Bijlage 2. Nota Grondexploitatie 2025
Tekst van het document
2.3.2.1. Wetgeving en procedures Veranderende wetgeving of jurisprudentie kan van invloed zijn op de resultaten van de lopende projecten. Sommige veranderingen zijn te verwachten, bijvoorbeeld de invoering van de Omgevingswet. Echter het komt ook voor dat we gedurende het project geconfronteerd worden met bepaalde wetgeving en jurisprudentie. Het gevolg kan zijn dat vooraf gecalculeerde planontwikkelingskosten beduidend hoger uitvallen.
21
Wanneer er een ruimtelijk besluit genomen wordt, hebben belanghebbenden altijd recht op rechtsbescherming. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van deze rechtsbescherming, kan dat betekenen dat een project vertraging oploopt. Zeker bij de binnenstedelijke ontwikkelingen, waar veel omwonenden zijn, is de kans groot dat deze omwonenden gebruik maken van deze mogelijkheden.
2.3.2.2. Nadeelcompensatie Aanvragen om vergoeding van nadeelcompensatie vormen een toenemend risico. Vooral bij binnenstedelijke ontwikkelingen nemen de verzoeken toe. Wanneer de gemeente grondeigenaar is van het te ontwikkelen gebied, wordt er vooraf een inventariserend onderzoek gedaan. Hierbij wordt een reële inschatting gemaakt van het nadeel voor omliggende percelen. Bij projecten waarbij de gemeente geen grondeigenaar is wordt een nadeelcompensatie afgewenteld op de initiatiefnemer. Hierdoor heeft de gemeente bij deze projecten nagenoeg geen nadelige financiële gevolgen van mogelijke nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie staat op de lijst van de te verhalen kosten op derden binnen de kostenverhaalsregels van het Omgevingsplan. De inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgt voor een hoger risico op uitkering van nadeelcompensaties. De eerste reden is dat de lijst met schadeoorzaken onder de nieuwe wet is uitgebreid, waardoor steeds meer ruimtelijke besluiten potentiële aanspraak op nadeelcompensatie kunnen veroorzaken. Ten tweede is dat als beoordelingsmoment voor ontstane schade de feitelijke situatie direct voor en direct na het ontstaan van schade met elkaar worden vergeleken. Dus het moment van vergunning verlenen maakt uit.
Daarmee is ook het aantal gronden voor de aanvraag van nadeelcompensatie hoger dan wanneer de aanvraag is verleend ten tijde dat het gebouw er nog stond. Daarnaast worden de kosten hoger doordat niet alleen de schadevergoeding, maar ook de daarmee samenhangende kosten (dus o.a. de advies- en ambtelijke kosten) vergoed dienen te worden.
2.3.2.3. Uitgifte in erfpacht Naast de verkoop van grond is ook de uitgifte in erfpacht mogelijk. Een recht van erfpacht houdt in dat een persoon of bedrijf de bevoegdheid heeft om een onroerende zaak gedurende een bepaalde tijd te houden en te gebruiken, terwijl het eigendom bij een ander blijft. De gemeente blijft dus eigenaar van het perceel, maar geeft het recht om de onroerende zaak te gebruiken aan de erfpachter. In ruil hiervoor krijgt de gemeente een vergoeding, de zogenaamde canon. Deze canon wordt door de gemeente jaarlijks in rekening gebracht en is een percentage van de grondwaarde. Dit rentepercentage wordt gebaseerd op het gemiddeld rentepercentage voor aangetrokken geldleningen en een opslag voor administratie en risico. Daarnaast wordt gekeken naar de geldende hypotheekrente. De optie om gronden in erfpacht te nemen moet namelijk minder interessant zijn dan het kopen van de gronden. Ten opzichte van verkoop is en blijft uitgifte in erfpacht een risico. Een erfpachter kan immers failliet gaat of betalingsproblemen hebben. In geval er wel rentelasten van de geactiveerde erfpachtgrond zijn maar geen ontvangen canon betekent dit een tekort voor de gemeente. Desondanks kan de mogelijkheid van erfpacht leiden tot een hogere afzet van bedrijfsgrond wat vervolgens leidt tot een beter economisch klimaat met daaraan gekoppeld werkgelegenheid.
Waar in het verleden vaak terughoudend werd omgegaan met uitgifte in erfpacht, is er tegenwoordig meer ruimte voor deze optie. De gemeenteraad in de Nota Grondbeleid 2025-2030 besloten dat de uitgifte van gronden in erfpacht tot de mogelijkheden behoort.
2.3.2.4. Archeologische monumenten Als er bij de ontwikkeling van een locatie een archeologisch monument wordt aangetroffen, dienen de kosten, indien deze niet verhaald kunnen worden op derden, ten laste van de grondexploitatie gebracht te worden. Gemeenten zijn met ingang van 2024 op grond van de Omgevingswet verplicht om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met in de bodem aanwezige en te verwachten archeologische overblijfselen. Voorheen werd dit geborgd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De gemeenteraad heeft de geactualiseerde Erfgoedkaart met daarin de Archeologische beleidskaart vastgesteld op basis waarvan de noodzaak tot het verrichten van archeologisch onderzoek wordt bepaald. 22
Het is daarom vereist om, vooruitlopend op het in ontwikkeling brengen van een locatie met archeologische verwachtingswaarde, op basis van deze Archeologische beleidskaart, archeologisch onderzoek te verrichten. Naast de wettelijke plicht biedt dit de gemeente ook de mogelijkheid om bij te sturen naar aanleiding van het onderzoek.
2.3.2.5. Bodemverontreiniging Een van de directe risico’s die grote financiële gevolgen kan hebben is bodemverontreiniging. Vaak is bodemsanering een grote kostenpost binnen een exploitatie. Om het risico op onvoorziene bodemverontreiniging te voorkomen, wordt er een bodemonderzoek uitgevoerd bij aanvang van het project. De eventuele kosten voor sanering kunnen dan in de exploitatieraming worden meegenomen. Het uitvoeren van een bodemonderzoek sluit eventuele onvoorziene verontreiniging niet uit, maar het risico wordt hierdoor sterk beperkt.
2.3.2.6. Uitspraak stikstof Door de Raad van State-uitspraken van 18 december 2024 (Rendac/Amercentrale) is het onderdeel stikstof een (nog) groter risico geworden voor de doorlooptijd van projecten. Voor intern salderen is nu (en met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020) een natuurvergunning van GS nodig. In Noord-Brabant geldt sinds maart 2023 een vergunningstop voor extern salderen, omdat niet kan worden voldaan aan het additionaliteitsvereiste: een vergunning voor een nieuwe activiteit mag pas worden verleend als de stikstofruimte die daarvoor nodig is niet al nodig is voor natuurherstel. Dit geldt nu ook voor intern salderen. Het is aan Rijk en provincie om te komen tot het benodigde natuurherstel. Concrete maatregelen en een juridisch houdbare onderbouwing hiervan zijn nog niet voorhanden. Vanwege de directe nabijheid van de Natura 2000-gebieden (Westelijke) Langstraat en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen geldt voor projecten van enige omvang in Waalwijk al snel dat significante effecten (>0,00 mol N/h/ja) op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, waardoor een natuurvergunning nodig is. Het is nog niet bekend of en zo ja, welke gevolgen dit heeft voor deze projecten. Bij vervolgstappen en contractvorming houden we rekening met dit risico en zullen we beheersmaatregelen treffen ten aanzien van eventuele financiële gevolgen.
2.3.3. Doorrekening risicoscenario’s 2.3.3.1. Lopende BIE’s en faciliterende projecten Wanneer de indirecte risico’s zich voordoen heeft dit effect op alle lopende projecten. Om inzichtelijk te maken wat het financiële effect is van elk risico, zijn deze doorgerekend op de alle complexen. Het financiële effect betreft het verschil tussen de exploitatieberekening met in acht name van de gehanteerde parameters (zie hoofdstuk 2.4, het basisscenario) en de exploitatieberekening op eindwaarde waarbij het betreffende risico zich voordoet. 23
Toelichting risicocomponenten: 1. Rentetoerekening: Er wordt in het basisscenario met een rentepercentage van 1,25% vanaf 2024 gerekend. Gekeken is wat het financiële effect is als dit percentage met 1% wordt verhoogd naar 2,25%. 2. Opbrengstdaling: In de risicoberekening is inzichtelijk gemaakt wat het financiële effect is als de opbrengsten 1% minder hard stijgen dan de percentages dan de gebruikte parameters. 3. Kostenstijging: In de risicoberekening is inzichtelijk gemaakt wat het financiële effect is als de kosten 1% harder stijgen dan de percentages dan de gebruikte parameters. In de tabel hieronder wordt weergegeven wat het effect is van een combinatie van deze risicocomponenten onder de ‘Indirecte risico’s’. In de tabel is ook weergegeven hoe hoog de directe risico’s betreffen. Een specificatie hiervan wordt verderop in dit stuk onder de diverse projecten uitgewerkt. De grondexploitaties met een positief eindwaardesaldo kunnen de indirecte en directe risico's binnen het eigen resultaat opvangen. De grondexploitaties met een negatieve eindwaarde niet. Bij de Bedrijfsgrond in exploitatie (BIE’s) is dit Landgoed Driessen. Dit risico zal dan ook opgevangen moeten worden met de reserve Grondexploitatie.
Uit onderstaande tabel kan de conclusie worden getrokken dat wanneer de indirecte risico’s (uitgaande van afwijkingen van 1%) én directe risico’s zich voordoen, de Reserve Grondexploitatie dit risico kan opvangen. Wanneer de kosten ten opzichte van de gebruikte parameters 2 procentpunt stijgen, de opbrengstenstijging 2 procentpunt minder bedraagt en de rente 3,25% is (worst-case scenario), dan bedraagt het totale risico ca. € 4.268.188. De stand van de reserve Grondexploitatie is met € 5 miljoen dan ook voldoende om dit risico te kunnen opvangen. Omschrijving
Gewogen gemiddelde (1%)
Gewogen gemiddelde (2%)
1.364.000
2.780.585
0
0
1.232.268
2.553.051
177.902
361.566
2.774.169
5.695.202
Marktrisico's (0% van basis, 100% van worst case) - 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven - Faciliterend (in voorbereiding) - 852 Bouwgrondexploitatie wonen - Faciliterend Totaal Project specifieke risico's - 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven
-386.034
-386.034
- 852 Bouwgrondexploitatie wonen
2.121.425
2.121.425
16.000
16.000
1.751.391
1.751.391
4.525.560
7.446.592
977.965
2.394.551
3.353.693
4.674.476
- Faciliterend
Totale risico bandbreedte Benodigde buffer - 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven - 852 Bouwgrondexploitatie wonen
24
- Faciliterend
193.902
377.566
4.525.560
7.446.592
Risico afgedekt met winst project - 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven
964.495
2.958.881
- 852 Bouwgrondexploitatie wonen
25.661
50.825
- Faciliterend
98.091
168.699
3.437.314
4.268.188
Risico's die gedekt moeten kunnen worden uit de Reserve Grondexploitatie
2.3.3.2. MVA en voorbereidingskredieten Over grond als materiële vaste activa kan worden gesteld, dat deze grond een vaste functie heeft, en niet in een transformatieproces zit. Dit geldt ook voor gronden die anticiperend en strategisch zijn aangekocht maar waarbij geen sprake is van gebiedsontwikkeling. De activering van grond geschiedt in de eerste plaats steeds tegen (historische) verkrijgingprijs, dat wil zeggen de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Het toerekenen van kosten of rente is niet toegestaan, maar komt ten laste van de reguliere begroting. Op grond wordt niet afgeschreven. Grond wordt wel afgewaardeerd tot de marktwaarde indien sprake is van een (duurzaam) lagere marktwaarde. De grond, bestemd voor gebiedsontwikkeling op termijn door de gemeente betreffen de gronden die met het oog op gebiedsontwikkeling zijn verworven, maar waarvoor nog geen operationele grondexploitatie is vastgesteld, worden in de regel geduid als ‘warme gronden’. Conform voorschriften van het BBV kunnen dergelijke gronden niet onder de voorraden worden gerangschikt, maar moeten deze worden verantwoord onder materiele vaste activa tegen de verwervingskosten.
Om ongewenste afwaardering tot marktwaarde (op basis van de geldende bestemming) tegen te gaan kan afwaardering naar de waarde volgens de geldende bestemming van gronden achterwege blijven als aan een aantal cumulatieve voorwaarden wordt voldaan. In hoofdstuk 3.1.2.2. wordt hier verder op in gegaan. Het totale mogelijke risico op afwaardering van gronden betreft zo’n €7.1 mio. Naast de afwaardering van grond loopt de gemeente ook een risico op het afboeken van beschikbaar gestelde voorbereidingskredieten. Wanneer gronden worden ontwikkeld en de gemeenteraad hiervoor een grondexploitatie heeft vastgesteld wordt het beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet in de grondexploitatie ingebracht. Wanneer de gronden echter niet ontwikkeld worden, zullen deze kredieten moeten worden afgeboekt. In 2024 is er totaal voor ruim €1 mio aan kosten gemaakt binnen de beschikbaar gestelde voorbereidingskredieten. Voor een verdere uitwerking hiervan zie hoofdstuk 3.3.4.2. Deze risico’s worden niet gedekt via de reserve grondexploitatie, maar worden meegenomen bij het bepalen van het weerstandsvermogen van de gemeente Waalwijk. De risico’s worden daarom opgenomen in een risicokaart.
MVA (afboeken grond en voorbereidingskosten) - Afboeken gronden
7.114.242
- Afboeken voorbereidingskosten
994.599
- Totaal Materiele vaste activa
8.108.841
25
2.3.3.3. Faciliterend in voorbereiding In het geval van een faciliterend grondbeleid zal geen grondexploitatie worden vastgesteld door de raad, omdat de gemeente hier enkel de gemaakte kosten kan verhalen en hiermee dus budgetneutraal uit zou moeten komen. Het kan ook voorkomen dat er voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd, met name in de vorm van ambtelijke uren, en dat er uiteindelijk geen anterieure overeenkomst wordt gesloten. In die gevallen worden de gemaakte kosten afgeboekt ten laste van de reserve grondexploitatie. In 2024 is er voor totaal €121.101 aan kosten gemaakt voor projecten waar in 2024 nog geen anterieure overeenkomst voor afgesloten was. Het is niet aannemelijk dat dit gehele bedrag niet te verhalen is, aangezien het meerdere projecten betreft die zich in verschillende stadia bevinden. Deze risico’s worden gedekt vanuit de Reserve grondexploitatie.
2.3.4. Maatregelen voor risicobeheersing en dekking De risicobeheersing vindt plaats binnen de projecten. Risico’s worden geaccepteerd, afgewend, verkleind of vermeden, afhankelijk van de impact en de sturingsmogelijkheden. Voor het gewogen risicobedrag van de directe en indirecte risico’s van de lopende BIE’s en facilitaire projecten geldt de Reserve grondexploitatie als buffer. Door de raad is bepaald dat de Reserve grondexploitatie € 5 miljoen bedraagt. In de Nota grondbeleid 2025-2029 is opgenomen dat wordt onderzocht of de reserve grondexploitatie geïntegreerd kan worden in de Algemene reserve en dat dit te zijner tijd aan de raad wordt voorgelegd. De hoogte van de Reserve grondexploitatie wordt jaarlijks in het kader van de Nota grondexploitatie heroverwogen. Omdat het risicobedrag met betrekking tot de lopende projecten en de mogelijk af te boeken voorbereidingskosten (faciliterend) kan worden opgevangen door de Reserve Grondexploitatie, zien we momenteel geen aanleiding om het plafond van de Reserve grondexploitatie bij te stellen. De risico’s met betrekking tot de MVA’s (afboeken gronden en afboeken voorbereidingskredieten) worden meegewogen bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Hiervoor is een aparte risicokaart gemaakt.
26
2.4. Uitgangspunten en kaders 2.4.1. BBV-voorschriften De financiële regels waaraan gemeenten en provincies moeten voldoen zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving” van juli 2019 van de commissie BBV staan de richtlijnen die of leiden tot stellige uitspraken of tot aanbevelingen met betrekking tot het grondbeleid. Van de stellige uitspraken van de commissie BBV mag door de gemeenten niet worden afgeweken. De commissie BBV heeft in het kader van de Omgevingswet, de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken” geactualiseerd. Zie hiervoor paragraaf 2.2.1.2. Verslaglegging.
2.4.2. Uitgangspunten en parameters Terugblik kosten en opbrengstenindex In de nota Grondexploitatie 2024 werd voor het jaar 2024 uitgegaan van een kostenstijging voor alle kostenposten van 3% en een opbrengstenstijging van 2%. In werkelijkheid is de kostenstijging van het bouw- en woonrijp maken (GWW-sector) in 2023 2,6% geweest1. De lonen voor gemeenteambtenaren hebben vorig jaar een stijging gemaakt van 6%2. Dit is het grootste bestanddeel in de plankosten van een grondexploitatie. Plankosten bestaan daarnaast uit overheadskosten, onderzoeks- en advieskosten en externe inhuur. Uiteindelijk is dit als volgt verwerkt in de herziene ramingen voor de grondexploitaties: in de meeste gevallen zijn de civieltechnische ramingen herzien; er is berekend wat er nog nodig is aan kosten voor bouw- en woonrijp maken vanaf 2025 om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Daarbij is dus ook rekening gehouden met het kostenniveau per 1-1-2025. De restant nog te maken plankosten zijn over het algemeen geïndexeerd naar 1-1-2025 met de vooraf bepaalde kostenstijging van 3%, of waar mogelijk zijn de interne tarieven gebruikt van 2025. Dit dekt de stijging van de lonen, maar ook de inflatie op andere onderdelen van de plankosten. De verwachte grondopbrengsten voor commerciële woningbouw en bedrijfsgronden zijn aangepast naar prijspeil 1-1-2025.
De grondprijzen voor sociale kavels zijn niet geïndexeerd.
1
StatLine - Grond-, weg- en waterbouw (GWW); inputprijsindex 2015=100 (cbs.nl)
2 https://www.binnenlandsbestuur.nl/carriere/bonden-en-vng-principe-eens-over-nieuwe-cao-gemeenten
27
2024 en verder Als uitgangspunt voor de op te stellen grondexploitaties zijn een aantal parameters bepaald. Zie hieronder de betreffende parameters: Algemeen (voor gehele portfolio actieve complexen)
2025
2026
2027
2028
2029
Verdisconteringspercentage*
2%
2%
2%
2%
2%
Rente boekwaarde bij verlies
1,25%
1,25%
1,25%
1,25%
1,25%
Rente boekwaarde bij winst
1,25%
1,25%
1,25%
1,25%
1,25%
2%
2%
2%
2%
2%
3%
3%
3%
2%
2%
GWW kosten**
3%
3%
3%
2%
2%
plankosten***
3%
3%
3%
2%
2%
Opbrengstenstijging
3%
3%
3%
2%
2%
Kostenstijging
852 Bouwgrondexploitatie Woningen Opbrengstenstijging vrije sector sociaal en betaalbaar Kostenstijging
853 Bouwgrondexploitatie bedrijven 3%
3%
3%
2%
2%
GWW kosten**
3%
3%
3%
2%
2%
plankosten***
3%
3%
3%
2%
2%
Verdisconteringspercentage*
2%
2%
2%
2%
2%
Rente boekwaarde bij verlies
0%
0%
0%
0%
0%
Rente boekwaarde bij winst
0%
0%
0%
0%
0%
Faciliterend
2.4.3. Winstneming Indien in het kader van de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties en facilitaire projecten winsten per ultimo looptijd van een complex worden geprognosticeerd, dan zal deze winst worden afgeroomd. Deze winstneming geschiedt middels de zogenaamde POC-methode (Percentage Of Completion) die het BBV voorschrijft, waarbij het percentage van de reeds gerealiseerde kosten vermenigvuldigd wordt met het percentage van de reeds gerealiseerde opbrengsten waarna de uitkomst vermenigvuldigd wordt met de geraamde winst op eindwaarde. De winstneming wordt gecorrigeerd voor het gewogen project of directe risico. Het resultaat van deze berekening wordt als last op het complex geadministreerd en wordt vervolgens toegevoegd aan de Reserve grondexploitatie.
2.4.4. Treffen van voorzieningen voor te verwachten verliezen Indien in het kader van de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatieberekeningen verliezen op eindwaarde van een complex worden geprognosticeerd, dan moet voor het volledige verlies een voorziening worden gevormd. Deze voorziening komt ten laste van de Reserve Grondexploitatie (dekkingsmiddel). Dit geldt zowel voor de grondexploitaties, als voor de facilitaire projecten. Bij de toelichting van de diverse complexen wordt nader op de voorzieningen ingegaan.
28
2.4.5. Vennootschapsbelasting De vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen heeft voor grondbedrijven c.q. grondexploitaties belangrijke consequenties. De uitgifte van bouwkavels aan particulieren of ondernemers wordt in de heffing van vennootschapsbelasting betrokken. De heffing bedraagt vanaf 2024 grofweg 25,8% van de fiscale winst. De SVLO (Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden), waarbij aangesloten de Belastingdienst, het Ministerie van Financiën, VNG, Provincies en Waterschappen, heeft een handreiking uitgebracht die een kader aanreikt met behulp waarvan de grondbedrijven hun fiscale positie vanaf 2016 kunnen vaststellen. Vooralsnog is de conclusie dat de gemeente met haar grondexploitaties door de ondernemingspoort komt, zodat er sprake is van een fiscale onderneming en er vennootschapsbelasting is verschuldigd. Op basis van de meerjarenprognose grondexploitaties is de totaalwinst van de in exploitatie genomen complexen over de gehele looptijd van het traject, exclusief grondexploitatie-vreemde posten, kapitaalstortingen/onttrekkingen en rentelasten, beoordeeld. Op basis van de aangifte Vpb 2023 is een definitieve aanslag opgelegd met een belastbaar resultaat ad € 233.453 en een te betalen Vpb ad € 46.631. Bij de fiscale positie 2023 is reeds rekening gehouden met een te betalen Vpb ad € 46.431. De te betalen Vpb betreft derhalve € 200.
De verwachte belastbare winst over 2024 bedraagt negatief € 446.317, wat resulteert in een Vpb-last ad € nihil. Over 2024 is een voorlopige aanslag betaald van € 116.317. Er is derhalve een Vpb vordering over 2024 ad € 116.317. Op basis van achterwaartse verlies verrekening kan het volledige resultaat uit 2023 worden verrekend met de verliezen uit 2024. Er is derhalve een aanvullende Vpb vordering over 2023 ad € 46.631. Over de jaren 2025 t/m 2029 is, gebaseerd op de fiscale positie 2024 (inclusief meerjarige doorkijk), mogelijk nog een bedrag verschuldigd van € 440.000 aan vennootschapsbelasting. De prognose voor 2025 en verder kan nog (aanzienlijk) wijzigen door eventuele nieuw te openen/af te sluiten grondexploitaties of door verschuivingen of wijzigingen in kosten en opbrengsten binnen de grondexploitaties in de toekomst.
29
3. Financiële verantwoording Binnen de gemeente Waalwijk wordt onderscheid gemaakt in een drietal soorten gebiedsontwikkeling. 1. Materiële vaste activa (MVA) Deze gronden kunnen in een tweetal soorten worden onderverdeeld. a. Compensatiegronden welke in de toekomst ingezet kunnen worden als ruilgrond en welke gronden derhalve thans verpacht worden of zijn aangekocht voor ontwikkelingen op de (middel)lange termijn. b. Gronden waarvan de bestemming (nog) niet is gewijzigd, maar waarvan verwacht wordt dat deze binnen korte termijn een andere bestemming krijgen, de zogenoemde warme gronden. 2. Bouwgrond in exploitatie (BIE) Dit betreffen gronden waarvan de gronden al een herbestemming hebben gekregen en waarvan de raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Er is dus sprake van actief grondbeleid. 3. Facilitaire projecten Er is met een ontwikkelende partij een exploitatieovereenkomst gesloten. Er is dus sprake van passief grondbeleid.
3.1. Materiële vaste activa (MVA) 3.1.1. Algemeen Binnen de gronden, vallend onder de materiële vaste activa, is het niet mogelijk om rente op de boekwaarde bij te schrijven. Wel is het onder voorwaarden toegestaan om de voorbereidingskosten te activeren onder immateriële vaste activa waarbij ze in een later stadium ingebracht kunnen worden indien de gronden worden overgeheveld naar bouwgrond in exploitatie. Hierna volgt een toelichting op deze gronden.
30
3.1.2. Compensatiegronden, ontwikkelgrond, warme grond 3.1.2.1. Compensatiegronden en ontwikkelgrond (middel)lange termijn Compensatiegronden betreffen de gronden die voornamelijk dienen als ruilgrond bij verwervingen. In verwervingsonderhandelingen komt het meermaals voor dat een agrariër bereid is mee te werken aan een grondverkoop aan de gemeente, wanneer hij hiervoor vanuit de gemeente compensatiegrond aangeboden krijgt. Om deze reden is het wenselijk dat de gemeente een voorraad onbestemde grond aanhoudt. Ontwikkelgronden voor de (middel)lange termijn zijn in het verleden verworven met het oog op toekomstige ontwikkelingen. Beheer De compensatiegronden en de ontwikkelgrond op (middel)lange termijn worden los verpacht conform de huidige wet- en regelgeving, waaronder het Didam-arrest. Dit betekent dat deze gronden jaarlijks per 1 januari pachtvrij gemaakt kunnen worden met het oog op een mogelijke ontwikkeling of anderszins. Vanuit het verleden is er een aantal percelen uitgegeven in vaste pacht. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat er bij de verwerving al een vaste pachter op deze grond zat. Deze gronden zijn niet vrij beschikbaar. De pachter heeft bepaalde rechten op deze gronden. Wanneer deze gronden vrijkomen van vaste pacht (bijvoorbeeld door bedrijfsbeëindiging van de pachter) worden deze gronden in losse pacht uitgegeven.
Ongeveer 1/3 deel van bovengenoemde gronden is momenteel nog uitgegeven in vaste pacht. Vaste pacht heeft een waarde drukkend effect op de grondwaarde van deze percelen. Verantwoording Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden bovenvermelde gronden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs mits deze lager of gelijk is dan de marktwaarde van de huidige bestemming (agrarische grond). Indien de verkrijgingsprijs hoger is dan de marktwaarde van de huidige bestemming, dient afwaardering van de grond plaats te vinden tot aan deze marktwaarde. Er vindt geen toerekening plaats van kosten zoals rentekosten, beheers- en plankosten en van (pacht)opbrengsten. Deze lasten en baten worden op het product ‘Diverse percelen en panden’ (kostenplaats 6813015) verantwoord. Binnen de materiële vaste activa is 1.872.033 m² verantwoord als compensatiegronden dan wel ontwikkelgrond voor de (middel)lange termijn. De totale boekwaarde hiervan bedraagt € 5.195.115. Per m² komt dit gemiddeld neer op een bedrag van € 2,78. Mutaties 2024 Aankopen Transactie 1
Financieel risico* € 0,-
Aantal m² 18.380 m²
Onderbouwing profijt gemeente Voedselbos
Verkopen Transactie 1
Incidenteel voor-/nadeel** €- 73.988 (nadeel)
Aantal m² 40.035 m²
Transactie 2
€ 257.000 (voordeel)
38.740 m²
Onderbouwing profijt gemeente Natuurcompensatie Landgoed Driessen. Incidenteel nadeel komt ten laste van GREX Landgoed Driessen. Dit bedrag is ook geraamd. Ten behoeve van het GOL.
* verschil tussen marktwaarde op basis van de geldende bestemming en aankoopprijs ** verschil tussen verkoopprijs en boekwaarde
31
3.1.2.2. Grond, bestemd voor gebiedsontwikkeling op termijn door de gemeente (warme grond) De grond, bestemd voor gebiedsontwikkeling op termijn door de gemeente betreffen de gronden die met het oog op gebiedsontwikkeling zijn verworven, maar waarvoor nog geen operationele grondexploitatie is vastgesteld, worden in de regel geduid als ‘warme gronden’. Conform voorschriften van het BBV kunnen dergelijke gronden niet onder de voorraden worden gerangschikt, maar moeten deze worden verantwoord onder materiele vaste activa tegen de verwervingskosten. Het toerekenen (activeren) van andere kosten is daarbij niet toegestaan. Ingeval van duurzame waardevermindering vindt afwaardering plaats naar de waarde volgens de geldende bestemming. Voor gronden die zijn verworven en waarvoor nog geen bestemmingswijziging is doorgevoerd kan dit betekenen dat er (tijdelijk) een forse afwaardering moet plaatsvinden, die grotendeels kan worden teruggedraaid zodra tot de bestemming van bouwgrond wordt besloten. Dit leidt met name bij de gebiedsontwikkeling voor bijvoorbeeld een grootschalige woningbouwopgave tot ongewenste effecten, zoals grote fluctuaties in de waardering van deze gronden, en als gevolg daarvan het resultaat en de financiële positie van een gemeente.
Om deze ongewenste effecten tegen te gaan kan afwaardering naar de waarde volgens de geldende bestemming van dergelijke gronden achterwege blijven als aan een aantal cumulatieve voorwaarden wordt voldaan. Indien aan deze cumulatieve voorwaarden wordt voldaan kan voor wat betreft de toepassing van artikel 65 BBV uitgegaan worden van de toekomstige bestemming in plaats van de geldende bestemming. Het betreft de volgende cumulatieve voorwaarden: • de gronden moeten deel uitmaken van een door de gemeenteraad vastgestelde visie of masterplan voor (een) concrete en binnen afzienbare tijd te starten grondexploitatie(s), waarin de gebiedsontwikkeling van totaalplan naar deelgrondexploitaties is vastgelegd; • de (toekomstige) bestemming(en)/functies (ontwikkeling) betreffende het plangebied dien(en)t goed onderbouwd te worden; • de gebiedsontwikkeling mag niet zodanig conflicteren met de uitkomst van de inventarisatie van bedreigingen die de ontwikkeling in de weg kunnen staan, bijvoorbeeld op het gebied van milieu of bereikbaarheid; • de visie/het masterplan mag niet strijdig zijn met beleid van de provincie en/of rijk; • periodiek (minimaal eens in de 2 jaar) worden de gronden getaxeerd tegen de waarde volgens de toekomstige bestemming, met inachtneming van de inherente onzekerheden van de ontwikkelmogelijkheden.
Hieronder wordt per grondpositie binnen de ‘warme gronden’ een toelichting gegeven op de stand van de boekwaarde en de relatie met de marktwaarde. Poolsestraat Noord De waarde waaronder deze gronden onder de materiële vaste activa zijn verantwoord, bedraagt € 296.986 per 31 december 2024 met een gemiddelde m²-prijs van € 39,76. Het perceel van 7.470 m² valt binnen het bestemmingsplan Woonwijken en biedt op basis van het bestemmingsplan ruimte aan 6 half vrijstaande woningen. Voorafgaand aan een eventuele ontwikkeling zal een exploitatieopzet voor het gebied worden opgesteld en ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Er is vooralsnog van uitgegaan dat de ontwikkeling van deze gronden op korte dan wel middellange termijn ter hand wordt genomen. In relatie tot de bestemming woningbouw zal er geen afwaardering van de boekwaarde hoeven plaats te vinden. Hiertoe zijn de gronden in 2023 getaxeerd. Om de onderhandelingspositie naar de toekomst te waarborgen, wordt het niet raadzaam geacht om hier nader op de taxatie in te gaan. Scharlo-Maasoever 2 fase I Dit gebied betreft het gedeelte ten westen van de weg Scharlo nabij het bestaande bedrijventerrein in Waspik. Het gebied heeft een oppervlakte van 59.233 m2 en een boekwaarde van € 384.000. Dit is per m² € 6,48. In relatie tot de bestemming bedrijventerrein zal er geen afwaardering van de boekwaarde hoeven plaats te vinden.
Hiertoe zijn de gronden in 2023 getaxeerd. Voor dit gebied worden momenteel de voorbereidingen getroffen om de gronden om te zetten naar bedrijventerrein. Op basis van de richtlijnen uit het BBV is de boekwaarde van dit complex in 2019 afgewaardeerd tot agrarische waarde. Verwacht wordt dat de locatie in 2025 in exploitatie wordt
32
genomen, wanneer het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De eerder gedane afboeking ad. € 361.033 kan dan weer worden verzilverd. Haven 8 Oost afronding Begin 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de nota van uitgangspunten voor het gebied Haven 8 Oost afronding. Dit betreft het gebied tussen het gebied van de grondexploitatie Haven 8 Oost en het Drongelens kanaal. De gemeente is voornemens om dit gebied middels actief grondbeleid te ontwikkelen. Vanuit het verleden heeft de gemeente al een fors aantal percelen in dit gebied in eigendom. Ook zijn medio 2020 de percelen die nog niet in eigendom zijn bij de gemeente aanwezen volgens de Wet voorkeursrecht gemeenten. In 2023 zijn nog eens acht percelen minnelijk verworven met een oppervlakte van 14,6 ha. Ook zijn in 2023 zowel het bestemmingsplan als het exploitatieplan vastgesteld. Tegen het exploitatieplan is beroep ingesteld. In relatie tot de bestemming bedrijventerrein zal er geen afwaardering van de boekwaarde hoeven plaats te vinden. Hiertoe zijn de gronden in 2023 getaxeerd. De totale boekwaarde van alle percelen bedraagt € 13.479.831. De oppervlakte van de percelen is 930.111 m². De gemiddelde boekwaarde per m² bedraagt daarmee € 14,49. Mutaties 2024 Aankopen Transactie 1
Financieel risico* € 621.725,00
Aantal m² 19.130 m²
Transactie 2
€ 496.600,00
15.280 m²
Transactie 3
€ 296.725,00
9.130 m²
Onderbouwing profijt gemeente t.b.v. toekomstige ontwikkeling Haven 8 Oost afronding t.b.v. toekomstige ontwikkeling Haven 8 Oost afronding t.b.v. toekomstige ontwikkeling Haven 8 Oost afronding
* verschil tussen marktwaarde op basis van de geldende bestemming en aankoopprijs. Gemeenteraad heeft op 28 november 2017 een besluit genomen over de grondaankopen binnen Haven 8 Oost afronding. Bovenstaande transacties passen binnen dit besluit. Bij het financieel risico is uitgegaan van de geldende (onherroepelijke) agrarische bestemming. De huidige marktwaarde van de gronden, gelet op de toekomstige ontwikkelingen, ligt hoger. Indien wordt uitgegaan van de huidige marktwaarde, gelet op de toekomstige ontwikkelingen, is er geen sprake van een financieel risico. Om de onderhandelingspositie naar de toekomst te waarborgen, wordt het niet raadzaam geacht om hier nader op de taxatiewaarde in te gaan.
3.1.2.3 Totaal gronden materiële vaste activa Het totaal van de onder de materiële vaste activa opgenomen gronden bedraagt € 19.355.932 met een totaaloppervlakte van 2.868.847m². In de administratie is product 848 aangemaakt om de kosten per project inzichtelijk te houden. Bij het opstellen van de jaarrekening zal bekeken worden welke kosten ten laste van deze projecten zijn geboekt en om ze te activeren dan wel om ze als last op het product te laten staan.
33
3.2. Bouwgrond in exploitatie 3.2.1. Algemeen Bouwgrond in exploitatie zijn complexen met een door de raad vastgestelde grondexploitatie. Het eerste cijfer van de complexaanduiding geeft aan in welke kern het complex gelegen is, 1=Waalwijk, 2=SprangCapelle en 3=Waspik. Complexnaam Bouwgrondexploitatie bedrijventerreinen en winkelgebieden 853 Afbouw Haven I t/m VI Haven 8 west Insteekhaven Haven 8 oost Bouwgrondexploitatie wonen 852 Landgoed Driessen Achter de Hoven Waesgeerd west De Rugt
Complexnummer 138 139 140 141
124 250 381 383
In het boekjaar 2024 zijn geen grondexploitaties vastgesteld door de raad. De complexen Waesgeerd west en de Rugt worden afgesloten per 31-12-2023.
34
3.2.2. Toelichting locaties Bouwgrond in exploitatie (BIE) 3.2.2.1. BIE vallend onder bedrijven en winkelgebieden 3.2.2.1.1. Afbouw Haven I t/m VI (complex 138)
Afbouw Haven 1/6 (complex 138) Algemeen Foto
Plangrenzen
Ligging
Waalwijk
Datum vaststelling GREX
30-1-2014
Verwacht eindjaar exploitatie
2026
Verloop project/voortgang Op dit bedrijventerrein van ca. 40 ha zijn bedrijven toegestaan in de milieucategorie 3 tot en met 5. Er resteert nog één uit te geven kavel van ruim 1 ha, waarvoor al een koopovereenkomst is gesloten. De levering (en daarmee grondopbrengst) wordt verwacht in 2025. Na de bouw op deze kavel (naar verwachting in 2025-2026) vinden nog enkele afbouw werkzaamheden door de gemeente plaats in 2026.
Bouwprogramma Initieel doel
Huidig doel
Gereed
Totale prospectie
2025
Bedrijventerreinen
269.470
269.470
-
10.695
10.695
Standaard
269.470
269.470
-
10.695
10.695
35
Financieel Boekwaarde per 31-12-2024
686.996
Verwacht resultaat in 2026
692.205
Genomen winst in 2024
-105.582
Genomen winst t/m 2024
11.335.203
Financiële toelichting Tot 2024 is op deze grondexploitatie al voor € 11,4 miljoen aan winst genomen. Over het boekjaar 2024 moet €-105.582 winst worden teruggedraaid. De voornamelijk reden hiervoor is het feit dat er voor tot het einde van de planperiode meer plankosten zijn geraamd dan vorig jaar. De boekwaarde bedraagt, na de teruggedraaide winstneming, € 686.996 per 31 december 2024. Door de geplande toekomstige verkoop zal deze boekwaarde op termijn verder worden goedgemaakt. Binnen de grondexploitatie wordt uitgegaan van afsluiting per eind 2026 met een resterend voorcalculatorisch positief resultaat van € 692.205.
Risico's
Risico
Kans
Bedrag
Verklaring
Markt: Koopovereenkomst wordt niet geeffectueerd
10 %
20.995
Vertraging als koopovereenkomst niet in 2025 wordt ingeroepen. Maar ook een kans: waarschijnlijk hogere uitgifteprijs aan een ander bedrijf dan overeengekomen prijs.
36
Cijfermatige uitwerking (P-staat) Netto Contante Waarde:
-652.280
(voordelig)
Eindwaarde:
-692.205
(voordelig)
Boekwaarde per 1-1-2024
Geboekt in huidig jaar 2024
Totaal geboekt t/m 2024
Totale prospectie t/m 2026
Totale kostprijs berekening
BRM/WRM voor 2023
5.369.650
-
5.369.650
-
5.369.650
Grondverwerving
11.599.792
-
11.599.792
-
11.599.792
Bouwrijp maken
39.683
-6.040
33.642
165.320
198.963
Milieu
-
-
-
Woonrijp maken
-
-
-
Omschrijving kostensoort
Plankosten
1.606.899
13.470
1.620.369
51.709
1.672.078
Rente en BTW
1.793.454
11.146
1.804.599
-
1.804.599
Stortingen
1.572.436
-
1.572.436
-
1.572.436
Totaal kosten
21.981.913
18.576
22.000.489
217.029
22.217.518
758.916
-
758.916
-
758.916
Gronduitgifte
31.889.780
-
31.889.780
1.604.250
33.494.030
Totaal opbrengsten
32.648.696
-
32.648.696
1.604.250
34.252.946
Nominaal saldo (kosten opbrengsten)
-10.666.783
18.576
-10.648.207
-1.387.221
-12.035.428
Kostenstijging
-
9.059
9.059
Opbrengstenstijging
-
-
-
Bijdragen
Rente
-
-
-
-1.038
-1.038
Saldo
-10.666.783
18.576
-10.648.207
-1.379.200
-12.027.408
Bijdrage reserve
11.440.785
-105.582
11.335.203
-
11.335.203
Totaal bijdragen
11.440.785
-105.582
11.335.203
-
11.335.203
774.002
-87.006
686.996
-1.379.200
-692.205
Saldo Cumulatief
Resultaat Projectsaldo Resultaat Projectsaldo Cumulatief
37
3.2.2.1.2. Haven 8 west (complex 139)
Haven 8 West (complex 139) Algemeen Foto
Plangrenzen
Ligging
Waalwijk
Datum vaststelling GREX
7-6-2018
Verwacht eindjaar exploitatie
2027
Verloop project/voortgang Bedrijventerrein Haven 8 West is een locatie die vraaggericht ontwikkeld kan worden op basis van een concrete marktvraag voor grootschalige logistieke bedrijven. Ten noorden van het bestemmingsplan (maar behorend tot het plangebied van de grondexploitatie) ligt nog één uitgeefbaar perceel van ca. 5.485 m2. Omdat de verkoopoptie van het naastgelegen perceel nog niet geeffectueerd is, wordt de verkoop van dit perceel on hold gehouden. Mocht de verkoopoptie namelijk niet benut worden, dan is er meer flexibiliteit m.b.t. de uitgifte van de kavel. Vooralsnog is de verkoopoptie nog niet benut. Omdat het e.e.a. afhankelijk is van elkaar en omdat de percelen direct naast elkaar liggen, is het logisch om ook het naastgelegen perceel te betrekken binnen deze grex. Daarom wordt voorgesteld om de plangrenzen op te rekken. De looptijd van het project wordt daarom met een jaar verlengd van 2026 naar 2027. De nog uit te geven percelen liggen niet het in onherroepelijke bestemmingsplan Haven 8 West. Hier dient dus nog een ruimtelijke procedure voor doorlopen te worden.
Bouwprogramma Initieel doel
Huidig doel
Gereed
Totale prospectie
2027 ev
Bedrijventerreinen
313.671
326.671
-
18.485
18.485
Standaard
313.671
326.671
-
18.485
18.485
Logistiek (m²), standaard
308.186
321.186
-
13.000
13.000
Gemengd (m²), standaard
5.485
5.485
-
5.485
5.485
38
Financieel Boekwaarde per 31-12-2024
-9.174.625
Verwacht resultaat in 2027
4.781.637
Genomen winst in 2024
-1.507.200
Genomen winst t/m 2024
11.452.472
Financiële toelichting Doordat de looptijd van het project met een jaar wordt verlengd, worden alle kosten en opbrengsten ook met een jaar verschoven. Doordat het plan wel gemanaged en beheerd moet worden komen hierdoor extra plan- en beheerskosten voor rekening van het plan. Ook wordt er rekening gehouden met een jaar extra kostenstijging. Hierdoor komt het (positieve) resultaat voor de terug te draaien tussentijdse winstneming lager uit dan het resultaat zoals gemeld in de Nota Grondexploitatie 2024. Op basis van de POC-methode kon tot en met 2023 een winst genomen worden van bijna € 13,0 miljoen. In 2024 moet tussentijdse winst worden teruggedraaid ten bedrage van € -1.507.200. De grootste reden hiervan is de toevoeging van het perceel van Wabico binnen de plangrenzen van dit project. Hierdoor verandert de verhouding binnen de POC-berekening. Deze winst kan later wel weer worden genomen. De boekwaarde bedraagt na deze tussentijdse winstneming € -9.174.625 per 31 december 2024. De verwachting is dat het plan eind 2027 kan worden afgesloten met een alsdan resterende voorcalculatorische winst van € 4.781.637.
Risico's
Risico
Kans
Bedrag
Verklaring
Planuitwerking: De ruimtelijke procedure/vergunningen van het nog uit te geven perceel loopt vertraging op (door beroep)
50 %
140.000
Dit leidt tot vertraging. Door de extra plankosten en beheerskosten zorgt dit ondanks de negatieve boekwaarde voor een lager resultaat.
Planuitwerking: De verkoopoptie van het naastgelegen perceel wordt langdurig niet benut
50 %
Dit leidt tot vertraging. Door de extra plankosten en beheerskosten zorgt dit ondanks de negatieve boekwaarde voor een lager resultaat. Er wordt maar een keer rekening gehouden met vertragingsrisico.
Planuitwerking: Uitspraak tegen Wnbvergunning zorgt voor vertraging (bijvoorbeeld door hoger beroep)
50 %
Dit leidt tot vertraging. Door de extra plankosten en beheerskosten zorgt dit ondanks de negatieve boekwaarde voor een lager resultaat. Ook hier wordt geen bedrag genoemd, omdat het vertragingsrisico zich maar een keer zal voordoen.
Planuitwerking; Het nog uit te geven perceel moet opgehoogd worden
50 %
320.000
Planuitwerking; Uitspraak RVS in nadeel van gemeente
10 %
1.001.013
Indien blijkt dat het perceel opgehoogd moet worden, zal dit leiden tot hogere kosten voor de gemeente. Bij nadelige uitspraak mogelijk opbrengst als bedrijventerrein niet te realiseren. Afwaarderen naar agrarische waarde. Gaat om 1 perceel van 5485 m2. Kosten aan Randweg worden nog wel gemaakt
.
39
Cijfermatige uitwerking (P-staat) Netto Contante Waarde:
-4.417.493
(voordelig)
Eindwaarde:
-4.781.637
(voordelig)
Boekwaarde per 1-1-2024
Geboekt in huidig jaar 2024
Totaal geboekt t/m 2024
Totale prospectie t/m 2027
Totale kostprijs berekening
BRM/WRM voor 2023
13.345.009
-
13.345.009
-
13.345.009
Grondverwerving
11.123.767
-
11.123.767
-
11.123.767
Bouwrijp maken
646.558
66.014
712.572
4.958.400
5.670.972
271
-
271
10.000
10.271
4.740
-
4.740
-
4.740
Plankosten
1.871.959
80.132
1.952.091
376.008
2.328.099
Rente en BTW
-423.176
-110.918
-534.094
-
-534.094
Overige kosten
-
-
-
1.930.861
1.930.861
-
-
-
Omschrijving kostensoort
Milieu Woonrijp maken
Stortingen Totaal kosten
26.569.127
35.228
26.604.355
7.275.268
33.879.623
Gronduitgifte
47.231.452
-
47.231.452
2.862.150
50.093.602
Totaal opbrengsten
47.231.452
-
47.231.452
2.862.150
50.093.602
Nominaal saldo (kosten opbrengsten)
-20.662.325
35.228
-20.627.097
4.413.118
-16.213.979
Kostenstijging
-
506.957
506.957
Opbrengstenstijging
-
236.436
236.436
Rente
-
-
-
-290.650
-290.650
Saldo
-20.662.325
35.228
-20.627.097
4.392.988
-16.234.109
Bijdrage reserve
12.959.672
-1.507.200
11.452.472
-
11.452.472
Totaal bijdragen
12.959.672
-1.507.200
11.452.472
-
11.452.472
Resultaat Projectsaldo
-7.702.653
-1.471.972
-9.174.625
4.392.988
-4.781.637
Saldo Cumulatief
Resultaat Projectsaldo Cumulatief
40
3.2.2.1.3. Insteekhaven (complex 140)
Locatie insteekhaven (complex 140) Algemeen Foto
Plangrenzen
Ligging
Waalwijk
Datum vaststelling GREX
12-9-2019
Verwacht eindjaar exploitatie
2027
Verloop project/voortgang In september 2019 is een krediet beschikbaar gesteld voor de realisatie van een nieuwe insteekhaven. Gelijktijdig is een exploitatieopzet vastgesteld voor de, na realisatie van de insteekhaven, uit te geven gronden. Hierbij gaat het om een kavel voor de containerterminal en om een kavel voor haven gebonden logistieke bedrijvigheid. De winst wordt in de toekomst niet ten gunste van de Reserve grondexploitatie gebracht maar gereserveerd en, conform raadsbesluit, gedurende 60 jaar ten gunste gebracht van product 208 Exploitatie haven. Het project is vanwege het beroep tegen de verleende Wnb-vergunning nog niet gestart. Op 12 maart 2024. is er een zitting geweest bij de rechtbank Oost-Brabant. Inmiddels heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank heeft geconstateerd dat er een aantal gebreken aan de Wnb-vergunningen kleven. Daarom heeft zij de bestuurlijke lus toegepast en het bevoegd gezag (Gedeputeerde Staten/GS) de mogelijkheid geboden de gebreken te herstellen. Nadat het herstelbesluit aan de rechtbank is gezonden zal deze beoordelen of de gebreken daarmee voldoende zijn hersteld. Mogelijk vindt er een tweede zitting plaats. Dit zal leiden tot een einduitspraak. Hoe lang dat allemaal duurt, is nog niet duidelijk. Tegen de einduitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Bouwprogramma Initieel doel
Huidig doel
Gereed
Totale prospectie
2024
2025
2026
2027 ev
Bedrijventerreinen
119.355
119.355
-
119.355
0
0
0
119.355
Standaard
119.355
119.355
-
119.355
0
0
0
119.355
Gemengd (m²), standaard
78.600
78.600
-
78.600
0
0
0
78.600
Havengerelateerd
40.755
40.755
-
40.755
0
0
0
40.755
41
Financieel Boekwaarde per 31-12-2024
1.355.697
Verwacht resultaat in 2027
6.968.441
Genomen winst in 2024
-
Genomen winst t/m 2024
-
Financiële toelichting In 2020 is een voorschot op de afname van de terminalgronden ontvangen. Eind 2023 is een optieovereenkomst geeffectueerd. Dit betekent dat er een koopovereenkomst is gesloten voor de uitgifte van 7,8 ha voor een vaste grondprijs. De levering (en betaling) vindt plaats nadat onder andere het perceel bouwrijp is gemaakt en de omgevingsvergunning onherroepelijk is. De aanlegkosten voor de insteekhaven zijn gebaseerd op een aanbesteding. De uitvoering is onderhevig aan inflatie, zodat de kosten oplopen tot het moment van uitvoeren. Hiermee is in de grondexploitatie rekening gehouden. Het beschikbaar gestelde krediet wordt pas verhoogd op het moment dat duidelijk is wanneer de uitvoering plaatsvindt. Vooralsnog worden ten opzichte van de opstelling van de Nota Grondexploitatie 2024 geen substantiële wijzigingen verwacht. Wel moet rekening gehouden worden met een grotere stijging van de bouwkosten en plankosten. Daarnaast wordt de looptijd met één jaar verlengd naar 2027. Doordat de looptijd van het project met een jaar wordt verlengd, worden alle kosten en opbrengsten ook met een jaar verschoven en stijgen de plankosten. De kosten stijgen met de inflatie, terwijl de opbrengsten gebaseerd zijn op vaste prijsafspraken. De rentekosten nemen toe. Het winstgevende resultaat zal dan ook afnemen.
Risico's
Risico
Kans
Bedrag
Verklaring
Planuitwerking: Door ingediend beroep tegen Wnb-vergunning vertraagt project
65 %
66.946
Beroep ingediend tegen natuurvergunning. Uitspraak gedaan, maar herstelbesluit nodig. Einduitspraak afwachten. Hierdoor mogelijk extra vertraging.
Planuitwerking: gemeenteraad stemt niet voor 1 februari 2026 in met de geïndexeerde aanneemsom
10 %
0
Indien de raad op termijn niet het aanvullende budget (zie 4 financiën) voteert voor dit project, is de gemeente de aannemer een eenmalige schadevergoeding € 400.000 verschuldigd. Deze schadevergoeding heeft niet direct invloed op de grex.
Planuitwerking: Subsidie krediet Insteekhaven kan worden ingetrokken
10 %
0
De gemeente zal dan het subsidiebedrag van 7,6 mln zelf moeten betalen. De subsidie is niet ten gunste van grex gekomen. Heeft hier dus niet direct invloed op. Wel op krediet.
42
Cijfermatige uitwerking (P-staat) Netto Contante Waarde:
-6.437.763
(voordelig)
Eindwaarde:
-6.968.441
(voordelig)
Boekwaarde per 1-1-2024
Geboekt in huidig jaar 2024
Totaal geboekt t/m 2024
Totale prospectie t/m 2027
Totale kostprijs berekening
BRM/WRM voor 2023
1.216.444
-
1.216.444
-
1.216.444
Grondverwerving
2.144.186
70.000
2.214.186
2.100
2.216.286
Bouwrijp maken
150.214
-
150.214
7.371.470
7.521.683
-
-
-
Omschrijving kostensoort
Milieu Plankosten
219.564
50.032
269.596
346.467
616.063
Rente en BTW
25.417
17.541
42.958
-
42.958
-
-
-
Overige kosten Totaal kosten
3.755.824
137.573
3.893.397
7.720.037
11.613.433
37.700
-
37.700
-
37.700
Gronduitgifte
2.500.000
-
2.500.000
16.732.700
19.232.700
Totaal opbrengsten
2.537.700
-
2.537.700
16.732.700
19.270.400
Nominaal saldo (kosten opbrengsten)
1.218.124
137.573
1.355.697
-9.012.663
-7.656.967
Kostenstijging
-
587.909
587.909
Opbrengstenstijging
-
-
-
Bijdragen
Rente
-
-
-
100.617
100.617
Saldo
1.218.124
137.573
1.355.697
-8.324.138
-6.968.441
-
-
-
Saldo Cumulatief Bijdrage reserve Totaal bijdragen Resultaat Projectsaldo
-
-
-
-
-
1.218.124
137.573
1.355.697
-8.324.138
-6.968.441
Resultaat Projectsaldo Cumulatief
43
3.2.2.1.4. Haven 8 Oost (complex 141)
Haven 8 Oost (complex 141) Algemeen Foto
Plangrenzen
Ligging
Waalwijk
Datum vaststelling GREX
23-1-2020
Verwacht eindjaar exploitatie
2028
Verloop project/voortgang In 2020 is de raad akkoord gegaan met het in ontwikkeling nemen van de eerste fase van Haven 8 oost gelegen ten oosten van de Gansoijensesteeg. Evenals bij Haven 8 West wordt dit bedrijventerrein vraaggericht ontwikkeld. In 2021 is de eerste van de totaal drie kavels verkocht. De verkoop van de overige twee kavels is weer uitgesteld in verband met de uitgestelde uitspraak met betrekking tot de Gebiedsontsluiting Oostelijke Langstraat, het beroep tegen het bestemmingsplan/exploitatieplan en het beroep tegen de verleende Wnb-vergunning. De looptijd van het project wordt daarom met een jaar verlengd van 2027 naar 2028. Inmiddels is er een onherroepelijke uitspraak m.b.t. de Gebiedsontsluiting Oostelijke Langstraat. Echter doordat er nog geen onherroepelijke natuurvergunning is, kunnen de kavels nog niet worden uitgegeven.
Bouwprogramma Initieel doel
Huidig doel
Gereed
Totale prospectie
2027 ev
Bedrijventerreinen
333.722
333.722
-
205.100
205.100
Zichtlocatie
18.938
18.938
-
-
0
Logistiek (m²), zichtlocatie
18.938
18.938
-
-
0
Standaard
314.784
314.784
-
205.100
205.100
Logistiek (m²), standaard
314.784
314.784
-
205.100
205.100
44
Financieel Boekwaarde per 31-12-2024
2.294.227
Verwacht resultaat in 2028
24.852.738
Genomen winst in 2024
204.697
Genomen winst t/m 2024
4.640.934
Financiële toelichting De nog te realiseren (geïndexeerde) kosten hebben vooral betrekking op de wegenstructuur, het ophogen van percelen en mogelijke bodemsanering. Uit een ontvangen raming blijkt dat de eerder geraamde sanering voordeliger kan worden uitgevoerd. Dit levert een voordeel op. Vooralsnog worden, met uitzondering van bovengenoemde voordeel, ten opzichte van de opstelling van de Nota Grondexploitatie 2024 geen substantiële wijzigingen verwacht aan de opbrengsten en kostenkant, anders dan de indexatie van de prijzen. Wel wordt de looptijd met één jaar verlengd naar 2028. Doordat de looptijd van het project met een jaar wordt verlengd, worden alle kosten en opbrengsten ook met een jaar verschoven en een jaar langer geïndexeerd. Dit alles leidt tot een positief resultaat op eindwaarde van naar verwachting € 25.067.863 per 31-12-2028. Dit is ca. € €1.739.262 verbeterd ten opzichte van vorig jaar en wordt met name veroorzaakt door het voordeel t.a.v. de sanering. Tot 2024 is een winst geboekt van € 4.640.934. In 2024 is op basis van de POC methode en rekening houdend met de risico’s die zich nog in het plan bevinden een winst genomen van € 204.697. De boekwaarde per 1-1-2025 bedraagt hiermee € 2.294.227.
Risico's
Risico
Kans
Bedrag
KANS! Onderhandelingen: Deel kosten parkeerplaatsen Van Andelstraat komen niet voor rekening gemeente
90 %
- 100.000
Planuitwerking: Door ingediend beroep tegen exploitatieplan vertraagt de uitgifte
75 %
75.000
Planuitwerking: Door ingediend beroep tegen Wnb-vergunning vertraagt de uitgifte
75 %
Verklaring Met Van Mossel is afgesproken dat Van Mossel 1/3 van de werkelijke kosten (geraamd op 3 ton) betaalt. Hiermee is nog geen rekening gehouden in de grex. Deze meevaller wordt opgenomen zodra de gelden zijn ontvangen. Het bestemmingsplan en exploitatieplan zijn vastgesteld, maar er is door een eigenaar beroep ingesteld. Het verweerschrift is ingediend. Zittingsdatum nog niet bekend. Beroep ingediend tegen natuurvergunning. Uitspraak gedaan, maar herstelbesluit nodig. Einduitspraak afwachten. Hierdoor mogelijk extra vertraging. Impact bij 1 jaar vertraging is al berekend bij Risico vertraging door beroep tegen exploitatieplan.
45
Cijfermatige uitwerking (P-staat) Netto Contante Waarde:
-22.509.891
(voordelig)
Eindwaarde:
-24.852.738
(voordelig)
Boekwaarde per 1-1-2024
Geboekt in huidig jaar 2024
Totaal geboekt t/m 2024
Totale prospectie t/m 2028
Totale kostprijs berekening
BRM/WRM voor 2023
4.746.511
-
4.746.511
-
4.746.511
Grondverwerving
9.868.698
-
9.868.698
-
9.868.698
Bouwrijp maken
382.117
81.039
463.155
12.811.602
13.274.757
Milieu
126.600
60.610
187.210
500.000
687.210
8.663
-
8.663
576.187
584.850
Plankosten
1.192.611
83.595
1.276.206
764.972
2.041.179
Rente en BTW
181.286
26.465
207.751
-
207.751
Overige kosten
-
-
-
Stortingen
-
-
-
Omschrijving kostensoort
Woonrijp maken
Totaal kosten
16.506.486
251.708
16.758.194
14.652.761
31.410.955
72.162
-
72.162
-
72.162
Gronduitgifte
19.032.739
-
19.032.739
38.969.000
58.001.739
Totaal opbrengsten
19.104.901
-
19.104.901
38.969.000
58.073.901
Nominaal saldo (kosten opbrengsten)
-2.598.415
251.708
-2.346.707
-24.316.239
-26.662.946
Kostenstijging
-
1.115.762
1.115.762
Opbrengstenstijging
-
4.168.649
4.168.649
Bijdragen
Rente
-
-
-
222.161
222.161
Saldo
-2.598.415
251.708
-2.346.707
-27.146.965
-29.493.672
Bijdrage reserve
4.436.237
204.697
4.640.934
-
4.640.934
Totaal bijdragen
4.436.237
204.697
4.640.934
-
4.640.934
Resultaat Projectsaldo
1.837.822
456.405
2.294.227
-27.146.965
-24.852.738
Saldo Cumulatief
Resultaat Projectsaldo Cumulatief
46
3.2.2.2. BIE vallend onder wonen 3.2.2.2.1. Landgoed Driessen (complex 124)
Landgoed Driessen (complex 124) Algemeen Foto
Plangrenzen
Ligging
Sprang-Capelle
Datum vaststelling GREX
31-10-2002
Verwacht eindjaar exploitatie
2029
Verloop project/voortgang Landgoed Driessen (fase I) is gelegen ten westen van de kern Waalwijk en ten noorden van de kern Sprang-Capelle en biedt plaats aan ca. 2300 woningen. De ontwikkeling vindt globaal plaats van zuid naar noord en van oost naar west. Plannen werden tot eind 2023 mogelijk gemaakt door binnen het grote bestemmingsplan Driessen uitwerkingsplannen vast te stellen. Vanaf 1 januari 2024 (inwerkingtreding Omgevingswet) wordt een andere passende procedure gevolgd. Eind 2024 zijn ca. 1.888 woningen gerealiseerd. In 2024 is het woonrijp maken van Lommerrijk afgerond voor wat betreft de uitgegeven grond. De laatste gronden in Lommerrijk (fase 5c) worden naar verwachting niet voor 2026 uitgegeven door vertraging in de onderhandelingen met de ontwikkelaar. Daarnaast is er vertraging door de onduidelijkheid rond het toepassen van natuurvergunningen door de uitstoot van stikstof. De planperiode verlengt hierdoor met een jaar voor Driesser Velden Midden, De Villa B en het zuidelijk deel van de Muzenkamer.
47
Bouwprogramma Initieel doel
Huidig doel
Gereed
Totale prospectie
2024
2025
2026
2027 ev
Woningen
386
386
-
386
0
0
169
217
Vrije kavel
9
9
-
9
4
5
Sociaal
127
127
-
127
0
0
80
47
Tussenwoningen
83
83
-
83
0
0
62
21
Appartement
44
44
-
44
0
0
18
26
Middenduur
139
139
-
139
37
102
Bungalow
20
20
-
20
10
10
Duur
111
111
-
111
48
63
Twee-onder-een-kapwoning
60
60
-
60
19
41
Vrijstaande woning
3
3
-
3
1
2
Financieel Boekwaarde per 31-12-2024
7.667.723
Verwacht resultaat in 2029
-5.248.386
Genomen winst in 2024 Genomen winst t/m 2024
-862.570
Financiële toelichting In het verleden is al een aantal forse investeringen ten laste van het plan gebracht. Het betreft met name de hoofdontsluiting (die ook is aangelegd ter ontlasting van het ‘lint’ van Sprang-Capelle), de aanleg van het ‘Piet Klerkxplein’, een bijdrage voor de aansluiting op de N261, de aanleg van sportpark ‘De Gaard’ en de realisatie van een kunstgrasveld op dit sportpark. In 2024 zijn vooral kosten gemaakt aan het woonrijp maken van een deel van Lommerrijk en het bouwrijp maken (grondwerk) voor Driesser Velden Midden. Financieel, nog te realiseren De nog te ontvangen opbrengsten bestaan uit de uitgifte van grond voor circa 386 woningen. Dit betreft sociale huur, betaalbare koop, vrije sector woningen en vrije kavels. Het merendeel is eengezinswoningen, maar er zullen ook enkele appartementencomplexen worden gerealiseerd. De uitgifte vindt plaats in Lommerrijk fase 5c, Driesser Velden Midden, De Villa deel B, het zuidelijk deel van de Muzenkamer en Nieuwe Hoven Oost. Bovengenoemde deelprojecten moeten nog bouwrijp gemaakt worden met uitzondering van Lommerrijk fase 5c. De kosten bestaan verder uit het woonrijp maken van deze deelprojecten, maar ook het noordelijk deel van de Muzenkamer. Hier zijn ook ambtelijke uren mee gemoeid (plankosten). Een overeengekomen betaling aan een van de bouwclaimhouders is tot slot een kostenpost die nog moet worden betaald.
Wijzigingen Ten opzichte van de nota Grondexploitatie 2024 is er een aantal wijzigingen in de kostenraming te melden: • De kosten voor het woonrijpmaken zijn middels een andere systematiek en daarmee nauwkeuriger en completer geraamd met de huidige kennis van de markt en het plan. Hierdoor zijn enkele posten verhoogd of toegevoegd. Dit heeft een fors kostenverhogend effect. • Met de kadernota 2025 heeft de raad positief gereageerd op een verzoek voor extra krediet om de Muzenkamer als hart van de wijk in te richten. Voorgesteld wordt om het bedrag van dit krediet integraal op te nemen in de grondexploitatie van Landgoed Driessen. (zie ook beslispunt bij onderhavig raadsvoorstel). De ingerekende kapitaallasten van deze “nieuwe investering” voor de begrotingsjaren vanaf 2026 komen daarmee te vervallen. • De plankosten (ambtelijke begeleiding, advies en onderzoekskosten) die gemaakt zijn in 2024 zijn hoger dan geraamd. Ook de nog benodigde plankosten voor het project tot aan afsluiting in naar verwachting 2029 zijn hoger. Dit is het gevolg van een complexe gebiedsontwikkeling met veel onzekere factoren (waaronder stikstof).
48
• •
In de nota Grondexploitatie 2024 is voor een aantal deelgebieden een post voor grondwerk opgenomen. Uit naderhand uitgevoerde hoogtemetingen bleek dat deze deelgebieden al op hoogte liggen waardoor relatief weinig grondwerk meer nodig is. Een deel van de raming voor het bouwrijp maken kan hierdoor vrijvallen. Met een van de bouwclaimhouders (projectontwikkelaars) is een nabetaling op de grond afgesproken die telkens bij afname van kavels door de ontwikkelaar bij de gemeente in rekening wordt gebracht. Er is abusievelijk met een te hoge nabetaling gerekend omdat een eerdere kavelafname niet was verwerkt in de raming.
Aan de opbrengstenkant zijn de volgende wijzigingen te melden: • De grondopbrengsten worden hoger geraamd. De woningmarkt is overspannen, met stijgende VON-prijzen tot gevolg. De bouwkosten zijn het afgelopen jaar minder hard gestegen. Door de residuele waardemethode (VON-prijs minus bouwkosten) stijgen daarmee ook de grondwaardes onder de woningen. • Er is in 2024 een provinciale subsidie ontvangen voor stimulering van de woningbouw. Per saldo verslechterd het resultaat op de grondexploitatie met ca. € 1,9 miljoen.
Risico's
Risico
Kans
Bedrag
Verklaring
Bouwrijp maken is alleen mogelijk met 0 uitstoot: alles elektrisch
80 %
680.000
Kosten aan met name bouwrijp maken stijgen door inzet van (duurder) elektrisch materieel.
Contracteren van marktpartijen die willen realiseren
35 %
1.150.000
Grondopbrengsten worden niet gehaald door een stapeling van eisen.
Geen woningbouw door stikstofproblematiek door nabijheid Natura2000-gebieden.
10 %
9.700.000
Afhankelijk van regelgeving provincie en/of rijk.
Gronddepot moet verplaatst worden
20 %
100.000
Monitoren wat regelgeving / standpunt OMWB wordt.
Vertraging door stikstof
65 %
220.000
vertraging van 2 jaar, meer plankosten, meer onderzoekskosten.
Watersysteem voldoet niet
20 %
200.000
Ism Waterschap wordt onderzocht welke scenario's mogelijk zijn. Op basis daarvan kunnen uitvoeringsmaatregelen begroot worden. Een deel hiervan is wellicht het gevolg van LGD en komt tlv de grex.
49
Cijfermatige uitwerking (P-staat) Netto Contante Waarde:
4.660.481
(nadelig)
Eindwaarde:
5.248.386
(nadelig)
Boekwaarde per 1-1-2024
Geboekt in huidig jaar 2024
Totaal geboekt t/m 2024
Totale prospectie t/m 2029
Totale kostprijs berekening
BRM/WRM voor 2023
44.466.561
-
44.466.561
-
44.466.561
Grondverwerving
16.615.452
73.988
16.689.440
12.721
16.702.161
Bouwrijp maken
50.858
256.025
306.882
3.388.178
3.695.060
Milieu
246.432
2.479
248.911
491.151
740.062
Woonrijp maken
967.919
500.585
1.468.504
10.913.843
12.382.347
Plankosten
14.425.313
334.764
14.760.077
2.012.538
16.772.615
Rente en BTW
15.650.466
95.782
15.746.248
-
15.746.248
Overige kosten
1.788.169
-
1.788.169
478.937
2.267.106
Stortingen
6.708.650
-
6.708.650
32.295
6.740.945
Totaal kosten
100.919.820
1.263.622
102.183.442
17.329.664
119.513.107
Bijdragen
5.801.356
126.955
5.928.311
689.015
6.617.326
Gronduitgifte
87.724.838
-
87.724.838
19.826.143
107.550.981
Totaal opbrengsten
93.526.194
126.955
93.653.149
20.515.158
114.168.308
Nominaal saldo (kosten opbrengsten)
7.393.626
1.136.667
8.530.293
-3.185.494
5.344.799
Kostenstijging
-
1.529.797
1.529.797
Opbrengstenstijging
-
1.094.188
1.094.188
Omschrijving kostensoort
Rente
-
-
-
330.547
330.547
Saldo
7.393.626
1.136.667
8.530.293
-2.419.337
6.110.956
Bijdrage reserve
-862.570
-
-862.570
-
-862.570
Totaal bijdragen
-862.570
-
-862.570
-
-862.570
Resultaat Projectsaldo
6.531.056
1.136.667
7.667.723
-2.419.337
5.248.386
Saldo Cumulatief
Resultaat Projectsaldo Cumulatief
50
3.2.2.2.2. Achter de Hoven (complex 250)
Achter de Hoven (complex 250) Algemeen Foto
Plangrenzen
Ligging
Sprang-Capelle
Datum vaststelling GREX Verwacht eindjaar exploitatie
2027
Verloop project/voortgang Achter de Hoven is gelegen tegen het project Landgoed Driessen. Voor de resterende uit te geven kavels binnen het plan Achter de Hoven wordt bij de uitgifte in stedenbouwkundige zin aangesloten bij plan deel De Bibliotheek in Landgoed Driessen conform het uitwerkingsplan "Futurahuis en aangrenzend woongebied". Eind 2024 heeft het college deze locatie aangewezen als mogelijk kansrijk voor uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen. In 2025 zal de feitelijke geschiktheid nader onderzocht worden. Mede gelet hierop is nog niet gestart met de uitgifte van de vier oorspronkelijk voorziene vrije kavels.