CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 BP Gemengd gebied, herziening 1

Raadsvergadering (B) 16 december 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Gemengd gebied, herziening 1’22.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemengd gebied herziening 1

2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Geldende regeling 1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 De aanpassingen 2.1 Inleiding 2.2 Uitsterfregeling detailhandel op achterpercelen 2.3 Overige wijzigingen Hoofdstuk 3 Beleid en omgevingsaspecten Hoofdstuk 4 Juridische toelichting 4.1 Algemeen

7 7 7 7 9 9 9 10 23 25 25

4.2 Opzet partiele herziening Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

25 27 27 27

3

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Gemengd gebied" vastgesteld. Bij tussenuitspraak van 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1030), heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 7 juni 2018 te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het besluit van 17 september 2020 het bestemmingsplan "Gemengd gebied" gewijzigd en opnieuw vastgesteld. Op basis hiervan heeft de Afdeling bestuursrechtspraak vande Raad van State (hierna Raad van State) einduitspraak gedaan op 24 februari 2021 (201805998/2/R2).

Sinds vaststelling van het bestemmingsplan in 2018 is een aantal ondergeschikte omissies geconstateerd. Deze partiele herziening heeft tot doel om deze omissies te herstellen. In Hoofdstuk 2 is uiteen gezet wat de wijzigingen precies inhouden.

1.2 Geldende regeling Het plangebied valt onder het bestemmingsplan Gemengd Gebied, zoals op 17 september 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld en waarover de Raad van State op 24 februari 2021 uitspraak heeft gedaan. Daarbij heeft de Raad van State de gemeente opdracht gegeven om artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" uit de planregels te schrappen. Deze onherroepelijke versie van het bestemmingsplan is op www.ruimtelijkeplannen.nl terug te vinden.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft concreet aan welke aanpassingen doorgevoerd worden in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 is ingegaan op het beleidskader en de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 4 wordt uitleg gegeven van de juridische aspecten van het bestemmingsplan. De overige aspecten die in een bestemmingsplan toelichting thuishoren: economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid, komen in het hoofdstuk 5 aan bod.

7

8

Hoofdstuk 2

De aanpassingen

2.1 Inleiding Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven heeft dit bestemmingsplan tot doel wijzigingen in het vigerende bestemmingsplan aan te brengen. In dit hoofdstuk zijn de wijzigingen beschreven en gemotiveerd.

2.2 Uitsterfregeling detailhandel op achterpercelen In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijziging die voortvloeit uit de uitspraak van de Raad van State van 24 februari 2021, zie Bijlage 1. In de uitspraak is naar aanleiding van het tegen het bestemmingsplan Gemengd Gebied ingestelde beroep artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" vernietigd. Het plandeel betreft de uitsterfregeling die is opgenomen ten aanzien van detailhandel op achterpercelen. De Raad van State geeft aan dat deze bepaling niet deugdelijk is onderbouwd. De gemeente Waalwijk heeft dit onderdeel van de uitspraak verwerkt in het bestemmingsplan Gemengd Gebied (onherroepelijk).

In voorliggend bestemmingsplan wordt de uitsterfregeling zoals opgenomen in artikel 6, lid 6.1 onder k van de planregels weer van toepassing verklaard op detailhandel op achterpercelen. De uitsterfregeling bepaalt dat detailhandel niet is toegestaan, indien de activiteit detailhandel ten minste drie jaar is gestaakt en duurzaam beeïndigd is. Het bestemmingsplan bevat geen flexibiliteitsbepalingen om nieuwvestiging van detailhandel op het achterperceel mogelijk te maken.

De motivering voor deze uitsterfregeling is als volgt. De uitsterfregeling voor detailhandel op achterpercelen in het Gemengd Gebied past binnen het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de beleidsnotitie Gemengd Gebied die op 17 november 2015 door de raad van Waalwijk is vastgesteld. Hoofdlijn in de beleidsnotitie is dat publiekgerichte functies zoals detailhandel mogelijk zijn, mits het gebiedstype behouden blijft. Detailhandel dient gelet op de structuur en herkenbaarheid van het Gemengd gebied aan de straatzijde te worden gesitueerd zoals dat van oudsher voorkomt en niet in bijgebouwen achterop het perceel. Zelfstandige functies op achterpercelen gaan ten koste van de rust en privacy in de (aangrenzende) buitenruimten. Het is vanuit ruimtelijk oogpunt ongewenst dat er daarom zelfstandige functies op achterpercelen zijn, waar geen zicht op is vanuit de straatzijde. Met de uitsterfregeling wordt verrommeling in het achtererfgebied tegengegaan.

Regels

9

Artikel 6.1 onder k is als volgt gewijzigd: "k. indien het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd achterperceel' ten behoeve van respectievelijk de activiteit 'dienstverlening', 'maatschappelijk', 'detailhandel', 'supermarkt', 'detailhandel volumineus', 'horeca', 'niet publieksgerichte voorziening' of 'achterperceel', gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit;"

2.3 Overige wijzigingen 2.3.1

Bestemming Gemengd: maximaal één (bedrijfs)woning per bestaand bouwperceel

In artikel 6.1 onder a van de planregels is opgenomen dat wonen is toegestaan in de hoofdmassa en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken. Per bouwperceel is maximaal 1 (bedrijfs)woning toegestaan. Dit artikel dient te worden aangepast zodat maximaal 1 (bedrijfs)woning is toegelaten per bestaand bouwperceel. Het begrip 'bestaand' was reeds in Artikel 1 Begrippen opgenomen.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: de aanhef in artikel 6.1 onder a is als volgt gewijzigd: "wonen in de hoofdmassa en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, waarbij per bestaand bouwperceel maximaal 1 (bedrijfs)woning is toegelaten, met dien verstande dat:".

2.3.2

Bestemming Gemengd: Afwijkingsbevoegdheid bed & breakfast

In artikel 6.6.3 van de planregels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om bed & breakfast mogelijk te maken. De maximale gebruiksduur dient te worden beperkt tot één week, net als in de andere bestemmingen.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: aan artikel 6.6.3 onder c is de volgende voorwaarde toegevoegd: "de maximale gebruiksduur voor gebruikers van de bed & breakfast voorziening is één week;".

10

2.3.3

Bestemming Gemengd - Bedrijf: Bouwregels - Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

In artikel 8.2.5 van de planregels zijn bouwregels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opgenomen. Onder sub d wordt een afwijkende bouwhoogte voor reclame-uitingen toegestaan. De verwijzing naar sub d is onjuist en dient te worden gewijzigd naar sub c.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: in artikel 8.2.5 onder d is de verwijzing naar sub d gewijzigd naar sub c. 2.3.4

Bestemming Gemengd - Bedrijf: Afwijken van de bouwregels

In artikel 8.4 van de planregels zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen. De subleden lopen niet door. Dit dient te worden hersteld.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: in artikel 8.4 zijn de subleden op alfabetische volgorde gesorteerd. 2.3.5

Bouwregels oppervlakte bijbehorende bouwwerken

In de planregels zijn bouwregels opgenomen over de toegestane oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het overig bebouwingsgebied. Dit dient te worden verruimd naar bebouwingsgebied én zijerfgebied. Daar waar de toegestane oppervlakte wordt berekend aan de hand van de oppervlakte van het bebouwingsgebied dient dit tevens te worden gewijzigd naar bebouwingsgebied én zijerfgebied.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: in artikel 3.2.3 sub d, 4.2.4 sub d, 6.2.3 sub e, 7.2.3 sub e, 8.2.4 sub d en 17.2.3 sub d is achter 'bebouwingsgebied' toegevoegd 'en zijerfgebied'.

11

2.3.6

Algemene afwijkingsvoorwaarden

In de planregels zijn algemene voorwaarden opgenomen die van toepassing zijn op afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. In verschillende artikelen is als voorwaarde opgenomen dat bij ontwikkelingen aan de achterzijde sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Deze voorwaarde dient ook te gelden voor ontwikkelingen aan de zijkant, voor zover gelegen in het achtererfgebied. Dit dient te worden aangepast in de regels om verwarring te voorkomen.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: in artikel 6.4.1, 6.6.1, 6.7.1, 7.4.1, 7.6.1, 7.7.1, 8.6.1, 8.7.1 onder f is 'aan de achterzijde' gewijzigd naar 'in het achtererfgebied'. 2.3.7 Afwijkingsbevoegdheid: wonen voor huisvesting van personen die geen huishouden vormen In de planregels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om het gebruik van een woning voor huisvesting van personen die geen huishouden vormen mogelijk te maken. Om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de activiteiten dienen (deels) in de gevellijn uitgeoefend te worden; 2. er dient voldaan te worden aan de algemene voorwaarden voor afwijken; 3. er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die zijn neergelegd in gemeentelijke 'Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk'. De eerste twee afwijkingsvoorwaarden worden reeds gesteld in de gemeentelijke 'Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk'. Deze voorwaarden zijn overbodig en kunnen worden geschrapt.

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: In artikel 3.6.3, 4.5.4, 6.6.4, 7.6.4, 8.6.4 en 17.6.4 zijn de voorwaarden onder a en b geschrapt.

12

2.3.8

Heistraat 149 te Sprang-Capelle

Het perceel aan Heistraat 149 te Sprang-Capelle is bestemd als 'Gemengd - Agrarisch' en aangeduid als 'intensieve veehouderij'. De eigenaar van het perceel maakt gebruik van de provinciale 'ruimte-voor-ruimte regeling'. Om gebruik te kunnen maken van deze regeling dient er 300 m3 aan stallen te worden gesloopt. Ook dient de aanduiding 'intensieve veehouderij' te worden verwijderd van het perceel. Dit is juridisch-planologisch vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan.

Verbeelding De aanduiding 'intensieve veehouderij' is verwijderd van het perceel Heistraat 149 te Sprang-Capelle.

13

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: aan artikel 7.2.1 is toegevoegd: "c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt voor het perceel Heistraat 149 te Sprang-Capelle dat de oppervlakte van de gebouwen en de bouwwerken, geen gebouwen zijnde behorend bij een veehouderij, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) en de bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning, ten hoogste de omvang mag hebben van gebouwen die feitelijk aanwezig zijn op het perceel Heistraat 149 te Sprang-Capelle, indien de gebouwen geamoveerd zijn in het kader van de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling." 14

aan artikel 28.1 is toegevoegd: "d. Het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing op bouwwerken op het perceel Heistraat 149 te Sprang-Capelle die ingevolge lid 7.2.1 onder c geamoveerd zijn in het kader van de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling." In Bijlage 5 is de rij met het adres Heistraat 149 uit de tabel verwijderd; 2.3.9

Sprangsevaart ong. te Sprang-Capelle

Op het perceel aan Sprangsevaart, kadastraal bekend gemeente Sprang sectie C nummers 3258 en 3257, is de bouwaanduiding 'maximum oppervlakte (120m2)' opgenomen. In verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een afwijkend oppervlakte is deze maatvoering niet meer relevant. De bouwaanduiding is verwijderd.

Verbeelding Op het perceel aan Sprangsevaart, kadastraal bekend gemeente Sprang sectie C nummers 3258 en 3257, is de aanduiding 'maximum oppervlakte (120m2)' verwijderd.

15

2.3.10 Tilburgseweg 2a te Sprang-Capelle Het perceel aan Tilburgseweg 2a te Sprang-Capelle is bestemd als 'Gemengd - Bedrijf'. Op het perceel is per abuis geen bouwvlak aanwezig. Dit dient te worden hersteld.

16

Verbeelding Op het perceel Tilburgseweg 2a te Sprang-Capelle is een bouwvlak opgenomen.

2.3.11 't Vaartje 54 te Waspik Het perceel aan 't Vaartje 54 te Waspik is bestemd als 'Gemengd - Agrarisch' en aangeduid als 'specifieke vorm van agrarisch - overig agrarisch bedrijf'. Op het perceel is een winkel in ruitersportartikelen aanwezig. De winkel was reeds toegelaten op basis van het voormalige bestemmingsplan 't Vaartje. Het bedrijf dient te worden opgenomen in het bestemmingsplan.

17

Verbeelding Het perceel aan 't Vaartje 54 te Waspik is aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - aanvullende bedrijfsactiviteit'.

Regels 18

De planregels zijn als volgt gewijzigd: in Bijlage 5 bij de regels is de tabel bij het adres 't Vaartje 54 als volgt gewijzigd: 't Vaartje 54 Waspik - overig agrarisch bedrijf, type paardenhouderij - (neven)activiteiten: detailhandel in ruitersportartikelen max. 100 m2

2.3.12 Westeinde 33 te Waalwijk

Het perceel aan Westeinde 33 te Waalwijk is bestemd als 'Gemengd'. Op het perceel was voor inwerkingtreding van het bestemmingsplan Gemengd Gebied een bedrijf legaal gevestigd. Het bedrijf dient te worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Verbeelding Het perceel aan Westeinde 33 te Waalwijk is aangeduid als 'bedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf aanvullende bedrijfsactiviteit'.

19

Regels De planregels zijn als volgt gewijzigd: in Bijlage 4 bij de regels is toegevoegd: Westeinde 33 Waalwijk

20

autoreparatiebedrijf (excl. plaatwerken, spuitwerken en tectyleren), sbi-cat 2/B

21

22

Hoofdstuk 3

Beleid en omgevingsaspecten

In een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd is met het (gemeentelijk) beleid en met omgevingsaspecten, zoals bodem en water. Voorliggend bestemmingsplan betreft een herziening van het onherroepelijk bestemmingsplan Gemengd Gebied. De herziening bevat geen ontwikkelingsmogelijkheden. De wijzigingen in de herziening zijn van beperkte omvang en van ondergeschikte aard. Een verwijzing naar de omgevingsaspecten en het beleidskader in de toelichting van het bestemmingsplan Gemengd Gebied volstaat dan ook. Zie deze link.

23

24

Hoofdstuk 4

Juridische toelichting

4.1 Algem een In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de juridische regeling van het bestemmingsplan 'Gemengd gebied herziening 1'. De juridische regeling bestaat uit een verbeelding en de regels. De onderdelen verbeelding en regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen dan ook altijd gezamenlijk geraadpleegd en gelezen te worden. De plantoelichting heeft geen rechtskracht.

4.2 Opzet partiele herziening Het voorliggende bestemmingsplan 'Gemengd gebied herziening 1' is een gedeeltelijke herziening van het geldende bestemmingsplan Gemengd Gebied (onherroepelijk). Deze herziening is een aanvulling op het bestemmingsplan Gemengd Gebied. Deze herziening bestaat uit een verbeelding en een set regels. De herziening is opgesteld op basis van de landelijke standaarden (SVBP 2012).

De verbeelding Gronden en locaties waar naar aanleiding van de herziening een aanpassing van de nu geldende regelingen plaatsvindt, zijn op de verbeelding met enkelbestemmingen weergegeven. Dit is geregeld in artikel Van toepassing verklaring van de regels.

Regels In verband met de leesbaarheid van het voorliggende plan is een complete set regels opgenomen. Door middel van groene markering en doorhalingen is aangegeven welke regels en veranderingen in de regels onderdeel uitmaken van het de herziening.

Alleen de regels die onderdeel uitmaken van de herziening kunnen ter discussie worden gesteld (zienswijzen en beroep bij de Raad van State). Omdat een groot deel van de regels van het bestemmingsplan Gemengd Gebied gewoon van kracht blijft en met deze herziening niet wordt gewijzigd, kan hier geen bezwaar tegen worden gemaakt. Inhoudelijk zijn die regels immers niet aangepast.

Voor een nadere beschrijving van de regels wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan Gemengd Gebied. Zie deze link. 25

26

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

5.1 Econom ische uitvoerbaarheid Er zijn voor de gemeente geen uitvoeringskosten waarvoor een specifiek onderzoek naar economische aspecten moet worden uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorbereidingsfase Conform artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorliggende plan wordt voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze in te dienen. De ingediende zienswijzen worden samengevat en beantwoord in de Nota van Zienswijze.

27

Gemengd gebied herziening 1

2

Inhoudsopgave

Bijlagen Toelichting

5

Bijlage 1

7

Uitspraak ABRvSt 24-02-2021

3

4

Bijlagen T oelichting

5

6

Bijlage 1 Uitspraak ABRvSt 24-02-2021

7

Uitspraak 201805998/2/R2

ECLI

ECLI:NL:RVS:2021:394

Datum uitspraak

24 februari 2021

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Gemengd gebied" vastgesteld. Over de beroepen van [appellant sub 3], [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellante sub 7] en anderen en [appellante sub 5] heeft de Afdeling onder 7 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 7 juni 2018 voor zover het betreft de vaststelling van de definitie van "bedrijf" in artikel 1.20 van de planregels niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en is vastgesteld. De Afdeling heeft hierover overwogen dat de raad zich in het verweerschrift op het standpunt heeft gesteld dat de definitie van bedrijf in artikel 1.20 van de planregels niet juist is geformuleerd en dat in zoverre sprake is van een omissie in het plan. De raad heeft zich in zoverre op een ander standpunt gesteld dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven.

Volledige tekst 201805998/2/R2. Datum uitspraak: 24 februari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk,

Uitspraak 201805998/2/R2

1

2. [appellant sub 2], gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, 3. [appellant sub 3], wonend te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, 4. [appellant sub 4], gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, 5. [appellante sub 5], gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, 6. De Vereniging Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle, gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, 7. [appellante sub 7] en anderen, gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, appellanten, en de raad van de gemeente Waalwijk, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Gemengd gebied" vastgesteld. Bij tussenuitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1030, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 7 juni 2018 te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het besluit van 17 september 2020 het bestemmingsplan "Gemengd gebied" gewijzigd en opnieuw vastgesteld. [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle hebben zienswijzen ingediend. De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten. Overwegingen De beroepen van [appellant sub 3], [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellante sub 7] en anderen en [appellante sub 5] 1.

Over de beroepen van [appellant sub 3], [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellante sub 7] en anderen en [appellante sub 5] heeft de Afdeling onder 7 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 7 juni 2018 voor zover het betreft de vaststelling van de definitie van "bedrijf" in artikel 1.20 van de planregels niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en is vastgesteld. De Afdeling heeft hierover overwogen dat de raad zich in het verweerschrift op het standpunt heeft gesteld dat de definitie van bedrijf in artikel 1.20 van de planregels niet juist is geformuleerd en dat in zoverre sprake is van een omissie in het plan. De raad heeft zich in zoverre op een ander standpunt gesteld dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven. Over het beroep van [appellante sub 7] heeft de Afdeling tevens onder 11.4 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 7 juni 2018 voor zover aan de gronden van

Uitspraak 201805998/2/R2

2

[appellante sub 7] aan de [locatie 1] te Sprang-Capelle niet de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-woning op het achterperceel" is toegekend niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en is vastgesteld. De Afdeling heeft hierover overwogen dat de raad in het verweerschrift heeft gesteld dat voor wat betreft deze gronden sprake is van een omissie omdat achter de gevellijn al een woning aanwezig is en hij derhalve per abuis heeft nagelaten om de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-woning op achterperceel" toe te kennen. De raad stelt zich in zoverre op een ander standpunt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven. 1.1. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak zijn de beroepen van [appellant sub 3], [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellante sub 7] en anderen en [appellante sub 5] gegrond. Het besluit van 7 juni 2018 voor zover het betreft de definitie van "bedrijf" in artikel 1.20 van de planregels en voor zover aan de gronden van [appellante sub 7] en anderen aan de [locatie 1] te Sprang-Capelle niet de aanduiding "specifieke bouwaanduidingwoning op het achterperceel" is toegekend, dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) te worden vernietigd. 2.

Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om, met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 7.1 in de tussenuitspraak in artikel 1.20 van de planregels een juiste definitie van het begrip bedrijf op te nemen. Tevens heeft de Afdeling de raad opgedragen om met inachtneming van hetgeen onder 11.4 in de tussenuitspraak is overwogen aan de gronden van [appellante sub 7] en anderen aan de [locatie 1] te SprangCapelle ter plaatse van een woning op het achterperceel de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-woning op het achterperceel" toe te kennen. 3. In het besluit van 17 september 2020 heeft de raad naar aanleiding van de tussenuitspraak de definitie van "bedrijf" in artikel 1.20 als volgt gewijzigd : "het bedrijfsmatig verrichten van werkzaamheden en/of diensten waaronder begrepen internetbedrijven en internetafhaalpunten". Tevens is in het besluit van 17 september 2020 aan de gronden betreffende het perceel [locatie 1] in Sprang-Capelle de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-woning op het achterperceel" toegekend. 4. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben." 5.

Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb worden de beroepen van [appellant sub 3], [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellante sub 7] en anderen en [appellante sub 5] geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 17 september 2020. 6. [appellant sub 3], [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellante sub 7] en anderen en [appellante sub 5] hebben naar aanleiding van het besluit van 17 september 2020 geen zienswijze ingediend. Dit betekent dat zij geen beroepsgronden tegen het nadere besluit hebben aangevoerd. De van rechtswege ontstane beroepen zijn ongegrond. De beroepen van [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle 7. Over de beroepen van [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle heeft de Afdeling onder 12.4 en 12.5 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 7 juni 2018 voor zover het betreft de vaststelling van artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" en voor zover daarin een termijn van 1 jaar is genoemd niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en is

Uitspraak 201805998/2/R2

3

vastgesteld. De Afdeling heeft hierover overwogen dat met de regeling in artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor onder meer de gronden van [appellant sub 2] een zogenoemde uitsterfregeling is opgenomen voor de activiteit detailhandel. De Afdeling stelt vast dat de raad zich niet op het standpunt stelt dat detailhandel op de gronden in het gemengde gebied zoals de gronden van [appellant sub 2] als zodanig niet meer passend is en niet meer in overeenstemming wordt geacht met een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft de uitsterfregeling opgenomen om langdurige leegstand in de betreffende winkelpanden tegen te gaan en ondernemers niet te belemmeren door het vasthouden aan bestaande rechten op bestaande plekken die niet meer gebruikt worden en leegstaan. De Afdeling is van oordeel dat de uitsterfregeling niet het juiste instrument is om deze leegstand tegen te gaan. De raad acht "detailhandel" immers in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening, terwijl de bedoeling van een uitsterfregeling nu juist is om een in het plan mogelijk gemaakte activiteit op termijn te doen beëindigen, omdat deze niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Over het beroep van [appellant sub 2] heeft de Afdeling onder 12.3 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 7 juni 2018 voor zover het betreft de vaststelling van bijlage 8 bij de planregels voor de gronden aan de [locatie 2] niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en is vastgesteld. De Afdeling heeft hierover overwogen dat in de stukken en tijdens de zitting gemotiveerd is gesteld dat het perceel aan de [locatie 2] onder meer voor zelfstandige detailhandel wordt gebruikt. In bijlage 8 is dit gebruik niet opgenomen voor de gronden op deze locatie zodat dit gebruik niet meer mogelijk is gemaakt in het plan. In bijlage 8 is beoogd het bestaande legale gebruik op te nemen. 8. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak zijn de beroepen van [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle gegrond. Het besluit van 7 juni 2018 voor zover het betreft de vaststelling van artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" en voor zover daarin een termijn van 1 jaar is genoemd en bijlage 8 bij de planregels voor zover daarin voor de locatie [locatie 2] niet is opgenomen dat deze mag worden gebruikt voor zelfstandige detailhandel, dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd. 9.

Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om, met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 12.3 de in bijlage 8 behorende bij de planregels vermelde activiteiten voor het adres [locatie 2] uit te breiden met de activiteit "zelfstandige detailhandel". Voorts heeft de Afdeling de raad opgedragen om, met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 12.4 en 12.5 in artikel 6, lid 6.1, lid k, van de planregels een passende regeling op te nemen voor wat betreft de activiteit detailhandel. Tevens dient de raad de daarin vermelde termijn van 1 jaar te wijzigen naar 3 jaar. 10. In het besluit van 17 september 2020 heeft de raad naar aanleiding van de tussenuitspraak bijlage 8 behorende bij de planregels gewijzigd en voor het adres [locatie 2] uitgebreid met de activiteit "zelfstandige detailhandel". Voorts heeft de raad in het besluit van 17 september 2020 naar aanleiding van de tussenuitspraak artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder k, gewijzigd.

Dit artikel komt als volgt te luiden: "indien het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd-achterperceel’ ten behoeve van respectievelijk de activiteit 'dienstverlening', 'maatschappelijk', 'detailhandel', 'supermarkt', 'detailhandel volumineus', 'horeca', 'niet publieksgerichte voorziening' of 'achterperceel', gedurende minimaal drie jaar is gestaakt en duurzaam beëindigd is, de gronden niet meer als zodanig in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de desbetreffende activiteit". 11. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege

Uitspraak 201805998/2/R2

4

mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben." 12. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb worden de beroepen van [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 17 september 2020. 13. [appellant sub 2] heeft in de zienswijze geen beroepsgronden tegen de gewijzigde bijlage 8 ingediend. Dit betekent dat hij geen beroepsgronden heeft ingediend tegen dit gewijzigde onderdeel van het nadere besluit. Het van rechtswege ontstane beroep tegen dit onderdeel faalt. 14. [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle hebben in hun zienswijzen tegen het besluit van 17 september 2020 aangevoerd dat in de onder 12.5 van de tussenuitspraak benoemde conclusie onder meer is opgenomen dat de raad in artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels een passende regeling dient op te nemen voor wat betreft de activiteit detailhandel. In het herstelbesluit handhaaft de raad de uitsterfconstructie voor de gronden van [appellant sub 2] ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd-achterperceel" ten behoeve van onder meer de activiteit "detailhandel" zonder dat sprake is van een nadere onderbouwing.

De opmerking in het onderliggende raadsvoorstel dat deze activiteit niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt geacht doet niet af aan het onderliggende argument dat het doel van de bepaling nog altijd is om leegstand tegen te gaan nu daarvoor geen andere motivering in de plaats is gesteld. Zij betogen dat de tussenuitspraak geen ruimte laat voor deze keuze, althans niet zonder nadere argumenten die ontbreken. [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle verzoeken dan ook het bepaalde in artikel 6, lid 6.1, onder k, voor zover dat betrekking heeft op de activiteit detailhandel, te vernietigen. 15. De Afdeling stelt vast dat in overeenstemming met de opdracht in de tussenuitspraak de raad de termijn in artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels van 1 naar 3 jaar heeft aangepast. De raad heeft de uitsterfregeling voor de gronden van [appellant sub 2] ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd-achterperceel" ten behoeve van de activiteit "detailhandel" gehandhaafd. De raad heeft hieraan in het nadere besluit ten grondslag gelegd dat de activiteit detailhandel niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Aan dit standpunt is geen nadere motivering ten grondslag gelegd.

Gelet hierop berust het besluit van 17 september 2020 voor zover het betreft de vaststelling van artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" niet op een deugdelijke motivering. 16. Gelet op het voorgaande is het beroep van rechtswege van [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle gegrond. Het besluit van 17 september 2020 voor zover het betreft de vaststelling van artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd. Proceskosten 17. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Daarbij wordt het volgende overwogen. Van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht is niet gebleken. H. de Jongh heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij rechtsbijstand verleent als een vast onderdeel van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening, in de zin van artikel 1, onder a, van het

Uitspraak 201805998/2/R2

5

Besluit proceskosten bestuursrecht. De reiskosten van H. de Jongh komen voor vergoeding in aanmerking. Verwerking op www.ruimtelijkeplannen.nl 18. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van [appellant sub 2], [appellant sub 1], [appellante sub 7] en anderen, [appellante sub 5], [appellant sub 4], [appellant sub 3] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Kapelle tegen het besluit van de raad van de gemeente Waalwijk van 7 juni 2018 gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Waalwijk van 7 juni 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Gemengd gebied" voor zover het strekt tot vaststelling van: a. de definitie van "bedrijf" in artikel 1.20 van de planregels, b. het plandeel betreffende de gronden van [appellante sub 7] en anderen aan de [locatie 1] te Sprang-Capelle voor zover daaraan niet de aanduiding "specifieke bouwaanduiding-woning op het achterperceel" is toegekend, c.

artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel" en voor zover daarin een termijn van 1 jaar is genoemd, d. bijlage 8 bij de planregels voor zover daarin voor de locatie [locatie 2] te Sprang-Capelle niet is opgenomen dat deze mag worden gebruikt voor zelfstandige detailhandel; III. verklaart de beroepen [appellant sub 1], [appellante sub 7] en anderen, [appellante sub 5], [appellant sub 4], [appellant sub 3] tegen het besluit van 17 september 2020 ongegrond; IV. verklaart de beroepen [appellant sub 2] en de Verenigde Ondernemers Sprang-Kapelle tegen het besluit van 17 september 2020 gegrond; V. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Waalwijk van 17 september 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Gemengd gebied" voor zover het strekt tot vaststelling van artikel 6, lid 6.1, onder k, van de planregels voor zover dat betrekking heeft op de activiteit "detailhandel"; VI. draagt de raad van de gemeente Waalwijk op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel V, wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.; VII.

veroordeelt de raad van de gemeente Waalwijk tot vergoeding van bij [appellant sub 1], [appellant sub 4] en [appellant sub 3], [appellante sub 7] en anderen, [appellante sub 5], en de Verenigde Ondernemers Sprang-Kapelle aan [appellante sub 5], de Verenigde Ondernemers Sprang-Kapelle in verband met de behandeling van hun beroepen opgekomen proceskosten

Uitspraak 201805998/2/R2

6

tot een bedrag van € 45,27 (zegge: vijfenveertig euro en zevenentwintig cent), met dien verstande dat in geval van betaling aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; VIII. gelast dat de raad van de gemeente Waalwijk aan: - [appellant sub 2] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 170 (zegge: honderdzeventig euro), - [appellant sub 1] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 170 (zegge: honderdzeventig euro), - [appellant sub 4] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 170 (zegge: honderdzeventig euro), - [appellant sub 3] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 170 (zegge: honderdzeventig euro), - [appellante sub 7] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 338 (zegge: driehonderdachtendertig euro), met dien verstande dat betaling aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, - [appellante sub 5] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 338 (zegge: driehonderdachtendertig euro), - de Verenigde Ondernemers Sprang-Kapelle aan [appellante sub 5] het door haar voor

de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 338 (zegge: driehonderdachtendertig euro). Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzitter, en mr. F.D. van Heijningen en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2021 224.

Uitspraak 201805998/2/R2

7

Gemengd gebied herziening 1

2

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Hoofdstuk 3 Artikel 23 Artikel 24

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Bos Gemengd Gemengd - Agrarisch Gemengd - Bedrijf Groen Horeca Maatschappelijk Natuur Sport Verkeer - Ontsluiting Verkeer - Verblijf Water Wonen Leiding Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - Waterkering Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels

6 6 28 31 31 50 62 64 86 104 121 124 127 130 132 135 137 139 141 151 154 156 158 160 162 162 163

Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Hoofdstuk 4 Artikel 28 Artikel 29

Bevi Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden Van toepassing verklaring Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

171 173 174 175 175 176

3

4

Regels Leeswijzer (zie artikel 27 Van toepassing verklaring) Gewone tekst De geldende regels volgens het eerder vastgestelde bestemmingsplan. Doorgehaalde tekst Tekst die door middel van het voorliggende plan komt te vervallen. Groen gemarkeerde tekst Tekst die door middel van het voorliggende plan wordt toegevoegd.

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan

het bestemmingsplan 'Gemengd gebied herziening 1' met NL.IMRO.0867.bpWWgemengdgbherz1-ON01 van de gemeente Waalwijk;

1.2

identificatienummer

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aardkundige waarde

gebieden met waardevolle aardkundige elementen met betrekking tot reliëf en bodem die een bepaalde mate van bescherming genieten;

1.6

aaneengebouwde hoofdmassa

hoofdmassa welke deel uitmaakt van meer dan twee aaneengebouwde, grondgebonden, hoofdmassa's;

1.7

aangebouwd bijbehorend bouwwerk

bijbehorend bouwwerk dat met de hoofdmassa verbonden is;

6

1.8

achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.9

achterkant

gevel aan de achterzijde van een gebouw, tegenover de voorkant;

1.10

agrarisch bedrijf

inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf;

1.11

agrarisch-technisch hulpbedrijf

bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking;

1.12

agrarisch verwant bedrijf

bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;

1.13

ambachtelijke bedrijvigheid

het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen geheel of overwegend door middel van handwerk;

1.14

attentiegebied EHS

gebied gelegen rondom en binnen de ecologische hoofdstructuur waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding;

7

1.15

bebouwing

a. één of meer gebouwen en/of; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16

bedrijfsbebouwing ten behoeve van een veehouderij

onder bedrijfsbebouwing ten behoeve van een veehouderij wordt verstaan: 1. gebouwen in gebruik voor de huisvesting van vee (niet zijnde hobbyvee); 2. gebouwen in gebruik ten behoeve van de uitoefening van de (intensieve) veehouderij in de brede zin (zoals een machineberging waarin de machines die gebruikt worden ten behoeve van de veeteelt zijn of worden gestald); 3. bouwwerken voor de opslag van mest; 1.17

bebouwingsgebied

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; waarbij onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. bebouwingsgebied hoofdmassa: gedeelte van het bebouwingsgebied waar de hoofdmassa mag komen; b. overig bebouwingsgebied: gedeelte van het bebouwingsgebied waar geen hoofdmassa mag komen; 1.18

bebouwingspercentage

een op de verbeelding, dan wel in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

1.19

bed & breakfast

een aan de woonfunctie ondergeschikte vorm van extensieve verblijfsrecreatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed & breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichtten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of permanente kamerverhuur. Degene die de bed & breakfast voorziening biedt, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning;

1.20

bedrijf

het bedrijfsmatig verrichten van werkzaamheden en/of diensten waaronder begrepen internetbedrijven en internetafhaalpunten;

8

1.21

bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen)

uitoefening van een bedrijf en/of dienstverlening in of bij een woning waarbij de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. Degene die de bedrijfsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning;

1.22

bedrijfswoning

een bij een bedrijf behorende woning waarbij de woonfunctie ondergeschikt is aan de bedrijfsactiviteit, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die een functionele binding heeft met de bedrijfsactiviteiten die het desbetreffende bedrijf uitoefent en mag uitoefenen;

1.23

beperkt kwetsbaar object

a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal 2 woningen, woonschepen en woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen van derden; c. kantoorgebouwen, waaronder begrepen bedrijfskantoren, met een brutovloeroppevlak van maximaal 1.500 m2 per object; d. hotels met een brutovloeroppervlak van maximaal 1.500 m2 per object; restaurants, waaronder begrepen bedrijfsrestaurants; e. winkels/winkelcomplexen die niet als kwetsbaar object zijn aangemerkt; f. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; g. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; h. bedrijfsgebouwen voor zover het niet betreft: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto-oppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; 2. complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal oppervlak van meer dan 2.000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; i.

andere objecten, zoals (delen van) gebouwen, waar 50 of meer personen aanwezig zijn èn waarbij de personendichtheid groter is dan 1 persoon per 100 m² èn waarbij deze personen 40 uur per week of meer aanwezig zijn; j. objecten met een hoge infrastructurele waarde, te weten een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur. Objecten die onderdeel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit;

9

1.24

bergbezinkvoorziening

ondergrondse ruimte waarin tijdens zware regenval afvalwater tijdelijk wordt opgeslagen;

1.25

beroepsmatige activiteiten (bij wonen)

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Degene die de beroepsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning;

1.26

bestaand

bestaand zoals op moment van de inwerkingtreding van dit plan: a. legaal bestaat, in uitvoering is of in gebruik mag worden genomen krachtens een geldige omgevingsvergunning; b. aantoonbaar vanaf 1955 aanwezig is; Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het bestaand aantal woningen, bestaand bouwwerk, bestaand gebruik, de bestaande situatie (gebruik en gebouwen) en de bestaande maatvoering van bouwwerken;

1.27

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.28

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.29

Bevi-bedrijven

bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals dit geldt op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;

1.30

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

10

1.31

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.32

bouwgrens

een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak;

1.33

bouwlaag

een horizontaal doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren en plafonds is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van ruimtes onder peil en zolder;

1.34

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.35

bouwvlak

een op de verbeelding aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, zijn toegelaten;

1.36

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.37

buitenterras

een opstelling van tafels en stoelen op de openbare weg zonder bijkomende bouwwerken die de open structuur verstoren; permanent gebouwde voorziening zoals een winterras worden nadrukkelijk niet onder een buitenterras begrepen;

1.38

categorie A-, B-, C-bedrijf

bedrijf met activiteiten welke voorkomen in de staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging welke voldoen aan de volgende kenmerken: kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid en/of dienstverlening; 11

productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; Onderscheid wordt gemaakt in de volgende categorieën: a. categorie A-bedrijf: bedrijf met activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen - in gebieden met functiemenging - kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. b. categorie B-bedrijf: bedrijf met activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. c. categorie C-bedrijf: bedrijf met activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grotere verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op een verzamelweg is aangewezen; 1.39

cultuurhistorisch waardevolle bebouwing

a. rijksmonumenten; b. gemeentelijke monumenten; c. cultuurhistorisch waardevolle boerderijen; 1.40

cultuurhistorische waardevolle boerderij

eén gebouw, bestaande uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met direct aangebouwde (voormalige) agrarische bedrijfsruimte(n), dat voldoet aan de volgende kenmerken: in gebruik (geweest) als agrarisch bedrijf met bedrijfswoning; maximaal bestaande uit 2 samengestelde delen; gebouwd vóór 1972; voldoende uiterlijke kenmerken van een boerderij zijn nog aanwezig; 1.41

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.42

dakkapel

opbouw op een schuin dak en/of op een deel van de gevel met een verticaal raamkozijn en voorzien van zijwanden en een dak;

1.43

daknok

hoogste punt van een schuin dak;

12

1.44

dakopbouw

een toevoeging aan het hoofdgebouw door het verhogen van de nok of bovenste dakrand van het dak die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert;

1.45

dakvoet

laagste punt van een schuin dak;

1.46

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending (anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit). Daaronder mede begrepen internetwinkels en mede begrepen bedrijvigheid, voor zover dat in verband staat met en essentieel onderdeel is van de verkoop van de goederen, zoals bijvoorbeeld onderhoud, reparatie en installatie, alsmede opslag van de te verkopen goederen;

1.47

detailhandel volumineus

detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen, of vanwege de gevoerde formule, een groot oppervlak nodig heeft, zoals de verkoop van meubels, woninginrichtingartikelen, bouwmarkten, tuincentra en handel in auto's en boten en die niet in winkelgebieden kunnen worden gevestigd;

1.48

dienstverlening

het verlenen van economisch - maatschappelijke diensten aan derden, onder dienstverlenende bedrijven of dienstverlenende instellingen zijn in ieder geval begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van internethandel, een garagebedrijf en een seksinrichting; de bedrijfsmatige uitoefening van administratieve werkzaamheden zoals (internet)kantoren en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen; Onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. publieksgerichte dienstverlening: dienstverlening met publieksaantrekkende werking, waaronder in ieder geval een kapperszaak, makelaarskantoor; b. niet-publieksgerichte dienstverlening: dienstverlening zonder publieksaantrekkende werking, waar onder in ieder geval een financieel administratiekantoor, internetkantoor;

13

1.49

duurzaam beëindigd

een activiteit wordt meer dan 3 jaar structureel niet uitgevoerd, of zoveel korter als is overeengekomen;

1.50

ecologische verbindingszone

langgerekt gebied waarbinnen verbindende landschapselementen zijn of worden gerealiseerd;

1.51

ecologische waarden

aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde;

1.52

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

1.53

EPC

coëfficiënt die de energieprestatie van een nieuwbouw woning of utiliteitsgebouw aangeeft. Dit coëfficiënt wordt berekend op basis van de gebouweigenschappen, de gebouwgebonden installaties en een gestandaardiseerd bewoners/gebruikersgedrag op basis van NEN 7120;

1.54

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit plan deze inrichting niet verbiedt;

1.55

erotisch getinte vermaaksfunctie

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van (porno)-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

14

1.56

extensieve dagrecreatiepunten

Voorzieningen of bedrijfsmatige activiteiten als ondergeschikte activiteit bij een agrarisch bedrijf. Hieronder vallen in ieder geval het inrichten van een (voormalige) bedrijfsruimte voor natuureducatie, proeven van streekproducten op de boerderij, boerengolf en zorgboerderij;

1.57

garagebox

een zelfstandig niet voor bewoning bestemd gebouw, dat door zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor stalling van voertuigen en/of huishoudelijke bergruimte;

1.58

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.59

geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting waarbij als gevolg van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld;

1.60

gestapelde woningen

woningen waarbij sprake is van twee of meer woningen geheel of gedeeltelijk boven elkaar;

1.61

gestapelde hoofdmassa

hoofdmassa waarbij sprake is van twee of meer zelfstandig functionerende eenheden geheel of gedeeltelijk boven elkaar;

1.62

gevellijn

de op de verbeelding aangegeven lijn die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens de regels toegelaten afwijkingen;

1.63

glastuinbouw

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt;

15

1.64

groenblauwe mantel

gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszone of die deze verbinden;

1.65

groepsrisico

cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen een inrichting waar een gevaarlijk stof of een gevaarlijk afvalstof betrokken is;

1.66

groothandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of afleveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen, ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

1.67

GVE (groot vee-eenheid)

eenheid waarmee de fosfaatproductie van landbouwhuisdieren wordt uitgedrukt en waarbij 1 GVE overeenkomt met de fosfaatproductie van één melkkoe;

1.68

hoekperceel

het perceel dat aan twee of meer zijden is gelegen aan openbaar gebied;

1.69

hogere grenswaarde

een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

1.70

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

16

1.71

hoofdmassa

het hoofd(woon)gebouw exclusief architectonisch ondergeschikte delen die door de uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden kunnen worden van dit hoofd(woon)gebouw;

1.72

hoofdwoongebouw

een gebouw, exclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken met een woonfunctie, dat door zijn ligging, constructie en/of afmeting onderdeel uitmaakt van een bedrijf en als belangrijkste woongebouw wordt aangemerkt, en dat bedoeld is voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting een functionele binding heeft met de bedrijfsactiviteiten die het desbetreffende bedrijf uitoefent;

1.73

horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig logies verstrekken, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. De volgende indeling in typen horeca wordt gehanteerd: a. lichte horeca: 1. aan de detailhandelsfunctie verwante horeca zoals: automatiek, broodjeszaak, cafetaria, croissanterie, koffiebar, lunchroom, snackbar, tearoom, traiteur, bezorg- en/of afhaalservice. 2. overige lichte horeca zoals hotel, restaurant al dan niet met bezorg- en/of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, fastfood restaurants); b. middelzware horeca: bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken zoals: bar, bierhuis, biljartcentrum, café, coffeeshop, proeflokaal, shoarma/grillroom, zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek/dansevenementen); c. zware horeca: bedrijven die voor een goed functioneren ook 's-nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen zoals: discotheek, nachtclub, partycentrum. Regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen; 1.74

huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren;

17

1.75

hulpgebouw

een gebouw ten behoeve van een agrarisch bedrijf, behorende bij een landbouwperceel/ landbouwkavel, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het agrarisch hoofdgebruik. Het gaat hier onder meer om dierenverblijven, schuilhutten, schuilgelegenheden, kapschuren, melkschuren;

1.76

internethandel

handel via internet waarbij onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. internetkantoor: internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid, zonder opslag- en verzendfunctie en waar alleen elektronische transacties tot stand komen. Dit type valt onder dienstverlening en is vergelijkbaar met een niet-publieksgerichte dienstverlening zoals een kantoor; b. internetbedrijf: internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid en met opslag- en verzendfunctie. Dit type valt onder bedrijf; c. internetafhaalpunt: internethandel met fysieke bezoekmogelijkheid en zonder uitstalling ten verkoop. Dit type valt onder bedrijf; d. internetwinkel: internethandel met fysieke bezoekmogelijkheid en met uitstalling ten verkoop. Dit type valt onder detailhandel; 1.77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10673705/1