CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Waalwijk - Kasteellaan Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering (B) 11 november 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk – Kasteellaan”.21.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.

Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten):

Pagina 14 van 17

-

19-03-2020

Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente.

Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.

Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).

Nulsitua e onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Pagina 15 van 17

-

19-03-2020

Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de ves ging van bedrijven op een loca e die poten eel bodembedreigende ac viteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandsto ank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgen e (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planma ge beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevalua e uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.

Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le ers en symbolen. De combina e hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interven ewaarde

In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, Pagina 16 van 17

-

19-03-2020

is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.

Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.

Pagina 17 van 17

-

19-03-2020

bestemmingsplan Waalwijk - Kasteellaan

Bijlage 5 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

56 )

bestemmingsplan "Waalwijk - Kasteellaan" (ontwerp

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk

PROJECTNUMMER: B20.7777 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk

PROJECTNUMMER: B20.7777 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Stichting Casade

DATUM: 17 juni 2020

Auteur:

Autorisatie,

M.W.W.M. van Mol BSc. Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7777/R7777-01/MM De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Casade heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek naar asbest en een aanvullend onderzoek naar PFAS ter plaatse van de Julianastraat 10-30 te Kaatsheuvel. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) vast te stellen, om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing. Voorafgaand is een historisch onderzoek uitgevoerd (fase 1) conform de NEN 5725:2017 met kenmerk B20.7777/HO-02/MM, d.d. 8 mei 2020. De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5740/A1:2016 en NEN 5707:2015/C2:2017. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en M.W.W.M. van Mol BSc.

Resultaten historisch onderzoek (fase 1), Kasteellaan 71 te Waalwijk (NEN 5725) Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd (fase 1) conform de NEN 5725:2017 (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk: B20.7777/HO-02/MM, d.d. 8 mei 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld.  

    

Van de onderzoekslocatie en de directe (< 25 meter) omgeving zijn geen bodemkwaliteitsgegevens bekend; Op onderhavige onderzoekslocatie is momenteel nog een schoolgebouw aanwezig. Dit schoolgebouw is omstreeks 1960/1970 gebouwd en sinds 2015 niet meer in gebruik als schoolgebouw. Hiervoor betrof de locatie een agrarisch perceel met diverse (polder)sloten. Het aanwezige schoolgebouw zal in de nabije toekomst gesloopt worden; Op onderhavige onderzoekslocatie is derhalve bebouwing aanwezig die in de nabije toekomst gesloopt gaat worden. Daarnaast is reeds een elementenverharding aanwezig met mogelijk onderliggende puinfundatie; Op onderhavige onderzoekslocatie zijn, voor zover als bekend, geen olie en/of overige (opslag)tanks aanwezig (geweest); Op onderhavige onderzoekslocatie zijn naar verwachting circa 7 gedempte sloten aanwezig; Op onderhavige onderzoekslocatie zijn geen boomgaarden aanwezig (geweest); Derhalve is de (voormalige) teeltlaag op de locatie niet verdacht op het voorkomen van OCB; Het is reeds bekend dat binnen de gemeente Waalwijk ophogingen hebben plaatsgevonden met havenslib. Mede hierdoor is er een sterke heterogeniteit aanwezig met betrekking tot het voorkomen van de parameter chroom in de bodem. Derhalve dient deze parameter aanvullend onderzocht te worden.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

3 Naar aanleiding van bovenstaande conclusies uit het historisch onderzoek en de nog uit te voeren sloopwerkzaamheden wordt geadviseerd om voorafgaand aan de sloop (fase 2) een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uit te voeren volgens de verdachte heterogene strategie, waarbij de grond aanvullend dient te worden geanalyseerd op chroom en PFAS. Daarnaast worden de gedempte sloten aanvullend onderzocht in fase 2. Voor fase 2 wordt wel uitgegaan van de gehele locatie, waarbij tevens boringen tegen de geval van de bestaande bebouwing worden geplaatst. Na de sloop wordt alleen aanvullend de grond onder de voormalige bebouwing onderzocht, afgeleid van de NEN 5740 volgens de verdachte heterogene strategie (fase 3), waarbij niet nogmaals op PFAS behoeft te worden onderzocht. Daarnaast behoeft de ondergrond en het grondwater niet te worden onderzocht, aangezien dit reeds in voorliggende fase 2 wordt uitgevoerd. Tevens behoeven de gedempte sloten niet nogmaals onderzocht te worden, aangezien dit reeds ook in fase 2 is uitgevoerd.

Gezien het feit dat het bodemonderzoek uitgevoerd gaat worden vóór en na afloop van de sloop, dient de onderzoekslocatie voor zowel fase 2 (onderzoeken vóór de sloop, in verband met diverse verhardingen) als tijdens fase 3 (onderzoeken na de sloop, aangezien slopen als (asbest)verdachte activiteit wordt beschouwd) als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Derhalve zal zowel in fase 2 als fase 3 een verkennend onderzoek naar asbest worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging met diverse NEN en chroom parameters. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de onderzochte grond- en grondwatermonsters. Ter plaatse van de gedempte sloten is zowel zintuiglijk als analytisch geen bodemverontreiniging aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat de demping van de sloten niet heeft geleid tot een bodemverontreiniging. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden/of streefwaarden.

Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond aan de functieklassen “wonen” en “industrie” uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende kan de grond voor wat betreft PFAS elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

4 Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in de bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen (< 1,0 mg/kg d.s.) asbest is aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige verhardingen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing ter plaatse van de Kasteellaan 71 te Waalwijk in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen.

Geadviseerd wordt na afloop van de sloop nog een aanvullend grondonderzoek en een aanvullend verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren (fase 3) ter plaatse van de huidige te slopen bebouwing. Een aanvullend onderzoek naar de ondergrond en het grondwater is ons inziens niet noodzakelijk, aangezien de kwaliteit van de ondergrond en het aanwezige grondwater in onderhavig onderzoek reeds afdoende is vastgelegd en het slopen van de bebouwing naar verwachting geen invloed zal hebben op de ondergrond- en grondwaterkwaliteit. Bij eventuele afvoer van grond naar een erkend verwerker kan voor PFAS aangetoond worden dat de gehalten voldoen aan de functieklasse “wonen/industrie” bij toepassing boven grondwaterniveau en op de landbodem, buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien het rapport niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren.

Geadviseerd wordt om dit tegelijkertijd met het aanvullend grondonderzoek en het aanvullend verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren, tijdens fase 3, om zodoende een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK (FASE 1), KASTEELLAAN 71 TE WAALWIJK (NEN 5725) .......... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 10

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 13

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 17

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 19 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK (FASE 2, VÓÓR DE SLOOP) ................................................................ 19 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST (FASE 2, VÓÓR DE SLOOP) ..................................................... 19 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 20

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 21

BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuis en gegraven proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (Toetsingstabellen) Toetsingstabel PFAS Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Reeds uitgevoerd historisch onderzoek (fase 1)

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

6

1.

INLEIDING Casade heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek naar asbest en een aanvullend onderzoek naar PFAS ter plaatse van de Julianastraat 10-30 te Kaatsheuvel. Voorafgaand is een historisch onderzoek uitgevoerd (fase 1) conform de NEN 5725:2017 [1] met kenmerk B20.7777/HO-02/MM, d.d. 8 mei 2020. De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5740/A1:2016 [2] en NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en M.W.W.M. van Mol BSc.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) vast te stellen, om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kasteellaan 71 te Waalwijk en staat kadastraal bekend als gemeente Waalwijk, sectie D, nummer 3512. De totale oppervlakte van de locatie bedraagt circa 4.199 m2. De locatie is in gebruik geweest als school en is derhalve voor een groot gedeelte bebouwd. Rondom de bebouwing is een tegelverharding en een groenstrook aanwezig. De momenteel nog aanwezige bebouwing zal in de nabije toekomst gesloopt worden. Hierdoor dient voorafgaand aan de sloop een verkennend bodem- en asbestonderzoek te worden uitgevoerd en na afloop van de sloop dient een aanvullend grond- en asbestonderzoek van de grondlaag onder de voormalige bebouwing te worden uitgevoerd. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

7

3.2.

Resultaten historisch onderzoek (fase 1), Kasteellaan 71 te Waalwijk (NEN 5725)

Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd (fase 1) conform de NEN 5725:2017 (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk: B20.7777/HO-02/MM, d.d. 8 mei 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld.  

    

Van de onderzoekslocatie en de directe (< 25 meter) omgeving zijn geen bodemkwaliteitsgegevens bekend; Op onderhavige onderzoekslocatie is momenteel nog een schoolgebouw aanwezig. Dit schoolgebouw is omstreeks 1960/1970 gebouwd en sinds 2015 niet meer in gebruik als schoolgebouw. Hiervoor betrof de locatie een agrarisch perceel met diverse (polder)sloten. Het aanwezige schoolgebouw zal in de nabije toekomst gesloopt worden; Op onderhavige onderzoekslocatie is derhalve bebouwing aanwezig die in de nabije toekomst gesloopt gaat worden. Daarnaast is reeds een elementenverharding aanwezig met mogelijk onderliggende puinfundatie; Op onderhavige onderzoekslocatie zijn, voor zover als bekend, geen olie en/of overige (opslag)tanks aanwezig (geweest); Op onderhavige onderzoekslocatie zijn naar verwachting circa 7 gedempte sloten aanwezig; Op onderhavige onderzoekslocatie zijn geen boomgaarden aanwezig (geweest); Derhalve is de (voormalige) teeltlaag op de locatie niet verdacht op het voorkomen van OCB; Het is reeds bekend dat binnen de gemeente Waalwijk ophogingen hebben plaatsgevonden met havenslib. Mede hierdoor is er een sterke heterogeniteit aanwezig met betrekking tot het voorkomen van de parameter chroom in de bodem. Derhalve dient deze parameter aanvullend onderzocht te worden.

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies uit het historisch onderzoek en de nog uit te voeren sloopwerkzaamheden wordt geadviseerd om voorafgaand aan de sloop (fase 2) een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uit te voeren volgens de verdachte heterogene strategie, waarbij de grond aanvullend dient te worden geanalyseerd op chroom en PFAS. Daarnaast worden de gedempte sloten aanvullend onderzocht in fase 2. Voor fase 2 wordt wel uitgegaan van de gehele locatie, waarbij tevens boringen tegen de geval van de bestaande bebouwing worden geplaatst. Na de sloop wordt alleen aanvullend de grond onder de voormalige bebouwing onderzocht, afgeleid van de NEN 5740 volgens de verdachte heterogene strategie (fase 3), waarbij niet nogmaals op PFAS behoeft te worden onderzocht. Daarnaast behoeft de ondergrond en het grondwater niet te worden onderzocht, aangezien dit reeds in voorliggende fase 2 wordt uitgevoerd. Tevens behoeven de gedempte sloten niet nogmaals onderzocht te worden, aangezien dit reeds ook in fase 2 is uitgevoerd.

Gezien het feit dat het bodemonderzoek uitgevoerd gaat worden vóór en na afloop van de sloop, dient de onderzoekslocatie voor zowel fase 2 (onderzoeken vóór de sloop, in verband met diverse verhardingen) als tijdens fase 3 (onderzoeken na de sloop, aangezien slopen als (asbest)verdachte activiteit wordt beschouwd) als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Derhalve zal zowel in fase 2 als fase 3 een verkennend onderzoek naar asbest worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897. Het reeds uitgevoerde historisch onderzoek (fase 1) is opgenomen als bijlage 8.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

8

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1.

Bodemopbouw

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen deklaag aanwezig. Het eerste watervoerende pakket is circa 28 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit grof tot midden zand uit de Formaties van Kreftenheye en Sterksel. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden door een circa 4 meter dikke eerste scheidende laag hoofdzakelijk bestaande uit klei tot zandige klei uit de formatie van Stramproy. Het tweede watervoerende pakket bevindt zicht tot circa 43 m-mv en bestaat voornamelijk uit fijn tot grof zand uit de formaties van Stramproy, Peize en Waalre. Hieronder bevindt zich de tweede scheidende laag tot circa 52 m-mv hoofdzakelijk bestaande uit klei tot zandige klei uit de formatie van Waalre. Het derde watervoerende pakket bevindt zich tot circa 60 m-mv en bestaat hoofdzakelijk uit midden tot grof zand uit de formaties van Peize en Waalre [4]. 4.2.

Geohydrologie

Naar verwachting zal het freatisch grondwater in noordelijke richting afstromen richting de Bergsche Maas [4]. De stromingsrichting van het grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, eventueel oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is, voor zover als bekend, niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt voor de locatie uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarbij betreffen het voorkomen van de gedempte sloten, chroom en PFAS een aandachtspunten.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek (fase 2, vóór de sloop) Algemene kwaliteit (incl. gedempte sloten) Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL) voor een locatie van maximaal 5.000 m2. Aangezien op de onderzoekslocatie verhardingen aanwezig zijn en puinbijmengingen worden verwacht, worden alle boringen tot minimaal 1,0 m-mv doorgezet. Aanvullend worden 7 dwarsraaien geplaatst met ieder 3 boringen tot 2,0 m-mv in verband met de gedempte sloten. Hiervoor zijn vooralsnog 2 extra NEN-analyses opgenomen. Alle grond- en grondwateranalyse(s) op NEN worden aangevuld met chroom in verband met de mogelijke ophoging met havenslib. PFAS De onderzoeksopzet voor het bodemonderzoek naar PFAS is gebaseerd op de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/A1:2016 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL). Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 hectare. De boringen zullen worden gecombineerd met de boringen van het verkennend bodemonderzoek. In totaal worden twee mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op PFAS.

De mengmonsters zullen worden samengesteld uit de monsters van de grondlagen tot maximaal 1,0 m-mv. De diepere ondergrond en het grondwater behoeven niet op PFAS te worden onderzocht, mits geen verdachte lagen worden aangetroffen, en worden in principe verder buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals op 29 november 2019 geactualiseerd verstrekt aan de Tweede Kamer. Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennend onderzoek naar asbest (fase 2, vóór de sloop) De onderzoeksopzet voor het verkennend onderzoek naar asbest is opgesteld conform de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging uit de NEN 5707:2015/C2:2017 voor een locatie van maximaal 5.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden in totaal 17 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 3 proefgaten worden doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond middels een Edelmanboor met een brede diameter van 12 cm (gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek). Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn.

Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal drie mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). De veldwerkzaamheden voor het verkennend onderzoek naar asbest zijn zoveel als mogelijk gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek. Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

10

6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: ECSIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De peilbuis is, na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, een Edelmanboor en een zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 26 mei 2020

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer C.C.G. van Rossum

3 juni 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer C.C.G. van Rossum

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 38 boringen (B101 t/m B124) geplaatst. Hierbij is boring PB109B afgewerkt met een peilbuis. De zeven dwarsraaien zijn gesitueerd ten behoeve van de diverse gedempte sloten. Bij de situering van de diverse boringen is rekening gehouden met de bestaande bebouwing, waarbij diverse (diepe) boringen nabij de gevels zijn gesitueerd. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Algemene kwaliteit (incl. gedempte sloten)

Boringen / peilbuis Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv B101, B102, B103, B107, B108, B104A-C, B105A-C, B106A-C, B110, B111, B112, B114, B115, B109A, B109C, B113A-C, B116, B117, B119, B120, B121, B118A-C, B122A-C B123, B124

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB109B (2,00 - 3,00)

Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB109B is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 3 juni 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

11 Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest op de locatie is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie volledig (100 %) bedekt is met verharding en vegetatie. Derhalve heeft geen efficiënte maaiveldinspectie (> 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Desondanks zijn, rekening houdend hiermee, op het maaiveld geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) aangetroffen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 17 proefgaten (B102, B104B, B106B, B107, B108, PB109B, B110, B112, B114, B115, B116, B117, B118B, B120, B121, B122B en B124) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn de proefgaten B104B, B106B, PB109B, B118B en B122B doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot minimaal 2,0 m-mv. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In het veld zijn drie grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm).

Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen als bijlage 7.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

13 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [6] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader van hergebruik van PFAS houdende grond (meest recente versie 29 november 2019), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 0,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s.. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Op basis van de huidige inzichten ontstaan er bij deze gehalten geen onaanvaardbare risico’s voor mens en milieu. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

14

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,0 m-mv uit matig fijn, zwak siltig en plaatselijk matig humeus zand. Ter plaatse van de raaiboring B118A-C is in de ondergrond vanaf circa 1,5 m-mv tot circa 2,0 m-mv zwak zandig veen aangetroffen. In alle geplaatste raaiboringen ter plaatse van de gedempte sloten zijn geen zintuiglijke waarnemingen gedaan (zoals bijv. slib en/of dempingsmateriaal) die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn, ter plaatse van de (raai)boringen B101, B104A-C, B108, B110 en B115 zintuiglijk bijmengingen met sporen baksteen (bodemvreemd materiaal) aangetroffen. Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde/opgegraven grond geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (bijvoorbeeld slib en/of olie-waterreacties). De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Het analytisch onderzoek naar PFAS en/of GenX is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Een volledig overzicht van de toetsingsen analyseresultaten voor PFAS is opgenomen als bijlage 6. In tabel 8.1 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

15 Tabel 8.1: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat - nummer Grond 13253712

(Meng)monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

M06

Lutum

In verband met een storende matrix is de onzekerheid van het resultaat vergroot.

13253712

M06

PCB, naftaleen

De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. het lage gehalte aan droge stof.

13253712

MM04

PCB

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

Aangezien alle onderzochte parameters de achtergrondwaarden niet overschrijden in dit onderzochte monster, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien de som parameters voor PAK en PCB de achtergrondwaarden niet overschrijden, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien de som parameter voor PCB de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Toelichting bij tabel 8.1: PCB Polychloor bifenylen; PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn de onderstaande grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien tijdens de veldwerkzaamheden ter plaatse van de gedempte sloten zintuiglijk geen slib of bodemvreemde bijmengingen zijn waargenomen, zijn deze monsters gemengd met de algemene kwaliteit. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster

Omschrijving

MM01

Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM02

MM03

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM04

Ondergrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

MM05

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

M06

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket NEN, Cr, L en H

> AW < I -

Resultaten >I -

B104B (0,05 - 0,50) B110 (0,20 - 0,50) B102 (0,05 - 0,50) B116 (0,05 - 0,50) B120 (0,05 - 0,50) B123 (0,00 - 0,50) B101 (0,05 - 0,50) B106B (0,05 - 0,50) B113B (0,05 - 0,50) B118B (0,05 - 0,50) B101 (0,50 - 1,00) B108 (0,50 - 1,00) B115 (0,50 - 1,00) B104B (0,50 - 1,00) PB109B (1,50 - 2,00) B110 (0,50 - 1,00) B112 (0,50 - 1,00) B118B (1,00 - 1,50) B122B (1,50 - 2,00) B118B (1,50 - 2,00)

NEN, Cr, L en H

Cd, Pb, Zn

-

NEN, Cr, L en H

Cr

-

NEN, Cr, L en H

Cr, Hg, Pb, PAK -

NEN, Cr, L en H

Pb

-

Ondergrond, veen NEN, Cr, L en H Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO); Cr Chroom; L Lutum; H Organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

16 PFAS Aanvullend zijn mengmonsters samengesteld ten behoeve van het aanvullend PFAS onderzoek. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyse en resultaten (PFAS) Mengmonster

Omschrijving

Boringen (traject in (m –mv)

Analysepakket

MMPFAS01

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

PFAS

MMPFAS02

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

B103 (0,05 - 0,50) PB109B (0,05 - 0,50) B110 (0,05 - 0,20) B121 (0,05 - 0,50) B102 (0,50 - 1,00) B105B (0,50 - 1,00) B113B (0,50 - 1,00) B124 (0,50 - 0,80)

Resultaten Landbouw/natuur Wonen/industrie (AW) PFOS -

PFAS

PFOA

-

Toelichting bij tabel 8.3: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, gehalten voor PFOA, PFOS en overige PFAS blijven beneden de toepassingsnorm voor de functieklasse ‘wonen’ (PFOA: < 7 µg/kg d.s. en PFOS: < 3 µg/kg d.s. en de overige PFAS < 3 µg/kg d.s.); PFOS Perfluoroctaansulfonzuur; PFOA Perfluoroctaanzuur.

Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

GWS (m -mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid

Analysepakket

Resultaten >S<I >I Cr, naftaleen -

PB109B 2,00 - 3,00 1,26 8,1 312 7,93 NEN en Cr Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); Cr Chroom; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Conform de onderzoeksopzet zijn 3 grondmengmonsters (< 20 mm) samengesteld en geselecteerd voor analyses. De samenstelling van de onderzochte mengmonsters en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling mengmonsters asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Soort

Analysepakket

PB109B, B116, B117, Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1 B122, B124 MMASB02 B104B, B110 Sporen baksteenhoudend 0,05 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1 MMASB03 B106B, B108, B112, 0,05 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1 B118B, B120 Toelichting bij tabel 8.5: Sporen < 1 %; Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm. MMASB01

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

17 De resultaten van de geanalyseerde asbestverdachte grondmengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaat) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmengmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort materiaal

MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting bij tabel 8.6: Niet aangetoond/waarneembaar.

8.3.

Hechtgebonden -

Type -

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) < 1,0 < 1,0 < 1,0

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) < 1,0 < 1,0 < 1,0

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit (incl. slootdempingen) In het onderzochte grondmengmonster MM01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,05-0,50 m-mv; zand) uit de boringen B104B en B110 zijn voor de onderzochte parameters (NEN en chroom) geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM02 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,05-0,50 m-mv; zand) uit de boringen B102, B116, B120 en B123 zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, lood en zink aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede ruim onder de index van 0,5. De overige onderzochte parameters (NEN en chroom) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM03 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,05-0,50 m-mv; zand) uit de boringen B101, B106B, B113B en B118B is een licht verhoogd gehalte voor chroom aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede ruim onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

In het onderzochte grondmengmonster MM04 van de sporen baksteenhoudende ondergrond (0,5-1,0 m-mv; zand) uit de boringen B101, B108 en B115 zijn licht verhoogde gehalten voor chroom, kwik, lood en PAK aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede ruim onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM05 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv; zand) uit de boringen B104B, PB109B, B110, B112, B118B en B122B is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede ruim onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de onderzochte grondmonster M06 van de zintuiglijk schone ondergrond (1,5-2,0 m-mv; veen) uit boring B118B zijn voor de onderzochte parameters (NEN en chroom) geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

18 PFAS In het onderzochte grondmengmonster MMPFAS01 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,05-0,50 m-mv; zand) is een verhoogd gehalte voor PFOS aangetoond ten opzichte van de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. Het aangetoonde gehalte blijft echter wel onder de functieklasse “wonen/industrie” uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. In het onderzochte grondmengmonster MMPFAS02 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-1,0 m-mv; zand) is een verhoogd gehalte voor PFOA aangetoond ten opzichte van de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. Het aangetoonde gehalte blijft echter wel onder de functieklasse “wonen/industrie” uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB109B zijn licht verhoogde gehalten voor chroom en naftaleen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede ruim onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.

Asbest In de onderzochte grondmengmonsters MMASB01 en MMASB03 van de zintuiglijk schone bovengrond is zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest (< 1 mg/kg d.s.) aangetoond. In het onderzochte grondmengmonster MMASB02 van de sporen baksteenhoudende bovengrond is zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest (< 1 mg/kg d.s.) aangetoond.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

19

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Verkennend bodemonderzoek (fase 2, vóór de sloop)

Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging met diverse NEN en chroom parameters. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de onderzochte grond- en grondwatermonsters. Ter plaatse van de gedempte sloten is zowel zintuiglijk als analytisch geen bodemverontreiniging aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat de demping van de sloten niet heeft geleid tot een bodemverontreiniging. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden/of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond aan de functieklassen “wonen” en “industrie” uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende kan de grond voor wat betreft PFAS elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. 9.2.

Verkennend onderzoek naar asbest (fase 2, vóór de sloop)

Voor wat betreft asbest in de bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen (< 1,0 mg/kg d.s.) asbest is aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige verhardingen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden.

Diverse onderzoeken, Kasteellaan 71 te Waalwijk Rapportnr.: B20.7777 versie: 01 datum: 17 juni 2020

20

9.3.

Algehele conclusie en aanbevelingen

Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing ter plaatse van de Kasteellaan 71 te Waalwijk in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Geadviseerd wordt na afloop van de sloop nog een aanvullend grondonderzoek en een aanvullend verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren (fase 3) ter plaatse van de huidige te slopen bebouwing. Een aanvullend onderzoek naar de ondergrond en het grondwater is ons inziens niet noodzakelijk, aangezien de kwaliteit van de ondergrond en het aanwezige grondwater in onderhavig onderzoek reeds afdoende is vastgelegd en het slopen van de bebouwing naar verwachting geen invloed zal hebben op de ondergrond- en grondwaterkwaliteit. Bij eventuele afvoer van grond naar een erkend verwerker kan voor PFAS aangetoond worden dat de gehalten voldoen aan de functieklasse “wonen/industrie” bij toepassing boven grondwaterniveau en op de landbodem, buiten grondwaterbeschermingsgebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10571128/1