CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 BP Gemengd gebied, herziening 1

Raadsvergadering (B) 16 december 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Gemengd gebied, herziening 1’22.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

kamerverhuur

de verhuur van een deel van al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van (langdurige) bewoning door personen voor welke inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP) noodzakelijk is en die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren;

1.78

kas

agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 m;

1.79

kruisingsvlak

het gemeenschappelijk vlak, door de elkaar kruisende openbare wegen gevormd, bij het fictief doortrekken van de rijbaankanten;

18

1.80

kwetsbare objecten

a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal 2 woningen, woonschepen en woonwagen per hectare of bedrijswoningen van derden; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, te weten: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; 4. kantoorgebouwen waaronder begrepen bedrijfskantoren en hotels met een brutovloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; c. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeropperlvak meer dan 1.000 m2 bedraagt, en winkels met een brutovloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. andere objecten, zoals (delen van) gebouwen, waar 50 of meer personen aanwezig zijn èn waarbij de personendichtheid groter is dan 1 persoon per 100 m² èn waarbij deze personen 40 uur per week of meer aanwezig zijn; e. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Objecten die onderdeel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit.

1.81

maatschappelijke voorzieningen

sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, sportieve recreatie, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening en voorzieningen ten behoeve van onderwijs. Onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. publieksgerichte maatschappelijke voorziening: maatschappelijke voorziening met publieksaantrekkende werking, waaronder in ieder geval een school, gemeentehuis; b. niet-publieksgerichte maatschappelijke voorziening: maatschappelijke voorzieningen zonder publieksaantrekkende werking, waaronder in ieder geval een kleinschalig gezinsvervangend tehuis, niet zijnde kamerverhuur; 1.82

mansardekap

dakvorm waarbij het onderste deel van het zadeldak of schilddak steiler is dan het bovenste deel, waardoor een geknikte vorm ontstaat;

19

1.83

mestbewerking

de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest;

1.84

nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf

Bedrijfsmatige activiteit die voorziet in een aanvulling van het inkomen van de agrariër, maar die in meerdere opzichten (ruimtelijk, functioneel, economisch) ondergeschikt blijft aan de aanwezige agrarische bedrijfsvoering. De bedrijfsmatige activiteit kan al dan niet verbonden zijn met de agrarische bedrijfsvoering, verbrede landbouw valt dus ook onder het begrip nevenactiviteiten, evenals een neventak intensieve veehouderij;

1.85

neventak intensieve veehouderij

een niet-grondgebonden veehouderij die onderdeel uitmaakt van een grondgebonden agrarisch bedrijf en qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik ondergeschikt is aan het grondgebonden agrarisch bedrijf;

1.86

niet-publieksgerichte voorziening

voorziening zonder publieksaantrekkende werking waarbij onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. niet-publieksgerichte dienstverlening: zie onder dienstverlening, type b; b. niet-publieksgerichte maatschappelijke voorziening: zie onder maatschappelijke voorziening, type b;

1.87

nieuwvestiging

de vestiging van een al dan niet bestaand agrarisch bedrijf op een locatie waar nog geen agrarisch of niet-agrarisch bouwvlak aanwezig is;

1.88

Nederlandse Grootte Eenheid (NGE)

Nederlandse Grootte Eenheid (NGE), een standaard eenheid voor de bepaling van de omvang van een agrarisch bedrijf;

20

1.89

omschakeling

binnen een bouwvlak overstappen naar een ander soort bedrijf of andere bedrijfsvorm met dezelfde bestemming;

1.90

ondergronds bouwen

bouwen onder peil;

1.91

open opslag

het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van (bedrijfs)percelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke;

1.92

openbaar toegankelijk gebied

Openbare weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.93

openbare weg

alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

1.94

overig gebouw voor bedrijf of voorziening

gebouw in gebruik voor een bedrijf en/of voorziening (dienstverlening, maatschappelijk, horeca, detailhandel) niet zijnde de hoofdmassa in de gevellijn of een bijbehorend bouwwerk;

1.95

overige teeltondersteunende voorzieningen

Hieronder worden verstaan vraatnetten en boomteelthekken;

1.96

overkapping met een open constructie

Een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte ruimte vormt, met maximaal twee wanden die al dan niet tot de constructie zelf behoren. In de zin van dit bestemmingsplan is dit begrip gelijk aan een gebouw;

21

1.97

omschakeling

binnen een bouwvlak overstappen naar een ander soort bedrijf of andere bedrijfsvorm met dezelfde bestemming;

1.98

onzelfstandige woonruimte

woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt;

1.99

overig agrarisch bedrijf

agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, vollegrondsteeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt. Voorbeelden zijn productiegerichte paardenhouderijen, slakken-, vissen-, wormen- of insectenkwekerijen of bedrijven waar gewassen worden geteeld in gebouwen zoals champignon-, container- en witlofkwekerijen;

1.100

paardenhouderij

productiegericht: een grondgebonden agrarisch bedrijf dat is gericht op het fokken van paarden, het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden en/of het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, zoals een paardenmelkerij of een daarmee gelijk te stellen bedrijfsvorm, eventueel in combinatie met ondergeschikte trainingsfaciliteiten ten behoeve van de eigen gefokte paarden en de in- en verkoop van paarden; gebruiksgericht: een paardenhouderij die, naast het uitoefenen van productiegerichte paardenhouderijactiviteiten, mede is gericht op het bieden van stallingsruimte voor paarden, het trainen van paarden en het uitbrengen in de sport, alsmede verhuur van diensten met behulp van paarden, niet zijnde manege-activiteiten zoals het geven, dan wel faciliteren van paardensportinstructie en het geven van gelegenheid tot het recreatief houden en/of berijden van paarden; 1.101

peil

a. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; b. indien in, op of over het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil;

22

1.102

perceelsgrens

grens van het bouwperceel;

1.103

plaatsgebonden risico

risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of een gevaarlijke afvalstof betrokken is;

1.104

productiegebonden detailhandel

a. een beperkte verkoop van goederen die ter plaatse worden vervaardigd/geproduceerd, bewerkt, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; b. een beperkte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten; c. een beperkte verkoop als niet zelfstandig onderdeel van krachtens de bestemming toegelaten groothandel; 1.105

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.106

permanente teeltondersteunende voorziening

teeltondersteunende voorziening die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas;

1.107

schuilgelegenheid voor vee

bouwwerken, geen gebouw zijnde of overkapping met open constructie, waar vee kan schuilen, waaronder een stal niet wordt begrepen;

1.108

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

23

Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.109

sportterreinen

terreinen ten behoeve van sport en sportieve recreatie;

1.110

sportvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie;

1.111

stedelijke ontwikkeling

ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen;

1.112

teeltondersteunende voorzieningen (TOV)

ondersteunende voorzieningen in, op of boven de grond die een onderdeel zijn van de bedrijfsvoering van een (vollegronds)teeltbedrijf en worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringen van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); 1.113

tijdelijke (lage) teeltondersteunende voorzieningen

niet menstoegankelijke opstanden/constructies en afdekmaterialen met een hoogte van maximaal 1m welke gebruikt worden als ondersteuning van de op het betrokken bedrijf te exploiteren vollegrondsteelten en als bescherming van de gewassen gedurende maximaal 8 maanden per jaar, afhankelijk van de teelt;

1.114

twee-aaneengebouwde hoofdmassa

a. hoofdmassa welke deel uitmaakt van twee aaneengebouwde, grondgebonden hoofdmassa's; b. hoofdmassa waarbij één zijgevel in de zijdelingse perceelsgrens valt met uitzondering van aaneengebouwde hoofdmassa's;

24

1.115

veehouderij

agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. Onderscheid kan gemaakt worden in grondgebonden veehouderij en intensieve veehouderij; a. Grondgebonden veehouderij: veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie , waarbij voldaan wordt aan één van de volgende criteria: 1. De veebezetting bedraagt niet meer dan 3,56 gve/ha, berekend over de grond die vast in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie. 2. Ten minste 56% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die vast in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie. 3. Ten minste 71% van het ruwvoer (gras en mais), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen op grond die vast in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie. 4. Indien in de veehouderij dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer; b. Intensieve veehouderij (niet-grondgebonden veehouderij): niet-grondgebonden veehouderijbedrijf waarin het houden van vee of pluimvee de hoofdzaak is; 1.116

veiligheidszone - bevi

de PR 10-6-contour van de betreffende Bevi-inrichting voor zover deze is gelegen buiten de eigen perceelsgrens van de betreffende Bevi-inrichting;

1.117

verminderd zelfredzame

mensen die als gevolg van fysieke of psychische gesteldheid extra bescherming verdienen (kinderen, ouderen, zieken, psychisch kwetsbare personen);

1.118

(vollegronds)teeltbedrijf

agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt;

1.119

verzamelweg

weg die gericht is op het verzamelen en verdelen van het verkeer in de wijken (inclusief het centrum) en bedrijventerreinen, sluit aan op de hoofdwegen, 30 of 50 km/ uur;

25

1.120

voorerfgebied

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;

1.121

voorkant van de hoofdmassa

de zijde van het boven peil gelegen gedeelte van een gebouw (c.q. hoofdmassa) welke is gericht op het openbaar toegankelijk gebied en die bovendien het beloop van de gevellijn volgt of, indien daarvan geen of ten dele sprake is en/of sprake is van meerdere gevellijnen, wordt bepaald op basis van de ruimtelijke uitstraling, waaronder de uiterlijke verschijningsvorm en de situering;

1.122

voorste grens van het bouwvlak

de grens van het bouwvlak die is gericht naar de weg en waarop de hoofdmassa is georiënteerd;

1.123

voorziening

Een voorziening bestaat uit een of meer van de volgende functies: detailhandel; dienstverlening; horeca; maatschappelijke voorziening; 1.124

vrijstaand bijbehorend bouwwerk

bijbehorend bouwwerk dat vrijstaat van de hoofdmassa en aangebouwde aangebouwde bijbehorende bouwwerken en overige gebouwen;

1.125

vrijstaande hoofdmassa

hoofdmassa welke vrij van de zijdelingse perceelsgrenzen staat;

1.126

woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting vanéén afzonderlijk huishouden;

1.127

woonwagen

een voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;

26

1.128

(woonwagen)standplaats

een stuk grond aangewezen voor het bouwen van een woonwagen alsmede bijbehorende voorzieningen voor het groepswonen in familieverband;

1.129

zijerfgebied

gedeelte van een erf dat aan (het verlengde van) de zijkant van het hoofdgebouw is gelegen op minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn en voor zover niet behorend tot het achtererfgebied;

1.130

zijkant (hoofdmassa)

gevel of gemeenschappelijke scheidsmuur van een gebouw (c.q. hoofdmassa), niet zijnde voor- of achtergevel.

27

Artikel 2

Wijze van m eten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand tot de bestemmingsgrens

de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de bestemmingsgrens;

2.2

afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens

de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk (perceelsscheiding van het bouwperceel);

2.3

tot

de (zijdelingse) perceelsgrens

afstand tussen gebouwen op hetzelfde bouwperceel

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen. In het geval dat geen sprake is van buitenwerkse gevelvlakken (en/of gemeenschappelijke scheidingsmuren): de kortste tussen de denkbeeldige lijnen vanuit de neerwaartse projectie van het dak, 1 m boven peil;

2.4

breedte bouwperceel

tussen de zijdelingse perceelsscheidingen van het bouwperceel in de naar de zijde van het openbaar toegankelijke gebied gekeerde bestemmingsgrens;

2.5

breedte, diepte, oppervlakte van een bouwwerk

a. tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het peil; b. in geval van een ondergronds bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren) 0,5 m onder peil; c. in geval dat geen sprake is van buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van scheidingsmuren: tussen de denkbeeldige lijnen vanuit de neerwaartse projectie van het dak, op het peil; 2.6

breedte hoofdmassa

evenwijdig aan de gevellijn die (mede) bepalend is voor het vaststellen van hoofdmassa en is gelegen tussen de twee zijkanten van de hoofdmassa;

28

de voorkant van de

2.7

bruto-vloeroppervlak van een gebouw

gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies of indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw: tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructies;

2.8

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.9

diepte hoofdmassa

a. indien de voorkant hoofdmassa (gedeeltelijk) is gelegen in de gevellijn: loodrecht tussen de achterkant van de hoofdmassa en de gevellijn die bepalend is voor het vaststellen van de voorkant van de hoofdmassa; b. indien de voorkant hoofdmassa niet is gelegen in de gevellijn en ook niet gedeeltelijk: loodrecht tussen de achterkant van de hoofdmassa en het punt van de voorkant hoofdmassa welke het dichtst is gelegen bij de gevellijn die bepalend is voor het vaststellen van de voorkant van de hoofdmassa; 2.10

goothoogte van een bouwwerk

a. vanaf de horizontale snijlijn van gevelvlak en dakvlak tot aan het peil; b. bij een mansardekap wordt de goothoogte gemeten vanaf de snijlijn, niet zijnde de noklijn, van dakvlakken tot aan het peil; c. bij een dakopbouw wordt de daarbij behorende goothoogte buiten beschouwing gelaten; 2.11

hoogte bouwlaag

bovenkant vloer tot bovenkant vloer of ingeval van een gebouw met een plat dak van bovenkant vloer tot bovenkant dak;

2.12

(bouw)hoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.13

inhoud van een bouwwerk

tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

29

2.14

nokhoogte van een bouwwerk

vanaf de horizontale snijlijn van twee hellende dakvlakken tot aan het peil;

2.15

verticale diepte

vanaf onderkant vloer van het ondergronds bouwwerk tot aan het peil;

2.16

uitzonderingen

bij de toepassing van het bepaalde in dit artikel uitzondering:

ten aanzien van het bouwen geldt de volgende

ondergeschikte bouwdelen zoals als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken worden buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. Dakopbouwen, dakkapellen en erkers worden als niet ondergeschikt aangemerkt.

30

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3

Agrarisch

3.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Wonen a. bedrijfswoning in de hoofdmassa welke (deels) in de voorste grens van het bouwvlak is gelegen en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', waarbij per bestaand bouwperceel maximaal 1 (bedrijfs)woning is toegelaten, met dien verstande dat indien in de bestaande situatie sprake is van meer dan 1 woning op een bouwperceel, maximaal het bestaande aantal woningen is toegelaten; b. beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een (bedrijfs)woning, op een maximum van 50 m2 brutovloeroppervlak van de hoofdmassa of bijbehorend bouwwerk per (bedrijfs)woning, met in achtneming van lid 3.5.2; met dien verstande dat bestaande kamerbewoning, bed & breakfast en bedrijf en beroep-aan-huis zijn toegestaan in de toegelaten aard en omvang; Agrarische bedrijven c. agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; d. ter plaatse van een bouwvlak de uitoefening van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: 1. een (vollegronds) teeltbedrijf is toegelaten; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig agrarisch bedrijf' tevens een overig agrarisch bedrijf is toegelaten, waarbij uitsluitend het bestaande type is toegestaan, zoals opgenomen Bijlage 2 Aanvullende agrarische activiteiten - bestemming Agrarisch; e.

ter plaatse van de aanduiding 'kas' zijn kassen toegestaan; Overige activiteiten f. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' zijn volkstuinen toegelaten; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - open opslag' is opslag in de open lucht toegestaan, waarbij de activiteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 7 Open opslag; h. extensief dagrecreatief medegebruik; i. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden; Algemene regels agrarische bedrijven j.

ondergeschikte en nietzelfstandige functies op niet meer dan 10% van het totale brutovloeroppervlak van het bedrijf en/of de voorziening binnen het bouwvlak, exclusief de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 100 m2 voor (een combinatie van) de volgende functies:

31

1. aan lid d ondergeschikte en niet-zelfstandige detailhandel voor zover het betreft een beperkte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met het bedrijf en/of de voorziening, waarbij verkoop van streekgebonden producten bij een agrarisch bedrijf tot maximaal 35 m2 altijd is toegestaan; 2. aan lid d ondergeschikte en niet -zelfstandige internethandel; 3. aan lid d en h ondergeschikte, niet-zelfstandige, aan de detailhandelsfunctie of extensieve dagrecreatie verwante, lichte horeca; 4. extensieve dagrecreatiepunten; k. indien het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch open opslag' gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit; met dien verstande dat een bestaand internetbedrijf of internetafhaalpunt is toegestaan in de toegelaten aard en omvang; Overige bijbehorende voorzieningen en bouwwerken met de, ondergeschikt aan de bestemming, bijbehorende: l.

parkeervoorzieningen, met dien verstande dat voldaan wordt aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, waarbij het bestaande gebruik in de bestaande omvang en functietype is toegelaten; m. bijbehorende bouwwerken; n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; o. tuinen, erven en verhardingen; p. ontsluitingswegen en -paden ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; q. nutsvoorzieningen; r.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemene bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden in zijn algemeenheid de volgende regels: a. Voor zover bestaande bouwwerken afwijken van de regels in lid 3.2.2 tot en met 3.2.8 wordt de bestaande plaats en bestaande contour van de afwijking geacht te zijn bestemd. b. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. per bouwvlak zijn uitsluitend gebouwen toegestaan voor 1 agrarisch bedrijf; 2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding sprake is van een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', in welk geval het aangegeven bebouwingspercentage van toepassing is; 3. teeltondersteunende kassen binnen het bouwvlak zijn toegestaan, waarbij geldt dat overige kassen uitsluitend zijn toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'kas'; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig gebouw' en 'volkstuin' buiten het bouwvlak tevens gebouwen zijn toegestaan.

32

3.2.2

Hoofdmassa bedrijfswoning in de voorste grens van het bouwvlak

Voor het bouwen van de hoofdmassa, welke (deels) in de voorste grens van het bouwvlak is gelegen, en uitsluitend is toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan; b. de hoofdmassa mag uitsluitend achter de voorste grens van het bouwvlak worden gebouwd waarbij: 1. de voorkant van de hoofdmassa minimaal voor 50% in de voorste grens van het bouwvlak moet worden gebouwd; 2. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: het bestaande percentage en/of de bestaande afstand tot de grens van het bouwvlak mag worden gehanteerd; c. de afstand van de hoofdmassa tot de zijdelingse grens van het bouwvlak dient minimaal te zijn in totaal tot beide bouwvlakgrenzen 6 m, met een minimum van 1,5 m tot de afzonderlijke bouwvlakgrenzen; d. het oppervlak van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan maximaal 150 m2 tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt; e. de diepte van de hoofdmassa mag maximaal bedragen: 1. indien de goothoogte niet hoger is dan 4 m en voldaan wordt aan lid 3.2.2 onder c: 22 m; 2. indien de goothoogte hoger is dan 4 m: 12 m; 3. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub 1 en 2: de bestaande diepte; f.

de breedte van de hoofdmassa bedraagt bij een vrijstaande woning niet meer dan de diepte verminderd met 1 meter, met dien verstande dat als in de bestaande situatie de bestaande breedte groter is dan de diepte dan is de bestaande verhouding in breedte en diepte toegelaten; g. de goothoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1. de goothoogte van de voorkant hoofdmassa in de bestaande situatie vermeerderd met 1 m, met dien verstande dat de goothoogte ten minste 4 m mag bedragen; 2. indien in de bestaande situatie geen sprake is van een goothoogte, dan bedraagt de maximum goothoogte 6 m; h. de bouwhoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1. de bouwhoogte in de bestaande situatie vermeerderd met 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte ten minste 4 m mag bedragen; 2. indien in de bestaande situatie geen sprake is van een bouwhoogte, dan bedraagt de maximum bouwhoogte 10 m; i. het dak van de hoofdmassa is voorzien van een nok, waarbij geldt dat: 1. de kaphelling minimaal 30 en maximaal 65 graden mag bedragen; 2. indien in de bestaande situatie geen nok aanwezig is: ook de bestaande dakvorm is toegestaan; 3. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: de bestaande dakhelling voor het dakvlak dat afwijkt is toegestaan. j.

indien bij een renovatie van de bestaande hoofdmassa een EPC van 0 gerealiseerd wordt, mogen de maximale maten zoals genoemd in lid c tot en met i met 0,5 m worden overschreden. k. dakkapellen zijn toegestaan mits voldaan wordt aan het volgende: 1. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 2. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 3. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;

33

4. in afwijking van lid 2 mag, indien de voorkant van de dakkapel gelijk ligt met de gevel waarin de dakkapel gebouwd wordt, de breedte maximaal 30% bedragen van de voorkant waarin de dakkapel gebouwd wordt; l. dakopbouwen zijn toegestaan mits: 1. voldaan wordt aan de maximaal voorgeschreven bouwhoogte; 2. de afstand van de voorkant van de dakopbouw tot de voorkant van de gevel waarin de dakopbouw gebouwd wordt minimaal 1 m bedraagt. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, niet zijnde hoofdmassa, gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken, dienen achter de voorste grens van het bouwvlak, in het bebouwingsgebied en minimaal 1 m achter de voorkant van de hoofdmassa te worden geplaatst; b. de totale diepte van de hoofdmassa met de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, te meten vanaf de voorkant van de hoofdmassa, mag gezamenlijk maximaal 22 m bedragen; c. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning in het bebouwingsgebied hoofdmassa, waar geen hoofdmassa aanwezig is maar binnen de regels van artikel 3.2.2 mag worden opgericht, bedraagt inclusief de hoofdmassa maximaal de volledige oppervlakte van het bebouwingsgebied hoofdmassa als bedoeld in artikel 3.2.2 onder d; d.

de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het overig bebouwingsgebied en zijerfgebied bedraagt niet meer dan 200 m2, vermeerderd met de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in sub g; e. in het bebouwingsgebied hoofdmassa geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane goothoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in lid 3.2.2 onder g; 2. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane bouwhoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in lid 3.2.2 onder h; 3. de dakhelling mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt gebouwd; f. in het overige bebouwingsgebied geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,1 m bedragen of ingeval van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk waarbij de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is dan 3,1 m, maximaal 0,25 m boven de hoogte van die eerste bouwlaag maar in geen geval hoger dan 4 m; 2. de nokhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 m bedragen; 3. in afwijking van sub 2 is ook een platte afdekking toegelaten mits de denkbeeldige nok bij het doortrekken van de dakvlakken maximaal 5 m bedraagt; 4.

de dakhelling van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak aan de zijde van de hoofdmassa waaraan wordt bijgebouwd; 5. de dakhelling van een vrijstaande bijbehorende bouwwerk mag ten hoogste gelijk zijn aan de steilste dakhelling van de hoofdmassa; g. in afwijking van lid a en met inachtneming van het bepaalde in de leden b tot en met f, mogen aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de voorkant hoofdmassa en/of aan de zijkant hoofdmassa vóór de voorste grens van het bouwvlak worden gebouwd waarbij: 1. per gevel maximaal één aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag worden gebouwd;

34

2. de maximale breedte maximaal 3/5 deel per gevel bedraagt met een maximum van 4 m, waarbij maximaal 1 m niet direct aan de hoofdmassa grenst; 3. in aanvulling op lid 1 en 2 per gevel één overkapping met een open constructie mag worden gebouwd met een maximale breedte van 2 m; 4. de diepte maximaal 1 m is; 5. de bouwhoogte maximaal 0, 25 m hoger is dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa, met een maximale bouwhoogte van 4 m h. dakkapellen zijn toegestaan mits voldaan wordt aan het volgende: 1. voorzien van een plat dak; 2. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 3. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 4. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 5. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 6. maximaal één dakkapel per bijbehorend bouwwerk met een maximale breedte van 30% van de gevelbreedte van de zijde waarop de dakkapel is georiënteerd. 3.2.4

Agrarische bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen voor agrarische bedrijfsactiviteiten, gelden, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', in aanvulling op lid 3.2.1, de volgende regels: a. er is maximaal één bouwlaag toegestaan ; b. een bedrijfsgebouw mag achter de voorste grens van het bouwvlak worden gebouwd waarbij: 1. het gebouw op een afstand van minimaal 12 m van de voorste grens van het bouwvlak is gelegen; 2. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: de bestaande afstand tot de c. d. e.

f.

g.

h.

voorste grens van het bouwvlak; de afstand van een bedrijfsgebouw tot de zijdelingse grens van het bouwvlak dient minimaal te zijn aan beide zijden 3 m; het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m, tenzij op de verbeelding een aanduiding 'maximum goothoogte', of 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven, in welk geval de aangegeven goothoogte van toepassing is;. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 13 m, tenzij op de verbeelding een aanduiding 'maximum bouwhoogte' of 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven, in welk geval de aangegeven bouwhoogte van toepassing is; het dak van de bedrijfsgebouwen is voorzien van een nok, waarbij geldt dat: 1. de dakhelling van een aangebouwd bedrijfsgebouw maximaal gelijk is aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt bijgebouwd; 2. de dakhelling van een vrijstaand bedrijfsgebouw niet meer mag bedragen dan 45º; 3. indien in de bestaande situatie het dak niet is voorzien van een nok, is de bestaande dakvorm toegestaan. teeltondersteunende kassen mogen worden gebouwd in het bouwvlak, waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 1.000 m²; 2.

de afstand tot (bedrijfs)woningen op naastgelegen percelen niet minder mag bedragen dan 20

35

3.2.5

m. Overige gebouwen voor agrarische activiteiten

Voor het bouwen van overige gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch overig gebouw', gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig gebouw' mag uitsluitend een overig gebouw ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten gebouwd worden; b. de afstand van een overig gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal de bestaande afstand; c. de oppervlakte van de overige gebouwen bedraagt maximaal de bestaande oppervlakte; d. de hoogte van een overig gebouw mag niet meer bedragen dan: 1. de bestaande goothoogte vermeerderd met 1 m; 2. de bestaande bouwhoogte vermeerderd met 1 m; e. voor het dak van de overige gebouwen geldt dat de dakhelling maximaal 45º mag bedragen. 3.2.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen het bouwvlak in het gebied tussen de naar de weg gekeerde grens/grenzen van het bouwvlak en 5 m daarachter alsmede vóór de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning: 1. mag de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer bedragen dan 1 m; 2. mag de bouwhoogte van vlaggenmasten niet meer bedragen dan 6 m; 3. mag de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer bedragen dan 1 m. b. in overige gevallen op de gronden binnnen het bouwvlak: 1. mag de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer bedragen dan 2,2 m; 2. mag de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, niet meer bedragen dan 13,5 m, met dien verstande dat op de strook grond gelegen tussen het gebied zoals omschreven in lid a en 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfsgebouwen de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 4 m; c. op de gronden buiten het bouwvlak: 1. zijn permanente teeltondersteunende voorzieningen niet toegestaan. 2. Bedraagt de bouwhoogte van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen te weten vraatnetten en boomteelthekken niet meer dan 3 m. 3.

Bedraagt de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 1,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorste grens van het bouwvlak niet meer dan 1 m mag bedragen; 4. Bedraagt de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 m. 3.2.7 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan achter de voorste grens van het bouwvlak; 36

b. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal het toegestane oppervlak voor hoofdmassa en bijbehorende bouwwerken op basis van lid 3.2.1 tot en met 3.2.3; c. de verticale diepte van het ondergrondse bouwwerk mag maximaal 3,5 m bedragen. 3.2.8 Bebouwing volkstuinen Voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' gelden de volgende regels: a. per tuin is maximaal één gebouw ten behoeve van berging van tuingereedschappen toegelaten; b. het oppervlak van het bouwwerk mag maximaal 6 m2 bedragen; c. de bouwhoogte van het bouwwerk mag maximaal 2,5 m bedragen. 3.3

Nadere eisen

Het college van Waalwijk kan nadere eisen stellen aan bebouwing (plaats en afmetingen) ten behoeve van: a. een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige waarden van de omgeving; b. het voorkomen van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, onder andere met het oog op de bezonning, lichtuitstraling en de privacy; c. het bevorderen van de verkeers-, sociale en brandveiligheid. 3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1

Algemene voorwaarden voor afwijken

In de hierna volgende artikelen wordt waar relevant verwezen naar één of meerdere van de volgende voorwaarden, waarbij door het beoogde bouwen: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; d. voldaan wordt aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; e. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het karakter van de omgeving; f. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan). 3.4.2 Hoofdmassa a. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder c voor het toestaan van een kleinere afstand van de hoofdmassa tot de grens van het bouwvlak, mits: 1. in de bestaande situatie sprake is van een kleinere afstand tot de grens van het bouwvlak dan is toegestaan te meten vanaf de voorkant en aanwezig over over minimaal 50% van de diepte van de bedrijfswoning; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a en b; 37

b. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder f voor het toestaan van een grotere breedte van de hoofdmassa, mits: 1. voldaan wordt aan lid 3.2.2 onder c (afstand tot zijdelingse grens van het bouwvlak) of lid 3.4.2 onder a; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a, c en d; c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder e sub 2 en 3 voor het toestaan van een grotere diepte van de hoofdmassa, mits: 1. maximaal 22 m diep; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a en b; d. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder h voor het toestaan van een hogere bouwhoogte van de hoofdmassa, mits: 1. maximaal 11 m hoog; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a en b; e. lid 3.2.2 onder d voor het vergroten van de hoofdmassa ten behoeve van een energiezuinige bedrijfswoning, waarbij de bestaande inhoud met maximaal 50 m³ of de bestaande oppervlakte met maximaal 15 m² mag worden vergroot, onder de volgende voorwaarden: 1. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend in het kader van het (ver)bouwen van een bedrijfswoning, waarbij de EPC van de woning maximaal 0,5 bedraagt. 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a. 3.4.3 Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing a.

Bij een omgevingsvergunning kan in geval van het realiseren van een rieten kap op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, worden afgeweken van de maatvoering zoals opgenomen in lid 3.2.2 onder h, lid 3.2.3 onder e en f en lid 3.2.4 onder f om realisatie van de rieten kap mogelijk te maken, mits; 1. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a en b; 2. de hoogte in lid lid 3.2.2 onder h, lid 3.2.3 onder e en f en lid 3.2.4 sub f met maximaal 1 m wordt verhoogd; b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.3 onder f voor het toestaan van een nokhoogte van een bijbehorend bouwwerk van maximaal 6 m, mits: 1. de hoofdmassa cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is waarvan de bouwhoogte minimaal 8 m bedraagt; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a en b; 3.4.4 Bedrijfsgebouwen a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.4 onder c voor het toestaan van een kleinere afstand van het bedrijfsgebouw tot de grens van het bouwvlak, mits: 1. in de bestaande situatie sprake is van een kleinere afstand tot de grens van het bouwvlak dan is toegestaan; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1 onder a en b. b.

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder b sub 2 voor het toestaan van een verhoging van het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak met maximaal 15% met dien verstande dat bebouwing ten behoeve van een veehouderij op het bouwvlak is uitgesloten, mits: 1. de afwijking nodig is met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering, waarbij wordt aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke

38

ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden, alsmede met het oog op een efficiënt en intensief ruimtegebruik van het bouwperceel; 2. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1; c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.4 onder h voor het bouwen van een teeltondersteunende kas binnen het bouwvlak met een grotere oppervlakte tot maximaal 5.000 m², mits: 1. vergroting noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; 2. de aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast; 3. vergroting niet leidt tot een omschakeling naar een glastuinbouwbedrijf; 4. het bevoegd gezag vraagt voorafgaand aan het nemen van een besluit advies aan een ter zake deskundige commissie of instantie; 5. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.4.1. 3.4.5 Bouwen buiten het bouwvlak Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.2.1 onder b voor het bouwen buiten het bouwvlak - van een bouwwerk voor het hobbymatig houden van vee behorende bij een woning, niet zijnde ten behoeve van een agrarisch bedrijf, waarbij het gebouw functioneel verbonden is met en ondergeschikt is aan het extensieve recreatieve gebruik van het desbetreffende agrarische perceel, mits: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 3.

de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m; 4. de schuilgelegenheid gelegen is binnen 5 m van de bestemming 'Gemengd' of 'Gemengd Agrarisch' en dient te worden gesitueerd op een perceel direct grenzend aan het bouwperceel van de woning waarvoor de het bouwwerk wordt gerealiseerd; 5. maximaal 1 gebouw per perceel; 6. het aaneengesloten perceel waarop het bouwwerk wordt geplaatst een minimale omvang van 0,5 ha heeft; 7. de gebouwen niet worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone attentiegebied ehs' en 'overige zone - ecologische verbindingszone'. b. lid 3.2.6 onder c voor het bouwen van hoge, tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen te weten boomteelthekken en vraatnetten onder de volgende voorwaarden: 1. bouwen dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; 2. de aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; 3. er dient landschappelijk inpassing plaats te vinden op basis van een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan); 4. het bevoegd gezag vraagt voorafgaand aan het nemen van een besluit advies aan een ter zake deskundige commissie of instantie.

39

3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van: a. het hoofdgebouw ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten op meer dan 50 m² van het bruto-vloeroppervlak; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen; c. gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van open opslag; d. tentoonstelling van te verkopen producten in de open lucht; e. gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. f. gronden voor bedrijfswoningen en bedrijven zoals opgenomen onder lid 3.1, die niet voldoen aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, behoudens bedrijven en voorzieningen waarbij sprake is van een bestaande functie, mits de categorie of het type functie niet wijzigt en omvang ervan niet wordt vergroot; g. het binnen gebouwen gebruiken van meer dan één bouwlaag voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden. h.

het in gebruik nemen van gebouwen voor de stalling van vee ten behoeve van een veehouderij, welke op 21 september 2013 niet legaal in gebruik waren of mochten worden genomen krachtens een vergunning, voor de stalling van vee; gebruik dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; i. vestiging van, de uitbreiding van en toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van mestbewerking. 3.5.2 Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een (bedrijfs)woning De uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit bij een (bedrijfs)woning, zoals bedoeld in lid 3.1 onder b, is uitsluitend toegestaan op een maximum van 50 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijfs)woning mits: a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft waarbij minimaal 50% van de brutovloeroppervlakte van de hoofdmassa voor de woonfunctie behouden blijft, b. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de bewoner van de woning is. c.

de activiteiten plaatsvinden in de hoofdmassa en/of bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een overkapping met een open constructie, en geen sprake is van open opslag; d. in geval van bedrijfsmatige activiteiten, de activiteiten passen in de tabel in Bijlage 1 Toegelaten bedrijven, kolom 'beroep/bedrijf aan huis, 50 m2 of indien zij niet voorkomen in Bijlage 1, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn; e. het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroeps- of 40

bedrijfsmatige activiteit; het geen horeca, geluidzoneringsplichtige inrichtingen en inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) betreft. g. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie en wordt voldaan aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; f.

3.6

Afwijken van de gebruiksregels

3.6.1

Algemene voorwaarden voor afwijken

In lid 3.6 wordt waar relevant verwezen naar één of meerdere van de volgende voorwaarden, waarbij door het beoogde gebruik: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; d. voldaan wordt aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; e. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het karakter van de omgeving; f. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan). g. bij een combinatie van activiteiten: 1. de totale oppervlakte beperkt blijft tot de maximale maat van de activiteit welke de meeste ruimte in beslag mag nemen; 2. per toegestane activiteit de daarvoor toegestane maximale oppervlakte niet wordt overschreden. 3.6.2 Bed & breakfast a. Bij een omgevingsvergunning per (bedrijfs)woning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5.1 voor de uitoefening van bed & breakfast voor: 1. maximaal 100 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijfs)woning in de hoofdmassa en aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 2.

indien sprake is van cultuurhistorische bebouwing maximaal 200 m2 brutovloeroppervlak per (bedrijs)woning in de hoofdmassa en bijbehorende bouwwerken, waarbij de maximale afstand van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk tot de openbare weg 40 m bedraagt; b. de afwijking op basis van lid 3.6.2 onder a is mogelijk onder voorwaarde dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de woonfunctie minimaal 50% van het totale brutovloeroppervlak van de hoofdmassa bedraagt, ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen maximaal 3 slaapkamers voor maximaal 6 gebruikers toegestaan zijn en daarnaast minimaal 1 slaapkamer beschikbaar blijft voor de bewoner(s) van de woning; 2. de maximale verblijfsduur voor gebruikers van de bed & breakfast voorziening is één week; 3. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; 4. degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of de bijbehorende bouwwerken uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is; 41

5. de voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent in ieder geval dat een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan; 6. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.6.1. 3.6.3 Wonen voor huisvesting van personen die geen huishouden vormen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 onder a voor het gebruik van een woning voor huisvesting van personen die geen huishouden vormen, mits: a. de activiteiten (deels) in de gevellijn uitgeoefend worden; b. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.6.1; c. voldaan wordt aan de voorwaarden die zijn neergelegd in gemeentelijke Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 3.6.4

Wonen in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder d betreffende het oppervlak van de hoofdmassa, voor het gebruik van de totale bestaande hoofdmassa van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing voor één woning, mits; a. bijbehorende bouwwerken die niet cultuurhistorisch waardevol zijn en waarmee het totale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken van zoals opgenomen onder 3.2.2 lid d per woning wordt overschreden, worden gesloopt; b. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.6.1. 3.6.5

Agrarische activiteiten in bijbehorend bouwwerk

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.3 voor het gebruik van een bijbehorend bouwwerk voor agrarische activiteiten ten behoeve van een op hetzelfde perceel gevestigd bestaand bedrijf, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de omgeving,; b. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot twee of meer zelfstandige bedrijven; c. het niet gebruikt wordt voor de uitoefening van een veehouderij, voor de huisvesting van vee of de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij; d. het geen gebruik betreft dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; e. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.6.1. 3.6.6 Nevenactiviteiten Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 onder d voor nevenactiviteiten bij een op hetzelfde perceel gevestigd bestaand agrarisch bedrijf, mits:

42

a. het uitoefenen van nevenactiviteiten uitsluitend plaats vindt binnen het bouwvlak, tenzij anders vermeld; b. de volgende in de tabel opgenomen nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf zijn toegestaan binnen het bouwvlak indien de bouwregels van lid 3.2 dit toelaten en, mits niet groter dan de genoemde oppervlakte in de tabel: activiteiten oppervlak binnen oppervlak in gebouwen tot een openlucht maximum van 1 agrarisch technisch hulpbedrijven, met 1.000 m²; 150 m² uitzondering van bedrijven met dieren/veterinaire risico's en bedrijven met relatief veel verkeersbewegingen; 2 agrarische verwante bedrijven, met uitzondering 1.000 m²; 150 m² van bedrijven met publiekaantrekkende werking, bedrijven met dieren/veterinaire risico's en

3

4

5

bedrijven met groothandel, transport en doorgroei; statische opslag met uitzondering van 1.000 m²; statische opslag die ten dienste staat van een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; niet-agrarische productiegerichte 1.500 m²; paardenhouderij:

verkoop streekgebonden producten

Op basis van lid 3.1

open opslag is niet toegestaan -buitenrijbak voor paarden is toegestaan tot een maximale oppervlakte van 1.300 m² 150 m²

onder l 6 extensieve dagrecreatiepunten; 250 m² waarvan 150 m² maximaal 35 m² verkoop vloeroppervlak voor verkoop en/of horeca en maximaal 100 m² bruto vloeroppervlak; 7 extensieve verblijfsrecreatie met uitzondering 250 m² waarvan een kampeerterrein is van bed and breakfast; maximaal 35 m² verkoop toegestaan tot een vloeroppervlak voor maximale oppervlakte verkoop en/of horeca en van 3.500 m² met een maximaal 100 m² bruto maximum aantal vloeroppervlak.m² standplaatsen van 25 per waarvan maximaal 35 m² agrarisch bedrijf, op of verkoop vloeroppervlak aansluitend aan het voor verkoop bouwvlak; c. open opslag ten behoeve van nevenactiviteiten is niet toegestaan; d. een combinatie van verschillende nevenactiviteiten is ook toegestaan, maar de totale te gebruiken bebouwing/gronden moet beperkt blijven tot de maximale maat van de nevenactiviteit welke de meeste ruimte in beslag mag nemen. Bovendien mag per nevenactiviteit de daarvoor toegestane 43

maximale oppervlakte niet worden overschreden; e. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.6.1. 3.6.7 Open opslag verplaatsen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 onder g voor het verplaatsen van bestaande buitenopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch open opslag', naar een andere locatie op hetzelfde bouwperceel, mits: a. het oppervlak aan buitenopslag maximaal de bestaande oppervlakte bedraagt; b. de buitenverkoop of open opslag noodzakelijk is voor het ter plaatse gevestigde bedrijf; c. voldaan wordt aan de overige voorwaarden van lid 3.1 en de voorwaarden van artikel 3.6.1. 3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1

Algemene voorwaarden voor wijzigen

In lid 3.7 wordt waar relevant verwezen naar één of meerdere van de volgende voorwaarden, waarbij door het beoogde gebruik: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; d. voldaan wordt aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; e. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het karakter van de omgeving; f. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan); g. bij een combinatie van activiteiten: 1. de totale oppervlakte beperkt blijft tot de maximale maat van de activiteit welke de meeste ruimte in beslag mag nemen; 2. per toegestane activiteit de daarvoor toegestane maximale oppervlakte niet wordt overschreden. 3.7.2 Verwijderen van aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzingen ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding 'bouwvlak', indien de desbetreffende functie ter plaatse duurzaam beëindigd is. 3.7.3

Wijziging vorm bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzingen ten behoeve van de wijziging van de vorm van het bouwvlak, mits: a. van de wijzigingsbevoegdheid niet eerder gebruik wordt gemaakt dan nadat is aangetoond dat het beoogde wijzigingsplan geen significante effecten zal hebben voor een Natura 2000-gebied; b. het niet betreft het gebruik dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, 44

niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; c. de oppervlakte van het bouwvlak niet mag toenemen; d. de wijziging noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering of -ontwikkeling en financieel haalbaar is; e. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.7.1. 3.7.4 Vergroting bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak, mits: a. van de wijzigingsbevoegdheid niet eerder gebruik wordt gemaakt dan nadat is aangetoond dat het beoogde wijzigingsplan geen significante effecten zal hebben voor een Natura 2000-gebied; b. Het niet betreft het gebruik dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; c. vergroting uitsluitend is toegestaan voor agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen en/of glastuinbouwbedrijven; d. de wijziging uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering of -ontwikkeling noodzakelijk is en financieel haalbaar; e. het agrarisch bouwvlak tot max.

2 ha wordt uitgebreid, waarbij daar bovenop een uitbreiding van max. 4 ha voor teeltondersteunende voorzieningen is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. max. 4 ha voor lage en hoge, tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; 2. max. 2 ha voor hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen; 3. max. 5.000 m² voor teeltondersteunende kassen; f. in afwijking van het bepaalde onder e mag het agrarische bouwvlak tot maximaal 1,5 ha worden uitgebreid, indien de vergroting leidt tot een overig agrarisch bedrijf en mits de ontwikkeling noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering; g. vergroting mag niet leiden tot een glastuinbouwbedrijf; h. de aanwezige landschapsen natuurwaarden en cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; i. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.7.1; j. burgemeester en wethouders vragen voorafgaand aan het nemen van een besluit advies aan een ter zake deskundige commissie of instantie. 3.7.5 Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft en indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

alvorens deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast, dient door middel van een onderzoek eerst aangetoond te worden dat het gebruik ten behoeve van een reëel of volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf niet mogelijk is en/of de noodzaak daarvoor niet aanwezig is; 45

b. ter plaatse van de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning geldt ten aanzien van de nieuwe bestemming het volgende: 1. wijziging is uitsluitend toegestaan binnen het bestaande bouwvlak; 2. het agrarisch bouwvlak dat bij de te wijzigen voormalige agrarische bedrijfswoning behoort dient gelijktijdig te vervallen; 3. het toe te kennen bestemmingsvlak van de woning mag maximaal 1.250 m² bedragen waarbij zowel de breedte als de diepte van het bouwperceel maximaal 50 m mag bedragen; 4. het toe te kennen bouwvlak van de woning is 10 m breed en 12 m diep of 12 m breed en 10 m diep. c. ter plaatse van het toe te kennen bestemmingsvlak zoals bepaald onder lid b geldt ten aanzien van de bestaande gebouwen het volgende: 1. voor bijbehorende bouwwerken zijn de regels in lid 17.2.3 van toepassing, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bepaald wordt door lid 17.2.3 onder e; 2. de overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten; 3. niet eerder mag de woning na wijziging in gebruik worden genomen dan nadat alle overtollige agrarische bedrijfsbebouwing, exclusief het maximaal toegestane oppervlak aan bijbehorende bouwwerken, gesloopt is; d. in aanvulling op het bepaalde in lid 3.7.5 onder c sub 1 geldt het volgende: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10673705/1