CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief19.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

26

In het Plan-MER is onderzocht hoeveel woningen en andere gevoelige bestemmingen (zoals scholen en verzorgingshuizen) te maken kunnen krijgen met geluidsbelasting aan de buitengevel. Dat is eerst gedaan voor een aantal verschillende alternatieven voor de plaatsing van windmolens, en vervolgens ook bij de geselecteerde plaatsingszones, voor drie geluidsniveaus; 40, 45 en 47 decibel. Een geluidsniveau van 47 decibel was tot 2021 de norm in de nationale milieuwetgeving. De WHO (de World Health Organization van de Verenigde Naties) houdt 45 decibel aan als adviesnorm. Het minimale onderzochte geluidsniveau is 40 decibel. Dat is het laagste geluidsniveau waarbij volgens de WHO hinder kan worden ervaren, maar het valt meestal weg tegen ander omgevingsgeluid. Geluidniveau

Woningen

Overige beschermde objecten

Niet beschermde objecten

47 dB

15

0

24

45 dB

340

0

47

40 dB

3886

11

116

Figuur 8 - maximaal aantal bestemmingen dat geluidhinder kan ervaren boven een bepaald geluidniveau bij de plaatsingszones voor windenergie Uit het onderzoek blijkt dat we met een aantal aanvullende voorwaarden en de gekozen minimale afstanden tot stedelijk gebied (750 meter) en individuele woningen in het landelijk gebied, bedrijfswoningen en arbeidsmigrantencampussen (400 meer) binnen de adviesnorm van de WHO van 45 decibel kunnen blijven. Aanvullende voorwaarden zijn wel voor nodig – als we die niet zouden stellen, zijn er vijftien woningen die onder ongunstige omstandigheden te maken krijgen met een relatief ernstige geluidhinder van meer dan 47 decibel, en enkele honderden waar de adviesnorm van de WHO wordt overschreden. Door de aanvullende voorwaarden wordt het gebied kleiner waar de windmolens zacht hoorbaar kunnen zijn.

Figuur 9 - maximale geluidscontouren van 40, 45 en 47 dB Lden rondom de plaatsingszones voor windenergie

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

27

Het gaat om de volgende aanvullende voorwaarden: -

Windmolens moeten beschikken over een geluidsreducerende modus, tenzij de initiatiefnemer een andere techniek toepast waarmee aantoonbaar hetzelfde effect kan worden bereikt;

-

Eventueel optredend tonaal geluid wordt via een toeslag zwaarder meegewogen in het geluidniveau. Zo’n ‘brom- of fluittoon’ is een zeer hinderlijke vorm van geluid. Goede, moderne windmolens maken dit type geluid niet. In navolging van de gemeente Lingewaard11 willen we in de vergunning voor de windparken opnemen dat als toch tonaal geluid wordt vastgesteld, het berekende aantal geproduceerde decibellen met een vast aantal wordt opgehoogd. De toeslag zorgt ervoor dat de norm al bij een lager optredend geluidniveau overschreden wordt. Dit betekent dat windturbines met tonaal geluid effectief een lager geluidniveau op de gevel van woningen mogen veroorzaken. Hiermee wordt geborgd dat tonaal geluid niet tot bovenmatige hinder leidt.

-

De geluidsnorm voor de nacht (39 dB Lnight) mag niet overschreden worden.

Initiatiefnemers moeten in hun inschrijving voor de tender aangeven hoe zij de geluidsbelasting willen verminderen, en tot op welk niveau. Kort voor de bouw voert de gemeente een nulmeting uit naar het al aanwezige geluid in de omgeving, om nadien te kunnen vaststellen hoeveel geluid het nieuwe windpark feitelijk maakt. Slagschaduw Windmolens moeten beschikken over een stilstandsvoorziening om hinder door slagschaduw tegen te gaan. Er mag geen slagschaduw optreden aan de gevel van woningen.

Een vorm van hinder die specifiek bij windmolens speelt, is de slagschaduw. Dat is de op- en afkomende schaduw van draaiende rotorbladen. In Nederland gold tot 2021 een norm van maximaal 17 dagen per jaar gedurende 20 minuten of langer (dus in totaal 5 uur en 40 minuten per jaar). Een slagschaduw van minder dan 20 minuten was volgens deze landelijke norm niet aan een maximum aantal dagen gebonden en viel buiten deze 5 uur en 40 minuten. Net als de geluidsnormen, heeft deze norm op dit moment geen juridische status. Om de invloed op de leefbaarheid te beperken, houden wij vast aan een norm van nul uur: er mag geen slagschaduw optreden aan de gevels van woningen. In beide windparken ontstaat zonder aanvullende maatregelen een situatie waarin niet alleen slagschaduw optreedt, maar ook de voormalige norm bij een klein aantal woningen wordt overschreden. Dat blijkt uit het Plan-MER. We stellen daarom een stilstandsvoorziening verplicht. Dit is een systeem dat de windmolen stil kan zetten zodra slagschaduw optreedt. In figuur 10 zijn de verwachte maximale slagschaduwcontouren van de plaatsingszones voor wind ingetekend. Een stilstandvoorziening is nodig om geen slagschaduw aan de gevel van woningen te laten optreden.

11

Pagina 14 Besluit vergunningaanvraag gemeente Lingewaard 22-09-2022

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

28

Figuur 10 – slagschaduwcontouren rondom de plaatsingszones voor windenergie Verlichting Initiatiefnemers moeten aangeven hoe ze overmatige hinder door obstakelverlichting tegen zullen gaan.

Om de veiligheid van het vliegverkeer niet in gevaar te brengen, moet op de mast van elke windmolen een lichtje schijnen. Bij daglicht is dat meestal een knipperend wit licht, en in het donker een permanent rood licht. Alleen voor windmolens met een tiphoogte lager dan 150 meter geldt deze verplichting niet, maar de Waalwijkse molens zullen allemaal hoger zijn. Omwonenden kunnen deze verlichting als hinderlijk ervaren. Er zijn verschillende manieren denkbaar om die hinder te verminderen. Zo kan ook overdag voor permanente verlichting gekozen worden in plaats van knipperende verlichting. Ook is het mogelijk om de lichtintensiteit aan te passen op de weersomstandigheden, of de straling van het licht naar onderen af te schermen. Op dit moment onderzoekt de ‘Landelijke Projectgroep Obstakelverlichting op Windparken op Land’ of het mogelijk is om obstakelverlichting alleen in te schakelen op het moment dat een vliegtuig nadert. Onderzocht moet worden of dit ook voor Waalwijk een kansrijke optie is. In Duitsland wordt de transpondertechniek veel gebruikt, waarbij een ontvanger bij een windpark de transponder van een vliegtuig detecteert. Op dat moment schakelt de verlichting zichzelf automatisch in. Ook de helikopters van Defensie beschikken over zo’n transponder.

Van initiatiefnemers voor windparken wordt verwacht dat zij onderzoeken welke hinder door obstakelverlichting kan ontstaan en tot hoever ze die hinder willen zullen beperken en op welke manier.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

29

Natuur Als significante effecten op beschermde leefgebieden of plant- of diersoorten niet kunnen worden uitgesloten als gevolg van de realisatie en exploitatie van een windpark of zonneveld, moet de initiatiefnemer hier aanvullend onderzoek naar laten doen. Dat kan leiden tot aanvullende voorwaarden om de verstoring te beperken of te compenseren.

In Nederland worden belangrijke natuurgebieden én bepaalde plant- en diersoorten beschermd. Beschermde natuurgebieden zijn deel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Als ze internationaal bijzondere waarden hebben vallen ze ook onder Natura 2000, het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. De plaatsingszones voor windenergie bevinden zich buiten deze beschermde natuurgebieden. Toch moet er bij de plaatsing wel rekening mee worden gehouden. Een negatieve invloed op de natuurkwaliteit kan ook op afstand ontstaan. Als bij de aanleg van een windpark stikstof vrijkomt, bijvoorbeeld door het gebruik van machines die draaien op fossiele brandstoffen, kan die voor een deel weer in natuurgebieden neerkomen. Die stikstofdepositie is aan strenge grenzen gebonden. Daar moet bij de aanleg rekening mee worden gehouden.

Figuur 11 – overzicht van natuurgebieden in en nabij het zoekgebied Een deel van Windpark Buitenpolders zou op minder dan anderhalve kilometer van het Natura 2000-gebied Langstraat geplaatst kunnen worden. Plaatsing van windmolens binnen die afstand (de ‘buffer’ rond het natuurgebied) kan een verstorend effect op de natuur hebben, bijvoorbeeld door trillingen, geluid of licht. De initiatiefnemer van het windpark moet hier aanvullend onderzoek naar laten doen.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

30

Van de andere Natura 2000-gebieden in de omgeving, is de Biesbosch van bijzonder belang voor vogels. Veel vogels zoeken hun voedsel in een wijde omgeving. Daarom is onderzocht of windmolens in het Waalwijkse polderlandschap een wezenlijke bron van risico of verstoring vormen voor vogels in de Biesbosch. Dat blijkt niet zo te zijn. Het gebied waar deze vogels hun voedsel vinden is groot genoeg en eventuele aanvaringen van een vogel met een windmolen zullen incidenten zijn. In nader onderzoek op projectniveau kan naar voren komen dat toch maatregelen nodig zijn om effecten voor vogels te beperken of te compenseren, bijvoorbeeld in de vorm van een zwart rotorblad of door de stilstandsvoorziening in te schakelen (het systeem dat ook gebruikt wordt om slagschaduw bij woningen te beperken). Plaatsingszones komen hier en daar dicht in de buurt van gebieden binnen het Natuurnetwerk Brabant. De Bergsche Maas, het Oude Maasje, het Zuiderkanaal en het Drongelens Kanaal behoren tot het NNB, met inbegrip van een deel van de oevers. Ecologische waarden kunnen indirect worden aangetast als gevolg van geluid, licht, betreding, schaduwwerking, windturbulentie, et cetera. Ook hiervoor geldt dat de initiatiefnemer nader onderzoek moet laten doen naar de verstoring van leefgebieden of plant- of diersoorten in het natuurgebied als gevolg van het windpark.

Dat kan leiden tot aanvullende maatregelen om de effecten op de natuur te beperken of te compenseren. Hetzelfde geldt voor beschermde flora en fauna die in de plaatsingszone zelf aanwezig is. Dit gaat naar verwachting vooral om vleermuizen en vogels. Op voorhand lijkt dit opgelost te kunnen worden met gangbare maatregelen voor effectbeperking of compensatie. Overige omgevingseffecten In de voorbereiding van een project voor windenergie moeten enkele onderzoeken worden verricht die te maken hebben met de bodem en de veiligheid. Het is niet de verwachting dat de conclusies van deze onderzoeken de vergunning in gevaar brengen. Wel kunnen op onderdelen aanvullende maatregelen noodzakelijk blijken. Het gaat om: -

Bodemverontreiniging. Dit speelt bij Windpark Haven-Ecopark. Ten oosten van bedrijventerrein Haven 8 valt de bodem onder de categorie ‘industrie’. De bodem is hier verontreinigd met chroom, afkomstig van de vroegere leerlooierijen. Aanvullend bodemonderzoek kan nodig zijn.

-

Zettingen. Door het gewicht van de windmolen kan de bodem inklinken. Dit veroorzaakt mogelijk beschadigingen aan bijvoorbeeld bouwwerken, (ondergrondse) infrastructuur en waterkeringen. Het risico daarop is beperkt en spitst zich vooral toe op delen van plaatsingszones met een zachte kleibodem of veen in de ondergrond.

-

Trillingen. Het gebruik van windmolens kan in een kleine omtrek rond de molen trillingen veroorzaken. Dit gaat om enkele tientallen meters. Tijdens de bouw leveren vooral heiwerkzaamheden een risico op trillingen op.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

31

-

Archeologie. In de plaatsingszones zijn geen archeologische waarden bekend. De kans bestaat dat ze wel aanwezig zijn. Per plaatsingszone moet worden bepaald of archeologisch onderzoek nodig is.

-

Ontplofbare oorlogsresten. Deze kunnen in vrijwel de volledige plaatsingszones op minder dan 2,5 meter diepte in de bodem aanwezig zijn. Daar moet onderzoek naar worden gedaan. Alleen een gedeelte van Windpark Haven-Ecopark is van dit risico gevrijwaard.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

32

4. Maatschappelijke meerwaarde We willen dat de lokale samenleving baat heeft bij de energie die op Waalwijks grondgebied wordt opgewekt. Omdat het om grootschalige opwek gaat, is de kans reëel dat nationale en internationale energiebedrijven geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling en exploitatie. Zij hebben de expertise om de opwek van duurzame energie op deze grote schaal te realiseren. Maar we willen dat een deel van de financiële opbrengst terugvloeit naar de Waalwijkse samenleving. Dat is essentieel om het draagvlak voor de grootschalige opwek in de gemeente te behouden. We stellen daarom minimaal vijftig procent lokaal eigendom verplicht en stellen een aantal andere voorwaarden aan initiatiefnemers voor windparken en zonnevelden die omwonenden en andere inwoners van de gemeente Waalwijk (als collectief dan wel individueel) ten goede komen. Inwoners van de gemeente krijgen kans om financieel te participeren in de ontwikkeling en exploitatie van de windparken en zonnevelden (paragraaf 4.1). We vinden het redelijk dat alle inwoners van de gemeente Waalwijk meedelen in de economische voordelen van de wind- en zonne-energie die in onze gemeente wordt opgewekt, ook zij die niet voor een vorm van financiële participatie kiezen. Daarom komt er voor de gemeente als geheel een fonds waaruit projecten in de dagelijkse leefomgeving worden gefinancierd.

Als gemeente hebben we de ambitie dat dit met name projecten zijn die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling (paragraaf 4.2). Voor bewoners en grondeigenaren in de onmiddellijke omgeving worden financiële regelingen getroffen (paragraaf 4.3 en 4.4). Een overzicht van de maatregelen voor maatschappelijke meerwaarde is opgenomen in de bijlage. We moedigen initiatiefnemers aan om ook andere vormen van maatschappelijke meerwaarde te zoeken, buiten de hier opgevoerde financiële regelingen om. Hierbij valt te denken aan het betrekken van het lokale bedrijfsleven bij de bouw en exploitatie, educatieve activiteiten op het gebied van energietransitie en verduurzaming, het inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, lokaal gebruiken van de opgewekte elektriciteit, bestrijding van energiearmoede, enzovoort.12 4.1

Lokaal eigendom en financiële participatie

Elk windpark en zonneveld moet voor minimaal vijftig procent in eigendom zijn van lokale partijen: bewoners van de gemeente Waalwijk, omwonenden in andere gemeenten en als achtervang de gemeente Waalwijk. Bewoners die geen mede-eigenaar van een windpark of zonneveld willen of kunnen worden, moeten ook gelegenheid krijgen om financieel te participeren.

De meest directe vorm om een deel van de financiële baten van een windpark of zonneveld te laten terugvloeien naar de lokale samenleving, is mede-eigenaarschap. Voorwaarde voor de ontwikkeling van een windpark of zonneveld is dat bewoners van de gemeente Waalwijk daar de kans toe krijgen. Mede-eigenaars delen in de winst, maar ook in het risico. Als de exploitatie om welke

12

Voor meer informatie over maatschappelijke meerwaarde: Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

33

reden dan ook minder winstgevend is dan verwacht of zelfs verlieslatend, delen de mede-eigenaars ook in die financiële tegenslag. Bij mede-eigenaarschap hoort zeggenschap over de bedrijfsvoering. Een initiatief nemende organisatie van een windpark of zonneveld moet voor minimaal de helft in eigendom zijn van lokale partijen. Dat is een voorwaarde van de gemeente Waalwijk die ook bij andere energieprojecten in de regio wordt toegepast.13 In eerste instantie krijgen omwonenden van het betreffende windpark of zonneveld, binnen of buiten de gemeente, de kans om medeeigenaar te worden. Als daarmee de vijftig procent lokaal eigenaarschap niet wordt bereikt, kunnen andere inwoners van de gemeente Waalwijk in aanmerking komen. De gemeente Waalwijk zelf kan optreden als achtervang, als de initiatiefnemer er niet in slaagt om voldoende eigenaarschap van bewoners te realiseren. De eigendomsconstructie kan verschillende vormen aannemen, zowel op individuele basis als in collectieven. Bewoners kunnen zich organiseren in een lokale coöperatie of vereniging die het windpark of zonneveld, al dan niet in samenwerking met een groter (energie)bedrijf, ontwikkelt en exploiteert. Als gekozen wordt voor de coöperatievorm, is er de mogelijkheid om toe te treden tot de overkoepelende coöperatie van de regio Hart van Brabant (de ‘Energie Coöperatie Hart van Brabant u.a.’).

Deze koepelorganisatie fungeert als gezamenlijk kennis- en expertisecentrum en kan professionele ondersteuning bieden bij de ontwikkeling van windparken en zonnevelden. In 2021 sloten de negen gemeenten in de regio een samenwerkingsovereenkomst met deze ‘koepel’ coöperatie. Daarin is afgesproken dat de gezamenlijke energiecoöperaties positie wordt geboden, maar dat er geen sprake is van exclusiviteit. Mede-eigenaarschap kan ook op individuele basis georganiseerd worden, door het uitgeven van niet vrij verhandelbare aandelen. Andere vormen zijn eveneens bespreekbaar, zolang maar wordt voldaan aan de voorwaarde van ten minste vijftig procent mede-eigenaarschap. In principe zijn er twee denkbare instapmomenten voor mede-eigenaars: bij de start van de ontwikkeling of bij de start van de exploitatie. Het belangrijkste verschil tussen die momenten is dat bij de start van de exploitatie de ‘financial close’ al achter de rug is. Dat betekent dat alle ontwikkelingskosten in beeld zijn en de kans op financiële tegenvallers veel kleiner is. Wie instapt bij de start van de ontwikkeling loopt dus een groter financieel risico. Daar staat tegenover dat een groter percentage van de winst geclaimd kan worden, dus het potentiële rendement is ook hoger dan voor wie instapt bij de start van de exploitatie.

Een vorm van financiële participatie met een nog geringer financieel risico, is de uitgifte van obligaties. Dat zijn geldleningen met een vastgestelde rente en looptijd. Daarbij is geen sprake van lokaal eigendom. Obligatiehouders hebben geen zeggenschap over de bedrijfsvoering. Deze vorm is geschikt voor wie wel het kapitaal heeft om te investeren, maar een lager financieel risico wil of kan lopen dan bij eigenaarschap. Obligaties worden uiterlijk bij het begin van de exploitatieperiode uitgegeven, voor een nader te bepalen termijn en rente.

13 Zie de REKS Hart van Brabant (2021), blz 19: “We streven naar een financiële participatie van

bewoners van minimaal 50%”.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

34

Er zal een maximum worden gesteld aan het aantal uit te geven obligaties, zodat genoeg ruimte overblijft voor het werkelijke mede-eigenaarschap. Om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen om financieel te participeren, wordt er ook een maximum gesteld aan het aantal obligaties dat één persoon kan kopen. De eis van vijftig procent lokaal eigendom geldt als inspanningsverplichting. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat ze zich inspannen om de vijftig procent te behalen. Als dat niet lukt met bewoners (al dan niet verenigd in een collectief), moeten aandelen ter waarde van het restant van de vijftig procent aan de gemeente worden aangeboden. Die beslist vervolgens of zij vervolgens tot aankoop overgaat. 4.2

Omgevingsfonds

Elk windpark of zonneveld moet financieel bijdragen aan een Omgevingsfonds waaruit duurzame projecten en andere initiatieven in het gebied kunnen worden gefinancierd.

Het Omgevingsfonds is bedoeld om niet alleen mede-eigenaren en obligatiehouders te laten profiteren van de baten van de energie-opwek, maar ook de Waalwijkse samenleving als geheel. Het Omgevingsfonds wordt een fonds voor duurzame projecten in de omgeving, dat financieel wordt gevoed vanuit de exploitatie van het windpark of zonneveld. Gestreefd wordt naar één fonds waar verschillende energieprojecten hun financiële afdracht in storten. De bijdrage voor windparken kent een ondergrens van € 0,50 per MWh per jaar. Het exacte bedrag wordt vastgesteld per windpark of zonneveld, mede op basis van een voorstel van de initiatiefnemer. Op basis van een totale capaciteit van 170.500 MWh betekent dit ten minste € 85.000 euro per jaar voor initiatieven in de omgeving. Voor zonnevelden zal de bijdrage lager zijn, omdat de invloed op de leefomgeving geringer is. Exploitanten storten hun bijdrage aan het fonds met ingang van het tweede jaar van exploitatie tot en met het laatste jaar van de exploitatie binnen de vergunning (dat zal normaal gesproken het 25e jaar zijn). Zo blijft het Omgevingsfonds gedurende de gehele looptijd van de initiatieven verzekerd van inkomsten. De besteding van de middelen in het fonds wordt bepaald door een op te richten stichting. Deze krijgt een onafhankelijk bestuur waarin alle kernen en het landelijk gebied van de gemeente Waalwijk vertegenwoordigd zijn.

Hierbij houden we de mogelijkheid open dat ook vertegenwoordigers van buiten de gemeente Waalwijk maar binnen de invloedsfeer van het windpark hierin plaats kunnen nemen. Er zal bovendien een vorm van toezicht worden georganiseerd. Deze stichting beheert het fonds en kent middelen toe binnen voorwaarden of criteria die de gemeente vaststelt. Deze zullen worden afgeleid van de ambitie die de gemeente met het Omgevingsfonds heeft, namelijk om er inwoners mee te helpen die hun woning willen verduurzamen, en om er projecten mee te ondersteunen op het gebied van landschap, natuur, circulaire landbouw en andere vormen van verduurzaming.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

35

Bestedingsdoelen kunnen ook buiten de gemeente liggen, maar binnen de invloedssfeer van de windparken en zonnevelden. Een vuistregel voor de omvang van die invloedssfeer kan de afstand zijn die de Raad van State hanteert om iemand als ‘belanghebbend’ te beschouwen: tien keer de tiphoogte van de windmolen. Bij de maximaal toegestane maat zou dat iets meer dan 2,5 kilometer zijn. Het bestuur van het Omgevingsfonds krijgt echter vrijheid in het bepalen van wat het tot de invloedssfeer rekent. 4.3

Omwonendenregeling

Elk windpark moet een Omwonendenregeling treffen waarmee direct omwonenden op individuele basis worden gecompenseerd voor de verandering in hun woonomgeving. Voor zonnevelden kan de initiatiefnemer een vergelijkbare regeling treffen.

De Omwonendenregeling is ten minste bestemd voor mensen die op 750 meter afstand of minder van één of meer nieuw te bouwen windmolens wonen, binnen of buiten de gemeente Waalwijk. Zij ontvangen een jaarlijks of eenmalig bedrag van de exploitant, als tegemoetkoming vanwege de soms ingrijpende verandering in hun woonomgeving en mogelijke hinder. De hoogte van het bedrag hangt samen met de afstand tot de woning. Het is aan de initiatiefnemer om deze regeling uit te werken. In bijzondere gevallen kan de Omwonendenregeling ook van toepassing worden verklaard voor woningen op grotere afstand dan 750 meter van een windmolen. Zonnevelden hebben een kleinere invloed op de leefomgeving. Daarom geldt daarvoor geen verplichte omwonendenregeling. Op basis van de gedragscode van de branchevereniging Holland Solar bestaat ook de mogelijkheid om een gebiedsgebonden bijdrage in te zetten voor bijvoorbeeld extra natuurimpuls, duurzame energie voor de omgeving, e.d. Deze bijdrage dient in overleg met de direct omgeving vast te worden gesteld omtrent toepassing en besteding.

4.4

Socialisering van grondretributies

Initiatiefnemers moeten grondeigenaren van omliggende percelen een financiële tegemoetkoming bieden. Deze tegemoetkoming is een deel van de ‘grondretributie’, de vergoeding die de exploitant van het windpark of zonneveld aan de grondeigenaar betaalt. Deze wordt door de exploitant afgedragen.

Een grondeigenaar op wiens grond een windmolen of zonneveld wordt gerealiseerd, ontvangt daar een vergoeding voor van de ontwikkelaar of exploitant. Als de grond niet aan de ontwikkelaar of exploitant wordt verkocht, ontvangt de eigenaar een vergoeding voor het gebruik van zijn of haar grond. Dit is de ‘grondretributie’. Daarmee ontstaat een harde ongelijkheid tussen grondeigenaren die via hun grondopbrengsten direct profiteren van de opwekking van duurzame energie, en grondeigenaren van omliggende percelen die daar niet voor in aanmerking komen – vaak buiten hun eigen toedoen.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

36

Daarom stelt de gemeente als voorwaarde aan initiatiefnemers dat zij een financiële regeling treffen met eigenaren van omliggende percelen waar geen windmolens worden gerealiseerd c.q. uitgesloten worden om in de nabije toekomst windmolens te kunnen realiseren. Net als voor de Omwonendenregeling wordt van de initiatiefnemer een voorstel verwacht voor de uitwerking, zoals een verdeelsleutel en een afstandscriterium. De tender is daarvoor het aangewezen moment. Voor zonnevelden zullen financiële effecten voor grondeigenaren van omliggende percelen aanzienlijk beperkter zijn. Desalniettemin zullen de effecten hiervan in kaart gebracht moeten worden en indien van toepassing een financiële compensatie worden verrekend. Socialisering van de grondretributie staat los van de vergoedingen waar grondeigenaren volgens de nationale wet- en regelgeving in bepaalde situaties aanspraak op kunnen maken, zoals overdraaivergoeding, planschade, teeltschadevergoeding en opstalvergoeding voor kabels, leidingen en onderhouds- en toegangspaden.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

37

5. Organisatie van de uitvoering 5.1

Rolverdeling

Kandidaatstelling Na vaststelling van deze Beleidsvisie schrijft de gemeente een of meer tenders uit waaraan iedere geïnteresseerde initiatiefnemer kan meedingen. Die tenders worden zo ingericht dat alle initiatiefnemers die aan de voorwaarden kunnen voldoen, gelijke kansen krijgen. Het gaat om zogenaamde ‘maatschappelijke tenders’, waarbij naast financiële criteria ook maatschappelijke criteria worden toegepast. Het onderschrijven van het Afsprakenkader Maatschappelijke Meerwaarde (zie bijlage 1) is een voorwaarde. Initiatiefnemers dienen zich hieraan te committeren uiterlijk op het moment dat op een tender wordt ingeschreven. Voorafgaand aan een tender zal de gemeente objectieve criteria formuleren om de verschillende inschrijvingen op te beoordelen. Criteria die bij de tender een rol zullen spelen, zijn in ieder geval (niet limitatief): -

energieopbrengst,

-

geluidsbelasting omwonenden,

-

slagschaduw omwonenden,

-

landschappelijke kwaliteit,

-

natuurversterking (mitigatie en/of compensatie),

-

Omwonendenregeling,

-

Omgevingsfonds,

-

lokaal eigendom en financiële participatie,

-

organisatie en lokale invulling,

-

overige maatschappelijke meerwaarde.

De kandidaat die als beste uit de tender naar voren komt, krijgt de kans het windpark of zonneveld te realiseren. Tenders zijn te verwachten voor Windpark Buitenpolders en de plaatsingszones voor zonnevelden. Bij Windpark Haven-Ecopark ligt een tender niet voor de hand, omdat de ontwikkeling verbonden is aan de sanering van bestaande windmolens van Eneco en de ontwikkeling deel uitmaakt van de integrale uitbreiding van bedrijventerrein Haven (Eneco heeft exclusieve rechten op de gronden van het Waterschap in dit gebied). Gegeven de grondposities van het Waterschap en de gemeente in dat gebied zijn er op dit moment geen andere gegadigden c.q. ontwikkelaars voor een omgevingsvergunning aldaar. Dat maakt een samenwerkingsverband met in elk geval Eneco en de gemeente vooralsnog tot de enige serieuze kandidaat voor de ontwikkeling. Paragraaf 5.2 beschrijft de wijze van ontwikkelen van Haven-Ecopark.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

38

Tenders staan open gedurende een vooraf bepaalde periode van minimaal twee maanden. Een voorwaarde is dat de initiatiefnemer aantoont dat deze het windpark of zonneveld als één integraal project kan uitvoeren. Dat is noodzakelijk om voldoende zeker te zijn dat de doelstelling van 215.500 MWh duurzaam opgewekte stroom wordt gehaald en dat een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing wordt bereikt. Elke initiatiefnemer zal bij de inschrijving voldoende aannemelijk moeten maken dat het betreffende plan uitvoerbaar is. De beschikbaarheid van grondposities is hierbij een belangrijk criterium, evenals de noodzakelijke toestemmingen van eigenaren van aanliggende grond ten behoeve van opstelplaatsen, kabeltracés en dergelijke. Omgevingsparticipatie De initiatiefnemer moet de omgevingsparticipatie en communicatie rond het project voor een windpark of zonneveld verzorgen.

De verantwoordelijkheid voor de omgevingsparticipatie ligt bij de voorbereiding en vaststelling van het beleid bij de gemeente. Daarna, bij de uitwerking, realisatie en uiteindelijk exploitatie van de projecten verschuift de verantwoordelijkheid naar de initiatiefnemer. Om van plaatsingszones met voorwaarden tot een concreet project te komen, is een uitwerkingsslag nodig. Omwonenden, belanghebbende instanties en andere betrokkenen moeten gelegenheid krijgen om hun inbreng te leveren bij die uitwerking. De initiatiefnemer dient deze participatie te organiseren en de communicatie rond het plan te verzorgen, uitsluitend in afstemming en na voorafgaand overleg met de gemeente Waalwijk. De Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt, geeft de gemeente de bevoegdheid om die eis te stellen. Milieuonderzoek Als aanvullend milieuonderzoek nodig is, dient de initiatiefnemer daar zorg voor te dragen. Dat geldt in elk geval voor windparken die MER-plichtig zijn.

Bij windparken met een vermogen van meer dan 15 MW (en dat is bij beide windparken al snel het geval), is ook een m.e.r.-beoordeling nodig. Dat is een toets door de gemeente of er een milieueffectrapportage gemaakt moet worden, in aanvulling op het Plan-MER die bij deze Beleidsvisie is gemaakt. Als dat uit de m.e.r. beoordeling blijkt, moet de initiatiefnemer zorgen voor dit Project-MER. Het verschil met het Plan-MER is dat een Project-MER nauwkeurig kijkt naar de milieu-effecten bij precieze locaties en specificaties van de windmolens. Paragaaf 3.3.2 (voor windparken) noemt een aantal onderwerpen die daarbij aan de orde komen, zoals effecten op de leefomgeving, de natuur en de bodem. Voor zonnevelden is een m.e.r.-beoordeling niet verplicht, maar er kan wel gericht aanvullend onderzoek nodig zijn.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

39

Anterieure overeenkomst Als de gemeente een project niet zelf uitvoert, maar wel medewerking verleent en de planologische procedure voert, is zij wettelijk verplicht om haar kosten te verhalen en financiële risico’s af te dekken. Nadat is besloten welke initiatiefnemer(s) het project mogen uitwerken en voordat de benodigde planologische procedures worden gestart, docht uiterlijk voordat een vergunning wordt afgegeven, wordt een privaatrechtelijke (‘anterieure’) overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Deze bevat ten minste afspraken over: -

het verrekenen van de plankosten die de gemeente heeft gemaakt of nog moet maken;

-

het verrekenen van de kosten voor de nulmeting geluid die de gemeente kort voor de bouw van een windpark uitvoert;

-

de dekking van financiële risico’s die de gemeente loopt en bankgaranties die de gemeente nodig heeft, onder meer voor potentiële planschadeclaims;

-

de maatschappelijke meerwaarde (zie hoofdstuk 4: dit gaat ten minste om lokaal eigendom en financiële participatie, de bijdrage aan het Omgevingsfonds, de omwonendenregeling en de socialisatie van de grondretributies);

-

de realisatiefase, bijvoorbeeld over het gebruik van gemeentelijke wegen;

-

de verwijdering van de energie-installaties na afloop van de looptijd van de vergunning.

Afhankelijk van het project kunnen ook afspraken over andere onderwerpen worden opgenomen n de anterieure overeenkomst. Gemeentelijke gronden Bij de ontwikkeling van de windparken en zonnevelden kunnen gronden betrokken zijn die de gemeente in eigendom heeft. Voor Windpark Haven-Ecopark geldt een aparte ontwikkelingsprocedure (zie paragraaf 5.2). In andere gevallen waar gemeentegrond bij is betrokken sluit de gemeente voorafgaand aan de vergunningverlening een overeenkomst over de beschikbaarstelling van deze gronden en de bijbehorende grondretributie (de vergoeding voor het gebruik van de grond). Dat doet zij binnen de juridische kaders die daarvoor gelden. In het ‘Didam-arrest’ uit 2021 schiep de Hoge Raad juridische duidelijkheid over de omstandigheden waaronder een gemeente grond mag verkopen aan een enkele kandidaat, of dat de gemeente deze eerst aan meerdere gegadigden moet aanbieden. Ook in andere plaatsingszones ligt grond die in bezit van de gemeente is. Als een initiatiefnemer (een deel van) een zonneveld of windpark wil aanleggen op grond die in bezit van de gemeente is, en uit de tender komt deze initiatiefnemer als beste gegadigde naar voren, zal de gemeente medewerking verlenen aan het vestigen van een ‘recht van opstal’ en daar een marktconforme grondvergoeding voor vragen.

Capaciteit op het stroomnet Voorafgaand aan de ontwikkeling van een zonneveld of windpark moet voldoende aannemelijk zijn dat er op tijd voldoende capaciteit op het stroomnet beschikbaar is of komt.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

40

Voordat definitief groen licht gegeven kan worden, moet de initiatiefnemer een aanvraag hebben gedaan voor aansluiting op het elektriciteitsnetwerk voor de benodigde (transport)capaciteit bij de beoogde start van de exploitatie. Op dat netwerk moet voldoende capaciteit aanwezig zijn of gecreëerd worden. Dat spreekt niet vanzelf. Het stroomnet is reeds behoorlijk vol. Netbeheerders werken hard aan uitbreiding van de capaciteit. De gemeente overlegt periodiek met netbeheerder Enexis over de investeringen die zij de komende jaren gaat doen. Initiatiefnemers hebben in het Afsprakenkader Maatschappelijke Meerwaarde aangegeven bereid te zijn om medewerking te verlenen om met de gemeente of onderling samen te werken met als doel om de benodigde netcapaciteit in de plaatsingszones tijdig beschikbaar te krijgen. In het verlengde daarvan stellen we vooralsnog ‘cable-pooling’ als voorwaarde bij de ontwikkeling van windparken. Cable-pooling betekent in dit geval dat kabels die aangelegd worden voor een windpark, ook beschikbaar gesteld moeten worden voor stroom die in zonnevelden wordt opgewekt. Bij de timing van de tenders houden we daar rekening mee. Tenders voor zonnevelden worden pas uitgeschreven als er voldoende zekerheid is over de benodigde transportcapaciteit, ofwel via een eigen aansluiting op het stroomnet, ofwel via cablepooling.

Alternatieven zoals een ‘directe lijn’, batterijopslag of conversie (naar waterstof) worden daarbij niet uitgesloten. Vergunningverlening Een vergunning voor een zonneveld of windpark is maximaal 25 jaar geldig vanaf het moment van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. Er moet voldoende financiële zekerheid en juridische borging worden geboden dat de installaties na afloop van de vergunningperiode worden verwijderd. Als aan alle voorwaarden is voldaan en alle stappen (inclusief de tender) met succes zijn doorlopen, komt de initiatiefnemer op basis van zijn inschrijving voor de tender in aanmerking voor een omgevingsvergunning. Voor een zonnepark besluit de gemeente daarover. Bij windparken van deze omvang is dat een bevoegdheid van de provincie. De provincie Noord-Brabant zal deze bevoegdheid delegeren aan de gemeente onder de volgende voorwaarden: -

de windmolens passen in de omgeving en de daarvoor beoogde ontwikkeling;

-

het gaat om minimaal drie windmolens in een geclusterde opstelling (uit de toelichting blijkt dat dit ook een opstelling in lijn kan zijn);

-

er is sprake van maatschappelijke meerwaarde, waaronder de mogelijkheid om te participeren in de ontwikkeling;

-

de plannen zijn afgestemd met de omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder;

-

er zijn maatregelen genomen om het aantal slachtoffers onder vogels en andere dieren te verminderen;

-

de windmolens en bijbehorende voorzieningen blijven maximaal 25 jaar staan;

-

juridisch en financieel is geborgd dat de molens en bijbehorende voorzieningen na die termijn verwijderd worden.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

41

De projecten worden planologisch mogelijk gemaakt met een ‘omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ onder de Omgevingswet. De vergunning is geldig voor een exploitatieperiode van maximaal 25 jaar. Direct na afloop van de vergunningsperiode dienen de windmolens of zonnepanelen met alle bijbehorende voorzieningen (tot twee meter onder grond) weer verwijderd te worden. De situatie van vóór het verlenen van de omgevingsvergunning dient weer te worden hersteld (met uitzondering van locaties waar oude windmolens zijn gesaneerd). Dit moet juridisch worden geborgd in de anterieure overeenkomst en hierover moet financiële zekerheid worden geboden. Maatregelen die voortkomen uit het Omgevingsfonds of de omwonendenregeling vallen hier uiteraard buiten. Omdat de vergunning geldt voor een afgebakende periode, wordt het bestemmingsplan (of, na invoering van de Omgevingswet, het omgevingsplan) niet aangepast. Zodra de vergunning er is kan de initiatiefnemer starten met de uitvoering. Naar verwachting zal het tussen 2025 en 2030 zover zijn.

Figuur 12– procesaanpak programma GODE

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

42

5.2

Ontwikkeling door de gemeente

Een deel van de grond in de plaatsingszones voor zonnevelden en windparken is in bezit van de gemeente. Als deze grondposities noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van Windpark Buitenpolders of een of meer zonnevelden, dan zal de gemeente die inbrengen. In de tenderprocedure wordt geborgd dat de eigendomsverdeling van de grond geen rol speelt bij de selectie van de initiatiefnemer die het plan verder mag gaan uitwerken. Alle inschrijvingen worden transparant en objectief beoordeeld op vooraf gestelde criteria. Bij Windpark Buitenpolders en de zonnevelden zal de gemeente alleen actief participeren in de ontwikkeling, als de initiatiefnemer er niet in slaagt om de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren (zie paragraaf 4.1). We willen als achtervang fungeren, als deze situatie zich voordoet, waarmee aandelen of vergelijkbare vormen van eigendom ter waarde van het restant van de vijftig procent aan de gemeente kunnen worden aangeboden. In de plaatsingszone van Windpark Haven-Ecopark is een belangrijk deel van de grond in gemeentelijk bezit. Deze grond maakt deel uit van een toekomstige, nog te ontwerpen uitbreiding van het bedrijventerrein Haven 8-Oost. Wij willen als gemeente actief en risicodragend participeren in de ontwikkeling.

Wij doen dit met het oog op de integraliteit van de gebiedsontwikkeling, die grootschalige opwek van windenergie combineert met grootschalige logistiek. De gemeente zelf lijkt de enige partij die dit op zich kan nemen, ook als dat leidt tot afwegingen die voor het windpark minder gunstig uitpakken. De windmolens moeten niet alleen passen in een efficiënte inrichting van de ruimte, maar ook in de logistiek van de gebiedsontwikkeling zelf: het bouwrijp maken, de kaveluitgifte en de bouw van infrastructuur en bedrijfspanden. Voordat we concrete stappen ondernemen in de ontwikkeling van dit windpark, hebben we de zekerheid nodig dat er inderdaad geen andere initiatiefnemers zijn die deze ambities kunnen waarmaken. Dat is een juridische voorwaarde, volgend uit het zogenaamde Didam-arrest. We zullen de geëigende juridische procedure daarvoor doorlopen. Onderzoek naar oprichting ontwikkelmaatschappij Wij gaan onderzoeken of, en onder welke voorwaarden, we voor de ontwikkeling en exploitatie een ontwikkelmaatschappij kunnen oprichten. Op basis van juridisch advies lijkt dat de meest voor de hand liggende constructie.14 We houden daarbij onder andere rekening met de van toepassing zijnde gedragsregels van de Wet Markt en Overheid. Een vergelijking met mogelijke alternatieven voor de gemeente wordt ook meegenomen.

Zo’n ontwikkelmaatschappij handelt conform de gemeentelijke beleidsdoelstellingen maar kan relatief autonoom opereren. Verstrengeling tussen de rol van de gemeente als ontwikkelaar en als hoeder van het publieke belang wordt zo voorkomen. Ontwikkelingsmaatschappijen en -bedrijven komen vaker voor bij complexe ruimtelijke opgaven. Een voorbeeld is het ontwikkelbedrijf voor regionale energiehubs dat de regio Hart van Brabant in voorbereiding heeft. Waalwijk heeft ervoor gekozen om niet deel te nemen aan deze regionale ontwikkelingsmaatschappij.

14

Memorandum van het bureau NewGround Law, i.o.v. de gemeente Waalwijk, 24 oktober 2022

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

43

Definitieve besluitvorming over de oprichting van een ontwikkelmaatschappij voor Windpark Haven-Ecopark volgt op basis van dit nadere onderzoek. Onderdeel van dit onderzoek moet een staatssteuntoets zijn. Van ongeoorloofde staatssteun is sprake als de gemeente een voordeel aan de ontwikkelmaatschappij verleent die deze onder normale marktomstandigheden niet zou kunnen verkrijgen, tenzij de gemeente hard maakt dat de doelstellingen van de ontwikkelmaatschappij een maatschappelijk belang vertegenwoordigen dat onder normale marktomstandigheden niet of in mindere mate bereikt kan worden. Zo er wordt besloten tot een ontwikkelingsmaatschappij, zal die mogelijk ook optreden als partner bij windpark Haven-Ecopark, in een combinatie met Eneco, eigenaar van de te saneren windmolens in dit gebied, mogelijk samen met andere partijen. Aan de initiatiefnemer waar de ontwikkelmaatschappij in participeert, worden dezelfde vergunningsvoorwaarden gesteld als aan andere initiatiefnemers. Dat is een belangrijk uitgangspunt om te kunnen voldoen aan de regels voor staatssteun.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

44

Bijlage 1: Het proces van besluitvorming: van ambitie naar beleid De gemeente Waalwijk heeft al lang geleden de ambitie uitgesproken om in 2043 energieneutraal te zijn. De eerste stap is al gezet in 2009. De ‘routekaart naar een klimaatneutraal Waalwijk’ van dat jaar stippelde het pad uit om in 2043 ‘klimaatneutraal’ te zijn. Dit is beleidsmatig bevestigd in het Milieubeleidsplan 2011-2018. In de Visie Duurzaam Waalwijk 2030, vastgesteld in 2020, is ook het moment halverwege bepaald. In 2030 wil Waalwijk de helft opwekken van de hoeveelheid energie die op het eigen grondgebied nodig is. Het was duidelijk dat daar grootschalige opwek van duurzame energie voor nodig is. Toen is ook besloten om tot 2030 de focus te leggen op zon, wind en – toen nog – regionale biomassa als bewezen technieken. Kadernota In juni 2021 stelde de gemeenteraad de Kadernota Duurzame Grootschalige Opwek Energie vast. In de Kadernota zijn de uitgangspunten geformuleerd waaronder grootschalige opwek van wind- en zonne-energie in Waalwijk mogelijk is. Bij die gelegenheid is het zoekgebied tussen de A59 en de Bergsche Maas bepaald. De grote open landschappen die hier liggen, lenen zich beter voor de grootschalige opwek dan de kleinschalige zandgronden in het zuiden. De uitgangspunten waaronder de ontwikkeling mogelijk werd geacht, waren: 1.

ruimtelijke kwaliteit (waaronder de beperking tot het zoekgebied), 2. een gebiedsgerichte benadering, waarin omgevingseffecten van verschillende keuzes en alternatieven worden afgewogen, 3. het wettelijke kader (waaronder ook de provinciale verordening wordt verstaan), 4. maatschappelijke participatie (uitgewerkt in deze beleidsvisie onder de noemer ‘maatschappelijke meerwaarde’), 5. behoud volksgezondheid (het aangenomen amendement van de gemeenteraad ging hierover en stelde rond dorpen en buurtschappen een zone in van minimaal 750 meter tot een windmolen in plaats van 400 meter) 6. levering aan het elektriciteitsnetwerk (en afstemming daarover met de netbeheerders). Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) Hart van Brabant Niet lang na de Kadernota verscheen de regionale strategie voor duurzame energie. Zoals iedere regio in Nederland stelde ook de regio Hart van Brabant een Regionale Energie Strategie (RES) op. Als enige breidde Hart van Brabant deze aanpak uit met maatregelen voor klimaatadaptatie, omdat duurzame energie en klimaatadaptatie veelal goed in het landschap kunnen worden gecombineerd. Daarom heet de RES in de regio Hart van Brabant de REKS. Het zoekgebied in de gemeente Waalwijk vormt samen met het gebied direct ten oosten ervan, in Heusden eveneens tussen de A59 en de Bergsche Maas, een van drie zones waarvoor de REKS grootschalige windparken voorstelt.

De andere twee zijn de Ring van Tilburg en het zuiden van de regio in combinatie met bosaanleg. Een aantal van deze windparken heeft volgens de REKS kans om doorontwikkeld te

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

45

worden tot energiehub. Dat is een locatie die opslag, overslag en distributie van energie (warmte en stroom) koppelt aan (groot)verbruikers en combineert met andere gebiedsopgaven. Op grond van de REKS is bovendien de Energie Coöperatie Hart van Brabant u.a. opgericht. Veertien energiecoöperaties in de regio werken hierin samen. In 2021 sloten de Energie Coöperatie Hart van Brabant en de negen gemeenten in de regio een samenwerkingsovereenkomst. Daarin is afgesproken dat de gezamenlijke energiecoöperaties positie wordt geboden, maar dat er geen sprake is van exclusiviteit. Ook voor andere lokale en regionale initiatieven van inwoners en bedrijven is en blijft ruimte om te participeren. Procesaanpak Kadernota en REKS vormden de opmaat naar het programma Grootschalige Opwek Duurzame Energie (GODE), waarvan deze Beleidsvisie een tussenresultaat is op weg naar uitvoering. Het programma ging van start in 2021. Sindsdien is veel overleg verricht en onderzoek gepleegd, in een gefaseerde procesaanpak waarbij voortdurend is gestuurd op behoud van het draagvlak en haalbare uitkomsten.

Figuur 13 - procesaanpak programma GODE (kopie) Elke ruit in de afbeelding van de procesaanpak staat voor een fase van divergeren (ruimte scheppen en input verzamelen), convergeren (samenvatten en keuzes maken) en consolideren (de gekozen focus vastleggen voor dat moment). Elke fase bracht ons een stap dichter bij het einddoel: gedragen en uitvoerbare wind- en zonprojecten.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

46

Onderzoek In het GODE-programma zijn de volgende onderzoeken verricht: -

Het Plan-MER oftewel het Milieu-Effect Rapport. Dit onderzoek leverde veel inzichten op in de effecten op de omgeving. Deze waren sterk bepalend voor de keuze van de plaatsingszones voor windenergie en het formuleren van aanvullende voorwaarden aan ontwerp en inrichting. Verderop in deze paragraaf is een uitgebreidere toelichting te vinden op de inhoud en het proces van de Plan-MER. Onderliggende bronnen waren onder meer: o

een Radartoets door TNO. Hieruit bleek dat de windparken weliswaar de kwaliteit van radarbeelden van Defensie kunnen verstoren, maar niet zodanig dat er normen worden overschreden. Dit geldt zowel voor de verkeersleidingradar als de gevechtsleidingradar, ervan uitgaand dat de gevechtsleidingradar wordt gerealiseerd op de beoogde locatie in Herwijnen. Op projectniveau dient nog wel een radartoets uitgevoerd te worden met de exacte locaties en specificaties van de windmolens.

o

een ‘Bouwsteen Landschap’ van het landschapsbureau Rho. Dit gaf meer inzicht in de landschappelijke verschillen binnen het zoekgebied en hoe die doorwerken in de mate van geschiktheid voor plaatsing van windmolens. Het bevat aanbevelingen voor de opstellingsvormen van windmolens.

o

een ‘Quick Scan Ecologie’, met als conclusie dat delen van het zoekgebied minder geschikt zijn voor windmolens en zonnepanelen, hoewel deze met aanvullende maatregelen ook niet bij voorbaat worden uitgesloten.

-

Een ‘voortoets’ naar ecologische effecten door bureau Waardenburg. Hieruit blijkt dat bij de realisatie van windparken en zonnevelden sprake kan zijn van verstoring van leefgebieden en plant- of diersoorten. Initiatiefnemers moeten hier op projectniveau verder onderzoek naar doen.

-

Onderzoek naar de economische haalbaarheid door het bureau IN.credible. De toepassing van molens met een ashoogte en een rotordiameter van 170 meter (de maat die als maximum in deze Beleidsvisie is opgenomen) wordt hierin ‘economisch haalbaar en robuust’ genoemd. Kleinere molens zijn minder robuust, dat wil zeggen gevoeliger voor prijsschommelingen in de energiemarkt en voor aanvullende voorwaarden van de gemeente (zoals een Omgevingsfonds). Die afhankelijkheid maakt kleinere molens volgens dit onderzoek economisch onhaalbaar.

-

Juridisch advies over de oprichting van een ontwikkelmaatschappij vanuit het openbaar belang door het bureau NewGround Law, met als belangrijkste conclusie dat de openbare rol van de gemeente (algemeen en specifiek) ruimte laat voor een private entiteit (bijv. betere verdeling van lusten en lasten bij een integrale gebiedsontwikkeling).

-

Juridisch advies van het advocatenkantoor AKD of een kapitaalinjectie in een ontwikkelmaatschappij voldoet aan de voorwaarden voor staatssteun. Kort samengevat is de conclusie dat dit het geval is wanneer het rendement van de kapitaalinjectie gelijk of hoger is dan het rendement dat in de markt verwacht mag worden, of als kan worden aangetoond dat de kapitaalinjectie publieke doelstellingen binnen bereik brengt die de markt niet of in mindere mate zou kunnen realiseren.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

47

-

Nader onderzoek of windmolens gerealiseerd kunnen worden in de Overdiepse Polder: Notitie second opinion Overdiepse Polder – Pondera, 22 december 2023

Verder heeft de heer Jan van Muijlwijk, gepensioneerd geluidsspecialist uit Veendam, op verzoek een informeel advies uitgebracht over geluidhinder. Afsprakenkader Maatschappelijke Meerwaarde In de Kadernota benadrukte de gemeente haar standpunt dat de lokale samenleving baat moet hebben bij de grootschalige opwek van duurzame energie. Maatschappelijke meerwaarde was een voorwaarde. Omdat dit het een en ander vraagt van de ontwikkelaars, is hierover al in maart 2022 een intentieovereenkomst afgesloten met zeven initiatiefnemers die mogelijk een rol in de uitvoering krijgen. Dit is het ‘Afsprakenkader Maatschappelijke Meerwaarde’. Deze overeenkomst bood het vertrouwen dat de beoogde maatschappelijke meerwaarde niet ten koste gaat van de economische haalbaarheid. Toekomstige initiatiefnemers dienen het Afsprakenkader ook te onderschrijven. Participatie en communicatie Bij de start van het proces dat tot deze Beleidsvisie leidde, hebben we een participatie- en communicatieplan opgesteld. Dat is erop gericht om iedereen gelegenheid te geven om zijn of haar reactie of input te geven op bepaalde onderdelen. Zo kunnen wij een goede afweging maken tussen alle belangen die in het spel zijn.

Het participatie- en communicatieplan beschrijft ook hoe wij zorgvuldig en helder communiceren over het proces én over de momenten waarop, de onderwerpen waarover en de mate waarin mensen kunnen meedenken. In juli 2023 is een bijlage toegevoegd aan het participatie- en communicatieplan met de participatie tijdens de Beleidsvisie. In 2021, tijdens de coronapandemie, zijn digitale bijeenkomsten georganiseerd voor bewoners van het plangebied. Hierin werd gesproken over de Nota Reikwijdte en Detailniveau die toen in voorbereiding was. In die nota wordt aangekondigd welke onderwerpen in de milieueffectrapportage worden behandeld en tot op welk detailniveau. De volgende paragraaf gaat daar dieper op in. Bewoners ontvingen een uitnodiging per brief. Deze digitale bijeenkomsten zijn georganiseerd op 22 en 25 november 2021. Op 18 januari 2022 volgde een publieke digitale bijeenkomst die via YouTube is uitgezonden. Hiervoor zijn uitnodigingen verspreid via de nieuwsbrief en e-mails. Op verzoek van Platform Waspik volgde op 8 februari 2022 een brief aan omwonenden van Scharlo. Vanaf het voorjaar van 2022 zijn op vijf momenten publieke themabijeenkomsten in de gemeente Waalwijk georganiseerd. Iedere betrokkene of geïnteresseerde kon daaraan deelnemen. In oktober 2023, toen de concept-Beleidsvisie ter inzage lag, is een extra publieke themabijeenkomst georganiseerd.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

48

De bijeenkomsten kenden een open inloop. Aan thematafels konden ideeën en opvattingen worden gedeeld en kon informatie worden ingewonnen. Alleen de vijfde bijeenkomst ging vooraf door een plenaire presentatie. Dat was de bijeenkomst waarin voorstellen werden gedeeld over de keuze voor de plaatsingszones. Met behulp van computeranimaties zijn toen ook de visuele effecten van de windparken vanuit iedere gewenste standplaats getoond. De volgende themabijeenkomsten zijn gehouden: -

‘Landschap en ecologie’ op 17 mei 2022 in Waspik.

-

‘Geluid, slagschaduw en gezondheid’ op 12 juli 2022 in Waspik.

-

‘Lokaal eigendom en maatschappelijke meerwaarde’ op 27 september 2022 in SprangCapelle.

-

‘Resultaten van de onderzoeken’ op 6 december 2022 in Waalwijk.

-

‘Plan-MER en Voorkeursalternatief’ op 7 februari 2023 in Waalwijk.

-

‘Concept-Beleidsvisie’ op 10 oktober 2023 in Waalwijk.

De eerste drie themabijeenkomsten werden steeds bezocht door zo’n 50 personen en de vierde door ongeveer 80 personen. De vijfde is opgedeeld in twee rondes, een aan het eind van de middag en één in de avond. In totaal deden daar ongeveer 100 mensen aan mee. Bij de bijeenkomst op 10 oktober waren ongeveer 25 bezoekers. Van alle bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt die op de website van de gemeente zijn terug te vinden. In de gemeente Altena zijn twee bijeenkomsten georganiseerd: in Dussen op 15 juni 2022 en in Drongelen op 6 juli 2022. Via de website, de digitale nieuwsbrief en de lokale media zijn inwoners, ondernemers en andere geïnteresseerden voortdurend geïnformeerd over de voortgang van het programma. Kort na de themabijeenkomst over het Voorkeursalternatief, op 6 april 2023, is iedereen die op minder dan 750 meter afstand rondom de daarin opgenomen plaatsingszones woont, per brief geïnformeerd. Tussentijds is veelvuldig gesproken met inwoners van Waalwijk en omliggende gemeenten, boeren, geïnteresseerde ontwikkelaars, buurgemeenten, de provincie en overheidsinstanties die in het gebied actief zijn zoals Rijkswaterstaat en Defensie. Ook de gemeenteraad is steeds op de hoogte gehouden van de voortgang. Dat gebeurde in een aantal raadsinformatiebijeenkomsten, schriftelijk via raadsinformatiebrieven en eenmaal op locatie.

Op zaterdag 16 oktober 2021 is samen met de coöperatie Langstraat Zon en haar aannemer een excursie georganiseerd naar het zonnepark op het Ecopark. Dat was op dat moment in aanleg. Bij die gelegenheid vond ook een meet-up plaats over het programma Grootschalige Opwek Duurzame Energie. Besluitvorming vond plaats in de procedure van het Plan-MER (zie hieronder). Op de volgende momenten is de gemeenteraad schriftelijk geïnformeerd: -

7 september 2021: Raadsinformatiebrief 77-21 Grootschalige opwek en uitnodiging bijeenkomst

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

49

-

16 november 2021: Raadsinformatiebrief 104-21 Collegebesluit niet deel te nemen in het publiek ontwikkelbedrijf REKS

-

15 december 2021: Raadsinformatiebrief 121-21 Vervolgproces Grootschalige Opwek Duurzame Energie

-

9 augustus 2022: Raadsinformatiebrief 56-22 Vervolgproces Grootschalige Opwek Duurzame Energie

-

30 november 2022: Raadsinformatiebrief 092-22 Plan-MER Grootschalige Opwek Duurzame Energie

-

3 februari 2023: Raadsinformatiebrief 011-23 naar aanleiding van persbericht van de Commissie voor de milieueffectrapportage over het concept Plan-MER Grootschalige Opwek

-

14 maart 2023: Raadsinformatiebrief 025-23 vervolgproces Grootschalige Opwek Duurzame Energie

-

14 maart 2023: Raadsinformatiebrief 026-23 inzake juridisch advies windturbines op Haven 8 Oost

-

29 maart 2023: Bestuurdersbrief 005-23 Publicatie Bestuurdersbrief Reactienota Plan-MER GODE

-

23 juni 2023: Raadsinformatiebrief 070-23 Standpunt Defensie over windparkontwikkeling Overdiepse Polder

-

29 juni 2023: Raadsinformatiebrief 076-23 Persbericht van de Commissie voor de milieueffectrapportage over het planMER Grootschalige Opwek

-

16 november 2023: Raadsinformatiebrief 126-23 Uitvoering motie Overdiepse Polder GODE

-

10 januari 2024: Raadsinformatiebrief 001-24 inzake moties GODE, 21 september 2023

Vragen vanuit de gemeenteraad zijn beantwoord op: -

15 juni 2022: Bestuurdersbrief 029-22 beantwoording mondeling gestelde vragen SGP transportschaarste elektriciteitsnet

-

20 september 2022: Beantwoording schriftelijke vragen art. 47 inzake raadsinformatiebrief 056-22 Vervolgproces Grootschalige Opwek Duurzame Energie

-

22 maart 2023: Beantwoording schriftelijke vragen art. 47 / Zonnepark en windmolens zelf ontwikkelen? / Kansen voor waterstof?

-

23 maart 2023: Beantwoording schriftelijke vragen art. 47 / VKA (Voorkeursalternatief)

Raadsinformatiebijeenkomsten vonden plaats op de volgende momenten: -

7 april 2022: Bijeenkomst nieuwe gemeenteraad over Grootschalige Opwek

-

8 december 2022: Raadsinformatiebijeenkomst over Onderzoeksresultaten Plan-MER

-

9 februari 2023: Raadsinformatiebijeenkomst over Concept voorkeursalternatief

-

1 juni 2023: Raadsinformatiebijeenkomst Beleidsvisie GODE

-

30 november: Raadsinformatiebijeenkomst Beleidsvisie en rol van de gemeente

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

50

Plan-MER De keuze voor de plaatsingszones en de voorwaarden aan ontwerp en inrichting zijn voor een groot deel voortgekomen uit het milieueffectonderzoek (het ‘Plan-MER’). Dat is uitgevoerd door het bureau Witteveen + Bos. Het Plan-MER is een wettelijke verplichting bij projecten voor windenergie van deze omvang. Het beperkte zich in eerste instantie dan ook tot de windparken. De Commissie voor de milieueffectrapportage (de Commissie m.e.r.) adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten. Deze commissie bestaat uit onafhankelijke deskundigen. Ze vormt een extra waarborg voor de onafhankelijkheid van het onderzoek. Advies van de Commissie m.e.r. is wettelijk verplicht, maar de gemeente heeft besloten om een vrijwillig extra advies te vragen na afronding van het concept van het Plan-MER. Het advies is hier te lezen. Een belangrijk moment in het milieuonderzoek is de eerste stap: het vaststellen van de Nota Reikwijdte en Detailniveau (de ‘NRD’). Deze nota bepaalt welke milieuthema’s bij het onderzoek worden betrokken en welke niet, en hoe gedetailleerd het onderzoek kan en moet zijn. Ook kondigt de NRD aan hoe de te onderzoeken alternatieven in het MER worden samengesteld. De gemeenteraad heeft de NRD vastgesteld in haar vergadering van 21 april 2022. Ze nam één amendement aan.

Daarmee vergrootte de raad de minimale afstand van een windmolen tot dorpen en buurtschappen van 400 naar 750 meter. Ook steunde zij de suggestie van de Commissie m.e.r om een alternatief toe te voegen met een maximale opbrengst van windenergie, dus veel meer dan de gewenste 170.500 MWh. Daarnaast heeft de raad besloten dat mogelijke creatieve oplossingen – bijvoorbeeld binnen de grens van 400 meter – niet worden uitgesloten, en dat solitaire bedrijfswoningen op een bedrijventerrein dezelfde status krijgen als een woning in het buitengebied. Andere alternatieven beperkten zich wel tot de beoogde opbrengst en het aantal windmolens dat daarvoor nodig is: negen grote molens of veertien kleinere (de tot enkele jaren geleden reguliere maat). Ieder alternatief stelde één specifiek belang voorop. Plaatsingszones werden in die alternatieven zo georganiseerd dat dit belang optimaal werd bediend. Alleen gebieden waar plaatsing op voorhand uitgesloten was, kwamen in de alternatieven niet in aanmerking. Dat zijn bijvoorbeeld gebieden die te dicht op woonkernen liggen, of het tracé van de hoogspanningsleiding. Zo ontstonden vijf alternatieven: -

een alternatief Energieopbrengst,

-

een alternatief Leefomgeving,

-

een alternatief Natuur,

-

een alternatief Landschap,

-

een alternatief Defensie.

Ieder alternatief is onderzocht in een variant met grote en met kleinere windmolens. Daar kwamen echter nauwelijks verschillen in de effecten op de omgeving uit naar voren. Alle alternatieven zijn getoetst op hun effect op 21 omgevingsaspecten. Negen daarvan bleken niet of nauwelijks onderscheidend: ieder alternatief had vergelijkbare consequenties. De andere twaalf

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

51

brachten wel onderscheidende effecten aan het licht. Een aantal daarvan zou zonder aanvullende maatregelen een vergunningverlening in de weg staan. Het concept van het Plan-MER heeft van 30 november 2022 tot en met 2 januari 2023 publiekelijk ter inzage gelegen. De binnengekomen reacties zijn beantwoord in de Reactienota Plan-MER GODE. Dit is een vrijwillige extra stap die we hebben gezet omdat dit onderzoek sterk sturend is in de besluitvorming. We wilden zo alle betrokken partijen betrekken bij de volgende stap: de uitwerking tot het zogenaamde ‘voorkeursalternatief’ (VKA). 39 personen en organisaties hebben van die gelegenheid gebruikt gemaakt. Ook is in deze fase een vrijwillig extra advies gevraagd aan de Commissie m.e.r. Zij deed twee suggesties: om ook de effecten van de toegevoegde zonneparken in beeld te brengen, en om zeker te stellen of zich inderdaad geen significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden zullen voordoen. Aan beide suggesties is gevolg gegeven. Het ‘voorkeursalternatief’ staat aan de basis van de plaatsingszones en de voorwaarden die in deze Beleidsvisie zijn opgenomen. De plaatsingszones voor zonneparken, die niet MER-plichtig zijn, zijn hieraan toegevoegd. Ook dit voorkeursalternatief is vervolgens onderzocht op de omgevingseffecten. De commissie m.e.r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13723758/1