Bijlage 3 BP Gemengd gebied, herziening 1
Tekst van het document
van het bepaalde in lid 3.7.5 onder c sub 2 en 3 kan geen gebruik worden gemaakt indien op deze locatie sloop van bebouwing al heeft plaatsgevonden, sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimtevoorruimteregeling, sloopsubsidie is gekregen op basis van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken of de sloop al op andere wijze is verzekerd; 2. maximaal 50% van het overtollige te slopen oppervlak aan bestaande gebouwen mag worden teruggebouwd en/of in stand worden gelaten tot een totaal aan bijbehorende bouwwerken van maximaal 200 m² buiten het toe te kennen bouwvlak en binnen het toe te kennen bestemmingsvlak voor wonen; e. in plaats van het bepaalde in lid 3.7.5 onder c sub 2 en 3 is het mogelijk een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarisch - kleinschalige bedrijfsactiviteit' op te nemen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
uitsluitend wordt medewerking verleend aan kleinschalige bedrijfsactiviteiten indien sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen) die genoemd zijn in de tabel, kolom 'beroep/bedrijf aan huis, in Bijlage 1 Toegelaten bedrijven behorende bij deze regels of, indien zij niet voorkomen in Bijlage 1, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven in Bijlage 1, mits het geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft en geen inrichtingen betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI); 2. maximaal 1/3 van het oppervlak aan voormalige bedrijfsbebouwing mag als bijbehorend bouwwerk worden gebruikt of nieuw worden gebouwd voor de kleinschalige bedrijfsactiviteit met een minimum van 70 m² en een maximum van 400 m²; 3. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de hoofdmassa (de bedrijfswoning) en/of de bijbehorende bouwwerken uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is; 4. detailhandel is alleen toegestaan als nietzelfstandige en ondergeschikte nevenactiviteit 46
rechtstreeks voortvloeiend uit de vervolgactiviteit, met dien verstande dat niet meer dan 10% van het totale brutovloeroppervlak van de bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak gebruikt mag worden ten behoeve van ondergeschikte en niet-zelfstandige productiegebonden detailhandel tot een maximum brutovloeroppervlak van 100 m2; 5. het betreft niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie; 6. voorzien wordt in parkeren op eigen terrein. f. de aanwezige natuurwaarden, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; g. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.7.1. 3.7.6 Wijziging ten behoeve van uitbreiding wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in een bestemming 'Gemengd' met een aanduiding 'geen gebouwen toegestaan' indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. van deze wijzigingsbevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt indien het huidige bouwperceel van de woning is gelegen buiten en direct grenzend aan een bestemming Gemengd; b. de uitbreiding van de woonbestemming dient te worden gesitueerd direct grenzend aan het bouwperceel van de woning waarbij de uitbreiding wordt gerealiseerd; c. de uitbreiding van de woonbestemming mag maximaal 750 m² bedragen; d.
er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing middels een erfinrichtingsplan (o.a. een beplantingsplan). 3.7.7 Overig agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen door de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig agrarisch bedrijf' toe te voegen ten behoeve van vestiging van een overig agrarisch bedrijf, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. van de wijzigingsbevoegdheid mag niet eerder gebruik worden gemaakt dan nadat is aangetoond dat het beoogde wijzigingsplan geen significante effecten zal hebben voor een Natura 2000-gebied dan wel, indien dergelijke significante effecten niet zijn uit te sluiten, is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 19g en 19h Natuurbeschermingswet 1998; b. van deze wijzigingsbevoegdheid kan geen gebruik worden gemaakt indien op deze locatie sloop van bebouwing al heeft plaatsgevonden, sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimte-regeling, sloopsubsidie is gekregen op basis van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken, of de sloop al op andere wijze is verzekerd; c. de continuïteit en volwaardigheid van het bedrijf na wijziging dient middels een bedrijfsplan te zijn aangetoond; d. het totaal aantal bestaande agrarische bedrijven in de gemeente mag niet toenemen; e.
wijziging is uitsluitend toegestaan binnen een al bestaand agrarisch bouwvlak; f. uitgangspunt is verbetering van de ruimtelijke uitstraling en verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; g. het uitoefenen van een overig agrarisch bedrijf is toegestaan tot een omvang van ten hoogste 1,5 ha bouwperceel, mits de ontwikkeling noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering; h. de overtollige bestaande agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten; i. de aanwezige natuurwaarden, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden mogen niet 47
onevenredig worden aangetast; j. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.7.1. 3.7.8 Omschakeling agrarisch technisch hulpbedrijf/agrarisch verwant bedrijf/overig agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzingen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch technisch hulpbedrijf, een agrarisch verwant bedrijf en/of overig agrarisch bedrijf, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. van de wijzigingsbevoegdheid mag niet eerder gebruik worden gemaakt dan nadat is aangetoond dat het beoogde wijzigingsplan geen significante effecten zal hebben voor een Natura 2000-gebied dan wel, indien dergelijke significante effecten niet zijn uit te sluiten, is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 19g en 19h Natuurbeschermingswet 1998; b. Het niet betreft het gebruik dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig de Natuurbeschermingswet 1998; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998; c. wijziging is uitsluitend toegestaan binnen een al bestaand agrarisch bouwvlak; d. uitgangspunt is verbetering van de ruimtelijke uitstraling en verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; e.
alvorens deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast, dient door middel van een onderzoek eerst aangetoond te worden dat het gebruik ten behoeve van een reëel of volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf niet mogelijk is en/of de noodzaak daarvoor niet aanwezig is; f. van deze wijzigingsbevoegdheid kan geen gebruik worden gemaakt indien op deze locatie sloop van bebouwing al heeft plaatsgevonden, sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimte-regeling, sloopsubsidie is gekregen op basis van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken, of de sloop al op andere wijze is verzekerd; g. wijziging is toegestaan uitsluitend binnen het bestaande bouwvlak; h. de volgende vervolgactiviteiten zijn toegestaan: activiteiten oppervlak binnen gebouwen 1 agrarisch technisch hulpbedrijven, met 1.000 m²; uitzondering van bedrijven met dieren/veterinaire risico's en bedrijven met relatief veel verkeersbewegingen; 2 agrarische verwante bedrijven, met uitzondering 1.000 m²; van bedrijven met publiekaantrekkende werking, bedrijven met dieren/veterinaire risico's en bedrijven met groothandel, transport en doorgroei; 3 niet-agrarische productiegerichte 1.500 m²; paardenhouderij;
i.
48
oppervlak in openlucht 150 m²
150 m²
buitenrijbak voor paarden is toegestaan tot een maximale oppervlakte van 1300 m². de overtollige bestaande agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten;
j.
de aanwezige natuurwaarden, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; k. uitgangspunt is verbetering van de ruimtelijke uitstraling en verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; l. voldaan wordt aan de voorwaarden van lid 3.7.1.
49
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Wonen a. bedrijfswoning in de hoofdmassa welke (deels) in de voorste grens van het bouwvlak is gelegen en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', waarbij per bestaand bouwperceel maximaal 1 bedrijfswoning is toegelaten met dien verstande dat indien in de bestaande situatie sprake is van meer dan 1 woning op een bouwperceel, maximaal het bestaande aantal woningen is toegelaten; b. beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een (bedrijfs)woning, op een maximum van 50 m2 brutovloeroppervlak van de hoofdmassa of bijbehorend bouwwerk per (bedrijfs)woning, met in achtneming van lid 4.4.2; met dien verstande dat bestaande kamerbewoning, bed & breakfast en bedrijf en beroep-aan-huis zijn toegestaan in de toegelaten aard en omvang; Bedrijven c. bedrijven, met dien verstande dat: 1. de activiteiten vallen onder categorie A en B, zoals genoemd in Bijlage 1 kolom 'zelfstandige bedrijven' alsmede bedrijven welke naar hun schaal, aard en hinder op de omgeving daarmee vergelijkbaar zijn, tenzij in Bijlage 3 Aanvullende bedrijfsactiviteiten - bestemming Bedrijf is aangegeven dat bedrijfsactiviteiten, vallend onder categorie A en B niet zijn toegelaten; 2.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aanvullende bedrijfsactiviteit' in aanvulling op het bepaalde onder d sub 1 de activiteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 3 Aanvullende bedrijfsactiviteiten - bestemming Bedrijf behorende bij deze regels; 3. de activiteiten vallen onder categorie A en B, zoals genoemd in Bijlage 1, kolom 'zelfstandige bedrijven' alsmede bedrijven welke naar hun schaal, aard en hinder op de omgeving daarmee vergelijkbaar zijn, tenzij in Bijlage 3 Aanvullende bedrijfsactiviteiten - bestemming Bedrijf is aangegeven dat bedrijfsactiviteiten, vallend onder categorie A en B niet zijn toegelaten; 4. ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - kernen in landelijk gebied' het bouwperceel van een bedrijf maximaal 5.000 m2 mag bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte van het bouwperceel groter is, dan wordt de bestaande oppervlakte geacht te zijn bestemd en daarmee toegelaten; een internetbedrijf of internetafhaalpunt is niet toegelaten, met uitzondering van het gestelde in lid 4.1 onder d sub 7; Algemene regels bedrijven en voorzieningen d. bedrijven en voorzieningen zoals bedoeld in lid 4.1 sub c zijn toegelaten, met dien verstande dat: 1. de activiteiten (deels) worden uitgeoefend in een gebouw dat (deels) is gelegen in de gevellijn, waarbij onder gebouw in de gevellijn tevens een bedrijfswoning wordt verstaan; 50
2. de activiteiten op de begane grondlaag uitgeoefend worden, waarbij bijbehorende kantoren ook zijn toegestaan op de verdiepingen; 3. een geluidzoneringsplichtige inrichting of een inrichting zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) is niet toegelaten, met uitzondering van bevi-inrichtingen gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bevi, waar de bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in Artikel 25 Bevi'; 4. alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - buitenverkoop' tentoonstelling van te verkopen producten in de open lucht is toegestaan, waarbij de activiteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 9 Buitenverkoop, behorende bij deze regels; 5.
ondergeschikte en niet zelfstandige functies op niet meer dan 10% van het totale brutovloeroppervlak van het bedrijf en/of de voorziening, exclusief de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 100 m2 voor (een combinatie van) de volgende functies: ondergeschikte en niet-zelfstandige detailhandel voor zover het betreft een beperkte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met het bedrijf en/of de voorziening; ondergeschikte en niet -zelfstandige internethandel; ondergeschikte, niet-zelfstandige, aan de detailhandelsfunctie verwante, lichte horeca; tenzij op basis van Bijlage 3 Aanvullende bedrijfsactiviteiten - bestemming Bedrijf een andere maat en functie van toepassing is; 6. indien het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf aanvullende bedrijfsactiviteiten', ''specifieke vorm van bedrijf - buitenverkoop' en ''specifieke vorm van bedrijf - bevi', zoals bedoeld in lid 4.1 onder c en d ten behoeve van de activiteit gedurende minimaal drie jaar is gestaakt, de gronden niet meer in gebruik mogen worden genomen ten behoeve van de genoemde activiteit; 7. ondergeschikte en niet -zelfstandige internethandel is toegestaan; Overige bijbehorende voorzieningen en bouwwerken met de daarbij behorende: e.
parkeervoorzieningen, met dien verstande dat voldaan wordt aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, waarbij het bestaande gebruik in de bestaande omvang en functietype is toegelaten; f. bijbehorende bouwwerken; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. tuinen, erven en verhardingen; i. ontsluitingswegen en -paden ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; j. parkeervoorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
51
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemene bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden in zijn algemeenheid de volgende regels: a. voor zover bestaande bouwwerken afwijken van de regels in lid 4.2.2 tot en met 4.2.7 wordt de bestaande plaats en bestaande contour van de afwijking geacht te zijn bestemd. b. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, tenzij in lid 4.2.7 is aangegeven dat ter plaatse buiten het bouwvlak mag worden gebouwd; c. de hoofdmassa dient voor 50% in de voorste grens van het bouwvlak te worden gebouwd; d. in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.2 tot en met 4.2.6 zijn de afwijkende bouwregels per adres in lid 4.2.7 van toepassing. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak zijn uitsluitend gebouwen toegestaan voor 1 bedrijf; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding sprake is van een 'maximum bebouwingspercentage, in welk geval het aangegeven bebouwingspercentage van toepassing is; c. de voorgevel van het dichtstbij de openbare weg gelegen bedrijfsgebouw, wordt georiënteerd op de openbare weg; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m, tenzij op de verbeelding een aanduiding 'maximum bouwhoogte' of ''maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'' is aangegeven, in welk geval de aangegeven bouwhoogte van toepassing is; e.
indien sub a tot en met f afwijken van lid 4.2.7, dan gelden de aanvullende bouwregels per adres in lid 4.2.7. 4.2.3 Hoofdmassa bedrijfswoning Voor het bouwen van de hoofdmassa van een bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. als hoofdmassa mogen uitsluitend vrijstaande hoofdmassa's worden gebouwd; c. de voorkant van de bedrijfswoning moet minimaal voor 50% in de voorste grens van het bouwvlak worden gebouwd welke gerelateerd is aan de voorkant van de hoofdmassa; d. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub b: het bestaande percentage en/of de bestaande afstand tot de voorste grens van het bouwvlak mag worden gehanteerd; e. het oppervlak van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan: 1. maximaal 150 m2; 2. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub 1: de bestaande oppervlakte; f. de diepte van de hoofdmassa mag maximaal bedragen: 1. indien de goothoogte niet hoger is dan 4 m: 22 m; 2. indien de goothoogte hoger is dan 4 m: 12 m; 3. indien in de bestaande situatie niet wordt voldaan aan sub 1, 2 of 3: de bestaande diepte; g. de breedte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan:
52
1. maximaal de maat van de bestaande diepte van de hoofdmassa verminderd met 1 m met inachtneming van lid 4.2.3 onder d; 2. indien in de bestaande situatie geen sprake is van een breedte: maximaal de toegestane maat van de diepte van de hoofdmassa verminderd met 1 m; h. indien in de bestaande situatie de bestaande breedte groter of gelijk is aande diepte zoals bedoeld in sub 3: de bestaande verhouding in breedte en diepte van de hoofdmassa; i. de goothoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan 6 m; j. de bouwhoogte van de hoofdmassa mag niet meer bedragen dan 10 m; k. het dak van de hoofdmassa is voorzien van een nok, waarbij geldt dat: 1. de kaphelling minimaal 30 en maximaal 65 graden bedraagt; 2. indien in de bestaande situatie geen nok aanwezig is: de bestaande dakvorm is toegestaan; 3. indien in de bestaande situatie niet voldaan wordt aan sub 1: de bestaande dakhelling voor het dakvlak dat afwijkt is toegestaan. l. indien bij een renovatie van de bestaande hoofdmassa een EPC van 0 gerealiseerd wordt, mogen de maximale maten zoals genoemd in lid c tot en met h met 0,5 m worden overschreden. m. dakkapellen zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan het volgende: 1. de onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 2. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 3. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 4.
in afwijking van lid 2 mag, indien de voorkant van de dakkapel gelijk ligt met de gevel waarin de dakkapel gebouwd wordt, de breedte maximaal 30% bedragen van de voorkant waarin de dakkapel gebouwd wordt; n. dakopbouwen zijn toegestaan mits: 1. voldaan wordt aan de maximaal voorgeschreven bouwhoogte; 2. de afstand van de voorkant van de dakopbouw tot de voorkant van de gevel waarin de dakopbouw gebouwd wordt minimaal 1 m bedraagt; o. dakopbouwen zijn toegestaan mits: 1. voldaan wordt aan de maximaal voorgeschreven bouwhoogte; 2. de afstand van de voorkant van de dakopbouw tot de voorkant van de gevel waarin de dakopbouw gebouwd wordt minimaal 1 m bedraagt. 4.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorend bij een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', niet zijnde hoofdmassa bedrijfswoning, gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken, dienen achter de voorste grens van het bouwvlak, in het bebouwingsgebied en minimaal 1 m achter de voorkant van de hoofdmassa te worden geplaatst; b. de totale diepte van de hoofdmassa met de daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, te meten vanaf de voorkant van de hoofdmassa, mag gezamenlijk maximaal 22 m bedragen; c.
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied hoofdmassa, waar geen hoofdmassa aanwezig is maar binnen de regels van artikel 4.2.3 mag worden opgericht, bedraagt inclusief de hoofdmassa maximaal de volledige oppervlakte van het bebouwingsgebied hoofdmassa als bedoeld in artikel 4.2.3 onder e; d. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het overig bebouwingsgebied en zijerfgebied bedraagt niet meer dan:
53
1. in geval van een bebouwingsgebied en zijerfgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van het bebouwingsgebied en zijerfgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied en zijerfgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied en zijerfgebied dat groter is dan 100 m2; 3. in geval van een bebouwingsgebied en zijerfgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied en zijerfgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 200 m2; verminderd met de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld onder lid h en vermeerderd met de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in lid i; e. in geval van een gestapelde hoofdmassa geldt in afwijking van lid d tot en met e dat de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied per hoofdmassa maximaal 20% van het bebouwingsgebied mag bedragen met een maximum van 500 m²; f. in het bebouwingsgebied hoofdmassa geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane goothoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in lid 4.2.3 onder i; 2. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal de toegestane bouwhoogte van de hoofdmassa bedragen zoals bepaald in lid 4.2.3 onder j; 3.
de dakhelling mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak van de hoofdmassa waaraan wordt gebouwd; g. in het overige bebouwingsgebied geldt voor de hoogte en het dak het volgende: 1. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,1 m bedragen of ingeval van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk waarbij de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is dan 3,1 m, maximaal 0,25 m boven de hoogte van die eerste bouwlaag maar in geen geval hoger dan 4 m; 2. de nokhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 m bedragen; 3. in afwijking van sub 2 is ook een platte afdekking toegelaten mits de denkbeeldige nok bij het doortrekken van de dakvlakken maximaal 5 m bedraagt; 4. de dakhelling van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk mag maximaal gelijk zijn aan de dakhelling van het dakvlak aan de zijde van de hoofdmassa waaraan wordt bijgebouwd; 5. de dakhelling van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk mag ten hoogste gelijk zijn aan de steilste dakhelling van de hoofdmassa, tenzij op de verbeelding sprake is van een aanduiding 'maximale dakhelling' is opgenomen, in welk geval de aangegeven 'maximale dakhelling' van toepassing is; h. in afwijking van sub a, mogen bijbehorende bouwwerken buiten het bebouwingsgebied en/of vóór de voorste grens van het bouwvlak worden gebouwd aan de zijkant hoofdmassa waarbij: 1.
grenzend aan zowel de voorkant als zijkant van het bouwperceel geen sprake is van een bestemming Verkeer - Ontsluiting; 2. de afstand tot (het verlengde van) de gevellijn van de voorkant hoofdmassa ten minste 1 m bedraagt; 3. de afstand tot het kruisingsvlak ten minste 5 m bedraagt; 4. voldaan wordt aan de maatvoering van het bepaalde in lid b tot en met g; i. in afwijking van lid a en sub h mogen aangebouwde bijbehorende bouwwerken vóór de voorste grens van het bouwvlak worden gebouwd aan de voorkant hoofdmassa en/of aan de zijkant hoofdmassa 54
j.
waarbij: 1. per gevel maximaal één aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag worden gebouwd; 2. de maximale breedte maximaal 3/5 deel per gevel bedraagt met een maximum van 4 m, waarbij maximaal 1 m niet direct aan de hoofdmassa grenst; 3. in aanvulling op 1 en 2 per gevel één overkapping met een open constructie mag worden gebouwd met een maximale breedte van 2 m; 4. de maximale breedte maximaal 3/5 deel per gevel bedraagt met een maximum van 4 m, waarbij maximaal 1 m niet direct aan de hoofdmassa grenst; 5. in aanvulling op 1 en 2 per gevel één overkapping met een open constructie mag worden gebouwd met een maximale breedte van 2 m; 6. de diepte maximaal 1 m is; de bouwhoogte maximaal 0, 25 m hoger is dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa, met een maximale bouwhoogte van 4 m 1. dakkapellen zijn toegestaan mits voldaan wordt aan het volgende: 2. voorzien van een plat dak;
3. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; 4. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 5. maximaal één dakkapel per bijbehorend bouwwerk met een maximale breedte van 30% van de gevelbreedte van de zijde waarop de dakkapel is georiënteerd. 4.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op de gronden achter (het verlengde van) de voorste grens van het bouwvlak mag de hoogte maximaal 2,2 m bedragen; b. op de gronden vóór (het verlengde van) de voorste grens van het bouwvlak mag de hoogte maximaal 1 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in lid a en d mag de bouwhoogte van reclame uitingen niet meer bedragen dan 3 m; d. Indien sub a tot en met f afwijken van lid 4.2.7, dan gelden de aanvullende bouwregels per adres in lid 4.2.7. 4.2.6 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan achter de voorste grens van het bouwvlak; b. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal het toegestane oppervlak voor hoofdmassa en bijbehorende bouwwerken op basis van lid 4.2.3 en 4.2.4; c. de verticale diepte van het ondergrondse bouwwerk mag maximaal 3,5 m bedragen.
4.2.7 Aanvullende bouwregels per adres Aanvullend op de bouwregels zoals opgenomen in lid 4.2.2 tot en met 4.2.6 gelden per adres de volgende regels: Adres
Aanvullende bouwregels
55
A
B
4.3
Tilburgseweg 21/23 Sprang-Capelle
a. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven, met dien verstande dat de bouwhoogte van 50% van het maximum toegestaan bebouwd oppervlak niet meer mag bedragen dan 12 m; b. kassen binnen het bouwvlak c. (gebouwen ten behoeve van) open opslag en buitenverkoop zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - buitenverkoop', waarbij geldt dat: de maximale bouwhoogte 3 m mag bedragen; het maximale gezamenlijke oppervlak 50 m2 bedraagt. Tilburgseweg 23A een overkapping met open constructie is toegelaten waarvan de hoogte Sprang-Capelle maximaal 6 m mag bedragen met een maximale oppervlakte van 200m2, al dan niet gelegen binnen het het bouwvlak en voor de voorgevel. Nadere eisen
Het college van Waalwijk kan nadere eisen stellen aan bebouwing (plaats en afmetingen) ten behoeve van: a. een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige waarden van de omgeving; b. het voorkomen van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, onder andere met het oog op de bezonning, lichtuitstraling en de privacy; c. het bevorderen van de verkeers-, sociale en brandveiligheid. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van: a. de bedrijfswoning ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten op meer dan 50 m² van het bruto-vloeroppervlak; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen; c. tentoonstelling van te verkopen producten in de open lucht tenzij het betreft tentoonstelling ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm vang emengd - buitenverkoop' en het gaat om verkoop van producten welke volgt uit de aard van de bedrijfactiviteit zoals opgenomen in Bijlage 9 Buitenverkoop; d. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan, anders dan in het kader van de toegelaten bedrijfsvoering; e. gronden voor bedrijfswoningen en bedrijven zoals opgenomen onder lid 4.1, die niet voldoen aan Artikel 26 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, behoudens bedrijven en voorzieningen waarbij sprake is van een bestaande functie, mits de categorie of het type functie niet wijzigt en omvang ervan niet wordt vergroot; f. gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; g. gebruik dat vergunning plichtig is krachtens het bepaalde in artikel 19d Natuurbeschermingswet
56