CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 (gewijzigd) vast te stellen bestemmingsplan Molenhoek

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Molenhoek”28.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Voor het bouwen binnen deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld. Bij ingrepen groter dan de genoemde waarde moet, naar oordeel van het bevoegd gezag, de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld. Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Voor het bouwen binnen deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 5.000 m² en dieper dan 50 cm onder maaiveld. Bij ingrepen groter dan de genoemde waarde moet, naar oordeel van het bevoegd gezag, de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 8 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden In dit artikel zijn de regels opgenomen die voorkomen dat een gebruiksverandering en/of verleende omgevingsvergunning leidt tot onvoldoende ruimte voor het parkeren en/of laden en lossen.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|52

Artikel 9 Algemene gebruiksregels In artikel 9 zijn een tweetal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen; een ten aanzien van de gemeentelijke groennorm en een ten aanzien van de waterbergingseis van 60 mm. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringzone – beschermingszone molen' mogen, onverminderd het elders in dit plan bepaalde, geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd met een grotere hoogte van 3 m. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan af te wijken, indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de windvang van de in de beschermingszone gelegen windmolen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Artikel 12 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|53

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief. Voor de bouw en exploitatie van het beoogde initiatief wordt een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hiermee wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het planvoornemen is in samenwerking met een klankbordgroep vormgegeven. In een klankbordgroep betrekt Casade de gemeente, omwonenden en bewoners die terug willen keren naar de vervangende nieuwbouwwoningen bij de plannen. Voor de locatie zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd. Daarbij is uitgebreid gecommuniceerd tussen de initiatiefnemer en de betrokkenen. Eerste bijeenkomst 28 juni 2021 Op 28 juni kwamen tweeëntwintig omwonenden en bewoners naar Zidewinde in Sprang-Capelle voor de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep. De bijeenkomst begon met een verklaring van het bestuur van Bewonersvereniging Molenstraat, Burgemeester Smitstraat en Molenplein i.o. en een uitgebreide discussie over de reden voor de sloop van de woningen. Daarna hoorde de klankbordgroep meer over de manier waarop men samen aan het nieuwbouwplan willen werken. Ook legden men de uitgangspunten voor een duurzame toekomst in Molenhoek uit. Architectenbureau De Loods presenteerde vervolgens de eerste stedenbouwkundige ontwerpen. Bewoners en omwonenden vertelden hun ideeën. Bewoners en omwonenden vertelden wat zij belangrijk vinden als het gaat om de buitenruimte, veiligheid, de toekomstige woningen en het appartementengebouw. Het projectteam heeft genoeg input gekregen om met een aangepast stedenbouwkundig voorstel te komen voor de ontwikkeling van Molenhoek.

Tweede bijeenkomst 6 september 2021 Op 6 september was de tweede bijeenkomst met de klankbordgroep. Tijdens de tweede bijeenkomst presenteerde het projectteam twee nieuwe mogelijkheden. Dit waren de reacties van de klankbordgroep: Algemeen • Blij om te zien dat alle opmerkingen op het plan uit de eerste bijeenkomst verwerkt zijn in de nieuwe twee mogelijkheden; • Wens voor meer duidelijkheid over huurprijzen en planning; • Blokje Jan Jannenstraat ligt een beetje verloren.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|54

Appartementencomplex Molenplein • Twee mogelijkheden voorgesteld: mogelijkheid A: compact woongebouw en mogelijkheid B: woongebouw met galerij. Er is unaniem gekozen voor mogelijkheid A: compact woongebouw; • Achterpad bij woongebouw kan ook worden verlegd en bijvoorbeeld in het groen worden opgelost; • Zorgen over inkijk van appartementen op Meidoornlaan 34. Erfafscheidingen • Realiseer een goede erfafscheiding tussen seniorenwoningen en bestaande woningen; • Leilinden/groen plaatsen tussen seniorenwoningen en Molenplein 16 om inkijk vanuit appartementen te voorkomen; • Aanleggen van een achterom/achterpad bij het noordelijkste blokje Burgemeester Smitstraat, oppassen voor doorloop. Groen •

Volledig herinrichten groen aan achterkant > bestaande bomen kappen om overlast te voorkomen, nieuwe bomen planten.

Parkeren • Onzekerheid over aantal parkeerplekken voor nieuwe woonblokken zuidkant Molenstraat en voor de nieuwe seniorenwoningen; • Voorstel: parkeerplekken op kop Jan Jannenstraat/Molenstraat slag draaien; • Bij de molen is nog meer ruimte voor parkeerplekken; • Rekening houden met parkeren werkbussen, zodat bewoners geen last hebben; • Appartementen Jan Jannenstraat naar achter en aan Jan Jannestraat dwars parkeren; • Parkeerhoek achter appartementencomplex verbeteren voor meer parkeerplaatsen; • Gemeente bekijkt het parkeerverbod in de Meidoornlaan omdat dit verbod de parkeerdruk mogelijk vergroot in de Molenstraat. Veiligheid • Letten op inbraakgevoeligheid aan de achterkant van de parkeerplaats aan het Molenplein; • Molenplein is de drugsplek voor hangjongeren, wordt slechts 1 keer per jaar gebruik (door de Bijbelclub). Derde bijeenkomst 2 november 2021 Op dinsdag 2 november 2021 was de derde bijeenkomst met de klankbordgroep. Tijdens de derde bijeenkomst presenteerde het projectteam de nieuwe aanpassingen in het concept stedenbouwkundig plan en gaf de gemeente uitleg over de procedure bestemmingsplan. Ook was de verkeersdeskundige van de gemeente aanwezig en gaf hij uitleg over de mogelijkheden om de snelheid van het verkeer te verlagen. Het openbaar gebied in plan Molenhoek wordt nog verder uitgewerkt. Het gaat dan vooral over het verkeer en het groen.

Wil de klankbordgroep hierover geïnformeerd worden of willen zij meedenken?

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|55

• •

Reactie klankbordgroep: de klankbordgroep denkt hier graag over mee. Afspraak: een vierde klankbordgroep bijeenkomst wordt ingepland. De klankbordgroep denkt dan mee over het openbaar gebied. En de architect laat dan zijn (concept) ideeën zien voor de nieuwbouw. De klankbordgroep kan niet mee denken over de soort en kleur stenen.

Vierde bijeenkomst 28 september 2022 Op woensdag 28 september 2022 is de vierde bijeenkomst met de klankbordgroep gehouden. Tijdens de vierde bijeenkomst zijn de volgende onderwerpen besproken: • De technische uitwerking: traditioneel en prefab; • Het gewijzigde stedenbouwkundig plan: meer differentiatie in het plan door toevoeging van het alternatief op de plaatse van het voormalige appartementenblokje in de Jan Jannenstraat. Het alternatief betreft eengezinswoningen gericht op starters/huurders; • De indeling van de openbare voorzieningen, zoals openbaar groen, de parkeerbalans, waterbergingen en verkeersremmers; • De vervolgstoppen. Procedure De procedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb wordt voor dit bestemmingsplan gevolgd. Voorontwerp Het voorontwerp-bestemmingsplan “Molenhoek” heeft in het kader van de inspraak met ingang van 22 december 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Eenieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld een reactie op het voorontwerp-bestemmingsplan in te dienen. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn 4 inspraakreacties binnengekomen bij de gemeente. 3 van deze reacties hebben ongeveer dezelfde inhoud en strekking. In de nota van inspraak en vooroverleg zijn de inspraak- en adviesreacties samengevat en naar (hoofd)onderwerp weergegeven en van gemeentewege beantwoord.

De nota van inspraak en vooroverleg is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Naar aanleiding van de inspraak- en vooroverlegperiode is het bestemmingsplanplan aangepast c.q. aangevuld. Ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan ‘Molenhoek’ met bijbehorende documenten hebben met ingang van 16 november 2023 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Er zijn zes zienswijzen naar voren gebracht op het ontwerpbestemmingsplan. De Nota van zienswijzen is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Hierin zijn tevens de wijzigingen opgenomen die voort zijn gekomen uit de zienswijzen. Het plan is naar aanleiding van de zienswijzen aangepast.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

REGELS

|1

1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 6

2 Bestemmingsregels

8

Artikel 3 Verkeer - Verblijf Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 Artikel 6 Waarde - Archeologie 4

8 10 14 16

3 Algemene regels

18

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene aanduidingsregels

18 19 20 21

4 Overgangs- en slotregels

22

Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel

22 23

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen)

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Molenhoek' met identificatienummer NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01 van de gemeente Waalwijk; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde hoofdmassa: hoofdmassa welke deel uitmaakt van meer dan twee aaneengebouwde, grondgebonden, hoofdmassa's; 1.6 aangebouwd bijbehorend bouwwerk: bijbehorend bouwwerk dat met de hoofdmassa is verbonden; 1.7 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het er achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 achterkant: gevel aan de achterzijde van een gebouw, tegenover de voorkant; 1.9 bebouwing: a. b.

één of meer gebouwen en/of; bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.10 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. b.

bebouwingsgebied hoofdmassa: gedeelte van het bebouwingsgebied waar de hoofdmassa mag komen; overig bebouwingsgebied: gedeelte van het bebouwingsgebied waar geen hoofdmassa mag komen;

1.11 bed & breakfast: een aan de woonfunctie ondergeschikte vorm van extensieve verblijfsrecreatie gericht op het bieden van de mogelijkheden tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed & breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichtten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of permanente kamerverhuur. Degene die de bed & breakfast voorziening biedt, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning; 1.12 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waaronder internetbedrijven en internetafhaalpunten;

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|3 1.13 bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen): uitoefening van een bedrijf en/of dienstverlening in of bij een woning waarbij de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. Degene die de bedrijfsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning; 1.14 bergbezinkvoorziening: ondergrondse ruimte waarin tijdens zware regenval afvalwater tijdelijk wordt opgeslagen; 1.15 beroepsmatige activiteiten (bij wonen): het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Degene die de beroepsmatige activiteit uitvoert, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning; 1.16 bestaand: bestaand zoals op moment van de inwerkingtreding van dit plan: a. b.

legaal bestaat, in uitvoering is of in gebruik mag worden genomen krachtens een geldige omgevingsvergunning; aantoonbaar vanaf 1955 aanwezig is;

Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het bestaand aantal woningen, bestaand bouwwerk, bestaand gebruik, de bestaande situatie (gebruik en gebouwen) en de bestaande maatvoering van bouwwerken; 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.21 bouwgrens: een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een horizontaal doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren en plafonds is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van ruimtes onder peil en zolder; 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24 bouwvlak: een op de verbeelding aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.25 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal,

welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|4 1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending (anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit). Daaronder mede begrepen internetwinkels en mede begrepen bedrijvigheid, voor zover dat in verband staat met en essentieel onderdeel is van de verkoop van de goederen, zoals bijvoorbeeld onderhoud, reparatie en installatie, alsmede opslag van de te verkopen goederen; 1.28 dienstverlening: het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek; 1.29 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.30 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit plan dezelfde inrichting niet verbiedt; 1.31 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32 gestapelde hoofdmassa: hoofdmassa waarbij sprake is van twee of meer zelfstandig functionerende eenheden geheel of gedeeltelijk boven elkaar; 1.33 gevellijn: de op de verbeelding aangegeven lijn die niet door gebouwen mag worden

overschreden, behoudens krachtens de regels toegelaten afwijkingen; 1.34 hoofdgebouw: gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35 hoofdmassa: het hoofd(woon)gebouw exclusief architectonisch ondergeschikte delen die door de uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden kunnen worden van dit hoofd(woon)gebouw; 1.36 huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren; 1.37 kamerverhuur: de verhuur van een deel van al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van (langdurige) bewoning door personen voor welke inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP) noodzakelijk is en die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren; 1.38 kruisingsvlak: het gemeenschappelijk vlak, door de elkaar kruisende openbare wegen gevormd, bij het fictief doortrekken van de rijbaankanten; 1.39 langzaam verkeer: voetgangers- en (snor)fietsverkeer; 1.40 ondergronds bouwen: bouwen onder peil; 1.41 open opslag: het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van (bedrijfs)percelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke;

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|5 1.42 openbaar toegankelijk gebied: openbare weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.43 overkapping: een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaand uit een afgedekte ruimte van lichte constructie; 1.44 overkapping met open constructie: een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte ruimte vormt, met maximaal twee wanden die al dan niet tot de constructie zelf behoren. In de zin van dit bestemmingsplan is dit begrip gelijk aan een gebouw; 1.45 peil: a.

b.

hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; indien in, op of over het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil of ander plaatselijk aan te houden waterpeil;

1.46 perceelsgrens: grens van het bouwperceel; 1.47 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.48 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.49 voorkant van de hoofdmassa: de zijde van het boven peil gelegen gedeelte van een gebouw (c.q.

hoofdmassa) welke is gericht op het openbaar toegankelijk gebied en die bovendien het beloop van de gevellijn volgt of, indien daarvan geen of ten dele sprake is en/of sprake is van meerdere gevellijnen, wordt bepaald op basis van de ruimtelijke uitstraling, waaronder de uiterlijke verschijningsvorm en de situering; 1.50 voorste grens van het bouwvlak: de grens van het bouwvlak die is gericht naar de weg en waarop de hoofdmassa is georiënteerd; 1.51 vrijstaand bijbehorend bouwwerk: bijbehorend bouwwerk dat vrijstaat van de hoofdmassa en aangebouwde bijbehorende bouwwerken en overige gebouwen; 1.52 vrijstaande hoofdmassa: hoofdmassa welke vrij van de zijdelingse perceelsgrenzen staat; 1.53 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.54 zijkant (hoofdmassa): gevel of gemeenschappelijke scheidsmuur van een gebouw (c.q. hoofdmassa), niet zijnde voor- of achtergevel.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|6

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens: de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsgrens (perceelsscheiding van het bouwperceel); 2.2 breedte, diepte, oppervlakte van een bouwwerk: a. b. c.

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het peil; in geval van een ondergronds bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren) 0,5 m onder peil; in geval dat geen sprake is van buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van scheidingsmuren: tussen de denkbeeldige lijnen vanuit de neerwaartse projectie van het dak, op het peil;

2.3 breedte hoofdmassa: evenwijdig aan de gevellijn die (mede) bepalend is voor het vaststellen van de voorkant van de hoofdmassa en is gelegen tussen de twee zijkanten van de hoofdmassa; 2.4 bruto-vloeroppervlakte van een gebouw: gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies of indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw: tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie; 2.5 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 diepte hoofdmassa: a.

b.

indien de voorkant hoofdmassa (gedeeltelijk) is gelegen in de gevellijn: loodrecht tussen de achterkant van de hoofdmassa en de gevellijn die bepalend is voor het vaststellen van de voorkant van de hoofdmassa; indien de voorkant hoofdmassa niet is gelegen in de gevellijn en ook niet gedeeltelijk: loodrecht tussen de achterkant van de hoofdmassa en het punt van de voorkant hoofdmassa welke het dichtst is gelegen bij de gevellijn die bepalend is voor het vaststellen van de voorkant van de hoofdmassa;

2.7 goothoogte van een bouwwerk: a. b.

vanaf de horizontale snijlijn van gevelvlak en dakvlak tot aan het peil; bij een dakopbouw wordt de daarbij behorende goothoogte buiten beschouwing gelaten;

2.8 hoogte bouwlaag: bovenkant vloer tot bovenkant vloer of ingeval van een gebouw met een plat dak van bovenkant vloer tot bovenkant dak; 2.9 (bouw)hoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.10 inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.11 nokhoogte: vanaf de horizontale snijlijn van twee hellende dakvlakken tot aan het peil; NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|7 2.12 verticale diepte: vanaf onderkant vloer van het ondergronds bouwwerk tot aan het peil; 2.13 uitzonderingen: bij toepassing van het bepaalde in dit artikel ten aanzien van het bouwen gelden de volgende uitzonderingen: a.

ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken worden buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. Dakopbouwen, dakkapellen en erkers worden als niet ondergeschikt aangemerkt.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|8

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Verkeer - Verblijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

woonstraten en pleinen; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen, waaronder bergbezinkvoorzieningen;

met de bij sub a tot en met f behorende: g. h. i. j. k. l.

bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; verhardingen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; het houden van kortdurende incidentele evenementen; standplaatsen voor ambulante handel of dienstverlening.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van: a. b.

nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2.2 Gebouwen Uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan, mits: a. b.

de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 12 m; de bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; de verticale diepte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5.

3.3 Nadere eisen Het college van Waalwijk kan nadere eisen stellen aan bebouwing (plaats en afmeting) ten behoeve van: a.

een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige waarden van de omgeving;

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|9 b.

c.

het voorkomen van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, onder andere met het oog op de bezonning, lichtuitstraling en de privacy; het bevorderen van de verkeers-, sociale en brandveiligheid.

3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.

c. d.

gronden ten behoeve van open opslag; gebruik dat vergunningsplichtig is krachtens het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Wet natuurbescherming; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming; gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; gronden en bouwwerken ten behoeve van activiteiten en evenementen welke niet binnen de bestemmingsomschrijving passen, behalve incidentele en/of kortstondige activiteiten en evenementen die naar schaal en omvang geen onevenredige afbreuk doen aan de bij de bestemming omschreven doeleinden van het betreffende perceel en de omliggende gronden.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|10

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

hoofdmassa's voor woningen met een maximum aantal woningen per bestemmingsvlak zoals aangeduid; beroepsmatige activiteiten en bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van dienstverlening, op een maximum van 30 m2 bruto vloeroppervlak van de hoofdmassa per woning;

met de daarbij behorende: c. d. e. f. g.

bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen en erven; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Hoofdmassa Voor het bouwen van de hoofdmassa gelden de volgende regels: a.

b.

c.

d.

e. f. g. h.

i.

als hoofdmassa mogen uitsluitend de volgende typen worden gebouwd: 1. aaneengebouwde hoofdmassa's ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; 2. gestapelde hoofdmassa's ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; de hoofdmassa mag uitsluitend in en/of achter de gevellijn worden gebouwd waarbij: 1. de voorkant van de hoofdmassa minimaal voor 50% in de gevellijn moet worden gebouwd welke gerelateerd is aan de voorkant hoofdmassa; 2. indien een bouwvlak is opgenomen, mag uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden; de diepte van de hoofdmassa mag maximaal bedragen: 1. bij een aaneengebouwde hoofdmassa 11 m; 2. bij een gestapelde hoofdmassa 22 m; de breedte van de hoofdmassa mag maximaal bedragen; 1. bij een aaneengebouwde hoofdmassa 10 m; 2. bij een gestapelde hoofdmassa 55 m; de goothoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte'; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; de dakhelling van de hoofdmassa vanaf de goothoogte mag niet meer bedragen dan 40 graden; dakkapellen zijn toegestaan mits voldaan wordt aan het volgende: 1. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 2. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 3. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 4.

in afwijking van lid 2 mag, indien de voorkant van de dakkapel gelijk ligt met de gevel waarin de dakkapel gebouwd wordt, de breedte maximaal 45% bedragen van de voorkant waarin de dakkapel gebouwd wordt; dakopbouwen zijn toegestaan mits: 1. voldaan wordt aan de maximaal voorgeschreven bouwhoogte; 2. de afstand van de voorkant van de dakopbouw tot de voorkant van de gevel waarin de dakopbouw gebouwd wordt minimaal 1 m bedraagt.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|11 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, niet zijnde hoofdmassa, gelden de volgende regels: a. b.

c. d.

e.

f.

g.

bijbehorende bouwwerken dienen achter de gevellijn en in het bebouwingsgebied te worden geplaatst; de totale diepte van de hoofdmassa met de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, te meten vanaf de voorkant van de hoofdmassa, mag gezamenlijk maximaal 22 m bedragen; de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het overig bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan 50 m2; in geval van een gestapelde hoofdmassa geldt in afwijking van lid b dat de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied per hoofdmassa maximaal 20% van het bebouwingsgebied mag bedragen met een maximum van 500 m²; in het bebouwingsgebied hoofdmassa geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane goothoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in artikel 4 lid 2.1 sub e; 2. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane bouwhoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in artikel 4 lid 2.1 sub f; 3. de dakhelling mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt gebouwd; in het overige bebouwingsgebied geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1.

de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,1 m bedragen of ingeval van aangebouwd bijbehorend bouwwerk waarbij de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is dan 3,1 m, maximaal 0,25 m boven de hoogte van die eerste bouwlaag maar in geen geval hoger dan 4 m; 2. de nokhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 m bedragen; 3. in afwijking van sub 2 is een hogere bouwhoogte toegestaan mits de denkbeeldige nok bij het doortrekken van de dakvlakken maximaal 5 m bedraagt; 4. de dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt bijgebouwd; 5. de dakhelling van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk mag ten hoogste gelijk zijn aan de steilste dakhelling van de hoofdmassa; dakkapellen zijn toegestaan mits voldaan wordt aan het volgende: 1. voorzien van een plat dak; 2. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 3. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 4. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 5. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 6. maximaal één dakkapel per bijbehorend bouwwerk met een maximale breedte van 30% van de gevelbreedte van de zijde waarop de dakkapel is georiënteerd.

4.2.3 Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

op de gronden achter de gevellijn mag de hoogte maximaal 2,2 m bedragen; op de gronden vóór de gevellijn mag de hoogte maximaal 1 m bedragen; in afwijking van lid b mag op de gronden aan de zijkant hoofdmassa vóór de gevellijn de hoogte maximaal 2,2 m bedragen mits: 1. de afstand tot (het verlengde van) de gevellijn van de voorkant hoofdmassa tenminste 1 m bedraagt; 2. de afstand tot het kruisingsvlak ten minste 5 m bedraagt.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|12 4.2.4 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. b.

c.

ondergronds bouwen is alleen toegestaan achter de gevellijnen; de oppervlakte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal het toegestane oppervlak voor hoofdmassa en bijbehorende bouwwerken op basis van artikel 4 lid 2.1 en artikel 4 lid 2.2; de verticale diepte van het ondergrondse bouwwerk mag maximaal 3,5 m bedragen.

4.3 Nadere eisen Het college van Waalwijk kan nadere eisen stellen aan bebouwing (plaats en afmeting) ten behoeve van: a. b.

c.

een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige waarden van de omgeving; het voorkomen van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, onder andere met het oog op bezonning, lichtuitstraling en de privacy; het bevorderen van de verkeers-, sociale en brandveiligheid.

4.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van: a. b. c. d. e. f.

de hoofdmassa ten behoeve van beroeps- en bedrijfsactiviteiten op meer dan 30 m2 van het bruto vloeroppervlak van de woning inclusief bijbehorende berging; vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen; gronden ten behoeve van open opslag; gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; gronden en bouwwerken ten behoeve van bed & breakfast; gronden en bouwwerken ten behoeve van kamerbewoning voor meer dan 4 bewoners per woning.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten Bij een omgevingsvergunning kan per woning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 lid 1 en artikel 4 lid 4 voor de uitoefening van: • • •

beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van dienstverlening op meer dan 30 m 2 bruto-vloeroppervlak van de hoofdmassa per woning; beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van dienstverlening in bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een overkapping met een open constructie; bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van een bedrijf in de hoofdmassa en/of bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een overkapping met een open constructie,

waarbij in ieder geval geldt dat: a.

b.

de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, waarbij in ieder geval geldt dat het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit niet meer bedraagt dan 50 m2; bedoeld gebruik geen onevenredige afbreuk doet aan het karakter van de omgeving, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. uitsluitend medewerking wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijven en beroepen die genoemd zijn in bijlage 1 behorende bij deze regels of indien zij niet

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|13

c.

d. e. f.

voorkomen in bijlage 1, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1, mits: • het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen betreft; • het geen inrichtingen betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi); 2. vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden; 3. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming is; het niet gepaard gaat met zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer en de feitelijke ontsluitingssituatie; voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid, zoals bedoeld in artikel 8; geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroepsof bedrijfsmatige activiteit.

4.5.2 Bed & breakfast Bij een omgevingsvergunning per woning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 lid 1 en artikel 4 lid 4 voor de uitoefening van bed & breakfast in de hoofdmassa en in aangebouwde bijbehorende bouwwerken, waarbij in ieder geval geldt dat: a.

b.

c.

d. e.

de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast niet meer bedraagt dan 100 m2; 2. ten behoeve van de bed & breakfast voorziening maximaal 3 slaapkamers voor maximaal 6 gebruikers zijn toegestaan en de maximale onafgebroken verblijfsduur per gebruiker van de bed & breakfast voorziening één week is; 3. kamerbewoning is niet toegestaan; bedoeld gebruik geen onevenredige afbreuk doet aan het karakter van de omgeving, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming is; 2. de voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent onder meer dat een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan; het niet gepaard gaat met zodanig verkeersaantrekkende activiteiten dat die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke ontsluitingssituatie; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals bedoeld in artikel 8; er geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.

4.5.3 Combinatie van activiteiten Bij een omgevingsvergunning kan per woning een combinatie gemaakt worden van de afwijkende gebruiksactiviteiten zoals genoemd in artikel 4 lid 5.1 en artikel 4 lid 5.2, waarbij in afwijking van de maximale oppervlakte in ieder geval geldt dat: a. b.

de totale te gebruiken oppervlakte voor de combinatie van activiteiten beperkt blijft tot de maximale maat van de activiteit welke de meeste ruimte in beslag mag nemen; per toegestane activiteit de daarvoor toegestane maximale oppervlakte niet mag worden overschreden.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|14

Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bouwen van gebouwen a.

b.

c.

voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens die aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.

het uitvoeren van grondbewerkingen op meer dan 500 m2 en dieper dan 50 cm onder het maaiveld, met uitzondering van het vervangen van bestaande drainage en bestaande leidingen.

5.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 5 lid 3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het inwerkingtreden van dit plan.

5.3.3 Toelaatbaarheid a.

de in artikel 5 lid 3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden;

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|15 b.

c.

alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|16

Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Bouwen van gebouwen a.

b.

c.

voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 5.000 m 2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.

het uitvoeren van grondbewerkingen op meer dan 5.000 m 2 en dieper dan 50 cm onder het maaiveld, met uitzondering van het vervangen van bestaande drainage en bestaande leidingen.

6.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 6 lid 3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het inwerkingtreden van dit plan.

6.3.3 Toelaatbaarheid a.

de in artikel 6 lid 3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden;

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|17 b.

c.

alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

6.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|18

3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|19

Artikel 8 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden a.

b.

c.

d.

e.

f.

bij een gebruiksverandering of de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel, waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn: voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen voor auto's betekent 'in voldoende mate' dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in een gemeentelijke parkeernota. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging; de onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; 2.

indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen; door de situering van de parkeerplaatsen geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid op aangrenzende gronden; indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel; een gebruiksverandering, dan wel de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen is toegelaten, in afwijking van het bepaalde onder a of b, indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|20

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Voorwaardelijke verplichting Groennorm Het gebruik van gronden en gebouwen is alleen toegestaan indien, minimaal 10% van het totale ontwerp als grondgebonden openbaar groen wordt ingericht en nadien als zodanig in stand wordt gehouden. 9.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het oprichten van bebouwing is uitsluitend toegestaan indien wordt voorzien in een waterbergingsvoorziening van voldoende omvang, waarbij de capaciteit van de waterbergingsvoorziening als volgt wordt berekend: a.

minimaal 60 mm per m2 verharding voor de toename in verharding.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|21

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 vrijwaringszone - beschermingszone molen 10.1.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - beschermingszone molen' mogen, onverminderd het elders in dit plan bepaalde, geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd met een grotere hoogte van 3 m. 10.1.2 Afwijken met een omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 10 lid 1.1 voor de bouw van nieuwe hogere bouwwerken, indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de windvang van de in de beschermingszone gelegen windmolen. 10.1.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 10.1.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) binnen de in artikel 10 lid 1.1 bedoelde gronden ('vrijwaringszone beschermingszone molen) opgaande beplantingen en/of bomen aan te brengen welke in volwassen vorm hoger zijn dan 3 m. 10.1.3.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10 lid 1.3.1 wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de windvang van de in de beschermingszone gelegen windmolen.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|22

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwen a.

b.

c.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%; het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

|23

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Molenhoek'.

NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

bestemmingsplan Molenhoek

VERBEELDING

LEGENDA

V-VB

plangebied

Enkelbestemmingen 30

V-VB W

W

4

3

[gs]

8

[aeg]

11

8

Verkeer - Verblijf Wonen

Dubbelbestemmingen

W

4

WR-A3

Waarde - Archeologie 3

WR-A4

Waarde - Archeologie 4

8

Gebiedsaanduidingen

WR-A4 V-VB

[aeg]

V-VB

6

(***)

vrijwaringszone - beschermingszone molen

Bouwvlakken

4 (***)

8

bouwvlak

[aeg]

6

3

Bouwaanduidingen

11

[aeg]

aaneengebouwd

[gs]

gestapeld

[aeg]

WR-A3

Maatvoeringen

8

W

17

maximum aantal wooneenheden

4

maximum bouwhoogte (m)

11

6

[aeg]

9

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

6

Figuren 9

gevellijn

ondergrond

V-VB WR-A4 [aeg]

6 11

6

6 9

W [aeg]

Verbeelding

6(***)

Bestemmingsplan "Molenhoek"

11 9

[aeg]

W

7

Gemeente: IMRO-code:

WR-A4 V-VB

Tekening nr:

Waalwijk NL.IMRO.0867.BPMolenhoek-VA01

1-A

16-12-2022

datum:

05-03-2024

ontwerp:

08-11-2023

getekend:

FH

vastgesteld:

..-..-....

schaal:

1:1000

onherroepelijk:

..-..-....

formaat:

A3

voorontwerp:

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1 ONDERZOEK INVLOED NIEUWBOUW OP WINDVANG

RAPPORT Dye Sprancke molen Onderzoek invloed nieuwbouw op windvang Klant:

Ordito B.V.

Referentie: BJ2462-RP-001 Status:

1/Concept

Datum:

22 mei 2023

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Postbus 8520 3009 AM Rotterdam Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 90 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Dye Sprancke molen Ondertitel: Onderzoek invloed nieuwbouw op windvang Referentie: BJ2462-RP-001 Status: 1/Concept Datum: 22 mei 2023 Projectnaam: Windvangonderzoek Dye Sprancke Projectnummer: BJ2462 Auteur(s): Chiara Witteman-Tesauro Opgesteld door: Chiara Witteman-Tesauro Gecontroleerd door: Frank van Gool Datum: 23-5-2023 Goedgekeurd door: Frank van Gool Datum: 23-5-2023

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 22 mei 2023

ONDERZOEK INVLOED NIEUWBOUW OP WINDVANG

BJ2462-RP-001

i

Projectgerelateerd

Samenvatting

1

1

Inleiding

2

2

Uitgangspunten

3

2.1

Situering

3

2.2

Windvang

3

3

Onderzoek

3

3.1

Programmatuur

3

3.2

Ingevoerde objecten

4

3.3

Windstatistiek

5

3.4

Berekeningen

6

4

Resultaten

10

4.1

Methodiek

10

4.2

Resultaten

11

5

Conclusies

12

Bijlage A.

Projectgegevens

13

Bijlage B.

Projectresultaten

2

22 mei 2023

ONDERZOEK INVLOED NIEUWBOUW OP WINDVANG

BJ2462-RP-001

ii

Projectgerelateerd

Samenvatting In opdracht van Ordito B.V. is een onderzoek uitgevoerd naar de invloed van de geplande nieuwbouw gelegen aan de Molenstraat, Burgemeester Smitsstraat en Molenplein op de molenbiotoop van de klassieke windmolen “Dye Sprancke”, gelegen aan de Oudestraat 86 te Sprang-Capelle. Doel van het onderzoek is de impact te bepalen van de nieuwbouw op de windvang van de molen. Hiertoe zijn met behulp van het CFD-programma SimScale twee numerieke modellen opgezet van de windmolen en zijn omgeving. Eén model voor de huidige situatie en één model van de situatie met de geplande nieuwbouw. De numerieke modellen zijn doorgerekend voor de windrichtingen oostzuidoost, zuidzuidoost, zuid en zuidzuidwest. Bij wind uit deze richtingen wordt de windvang van de molen door de nieuwe situatie mogelijk belemmerd. Bij de andere windrichtingen gaat de wind naar de molen niet over het plangebied en is er sprake van een ongewijzigde situatie, daarom zijn de modellen niet doorgerekend vanuit deze richtingen. Het onderzoek heeft geresulteerd in de totale windvang van de molenwieken voor de verschillende situaties en windrichtingen. In dit onderzoek is een verschil geconstateerd in de windvang van de molen tussen de huidige situatie en de nieuwbouw. Dit geldt voor de richting zuidzuidoost. Voor de andere richtingen is geen aantoonbaar verschil geconstateerd.

Op basis van deze onderzoeksresultaten concluderen wij dat de totale afname van de windvang onder de 1% zal zijn.

Afbeelding 1: stroomlijnen richting de wieken van de molen voor de toekomstige situatie, windrichting zuidzuidoost.

22 mei 2023

ONDERZOEK INVLOED NIEUWBOUW OP WINDVANG

BJ2462-RP-001

1

Projectgerelateerd

1

Inleiding

De geplande nieuwbouw aan de Molenstraat, Burgemeester Smitsstraat en Molenplein te Sprang Capelle liggen vanaf ongeveer 100 meter van de klassieke windmolen “Dye Sprancke” te Sprang Capelle. De molen is een Korenmolen met een vlucht van 26 meter en is gesitueerd in de bebouwde kom van Sprang Capelle. Bij het bouwen in de omgeving van een klassieke windmolen, zoals hier het geval is, moet er rekening worden gehouden met de zogenaamde molenbiotoop. Nieuwbouw in de omgeving van een molen wordt daarom onder andere getoetst op nadelige gevolgen voor de windvang van de molen. Ordito B.V. heeft Royal HaskoningDHV opdracht gegeven nader te onderzoeken welke gevolgen de geplande nieuwbouw heeft op de windvang nabij de molen “Dye Sprancke”. Doel van het onderzoek is te bepalen welke veranderingen in de windvang van de molen optreden. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van Computational Fluid Dynamics software. Hierbij worden digitale modellen van de molen en de bebouwde omgeving voor het huidige en de toekomstige situatie opgezet in de virtuele windtunnel van het CFD-programma. Vervolgens wordt de windsnelheid rond de ingevoerde objecten berekend. Aan de hand van de resultaten van CFD-berekeningen zijn de verschillen in windvang bepaald.

22 mei 2023

ONDERZOEK INVLOED NIEUWBOUW OP WINDVANG

BJ2462-RP-001

2

Projectgerelateerd

2

Uitgangspunten

2.1

Situering

De nieuwbouw wordt aan de Molenstraat, Burgemeester Smitsstraat en Molenplein te Sprang Capelle (zie afbeelding 2-1) gepland. Ten noordwesten van het plangebied ligt de klassieke windmolen “Dye Sprancke”.

Afbeelding 2-1: Ligging plangebied (bron: Openstreetmap)

2.2

Windvang

Voor het functioneren van een molen is een goede windvang (de mate waarin de molen met zijn wieken wind kan onderscheppen) van cruciaal belang. Dit komt voornamelijk door de relatie tussen de windsnelheid en het vermogen van de molen. Het vermogen van een molen is evenredig met de derdemacht van de windsnelheid, waardoor een geringe afname van de wind kan leiden tot een groot verlies aan vermogen. Obstakels hebben een remmend effect op de wind en kunnen daarom de windvang van een molen beïnvloeden. Hoe groter de afstand is tussen de molen en het obstakel, des te kleiner het effect op de windvang. De omgeving rond een klassieke molen wordt de molenbiotoop genoemd. Een goede molenbiotoop is van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen. De molenbiotoop is een landelijke standaard, die criteria biedt waarmee kan worden beoordeeld of de functie van een molen, als werktuig en monument, behouden blijft als gevolg van ingrepen in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14006376/1