CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief19.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie

1

Document:

Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie

Auteur:

Diverse stellers van TREW, eindredactie Peter Paul Witsen

Goedgekeurd door:

College van burgemeester en wethouders d.d. 18 januari 2024

InProces document:

2023-060975

Vertrouwelijkheidsclassificatie:

Openbaar

Datum

Versie

Auteur

Omschrijving van de aanpassing

05-07-2023

Concept

P.P.W.

Concept Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie

11-01-2024

1.0

Hans

Beleidsvisie Grootschalige Opwek duurzame Energie

Kursten De Beleidsvisie heeft 6 weken ter inzage gelegen en is op verschillende punten aangepast/aangevuld. De aanpassingen en aanvullingen zijn weergeven op het eratumblad.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

2

Inhoud Erratumblad ....................................................................................................................... 4 Samenvatting ..................................................................................................................... 6 1.

Inleiding .................................................................................................................... 11

2.

Waalwijkse energie ..................................................................................................... 12

3.

Locaties en ontwerpeisen ............................................................................................. 15

4.

Maatschappelijke meerwaarde ...................................................................................... 33

5.

Organisatie van de uitvoering ....................................................................................... 38

Bijlage 1: Het proces van besluitvorming: van ambitie naar beleid ........................................... 45 Bijlage 2: Overzicht maatregelen voor maatschappelijke meerwaarde ....................................... 53 Bijlage 3: Begrippenlijst ...................................................................................................... 56 Bijlage 4: Plaatsingszones Wind ........................................................................................... 58 Bijlage 5: Plaatsingszones Zon ............................................................................................. 59

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

3

Erratumblad De concept-Beleidsvisie heeft van 27 september 2023 tot en met 8 november 2023 ter inzage gelegen. De zienswijzen zijn beantwoord in de Reactienota Beleidsvisie GODE. Aan de hand van binnengekomen zienswijzen en tussentijdse opgehaalde informatie bij diverse betrokkenen is de Beleidsvisie GODE op de volgende punten aangepast of aangevuld ten opzichte van de conceptBeleidsvisie.

Blz

Hoofdstuk/ Paragraaf

Aanpassing/ Aanvulling

Omschrijving

10 & 41 14

Samenvatting & hoofdstuk 5

Aanpassing

Hoofdstuk 2

Aanvulling

Een vergunning voor windmolens en zonnevelden geldt voor een periode van maximaal 25 jaar vanaf het moment van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. Aanvulling met geactualiseerde prognoses van de elektriciteitsopgave voor 2030.

19

Hoofdstuk 3

Aanvulling

Aanvulling nieuwe concept wetgeving gepubliceerd (Ontwerp AMvB ‘Ontwerpwindturbinebepalingen leefomgeving’)

21

Hoofdstuk 3

Aanpassing & aanvulling

21

Hoofdstuk 3

Aanvulling

21

Paragraaf 3.1 Pijler ‘effecten op de omgeving’

Aanvulling

22

Hoofdstuk 3

Aanpassing

22

Paragraaf 3.1 Pijler ‘effecten op de omgeving’

Aanvulling

26

Paragraaf 3.3.2.

Aanpassing

28

Paragraaf 3.3.2

Aanvulling

28

Paragraaf 3.3.2

Aanvulling

Abusievelijk stond vermeld dat dat de windturbines deels in de beschermingszone kunnen staan. Dit is niet juist. Plaatsingszones binnen waterkeringen en beschermingszones zijn in het VKA uitgesloten. Het VKA voor windenergie aan de oostzijde heeft wel plaatsingszones die overlappen met de veiligheidszone. Voor het waarborgen van de waterveiligheid is het dan noodzakelijk om een faalkansberekening voor waterkeringen uit te voeren bij de ontwikkeling van concrete projecten. Het Waterbesluit verbiedt bouwwerken met een oppervlakte van groter dan 30m2 zonder vergunning van Rijkswaterstaat (RWS). Een uitzondering voor de opwekking van zonne- of windenergie wordt enkel verleend indien deze activiteit redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd. Bij de Overdiepse Polder is toegevoegd: Op verzoek van de gemeenteraad is eind 2023, parallel aan het lopende proces, onderzocht of alsnog windmolens gerealiseerd kunnen worden in de Overdiepse Polder. Uit dit onderzoek blijkt dat voor windmolens in de Overdiepse Polder alleen een watervergunning zal worden afgegeven als niet elders binnen de gemeente of regio ‘redelijkerwijs’ alternatieven zijn die tot het behalen van de (energie) doelstellingen kunnen leiden. Natuurnetwerk Brabant: Ontwikkelingen aan de rand van een natuurgebied dienen nader onderzocht te worden.

Bij de Baardwijkse Overlaat is toegevoegd: Daarnaast wordt dit onderbouwd en getoetst op basis van de zonneladder en in de context van artikel 3.29 IOV (behoud en herstel cultuurhistorische waarden). We streven ernaar dat de windmolens nergens meer geluid produceren dan 45 decibel aan de gevel van een woning of andere gevoelige functie wordt aangepast naar: De windmolens mogen nergens meer geluid produceren dan een maximum van 45 decibel aan de gevel van een woning of andere gevoelige functie Nadere uitleg tonaal geluid opgenomen: Eventueel optredend tonaal geluid wordt via een toeslag zwaarder meegewogen in het geluidsniveau. De toeslag zorgt ervoor dat de norm al bij een lager optredend geluidsniveau overschreden wordt. Dit betekent dat windturbines met tonaal geluid effectief een lager geluidsniveau op de gevel van woningen mogen veroorzaken. Hiermee wordt geborgd dat windturbines niet tot bovenmatig veel hinder door tonaal geluid leiden. De volgende tekst is toegevoegd: De geluidsnorm voor de nacht (39 db Lnight) niet overschreden mag worden.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

4

33

Hoofdstuk 4

Aanvulling

Het hoofdstuk is aangevuld met de volgende verwijzing: Een verwijzing naar de gedragscode ‘Acceptatie & Participatie Windenergie op Land’ is in een voetnoot toegevoegd.

33

Hoofdstuk 4

Aanpassing

35

Paragraaf 4.1

Aanpassing

35

Paragraaf 4.2

Aanpassing

35

Paragraaf 4.2

Aanvulling

36

Paragraaf 4.3

Aanvulling

36& 37

Paragraaf 4.4

Aanvulling

38

Paragraaf 5.1

Aanpassing

40

Paragraaf 5.1

Aanpassing

41

Paragraaf 5.1

Aanvulling

48

Bijlage 1

Aanpassing

49 & 50

Bijlage 1

Aanvulling

Lokaal opladen is verduidelijkt naar de volgende tekst: Lokaal gebruiken van de opgewekte elektriciteit Tekst over de oprichting van een lokaal participatiefonds is weggehaald uit de alinea over de eigendomsconstructie. Bijdrage omgevingsfonds. De genoemde bijdrage op basis van de gedragscode van de branchevereniging Holland Solar is weggehaald. Na: ‘Deze krijgt een onafhankelijk bestuur waarin alle kernen en het landelijk gebied van de gemeente Waalwijk vertegenwoordigd zijn’ is toegevoegd: Hierbij houden we de mogelijkheid open dat ook vertegenwoordigers van buiten de gemeente Waalwijk maar binnen de invloedsfeer van het windpark hierin plaats kunnen nemen. Na: ‘Zonnevelden hebben een kleinere invloed op de leefomgeving. Daarom geldt daarvoor geen verplichte omwonendenregeling.’is toegevoegd: Op basis van de gedragscode van de branchevereniging Holland Solar bestaat ook de mogelijkheid om een gebiedsgebonden bijdrage in te zetten voor bijvoorbeeld extra natuurimpuls, duurzame energie voor de omgeving, e.d. Deze bijdrage dient in overleg met de direct omgeving vast te worden gesteld omtrent toepassing en besteding. Toegevoegd zijn eigenaren van omliggende percelen die door een initiatief uitgesloten worden om in de nabije toekomst windmolens te kunnen realiseren. Daarnaast is voor zonnevelden een aparte tekst opgenomen.

Het committeren aan het Afsprakenkader Maatschappelijke Meerwaarde is een verplichting. Initiatiefnemers dienen zich hieraan te committeren uiterlijk op het moment dat op een tender wordt ingeschreven In de alinea ‘Gemeentelijke gronden’ is Raad van State vervangen door Hoge Raad. Ook is een nadere verduidelijking geschreven. In de alinea ‘Capaciteit op het stroomnet’ is het volgende toegevoegd bij cable-pooling: Alternatieven zoals een ‘directe lijn’, batterijopslag of conversie (naar waterstof) worden niet uitgesloten. De link naar het Afsprakenkader Maatschappelijke meerwaarde werkte buiten Google Chrome in sommige gevallen niet: Link is opnieuw toegevoegd en de verwijzing is hersteld. De bijlage is aangevuld met: Nader onderzoek Overdiepse Polder is toegevoegd Themabijeenkomst van 10 oktober is toegevoegd Verzonden Raadsinformatiebrieven zijn toegevoegd Raadsinformatieavond van 30 november is toegevoegd

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

5

Samenvatting Doel We willen in 2030 de helft van de Waalwijkse behoefte aan elektriciteit in de gemeente zelf opwekken. Daarvoor maken we het onder voorwaarden mogelijk om windparken en zonnevelden aan te leggen vtussen de A59 en de Bergsche Maas. Uitleg Bij deze beleidsvisie is ook een begrippenlijst ingevoegd (bijlage 3), hierin zijn alle vaktermen verder toegelicht. Daarnaast is er hieronder een samenvatting te vinden waarin de beleidsvisie makkelijker is verwoord. Introductie Het gebied tussen de A59 en de Bergsche Maas in de gemeente Waalwijk krijgt een belangrijke rol in onze toekomstige energievoorziening. Voor de grootschalige opwek van duurzame energie zijn grote, open gebieden nodig. Binnen de gemeente Waalwijk zijn die alleen daar te vinden. Er kan een flinke hoeveelheid elektriciteit worden opgewekt. Genoeg om invulling te geven aan de doelstelling om in 2030 minimaal de helft van de elektriciteitsbehoefte in de gemeente op te wekken in de gemeente zelf. De gemeenteraad heeft deze doelstelling in 2021 vastgesteld in de Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame Energie.

Het gebied ten noorden van de A59 was daarin opgenomen als ‘zoekgebied’.1 Op basis van een hoge inschatting van het verbruik in 2030 bedraagt de Waalwijkse opgave ongeveer 215.500 MWh (één MWh, oftewel megawatt-uur, staat gelijk aan de hoeveelheid elektriciteit die een gemiddeld huishouden nu in drie tot vier maanden verbruikt). In lijn met de Kadernota willen we 170.500 MWh opwekken met windenergie en 15.000 MWh met nieuwe zonnevelden. Daar gaat deze Beleidsvisie over. De resterende 30.000 MWh komt van bestaande zonnevelden en zonnepanelen op daken, onder meer van bedrijfsgebouwen. Met de realisatie van windmolens en zonnevelden tot 2030 zetten we een grote stap in de richting van een volledig energieneutrale gemeente. Die mijlpaal wil de gemeente Waalwijk in 2043 bereiken. Locaties, ontwerp en inrichting De gemeente kiest ervoor om in twee gebieden ruimte te bieden voor de aanleg van windparken: één bij bedrijventerrein Haven 8-Oost en het Ecopark in Waalwijk (met de werknaam Windpark Haven-Ecopark), en één in het polderlandschap ten noordoosten van Waspik en ten noordwesten van Sprang-Capelle (met de werknaam Windpark Buitenpolders). Om aan de doelstelling te voldoen, moeten in de twee windparken minimaal negen windmolens worden gebouwd, uitgaande van moderne, grote modellen. Het bestaande windpark bij het Ecopark komt volledig te vervallen.

Alle vier de huidige windmolens worden verwijderd voordat het windpark Haven-Ecopark wordt gerealiseerd.

de Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame Energie is vastgesteld in de Raad op 28 januari 2021 met een aanpassing op 24 juni 2021. 1

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

6

Ook komt er ruimte voor de aanleg van zonnevelden. Dat zijn ‘middelgrote’ terreinen van 2,5 tot 10 hectare (ongeveer 3,5 tot 14 voetbalvelden) waar de zonnepanelen direct op de grond staan. De zonnevelden tellen op tot maximaal 15 hectare. Er kunnen zonnevelden komen naast de bedrijventerreinen Maasoever in Waspik en Haven in Waalwijk. De in deze Beleidsvisie aangewezen plaatsingszones voor zonne- en windenergie bieden samen voldoende ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling voor de grootschalige opwek van duurzame energie in 2030. Plaatsingszones zijn de gebieden waarbinnen plaatsing van windmolens of zonnepanelen mogelijk is. We stellen daarbij voorwaarden aan onder meer de ruimtelijke samenhang. Er zit een bescheiden overmaat aan beschikbare plaatsingsruimte. Die flexibiliteit is nodig om eventuele tegenvallers bij de uitwerking op te kunnen vangen. De plaatsingszones zijn geselecteerd na uitvoerig onderzoek en overleg. Bij het bepalen van de plaatsingszones voor windenergie en de daarbij geldende randvoorwaarden is gekeken naar milieuaspecten, draagvlak in de samenleving, economische haalbaarheid en de landschappelijke inpassing.

Milieuaspecten en landschappelijke inpassing zijn onderzocht in het milieueffectrapport bij deze Beleidsvisie, het ‘Plan-MER’, waarin de effecten op de omgeving van verschillende alternatieven zijn onderzocht en vergeleken.2 Daaruit volgt dat windmolens in de nu aangewezen plaatsingszones mogelijk zijn, maar wel aan enkele bijzondere, aanvullende voorwaarden moeten voldoen. Die voorwaarden gaan vooral over de kwaliteit van de leefomgeving (het voorkómen van onevenredige hinder door geluid en slagschaduw) en het beschermen van de natuur. Een klein deel van de plaatsingszones kan alleen worden ingezet als er geen andere reële mogelijkheid overblijft en alleen in nauw overleg met andere instanties (Defensie, de provincie Noord-Brabant, waterbeheerders of TenneT).

Figuur 1 – zoekgebied en plaatsingszones windenergie

2

Het Plan-MER is te lezen via deze link De samenvatting van het Plan-MER is te lezen via deze link

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

7

Bij de keuze van plaatsingszones voor zonnevelden waren de uitgangspunten in de Kadernota leidend. Daarin is opgenomen dat middelgrote zonnevelden moeten aansluiten op bestaand stedelijk gebied. Zo blijft de impact op het landschap beperkt. In het zoekgebied zijn vier gebieden langs bedrijventerreinen onderscheiden die voldoen aan die eis, zonder inbreuk te maken op groen- of natuurstroken die het bedrijventerrein omzomen. Deze gebieden zijn in het Plan-MER onderzocht op hun omgevingseffecten.

Figuur 2 - zoekgebied en plaatsingszones zonne-energie Maatschappelijke meerwaarde We benutten de aanleg en exploitatie van de windparken en zonnevelden om te investeren in de dagelijkse leefomgeving, projecten voor verduurzaming te ondersteunen en de lokale economie te versterken. Bewoners krijgen de kans om zowel collectief als individueel mee te profiteren van de financiële opbrengst.

We willen dat de lokale samenleving direct profijt heeft van de energie die in Waalwijk wordt opgewekt, en dat inwoners in de directe nabijheid van de grootschalige opwek een tegemoetkoming ontvangen voor de veranderingen die de zonne- en windenergie in hun leefomgeving veroorzaken. Vooral windmolens kunnen door hun omvang en voortdurende beweging ingrijpende veranderingen teweegbrengen, ondanks de zorgvuldige locatiekeuzes. Bij zonnevelden is dat in mindere mate het geval. Met een aantal regelingen geven we invulling aan deze ambitie. Deze regelingen gelden als voorwaarden voor initiatiefnemers.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

8

1. Inwoners van de gemeente Waalwijk krijgen de gelegenheid om mede-eigenaar van een windpark of zonneveld te worden, met verschillende gradaties van financieel risico en verwacht rendement. Hetzelfde geldt voor direct omwonenden van een windpark of zonneveld die buiten de gemeente wonen. Financiële participatie is ook mogelijk zonder mede-eigenaarschap (en dus zonder medezeggenschap over de bedrijfsvoering), bijvoorbeeld via aankoop van obligaties. Dat kan een optie zijn voor mensen die weinig financieel risico willen of kunnen dragen. 2. Exploitanten van windparken en zonnevelden dragen gedurende de exploitatie financieel bij aan een Omgevingsfonds, bedoeld voor investeringen in de dagelijkse leefomgeving en de lokale economie. Een onafhankelijke stichting beslist over de besteding. De ambitie van de gemeente is om er projecten mee te financieren in de gemeente, of buiten de gemeente maar in de invloedssfeer van het windpark of het zonneveld, die de duurzaamheid ten goede komen. Zo bevorderen we de omslag naar een duurzame samenleving. 3. Direct omwonenden van een windpark ontvangen een financiële tegemoetkoming voor de verandering in hun leefomgeving. Die mogelijkheid is er ten minste voor iedereen die op minder dan 750 meter afstand van een nieuwe windmolen woont. Zij ontvangen deze tegemoetkoming direct van de exploitant.

Maatwerk op locatie kan aanleiding zijn om de werking van deze regeling iets uit te breiden naar woningen in het landelijk gebied op iets grotere afstand. Voor direct omwonenden van zonnevelden kunnen initiatiefnemers een soortgelijke regeling treffen. 4. Grondeigenaren van percelen die grenzen aan de percelen waar windmolens worden gebouwd of zonnevelden worden aangelegd, ontvangen een financiële tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming is een deel van de vergoeding die de exploitant van het windpark of zonneveld aan de grondeigenaar betaalt (de ‘grondretributie’). De ‘overdraaivergoeding’, voor de eigenaar van de grond naast de mast van de windmolen, waar de rotorbladen overheen draaien, staat hier los van deze regeling. Organisatie van de uitvoering De gemeente zal op basis van objectieve criteria bepalen welke initiatiefnemers in aanmerking komen voor de ontwikkeling van een windpark of zonneveld.

Iedere initiatiefnemer die geïnteresseerd is in de ontwikkeling en exploitatie van windpark Buitenpolders of een van de zonnevelden, en kan aantonen dat die aan alle voorwaarden en wettelijke vereisten kan voldoen, kan meedingen naar de ontwikkeling. De gemeente zal een of meer tenders inrichten om op een transparante en objectieve wijze de initiatiefnemers te selecteren die een windpark en/of een of meer zonnevelden mogen gaan ontwikkelen. De criteria waarop de gemeente inschrijvingen beoordeelt, worden vooraf openbaar bekendgemaakt.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

9

De inschrijvers die aan alle voorwaarden en wettelijke eisen voldoen en het beste scoren op de criteria van de tender, kunnen hun plan verder uitwerken. Zij kunnen een verzoek tot planologische medewerking indienen bij de gemeente. De gemeente zal deze verlenen als de initiatiefnemer aan alle voorwaarden inclusief de wettelijke eisen voldoet. Voor Windpark Haven-Ecopark geldt een andere procedure. Omdat sanering van de bestaande windmolens onlosmakelijk onderdeel van dit project is en de ontwikkeling onlosmakelijk deel uitmaakt van de integrale ontwikkeling van bedrijventerrein Haven 8 Oost, zijn Eneco als eigenaar van de oude windmolens en de gemeente als gebiedsontwikkelaar naar verwachting de enige partijen die gezamenlijk tot ontwikkeling van dit windpark kunnen komen. De gemeente gaat de mogelijkheid onderzoeken om een gemeentelijke ontwikkelmaatschappij op te richten voor de ontwikkeling en exploitatie van dit windpark. Voor dit windpark gelden verder dezelfde voorwaarden als voor het andere windpark (Buitenpolders). Het is aan de initiatiefnemer om het benodigde vervolgonderzoek te doen. Er kan bijvoorbeeld nog een milieueffectrapport voor het project nodig zijn (een ‘Project-MER’). Dat zal in elk geval bij de windparken het geval zijn.

Verder geeft de initiatiefnemer omwonenden en andere betrokkenen de kans om te participeren in het planproces en verzorgt deze ook de communicatie met de omgeving. Een vergunning voor windmolens en zonnevelden geldt voor een periode van maximaal 25 jaar vanaf het moment van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. Daarna moeten de installaties voor de energieopwekking weer verwijderd worden. De situatie van vóór het verlenen van de omgevingsvergunning dient weer te worden hersteld (met uitzondering van locaties waar oude windmolens zijn gesaneerd).

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

10

1. Inleiding Deze Beleidsvisie geeft invulling aan de doelstelling van de gemeente Waalwijk om in 2030 de helft van de elektriciteitsbehoefte in de gemeente duurzaam binnen de gemeentegrenzen op te wekken. Daarvoor is in de gemeentelijke Kadernota Grootschalige Opwek Duurzame Energie (2021) een zoekgebied aangewezen voor grootschalige opwek van duurzame energie (met zonnevelden en windparken). Het zoekgebied is het deel van de gemeente Waalwijk dat ten noorden van de A59 ligt. De doelstelling en het zoekgebied zijn bevestigd in de Regionale Energie- en Klimaatstrategie van de Regio Hart van Brabant. Deze Beleidsvisie geeft aan welke delen van het zoekgebied in aanmerking kunnen komen voor de realisatie van windparken of zonnevelden, en onder welke voorwaarden. De Beleidsvisie is tot stand gekomen op basis van onderzoek, waaronder het Plan-MER (de milieueffectrapportage), en veelvuldig contact met bewoners van de gemeente Waalwijk, bewoners van omliggende gemeenten, en met andere betrokkenen en instanties. Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting van de doelstellingen en de ruimtelijke uitgangspunten die al in de Kadernota waren opgenomen. Deze zijn nu uitgewerkt en toegepast. Hoofdstuk 3 gaat in op de locaties, de inrichting en het ontwerp van de windparken en zonnevelden.

Hoofdstuk 4 gaat in op de voorwaarden die gelden voor maatschappelijke meerwaarde en de manier waarop de betreffende regelingen worden uitgevoerd. Aan de aanleg en exploitatie van de zonnevelden en windparken zijn namelijk voorwaarden verbonden die ervoor zorgen dat de economische baten voor een belangrijk deel ten goede komen aan de lokale samenleving. Hoofdstuk 5 beschrijft in detail hoe we de uitvoering organiseren. In de bijlage is een overzicht opgenomen van het besluitvormingsproces dat voor deze Beleidsvisie is doorlopen, een schema ‘lokaal eigendom en maatschappelijke meerwaarde’ en een begrippenlijst. Ten slotte zijn de kaarten met de plaatsingszones voor wind en zonne-energie opgenomen in de bijlage.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

11

2. Waalwijkse energie Met de opkomst van wind- en zonne-energie komt er weer energie van Waalwijkse bodem. Dat was eerder ook al zo, met het afgraven van turf, honderden jaren geleden. Het was vooral lucratieve handel, waarvan de opbrengst toeviel aan de eigenaars van de grond en de handelaars. Hetzelfde geldt voor het aardgas dat nog steeds wordt gewonnen in Waalwijk-Noord. Nu willen we toegroeien naar een situatie waarin de gemeente Waalwijk evenveel energie produceert als op het eigen grondgebied nodig is – maar zonder de bodem aan te tasten en uit te putten, en op een manier dat de lokale samenleving er direct baat bij heeft. Al bijna 15 jaar lang is het de beleidsambitie van de gemeente om in 2043 zover te zijn.3 Dan is de gemeente ‘energieneutraal’. In 2030 willen we halverwege zijn. De doelstelling is om dan ongeveer de helft van de gemeentelijke elektriciteitsbehoefte duurzaam binnen de gemeentegrenzen op te wekken. Daarvoor zijn de windparken en zonnevelden bedoeld waar deze Beleidsvisie over gaat. Vooral de windmolens zullen duidelijk in het landschap aanwezig zijn. Dat is onvermijdelijk met de afmetingen die moderne grote windmolens hebben. Maar ze zijn hard nodig, want we lopen tegen de grenzen aan van het gebruik van fossiele energiebronnen, zoals kolen, olie en gas.

Toenemende urgentie In deze tijd komen een paar ontwikkelingen samen die stuk voor stuk benadrukken hoe urgent de omslag naar duurzame energie is. We ondervinden hoe het klimaat verandert. We hebben te maken gekregen met warme, droge zomers en al sterker wisselende rivierstanden. De uitstoot van CO2 door het gebruik van kolen, olie en gas is daar een belangrijke oorzaak van. Met de oorlog in Oekraïne merken we ook hoe sterk de internationale politiek doorwerkt in de beschikbaarheid en de prijs van fossiele energiebronnen, omdat daar nu eenmaal niet genoeg van in de Nederlandse grond zit. In de derde plaats is duidelijk geworden dat de winning in het grootste aardgasveld van Nederland, in Groningen, ernstige effecten heeft op de veiligheid en de gezondheid van de mensen die er leven. En tot slot: een kenmerk van fossiele energiebronnen is dat ze op kunnen raken. Op langere termijn wordt de winning steeds moeilijker en de prijs daardoor hoger. Elektriciteit is een schone vorm van energie, als deze tenminste niet wordt opgewekt in centrales die draaien op gas of kolen. Omdat elektriciteit schoon kan worden opgewekt, neemt het meer en meer de plaats in van gas en olie. Steeds meer auto’s rijden op elektriciteit en huizen en bedrijfspanden worden steeds vaker verwarmd met behulp van elektrische warmtepompen. Zo elektrificeert de samenleving steeds verder.

Bewezen technieken Wind en zon hebben zich de afgelopen jaren bewezen als duurzame energiebronnen. Het zijn op dit moment de belangrijkste technieken waarmee de omslag naar duurzame energie in Nederland plaatsvindt. Zo ook in Waalwijk. Onze doelstelling, om in 2030 een hoeveelheid stroom op te wekken die gelijk is aan de helft van de elektriciteitsbehoefte in onze gemeente, willen we dan ook

De ambitie om in 2043 energieneutraal te zijn is voor het eerst opgenomen in de ‘Routekaart’ van 2009. 3

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

12

bereiken met deze bewezen technieken. Voor de vervolgambitie om in 2043 energieneutraal te zijn, is uitbreiding van de opwek van wind- en zonne-energie niet uitgesloten, maar kunnen ook andere technieken in aanmerking komen. De innovaties in de energiewereld gaan snel. Het is nu nog moeilijk te voorspellen welke technieken over tien tot twintig jaar het meest geschikt zijn voor grootschalige toepassing. Tot 2030 moeten we het dus vooral hebben van zonne-energie en windenergie. Dat vraagt om een flinke inzet. Het grootste deel van de windenergie in Nederland zal van zee komen. Begin 2022 heeft het kabinet de ambitie met windparken op zee fors verhoogd. Dat maakt de in Europees verband afgesproken versnelling mogelijk in het terugdringen van de CO2-uitstoot (van 49% ten opzichte van 1990 naar 55%). Maar nog steeds zijn ook windparken op land nodig. De doelstelling uit het nationale Klimaatakkoord (2019) staat nog recht overeind: landelijk moet in 2030 in totaal 35 miljoen megawatt-uur hernieuwbare energie op land (wind en zon) worden opgewekt. Om die doelstelling te halen, hebben we de grootschalige windparken op land en de zonnevelden hard nodig. Zoekgebied in Waalwijk Een deel van de opgave moet in Brabant worden gerealiseerd, en binnen Brabant geldt hetzelfde voor de regio Hart van Brabant.

Net als alle andere regio’s in Nederland, is in Hart van Brabant onderzoek gedaan naar de meest geschikte strategieën en locaties in de regio voor grootschalige opwek van duurzame energie. De conclusies zijn verwerkt in de ‘Regionale Energie- en Klimaat Strategie’, de ‘REKS’ uit 2021. De REKS nam het zoekgebied over dat de gemeente Waalwijk eerder in de eigen Kadernota Duurzame Energie opnam en waar nu deze Beleidsvisie over gaat: het noorden van de gemeente Waalwijk, tussen de A59 en de Bergsche Maas. Het landschap in dit gebied heeft een grote schaal. Je kunt er ver kijken. Wegen zijn recht en liggen ver uit elkaar, en er zijn niet veel kleine landschapselementen zoals vennen, hagen en bosjes. Delen zijn in gebruik als regionaal bedrijventerrein. In zo’n grootschalig landschap zijn de hoge masten van moderne windmolens en aaneengesloten velden met zonnepanelen beter denkbaar dan in het bosrijkere en kleinschaligere midden en zuiden van de regio en de gemeente. Benodigde capaciteit De maat van dit zoekgebied maakt het realistisch om te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling voor 2030. In de Kadernota van 2021 is berekend dat op basis van een hoge inschatting van het verbruik in Waalwijk 215.500 MWh stroom per jaar opgewekt moet worden om in 2030 te voorzien in de helft van de elektriciteitsbehoefte van de bewoners, bedrijven en instellingen in de gemeente.

Eén MWh (megawatt-uur) staat gelijk aan de hoeveelheid elektriciteit die een gemiddeld huishouden in drie tot vier maanden verbruikt. Dat jaarlijkse verbruik zal in de toekomst wel flink toenemen, onder invloed van bijvoorbeeld elektrische auto’s en warmtepompen. In lijn met de Kadernota zal er in 2030 in de gemeente als geheel bijna vier keer zoveel windenergie worden opgewekt als zonne-energie: 170.500 MWh windenergie en 45.000 MWh zonne-energie, waarvan 15.000 MWh op de nieuwe zonnevelden. Er is gekozen voor deze

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

13

verhouding omdat windenergie minder ruimte in agrarisch gebied nodig heeft, en vanwege de balans op het elektriciteitsnet. Windmolens zijn vaker in bedrijf dan zonnepanelen (dag en nacht), waardoor de levering van stroom gelijkmatiger in de tijd plaatsvindt. Voor eenzelfde hoeveelheid stroom kan bij windenergie worden volstaan met een kleinere aansluiting op het net dan bij zonneenergie. Begin 2024 is de prognose van het elektriciteitsverbruik en de -opwek geactualiseerd. Op basis hiervan is de conclusie dat de geactualiseerde opgave voor grootschalig wind vergelijkbaar is met de opgave uit de Kadernota en het huidige VKA voldoende ruimte biedt 4. Voor deze hoeveelheid energie zijn negen windmolens nodig, uitgaande van moderne, hoge modellen. Deze hebben een vermogen van ongeveer 6 megawatt (MW), een masthoogte en rotordiameter tot zo’n 170 meter en een maximale tiphoogte van 255 meter. Dat zijn minder windmolens dan het maximum volgens de Kadernota. Die ging uit van 14 windmolens met een vermogen van ongeveer 4 MW. Initiatiefnemers kunnen ook kiezen voor kleinere modellen (met een masthoogte en rotordiameter van minimaal 130 meter), maar niet voor grotere: de maat van 170 meter is het maximum.

Figuur 3 – illustratie windmolen Daarnaast zijn twee tot zes nieuwe zonnevelden nodig, in aanvulling op zonnepanelen op daken en de twee reeds gerealiseerde zonnevelden. Elk nieuw zonneveld is minimaal 2,5 hectare en maximaal 10 hectare groot. Samen tellen ze op tot maximaal 15 hectare (vergelijkbaar met iets meer dan twintig voetbalvelden met zonnepanelen).

4

Memo De opgave duurzame opwek opnieuw bekeken

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

14

In deze Beleidsvisie stelt de gemeente Waalwijk vast in welke gebieden en onder welke voorwaarden grootschalige windparken en zonnevelden gerealiseerd kunnen worden, en is de uitleg te vinden hoe ze tot die keuze is gekomen. Het beleid voor duurzame energie in andere delen van de gemeente blijft ongewijzigd. De gemeente blijft bijvoorbeeld plaatsing van zonnepanelen op daken stimuleren en een spaarzaam gebruik van energie bevorderen.

3. Locaties en ontwerpeisen 3.1

Plaatsingzones

Windparken en zonnevelden kunnen worden aangelegd in de ‘plaatsingszones’ die zijn aangegeven op figuur 4 en 5.

De gemeente wijst plaatsingszones aan met ruimte voor twee windparken en minimaal twee tot maximaal zes zonnevelden. Plaatsingszones zijn de gebieden waarbinnen plaatsing van windmolens of zonnepanelen mogelijk is. Wind en zon zijn niet inwisselbaar: plaatsingszones voor zonnevelden kunnen niet gebruikt worden voor windparken en andersom. Ze zijn op basis van verschillende criteria geselecteerd en er zijn verschillende randvoorwaarden aan verbonden. De plaatsingszones voor windparken liggen bij het bedrijventerrein Haven 8-Oost en het bestaande Ecopark (werknaam ‘Windpark Haven-Ecopark’) en in het poldergebied ten noordoosten van Waspik en noordwesten van Sprang-Capelle (werknaam ‘Windpark Buitenpolders’). De zone voor Windpark Haven-Ecopark is opgedeeld in verschillende plaatsingszones: drie losse locaties en een korte strook. De gemeente wil de uitbreiding van het bedrijvenpark Haven combineren met grootschalige opwek. Daardoor is de ruimte beperkt. Het gaat bij Haven-Ecopark dus om de integrale ontwikkeling van één samenhangend energie- en bedrijvenpark. Binnen de plaatsingszones voor windparken is de precieze plek van de molens niet bepaald. Initiatiefnemers voor de ontwikkeling van een windpark kunnen daar zelf, onder voorwaarden die in deze Beleidsvisie zijn opgenomen, een keuze in maken. Initiatiefnemers houden zo de nodige speelruimte in de uitwerking.

Ze kunnen bij de exacte plaatsbepaling inspelen op resultaten van onder meer omgevingsparticipatie, overleg en milieu- en ander onderzoek. Initiatiefnemers hebben ook enige mate van vrijheid om maatwerk toe te passen in de uitwerking van de voorwaarden die we stellen aan de ruimtelijke inpassing en vormgeving en aan de maatschappelijke meerwaarde. De tenders die we zullen uitschrijven (zie hoofdstuk 5) bieden daar gelegenheid voor. De ontwikkeling van Windpark Buitenpolders biedt ruimte voor maximaal zes windmolens, en die van Windpark Haven-Ecopark voor maximaal vier windmolens, uitgaande van de grootst toegestane maat. In totaal zijn er minimaal negen van deze grote windmolens nodig. De provincie vereist een minimum van drie per windpark. De plaatsingszones bieden dus wat meer ruimte dan nodig is voor de doelstelling van 170.500 MWh windenergie. Dat biedt flexibiliteit als zich tegenvallers blijken voor te doen bij de uitwerking, zonder de rechtszekerheid voor omwonenden onevenredig aan te tasten.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

15

Plaatsingszones voor zonnevelden zijn alleen aangewezen op locaties die direct grenzen aan stedelijk gebied. Die keuze is gemaakt in de gemeentelijke Kadernota, om de landschappelijke impact beperkt te houden. In de praktijk betekent dit dat ze tegen bedrijventerrein Ecopark/Haven 8 (Waalwijk) en/of bedrijventerrein Maasoever (Waspik) aan moeten liggen. Randen met een groen- en natuurstrook die het bedrijventerrein omzoomt, komen niet aanmerking. In het zoekgebied zijn vier gebieden onderscheiden: drie ten westen van de bedrijventerreinen Scharlo en Maasoever bij Waspik en één bij het Ecopark in Waalwijk.

Figuur 4 – zoekgebied en plaatsingszones windenergie (kopie)

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

16

Figuur 5 – zoekgebied en plaatsingszones zonne-energie (kopie) Selectie van plaatsingszones Bij de selectie van de plaatsingszones is gezocht naar een balans tussen vier pijlers: -

maatschappelijk draagvlak,

-

economische haalbaarheid,

-

landschappelijke inpassing,

-

effecten op de omgeving.

Deze vier pijlers ‘dragen’ de keuze van de plaatsingszones en de voorwaarden die aan de ontwikkeling verbonden zijn. Plaatsingszones en voorwaarden zijn zodanig gekozen dat de pijlers niet alleen met elkaar in evenwicht zijn, maar ze ook ieder afzonderlijk voldoende tot hun recht komen.5

5

De pijlers zijn uitgewerkt in de Notitie milieuafweging van het voorkeursalternatief

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

17

Figuur 6 – Afwegingpijlers plaatsingszones windenergie Eerste pijler: maatschappelijk draagvlak In de aanloop naar de Beleidsvisie is het maatschappelijk draagvlak voortdurend bewaakt. Bij de start van het proces, bij het opstellen van de Kadernota, zijn alle huishoudens in de gemeente Waalwijk per brief geïnformeerd over het proces rondom grootschalige opwek. Publieksparticipatie was op veel momenten en op veel manieren mogelijk. Er zijn vijf themabijeenkomsten georganiseerd. Deze kenden een open inloop. Aan thematafels konden ideeën en opvattingen worden gedeeld en kon informatie worden ingewonnen. Iedere geïnteresseerde kon de voortgang volgen via onder meer een digitale nieuwsbrief en de website duurzaamwaalwijk.nl. De gemeenteraad is op gezette tijden geïnformeerd via raadsinformatiebrieven en meerdere informatieavonden. Bijlage 1 gaat meer in detail op de participatie in. De invloed op de leefomgeving van bewoners in en om het zoekgebied speelde uiteraard een belangrijke rol in de participatie. Die invloed is bijvoorbeeld terug te zien in de afstandsnormen die we hanteren tussen plaatsingszones voor windparken en woningen. Er zijn geen plaatsingszones voor windparken aangewezen op minder dan 750 meter afstand van stedelijk gebied (waartoe we ook buurtschappen rekenen).

Vanaf individuele woningen in het buitengebied, bedrijfswoningen en arbeidsmigrantencampussen is een grens van minimaal 400 meter aangehouden.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

18

Deze minimumafstanden zijn naar nationale maatstaven relatief ruim. Onderzoeks- en ontwerpbureau Generation Energy hanteerde in een recent onderzoek6, op grond van de huidige praktijk in Nederland, afstandsnormen van 500 meter van stedelijk gebied (in plaats van de 750 meter die wij hanteren) en 300 meter tot individuele woningen (in plaats van 400). Bij de concrete invulling van een windpark moet worden onderbouwd dat deze afstand inderdaad voldoende is, ook om onevenredige negatieve invloed op de woonomgeving te voorkomen. Daarbij heeft het nadrukkelijke voorkeur om bij de inpassing een zo groot mogelijke afstand tot woningen aan te houden. Met name bij woningen op een afstand tussen 400 en 750 meter vraagt dat aandacht. De initiatiefnemer moet in de tender laten zien met welke aanvullende maatregelen die invloed wordt teruggedrongen en hoe deze bewoners tegemoet worden gekomen (zie ook de voorwaarden in paragraaf 3.3 en de Omwonendenregeling in paragraaf 4.3). In oktober 2023 is nieuwe concept wetgeving gepubliceerd (Ontwerp AMvB ‘Ontwerpwindturbinebepalingen leefomgeving’) met een wijziging van de bepalingen voor windturbines en windparken die gelden onder de Omgevingswet. Daarin wordt voorgesteld om een vaste afstandsnorm van 2 keer de tiphoogte tot windturbinegevoelige objecten aan te houden.

Of deze regel ook in de definitieve regelgeving wordt opgenomen is nog niet bekend. Inwerkingtreding van de nieuwe regels zal naar verwachting niet voor eind 2024 plaatsvinden. Indien de landelijke normen strenger zijn dan de uitgangspunten die momenteel in de Beleidsvisie worden gehanteerd worden deze normen gevolgd bij de vergunningverlening. Dit geldt ook nadat de Beleidsvisie is vastgesteld. Tweede pijler: economische haalbaarheid Binnen de plaatsingszones en de voorwaarden die de Beleidsvisie stelt, moeten initiatiefnemers economisch haalbare plannen kunnen maken, indienen en realiseren. Daarvan wordt uitgegaan van een rendement dat in de huidige marktomstandigheden gangbaar is. Er is extern onderzoek verricht naar de economische haalbaarheid van de windparken in de vorm van berekeningen en beoordelingen door experts.7 Daaruit zijn onder meer conclusies getrokken over de maximale omvang van de windparken en de maat van de windmolens. Bij de beoogde productie van 170.500 MWh is de verwachting dat negen windmolens nodig zijn met de hierboven aangegeven maximale maat van 170 meter ashoogte en 255 meter tiphoogte. Dat is een flink formaat, maar bij veel kleinere molens bestaat een reëel risico dat de windparken niet te financieren zijn. Voor zonnevelden is geen afzonderlijke economische analyse gedaan.

Het verschil in economische haalbaarheid tussen verschillende alternatieven is klein. En gezien de grote belangstelling van ontwikkelaars om in Waalwijk een zonneveld te realiseren hebben wij geen twijfels over de economische haalbaarheid.

Generation Energy i.o.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2023), ’Ruimtelijk Effecten van verschillende afstandsnormen voor windturbines op land’ 7 Dit blijkt uit het onderzoek naar economische haalbaarheid door het bureau IN.credible (2022) 6

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

19

Derde pijler: landschappelijke inpassing Een van de redenen om ruimte voor windparken en zonnevelden te zoeken in het polderlandschap tussen de A59 en de Bergsche Maas, is de relatief grote schaal hiervan. Die biedt naar verhouding goede mogelijkheden voor de landschappelijke inpassing. Om versnippering over het polderlandschap te vermijden, concentreren we de ontwikkeling van windmolens en zonnepanelen in een beperkt aantal plaatsingszones. Daarbinnen worden samenhangende windparken en zonnevelden ontwikkeld. De minimale omvang voor een windpark bedraagt drie windmolens (conform de provinciale Interim Omgevingsverordening van 21 maart 2023) en voor een zonneveld 2,5 hectare zonnepanelen (conform de voorwaarden in de Kadernota). De windmolens en zonnepanelen dienen in hun opstelling aan te sluiten op de omgeving. Aanbevelingen daarvoor zijn te vinden in de ‘Bouwsteen Landschap’, het rapport over de landschappelijke inpassing van de Grootschalige Opwek Duurzame Energie dat landschapsbureau Rho als bouwsteen voor het Plan-MER heeft gemaakt. Kwaliteitscriteria voor de opstelling van windmolens die daaruit volgen, zijn behoud van de openheid, landschappelijke en functionele samenhang, grootschaligheid, herkenbaarheid van opstellingen en beleving door waarnemers (omwonenden, werkenden, bezoekers, voorbijgangers, enzovoort).

De windmolens zijn zo groot dat zij alleen kunnen aansluiten op de grootste structuren in het landschap, zoals de snelweg, de hoogspanningsleiding en de Bergsche Maas. De keuze dat plaatsingszones voor zonnevelden direct moeten grenzen aan stedelijk gebied, al eerder gemaakt in de Kadernota, is in overeenstemming met de Bouwsteen Landschap. Vierde pijler: effecten op de omgeving Belangrijk bij de selectie van de plaatsingszones voor met name de windparken, was de vierde pijler: de effecten op de omgeving. Hier is uitvoerig onderzoek naar gedaan. De resultaten daarvan zijn te vinden in het Plan-MER (zie paragraaf 6.1). Vier thema’s bleken sterk bepalend voor de keuze van de plaatsingszones. Drie daarvan gelden overal in Nederland als belangrijke criteria bij de projecten voor windenergie op land: de effecten op de leefomgeving van de bewoners (met name geluid, slagschaduw en obstakelverlichting), op de natuur en op het landschap. Een vierde is specifiek voor het zoekgebied in het noorden van Waalwijk relevant: het oefengebied voor laagvliegende helikopters van Defensie en de aanvliegroutes daarnaartoe vanaf de vliegbasis GilzeRijen.

Aan de hand van het Plan-MER zijn alle locaties afgevallen waar zodanige bezwaren en belemmeringen aan kleven dat een vergunning voor een windpark bij voorbaat is uitgesloten, of waar relatief zware aanvullende maatregelen getroffen zouden moeten worden. Kleine delen van deze gebieden zijn alsnog in een plaatsingszone opgenomen. Deze delen komen alleen in aanmerking voor de bouw van een windmolen als er geen andere reële mogelijkheid overblijft. Concreet gaat het voor windenergie om zes typen locaties die zijn afgevallen of waar dergelijke zwaarwegende nadelen aan verbonden zijn:

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

20

1. Locaties binnen waterkeringen en beschermingszones. Dit gaat zowel om de primaire waterkering langs de noordoever van het Oude Maasje en het Zuiderkanaal, als om de regionale keringen. Deze zones zijn ingesteld om te voorkomen dat trillingen tijdens de bouw de stabiliteit van de waterkeringen in gevaar brengen. Een deel van de plaatsingszone voor Windpark Haven-Ecopark valt binnen de veiligheidszone van de kering langs het Drongelens Kanaal. Deze komt alleen in aanmerking als er geen andere reële mogelijkheid overblijft. Als er een windmolen toch in deze veiligheidszone wordt geprojecteerd, is het voor het waarborgen van de waterveiligheid noodzakelijk om nauw af te stemmen met de eigenaar en/of beheerder van de waterkering. Daarnaast is het dan noodzakelijk om een faalkansberekening voor waterkeringen uit te voeren om aan te tonen dat de waterveiligheid niet in het geding is. 2. Locaties in de Overdiepse Polder. Dit gebied komt om twee redenen niet in aanmerking. Ten eerste kan deze polder onder water lopen bij een zeer hoog waterpeil in de Bergsche Maas. In beginsel gelden er bouwbeperkingen in doorstroomgebieden omdat bouwwerken zoals windmolens een negatief effect kunnen hebben op de capaciteit om water te bergen en door te laten stromen. Het Waterbesluit verbiedt bouwwerken met een oppervlakte van groter dan 30m2 zonder vergunning van Rijkswaterstaat (RWS).

Een uitzondering voor de opwekking van zonne- of windenergie wordt enkel verleend indien deze activiteit redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd. Daarnaast oefent Defensie boven de Overdiepse Polder met laagvliegende helikopters. Windmolens zouden deze oefeningen onmogelijk maken. Defensie heeft aangegeven dat de Overdiepse Polder voor haar een onvervangbaar operationeel belang vertegenwoordigt, aangezien er geen alternatieve laagvlieggebieden beschikbaar zijn of binnen afzienbare termijn beschikbaar kunnen komen, en dat dit belang planologisch afdoende is beschermd als ‘nationaal belang' in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op verzoek van de gemeenteraad is eind 2023, parallel aan het lopende proces onderzocht of alsnog windmolens gerealiseerd kunnen worden in de Overdiepse Polder. Uit dit nader onderzoek8 blijkt dat voor windmolens in de Overdiepse Polder alleen vergunning door RWS zal worden afgegeven als niet elders binnen de gemeente of regio ‘redelijkerwijs’ alternatieven zijn die tot het behalen van de (energie) doelstellingen kunnen leiden. 3. Locaties onder de aanvliegroutes van Defensie. Op weg naar oefeningen rond de Bergsche Maas vliegen de helikopters van Defensie vanaf vliegbasis Gilze-Rijen over delen van het Waalwijkse polderlandschap. In verband met de verdeling van de hinder in het gebied moeten twee corridors beschikbaar blijven.

Het oostelijke uiteinde van de plaatsingszone voor Windpark Buitenpolders valt net binnen een aanvliegroute. Na overleg met Defensie is besloten om de plaatsingszone toch over een klein gedeelte van de aanvliegroute heen te trekken, voor het geval er geen andere reële mogelijkheid is om binnen de plaatsingszones het benodigde aantal windmolens te kunnen plaatsen. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, is nauw overleg met Defensie noodzakelijk.

8

Notitie second opinion Overdiepse Polder – Pondera, 22 december 2023

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

21

4. Locaties binnen het Natuurnetwerk Brabant. Hier zouden windmolens een te groot verstorend effect op de natuur hebben. Dat geldt ook als de masten weliswaar buiten het natuurnetwerk staan, maar de rotorbladen er wel boven draaien (de zogenaamde ‘overdraai’). Het Natuurnetwerk Brabant heeft ook een ‘externe werking’. Dat betekent dat ontwikkelingen aan de rand van een natuurgebied ook geen significante negatieve invloed op de natuurgebieden mogen hebben. Daar moet de initiatiefnemer van een windpark nader onderzoek naar doen. 5. Locaties in de Baardwijkse Overlaat. Dit is een landschap met een kleinere schaal dan de omliggende polders. Het heeft een bijzondere cultuurhistorische waarde, als landschap dat ooit onder water kon worden gezet bij een hoog waterpeil in de Maas of bij vijandelijke dreiging (als deel van de Zuiderwaterlinie). De plaatsingszone voor Windpark HavenEcopark steekt in het oosten net de grens van de Baardwijkse Overlaat over. Na overleg met de provincie Noord-Brabant is bepaald dat een windmolen in dit gedeelte alleen in beeld kan komen als blijkt dat er geen andere reële mogelijkheid bestaat, én op de schaal van de gehele Baardwijkse Overlaat onderzocht is hoe dit gebied kan bijdragen aan de opgave voor windmolens.

Daarbij moet duidelijk gemaakt worden dat door de plaatsing van windmolens de openheid kan worden gewaarborgd en historische structuren kunnen worden benadrukt of versterkt (vergelijkbaar met de ontwikkeling van windmolens in de Beerse Overlaat). Daarnaast dienen mogelijke (zonne-energie) initiatieven onderbouwd en getoetst te worden op basis van de zonneladder en in de context van artikel 3.29 IOV (behoud en herstel cultuurhistorische waarden). 6. Locaties op minder dan 255 meter afstand van de hoogspanningsleiding en ondergrondse buisleidingen. Deze afstand moet om veiligheidsredenen worden aangehouden bij windmolens met de maximaal toegestane tiphoogte van 255 meter. Er is met name in het oosten een kleine overlap van zo’n 50 meter aangehouden. Als er een windmolen in die zone van 50 meter wordt geprojecteerd, is het voor het waarborgen van de veiligheid noodzakelijk om nauw af te stemmen met de beheerder van de leiding. Deze criteria bij de keuze van de plaatsingszones komen bovenop de eis van een minimale afstand van 750 meter tot woonkernen, en 400 meter tot individuele woningen in het buitengebied, bedrijfswoningen en de arbeidsmigrantencampussen (zoals aangegeven onder ‘maatschappelijk draagvlak’). Bij de selectie van plaatsingszones voor zonnevelden spelen effecten op de omgeving een minder grote rol.

Invloed op de landschappelijke kwaliteit blijft beperkt door de keuze om zonnevelden alleen langs de grens met stedelijk gebied te realiseren. Daardoor zijn vanzelf locaties uitgesloten die bij hoge rivierpeilen onder water kunnen lopen, die onder het Natuurnetwerk Brabant vallen en die in de cultuurhistorisch waardevolle Baardwijkse Overlaat liggen.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

22

Bij de keuze van de plaatsingszones voor windparken en zonnevelden is met bovengenoemde belemmeringen rekening gehouden. Maar ook binnen de plaatsingszones zijn in een aantal gevallen aanvullende maatregelen noodzakelijk om te voldoen aan alle eisen op het gebied van bijvoorbeeld geluid, lichthinder, slagschaduw en natuur. Deze aanvullende voorwaarden kunnen verschillen per windpark of zonneveld en zijn te vinden in de volgende twee paragrafen. De Beleidsvisie anticipeert op nieuwe landelijke milieunormen voor windenergie. Vergunningaanvragen zullen op de nieuwe landelijke normen worden getoetst zodra die normen van kracht zijn. Naar verwachting is dat op z’n vroegst in het voorjaar van 2024 het geval. In de tussentijd zullen wij uitgaan van lokale normen waarbij per locatie wordt bepaald welke norm het beste passend is. Dit is in lijn met de recente uitspraken van de Raad van State inzake de windparken Delfzijl en Karolinapolder. 3.2

Zonnevelden

Zonnevelden zijn minimaal 2,5 hectare en maximaal 10 hectare groot. Het totale oppervlak van alle zonnevelden samen is maximaal 15 hectare. Alle zonnepanelen, technische ruimtes en (trafo)gebouwen moeten binnen de plaatsingszone liggen. Per zonneveld moet de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan en een landschappelijk inpassingsplan opstellen. Daarin moet onder meer invulling worden gegeven aan de eisen die de gemeente stelt aan de verschijningsvorm van de zonnevelden en dit moet publiekrechtelijk worden geborgd. Zonnevelden van 2,5 tot 10 hectare zijn ‘middelgroot’. We kiezen daarvoor om landschappelijke redenen: meerdere kleinere zonnevelden leveren een te versnipperd beeld op en grotere zonnevelden drukken een te zwaar stempel op de omgeving. Om de invloed op de landschapskwaliteit verder te beperken, moeten zonnevelden direct grenzen aan bestaand stedelijk gebied. Ze moeten aansluiten op bestaande perceelsgrenzen en met hun lange zijde grenzen aan het stedelijk gebied. Tussen twee zonnevelden moet minimaal 500 meter afstand worden aangehouden om te voorkomen dat twee of meer middelgrote zonnevelden alsnog het beeld oproepen van één groot zonneveld.

Binnen deze oppervlakte van 2,5 tot 10 hectare ligt een aaneengesloten veld met zonnepanelen inclusief onderhoudspaden, tussenliggende ruimte, technische ruimte/(trafo)gebouwen en de minimaal noodzakelijke landschappelijke inpassing rondom. Wanneer verdere maatregelen voor landschappelijke inpassing worden getroffen, zoals extra brede groenstroken voor natuurontwikkeling of -compensatie of het vergroten van de biodiversiteit, telt die oppervlakte niet mee bij de oppervlakte van het zonneveld. Hetzelfde geldt voor een aansluitend agrarisch erf. Voorwaarde voor de ontwikkeling is dat de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan en een landschappelijk inpassingsplan maakt. Daarin wordt ook aangegeven of de initiatiefnemer de grond ook voor andere doelen wil gebruiken, en zo ja in welke vorm. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan een combinatie met fruitteelt of begrazing door geiten of schapen.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

23

De gemeente zal dat toetsen aan de ‘Bouwsteen Landschap’, het rapport over de landschappelijke inpassing van de Grootschalige Opwek Duurzame Energie dat als bouwsteen voor het Plan-MER is gemaakt. Het beeldkwaliteitsplan en het landschappelijk inpassingsplan zullen deel uitmaken van de te verlenen vergunning. 3.3

Windparken

De beide windparken waar de gemeente ruimte voor biedt, moeten elk in samenhang ontwikkeld worden. Die samenhang heeft betrekking op het patroon van de opstelling en op eenheid in de verschijningsvorm van de te bouwen windmolens binnen de betreffende plaatsingszone(s). 3.3.1

Voorwaarden aan inrichting en vormgeving

Opstellingspatroon In Windpark Buitenpolders is ruimte voor minimaal 5 en maximaal 6 grote windmolens in een enkele rij of een regelmatige clusteropstelling. Windpark Haven-Ecopark wordt ontwikkeld in samenhang met de uitbreiding van het bedrijventerrein Haven 8. Daar is ruimte voor een cluster met minimaal 3 en maximaal 4 grote windmolens, onder de voorwaarde dat de vier bestaande windmolens in het Ecopark worden gesaneerd voordat de nieuwe windmolens in gebruik worden genomen.

In Windpark Buitenpolders moeten de windmolens opgesteld worden in één rechte lijn of een cluster bestaande uit twee evenwijdige rechte lijnen. De windmolens staan op regelmatige afstand van elkaar. In totaal is er ruimte voor minimaal 5 en maximaal 6 windmolens, uitgaande van de maximale maat. De richting van de lijnen volgt de oost-west richting van de snelweg A59 en Bergsche Maas. Als voor twee lijnen wordt gekozen, moeten die lijnen evenwijdig aan elkaar lopen. Dit opstellingspatroon past bij het karakter van dit open landschap met zijn grootschalige verkaveling. Het sluit aan bij de grootste landschapsstructuren. Lange rechte lijnen overheersen daarin, parallel aan de Bergsche Maas en de rijksweg A59. Door op die oriëntatie aan te sluiten, ontstaat een rustig, samenhangend beeld. Bij iedere andere oriëntatie zou het windpark een onevenredige inbreuk op het landschap plegen. Bij Windpark Haven-Ecopark kiezen we voor een clusteropstelling. Van een open landschap is hier geen sprake meer. Het windpark wordt geïntegreerd in het nog uit te breiden bedrijventerrein Haven, waar de gemeente grootschalige opwek wil combineren met de uitbreiding van het bedrijvenpark. Daarom kon hier niet worden gekozen voor één aaneengesloten plaatsingszone, maar bestaat de plaatsingszone uit drie concrete locaties en een korte strook.

Het opstellingspatroon sluit aan op de structuur van het bedrijventerrein. De plaatsingszones hangen samen met de locaties van bestaande te saneren windmolens, de bestaande bedrijvigheid en de beoogde verkaveling van de geplande uitbreiding van het bedrijventerrein. In lijn met de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) zal windpark Haven-Ecopark ervaren kunnen worden als ‘poort van de regio’. In totaal gaat het bij Haven-Ecopark om minimaal 3 en maximaal 4 windmolens, uitgaande van de maximale maat.

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

24

De ontwikkeling van windpark Haven-Ecopark is onlosmakelijk verbonden aan de sanering van alle vier bestaande windmolens in het Ecopark. De initiatiefnemer voor de nieuwe ontwikkeling is ook verantwoordelijk voor de sanering. De sanering van de huidige windmolens moet plaatsvinden voordat de nieuwe molens in gebruik worden genomen. Verschijningsvorm Per windpark moet de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan opstellen. Daarin moet onder meer invulling worden gegeven aan de eisen die de gemeente stelt aan de verschijningsvorm van de windmolens.

Per windpark moet de initiatiefnemer voorafgaand aan de vergunningaanvraag een beeldkwaliteitsplan opstellen. Hierin moet tot op microniveau worden aangegeven hoe het windpark eruit zal gaan zien. Dat gaat bijvoorbeeld om de mastvoet, hekken, onderhoudspaden, kleuren, reclamevoering, trafogebouwen en de landschappelijke inpassing. Om een rustig landschapsbeeld te creëren, stellen we de volgende eisen aan de verschijningsvorm van de windmolens: -

alle windmolens bestaan uit een buismast met een driebladige rotor;

-

alle windmolens in één windpark draaien in dezelfde richting;

-

alle windmolens in één windpark zijn van hetzelfde type en hebben dezelfde vorm en kleurstelling;

-

alle windmolens in één windpark hebben dezelfde ashoogte; deze is minimaal 130 meter en maximaal 170 meter;

-

alle windmolens in één windpark hebben dezelfde rotordiameter, deze is minimaal 100 meter en maximaal 170 meter (de maximale tiphoogte komt daarmee uit op 255 meter);

-

een regelmatige afstand tussen twee windmolens in één windpark.

Initiatiefnemers hebben dus de mogelijkheid om te kiezen voor een kleinere maat windmolens dan het gestelde maximum. Om toch te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling van 170.500 MWh, kan in dat geval (met de huidige stand van de techniek) een groter aantal windmolens nodig zijn. Op grond van de reacties uit de omgeving en de invloed op het landschap, streven we naar een kleiner aantal molens, die dan wel de maximale maat hebben.

Figuur 7– illustratie windmolen

Beleidsvisie GODE Waalwijk, versie 1.0 11 januari 2024

25

Betekenis plaatsingzones Binnen de gestelde voorwaarden kan een initiatiefnemer zelf afwegen waar in de plaatsingszones de windmolens worden gepositioneerd. Maatgevend is het hart van de mast: dat moet binnen een plaatsingszone staan.

De plaatsingszones geven aan waar een initiatiefnemer windmolens mag neerzetten, binnen de gestelde voorwaarden aan het opstellingspatroon en de verschijningsvorm. Bij die afweging kan de initiatiefnemer onder meer de afstand tot woonbebouwing en de invloed op de leefomgeving (geluid, slagschaduw) betrekken. Ook zijn de beperkingen van belang die volgen uit de aanvliegroute van Defensie en de cultuurhistorische waarde van de Baardwijkse Overlaat (zie paragraaf 3.1). Het hart van iedere mast moet binnen een plaatsingszone geplaatst zijn. De buitenrand van de mast en de rotorbladen mogen er dus overheen vallen. Alle voorzieningen voor het bouwen en functioneren van de windmolen moeten zoveel mogelijk geconcentreerd worden gerealiseerd, maar dat mag ook voorbij de grens van de plaatsingszone. Dat gaat bijvoorbeeld om transformatorstations, funderingen, bekabeling, toegangs- en onderhoudspaden, kraanopstelplaatsen, en de netaansluiting met het inkoopstation. Ook een eventuele groene rand of andere voorzieningen om de effecten op de natuur te compenseren of beperken, mogen buiten de plaatsingszone gerealiseerd worden. Uiteraard is in alle gevallen overeenstemming nodig met alle betrokken grondeigenaren en dient aan de vereisten voor vergunningverlening te worden voldaan. 3.3.2

Voorwaarden aan inrichting en vormgeving

Geluidshinder De windmolens mogen nergens meer geluid produceren dan een maximum van 45 decibel aan de gevel van een woning of andere gevoelige functie9. Windmolens mogen daarnaast geen tonaal geluid (brom- of fluittoon) produceren. Voorafgaand aan de bouw voert de gemeente een nulmeting uit naar het al aanwezige geluid in de omgeving.

Draaiende rotorbladen en (in mindere mate) de aandrijving van een windmolen produceren geluid. Dat kan een bron van hinder zijn. Geluid door windmolens wordt eerder als hinderlijk ervaren dan bijvoorbeeld geluid door wegverkeer. Er gelden op dit moment geen landelijke, juridisch vastgelegde normen over de hoeveelheid geluid die een windmolen mag produceren of die hoorbaar mag zijn bij woningen of andere bestemmingen die daar gevoelig voor zijn. 10 Gemeenten kunnen daar eigen normen voor opstellen, toegesneden op de plaatselijke situatie.

Voor windturbines hanteren we een waarde van 45 dB Lden (DayEveningNight). Dit is het tijdgewogen jaargemiddelde geluidniveau in de dag, de avond en de nachtperiode. 's Avonds geldt er een correctie van +5 dB en 's nachts van +10 dB. Daarmee komt de nachtnorm op 39 dB Lnight. Beide waarden zijn op basis van de WHO-geluidsnormen en zijn vergelijkbaar met de normen voor het spoor en wegen 10 Dit is het gevolg van het ‘Nevele-arrest’ van het Europese Hof van Justitie uit 2020. De Raad van State verbond daar in 2021 de conclusie aan dat de op dat moment geldende nationale milieunormen voor windenergie onvoldoende onderbouwd waren. 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13723758/1