CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (Gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, Sint-Clemenskerk”25.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit gebied wordt met het planvoornemen kwalitatief geoptimaliseerd door nieuwe functies toe te voegen en nieuwbouw te realiseren die past in de omgeving. Met de nieuwe functies en nieuwbouw wordt de duurzame instandhouding van een rijksmonument

36/86

gewaarborgd. Ad 2c: Binnen het plangebied zijn mogelijkheden voor de productie van duurzame energie zeer beperkt. Bij uitwerking van het bouwplan wordt onderzocht of er mogelijkheden bestaan om zonnepanelen op de daken van de nieuwbouw te realiseren. Ad 2d: Zie ook paragraaf 4.3. Daarin is aangetoond dat er, binnen het plangebied, voldoende waterbergingscapaciteit kan worden gerealiseerd. Verder zullen mogelijkheden worden onderzocht voor de realisatie van een wadi, groene daken of een andere vorm van vertraagde afvoer van hemelwater. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie 3.2.6 onder b). Daarmee wordt zeker gesteld dat er een waterbergingsvoorziening wordt gerealiseerd waarbij de capaciteit minimaal 60 mm per m² extra verharding moet zijn. Daarmee wordt voldaan aan het waterschapsbeleid alsmede het beleid uit de Iov. Ad 2e: De verkeersgeneratie en parkeerbehoefte is in dit bestemmingsplan uitgebreid onderzocht, zie ook paragraaf 2.3 en Bijlage 2. Daaruit kan worden geconcludeerd dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd en het extra verkeer goed en veilig kan worden afgewikkeld. Deelmobiliteit is binnen dit plan en binnen het beleid van de gemeente Waalwijk niet meegenomen.

Indien in de praktijk blijkt dat er minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, zullen parkeerplaatsen worden omgezet naar groenvoorzieningen en/of ruimte voor extra waterbuffercapaciteit. Ad 2f: Het planvoornemen voorziet in de actuele behoefte aan (zorg)woningen. Zie ook paragraaf 3.1.2. Een eerder initiatief binnen dit plangebied voorzag in de realisatie van praktijkruimten, een apotheek en een grand-café. Dat programma is vanwege signalen vanuit de markt echter aangepast. Er blijkt meer behoefte aan koopwoningen (in de kerk en een gedeelte van de nieuwbouw) en zorgwoningen (in de nieuwbouw). Daarmee is tevens voldoende aangetoond dat het planvoornemen bijdraagt aan een duurzame concurrerende economie, natuurlijk met name ten aanzien van de woningmarkt. Ad 3: De realisatie van een bedrijventerrein is niet van toepassing.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Strategische visie Waalwijk 2020 De 'Strategische visie Waalwijk 2020 - De Schakel van Midden Brabant' (vastgesteld januari 2010) bevat de strategische hoofdlijnen voor besluitvorming, beleid en projecten tot 2020. De gemeente Waalwijk streeft er naar te fungeren als een stedelijk knooppunt dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van Midden Brabant. Om dit te bereiken kiest de gemeente voor duurzaamheid en duurzame successen. Hierbij staan de volgende thema's centraal: Stedelijk knooppunt; Krachtige economische functie; Karakteristieke kernen en omgeving; Vitale schakel in regionale netwerken. Toetsing

37/86

De ontwikkeling betreft de transformatie van een Rijksmonument ten behoeve van woningen. Rondom dit monument worden ook nieuwbouw (zorg)woningen gerealiseerd. De transformatie en nieuwbouw wordt vormgegeven met respect en behoud van de cultuurhistorische waarden. De beoogde bouwmassa's reageren op de omgeving en de bestaande bouwhoogte van de kerk. De invulling wordt daarmee optimaal stedenbouwkundig en ruimtelijk ingepast. Bovendien vergroot de ontwikkeling de diversiteit en kwaliteit van de woningvoorraad en draagt hiermee bij aan de centrale thema’s van de Strategische visie Waalwijk 2020. 3.3.2 Structuurvisie Waalwijk De structuurvisie is vastgesteld in februari 2016. De basis voor deze structuurvisie is de strategische visie (2010) en de in grote lijnen opgestelde structuurvisie uit 2013. Het doel van deze structuurvisie is een samenhangend ruimtelijk beleid met een uitgewerkte visie voor 2025 en die de ambities weergeeft voor 2035. De integrale structuurvisiekaart is weergegeven in figuur 3.5. De ambitie van de gemeente is hierbij als volgt geformuleerd: Waalwijk is een stedelijk knooppunt in de regionale netwerken van Midden-Brabant, met lokaal een krachtige economische functie en karakteristieke kernen in een unieke landschappelijke omgeving. De visies waar in de structuurvisie op wordt gestuurd zijn: Ondergrond; Netwerken; Wonen; Werken; Voorzieningen.

Door deze ambities heen loopt het thema duurzaamheid. Hierbij wordt ingegaan op duurzaamheid in het algemeen, milieu, energie, erfgoed en sociaal. Tenslotte zijn, om de juiste keuze voor 2025 te maken, de volgende principes geformuleerd: Waarden ondergrond behouden en versterken; Bereikbaarheid netwerk optimaliseren; Vraaggericht functies versterken met kwaliteit.

38/86

Figuur 3.5: Structuurvisie Waalwijk 2025 (Bron: Gemeente Waalwijk, 2016) Vanuit de leidende principes zijn speerpunten van beleid opgesteld. Uit de speerpunten volgen inhoudelijke projecten en werkzaamheden waarbij de gemeente procesmatig kiest voor een bepaalde rol. De structuurvisie is opgebouwd uit drie delen. Deel A gaat in op het beleid op hoofdlijnen, deel B betreft de onderbouwing van de

39/86

visie en deel C is de uitvoeringsparagraaf. De ambities zijn gevisualiseerd in de visiekaart. Het thema duurzaamheid loopt als een ‘ladder’ integraal door alle ambities heen en is daarom apart uitgewerkt in de structuurvisie. Aan deze ‘duurzaamheidsladder’ zijn ook een aantal specifieke onderwerpen gekoppeld: milieu, energie, erfgoed en sociaal. Duurzaamheid is voor de gemeente een algemeen leidend principe. De gemeente beschouwd het als haar plicht om de ontwikkeling van de huidige generatie te bevorderen, maar daarbij de ontwikkeling van de generaties na ons niet te belemmeren door de impact van onze huidige activiteiten en keuzes. De structurele veranderingen in de samenleving, met name de bevolkingssamenstelling maar ook klimaatveranderingen zorgen ervoor dat het nodig is de bestaande woongebieden onder de loep te nemen en waar nodig vraaggericht te herstructureren. De komende jaren wordt voor Waalwijk nog een lichte groei voorspeld. Op termijn wijzen de demografische ontwikkelingen echter ook voor Waalwijk op krimp. Bij herstructurering ligt de nadruk op kwaliteit in plaats van kwantiteit met bijzondere aandacht voor speciale groepen. Kwaliteit van wonen is variatie, keuzevrijheid en een prettige woonomgeving. Vraaggericht wil zeggen dat sprake moet zijn van bouwen voor de échte vraag in de markt, welke blijkt uit (regionaal) onderzoek.

Essentieel daarbij is de afstemming van kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwprogramma’s in overleg met de regiogemeenten en de provincie Noord-Brabant. Vraaggericht betekent ook ‘voor iedereen een thuis’. Groepen die specifieke aandacht vragen zijn: Ouderen en mensen met een zorgvraag. De juiste woningen en een passende woonomgeving waar nodig gecombineerd met zorg. Hierbij gaat het niet alleen om fysieke maar ook om geestelijke zorg. Lagere en middeninkomens. Betaalbare koop en/of bereikbare huur. Starters. Instap in de koopmarkt, mede met het oog op beweging in de (koop)markt. Arbeidsmigranten. Voldoende toereikende woonvoorzieningen. Dit onderwerp wordt regionaal verder uitgewerkt in een Convenant Huisvesting Arbeidsmigranten en is lokaal uitgewerkt in de beleidsnota Huisvesting van arbeidsmigranten. Voor de woningvoorraad kan herstructurering betekenen aanpassing van bestaande (woon)gebouwen of inbreidingslocaties met als resultaat een gerichte ontwikkeling van de woningvoorraad voor de volgende doelgroepen: meer kleinere woningen voor bijvoorbeeld ouderen en jongeren; levensloopbestendige woningen; focus op woonlasten via energiebesparende maatregelen; realiseren van op maat gesneden woon-, zorg-, welzijns- en dienstverleningsarrangementen voor de groeiende groep zorgbehoevenden.

Toetsing Het plangebied is gelegen in een op de visiekaart aangeduid kleinstedelijk woonmilieu. Op hoofdlijnen richt het woonbeleid zich in deze gebieden op het waarborgen van diversiteit in de woonomgeving met kleinstedelijke en dorpse kernen afgestemd op de regionale en lokale behoefte. De leefbaarheid in alle woongebieden dient te worden beschermd. Bestaande woongebieden moeten derhalve afhankelijk van de vraag worden geherstructureerd volgens de principes van de ladder voor duurzame verstedelijking.

40/86

Voorliggend bestemmingsplan sluit nadrukkelijk aan op het beleid zoals vertaald in de structuurvisie. Het planvoornemen voorziet in de transformatie en herstructurering van de Sint-Clemenskerk en haar directe omgeving. Daarnaast voorziet het planvoornemen in de realisatie van levensloopbestendige appartementen die ook geschikt zijn voor mensen met een zorgbehoefte. Dit kan extramurele- of intramurele zorg zijn. Ook is het mogelijk om mensen met een geheugenprobleem hier te huisvesten. Aanvullend op de beleidsuitgangspunten is in de structuurvisie de duurzaamheidsladder geïntroduceerd door de gemeente Waalwijk. Om het belang dat de gemeente hecht aan het aspect duurzaamheid beter te benadrukken en te concretiseren dient bij ruimtelijke ontwikkelingen vooraf te worden voldaan aan principes van de duurzaamheidsladder. Deze houden in dat: 1. Voor aanvang van ruimtelijke ontwikkelingen dient bij woningbouwprojecten te zijn geconcretiseerd welke duurzame maatregelen worden genomen (waar mogelijk via de methode van de zogenaamde Gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR). 2. Dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik volgens zowel de landelijke als de lokale (bij voorzieningen) ladder voor duurzame verstedelijking. 3. Er sprake is van het behouden of versterken van de ruimtelijke kwaliteit. 4. De investering financieel verantwoord is.

De omgevingsvergunning voor het bouwen zal specifiek op duurzaamheidsmaatregelen worden getoetst. Voor aanvang van de bouw van de woningen zijn de concrete maatregelen uitgewerkt. Op dit moment is echter al duidelijk dat de woningen energieneutraal ontwikkeld. De exacte maatregelen worden in goed overleg afgestemd tussen ontwikkelaar en bewoners. In de kerk worden de gasgestookte cv-ketels verwijderd en vervangen door warmtepompen. Hierdoor zullen de woningen in de kerk energielabel A+ krijgen. Er wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking zoals reeds is beschreven in paragraaf 3.1. Met de transformatie van de kerk is nadrukkelijk sprake van het behou d van ruimtelijke kwaliteit. De nieuwbouw wordt ingepast met respect voor de aanwezige cultuurhistorische waarden en voorziet daarmee in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In 6.1 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hiermee wordt voldaan aan de aanvullende principes zoals geformuleerd in de duurzaamheidsladder. 3.3.3 Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk De Woonvisie 2020 is door de gemeenteraad van Waalwijk d.d. 17 september 2020 vastgesteld. De toetsing aan de Woonvisie is, in het kader van het aantonen van zowel de kwalitatieve als kwantitatieve behoefte, al opgenomen in paragraaf 3.1.2. Er is, ook binnen de gemeente Waalwijk, nog steeds sprake van een woningtekort.

Bij de invulling van het woonprogramma streeft de gemeente naar voldoende kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle bevolkingsgroepen. Het initiatief geeft invulling aan de behoefte aan nieuwe woonvormen op het gebied van wonen en zorg. Met uitzondering van het toevoegen van sociale huurwoningen, voldoet het planvoornemen aan de Woonvisie en draagt het bij aan de ambities van de gemeente Waalwijk. Het planvoornemen dateert van voor de

41/86

vaststelling van de Woonvisie. De eis om sociale huurwoningen in het programma op te nemen, is dan ook niet van toepassing op dit planvoornemen.

3.3.4 Welstandsnota Deze nota is bedoeld om de Waalwijkse inwoners, architecten en andere opdrachtgevers te informeren over criteria die de gemeente hanteert bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. De welstandstoets is opgebouwd uit twee onderdelen: het welstandsniveau en de welstandscriteria. Het welstandsniveau bepaalt hoe streng of hoe soepel er getoetst wordt. De welstandscriteria bepalen op welke onderdelen een bouwplan getoetst wordt. Op basis van gebiedskenmerken en waarden worden er twee welstandsniveaus onderscheiden. Voor gebieden die bijzondere waarden hebben of een grotere bijdrage leveren aan de beleving van het ruimtelijke beeld geldt dat ze welstandsplichtig zijn. Voor gebieden die weinig invloed hebben op de publieke beleving van het ruimtelijk beeld, wordt een welstandsvrij regime ingevoerd. Voor het grootste deel van de gemeente Waalwijk geldt dit welstandsvrije regime. De hierna volgende gebieden zijn als welstandsplichtig aangemerkt: Landelijke linten; Stedelijke en dorpse linten; Traditionele woningbouw gebieden; Centrum; Fronten; Hoofdroutes. Volledig welstandsvrije gebieden betreft het grootste gedeelte van het grondgebied van de gemeente Waalwijk. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning binnen deze gebieden wordt niet getoetst aan welstandscriteria.

Toetsing

42/86

Figuur 3.6: Uitsnede Welstandskaart gemeente Waalwijk Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen het welstandsgebied "Stedelijke en Dorpse linten". De waarde van deze linten is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan overwegend stenige straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit. De Sint-Clemenskerk maakt onderdeel uit van de cultuurhistorisch waardevolle panden in de dorpslint van Waalwijk. Het betreft hier ook een Rijksmonument. Het planvoornemen is ontstaan uit de behoefte om deze kerk in stand te houden. Met de transformatie worden geen uitpandige aanpassingen gerealiseerd. Het planvoornemen sluit dan ook nadrukkelijk aan op het welstandsbeleid. De nieuwe appartementen zijn (grotendeels) gelegen in een welstandsvrij gebied. In principe worden deze appartementen niet getoetst aan het welstandsbeleid. Er is echter een duidelijke relatie tussen de transformatie van de kerk en de nieuwbouw. Door de realisatie van de nieuwbouw is het (financieel) mogelijk de kerk te transformeren en duurzaam en toekomstbestendig in stand te houden. Bovendien wordt de nieuwbouw gerealiseerd aansluitend op en met respect voor het Rijksmonument.

43/86

3.3.5 Groenbeleidsvisie Gemeente Waalwijk De groenbeleidsvisie 'Groen Leeft!' vormt een duidelijke visie en kaders voor het openbaar groen. Het vormt de basis voor alle andere beleids- en beheervisies op het gebied van groen. De groenbeleidsvisie is een uitwerking van de groenstrategie. De groenstrategie is een vertaling van alle groene ambities uit de Strategische visie Waalwijk 2025, het Coalitieprogramma "Samen duurzaam vooruit!", de Structuurvisie en de Duurzaamheidsvisie. Speerpunten binnen de woonwijken zijn: Biodiversiteit; Toekomst; Beleving; Participatie. In de groenbeleidsvisie is een groennorm opgenomen. Deze schrijft voor dat in nieuwe woonwijken, dorpen en bedrijventerreinen het openbaar gebied tenminste voor 10% uit grondgebonden openbaar groen moet bestaan. En daarbovenop moet in de woonwijken en dorpen minimaal 5% combinatie-groen worden gerealiseerd. Bij bestaande woongebieden dient bij een reconstructieplan of bouwplan 10% méér grondgebonden openbaar groen dan dat er voor de ontwikkeling aanwezig was te worden aangelegd. Naast de hoeveelheid aan groen, wordt er ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van het grondgebonden openbaar groen. Deze richtlijn doet niets af aan het feit dat er voor een reconstructieplan of bouwplan een kwalitatieve plantoets plaats moet vinden. Hierbij wordt o.a. beoordeeld of er voldoende variatie aanwezig is in groentypen.

Met deze richtlijn dient zoveel mogelijk rekening gehouden te worden bij besluiten als bedoeld onder 2. Juridisch houdt dit in dat, voor zover sprake is van besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, nadrukkelijk gemotiveerd moet worden waarom al dan niet toepassing wordt gegeven aan deze richtlijn. Deze richtlijn is op het plangebied van toepassing omdat het een bouwplan van meer dan drie woningen betreft. Het plan valt onder 'B Woongebieden: in huidige situatie meer dan 10% / 5% groen'. Toetsing In het plangebied zijn geen groene hoofdstructuren aanwezig. Het plangebied grenst ten zuidwesten aan de bestaande groene hoofdstructuur en de waterloop langs het Clemenspad. Aan de Pastoor van der Zijlestraat zijn enkele bomen en plantvakken aanwezig en ook ter plaatse van het plein aan de voorzijde van het plangebied zijn enkele bomen em plantvakken aanwezig. In bijlage C van de Memo parkeren Clemensstaete is, als uitwerking ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, inzichtelijk gemaakt welke bomen binnen het plangebied verplaatst zullen worden, welke gekapt moeten worden en waar bomen zullen worden aangeplant. 8 (niet beschermde) bomen zullen verplaatst worden, 14 (niet beschermde) bomen zullen gekapt worden en 5 (niet beschermde) bomen zullen óf worden verplaatst, óf worden gekapt. Ter compensatie zullen in totaal 25 bomen worden aangeplant.

De bestaande tuin bestaat vooral uit gazon en struiken. De tuin van de pastorie is ingericht als particuliere tuin met een vijver, beplanting en gazon. Deze tuinen zijn in de bestaande situatie niet openbaar toegankelijk. In de openbare ruimte rondom de kerk zijn verschillende groenvoorzieningen aanwezig zoals bomen,

44/86

plantvakken en borders. In de nieuwe situatie zal het Clemenspad de nieuwe kloostertuin omzoomen. Daarbij blijft het Clemenspad openbaar, de kloostertuin is exclusief voor de bewoners van het woonzorgcentrum. De kloostertuin krijgt de bestemming 'Groen'. Daarnaast zullen rondom de nieuwbouw en ter plaatse van het plein nieuwe groenvoorzieningen worden aangelegd. In de fase van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal dit nader uitgewerkt worden. Het planvoornemen wordt getoetst aan de Groencalculator van de gemeente Waalwijk. Doel is dat er zal worden voldaan aan de 10% extra openbaar groen in de betrokken groenzones binnen het te transformeren gebied en 5% extra combinatie-groen. De regeling gaat echter uit van een situatie waarbij in de bestaande situatie geen groen aanwezig is. Zoals aangegeven is er in dit geval wel al sprake van bestaand groen. Daarom valt het planvoornemen onder de in de groenbeleidsvisie opgenomen categorie B Woongebieden: in de huidige situatie meer dan 10% / 5% groen. Op basis van de regels voor dit type project dient, ten opzichte van de huidige oppervlakte groen, minimaal 10% extra grondgebonden openbaar groen in het projectgebied en betrokken aangrenzende groenzones worden aangelegd.

Daarnaast moet, ten opzichte van de huidige oppervlakte combinatie-groen, minimaal 5% extra combinatie-groen in het projectgebied en betrokken aangrenzende groenzones worden aangelegd. Als in een bouwplan de voorgeschreven 10% extra grondgebonden openbaar groen niet behaald kan worden (dit is ter beoordeling van de gemeente) in m², vervalt de eis voor uitbreiding in m², mits in de vorm van voldoende groenkwaliteitswaarde de 10% grondgebonden openbaar groen wordt gecompenseerd. Om de extra groenkwaliteitswaarde te berekenen, heeft de gemeente een groencalculator opgesteld. Hierin staan tevens oplossingen als dak- en gevelgroen beschreven. Dak- en gevelgroen kan alleen worden ingezet voor het vervullen van de 10% extra grondgebonden openbaar groen. Behoud van de huidige oppervlakte aan grondgebonden openbaar groen is het uitgangspunt. De gemeente wil grondgebonden openbaar groen van meer kwaliteit, maar niet ten koste van de oppervlakte. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan is nog niet bekend op welke manier er voldaan zal worden aan de regels van de groenbeleidsvisie. Daarvoor dient het inrichtingsplan verder uitgewerkt te worden. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal hier expliciet aan worden getoetst.

Mocht het noodzakelijk zijn, is initiatiefnemer bereid om groencompensatie (indien dit blijkt uit het definitieve inrichtingsplan) elders te realiseren of te financieren. In dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is verankerd dat voldaan moet worden aan de groenbeleidsvisie (zie artikel 3.5.4). 3.3.6 Bomenbeleid gemeente Waalwijk In de groenbeleidsvisie "Groen Leeft" is opgenomen dat in 2030 een toename van 10% groen gerealiseerd moet zijn. Voor bomen betekent dit een toename in de waarden die bomen leveren. In het boombeleid ligt dan ook de nadruk op het handhaven van bestaande bomen en uitgangspunten voor het toepassen van nieuwe bomen.

45/86

Het boombeleidsplan gaat over de bomen die in eigendom zijn van de gemeente Waalwijk, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De groenbeleidsvisie "Groen Leeft!" (paragraaf 3.3.5) en het groenbeleidsplan (2017) zijn hierbij de kaders. Toetsing In dit plan hangt groen nauw samen met parkeren, deze zaken kunnen niet afzonderlijk van elkaar worden getoetst. In Bijlage 2 Memo parkeren Clemensstaete wordt nader ingegaan op de parkeerbalans ook in samenhang met de ter plaatse aanwezige groenvoorzieningen en bomen. In bijlage C van die memo is inzichtelijk gemaakt welke bomen precies zullen worden gekapt, verplaatst en aangeplant. Bestaande bomen zijn op deze tekening concreet ingetekend. Aan de voorzijde van de kerk zijn enkele bomen in eigendom van de gemeente aanwezig. Deze bomen zijn echter niet aangeduid als waardevol. Een van de bomen ter plaatse van het kerkplein wordt gekapt, 8 andere zullen worden verplaatst. De te kappen boom zal worden gecompenseerd. Van 5 bomen ter hoogte van nieuwe parkeerplaatsen aan de pastoor van der Zijlestraat is het op dit moment nog niet bekend of deze kunnen worden verplaatst. Deze bomen bevinden zich overigens buiten het plangebied van dit bestemmingsplan maar wel in het exploitatiegebied dat is aangehouden in de anterieure overeenkomst met initiatiefnemer. Ter hoogte van die 5 bomen worden in ieder geval 6 nieuwe bomen aangeplant.

Om de nieuwbouw alsmede de herinrichting van het gebied mogelijk te maken worden in totaal 14 bomen gekapt. Daarvoor in de plaats worden, naast de 6 eerder genoemde bomen, nog eens 19 nieuw te planten bomen aangeplant. Bomen van derden en private partijen zijn kapvergunningvrij met uitzondering van de waardevolle bomen die zijn opgenomen op de waardevolle bomenkaart.

46/86

Figuur 3.7: Waardevolle bomen binnen plangebied (bron: gemeente Waalwijk) Binnen het plangebied zijn enkele waardevolle bomen, in eigendom van initiatiefnemer, aanwezig. Een van de waardevolle bomen in de pastorietuin zal worden gekapt om de nieuwbouw mogelijk te maken. De overige 4 bomen blijven hier gehandhaafd. De boom op het perceel 1769 staat in figuur 3.7 foutief ingetekend. Deze boom staat (op basis van de inmeting) op het perceel van de naastgelegen scouting, zie ook bijlage C van de Memo parkeren Clemensstaete. Voor (onder andere) deze boom is een zogenoemde Boom Effect Analyse (hierna: BEA) uitgevoerd. De rapportage van deze BEA is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. Voor deze boom geldt, op basis van deze BEA, dat er sprake is van onvoldoende boomkwaliteit door de hoge leeftijd voor de soort (circa 60jaar), de verminderde blad/knopbezetting en de aanwezigheid van saprofyten zwammen op de ingezonken stamvoet. De BEA is ook uitgevoerd voor 27 andere bomen in en rond het plangebied. Direct ten noorden van de Sint-Clemenskerk is het kerkplein te vinden met parkeerplaatsen en beuken (Fagus sylvatica) in ruime groeiplaatsen. De Sint-Clemenskerk wordt aan de westzijde geflankeerd door een bomenrij, bestaande uit haagbeuken (Carpinus betulus 'Fastigiata'). De haagbeuken staan langs de Pastoor van der Zijlestraat.

Aan de overzijde van de Pastoor van der Zijlestraat staan enkele jonge beuken, een halfwas Hollandse linde (Tilia x europaea) en twee gewone essen (Fraxinus excelsior) binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling. Direct ten zuiden van de Sint-Clemenskerk is de pastorietuin te vinden. Dit betreft extensief grasland met daarop een

47/86

waardevolle boomgroep van omvangrijke Amerikaanse eiken (Quercus rubra). Ten oosten van de Sint-Clemenskerk bevindt zich op het naast gelegen perceel een gebouw van de scouting. Dit perceel kenmerkt zich door intensief grasveld en de aanwezigheid van een ruwe berk (Betula pendula), die als waardevol staat geregistreerd. Direct ten zuiden van het scouting gebouw is het bijgebouw "De ontmoeting" gesitueerd. Dit gebouw is omkaderd door een haag van laurierkersen. In de haag staan twee sierkersen (Prunus avium), direct ten westen van het bij gebouw "De ontmoeting". In totaal zijn er in de BEA 28 bomen geïnventariseerd, hiervan verkeren 24 bomen in een goede conditie of redelijke conditie. Deze 24 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Van de 28 bomen hebben 3 bomen een verminderde toekomstverwachting van 10-15 jaar. 1 boom heeft een toekomstverwachting van 5-10 jaar. In Tabel 5 is de boombalans te vinden voor de bomen in de invloedssfeer van het project. Zonder het nemen van specifieke maatregelen zijn 11 bomen duurzaam te handhaven. 9 bomen kunnen niet duurzaam gehandhaafd worden door het nieuwe ruimtelijke beslag. Door middel van verplanting kunnen 8 bomen potentieel behouden blijven, voor een sluitend verplantbaarheidsadvies is een volledig verplantbaarheidsonderzoek benodigd.

Tabel 5: bomenbalans met te handhaven bomen in de directe invloedssfeer van het project. Aangezien de BEA dateert van november 2020, is voor enkele waardevolle bomen binnen het plangebied een nieuwe BEA uitgevoerd. Deze BEA is opgenomen als Bijlage 5 bij deze toelichting. Daarin worden 6 bomen binnen het plangebied onderzocht: 5 Amerikaanse Eiken in de tuin van de kerk; 1 Berk op het naastgelegen perceel van de scouting.

48/86

Figuur 3.8: Tekening behorende bij BEA Clemensstaete te Waalwijk (Bron: Arbor Consultancy). Ten aanzien van de berk oordeeld deze BEA dat de gezondheid van de berk enigszins verbeterd lijkt ten opzichte van de BEA uit 2020. De berk heeft een redelijke toekomstverwachting, wat inhoudt dat uitval van de boom binnen 10 jaar niet verwacht wordt. Deze berk komt in de nieuwe situatie echter dicht op de bebouwing (op circa 2 meter uit het hart van de stam). Hierbij zal de gevel binnen de kroonprojectie komen. Hierdoor zal er bij de werkzaamheden een aanzienlijk deel van de kroon verloren gaan (circa 40% i.v.m. werkruimte) en vinden de werkzaamheden plaats binnen de stabiliteitskluit van de boom. De boom zal deze schade niet kunnen overleven. Deze boom zal dan ook worden geveld. Anterieur is afgesproken dat de gemeente de kap van deze boom zal verzorgen. Een van de Amerikaanse eiken in de tuin van de kerk, boom nummer 5 in deze BEA, komt in de nieuwe situatie dicht (circa 8 meter) op de bebouwing. De boom vertoont scheefgroei richting het nieuwe gebouw. Hierdoor zal er bij de werkzaamheden zowel onder- als bovengronds (ernstige) schade ontstaan. Deze boom zal dan ook gekapt worden. Aangezien boomnummers 3 en 5 met de stamvoeten deels in elkaar zijn vergroeid, wordt de stobbe van boomnummer 5 op maaiveldhoogte behouden.

In bijlage C van de Memo parkeren Clemensstaete is, als uitwerking ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, inzichtelijk gemaakt welke bomen binnen het plangebied verplaatst zullen worden, welke gekapt moeten worden en waar bomen zullen worden aangeplant. 8 (niet beschermde) bomen zullen verplaatst worden, 14 (niet beschermde) bomen zullen gekapt worden en 5 (niet beschermde) bomen zullen óf worden verplaatst, óf worden gekapt. Er zullen in totaal 25 bomen worden aangeplant.

49/86

Figuur 3.8: Groenplan Clemensstaete (bron: GEO-infra bv, zie bijlage C van de memo voor een afbeelding, inclusief legenda, met een hogere resolutie)

50/86

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Voor de ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, water, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving (bijvoorbeeld archeologie en cultuurhistorie, ecologie). Hierna wordt ingegaan op de milieuaspecten. Voor enkele aspecten is onderzoek uitgevoerd. Opgemerkt dient te worden dat een aantal onderliggende onderzoeken is opgesteld op het moment dat er nog sprake was van een ander schetsontwerp. Dit heeft echter geen consequenties voor de resultaten van die betreffende onderzoeken.

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1 Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten. 4.1.2 Onderzoek en conclusies De onderhavige ontwikkeling is qua aard en omvang zodanig dat de drempelwaarden In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet worden overschreden. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Een belangrijke categorie die onder deze regeling valt zijn de stedelijke ontwikkelingsprojecten. Dit project valt daar ook onder.

In dat kader is een vormvrije mer-beoordelingsnotitie opgesteld. De vormvrije mer-beoordelingsnotitie is opgesteld en is als separate bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit de informatie in de notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Door rekening te houden met de mitigerende maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

51/86

4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1 Beleid en normstelling Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Het Bouwstoffenbesluit en het Besluit Bodemkwaliteit stellen verder regels hoe om te gaan met vrijkomende grond- en materiaalstromen en hoe deze toe te passen. Op 28 augustus 2012 door het college van burgemeester en wethouders de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Op basis van die bodemkwaliteitskaart zijn de verschillende delen van Waalwijk in zones ingedeeld en is de bodem geclassifficeerd.

4.2.2

Onderzoek

Het plangebied valt conform de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart binnen zone 3 waar voornamelijke bebouwing van voor 1945 aanwezig is. De bodem heeft hier de kwaliteitsklasse "Wonen". Op basis van de kwaliteitskaart is de bodem hier derhalve geschikt voor de functie wonen. Bij het voorgenomen gebruik in het plangebied is ter plaatse van de Sint-Clemenskerk ook niet direct sprake van een transformatie naar een bodemgevoeliger gebruik. De bestemming is reeds 'Gemengd' en het bestaande gebruik als kerk is al (deels) gevoelig voor bodemverontreinigingen. Het toekomstige gebruik is niet of nauwelijks extra gevoelig. Bovendien is wonen binnen deze bestemming al toegestaan. De bestemming zal hier ook 'Gemengd' blijven. Hierdoor is onderzoek naar de bodemkwaliteit ter plaatse van de kerk niet noodzakelijk in het kader van de te doorlopen planologische procedure. Ten oosten en zuiden van de Sint-Clemenskerk wordt ook nieuwbouw gerealiseerd op locaties waar momenteel geen bebouwing aanwezig is. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn hier geen woongebouwen toegestaan. In het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal ter plaatse een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Dat onderzoek moet bevestigen dat de gronden, conform de bodemkwaliteitskaart van Waalwijk, inderdaad geschikt zijn voor wonen. In dat kader dient een Verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

De resultaten van het onderzoek moeten bekend zijn ten tijden van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen. 4.2.3 Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

52/86

4.3

Water

4.3.1 Toetsingskader Waterbeheer en watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plan en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.

Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NWP) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) Verordening water Verordening ruimte Noord-Brabant Waterschapsbeleid Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwantiteits en kwaliteitsbeheer) in het plangebied. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021. Het plan beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van het water- en zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Nieuwe accenten in het Waterbeheerplan zijn: de versterking van de primaire en regionale keringen, inzet op waterbewustwording van watergebruikers, helder zijn over de beperkingen en mogelijkheden die er vanuit het watersysteem zijn voor de gebruiksfuncties, een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie en dynamisch waterbeheer. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe

53/86

wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. Beleid hierover is vastgelegd in de 'Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Op waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur waterschap Brabantse Delta 2015 van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden zonder vergunning van het dagelijks bestuur te lozen op het oppervlaktewater bij een uitbreiding van het verhard oppervlak groter of gelijk aan 500 m². Indien door de ontwikkeling het verhard oppervlak met meer dan 500 m² toeneemt, eist het waterschap compensatie voor de uitbreiding van verharding. Bij het dimensioneren van retentie-/infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met neerslaghoeveelheden met een herhalingstijd van 1 tot 100 jaar. Aangezien de retentiebehoefte het grootst is bij T = 100 is deze waarde maatgevend. Het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC wordt ten zeerste afgeraden in verband met de negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit.

Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Integraal Waterplan Waalwijk Het Integraal Waterplan Waalwijk (hierna: IWW) 2021-2024 is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 en omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van dit beleidsplan. Klimaatadaptatie is daarbij een actueel thema. Daarnaast blijft een deugdelijke afvoer van vuilwater cruciaal voor een gezonde samenleving. Samen met een sterke structuur van oppervlaktewater zijn dit dragers van de leefkwaliteit in de gemeente Waalwijk. De opgave die gepaard gaat met klimaatadaptatie kan de gemeente niet uitvoeren zonder hulp van bewoners en bedrijven. Conform de wetgeving stelt dit IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m²) berging te maken over de extra verharding.

4.3.2 Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een kerk en pastorie. Een gedeelte van het plangebied is onverhard. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten zuiden van het plangebied bestaat de grond uit enkeerdgronden; fijn zand. Binnen het plangebied zijn twee peilbuizen geplaatst waar de hoogte van het grondwater wordt gemonitord. Op basis van de gegevens over het gehele jaar 2021 wordt geconcludeerd dat het grondwater altijd dieper dan 60

54/86

centimeter ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (hierna: N.A.P.) ligt en gemiddeld op circa 85 centimeter ten opzichte van N.A.P. (zie ook figuur 4.1).

Figuur 4.1: Hoogte grondwaterstand 2021 (bron: Inpijn Blokpoel ingenieurs) Waterkwantiteit Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied ligt ook niet binnen de kern- en/of beschermingszone van een waterkering. In 4.2 is een uitsnede te zien van het plangebied in relatie tot de informatie beschikbaar via de Watertoets Viewer van het waterschap Brabantse Delta.

Figuur 4.2: Watertoets Viewer Waterschap Brabantse Delta met globale ligging plangebied in rood

55/86

Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Afvalwaterketen en riolering Het bestaande gebouw is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel.

4.3.3 Toekomstige situatie Het plan is om de huidige kerk en pastorie te herontwikkelen en daarnaast in totaal 66 nieuwe woon(zorg)appartementen te realiseren. De kerk zal alleen intern verbouwd worden ten behoeve van de realisatie van in totaal 17 appartementen. De pastorie zal worden gesloopt en op dezelfde plek worden herbouwd ten behoeve van de realisatie van 6 appartementen. Waterkwantiteit In de toekomstige situatie zullen alleen de nieuwe woon(zorg)appartementen voor extra verharding zorgen. Uitgangspunt is dat de hemelwaterafvoer van de kerk en de pastorie gehandhaafd blijft. Op dit moment is de locatie van de beoogde nieuwbouw onverhard. Het waterschap Brabantse Delta stelt sinds begin 2021 als eis dat de toename in verharding gecompenseerd dient te worden mits deze toename meer dan 500 m2 bedraagt. Het nieuwe dakoppervlak bedraagt circa 1.500 m² en overschrijdt daarmee de grens. Op basis van het beleid van het waterschap moet er dan ook gecompenseerd worden. Conform het recent vastgestelde "Integraal Waterplan Waalwijk" dient er 60mm hemelwater op het eigen terrein verwerkt/geborgen te worden. In het kader van het planvoornemen worden aan de oostzijde van het plangebied infiltratiekratten gerealiseerd met een overstort naar het sierwater aan de zuidzijde van het plangebied. Voor het planvoornemen is minimaal 90 m³ (1.500 x 0,06) nodig.

Aan de oostzijde van het plangebied (ten oosten van de nieuwbouw) is een gebied van circa 270 m² beschikbaar voor de realisatie van infiltratiekratten. In verband met de hoogste grondwaterstand van 60 centimeter ten opzichte van N.A.P., is het mogelijk om infiltratiekratten met een hoogte van 60 centimeter te realiseren. Daarmee kan een capaciteit van 162 m³ worden gerealiseerd en kan voldaan worden aan de berging van minimaal 60 mm hemelwater op eigen terrein. Aangezien er voldoende extra berging kan worden gerealiseerd, wordt mogelijk ook (een deel van) de bestaande bebouwing afgekoppeld en op de infiltratiekratten aangesloten. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie 3.2.6 onder b). Daarmee wordt zeker gesteld dat er een waterbergingsvoorziening wordt gerealiseerd waarbij de capaciteit minimaal 60 mm per m² extra verharding moet zijn. Daarmee wordt geborgd dat voldaan wordt aan het Integraal Waterplan Waalwijk. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen

56/86

De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Het afvalwater van de voorgenomen nieuwbouw wordt, evenals het afvalwater van de bestaande bebouwing, aangesloten op het bestaand gemengd rioolstelsel. 4.3.4 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Het waterschap heeft bovendien op 6 juli 2020 een positief wateradvies zonder voorbehoud gegeven. Watercompensatie is noodzakelijk vanuit waterschaps- en gemeentelijk beleid. In dat kader wordt onderzocht of de realisatie van een wadi, groene daken of een andere vorm van vertraagde afvoer van hemelwater mogelijk is. In dit bestemmingsplan is in dat kader voorzien in een voorwaardelijke verplichting.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

4.4.1 Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

57/86

4.4.2 Onderzoek In de beoogde situatie worden appartementen mogelijk gemaakt. Hiermee wordt een milieugevoelige functie en milieuhinderlijke functies opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. In het gebied zijn voornamelijk woningen en bedrijvigheid gevestigd, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'gemengd gebied'. Milieugevoelige functies (woningen) In tabel 6 is een inventarisering van omliggende bedrijven te vinden met daarbij de hoofdactiviteit, richtafstand en de afstand tot het plangebied. Uit de tabel blijkt dat aan de richtafstanden tot de nieuwe woningen wordt voldaan, met uitzondering van de aan te houden afstand tot de scouting. Ten opzichte van de overige bedrijven is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Zij kunnen blijven voldoen aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Tabel 6 Overzicht bedrijven in de omgeving van het plangebied

Bedrijf 1st Nails

Adres Loeffstraat 42, 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 66, 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 62, 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 42, 5142 ES Waalwijk

Hoofdactiviteit Schoonheidsverzorging, pedicures en manicures Bouwtimmeren

Richtafstand in Afstand tot gemengd gebied in plangebied in meters meters 0 56 30

89

0

38

Overige gespecialiseerde 10 werkzaamheden in de bouw Brokken Dienstverlening (rest) Loeffstraat 60, Kinderopvang en 10 BSO Lunt 5142 ES Waalwijk peuterspeelzaalwerk Past van der Schrijven en overige 10 Zijlestraat 79, scheppende kunst Icametoslay 5142 NB Waalwijk Loeffstraat 68, Algemene burgerlijke en 30 Groenmens 5142 ES Waalwijk utiliteitsbouw Loeffstraat 54c, Haarverzorging 0 Haarmode Luc 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 109, Holdings (geen financiële) 0 H.F.T. Holding B.V. 5142 EP Waalwijk Loeffstraat 44, Overige reiniging 30 Klem ongediertebestrijding 5142 ES Waalwijk Kuijsten Timmerwerken Loeffstraat 79, Bouwtimmeren 30 V.O.F. 5142 EP Waalwijk

36

Assink Totaalbouw Borrelcafé De Tijd B.V.

58/86

Cafés

19 19

76 6 70 35 41

Loeffstraat 42, Haarverzorging 0 Maria's Haarstudio 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 62, Financiële holdings 0 Mele Beheer B.V. 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 54, Loodgieters- en fitterswerk; 10 Movere Ontstoppingen 5142 ES Waalwijk installatie van sanitair Loeffstraat 54, Beleggingsinstellingen met 0 Movere Beheer Limited 5142 ES Waalwijk beperkte toetreding Loeffstraat 107, Schoonheidsverzorging, 0 Rood raakt je 5142 EP Waalwijk pedicures en manicures Loeffstraat 62, Financiële holdings 0 Sativi Onroerend Goed B.V. 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 60, Scouting 10 Scouting AZG 5142 ES Waalwijk Loeffstraat 111, Studiebegeleiding, vorming 10 TheBeatStation 5142 EP Waalwijk en onderwijs (rest) Tweewielservice Jan Kivits Loeffstraat 81, Beleggingsinstellingen met 0 B.V. 5142 EP Waalwijk beperkte toetreding Loeffstraat 109, Groothandel in 10 European Fashion Team 5142 EP Waalwijk bovenkleding Loeffstraat 56, Holdings (geen financiële) 0 Van Midde Holding B.V. 5142 ES Waalwijk Past van der Organisatie-adviesbureaus 0 Zijlestraat 79, Radical-innovations C.V.

5142 NB Waalwijk Loeffstraat 46, Hotels (geen 0 5142 ES Waalwijk hotel-restaurants), pensions B&B de Loeff en conferentie-oorden Loeffstraat 107, Overig maatschappelijk 10 5142 EP Waalwijk advies, Stichting gemeenschapshuizen en Verenigingsgebouw De samenwerkingsorganen op Ouwe Toren het gebied van welzijn Vereniging van Eigenaars Loeffstraat 58a, Overige 0 Appartementengebouw 5142 ES Waalwijk belangenbehartiging (rest) Loeffstraat 58 en 58a te Waalwijk Torenstraat 1, Denksport 0 Bridgeclub Waalwijk 5142 ET Waalwijk

56 38 25 25 74 38 1,5 80 41 69 23 19

27

76

25

125

Aan de richtafstand van 10 meter, vanaf de inrichtingsgrens van de scouting/kinderdagverblijf aan de Loeffstraat 60 tot de gevels van de nieuwbouw, wordt niet voldaan. Derhalve is een akoestisch onderzoek omgevingslawaai

59/86

uitgevoerd om enerzijds aan te tonen dat ter plaatse van de nieuwe geluidgevoelige objecten een goed woonen leefklimaat is gewaarborgd en anderzijds dat zowel de scoutingvereniging als het kinderdagverblijf niet belemmerd worden in hun functioneren. Het akoestisch onderzoek omgevingslawaai is opgenomen in Bijlage 7 bij deze toelichting. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat er na het toepassen van enkele ‘dove’ gevels (maatregel) wordt voldaan aan de geluideis van 50 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave. Het ‘doof’ uitvoeren van de in het rapport genoemde gevels is juridisch-planologisch in dit bestemmingsplan geborgd (zie 3.2.6 van de regels). Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) kan worden gesteld dat er na toepassing van voornoemde maatregel tevens wordt voldaan aan de geluideis van 70 dB(A) etmaalwaarde, eveneens behorende bij stap 2 van het stappenplan. Met inachtneming van het vorenstaande kan worden gesteld dat ter plaatse van de nieuwe appartementen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is (na toepassing van voornoemde maatregel). Voor wat betreft het aspect omgevingslawaai zijn er derhalve geen bezwaren de beoogde juridisch-planologische procedure door te voeren.

4.4.3 Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven in hun functioneren belemmerd en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met inachtneming van het vorenstaande kan worden gesteld dat ter plaatse van de nieuwe appartementen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is (na toepassing van voornoemde maatregel).

4.5

Geluid

4.5.1 Beleid en normstelling De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Binnen de geluidszone van een gezoneerde (spoor)weg dient de geluidsbelasting aan de gevel van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) is de breedte van een geluidszone afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buitenstedelijk) of het type spoor. 4.5.2 Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied worden woningen gerealiseerd. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn de nieuwe woningen geluidsgevoelige functie(s) en dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van een (spoor)weg (met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden). De beoogde nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd binnen de onderzoekszones van de A59. Langs deze weg zijn in het geluidregister geluidproductieplafonds opgenomen.

60/86

Figuur 4.2: uitsnede kaart geluidregister met geluidproductieplafonds ter plaatse van het plangebied

Op basis hiervan is de inschatting dat de geluidbelasting op de planlocatie hoger is dan de richtwaarde en mogelijk ook hoger dan de maximale grenswaarde (hogere waarde). In dat kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 8 bij deze toelichting. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Rijksweg A59. Het plan is tevens gelegen aan de 30 km/uur wegen Loeffstraat en Pastoor van der Zijlestraat. Conform opgave van de gemeente Waalwijk is de Pastoor van Zijlestraat akoestisch niet relevant. Resultaten: Voor de Rijksweg A59 geldt dat de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde op een groot aantal toetspunten overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden ter plaatse van een gedeelte van de 2e en ter plaatse van de 3e verdieping van de noordgevel van de kerk en ter plaatse van de 3e verdieping van een gedeelte van de westgevel van de Clemenskerk. Een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde wordt in principe niet toegestaan door de Wgh. Om toch woningbouw te kunnen realiseren is het mogelijk de geveldelen ter plaatse van deze toetspunten als zogenoemde "Dove Gevel" uit te voeren.

Dat betekent dat er geen te openen delen (ramen en deuren) in de betreffende gevels zijn toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Het is echter ook verplicht dat woningen kunnen worden gelucht, dat noemt men spuiventilatie. Aangezien draaiende delen voor de vereiste spuiventilatie noodzakelijk zijn, moet daar in de indeling/plattegronden van nieuw in te richten bebouwing rekening mee gehouden te worden. Bij de uitwerking van het bouwplan moet hier dus rekening mee worden gehouden. Voor enkele gevels geldt dat

61/86

deze gedeeltelijk "doof" moeten worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld alleen de eerste en tweede verdieping. In bijlage 5 van het akoestisch onderzoek is per verdieping aangegeven welke gevels geluisluw zijn of waar een dove gevel gerealiseerd moet worden. Voor andere toetspunten geldt ook dat de geluidsbelasting te hoog is maar daarvoor wordt een zogenoemde beschikking hogere waarde aangevraagd als het niet mogelijk is om geluidbeperkende maatregelen te treffen. Dat kunnen maatregelen zijn aan de bron (dus aan het wegverkeer) of aan de overdacht (het contact met de weg of geluidwering). Soms is het niet mogelijk om geluidbeperkende maatregelen te treffen omdat de ruimte dat niet toelaat, omdat dit te kostbaar is of omdat het stedenbouwkundig en/of ruimtelijk niet gewenst is. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm bijvoorbeeld (overdrachtsmaatregelen), gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde, is in dit geval niet wenselijk omdat dit te duur is en het niet past binnen de stedenbouwkundige structuur ter plaatse. Het is ook niet mogelijk om de afstand tussen de geluidsbron (de A59) en de ontvanger (nieuwe appartementen) te vergroten aangezien het hier gaat om bestaande bebouwing en een bestaande locatie alsmede een bestaande Rijksweg.

Het verleggen van de A59 staat financieel gezien niet in verhouding tot de realisatie van maximaal 83 nieuwe woningen. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat deze maatregel niet realistisch is, gezien de Rijksweg A59 al voorzien is van een geluidreducerend wegdek. In het akoestisch onderzoek is ook rekening gehouden met het document "Hogere waarde beleid Wet geluidhinder" d.d. 6 april 2010 van de gemeente Waalwijk. Conform dit beleidsstuk kan pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wgh en aan minimaal een van de in het beleidsstuk genoemde subcriteria. Aangezien er enerzijds appartementen worden gerealiseerd binnen de bestaande kerk en de nieuwe pastorie en anderzijds nieuwe woon(zorg)eenheden in een nieuw gebouw ter plaatse van een open plek tussen aanwezige bebouwing, wordt voor alle appartementen voldaan aan een van de gestelde subcriteria uit het gemeentelijk geluidbeleid. Een andere eis is dat elk appartement voorzien moet zijn van ten minste één geluidluwe gevel. Daarnaast dienen de appartementen te worden voorzien van ten minste een geluidluwe gevel. Ter plaatse van een geluidluwe gevel is de geluidbelasting niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48dB.

Met andere woorden: er is ten minste een verblijfsruimte waar een raam open gezet kan worden zonder dat het geluid van verkeer (of industrie) overheersend binnendringt. Bij vervangende nieuwbouw mag de geluidbelasting ter plaatse van een geluidsluwe gevel 5 dB boven de voorkeurswaarde zijn, dus maximaal 53 dB. Hierna wordt aangegeven waar en/of hoe voldaan kan worden aan de eis om te voorzien in ten minste één geluidsluwe gevel. Hierbij wordt nogmaals verwezen naar de plattegronden die zijn opgenomen in bijlage 5 van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Ter plaatse van de appartementen in het kerkgebouw en pastorie: Voor de appartementen op de begane grond (nivo 0) geldt dat deze allemaal al beschikken over een geluidluwe gevel;

62/86

Voor de appartementen 1.4 t/m 1.8 in de kerk en P3 en P4 in de nieuwe pastorie (zie akoestisch onderzoek), gelegen op de 1e verdieping (nivo 1), geldt ook dat deze beschikken over een geluidluwe gevel. Voor de appartementen 1.1 t/m 1.3 in de kerk, gelegen aan de westgevel, geldt dat deze zijn voorzien van een balkon. Op basis van beleid geldt dat de aan het balkon gelegen gevel ook geluidluw is. De balkons van de appartementen ter plaatse van de nieuwe pastorie, P3 en P4 ,zijn gelegen aan de geluidluwe zuidgevel. Voor appartement 2.1, gelegen op de 2e en 3e verdieping (nivo 2 en 3) in de kerktoren, geldt dat deze niet zondermeer beschikt over een geluidluwe gevel. Dit appartement dient op beide verdiepingen voorzien te worden van een dove noord- en westgevel. Het is echter toegestaan om deze gevels gedeeltelijk doof uitgevoerd worden. Er dient dan ter plaatse van beide verdiepingen in de oostgevel een te openen raam worden toegepast om te kunnen voorzien in de benodigde spuiventilatie van de verblijfsruimte. Om ter plaatse van dit appartement ten minste een geluidluwe gevel te creëren dient ten minste een van deze ramen afgeschermd te worden met behulp van Metaglas SilentAir (een voorzetraam); Voor appartementen op de 2e verdieping van de pastorie, P5 en P6, geldt dat deze beschikken over een geluidluwe zuidgevel.

Ter plaatse van de appartementen in de nieuwbouw: Ter plaatse van de nieuwbouw is voor een groot deel sprake van zorgwoningen met intramurale zorg. Aangezien daarbij sprake is van niet-zelfstandige woonunits in een verzorgingscentrum, gelden er voor deze appartementen geen aanvullende eisen met betrekking tot een geluidluwe gevel. Er wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat wel geadviseerd om ter plaatse van de 2e en 3e verdieping een gezamenlijke verblijfsruimte te realiseren aan de geluidluwe zuidgevel of aan het geluidluwe gedeelte van de westgevel. Met betrekking tot de reguiere woningen in de nieuwbouw dienen de appartementen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden voorzien te worden van een geluidluwe gevel. Bij het ontwerp c.q. invulling van de plattegronden dient hiermee rekening te worden gehouden. Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor het bouwen dient aangetoond te worden dat het ontwerp voldoet aan de eisen. Het geluidbeleid van de gemeente Waalwijk stelt dat indien de woningen beschikken over een buitenruimte, dat deze bij voorkeur is gelegen aan de geluidluwe zijde van de bebouwing. Hierbij mag het geluidniveau niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij een geluidluwe gevel. Om een buitenruimte te laten voldoen aan voornoemde eis kan gebruik worden gemaakt van een gemeenschappelijke buitenruimte.

Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de appartementen, voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend, een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. In dit bestemmingsplan is de realisatie van dove gevels (of andere maatregelen) ter plaatse van de betreffende gevels vastgelegd door middel van een voorwaardelijke verplichting. Bij toetsing van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal worden beoordeeld of het woon- en leefklimaat kan worden geborgd doordat aanvullend akoestisch onderzoek is uitgevoerd, dove gevels zijn toegepast, andere maatregelen zijn getroffen en/of een hogere waarde procedure is doorlopen. Zie ook artikel 3.2.6 van de regels. Door middel van het akoestisch onderzoek dat hierboven is samengevat blijkt dat het technisch mogelijk is om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Daarmee is dit bestemmingsplan akoestisch gezien haalbaar en uitvoerbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12014838/1