Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
WAALWIJK, SINT-CLEMENSKERK Waalwijk 01-11-2022
1/2
2/2
DATUM KENMERK
01-11-2022 NL.IMRO.0867.BPClemenskerk-VG02
PROJECT PROJECTLEIDER
Waalwijk, Sint-Clemenskerk R. Verkooijen
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Waalwijk 20200264
AUTEUR STATUS
R. Verkooijen Vast te stellen
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Projectbeschrijving
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Voorgenomen initiatief
12
2.3
Verkeer en parkeren
21
2.4
Bezonning
25
Hoofdstuk 3
Beleidskader
28
3.1
Rijksbeleid
28
3.2
Provinciaal beleid
33
3.3
Gemeentelijk beleid
37
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
51
4.1
Milieueffectrapportage
51
4.2
Bodemkwaliteit
52
4.3
Water
53
4.4
Bedrijven en milieuzonering
57
4.5
Geluid
60
4.6
Luchtkwaliteit
64
4.7
Cultuurhistorie
66
4.8
Archeologie
67
4.9
Ecologie
72
4.10
Kabels en leidingen
77
4.11
Externe veiligheid
78
Juridische toelichting
82
5.1
Algemeen
82
5.2
Toelichting op de bestemmingen
82
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 5
3/86
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
84
6.1
Economische uitvoerbaarheid
84
Procedure
85
7.1
Omgevingsdialoog
85
7.2
Inspraak en vooroverleg
85
7.3
Ontwerpbestemmingsplan
86
7.4
Vaststelling
86
Hoofdstuk 7
4/86
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om de Sint-Clemenskerk en de bijbehorende percelen aan de Loeffstraat te Waalwijk te transformeren naar een gebied met een voornamelijke woon- en woonzorgfunctie. De Sint-Clemenskerk is een Rijksmonument en zal in gebruik worden genomen ten behoeve van wonen. In de kerk worden 17 middeldure koopappartementen gerealiseerd. De pastorie zal worden gesloopt en herbouwd om ter plaatse 6 middeldure koopappartementen te realiseren. Het planvoornemen voorziet verder in de realisatie van nieuwbouw. Binnen die nieuwbouw is ruimte voor 14 koopappartementen en 46 zorgwoningen. In totaal worden met de ontwikkeling 83 woon(zorg)appartementen gerealiseerd. De beoogde transformatie past niet binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling toch juridisch-planologisch mogelijk te maken, is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In een eerdere fase is al een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Dat bestemmingsplan ging echter uit van een ander programma binnen de kerk en de nieuwbouw. In deze toelichting wordt nader onderbouwd waarom het programma is gewijzigd en een nieuw ontwerpbestemmingsplan in procedure wordt gebracht.
6/86
Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied en omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.2
Plangebied
Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als Gemeente Waalwijk: Sectie F, perceelsnummers 281, 1769, 1770, 3224, 3325 en 3326; Sectie G perceelsnummer 424 (gedeeltelijk). Het plangebied is circa 6.400 m² groot. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2 en bestaat globaal uit de Loeffstraat aan de noordzijde en de Pastoor van der Zijlestraat aan de westzijde. De begrenzing bestaat aan de oostzijde uit het perceel behorende bij Boerderij de Lunt aan de Loeffstraat 60. De zuidwestzijde van het plangebied wordt begrensd door het perceel behorende bij de woning aan de Pastoor van der Zijlestraat 81. Aan de zuidoostzijde bestaat de begrenzing uit de groenstrook en de waterloop langs het Clemenspad.
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied bestaande situatie
7/86
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het plangebied is momenteel juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan 'Gemengd gebied', vastgesteld op 7 juni 2018. Op basis van dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Gemengd' en als 'Verkeer - Verblijf'. Ter plaatse van de Sint-Clemenskerk geldt de bestemming 'Gemengd'. Hier zijn (bedrijfs)woningen toegestaan alsmede beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten bij een (bedrijfs)woning. Daarnaast is ter plaatse van de kerk de aanduiding 'maatschappelijk' opgenomen. Daarmee worden publieksgerichte maatschappelijke voorzieningen (zoals een kerk) specifiek mogelijk gemaakt. Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan: "sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, sportieve recreatie, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening en voorzieningen ten behoeve van onderwijs." Maar ook zijn ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' publieksgerichte voorzieningen zoals een kapperszaak of een makelaarskantoor toegestaan. Ook bedrijven (tot maximaal milieucategorie B) en niet-publieksgerichte voorzieningen (zoals een financieel administratiekantoor of een internetkantoor) zijn op basis van die aanduiding toegestaan. Tevens is binnen de bestemming 'Gemengd' de aanduiding 'vrijstaand' opgenomen waarmee uitsluitend vrijstaande hoofdmassa's mogelijk zijn gemaakt.
Binnen het plangebied gelden 3 archeologische dubbelbestemmingen: Voor het meest noordelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Voor het meest zuidelijke deel geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Voor het middelste gedeelte geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Tot slot is binnen het plangebied de gebiedsaanduiding 'overige zone - kernlint' van toepassing. Hier gelden specifieke voorwaarden voor de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van vrijstaande hoofmassa's en het oppervlak van vrijstaande hoofdmassa's.
8/86
Figuur 1.3: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 schetst het relevante beleidskader voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten behandeld, waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan. In hoofdstuk 6 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 inspraak en overleg uiteengezet.
9/86
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
Dit hoofdstuk beschrijft de huidige en gewenste situatie in het plangebied. De gewenste situatie is het uitgangspunt voor het vast te stellen bestemmingsplan.
2.1
Huidige situatie
2.1.1 Stedenbouwkundige context In Bijlage 1 bij deze toelichting is een uitgebreid en bouwhistorisch onderzoek inclusief een cultuurhistorische analyse van het Rijksmonument Sint-Clemenskerk en haar omgeving opgenomen (Arcadis, 2019). In deze paragraaf is de stedenbouwkundige context van de kerk op basis van dat onderzoek weergegeven. Het Hollandse Baardwijk was tot 1922 een zelfstandige gemeente. In 1870 waren van de 1479 inwoners slechts 92 protestanten, het overige deel was katholiek. Bewoning concentreerde zich eind 19e eeuw enkel langs de hoofdweg die van oorsprong een achterkade was, het Hoogeind in het oosten tot het Laageind in het westen. Dit is de huidige Loeffstraat en nog altijd de hoofdstraat van het voormalige Baardwijk. De kerken langs de lintbebouwing van Baardwijk en Waalwijk geven een samenhangend beeld. Op nagenoeg een rechte lijn staan de middeleeuwse kerktoren aan de Winterdijk, de hervormde kerk van Baardwijk (Loeffstraat 50), St. Jan de Doper en Kerk aan de Haven in Waalwijk en de hervormde kerk en (herbestemde) Maria Onbevlekt Ontvangen in Besoyen. De Sint-Clemenskerk staat aan de Loeffstraat (voormalige Hoogeinde), tussen de Hoefsteeg in het oosten en de Baardwijkse straat (voormalige Akkersteeg) in het westen in. De kerk staat op een slag, een langwerpig perceel haaks op de Loeffstraat uit de periode van de ontginning.
De kerk is zodanig ontworpen dat deze past binnen het langgerekte perceel dat ten opzichte van de Loeffstraat iets naar achteren is gelegen. Aan de achter- en zijkanten van de kerk lagen tuinen en boomgaarden en ten zuiden daarvan lagen de weilanden van de Binnenpolder van Baardwijk. Het was vooral het groene karakter dat overheerste. De kerktoren en toentertijd ook het schip van de kerk waren van verre vanuit de polder zichtbaar. In de huidige situatie is het schip en het groene karakter rondom de kerk alleen nog op lokale schaal zichtbaar en herkenbaar. De kerktoren is daarentegen nog steeds een baken in het landschap en te zien vanaf de hoofdstraat van Baardwijk, de voormalige Buitenpolder van Baardwijk ten noorden van de A59 en de Baardwijkse Overlaat ten oosten van het Zuiderafwateringskanaal. Aan de oostzijde van de kerk loopt een pad afgescheiden met hoge heggen richting het in 1886 aangelegde kerkhof van de Clemensparochie. Dit kerkhof ligt 100 meter ten zuiden van de tuin van de kerk. Sint-Clemenskerk Het plangebied staat vrijwel geheel in het teken van de Sint-Clemenskerk en de daarbij behorende voorzieningen. De Sint-Clemenskerk is gebouwd in 1896-1897. Het is een driebeukige neogotische kruisbasiliek met toren met achtkantige bovenbouw. Het interieur is voornamelijk gepleisterd, was van oorsprong veelkleurig en staat vol van symboliek.
De oorspronkelijke lintbebouwing van het dorp Baardwijk is van grote invloed
10/86
geweest op de totstandkoming van vorm, afmeting en ligging van de kerk. In eerste instantie was de kerk volledig van de straat afgescheiden: ten opzichte van de weg is de kerk naar achteren op het perceel geplaatst, omdat tot 1914 de woning van mevrouw De kort op hetzelfde perceel direct aan de Loeffstraat stond. De woning is na het overlijden van mevrouw De Kort in 1914 gesloopt. De waterstaatskerk, de oude kerk van de Clemensparochie waar de Sint-Clemenskerk direct naast is gebouwd, was al snel na de voltooiing van de nieuwe kerk gesloopt. Zo ontstond er een bescheiden en aan drie zijden omsloten kerkplein. In 1962 is het plein zoals het nu voor de kerk ligt aangelegd nadat in 1961 de oude pastorie en oude boerderij aan de Loeffstraat zijn gesloopt (archiefnr. 1170 145). De huidige pastorie is gebouwd op de plek zoals de oorspronkelijke schets heeft aangegeven. De pastorie is gebouwd in ruimtelijke samenhang met de kerk maar wel in andere bouwstijl die past bij de jaren 1960. In de loop der jaren is de kerk diverse keren aangepast. In de periode van 1984 tot en met 1986 is de kerktoren gerestaureerd en in de jaren '90 is de kerk zelf gerestaureerd. Sinds 2016 is de kerk echter gesloten. Wel is de kapelfunctie tot 2019 behouden gebleven.
Figuur 2.1: Foto Sint-Clemenskerk (bron: NBArchitecten)
11/86
2.1.2 Huidig gebruik De kerk is momenteel niet in gebruik en staat leeg. Ook de pastorie heeft de gebruiksfunctie verloren. De gebouwen zijn nog in goede staat. Op basis van het geldende bestemmingsplan (huidige planologische mogelijkheden) kunnen de gronden en opstallen weer als kerk en/of pastorie gebruikt worden. Het kerkplein aan de voorzijde wordt vooral gebruikt als parkeerterrein. Het parkeerterrein is in eigendom van de initiatiefnemer en maakt als zodanig ook onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Het huidige parkeerterrein omvat 14 parkeerplaatsen en is voorzien van ruime plantvakken en groenstroken. Ter plaatse wordt over het algemeen geparkeerd door bewoners van de omliggende woningen en bezoekers. Aan de achterzijde van de kerk is de pastorietuin gelegen. De tuin is direct achter de pastorie ingericht met een vijver, een terras en grind. Ook zijn er enkele waardevolle bomen in de pastorietuin aanwezig (zie ook paragraaf 3.3.6). Aan de achterzijde van de kerk bestaat de tuin voornamelijk uit gazon. Het geheel is door middel van een muur en een haag, groen omzoomd.
2.2
Voorgenomen initiatief
2.2.1 Inleiding Eerder planvoornemen Er heeft eerder een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Dat bestemmingsplan voorzag in een programma waarin naast (zorg)woningen ook praktijkruimten, een apotheek en een grand-café zouden worden gerealiseerd. Op basis van zienswijzen op dat bestemmingsplan maar ook op basis van gesprekken met gezondheidscentra en zorginstellingen is het programma echter aangepast. Er blijkt uiteindelijk niet voldoende marktruimte voor de realisatie van de praktijkruimten, de apotheek en het Grand-Café. Daarnaast is duidelijk geworden dat de koopappartementen beter in de bestaande kerk en pastorie kunnen worden gerealiseerd en de zorgappartementen in de nieuwbouw. Het plan is daarop aangepast. Hierna wordt nader ingegaan op het aangepaste programma. Begrip Peil Ten opzichte van het eerdere ontwerpbestemmingsplan is het begrip "peil" aangepast. Het in dit bestemmingsplan opgenomen begrip voor peil sluit namelijk aan op de standaardbegripsbepaling van de gemeente Waalwijk. Het eerder opgenomen begrip week teveel af van deze standaard. Het nu opgenomen begrip luidt als volgt: hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
De bovenkant van de putdeksel in de Loeffstraat wordt daarbij gezien als "afgewerkt terrein". In het eerdere ontwerpbestemmingsplan werd de dorpel van de entree van de kerk als "peil" aangehouden. Deze was gelegen op 3,5 meter ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (hierna: N.A.P.). De bovenkant van de putdeksel in de Loeffstraat is gelegen op 2,75 meter ten opzichte van N.A.P., een verschil van 75 centimeter dus. Dit verschil is
12/86
terug te zien in de in dit bestemmingsplan opgenomen goot- en bouwhoogten. Ter plaatse van de nieuwbouw (zie ook paragraaf 2.2.4) zijn goot- en bouwhoogten opgenomen van respectievelijk 8,25 en 12,25 meter. In het eerdere ontwerp waren deze hoogten 7,5 en 11,5 meter. Dit verschil heeft dus nadrukkelijk niets te maken met aanpassingen in de hoogte van het bouwplan maar uitsluitend met de aanpassing van het begrip "Peil". Actueel planvoornemen Het planvoornemen bestaat uit de transformatie van de bestaande Sint-Clemenskerk in combinatie met de realisatie van nieuwe appartementen op het achterterrein van de kerk. In totaal zijn binnen het plangebied maximaal 83 woon(zorg)eenheden voorzien. Het te ontwikkelen gebied wordt "ClemensStaete" genoemd. De ontwikkeling voorziet in het toekomstbestendig en duurzaam transformeren van de Sint-Clemenskerk, de vervangende nieuwbouw van de pastorie, het oprichten van nieuwbouw en de aanleg van de daarbij behorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen in combinatie met (openbare) groenvoorzieningen. Met deze herontwikkeling blijft het Rijksmonument behouden en beschermd.
Figuur 2.2: CONCEPT stedenbouwkundig ensemble (Bron: NBArchitecten) 2.2.2 Transformatie kerk De kerk zal uitsluitend inpandig worden verbouwd. Wel zijn er enkele erkers, balkons en bergingen buiten de kerk voorzien. Aan de oostelijke gevel van de toren zullen ramen worden geplaatst daar waar er nu geen zijn. Een gedeelte van het interieur van de kerk zal worden hergebruikt bij de transformatie. Bij de herinrichting van de kerk ligt de nadruk op de lengterichting van het gebouw. De aandacht wordt bij binnenkomst door de hoofdentree al naar het absis / koor getrokken. De centrale as/zichtlijn van de entree naar het absis / koor wordt, door de situering van de appartementen aan de zijkant, in stand gehouden. Ook de ruimtewerking van de kap is belangrijk. De ruimte van vloer tot kap blijft dan ook gedeeltelijk beleefbaar.
13/86
Figuur 2.3: CONCEPT Plattegronden kerk en pastorie (Bron: Rothuizen, 19 januari 2022) In de kerk worden in totaal 17 koopappartementen gerealiseerd. In het souterrain worden uitsluitend bergingen gerealiseerd. Op de begane grond worden 8 appartementen gemaakt. Ook op de 1e verdieping worden 8 appartementen gemaakt. Een laatste appartement in de kerk wordt gerealiseerd op de 1e, 2e en 3e verdieping in de toren. Dit wordt dus een appartement bestaande uit 3 verdiepingen. De oppervlakten van de appartementen variëren van circa 50 m² tot circa 100 m². 2.2.3
Vervangende nieuwbouw pastorie
De pastorie zal worden gesloopt en op dezelfde locatie worden herbouwd. Daarbij zullen de bestaande goot- en bouwhoogte worden gerespecteerd. Alleen de kapvorm zal wijzigen waardoor een efficiëntere indeling gemaakt kan worden en een volwaardige 2e verdieping kan worden gerealiseerd. De kapvorm van de nieuwe pastorie sluit daarbij aan op de kapvorm van de nieuwbouw (zie paragraaf 2.2.4). In totaal worden in de nieuwe pastorie 6 appartementen gerealiseerd. 2 op de begane grond, 2 op de 1e verdieping en 2 op de 2e verdieping. De oppervlakten van deze appartementen variëren van circa 50 m² tot circa 75 m². In het souterrain zullen bergingen voor de appartementen worden gerealiseerd. In figuur 2.4 is de plattegrond van de begane grond opgenomen. In figuur 2.5 is een concept-impressie opgenomen van het ontwerp van de nieuwe pastorie in combinatie met de kerk.
14/86
Figuur 2.4: CONCEPT indeling begane grond nieuwe pastorie
15/86
Figuur 2.5: CONCEPT impressie ontwerp pastorie en kerk 2.2.4 Nieuwbouw (zorg)woningen Bij de nieuwbouw op het terrein is het van belang de oorspronkelijke opzet op enigerlei wijze herkenbaar te houden. Het gaat dan met name om het kerkplein met de twee 'wanden', de besloten tuin aan de zuidzijde van de kerk. Nieuwbouw ter plaatse kan uitsluitend plaatsvinden met respect voor de cultuurhistorische waarde van het Rijksmonument Sint-Clemenskerk.
16/86
Figuur 2.6: Referentiebeeld beoogde sfeer nieuwbouw kloostercomplex (hier kunnen geen rechten aan ontleend worden) (© Predikherenklooster - Korteknie, Stuhlmacher Architecten)
Figuur 2.7: CONCEPT 3D Artist Impression (aanpassingen kerk niet gevisualiseerd) (NBArchitecten 9-12-2020)
17/86
Figuur 2.8: CONCEPT Beoogde nieuwe situatie (bron: GEO-Infra bv 19-10-2022, voor een hogere resolutie van deze situatietekening verwijzen wij naar Bijlage B van de Memo parkeren Clemensstaete) De nieuwbouw bestaat dan ook uit een in architectuur herkenbaar nieuw ensemble welke zich duidelijk onderscheidt van de Rijksmonumentale Sint-Clemenskerk. Hierdoor blijft het historische karakter van het oorspronkelijke ensemble van kerk en pastorie met binnentuin duidelijk leesbaar. De nieuwbouw oriënteert
18/86
zich op de binnentuin rondom de Sint-Clemenskerk. De bouwmassa creëert een omsloten openbare binnentuin welke het karakter heeft van een kloostertuin. De ontsluiting van de nieuwbouw bevindt zich tevens in deze binnentuin zodat er altijd reuring is in het binnengebied. De nieuwbouw krijgt de uitstraling van een kloostercomplex. De bouwmassa's en bouwhoogten sluiten aan bij de omliggende bebouwing. Aangezien er een groot hoogteverschil aanwezig is binnen het plangebied wordt het peil in dit bestemmingsplan vastgelegd op de hoogte van de entree van de kerk. Ten opzichte van die entree wordt de 1e bouwlaag verdiept gerealiseerd. Hierdoor ontstaat ruimte om in totaal 3 bouwlagen met een kap te realiseren en alsnog aansluiting te vinden bij de bouwhoogten in de directe omgeving. De maximale bouwhoogte ten opzichte van het peil (= bovenkant putdeksel Loeffstraat) bedraagt daarmee 12,25 meter. Met de nieuwbouw wordt dus gerefereerd aan een kloostercomplex. Dit komt onder meer tot uiting in de eenduidige goot- en bouwhoogte en repetitie van gevelindelingen. De voorzijde aan de Loeffstraat gezien, is onderdeel van het historische lint van Baardwijk. Hierdoor is een zorgvuldige inpassing benodigd van de nieuwbouw aan deze zijde. De nieuwbouw is in dezelfde lengterichting als het historische lint geplaatst.
De uitstraling en het relatief bescheiden en terugliggend front van de nieuwbouw aan de Loeffstraat is qua bouwmassa maar dus ook ten aanzien van de lengterichting en de uitstraling passend in dit historische lint. De bebouwing in dit historische lint is namelijk ook bescheiden van omvang (bouwmassa, goot- en bouwhoogten) en uitstraling en is, ten opzichte van de voorzijde van de kerk teruggelegen. De openbare binnentuin wordt ontsloten vanuit vier verschillende punten waardoor het een alzijdige tuin is, benaderbaar vanuit de openbare wegen rondom de Sint-Clemenskerk. Het oorspronkelijke Clemenspad is opgenomen in de binnentuin, blijft openbaar toegankelijk en loopt, zoals in de bestaande situatie, vanuit de Loeffstraat door richting de Hofstad. Wel bestaat de mogelijkheid om de poorten bij de entrees van de binnentuin, te sluiten indien nodig. Ondanks het feit dat er ruimtelijk gezien geen verschillen zijn, wordt bij de realisatie van de nieuwbouw onderscheid gemaakt in twee verschillende bouwdelen. Een bouwdeel direct ten zuiden van de kerk waar maximaal 14 koopappartementen worden gerealiseerd. Het andere bouwdeel bevindt zich aan de oostzijde van het plangebied. Hier worden maximaal 46 zorgwoningen gerealiseerd. Concreet wordt ter plaatse van de nieuwbouw het volgende concrete programma gerealiseerd: 14 reguliere koopappartementen; 46 zorgwoningen, waarvan: 1.
maximaal 8 zogenoemde partner appartementen; 2. 38 zorgstudio's.
19/86
Figuur 2.10: plattegrond 2e verdieping met onderscheid in koopappartementen (oranje) en zorgwoningen (blauw). (bron: NBArchitecten, augustus 2022). Met de 23 koopappartementen in de kerk en de nieuwe pastorie voorziet het totale programma in de realisatie van maximaal 83 (zorg)woningen. Met zorgwoningen worden al dan niet zelfstandige wooneenheden bedoeld voor mensen met een intensieve zorgvraag met, uitsluitend binnen de partner appartementen, hun partners. Daarbij dient de zorgwoning onderdeel uit te maken van een zorginstelling en hebben de bewoners de beschikking over een centrale keuken en een gemeenschappelijke eet- en woonkamer. Bewoners hebben een zorgcontract met de instelling die in de gebouwen gehuisvest wordt. Met intensieve zorg wordt zorg bedoeld voor mensen met een minimale
20/86
zorgindicatie van 4VV. Volgens de Wet langdurige zorg onder Verpleging en Verzorging wordt onder 4VV verstaan: "Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging". Onder een zorginstelling wordt een instelling verstaan waar interamurale of particuliere zorg wordt verleend.
2.3
Verkeer en parkeren
Voor de ontwikkeling van de Sint Clementskerk in Waalwijk dienen de verkeerskundige gevolgen (parkeren en verkeer) van de ontwikkeling in beeld gebracht te worden. Hiervoor wordt uitgegaan van het volgende programma: Tabel 1: Programma panontwikkeling Functie Middeldure koopappartementen Kerk Middeldure koopappartementen Pastorie Middeldure koopappartementen nieuwbouw Zorgwoningen
eenheid aantal aantal aantal aantal
aantal 17 6 14 46
2.3.1 Parkeren Conform de “Nota parkeernormen Waalwijk 2015” is de parkeerbehoefte van het plan bepaald in Bijlage 2 van deze toelichting. Daarin is de Memo parkeren Clemensstaete opgenomen waar wordt ingegaan op de parkeerbehoefte en de wijze waarop kan worden voorzien in de realisatie van voldoende parkeerplaatsen. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ligging plangebied 'rest bebouwde kom' (Nota Parkeernormen Waalwijk 2015). Stedelijkheidsgraad Waalwijk CBS = Matig stedelijk gebied (Nota Parkeernormen Waalwijk 2015). Uitgegaan van maximale planologische invulling volgens bestemmingsplan: 37 koopappartementen en 46 woonzorgeenheden met 4vv-zorgindicatie (38 zorgstudio's (35 m²) met 1 bewoner en 8 partnerappartementen (85 m²) met 2 bewoners waarvan minimaal 1 minstens 4vv zorgindicatie), Aandeel bezoek per woning = 0,3 parkeerplaatsen (CROW publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren). Per koopappartement wordt 1 privé parkeerplaats toegewezen; Zorgwoningen 4vv indicatie = norm verpleeghuis = 0,4 parkeerplaatsen voor bezoekers en personeel (maatwerk vanwege geen rijbewijs/auto bezit door zorgindicatiebewoners).
Zorgwoningen partner appatementen = norm verpleeghuis = 0,7 parkeerplaatsen per wooneenheid waarvan 0,3 parkeerplaats (40%) bewoners en 0,4 parkeerpaats (60%) bezoekers en personeel (Nota Parkeernormen Waalwijk 2015 + CROW publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren); Dubbelgebruik mogelijk voor openbare parkeerplaatsen. Op basis van de parkeernormen van de gemeente en bovengenoemde uitgangspunten is de parkeerbehoefte berekend voor het planvoornemen. Deze behoefte is opgenomen as bijlage D bij de Memo parkeren Clemensstaete en weergegeven in figuur 2.7. scenario A. Het maatgevende moment voor de parkeerbehoefte ligt op de zaterdagavond. De parkeerbehoefte bedraagt op dat moment 84 parkeerplaatsen.
21/86
Figuur 2.7: Parkeerbalans ontwikkeling Clemensstaete Naast de parkeerbehoefte dient voor de ontwikkeling van Clemensstaete ook rekening te worden gehouden met de volgende uitgangspunten: Ten behoeve van het project worden op gemeentegrond 38 openbare parkeerplaatsen extra aangelegd; De huidige 14 aanwezige openbare parkeerplaatsen op het kerkplein-Loeffstraat komen terug in het exploitatiegebied. Het voornemen is om het kerkplein aan de openbaarheid te onttrekken, het dan ontstane privégebied wordt dan o.a. ingericht als exclusieve parkeerplaatsen voor de koopappartementen; Overige parkeerplaatsen op basis van het bouwprogramma; Op basis van de beschikbare ruimte, de parkeerbehoefte en genoemde uitgangspunten, is een ontwerp gemaakt van de buitenruimte waarbij het maximaal aantal parkeerplaatsen is ingetekend, zie bijlage B. Op deze tekening is onder andere te zien dat de 14 openbare parkeerplaatsen vanaf het Kerkplein worden verplaatst naar de Pastoor van der Zijlestraat. Verder zijn op deze tekening 100 parkeerplaatsen ingetekend. Op basis van de parkeerbalans is de theoretische parkeerbehoefte 84 parkeerplaatsen op het maatgevend moment (zaterdagavond). Daarbij opgeteld de 14 aanwezige openbare parkeerplaatsen die terug moeten komen in het exploitatiegebied komt het totaal uit op 98 parkeerplaatsen wat voorzien moet worden in het exploitatiegebied.
Daarnaast is een parkeerdrukmeting uitgevoerd, zie bijlage E bij de Memo. Op basis daarvan wordt geconstateerd dat: De hoogst gemeten bezettingsgraad in het onderzoeksgebied is 83% (waarneming op zaterdag 1 oktober 2022, 14.00 uur); Tijdens de hoogst gemeten bezettingsgraad zijn in het onderzoeksgebied 3 vrije parkeerplaatsen in de openbare ruimte waargenomen. Dit is af te lezen in de kolom ‘bezetting’ op pagina 4 van Bijlage E ‘Parkeerdruk onderzoek’; De laagst gemeten bezettingsgraad in het onderzoeksgebied is 43% (waarneming op donderdag 29 september 2022, 15.00 uur); Tijdens de laagst gemeten bezettingsgraad in het onderzoeksgebied zijn 56 vrije parkeerplaatsen in de openbare ruimte waargenomen.
22/86
Op basis van het parkeerdrukonderzoek wordt geconcludeerd dat er in de directe omgeving van het plangebied een restcapaciteit bestaat van minimaal 3 parkeerplaatsen. Deze restcapaciteit kan worden ingezet voor het planvoornemen. De parkeerbehoefte van het planvoornemen is 84 parkeerplaatsen. Daar moeten de 14 openbare parkeerplaatsen bij opgeteld worden. De restcapaciteit mag hier echter vanaf gehaald worden. In totaal moeten er voor het planvoornemen dus 95 parkeerplaatsen worden gerealiseerd (84+14-3). Binnen het exploitatiegebied kunnen maximaal 100 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Een gedeelte daarvan kan worden gerealiseerd binnen de bestemmingen zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan. De parkeerplaatsen die moeten wordengerealiseerd buiten het plangebied maar binnen het exploitatiegebied, passen binnen de daar geldende bestemming. De bestemming hoeft hier dan ook niet aangepast te worden. Daarmee is aangetoond dat voldaan kan worden aan de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015. Er dient echter nog wel een juiste balanste worden gevonden tussen parkeren en groen. Daar wordt in de Memo parkeren Clemensstaete en in paragraaf 3.3.5 nader op ingegaan. Conclusie parkeren Het planvoornemen kent een maximale parkeerbehoefte van 84 parkeerplaatsen. Daarnaast moeten er 14 openbare parkeerplaatsen vanuit het kerkplein in het exploitatiegebied worden teruggebracht.
Aangetoond is dat het binnen het plangebied en in de openbare ruimte daaromheen, voldoende parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd om aan de parkeernormen te voldoen. 2.3.2 Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt uitgegaan van CROW publicatie 381. Per functie wordt hierbij een bandbreedte gegeven voor de verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag. Daarbij wordt uitgegaan van de ligging van het gebied en de stedelijkheidsgraad van de locatie. De betreffende ontwikkeling ligt in het gebied “rest bebouwde kom” (indeling conform parkeerbeleid gemeente Waalwijk 2015). Op basis van Nota parkeernormen Waalwijk is het gebied gelegen in "Matig stedelijk gebied". Voor het bepalen van de bandbreedte wordt uitgegaan van een worst-case situatie. Dat betekent dat wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie aan de bovenkant van de bandbreedte. Verkeersgeneratie bestaande situatie In de bestaande situatie is de bebouwing in gebruik als kerk en pastorie. De kerk is inmiddels uit de eredienst onttrokken maar kan, op basis van het geldende bestemmingsplan, direct weer in gebruik worden genomen. Aangezien de kerk al lange tijd niet meer als zodanig in gebruik is, is het niet realistisch om rekening te houden met dat gebruik. Er zal dan ook geen rekening worden gehouden met saldering van het aantal verkeersbewegingen in de bestaande (planologische) situatie.
Verkeersgeneratie ontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 37 reguliere woningen (appartementen) in de kerk en de pastorie. Daarnaast worden 46 zorgwoningen gerealiseerd. 8 van die zorgwoningen zijn zgenoemde partnerappartementen. Naast een bewoner met een zorgindicatie (minimaal 4vv) is het in die appartementen mogelijk dat de partner (zonder zorgindicatie) hier ook komt wonen. Worst-case wordt in onderstaande tabel
23/86
voor alle zorgwoningen een vergelijking gemaakt met woonunits in een verpleeghuis. Tabel 4: Verkeersgeneratie aantal
Zorgwoningen (verpleeghuis) Middeldure koopappartementen Totaal
46 37 83
maximale bandbreedte omrek verkeersgeneratie (weekdag) max Totaal max 2,1 96,6 1,11 6,0 222 1,11 318,6
werkdag
107,23 246,42 353,65
Het planvoornemen genereert een gemiddelde weekdagintensiteit van 318,6 mvt/etmaal, afgerond 319 mvt/etmaal. Verkeersafwikkeling De ontwikkeling betreft functies die gedurende de hele week verkeer zullen aantrekken. Normaal gesproken zijn er op werkdagen meer verplaatsingen dan in het weekend. Bij het bepalen van de verkeersafwikkeling dient dan ook gekeken te worden naar de gemiddelde werkdagsituatie. Wanneer er wordt uitgegaan van de eerder berekende weekdagintensiteit wordt het weekend ook meegenomen en is de gemiddelde verkeersintensiteit lager en dat zou een vertekend beeld geven. Om de werkdagintensiteit te bepalen zijn omrekenfactoren gebruikt per functie. Deze zijn afkomstig uit CROW publicaties 381 en 272. De totale werkdagintensiteit voor de ontwikkeling bedraagt na omrekening 353,65 mvt/etmaal (zie tabel 4). Verwerkingscapaciteit Bij het bepalen of de omliggende wegen de verkeersgeneratie van de ontwikkeling kunnen verwerken dient uitsluitend gekeken te worden naar de doordeweekse situatie. Die is namelijk maatgevend omdat het dan het drukst is. Het verrekenen met de verkeersintensiteiten van de voormalige functie van kerk is dan dus niet relevant omdat deze uitsluitend in het weekend verkeer genereert. De Pastoor van der Zijlestraat zal in de nieuwe situatie een eenrichtingsweg worden in de richting van noord naar zuid.
Vanaf de ontwikkellocatie kan op verschillende manieren van en naar het plangebied worden gereden. Daarvoor zullen veelal de Loeffstraat, ten noorden van het plan en de Pastoor van der Zijlestraat gebruikt worden. Figuur 2.8 geeft een overzicht van de verkeersroutering, uitgangspunt daarbij is dat grofweg de helft van het verkeer in oostelijke richting rijdt en de andere helft in westelijke richting (veelal gebruik makend van de Loeffstraat).
24/86
Figuur 2.8: geel gearceerd: gaat op in heersende parkeerbeeld Te zien is waar het verkeer van de ontwikkeling opgaat in het heersende verkeersbeeld (geel gearceerd). In dit geval ter hoogte van de rotonde met de Groen van Prinstererlaan voor verkeer in westelijke richting en ter hoogte het kruispunt met het Vooreinde voor verkeer in oostelijke richting. Zowel vanaf de rotonde met de Groen van Prinsterenlaan als ter hoogte van het kruispunt met het Vooreinde komt er relatief veel verkeer bij uit de omliggende straten waardoor deze wegen vanaf hier fungeren als verzamelweg en daarmee het verkeer van de ontwikkeling relatief gezien gering is ten opzichte van het totaal aan verkeer. Verder blijkt uit het BBMA verkeersmodel dat de Loeffstraat in 2030 een intensiteit heeft van 1.900 mvt/etmaal. Van de Pastoor van der Zijlestraat zijn in het BBMA model geen gegevens bekend. Dat betekent dat de intensiteiten hier laag zijn (<500 mvt/etmaal). De wegen in de omgeving, waaronder de Loeffstraat en de Pastoor van der Zijlestraat, zijn erftoegangswegen. Conform de principes van Duurzaam Veilig zouden deze tot maximaal 6.000 mvt/etmaal moeten kunnen verwerken. De worst-case verkeersgeneratie (werkdag) bedraagt 354 mvt/etmaal wat neerkomt op circa 6 % van de totale capaciteit.
Gezien het feit dat de wegen in de omgeving relatief rustig zijn, is er naar verwachting voldoende restcapaciteit op deze wegen om de verkeersgeneratie van de ontwikkeling op te kunnen vangen. 2.3.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.
2.4
Bezonning
2.4.1 Inleiding Ten behoeve van de transformatie van de Sint Clemenskerk en de directe omgeving zal ook nieuwe bebouwing worden toegevoegd. De betreffende percelen zullen intensiever worden bebouwd. De nieuwe bebouwing heeft daardoor effect op de bezonning van de omgeving. Dit kan ook niet anders in een bestaande bebouwde omgeving.
25/86
2.4.2 Bezonningstudie Er is een bezonningsstudie uitgevoerd om de gevolgen van de nieuwe bebouwing ten aanzien van bezonning inzichtelijk te maken. De bezonningsstudie geeft inzicht in de mogelijke schaduwwerking van de nieuwe gebouwen op de directe omgeving zoals andere bebouwing en het openbaar domein. In deze studie is door NBArchitecten grafisch in beeld gebracht in welke mate de nieuwe bebouwing van invloed is op de bezonning van de in de directe omgeving bestaande woonbebouwing en openbaar gebied. Voor de bezonningsberekening zijn de volgende drie data van belang: 21 maart: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd); 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 oktober: de dag dat de zon op "half" staat, namelijk tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd); 22 december: de dag dat de zon het laagst staat. Voor vier dagen zijn op verschillende tijdstippen bezonningsberekeningen uitgevoerd en in diagrammen verbeeld zodat deze een goede weergave van de werkelijkheid geven. De tijdstippen tussen 9.00 uur, 13.00 uur en 17.00 uur (zomer/wintertijd) zijn relevant om de bezonning voldoende in beeld te krijgen. De schaduwdiagrammen zijn opgenomen in Bijlage 3.
Het betreffen de computertekeningen van de bestaande en toekomstige bouwmassa's van het plangebied en omgeving zonder andere elementen zoals beplanting, losse bouwwerken en dergelijke. Wel is rekening gehouden met de verschillen in maaiveldhoogte binnen het plangebied. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-norm. TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers nooit direct zonlicht. Op basis van de bezonningsstudie kan worden geconcludeerd dat de nieuwbouw in de ochtend en rond het middaguur met name op het eigen perceel zorgt voor extra schaduw uren. In de namiddag zorgt de nieuwbouw voor extra schaduw op de gevels van de woningen aan de Loeffstraat 54 t/m 58. Deze woningen ontvangen echter in de bestaande situatie reeds schaduw als gevolg van de Sint Clemenskerk.
Het pand waarin het kinderdagverblijf/scouting is gevestigd heeft de meeste extra schaduwwerking door de realisatie van de nieuwe bebouwing. Aangezien zowel de gevels van de woningen aan de Loeffstraat 54 t/m 58 en het pand van het kinderdagverblijf/scouting op het zuiden is gericht, is hier sprake van (veel) meer dan 3 mogelijke
26/86
bezonningsuren in de periode van 21 januari - 22 november. Daarmee wordt voldaan aan de strenge TNO-norm. 2.4.3 Conclusie Om de Sint-Clemenskerk duurzaam te kunnen behouden, is het noodzakelijk om ter plaatse te verdichten. Hierdoor zullen in het bestaand stedelijk gebied herontwikkelingsopgaven leiden tot veranderende situaties met betrekking tot de bezonning. In een stedelijke omgeving zal altijd schaduwwerking optreden op omliggende gebouwen en openbare ruimte. Wel is het van belang dat er geen ruimten ontstaan die jaarrond nauwelijks direct zonlicht vangen. In het plan vangen alle omliggende gebouwen en openbare ruimten op verschillende tijdstippen van de dag direct zonlicht. De extra schaduwwerking op de verschillende aangegeven plekken is altijd van relatief korte duur. Dit betekent dat de omliggende gebouwen en openbare ruimten gedurende het hele jaar na deze nieuwe ontwikkeling nog voldoende direct zonlicht krijgen na de ontwikkeling. De nieuwe ontwikkeling heeft dan ook geen onevenredige schaduwwerking op de omgeving tot gevolg. Er wordt ruim voldaan aan de strenge TNO-norm voor de minimale bezonning van de gevels rond het plangebied.
27/86
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
28/86
De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het mogelijk maken van de nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Waalwijk past binnen het rijksbeleid. 3.1.2
Bro en Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ander stedelijke voorzieningen. Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van maximaal 83 woon(zorg)eenheden. Deze toename is groter dan de drempelwaarde van 12 woningen, waardoor de voorgenomen ontwikkeling gezien moet worden als een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Toetsing Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De voorliggende locatie ligt in het bestaand stedelijk gebied.
Dit bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van het volgende programma.
29/86
Programma Functie Middeldure koopappartementen Kerk Middeldure koopappartementen Pastorie Middeldure koopappartementen nieuwbouw Zorgwoningen nieuwbouw
aantal 17 6 14 46
Het planvoornemen voorziet dus in de realisatie van in totaal 83 extra woon(zorg)eenheden. Daarbij wordt voorzien in 46 zorgwoningen en 37 middeldure koopappartementen. Stedelijke ontwikkeling Het geldende bestemmingsplan is vertrekpunt bij de beoordeling of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In dit geval heeft het gebied een verkeersbestemming en een gemengde bestemming met de functieaanduiding maatschappelijk. Hier zijn sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, sportieve recreatie, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening en voorzieningen ten behoeve van onderwijs mogelijk. Een apotheek en huisarts vallen hier onder. Het geldende bestemmingsplan maakt geen woningen mogelijk. In dit geval worden in totaal 83 woningen mogelijk gemaakt. Het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Daarom is hierna de woningbehoefte beschreven. Behoefte Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er een kwantitatieve behoefte is aan het planvoornemen is het “Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant 2022” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen.
Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar. Er is dus nog ruim voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. De bouw van 46 zorgwoningen en 37 middeldure koopappartementen past binnen de benodigde capaciteit voor de regio Midden-Brabant en de gemeente Waalwijk. In de periode 2021 tot en met 2030 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.048 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de toevoeging van 46 zorgwoningen en 37 middeldure koopappartementen past binnen de woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Kwalitatieve behoefte Het plan is gedeeltelijk gericht op zorgwonen voor diverse doelgroepen. Daarnaast worden ook reguliere woningen (appartementen) in de kerk en in de nieuwbouw gerealiseerd. Het toevoegen van huisvesting voor deze beide doelgroepen past binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke Woonvisie 2020. Hieronder wordt daar nader op ingegaan. In september 2020 is de Woonvisie 2020 vastgesteld.
De eerste stap daarin was de uitvoering van een Kwalitatief woningbehoefte onderzoek in 2018 waaraan bijna 2.500 huishoudens uit Waalwijk hebben meegedaan. De
30/86
uitkomst van het onderzoek onderstreept het belang van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, betaalbaarheid, aandacht voor bijzondere doelgroepen op de woningmarkt, wonen en zorg en flexibiliteit in de woningbouwprogramma's. Ook wordt aandacht gevraagd voor wonen en zorg, gelet op de vergrijzing. Uit de Woonvisie 2020 blijkt dat er nog steeds sprake is van een woningtekort binnen de gemeente Waalwijk. Bij de invulling van het woonprogramma streeft de gemeente naar voldoende kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle bevolkingsgroepen. De voor dit plan relevante algemene hoofdlijnen van de visie voor de komende tien jaar zijn: Plannen moeten voorzien in de actuele behoefte en moeten aansluiten bij de lange termijn vraag. Het transformeren of herstructureren van leegstaand of leegkomend vastgoed heeft de voorkeur. Initiatieven waarbij een woonproduct wordt aangeboden dat nog niet of nauwelijks aanwezig is in onze woningmarkt, maar waar wel aantoonbaar vraag naar is, krijgen de voorkeur. Streven naar 25% sociale huurwoningen en een goede spreiding. Bij de (her)ontwikkeling van grotere locaties gelden in principe de volgende uitgangspunten ten aanzien van sociale huurwoningen: 1. Ontwikkeling van 35 tot 70 woningen: minimaal 20% daarvan sociale huurwoningen; 2. Ontwikkeling van 70 tot 100 woningen: minimaal 25% daarvan sociale huurwoningen; 3.
Ontwikkeling van 100 woningen of meer: minimaal 30% daarvan sociale huurwoningen; Bij (her)ontwikkelingen in wijken met een hoog aandeel sociale huurwoningen kan van deze uitgangspunten worden afgeweken. Woningen in de middenhuur (bij voorkeur lage middenhuur) toevoegen. Het aanbod middeldure en dure woningen vergroten, om doorstroming te bevorderen. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van koopappartementen binnen bestaand leegstaand vastgoed (met cultuurhististorische waarden). Daarmee wordt concreet invulling gegeven aan een ambitie binnen de Woonvisie 2020 van de gemeente Waalwijk. Hoofdlijnen voor de invulling van de visie op wonen en zorg voor de komende 10 jaar zijn: Bij alle nieuwbouwontwikkelingen bekijkt de gemeente de mogelijkheid van het ontwikkelen van levensloopgeschikte woningen voor senioren. De gemeente blijft particuliere woningverbetering stimuleren met de Stimuleringslening Toekomstgericht wonen. Samen met stakeholders en gemeenten in de regio de behoefte aan verschillende vormen van begeleid wonen onderzoeken. Waarderen en stimuleren van kansrijke, kwalitatieve pilots met nieuwe woonvormen op het gebied van wonen en zorg. Stakeholders vragen om bij de ontwikkeling van woningen aandacht te besteden aan flexibel bouwen. Woningbouwplannen moeten een kwaliteitsverbetering voor de omgeving van de betreffende locatie met zich meebrengen.
Het initiatief geeft invulling aan de behoefte aan nieuwe woonvormen op het gebied van wonen en zorg. De beoogde zorgeenheden vormen gezamenlijk een zorgcomplex vormen waar mensen met een zorgindicatie worden gehuisvest. In het zorgcomplex zal 24-uurs zorg aanwezig zijn en de bewoners hebben een zorgcontract
31/86
met een zorgaanbieder. Daarnaast beschikt het zorgcomplex over gemeenschappelijke ruimten zoals woonkamers en keukens. Nederland vergrijst en met die vergrijzing is er ook een toename van woonruimte voor mensen met een zorgindicatie. Alleen al het aantal mensen met zogenoemde geheugenproblemen zal de komende jaren enorm toenemen. In Nederland leven op dit moment 280.000 mensen met alzheimer (bron: Alzheimer Nederland). Voor Waalwijk geldt dat het aantal mensen met dementie van 870 in 2020 groeit naar 1.700 in 2050 (zie figuur 3.1). Deze mensen moeten gehuisvest worden en passende zorg moet worden aangeboden. Het planvoornemen voorziet in 46 zorgwoningen. Specifiek gaat het om 38 zorgstudio's en 8 partnerappartementen. Daarmee wordt voorzien in een concrete behoefte aan zorgeenheden, wordt een bijdrage geleverd aan de ambitie om nieuwe woonvormen op het gebied van wonen en zorg aan te bieden én wordt een bijdrage geleverd aan het aanbieden van woningen voor alle inwoners van Waalwijk.
Figuur 3.1: Prognose mensen met dementie (Bron: Alzheimer Nederland - prognose door ABF Research) Daarnaast voorziet het planvoornemen in de realisatie van 37 appartementen in de koopsector. Doordat zowel in de kerk als in de nieuwe pastorie en in de nieuwbouw liften worden gerealiseerd, zijn deze appartementen ook levensloopbestendig (voor iedereen toegankelijk). Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de ambitie om levensloopbestendige woningen te realiseren. Daarnaast biedt het toevoegen van deze appartementen ouderen de mogelijkheid om door te stromen. Daarmee komen weer woningen vrij voor jongeren en gezinnen. Het planvoornemen voorziet niet in het toevoegen van sociale huurwoningen. Het planvoornemen voorziet met zowel zorgeenheden als reguliere appartementen reeds in een, ook door de gemeente, gewenste differentiatie aan woningen. De uitgangspunten met betrekking tot het toevoegen van sociale huurwoningen zijn met het vaststellen van de woonvisie verankerd. Dit initiatief is echter opgestart voordat de woonvisie is vastgesteld. De eis om sociale huurwoningen in het programma te verwerken geldt dan ook niet voor dit planvoornemen.
32/86
Conclusie woningbehoefte Er zijn nog onvoldoende harde plannen en er is sprake van een grote woningbehoefte. In de afgelopen tien jaar is veel veranderd. Vooral de groep 75-plussers en mensen met dementie groeit hard. Er is een grote vraag naar gelijkvloerse (levensloopbestendig) woningen. En er is grote behoefte aan nieuwe woonvormen met zorg of begeleid wonen. Het plan geeft daar invulling aan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Noord-Brabant (december 2018) is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. De provincie heeft de volgende kernwaarden geformuleerd die leidend zijn: we gaan voor meerwaarde-creatie; we gaan voor technische én sociale innovatie; we gaan kwaliteit boven kwantiteit; we gaan voor steeds beter; we gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Naast de basisopgave, werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit, worden vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing De beoogde ontwikkeling gaat uit van transformatie van een Rijksmonument.
Door deze transformatie kan de kerk in stand worden gehouden. Dankzij de nieuwbouw en de verhuur/verkoop van de nieuwe zorgwoningen en appartementen kan de duurzame renovatie van de kerk bekostigd worden. De realisatie van koopwoningen in de kerk draagt daar vanzelfsprekend ook aan bij. Door de realisatie van de (zorg)woningen kan het monumentale pand in stand worden gehouden, hierdoor is sprake van duurzame instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol object. De locatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied. De beoogde woon(zorg)functies passen in dit gebied en zijn
33/86
van toegevoegde waarde. De kwaliteit van het gebied verbetert en uitbreiding van het stedelijk gebied wordt voorkomen. De kerk wordt op een duurzame en toekomstbestendige manier getransformeerd. De nieuwe woningen en zorgwoningen worden niet aangesloten op het gasnet. Ook in de kerk worden de gasgestookte ketels verwijderd en vervangen door watrmtepompen. In het kader van het creëren van een goed binnenniveau op het gebied van geluid er wordt tevens extra isolatie aangebracht. Met het planvoornemen wordt bovendien vanzelfsprekend aangesloten op de BENG normen. Uit deze toelichting blijkt dat sprake is van een zorgvuldige belangenafweging en van een duurzame ruimtelijke verstedelijking die past binnen de hoofdlijnen van het provinciaal beleid. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er sprake is van duurzame verstedelijking uitgaande van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. De omgevingskwaliteit verbetert en er wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen van de provincie. De beoogde ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met Omgevingsvisie Noord-Brabant.
3.2.2 Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening (hierna: Iov) is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordening natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen De laatste geconsolideerde versie van de Iov dateert van 15 april 2022. Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Iov is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
34/86
Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening (hierna: IOV) voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor het werkingsgebied "Stedelijk gebied" rechtstreekse regels van toepassing.
Figuur 3.4: Kaart "Instructieregels gemeente: Stedelijke ontwikkeling en erfgoed", Interim Omgevingsverordening Toetsing Het plangebied is aangeduid als 'Stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Regels voor stedelijke ontwikkeling
35/86
De regels voor stedelijke ontwikkeling zijn vastgelegd in artikel 3.42 van de IOV: 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. 3. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2.
bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Toetsing aan artikel 3.42 Ad 1a: Voor wat betreft de regionale afspraken wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2 (Ladder voor duurzame ontwikkeling). Hierin is met name inzicht verschaft in de ambitie voor het bestaand stedelijk gebied. Dat komt neer op het beschermen van de leefbaarheid in de kernen en eventuele herstructurering aan de hand van de ladder van duurzame verstedelijking. Het planvoornemen voorziet daarin. Ad 1b: Het planvoornemen voorziet in het hergebruik van een reeds bestaand gebouw en is daarmee een goed voorbeeld van een duurzame ontwikkeling. Door de nieuwbouw en transformatie kan het monumentale pand in stand worden gehouden. Uit deze toelichting zal verder blijken dat sprake is van een zorgvuldige belangenafweging en van een duurzame ruimtelijke verstedelijking die past binnen de hoofdlijnen van het provinciaal beleid. Ad 2a: Uit hoofdstuk 4 van deze toelichting blijkt dat het planvoornemen bijdraagt aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Ad 2b: Het plangebied bestaat uit een verouderd stedelijk gebied.