voorzitter: Het amendement is ingediend door de fractie van de ChristenUnie en wordt gesteund door D66, SGP, PvdA, Lijst IJpelaar en Lijst Pouw. Amendement K: budget evenementenbeleid Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • in de Actualisering begroting 2021 wordt voorgesteld het budget voor evenementen met € 33.000 te verhogen in 2021 en 2022; • het hieraan ten grondslag liggende voorstel op verzoek van de portefeuillehouder zelf onlangs van de raadsagenda is gehaald. overwegende dat: • de coalitie deze bestuursperiode al € 35.000 structureel aan dit budget heeft toegevoegd; • na de huidige pandemie, waarvan het einde nog niet in zicht is, maar die wel al veel menselijk leed tot gevolg heeft, het niet past om meer op evenementen in te zetten alsof er niets is gebeurd; • zelfs het totale budget in 2021 om die reden zou kunnen worden geschrapt; Besluit: ambitie A.024 Versterken evenementenbeleid te schrappen in de begroting 2021. De voorzitter: Het amendement is ingediend door de fractie van de ChristenUnie en wordt ondersteund door de SGP, Lijst IJpelaar en PvdA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9471473/1